Belang van Nederland verschilt voor grootste economieën

Foto omschrijving: Een vrachtwagen met luchtvrachtcontainers van chipmachinefabrikant ASML rijdt richting vliegveld, luchthaven, Schiphol. Zij gaan met het vrachtvliegtuig naar hun bestemming.

Geografische dimensie van de Nederlandse goederenhandel

Auteur: Pascal Ramaekers

H5 1 Goederenhandel (import plus export) met grootste economieën ter wereld China VS Japan Duitsland Verenigd Koninkrijk India Frankrijk Italië Brazilië Canada 5,3% 6e 1,9% 16e 1,3% 14e 1,1% 21e 20,4% 1e 7,0% 4e 7,0% 3e 7,3% 4e 0,6% 31e 1,0% 28e 5,9% 5e 4,2% 8e 3,3% 7e 3,9% 7e 0,7% 28e 3,0% 5e 6,1% 4e 1,5% 12e 0,6% 30e 0,6% 11e 10 grootste economieën ter wereld Belang Nederland voor goederenhandel andere landen (2017) Belang voor Nederlandse goederenhandel (2018)

Wat zijn de belangrijkste landen van herkomst en bestemming voor de Nederlandse goederenhandel? En hoe belangrijk is Nederland voor de goederenhandel van de Verenigde Staten, China, Rusland en alle andere landen in de wereld? Hoe belangrijk is de Europese Unie voor Nederland en hoe belangrijk is Nederland voor andere EU-landen? Dit hoofdstuk geeft antwoorden op deze en vele andere vragen door de geografische dimensie van de Nederlandse goederenimport- en export te analyseren.

5.1Belangrijkste bevindingen

De goederenhandel is van groot belang voor de Nederlandse economie zoals hoofdstuk 2 liet zien. Zo verdiende Nederland in 2017 151 miljard euro met de goederenhandel waarbij 119 miljard met de export van Nederlandse makelij en voor het overige met de wederuitvoer van goederen. Daarmee is de goederenexport goed voor 21 procent van het Nederlandse bbp. In hoofdstuk 4 is er geschreven over de samenstelling van de Nederlandse handel naar type goederen en naar de leverende en ontvangende bedrijfstakken, topsectoren en regio’s. Dit hoofdstuk beschrijft de landendimensie: wat zijn voor de goederenhandel de belangrijkste landen van herkomst en bestemming? Niet alleen Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten komen daarbij aan bod, maar ook veel minder bekende handelspartners passeren de revue. Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten zijn eerder uitgebreid beschreven in edities van de Internationaliseringsmonitor (CBS, 2016; CBS, 2017; CBS, 2019a).

Een belangrijke conclusie van dit hoofdstuk is dat de Europese Unie (inclusief het Verenigd Koninkrijk) heel belangrijk is voor de Nederlandse goederenexport met een aandeel van bijna 71 procent in 2018. Dit aandeel is wel lager dan in 2010; toen was dit namelijk ruim 74 procent. China en de VS zijn de enige landen buiten de EU in de top tien van exportbestemmingen. De Nederlandse goederenimport is minder gericht op de EU, maar ook hier is de EU het grootste (53 procent van het totaal). In 2010 was het EU-aandeel even hoog. Rusland en Noorwegen staan naast de VS en China ook in de top tien van goederenleveranciers.

De verhoudingen liggen anders als niet vanuit een Nederlands perspectief maar vanuit een internationaal perspectief naar de cijfers wordt gekeken. Voor de tien grootste economieën buiten de EU is Nederland niet heel belangrijk als leverancier van goederen. Het betreft landen als de VS, China, Japan, India, Canada en Brazilië. Nederland is wel belangrijk als leverancier voor bijvoorbeeld België, Nigeria, Zweden en Duitsland. Voor de grootste economieën buiten de EU is Nederland belangrijker als afnemer van hun goederen dan als goederenleverancier. Dat geldt met name voor Brazilië: Nederland is voor dit land zelfs de vierde belangrijkste exportbestemming. Hierbij gaat het onder andere om grote ladingen Braziliaanse sojabonen die ons land binnenkomen. Relatief nog belangrijker is Nederland als klant voor IJsland, België, Ivoorkust en Noorwegen. Kijken we naar de totale goederenhandel dan is Nederland (vanaf 2 miljard euro handelswaarde) het belangrijkste voor België, Nigeria, Verenigd Koninkrijk, Zweden, Noorwegen, Duitsland en Rusland.

