Foto omschrijving: Premier Rutte loopt over een rode loper, op weg naar een vergadering van de Europese raad in Brussel

Belangrijke ontwikkelingen in 2024 en 2025

Auteurs: Sarah Creemers, Shalane Pijnenburg, Mauro Pinna, Pascal Ramaekers, Christiaan Visser

Nederlandse goederenhandel met de Verenigde Staten in het eerste kwartaal van 2025: export was 10 miljard euro en import 14,9 miljard euro. Daardoor had Nederland een tekort van 4n9 miljard euro op de goederen handelsbalans met de Verenigde Staten. N e d e r l a n d s e g oe d e r e n h a n d e l 1) m e t d e V S , 1e k w ar t a al 2025* E x p o r t a a n d e e l 5 , 8 % I m p o r t a a n d e e l 1 0 , 0 % Nederland naar V S €10,0 m l d V S naar Nederland €14,9 m l d €-4,9 m l d V olgens het c on c ept g r ens o v e r schrijding inclusief wederuit v oe r , maar zonder quasi-doo r v oe r . 1)

In dit hoofdstuk staan enkele belangrijke actuele ontwikkelingen centraal: gebeurtenissen of trends in de wereld die invloed hebben op de Nederlandse economie en samenleving. Nederland is als handelsland gevoelig voor ontwikkelingen in het buitenland. In de tweede paragraaf van dit hoofdstuk richten we ons op dreigende invoerheffingen. De recent ontketende handelsoorlog door de VS waarbij president Trump voor vrijwel alle landen invoerheffingen aankondigde of oplegde, zorgt wereldwijd voor veel onzekerheid over wat er precies zal gebeuren en over de mogelijke gevolgen. Leidt dit tot een tijdelijke toename van de handel met de VS, vooruitlopend op hogere heffingen? In de derde paragraaf staan de VS, de EU, China, Rusland en India centraal – belangrijke machtsblokken in de wereld. Wat zijn de economische overeenkomsten en verschillen tussen deze grootmachten, en welke rol spelen zij op mondiaal niveau? Daarnaast verdient in de vierde paragraaf ook een specifiek en gevoelig aspect van internationale handel aandacht: de handel in militaire goederen zoals wapens en munitie. Wat zijn de belangrijkste herkomst- en bestemmingslanden voor de Nederlandse handel? Hoe zit het met zogeheten dual-use-goederen, goederen die ook militair kunnen worden ingezet, zoals drones? Dit hoofdstuk geeft antwoord op deze en vele andere vragen.

2.1Belangrijkste bevindingen

Trump 2.0: anticiperen op de dreigende invoerheffingen

  • In tegenstelling tot de grote EU-landen, heeft Nederland een handelstekort van goederen met de VS. Nederland had in 2023 een tekort van 10,3 miljard euro op de goederen­handels­balans, wanneer we naast quasi-doorvoer ook wederuitvoerstromen bij import en export buiten beschouwing laten. Er werd vooral voor een hoge waarde aan Amerikaanse ruwe aardolie en aardgas ingevoerd. Als we niet corrigeren voor wederuitvoerstromen is de balans met de VS nog meer negatief.
  • In het eerste kwartaal van 2025 nam de Amerikaanse import van goederen fors toe. De totale invoerwaarde steeg met 25 procent ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder, wat wijst op een mogelijk anticipatie-effect in aanloop naar de dreigende invoerheffingen.
  • De sterke groei van de Amerikaanse import werd voornamelijk veroorzaakt door een flinke toename van goederen uit de EU. Dit werd met name gedreven door een aanzienlijke stijging in de invoer van organische chemicaliën en farmaceutische producten, waarbij Ierland de belangrijkste leverancier was.
  • Ondanks alle onzekerheden ontwikkelde de Nederlandse export zich positief. De totale export naar alle landen samen nam toe in het vierde kwartaal van 2024 en het eerste kwartaal van 2025, maar minder hard dan die naar de VS.
  • De Nederlandse export naar de VS was in het vierde kwartaal van 2024 10,0 procent hoger dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Voor het eerste kwartaal van 2025 zien we een groei van 16,6 procent. Er werd vooral voor een hogere waarde aan chipmachines en geneesmiddelen uitgevoerd naar de VS.
  • Ook de Nederlandse export van goederen naar Duitsland kende een forse groei, vooral in het eerste kwartaal van 2025 ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder.

Hoe presteert de EU in vergelijking met de VS, China, Rusland en India?

  • De VS, de EU, China, Rusland en India zijn belangrijke machtsblokken in de wereld en zijn samen goed voor twee derde van het wereldwijde bbp.
  • India is de enige van de vijf met een sterk groeiende beroepsbevolking richting 2050.
  • Economisch is de VS de grootste macht en kent de EU de laatste jaren (2021–2024) de laagste economische groei van de vijf machtsblokken.
  • De EU is wereldwijd de grootste handelaar in goederen en diensten en tevens de grootste investeerder in andere regio’s.
  • Op het vlak van innovatie presteert de VS het beste op enige afstand gevolgd door China, dan de EU en op grote afstand Rusland en India.
  • De EU scoort het beste als het gaat om levenskwaliteit en levenstevredenheid. Daarna volgt de VS en op grote afstand de andere drie.
  • Op het vlak van duurzaamheid is het ook de EU met de beste prestaties. Vanwege relatief veel armoede heeft India de kleinste ecologische voetafdruk.
  • Geopolitiek gezien is de VS het machtigste land, terwijl Rusland qua waarde de grootste bodemschatten bezit.

Handel in militaire goederen en dual-use goederen

  • Nederland voerde in 2024 voor 580,8 miljoen euro aan militaire goederen in, terwijl ons land voor 346 miljoen euro uitvoerde. Voor zowel import als export ging het om een record, sinds de meting startte in 2015. In het eerste kwartaal van 2025 zette deze trend zich voort. Zo werd er voor 148 miljoen euro aan militaire goederen ingevoerd; bijna even veel als in het gehele jaar 2019. Sinds de metingen in 2015 begonnen, zijn er in geen enkel eerste kwartaal zoveel van deze goederen in- en uitgevoerd als in het eerste kwartaal van 2025.
  • De forse groei in de invoerwaarde van militaire goederen begon in 2023, toen er voor 87,6 procent meer werd ingevoerd ten opzichte van het jaar ervoor. In 2024 steeg ook de uitvoerwaarde, met 63,6 procent ten opzichte van 2023.
  • Duitsland was in 2024 met een aandeel van 40 procent verreweg het belangrijkste land van herkomst voor militaire goederen die naar Nederland kwamen.
  • Gemotoriseerde gevechtsvoertuigen en onderdelen waren de meest ingevoerde goederen in 2024 met een invoerwaarde van 189,9 miljoen euro. Daarnaast werd er voor 155,9 miljoen euro aan oorlogsmunitie ingevoerd. De invoerwaarde van deze twee goederensoorten was goed voor 60 procent van de invoerwaarde van militaire goederen.
  • Eenzelfde beeld is zichtbaar bij de uitvoer; in 2024 werden met name (onderdelen van) gemotoriseerde voertuigen en oorlogsmunitie uitgevoerd.
  • Naast militaire goederen werd ook gehandeld in zogeheten dual-use goederen. Dit zijn goederen die voor zowel civiele als militaire doeleinden gebruikt kunnen worden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan drones. De import- en exportwaarde van deze goederen volgde eenzelfde patroon als de niet-dual-use goederen. Zo piekte de invoerwaarde van dual-use goederen in 2022 op 201 miljard euro. De exportwaarde piekte in datzelfde jaar op 228 miljard euro.
  • Duitsland was de belangrijkste afnemer voor de Nederlandse export van dual-use goederen; in 2024 ging er voor 36,7 miljard euro aan deze goederen naar Duitsland. Kijken we alleen naar de uitvoer van Nederlandse makelij, dan was de VS de belangrijkste afnemer. Naar Duitsland werd namelijk relatief veel wederuitgevoerd.
  • In 2024 was de VS bovendien het belangrijkste herkomstland voor de Nederlandse import van dual-use goederen, op korte afstand gevolgd door Duitsland en China.

Leeswijzer

In paragraaf 2.2 brengen we de mogelijke anticipatie-effecten in de export naar de VS in kaart. Hiervoor kijken we enerzijds naar de Amerikaanse import op basis van handelsdata van het U.S. Census Bureau, en anderzijds naar de Nederlandse export op basis van handelsdata van het CBS. Daarna volgt in paragraaf 2.3 een vergelijking tussen economische en/of militaire grootmachten in de wereld: de VS, China, de EU, Rusland en India. De Nederlandse handel in militaire goederen en dual-use goederen komt aan bod in paragraaf 2.4.

2.2Trump 2.0: anticiperen op de dreigende invoerheffingen

In november 2024 werd Donald Trump opnieuw verkozen tot president van de Verenigde Staten. Tijdens zijn eerste presidentschap voerde hij een uitgesproken protectionistisch handelsbeleid onder het motto America First. In maart 2018 kondigde hij forse invoerheffingen aan op staal en aluminium van respectievelijk 25 en 10 procentnoot1, met als doel de Amerikaanse industrie te beschermen (The White House, 2018). Niet lang daarna escaleerde de situatie tot wereldwijde handelsconflicten, met als belangrijkste voorbeelden de handelsoorlogen tussen de VS en China en tussen de VS en de EU. De spanningen met China leidden tot wederzijdse importheffingen ter waarde van honderden miljarden US dollars (Fajgelbaum & Khandelwal, 2021). De heffingen op de Chinese import werden voor het eerst opgelegd door president Trump en werden gehandhaafd door president Biden (Tankersley, 2024). Tegelijkertijd legde de VS ook heffingen op Europees staal op om de binnenlandse staalindustrie te beschermen, waarop de EU reageerde met vergeldingsheffingen op uiteenlopende Amerikaanse producten zoals whisky, sinaasappelsap, vlees, en staal- en aluminiumproducten (Franssen et al., 2020; Van de hei et al., 2018). Deze handelsmaatregelen hadden een negatief effect op de wereldhandel en droegen bij aan een afzwakking van de wereldwijde economische groei (IMF, 2019). In 2021 schortten de VS en de EU de maatregelen op na een akkoord onder president Joe Biden (Evofenedex, 2025).

De herverkiezing van Trump wordt vaak als breekpunt genoemd (Nelson, 2024; Walsh, 2024). President Trump dreigt al sinds zijn aantreden met importheffingen op alle goederen uit alle landen. Zo tekende hij op 10 februari 2025 een decreet waarmee per 12 maart de importheffingen op staal en aluminium zouden worden verhoogd naar 25 procent. Deze heffingen waren bedoeld voor alle landen en omvatten ook bijna 300 afgeleide producten (Evofenedex, 2025; Executive Office of the President, 2025a en 2025b). Eind februari kondigde hij bovendien een belasting van 25 procent aan op alle goederen uit de Europese Unie, wat leidde tot nervositeit op de internationale markten (Pogue, 2024; Van Rijkswijk, 2025). Op 2 april 2025 werden deze plannen concreet toen president Trump bekendmaakte een basisheffing van 10 procent te zullen invoeren op alle goederen die de VS binnenkomen. Deze heffing zou van toepassing zijn op vrijwel alle landen, inclusief de EU (De Lemos Peixoto et al., 2025). Daarnaast werd een aanvullende heffing aangekondigd dat afhankelijk is van de bilaterale handelsbalans van goederen, waarbij landen met wie de Verenigde Staten een groot handelstekort hebben zwaarder zouden worden belast. Voor de EU betekende dit in eerste instantie een invoerheffing van 20 procent. Aanvankelijk zou deze verhoogde heffing op 9 april 2025 in werking treden. Op diezelfde dag kondigde president Trump echter aan de invoering met 90 dagen uit te stellen. Daarmee bleef voorlopig alleen de basisheffing van 10 procent van kracht, waarvan de inwerkingtreding destijds voor 6 juli 2025 was gepland (Da Rocha et al., 2025).

Een mogelijk gevolg van deze dreigende invoerheffingen is dat handelspartners hun export naar de VS eerder afhandelen om toekomstige invoerheffingen voor te zijn. Dit fenomeen wordt aangeduid als anticipatie-effect, en verwijst naar het naar voren halen van handelsstromen in afwachting van beleidsveranderingen om toekomstige kostenstijgingen te vermijden. Daar lijkt ook sprake van. In maart 2025 nam de Amerikaanse importwaarde immers met 32,2 procent toe ten opzichte van dezelfde maand een jaar eerder. Ook in januari en februari groeide de Amerikaanse importwaarde fors (U.S. Census Bureau, 2025). In China leidde het versneld verschepen van goederen naar de VS om mogelijke invoerheffingen voor te blijven tot een exportgroei in november en december 2024 en januari 2025 (BNR, 2024; U.S. Census Bureau, 2025). De Chinese export naar de VS daalde fors in april 2025, toen de VS nieuwe importheffingen invoerde (Bao, 2025a; Feingold & Botwright, 2025). Ook binnen de EU lijkt geanticipeerd te worden op het handelsbeleid van president Trump. Zo groeide de export vanuit de EU naar de VS in februari en maart 2025 aanzienlijk in aanloop naar de aangekondigde invoerheffingen (Dulaney, 2025; Reuters, 2025). Zo probeerden Vlaamse brouwerijen bijvoorbeeld hun voorraden bier zo snel mogelijk de Amerikaanse grens over te krijgen voordat eventuele accijnzen of invoerheffingen ingaan (Segers, 2025). Bedrijven in Nederland volgden dezelfde strategie en schroefden hun export naar de VS op zolang de nieuwe invoerheffingen nog niet van kracht waren (Van Rijswijk 2025).

Ook zonder wederuitvoer heeft Nederland groot handelstekort met de VS

De groeiende goederenhandelskloof tussen de VS en de EU wakkert president Trumps dreiging met invoerheffingen verder aan. President Trump hekelt geregeld het goederenhandelstekort dat de VS heeft met veel handelspartners, waaronder de EU (Verhaeghe, 2025). In tegenstelling tot de belangrijkste economieën in de EU, heeft Nederland juist een handelstekort met de VS (CBS, 2025a). Nederland importeerde in 2023 een hogere waarde aan goederen uit de VS dan het daarheen exporteerde, zie figuur 2.2.1.noot2 Er was dus een tekort van 10,3 miljard euro op de goederenhandelsbalans, waarbij we naast quasi-doorvoer ook wederuitvoerstromen bij import en export buiten beschouwing laten. Kijkend naar de belangrijkste handelspartners, had Nederland in 2023 het grootste tekort met de VS. Vanuit Amerikaans perspectief was er dus sprake van een handelsoverschot met Nederland. Nederland voerde vooral voor een hoge waarde aan Amerikaanse ruwe aardolie en aardgas in. Als we niet corrigeren voor wederuitvoerstromen, loopt het tekort op de Nederlandse goederenhandelsbalans op tot 30,2 miljard euro.

2.2.1 Nederlandse balans goederenhandel met belangrijkste handelspartners zonder quasi-doorvoer, 2023* (mld euro)
Type balans Duitsland België Frankrijk VK VS China
Zonder wederuitvoer¹⁾ -10,0 -6,8 6,6 8,6 -10,3 -1,2
Met wederuitvoer²⁾ 52,3 20,5 33,5 11,6 -30,2 -32,3
1)Berekend op basis van handelscijfers van de Nationale Rekeningen van het CBS, waarbij het concept van eigendomsoverdracht centraal staat.
2)Berekend op basis van Internationale Handel in Goederen statistiek, waarbij het concept van grensoverschrijding centraal staat.

