Buitenlandse investeringen en multinationals
| mld euro | |
|---|---|
| Landen die het meest investeren in Nederland | |
| Verenigde Staten | 534 |
| Verenigd Koninkrijk | 349 |
| Duitsland | 267 |
| Luxemburg | 199 |
| België | 151 |
| Landen waarin Nederland het meest investeert | |
| Verenigd Koninkrijk | 414 |
| Verenigde Staten | 333 |
| Zwitserland | 263 |
| Duitsland | 227 |
| Ierland | 163 |
Nederland behoort wereldwijd tot de landen met de grootste ingaande en uitgaande investeringen en kan met recht een financieel handelsland genoemd worden. Met onder andere zijn strategische ligging, sterke infrastructuur, hoogopgeleide beroepsbevolking en innovatief klimaat is Nederland aantrekkelijk voor buitenlandse investeerders. Buitenlandse bedrijven zijn ook van belang voor Nederland. Buitenlandse investeringen zorgen niet alleen voor een kapitaaloverdracht, maar ook voor een kennisoverdracht en dragen bij aan de arbeidsmarkt. Met initiatieven als ‘Invest in Holland’ stimuleert de Nederlandse overheid dan ook de komst van buitenlandse multinationals. Welke investeringspartners zijn belangrijk voor Nederland? Hoe gedragen buitenlandse multinationals in Nederland zich? Hoeveel werkgelegenheid genereren ze? Over welke landen gaat het? In welke bedrijfstakken zijn ze actief? Andersom zijn er ook redenen voor Nederlandse bedrijven om de grens over te steken. Wat betekenen Nederlandse multinationals voor het buitenland?
5.1Belangrijkste bevindingen
Financiële verwevenheid met het buitenland (DNB)
- Nederland blijft een aantrekkelijk vestigingsland voor multinationals. Hoewel de afgelopen jaren een aantal van oorsprong Nederlandse multinationals naar het buitenland zijn verhuisd, denk aan Shell en Unilever, hebben nieuwe multinationals als Universal Music Group en Stellantis zich juist in Nederland gevestigd.
- De totale waarde van de Nederlandse beursgenoteerde aandelen bedroeg eind 2024 bijna 1 400 miljard euro (120 procent van het bbp). Alleen de beursomvang van Luxemburg en Ierland is omgerekend naar het bbp groter dan in ons land. Het houderschap van deze aandelen is sterk internationaal georiënteerd: slechts 10 procent is in Nederlandse handen.
- Ons land kent al jaren een overschot op de lopende rekening, over heel 2024 bedroeg het overschot 103 miljard euro. Dit is hoofdzakelijk te danken aan de internationale goederenhandel en in mindere mate aan de handel in diensten.
- Nederland heeft de afgelopen jaren een forse vermogenspositie opgebouwd in het buitenland: eind 2024 bedroeg deze positie 697 miljard euro, oftewel gelijk aan 62 procent van ons bbp. De vermogenspositie en de onderliggende zeer grote bezittingen en verplichtingen illustreren de internationale verwevenheid van de Nederlandse economie met het buitenland.
- De verwevenheid van Nederland met het buitenland komt mede door onze rol als doorstroomland voor internationaal kapitaal. De afgelopen jaren zijn er maatregelen ingevoerd om belastingontwijking door multinationals via Nederland te ontmoedigen en sindsdien neemt de balansomvang van deze ‘doorstroomvennootschappen’ af.
- Nederland staat ondanks de afname van doorstroomactiviteiten nog steeds in de wereldwijde top 3 van landen met de grootste directe investeringsposities. In 2024 stegen de totale inkomende investeringen met 1,7 procent tot 3 527 miljard euro en de uitgaande investeringen met 1,0 procent tot 4 340 miljard euro. Meer dan 95 procent van de directe investeringen liep via niet-financiële bedrijven en doorstroomvennootschappen; de grootste investeringspartners waren de VS, het VK en Duitsland.
Multinationals in Nederland
- Er waren in 2023 27,1 duizend multinationals in Nederland. Dit betreft 1,7 procent van het Nederlandse bedrijfsleven. Ongeveer een derde van deze bedrijven zijn Nederlandse multinationals, twee derde is een buitenlandse multinational.
- Het grootste deel van de multinationals in het Nederlandse bedrijfsleven – ruim een derde – is actief in de groot- en detailhandel. Met respectievelijk 17 en 14 procent zijn de meeste multinationals achtereenvolgens actief in de specialistische zakelijke diensten en de industrie.
- In 2023 werkten ongeveer 2,5 miljoen mensen in Nederland bij een multinational. Hiermee was ongeveer 1 op de 3 banen in het Nederlandse bedrijfsleven bij een multinational. Met 4,3 miljoen werkzame personen, werkten de meeste mensen nog steeds bij een niet-multinational.
- In 2023 stonden er gemiddeld 129 werkzame personen op de loonlijst van een Nederlandse multinational. Het gemiddeld aantal werkzame personen op de loonlijst van een buitenlandse multinational was met 73 personen haast de helft. Bij een niet-multinational staan er met gemiddeld 3 personen, heel wat minder mensen op de loonlijst.
- De meeste werkgelegenheid werd in 2023 voor zowel multinationals, als voor het Nederlandse bedrijfsleven in het algemeen, gecreëerd door de groot- en detailhandel.
- Met 3 350 bedrijven, kwamen de meeste buitenlandse multinationals in 2023 onveranderd
uit de VS. Duitsland en het VK volgen op respectievelijk de tweede en derde plek.
Indien ook België, Frankrijk, Zwitserland, Zweden en Denemarken meegenomen worden, dan kunnen we stellen dat met ongeveer 52 procent, ook veel buitenlandse multinationals van dichter bij huis komen. - Ongeveer twee derde van zowel de totale Nederlandse import- als exportwaarde van goederen in 2023 kwam voor rekening van buitenlandse multinationals. Dit betreft een importwaarde van 340,3 miljard euro en een exportwaarde van 303,1 miljard euro.
- Buitenlandse multinationals waren in 2023 goed voor ongeveer driekwart van de totale importwaarde van de dienstenhandel (172,7 miljard euro). De exportwaarde had met 173,0 miljard euro een vergelijkbare omvang.
- 70 procent van de multinationals was een two-way trader: ze importeerden én exporteerden goederen en/of diensten in 2023. Bij de niet-multinationals bedrijft ongeveer twee derde van de bedrijven juist helemaal geen internationale handel.
Nederlandse multinationals in het buitenland
- De meeste dochterondernemingen van Nederlandse multinationals worden nog steeds in Duitsland gevonden. Het aantal dochterondernemingen van Nederlandse multinationals in Duitsland nam van 2022 op 2023 weliswaar met ongeveer 7 procent af tot 3 368 bedrijven, toch staat Duitsland nog steeds onovertroffen op de eerste plek.
- Het totaal aantal Nederlandse dochterondernemingen in het buitenland daalde. Waar er in 2022 wereldwijd nog 22,7 duizend Nederlandse dochterondernemingen waren, nam dit aantal in 2023 af tot 20,9 duizend.
- Met 457 duizend personen waren in 2023 de meeste personen werkzaam bij dochterondernemingen van Nederlandse multinationals in de VS. Duitsland volgt op de tweede plek.
- Waar voor vrijwel alle top 10 investeringslanden een daling te zien was van 2022 op 2023 voor wat betreft het aantal werkzame personen bij dochterondernemingen van Nederlandse multinationals in het buitenland, was er voor België juist een lichte stijging te zien tot een totaal van 98 duizend werkzame personen.
- Met ruim 1 miljoen euro per vte, werd de meeste omzet per vte in 2023 gegenereerd bij dochterondernemingen van Nederlandse multinationals in Frankrijk. Dochterondernemingen van Nederlandse multinationals in de VS en het VK volgen achtereenvolgens op de tweede en derde plek met respectievelijk 811,6 duizend en 522,5 duizend euro per vte.
