Nederlandse verdiensten aan de export
De Nederlandse economie is internationaal sterk verweven. Ruim 35 procent van ons bbp in 2022 werd verdiend met de export van goederen en diensten, en bijna een derde van de totale werkgelegenheid in Nederland was te danken aan export. In 2022 was de exportwaarde fors hoger dan een jaar eerder onder invloed van de enorme prijsstijgingen die dat jaar kenmerkten. Het volume van de export kende een meer bescheiden groei. Door de gestegen prijzen van handelswaren die nodig zijn voor de realisatie van de export, komen de verdiensten aan export steeds meer onder druk te staan, vooral die van de goederen. Dit hoofdstuk gaat in op de verdiensten aan de export en de werkgelegenheid die de uitvoer van goederen en diensten in 2022 opbracht, en hoe zich dat ontwikkelde ten opzichte van voorgaande jaren. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de verdiensten aan verschillende typen export, bestemmingslanden, producten en bedrijfstakken. Tot slot kijken we naar hoe de werkgelegenheid samenhangt met export en naar de uren die gemaakt worden ten behoeve van de export. Hierbij maken we onderscheid naar beroep, type werkverband, opleidingsniveau en geslacht.
6.1Belangrijkste bevindingen
Bijdrage van de export aan het bbp
- De Nederlandse export van goederen en diensten bedroeg in 2022noot1 899 miljard euro, zo’n 23 procent meer dan in 2021. Dit komt grotendeels door prijsontwikkelingen; in volume was de export zo’n 5 procent hoger dan een jaar eerder. De uitvoerwaarde van goederen van Nederlandse makelij was 23 procent hoger, de wederuitvoer groeide met 25 procent en de dienstenuitvoer met 19 procent.
- De verdiensten aan de export waren in 2022 337 miljard euro: bijna 17 procent meer dan een jaar eerder. De toegevoegde waarde door de dienstenexport nam het meest toe (+19 procent), de verdiensten aan de uitvoer van goederen van Nederlandse makelij namen met 16 procent toe en die aan wederuitvoer met 9 procent.
- De exportverdiensten per euro bruto export waren in 2022 met gemiddeld 37 eurocent iets lager dan in voorgaande jaren. Die daling werd veroorzaakt door de export van Nederlandse makelij (van 55 cent in 2021 naar 53 cent in 2022) en wederuitvoer (van 12 naar 11 cent). De dienstenuitvoer leverde met gemiddeld 65 cent verdiensten per euro bruto export nog evenveel op als in 2021.
- 35,1 procent van het Nederlandse bbp werd in 2022 verdiend door export van goederen en diensten en dat is 1,9 procentpunt meer dan in 2021. Vooral de export van goederen van Nederlandse makelij (met name machines en aardgas) en de export van diensten (vooral de lucht- en zeevaart en het reisverkeer) droegen hieraan bij.
- In 2022 groeide het bbp met 4,3 procent t.o.v. 2021. De export van diensten was met 1,6 procentpunt grotendeels verantwoordelijk voor die groei, export van goederen van Nederlandse makelij en wederuitvoer droegen respectievelijk 0,1 en 0,2 procentpunt bij.
- Bedrijfstakken die veel verdienen aan de export zijn de industrie, zakelijke dienstverlening en de handel. Met name de industrie, vervoer en opslag en delfstoffenwinning zagen hun exportverdiensten stijgen in 2022 t.o.v. 2021. Binnen de industrie namen de verdiensten van de machine-industrie en de aardolie-industrie fors toe in dat jaar.
- De delfstoffenwinning en aardolie-industrie hadden te maken met enorme prijsstijgingen en tegelijk een volumedaling van de bruto export. Ook bij de chemische industrie daalde het exportvolume. De metaalindustrie en bouwmaterialenindustrie hadden ook hoge prijsstijgingen maar tegelijkertijd een stijging in exportvolume. De export van de farmaceutische industrie, machine-industrie en de voedingsmiddelenindustrie namen toe in volume.
- Kijken we naar typen producten binnen de uitvoer van Nederlandse makelij, dan zijn het gespecialiseerde machines, aardgas, aardolie(producten), vervoermaterieel, bloemen en planten en groenten en fruit die relatief veel verdiensten opleveren voor Nederland.
- Voor wat betreft exportbestemmingen, verdienen we het meest aan de export naar Duitsland, het VK, België, Frankrijk en de VS. China was het enige land in de top 10 landen waarbij in 2022 geen groei in exportverdiensten plaatsvond.
- De verdiensten aan de export naar Rusland zijn bijna gehalveerd door de sancties die zijn opgelegd vanwege de oorlog met Oekraïne.
Werkgelegenheid die samenhangt met de export
- 31,4 procent van de werkgelegenheid (oftewel 2,6 miljoen voltijdbanen) in Nederland is te relateren aan de export. Het gaat daarbij om 1,1 miljoen directe voltijdbanen en 1,5 miljoen indirecte voltijdbanen.
- Van de werkgelegenheid door export is 45 procent dankzij de export van Nederlandse makelij, 42 procent dankzij de export van diensten en 12 procent dankzij de wederuitvoer.
- In de zakelijke dienstverlening wordt relatief veel indirecte werkgelegenheid gegenereerd dankzij export, net zoals bij de handel. Binnen de industrie werken juist veel mensen direct voor de export.
- De werkgelegenheid dankzij export kunnen we ook nog verder onderverdelen naar exportbestemming. Export naar Duitsland levert daarin de meeste banen op, met daarna het VK, België en de VS.
- De meeste uren voor de export worden gemaakt door werknemers in bedrijfseconomische en administratieve beroepen, gevolgd door technische en commerciële beroepen. Binnen de agrarische beroepen wordt relatief gezien het grootste aandeel uren (57 procent van alle uren door agrarische beroepen) aan export besteed. Ook bij transport- en logistiekberoepen en ICT-beroepen is dit aandeel relatief hoog.
- Mannen, lager opgeleiden en zelfstandigen maken relatief de meeste uren ten behoeve van de export.
Leeswijzer
In paragraaf 6.2 wordt ingegaan op de export van 2022 en de verdiensten daaraan. We gaan in op de bruto exportwaarde, de exportverdiensten, de samenstelling van het bbp en de bijdrage van de export aan de bbp-groei in 2022, en welke rol de verschillende exportstromen (uitvoer van Nederlandse makelij, wederuitvoer en export van diensten) daarin spelen. We splitsen de verdiensten vervolgens uit naar bedrijfstakken, producten en landen. In paragraaf 6.3 wordt de werkgelegenheid dankzij de export uitgelicht. Naast een onderscheid in directe en indirecte werkgelegenheid, splitsen we de banen ook uit naar de verschillende typen export. Daarnaast verdelen we de werkgelegenheid nog onder in bedrijfstakken en landen. Tot slot komen de gewerkte uren door de Nederlandse beroepsbevolking aan bod, met een splitsing naar gewerkte uren voor de export en voor de binnenlandse bestedingen aan de hand van beroep, type werkverband, geslacht en opleidingsniveau.
