Inzet van de invoer in de Nederlandse economie
Door deelname aan internationale waardeketens is de Nederlandse economie sterk verweven met het buitenland. Nederland vormt een belangrijke spil in de wereldhandel door zijn rol als schakel in de intraregionale handel binnen de Europese interne markt. Bedrijven in Nederland verwerken ingevoerde goederen tot tussenproducten en eindproducten die vervolgens vaak weer worden uitgevoerd. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de herkomst en samenstelling van de Nederlandse invoerstroom in 2022. Hoe wordt deze invoer van goederen en diensten binnen de Nederlandse economie ingezet? Worden deze door bedrijven in Nederland verder verwerkt of verlaten deze het land weer zonder verdere verwerking in de vorm van wederuitvoer? Bedrijven in Nederland voeren doorgaans goederen en diensten in die efficiënter in het buitenland worden geproduceerd of niet in Nederland geproduceerd kunnen worden. Een aanzienlijk deel van deze goederen en diensten wordt ingezet om concurrerend te kunnen opereren op de wereldmarkt.
7.1Belangrijkste bevindingen
Het gebruik van de invoer
- De infographic aan het begin van dit hoofdstuk laat zien wat er gedaan wordt met de invoer die Nederland binnenkomt. In 2022 heeft Nederland voor een recordwaarde van 795,2 miljard euro aan goederen en diensten uit het buitenland ingevoerd. Van deze invoer bestond 621,3 miljard euro uit goederen en 173,9 miljard euro uit diensten.
- Een aanzienlijk deel van de totale invoer van goederen en diensten (41 procent) vond ook in 2022 direct zijn weg naar het buitenland in de vorm van wederuitvoer. Daarbij gaat het voor het overgrote gedeelte om goederen. Ingevoerde goederen en diensten die rechtstreeks bestemd zijn voor binnenlandse bestedingen maken respectievelijk 10 procent en 3 procent uit van de totale invoer. De intermediaire goederen- en diensteninvoer wordt door Nederlandse bedrijven ingezet voor de productie van goederen en het leveren van diensten en hadden aandelen van respectievelijk 29 en 17 procent.
- Ten opzichte van 2021 groeide de invoer van goederen en diensten met 25,4 procent. De goedereninvoer rapporteerde een waardestijging van 27,2 procent, voornamelijk veroorzaakt door 24,9 procent aan stijgende invoerprijzen, terwijl de volumetoename bescheiden bleef met 1,8 procent. De waarde van de diensteninvoer nam in 2022 toe met 28 miljard euro of 19,2 procent, waarbij het invoervolume steeg met 10,5 procent en de invoerprijzen met 7,8 procent.
Samenstelling en herkomst van de goedereninvoer
- Meer dan de helft van de goedereninvoer (312,6 miljard euro) was in 2022 bestemd voor wederuitvoer en dit aandeel neemt de laatste jaren steeds verder toe. De rechtstreekse goedereninvoer bestemd voor binnenlandse bestedingen zoals huishoudelijke consumptie en bedrijfsinvesteringen had een waarde van 78,4 miljard euro. De intermediaire goedereninvoer bedroeg 230,3 miljard euro in 2022. Hiervan werd 34 procent door bedrijven in Nederland verder verwerkt in goederen of diensten die worden afgezet op de binnenlandse markt. Dat betekent dat de overige 66 procent na verwerking in Nederland terechtkomt in het buitenland.
- Aardolie en aardolieproducten was in 2022 de belangrijkste categorie bij goedereninvoer bestemd voor wederuitvoer, gevolgd door aardgas. In 2021 waren elektrische apparaten nog de grootste categorie. Nu staan deze op de derde plek. Ook bij de intermediaire goedereninvoer zijn aardolie en aardgas de goederengroepen met de hoogste invoerwaarde. De goedereninvoer voor direct gebruik in Nederland werd gedomineerd door voertuigen, aardgas en kleding.
- Net als in voorgaande jaren kwamen ingevoerde goederen bestemd voor wederuitvoer in 2022 voornamelijk uit Duitsland en China. Voor de intermediaire goederenimport en de import bestemd voor binnenlandse bestedingen bleven Duitsland en België de belangrijkste importpartners.
- In 2022 hadden de aardolie-industrie en de chemische industrie te maken met een explosieve groei van de intermediaire invoerwaarde als gevolg van de wereldwijde stijging van energieprijzen, die zich vertaalde in sterk gestegen invoerprijzen. De elektrotechnische en transportmiddelenindustrie zagen in 2021 en 2022 de intermediaire invoer juist afnemen. De invoervolumes namen af wat gedeeltelijk kan worden verklaard door wereldwijde chiptekorten.
Samenstelling en herkomst van de diensteninvoer
- De rechtstreekse diensteninvoer bestemd voor binnenlandse bestedingen had een waarde van 27,2 miljard euro in 2022. De intermediaire diensteninvoer bedroeg 137,3 miljard euro in 2022. Hiervan werd 35 procent door bedrijven in ons land verder verwerkt in goederen of diensten die worden afgezet op de binnenlandse markt. Dat betekent dat de overige 65 procent na verwerking in Nederland terechtkomt in het buitenland.
- Zakelijke diensten waren de grootste categorie bij de intermediaire diensteninvoer, waarvan 57 procent verder werd verwerkt in geëxporteerde goederen of diensten. De diensteninvoer voor direct gebruik in Nederland bestond voor 4,9 miljard euro uit ICT-diensten en 4,3 miljard euro uit zakelijke diensten.
- Voor de intermediaire dienstenimport bleven de VS en het VK de belangrijkste importpartners. Diensten bestemd voor rechtstreekse binnenlandse bestedingen kwamen met name uit Duitsland en de VS.
Het belang van de invoer voor de Nederlandse uitvoer
- In de periode tussen 2019 en 2022 is de Nederlandse economie relatief minder gaan overhouden per euro aan uitvoer van goederen van Nederlandse makelij, omdat er relatief meer invoer is gebruikt om de uitvoer te verwezenlijken. Dit komt vooral door prijsstijgingen van ingevoerde goederen. De prijzen van ingevoerde goederen verwerkt in de goederenuitvoer van Nederlandse makelij namen in de periode van 2019 tot en met 2022 toe met 57 procent, terwijl de groei van de exportprijzen achterbleef met 33 procent. Deze toename ging voornamelijk ten koste van het aandeel van de diensteninvoer die is verwerkt in de goederenuitvoer van Nederlandse makelij. Het aandeel van de verwerkte diensteninvoer daalde sterker dan het aandeel van de toegevoegde waarde of exportverdiensten. De exportverdiensten bleven mede daardoor redelijk op peil. Ook stegen de verdiensten in volumetermen sterker dan de exportomzet.
- De verdiensten per euro aan dienstenuitvoer zijn in de periode tussen 2019 en 2022 juist toegenomen, wat betekent dat het invoergehalte van de dienstenuitvoer in deze periode is gedaald. Bij de dienstenuitvoer stegen de prijzen van de benodigde invoer minder hard dan bij de benodigde invoer voor de goederenuitvoer. Tussen 2019 en 2022 namen de uitvoerprijzen van de diensten toe met 10,9 procent, terwijl de invoerprijzen van goederen en diensten die verwerkt zijn in de diensteninvoer stegen met 15 procent.
Internationale verwevenheid via Nederlandse in- en uitvoer
- Nederland is een belangrijke spil in de intraregionale handel in de Europese interne markt. Een groot deel van de invoer die in de uitvoer wordt verwerkt (50,4 miljard euro, goed voor 22,7 procent van de totale invoer voor intermediair verbruik) kwam uit de EU-27 en ging naar een ander (of hetzelfde) EU-27 land. Dit aandeel was 0,5 procentpunt lager dan in 2021, ondanks dat de waarde van deze invoer bijna 10 miljard euro hoger is. Veel handel vindt nog steeds binnen de EU plaats, maar merkbaar minder dan vóór het uittreden van het Verenigd Koninkrijk uit de EU.
- Buiten Europa bleven de Verenigde Staten (27,2 miljard euro) en China (6,4 miljard euro) opnieuw de belangrijke partners voor de Nederlandse invoer die verwerkt wordt door bedrijven in Nederland.
De aan de uitvoer verbonden invoer verder ontrafeld
- In 2022 was er in totaal 56,8 miljard euro aan import van grondstoffen en minerale brandstoffen en 20,3 miljard euro aan industriële producten nodig om de export te kunnen verwezenlijken.
- Er is een hoge mate van afhankelijkheid van de EU-27 voor invoer die is verwerkt in uitvoer als het gaat om industriële producten (69 procent uit EU-27), voeding en dranken (64 procent) en chemische producten (63 procent).
- In 2022 was er in totaal 25 miljard euro aan import van zakelijke diensten en 13,8 miljard euro aan vervoersdiensten nodig om de export te kunnen verwezenlijken. Bedrijven in Nederland betaalden ook 15,5 miljard euro aan het buitenland voor licenties en royalty’s die nodig waren voor de exportproductie.
- Bijna de helft van de geïmporteerde diensten was in 2022 afkomstig uit de EU-27. Zowel het EU-aandeel als ook de aandelen van de belangrijkste exportmarkten bleven bijna onveranderd ten opzichte van een jaar eerder.
Leeswijzer
In paragraaf 7.2 beschrijven we de inzet van de Nederlandse import van goederen en diensten in 2022. Welke invoer is bestemd voor binnenlandse consumptie en welke voor wederuitvoer? En welke producten en diensten worden ingezet in Nederlandse productieprocessen? Paragraaf 7.3 geeft meer details over de samenstelling en herkomst van de goedereninvoer. Paragraaf 7.4 doet datzelfde voor de invoer van diensten. Het belang van de invoer voor de Nederlandse uitvoer komt aan bod in paragraaf 7.5. Daarbij wordt onder andere onderzocht of het economische herstel van de Nederlandse handel na de coronapandemie zich ook in 2022 vertaalde in een steeds groter invoergehalte van de invoer. Was de groei in de monetaire waarde van deze verwerkte invoer vooral een prijs- of volume-effect? In paragraaf 7.6 wordt gekeken welke invoer uit welk land verwerkt wordt in de export naar bepaalde (grote) handelspartners. Bijvoorbeeld, kwam de invoer vooral uit de EU of toch uit niet-EU-landen in 2022? De aan de export verbonden import wordt verder ontrafeld in paragraaf 7.7, waarbij een productdimensie wordt toegevoegd in de analyse van ingevoerde producten en diensten verwerkt in de Nederlandse uitvoer.