Leeswijzer
In dit hoofdstuk worden de directe buitenlandse investeringen in en door Nederland belicht. Paragraaf 5.2 beschrijft de directe investeringspositie en de internationaal financiële verwevenheid van Nederland op basis van macro-cijfers van De Nederlandsche Bank (DNB).
Paragraaf 5.3 biedt een uiteenzetting van de buitenlandse multinationals in Nederland op basis van de Inward Foreign Affiliates Statistics (IFATS) van het CBS, gevolgd door Nederlandse multinationals in het buitenland op basis van de Outward Foreign Affiliates Statistics (OFATS) van het CBS in paragraaf 5.4. De cijfers in paragraaf 5.2 kunnen afwijken van die in paragraaf 5.3 en 5.4. Bij de DNB-cijfers worden Nederlandse multinationals gedefinieerd op basis van vestigingsplaats. Bij de CBS-cijfers kijken we naast vestigingsplaats ook naar een aspect van controle en zeggenschap om te bepalen of het om een Nederlandse of buitenlandse multinational gaat.
5.2Financiële verwevenheid met het buitenland (DNB)
Nederland is ook financieel een handelsland bij uitstek. We zijn de thuisbasis van veel beursgenoteerde multinationals, beleggen aanzienlijke bedragen op internationale financiële markten, en vervullen een centrale rol als doorstroomland voor internationaal kapitaal. Nederland behoort wereldwijd tot de landen met de grootste ingaande en uitgaande directe investeringen, en heeft mede door de internationale handel het nodige netto-vermogen in het buitenland opgebouwd.
Nederland is een internationaal financieel centrum
Van oudsher speelt Nederland een belangrijke rol als internationaal financieel centrum, met een grote financiële sector, een stabiel rechtssysteem en goed gereguleerde markten. Nederland blijft een aantrekkelijk vestigingsland voor multinationals, ook in een wereld waarin deze meer dan in het verleden bereid zijn om zich in een ander land te vestigen als dat bijvoorbeeld de kosten drukt of fiscale voordelen biedt.
Eind 2024 bedroeg de totale waarde van de Nederlandse beursgenoteerde aandelen iets minder dan 1 400 miljard euro, een bedrag dat gelijk staat aan ruim 120 procent van ons bbp. In percentage van het bbp gemeten is de totale waarde van beursgenoteerde bedrijven binnen het eurogebied alleen in Luxemburg en Ierland hoger, zie figuur 5.2.1. Wel is de totale beurswaarde in absolute termen groter in Duitsland en Frankrijk. Het gaat hier om in Nederland gevestigde bedrijven, vaak met een notering aan de Amsterdamse beurs, maar soms ook aan een buitenlandse beurs.
| Land | Niet-financiële bedrijven | Doorstroomvennootschappen | Overige sectoren¹⁾ |
|---|---|---|---|
| Luxemburg | 34,3 | 212,0 | 1,7 |
| Ierland | 226,4 | 0,1 | 11,0 |
| Nederland | 58,6 | 50,8 | 12,6 |
| Frankrijk | 83,7 | 0,0 | 8,3 |
| Duitsland | 43,8 | 0,2 | 7,9 |
| België | 34,2 | 3,4 | 12,9 |
| Spanje | 35,1 | 0,4 | 13,8 |
| Italië | 18,7 | 0,0 | 12,5 |
| Oostenrijk | 18,2 | 0,0 | 10,8 |
| Portugal | 18,2 | 0,0 | 2,5 |
| Bron: ECB | |||
| ¹⁾ Hieronder vallen vooral banken(dochters) en overige financiële instellingen. | |||
Het grootste van oorsprong Nederlandse bedrijf, ASML, had eind 2024 een marktwaarde van bijna 270 miljard euro en tekende daarmee voor bijna een vijfde van de totale beurswaarde. Andere grotere, ‘echte’ Nederlandse multinationals zijn NXP Semiconductors, ING en Heineken. Shell en Unilever worden niet langer tot die groep gerekend, omdat zij in de afgelopen jaren hun topholding volledig in het Verenigd Koninkrijk hebben gevestigd.
Omgekeerd hebben sommige in Nederland gevestigde multinationals een buitenlandse oorsprong. Zij hebben hun formele vestigingsplaats hierheen verplaatst door de buitenlandse topholding om te zetten naar een Nederlandse rechtsvorm of door een nieuwe topholding naar Nederlands recht op te richten. Voorbeelden van grotere, ‘nieuwe’ Nederlandse multinationals zijn Universal Music Group, Prosus, Ferrari en Stellantis.
Hoewel deze beursgenoteerde topholdings officieel in Nederland zijn gevestigd, en de aandeelhoudersvergadering hier plaatsvindt, zijn de Nederlandse activiteiten over het algemeen beperkt. Het topmanagement zetelt vaak in het oorspronkelijke thuisland. Zolang deze beursgenoteerde topholdings in Nederland geen substantiële bedrijfsactiviteiten ondernemen, en nauwelijks werknemers hebben, behoren ze tot de groep ‘doorstroomvennootschappen’. Eind 2024 zijn dergelijke doorstroomvennootschappen met een beurswaarde van bijna 580 miljard euro goed voor iets minder dan de helft van de totale beurswaarde van Nederlandse beursgenoteerde bedrijven.
Het internationale karakter van Nederlandse multinationals blijkt ook uit de nationaliteit van de investeerders. Als we kijken naar de tien grootste Nederlandse beursgenoteerde multinationals, dan bezaten Nederlanders eind 2024 slechts ongeveer 10 procent van de aandelen. Investeerders uit andere landen in het eurogebied bezaten naar schatting ongeveer 25 procent. De resterende 65 procent werd aangehouden door investeerders van buiten het eurogebied.
Nederland investeert in het buitenland
Nederland kent een structureel overschot op de lopende rekening. Dit betekent dat wij meer verdienen aan transacties met het buitenland dan andersom. Bijvoorbeeld door de export van goederen en diensten of door inkomen dat we verdienen met Nederlands vermogen in het buitenland. Het Nederlandse overschot is hoofdzakelijk te danken aan de internationale goederenhandel en in mindere mate de handel in diensten.
| Jaar | Goederensaldo | Dienstensaldo | Inkomensrekening | Saldo lopende rekening |
|---|---|---|---|---|
| 2009 | 6.7 | 1.6 | -8.4 | 0.0 |
| 2010 | 7.7 | 1.3 | -4.0 | 4.9 |
| 2011 | 8.4 | 0.6 | 1.3 | 10.3 |
| 2012 | 9.4 | 0.9 | -2.6 | 7.6 |
| 2013 | 10.9 | 1.3 | -0.9 | 11.4 |
| 2014 | 10.1 | 1.6 | -2.7 | 9.0 |
| 2015 | 10.7 | 6.1 | -2.2 | 14.6 |
| 2016 | 10.8 | 1.3 | -3.7 | 8.4 |
| 2017 | 11.3 | 0.7 | -1.3 | 10.7 |
| 2018 | 10.5 | 0.6 | -0.8 | 10.3 |
| 2019 | 8.4 | 2.0 | -1.9 | 8.6 |
| 2020 | 7.8 | 2.6 | -5.3 | 5.1 |
| 2021 | 8.4 | 1.6 | 3.3 | 13.2 |
| 2022 | 7.1 | 2.6 | 0.6 | 10.3 |
| 2023 | 6.2 | 2.7 | 0.4 | 9.3 |
| 2024 | 7.7 | 3.4 | -0.8 | 10.3 |
| Bron: DNB | ||||
Het saldo van de lopende rekening is een belangrijke graadmeter voor beleidsmakers wereldwijd. De Europese Commissie gebruikt de lopende rekening bijvoorbeeld als één van de indicatoren in haar Macroeconomic Imbalance Procedure. En toen de Amerikaanse overheid in april 2025 bekend maakte op grote schaal importheffingen in te voeren, berekende zij de heffingen per land via onderdelen van de lopende rekening. Als landen meer goederen exporteren naar de VS dan andersom werd een tariefverhoging doorgevoerd, die afhing van de omvang van het verschil. Over geheel 2024 bedroeg dit verschil voor de EU en de VS 212 miljard euro, wat zich vertaalde in een importheffing van 25 procent op bijvoorbeeld staal en aluminium. Opvallend hierbij is dat hiervoor alleen naar één deel van de internationale handel werd gekeken, namelijk die in goederen. De import en export van diensten zoals bijvoorbeeld IT- en consultancy-dienstverlening werd buiten beschouwing gelaten. In tegenstelling tot het beeld bij de goederenhandel is de VS juist een netto-uitvoerder van diensten naar de rest van de wereld (ter waarde van bijna 290 miljard euro over heel 2024).
