VS grootste investeerder in Nederland

Foto omschrijving: Zakenman kijkt naar de skyline van New York op het dak van een wolkenkrabber.

Buitenlandse investeringen en multinationals

Auteurs: Sarah Creemers, Loe Franssen, Marjolijn Jaarsma

Inkomende en uitgaande internationale investeringen (exclusief bfi’s), positie 2018

Behalve internationale handel zijn ook buitenlandse directe investeringen een manier om duurzame economische relaties in het buitenland op te bouwen. Nederland is aantrekkelijk voor buitenlandse investeringen, wat kan leiden tot meer banen, maar ook nieuwe kennis en technologieën. Multinationals zijn de actoren achter deze directe buitenlandse investeringen en zijn derhalve interessant om nader te bestuderen.

7.1Belangrijkste bevindingen

Directe buitenlandse investeringen (DBI) zijn een belangrijk element van globalisering. Internationaal zakendoen gaat natuurlijk verder dan alleen internationale handel. Zo kunnen bedrijven ook over de grens investeren. Dit kan bijvoorbeeld wanneer een bedrijf ervoor kiest om een bedrijf in een ander land op te richten (zogenaamde greenfield FDI), of om een lokaal bedrijf over te nemen (zogenaamde brownfield FDI). Nederland behoort wereldwijd tot de top-5 grootste investeringslanden. Een belangrijke factor hierbij is het aantrekkelijke investeringsklimaat dat in Nederland heerst. Denk hierbij aan onze fysieke en digitale infrastructuur, de hoogopgeleide beroepsbevolking, efficiënte arbeidsmarkt, en investeringen in innovatie en technologie (Franssen, 2018).

Door in het buitenland te investeren, kunnen bedrijven bijvoorbeeld de productieschaal vergroten, profiteren van goedkopere lokale productiefactoren alsook transportkosten naar de buitenlandse markt besparen om zodoende de concurrentie met buitenlandse bedrijven aan te gaan. Echter kunnen ook fiscale redenen spelen waarom bedrijven in het buitenland actief zijn. Bedrijven trachten hun belastingafdracht te verlagen door hun financiële of investeringsactiviteiten via landen met een gunstig belastingklimaat te loodsen. Nederland speelt hierin een grote rol aangezien circa 63 procentnoot1 van de inkomende buitenlandse investeringen direct doorgesluisd wordt naar het buitenland zonder enige vorm van economische activiteit in Nederland. Multinationals maken daarbij gebruik van administratie- of trustkantoren in Nederland waar zij tijdelijk hun kapitaal onderbrengen voordat ze daadwerkelijk investeren in derde bestemmingen. Via dergelijke Bijzondere Financiële Instellingen of bfi’s kunnen deze multinationals dan gebruikmaken van de voordelige Nederlandse belastingregels, zonder dat ze verder enige productie in Nederland ondernemen (Boonstra, 2018).

Nederland speelt op het vlak van kapitaalstromen een belangrijke rol. In 2019 had Nederland 2 498 miljard euro aan directe investeringen uitstaan in het buitenland, exclusief bfi’s. Dit is zo’n 274 miljard euro meer dan een jaar eerder. Slechts één land had in 2019 meer uitstaan, namelijk de Verenigde Staten. Als het gaat om inkomende buitenlandse investeringen, exclusief bfi’s, stond Nederland in 2019 wereldwijd op positie vijf met 1 768 miljard euro. Ondanks een toename van 174 miljard euro ten opzichte van 2018, moest ons land een plaatsje toegeven in de ranking ten faveure van China.

Van het totaal aan inkomende directe investeringen in Nederland kwam in 2018 zo’n 14 procent uit het Verenigd Koninkrijk, na correctie voor investeringen via bfi’s. In 2018 was het Verenigd Koninkrijk daarmee de grootste investeerder in Nederland, terwijl in 2015 circa 10 procent van de totaal inkomende directe investeringen uit het Verenigd Koninkrijk kwam. Hiermee was het Verenigd Koninkrijk in 2015 ‘slechts’ de vierde grootste investeerder in ons land. Ons land had in 2018 de meeste investeringen uitstaan in de Verenigde Staten, net zoals dat het geval was in 2015. Deze investeringen, exclusief bfi’s, vertegenwoordigden 15 procent van de Nederlandse totale uitgaande directe investeringen.