7.2De verschillende invoerstromen
Deze paragraaf beschrijft hoe de Nederlandse invoer van goederen en diensten in 2022 werd ingezet. Wat gebeurt er precies met ingevoerde goederen en diensten? Welke invoer wordt ingezet binnen Nederlandse productieprocessen? En welk deel van de invoer wordt direct gebruikt door Nederlandse huishoudens in de vorm van respectievelijk consumptie en investeringen? Welke invoer verlaat Nederland weer in vrijwel onbewerkte staat in de vorm van wederuitvoer? Het jaar 2022 werd gekenmerkt door grote prijsstijgingen. Daarom is er – indien mogelijk – een opsplitsing gemaakt in volumemutaties en prijsmutaties.
In 2022 bereikte de Nederlandse invoer van goederen en diensten een recordwaarde van 795 miljard euro. Dat was een toename van 161 miljard euro (+25,4 procent) vergeleken met 2021. De goedereninvoer kende de hoogste waardestijging met 133 miljard euro (+27,2 procent). Deze waardestijging werd voornamelijk veroorzaakt door stijgende invoerprijzen. Ten opzichte van 2021 namen de prijzen met 24,9 procent toe, terwijl de volumetoename bescheiden bleef met 1,8 procent. In 2021 was de volumetoename van de goedereninvoer nog 9,5 procent.
Deze hoge volumetoename in 2021 had te maken met basiseffecten, omdat in 2020 de Nederlandse economie werd getroffen door tijdelijke bedrijfssluitingen vanwege de coronapandemie. Als we de hogere volumes van 2022 met die zeer lage niveaus vergelijken, lijken de verschillen dus groot. De waarde van de diensteninvoer nam in 2022 toe met 28 miljard euro of 19,2 procent, waarbij het invoervolume steeg met 10,5 procent en de invoerprijzen met 7,8 procent (CBS, 2023). De goederenhandel herstelde veel eerder en sneller van de coronacrisis dan de dienstenhandel, waar het reisverkeer en het toerisme lang last hield van reisbeperkingen.
Er dient opgemerkt te worden dat in dit hoofdstuk enkel de keten binnen Nederland zelf bekeken wordt. Dat houdt in dat de Nederlandse verbondenheid met diverse landen alleen betrekking heeft op de directe import en export tussen Nederland en het buitenland, niet tot indirecte import of oorsprongslanden.noot1
| Invoer voor binnenlands verbruik | Invoer direct bestemd voor het buitenland (wederuitvoer) | Totaal | |||
|---|---|---|---|---|---|
| invoer voor intermediair verbruik | invoer direct bestemd voor binnenlandse bestedingen | ||||
| binnenlandse bestedingen | export | ||||
| mld euro | |||||
| Goedereninvoer | 79,0 | 151,3 | 78,4 | 312,6 | 621,3 |
| Diensteninvoer | 48,5 | 88,7 | 27,2 | 9,4 | 173,9 |
| Totaal | 127,5 | 240,0 | 105,7 | 322,1 | 795,2 |
Invoer voor wederuitvoer blijft de grootste handelsstroom
Uit tabel 7.2.1 en de infographic aan het begin van dit hoofdstuk blijkt dat een aanzienlijk deel van de goedereninvoer het land in vrijwel onverwerkte vorm weer verlaat als wederuitvoer. Ongeveer de helft van de goedereninvoer was bestemd voor wederuitvoer en dit aandeel is de laatste jaren toegenomen. Figuur 7.2.2 laat zien dat in 2015 rond 46 procent van de goedereninvoer bestemd was voor wederuitvoer. Dit aandeel is gegroeid tot ongeveer 50 procent in 2022. Een voorbeeld van invoer voor wederuitvoer zijn importen van groenten uit bijvoorbeeld Spanje die Nederlands eigendom worden en vervolgens zonder bewerking naar een derde land zoals België worden uitgevoerd. Uit eerder onderzoek bleek dat een groot deel van de goedereninvoer uit Azië bestemd is voor wederuitvoer naar het Europese achterland (Franssen et al., 2020). Wederuitvoer van diensten maakt slechts een klein deel uit van de totale invoer van diensten. Figuur 7.2.3 toont aan dat in 2022 rond 5 procent van de diensteninvoer bestemd was voor wederuitvoer. Wederuitgevoerde diensten betreffen vooral royalty’s en licenties aan in Nederland geregistreerde bijzondere financiële instellingen (BFI’s), die de rechten over intellectueel eigendom beheren en deze geïnde betalingen rechtstreeks afdragen aan moederbedrijven in het buitenland (Mellens et al., 2011; CBS, 2016).
| Jaar | Intermediaire invoer verwerktvoor binnenlandse bestedingen | Intermediaire invoer verwerkt voor de uitvoer |
Rechtstreekse invoer voor binnenlandse bestedingen |
Invoer voor wederuitvoer |
|---|---|---|---|---|
| 2015 | 44,3 | 90,0 | 55,7 | 162,8 |
| 2016 | 45,2 | 85,5 | 58,1 | 166,3 |
| 2017 | 47,8 | 96,8 | 59,9 | 184,3 |
| 2018 | 51,4 | 104,7 | 61,7 | 195,5 |
| 2019 | 54,1 | 101,0 | 68,0 | 207,1 |
| 2020 | 50,8 | 86,9 | 62,9 | 196,8 |
| 2021 | 60,6 | 109,2 | 68,5 | 250,0 |
| 2022 | 79,0 | 151,3 | 78,4 | 312,6 |
| Jaar | Intermediaire invoer verwerktvoor binnenlandse bestedingen | Intermediaire invoer verwerkt voor de uitvoer |
Rechtstreekse invoer voor binnenlandse bestedingen |
Invoer voor wederuitvoer |
|---|---|---|---|---|
| 2015 | 33,1 | 67,6 | 52,3 | 12,7 |
| 2016 | 35,3 | 66,2 | 23,5 | 10,9 |
| 2017 | 38,1 | 73,1 | 25,2 | 11,1 |
| 2018 | 41,0 | 83,3 | 25,8 | 10,4 |
| 2019 | 41,9 | 81,4 | 26,8 | 11,1 |
| 2020 | 42,2 | 78,7 | 16,2 | 8,7 |
| 2021 | 44,1 | 78,6 | 17,8 | 5,5 |
| 2022 | 48,5 | 88,7 | 27,2 | 9,4 |
Invoer van goederen en diensten voor directe consumptie terug op pre-corona niveau
Net als invoer voor wederuitvoer worden goederen- en dienstenstromen die rechtstreeks bestemd zijn voor binnenlandse bestedingen ook niet of nauwelijks bewerkt door bedrijven in Nederland. In 2022 werd voor 105,7 miljard euro aan goederen en diensten geïmporteerd die rechtstreeks werden gebruikt door Nederlandse huishoudens, overheidsinstellingen en bedrijven voor investeringen. Een voorbeeld van invoer die direct is bestemd voor Nederlandse huishoudens is een in Italië geproduceerde en gebottelde fles wijn. De rechtstreekse invoer van goederen voor binnenlandse bestedingen had een waarde van 78,4 miljard euro in 2022, wat een stijging van 9,9 miljard euro (+14 procent) betekende ten opzichte van 2021. Vergeleken met 2019 was er een toename van 15,4 procent. Figuur 7.2.2 laat zien dat het relatieve aandeel van rechtstreekse goedereninvoer voor binnenlandse bestedingen door de jaren heen is afgenomen. In de jaren 2015–2019 bedroeg dit aandeel tussen de 15 en 16 procent. In 2022 staat het aandeel van rechtstreekse goedereninvoer voor binnenlandse bestedingen op 13 procent.
De invoer van diensten voor binnenlandse bestedingen bedroeg 27,2 miljard euro in 2022, wat ten opzichte van 2019 een stijging van 0,4 miljard (+2 procent) betekende. Uitgaven van Nederlandse toeristen in het buitenland vormen het grootste deel van de invoer binnen deze categorie. Dit is duidelijk terug te zien in de jaren 2020 en 2021. In vergelijking met 2019 daalde het aandeel van diensteninvoer voor directe consumptie naar 11 procent in 2020 en 12 procent in 2021 wat vooral te verklaren is door minder Nederlandse toeristen in het buitenland tijdens de coronacrisis.
Invoer intermediaire goederen en diensten
Rond 46 procent van de invoer van goederen en diensten was bestemd voor verdere verwerking door bedrijven in Nederland. Deze invoer, ook wel intermediaire invoer genoemd, bedroeg 367,5 miljard euro in 2022. Intermediaire invoer kan worden onderverdeeld in intermediaire invoer van goederen (230,3 miljard euro) en diensten (137,3 miljard euro). Bedrijven in ons land verwerken deze intermediaire invoer tot goederen of diensten die vervolgens op de binnenlandse markt worden verkocht of geëxporteerd worden. Van de intermediaire goedereninvoer die in 2022 werd verwerkt in goederen of diensten was ongeveer een derde bestemd voor het binnenland (79 miljard) en twee derde voor het buitenland (151,3 miljard). Een voorbeeld van intermediaire goedereninvoer voor export is de import van elektronische componenten uit Maleisië, die in Nederland verder wordt verwerkt. De relatieve aandelen van de verwerkte intermediaire diensteninvoer voor het binnen- (48,5 miljard) en buitenland (88,7 miljard) waren vergelijkbaar. Groothandelsbedrijven in Nederland die buitenlandse transportbedrijven inhuren voor vervoer over land zijn een voorbeeld van geïmporteerde intermediaire diensten die in Nederlandse bedrijfsprocessen worden ingezet. De invoer bestemd voor verwerking in exportproducten groeide in 2022 met 57,7 miljard euro, ofwel 31,7 procent, vergeleken met pre-coronajaar 2019. In de paragrafen 7.5 tot en met 7.7 wordt dieper ingegaan op deze invoerstromen die in de export worden verwerkt.