Mede door het overschot op de lopende rekening heeft Nederland de afgelopen jaren een aanzienlijk netto-vermogen in het buitenland opgebouwd. Eind 2024 ging het om 697 miljard euro, een vermogen dat gelijk staat aan 62 procent van ons bbp. Dit ‘extern vermogen’ nam de afgelopen tien jaar toe met maar liefst 529 miljard euro. Deze stijging komt voor het grootste deel doordat we ons verdiende geld in het buitenland investeren. Maar ook stijgende en dalende beurskoersen in het buitenland en bewegingen op de internationale valutamarkten beïnvloeden de ontwikkeling van ons extern vermogen.
Het extern vermogen van Nederland ligt in internationaal perspectief hoog, zeker ten opzichte van ons bbp. Dit wordt al snel duidelijk als we uitzoomen naar het eurogebied als geheel. Het extern vermogen van het eurogebied als geheel bedroeg eind 2024 1 778 miljard euro, oftewel 12,2 procent van het bbp. De grootste bijdrage hieraan komt voor rekening van Duitsland, gevolgd door Nederland en België. Spanje, Frankrijk en Ierland leveren een negatieve bijdrage aan de investeringspositie van het eurogebied.
Het extern vermogen is een netto-cijfer; het wordt berekend door de Nederlandse buitenlandse verplichtingen van de Nederlandse buitenlandse bezittingen af te trekken. Voor onze economie zijn zowel die verplichtingen als bezittingen groot, wat een maatstaf is voor de grote financiële integratie van Nederland met het buitenland. Ten opzichte van het bbp behoren de bezittingen en verplichtingen tot de hoogste ter wereld, zie figuur 5.2.3. Voor veel grotere economieën, zoals die van de VS en Duitsland, geldt uiteraard wel dat ze in absolute bedragen groter zijn dan de Nederlandse.
| Land | Bezittingen | Verplichtingen |
|---|---|---|
| Nederland | 853 | -796 |
| VK | 500 | -509 |
| Frankrijk | 358 | -377 |
| Belgie | 396 | -338 |
| Duitsland | 309 | -231 |
| EU27 | 250 | -240 |
| Japan | 264 | -178 |
| VS | 123 | -213 |
| China | 54 | -37 |
| Bron: IMF | ||
Waar komen die grote bezittingen en verplichtingen vandaan? Om daar een beter beeld van te krijgen, zoomen we in op verschillende onderdelen – sectoren – van de Nederlandse economie. We maken daarbij ook onderscheid tussen verschillende typen schulden en bezittingen: directe investeringen, effecten en overige investeringen. Een directe investering is een structurele en substantiële investering in een onderneming, veelal moeder/dochterstructuren en joint ventures van multinationals. Effecten zijn beleggingen in aandelen of schuldpapier, bijvoorbeeld een Nederlandse consument die aandelen in Shell of Apple koopt. Overige investeringen zijn bijvoorbeeld internationale leningen van banken en de valutareserves van DNB.
Het extern vermogen van de Nederlandse economie als geheel bestond voor het grootste deel uit directe investeringen (813 miljard euro) terwijl het buitenland meer investeerde in Nederlandse effecten (–522 miljard euro) dan andersom. Uit figuur 5.2.4 blijkt dat verschillende onderdelen van de Nederlandse economie hierbij een verschillende rol spelen. Nederlandse institutionele beleggers – verzekeraars, pensioenfondsen en beleggingsinstellingen – investeerden in totaal voor 1 714 miljard euro in buitenlandse effecten. Het gaat hier voornamelijk om Nederlands pensioenvermogen. Omdat andersom buitenlandse beleggers grootschalig investeerden in Nederlandse beursgenoteerde multinationals, vallen de totale netto Nederlandse bezittingen in effecten echter alsnog negatief uit.
| Sector | Directe investeringen | Effecten | Overig |
|---|---|---|---|
| Niet-financiële bedrijven | 177 | -701,3 | -11 |
| Bancaire sector | 56,9 | -301 | 286,5 |
| Institutionele beleggers | 20,4 | 1714,0 | 37,9 |
| Overige financiele instellingen | 202,8 | -805,3 | 25,6 |
| SPE's | 320,6 | -341,8 | 30,1 |
| Overheid | 1,3 | -180,8 | 22,3 |
| Huishoudens | 34,1 | 94 | 14,5 |
| Totaal Nederland |
813 | -522,3 | 405,9 |
| Bron: DNB | |||
Figuur 5.2.5 laat zien in welke regio’s de Nederlandse internationale bezittingen en verplichtingen zich bevinden. Nederland is het sterkste financieel verweven met andere landen in het eurogebied. Eind 2024 bedroegen de totale bezittingen in het eurogebied (exclusief Ierland en Luxemburg) meer dan 2 750 miljard euro en de verplichtingen 3 000 miljard euro. Op de tweede plek staan de ‘doorstroomjurisdicties’, een groep landen die zeer grote inkomende en uitgaande directe investeringen hebben ten opzichte van de omvang van de economie. Voor een aanzienlijk deel gaat het hier om Ierland en Luxemburg. Daarna volgen de VS en het VK. Veel kleiner zijn de bezittingen en verplichtingen op de ontwikkelingslanden, laagbelastende jurisdicties en opkomende markten.
| Landengroep | Directe investeringen activa | Directe investeringen passiva | Effecten activa | Effecten passiva | Overig activa | Overig passiva | Netto vermogenspositie |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| EMU ²⁾ | 1389,1 | -1338,5 | 556,6 | -1010,6 | 818,4 | -676,1 | -261,0 |
| Doorstroom- jurisdicties |
1083,0 | -1015,0 | 370,5 | -507,4 | 277,6 | -256,8 | -48,1 |
| VS | 755,6 | -899,3 | 700,0 | -683,6 | 179,6 | -164,7 | -112,3 |
| Rest van de wereld | 874,9 | -690,7 | 338,6 | -399,1 | 300,5 | -185,0 | 239,1 |
| VK | 710,8 | -575,8 | 126,5 | -80,9 | 451,4 | -356,1 | 275,9 |
| Laagbelastende jurisdicties (LBJ) |
305,2 | -196,0 | 83,1 | -95,5 | 49,8 | -35,8 | 110,8 |
| Opkomende markten |
452,5 | -186,3 | 47,7 | -11,9 | 28,4 | -29,4 | 301,0 |
| Ontwikkelings- landen |
187,2 | -44,1 | 44,3 | -0,7 | 17,1 | -13,1 | 190,8 |
| Bron: CBS, DNB | |||||||
| ¹⁾ Positieve bedragen betreffen Nederlandse bezittingen in het buitenland en negatieve bedragen verplichtingen aan het buitenland. De geografie van door het buitenland aangehouden effecten is geschat op basis van de IMF CPIS data. ²⁾ Exclusief Ierland en Luxemburg | |||||||
Er stroomt veel kapitaal door Nederland
De sterke verwevenheid met het buitenland ontstaat mede doordat Nederland een belangrijke rol speelt als doorstroomland voor internationaal kapitaal. Buitenlandse multinationals investeren via Nederland in andere landen, waardoor grote directe investeringen Nederland in en weer uit gaan zonder al te veel relatie met het Nederlandse bedrijfsleven. Dit gebeurt meestal via ‘doorstroomvennootschappen’: holdings binnen multinationale ondernemingsgroepen die winststromen zoals dividend en rente doorgeleiden binnen het concern. Deze vennootschappen hebben enorme balansen, maar nauwelijks economische substantie in de vorm van productie en werknemers. Van alle Nederlandse sectoren hebben doorstroomvennootschappen verreweg de grootste grensoverschrijdende posities. In totaal bedragen de buitenlandse bezittingen van de doorstroomvennootschapen eind 2024 ruim 4 000 miljard euro, en de verplichtingen bijna 4 500 miljard euro.
