Mannelijke en vrouwelijke ondernemers in dezelfde mate internationaal actief

Foto omschrijving: PEKING - Premier Rutte bezoekt tijdens zijn handelsmissie naar China, samen met minister Kaag een traditionele thee ceremonie.

Kenmerken van het internationale bedrijfsleven

Auteur: Alex Lammertsma

On r oe r end goed Industrie Ene r gie Winning v an delfsto ff en W ate r - en af v albeheer Bouwnij v erheid Ho r eca G r oo t - en detailhandel In f ormatie en c ommunicatie V er v oer en opslag Aandeel vrouwen in het (internationale) bedrijfsleven, 2018 30% 20% 10% 0% 40% Internationaal actief Alle bedrijven A dvies en onderzoek V erhuur r oe r end goed Repa r atie On r oe r end goed Industrie Ene r gie Winning v an delfsto ff en W ate r - en af v albeheer Bouwnij v erheid Ho r eca G r oo t - en detailhandel In f ormatie en c ommunicatie V er v oer en opslag A dvies en onderzoek V erhuur r oe r end goed Repa r atie

Dit hoofdstuk gaat in op de vraag wat de kenmerken zijn van bedrijven die internationaal handelen. In hoeverre exporteren ze, importeren ze of doen ze allebei? In hoeverre zijn het bedrijven in het zelfstandig mkb of het grootbedrijf, vallen ze onder Nederlandse of buitenlandse zeggenschap? In hoeverre bestaat de populatie van internationaal actieve ondernemers uit vrouwen en hoe verschilt dat per leeftijdscategorie en sector? En hoe verschillen internationaal actieve bedrijven op kernindicatoren als productiviteit, gemiddelde lonen, aandeel multinationals en aandeel exporteurs?

3.1Belangrijkste bevindingen

Het internationale bedrijfsleven bestaat uit een groep van bedrijven die onderling op een groot aantal punten verschillen. Het aandeel exporteurs was met 62 procent het hoogste bij de winning van delfstoffen; water en afvalbeheer was tweede met 55 procent. Van de groep bedrijven in het Nederlandse bedrijfsleven verhandelde 34 procent goederen en/of diensten met het buitenland. Voor het zelfstandig mkb was dat 33 procent, terwijl dit voor het grootbedrijf 88 procent was. Bij zowel de Nederlandse als de buitenlandse bedrijven zijn de meeste importeurs en two-way traders actief in de groot- en detailhandel en de meeste exporteurs in de professionele en wetenschappelijke activiteiten.

De hoogste productiviteit bij internationaal actieve bedrijven werd gerealiseerd in de winning van delfstoffen en vervolgens in de energiesector. De hoogste gemiddelde lonen hebben werknemers bij internationaal actieve bedrijven in de winning van delfstoffen en in de energiesector. Het aandeel multinationals was in 2018 bij de delfstoffenwinning het hoogste, en het laagste in de reparatie, de horeca en de bouwnijverheid.

In de periode 2015–2018 is het aandeel van bedrijven dat meer dan 10 jaar oud is in de groep van internationaal actieve bedrijven licht gestegen. Aan de andere kant is het aandeel bedrijven jonger dan 5 jaar licht gedaald. De populatie van internationaal actieve ondernemers bestaat voor ruim een kwart uit vrouwelijke ondernemers, maar er is nauwelijks verschil tussen vrouwelijke en mannelijke ondernemers in de mate waarin zij internationaal actief zijn.

3.2Internationaal actieve bedrijven naar type

In 2018 bestond het Nederlandse bedrijfslevennoot1 uit 1,2 miljoen bedrijven. Die groep kan onderverdeeld worden in importeurs, exporteurs, two-way traders (bedrijven die importeren en exporteren) en bedrijven die geen goederen- of dienstenhandel hebben en dus in het geheel niet internationaal handelen.noot2

Twee derde van de bedrijven uit het Nederlandse bedrijfsleven zijn niet-handelaars

Veruit de grootste groep is die van de niet-handelaren. In 2018 was 34,2 procent van de bedrijven een actieve handelaar. Daarvan was 22,6 procent een importeur, 7,9 procent een two-way trader en 3,7 procent een exporteur, zie figuur 3.2.1. Ten opzichte van 2013 is deze samenstelling zo goed als onveranderd.