6.2Bijdrage van de export aan het bbp
Nederland exporteerde in 2022 voor 898,7 miljard euro aan goederen en diensten.noot2 Daarmee was de exportwaarde fors hoger dan in 2021: er werd voor bijna 23 procent méér aan goederen en diensten uitgevoerd. Die toename komt vooral door de enorme prijsstijgingen die 2022 kenmerkten. Zo waren consumentengoederen en -diensten in 2022 10 procent duurder dan een jaar eerder (CBS, 2024b) en producentenprijzen van industrieproducten zelfs ruim 28 procent duurder (CBS, 2024c). Die prijsstijgingen zien we ook terug in de bruto handelswaarde van 2022, waarbinnen alle exportstromen met vergelijkbare groeipercentages toenamen (figuur 6.2.1).
We kunnen de totale Nederlandse exportwaarde verdelen in export van diensten en export van goederen, waarin we bij de goederen verder onderscheid maken tussen export van goederen van Nederlandse makelij en wederuitvoer. Die laatste groep betreft de goederen die Nederlandse bedrijven importeren en vervolgens vrijwel zonder bewerking, weer exporteren. De wederuitvoergoederen zijn tijdens het verblijf in Nederland (tijdelijk) eigendom van een Nederlands bedrijf.
De uitvoer van goederen bedroeg in 2022 695 miljard euro, waarvan 314 miljard euro aan goederen van Nederlandse makelij, en 381 miljard euro aan wederuitvoer. De dienstenexport bedroeg 204 miljard euro. De export van goederen nam met 24 procent toe t.o.v. 2021, waarbij de wederuitvoer met 25 procent wat sterker in waarde groeide dan de export van Nederlandse makelij (23 procent). De dienstenexport groeide ten slotte met 19 procent.
| jaar | Uitvoer van Nederlandsemakelij | Wederuitvoer | Uitvoer van diensten |
|---|---|---|---|
| 2022* | 313,9 | 381,0 | 203,8 |
| 2021* | 255,6 | 305,9 | 170,7 |
| 2020 | 216,0 | 243,2 | 164,2 |
| 2019 | 232,0 | 258,3 | 180,8 |
| 2015 | 212,1 | 206,3 | 152,0 |
Goederenexport groeide met name door prijsstijging, dienstenexport door volumegroei
De enorme toename in exportwaarde in 2022 werd voornamelijk veroorzaakt door hogere uitvoerprijzen. De prijzen van uitgevoerde goederen en diensten namen in 2022 toe met ruim 17 procent, terwijl de uitvoervolumes groeiden met bijna 5 procent (tabel 6.2.2). De goederenuitvoer rapporteerde de grootste prijstoename, namelijk 21 procent. Het volume van de goederenexport nam toe met 2 procent, waar dat in 2021 nog 10 procent was. De grote volumetoename in 2021 had te maken met het herstel van de ketens na de coronacrisis, en vraag en aanbod die beter in balans kwamen. De waarde van de dienstenuitvoer steeg in 2022 met 19 procent, en die toename was voornamelijk te danken aan volumegroei. Het uitvoervolume van diensten nam toe met bijna 12 procent, terwijl de prijzen groeiden met zo’n 7 procent. De relatief hoge volumegroei van de dienstenuitvoer kan met name verklaard worden door groei bij het reisverkeer en bij de lucht- en zeevaart. De uitvoer van goederen van Nederlandse makelij stond onder druk van de enorme prijsstijgingen (met name bij de delfstoffenwinning, aardolie-industrie, chemische industrie en metaalindustrie), en noteerde met een waarde- en prijsmutatie van elk 23 procent, geen volumeontwikkeling in 2022 t.o.v. 2021. Tabel 6.2.8 gaat verder in op de waarde-, volume- en prijsmutaties van de export van Nederlandse makelij per bedrijfstak.
| Waardemutatie | Volumemutatie | Prijsmutatie | |
|---|---|---|---|
| % | |||
| Type export | |||
| Uitvoer van goederen en diensten | 23 | 5 | 17 |
| Goederenuitvoer | 24 | 2 | 21 |
| Uitvoer Nederlandse makelij | 23 | 0 | 23 |
| Wederuitvoer | 25 | 4 | 19 |
| Dienstenuitvoer | 19 | 12 | 7 |
Exportverdiensten in 2022
Wat Nederland verdient aan de export is afhankelijk van de ingevoerde goederen en diensten die nodig zijn voor de productie ervan. Door die invoer in mindering te brengen op de exportwaarde, houden we de exportverdiensten, ofwel de toegevoegde waarde, over. De totale verdiensten aan de Nederlandse export van goederen en diensten waren in 2022 336,6 miljard euro: 16,5 procent meer dan in 2021. Dat is minder dan de groei van de bruto exportwaarde (+23 procent). Vooral de sterk gestegen importprijzen van energie en grondstoffen, die worden gebruikt in de productieprocessen van de export van allerlei bedrijfstakken, zorgden voor de lagere exportverdiensten per euro exportwaarde (CBS, 2024d).
De uitvoer van goederen van Nederlandse makelij leverde met 165 miljard euro het meeste op; dit is 17 procent van het bbp. Deze exportstroom is aan een stevige opmars bezig na een terugval in 2020, toen de verdiensten amper 121 miljard euro waren, oftewel 15 procent van het bbp. Hierin speelde toen de afnemende aardgasexport een belangrijke rol (CBS, 2021). Ten opzichte van 2021 groeide de toegevoegde waarde van de export van Nederlandse makelij met 16 procent. De verdiensten aan de wederuitvoer groeiden met bijna 9 procent. In 2022 leverde de dienstenexport de Nederlandse economie 130 miljard euro op en de wederuitvoer 41 miljard euro. De verdiensten aan de dienstenexport groeiden het hardst, met ruim 19 procent t.o.v. 2021. De groei van de dienstenexport was met name te danken aan reisverkeer en aan reisverkeer verwante diensten zoals horeca, reisbemiddeling en vervoersdiensten.
De verdiensten aan de export namen in 2022 bij de dienstenexport dus evenredig toe aan de ontwikkeling van de bruto export met beiden 19 procent. Bij de wederuitvoer was er juist een grote discrepantie; de bruto exportwaarde nam met 25 procent toe, terwijl de verdiensten maar zo’n 9 procent toenamen t.o.v. 2021. Bij de uitvoer van Nederlandse makelij was dat respectievelijk 23 en 16 procent. De verschillen in de ontwikkeling tussen goederen en diensten hebben mogelijk te maken met de prijsstijgingen van import die de verdiensten drukken. Bij export van diensten is er doorgaans minder import nodig.