7.3Samenstelling en herkomst van de goedereninvoer
Uit figuur 7.3.1 blijkt dat ruwe aardolie en aardolieproducten in 2022 opnieuw de belangrijkste importcategorie vormden. Vergeleken met 2021 nam de invoer van deze goederen toe met 38,6 miljard euro (+80,4 procent). Deze sterke toename werd veroorzaakt door hogere olieprijzen en het herstel van de vraag naar brandstoffen. Ingevoerde ruwe aardolie en aardolieproducten zijn voornamelijk bestemd voor wederuitvoer, maar vergeleken met 2021 is het aandeel van invoer voor verdere verwerking in de Nederlandse export gegroeid. Ook bij de invoer van goederen voor verdere verwerking voor binnenlandse bestedingen hebben ruwe aardolie en aardolieproducten de hoogste invoerwaarde, rond de 8 miljard euro. Aardgas en industriegas zijn met 7,4 miljard euro eveneens belangrijke invoerproducten die voor binnenlandse bestedingen verwerkt worden. Elektrische apparaten hadden een importwaarde van 36,6 miljard euro. Rond 69,7 procent binnen deze productgroep was bestemd voor wederuitvoer. In vergelijking met 2021 groeide de invoer van elektrische apparaten met 18,1 procent.
| Beschrijving | Intermediaire invoer verwerkt voor binnenlandse bestedingen | Intermediaire invoer verwerkt voor de uitvoer | Rechtstreekse invoer voor binnenlandse bestedingen | Invoer voor wederuitvoer |
|---|---|---|---|---|
| Ruwe aardolie en aardolieproducten | 8,0 | 39,7 | 0,9 | 37,9 |
| Aardgas en industriegas | 7,4 | 10,8 | 7,8 | 20,5 |
| Elektrische apparaten, n.a.g. | 4,2 | 3,9 | 3,0 | 25,5 |
| Toestellen voor telecommunicatie en voor opnemen en weergeven van geluid |
1,3 | 2,3 | 3,1 | 19,1 |
| Diverse fabricaten, n.a.g. | 2,9 | 2,4 | 3,4 | 16,9 |
| Kantoor- en automatische gegevensverwerkende machines |
1,2 | 1,3 | 3,9 | 18,4 |
| Voertuigen voor wegvervoer |
1,5 | 3,7 | 12 | 5,9 |
| Organische chemische producten |
0,7 | 9,0 | 0,1 | 10,5 |
| Medicinale en farmaceutische producten |
2,4 | 1,3 | 1,9 | 12,1 |
| Diverse machines, n.a.g. | 1,6 | 2,2 | 3,8 | 9,8 |
Aardolie belangrijkste categorie bij invoer voor wederuitvoer
De infographic aan het begin van dit hoofdstuk toont aan dat in 2022, net als in 2021, de goedereninvoer voor wederuitvoer met een waarde van 312,6 miljard euro en een aandeel van 40 procent nog steeds de grootste invoerstroom is die Nederland binnenkwam. Uit figuur 7.3.1 blijkt dat de grootste goederencategorie binnen deze stroom bestond uit ruwe aardolie en aardolieproducten. De invoer voor wederuitvoer van deze categorie bedroeg 37,9 miljard euro, wat een stijging van 58,6 procent betekende ten opzichte van 2021. De grote stijging is vooral te verklaren door de gevolgen van de oorlog in Oekraïne met de daar uit voortkomende prijsstijgingen. Ook de handel in aardgas kende sterke prijsstijgingen. De invoer voor wederuitvoer van aardgas bedroeg circa 20,5 miljard euro in 2022: een stijging van ongeveer 260 procent ten opzichte van 2021. Dit zet een eerdere ontwikkeling voort; in 2021 was de invoer voor wederuitvoer van aardgas al verdrievoudigd ten opzichte van een jaar eerder.
Aardolie en aardgas belangrijk voor zowel wederuitvoer als voor binnenlandse verwerking
De goedereninvoer voor intermediair gebruik bereikte in 2022 een waarde van 230,3 miljard euro. Dit was 33,5 miljard euro (+35,6 procent) meer dan in 2021. Figuur 7.3.1 laat zien dat de grootste categorieën binnen de intermediaire goedereninvoer de invoer van ruwe aardolie en aardolieproducten (47,7 miljard euro), en aardgas en industriegas (22,7 miljard euro) waren. Ongeveer 80 procent van de ingevoerde aardolie die door bedrijven in Nederland werd verwerkt, was bedoeld voor de export en 20 procent voor binnenlandse bestedingen. Voorbeelden van intermediaire invoer van aardolie en aardolieproducten zijn ruwe aardolie die wordt geraffineerd tot aardolieproducten, maar ook gebruikt wordt als grondstof voor de productie van kunststoffen. Ook aardolieproducten zoals scheepsdiesel en kerosine vallen onder deze categorie. Een andere productcategorie die uiteindelijk wordt verwerkt in exportproducten is de invoer van chemische producten. In 2022 bedroeg de invoerwaarde hiervan 20,4 miljard euro, waarvan ongeveer de helft werd ingezet in productieprocessen gericht op de export.
Voertuigen en kleding vooral ingevoerd voor binnenlandse consumptie
In 2022 bedroeg de goedereninvoer die direct bestemd was voor binnenlandse bestedingen 78,4 miljard euro of 12,6 procent van de totale goedereninvoer. De grootste goederencategorie binnen deze stroom waren voertuigen voor wegvervoer met een invoerwaarde van 12 miljard euro, aardgas en industriegas met een waarde van 7,8 miljard euro en kleding en toebehoren met een waarde van 4,4 miljard euro. Deze drie categorieën vertegenwoordigden samen 30,9 procent van de totale invoer voor directe consumptie. Meer dan de helft van de wegvoertuigen, zoals personenauto’s en motoren, is dus direct bestemd voor de Nederlandse consument of ondernemer (CBS, 2024a).
Duitsland blijft belangrijkste partner voor goedereninvoer
Tabel 7.3.2 laat de verschillende categorieën voor de belangrijkste Nederlandse invoerpartners zien. Zoals in eerdere jaren is Duitsland in 2022 nog steeds de belangrijkste handelspartner voor de invoer van goederen met een waarde van 95,7 miljard euro, gevolgd door België en China. De EU-27 is verantwoordelijk voor 43,5 procent van de totale Nederlandse goederenimport.
| Invoer voor binnenlands verbruik | Invoer direct bestemd voor het buitenland (wederuitvoer) | Totaal | |||
|---|---|---|---|---|---|
| invoer voor intermediair verbruik | invoer direct bestemd voor binnenlandse bestedingen | ||||
| binnenlandse bestedingen | export | ||||
| mld euro | |||||
| Landen en landengroepen | |||||
| Duitsland | 14,0 | 22,1 | 16,1 | 43,6 | 95,7 |
| België | 8,5 | 15,4 | 8,7 | 27,4 | 60,1 |
| EU-27 overig | 14,5 | 21,0 | 17,4 | 65,7 | 118,7 |
| Verenigd Koninkrijk | 3,8 | 8,7 | 3,7 | 19,7 | 35,8 |
| Oekraïne | 0,2 | 0,5 | 0,1 | 0,4 | 1,2 |
| Rusland | 2,3 | 6,4 | 1,0 | 7,3 | 16,9 |
| Europa overig | 4,0 | 7,8 | 3,2 | 17,7 | 32,8 |
| Verenigde Staten | 5,1 | 12,4 | 4,8 | 24,2 | 46,5 |
| Amerika overig | 2,5 | 7,2 | 1,7 | 13,7 | 25,1 |
| China | 5,7 | 6,1 | 8,0 | 39,2 | 59,0 |
| Azië overig | 6,3 | 15,4 | 7,2 | 48,0 | 76,8 |
| Rest van de wereld | 10,4 | 24,6 | 10,3 | 17,1 | 62,4 |
EU-27 levert bijna de helft van de intermediaire input voor Nederlandse productie
De invoer uit EU-landen die wordt gebruikt voor verdere verwerking door bedrijven in Nederland, bedroeg 95,5 miljard euro, wat neerkomt op 42,6 procent van de totale intermediaire goedereninvoer. Figuur 7.3.3 laat zien dat het aandeel van de EU-27 (Duitsland, België en EU-overig samen) in 2021 en 2022 is afgenomen ten opzichte van 2020. Dit kan worden verklaard door prijsstijgingen van aardolie en aardgas die voornamelijk worden ingevoerd uit niet-EU-landen. Het gevolg van deze prijsstijgingen is dat de invoerwaarde uit niet-EU-landen sterker is gegroeid dan de invoerwaarde uit EU-landen, resulterend in een afnemend aandeel van de EU-27 landen. Duitse importen vertegenwoordigden in 2022 rond 16,0 procent van de totale goedereninvoer, vergeleken met 18,8 procent in 2021 en 19,2 procent in 2022. Ook importen uit overige EU-landen (excl. Duitsland en België) vielen in 2022 rond 2,3 procentpunt lager uit dan in 2021.