Binnen de categorie doorstroomvennootschappen onderscheiden we enerzijds zogenaamde Special Purpose Entities (SPE’s), die volgens de geldende internationale definities nauwelijks financiële relaties met Nederland hebben, en overige doorstroomvennootschappen die in enige mate verweven zijn met Nederland. Dit gaat bijvoorbeeld om de holdings van sommige beursgenoteerde multinationals, die in Nederland aandelen uitgeven. Figuren 5.2.6a en 5.2.6b laten de binnenlandse en buitenlandse bezittingen en verplichtingen van doorstroomvennootschappen zien. Omdat de SPE’s zich puur op de doorstroom van kapitaal richten, zijn de binnenlandse posities marginaal. Bij de overige doorstroomvennootschappen speelt het binnenland een grotere rol, met name door de deelnemingen in het Nederlandse bedrijfsleven. Niettemin domineren ook hier de financiële relaties met het buitenland, met een aandeel van ruim 90 procent van de verplichtingen en ruim 75 procent van de bezittingen. Zowel de SPE’s als de overige doorstroomvennootschappen zijn het meest verweven met het eurogebied exclusief Ierland en Luxemburg, gevolgd door financiële relaties met doorstroomjurisdicties en de VS.
| Land | Directe investeringen activa | Directe investeringen passiva | Effecten activa | Effecten passiva | Nederlands activa | Nederlands passiva | Overig activa | Overig passiva |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| EMU²⁾ | 541,1 | -463,9 | 14,5 | -156,2 | . | . | 98,7 | -46,7 |
| Doorstroom- jurisdicties |
269,6 | -363,4 | 6,1 | -78,5 | . | . | 22,7 | -66,1 |
| VS | 324,9 | -267,4 | 8,2 | -105,7 | . | . | 8 | -20,9 |
| Rest van de wereld |
336,9 | -219,1 | 11,6 | -43 | . | . | 22,4 | -18,4 |
| VK | 223,7 | -154,3 | 20,6 | -12,5 | . | . | 52 | -29,9 |
| Opkomende markten |
155,6 | -86,3 | 1,4 | -1,8 | . | . | 9,2 | -4,6 |
| Laagbelastende jurisdicties (LBJ) |
75,7 | -94,4 | 3,6 | -14,8 | . | . | 2,2 | -2,2 |
| Ontwikkelings- landen |
61 | -18,8 | 4,8 | -0,1 | . | . | 5,1 | -1,4 |
| Binnenland | . | . | . | . | 2,5 | -11,4 | . | . |
| Bron: DNB | ||||||||
| ¹⁾ Positieve bedragen betreffen de bezittingen in het buitenland en negatieve bedragen de verplichtingen aan het buitenland. De geografie van door het buitenland aangehouden effecten is geschat op basis van de IMF CPIS data. | ||||||||
| ²⁾ Exclusief Ierland en Luxemburg | ||||||||
| Land | Directe investeringen activa | Directe investeringen passiva | Effecten activa | Effecten passiva | Nederlands activa | Nederlands passiva | Overig activa | Overig passiva |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| EMU²⁾ | 368,3 | -443,2 | 15,6 | -265,4 | . | . | 33,5 | -33,5 |
| Doorstroom- jurisdicties |
400,6 | -350,1 | 22 | -133,2 | . | . | 17,8 | -23,5 |
| VS | 164,1 | -248,7 | 11,3 | -179,5 | . | . | 3,2 | -3,3 |
| Rest van de wereld |
196,1 | -134 | 12,4 | -79,5 | . | . | 4,5 | -4,6 |
| VK | 287,3 | -246,1 | 3,5 | -21,2 | . | . | 13,3 | -3,9 |
| Opkomende markten |
84,2 | -53,8 | 3,9 | -3,1 | . | . | 1,1 | -0,2 |
| Laagbelastende jurisdicties (LBJ) |
198,3 | -45,5 | 4,6 | -25,1 | . | . | 0,5 | -0,9 |
| Ontwikkelings- landen |
49,1 | -6,2 | 0,4 | -0,2 | . | . | 0,6 | -0,6 |
| Binnenland | . | . | . | . | 550,8 | -159,5 | . | . |
| Bron: DNB | ||||||||
| ¹⁾ Positieve bedragen betreffen de bezittingen in het buitenland en negatieve bedragen de verplichtingen aan het buitenland. De geografie van door het buitenland aangehouden effecten is geschat op basis van de IMF CPIS data. | ||||||||
| ²⁾ Exclusief Ierland en Luxemburg | ||||||||
De afgelopen jaren neemt de omvang van de Nederlandse doorstroomvennootschappen af ten opzichte van ons bbp. Deze trend is sinds 2018 zichtbaar, en komt deels door de sterke stijging van het (nominale) bbp in Nederland. Maar daarnaast speelt mee dat diverse multinationals doorstroomconstructies in Nederland hebben afgebouwd en de rente- en dividendstromen nu op een andere manier door het concern leiden. Deze afname is waarschijnlijk te relateren aan de invoering van verschillende maatregelen om belastingontwijking te voorkomen. In het verleden was het bijzonder aantrekkelijk voor multinationals om hun winststromen door Nederland te laten lopen en te profiteren van het uitgebreide netwerk van belastingverdragen dat Nederland met andere landen heeft. Dit is minder aantrekkelijk geworden door onder meer de invoering van ‘Wet minimumbelasting 2024’, waarin wordt vastgelegd dat grote multinationals wereldwijd ten minste 15 procent belasting moeten betalen, en de invoering en uitbreiding van bronbelastingen op geldstromen naar laagbelastende jurisdicties.
In 2024 werden diverse constructies met de VS en laagbelastende jurisdicties nog verder afgebouwd. Anderzijds was een kleine toename van de doorstroomactiviteiten zichtbaar ten opzichte van het eurogebied, de doorstroomjurisdicties en het VK.
Nederland blijft wereldspeler in directe investeringen
Ondanks de ingezette daling van doorstroomactiviteiten, staat Nederland over 2024 nog altijd in de top 3 landen wereldwijd met de grootste directe investeringen (OESO, 2025). Nadat in 2023 de uitstaande investeringen het laagste niveau in vijf jaar bereikten, namen zowel de uitgaande als inkomende investeringen in 2024 weer licht toe. De totale inkomende investeringen stegen met 1,7 procent tot 3 527 miljard euro, de uitgaande investeringen met 1,0 procent tot 4 340 miljard euro.
Bij deze en andere genoemde directe investeringen in dit onderdeel van de tekst gaat het om de uitstaande investeringsposities gemeten volgens het zogeheten directionele principe. Hierbij worden alle investeringen door Nederlandse moederondernemingen in het buitenland weergegeven als uitgaande investeringen en worden alle investeringen die door buitenlandse moederondernemingen gedaan worden in Nederland weergegeven als inkomende investeringen. Investeringen van de dochter naar de moeder worden hierbij gesaldeerd met de investeringen van de moeder naar de dochter. Deze specifieke weergave heeft als voordeel dat deze een beter inzicht geeft in de richting van de invloed van de investering, dan bij een standaard presentatie op basis van bezittingen en verplichtingen het geval is.
Figuur 5.2.7 laat zien dat de Nederlandse directe investeringen grotendeels geconcentreerd zijn in drie sectoren van de Nederlandse economie. SPE’s zijn verantwoordelijk voor ongeveer 30 procent van de directe investeringen. De inkomende investeringen van SPE’s zijn met 1 procent toegenomen tot 997 miljard euro, de uitgaande investeringen zijn in 2024 nagenoeg gelijk gebleven en bedroegen eind 2024 1 317 miljard euro.