Exportverdiensten per euro bruto export afgenomen in 2022
In totaal werd er in 2022 aan iedere euro bruto export gemiddeld ruim 37 eurocent verdiend door bedrijven in Nederland. Er zijn echter aanzienlijke verschillen in de verdiensten per type export, zoals weergegeven in figuur 6.2.3. De dienstenexport levert bijna 64 eurocent per euro op, de export van Nederlandse producten bijna 53 eurocent, en de wederuitvoer slechts 11 eurocent. Dat komt dus door de hoeveelheid import die nodig is om de export te verwezenlijken. Ten opzichte van 2021 wordt er aan een euro export van Nederlandse makelij 3 eurocent minder verdiend; bij de wederuitvoer moet er 1 eurocent ingeleverd worden. De relatieve verdiensten aan de export van diensten waren in 2022 even hoog als in 2021. De bedrijfstakken met lagere verdiensten per euro export dan in 2021 zijn vervoer en opslag, handel, voedingsmiddelenindustrie en chemische industrie. In de delfstoffenwinning, landbouw, elektrotechnische industrie en de aardolie-industrie lagen de verdiensten per euro export in 2022 juist hoger dan in 2021.
| 2015 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022* | ||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Uitvoer van Nederlandse makelij | 52,5 | . | 53,8 | 55,9 | 55,6 | 52,7 |
| Wederuitvoer | 13,7 | . | 13,5 | 12,9 | 12,3 | 10,8 |
| Uitvoer van diensten | 64,1 | . | 61,4 | 61 | 63,9 | 63,9 |
Export belangrijker geworden voor Nederlandse bbp in 2022
Het Nederlandse bbp is opgebouwd uit de verdiensten aan binnenlandse bestedingen en aan export van goederen en diensten. Hoewel het aandeel verdiensten uit export per euro export is afgenomen, zijn deze verdiensten als totaal in 2022 wel belangrijker geworden voor het Nederlandse bbp. De toegevoegde waarde van de export van goederen en diensten in het bbp bedroeg in 2022 35,1 procent, in 2021 was dat nog 33,2 procent. De grootste bijdrage kwam van de export van Nederlandse makelij, met 17,2 procent, gevolgd door de export van diensten (13,6 procent) en wederuitvoer (4,3 procent).
Dat de export belangrijker is geworden voor de Nederlandse economie komt met name door de toegenomen verdiensten aan de export van diensten en van goederen van Nederlandse makelij. Vooral de verdiensten aan machines en machineonderdelen en aan aardgas namen (fors) toe in 2022 t.o.v. een jaar eerder (CBS, 2024d). Bij de diensten leefden vooral het reisverkeer en de lucht- en zeevaart weer op na de wereldwijde lockdowns en beperkingen die de coronapandemie met zich had meegebracht.
Uitvoer van diensten belangrijkst voor bbp-groei dankzij export in 2022
In 2022 groeide het bbp van Nederland met 4,3 procent, waarin de binnenlandse bestedingen goed waren voor 2,4 procentpunt, en de export van goederen en diensten voor 1,9 procentpunt (zie figuur 6.2.4).noot3 De export van diensten was met 1,6 procentpunt het belangrijkst voor de bbp-groei in 2022, uitvoer van Nederlandse makelij en wederuitvoer droegen respectievelijk 0,1 en 0,2 procentpunt bij.
Uit figuur 6.2.3 bleek al dat de verdiensten aan de goederenexport in 2022 gemiddeld lager waren dan een jaar eerder. Zowel de export van Nederlandse makelij als de wederuitvoer leverde in 2022 minder op per euro export, waarmee de geringe bijdrage aan de bbp-groei samenhangt. Bovendien had de goederenexport in grotere mate last van gestegen prijzen van grondstoffen en intermediaire producten, dat was bij productie van diensten minder het geval. De dienstenuitvoer had in 2022 bovendien ook wat in te halen: in 2021 was de dienstenhandel nog niet goed hersteld van de coronacrisis, onder andere omdat er nog (reis)beperkingen waren in dat jaar. De goederenuitvoer was toen belangrijker voor de bbp-groei. In 2022 lijkt de dienstenhandel, met de sterkst gestegen exportverdiensten, de coronacrisis te boven en levert dan ook een relatief hoge bijdrage aan de bbp-groei van dat jaar.
| Jaar | Bbp-groei | Binnenlandse bestedingen | Dienstenuitvoer | Wederuitvoer | Uitvoer van Nederlandse makelij |
|---|---|---|---|---|---|
| 2016 | 2,2 | 2,2 | -0,7 | 0,2 | 0,5 |
| 2017 | 2,9 | 1,2 | 0,8 | 0,3 | 0,6 |
| 2018 | 2,4 | 1,3 | 0,6 | 0,1 | 0,3 |
| 2019 | 2,0 | 1,4 | 0,4 | 0,1 | 0,1 |
| 2020 | -3,9 | -1,6 | -1,6 | -0,4 | -0,3 |
| 2021 | 6,2 | 3,0 | 1,0 | 0,7 | 1,5 |
| 2022* | 4,3 | 2,4 | 1,6 | 0,2 | 0,1 |
Ruim driekwart van de toegevoegde waarde van de industrie dankzij de export
Er zijn grote verschillen in verdiensten aan binnen- of buitenland, zie tabel 6.2.5. De exportverdiensten omvatten zowel de verdiensten aan de directe export van een bedrijfstak, als de verdiensten die een bedrijfstak genereert als toeleverancier aan exporterende bedrijfstakken.
De publieke sector (openbaar bestuur, onderwijs en gezondheidszorg) voegt verreweg de meeste waarde toe door binnenlandse bestedingen, met 98 procent van de toegevoegde waarde afkomstig uit de binnenlandse markt. Voor de financiële dienstverlening, verhuur en handel van onroerend goed (85 procent) zijn de binnenlandse bestedingen eveneens de belangrijkste bron van verdiensten. Ook bedrijfstakken als de bouw, horeca en cultuur en recreatie zijn grotendeels op de binnenlandse markt gericht.
In de handel, zakelijke dienstverlening en informatie- en communicatie is de uitvoer goed voor de helft van de totale verdiensten van die bedrijfstak. In de bedrijfstakken industrie, vervoer en opslag, landbouw en delfstoffenwinning liggen deze aandelen nog hoger.
| Binnenlandse bestedingen | Export | Aandeel export in totale toegevoegde waarde | |
|---|---|---|---|
| mld euro | % | ||
| Openbaar bestuur, onderwijs, gezondheidszorg | 184,8 | 4,4 | 2,3 |
| Zakelijke dienstverlening | 64,7 | 63,7 | 49,6 |
| Financiële dienstverlening, verhuur en handel van onroerend goed | 102,4 | 17,9 | 14,9 |
| Handel | 56,0 | 63,4 | 52,9 |
| Industrie | 27,0 | 84,4 | 75,7 |
| Vervoer en opslag | 12,0 | 32,2 | 72,8 |
| Informatie en communicatie | 20,9 | 22,2 | 51,5 |
| Bouwnijverheid | 37,3 | 4,0 | 9,7 |
| Energievoorziening, waterbedrijven en afvalbeheer | 12,6 | 8,9 | 41,3 |
| Horeca | 14,3 | 3,9 | 21,5 |
| Cultuur, recreatie en overige diensten | 15,1 | 2,7 | 15,3 |
| Delfstoffenwinning | 2,1 | 13,5 | 86,3 |
| Landbouw, bosbouw en visserij | 3,5 | 11,5 | 76,4 |
De bedrijfstakken die voor hun verdiensten in grote mate afhankelijk zijn (minimaal de helft van de totale verdiensten) van de export van goederen en diensten, worden in figuur 6.2.6 verder uitgelicht. We splitsen de verdiensten aan de export nog uit naar type export en we maken een vergelijking met de verdiensten in 2021.