Amerikaanse invoer piekt in aanloop naar invoerheffingen

In het eerste kwartaal van 2025 nam de Amerikaanse import van goederen in waarde fors toe. Ten opzichte van dezelfde periode in 2024 steeg de invoerwaarde met 25 procent, terwijl er vergeleken met het laatste kwartaal van 2024 sprake was van een stijging van 12 procent (U.S. Census Bureau, 2025). Deze sterke groei wijst mogelijk op een anticipatie-effect, waarbij bedrijven in de VS hun invoer naar voren hebben gehaald om extra kosten te vermijden in aanloop naar de dreigende invoerheffingen. Aansluitend hierop werd in april 2025 een duidelijke terugval zichtbaar: ten opzichte van een maand eerder daalde de invoerwaarde met 19 procent. Vergeleken met april 2024 was er daarentegen nog wel sprake van een bescheiden stijging van 2 procent, maar deze beperkte toename steekt scherp af tegen de aanzienlijke groei in het eerste kwartaal. De terugval in april 2025 ten opzichte van een maand eerder viel gelijktijdig met de aankondiging van de nieuwe invoerheffingen op 2 april 2025noot3, die vanaf 5 april 2025 al in werking zouden treden, en betreft de grootste maandelijkse importdaling ooit (McCormick & Wells, 2025). De timing en omvang van deze afname versterken het vermoeden dat bedrijven hun invoer eerder in het jaar hebben opgevoerd om de nieuwe heffingen voor te zijn, wat wijst op een mogelijk anticipatie-effect.

Amerikaanse importgroei vooral toe te schrijven aan de EU

Figuur 2.2.2 toont de procentuele verandering in de importwaarde van goederen uit de belangrijkste handelspartners van de VS, per maand gemeten ten opzichte van dezelfde maand een jaar eerder. Opvallend is de sterke stijging van de import uit de EU. In maart 2025 bedroeg deze 83,7 miljard US dollar, wat 33,2 miljard meer is dan in maart 2024. Dit komt neer op een toename van 66 procent. Daarmee leverde de EU de grootste bijdrage aan de totale stijging van de Amerikaanse goederenimport in deze periode. Vergeleken met februari 2025 steeg de import uit de EU in maart met 54 procent. Vooruitlopend op mogelijke tariefverhogingen importeerden bedrijven in de VS extra goederen uit de EU. In april daalde de import met 35 procent ten opzichte van maart, waarmee het niveau gelijk kwam te liggen met dat van april 2024.

Ook de import uit Mexico en Canada nam in maart 2025 toe vergeleken met dezelfde maand een jaar eerder, met een stijging van respectievelijk 16 en 5 procent. In april 2025 nam de invoer juist af ten opzichte van een jaar eerder, met 3 procent voor Mexico en 15 procent voor Canada. Dit wijst ook hier mogelijk op een anticipatie-effect, al lijkt dit effect minder sterk aanwezig dan bij de EU. In november 2024 dreigde president Trump voor het eerst met invoerheffingen van 25 procent op alle goederen uit Mexico en Canada (Colvin & Gillies, 2024). Deze invoerheffingen zouden oorspronkelijk op 4 februari 2025 ingaan, maar dit is aanvankelijk met 30 dagen uitgesteld (Philips et al., 2025). Op 4 maart gingen de tarieven vervolgens in, maar twee dagen later werden ze tot 2 april 2025 opgeschort voor goederen die voldoen aan de bepalingen van de United States-Mexico-Canada Agreement, ofwel USMCA (Becker et al., 2025). Deze tijdelijke opschorting heeft mogelijk bijgedragen aan het anticipatie-effect, doordat importeurs nog snel USMCA-goederen wilden invoeren voordat de heffingen definitief zouden ingaan. Dat slechts de helft van de goederensoorten uit Mexico en iets meer dan een derde van de goederensoorten uit Canada onder de USMCA vallen, kan verklaren waarom het anticipatie-effect in deze landen minder sterk was (Li, 2025). Voor de overige goederen golden de invoerheffingen immers wel al in maart, wat de invoer daarvan mogelijk heeft afgeremd.

De import uit China vertoonde een afwijkend patroon. Al in november 2024 waren daar tekenen van anticipatiegedrag zichtbaar. Amerikaanse importeurs haalden leveringen uit China naar voren om invoerheffingen voor te zijn, waardoor de import uit China in die maand piekte tot het hoogste niveau in meer dan twee jaar (BNR, 2024). Deze vroege stijging kan mogelijk worden verklaard doordat president Trump tijdens zijn campagne aankondigde tarieven van meer dan 60 procent op Chinese goederen in te zullen voeren als hij opnieuw werd verkozen, waardoor bedrijven hun bestellingen al in het najaar van 2024 naar voren haalden (Hoskins, 2024). Hoewel de invoer uit China in december 2024 nog 10 procent hoger lag dan in dezelfde maand een jaar eerder – en in januari 2025 zelfs 16 procent hoger uitkwam – sloeg deze trend vanaf februari om. Ten opzichte van februari 2024 daalde de invoer in februari 2025 met 1 procent, gevolgd door een verdere afname van 2 procent in maart. In april versnelde de daling aanzienlijk, waarbij de invoer met 20 procent afnam vergeleken met april 2024. In mei werd de scherpste daling in meer dan vijf jaar vastgesteld in vergelijking met dezelfde maand een jaar eerder, met een terugval van bijna 35 procent (Bao, 2025b). De omslag vanaf februari viel gelijktijdig met de invoering van algemene invoerheffingen van 10 procent op Chinese goederen op 4 februari 2025 (Ross et al., 2025). In reactie daarop stelde China kort daarna vergeldingsheffingen in van 10 tot 15 procent op een reeks Amerikaanse goederen (Hawkins, 2025).

EU27
Mexico
Canada
China
T1: Tarieven EU
T2: Tarieven China, oorspr. Canada/ Mexico¹⁾
Uitloop Canada/ Mexico¹⁾

¹⁾ De tarieven voor Mexico en Canada zouden in eerste instantie ingaan op 4 februari 2025, maar dit is uitgesteld tot 4 maart 2025 voor reguliere goederen en tot 2 april 2025 voor USMCA-goederen.

Bron: U.S. Census Bureau (2025)

2.2.2 Amerikaanse import per handelspartner (% verandering t.o.v. een jaar eerder)
Partner EU27 Mexico Canada China
nov-24 13,3 6,6 -7,5 6,5
dec-24 3,3 7,7 7,6 9,9
jan-25 17 9,7 14,7 16,2
feb-25 22,3 3,5 5,4 -0,9
mrt-25 65,4 15,7 5 -1,7
apr-25 -0,2 -2,6 -14,5 -19,6

Exceptionele groei zichtbaar in Amerikaanse import van organische chemicaliën

De forse toename in de Amerikaanse import uit de EU in het eerste kwartaal van 2025 komt met name door een sterke stijging in de invoerwaarde van organische chemicaliën en farmaceutische producten. Vooral de invoer van organische chemicaliën nam fors toe: waar de importwaarde uit de EU in het eerste kwartaal van 2024 nog 6,8 miljard US dollar bedroeg, steeg dit in hetzelfde kwartaal een jaar later naar 41,0 miljard US dollar. Dit komt neer op een stijging van maar liefst 503 procent. Deze stijging komt voornamelijk door een groei in leveringen van chemische producten aan de VS (Eurostat, 2025a) en is met name toe te schrijven aan een grote absolute toename in de importwaarde van hormonen. Hiermee schoof deze productgroep op naar de tweede plaats van meest geïmporteerde goederen uit de EU. Farmaceutische producten waren gedurende heel 2024 de meest geïmporteerde productgroep uit de EU. In het eerste kwartaal van dat jaar kwam de importwaarde uit op 29,3 miljard US dollar, wat in het eerste kwartaal van 2025 is gestegen met 42 procent tot 41,5 miljard US dollar. Hoewel farmaceutische producten daarmee hun positie als meest geïmporteerde productgroep behouden, is het verschil met organische chemicaliën inmiddels nog maar 0,5 miljard US dollar.

VS importeert aanzienlijk meer uit Ierland

Figuur 2.2.3 toont de procentuele verandering in de importwaarde van goederen uit de grootste EU-handelspartners van de VS, per maand gemeten ten opzichte van dezelfde maand een jaar eerder. De Amerikaanse import vanuit Ierland bereikte in maart 2025 een uitzonderlijk hoog niveau. In januari en februari was al sprake van aanzienlijke groei, met stijgingen van respectievelijk 86 en 135 procent ten opzichte van dezelfde maanden een jaar eerder. Die opwaartse trend zette zich in maart sterk voort, toen de invoer met maar liefst 284 procent toenam ten opzichte van maart 2024. Dit betrof vooral organische chemicaliën, de productgroep met de grootste absolute groei, gevolgd door farmaceutische producten. Deze aanzienlijke toename lijkt samen te hangen met het bewust naar voren halen van leveringen door Amerikaanse importeurs, die vanwege de sterke handelsrelatie met Ierland kwetsbaar zijn voor nieuwe invoerheffingen en daarom hun voorraden tijdig over de grens wilden krijgen (Burke-Kennedy, 2025). Dit lijkt vooral het gevolg van een sterke stijging van de invoer vanuit farmaceutische bedrijven in Ierland, die leveringen versneld hebben uitgevoerd in aanloop naar de aangekondigde invoerheffingen (Curran, 2025). Ook de Amerikaanse import vanuit Nederland nam toe in maart 2025 vergeleken met dezelfde maand een jaar eerder. De VS voerde toen 67 procent meer goederen in ten opzichte van maart 2024, waarbij de grootste absolute stijging werd gerealiseerd in farmaceutische producten.

2.2.3 Amerikaanse import per EU27-handelspartner (% verandering t.o.v. een jaar eerder)
EU-partner November 2024 December 2024 Januari 2025 Februari 2025 Maart 2025 April 2025
Ierland 81,4 7,1 86,3 135,4 283,8 6,9
Duitsland 6,6 0,0 10,5 3,3 9,8 -8,3
Frankrijk 23,9 2,1 4,2 0,0 56,0 20,4
Italië 4,8 4,9 -4,7 12,5 12,5 -4,4
Nederland -28,9 -21,9 3,4 -13,3 66,7 13,8
België -12,5 10,0 17,6 -10,5 47,8 -18,5
Bron: U.S. Census Bureau (2025)
16,6% hogere exportwaarde naar de VS in 1e kwartaal van 2025

Export naar de VS groeit het hardst

In figuur 2.2.4 worden de vijf belangrijkste bestemmingen voor de totale Nederlandse export in 2024 getoond. De totale export naar alle landen samen nam toe in het vierde kwartaal van 2024 met 2,0 procent en met 4,3 procent in het eerste kwartaal van 2025. Daarmee nam de totale export minder hard toe dan die naar de VS. Ondanks alle onzekerheden was de Nederlandse export naar de VS in het vierde kwartaal van 2024 10,0 procent hoger dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Die trend zette zich door in de eerste drie maanden van 2025: bedrijven in Nederland exporteerden 16,6 procent meer naar de VS in het eerste kwartaal van 2025 ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder.

Er werd in het vierde kwartaal van 2024 vooral voor een hogere waarde aan chipmachines en geneesmiddelen uitgevoerd naar de VS. De export van geneesmiddelen naar de VS had te kampen met forse prijsstijgingen.

De groei in het eerste kwartaal van 2025 is onder meer te danken aan een hogere exportwaarde van geneesmiddelen, chipmachines, en medicinale en farmaceutische producten. De geneesmiddelen naar de VS waren in het eerste kwartaal van 2025 fors duurder dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. De exportstijging van medicinale en farmaceutische producten kwam met name door een volumestijging. In april 2025 kondigde president Trump aan dat hij een invoerheffing op farmaceutische producten wil invoeren (Hagan & Shukia, 2025; Lucas, 2025). Dit effect zien we mogelijk terug in de Nederlandse exportcijfers vanaf april 2025. De uitvoer van geraffineerde aardolieproducten naar de VS daalde fors, door met name een lager exportvolume. Ook de exportprijzen daalden, weliswaar minder fors dan het volume.

2.2.4 Export naar top 5 exportbestemmingen van 2024 en wereld (% verandering t.o.v. een jaar eerder)
Bestemming vierde kwartaal 2024* eerste kwartaal 2025*
Duitsland 1,6 6,8
België 2,7 -0,3
Frankrijk 0,4 -2,5
VK -9,9 2,8
VS 10,0 16,6
Wereld 2,0 4,3

Ook een plus voor export naar Duitsland

De Nederlandse export van goederen naar Duitsland kende een forse groei, vooral in het eerste kwartaal van 2025 ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Voor Duitsland zien we een toename van 6,8 procent. We zien voor veel verschillende goederen een hogere exportwaarde naar Duitsland, waaronder schoeisel, cacao, aardgas en geneesmiddelen. Ook de export naar het VK nam toe, namelijk met 2,8 procent. De lagere Nederlandse export naar het VK in het vierde kwartaal van 2024 is toe te schrijven aan een lagere uitvoerwaarde aan geraffineerde aardolieproducten. Deze producten zijn ook verantwoordelijk voor de daling in Nederlandse export naar Frankrijk in het eerste kwartaal van 2025.

2.3Hoe presteert de EU in vergelijking met de VS, China, Rusland en India?

De opkomst van China als economische grootmacht, de invasie van Rusland in Oekraïne, het tweede presidentschap van president Trump in de Verenigde Staten en de voortdurende onrust in het Midden-Oosten hebben de geopolitieke situatie in de wereld tot een kookpunt gebracht. De wereld wordt steeds meer gezien als een strijdtoneel tussen grootmachten in een steeds meer fragmenterende wereldorde waarbij Nederland een kleine speler is die niet langer de wind mee heeft (WRR, 2024). Geopolitiek expert Khanna wijst op een chaotische wereldorde met bijna twintig landen die een economie van meer dan 1 biljoen US dollar hebben, een wereld waarin landen niet meer hoeven te kiezen voor één grootmacht zoals ten tijde van de Koude Oorlog het geval was. Landen die het geopolitieke spel het slimst spelen, met investeringsdeals, handelsafspraken of tech-samenwerkingen, komen volgens Katawazi (2025) als winnaars uit de bus. Vanwege de explosieve situatie in de wereld en de daarmee gepaard gaande groeiende onzekerheid over de eigen veiligheid, heeft de EU begin 2025 besloten om 800 miljard euro te investeren in herbewapening (Europese Commissie, 2025a), een stap die een jaar geleden nog onvoorstelbaar was (Giesen, 2025).

In deze paragraaf wordt gekeken waar de EUnoot4 op dit moment staat door middel van een analyse van belangrijke indicatoren op het vlak van demografie, economie, globalisering, innovatie, kwaliteit van leven, duurzaamheid en geopolitiek. Daarbij wordt voor alle indicatoren een vergelijking gemaakt met vier andere grote machtsblokken in de wereld: de VS, China, Rusland en India.noot5 De uitkomsten van de analyse geven inzichten in de sterke en zwakkere plekken van de EU. Voordat deze analyse wordt gemaakt, schetsen we eerst de historische context door de prestaties van de machtsblokken in de goederenhandel met de rest van de wereld te belichten.

Historische context: goederenhandel sinds 1995

Figuur 2.3.1 toont hoe de goederenexport van de huidige grote machtsblokken zich heeft ontwikkeld sinds 1995. Daarbij zijn de cijfers uitgedrukt in percentages. Zo had de VS in 1995 bijvoorbeeld een aandeel van 14 procent in de totale wereldexport naar Azië en is dat gezakt naar 7 procent in 2023.