Overige doorstroomvennootschappen en niet-financiële bedrijven zijn beide verantwoordelijk voor ongeveer een derde van de inkomende en uitgaande directe investeringen. Slechts 4 procent van de uitgaande en 2 procent van de inkomende directe investeringen komen voor rekening van overige sectoren, zoals banken, andere financiële dienstverleners, de overheid en huishoudens.
| Type | SPE's | Niet-financiële bedrijven | Overige doorstroomvennootschappen | Overig |
|---|---|---|---|---|
| Inkomend | . | . | . | . |
| 2024 | 997 | 1277 | 1195 | 59 |
| 2023 | 989 | 1242 | 1182 | 57 |
| 2022 | 1061 | 1395 | 1299 | 44 |
| 2021 | 1020 | 1341 | 1293 | 35 |
| 2020 | 1143 | 1143 | 1259 | 39 |
| Uitgaand | . | . | . | . |
| 2024 | 1317 | 1454 | 1415 | 154 |
| 2023 | 1318 | 1434 | 1392 | 152 |
| 2022 | 1398 | 1633 | 1423 | 144 |
| 2021 | 1364 | 1527 | 1549 | 153 |
| 2020 | 1471 | 1316 | 1548 | 140 |
| Bron: DNB | ||||
Veranderingen in directe investeringsposities door de tijd worden voor een groot deel bepaald door nieuwe investeringstransacties. De waarde hiervan kan per jaar fors verschillen en wordt sterk beïnvloed door specifieke gebeurtenissen, zoals grote herstructureringen van multinationals. In sommige jaren bepaalt slechts een handvol bedrijven het beeld. Zo hing de daling van de uitstaande investeringen in 2023 voor een aanzienlijk deel samen met de ontmanteling van doorstroomstructuren door multinationals. Het wegstrepen van dit soort structuren is zichtbaar in de cijfers als ‘negatieve directe investeringstransacties’; hierdoor was het totaal van de inkomende transacties over heel 2023 –271 miljard euro, en het totaal van de uitgaande transacties –287 miljard euro. Ook in 2024 was het totaal van de transacties negatief, maar in mindere mate: de inkomende transacties bedroegen –24 miljard euro en de uitgaande –14 miljard euro.
De uitstaande directe investeringen worden naast transacties ook beïnvloed door waardeveranderingen en schommelingen van de internationale valutamarkten. Door deze factoren namen de totale directe investeringen in 2024 per saldo alsnog toe.
VS en VK blijven de grootste investeringspartners
Wanneer geldstromen via in Nederland gevestigde SPE’s buiten beschouwing worden gelaten, is de top 5 van directe investeringspartners van Nederland, naar omvang van de directe investeringen, in 2024 ongewijzigd ten opzichte van een jaar eerder. De VS voert consequent de Nederlandse ranglijst met inkomende investeringspartners aan. De top 5 bestond verder uit het VK, Duitsland, Luxemburg en België, zie figuur 5.2.8. Deze vijf landen waren de afgelopen jaren steeds verantwoordelijk voor circa 60 procent van de totale directe buitenlandse investeringen in Nederland.
Veranderingen in de rangorde worden eveneens sterk beïnvloed door gebeurtenissen bij individuele bedrijven. Zo werd de stijging van het VK in 2021 in belangrijke mate veroorzaakt door de verhuizing van Shell vanuit Nederland naar het VK. Luxemburg dankt haar positie als belangrijke handelspartner mede aan haar rol als doorstroomland. De getoonde rangordes hebben namelijk betrekking op het land waar de investering direct vandaan komt of direct heen gaat, en niet waar die oorspronkelijk vandaan komt of uiteindelijk heen gaat. Net als Nederland fungeert Luxemburg voor veel multinationals als tussenstation bij investeringen in andere landen, waardoor het een relatief grote handelspartner van Nederland is.
| Verenigde Staten | Verenigd Koninkrijk | Duitsland | Luxemburg | België | |
|---|---|---|---|---|---|
| 2020 | 1 | 3 | 4 | 2 | 5 |
| 2021 | 1 | 2 | 4 | 3 | 5 |
| 2022 | 1 | 2 | 4 | 3 | 5 |
| 2023 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 |
| 2024 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 |
| Bron: DNB | |||||
De ranglijst van landen waarin Nederland investeert, exclusief SPE’s, werd de afgelopen jaren consequent aangevoerd door het VK, de VS en Zwitserland, zie figuur 5.2.9. Waar in het verleden ook Luxemburg nog regelmatig een plek in de top 5 had, vervolledigen de afgelopen jaren Duitsland en Ierland de top 5. Net als in 2023 was de top 5 in 2024 goed voor bijna 45 procent van de Nederlandse uitgaande directe investeringen.
| Verenigd Koninkrijk | Verenigde Staten | Zwitserland | Duitsland | Ierland | |
|---|---|---|---|---|---|
| 2020 | 1 | 2 | 3 | 6 | 7 |
| 2021 | 1 | 2 | 3 | 5 | 7 |
| 2022 | 1 | 2 | 3 | 4 | 6 |
| 2023 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 |
| 2024 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 |
| Bron: DNB | |||||
5.3Multinationals in Nederland
Deze paragraaf beschrijft de multinationals actief in het Nederlandse bedrijfsleven. Hoeveel multinationals zijn er actief in het Nederlandse bedrijfsleven? Waar komen de buitenlandse multinationals vandaan; hoeveel werkgelegenheid wordt er door multinationals in Nederland gecreëerd en in welke bedrijfstakken zijn ze actief? Tot slot komt ook de internationale handel en het type handel van multinationals in het Nederlandse bedrijfsleven aan bod.
Wat is een multinational?
Een multinational is een onderneming die de uiteindelijke zeggenschap heeft over bedrijven in twee of meer landen. Een Nederlandse multinational is een bedrijf onder (ultieme) Nederlandse zeggenschap met ten minste één dochter (meerderheidsdeelneming) in het buitenland. Een buitenlandse multinational is een in Nederland gevestigde dochteronderneming, waarover de ultieme zeggenschap in het buitenland ligt. Bedrijven zonder een moeder- of dochterbedrijf in het buitenland zijn niet-multinationals.
Groei aantal multinationals in Nederland minimaal
Het aantal multinationals in het Nederlandse bedrijfslevennoot1 groeide van 2022 op 2023 met slechts 1 procent, zie figuur 5.3.1. Deze groei is hiermee lager dan de jaren ervoor, waarbij de jaarlijkse groei ongeveer 3 procentpunt hoger lag. Groeide het aantal multinationals van 25,7 duizend bedrijven in 2021 naar 26,8 duizend bedrijven in 2022, in 2023 nam dat aantal toe tot slechts 27,1 duizend bedrijven. Hiermee was 1,7 procent van het Nederlandse bedrijfsleven een multinational. Ongeveer een derde van deze bedrijven zijn Nederlandse multinationals, twee derde is een buitenlandse multinational. Dit is een vergelijkbaar beeld met de jaren ervoor. Het aantal niet-multinationals groeide van 2022 op 2023 met 5 procent tot afgerond 1,58 miljoen bedrijven. Dit is een daling in groei van 2 procentpunt ten opzichte van het jaar ervoor. Van 2021 op 2022 groeide het aantal niet-multinationals nog van 1,40 miljoen bedrijven tot 1,50 miljoen bedrijven.
| Jaar | Multinationals |
|---|---|
| 2013 | 21,62 |
| 2014 | 22,16 |
| 2015 | 22,34 |
| 2016 | 22,96 |
| 2017 | 23,67 |
| 2018 | 23,68 |
| 2019 | 24,14 |
| 2020 | 24,88 |
| 2021 | 25,72 |
| 2022* | 26,84 |
| 2023* | 27,07 |
Het jaar 2023 bracht enkele wijzigingen voor buitenlandse investeerders met zich mee. Zo werd in juni de wet veiligheidstoetsing investeringen, fusies en overnames (Wet Vifo) geïntroduceerd. Deze wet betreft een veiligheidstoets voor investeringen, fusies en overnames. Middels deze toets wil de Nederlandse overheid de nationale veiligheid in vitale en gevoelige sectoren veiligstellen (RVO, 2024). Meerdere Europese landen kennen een soortgelijke wet (Olsthoorn & van Wijnen, 2022).