De toegevoegde waarde door export nam bij alle bedrijfstakken in figuur 6.2.6 toe, en bij alle typen export. De grootste groei was zichtbaar bij de industrie, vervoer en opslag en delfstoffenwinning. De groei bij de delfstoffenwinning had alles te maken met de gestegen prijzen van minerale brandstoffen, en ook de andere groeicijfers hebben mogelijk te maken met gestegen prijzen; in tabel 6.2.8 onderscheiden we de prijs- en volumeontwikkeling. Grote groeicijfers waren te vinden bij de uitvoer van Nederlandse makelij (met name binnen de industrie en delfstoffenwinning) en bij de uitvoer van diensten (vooral bij de bedrijven die zich bezighouden met vervoer en opslag en wederom in de industrie).
| Sector | Jaar | Uitvoer van Nederlandse makelij |
Wederuitvoer | Uitvoer van diensten |
|---|---|---|---|---|
| Industrie | 2022, Industrie | 73,2 | 2,5 | 8,7 |
| Industrie | 2021, Industrie | 64,2 | 2,1 | 7,3 |
| Zakelijke dienstverlening |
2022, Zakelijke dienstverlening |
16,5 | 5,1 | 42,0 |
| Zakelijke dienstverlening |
2021, Zakelijke dienstverlening |
15,1 | 4,6 | 35,8 |
| Handel | 2022, Handel | 28,0 | 23,0 | 12,4 |
| Handel | 2021, Handel | 27,3 | 22,0 | 11,2 |
| Vervoer en opslag |
2022, Vervoer en opslag |
6,2 | 3,8 | 22,3 |
| Vervoer en opslag |
2021, Vervoer en opslag |
5,4 | 3,2 | 17,4 |
| Informatie en communicatie |
2022, Informatie en communicatie |
2,9 | 1,2 | 18,2 |
| Informatie en communicatie |
2021, Informatie en communicatie |
2,9 | 1,2 | 16,9 |
| Landbouw, bosbouw en visserij |
2022, Landbouw, bosbouw en visserij |
10,7 | 0,3 | 0,5 |
| Landbouw, bosbouw en visserij |
2021, Landbouw, bosbouw en visserij |
10,2 | 0,3 | 0,3 |
| Delfstoffenwinning | 2022, Delfstoffenwinning | 12,6 | 0,1 | 0,9 |
| Delfstoffenwinning | 2021, Delfstoffenwinning | 4,7 | 0,1 | 0,6 |
In figuur 6.2.7 splitsen we de toegevoegde waarde van de industrie uit naar meer gedetailleerde bedrijfstakken. Binnen de industrie werd door de machine-industrie het meest verdiend aan de export, en dan met name aan export van goederen van Nederlandse makelij. De verdiensten aan de export van deze bedrijfstak namen met 17 procent behoorlijk toe ten opzichte van 2021 en zijn sinds 2015 zelfs meer dan verdubbeld. Zo is bijvoorbeeld de export van chipmachines naar China, Taiwan en Zuid-Korea sterk gegroeid in deze periode (CBS, 2024e). Andere bedrijfstakken die veel verdienden aan de export zijn de voedingsmiddelenindustrie en chemische industrie, waarbij die eerste ook nog relatief veel verdiende aan binnenlandse bestedingen. De toegevoegde waarde door de export van die twee bedrijfstakken groeide met respectievelijk 6 en 8 procent t.o.v. een jaar eerder.
De verdiensten van de aardolie-industrie waren in 2022 zo’n 5 keer groter dan in 2021. Die enorme groei kwam door gestegen prijzen en schaarste naar aanleiding van de oorlog in Oekraïne en sancties voor Rusland. Doordat de verdiensten van de grootste bedrijfstakken binnen de industrie groeiden, nam de toegevoegde waarde van de hele industrie toe. Echter zagen niet alle bedrijfstakken hun verdiensten aan de export groeien in 2022. Enkele kleinere bedrijfstakken, zoals de auto-industrie, overige transportmiddelenindustrie en de textielindustrie zagen hun verdiensten aan de export teruglopen in 2022.
| categorie | Uitvoer van Nederlandse makelij | Wederuitvoer | Uitvoer van diensten | Binnenlandse bestedingen |
|---|---|---|---|---|
| Machine-industrie | 15,7 | 0,2 | 1,0 | 3,7 |
| Voedings-, genotmiddelenindustrie | 13,5 | 0,2 | 0,7 | 4,7 |
| Chemische industrie | 12,1 | 0,1 | 1,9 | 0,7 |
| Aardolie-industrie | 5,4 | 0,1 | 0,4 | 1,2 |
| Metaalproductenindustrie | 3,9 | 0,2 | 0,9 | 3,6 |
| Elektrotechnische industrie | 3,0 | 0,9 | 0,4 | 0,8 |
| Overige industrie en reparatie | 2,4 | 0,2 | 1,5 | 3,5 |
| Basismetaalindustrie | 2,9 | 0,0 | 0,1 | 0,5 |
| Hout-, papier-, grafische industrie | 2,4 | 0,1 | 0,6 | 1,9 |
| Elektrische apparatenindustrie | 2,1 | 0,3 | 0,4 | 0,9 |
| Rubber- en kunststofproductindustrie | 2,5 | 0,0 | 0,2 | 0,9 |
| Farmaceutische industrie | 2,3 | 0,1 | 0,2 | 0,6 |
| Auto- en aanhangwagenindustrie | 2,2 | 0,0 | 0,1 | 0,3 |
| Overige transportmiddelenindustrie | 0,9 | 0,0 | 0,1 | 0,3 |
| Bouwmaterialenindustrie | 0,8 | 0,0 | 0,1 | 1,7 |
| Textiel-, kleding-, lederindustrie | 0,8 | 0,0 | 0,1 | 0,4 |
| Meubelindustrie | 0,4 | 0,0 | 0,0 | 1,1 |
Stijging exportwaarde komt bij veel bedrijfstakken met name door prijsstijging
Uit het eerste deel van de paragraaf blijkt dat de bruto exportwaarde en de bijbehorende verdiensten in 2022 aanzienlijk zijn gestegen. Om deze waardegroei goed te interpreteren, is het belangrijk om te weten welk deel hiervan toe te schrijven is aan prijsstijgingen. Dit inzicht stelt ons in staat de volumeontwikkelingen nauwkeurig in kaart te brengen. De voor prijzen gecorrigeerde waarde, ook wel de volumeontwikkeling genoemd, geeft namelijk het beste weer hoe de handel zich daadwerkelijk heeft ontwikkeld in de verschillende bedrijfstakken.
In tabel 6.2.8 staan de waarde-, volume- en prijsmutaties van de export in 2022 t.o.v. 2021 naar bedrijfstak uitgesplitst. Het gaat hierbij alleen om de goederen van Nederlandse makelij. Wat meteen opvalt is de enorme prijsstijging van de delfstoffenwinning en aardolie-industrie, door de dure minerale brandstoffen. Echter blijkt die enorme waardegroei door de hoge prijsstijgingen, een volumedaling te maskeren.