Daarbij vallen de volgende zaken op:

  • De EU exporteerde in 1995 het meest naar Europa, Azië en Afrika en samen met de VS ook het meeste naar Zuid-Amerika en Oceanië. Daarna is het EU-aandeel in vrijwel alle regio’s afgenomen, maar nog steeds is de EU een belangrijke speler in alle regio’s. Met name de export van de EU naar Afrika is sterk in belang afgenomen.
  • De VS was van de grote machtsblokken de tweede goederenexporteur in 1995, maar is inmiddels voorbijgestreefd door China. Net als bij de EU is het belang van de VS als exporteur in vrijwel alle regio’s afgenomen.
  • China heeft als exporteur, zoals algemeen bekend, een spectaculaire groei doorgemaakt en zijn marktaandeel vergroot in alle regio’s, met relatief de sterkste toename in Zuid-Amerika, Afrika en Oceanië. Rusland en India waren en blijven bescheiden als goederenexporteurs, maar beide hebben wel in vrijwel alle regio’s hun marktaandeel zien groeien.
Aandelen van machtsblokken in de wereldwijde export naar continenten in 1995 en 2023. De EU27 is dominant in de export naar Europa. De opkomst van China en India in de export naar Afrika is opmerkelijk. V S EU27 China Rusland India Eu r o p a 1995 2023 Az i ë 1995 2023 N o o r d-A m eri k a 1995 2023 Z u i d-A m eri k a 1995 2023 A fri k a 1995 2023 O c e an i ë 1995 2023 B r on: UNC T AD (2024a)
2.3.1 Aandelen van machtsblokken in de wereldwijde export naar continenten
Continent Jaar VS EU27 China Rusland India Overig
Europa 1995 6% 63% 1% 2% 0% 28%
2023 6% 58% 8% 2% 1% 24%
Azië 1995 14% 16% 6% 1% 1% 62%
2023 7% 10% 19% 2% 2% 60%
N-Amerika 1995 18% 13% 3% 0% 1% 65%
2023 17% 15% 15% 0% 2% 50%
Z-Amerika 1995 25% 25% 1% 0% 0% 48%
2023 21% 15% 23% 1% 2% 38%
Afrika 1995 7% 47% 2% 1% 1% 43%
2023 4% 23% 23% 2% 6% 42%
Oceanië 1995 18% 19% 3% 0% 1% 60%
2023 11% 14% 24% 0% 2% 49%

De machtsblokken versturen niet alleen goederen naar de rest van de wereld, maar ontvangen deze ook. Tabel 2.3.2 laat zien dat de goederenimport qua globale trends nauwelijks afwijkt van de geobserveerde trends bij de export. In de tabel zien we het aandeel van de machtsblokken (in de rijen) in de totale import uit continenten (in de kolommen).

2.3.2Aandelen van machtsblokken in de wereldwijde import uit continenten
Aandelen van machtsblokken
Europa Azië Noord-Amerika Zuid-Amerika Afrika Oceanië
%
VS
1995 7 21 24 23 14 7
2023 9 7 17 21 4 11
Verschil 2 –15 –7 –2 –10 3
EU
1995 59 15 15 23 50 10
2023 54 10 15 15 23 14
Verschil –5 –5 0 –8 –27 4
China
1995 1 5 2 2 1 4
2023 6 19 15 23 23 24
Verschil 5 14 13 21 22 20
Rusland
1995 2 1 0 1 0 0
2023 1 2 0 1 2 0
Verschil 0 1 0 1 2 0
India
1995 1 1 0 0 2 1
2023 2 2 2 2 6 2
Verschil 1 1 2 2 4 1

Bron:UNCTAD (2024a)

2x meer handel tussen VS en EU dan tussen VS en China

Een diepere analyse laat zien welke machtsblokken met elkaar handelen. Omdat het over recente data uit 2023 gaat, is het mogelijk om de goederenhandel te combineren met data over de dienstenhandel. Het gaat hier dus om de handel in zowel goederen als diensten. De resultaten geven context bij de lopende handelsoorlog waarbij vooral de VS en China elkaar in de eerste helft van 2025 hebben bestreden met hoge invoerheffingen (Van der Spek, 2025). In tabel 2.3.3 is inderdaad te zien dat beide blokken veel met elkaar handelen en de VS (gemeten in US dollars) twee keer meer goederen en diensten uit China haalt dan andersom. Verreweg de meeste handel vindt echter plaats tussen de VS en de EU, ruim twee keer meer dan tussen China en de VS. Er is zelfs meer handel tussen de EU en China dan tussen de VS en China. Alle overige handel tussen de verschillende blokken is kleiner van omvang.

Uit tabel 2.3.3 is verder te halen dat voor zowel de VS als China de EU de belangrijkste afzetmarkt is. Voor de EU en India is de VS de belangrijkste exportbestemming. De belangrijkste afzetmarkt voor Rusland is China. Rusland zelf is voor alle andere machtsblokken de minst belangrijke bestemming voor de export. Dat komt, naast dat Rusland de kleinste economie heeft, mede door de Westerse sancties tegen Rusland vanwege de inval in Oekraïne. In mei 2025 heeft de EU een 17e sanctiepakket tegen Rusland aangenomen om de Russische oorlogsindustrie verder af te remmen (Rijksoverheid, 2025a) en wil het de import van Russisch gas volledig afbouwen (NOS, 2025b).

China heeft met afstand het grootste overschot in de handel met de andere machtsblokken. Dit komt vooral door de handel met de VS en de EU. Rusland heeft ook een handelsoverschot door handel met India. Daarnaast hebben de VS, de EU en India allemaal een tekort in de handel met de overige blokken. Daarbij is het handelstekort van de VS met de overige vier machtsblokken bijna net zo groot als het handelsoverschot van China met de overige vier machtsblokken. In maart 2025 noteerde de VS, door anticipatie van een naderende handelsoorlog, nog een ongeëvenaard hoog handelstekort van 179 miljard US dollar (Kopack, 2025).

2.3.3Internationale handel in goederen en diensten tussen de machtsblokken, 2023 (miljard US dollar)
Naar
VS EU China Rusland India
Van
VS 574 196 3 75
EU 729 335 52 81
China 448 530 116 126
Rusland 6 59 126 64
India 120 96 25 6

Bron:Eurostat (2025a), OESO (2025), OESO-WTO (2025)

Demografie: India heeft de toekomst

Na het tonen van een historische context met cijfers over de handel met de rest van de wereld volgt nu de kern van deze paragraaf met een vergelijking van de vijf machtsblokken op verschillende onderwerpen. Een eerste vergelijking betreft demografie, zie tabel 2.3.4. In april 2023 ging India buurland China voorbij als land met het meeste aantal inwoners (Kleinhuis, 2023). India en China zijn de landen waar op dit moment met grote voorsprong de meeste mensen wonen. Op dit moment is ruim 1 op de 3 wereldburgers Indiaas (17 procent) of Chinees (ook 17 procent). Daarna volgen van deze machtsblokken de EU (6 procent van de wereldbevolking), de VS (4 procent) en Rusland (2 procent). Een groot inwoneraantal zorgt voor voldoende arbeidskrachten en economische groei, en maakt het land een belangrijke afzetmarkt voor andere landen.

Tegelijk legt een groot inwoneraantal druk op schaarse middelen en is het lastig om armoede en werkloosheid onder controle te houden. Zo heeft India het grootste aantal extreem armen ter wereld en is er een hoge mate van inkomensongelijkheid (Goris, 2023). Een groot verschil tussen China en India betreft de verwachte bevolkingsgroei tot het jaar 2050.noot6 Deze is sterk negatief voor China en sterk positief voor India. China heeft te maken met een vergrijsde bevolking – de mediane leeftijd ligt ruim 10 jaar hoger dan in India – waarbij het aantal overlijdens onvoldoende wordt gecompenseerd door geboortes of immigratie. Daar komt bij dat de levensverwachting in India een stuk lager is dan in China waardoor China te maken heeft met een relatief grotere groep inactieven op de arbeidsmarkt. Dit verklaart dat de ontwikkeling van de beroepsbevolking – economisch relevanter dan de totale bevolking – nog meer verschilt tussen beide landen. De omvang van de Chinese beroepsbevolking steeg tot 2015, maar sindsdien niet meer. De verwachting is dat de Chinese beroepsbevolking vanaf 2027 behoorlijk zal dalen en in 2050 22 procent lager zal liggen dan in 2025 (De Jong, 2024). Zie CBS (2020) en CBS (2023a) voor meer details over de Chinese en Indiase economie.

Net als China hebben ook de EU en Rusland te maken met een verouderde en krimpende bevolking en een nog sterkere krimp van de beroepsbevolking. De beroepsbevolking in de EU zal naar verwachting door migratiestromen minder krimpen dan in China, maar ook hier gaat het om een forse krimp van naar verwachting 17 procent tot 2050 (VN, 2024). De VS kan door verwachte migratie en een jongere bevolking een krimp van het inwoneraantal voorkomen en zal naar verwachting in 2050 een 5 procent grotere beroepsbevolking hebben dan in 2025 (VN, 2024). Zie CBS (2025b) voor meer details over de Amerikaanse economie.

Op demografisch vlak kan worden geconcludeerd dat de EU zonder actie aan economisch belang en politieke invloed kan inboeten door een vergrijzing die hard toeslaat. Dat geldt ook voor China, maar dat land heeft wel een veel grotere bevolking (Bolhuis, 2025). Tegen het einde van de 21e eeuw wordt, als gevolg van de grote demografische verschillen, een inkomensverschuiving verwacht vanuit Europa, Noord-Amerika – met name de VS – en China richting Zuid-Azië – met name India – en Afrika (Brakman et al., 2024).

In 2050 zullen er volgens de VN nog steeds drie keer meer Chinese inwoners zijn dan inwoners van de EU. Daar staat weer tegenover dat veel Chinezen niet de opleiding hebben om de veranderende economie bij te benen (Nieuwsuur, 2025). India heeft van de vijf machtsblokken demografisch de beste papieren met een grote bevolking die blijft groeien, en een nog sterkere groei van de beroepsbevolking. Met een relatief jonge bevolking kan India goed inspelen op technologie en innovatie. Zo kan de Indiase demografie bijdragen aan economische groei. Tegelijkertijd zijn er ook zorgen over een hoge jeugdwerkloosheid en een mogelijk tekort aan banen (Kleinhuis, 2023). Verder is er sprake van kinderarbeid (Rijksoverheid, 2021) en werkt nog meer dan de helft van de mensen in de landbouw en heeft India niet zoals China een draai gemaakt naar grote, productie-verhogende industrialisatie (Boerema, 2025).

2.3.4Verschillen in demografie en demografische ontwikkelingen
Jaar VS EU China Rusland India
Mediane leeftijd (jaren) 2024 38,9 44,7 40,2 41,9 29,8
Aantal inwoners per 1 juli (mln) 2025 347 449 1 416 144 1 464
Aantal inwoners per 1 juli (mln) 2050 381 421 1 260 136 1 680
Groei bevolking (%) 2025–2050 10 –6 –11 –6 15
Groei beroepsbevolking (%) 2025–2050 5 –17 –22 –12 17
Levensverwachting bij geboorte (jaren) 2023 78,4 81,4 78,0 73,3 72,0

Bron:CIA (2025), Eurostat (2025b), VN (2024), Wereldbank (2025a en b)

EU laagste economische groei

Op economisch vlak is de VS de grootste wereldmacht met een bbp van ruim 29 biljoen US dollar, zie tabel 2.3.5. Op grote afstand volgen de EU en China, en op nog veel grotere afstand India en Rusland. Het grote verschil tussen India en China is geheel te verklaren door een veel lager inkomen per hoofd van de bevolking. Qua bevolkingsaantal is er namelijk nauwelijks een verschil. India is gemiddeld genomen dus veel armer dan China. Het Russische bbp per hoofd van de bevolking is iets groter dan dat van China, en de EU zit precies tussen de VS en Rusland in.

De EU laat de laagste economische groei zien. In de periode 2021–2024 was die gemiddeld 2,8 procent en dat is lager dan we zien bij de VS en Rusland, en veel lager dan India en China. De EU heeft daarbij ook te kampen met een relatief hoge werkloosheid en relatief weinig arbeidsuren per werkweek. De arbeidsproductiviteit ligt wel veel hoger dan in China, Rusland en India, maar is dan weer beduidend lager dan in de VS.

Diverse internationale indexen – zie voor een toelichting de bijlage in paragraaf 2.5 – kunnen de onderlinge economische verhoudingen verder inkleuren. De VS en China scoren hoog op kwaliteit van (handels)infrastructuur en het ondernemersklimaat – en de EU gemiddeld wat lager. Op het vlak van logistieke prestaties zijn de onderlinge verschillen minimaal. De EU scoort juist duidelijk beter in de ‘open for business index’ en heeft daarmee een beter vestigingsklimaat dan de overige machtsblokken.

2.3.5Economische verschillen
Jaar VS EU China Rusland India
Bbp (mld US dollar) 2024 29 185 19 413 18 748 2 161 3 909
Bbp per hoofd (US dollar) 2024 85 812 43 050 13 313 14 795 2 711
Economische groei (%, gemiddelde) 2021–2024 3,6 2,8 5,5 3,2 8,3
Arbeidsproductiviteit (bbp per uur, prijzen 2021) 2025 81,8 71,3 19,8 44,3 10,7
Werklast per werknemer (uren per week) 2024 36,1 32,1 44,8 38,2 45,8
Werkloosheid (% beroepsbevolking) 2023 3,6 6,0 4,7 3,1 4,2
Logistics Performance Index (ranking; n= 140) 2023 19 17 20 96 39
Global Quality Infrastructure Index 2023 (ranking; n= 186) 2023 3 13 2 51 10
Entrepreneurship index (ranking; n= 90) 2024 2 16 8 27 28
Open for business index (ranking; n= 90) 2024 53 26 54 90 47

Bron:ILO (2024 en 2025), IMF (2025a-c), Mesopartner & Analyticar (2023), US News et al. (2025), Wereldbank (2025c en d)

EU grootste handelaar en investeerder

Hoewel de economische groei van de EU aan de lage kant zit, presteert de EU al decennia uitstekend op het vlak van internationale economische relaties, zoals we eerder zagen in het begin van deze paragraaf. Zo is de EU de grootste handelaar van goederen en diensten met andere landennoot7 en is met afstand de grootste investeerder in het buitenland, zie tabel 2.3.6. Ook de VS en China handelen zeer veel met het buitenland, maar het is relatief weinig in verhouding tot het bbp van de VS of tot het aantal inwoners van China. Rusland en India dragen veel minder dan de VS, de EU of China bij aan activiteiten op het gebied van globalisering. Toch zijn de verschillen minder groot indien we het saldo op de lopende rekening van elk land afzetten tegen het eigen bbp. De EU en Rusland hebben dan met 3 procent van het bbp het grootste overschot, China zit op 2 procent, India heeft een tekort van 1 procent en de VS een tekort van 4 procent.

2.3.6Verschillen op het vlak van internationale economische betrekkingen
Jaar VS EU China Rusland India
Import van goederen (mld US dollar) 2024 3 359 2 634 2 587 295 702
Export van goederen (mld US dollar) 2024 2 065 2 796 3 577 417 443
Import van diensten (mld US dollar) 2024 812 1 441 611 81 269
Export van diensten (mld US dollar) 2024 1 107 1 642 446 42 375
Saldo lopende rekening (% van bbp) 2024 –4 3 2 3 –1
Openheid tot handel (% van bbp) 2023 25 96 37 42 46
Inkomende investeringspositie (mld US dollar) 2023 5 394 15 863 3 650 498 729
Uitgaande investeringspositie (mld US dollar) 2023 6 676 18 742 2 955 375 118

Bron:IMF (2025d en e), Wereldbank (2025e), WTO (2025)

VS koploper innovatie

Op innovatief vlak zijn de Verenigde Staten duidelijk koploper in vergelijking met de andere vier machtsblokken, zie tabel 2.3.7. De ‘global innovation index’ rangschikt de VS op een derde plek na Zwitserland en Zweden. Het land scoort vooral hoog op het vlak van het functioneren van bedrijven (netwerken, strategie), het functioneren van de markt (concurrentie), kennis en innovatieresultaten. In een andere ranglijst, de ‘global talent competitiveness index’, staat de VS ook derde, na Zwitserland en Singapore. De index meet in hoeverre landen in staat zijn om talent te ontwikkelen, aan te trekken en te binden. Met de huidige onzekerheid rondom het verkrijgen van studentenvisa’s voor studie in de VS (RTL, 2025) kan de VS in de nabije toekomst zakken in deze rangschikking, maar dit effect zit nog niet in de huidige cijfers. In een derde ranking, de ‘world digital competitiveness ranking’ staat de VS vierde na Singapore, Zwitserland en Denemarken. De EU en China staan op de drie innovatieranglijsten beduidend lager dan de VS, maar wel duidelijk hoger dan Rusland en India.