In 2017 waren er in totaal 24 375 multinationals actief in Nederland, waarvan 56 procent onder buitenlandse zeggenschap staat. Het aandeel buitenlandse multinationals is sinds 2010 met bijna 10 procentpunt gegroeid. Met circa 2,3 miljoen werkzame personen waren de – Nederlandse én buitenlandse – multinationals goed voor 39 procent van de totale werkgelegenheid in het Nederlandse bedrijfsleven. In het totale Nederlandse bedrijfsleven telt de bedrijfstak specialistische zakelijke dienstverlening de meeste bedrijven (waaronder veel zzp’ers), terwijl de meeste multinationals actief zijn in de groot- en detailhandel. Multinationals waren in 2018 verantwoordelijk voor 84 procent van de goederenuitvoer en 90 procent van de dienstenuitvoer. Zowel de in- als uitvoer van Nederlandse multinationals groeide het afgelopen jaar harder dan die van buitenlandse multinationals.

84% van uitvoerwaarde van goederen voor rekening van multinationals

Multinationals die binnen de Nederlandse landsgrenzen actief zijn, staan vaak onder Amerikaanse zeggenschap. Nederland telde in 2017 circa 2 875 bedrijven onder Amerikaanse zeggenschap. Dat komt neer op ruim 21 procent van alle bedrijven onder buitenlandse zeggenschap. Met ongeveer 203 duizend werkzame personen waren deze Amerikaanse multinationals goed voor 20 procent van de totale werkgelegenheid bij buitenlandse multinationals in ons land.

Nederlandse multinationals investeren ook in het buitenland: in 2017 waren er in totaal 23 205 Nederlandse dochterondernemingen in het buitenland, waarvan 15 duizend in EU-landen en 8 205 in niet-EU-landen. Met 4 221 dochterondernemingen van Nederlandse multinationals, was vooral Duitsland een belangrijk bestemmingsland. Dit zorgde voor 356 duizend voltijdbanen bij Nederlandse dochterondernemingen in Duitsland.

7.2Macro-overzicht investeringsstromen

In het eerste deel van dit hoofdstuk wordt ingegaan op de investeringspositie van Nederland, gebaseerd op macro-cijfers van De Nederlandsche Bank (DNB) voor de periode 2015–2019. Wie zijn de belangrijkste investeringspartners voor Nederland? Zien we daarbij andere patronen wanneer we de investeringen via Bijzondere Financiële Instellingen buiten beschouwing laten? Hoe hebben de investeringsstromen zich ontwikkeld in de afgelopen jaren?

Nederland als investeringsland

In 2019 stond Nederland in de top-5 grootste investeringslanden wereldwijd. Nederland was zelfs de op één na grootste buitenlandse investeerder in de wereld, alleen voorafgegaan door de Verenigde Staten (UNCTAD, 2020). Wat betreft de inkomende directe buitenlandse investeringen stond Nederland op de 5e plaats wereldwijd, na de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Hongkong en China (UNCTAD, 2020). In deze UNCTAD-cijfers worden de investeringen via Bijzondere Financiële Instellingen buiten beschouwing gelaten.

De Nederlandsche Bank (DNB) houdt de macrocijfers bij over de bilaterale investeringen van Nederland. In 2018 is er een kleine dip in de totale waarde van de buitenlandse investeringen in Nederland ten opzichte van 2017, zie figuur 7.2.1. Dat had te maken met een desinvestering in 2018 door de opheffing van een in Nederland gevestigde Bijzondere Financiële Instelling (DNB, 2018a). In 2019 bestonden de Nederlandse investeringen uit 4 709 miljard euro aan inkomende investeringen en 5 788 miljard euro aan uitgaande investeringen. Een jaar eerder was dit respectievelijk 4 664 miljard euro en 5 636 miljard euro.