Ook de metaalindustrie en bouwmaterialenindustrie hadden te maken met enorme prijsstijgingen, maar zij exporteerden in volume wel meer goederen van Nederlandse makelij dan in 2021. We zien dat de farmaceutische industrie fors in volume toenam in 2022, net zoals de machine-industrie, die in figuur 6.2.7 reeds opviel op basis van waarde. De voedingsmiddelenindustrie, ook een grote exporterende industrie, noteerde een kleine plus in volumegroei, terwijl de chemische industrie in 2022 in volume minder goederen van Nederlandse makelij exporteerde dan in 2021. De categorie ‘Overig’ – denk hierbij aan kleinschalige ambachtelijke producten, handwerk of andere goederen die door particulieren worden vervaardigd en verkocht aan buitenlandse markten – kende ten slotte een enorme relatieve waardegroei. De absolute exportwaarde was echter klein, waardoor een relatief geringe toename leidde tot indrukwekkende groeicijfers.
| Waardemutatie | Volumemutatie | Prijsmutatie | |
|---|---|---|---|
| % | |||
| Bedrijfstak | |||
| Landbouw | 1 | –6 | 7 |
| Bosbouw en visserij | 2 | –15 | 20 |
| Delfstoffenwinning | 142 | –13 | 177 |
| Voedings-, genotmiddelenindustrie | 22 | 3 | 18 |
| Textiel-, kleding-, lederindustrie | 5 | –3 | 8 |
| Hout-, papier-, grafische industrie | 19 | –4 | 24 |
| Aardolie-industrie | 72 | –3 | 78 |
| Chemische industrie | 20 | –7 | 29 |
| Farmaceutische industrie | 19 | 14 | 4 |
| Rubber- en kunststofproductindustrie | 9 | –6 | 16 |
| Bouwmaterialenindustrie | 23 | 9 | 13 |
| Basismetaalindustrie | 34 | 0 | 34 |
| Metaalproductenindustrie | 17 | 2 | 14 |
| Elektrotechnische industrie | 4 | –2 | 5 |
| Elektrische apparatenindustrie | 13 | 3 | 9 |
| Machine-industrie | 18 | 12 | 6 |
| Auto- en aanhangwagenindustrie | 4 | 0 | 4 |
| Overige transportmiddelenindustrie | –6 | –10 | 4 |
| Meubelindustrie | –4 | –12 | 9 |
| Overige industrie en reparatie | –1 | –3 | 2 |
| Commerciële dienstverlening | 23 | –1 | 24 |
| Openbaar bestuur, onderwijs, gezondheidszorg | 41 | 16 | 22 |
| Overig | 77 | 66 | 7 |
Export van gespecialiseerde machines levert meeste verdiensten op in 2022
In figuur 6.2.9 staan de 15 goederensoortennoot4 die qua toegevoegde waarde dankzij export van Nederlandse makelij, het belangrijkst waren in 2022. De toegevoegde waarde wordt weergegeven als onderdeel van de totale exportwaarde, waardoor we zien dat met name aardolie relatief weinig toegevoegde waarde oplevert t.o.v. de totale exportwaarde. Dat komt omdat er veel import nodig is om waarde bij de export toe te voegen. Nederland wint zelf nauwelijks aardolie en moet deze vrijwel volledig importeren; de geïmporteerde olie wordt hier vervolgens verwerkt. Aardgas is daarentegen juist zeer lucratief omdat het rechtstreeks uit de Nederlandse bodem of zee komt en er voor de export vrijwel geen import nodig is.
Gespecialiseerde machines staan met stip op nummer 1 als het gaat om verdiensten aan de export van Nederlandse makelij. Denk hierbij aan machines voor de halfgeleiderindustrie, landbouwmachines, medische apparatuur en voedselverwerkingsmachines. De verdiensten maken zo’n 64 procent van de bruto exportwaarde uit. De verdiensten aan de export van Nederlandse makelij van ruwe dierlijke en plantaardige producten – dat zijn vooral bloemen en planten – zijn ook relatief hoog als 5e product in de ranking met ruim 72 procent aan verdiensten in de totale exportwaarde.
| categorie | Toegevoegde waarde | Bruto exportwaarde |
|---|---|---|
| Gespecialiseerde machines |
17,6 | 9,8 |
| Aardgas | 12,3 | 0,9 |
| Ruwe aardolie en aardolieproducten |
9,9 | 34,5 |
| Voertuigen voor wegvervoer |
7,9 | 6,6 |
| Ruwe dierlijke en plantaardige producten |
6,7 | 2,6 |
| Groenten en fruit |
6,5 | 3,6 |
| Zuivelproducten en eieren |
6,3 | 4,5 |
| Kunststof in primaire vormen |
5,9 | 6,7 |
| Vlees en vleesproducten |
5,9 | 3,9 |
| Diverse machines | 5,7 | 3,2 |
| Elektrische apparaten |
5,4 | 4,4 |
| Diverse fabricaten | 4,5 | 2,9 |
| Medicinale en farmaceutische producten |
4,4 | 2,8 |
| Organische chemische producten |
4,2 | 6,3 |
| Metaalproducten | 3,8 | 2,4 |
Verdiensten naar alle exportbestemmingen nemen toe, behalve naar Rusland en China
Figuur 6.2.10 laat de bestemmingen zien waarvan de verdiensten aan de export het grootst waren in 2022. Het zijn dezelfde tien landen als een jaar eerder, maar binnen de top 10 hebben enkele verschuivingen plaatsgevonden. Zo zijn de verdiensten aan de export naar Frankrijk net groter geworden dan die naar de VS, waar dat vorig jaar nog andersom was. Dat komt door een kleine daling aan de verdiensten aan dienstenexport naar de VS. Ook is Zwitserland Italië voorbijgestreefd voor wat betreft exportverdiensten, met name door een forse groei van verdiensten aan dienstenexport naar Zwitserland.
In het algemeen lieten alle landen een forse groei van exportverdiensten zien tussen 2021 en 2022. Dat heeft waarschijnlijk ook te maken met de prijsstijgingen in 2022, waardoor ook de verdiensten in absolute waarde toenamen. Uitzonderingen hierop zijn China en Rusland.
De verdiensten aan de export naar Rusland zijn in 2022 bijna gehalveerd t.o.v. 2021. Vanwege de oorlog in Oekraïne mogen er geen machines en technologieën meer naar Rusland geëxporteerd worden, maar ook geen luxegoederen zoals auto’s, jachten, juwelen of kleding. Mede hierdoor daalden de opbrengsten uit diensten met 48 procent, verdiensten aan Nederlandse goederenexport met 42 procent, en die aan wederuitvoer met 30 procent (CBS, 2023a). Overigens namen de exportverdiensten naar de landen om Rusland heen – Kazachstan, Oezbekistan, Armenië, Kirgizië en Turkije – wel toe in 2022. Dat heeft mogelijk te maken met het omzeilen van de sancties via die landen (CBS, 2023b; Motké, 2022).