5.2Nederlandse goederenexport

De EU (inclusief het Verenigd Koninkrijk) is nog steeds met afstand de belangrijkste exportbestemming voor Nederland vergeleken met de continenten buiten Europa en de rest van Europa, zie figuur 5.2.1. Bijna 71 procent van de Nederlandse goederenexport heeft een EU-land als bestemming. Hier zit ook de grootste absolute groei (+74 miljard) in vergelijking met 2010. Procentueel is de groei echter lager (+27 procent) dan bij de export naar Amerika (+50 procent), Azië (+67 procent), Afrika (+42 procent) en Oceanië (+130 procent). Daarmee is het EU-aandeel in de Nederlandse export wel gezakt, van ruim 74 procent in 2010 tot bijna 71 procent in 2018.

De belangrijkste tien exportbestemmingen voor Nederland in 2018 zijn goed voor twee derde (334 miljard euro) van de totale Nederlandse exportwaarde (496 miljard euro), zie figuur 5.2.2. In 2010 waren deze tien landen nog goed voor 70 procent. Het gaat om acht EU-landen (Duitsland, België, Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Italië, Spanje, Polen, Zweden) en twee landen buiten de EU (VS en China). Procentueel is de groei ten opzichte van 2010 van deze landen het hoogste bij China (+90 procent) en Polen (+76 procent) en het laagste bij de export naar Italië (+9 procent). Kijken we naar de 50 grootste exportbestemmingen voor Nederland in 2018 dan valt op dat naar 47 landen meer is uitgevoerd dan in 2010. Enkel Rusland (–4 procent), Griekenland (–10 procent) en Luxemburg (–11 procent) voerden minder in uit Nederland dan in 2010. In aandeel hebben meer landen terrein verloren, zoals Duitsland (–1,5 procentpunt) en België (–1 procentpunt). China en Polen (beiden 0,6 procentpunt) hebben het meeste terrein gewonnen.

Zowel het zelfstandig midden- en kleinbedrijf (zelfstandig mkb) als het grootbedrijf exporteert goederen naar andere landen. Bijna drie kwart van de export wordt gedaan door het grootbedrijf en ruim een kwart door het zelfstandig mkb. Traditioneel is het percentage zelfstandig mkb hoger bij de landen dichtbij en lager bij de landen veraf. Zo is het zelfstandig mkb verantwoordelijk voor 30 procent van de Nederlandse export(waarde) met bestemming Duitsland en in het geval van België is dat zelfs 32 procent. Bij belangrijke exportbestemmingen veraf zoals de VS (15 procent zelfstandig mkb) of China (19 procent) is het zelfstandig mkb veel minder vaak de uiteindelijke exporteur.

Bijna 23 procent van de Nederlandse goederenexport heeft Duitsland als bestemming, op grote afstand gevolgd door België, met ruim 10 procent, zie figuur 5.2.3. Het verschil is iets kleiner als de wederuitvoer niet wordt meegeteld. Dan daalt het Duitse aandeel tot ruim 19 procent en blijft het Belgische aandeel vrijwel gelijk. Maar liefst 27 procent van de totale wederuitvoer heeft namelijk onze oosterburen als bestemming. Ook het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk ontvangen relatief veel Nederlandse wederuitvoer, terwijl de VS en China juist weinig Nederlandse wederuitvoer zien binnenkomen. Als we alleen kijken naar de export van goederen van Nederlandse makelij (dus zonder wederuitvoer) dan wijkt de ranking slechts licht af van de ranking bij de totale goederenexport. Alleen China wordt dan belangrijker (van negen naar zeven) ten koste van Spanje (van zeven naar acht) en Polen (van acht naar negen).

Het percentage zelfstandig mkb is bij de export van Nederlandse makelij hoger (30 procent) dan bij de totale goederenexport (26 procent). Bij de wederuitvoer van goederen is het percentage slechts 19 procent. Ook voor de export van Nederlandse makelij en de wederuitvoer geldt dat het zelfstandig mkb relatief meer exporteert naar landen dichtbij dan landen veraf.

5.3Nederlandse goederenimport

Voor de Nederlandse invoer van goederen is de EU ook het belangrijkste (236 miljard euro) met een aandeel van 53 procent in het totaal (442 miljard euro), zie figuur 5.3.1. De invoer uit EU-landen nam met 59 miljard euro toe sinds 2010 oftewel met 34 procent. Procentueel was de groei alleen hoger bij overige Europese landen (+43 procent) en bij Oceanië (+134 procent, maar qua niveau was dat minimaal). De groei van de invoer uit Aziatische landen is vergelijkbaar (+33 procent). Het EU-aandeel was in 2018 even hoog als in 2010. Traditioneel is het EU-aandeel bij de import veel lager dan bij de export. Dit hangt samen met grote wederuitvoerstromen die vanuit Azië en Amerika Nederland binnenkomen en Nederland verlaten met de EU als bestemming.