Als het gaat om de uitgaven aan R&D, dan zien we dezelfde patronen; de VS besteedt het meest aan R&D, gevolgd door de EU en China, en op grote afstand Rusland en India. De VS exporteert wel veel minder hightech-goederen dan de EU en China. Wat betreft internetgebruik heeft vrijwel de gehele bevolking van de VS, de EU en Rusland toegang tot internet, terwijl China en vooral India, met hun relatief grote plattelandsbevolking, achterblijven (Wereldbank, 2025f).

2.3.7Verschillen op het vlak van innovatie
Jaar VS EU China Rusland India
Global Innovation Index (ranking; n= 134) 2024 3 17 11 59 39
Global Talent Competitiveness Index (ranking; n= 135) 2023 3 20 40 52 103
World Digital Competitiveness Index (ranking; n= 68) 2024 4 26 14 45 53
Uitgaven aan R&D (% bbp) 2022 3,6 2,2 2,6 0,9 0,6
Hightech export (mld US dollar) 2023 209 922 825 11 41
Internetgebruik (% van inwoners) 2023 93 91 78 92 56

Bron:IMD (2024), INSEAD (2023), Wereldbank (2025f-h), WIPO (2024)

EU hoogste kwaliteit van leven

Een vijfde vergelijking die we in deze paragraaf maken betreft kwaliteit van leven, zie tabel 2.3.8. Daarvoor is gekeken naar een negental indexen die landen in de wereld rangschikken op het vlak van levenstevredenheid en levenskwaliteit van mensen.

Hoewel de negen indexen elk verschillende aspecten van welzijn meten, van genderongelijkheid tot levensgeluk en van democratie tot corruptie, zijn de uitkomsten opvallend eensgezind. Voor alle negen indexen geldt dat de VS en de EU een duidelijk hogere positie hebben dan China, Rusland en India. Tussen de VS en de EU zijn de verschillen relatief klein, maar wel duidelijk in het voordeel van de EU: 7 keer scoort de EU beter en 2 keer de VS. Zo scoort de EU beter op het vlak van gender- en inkomensgelijkheid, onderwijs, democratie, persvrijheid, kansen op vooruitgang, goed bestuur en corruptiebestrijding. De Scandinavische landen en Nederland zitten steevast in de top bij vrijwel alle rangschikkingen ten aanzien van levenskwaliteit.

China zit rond het wereldgemiddelde op het vlak van corruptie, sociale progressie, tevredenheid en human development en scoort laag op het vlak van inclusiviteit, democratie, persvrijheid en bestuur. India scoort op alle vlakken laag, behalve democratie, maar scoort gemiddeld ongeveer even laag als Rusland dat afwisselend presteert.

2.3.8Positie in de wereld op het vlak van levenskwaliteit
Jaar VS EU China Rusland India
Global Gender Gap index (n= 147) 2025 43 29 106 81 129
Human Development Index (n= 194) 2025 17 21 79 65 131
Inequality adjusted HDI (n= 194) 2025 30 17 69 48 121
World Happiness Report (n=148) 2025 24 26 69 67 119
Democracy Index (n= 168) 2025 28 21 145 150 41
World Press Freedom Index (n= 181) 2025 58 22 179 172 152
Social Progress Index (n= 171) 2025 32 19 73 78 112
Worldwide Governance Indicators (n= 216) 2023 35 29 135 191 112
Corruption Perception Index (n= 181) 2025 28 28 77 154 97

Bron:EIU (2025), RSF (2025), SPI (2025), Transparency (2025), UNDP (2025), WEF (2024), Wereldbank (2025i), WHR (2025)

EU scoort ook het beste met duurzaamheid

Op het vlak van duurzaamheid presteert de EU relatief goed, zie tabel 2.3.9. Zo zijn de eerste zes landen op de ‘Sustainable Develoment Goals Index’ van de Verenigde Naties allemaal EU-landen (Finland, Zweden, Denemarken, Duitsland, Frankrijk en Oostenrijk) en is de EU als geheel 10e. Dat is veel hoger dan de VS, China, Rusland en India. De ‘Environmental Performance Index’ van Block et al. (2024) laat een vergelijkbaar beeld zien, maar zet China en India beduidend lager in de rangschikking.

Een derde duurzaamheidsindex, de ‘Climate Change Performance Index’, laat vergelijkbare verhoudingen zien in vergelijking met de Sustainable Development Goals Index, maar India staat juist bijzonder hoog op deze lijst, zelfs nog hoger dan de EU. India scoort hier hoog omdat het bijvoorbeeld heel zuinig omgaat met energie. Dit is niet zo zeer een gevolg van eigen beleid, maar meer een manifestatie van relatief veel armoede en relatief weinig luxe.noot8 Die relatieve zuinigheid zien we ook terug in de absolute cijfers waarbij India 3 keer minder fossiele CO2‑uitstoot per inwoner heeft dan de EU en ruim 2 keer minder materiaal gebruikt (Crippa et al., 2024). De VS scoort op alle genoemde duurzaamheidsindicatoren slechter dan de EU.

2.3.9Verschillen wat betreft duurzaamheidsprestaties
Jaar VS EU China Rusland India
Sustainable Development Goals Report (ranking; n= 168) 2025 45 10 50 52 100
Environmental Performance Index (ranking; n= 181) 2024 35 11 156 83 176
Climate Change Performance Index (ranking; n= 63) 2025 54 14 52 61 7
CO2‑uitstoot (fossiel) per hoofd (ton CO2) 2023 14 6 9 14 2
Broeikasgasuitstoot per hoofd (ton CO2‑eq.) 2023 18 7 11 19 3
Binnenlandse materiaalconsumptie per hoofd (ton goed) 2024 23 13 27 12 6
Watergebruik per hoofd (m3water ) 2020 1 342 423 395 444 551

Bron:Block et al. (2024), Burck et al. (2025), Crippa et al. (2024), FAO (2025), VN & IRP (2025)

VS sterkste geopolitieke macht, Rusland heeft grootste bodemschatten

Deze paragraaf sluit af met een geopolitieke machtsvergelijking, zie tabel 2.3.10. De Wharton School van de universiteit van Pennsylvania heeft samen met andere partijen een power-rangschikking opgesteld waarbij het gaat om mondiaal leiderschap, economische invloed, export, politieke invloed, internationale allianties en militaire kracht (US News et al., 2025). In deze ranking staat de VS op 1, gevolgd door China en Rusland. Daarnaast beschikt de VS over een uniek en nog onaangevochten monetair voordeel dankzij de positie van de US dollar als wereldwijde reservevaluta (Kersten, 2025). Dit geeft de VS extra invloed op handel, geopolitiek en financiële markten. India komt in de power-rangschikking niet hoger uit dan een 12e plek. Voor de EU als geheel is geen score vastgesteld en in deze context is er ook geen score te bepalen op basis van de scores van individuele EU-landen. Individueel hebben Duitsland (5e in de wereld) en Frankrijk (7e) de hoogste scores van alle EU-landen. Nederland staat in deze rangschikking op een 24e positie.

Op militair vlak zijn er ook kwantitatieve data beschikbaar. Zo zijn defensie-uitgaven als percentage van het bbp mondiaal een veel genoemde indicator als proxy voor bereid­willig­heid om de eigen defensie op orde te brengen en te houden. Op een grote NAVO-top in Den Haag in juni 2025 is besloten om de norm voor defensie-uitgaven te verhogen naar 5 procent van het bbp in (uiterlijk) 2035 (NATO, 2025). Van die 5 procent betreft 3,5 procentpunt kerndefensie en 1,5 procentpunt succesvoorwaarden zoals infrastructuur, militaire innovatie en cyberdefensie. In 2024 gaven van de vijf machtsblokken enkel Rusland (met 7,1 procent van het bbp) en de VS (met 3,4 procent) significant veel uit aan defensie.

Volgens de ‘Global fire power’ index zijn de VS, Rusland, China en India – in deze volgorde – de landen in de wereld met de grootste militaire en geopolitieke kracht. Ook nu is het lastig om een score voor de EU vast te stellen. Wel is het mogelijk om het aantal militairen in dienst van de EU op te tellen en dat ligt op een vergelijkbaar niveau als dat van de VS, Rusland en India. Alleen China zit wat hoger. Het aantal gevechtsvliegtuigen in de EU is wat hoger dan in China, Rusland en India maar flink lager dan in de VS. Het aantal tanks in de EU is vergelijk­baar met de VS en India, maar ligt lager dan in China en Rusland. Maritiem is het juist de EU dat dominant is. De VS en Rusland hebben met afstand de meeste kernwapens en de andere volgen op grote afstand. In de EU is het enkel Frankrijk dat kernwapens heeft (Ummels, 2025).

Een ander geopolitiek aspect waarover data beschikbaar zijn, betreft de aanwezigheid van natuurlijke hulpbronnen. Bij geopolitieke spanningen kan een land met een dominante positie aangaande een specifieke grondstof dreigen met exportrestricties, iets dat bijvoorbeeld China eerder heeft gedaan met de kritieke materialen gallium, germanium, antimoon en zeldzame aardmetalen. Een tekort aan zeldzame aardmetalen door exportrestricties zorgde begin 2025 voor problemen in de wereldwijde industrie (Van Coevorden, 2025). De EU worstelt al langere tijd met zowel een relatief hoge importafhankelijkheid van kritieke materialen als van fossiele brandstoffen. Sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne zijn er oplopende zorgen over dreigende aardgas­tekorten in de EU, met name omdat de EU niet meer kan en wil vertrouwen op een aanvoer uit Rusland (Rijksoverheid, 2025b; NOS, 2025b). In 2022 importeerde de EU 62,5 procent van de energie die het consumeerde, het hoogste percentage sinds 1990 (Wettengel, 2024). In Nederland is de energieafhankelijkheid van andere landen zelfs toegenomen van 70 procent in 2015 tot 78 procent in 2024 (CBS, 2025c).

In de cijfers in tabel 2.3.10 is de situatie van de EU terug te zien. De EU heeft minder oliereserves, minder gasreserves, minder kolenreserves en minder kritieke materialen dan alle andere machtsblokken. De waarde van natuurlijke hulpbronnen ligt lager dan 5 biljoen US dollar en dat steekt schril af bij de natuurlijke eigendommen van Rusland (75 biljoen US dollar), de VS (45 biljoen US dollar) of China (23 biljoen US dollar). China heeft minder fossiele brandstoffen dan Rusland en de VS, maar heeft wel een dominante positie binnen heel veel waardeketens van kritieke materialen. China is niet alleen de grootste producent van veertien kritieke materialen, maar is ook toonaangevend verderop in de keten als verwerker van gemijnd materiaal en als fabrikant van eindproducten, zoals telefoons, laptops, batterijen en zonnepanelen (CBS, 2023b).

2.3.10Verschillen wat betreft geopolitieke macht
Jaar VS EU China Rusland India
Power Index (ranking; n= 90) 2024 1 . 2 3 12
Defensie-uitgaven (% van het bbp) 2024 3,4 1,9 1,7 7,1 2,3
Global Fire Power Index (ranking; n= 146) 2025 1 . 3 2 4
Militairen in dienst (mln) 2025 1,3 1,5 2,0 1,3 1,5
Gevechtseenheden in de lucht 2025 13 043 5 228 3 309 4 292 2 229
Aantal tanks 2025 4 640 4 262 6 800 5 750 4 201
Gevechtseenheden op zee 2025 440 1 817 754 419 293
Kernwapens 2025 3 700 290 600 4 299 180
Oliereserves (mld barrels) 2025 38,0 2,0 26,0 80,0 5,0
Gasreserves (biljoen m3) 2025 13,4 0,5 6,7 47,8 1,4
Steenkoolreserves (mld ton) 2025 249 86 143 162 111
Grootste producent van kritieke materialen (aantal) 2022 2 0 14 1 2
Waarde van natuurlijke bronnen (biljoen US dollar) 2025 45 <5 23 75 5

Bron:GFP (2025), SIPRI (2025), USGS (2025), US News et al. (2025), Worldostats (2025)

Tot slot

We hebben gezien dat de EU op het vlak van kwaliteit van leven, handel en duurzaamheid het beste scoort en ook de VS heeft drie hoogste scores: voor economie, innovatie en geopolitiek. Van de overige drie landen is het enkel India dat een hoogste score heeft, voor demografische ontwikkelingen (groeiende beroepsbevolking). De VS heeft duidelijk de hoogste totaalscore gevolgd door respectievelijk de EU, China, Rusland en India. Op geen enkel vlak scoort de VS het laagst, terwijl dat wel voor de overige regio’s geldt.

De EU presteert gemiddeld genomen dus goed in vergelijking met de andere machtsblokken in de wereld. Wel is het zo dat de EU juist wat minder scoort op vier terreinen die in de toekomst, en zelfs al op de korte termijn, van belang zijn: demografie (de EU heeft een krimpende beroepsbevolking), economie (met onder andere een lage economische groei), innovatie (achterstand op de VS en China) en geopolitiek (weinig bodemschatten). In het rapport ‘The future of European competitiveness’ (Draghi, 2024) worden vergelijkbare conclusies getrokken: de EU is te weinig innovatief en de VS en China zijn competitiever en groeien economisch gezien harder. Daarbij wordt ook een ander aandachtspunt genoemd: het proces om tot nieuwe wetgeving in de EU te komen is gemiddeld 19 maanden. Bij diverse onderwerpen, zoals buitenlandbeleid, defensie, uitbreiding van de EU, financiën en wijzigingen van verdragen kunnen EU-landen daarnaast dwarsliggen met een vetorecht (Hollander, 2024).

Ten aanzien van het verlagen van de afhankelijkheid van kritieke materialen van andere regio’s, zoals China, zijn de Europese ambities in ieder geval hoog met de totstandkoming van de Critical Raw Materials Act (Europese Commissie, 2025b) en ook zijn er hoge Europese ambities met ReArm Europe (Europese Commissie, 2025c). De totstandkoming van een Europese defensie industrie kan een nieuwe stap voor de EU zijn (Zandee, 2025) en hetzelfde geldt voor initiatieven om de EU minder bureaucratisch te maken zoals het stemmen met een gekwalificeerde meerderheid bij belangrijke besluiten (Csaky & Grant, 2025). Ook kan het perfectioneren van de tot nu toe imperfecte interne markt veel extra welvaart opleveren (Beunderman, 2025). Ten slotte is het zo dat de duurzaamheidsagenda van de EU op de lange termijn concurrerender is dan een beleid gericht op fossiele brandstoffen zoals op dit moment in de VS. De Clean Industrial Deal, de opvolger van de Europese Green Deal, legt daarbij eerst de focus op het vergroenen van Europa’s industrie (Boone, 2025). 

2.4Handel in militaire goederen en dual-use goederen

Sinds de Russische invasie in Oekraïne in 2022 is de wereldwijde aandacht voor defensie-uitgaven en de handel in militaire goederen sterk toegenomen (SIPRI, 2024). Deze ontwikkeling is ook zichtbaar binnen de Europese Unie en meer specifiek in Nederland: de import van militaire goederen en zogenoemde dual-use goederen – producten die zowel civiel als militair inzetbaar zijn – is sindsdien merkbaar toegenomen. Voorbeelden van dual-use goederen zijn vliegtuigen binnen bepaalde gewichtsklassen. De Verenigde Staten blijven wereldwijd dominant als wapenleverancier. Ook voor de komende tijd heeft het land lopende wapencontracten verdeeld over meer dan 16 duizend projecten wereldwijd. Daaronder vallen ook grote Europese bestellingen, zoals het onderhoud en de assemblage van F35 gevechtsvliegtuigen waarvan ook Nederland er tientallen afneemt (US Department of State, 2025).