3.2.1 Verdeling aantal handelaren per type voor het Nederlandse bedrijfsleven, 2013 en 2016-2018 (%)
Jaar Importeurs Exporteurs Two-way traders Geen handelaar
2013 21,2 3,3 8 67,4
2016 22,5 3,4 8,3 65,8
2017 22,6 3,8 7,9 65,7
2018 22,6 3,7 7,9 65,8

Bedrijven in groot- en detailhandel relatief vaak internationaal actief

Tussen de sectoren in het Nederlandse bedrijfsleven zijn er aanzienlijke verschillen in de mate waarin een bedrijf in de sector alleen importeert, alleen exporteert, zowel importeert als exporteert of niet handelt, zie figuur 3.2.2. Van alle sectoren had in 2018 de groot- en detailhandel met 32 procent relatief de meeste bedrijven die alleen importeerden; in de bouwnijverheid was dit met 15 procent het laagste. De winning van delfstoffen had van alle sectoren met 9 procent het grootste aandeel dat alleen exporteur was; bij de horeca was dit met 1 procent het laagste. Two-way traders kwamen met 23 procent relatief het vaakst voor bij de winning van delfstoffen en het minst bij de horeca (1 procent). Bedrijven in de onroerend goed sector waren relatief het minst vaak een internationale handelaar (21 procent) en in de groot- en detailhandel het vaakst (52 procent).

3.2.2 Verdeling type handelaren per sector voor het Nederlandse bedrijfsleven, 2018 (dzd)
Sector Importeurs Exporteurs Two-way traders Geen handelaar
Winning van
delfstoffen
0,080 0,045 0,120 0,275
Industrie 16,135 2,635 14,170 37,680
Energie 0,280 0,020 0,100 1,010
Water en
afvalbeheer
0,340 0,070 0,360 1,280
Bouwnijverheid 28,105 2,420 3,780 153,350
Groot- en
detailhandel
81,105 8,750 42,205 122,335
Vervoer en
opslag
9,210 2,380 4,565 32,240
Horeca 17,745 0,355 0,495 44,175
Informatie en
communicatie
28,035 6,290 9,495 57,590
Onroerend goed 5,260 0,345 0,440 23,435
Advies en
onderzoek
71,760 18,975 16,710 266,700
Verhuur van
roerend goed
15,395 2,620 3,680 59,505
Reparatie 2,990 0,150 0,490 6,395

88 procent van grootbedrijven internationaal actief

Het internationaal actieve bedrijfsleven bestaat uit bedrijven in het zelfstandig mkb en het grootbedrijf die internationaal goederen en/of diensten verhandelen. Van de 1,2 miljoen bedrijven uit het totale Nederlandse bedrijfsleven in 2018 behoorden 1,2 miljoen bedrijven tot het zelfstandig mkb en 18 duizend tot het grootbedrijf. Circa 99 procent behoorde daarmee tot het zelfstandig mkb. Deze twee groepen verschillen in de mate waarin ze (niet) handelen en two-way trader zijn, zie figuur 3.2.3. Waar in het zelfstandig mkb in 2018 twee op de drie bedrijven niet handelde, was dit voor het grootbedrijf maar een op de acht. Het spiegelbeeld daarvan zien we bij de two-way-traders. Van het zelfstandig mkb was maar 7 procent een two-way trader terwijl dit voor het grootbedrijf 64 procent was. Aan de andere kant zijn de percentages van bedrijven die alleen exporteren of importeren bij het zelfstandig mkb en het grootbedrijf vergelijkbaar. Circa 23 procent van de zelfstandig mkb-bedrijven importeerde alleen goederen en/of diensten in 2016, terwijl dat bij het grootbedrijf 20 procent was. Bij zowel het zelfstandig mkb als het grootbedrijf exporteerde had zo’n 4 procent van de bedrijven alleen export.

3.2.3 Verdeling van typen handelaren voor zmkb en grootbedrijf in het Nederlandse bedrijfsleven, 2018 (%)
Grootteklasse Importeurs Exporteurs Two-way traders Geen handelaar
zmkb 22,6 3,7 7,1 66,6
Grootbedrijf 20,2 4,1 64 11,8

De meeste importeurs en two-way traders zijn actief in de groot- en detailhandel en de meeste exporteurs in de zakelijke diensten. Dat geldt voor zowel het zelfstandig mkb als het grootbedrijf. In 2018 was namelijk voor het zelfstandig mkb 29 procent van de importeurs actief in de handel en 44 procent van de two-way traders; voor het grootbedrijf was dat vergelijkbaar met 29 procent van de importeurs en 40 procent van de two-way traders. Bij de exporteurs verschilde dat aandeel aanzienlijk tussen het zelfstandig mkb en het grootbedrijf. Met de export van zakelijke diensten was in 2018 bij het zelfstandig mkb 42 procent actief en 28 procent bij het grootbedrijf.