De belangrijkste tien goederenleveranciers voor Nederland zijn goed voor 65 procent van de totale import in 2018, zie figuur 5.3.2. Dat was hetzelfde percentage in 2017 en iets meer in 2010 (66 procent). Van die tien landen zijn er zes een EU-land (Duitsland, België, Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Italië, Spanje) en liggen er vier buiten de EU (China, VS, Rusland en Noorwegen). In vergelijking met 2010 is Spanje de enige nieuwkomer ten koste van Japan. Bij de export stonden minder landen buiten de EU in de top tien, enkel VS en China. De import uit Rusland en Noorwegen betreft met name grote stromen van ruwe aardolie en aardgas. De grootste absolute groei sinds 2010 betreft de import uit Duitsland (+19 miljard euro oftewel +32 procent), maar procentueel is de groei harder bij Italië (+51 procent), Noorwegen (+67 procent), de VS (+35 procent) en België (+38 procent).

Buiten de top tien van herkomstlanden groeide de invoer uit Polen hard (+90 procent sinds 2010) en daarnaast ook Ierland (+70 procent), Hongkong (+186 procent) en Vietnam (+454 procent). Van de 50 belangrijkste herkomstlanden in 2018 hebben er maar 5 landen minder geëxporteerd naar Nederland dan in 2010. Dat zijn: Japan (–15 procent), Brazilië (–16 procent), Saoedi-Arabië (–8 procent), Koeweit (–22 procent) en Argentinië (–18 procent).

Het zelfstandig midden- en kleinbedrijf (zelfstandig mkb) speelt een kleinere rol in de Nederlandse goederenimport (aandeel van 20 procent) dan bij de goederenexport (26 procent). Daarnaast valt op dat geografische afstand voor het zelfstandig mkb een minder belemmerende rol speelt bij de goederenimport dan bij de goederenexport. Zo is maar liefst 39 procent van de goederenimport in 2018 uit China te danken aan bedrijven uit het zelfstandig mkb. Bij andere verre landen is het percentage dan wel weer relatief laag zoals bij de VS (13 procent of Rusland (6 procent). In het geval van de buurlanden ligt het percentage zelfstandig mkb ongeveer op het totaalgemiddelde van 20 procent.

De goederenexport is eerder opgedeeld naar wederuitvoer en uitvoer van Nederlandse makelij. De goederenimport kan sinds kort ook worden opgedeeld naar invoer voor de Nederlandse markt (consumptie, intermediair verbruik, kapitaalgoederen) en invoer voor wederuitvoer.noot1 Deze data zijn minder recent en voor nu beschikbaar tot en met 2017. Voor het jaar 2017 worden de verschillende invoerstromen voor de tien belangrijkste herkomstlanden tegen elkaar afgezet, zie figuur 5.3.3. De traditionele wederuitvoerstromen (van niet-EU via Nederland naar EU) worden dan zichtbaar. Zo is van de invoer uit de VS en China relatief veel bestemd voor landen buiten Nederland (invoer voor wederuitvoer) en is van de invoer uit onze buurlanden juist relatief veel bestemd voor de Nederlandse markt. Uitzondering op deze regel zijn Rusland en Noorwegen. Van de Nederlandse invoer uit deze twee niet-EU-landen is juist wel veel bestemd voor de Nederlandse markt. De reden is dat het hier met name gaat om grote olie- en gasstromen die in Nederland geraffineerd of geconsumeerd worden.

5.4Belang Nederland als leverancier voor andere landen

Tot dusverre is gekeken vanuit een Nederlands perspectief. Hoe belangrijk zijn andere landen voor de goederenhandel van Nederland? In de komende paragrafen draaien we de rollen om en kijken we vanuit het perspectief van de rest van de wereld: hoe belangrijk is Nederland voor andere landen als handelspartner? Hierbij worden data gebruikt van de UN-Comtrade van de Verenigde Naties (VN, 2019). Deze paragraaf start vanuit het perspectief van goederenimport door andere landen en het aandeel van Nederland in die import.

Als startpunt wordt uitgegaan van de tien grootste economieën ter wereld (in termen van nominaal bbp). Het is niet verwonderlijk dat de EU-landen op kortere afstand relatief veel meer uit Nederland halen dan de verder gelegen landen buiten de EU, maar de verschillen zijn wel opvallend groot. Duitsland, Verenigd Koninkrijk (Nederlands aandeel 8 procent) en ook Italië (bijna 6 procent) en Frankrijk (bijna 5 procent) halen bovengemiddeld veel uit Nederland. Voor de VS (0,8 procent), China (0,6 procent), Japan (0,4 procent), India (0,5 procent), Brazilië (1,3 procent) en Canada (0,7 procent) is dit veel minder; ze importeren veel minder dan het wereldgemiddelde van 2,7 procent uit Nederland.