Tegelijkertijd groeit binnen de EU het besef dat meer strategische autonomie nodig is. Samenwerkingsverbanden zoals PESCO (Permanent Structured Cooperation, sinds 2017) en EDF (Europees Defensiefonds, sinds 2021) zijn initiatieven waarmee wordt gewerkt aan een versterkte Europese defensie-industrie en gezamenlijke capaciteiten (Europese Raad, 2025; RVO, 2025). In 2024 lanceerde de Europese Commissie het meest recente initiatief ‘ReArm Europe Plan/Readiness 2030’. Het doel is het snel opschalen van defensie-investeringen. Via onder meer het nieuwe SAFE-instrument en het mobiliseren van publieke én private financiering willen EU-lidstaten gezamenlijk tot 800 miljard euro vrijmaken voor defensie (Europese Commissie, 2025a). Ondanks deze belangrijke stappen richting autonomie, gaat de ambitie gepaard met de nodige obstakels. Europese samenwerkingsprojecten worden bijvoorbeeld vaak als omslachtig en tijdrovend ervaren, wat lidstaten ertoe aanzet om op korte termijn voor individuele oplossingen te kiezen. En ondanks een stijging in EU-uitgaven voor R&D omtrent defensie, blijven we nog steeds ver achter bij landen als de VS en China (EDA, 2025).

Militaire goederen

Militaire goederen zijn specifiek ontworpen of aangepast voor militaire doeleinden. Ze omvatten een breed scala aan producten, van wapens en munitie tot geavanceerde technologieën die door gewapende strijdkrachten worden gebruikt. De goederen in kwestie staan vermeld op de Gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen (Europese Unie, 2024). De controle op de uitvoer en overdracht van de goederen op deze lijst is geïmplementeerd in het Besluit strategische goederen en de Uitvoeringsregeling strategische goederen 2012 (Overheid.nl, 2025).

Let op

De analyses over militaire goederen zijn gebaseerd op de beschikbare cijfers uit de CBS-statistiek Internationale Handel in Goederen. Vanwege militaire geheimhouding kunnen gegevens over de handel in strategische goederen onvolledig zijn. Lidstaten zijn op basis van de EU-verordening 2020/1197 vrijgesteld van volledige rapportage over vertrouwelijke militaire transacties. De cijfers in deze paragraaf dienen dus als een ondergrens beschouwd te worden.

Hiernaast brengt het Ministerie van Buitenlandse Zaken maandelijkse en jaarlijkse rapportages uit over de omvang van afgegeven vergunningen voor de uitvoer van dual-use en militaire goederen (Rijksoverheid, 2025d). Ondanks dat deze paragraaf raak­vlakken heeft met deze rapportages, ligt de focus van deze paragraaf op de data van de Internationale Handel in Goederen van het CBS.

Dual-use goederen

Dual-use goederen, of goederen voor tweeërlei gebruik, zijn producten en technologieën die voor zowel civiele als militaire doeleinden kunnen dienen. Dit betekent dat ze ingezet kunnen worden voor normale, vreedzame doeleinden, maar ook voor de productie van wapens, nucleaire technologie of andere militaire toepassingen. Om te voorkomen dat ze worden gebruikt voor ongewenste doeleinden, zoals de ontwikkeling van massa­vernietigings­wapens, zijn deze onderhevig aan strenge controlemaatregelen.

Hoewel de EU meer investeert in defensie en strategische onafhankelijkheid, profiteren vooral grote bedrijven in Nederland van deze ontwikkeling. Nederlandse middelgrote, en vooral ook kleinere bedrijven zoals start ups, actief in de defensie-industrie blijken kwetsbaar (Persson, 2025). Waar de omzet van Nederlandse defensiebedrijven tussen 2021 en 2024 is verdubbeld van 4,7 naar 9,3 miljard euro, hebben deze bedrijven te maken met uitblijvende orders, nauwelijks garanties of voorfinanciering vanuit de overheid en de afhankelijkheid van één opdrachtgever (Oh et al., 2024). In het vervolg van deze paragraaf verkennen we hoe Nederland zich binnen dit bredere defensievraagstuk positioneert – niet alleen als producent, maar ook als exporteur van militaire en dual-use goederen.

Van Koude Oorlog tot Oekraïne: hoe geopolitiek de defensiebudgetten aanjaagt

De wereldwijde militaire uitgaven volgen geen willekeurig patroon, maar weerspiegelen de geopolitieke spanningen van hun tijd. Na het einde van de Koude Oorlog daalden de uitgaven: van 1989 tot eind jaren ’90 daalden de wereldwijde uitgaven met bijna een derde, van 1 729 naar 1 183 miljard US dollar. Deze daling kantelde abrupt in 2001. De aanslagen van 11 september brachten grootschalige militaire operaties in Afghanistan en Irak met zich mee. Dit leidde, vooral voor de VS, tot een structurele verhoging van de defensiebudgetten (USAFacts, 2024). Sindsdien is wereldwijd sprake van een gestage opwaartse trend. De oorlog in Oekraïne zorgde er mede voor dat de wereldwijde militaire uitgaven een recordhoogte van 2 677 miljard US dollar bereikten in 2024 (SIPRI, 2025).

Dit patroon is ook te zien in figuur 2.4.1 waar we kijken naar de ontwikkeling van militaire uitgaven van de tien landen met de grootste defensiebudgetten, aangevuld met Nederland, in de periode van 1993 tot en met 2024. De uitgaven zijn weergegeven in constante US dollars (prijspeil 2024), waardoor de cijfers zijn gecorrigeerd voor inflatie en over de tijd vergelijkbaar zijn. De Verenigde Staten domineren het beeld, met militaire uitgaven die aanzienlijk hoger liggen dan die van andere landen. In 2024 was de VS goed voor 37 procent van de wereldwijde militaire uitgaven. China volgt op afstand, maar heeft in korte tijd een enorme groei doorgemaakt en was in 2024 goed voor 12 procent van het wereldwijde totaal.

Ook Oekraïne valt op in de recente cijfers. Door de grootschalige oorlogsinspanningen tegen Rusland zijn de defensie-uitgaven van het land sinds 2022 explosief gestegen. In 2024 gaf Oekraïne naar schatting 65 miljard US dollar uit aan defensie, ruim 9 keer zoveel als in 2021. Dit was goed voor bijna 35 procent van het bbp. Daarmee heeft het land, mede dankzij zijn relatief beperkte economie, het hoogste defensiebudget als aandeel van het bbp wereldwijd. Rusland zag de defensie-uitgaven in 2024 stijgen met 125 procent ten opzichte van 2021: van 66 miljard US dollar in 2021 naar 149 miljard US dollar in 2024. Goed voor 7,1 procent van het bbp.

De militaire uitgaven van andere Europese NAVO-lidstaten, waaronder het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland en Nederland, laten eveneens een lichte toename zien als reactie op de geopolitieke spanningen door de oorlog in Oekraïne. De meeste lidstaten blijven echter nog wel onder de huidige NAVO-norm van 2 procent (SIPRI, 2025). Nederland, met 23 miljard US dollar aan defensie-uitgaven, voldoet volgens de SIPRI meting met 1,9 procent van het bbp net niet aan de norm in 2024. Denemarken, Frankrijk, Griekenland, Finland, Noorwegen, Zweden en het VK zaten boven de NAVO-norm (SIPRI, 2025). Op 13 juni 2025 heeft het demissionaire kabinet, dat eerder die maand viel, aangekondigd dat de NAVO-landen ermee hebben ingestemd om de defensie-uitgaven per land te verhogen naar 5 procent van het bbp (NOS, 2025c). Deze 5 procent zou voor 3,5 procentpunt uit directe militaire uitgaven bestaan en voor 1,5 procentpunt uit indirecte uitgaven die bijdragen aan weerbaarheid zoals voor cyberbeveiliging en infrastructuur, zoals bruggen waar tanks over kunnen rijden. Het voorstel past binnen de Europese en nationale ambities om kritieke capaciteitstekorten versneld weg te werken. Naast het borgen van de nationale en Europese veiligheid, dragen de Europese NAVO-landen hiermee bij aan versterking van de Europese pijler van de NAVO (burden shifting) (NOS, 2025d). Tot slot wordt hiermee de kans vergroot dat de VS in de NAVO blijft, gezien president Trump meermaals heeft aangekaart dat de lidstaten meer geld moeten uitgeven aan defensie (The Guardian, 2025).

2.4.1 Ontwikkeling van militaire uitgaven in de tien grootste spenderende landen en Nederland (mld US dollar)
Jaar VS China Rusland Duitsland India VK Saoedi-Arabië Oekraïne Frankrijk Japan Nederland
1993 316,7 12,4 7,8 34,9 8,3 38,1 16,5 0,2 35,8 41,4 7,1
1994 308,1 9,9 13,5 34,0 8,9 38,6 14,3 0,9 37,3 45,3 7,1
1995 295,9 12,4 12,7 38,6 9,8 38,3 13,2 1,0 40,1 50,0 8,0
1996 288,0 14,3 15,8 36,5 9,9 38,6 13,3 1,5 39,0 44,0 7,8
1997 293,2 15,7 17,6 31,1 11,5 39,9 18,1 2,1 34,7 40,6 6,8
1998 291,0 17,0 8,0 31,1 11,9 41,2 20,9 1,4 33,6 37,8 6,8
1999 298,1 20,5 6,5 30,5 13,9 40,8 18,3 0,9 32,7 43,1 7,0
2000 320,1 22,2 9,2 26,4 14,3 39,3 20,0 1,1 28,4 45,5 6,0
2001 331,8 26,6 11,7 25,7 14,6 39,5 21,0 1,1 28,0 40,8 6,2
2002 378,5 30,3 13,9 27,5 14,7 44,2 18,5 1,2 30,6 39,3 6,7
2003 440,5 33,1 17,0 32,8 16,3 52,3 18,7 1,4 38,6 42,5 8,4
2004 493,0 37,9 21,0 35,6 20,2 60,3 20,9 1,7 44,5 45,3 9,4
2005 533,2 42,8 27,3 35,7 23,1 61,7 25,4 2,4 44,4 44,3 9,6
2006 558,3 51,5 34,5 35,9 24,0 64,2 29,6 3,0 45,8 41,6 10,2
2007 589,6 62,1 43,5 40,1 28,3 73,4 35,5 4,1 50,7 40,5 11,5
2008 656,8 78,8 56,2 45,1 33,0 72,9 38,2 4,8 55,4 46,4 12,4
2009 705,9 96,6 51,5 44,5 38,7 64,0 41,3 3,5 56,4 51,5 12,1
2010 738,0 105,5 58,7 43,0 46,1 64,0 45,2 3,7 52,0 54,7 11,2
2011 752,3 125,3 70,2 45,2 49,6 66,6 48,5 3,7 54,1 60,8 11,6
2012 725,2 145,1 81,5 43,8 47,2 65,5 56,5 4,1 50,2 60,0 10,4
2013 679,2 164,1 88,4 44,2 47,4 63,8 67,0 4,4 52,0 49,0 10,2
2014 647,8 182,1 84,7 44,7 50,9 67,0 80,8 4,0 53,1 46,9 10,3
2015 633,8 196,5 66,4 38,2 51,3 60,0 87,2 3,5 45,6 42,1 8,7
2016 639,9 198,5 69,2 39,9 56,6 53,3 63,7 3,4 45,7 46,5 9,1
2017 646,8 210,4 66,9 42,3 64,6 52,1 70,4 3,6 47,6 45,1 9,6
2018 682,5 232,5 61,6 46,5 66,3 55,8 74,6 4,8 51,3 48,5 11,1
2019 734,3 240,3 65,2 49,1 71,5 56,6 65,4 6,3 50,5 50,8 12,0
2020 778,4 258,0 61,7 53,3 72,9 58,3 64,6 6,8 53,4 51,4 13,1
2021 806,2 285,9 65,9 56,5 76,3 65,1 63,2 6,9 58,7 53,6 14,4
2022 860,7 292,0 102,4 56,2 80,0 64,1 70,9 41,2 54,7 43,2 13,6
2023 916,0 296,8 109,2 67,3 82,3 75,3 77,8 64,9 59,5 48,2 16,6
2024 997,3 313,7 149,0 88,5 86,1 81,8 80,3 64,7 64,7 55,3 23,2
Bron: SIPRI (2025)

Invoerwaarde in 2024 ruim verdubbeld vergeleken met 2022

Figuur 2.4.2 toont de Nederlandse in- en uitvoerwaarde van militaire goederen tussen 2019 en 2024. In 2023 en 2024 werd er fors meer gehandeld in militaire goederen dan in de jaren daarvoor. In 2024 werd er voor 580,8 miljoen euro aan deze goederen ingevoerd, terwijl de uitvoerwaarde 346 miljoen euro betrof. Van deze invoer was slechts een klein deel direct bestemd voor het buitenland. Met een groei van 63,6 procent steeg met name de uitvoer van militaire goederen ten opzichte van 2023. Die invoerwaarde steeg een jaar eerder al fors, toen de groei 87,6 procent betrof vergeleken met 2022. De hogere uitvoerwaarde kwam vooral door gemotoriseerde gevechtsvoertuigen en onderdelen. Zo was de uitvoerwaarde van deze goederen 127 miljoen euro hoger dan in 2023, goed voor 94,4 procent van de totale groei.

De afgelopen jaren heeft Nederland standaard een negatieve handelsbalans als het gaat om militaire goederen. Tussen 2019 en 2022 kromp dat tekort elk jaar meer richting een gelijke in- en uitvoerwaarde. Deze trend werd door de forse groei van de import in 2023 echter onderbroken met een record handelstekort in deze goederen van 302,8 miljoen euro. Door de hogere uitvoerwaarde in 2024 daalde het tekort echter weer naar 234,7 miljoen euro. Deze cijfers zijn exclusief quasi-doorvoer, wat in de afgelopen jaren ook niet vaak voorkwam bij deze goederen. Daarentegen kwam wederuitvoer wél vaak voor; tussen 2019 en 2024 lag het aandeel van wederuitvoer tussen 59 en 74 procent.

2.4.2 Handel in militaire goederen (mln euro)
Jaar Import Export
2019 307,35 83,47
2020 345,20 150,55
2021 329,48 175,81
2022 274,06 179,90
2023* 514,27 211,47
2024* 580,75 346,01

In het eerste kwartaal van 2025 voerde Nederland voor 148 miljoen euro aan militaire goederen in. Dat was het hoogste van alle eerste kwartalen sinds de huidige meting die startte in 2015. De uitvoer van deze goederen was met een waarde van 79 miljoen euro tevens record-hoog. Daarmee is de uitvoer in het eerste kwartaal van 2025 bijna net zo hoog als in het hele jaar 2019.

4 op de 10 militaire goederen kwam in 2024 uit Duitsland

Duitsland verreweg het belangrijkste land van herkomst voor de Nederlandse invoer van militaire goederen

Figuur 2.4.3 toont de aandelen per land van herkomst van militaire goederen voor de Nederlandse import in 2024. Duitsland is, net als voor vele andere goederen, het belangrijkste land van herkomst voor militaire goederen. Met een invoerwaarde van 234,7 miljoen euro betrof het aandeel van onze oosterburen 40,4 procent in 2024. Het aandeel van het tweede land van herkomst, Zweden, was met 8,6 procent, bijna 5 keer zo klein. Het Scandinavische land liet hiermee de VS en Zwitserland, respectievelijk het tweede en derde belangrijkste land in 2023, achter zich. Deze stijging is vooral toe te schrijven aan een toename in de invoerwaarde ten opzichte van 2023: er werd voor 16,4 miljoen euro meer ingevoerd vanuit Zweden, voornamelijk bestaande uit gemotoriseerde gevechtsvoertuigen en onderdelen daarvan.

Verder voerde Nederland voor 31 miljoen euro aan militaire goederen in vanuit Israël in 2024; ruim 100 keer zoveel als een jaar eerder. Volgens een brief van de tweede kamer der Staten-Generaal (2024) gaat het om een bestelling van Israëlische Spike LR2‑raketten.

Tevens werd er in 2024 voor 33,4 miljoen euro minder aan militaire goederen uit de VS ingevoerd. Het ging hierbij voor 54 procent om een lagere invoer van wapenonderdelen. Tevens werd er voor 14,9 miljoen euro minder aan bommen, granaten, torpedo’s, mijnen, raketten en andere projectielen ingevoerd.