32% de bedrijven in de groot- en detailhandel importeerde in 2018

1 op de 100 de bedrijven in buitenlandse handen

Naast het onderscheid tussen het zelfstandig mkb en het grootbedrijf kan het Nederlandse bedrijfsleven ook opgedeeld worden in buitenlandse en Nederlandse bedrijven, zie figuur 3.2.4. Van de 1,2 miljoen bedrijven in 2018 stonden 1,2 miljoen bedrijven onder Nederlandse zeggenschap en 14 duizend onder buitenlandse zeggenschap. Daarmee was circa 1 procent van de bedrijven dus in buitenlandse handen. In 2018 was 64 procent van de buitenlandse bedrijven een two-way trader en verhandelde 13 procent geen goederen en diensten met andere landen. Bij de Nederlandse bedrijven was maar 7 procent een two-way trader en 66 procent geen handelaar. Ten opzichte van 2013 is het aantal buitenlandse bedrijven harder gestegen dan het aantal Nederlandse bedrijven. In de periode 2013–2018 steeg het aantal buitenlandse bedrijven met 30 procent, terwijl het aantal Nederlandse bedrijven met 20 procent steeg.

3.2.4 Verdeling van typen handelaren in het Nederlandse bedrijfsleven, 2018 (%)
Zeggenschap Importeurs Exporteurs Two-way traders Geen handelaar
Buitenlandse bedrijven 19,5 4,6 63,5 12,5
Nederlandse bedrijven 22,6 3,7 7,2 66,5

Bij zowel de Nederlandse als de buitenlandse bedrijven zijn de meeste importeurs en two-way traders actief in de groot- en detailhandel en de meeste exporteurs houden zich bezig met zakelijke diensten. Zo was in 2018 voor de Nederlandse bedrijven 29 procent van de importeurs actief in de groot- en detailhandel en 44 procent van de two-way traders; voor de buitenlandse bedrijven was dat vergelijkbaar met 35 procent van de importeurs en 44 procent van de two-way traders. Bij de exporteurs verschilde dat wel tussen Nederlandse en buitenlandse bedrijven. Met de export van zakelijke diensten was in dat jaar bij de Nederlandse bedrijven 42 procent actief en 27 procent bij de buitenlandse bedrijven.

3.3Kernindicatoren voor het internationaal actieve bedrijfsleven

Uit tabel 3.3.1 blijkt dat de sectoren die internationaal handelen onderling sterk verschillen. De groot- en detailhandel is de sector met veruit de meeste internationale ondernemers.noot3 Circa 38 procent van de internationaal actieve ondernemers was hier werkzaam in 2018. Het aandeel multinationals was met 36 procent het hoogste bij de winning van delfstoffen, maar het betreft met 265 ondernemingen slechts een kleine sector. Bij de groot- en detailhandel, de sector met het meeste aantal bedrijven, is het aandeel multinationals slechts 6 procent. In zowel de reparatie, de horeca als de bouwnijverheid is dat aandeel kleiner dan 3 procent. Die laatste drie sectoren zijn namelijk vrijwel geheel gericht zijn op de binnenlandse markt. Het aandeel exporteurs is met 62 procent het hoogste bij de winning van delfstoffen; bij water en afvalbeheer is dat 55 procent. De hoogste productiviteit in internationaal actieve bedrijven werd gerealiseerd in de winning van delfstoffen en vervolgens – op ruime afstand – in de energiesector. De hoogste gemiddelde lonen hebben werknemers in de winning van delfstoffen en de energiesector. Zo was in 2018 in de winning van delfstoffen het gemiddelde loon 38 euro per uur en in de energiesector 32 euro per uur. Het aandeel vrouwelijke ondernemers is met 35 procent het hoogste in de horeca.