De verdiensten aan de export naar China bleven in 2022 nagenoeg gelijk. Bij de goederenexport naar China verdiende Nederland in 2022 het meest aan machines en toestellen (met name gespecialiseerde machines), gevolgd door bereide voedingsmiddelen (zoals babymelkpoeder) en vlees. Grootste stijgers in 2022 waren bereide voedingsmiddelen, machines en toestellen en halfgeleiders. De grootste afname in exportverdiensten bij export naar China deed zich voor bij geneesmiddelen en personenauto’s. Hoewel de verdiensten aan export van Nederlandse makelij naar China tussen 2021 en 2022 stegen, bleven de verdiensten aan wederuitvoer gelijk en daalden de verdiensten aan de export van diensten met een kwart. Dat kwam vooral door een afname aan de verdiensten aan royalty's (CBS, 2023c).
Duitsland blijft verreweg de belangrijkste bestemming met zo’n 19 procent van de totale verdiensten aan de export. Ongeveer driekwart van deze verdiensten komen door Duitse binnenlandse bestedingen; een kwart verdienen we aan export die in Duitsland verder verwerkt wordt en vervolgens weer geëxporteerd wordt (CBS, 2023d). Export naar het VK en naar België zijn ieder goed voor zo’n 9 procent van de wereldwijde exportverdiensten; Frankrijk en de VS volgen met bijna 7 procent.
| land | Uitvoer van Nederlandse makelij | Wederuitvoer | Uitvoer van diensten | |
|---|---|---|---|---|
| Duitsland | 2022*, Duitsland | 33,7 | 10,7 | 19,4 |
| Duitsland | 2021*, Duitsland | 26,8 | 10,1 | 14,9 |
| Verenigd Koninkrijk (incl. Noord-Ierland) |
2022*, Verenigd Koninkrijk (incl. Noord-Ierland) |
11,7 | 2,5 | 15,7 |
| Verenigd Koninkrijk (incl. Noord-Ierland) |
2021*, Verenigd Koninkrijk (incl. Noord-Ierland) |
10,8 | 2,1 | 13,7 |
| België | 2022*, België | 15,9 | 4,5 | 8,5 |
| België | 2021*, België | 14,0 | 4,1 | 6,9 |
| Frankrijk | 2022*, Frankrijk | 11 | 4,2 | 7,6 |
| Frankrijk | 2021*, Frankrijk | 9,6 | 3,7 | 5,8 |
| Verenigde Staten | 2022*, Verenigde Staten | 10,3 | 1,1 | 11,5 |
| Verenigde Staten | 2021*, Verenigde Staten | 7,7 | 0,9 | 12,1 |
| Zwitserland | 2022*, Zwitserland | 2 | 0,6 | 9,4 |
| Zwitserland | 2021*, Zwitserland | 1,8 | 0,6 | 6,9 |
| Italië | 2022*, Italië | 5,6 | 2,2 | 3,6 |
| Italië | 2021*, Italië | 5,2 | 2 | 2,7 |
| Ierland | 2022*, Ierland | 1,2 | 0,7 | 7,9 |
| Ierland | 2021*, Ierland | 1,1 | 0,6 | 6,4 |
| Spanje | 2022*, Spanje | 3,8 | 1,8 | 3,1 |
| Spanje | 2021*, Spanje | 3,6 | 1,6 | 2,3 |
| China | 2022*, China | 5,9 | 0,4 | 1,2 |
| China | 2021*, China | 5,5 | 0,4 | 1,6 |
6.3Werkgelegenheid die samenhangt met de export
Bijna een derde werkgelegenheid in Nederland gerelateerd aan export
De export is niet alleen belangrijk voor de Nederlandse economie in termen van toegevoegde waarde, het creëert ook veel banen. Dit betreft in eerste instantie directe werkgelegenheid: mensen die werken bij bedrijven die producten voor de buitenlandse markt maken. Daarnaast genereert de export van goederen en diensten veel indirecte werkgelegenheid. Bedrijven die exporteren hebben doorgaans leveranciers en andere dienstverleners nodig voor hun bedrijfsvoering. Denk aan software voor de boekhouding, transport van de goederen naar het buitenland, en intermediaire goederen voor in het productieproces. De bedrijven die diensten of goederen leveren aan het exporterende bedrijf, genereren daarmee toegevoegde waarde en werkgelegenheid. De banen bij bedrijven die niet zelf exporteren maar leveren aan exporterende bedrijven vormen de indirecte werkgelegenheid dankzij de export.
In 2022 bestond de werkgelegenheid dankzij de export van goederen en diensten uit bijna 2,6 miljoen voltijdbanen (vte), waarvan 1,1 miljoen directe banen en 1,5 miljoen indirecte. Dat komt neer op 31,4 procent van de totale Nederlandse werkgelegenheid. Daarmee was het belang van de buitenlandse afzetmarkt in 2022 groter dan in 2021, toen de export goed was voor 30,7 procent van de werkgelegenheid in Nederland. De groei van banen verbonden aan de export in de totale werkgelegenheid (+0,7 procentpunt) was minder sterk dan de groei van de exportverdiensten in het Nederlandse bbp (+1,9 procentpunt). De inkomsten uit export van in Nederland geproduceerde goederen en diensten leidden vooral tot hogere winsten voor exportbedrijven, zonder een evenredige toename in lonen. Dat blijkt onder andere ook uit de analyse van Hebbink en Öztürk (2023).
Uitvoer van Nederlandse makelij levert meeste werkgelegenheid op
De werkgelegenheid door export is sterk verbonden met de toegevoegde waarde die deze export oplevert, zoals te zien is in figuur 6.3.2. Hierin staan weer de bedrijfstakken die minstens de helft van hun toegevoegde waarde verdienen met export. Daarbij zien we dat de verdiensten niet altijd gelijk op gaan met de werkgelegenheid. Zo is het aandeel dat de delfstoffenwinning inneemt in de totale toegevoegde waarde dankzij export veel groter dan de werkgelegenheid die het oplevert; in 2022 leverden minerale brandstoffen veel op terwijl er relatief weinig banen mee gemoeid zijn. Ook in de industrie wordt veel waarde toegevoegd met relatief weinig mensen. De zakelijke dienstverlening daarentegen levert relatief meer werkgelegenheid dan toegevoegde waarde op. Dit komt waarschijnlijk doordat het produceren van diensten arbeidsintensiever is, terwijl de productie van goederen meer kapitaal vereist.