2.4.3 Invoerwaarde van militaire goederen naar land, 2024*
Land Invoerwaarde
Duitsland 234,71
Zweden 49,97
VS 44,32
Israël 31,34
België 30,52
Overig 190,71

Tot slot kwam ruim een derde van de militaire invoer in het eerste kwartaal van 2025 uit Duitsland. Brazilië, de VS, Israël en Zweden hadden elk een aandeel van 8 procent. Brazilië is daarvan het enige land dat niet voorkwam in de top 5 belangrijkste importpartners in 2024. Het Zuid-Amerikaanse land is een belangrijke handelspartner voor patronen; bijna een kwart van de tussen 2019 en het eerste kwartaal van 2025 ingevoerde patronen, kwam uit Brazilië. Nagenoeg de gehele importwaarde uit Brazilië betrof patronen.

Import bestond in 2024 met name uit gevechtsvoertuigen en oorlogsmunitie

Figuur 2.4.4 toont welke militaire goederen met name zijn ingevoerd in 2024. Gemotoriseerde gevechtsvoertuigen en onderdelen werden met een waarde van 189,8 miljoen euro het meest ingevoerd. Dat was 60,1 miljoen euro meer dan een jaar eerder. Ondanks dat de invoerwaarde van Zweedse gemotoriseerde gevechtsvoertuigen en onderdelen met 51,3 procent groeide ten opzichte van 2023, kwamen deze goederen met een invoerwaarde van 99,8 miljoen euro vooral uit Duitsland.

Daarnaast werd er voor 155,9 miljoen euro aan oorlogsmunitie ingevoerd; een daling van 15,9 miljoen euro vergeleken met 2023. Ook van deze goederen was Duitsland met een aandeel van 46,3 procent het belangrijkste land van herkomst. In 2023 kwamen deze goederen nog relatief vaak uit Zwitserland, Tsjechië, de VS en Italië. Een jaar later zijn diens aandelen fors gekrompen; de invoerwaarde van oorlogsmunitie uit Zwitserland, Tsjechië en de VS kromp respectievelijk met 64, 89 en 79 procent. Voor Italië betekende een krimp van 98 procent dat er nagenoeg geen oorlogsmunitie meer uit het land werd ingevoerd in 2024. De krimp van Zwitserland, de VS en Italië gaat hand in hand met de verschuiving van het land van herkomst voor de invoer van bommen, granaten, torpedo’s, mijnen, raketten en andere projectielen naar Israël. De invoerwaarde van oorlogsmunitie uit Israël betrof 30,5 miljoen euro, waarmee het een aandeel had van 20 procent.

Verder werd er voor 80,4 miljoen euro aan andere patronen en delen daarvan ingevoerd. Hiervan kwam een derde uit zowel Duitsland als Brazilië. De 71,9 miljoen euro aan wapenonderdelen kwam in 2024 met name uit Duitsland, Luxemburg (beide 21 procent), de VS (15 procent) en België (13 procent).

2.4.4 Import van militaire goederen, 2024* (mln euro)
Militair goed 2024*
Gemotoriseerde gevechtsvoertuigen en onderdelen 189,8
Oorlogsmunitie 155,9
Andere patronen en delen daarvan 80,4
Wapenonderdelen 71,9
Overig 82,8

De drie meest ingevoerde goederen bleven in het eerste kwartaal van 2025 onveranderd ten opzichte van het gehele jaar 2024. Zo waren gemotoriseerde gevechtsvoertuigen en onderdelen de meest ingevoerde goederen met een importwaarde van 50,7 miljoen euro. Daarnaast werd er voor 33,9 miljoen euro aan oorlogsmunitie ingevoerd. De top 3 werd in het eerste kwartaal van 2025 wederom vervolledigd door andere patronen en delen daarvan. De verhouding is daarentegen licht veranderd; laatstgenoemde is iets belangrijker geworden ten opzichte van de andere twee.

Uitvoer militaire goederen bestond in 2024 voor ruim een derde uit gevechtsvoertuigen en onderdelen

Figuur 2.4.5 toont de meest door Nederland uitgevoerde militaire goederen in 2024. Het ging hierbij met een uitvoerwaarde van 209,1 miljoen euro, net als bij de import, met name om gemotoriseerde gevechtsvoertuigen en onderdelen. Dat was 60,4 procent van de totale uitvoerwaarde van militaire goederen. De helft van deze goederen werd afgenomen door Zweden, gevolgd door Duitsland dat een aandeel van een derde in de uitvoerwaarde had. Ook werd er voor 84,7 miljoen euro aan oorlogsmunitie uitgevoerd. Driekwart hiervan werd uitgevoerd naar Luxemburg. Bij beide goederensoorten ging het voor 80 procent om wederuitvoer.

De top 4 van de meest door Nederland uitgevoerde militaire goederen werd vervolledigd door wapenonderdelen en militaire wapens, met een uitvoerwaarde van respectievelijk 19,5 en 17,4 miljoen euro. De Nederlandse wapenonderdelen werden met name naar de VS uitgevoerd; 77 procent van deze goederen had de VS als bestemming. Van de uitgevoerde militaire wapens ging 85 procent naar Noorwegen. De uitvoer van militaire wapens bestond voor 87 procent uit raketwerpers, vlammenwerpers, granaatwerpers en lanceerbuizen. Bij zowel de militaire wapens als de wapenonderdelen ging het met name om Nederlandse makelij.

Door de uitvoer van gemotoriseerde gevechtsvoertuigen en onderdelen naar Zweden, was het Scandinavische land de populairste bestemming van militaire goederen voor de Nederlandse export; 30 procent van de uitvoerwaarde werd uitgevoerd naar Zweden. Hierna volgden Duitsland (20 procent) en Luxemburg (19 procent).

2.4.5 Export van militaire goederen, 2024* (mln euro)
Waarden Uitvoerwaarde
Gemotoriseerde gevechtsvoertuigen en onderdelen 209,1
Oorlogsmunitie 84,7
Wapenonderdelen 19,5
Militaire wapens 17,4
Overig 15,4

In het eerste kwartaal van 2025 werd de uitvoer wederom gedomineerd door gemotoriseerde gevechtsvoertuigen en onderdelen; met een uitvoerwaarde van 58,6 miljoen euro bestond driekwart van de uitvoer uit deze goederen. De top 3 werd, net als in 2024, vervolledigd door de uitvoer van oorlogsmunitie (9 procent) en wapenonderdelen (6 procent).

Handel in dual-use goederen steeg tot recordhoogte in 2022, maar Nederland en EU scherpen toezicht aan

Sommige goederen kunnen zowel civiele als militaire toepassingen hebben – de zogeheten dual-use goederen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan drones, maar ook aan vliegtuigen; er is namelijk geen specifieke code voor straaljagers. De handel in deze dual-use goederen is strikt gereguleerd. Zo geldt voor EU-landen de verordening 2021/821 (Europese Unie, 2021), die verplicht dat exporterende handelaren in veel gevallen in het bezit moeten zijn van een vergunning voor het exporteren van zulke goederen naar landen buiten de EU; voor de uitvoer naar landen binnen de EU geldt deze verplichting niet. Door de toenemende geopolitieke spanningen komen de dual-use goederen onder nog scherpere controles te staan. In 2024 en begin 2025 zagen we in zowel de EU als in individuele lidstaten, waaronder Nederland, een duidelijke trend: het verscherpen van exportregels middels sancties (Europese Raad, 2024; Rijksoverheid, 2025). Zo heeft de EU eind 2024 een verbod ingesteld op de export van goederen die gebruikt kunnen worden voor de productie van raketten en UAVs (onbemande luchtvaartuigen) naar Iran. Ook mag er niet meer gehandeld worden met havens en sluizen die beheerd worden door gesanctioneerde partijen zoals het geval is bij de haven van Amirabad. Dit verbod is ingesteld vanwege de militaire steun die Iran verleent aan Rusland en enkele militante groeperingen in het Midden-Oosten (Europese Raad, 2024).

Tussen 2019 en 2024 is de Nederlandse handel in dual-use goederen zowel aan de export- als importzijde sterk toegenomen, met een duidelijke piek in 2022 en een lichte daling daarna, te zien in figuur 2.4.6. Waar de export in 2019 nog rond de 142 miljard euro lag, piekte de exportwaarde in 2022 tot ruim 228 miljard euro. Voor zowel de in- als de uitvoer van dual-use goederen werd de stijging tussen 2019 en 2024 voor de helft veroorzaakt door de handel in machines. Met name chipmachines werden met een 10 miljard euro hogere uitvoerwaarde, meer uitgevoerd. Deze toename is echter niet uniek voor dual-use goederen; ook andere goederen kenden in 2022 een piek voor wat betreft de import- en exportwaarde. Zo was de inflatie in 2022 aan de hand van de consumentenprijsindex 10 procent (CBS, 2023c). Vanaf 2023 stabiliseerde de exportwaarde. Net als bij de wereldwijde goederenhandel lijkt vraag en aanbod van dual-use goederen meer in balans te komen, waarmee ook de inflatiepieken van 2022 afvlakten (UNCTAD, 2024a).

De import volgde een vergelijkbaar patroon met een relatief stabiel niveau in 2019 en 2020 gevolgd door een sterke stijging met een piek in 2022. Ten opzichte van 2019, was de importwaarde van dual-use goederen 80 procent hoger in 2022: van 112 miljard euro in 2019 naar 201 miljard euro in 2022. Voor zowel de import als de export geldt dat de handel in dual-use goederen tussen 2019 en 2024 rond de 30 procent van de totale handel in goederen uitmaakte.

2.4.6 Handelswaarde dual-use goederen (mld euro)
Jaar Export Import
2019 142 112
2020 130 106
2021 157 127
2022 228 201
2023* 224 188
2024* 222 184

Duitsland blijft belangrijkste exportbestemming voor dual-use goederen, VS belangrijkste land van herkomst

Duitsland, België, de VS en Frankrijk zijn de vier belangrijkste bestemmingen van de Nederlandse export van dual-use goederen. Figuur 2.4.7 toont de onderlinge handels­stromen van Nederland met de tien grootste exportpartners uitgesplitst naar uitvoer van Nederlandse makelij, wederuitvoer en invoer.

Duitsland is verreweg de belangrijkste exportpartner. In 2024 exporteerde Nederland voor 36,7 miljard euro – 14,0 miljard euro aan Nederlandse makelij en voor 22,7 miljard euro aan wederuitvoer – aan dual-use goederen naar onze oosterburen. Het aandeel daalde echter wel ten opzichte van 2023: van 18,4 procent in 2023 naar 17,5 procent in 2024. Naast Duitsland laat Frankrijk ook een lichte daling van het aandeel zien van 0,1 procentpunt in 2024 ten opzichte van 2023. De overige landen in de top 5 laten allemaal een stijging van het aandeel zien over diezelfde periode: China steeg met 1,5 procentpunt het meest en stootte zo het VK uit de top 5. Wanneer we wederuitvoer niet meerekenen dan is de VS de belangrijkste exportpartner. In 2024 exporteerde Nederland voor 19,3 miljard euro naar de VS, waarvan 14,6 miljard euro aan Nederlandse makelij. Daarmee haalt de VS Duitsland in als belangrijkste exportbestemming van Nederlandse makelij. Dit ging met name om machines (45 procent) en minerale brandstoffen (26 procent). Denk hierbij met name aan chipmachines en geraffineerde aardolieproducten.

Vanuit de VS en China importeerden we juist meer dual-use goederen dan dat we ernaartoe exporteerden. Uit de VS importeerden we in 2024 voor 26,6 miljard euro aan dual-use goederen, 4 miljard euro minder dan het jaar ervoor. Hierdoor daalde het aandeel van dual-use goederen dat uit de VS kwam naar 14 procent in 2024. Ook uit Duitsland en China, die de top 3 vervolledigen, importeerden we minder: de Duitse invoer daalde met 3 procent en uit China haalden we 2 procent minder dual-use goederen. Beide landen zijn goed voor een aandeel van 14 procent in de totale invoer van dual-use goederen. Nederland importeerde in 2024, net zoals bij de export, vooral machines (56 procent).

2.4.7 Top 10 exportpartners voor de Nederlandse handel in dual-use goederen, 2024* (mld euro)
Land Categorie Uitvoer Nederlandse Makelij Wederuitvoer Import
Duitsland Export, Duitsland 14 22,7 .
Duitsland Import, Duitsland . . 26,1
België Export, België 9,8 9,7 .
België Import, België . . 12,8
VS Export, VS 14,6 4,7 .
VS Import, VS . . 26,6
Frankrijk Export, Frankrijk 4,1 9,8 .
Frankrijk Import, Frankrijk . . 4,6
China Export, China 11,6 1,4 .
China Import, China . . 25,5
VK Export, VK 6,3 6,6 .
VK Import, VK . . 10,2
Italië Export, Italië 1,9 5,5 .
Italië Import, Italië . . 3,4
Zuid-Korea Export, Zuid-Korea 6,9 0,5 .
Zuid-Korea Import, Zuid-Korea . . 2,1
Spanje Export, Spanje 1,9 4,6 .
Spanje Import, Spanje . . 2,3
Polen Export, Polen 1,4 3,7 .
Polen Import, Polen . . 3,4

2.5Bijlage

Toelichting internationale indexen

Economie

  • Logistics Performance Index. Deze index van de Wereldbank meet hoe snel en betrouw­baar landen goederen vervoeren. Er wordt specifiek gekeken naar het gemak om betrouwbare waardeketens op te zetten en de factoren die dat mogelijk maken zoals de kwaliteit van logistieke diensten, infrastructuur voor handel en transport en grenscontroles (Wereldbank, 2025d).
  • Global Quality Infrastructure Index. Deze index van Mesopartner en Analyticar kijkt naar het internationale systeem van metrologie, standaardisatie, accreditatie en kwaliteits­gerichte diensten (zoals inspectie) dat vertrouwen geeft in internationale handel en bijdraagt aan de bescherming van mensen en milieu (Mesopartner & Analyticar, 2023).
  • Entrepreneurship Index. Deze ranking is onderdeel van de ‘best countries ranking’ van US News, WPP en de universiteit van Philadelphia. De index laat zien welke landen het meest aantrekkelijk zijn voor ondernemers op basis van 11 factoren: verbondenheid met de rest van de wereld, opleiding van de bevolking, ondernemerschap, innovatie, toegang tot financiering, werkvaardigheden, transparantie van bedrijfsvoering, fysieke infrastructuur, digitale infrastructuur en juridisch raamwerk (US News et al., 2025).
  • Open for Business Index. Deze ranking is onderdeel van de ‘best countries ranking’ van US News, WPP en de universiteit van Philadelphia. De ‘open for business index’ meet welke landen het meest aantrekkelijk zijn voor bedrijven om zich er te vestigen op basis van vijf factoren: bureaucratie, productiekosten, corruptie, belastingklimaat en transparantie van de overheid (US News et al., 2025).

Innovatie

  • Global Innovation Index. Deze index van het WIPO (World Intellectual Property Organisation), een agentschap van de Verenigde Naties, rangschikt de meest innovatieve landen in de wereld en kijkt naar zowel innovatie-input (instituties, menselijk kapitaal, infrastructuur, functioneren van de markt en functioneren van bedrijven) als innovatie-output (kennis, technologie, creatieve goederen en diensten), (WIPO, 2024).
  • Global Talent Competitiveness Index. Deze index van INSEAD Business School, het Descartes Institute for the Future en het Human Capital Leadership Institute meet in hoeverre landen in staat zijn om talent te ontwikkelen, aan te trekken en te binden (INSEAD, 2023).
  • World Digital Competitiveness Index. Deze index van IMD Business School meet de capaciteit en gereedheid van economieën om digitale technologie te adopteren en te verkennen voor economische sociale transities (IMD, 2024).