3.3.1Kernindicatoren voor het internationaal actieve bedrijfsleven per sector, 2018

Aantal bedrijven Aandeel multi­nationals (%) Aandeel exporteurs (%) Produc­tiviteit1) Gemiddeld loon2) Aantal inter­nationale ondernemers Aandeel vrouwelijke ondernemers (%)
Sector
Winning van delfstoffen 265 35,8 62,3 709 38 65 21,5
Industrie 33 105 10,4 50,8 103 25 18 295 21
Energie 425 23,5 28,2 265 32 105 12,4
Water en afvalbeheer 785 17,2 54,8 115 24 330 16,2
Bouwnijverheid 34 470 2,1 18 81 25 14 580 16,1
Groot- en detailhandel 132 675 6,0 38,4 64 21 76 015 29
Vervoer en opslag 16 285 9,1 42,6 82 23 12 180 21,5
Horeca 18 645 1,5 4,6 30 14 19 520 34,5
Informatie en communicatie 44 145 5,2 35,8 110 30 11 275 12
Onroerend goed 6 350 6,3 12,4 184 28 3 500 21,3
Advies en onderzoek 108 390 3,2 32,9 73 31 32 300 21,9
Verhuur van roerende goederen 21 920 5,5 28,7 34 17 9 965 24,8
Reparatie 3 630 0,7 17,6 41 18 1 125 25,3
Nederlandse bedrijfsleven 421 090 5,2 33,6 70 23 199 280 24,9

1) in 1 000 euro per jaar

2) in euro per uur

3.4Internationaal actieve bedrijven naar leeftijd

In de periode 2013–2018 is in de groep van internationaal actieve bedrijven het aandeel van bedrijven dat meer dan 10 jaar oud is licht gestegen, namelijk van 40 procent in 2013 naar 44 procent in 2018, zie figuur 3.4.1. Aan de andere kant is het aandeel van bedrijven jonger dan 5 jaar in die periode met 1,6 procentpunt afgenomen.

3.4.1 Leeftijdsverdeling van het internationaal actieve bedrijfsleven, 2013 en 2016-2018 (%)
Jaar Jonger dan 5 jaar 5 tot 10 jaar 10 jaar of ouder
2013 35,8 23,8 40,4
2016 35,6 23,2 41,2
2017 34,5 22,5 43
2018 34,2 21,5 44,3

Binnen de groep van internationaal actieve bedrijven jonger dan 5 jaar waren in 2018 relatief de meeste bedrijven actief in de winning van delfstoffen, energie, informatie en communicatie, en advisering en onderzoek, zie figuur 3.4.2. De meeste internationaal actieve bedrijven ouder dan 10 jaar zitten in de bedrijfstak industrie, water en afvalbeheer, bouwnijverheid, groot- en detailhandel, vervoer en opslag, horeca, onroerend goed, verhuur van roerende goederen en reparatie van consumentenartikelen.

3.4.2 Verdeling van internationaal actieve bedrijfsleven naar leeftijdscategorie per sector, 2018 (dzd)
Sector Jonger dan 5 jaar 5 tot 10 jaar 10 jaar of ouder
Winning van
delfstoffen
0,090 0,060 0,115
Industrie 8,585 5,460 19,060
Energie 0,230 0,095 0,100
Water en
afvalbeheer
0,230 0,155 0,400
Bouwnijverheid 10,000 6,435 18,035
Groot- en
detailhandel
42,405 24,755 65,520
Vervoer en
opslag
4,605 2,935 8,745
Horeca 6,700 3,715 8,235
Informatie en
communicatie
17,085 11,585 15,475
Onroerend goed 2,280 1,265 2,805
Advies en
onderzoek
42,555 28,410 37,425
Verhuur van
roerend goed
8,380 4,940 8,605
Reparatie 0,945 0,820 1,870

3.5Born globals

De verandering van de leeftijdsverdeling van bedrijven komt niet alleen doordat bedrijven die blijven handelen ouder worden, maar ook doordat een gedeelte start of stopt met handelen. Bovendien is er een grote groep bedrijven die op enig moment handelde, maar in de loop van de periode van handelsstatus is gewisseld, hetzij van exporteur (importeur) naar niet-exporteur (niet-importeur) of omgekeerd. Daarbij is er een aanzienlijke groep bedrijven die na het zetten van deze stap binnen enkele jaren weer stopt met handelen. Het grootste deel van deze groep blijft echter wel bestaan als bedrijf. Daarnaast zien we een flinke groep bedrijven die herhaaldelijk begint en weer stopt met exporteren, de zogenaamde ‘knipperlichtexporteurs’. Deze groep ‘knipperlichtexporteurs’ is gezamenlijk goed voor ruim 20 procent van de populatie exporteurs, maar vertegenwoordigt nog geen 2,5 procent van de exportwaarde (CBS, 2019).