Meeste boterhammen worden nog steeds verdiend bij niet-multinationals
In 2023 werkten in Nederland de meeste mensen bij niet-multinationals, zie figuur 5.3.2. Dat beeld is hiermee niet veranderd ten opzichte van de jaren ervoor. Het aantal mensen dat bij een niet-multinational werkte nam van 2022 tot 2023 zelfs toe met 2 procent tot een totaal van 4,3 miljoen werkzame personen. Met 2,5 miljoen werkzame personen is ongeveer 1 op de 3 banen in het Nederlandse bedrijfsleven bij een multinational. Hiermee stagneerde niet alleen het aantal multinationals in 2023, maar bleef ook de werkgelegenheid in absolute zin gelijk aan het jaar ervoor.
| Jaar | Multinationals | Niet-multinationals |
|---|---|---|
| 2013 | 2036 | 3491 |
| 2014 | 2046 | 3498 |
| 2015 | 2062 | 3609 |
| 2016 | 2154 | 3684 |
| 2017 | 2243 | 3784 |
| 2018 | 2383 | 4046 |
| 2019 | 2339 | 4034 |
| 2020 | 2292 | 3974 |
| 2021 | 2367 | 4041 |
| 2022* | 2462 | 4228 |
| 2023* | 2482 | 4314 |
Handel en wandel voor multinationals in het Nederlandse bedrijfsleven
Het grootste deel van de multinationals in het Nederlandse bedrijfsleven – ruim een derde – is actief in de groot- en detailhandel. Met respectievelijk 17 en 14 procent zijn de meeste multinationals achtereenvolgens actief in de specialistische zakelijke diensten en de industrie. Als we in figuur 5.3.3 Nederlandse multinationals met buitenlandse multinationals in Nederland vergelijken, zijn de Nederlandse multinationals iets minder vaak actief in de groothandel (buitenlandse multinationals: 36 procent; Nederlandse multinationals: 30 procent) en iets vaker actief in de industrie (buitenlandse multinationals: 13 procent; Nederlandse multinationals: 17 procent).
Als we naar het volledige Nederlandse bedrijfsleven kijken, en niet uitsluitend naar multinationals, zien we een iets andere verdeling. In totaliteit zijn de meeste bedrijven actief in de specialistische zakelijke diensten (29 procent), gevolgd door de groot- en detailhandel (19 procent) en een gedeelde derde plek voor de bedrijfstak informatie en communicatie en de verhuur en overige zakelijke diensten (beide 8 procent). Niet-multinationals zijn dus relatief vaak in andere bedrijfstakken, zoals diverse diensten, te vinden.
| Type bedrijf | Industrie | Groot-en detailhandel | Vervoer en opslag | Informatie en communicatie | Specialistische zakelijke diensten | Verhuur en overige zakelijke diensten | Overige bedrijfstakken |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Buitenlandse multinationals | 13 | 36 | 6 | 13 | 17 | 5 | 10 |
| Nederlandse multinationals | 17 | 30 | 6 | 10 | 18 | 6 | 13 |
| NL bedrijfsleven | 5 | 19 | 4 | 8 | 29 | 8 | 26 |
Veel handen maken licht werk bij Nederlandse multinationals
In figuur 5.3.4 zien we dat 28 procent van de Nederlandse multinationals 50 of meer werkzame personen had. Voor buitenlandse multinationals was dit 19 procent. In 2023 stonden er gemiddeld 129 werkzame personen op de loonlijst van een Nederlandse multinational. Het gemiddeld aantal werkzame personen op de loonlijst van een buitenlandse multinational was met 73 personen haast de helft. Dit beeld is de afgelopen jaren nauwelijks veranderd.
Bij een niet-multinational stonden er met gemiddeld 3 personen, heel wat minder mensen op de loonlijst. 81 procent van de niet-multinationals bestond uit bedrijven met slechts 1 werkzaam persoon. Slechts 2 procent van de niet-multinationals had tussen de 10 en 49 werkzame personen. 50 of meer werkzame personen kwamen bij niet-multinationals slechts minimaal voor (0,4 procent van alle niet-multinationals).
| Type bedrijf | 1 werkzaam persoon | 2 - 9 werkzame personen | 10 - 49 werkzame personen | 50 - 249 werkzame personen | 250 of meer werkzame personen |
|---|---|---|---|---|---|
| Buitenlandse multinationals | 5,3 | 4,7 | 4,4 | 2,6 | 0,8 |
| Nederlandse multinationals | 1,8 | 2 | 3 | 1,9 | 0,6 |
| Niet-multinationals | 1272,4 | 260,7 | 38,6 | 5,2 | 0,6 |
Relatief hoge werkgelegenheid bij bedrijfstak verhuur en overige zakelijke diensten
De top 3 werkgelegenheid naar bedrijfstak bij multinationals – figuur 5.3.5 – laat een iets andere verdeling zien dan de top 3 aantal bedrijven naar bedrijfstak – figuur 5.3.3. Waar de meeste multinationals in aantallen achtereenvolgens actief zijn in de groot- en detailhandel, specialistische zakelijke diensten en de industrie, wordt de meeste werkgelegenheid gecreëerd door eveneens de groot- en detailhandel, gevolgd door de industrie, maar ook de verhuur en overige zakelijke diensten. Ook de werkgelegenheid naar bedrijfstak in het totale Nederlandse bedrijfsleven wijkt iets af van de aantallen bedrijven naar bedrijfstak. De meeste werkgelegenheid wordt gecreëerd in de groot- en detailhandel, gevolgd door de verhuur en overige zakelijke diensten, en de specialistische zakelijke diensten.
| Type bedrijf | Industrie | Groot-en detailhandel | Vervoer en opslag | Informatie en communicatie | Specialistische zakelijke diensten | Verhuur en overige zakelijke diensten | Overige bedrijfstakken |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Buitenlandse multinationals | 20 | 28 | 11 | 10 | 9 | 14 | 8 |
| Nederlandse multinationals | 17 | 29 | 9 | 6 | 9 | 20 | 10 |
| NL bedrijfsleven | 12 | 25 | 7 | 6 | 14 | 16 | 20 |
Meeste buitenlandse multinationals komen uit de VS, maar ook veel van dichter bij huis
Met 3 350 bedrijven kwamen de meeste buitenlandse multinationals in 2023 nog steeds uit de VS, zie figuur 5.3.6. Ongeveer een vijfde van het totaal aantal buitenlandse multinationals in Nederland is hiermee afkomstig uit de VS. Dit beeld is niet veranderd ten aanzien van de jaren ervoor. Na de VS, hebben Duitsland, het VK en België met respectievelijk 2 485, 2 165 en 2 010 bedrijven, de meeste multinationals in Nederland.
Indien we ook Frankrijk, Zwitserland, Zweden en Denemarken meenemen, dan kunnen we stellen dat met meer dan de helft (52 procent in totaal), ook veel buitenlandse multinationals van dichter bij huis komen. Ongeveer 46 procent van alle buitenlandse multinationals in Nederland kwam in 2023 uit een EU-land (8 305; dus exclusief eerdergenoemd Zwitserland en het VK).