| Landen | Duitsland | België | EU overig | Verenigd Koninkrijk | Oekraïne | Rusland | Europa overig | Verenigde Staten | Amerika overig | China | Azië overig | Rest van de wereld |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2022* | 16,0 | 10,6 | 15,8 | 5,6 | 0,3 | 3,8 | 5,3 | 7,8 | 4,3 | 5,2 | 9,6 | 15,6 |
| 2021 | 18,8 | 11,4 | 17,0 | 5,3 | 0,7 | 5,0 | 5,0 | 5,9 | 3,2 | 5,7 | 8,0 | 14,1 |
| 2020 | 19,2 | 11,3 | 18,1 | 5,2 | 0,7 | 3,6 | 4,5 | 6,6 | 3,2 | 6,9 | 8,2 | 12,5 |
| 2019 | 18,3 | 11,1 | 16,5 | 6,1 | 0,6 | 5,0 | 5,4 | 6,0 | 3,0 | 6,5 | 9,3 | 12,1 |
| 2018 | 18,1 | 11,4 | 16,4 | 6,9 | 0,4 | 5,8 | 5,6 | 5,8 | 2,8 | 6,4 | 10,0 | 10,4 |
| 2017 | 18,4 | 11,3 | 16,9 | 5,7 | 0,4 | 5,7 | 4,9 | 5,6 | 3,1 | 6,0 | 10,9 | 11,1 |
| 2016 | 18,9 | 11,1 | 17,0 | 5,6 | 0,4 | 5,5 | 4,8 | 5,5 | 3,4 | 5,8 | 10,1 | 11,8 |
| 2015 | 17,3 | 10,4 | 16,6 | 5,0 | 0,4 | 4,7 | 5,7 | 5,4 | 2,9 | 5,6 | 10,4 | 15,6 |
Het is mogelijk de intermediaire goedereninvoer verder op te splitsen naar invoer per bedrijfstak. Tabel 7.3.4 laat bijvoorbeeld zien dat de bedrijfstak commerciële dienstverlening in 2022 intermediaire goederen ter waarde van 55,8 miljard heeft ingevoerd. Andere grote importeurs van intermediaire goederen zijn de aardolie-industrie, chemische industrie en de voedings- en genotmiddelenindustrie. Kolommen 3–5 van tabel 7.3.4 laten de waardemutaties ten opzichte van een jaar eerder per bedrijfstak zien. De waarde van de intermediaire goedereninvoer van de aardolie-industrie is tussen 2019 en 2020 met 33 procent gedaald en vervolgens twee jaar achter elkaar met meer dan 60 procent gestegen. Dit betekent echter niet noodzakelijk dat ook het invoervolume veranderd is. We splitsen waardemutaties verder op in volume- (kolommen 6–8) en prijsmutaties (kolommen 9–11). Tabel 7.3.4 laat duidelijk zien dat de grote waardemutaties van de invoer in deze bedrijfstak 2021 en 2022 grotendeels te verklaren zijn door prijsmutaties. De daling van de goedereninvoer van de elektrotechnische industrie wordt daarentegen hoofdzakelijk veroorzaakt door een daling van het invoervolume. Deze bedrijfstak had in 2021 en 2022 te maken met verstoringen in de toeleveringsketen als gevolg van leveringsproblemen van microchips en halfgeleiders (Notten, 2022). Ook de auto- en aanhangwagenindustrie werd getroffen door chiptekorten (CBS, 2022).
| Invoer 2022* | Waardemutatie | Volumemutatie | Prijsmutatie | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2020 | 2021 | 2022* | 2020 | 2021 | 2022* | 2020 | 2021 | 2022* | ||
| mld euro | % | |||||||||
| Bedrijfstak | ||||||||||
| Landbouw | 3,9 | –8 | 20 | 55 | –3 | 2 | –3 | –5 | 17 | 58 |
| Bosbouw en visserij | 0,1 | 9 | 17 | 14 | 6 | –5 | –10 | 3 | 23 | 27 |
| Delfstoffenwinning | 0,2 | 2 | 27 | 42 | 2 | 5 | –3 | 0 | 22 | 47 |
| Voedings-, genotmiddelenindustrie | 29,2 | 0 | 11 | 27 | –1 | –2 | –1 | 1 | 14 | 28 |
| Textiel-, kleding-, lederindustrie | 1,5 | –10 | 28 | 15 | –7 | 18 | –5 | –3 | 8 | 21 |
| Hout-, papier-, grafische industrie | 6 | –9 | 29 | 30 | –5 | 11 | 0 | –4 | 17 | 30 |
| Aardolie-industrie | 42,6 | –33 | 65 | 62 | –4 | 4 | –1 | –31 | 59 | 64 |
| Chemische industrie | 26,3 | –16 | 55 | 41 | –4 | 16 | –2 | –13 | 34 | 44 |
| Farmaceutische industrie | 2,4 | 12 | 29 | 28 | 9 | 15 | 9 | 3 | 12 | 17 |
| Rubber- en kunststofproductindustrie | 3,5 | –4 | 29 | 10 | 3 | 2 | –10 | –7 | 26 | 23 |
| Bouwmaterialenindustrie | 2,1 | –3 | 15 | 34 | 0 | 7 | 4 | –2 | 8 | 29 |
| Basismetaalindustrie | 5,7 | –12 | 48 | 44 | –11 | 3 | 0 | –1 | 43 | 44 |
| Metaalproductenindustrie | 6,1 | –5 | 34 | 23 | –1 | 11 | 0 | –4 | 21 | 22 |
| Elektrotechnische industrie | 4 | –12 | –50 | –2 | –10 | –51 | –10 | –2 | 3 | 9 |
| Elektrische apparatenindustrie | 2,9 | –3 | 26 | 24 | 2 | 13 | 3 | –4 | 11 | 21 |
| Machine-industrie | 12,6 | 1 | 11 | 20 | 2 | 6 | 8 | –1 | 4 | 11 |
| Auto- en aanhangwagenindustrie | 5,5 | –24 | –3 | 11 | –23 | –7 | –1 | –1 | 4 | 12 |
| Overige transportmiddelenindustrie | 3,3 | –4 | 4 | 26 | –3 | –1 | 11 | –2 | 5 | 13 |
| Meubelindustrie | 1,4 | 13 | 20 | 10 | 15 | 6 | –8 | –2 | 14 | 19 |
| Overige industrie en reparatie | 2,8 | –4 | 8 | 18 | 0 | –1 | –1 | –4 | 9 | 20 |
| Commerciële dienstverlening | 55,8 | –10 | 23 | 43 | –4 | 6 | 4 | –6 | 16 | 38 |
| Openbaar bestuur, onderwijs, gezondheidszorg | 10 | 9 | 28 | 13 | 9 | 18 | –8 | 0 | 8 | 23 |
| Overig | 2,3 | –14 | 15 | 54 | –12 | 5 | 17 | –3 | 10 | 31 |
7.4Samenstelling en herkomst van de diensteninvoer
Analoog aan de voorgaande paragraaf staat in deze paragraaf de inzet, samenstelling en herkomst van de Nederlandse dienstenimport centraal. In 2022 waren zakelijke diensten, zoals juridische diensten en accounting, opnieuw de belangrijkste categorie bij de diensteninvoer, zoals te zien is in figuur 7.4.1. Nederland importeerde voor 51,7 miljard euro aan zakelijke diensten, wat een stijging van 4,1 miljard euro (+8,6 procent) betekende ten opzichte van 2021. Ongeveer 92 procent van de zakelijke diensten werd door bedrijven geïmporteerd om te kunnen produceren of diensten te kunnen leveren. Denk daarbij aan IT- en R&D-diensten en vergoedingen voor het gebruik van intellectueel eigendom (Bohn et al., 2022). Van deze 92 procent werd 35 procentpunt verwerkt voor binnenlandse bestedingen en 57 procentpunt voor export van goederen en diensten. Vervoersdiensten waren de op één na belangrijkste categorie, met een stijging van 19,4 procent ten opzichte van 2021. Vrijwel alle (98,1 procent) vervoersdiensten waren bestemd voor intermediair verbruik. Royalty’s, zoals franchises en licentievergoedingen, stonden op de derde plaats van belangrijkste ingevoerde dienstencategorieën, met een invoerwaarde van 22,9 miljard euro. Op de vierde plaats stonden ICT-diensten met een importwaarde van 19,1 miljard euro en een stijging van 15,4 procent ten opzichte van 2021.
| Product | Intermediaire invoerverwerkt voor binnenlandse bestedingen | Intermediaire invoer verwerkt voor de uitvoer |
Rechtstreekse invoer voor binnenlandse bestedingen |
|---|---|---|---|
| Andere zakelijke diensten | 17,8 | 29,6 | 4,3 |
| Vervoersdiensten | 5,8 | 16,7 | 0,9 |
| Royalty's | 5,1 | 17,5 | 0,3 |
| ICT-Diensten | 5,9 | 8,3 | 4,9 |
| Reisverkeer | 1,8 | 1,5 | 15,1 |
| Verzekeringsdiensten | 5,6 | 3,0 | 0,2 |
| Industriële diensten | 1,0 | 4,0 | 0,1 |
| Bouwdiensten | 1,7 | 0,3 | 0,4 |
| Onderhoud en reparatie | 0,9 | 1,5 | 0,0 |
| Pers., cultuur en recreatieve diensten |
1,0 | 1,4 | 0,0 |
In tabel 7.4.2 wordt weergegeven uit welke landen(groepen) diensten worden geïmporteerd en hoe deze binnen de Nederlandse economie worden ingezet. In 2022 was de VS opnieuw de belangrijkste invoerpartner voor diensten (28,7 miljard euro), gevolgd door het VK en Duitsland. De interne EU-markt als geheel was goed voor 82,2 miljard euro aan ingevoerde diensten. De invoer van diensten uit de VS steeg met 5,5 procent ten opzichte van 2021. Voor Duitsland en de groep van overige EU-landen waren er duidelijke stijgingen van respectievelijk 25,2 procent en 23 procent ten opzichte van 2021.
| Invoer voor binnenlands verbruik | Totaal | |||
|---|---|---|---|---|
| invoer voor intermediair verbruik | invoer direct bestemd voor binnenlandse bestedingen | |||
| binnenlandse bestedingen | export | |||
| mld euro | ||||
| Landen en landengroepen | ||||
| Duitsland | 5,2 | 9,1 | 4,2 | 18,4 |
| België | 3,5 | 5,0 | 1,9 | 10,3 |
| EU-27 overig | 15,1 | 28,7 | 9,7 | 53,5 |
| Verenigd Koninkrijk | 6,7 | 10,4 | 2,2 | 19,2 |
| Oekraïne | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,1 |
| Rusland | 0,1 | 0,2 | 0,0 | 0,4 |
| Europa overig | 1,4 | 2,6 | 1,3 | 5,3 |
| Verenigde Staten | 8,2 | 17,4 | 3,1 | 28,7 |
| Amerika overig | 1,9 | 3,3 | 0,8 | 6,1 |
| China | 0,0 | 0,0 | 0,4 | 0,4 |
| Azië overig | 4,8 | 6,9 | 2,6 | 14,3 |
| Rest van de wereld | 0,4 | 0,7 | 1,0 | 2,1 |
Figuur 7.4.3 toont de aandelen van verschillende landen en landengroepen in de totale intermediaire diensteninvoer van 2015 tot en met 2022. Het aandeel van EU-landen in deze invoer bedroeg in 2022 50,6 procent en is sinds 2015, toen het aandeel 39,8 procent was, aanzienlijk gegroeid. Binnen de groep van overige EU landen zijn Ierland, Frankrijk en Polen de belangrijke herkomstlanden van diensten. De groei van de EU-landen ging voornamelijk ten koste van de aandelen van andere Europese landen: van 10,3 procent in 2015 tot 3 procent in 2022. En verdere stijging van 6,5 procent in 2021 tot 8,9 in 2022 procent is te zien voor de groep Aziatische landen zonder China.