3.5.1 Aantal born globals per bedrijfstak, 2018
Sector Born globals
Industrie 445
Bouwnijverheid 290
Groot- en detailhandel 2155
Vervoer en opslag 295
Informatie en communicatie 965
Advies en onderzoek 2625
Verhuur van roerend goed 325
Overige sectoren 150

Binnen de groep van goederen- en/of dienstenexporteurs waren in 2018 de meeste starters en stoppers actief in advies en onderzoek en de groot- en detailhandel. In die sectoren zitten ook de meeste born globals, zie figuur 3.5.1. Born globals zijn bedrijven die vlak na hun oprichting al meteen een groot deel van hun verkopen in het buitenland realiseren (CBS, 2019). Maar er zitten ook relatief veel born globals in de informatie- en communicatiesector, de industrie en de bouwnijverheid. Dit is in lijn met de bevindingen uit een studie van de Europese Unie (Eurofound, 2012). Deze studie meldt dat in Europa born globals relatief vaak in de groot- en detailhandel, de zakelijke diensten, de industrie en in de informatie- en communicatiebranche voorkomen. Circa 24 procent van de startende exporteurs van goederen en/of diensten was in 2018 een born global. De exportwaarde van born globals bedroeg voor goederen circa 0,4 procent van de totale goederenexport in 2018 en voor diensten 0,4 procent van de totale dienstenexport (CBS, 2019).

Dynamiek bij internationale handelaren, 2018

3.6Internationaal actieve ondernemers naar geslacht

De groep van ondernemers die internationaal handelt of aan het roer staat van een multinational, bestaat voor een kwart uit vrouwelijke ondernemers.noot4 Zo waren er in het Nederlandse bedrijfsleven in 2018 in totaal 49 duizend van deze internationaal actieve vrouwelijke ondernemers tegen 142 duizend mannelijke. Hoewel het aantal mannelijke ondernemers aanzienlijk groter is dan het aantal vrouwelijke ondernemers, is er nauwelijks verschil in de mate waarin zij internationaal actief zijn. Zo was in 2018 van vrouwelijke ondernemers 14,5 procent internationaal actief tegen 15,2 procent van de mannelijke ondernemers, zie figuur 3.6.1.

3.6.1 Aandeel internationaal actieve mannelijke en vrouwelijke ondernemers, 2016-2018 (%)
Geslacht 2016 2017 2018
Mannelijke internationaal actieve ondernemers 15,8 15,5 15,2
Vrouwelijke internationaal actieve ondernemers 15,3 14,7 14,5

De mate waarin ondernemers internationaal actief zijn, hangt samen met hun leeftijd, zie figuur 3.6.2. Bij mannelijke ondernemers neemt het aandeel dat internationaal actief is toe tot en met de leeftijdscategorie van 45–54 jaar; daarna neemt dat af. Voor vrouwelijke ondernemers neemt het aandeel dat internationaal actief is toe met de leeftijd en treedt er vanaf 55 jaar geen daling op. Voor de groep ondernemers vanaf 25 tot en met 54 jaar zijn vrouwen iets minder internationaal actief dan hun mannelijke collega’s. Waarschijnlijk spelen sociaaleconomische factoren zoals de zorg voor kinderen hier een rol: juist in deze leeftijdsgroep zijn vrouwen vaak moeder en gaan ze minder werken. Het zijn over het algemeen juist vrouwen die de zorg voor de kinderen op zich nemen en voor hen weegt de balans tussen werk en privé zwaarder dan voor mannen (Weerden & Martens, 2018).

3.6.2 Aandeel internationaal actieve ondernemers naar leeftijd, 2018 (%)
Leeftijdscategorie Mannelijke internationaalactieve ondernemers Vrouwelijke internationaal
actieve ondernemers
15-24 jaar 6,0 6,4
25-34 jaar 11,4 10,0
35-44 jaar 15,3 13,6
45-54 jaar 18,1 16,6
55-64 jaar 17,1 17,0
65 jaar en ouder 15,1 17,7

Tussen de sectoren verschilt ook de mate waarin mannelijke en vrouwelijke ondernemers internationaal actief zijn, zie figuur 3.6.3. In de winning van delfstoffen, water en afvalbeheer, de bouwnijverheid en vervoer en opslag zijn vrouwelijke ondernemers aanzienlijk meer internationaal actief dan mannelijke ondernemers. Vrouwelijke ondernemers waren in 2018 het minst internationaal actief in de onroerend goed sector (5 procent).