7.2.1 Investeringspositie Nederland, 2015-2019 (mld euro)
Type Jaar Exclusief bfi's bfi's
Inkomend ‎2015, Inkomend 1420 2827
Inkomend ‎2016, Inkomend 1485 3062
Inkomend ‎2017, Inkomend 1523 3223
Inkomend ‎2018, Inkomend 1594 3070
Inkomend 2019, Inkomend 1768 2941
Uitgaand ‎2015, Uitgaand 2005 3156
Uitgaand ‎2016, Uitgaand 2247 3279
Uitgaand ‎2017, Uitgaand 2247 3449
Uitgaand ‎2018, Uitgaand 2224 3412
Uitgaand 2019, Uitgaand 2498 3290
Bron: DNB

Nederland als doorsluisland

Een aanzienlijk gedeelte van de directe buitenlandse investeringen die Nederland binnenkomen, komt niet in de Nederlandse economie terecht maar wordt via Nederlandse Bijzondere Financiële Instellingen van het ene naar het andere land doorgesluisd. De lage Nederlandse bronbelasting, de deelnemingsvrijstelling, zogenaamde tax rulings, de toegankelijkheid van de Nederlandse belastingdienst, de expertise en ervaring van de Nederlandse trustsector, en de bilaterale verdragen die Nederland heeft afgesloten met vele landen zijn voorname redenen voor bfi’s om hun investeringen om te leiden via Nederland (Lejour & van ’t Riet, 2013; Franssen, 2018).

In Nederland waren in 2018 ongeveer 15 duizend Bijzondere Financiële Instellingen gevestigd (DNB, 2018b). Met een balanstotaal van 3 609 miljard euro per eind 2017 vormden bfi’s de grootste Nederlandse financiële sector, groter dan de bancaire sector met een balanstotaal van 2 281 miljard euro (DNB, 2018b). Uit cijfers van DNB blijkt dat er in de periode 2013–2016 jaarlijks ongeveer 180 miljard euro per aan fiscaal relevante inkomens (dividenden, rentes en royalty’s) via bfi’s door Nederland heen stroomt (DNB, 2018b).

Figuur 7.2.1 laat het aandeel investeringen zien dat uitstaat bij Bijzondere Financiële Instellingen. Naast de 3 290 miljard euro aan in het buitenland uitstaande investeringen van bfi’s stond er ook nog 2 498 miljard euro aan investeringen uit vanuit Nederland die niet door bfi’s werden gedaan. Dit brengt het totaal aan uitstaande directe investeringen in 2019 op 5 788 miljard euro. Als de investeringen die via bfi’s uitstaan buiten beschouwing worden gelaten, dan is de Nederlandse uitgaande investeringspositie stabiel gebleven sinds 2016.

Circa 63 procent van de totale buitenlandse investeringen in Nederland wordt direct doorgesluisd naar verdere bestemmingen. De overige 37 procent wordt daadwerkelijk in Nederland geïnvesteerd. Dit is het soort investering dat kan leiden tot meer werk, banen en belastingopbrengsten binnen Nederland. Als wederom investeringen via bfi’s buiten beschouwing worden gelaten, dan zijn de inkomende DBI zelfs ietwat gestegen sinds 2015.

Meeste directe investeringen (exclusief bfi’s) uit VK en Luxemburg

De belangrijkste investeringspartners voor Nederland zijn de Verenigde Statennoot2, Luxemburg, het Verenigd Koninkrijk, Zwitserland, Ierland en Duitsland.noot3 De meeste uitstaande investeringen in Nederland zijn in Amerikaanse handen, gevolgd door Luxemburg en het Verenigd Koninkrijk. Exclusief bfi’s zijn er enkele verschuivingen te zien in de top-6 grootste investeringspartners. De meeste uitstaande investeringen in Nederland zijn dan in Britse handen (exclusief bfi’s) gevolgd door Luxemburg, de Verenigde Staten en Zwitserland. In 2018 investeerde het Verenigd Koninkrijk zo’n 213 miljard euro (exclusief bfi’s) in Nederland, zie figuur 7.2.2. Ten opzichte van 2015 zijn de investeringen uit het Verenigd Koninkrijk toegenomen, waarmee het land ook van plaats 4 naar plaats 1 is opgeklommen in de top-6 investeringspartners. De grotere Britse investeringen in Nederland kunnen het gevolg zijn van de onzekerheid die gepaard gaat met Brexit. Britse bedrijven vinden het belangrijk om in een EU-land aanwezig te zijn om ook na het Britse vertrek uit de EU deel uit te maken van de eenheidsmarkt (Algemeen Dagblad, 2019; RTL Nieuws, 2019).