Bij de diensteninvoer uit EU-landen domineren zakelijke diensten en vervoersdiensten, met respectievelijk een invoerwaarde van 23,0 miljard euro en 19,8 miljard euro. Ook bij de diensteninvoer vanuit niet-EU-landen zijn zakelijke diensten het belangrijkst, met een invoerwaarde van 55,3 miljard euro. De belangrijkste leveranciers van zakelijke diensten uit niet-EU-landen zijn het VK en de VS. Na zakelijke diensten en vervoersdiensten zijn royalty’s voor het gebruik van intellectueel eigendom een belangrijke categorie. In totaal heeft Nederland van deze categorie 22,6 miljard euro ingevoerd, vooral uit de VS (12,5 miljard), het VK (1,0 miljard) en Duitsland (0,8 miljard). Ook de meerderheid van de invoer van ICT-diensten kwam uit de VS (2,5 miljard) en het VK (2,3 miljard).
| Landen | Duitsland | België | EU overig | Verenigd Koninkrijk | Oekraïne | Rusland | Europa overig | Verenigde Staten | Amerika overig | China | Azië overig | Rest van de wereld |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2022* | 10,9 | 6,5 | 33,3 | 12,9 | 0,1 | 0,3 | 3,0 | 19,4 | 3,9 | 0,0 | 8,9 | 0,8 |
| 2021 | 10,2 | 6,8 | 31,7 | 13,7 | 0,1 | 0,3 | 3,1 | 21,2 | 3,8 | 1,3 | 6,6 | 1,1 |
| 2020 | 9,8 | 6,5 | 29,0 | 14,0 | 0,1 | 0,3 | 4,8 | 21,2 | 4,9 | 1,1 | 7,1 | 1,2 |
| 2019 | 10,0 | 5,6 | 29,7 | 13,2 | 0,1 | 0,4 | 5,6 | 20,2 | 5,3 | 1,3 | 7,2 | 1,4 |
| 2018 | 9,6 | 5,2 | 30,2 | 11,3 | 0,1 | 0,8 | 10,1 | 17,0 | 5,6 | 1,7 | 7,0 | 1,4 |
| 2017 | 10,1 | 5,3 | 31,5 | 11,7 | 0,1 | 0,5 | 10,1 | 15,8 | 5,3 | 1,8 | 6,1 | 1,5 |
| 2016 | 9,8 | 5,0 | 27,8 | 12,2 | 0,1 | 0,4 | 11,0 | 19,3 | 4,2 | 2,2 | 6,2 | 1,7 |
| 2015 | 8,6 | 5,1 | 26,1 | 13,5 | 0,1 | 0,5 | 10,3 | 21,3 | 4,6 | 1,7 | 6,2 | 2,1 |
7.5Het belang van de invoer voor de Nederlandse uitvoer
Uit de voorgaande paragrafen in dit hoofdstuk is al gebleken dat in de Nederlandse uitvoer grote hoeveelheden aan goederen- en diensteninvoer is verwerkt. Nederlandse productieprocessen worden gekenmerkt door een hoog invoergehalte van de uitvoer, een belangrijk kenmerk van de integratie van een land in internationale waardeketens.
Dalende verdiensten per euro export van Nederlandse makelij
In de periode tussen 2019 en 2022 is de Nederlandse economie relatief minder gaan overhouden per euro aan uitvoer van goederen van Nederlandse makelij, omdat de exportverdiensten minder hard zijn gestegen dan de exportomzet (CBS, 2024b). In hoofdstuk 6 hebben we gezien dat de toegevoegde waarde of verdiensten per euro aan uitvoer van Nederlandse makelij gelijk waren aan 52,7 eurocent in 2022 (zie figuur 6.2.3). De overige 47,3 cent bestond uit geïmporteerde goederen en diensten die werden ingezet in het productieproces ten behoeve van de export. In andere woorden: het importgehalte van de uitvoer van Nederlandse makelij bedroeg 47,3 procent. In 2019 waren de verdiensten per euro aan goederenuitvoer van Nederlandse makelij nog 53,8 cent. In 2019 werd dus 1,1 eurocent meer verdiend per euro aan uitvoer van Nederlandse makelij dan in 2022. Het invoergehalte in 2019 was daarmee ook lager met 46,2 procent. Exportverdiensten en gebruikte invoer in de uitvoer zijn in essentie communicerende vaten: als de verdiensten per euro export stijgen, dan daalt het invoergehalte van de uitvoer en vice versa: bij dalende verdiensten per euro export stijgt het invoergehalte van de uitvoer.
Waarde dienstenuitvoer pas in 2022 hoger dan voor de coronapandemie
Tabel 7.5.1 toont de waardes van de goederen- en diensteninvoer die verwerkt zijn in de Nederlandse uitvoer in de periode van 2019 tot en met 2022. De dienstenuitvoer kreeg een flinke klap te verduren tijdens de coronacrisis en de exportwaarde overtrof pas in 2022 de exportwaarde van die in 2019. Wat verder in tabel 7.5.1 opvalt is dat de waarde van de verwerkte goedereninvoer in de dienstenuitvoer in de periode 2019–2022 is afgenomen met 3,9 procent, terwijl de waarde van de verwerkte diensteninvoer in de goederenuitvoer met 2,1 procent groeide. Daarmee is het aandeel van de diensteninvoer in de dienstenuitvoer gestegen, en het aandeel van de goedereninvoer in de dienstenuitvoer gedaald. In de periode van 2019 tot en met 2022 namen de verdiensten per euro dienstenexport toe met 2,6 eurocent, waarbij Nederland 63,9 eurocent overhield per euro aan dienstenexport in 2022. Dat betekent dat het invoergehalte van de dienstenexport in de periode 2019–2022 met 2,6 procentpunt is afgenomen.
| Totale export | Toegevoegde waarde | Benodigde invoer | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| totaal | goederen | diensten | |||||
| mld euro | % | mld euro | % | ||||
| Goederenexport | |||||||
| 2019 | 232,0 | 124,7 | 107,3 | 83,0 | 77 | 24,3 | 23 |
| 2020 | 216,0 | 120,8 | 95,2 | 71,8 | 75 | 23,4 | 25 |
| 2021 | 255,6 | 142,1 | 113,5 | 90,6 | 80 | 22,9 | 20 |
| 2022* | 313,9 | 165,3 | 148,5 | 123,8 | 83 | 24,8 | 17 |
| Dienstenexport | |||||||
| 2019 | 180,8 | 110,9 | 69,8 | 10,3 | 15 | 59,6 | 85 |
| 2020 | 164,2 | 100,2 | 64,0 | 7,7 | 12 | 56,3 | 88 |
| 2021 | 170,7 | 109,1 | 61,6 | 9,0 | 15 | 52,6 | 85 |
| 2022* | 203,8 | 130,3 | 73,5 | 9,9 | 13 | 63,6 | 87 |
Sterke prijsstijgingen door herstel na coronapandemie en geopolitieke spanningen
Het toegenomen invoergehalte kan voornamelijk worden verklaard door prijsstijgingen. In 2020 werd de wereld getroffen door de coronapandemie die leidde tot een wereldwijde recessie gekenmerkt door vraaguitval en productiebeperkingen. Dit vertaalde zich in dalende uitvoerprijzen. In 2020 daalden de uitvoerprijzen van goederen van Nederlandse makelij met 4,5 procent, zie tabel 7.5.2. Het jaar 2021 werd gekenmerkt door een herstel van de vraag en door geopolitieke spanningen die in februari 2022 uitmondden in de Russische inval in Oekraïne. In 2021 en 2022 stegen de uitvoerprijzen daardoor met respectievelijk 12,9 en 23,1 procent, waarbij aardolie en aardgas de grootste prijsstijgingen rapporteerden (zie ook tabellen 6.2.2 en 6.2.8 in Hoofdstuk 6 voor details). In de periode van 2019 tot en met 2022 stegen de prijzen van uitgevoerde goederen van Nederlandse makelij met 32,7 procent.
Prijzen van verwerkte invoer stegen harder dan prijzen van uitgevoerde goederen
De prijzen van ingevoerde goederen die zijn verwerkt in de uitvoer van Nederlandse makelij stegen echter veel harder, namelijk met 56,7 procent. Denk daarbij aan de sterke prijsstijgingen van ingevoerde ruwe aardolie en aardgas. De prijzen van ingevoerde diensten die zijn verwerkt in de uitvoer van Nederlandse makelij namen in hetzelfde tijdsbestek beduidend minder hard toe met 12,2 procent. Nemen we de prijzen van ingevoerde goederen en diensten die zijn verwerkt in de uitvoer van goederen van Nederlandse makelij samen, dan bedroeg de prijsstijging 47,1 procent. Zetten we daar de prijsstijging van de toegevoegde waarde naast, dan zien we dat die maar toenam met 22,3 procent. Denk bij prijsstijgingen van de toegevoegde waarde bijvoorbeeld aan gestegen loonkosten.