Kwaliteit van Leven

  • Global Gender Gap Index. Deze index van het World Economic Forum kijkt jaarlijks naar het niveau en de ontwikkeling van inclusiviteit, specifiek op de terreinen economische participatie en mogelijkheden, onderwijs, gezondheid en overleving en politieke machtiging (WEF, 2024).
  • Human Development Index (HDI). De HDI is samengesteld door het ontwikkelprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) en toont de prestaties op het vlak van een lang en gezond leven (levensverwachting bij geboorte), een deskundig leven (jaren van schoolonderwijs) en een voldoende welvarend leven (inkomen per hoofd van de bevolking) (UNDP, 2025).
  • Inequality adjusted HDI. Dit betreft de HDI gecorrigeerd voor inkomensongelijkheid per land (UNDP, 2025).
  • World Happiness Report. Dit jaarlijkse rapport van de Universiteit van Oxford, Gallup en de Verenigde Naties toont de perceptie van de bevolking van het eigen land op het vlak van sociale steun, welvaart, gezondheid, vrijheid, vrijgevigheid en corruptie. Er wordt apart gekeken naar de emoties en de welwillendheid van de bevolking zelf (WHR, 2025).
  • Democracy Index. Deze index van The Economist meet de staat van de democratie in bijna alle landen op basis van onderzoek naar verkiezingsprocessen, openbaar bestuur, politieke participatie, politieke cultuur en burgervrijheden (EIU, 2025).
  • Word Press Freedom Index. Deze index van de Reporters without borders (RSF – Reporters sans Frontières) laat zien welke landen de grootste persvrijheid hebben. De scores zijn gebaseerd op kwantitatieve analyses (onrechtmatige daden tegen journalisten) en kwalitatieve analyses (vragenlijsten) (RSF, 2025).
  • Social Progress Index. Deze index van Social Progress Imperative en AlTi Tiedemann Global meet de mate waarin landen voorzien in de sociale en ecologische behoeften van hun burgers. 54 indicatoren op het gebied van fundamentele menselijke behoeften, fundamenten van welzijn en kansen op vooruitgang tonen de relatieve prestaties van naties (SPI, 2025).
  • Worldwide Governance indicators. Deze data van de Wereldbank zijn gebaseerd op bronnen van meer dan 30 denktanks, internationale organisaties, NGO’s en private bedrijven en gaan over de mate van goed bestuur van landen, een belangrijke factor voor economische groei, onderwijs en sociale cohesie (Wereldbank, 2025i).
  • Corruption Perception Index. Deze index van Transparency International scoort bijna alle landen ter wereld op het vlak van corruptie in de publieke sector gebaseerd op de perceptie van experts, zakenmensen en 13 onafhankelijke databronnen (Transparency, 2025).

Duurzaamheid

  • Sustainable Development Goals Report. Dit jaarlijkse rapport van de Verenigde Naties laat de progressie van landen zien ten aanzien van het behalen van de Sustainable Development Goals (VN, 2025).
  • Environmental Performance Index. Deze index van Yale en andere universiteiten in de VS meet de wereldwijde duurzaamheidsambities op basis van 58 indicatoren. Daarbij wordt gekeken naar de ambities op het vlak van het tegengaan van klimaatverandering, het gezond houden van het milieu en het vitaal houden van ecosystemen (Block et al., 2024).
  • Climate Change Performance Index. Deze index van diverse onderzoeksinstellingen in Duitsland (Germanwatch, New Climate Institute, Climate Action Network International) kijkt naar de feitelijke prestaties van landen op het vlak van het tegengaan van klimaatverandering (Burck et al., 2025).

Geopolitiek

  • Power Index. Deze ranking is onderdeel van de ‘best countries ranking’ van US News, WPP en de universiteit van Philadelphia. De index laat zien welke landen in geopolitiek opzicht domineren en invloed hebben op het wereldpodium op basis van zes factoren: leiderschap, economische invloed, export, politieke invloed, internationale allianties en militaire kracht (US News et al., 2025).
  • Global Fire Power Index. Deze index van de gelijknamige organisatie meet het aantal militaire eenheden per land, kijkt naar financiële en logistieke capaciteiten en geografische voordelen en vertaalt dit naar militaire kracht (GFP, 2025).

2.6Literatuur

Open literatuurlijst

Literatuur

Bao, A. (2025a, 8 mei). China’s exports surge as shipments to Southeast Asian countries offset plunge in U.S. trade. CNBC. Geraadpleegd op 30 juni 2025.

Bao, A. (2025b, 8 juni). China’s exports to the U.S. clock their sharpest drop in more than 5 years — down over 34% in May. CNBC. Geraadpleegd op 11 juni 2025.

Becker, S. E., Fischer, N. A., Hutman, A. R., Hafeez, S. J., Beach, J. M., Akiner, A. A., Kim, B. E., Franks, S., & Burden, M. (2025) U.S. Tariffs on Non-USMCA-Compliant Products Take Effect; Increased Tariff Rate on China Imposed. Pillsbury Winthrop Shaw Pittman LLP.

Beunderman, M. (2025, 9 april). Klaas Knot: EU moet nu snel interne handelsbarrières wegnemen. NRC Handelsblad. Geraadpleegd op 21 mei 2025.

Block, S., Emerson, J., Esty, D., de Sherbinin, A., & Wendling, Z. (2024). Environment Performance Index. Yale Center for Environmental Law & Policy.

BNR (2024, 10 december). Chinese bedrijven exporteren massaal goederen om beleid Trump voor te zijn. Geraadpleegd op 28 mei 2025.

Boerema, D. (2025, 17 april). India ziet kans om fabriek van de wereld worden, maar stuit op eigen obstakels. Nederlandse Omroep Stichting. Geraadpleegd op 23 juni 2025.

Bolhuis, W. (2025). Nu Amerika zich richt op China, neemt de innovatiedruk op Europa toe. TNO Vector.

Brakman, S., Kohl, T., & Van Marrewijk, C. (2025). Demography and income in the 21st century: a long-run perspectiveCambridge Journal of Regions, Economy and Society18(1), 25–40.

Boone, A. (2025, 26 januari). De EU ziet in groen een competitief wapen nu Trump fossiel verkiest – NRC. NRC Handelsblad. Geraadpleegd op 21 mei 2025.

Burck, J., Uhlich, T., Bals, C., Höhne, N., Nascimento, L., Wong, J., Beaucamp, L., Weinreich, L., & Ruf, L. (2025). 2025 CCPI Climate Change Performance Index. Results. Germanwatch, NewClimate Institute & Climate Action Network.

Burke-Kennedy, E. (2025, 15 april). Irish exports to US surge threefold in February ahead of tariff deadline. The Irish Times. Geraadpleegd op 10 juni 2025.

CBS (2020). Internationaliseringsmonitor 2020, tweede kwartaal: China. Centraal Bureau voor de Statistiek.

CBS (2023a). Internationaliseringsmonitor 2023, eerste editie: India. Centraal Bureau voor de Statistiek.

CBS (2023b, 28 november). China grootste leverancier van producten met kritieke grondstoffen. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 1 juli 2025.

CBS (2023c, 10 januari). Inflatie 10 procent in 2022. Geraadpleegd op 12 juni 2025.

CBS (2025a, 24 februari). Handelstekort met VS door invoer minerale brandstoffen. Centraal Planbureau. Geraadpleegd op 2 juni 2025.

CBS (2025b). Internationaliseringsmonitor 2025, eerste editie: VS. Centraal Bureau voor de Statistiek.

CIA (2025). Country Comparisons – Median age. [Dataset]. Geraadpleegd op 14 mei 2025.

Colvin, J., & Gillies, R. (2024, 26 november). Trump threatens China, Mexico and Canada with new tariffs. AP News. Geraadpleegd op 16 mei 2025.

CPB (2025). Ook in maart neemt de invoer van de VS verder toe. Centraal Planbureau. Geraadpleegd op 28 mei 2025.

Creemers, S., Pinna, M., Rooyakkers, J., & Peeters, T. (2025). Goederenhandel tussen Nederland en de VS. In S. Creemers & R. Voncken (Reds.), Internationaliseringsmonitor 2025 eerste editie: Verenigde Staten. Centraal Bureau voor de Statistiek.

Crippa, M., Guizzardi, D., Pagani, F., Banja, M., Muntean, M., Schaaf, E., Monforti-Ferrario, F., Becker, W., Quadrelli, R., Risquez Martin, A., Taghavi-Moharamli, P., Köykkä, J., Grassi, G., Rossi, S., Melo, J., Oom, D., Branco, A., San-Miguel, J., Manca, G., Pisoni, E., Vignati, E., Csaky, Z., & Grant, C. (2025, 9 mei). Does EU enlargement require voting reform? Centre for European Reform. Geraadpleegd op 26 juni 2025.

Curran, I. (2025, 15 mei). Irish exports surged ahead of Trump’s ‘liberation day’ tariffs. The Irish Times. Geraadpleegd op 1 juli 2025.

Da Rocha, M. B., Boivin, N., & Poitiers, N. (2025). The Economic Impact of Trump’s Tariffs on Europa: An Initial Assessment. Bruegel. Geraadpleegd op 28 mei 2025.

Defensie (2022). Prinsjesdag 2022: extra investeringen in Defensie. Geraadpleegd op 15 mei 2025.

De Jong, H. (2024, 13 februari). Chinese economie in het slop: ‘Kat in het nauw’. BNR Nieuwsradio. Geraadpleegd op 14 mei 2025.

De Lemos Peixoto, S., Sabol, M., & Spitzer, K. G. (2025). US Tariffs: Economic, Financial, and Monetary Repercussions. European Parliament. Geraadpleegd op 28 mei 2025.

Draghi, M. (2024). The Draghi report on EU competitiveness. Europese Commissie.

Dulaney, C. (2025, 16 mei). EU Exports to the U.S. Jumped 56% in March. The Wall Street Journal. Geraadpleegd op 20 mei 2025

EDA (2025). Defence data 2023–2024. European Defence Agency. Geraadpleegd op 15 mei 2025.

EIU (2025). Democracy Index 2024. Economist Intelligence.

Europese Commissie (2025a). Commission unveils the White Paper for European Defense and ReArm Europe Plan/Readiness 2030. Press Release.

Europese Commissie (2025b). Commission selects 47 Strategic Projects to secure and diversify access to raw materials in the EU. Press Release.

Europese Commissie (2025c). European Defence – Readiness 2030. Geraadpleegd op 21 mei 2025.

Europese Raad (2024). EU verbreedt sancties wegens Iraanse steun aan Ruslands aanvalsoorlog tegen Oekraïne. Geraadpleegd op 5 mei 2025.

Europese Raad (2025). Permanente gestructureerde samenwerking (PESCO). Geraadpleegd op 15 mei 2025.

Europese Unie (2021). Verordening (EU) 2021/821 van het Europees Parlement en de raad. Geraadpleegd op 11 juni 2025.

Europese Unie (2024). Gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen. Geraadpleegd 14 mei 2025.

Eurostat (2025a). EU international trade in goods – latest developments.

Eurostat (2025b). International trade in goods. [Dataset]. Geraadpleegd op 14 mei 2025.

Eurostat (2025c). Median age in the EU increased by 2.2 years since 2014. Geraadpleegd op 14 mei 2025.

Eurostat (2025d). Raw material consumption (RMC). [Dataset]. Geraadpleegd op 14 mei 2025.

Evofenedex (2025, 12 februari). Hervatting Amerikaanse staal- en aluminium­heffingen. Geraadpleegd op 4 maart 2025.

Executive Office of the President (2025a). Adjusting imports of aluminum into the United States (Proclamation 10895)Federal Register90(30), 9807–9812. Geraadpleegd op 12 maart 2025.

Executive Office of the President (2025b). Adjusting imports of steel into the United States (Proclamation 10896)Federal Register90(30), 9817–9822. Geraadpleegd op 12 maart 2025.

Fajgelbaum, P., & Khandelwal, A. (2021). The Economic Impacts of the US-China Trade War. National Bureau of Economic Research. Geraadpleegd op 28 mei 2025.

FAO (2025). AQUASTAT – FAO’s Global Information System on Water and Agriculture. [Dataset]. Food and Agriculture Organization of the United Nations. Geraadpleegd op 14 mei 2025.

Feingold, S., & Botwright, K. (2025, 26 juni). Tracking tariffs: Key moments in the US-China trade dispute. World Economic Forum. Geraadpleegd op 30 juni 2025.

Franssen, L., Rud, I., & Van den Berg, M. (2020). Amerikaanse importtarieven en de gevolgen hiervan voor Nederlandse exporteurs. In M. Jaarsma & A. Lammertsma (Reds.), Internationaliseringsmonitor 2020 vierde kwartaal: Handelsbeleid: Tarieven & verdragen. Centraal Bureau voor de Statistiek.

Giesen (2025, 7 maart). Europa likt zijn wonden en aanvaardt de realiteit: het is een kwetsbare provincie tussen grootmachten. De Volkskrant. Geraadpleegd op 14 mei 2025.

Goris, G. (2023). Dit is India’s ongelijkheidsmachine: elke dag 70 miljonairs en 43.200 armen erbij. MO*. Geraadpleegd op 14 mei 2025.

GFP (2025). Global Firepower – 2025 World Military Strength Rankings. [Dataset]. Geraadpleegd op 14 mei 2025.

Hagan, R., & Shukia, A. (2025, 9 april). Trump threatens to end pharmaceuticals tariff exemption. BBC. Geraadpleegd op 12 juni 2025.

Hawkins, A. (2025, 4 februari). China has reacted in kind to Trump’s tariffs, but a deal may still emerge. The Guardian. Geraadpleegd op 12 juni 2025.

HLN (2025). Amerikaanse import gekelderd in april: “Grootste maandelijkse daling van invoer ooit”. Het Laatste Nieuws. Geraadpleegd op 10 juni 2025.

Hollander, S. (2024). Publieksvraag: Hoe het vetorecht in de EU te vermijden? Clingendael.

Hoskins, P. (2024, 5 februari). More China tariffs if re-elected, Donald Trump says. BBC. Geraadpleegd op 25 mei 2025.

ILO (2024a). Output per hour worked (GDP constant 2021 international $ at PPP). [Dataset]. International Labour Organization. Geraadpleegd op 14 mei 2025.

ILO (2024b). Mean weekly hours actually worked per employed person by seks. [Dataset]. International Labour Organization. Geraadpleegd op 14 mei 2025.

IMD (2024). IMD World Digital Competitiveness Ranking 2024The digital divide: risks and opportunities. Institute for Management Development.

IMF (2019). World Economic Outlook: Global Manufacturing Downturn, Rising Trade Barriers. International Monetary Fund. Geraadpleegd op 28 mei 2025.

IMF (2025a). World Economic Outlook database: NGDPD (nominal GDP). [Dataset]. Internationaal Monetair Fonds. Geraadpleegd op 14 mei 2025.

IMF (2025b). World Economic Outlook database: GDP per capita, current prices. [Dataset]. Internationaal Monetair Fonds. Geraadpleegd op 14 mei 2025.

IMF (2025c). Real GDP growth. [Dataset]. Internationaal Monetair Fonds. Geraadpleegd op 14 mei 2025.

IMF (2025d). Coordinated Direct Investment Survey (CDIS). [Dataset]. Internationaal Monetair Fonds. Geraadpleegd op 14 mei 2025.

IMF (2025e). Current account balance, percent of GDP. [Dataset]. Internationaal Monetair Fonds. Geraadpleegd op 14 mei 2025.

INSEAD (2023). The Global Talent Competiveness Index. [Dataset]. Geraadpleegd op 14 mei 2025.

Katawazi, G. (2025, 5 maart). De wereldorde verandert – en dat hoeft geen ramp te zijn. De Correspondent. Geraadpleegd op 21 mei 2025.

Kersten, K. (2025, 23 april). Dollar: munt van de wereld? Semmie. Geraadpleegd op 25 juni 2025.

Kopack, S. (2025, 6 mei). U.S. trade deficit jumps to record high on pre-tariff import rush. NBC News. Geraadpleegd op 21 mei 2025.