3.6.3 Aandeel internationaal actieve ondernemers per sector, 2018 (%)
Sector Mannelijke internationaalactieve ondernemers Vrouwelijke internationaal
actieve ondernemers
Winning van
delfstoffen
25,0 33,3
Industrie 26,9 23,1
Energie 12,9 10,5
Water en
afvalbeheer
17,1 30,8
Bouwnijverheid 6,2 16,3
Groot- en
detailhandel
33,4 29,5
Vervoer en
opslag
15,5 25,5
Horeca 8,4 6,5
Informatie en
communicatie
12,9 11,3
Onroerend goed 7,1 5,1
Advies en
onderzoek
9,2 6,2
Verhuur van
roerend goed
9,7 6,8
Reparatie 12,2 11,9

3.7Literatuur

Open literatuurlijst

Literatuur

CBS (2019). Internationaliseringsmonitor 2019, tweede kwartaal: Patronen in handelsgedrag. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Eurofound (2012). Born global: The potential of job creation in new international businesses. Luxembourg: Publications Office of the European Union.

Weerden, L. van & en Drs. J. Martens, J. (2018). De positie van de vrouwelijke internationale ondernemer: Een literatuurstudie naar behoeften, motieven en belemmeringen. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Geraadpleegd op 29 juni 2020.

Noten

Tot het Nederlandse bedrijfsleven worden de bedrijven gerekend in het Algemeen Bedrijven Register (ABR) tot de sectie B tot en met N plus divisie S95 behoren, met uitzondering van die in sectie K. De landbouw, bosbouw en visserij (A), de financiële instellingen (K), openbaar bestuur (O), onderwijs (P), gezondheidszorg (Q), cultuur, sport en recreatie (R), levensbeschouwelijke en politieke organisaties (divisie 94), wellness en uitvaartbranche (divisie 96), huishoudens (T) en extraterritoriale organisaties en lichamen (U) vallen dus buiten de populatie van het Nederlandse bedrijfsleven.

Bij de typering van de handelaren is er geen ondergrens gehanteerd om te filteren voor kleine handelaren. Importeurs (exporteurs) handelen in goederen en/of diensten; een two-way trader heeft zowel import als export van goederen en/of diensten.

Een ondernemer is een persoon die arbeid verricht voor eigen rekening of risico in een eigen bedrijf of praktijk, of die eigenaar is van een bedrijf en als directeur in loondienst is van het bedrijf.

Bij de typering van internationale ondernemers is er een ondergrens gehanteerd van 5 000 euro om te filteren voor kleine internationale ondernemers.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

. Gegevens ontbreken
* Voorlopig cijfer
** Nader voorlopig cijfer
x Geheim
Nihil
(Indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
0 (0,0) Het getal is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
Niets (blank) Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
2019–2020 2019 tot en met 2020
2019/2020 Het gemiddelde over de jaren 2019 tot en met 2020
2019/’20 Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2019 en eindigend in 2020
2017/’18–2019/’20 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2017/’18 tot en met 2019/’20

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

Nieke Aerts

Marcel van den Berg

Sarah Creemers

Hans Draper

Loe Franssen

Marjolijn Jaarsma

Alex Lammertsma

Tom Notten

Tim Peeters

Leen Prenen

Janneke Rooyakkers

Khee Fung Wong

Redactie

Sarah Creemers

Marjolijn Jaarsma

Alex Lammertsma

Eindredactie

Marjolijn Jaarsma

Alex Lammertsma

Dankwoord

We danken de volgende collega’s voor hun constructieve bijdrage aan deze editie van Nederland Handelsland:

Deirdre Bosch

Linda Bruls

Elijah Cats

Richard Jollie

Bart Loog

Pascal Ramaekers

Carla Sebo-Ros

Roos Smit

Sandra Vasconcellos

Gabriëlle de Vet

Roger Voncken

Hans Westerbeek

Hendrik Zuidhoek

We danken ook de volgende medewerkers van het ministerie van Buitenlandse Zaken voor hun feedback op een eerdere versie van Nederland Handelsland:

Tom Beerling

Laurens den Hartog

Harry Oldersma