| Bedrijfstak | Totale toegevoegde waardedankzij export | Totale werkgelegenheid dankzij export |
|---|---|---|
| Industrie | 25,4 | 19,4 |
| Zakelijke dienstverlening | 19,1 | 29,4 |
| Handel | 19,1 | 17,5 |
| Vervoer en opslag | 9,7 | 9,7 |
| Informatie en communicatie | 6,7 | 7,1 |
| Landbouw, bosbouw en visserij |
3,4 | 5,4 |
| Delfstoffenwinning | 4,1 | 0,2 |
Meeste werkgelegenheid dankzij export in de zakelijke dienstverlening
Figuur 6.3.3 geeft de werkgelegenheid van diezelfde bedrijfstakken weer naar type export en type werkgelegenheid. De export van goederen en diensten levert de meeste banen op bij de zakelijke dienstverlening, en dan met name de export van diensten. Daar blijkt veel indirecte werkgelegenheid mee gemoeid te zijn. Denk dan aan dienstverlening die exporterende bedrijven gebruiken in hun bedrijfsvoering zoals boekhouding, marketing en juridische diensten. De industrie heeft juist relatief veel banen die direct aan de export gerelateerd zijn, wat met name export van goederen van Nederlandse makelij betreft. In de bedrijfstak handel is er dan weer relatief veel indirecte werkgelegenheid dankzij export. Denk daarbij bijvoorbeeld aan transportbedrijven die de goederen naar het buitenland vervoeren voor een exporterend bedrijf, of een groothandelsbedrijf dat goederen van een producerend bedrijf koopt, en vervolgens naar het buitenland exporteert.
| categorie | type | Uitvoer van Nederlandse makelij | Wederuitvoer | Uitvoer van diensten | Directe werkgelegenheid | Indirecte werkgelegenheid |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Zakelijke dienstverlening |
Type export, Zakelijke dienstverlening |
233 | 66 | 453 | . | . |
| Zakelijke dienstverlening |
Type werkgelegenheid, Zakelijke dienstverlening |
. | . | . | 210 | 542 |
| Industrie | Type export, Industrie |
419 | 17 | 60 | . | . |
| Industrie | Type werkgelegenheid, Industrie |
. | . | . | 357 | 138 |
| Handel | Type export, Handel |
170 | 162 | 114 | . | . |
| Handel | Type werkgelegenheid, Handel |
. | . | . | 123 | 323 |
| Vervoer en opslag |
Type export, Vervoer en opslag |
52 | 32 | 164 | . | . |
| Vervoer en opslag |
Type werkgelegenheid, Vervoer en opslag |
. | . | . | 119 | 129 |
| Informatie en communicatie |
Type export, Informatie en communicatie |
24 | 10 | 147 | . | . |
| Informatie en communicatie |
Type werkgelegenheid, Informatie en communicatie |
. | . | . | 105 | 76 |
| Landbouw, bosbouw en visserij |
Type export, Landbouw, bosbouw en visserij |
128 | 4 | 6 | . | . |
| Landbouw, bosbouw en visserij |
Type werkgelegenheid, Landbouw, bosbouw en visserij |
. | . | . | 76 | 62 |
| Delfstoffen- winning |
Type export, Delfstoffen- winning |
3 | 0 | 3 | . | . |
| Delfstoffen- winning |
Type werkgelegenheid, Delfstoffen- winning |
. | . | . | 5 | 1 |
Export naar Duitsland zorgt voor meeste banen
In figuur 6.3.4 zien we de werkgelegenheid dankzij de export per exportbestemming. De werkgelegenheid gerelateerd aan de export uitgesplitst naar land is logischerwijs sterk verbonden met de landen waar we het meest aan verdienen: Duitsland, het VK en België vormen ook hier de top 3. In de totale werkgelegenheid gerelateerd aan wederuitvoer komt ruim een kwart van Duitsland, 11 procent van België en 10 procent van Frankrijk. Duitsland (15 procent van de totale werkgelegenheid dankzij dienstenexport), het VK (12 procent) en de VS (9 procent) zijn de belangrijkste bestemmingen voor wat betreft werkgelegenheid dankzij export van diensten. De belangrijkste landen qua werkgelegenheid dankzij uitvoer van goederen van Nederlandse makelij zijn wederom Duitsland (18 procent), het VK (8 procent) en België (9 procent).
| land | Uitvoer van Nederlandsemakelij | Wederuitvoer | Uitvoer van diensten |
|---|---|---|---|
| Duitsland | 201 | 79 | 174 |
| Verenigd Koninkrijk (incl. Noord-Ierland) |
89 | 19 | 139 |
| België | 102 | 33 | 75 |
| Verenigde Staten | 73 | 9 | 96 |
| Frankrijk | 73 | 32 | 66 |
| Zwitserland | 16 | 5 | 77 |
| Ierland | 10 | 5 | 71 |
| Italië | 36 | 17 | 31 |
| Spanje | 28 | 13 | 26 |
| Polen | 25 | 12 | 22 |
Meeste uren besteed t.b.v. export in bedrijfseconomische en administratieve beroepen
We weten niet alleen hoeveel vte er in Nederland gewerkt werden ten behoeve van de export, maar ook wie die uren maakten. We koppelden hiervoor gegevens over de export per bedrijfstak aan informatie over persoonskenmerken, zodat we de werkgelegenheid dankzij de export in kaart konden brengen uitgesplitst naar geslacht, beroep, opleidingsniveau en werkverband. Hoewel deze persoonsgegevens gebaseerd zijn op gewerkte uren in plaats van vte, blijft de interpretatie hetzelfde.
Bijna 31 procent van de gewerkte uren door de Nederlandse beroepsbevolking worden gemaakt ten behoeve van de export. In totaal zijn dat zo’n 94 miljoen uren per week. In figuur 6.3.5 worden deze uren uitgesplitst naar type beroep. Net zoals bij de toegevoegde waarde en bij de werkgelegenheid, verschilt het aandeel ten behoeve van export en ten behoeve van binnenlandse bestedingen per beroep sterk. Door beroepen in de landbouw, een bedrijfstak met relatief veel export in de totale omzet, wordt de meerderheid van de uren gemaakt ten behoeve van de export (57 procent). Ook in de transport en logistiek (51 procent) en ICT (45 procent van de totaal gewerkte uren) worden relatief veel uren gemaakt voor export van goederen en diensten.
Beroepen in de zorg, het onderwijs en openbaar bestuur, besteden relatief weinig uren aan export. Dat is ook logisch, deze bedrijfstakken zijn relatief sterk op het binnenland gericht.
| Beroepen | t.b.v. binnenlandse bestedingen | t.b.v. uitvoer |
|---|---|---|
| Bedrijfseconomische en administratieve beroepen |
37,7 | 21 |
| Technische beroepen |
28,6 | 19,4 |
| Zorg en welzijn beroepen |
35,1 | 2,1 |
| Commerciële beroepen |
20 | 11,8 |
| Managers | 12,4 | 8,5 |
| Pedagogische beroepen |
18,5 | 1,1 |
| ICT- beroepen |
10,6 | 8,6 |
| Dienstverlenende beroepen |
14 | 3,9 |
| Transport en logistiek beroepen |
8,5 | 8,8 |
| Openbaar bestuur, veiligheid en juridische beroepen |
9,2 | 1,8 |
| Creatieve en taalkundige beroepen |
4,5 | 3,6 |
| Agrarische beroepen |
2,5 | 3,3 |
| Overig | 0,7 | 0,4 |
Zelfstandigen en mannen maken relatief de meeste uren ten behoeve van de export
In figuur 6.3.6 staat de verdeling van gewerkte uren ten behoeve van de export en ten behoeve van binnenlandse bestedingen uitgesplitst naar type werkverband en naar geslacht.