Nederland had in 2018 vooral in de Verenigde Staten veel investeringen uitstaan. In totaal ging het om bijna 775 miljard euro. Figuur 7.2.2 laat zien dat als investeringen die via Bijzondere Financiële Instellingen lopen buiten beschouwing worden gelaten, de Verenigde Staten nog steeds de belangrijkste bestemming zijn voor Nederlandse investeringen, gevolgd door Zwitserland, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland. Van het totaal aan uitgaande directe investeringen ging in 2018 zo’n 15 procent (310 miljard euro) vanuit ons land naar de Verenigde Staten, na correctie voor investeringen via bfi’s. In 2015 waren de Verenigde Staten ook al onze belangrijkste bestemming voor investeringen.

In vergelijking met de situatie in 2015 heeft het Verenigd Koninkrijk in 2018 een plaatsje moeten toegeven in de top-6 investeringsbestemmingen voor Nederland, en ging het van plaats 2 naar plaats 3. Vanwege Brexit kan het Verenigd Koninkrijk een minder aantrekkelijke bestemming voor buitenlandse investeringen worden. Ten eerste verliest het VK met Brexit mogelijk de toegang tot de EU interne markt. Ten tweede wordt de rol van het VK in mondiale waardeketens bemoeilijkt door mogelijke handelsbarrières tussen het VK en de EU (DNB, 2019). Uit data van het Britse ministerie voor Internationale handel blijkt dat sinds het Brexit-referendum het aantal greenfield FDI en fusies en overnames door buitenlandse bedrijven in het Verenigd Koninkrijk daalde met 14 procent en zo het laagste niveau in zes jaar bereikte (Romei, 2019). Volgens berekeningen van Financial Times is het aantal banen dat in het VK is gecreëerd als gevolg van greenfield FDI met 19 procent gedaald in vergelijking met dezelfde periode vóór het referendum (Romei, 2019).

7.2.2 Top-6 investeringspartners totale waarde buitenlandse investeringen exclusief bfi's, in 2018 (mld euro)
Type Investeringspartner Totale waarde buitenlandse investeringen exclusief bfi's
Inkomend Verenigd Koninkrijk, Inkomend 213
Inkomend Luxemburg, Inkomend 209
Inkomend Verenigde Staten, Inkomend 174
Inkomend Zwitserland, Inkomend 122
Inkomend Duitsland, Inkomend 116
Inkomend Frankrijk, Inkomend 89
Uitgaand Verenigde Staten, Uitgaand 310
Uitgaand Zwitserland, Uitgaand 231
Uitgaand Verenigd Koninkrijk, Uitgaand 217
Uitgaand Duitsland, Uitgaand 113
Uitgaand Luxemburg, Uitgaand 102
Uitgaand Frankrijk, Uitgaand 95
Bron: DNB

De cijfers weergegeven in figuur 7.2.2 hebben betrekking op het land waar de investering direct vandaan komt. Door verschillende constructies (bijvoorbeeld doorsluizen) kan er echter een verschil zijn tussen waar de investering momenteel direct vandaan komt en waar het oorspronkelijk vandaan komt. In een recent artikel van Hagendoorn (2020) worden de cijfers van investeringen naar directe en oorspronkelijke eigenaarnoot4 met elkaar vergeleken. Daarbij worden opmerkelijke verschillen gevonden in de top-6 van de landen die het meest in Nederland investeren. Zo blijkt uit de cijfers over directe investeringen naar oorspronkelijke eigenaar dat de Verenigde Staten in 2017 de belangrijkste investeerder in Nederland waren. Uiteindelijk investeerden de Verenigde Staten zo’n 551 miljard euro (exclusief bfi’s) in Nederland, wat neerkomt op bijna 40 procent van de totale Nederlandse positie aan inkomende investeringen. Volgens de traditionele cijfers over investeringen naar de directe eigenaar was dit minder dan de helft, namelijk 206 miljard euro (exclusief bfi’s). Dat is ‘slechts’ 15 procent van de totale positie aan inkomende investeringen.