Multinationals hebben een diversiteit aan redenen om buitenlandse dochters te hebben. Er kan hierbij gedacht worden aan onder andere het aanboren van nieuwe markten of middelen om de effectiviteit of productiviteit te verhogen of voor bijvoorbeeld belastingvoordelen (British Business Bank, 2025). Vaak wordt hierbij gedacht aan verre locaties. Toch zijn er ook redenen voor multinationals om dichter bij huis te investeren. Niet alleen de geografische afstand is kleiner, ook de culturele afstand is kleiner (Hofstede, 2001). Markten dichter bij huis kunnen relatief makkelijker met de eigen markt vergeleken worden, wet- en regelgeving overlappen vaak, taal vormt in mindere mate een barrière en ook bijvoorbeeld arbeidsethos en politieke denkwijzen zijn vaak relatief vergelijkbaar, wat tot minder onzekerheid en kosten kan leiden (Kashefi-Pour et al., 2020).
Sterkste groei van Zwitserse en Chinese multinationals in Nederland
De meeste multinationals in Nederland komen jaarlijks uit de VS en van 2022 op 2023 groeide dat aantal verder met 5 procent. Toch kent de VS niet de sterkste groei. Zwitserse multinationals kwamen in 2023 in aantallen op de zesde plek, maar kenden met 9 procent de sterkste groei in de top 10 herkomstlanden ten aanzien van het jaar ervoor (van 600 naar 655 bedrijven; figuur 5.3.7). Ook het aantal Chinese multinationals in Nederland is met 7 procent relatief sterk toegenomen tot een totaal van 525 bedrijven in 2023. Het aantal multinationals in Nederland afkomstig uit een Europees land nam in 2023 toe met slechts 1 procent ten aanzien van het jaar ervoor.
| Herkomst | 2023* |
|---|---|
| VS | 3350 |
| Duitsland | 2485 |
| VK | 2165 |
| België | 2010 |
| Frankrijk | 1035 |
| Zwitserland | 655 |
| Japan | 610 |
| Zweden | 570 |
| China | 525 |
| Denemarken | 355 |
Buitenlandse multinationals zingen het hoogste lied in de internationale handel
Ongeveer twee derde van zowel de totale Nederlandse import- als exportwaarde van goederen in 2023 kwam voor rekening van buitenlandse multinationals, zie figuur 5.3.8.noot2 Dit betreft een importwaarde van 340,3 miljard euro en een exportwaarde van 303,1 miljard euro. Door de hogere importwaarde hebben de buitenlandse multinationals een handelstekort in de goederenhandel. Hoewel de import- en exportwaarden van goederen van Nederlandse multinationals en niet-multinationals vele malen lager liggen dan bij de buitenlandse multinationals, kennen ook deze een handelstekort in de goederenhandel.
Buitenlandse multinationals zongen ook het hoogste lied in de dienstenhandel van 2023. Ongeveer driekwart van de totale importwaarde van de dienstenhandel (172,7 miljard euro) kwam voor rekening van buitenlandse multinationals. De exportwaarde had met 173,0 miljard euro een vergelijkbare omvang. Hoewel zowel Nederlandse als buitenlandse multinationals een handelsoverschot in de dienstenhandel hebben, hebben niet-multinationals juist een handelstekort.
| Handelsstroom | Buitenlandse multinationals | Nederlandse multinationals | Niet-multinationals |
|---|---|---|---|
| Goederen | . | . | . |
| Import | 340,3 | 127,7 | 79,5 |
| Export | 303,1 | 84,3 | 77,9 |
| Diensten | . | . | . |
| Import | 172,6 | 36,5 | 21,5 |
| Export | 173 | 50,4 | 20,3 |
Meeste multinationals in Nederlandse bedrijfsleven zijn two-way trader
Figuur 5.3.9 toont de verdeling van het aantal handelaren in het Nederlandse bedrijfsleven naar type en multinationalstatus. De meeste buitenlandse multinationals importeerden én exporteerden in 2023 goederen en/of diensten, genaamd two-way traders. Onder de Nederlandse multinationals was het aandeel two-way traders het hoogst. Haast driekwart van de Nederlandse multinationals was in 2023 two-way trader. Voor de buitenlandse multinationals betreft dit ongeveer twee derde van de bedrijven. De niet-multinationals laten een heel andere verdeling zien. Binnen deze groep neemt juist twee derde van de bedrijven helemaal geen deel aan de internationale handel. Dat is ook niet zo vreemd, aangezien een groot deel van deze bedrijven bestaat uit eenmanszaken en internationaal handelen vaak is weggelegd voor grotere, productievere bedrijven die bijbehorende kosten en risico’s kunnen dragen (Creusen et al., 2011; Wagner, 2007).
Voor zowel multinationals als niet-multinationals is vervolgens het aandeel bedrijven dat uitsluitend importeert het grootst. Dit betreft voor alle onderscheiden multinationalstatussen ongeveer 1 op de 5 bedrijven. Het aandeel bedrijven dat uitsluitend exporteert is binnen alle multinationalstatussen juist het laagst (minder dan 5 procent).
| Type | Uitsluitend importeur | Uitsluitend exporteur | Two-way trader | Niet-handelaar |
|---|---|---|---|---|
| Buitenlandse multinationals | 3435 | 705 | 11945 | 1755 |
| Nederlandse multinationals | 1530 | 310 | 6740 | 640 |
| Niet-multinationals | 384295 | 42955 | 99615 | 1050685 |
5.4Activiteiten van Nederlandse multinationals in het buitenland
Nederland is niet alleen aantrekkelijk voor buitenlandse multinationals, het buitenland lonkt ook voor Nederlandse multinationals. Deze paragraaf is de tegenhanger van paragraaf 5.3 en focust op dochterondernemingen van Nederlandse multinationals in het buitenland. In welke landen zijn Nederlandse multinationals actief? Hoeveel personen werken er bij Nederlandse multinationals in het buitenland en hoe is hoog is de arbeidsproductiviteit bij deze multinationals?
Meeste Nederlandse dochterondernemingen nog steeds in Duitsland
De meeste dochterondernemingen van Nederlandse multinationals vinden we nog steeds terug bij onze oosterbuur, zie figuur 5.4.1. Het aantal dochterondernemingen van Nederlandse multinationals in Duitsland nam van 2022 op 2023 weliswaar met ongeveer 7 procent af tot 3 368 bedrijven, toch staat Duitsland nog steeds onovertroffen op de eerste plek. Ook het totaal aantal Nederlandse dochterondernemingen in het buitenland daalde. Waar er in 2022 wereldwijd nog 22,7 duizend Nederlandse dochterondernemingen waren, nam dit aantal in 2023 af tot 20,9 duizend.
Ook onze zuiderbuur België is in trek. Waar de VS in 2022 met 2 469 bedrijven nog op de tweede plek stond, zakte het land in 2023 met 2 177 bedrijven naar de derde plek. Het aantal dochterondernemingen van Nederlandse multinationals in België bleef met 2 236 bedrijven in 2023 vrij stabiel aan het jaar ervoor en schoof hiermee op naar de tweede plek van landen met meeste dochterondernemingen van Nederlandse multinationals. Verreweg de meeste Nederlandse dochterondernemingen in België – 1 op de 3 – zijn actief in de groot- en detailhandel.
| Bestemmingen | 2023 * | 2022 |
|---|---|---|
| Top 10 bestemmingen dochter- ondernemingen |
. | . |
| Duitsland | 3368 | 3630 |
| België | 2236 | 2215 |
| VS | 2177 | 2469 |
| VK | 1378 | 1506 |
| Frankrijk | 953 | 1005 |
| Spanje | 907 | 930 |
| Polen | 861 | 968 |
| China | 582 | 714 |
| Italië | 444 | 536 |
| Tsjechië | 406 | 300 |
| Investerings- bestemmingen BRICS |
. | . |
| India | 240 | 235 |
| Brazilië | 237 | 274 |
| Zuid-Afrika | 164 | 194 |
| Rusland | 114 | 158 |
De BRICS-landen – oorspronkelijk Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika – trachten een tegenwicht te bieden aan heersende economische grootmachten zoals de VS. 2023 was de vooravond van de uitbreiding van de BRICS, waarbij gedurende de jaarlijkse top van leiders in Johannesburg werd kenbaar gemaakt dat Egypte, Ethiopië, Iran, Saoedi-Arabië en de VAE in 2024 zouden toetreden. Argentinië trok later een beoogd lidmaatschap in (Council of Councils, 2023).