Mannen blijken gemiddeld genomen een groter aandeel van hun uren te werken ten behoeve van de export. Dat komt vooral doordat zij in bedrijfstakken werken die meer gericht zijn op de export (denk aan de industrie, transport) dan vrouwen (zorg, onderwijs). Zelfstandigen maken relatief gezien de meeste uren ten behoeve van de export, bij mannen is dat 40 procent van de uren en bij vrouwen 30 procent van de uren.
| Geslacht | Dienstverband | t.b.v. binnenlandse bestedingen | t.b.v. uitvoer |
|---|---|---|---|
| Vrouwen | Contract voor bepaalde tijd, Vrouwen |
23,6 | 7,1 |
| Vrouwen | Contract voor onbepaalde tijd, Vrouwen |
58,9 | 14,3 |
| Vrouwen | Zelfstandige, Vrouwen | 11,9 | 5,0 |
| Mannen | Contract voor bepaalde tijd, Mannen |
21,8 | 12,5 |
| Mannen | Contract voor onbepaalde tijd, Mannen |
62,6 | 40,0 |
| Mannen | Zelfstandige, Mannen | 23,5 | 15,5 |
Lager opgeleiden besteden relatief de meeste uren aan export
De gewerkte uren door de Nederlandse beroepsbevolking kunnen we nog verder uitsplitsten. In figuur 6.3.7 laten we het onderscheid naar opleidingsniveaunoot5 en geslacht zien. Lager opgeleiden blijken relatief de meeste uren te werken ten behoeve van de export, zo’n 41 procent van de uren bij de mannen en 26 procent bij de vrouwen. Samen maakt die groep ruim 17 miljoen uur per week ten behoeve van de export. Dat het aandeel export bij de lager opgeleiden het hoogst ligt, heeft te maken met de beroepen (vaker technisch of gerelateerd aan transport) en bedrijfstakken waarin lager opgeleiden vaker werkzaam zijn; de industrie en transport hebben een relatief hoog aandeel export in de totale omzet.
| Geslacht | Opleidingsniveau | t.b.v. binnenlandse bestedingen |
t.b.v. uitvoer |
|---|---|---|---|
| Vrouw | Lager opgeleid, Vrouw |
11,8 | 4,1 |
| Vrouw | Middelbaar opgeleid, Vrouw |
35,4 | 9,3 |
| Vrouw | Hoger opgeleid, Vrouw |
47,2 | 13,0 |
| Man | Lager opgeleid, Man |
19,1 | 13,2 |
| Man | Middelbaar opgeleid, Man |
41,8 | 27,1 |
| Man | Hoger opgeleid, Man |
47,0 | 27,7 |
6.4Literatuur
Literatuur
CBS (2021, 5 november). Economisch belang export van Nederlandse makelij afgenomen. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 7 juni 2024.
CBS (2023a, 31 oktober). Verdiensten aan export naar Rusland bijna gehalveerd. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 7 juni 2024.
CBS (2023b, 6 november). Meer Nederlandse sanctiegoederen naar Turkije. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 7 juni 2024.
CBS (2023c, 27 oktober). Import uit China afgenomen in 2023, export toegenomen. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 7 juni 2024.
CBS (2023d, 12 oktober). Goederenexport naar Duitsland daalt. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 7 juni 2024.
CBS (2024a). Statistiek Internationale handel in goederen volgens eigendomsoverdracht en grensoverschrijding. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 7 juni 2014.
CBS (2024b). Consumentenprijzen; prijsindex 2015=100. [Dataset]. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 7 juni 2024.
CBS (2024c). Producentenprijzen (PPI); afzet-, invoer-, verbruiksprijzen, index 2021=100. [Dataset]. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 7 juni 2024.
CBS (2024d, 19 maart). Exportverdiensten groeien minder hard dan exportomzet. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 7 juni 2024.
CBS (2024e, 21 februari). Verdiensten aan machine-export meer dan verdubbeld sinds 2015. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 7 juni 2024.
Hebbink, G., & Öztürk, B. (2023). De bijdrage van winsten en lonen aan de Nederlandse inflatie. De Nederlandsche Bank.
Kranendonk, H., & Verbruggen, J. (2008). Decomposition of GDPGrowth in Some European Countries and the United States. De Economist, 156(3), 295–306.
Motké, S. (2022, 27 september). Sancties tegen Rusland makkelijk te omzeilen: ‘Er zijn altijd handige Harry’s’. Het Financieele Dagblad. Geraadpleegd op 7 juni 2024.
Noten
Voor de analyses in dit hoofdstuk is de data van de Nationale Rekeningen nodig. Op het moment van schrijven is 2022 het meest recente volledige jaar waarover data beschikbaar is bij de Nationale Rekeningen. In de andere hoofdstukken over internationale handel in goederen (hoofdstuk 2 en 3) en diensten (hoofdstuk 4) wordt gebruik gemaakt van de bronstatistieken Internationale Handel in Goederen respectievelijk Internationale Handel in Diensten, waardoor 2023 (en in hoofdstuk 2 het eerste kwartaal van 2024) al beschreven kan worden in die hoofdstukken.
De cijfers zoals ze in dit hoofdstuk gepresenteerd worden, zijn gebaseerd op cijfers van de Nationale Rekeningen. Voor de Nationale Rekeningen staat het eigendomscriterium centraal, wat betekent dat bepaalde transacties in het buitenland tot de Nederlandse in- en uitvoer kunnen worden gerekend ook als de verhandelde goederen fysiek niet in Nederland zijn geweest. Mede hierdoor wijken de cijfers in dit hoofdstuk en in hoofdstuk 7 af van de cijfers zoals gerapporteerd in hoofdstukken 2, 3 en 4, waar het principe van grensoverschrijding centraal staat. Voor meer informatie over de verschillende concepten binnen de internationale handel, zie CBS (2024a).
Er zijn twee methoden in gebruik om de bijdrage van bestedingscategorieën aan het bbp te bepalen. Bij de traditionele methode wordt de totale invoer van de totale uitvoer afgetrokken wat leidt tot een onderschatting van de bijdrage van de uitvoer aan het bbp. Huishoudelijke bestedingen en investeringen maken immers ook gebruik van (intermediaire) invoer. Bij de hier gebruikte methode van Kranendonk en Verbruggen (2008) wordt de (intermediaire) invoer toegerekend aan alle finale bestedingscategorieën. Daardoor wordt de onderschatting van de bijdrage van de uitvoer aan het bbp opgeheven.
Volgens de SITC-indeling op 2 digits.
Lager onderwijs omvat onderwijs op het niveau van basisonderwijs, het vmbo, de eerste 3 leerjaren van havo/vwo en de entreeopleiding, en de voormalige assistentenopleiding (mbo1). Middelbaar onderwijs omvat de bovenbouw van havo/vwo, de basisberoepsopleiding (mbo2), de vakopleiding (mbo3) en de middenkader- en specialistenopleidingen (mbo4). Hoger onderwijs omvat onderwijs op het niveau van hbo of wo. Hbo- en Wo-opleidingen omvatten alle Wo-kandidaats, -bachelor en - doctoraal of master opleidingen alsmede wo doctoraten.