Prijzen van dienstenuitvoer en benodigde invoer stegen minder hard
Bij de dienstenuitvoer stegen de prijzen van de benodigde invoer minder hard dan bij de benodigde invoer voor de goederenuitvoer. Tussen 2019 en 2022 namen de uitvoerprijzen van de diensten toe met 10,9 procent. De prijzen van in de dienstenuitvoer verwerkte goedereninvoer stegen met maar 2,4 procent en die van de verwerkte diensteninvoer met 17,2 procent. Tezamen stegen de invoerprijzen van goederen en diensten die verwerkt zijn in de diensteninvoer met 15 procent. De prijzen van de toegevoegde waarde dankzij de export stegen iets minder hard: 9,1 procent.
| Export | Verdiensten | Waarvoor benodigde | |||
|---|---|---|---|---|---|
| totale invoer | goedereninvoer | diensteninvoer | |||
| % prijsmutatie | |||||
| Goederenexport | |||||
| 2020 | –4,5 | –1,0 | –8,6 | –11,3 | 1,0 |
| 2021 | 12,9 | 6,9 | 21,4 | 26,7 | 4,3 |
| 2022* | 23,1 | 15,6 | 32,6 | 39,4 | 6,5 |
| 2019–2022* | 32,7 | 22,3 | 47,1 | 56,7 | 12,2 |
| Dienstenexport | |||||
| 2020 | 1,2 | 2,3 | –0,3 | –12,7 | 1,6 |
| 2021 | 2,8 | 1,0 | 6,2 | 30,2 | 2,9 |
| 2022* | 6,6 | 5,6 | 8,6 | –9,9 | 12,1 |
| 2019–2022* | 10,9 | 9,1 | 15,0 | 2,4 | 17,2 |
Volumes van exportverdiensten stegen harder dan verwerkte invoervolumes
In tegenstelling tot de prijsontwikkelingen zijn de uitvoervolumes veel minder sterk gegroeid of zelfs gedaald, zie tabel 7.5.3. In volumes bedroeg de toename van de uitvoer van goederen van Nederlandse makelij slechts 1,9 procent in de periode van 2019 tot 2022. Het invoervolume dat is verwerkt in de uitvoer van goederen van Nederlandse makelij nam in diezelfde periode af met 5,9 procent. De volumeafname van verwerkte ingevoerde goederen bedroeg 4,7 procent en de volumeafname van verwerkte ingevoerde diensten 9,2 procent. Het volume van de toegevoegde waarde door de export nam in de periode tussen 2019 en 2022 juist toe met 8,3 procent.
Kijken we naar de volumeontwikkelingen bij de dienstenuitvoer, dan zien we een bescheiden toename in de periode 2019–2022 van 1,5 procent. Net zoals bij de uitvoer van goederen van Nederlandse makelij zien we dat het volume van de verwerkte invoer is afgenomen. In de periode tussen 2019 en 2022 daalde het volume van de in de dienstenuitvoer verwerkte invoer met 8,4 procent, waarbij het volume van verwerkte goederen daalde met 6,2 procent en dat van verwerkte diensten met 9 procent. Het volume van de toegevoegde waarde dankzij de export nam daarentegen toe met 7,7 procent.
Ondanks prijsstijgingen van verwerkte invoer bleven exportverdiensten redelijk op peil. In volumetermen nam de toegevoegde waarde dankzij de export toe, terwijl het volume van de verwerkte invoer in de uitvoer van goederen van Nederlandse makelij juist afnam, zowel bij de goederen als de diensten. Het invoergehalte van de uitvoer van goederen van Nederlandse makelij steeg desalniettemin, maar de verdiensten per euro export namen in de periode tussen 2019 en 2022 af met een bescheiden 1,1 eurocent. Voor het verwezenlijken van de uitvoer van Nederlandse makelij is de laatste jaren vooral minder invoer van diensten nodig. De toename van het aandeel van de verwerkte goedereninvoer in de goederenuitvoer ging dus grotendeels ten koste van het aandeel van de verwerkte diensteninvoer en maar in beperkte mate ten koste van het aandeel van de exportverdiensten.
| Export | Verdiensten | Waarvoor benodigde | |||
|---|---|---|---|---|---|
| totale invoer | goedereninvoer | diensteninvoer | |||
| % vol. mutatie | |||||
| Goederenexport | |||||
| 2020 | –2,6 | –2,2 | –2,9 | –2,4 | –4,6 |
| 2021 | 4,8 | 10,1 | –1,8 | –0,4 | –6,2 |
| 2022* | –0,2 | 0,6 | –1,3 | –2,0 | 1,5 |
| 2019–2022* | 1,9 | 8,3 | –5,9 | –4,7 | –9,2 |
| Dienstenexport | |||||
| 2020 | –10,3 | –11,7 | –8,0 | –14,0 | –7,0 |
| 2021 | 1,1 | 7,8 | –9,4 | –10,7 | –9,2 |
| 2022* | 11,9 | 13,1 | 9,9 | 22,1 | 7,8 |
| 2019–2022* | 1,5 | 7,7 | –8,4 | –6,2 | –9,0 |
7.6Internationale verwevenheid via Nederlandse in- en uitvoer
Waar komen de inputs voor de Nederlandse export eigenlijk vandaan? In deze paragraaf onderzoeken we de herkomst van de geïmporteerde goederen en diensten, en welke exportbestemming deze invoer na verwerking in Nederland uiteindelijk heeft. We focussen in het bijzonder op het relatieve belang van de EU-27 – zowel als toeleverancier van inputs als ook als afzetmarkt van onze verwerkte invoer – en op bepaalde belangrijke handelspartners.
Tabel 7.6.1 illustreert de onderlinge verwevenheid van de wereldeconomie via de Nederlandse keten in 2022. In hoeverre wordt de invoer van goederen en diensten uit het ene land (of regio) verder verwerkt in de uitvoer naar het andere land? Zo importeerden bedrijven in Nederland bijvoorbeeld in totaal voor 6,4 miljard euro aan goederen en diensten uit China, en daarvan bleek ongeveer 48 procent – 3,1 miljard euro – verwerkt te zijn in hun export naar de EU-27. Tegelijkertijd gebruikten bedrijven in Nederland voor 24,4 miljard euro aan invoer om goederen en diensten naar het Amerikaanse continent te kunnen exporteren. Van deze invoer was 44 procent afkomstig uit de EU-27 – optelling van de rijen België, Duitsland en overig EU-27 – 19 procent vanuit het Amerikaanse continent zelf, en 15 procent uit Azië. De totale waarde van de invoer verwerkt in de Nederlandse uitvoer bedroeg 222 miljard euro. Dat komt overeen met de totale verwerkte invoerwaarde in de goederen- en dienstenexport zoals te zien was in tabel 7.5.1. Van 18,6 miljard import weten we niet waar deze import vandaan komt en waar de uitvoer naartoe gaat waarvoor deze als input diende. Het grootste deel van landengroep ‘Elders’ betreft in- en/of uitvoer die niet gekoppeld kan worden aan een land, d.w.z. het land is onbekend. Het overige gedeelte van ‘Elders’ betreft vooral Australië en Oceanië, voor zover die cijfers bekend zijn. Vanwege kleine invoerwaardes zijn deze niet afzonderlijk in de tabel weergegeven.
Europese productieketens nog steeds belangrijk maar belang EU-handel gedaald
Tabel 7.6.2. laat dezelfde cijfers zien als in tabel 7.6.1, maar met de focus op het relatieve belang van de EU-27 en op de ontwikkeling ten opzichte van een jaar eerder. Allereerst valt op dat Nederland een belangrijke rol heeft in de intraregionale handel binnen de Europese interne markt. Dit sluit aan bij eerder onderzoek van Baldwin & Lopez-Gonzalez (2013) en Aerts et al. (2023). Een aanzienlijk aandeel van de invoer die verwerkt is in de uitvoer, kwam uit de EU-27 en gaat naar een ander – of hetzelfde – EU-27 land. Het gaat dan om 50,4 miljard euro, wat overeenkomt met 22,7 procent van de totale invoer voor intermediair verbruik. Dit aandeel was 0,5 procentpunt lager dan in 2021, ondanks dat de waarde van deze invoer bijna 10 miljard euro hoger is. Het aandeel van het VK was in beide jaren ongeveer vier procent.
Nederland voerde veel van de import vanuit de EU-27 – 30,6 procent – in uit Duitsland. Dit was een procentpunt minder dan in 2021. Duitsland werd gevolgd door België met een aandeel van 20,2 procent in de totale import vanuit de EU-27. De gebruikte invoer uit alle EU-landen behalve Duitsland en België was samen goed voor de overige 49,2 procent.
| Uitvoer naar | ||||
|---|---|---|---|---|
| EU-27 (zonder VK) | niet-EU | |||
| mld euro | % | mld euro | % | |
| Invoer uit | ||||
| 2021 | ||||
| EU-27 (zonder VK) | 40,7 | 35,3 | ||
| Niet-EU | 40,9 | 58,2 | ||
| 2022* | ||||
| EU-27 (zonder VK) | 50,4 | 44,2 | ||
| Niet-EU | 57,6 | 69,9 | ||
| Verandering 2022* t.o.v. 2021 | ||||
| EU-27 (zonder VK) | 9,8 | 24,0 | 8,8 | 25,0 |
| Niet-EU | 16,7 | 40,9 | 11,6 | 20,0 |
Stijging in de invoerwaarde verwerkt in uitvoer vooral toe te schrijven aan goederen
In paragraaf 7.5 kwam al naar voren dat de waarde van geïmporteerde goederen en diensten in verwerkte export in 2022 flink gestegen is. De groei was bij goederen (+34 procent) twee keer sterker dan bij diensten (+17 procent). De waardestijging van de verwerkte goedereninvoer kan verklaard worden door een hogere importwaarde uit bijna alle regio’s en landen, die afzonderlijk worden weergegeven in tabel 7.6.1. Met name de goederenimport uit Afrika (+130 procent), overig Amerika (+92 procent), de VS (+ 82 procent) en overig Azië (+71 procent) groeide fors. Ook is de goederenimport uit Europa (overig EU-27 +39 procent; Verenigd Koningrijk +43 procent; België +30 procent) die verwerkt is in de uitvoer sterk gestegen. Het enige land of regio in figuur 7.6.1 met een daling in de goedereninvoer verwerkt in de Nederlandse export was Oekraïne (–32 procent). Dat was vooral toe te schrijven aan een daling in de import van oliën en vetten uit dat land vanwege de oorlog in dat land. De ontwikkeling rondom de Nederlandse landbouwhandel met Oekraïne en Rusland wordt verder besproken in Jukema et al. (2024).