Luxemburg is een land dat bijvoorbeeld hoog scoorde in de 2017 cijfers van de investeringen naar directe eigenaar, maar geen rol van betekenis speelde wanneer gekeken werd naar oorspronkelijke eigenaar. Dit land gedraagt zich dus als een belangrijke ‘tussenschakel’ tussen de oorspronkelijke eigenaar en het Nederlandse bedrijf waarin er wordt geïnvesteerd (Hagendoorn, 2020). Ook het Verenigd Koninkrijk treedt vaak op als ‘tussenschakel’ bij investeringen uit bijvoorbeeld de Verenigde Staten en zelfs voor Nederlandse investeringen die via buitenlandse groepsmaatschappijen via leningen of deelnemingen weer naar Nederland terugkomen (Hagendoorn, 2020).

7.3Multinationals in Nederland

In deze paragraaf wordt er specifiek gekeken naar de bedrijven die investeringen doen, de multinationals dus. CBS-cijfers over de Inward en Outward Foreign Affiliates Statistics werden gebruikt om de multinationals in Nederland per nationaliteit te onderzoeken, voor de periode 2013–2017. Hoeveel multinationals telt het Nederlandse bedrijfsleven? In welke bedrijfstak zijn ze actief en hoeveel werkgelegenheid levert dat op? Onder zeggenschap van welk land vallen de buitenlandse multinationals? Hoeveel internationale handel en welk gedeelte van de werkgelegenheid in het Nederlandse bedrijfsleven is er bij multinationale bedrijven?

Een multinational is een onderneming die de uiteindelijke zeggenschap heeft over bedrijven in twee of meer landen. Het CBS kan onderscheid maken tussen Nederlandse en buitenlandse multinationals. Een Nederlandse multinational is een bedrijf onder Nederlandse zeggenschap met dochters (meerderheidsdeelnemingen) in het buitenland. Een buitenlandse multinational is een in Nederland gevestigd dochterbedrijf waarover de uiteindelijke zeggenschap in het buitenland ligt. Het aantal multinationals neemt toe doordat nieuwe multinationals zich in Nederland vestigen en/of Nederlandse bedrijven door buitenlandse bedrijven worden overgenomen. Daarnaast zetten Nederlandse bedrijven op hun beurt ook steeds vaker de stap over de grens.

Meer buitenlandse multinationals in Nederland

In 2017, het laatste jaar met beschikbare gegevens, waren er 24 375 multinationals actief in het Nederlandse bedrijfsleven. Dit komt neer op 2,1 procent van de totale bedrijvenpopulatie. Meer dan de helft van de multinationals stond onder buitenlandse zeggenschap. Figuur 7.3.1 laat zien dat het aandeel buitenlandse multinationals sinds 2010 gegroeid is.

7.3.1 Aantal multinationals in Nederlandse bedrijfsleven, 2010-2017
Jaar Buitenlandse multinationals Nederlandse multinationals
2010 8565 9655
2011 10455 9530
2012 10850 9305
2013 11970 9195
2014 12340 9780
2015 12620 9925
2016 13130 10265
2017 13690 10685
7.3.2 Aantal werkzame personen bij multinationals in Nederlandse bedrijfsleven, 2010-2017 (dzd)
Jaar Buitenlandse multinationals Nederlandse multinationals
2010 818 993
2011 855 960
2012 858 1048
2013 870 1049
2014 867 1103
2015 916 1151
2016 967 1204
2017 1017 1252

In totaal boden multinationals werk aan bijna 2,3 miljoen mensen in Nederland in 2017, goed voor 39 procent van de totale werkgelegenheid in Nederland. Dat zijn netto 98 duizend voltijdbanen (vte) meer dan een jaar eerder (+4,5 procent). Een toename in de werkgelegenheid bij multinationals kan ontstaan doordat het bedrijf groeit en nieuwe banen creëert, maar het kan ook komen door verschuivingen van zeggenschap. Zo kunnen Nederlandse bedrijven, en dus banen, worden overgenomen door buitenlandse multinationals of kan een bestaand Nederlands bedrijf (nog geen multinational) een investering doen in het buitenland waardoor haar werkgelegenheid vervolgens ook wordt meegeteld bij de multinationals. In het gehele Nederlandse bedrijfsleven – inclusief de niet-multinationals – groeide het aantal werkzame personen met 3,5 procent. In aantallen zijn er minder Nederlandse multinationals dan buitenlandse multinationals, maar qua werkgelegenheid is de verhouding omgekeerd. Bij alle Nederlandse multinationals samen werkten in 2017 om en nabij 235 duizend werknemers meer dan bij de buitenlandse multinationals, zie figuur 7.3.2.