Het aantal dochterondernemingen van Nederlandse multinationals in BRICS-landen staat echter nog in schril contrast met het aantal dochterondernemingen van Nederlandse multinationals in de VS. De meeste dochterondernemingen worden achtereenvolgens gevonden in China (582), India (240) en Brazilië (237). Tezamen is het aantal dochterondernemingen in deze drie landen ongeveer de helft van het aantal Nederlandse dochterondernemingen in de VS. Waar veel Nederlandse dochterondernemingen in China en Brazilië actief zijn in de groot- en detailhandel met respectievelijk 41 en 25 procent, zijn veel Nederlandse dochters in India juist actief in de informatie en communicatie (28 procent).
Meeste werkgelegenheid bij Nederlandse dochterondernemingen in de VS
Met 457 duizend personen waren in 2023 de meeste personen werkzaam bij dochterondernemingen van Nederlandse multinationals in de VS, zie figuur 5.4.2. Duitsland volgt met 171 duizend personen op de tweede plek. Waar voor vrijwel alle top 10 investeringslanden een daling te zien was van 2022 op 2023 wat betreft het aantal werkzame personen, hield ook hierin België het hoofd goed boven water. Er was zelfs een lichte stijging te zien in de werkgelegenheid tot een totaal van 98 duizend werkzame personen. Uiteraard is de werkgelegenheid bij een dochteronderneming sterk afhankelijk van de bedrijfstak en bijbehorende arbeidsintensiteit.
| Bestemmingen | 2023 * | 2022 |
|---|---|---|
| Top 10 bestemmingen dochter- ondernemingen |
. | . |
| Duitsland | 171 | 187 |
| België | 98 | 96 |
| VS | 457 | 484 |
| VK | 100 | 106 |
| Frankrijk | 104 | 105 |
| Spanje | 69 | 49 |
| Polen | 83 | 100 |
| China | 67 | 81 |
| Italië | 76 | 85 |
| Investerings- bestemmingen BRICS |
. | . |
| Brazilië | 109 | 120 |
| Zuid-Afrika | 7 | 9 |
| Rusland | 9 | 21 |
| 1)Wegens geheimhoudingsverplichting kunnen er geen cijfers worden weergegeven voor top 10 bestemmingsland Tsjechië en BRICS-land India. | ||
Opvallend is echter ook de flinke werkgelegenheid in Brazilië. Met 109 duizend werkzame personen in 2023 volgt Brazilië de werkgelegenheid van Nederlandse dochters in Duitsland op de voet. Ongeveer 40 procent van deze werkzame personen werkt bij een bedrijf actief in de industrie. Brazilië is voor een breed scala aan redenen aantrekkelijk voor Nederlandse multinationals. Het land maakt deel uit van handelsblok Mercosur (CBS, 2025), wat economische integratie in de aangesloten Zuid-Amerikaanse landen – Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay – vergemakkelijkt. Het land heeft met meer dan 200 miljoen inwoners een brede afzetmarkt, maar ook een grote arbeidsmarkt. Het land is ook aantrekkelijk vanwege onder andere de vele natuurlijke grondstoffen en diverse stimuleringsmaatregelen van de Braziliaanse overheid (Flanders Investment & Trade, 2025; RVO, 2025).
Meeste omzet per vte bij Nederlandse dochters in Frankrijk
Figuur 5.4.3 geeft een mate van arbeidsproductiviteit van Nederlandse dochtermaatschappijen weer, gemeten in omzet per voltijdequivalent (vte).noot3 Met ruim 1 miljoen euro per vte werd de meeste omzet per vte in 2023 gegenereerd bij dochterondernemingen van Nederlandse multinationals in Frankrijk. Dochterondernemingen van Nederlandse multinationals in de VS en het VK volgden achtereenvolgens op de tweede en derde plek met respectievelijk 811,6 duizend en 522,5 duizend euro per vte.
| Bestemmingen | 2023* | 2022 |
|---|---|---|
| Top 10 bestemmingen dochter- ondernemingen |
. | . |
| Duitsland | 518 | 552,6 |
| België | 448,8 | 460,6 |
| VS | 811,6 | 663,7 |
| VK | 537,1 | 462,4 |
| Frankrijk | 1012,8 | 757,7 |
| Spanje | 522,5 | 497,5 |
| Polen | 276,8 | 222,3 |
| China | 370,4 | 326,8 |
| Investerings- bestemmingen BRICS |
. | . |
| Brazilië | 245,1 | 223,7 |
| Zuid-Afrika | 463,7 | 379,1 |
| Rusland | 215,2 | 281,6 |
| 1)Wegens geheimhoudingsverplichting kunnen er geen cijfers worden weergegeven voor de top 10 bestemmingslanden Italië en Tsjechië en BRICS-land India. | ||
Waar het aantal dochterondernemingen en het aantal werkzame personen van Nederlandse multinationals in de meeste BRICS-landen nog relatief beperkt was in 2023, is de gegenereerde omzet per vte bij Nederlandse dochters in deze landen echter relatief hoog in vergelijking met de top 10 investeringslanden. De omzet per vte bij Nederlandse dochters in Zuid-Afrika (463,7 duizend euro omzet per vte) is relatief vergelijkbaar met die van Nederlandse dochterondernemingen in top-investeringsbestemming België (448,8 duizend euro omzet per vte). Uiteraard dient ook hierbij de kanttekening gemaakt te worden dat de hoogte van de omzet per vte sterk afhankelijk is van de bedrijfstak waarin de dochteronderneming actief is.
5.5Literatuur
Literatuur
British Business Bank (2025). Due diligence checklist – buying a business. British Business Bank. Geraadpleegd op 28 mei 2025.
CBS (2025, 28 maart). Nederland grootste EU-goederenimporteur uit Mercosur-landen. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 25 mei 2025.
Council of Councils (2023). The BRICS Summit 2023: Seeking an Alternate World Order? Council of Councils. Geraadpleegd op 28 mei 2025.
Creusen, H., Kox, H., Lejour, A., & Smeets, R. (2011). Exploring the margins of Dutch exports: A firm-level analysis. De Economist, 159(4), 413.
Flanders Investment & Trade (2025). Exporteren naar Brazilië. Flanders Investment & Trade. Geraadpleegd op 28 mei 2025.
Hofstede, G. (2001). Culture’s Consequences: Comparing Values, Behaviors, Institutions and Organizations Across Nations. Behaviour Research and Therapy, 41(7).
Kashefi-Pour, E., Amini, S., Uddin, M., & Duxbury, D. (2020). Does Cultural Difference Affect Investment–Cash Flow Sensitivity? Evidence from OECD Countries. British Journal of Management, 31(3), 636–658.
OESO (2025). FDI main aggregates, BMD4. [Dataset]. Geraadpleegd op 9 juli 2025.
Olsthoorn, S., & van Wijnen, J. F. (2022). Het beschermen van hightechindustrie is een balanceeract. Het Financieele Dagblad. Geraadpleegd op 28 mei 2025.
RVO (2024). Veilig en weerbaar ondernemen: Wet Vifo. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Geraadpleegd op 28 mei 2025.
RVO (2025). Zakelijke kansen in Brazilië. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Geraadpleegd op 28 mei 2025.
Wagner, J. (2007). Exports and productivity: A survey of the evidence from firm-level data. World Economy, 30(1), 60–82.
Noten
Het totale (niet-financiële) bedrijfsleven bestaat uit secties B t/m N exclusief K en inclusief S95 van de SBI 2008.
Goederenwaarden in dit hoofdstuk hebben betrekking op import- en exportwaarden volgens het concept grensoverschrijding, inclusief wederuitvoer en exclusief quasi-doorvoer.
In de OFATS-statistiek is enkel de omzet per buitenlandse dochtermaatschappij bekend waardoor er gekozen is voor een arbeidsproductiviteitsmaatstaf op basis van omzet per vte in plaats van toegevoegde waarde per vte.