Daarnaast valt op dat de importwaarde vanuit Afrika in 2022 veel sterker groeide dan in 2021. Deze ontwikkeling heeft mogelijk te maken met forse prijsstijgingen van (cruciale) grondstoffen. Denk bijvoorbeeld aan olie, koffie, ijzererts en koper. De opvallende prijsstijgingen van kritieke grondstoffen zijn ook onderstreept in een CBS-rapport over kritieke grondstoffen in de Nederlandse toeleveringsketen (Bohn et al., 2023). Daarnaast was de waarde van de Russische invoer die nodig is voor de Nederlandse export nagenoeg constant ten opzichte van 2021. In 2021 verdubbelde de waarde nog ten opzichte van 2020 (Aerts et al., 2023). Omdat de Russische invoerwaarde in 2021 en 2022 vrijwel gelijk is gebleven, lijkt het er op dat er weinig veranderingen zijn geweest. Maar dat is niet het geval. Er is namelijk sprake van een volumeafname van de grondstoffen en minerale brandstoffen, mede vanwege de handelssancties die de EU en andere Westerse landen hebben opgelegd. En daartegenover staat een flinke prijstoename van minerale brandstoffen. Deze twee ontwikkelingen heffen elkaar grotendeels op.
De relatief kleinere stijging in de diensteninvoer verwerkt in de export geldt voor diensteninvoer uit vrijwel alle landen en regio’s, met waardestijgingen van tussen de 1 procent (België) en 36 procent (Afrika); de enige uitzondering was de dalende diensteninvoer vanuit Oekraïne (–43 procent) en vanuit Rusland (–12 procent). Beide landen voerden al niet veel Nederlandse diensten in.
Invoer van Chinese elektrische apparaten voor de uitvoer toegenomen
Buiten Europa bleven de Verenigde Staten (27,2 miljard euro) en China (6,4 miljard euro) opnieuw belangrijke partners voor de Nederlandse invoer die verwerkt wordt door bedrijven in Nederland. Ze waren samen goed voor 15,1 procent van de totale invoer verwerkt in de uitvoer in 2022; dat was een wat groter aandeel dan in 2022 (14,6 procent). Zowel in het geval van de VS (20,3 miljard euro in 2021) als ook in het geval van China (5,2 miljard euro in 2021) was er een lichte waardestijging ten opzichte van een jaar eerder terug te zien. De stijging in de invoerwaarden van beide landen had vooral te maken met een groei van de goedereninvoer; de stijging van de diensteninvoer uit die twee landen lag onder het gemiddelde voor alle landen.
Het aandeel van alleen China (2,9 procent) in de verwerkte invoer was echter vergelijkbaar met een jaar eerder, ondanks een waardestijging van de invoer uit dat land. Daarbij dient opgemerkt te worden dat we nauwelijks minerale grondstoffen – die het meest in prijs stegen – importeren uit China, en dat de afhankelijkheid van specifieke, cruciale producten wel grote afhankelijkheden met zich mee kunnen brengen, bijvoorbeeld met betrekking tot kritieke materialen waar Bohn et al. (2023) en hoofdstuk twee van deze publicatie dieper op ingaan. Dijkstra en Los (2024) laten daarnaast zien dat de Nederlandse importafhankelijkheid van China nog groter is als er rekening wordt gehouden met de indirecte import vanuit China die via EU-landen loopt.
De belangrijkste verwerkte importproducten uit China waren elektrische apparaten (12 procent van de invoerwaarde van goederen en diensten uit China verwerkt in de uitvoer), toestellen voor telecommunicatie (10 procent), organische chemische producten (10 procent) en metaalwaren (8 procent). Met name de invoer van Chinese elektrische apparaten is sterk gegroeid in 2022 ten opzichte van een jaar eerder, namelijk met +33 procent (of bijna 200 miljoen euro). De invoer van toestellen voor telecommunicatie uit China verwerkt in de uitvoer is daarentegen gekrompen, zowel qua waarde als qua aandeel. De exportgoederen die zijn gemaakt met verwerkte inputs uit China betreffen een breed scala aan producten, bijvoorbeeld gespecialiseerde machines, elektrische apparaten, kunststoffen en chemische producten. De import uit China verwerkt in de Nederlandse export ging met name naar Duitsland als afzetmarkt (14 procent), de VS (9 procent), België (8 procent) en Frankrijk (6 procent).
7.7De aan de export verbonden import verder ontrafeld
Paragrafen 7.5 en 7.6 hebben vooral de macro-economische ontwikkelingen en de geografische verdeling van de invoer verwerkt in de Nederlandse uitvoer geanalyseerd. Naast dit perspectief is het ook relevant om in te zoomen op productniveau, zoals in de vorige alinea over China. Zijn de macro-economische ontwikkelingen in 2022 vooral gerelateerd aan veranderingen in de invoerwaarden van bepaalde goederen (of diensten), bijvoorbeeld uit niet EU-27‑landen?noot2
Nederland voert vooral grondstoffen en minerale brandstoffen in voor de export
Figuur 7.7.1noot3 laat zien welke goederen uit welke landen in 2022 ingevoerd werden ten behoeve van de Nederlandse export. We laten in deze figuur wederuitvoer buiten beschouwing, net als goederen die niet toegewezen kunnen worden aan landen. Dit laatste betreft de ‘elders-elders’-stroom die in figuur 7.6.1 gepresenteerd is. We maken onderscheid naar vijf goederencategorieën, gebaseerd op de 1‑digit SITC-indeling. In 2022 was er in totaal 56,8 miljard euro aan import van grondstoffen en minerale brandstoffen nodig om de export te kunnen verwezenlijken. Bedrijven in Nederland voerden 20,3 miljard euro aan industriële producten in, 18,7 miljard euro aan chemische producten, 17,9 miljard euro aan machines en vervoermaterieel, en 17,4 miljard euro aan voeding en dranken.
| categorie | België | Duitsland | Overig EU-27 | Oekraïne | Rusland | Verenigd Koninkrijk | Overig Europa | Afrika | Verenigde Staten | Overig Amerika | China | Overig Azië | Rest |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Grondstoffen en minerale brandstoffen |
3574 | 1959 | 4956 | 61 | 5927 | 5552 | 5776 | 7415 | 8516 | 4029 | 152 | 7982 | 852 |
| Industriële producten | 2752 | 5634 | 5546 | 21 | 149 | 876 | 956 | 148 | 613 | 252 | 1670 | 1588 | 50 |
| Chemische producten | 4174 | 4147 | 3448 | 7 | 83 | 939 | 274 | 136 | 1298 | 942 | 1103 | 2107 | 44 |
| Machines en vervoermaterieel | 1749 | 5305 | 3243 | 3 | 1 | 668 | 299 | 18 | 1357 | 98 | 2333 | 2775 | 12 |
| Voeding en dranken | 2602 | 4137 | 4308 | 432 | 31 | 321 | 244 | 1036 | 158 | 1653 | 285 | 1729 | 425 |
| Totaal | 14850 | 21182 | 21501 | 524 | 6190 | 8356 | 7549 | 8753 | 11943 | 6975 | 5543 | 16182 | 1383 |
Minder dan de helft van de goedereninvoer bestemd voor export komt uit EU-27
De EU-27 was ook in 2022 met afstand de belangrijkste importpartner van Nederland. De 27 landen die de EU vormen, worden in figuur 7.7.1 weergegeven door Duitsland, België en Overig EU-27. De EU-27 blijkt verantwoordelijk voor 44 procent van de goederenimport die benodigd was voor de Nederlandse export. Een jaar eerder was dat nog 49 procent, een ontwikkeling die samenhangt met de sterke groei van de importwaarde van minerale brandstoffen in 2022. Deze zijn vooral vanuit buiten de EU afkomstig, zie ook hoofdstuk 3. In 2022 verdubbelde de invoerwaarde van grondstoffen en minerale brandstoffen bijna ten opzichte van een jaar eerder. En deze verdubbeling geldt zowel voor de invoer van deze producten vanuit de EU als ook die vanuit niet-EU-landen. De groei van de invoerwaarde bij de andere categorieën was lager, maar nog steeds een stijging van gemiddeld 20 procent.
Het belang van de invoergroei van minerale brandstoffen uit niet EU-landen in de stijgende niet-EU-afhankelijkheid voor goederen wordt ook onderstreept door te kijken naar het EU-aandeel naar goederencategorie: het EU-aandeel bleef in 2022 voor elke goederencategorie qua waarde hoger dan 50 procent behalve voor grondstoffen en minerale brandstoffen. Bij minerale brandstoffen was 82 procent afkomstig van landen van buiten de EU. Deze niet-EU afhankelijkheid voor minerale brandstoffen was wel een procentpunt minder dan een jaar eerder, maar doordat de categorie sterk groeide is het aandeel van de EU in de totale goedereninvoer alsnog verder gedaald. Zonder minerale brandstoffen had de EU een aandeel van 63 procent in de totale invoer verwerkt in de uitvoer in 2022. Dit aandeel is onveranderd ten opzichte van 2021.
In het algemeen worden minerale brandstoffen in Nederland vooral verwerkt in de uitvoer van dezelfde categorie (minerale brandstoffen), maar ook in de uitvoer van organische chemische producten, kunststof in primaire vormen, industriële diensten en vervoersdiensten. Hier gaat het bijvoorbeeld om ruwe aardolie die in Nederland via zeehavens wordt ingevoerd, die door olieraffinaderijen wordt bewerkt tot eindproducten – bijvoorbeeld benzine, kerosine, diesel en lpg – of halffabricaten. Halffabricaten kunnen bijvoorbeeld als grondstof voor kunststoffen dienen, en verwerkt worden tot speelgoed of verpakkingsmaterialen om dan verder te worden gedistribueerd naar het buitenland.