Kleinhuis, F. (2023, 30 april). India nu land met grootste inwonertal: sociale voorzieningen moeilijker te regelen. Nederlandse Omroep Stichting. Geraadpleegd op 14 mei 2025.

Li, Y. (2025, 7 maart). Trump tariffs: U.S. pauses tariffs on some Canadian, Mexican imports until April 2. CNBC. Geraadpleegd op 11 juni 2025.

Lucas, J. (2025, 9 april). ‘Beschikbaarheid geneesmiddelen in geding door Amerikaanse heffingen’. BNR Nieuwsradio. Geraadpleegd op 12 juni 2025.

Mesopartner & Analyticar (2023). Global Quality Infrastructure Index. [Dataset]. Geraadpleegd op 14 mei 2025.

NATO (2025, 27 juni). NATO – Topic: Defence expenditures and NATO’s 5% commitment. North Atlantic Trade Organization. Geraadpleegd op 27 juni 2025.

Nelson, D. (2024, 20 december). Trump Trade 2.0. Center for Strategic and International Studies.

Nieuwsuur (2025, 5 januari). Xi wil van China hightech-economie maken, maar Chinezen missen de opleiding. Nieuwsuur. Geraadpleegd op 23 juni 2025.

NOS (2025a, 10 februari). Tata Steel bezorgd om staalheffingen Trump: ‘Bereiden ons voor op alle mogelijke scenario’s’. Nederlandse Omroep Stichting. Geraadpleegd op 30 juni 2025.

NOS (2025b, 6 mei). EU wil einde aan import van Russisch gas, maar wel geleidelijk afbouwen. Nederlandse Omroep Stichting. Geraadpleegd op 21 mei 2025.

NOS (2025c, 13 juni). Demissionair kabinet: NAVO-norm naar 3,5 procent, miljarden euro’s extra voor defensie. Nederlandse Omroep Stichting. Geraadpleegd op 13 juni 2025.

NOS (2025d, mei 2). NAVO-chef Rutte wil norm defensie-uitgaven verhogen naar 5 procent. Nederlandse Omroep Stichting. Geraadpleegd op 8 mei 2025.

OESO-WTO (2025). OECD-WTO Balanced Trade in Services database (BATiS). [Dataset]. Geraadpleegd op 14 mei 2025.

OESO (2025). OECD Balanced International Merchandise Trade Dataset (BIMTS). [Dataset]. Geraadpleegd op 14 mei 2025.

Oh, L., Hageraats, N., & Schotel, H. (2024). Nederlandse defensie- en veiligheid gerelateerde technologische industriële basis. Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Berenschot. Geraadpleegd op 21 mei 2025.

Overheid.nl (2025). Uitvoeringsregeling strategische goederen 2012. Geraadpleegd op 14 mei 2025.

Pekar, F. (2024). GHG emissions of all world countries. [Dataset]. Europese Commissie, JRC138862. Geraadpleegd op 14 mei 2025.

Persson, M. (2025). Vechten om te overleven: middelgrote defensiebedrijven in Nederland dreigen ten onder te gaan. De Volkskrant. Geraadpleegd op 21 mei 2025.

Philips, T., Partington, R., & Jones, C. (2025, 3 februari). Trump agrees to postpone Canada and Mexico tariffs by one month. The Guardian. Geraadpleegd op 10 juni 2025.

Pogue, D. (2024, 8 december). Who would pay for Trump’s promised tariffs? You will! CBS News. Geraadpleegd op 28 mei 2025.

Reuters (2025, 23 april). EU exports to US surge by 22.4% in February. Geraadpleegd op 16 mei 2025.

Rijksoverheid (2021, 11 juni). ‘Onaanvaardbaar: helft 160 miljoen kindarbeiders is zeer jong’. Geraadpleegd op 23 juni 2025.

Rijksoverheid (2025a, 20 mei). Europese Unie (EU) neemt 17e sanctiepakket aan tegen Rusland. Geraadpleegd op 23 juni 2025.

Rijksoverheid (2025b). Maatregelen om tekort aan gas te voorkomen. Geraadpleegd op 14 mei 2025.

Rijksoverheid (2025c, 15 januari). Klever: aanscherping exportcontrole op geavanceerde productieapparatuur voor halfgeleiders. Geraadpleegd op 5 mei 2025.

Ross, D. J., Ross, L., Shenai, N., Mandell, L., & Laband, J. A. (2025, 7 februari). The US and China Trade Opening Barbs. WilmerHale. Geraadpleegd op 10 juni 2025.

RSF (2024). Index RSF. [Dataset]. Reporters Without Borders. Geraadpleegd op 17 maart 2025.

RTL (2025, 28 mei). Internationale studenten in VS in onzekerheid om visumregels. RTL Nieuws. Geraadpleegd op 4 juli 2025.

RVO (2025). Europees Defensie Fonds (EDF). Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Geraadpleegd op 15 mei 2025.

Schöngart, S., Nicholls, Z., Hoffmann, R., Pelz, S., & Schleussner, C. (2025). High-income groups disproportionately contribute to climate extremes worldwide. Nature Climate Change, 15, 627–633.

Segers, B. (2025, 14 maart). Vlaamse brouwerijen haasten zich met bierexport naar VS: “Trump is onvoorspelbaar”. VRT nws. Geraadpleegd op 28 mei 2025.

SIPRI (2024). Trends in world military expenditure, 2023. Stockholm International Peace Research Institute. Geraadpleegd op 15 mei 2025.

SIPRI (2025). SIPRI Military Expenditure Database. [Dataset]. Stockholm International Peace Research Institute. Geraadpleegd op 14 mei 2025.

SPI (2025). AlTi Global Social Progress Index. Social Progress Imperative. Geraadpleegd op 14 mei 2025.

Swanson, A., & Romm, T. (2025, 2 april). Trump Unveils Expansive Global TariffsThe New York Times. Geraadpleegd op 8 april 2025.

Tankersley, J. (2024, 14 mei). How Biden’s Trade War With China Differs From Trump’s. The New York Times. Geraadpleegd op 30 juni 2025.

The Guardian (2025, 6 maart). Trump casts doubt on willingness to defend Nato allies ‘if they don’t pay’. Geraadpleegd op 12 juni 2025.

The White House (2018). Presidential Proclamation Adjusting Imports of Steel into the United States. Geraadpleegd op 28 mei 2025.

Transparency (2025). Corruption Perceptions Index 2024. Transparency International. Geraadpleegd op 14 mei 2025.

Ummels, J. (2025, 14 mei). Europa mag schuilen onder Franse atoomparaplu, maar Macron wil het laatste woord houden. BNR Nieuwsradio. Geraadpleegd op 21 mei 2025.

UNCTAD (2024a). Merchandise trade matrix, annual (analytical). [Dataset]. United Nations Trade and Development. Geraadpleegd op 21 mei 2025.

UNCTAD (2024b). Key statistics and trends in international trade 2023. United Nations Conference on Trade and Development.

UNDP (2025). Human Development Index (HDI). United Nations Development Programme.

USAFacts (2024). How much does the US spend on the military. Geraadpleegd op 21 mei 2025.

U.S. Bureau of Labor Statistics (2025). Import/Export Price Indexes. Geraadpleegd op 1 juli 2025.

U.S. Census Bureau (2025). HS Port-level Data: Imports. [Dataset]. Geraadpleegd op 11 juni 2025.

US Department of State (2025). Fiscal year 2024 US arms transfers and defense trade. Bureau of political-military affairs. Geraadpleegd op 15 mei 2025.

USGS (2025). National Minerals Information Center. [Dataset]. United States Geological Survey. Geraadpleegd op 14 mei 2025.

US News, WPP en de universiteit van Philadelphia (2025). Best countries to live. [Dataset]. Geraadpleegd op 14 mei 2025.

Van Coevorden (2025). Tekort aan Chinese zeldzame aardmetalen brengt wereldwijde industrie in gevaar. BNR Nieuwsradio. Geraadpleegd op 14 mei 2025.

Van de hei, L., Prins, C., & Erken, H. (2018, 21 juni). Impact op Nederland van handelsconflict met de VS. RaboResearch. Geraadpleegd op 30 juni 2025.

Van der Spek, T. (2025, 11 juni). China en VS bereiken akkoord over handelsraamwerk. NRC Handelsblad. Geraadpleegd op 4 juli 2025.

Van Rijswijk, B. (2025, 14 maart). Angst voor handelsoorlog Trump leidt tot piek in Nederlandse export. BNR Nieuwsradio. Geraadpleegd op 28 mei 2025.

Verhaeghe, O. (2025, 18 februari). Europees handelsoverschot met VS klimt naar record. De Tijd. Geraadpleegd op 2 juni 2025.

VN (2024). Population Division, Department of Economic and Social Affairs. [Dataset]. World Population Prospects 2024. Geraadpleegd op 14 mei 2025.

VN (2025). Sustainable Development Report 2025. Verenigde Naties.

VN & IRP (2025). Global Material Flows Database. [Dataset]. Verenigde Naties en International Resource Panel Geraadpleegd op 14 mei 2025.

Walsh, N. (2024, 9 november). Trump’s second term could bring chaos around the world. Will it work? CNN. Geraadpleegd op 4 juli 2025.

WEF (2024). Global Gender Gap Report 2024. World Economic Forum.

Wereldbank (2025a). Rural population as % of total population. [Dataset]. Geraadpleegd op 14 mei 2025.

Wereldbank (2025b). Life expectancy at birth, total (years). [Dataset]. Geraadpleegd op 14 mei 2025.

Wereldbank (2025c). Unemployment, total (% of total labor force) (modeled ILO estimate). [Dataset]. Geraadpleegd op 14 mei 2025.

Wereldbank (2025d). Logistics Performance Index. [Dataset]. Geraadpleegd op 14 mei 2025.

Wereldbank (2025e). Trade (% of GDP). [Dataset]. Geraadpleegd op 14 mei 2025.

Wereldbank (2025f). Individuals using the Internet (% of population). [Dataset]. Geraadpleegd op 14 mei 2025.

Wereldbank (2025g). Research and development expenditure (% of GDP) [Dataset]. UNESCO Institute for Statistics. Geraadpleegd op 14 mei 2025.

Wereldbank (2025h). High-technology exports (current US$). [Dataset]. Geraadpleegd op 14 mei 2025.

Wereldbank (2025i). Worldwide Governance Indicators. [Dataset]. Geraadpleegd op 14 mei 2025.

Wettengel, J. (2024). Germany, EU remain heavily dependent on imported fossil fuels. Clean Energy Wire. Geraadpleegd op 23 juni 2025.

WHR (2025). The World Happiness Report Dashboard. World Happiness Report.

WIPO (2024). Global Innovation Index 2024. Unlocking the Promise of Social Entrepreneurship. World International Property Organization.

Worldostats (2025). Richest Countries in the World by Natural Resources (2025 Rankings). [Dataset]. Geraadpleegd op 14 mei 2025.

WRR (2024). Nederland in een fragmenterende wereldorde. Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.

WTO (2025). International trade statistics. [Dataset]. World Trade Organization. Geraadpleegd op 14 mei 2025.

Zandee, D. (2025, 7 mei). Europese defensie-industrie: Trump dwingt EU tot actie. Clingendael. Geraadpleegd op 21 mei 2025.

Noten

In de eerste ambtsperiode van Trump werden er voor specifieke, hoogwaardige staalproducten die de VS niet goed kon missen uitzonderingen gemaakt, waardoor de impact van de heffing op staal uiteindelijk meeviel (NOS, 2025a).

We gebruiken twee verschillende concepten in figuur 2.2.1. De traditionele Internationale Handel in Goederen statistiek geeft enkel inzicht in de directe handel tussen landen. Als we de wederuitvoerstromen aan import- én exportzijde willen uitsluiten, bieden de traditionele handelsstatistieken geen oplossing. Daarom gebruiken we ook de cijfers van de Nationale Rekeningen. Hiermee is het mogelijk de invoer uit te sluiten die niet in Nederland verwerkt of geconsumeerd wordt.

2 april 2025 is de dag die de Amerikaanse president Trump heeft uitgeroepen tot ‘Liberation Day’. Dit is de dag waarop hij een minimale invoerheffing van 10 procent aankondigde op alle ingevoerde goederen. Bepaalde handelspartners, die volgens functionarissen van zijn regering de VS oneerlijk zouden behandelen, werden zelfs geconfronteerd met dubbelcijferige heffingen (Swanson & Romm, 2025). De heffingen zijn een verdere uitbreiding van de handelsoorlog die president Trump voert met zijn handelspartners, waar de EU dus ook niet aan ontkomt.

Waar geen data van de EU beschikbaar waren, is een gewogen gemiddelde berekend van de 27 huidige EU-landen op basis van het bbp per EU-land (Duitsland telt bijvoorbeeld het zwaarste mee). In de wereldwijde rangschikkingen, zoals gebruikt in deze paragraaf, is de EU toegevoegd aan de individuele landen en ligt het aantal waarnemingen daarmee 1 hoger dan gerapporteerd door de bronnen. Landen die lager scoren dan de EU (gemiddeld) zakken daarmee 1 plek in de wereldwijde rangschikking. Cijfers over Nederland zijn te vinden in hoofdstuk 1 van de Internationaliseringsmonitor van april 2025 waarin Nederland wordt vergeleken met de VS op vele gebieden (CBS, 2025b).

Deze selectie komt overeen met de selectie van andere publicaties zoals Bolhuis (2025). Behalve India zijn al deze regio’s permanent vertegenwoordigd in de VN-veiligheidsraad (EU alleen met Frankrijk). De EU, de VS, China, India en Rusland zijn samen goed voor twee derde van het wereldwijde bbp.

De Population Division van de VN (2024) houdt nauwgezet bij wat de verwachtingen zijn voor de demografische ontwikkelingen per land tot het jaar 2100. Hier wordt uitgegaan van een gemiddeld scenario, de ‘medium fertility variant’.

Het gaat hier, voor een eerlijke vergelijking, om de extra-EU-handel, dus de landen van de EU met andere landen en regio’s, en dus exclusief de handel binnen de EU (intra-EU-handel).

Er is een groot verband tussen rijkdom en broeikasgasemissies. Zo hebben de rijkste 10 procent van de wereldbevolking maar liefst twee derde van de klimaatopwarming sinds 1990 veroorzaakt (Schöngart et al., 2025).

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

niets (blanco) een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
0 (0,0) het cijfer is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
* voorlopige cijfers
** nader voorlopige cijfers
- (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
2016–2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/’17 oogstjaar, boekjaar, schooljaar, enz. beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2004/’05-2016/’17 oogstjaar enz., 2004/’05 tot en met 2016/’17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

Nieke Aerts

Arjen Berkenbos (DNB)

Melle Bijlsma (DNB)

Timon Bohn

Sarah Creemers

Jurriaan Eggelte (DNB)

Robin Konietzny

Dio Limpens

Tom Notten

Shalane Pijnenburg

Mauro Pinna

Leen Prenen

Pascal Ramaekers

Janneke Rooyakkers

Anne Maaike Stienstra (DNB)

Fons Verkerk (DNB)

Christiaan Visser

Roger Voncken

Manon Weusten

Redactie

Sarah Creemers

Janneke Rooyakkers

Roger Voncken

Eindredactie

Sarah Creemers

Roger Voncken

Dankwoord

We danken de volgende personen voor hun constructieve bijdrage aan deze editie van Nederland Handelsland:

Deirdre Bosch

Anniek Erkens

Loe Franssen

Jan-Pieter Heijmans

Marjolijn Jaarsma

Tim Peeters

Davey Poulissen

Stef Weijers

CBS CCN Logistiek

CBS CCN Redactie en Visualisatie

CBS Vertaalbureau

We danken ook de volgende medewerkers van het ministerie van Buitenlandse Zaken voor hun feedback op een eerdere versie van Nederland Handelsland:

Jan Pieter Barendse

Diederik Berghuijs

Vasant Bhoendi

Tom Harmsen

Jeroen Jacobs

Ries Kamphof

Judith Kikkert

Harry Oldersma