De 5 procentpunt daling van het aandeel van de totale goedereninvoer dat vanuit de EU-27 wordt geïmporteerd in 2022 was niet alleen toe te wijzen aan de eerdere besproken minerale brandstoffen. Ook het EU-aandeel in de invoer van chemische producten is gedaald (–6 procentpunten). Tegelijkertijd is het EU-aandeel in de invoer van machines en vervoermateriaal (+5 procentpunten) en van voeding en dranken (+4 procentpunten) ten opzichte van 2021 juist gestegen. De hoogste importafhankelijkheid van EU-landen bij specifieke goederengroepen betrof industriële producten (69 procent), voeding en dranken (64 procent) en chemische producten (63 procent).
Flinke stijging in 2022 van de invoer van ICT-diensten verwerkt in de uitvoer
Zoals in paragraaf 7.5 bleek importeert Nederland ook grote hoeveelheden diensten om de uitvoer te verwezenlijken. Liefst 40 procent van de totale verwerkte invoer in 2022 betreft diensten (88,4 miljard euro). Dat was drie procentpunten minder dan het aandeel van ingevoerde diensten een jaar eerder, maar nog steeds een groot aandeel ondanks de forse prijsstijgingen die vooral geïmporteerde goederen in de afgelopen jaren hebben geraakt. En deze ingevoerde diensten worden niet alleen gebruikt om de export van diensten mogelijk te maken – zoals software of adviesdiensten – maar ook in de productie van diverse exportgoederen zoals auto’s, chemische producten en machines worden veel diensten verwerkt. Dit is ook bekend als de ‘verdienstelijking’ van de industriële export en is gerelateerd aan de outsourcing van dienstenactiviteiten door industriële bedrijven (Bohn et al., 2022).
Figuur 7.7.2 toont de top 6 belangrijkste ingevoerde diensten die in 2022 benodigd waren voor de Nederlandse export. De dienstencategorie ‘andere zakelijke diensten’ stond op de eerste plek met een invoerwaarde van 25,0 miljard euro. Denk daarbij bijvoorbeeld aan managementadviesdiensten en R&D-diensten. De import van andere zakelijke diensten werd gevolgd door de import van royalty’s met 15,5 miljard euro. Dit zijn vergoedingen voor intellectueel eigendom. De invoer van vervoersdiensten bedroeg 13,8 miljard euro en die van ICT-diensten 7,3 miljard euro. Deze vier categorieën waren samen goed voor 85 procent van de totale diensteninvoer die in 2022 gebruikt werd in het verwezenlijken van de Nederlandse uitvoer.
De import van royalty’s (+24 procent) en ICT-diensten (+22 procent) is het afgelopen jaar het sterkst gestegen, terwijl de stijging van andere zakelijke diensten (+9 procent) veel minder sterk bleek. De dienstenimport vanuit de EU-27 was met 18 procent gestegen. Dat was twee keer groter dan de stijging vanuit niet-EU-landen.
In tegenstelling tot de relatief hoge EU-aandelen bij de invoer van goederen – zie figuur 7.7.2 – lag het EU-aandeel bij meerdere dienstencategorieën onder de 50 procent. Het aandeel van de verwerkte diensteninvoer afkomstig uit de EU was in 2022 licht gestegen en bedroeg 51 procent (+2 procentpunten). Ook dat is tegengesteld aan de ontwikkeling bij de goedereninvoer, daar daalde het aandeel immers.
| categorie | België | Duitsland | Overig EU-27 | Oekraïne | Rusland | Verenigd Koninkrijk | Overig Europa | Afrika | Verenigde Staten | Overig Amerika | China | Overig Azië | Rest |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Andere zakelijke diensten |
1265 | 2784 | 8147 | 8 | 79 | 4096 | 675 | 185 | 3378 | 1092 | 364 | 2661 | 306 |
| Royalty's | 153 | 575 | 4783 | 1 | 3 | 712 | 132 | 8 | 8611 | 408 | 21 | 125 | 11 |
| Vervoersdiensten | 1486 | 1855 | 6308 | 16 | 34 | 934 | 685 | 172 | 777 | 456 | 329 | 648 | 85 |
| Overige diensten | 686 | 1024 | 2349 | 2 | 66 | 992 | 223 | 54 | 1134 | 260 | 119 | 430 | 25 |
| ICT-diensten | 330 | 738 | 2136 | 7 | 20 | 1242 | 376 | 21 | 1229 | 364 | 14 | 832 | 35 |
| Industriële diensten | 317 | 806 | 1283 | 0 | 3 | 960 | 141 | 6 | 153 | 12 | 11 | 34 | 25 |
| Totaal | 4236 | 7781 | 25005 | 34 | 205 | 8937 | 2231 | 445 | 15281 | 2591 | 859 | 4729 | 487 |
Bijna de helft van de diensteninvoer verwerkt in de uitvoer heeft EU-27 als bestemming
Als naar de afzetmarkten wordt gekeken, blijkt dat in 2022 47 procent van diensten die worden gebruikt in de totale Nederlandse uitvoer, een van de andere EU-27 landen als bestemming had. De belangrijkste exportmarkten voor de verwerkte import van diensten waren Duitsland (14 procent), de VS (9 procent), het VK (8 procent), België (7 procent) en Frankrijk (6 procent). Zowel het EU-aandeel als ook de aandelen van de belangrijkste exportmarkten bleven bijna onveranderd ten opzichte van een jaar eerder. Bij de belangrijkste ingevoerde diensten – andere zakelijke diensten, royalty’s, vervoersdiensten, en ICT-diensten – verschilde de ranking van de top 5 afzetmarkten en aandelen van deze markten niet aanzienlijk. Duitsland stond bij elke dienstencategorie steevast bovenaan als belangrijkste afzetmarkt, en in elk geval gevolgd door de VS op de tweede plek en door het VK op de derde plek.
7.8Literatuur
Literatuur
Aerts, N., Bohn, T., Notten, T., Creemers, S., Notten, T., & Weusten, M. (2023). Inzet van de invoer in de Nederlandse economie. In S. Creemers & D. Herbers (Reds.), Nederland Handelsland 2023: Export, import & investeringen. Centraal Bureau voor de Statistiek.
Baldwin, R., & Lopez-Gonzalez, J. (2015). Supply-chain Trade: A Portrait of Global Patterns and Several Testable Hypotheses. The World Economy, 38(11), 1682–1721.
Bohn, T., Notten, T., Prenen, L., & Wong, K. F. (2022). Diensten in dozen: de rol van indirecte dienstenexport. In D. Herbers & J. Rooyakkers (Reds.), Internationaliseringsmonitor 2022, tweede kwartaal: Dienstenhandel: Ontwikkelingen en belemmeringen. Centraal Bureau voor de Statistiek.
Bohn, T., Notten, T., Ramaekers, P., & Wong, K. F. (2023). Kritieke materialen in de Nederlandse toeleveringsketen. Centraal Bureau voor de Statistiek.
CBS (2016, 13 oktober). Export van diensten goed voor 10 procent bbp. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 30 mei 2024.
CBS (2022, 9 september). Productie industrie groeit met 4 procent in juli. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 28 mei 2024.
CBS (2023). Bbp, productie en bestedingen; kwartalen, mutaties, nationale rekeningen. [Dataset]. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 23 mei 2024.
CBS (2024a, 5 juli). Wegvoertuigen meest geïmporteerde product voor direct gebruik. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 5 juli 2024.
CBS (2024b, 19 maart). Exportverdiensten groeien minder hard dan exportomzet. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 23 mei 2024.
Dijkstra, H., & Los, B. (2024). Lagere afhankelijkheid van Chinese import economisch niet eenvoudig. Economisch Statistische Berichten, te verschijnen.
Franssen, L., Lemmers, O., Prenen, L., & Wong, K. F. (2020). Het Verenigd Koninkrijk afhankelijker van Europese Unie dan eerder gedacht. Economische Statistische Berichten, 105(4786), 268–271.
Jukema, G., Ramaekers, P., & Berkhout, P. (2024). De Nederlandse agrarische sector in internationaal verband – editie 2024. Wageningen Economic Research & Centraal Bureau voor de Statistiek.
Lemmers, O., Notten, T., Wong, K.F., Dahlmans, D., & Prenen, L. (2023). De toeleveringsketens van vijf bedrijfstakken: welke landen van zeggenschap, welke producten. Centraal Bureau voor de Statistiek.
Mellens, M. C., Noordman, H. G., & Verbruggen, J. P. (2007). Wederuitvoer: internationale vergelijking en gevolgen voor prestatie-indicatoren. Centraal Planbureau.
Notten, T. (2022, 14 november). Semiconductor imports in Dutch value chains [Powerpoint-slides]. CBS Wereldcafé. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 30 mei 2024.
Noten
China kan bijvoorbeeld als toeleverancier optreden van een Duits exportproduct naar Nederland. In dit voorbeeld spreken we van indirecte import. Zulke indirecte afhankelijkheden tussen Nederland en andere landen – in dit voorbeeld China – via andere schakels in de keten kunnen met de gebruikte CBS-brongegevens niet onderzocht worden. Voor diepgaande analyses over indirecte afhankelijkheden en mondiale ketenanalyses is een analyse met multiregionale input-output tabellen nodig. Voor recente analyses over indirecte afhankelijkheden, zie bijvoorbeeld Bohn et al. (2023) over de (indirecte) import van kritieke materialen, Lemmers et al. (2023) over de toeleveringsketen van vijf strategische bedrijfstakken, en Dijkstra en Los (2024) met betrekking tot indirecte afhankelijkheden van China.
Een nauwkeurigere uitsplitsing van de besprokene goederencategorieën in deze paragraaf (op SITC-2 niveau) is ook beschikbaar in de tabellenset die aan deze publicatie is bijgevoegd.
De cijfers in dit hoofdstuk zijn verkregen door de gegevens van de Nationale Rekeningen met die van de statistieken Internationale Handel in Goederen en Internationale Handel in Diensten te combineren, en hierbij worden de cijfers van de Nationale Rekeningen als leidend beschouwd. Door verschillen in definities en methoden wijken deze cijfers af van de overige randtotalen zoals gepresenteerd op StatLine of in de overige hoofdstukken van deze publicatie, die beiden gebaseerd zijn op de handelsstatistieken.