Naast het belang van Nederland kan er ook worden gekeken naar de positie van Nederland. Nederland is voor Duitsland de tweede leverancier en voor het Verenigd Koninkrijk en Italië de vierde leverancier. Voor China (Nederland 31e), Japan (34e) en India (36e) telt Nederland echter nauwelijks mee.

Sinds 2010 is er overigens niet veel veranderd voor wat betreft de positie van Nederland. Nederland is wel iets belangrijker geworden voor het Verenigd Koninkrijk als leverancier en wat minder belangrijk voor Duitsland, zie figuur 5.4.1. Absoluut gezien geldt voor alle tien de landen dat de import uit Nederland is toegenomen sinds 2010 (zoals ook opgemerkt in de paragraaf 5.2). Een afnemend aandeel betekent dus dat de import uit andere landen harder groeit dan de import uit Nederland. Zo is bijvoorbeeld de Duitse import uit China harder gegroeid dan de import uit Nederland.

Tot zover is gekeken naar alleen de tien grootste economieën ter wereld. Uitgaande van alle landen in de wereld met importstromen van minimaal 1 miljard euro in 2017 zien we dat België het meest afhankelijk is van Nederland als leverancier: ruim 17 procent van de Belgische import komt uit Nederland, zie figuur 5.4.2. Daarna volgen Nigeria, Zweden, Duitsland, Verenigd Koninkrijk, Denemarken, Italië, Portugal, Griekenland en Hongarije.

Als we alle landen ter wereld meenemen dan zien we dat Nederland ook belangrijk is als goederenleverancier voor onder andere Suriname, Guinee, Aruba en Mozambique. Zo is Nederland na de VS de belangrijkste goederenleverancier voor Aruba en Suriname. Voor Guinee is Nederland zelfs de belangrijkste leverancier en voor Mozambique is Nederland nummer vier.

In de actuele Nederlandse handelsagenda hebben 40 landen extra aandacht. Zie het tekstkader op de volgende pagina voor meer informatie hierover.

Handelsagenda Ministerie van Buitenlandse Zaken

Op de Nederlandse handelsagenda staat een lijst van landen waarvan de handelsrelatie met Nederland op dit moment met extra aandacht wordt gemonitord. Het betreft 25 middelgrote tot grote economieën en daarnaast 15 landen die kunnen worden geclusterd onder de noemer Asean-5 (Indonesië, Maleisië, Singapore, Thailand en Vietnam), Golfregio (Bahrein, Koeweit, Oman, Qatar, Saoedi-Arabië en Verenigde Arabische Emiraten) en Noord-Afrika (hier Algerije, Egypte, Marokko en Tunesië).

In onderstaande tabel staat een overzicht van de 40 landen op volgorde van het aandeel dat Nederland heeft in de import van die landen. In bijna de helft van de landen heeft Nederland een aandeel van tussen de 1 en 2 procent. In een derde van de landen heeft Nederland een marktaandeel van minder dan 1 procent.

In slechts 9 van de 40 geselecteerde landen zit het Nederlandse marktaandeel boven de 2 procent. België en Duitsland zijn als buurlanden natuurlijk sterk afhankelijk van de Nederlandse goederenimport. Het Nederlandse marktaandeel is daarnaast relatief hoog in Nigeria, het Verenigd Koninkrijk, Italië, Frankrijk en Polen. Iran en Saoedi-Arabië zitten net boven de grens van 2 procent wat betreft het belang van de import uit Nederland.

Bij deze cijfers dient te worden opgemerkt dat het hier rapportages zijn van de landen zelf (en niet van Nederland) zoals die verzameld worden door de Verenigde Naties. De import zoals die gerapporteerd wordt door de importerende landen is niet per definitie precies gelijk aan de Nederlandse exportcijfers door mogelijke conceptuele verschillen. Zo kan het zijn dat landen quasi-doorvoercijfers meetellen in de cijfers of juist het oorspronkelijke productieland tellen als het land van herkomst.

Nederlands aandeel in de goederenimport van geselecteerde landen (bron: VN)
Marktaandeel boven de 10 procent Marktaandeel tussen 1 en 2 procent (vervolg)
2010 2017 2010 2017
België 18,6 17,2 Oman 1,0 1,6
Jordanië 1,0 1,5
Marktaandeel tussen 5 en 10 procent Taiwan 1,3 1,5
2010 2017 Zuid-Afrika 1,7 1,5
Nigeria . 9,2 Algerije 1,2 1,5
Duitsland 8,5 8,1 Egypte 1,6 1,4
Verenigd Koninkrijk 6,7 8,0 Brazilië 1,0 1,3
Italië 5,4 5,6 Zuid-Korea 1,0 1,3
Verenigde Arabische Emiraten 0,7 1,2
Marktaandeel tussen 3 en 5 procent Singapore 1,7 1,1
2010 2017 Tunesië 2,0 1,1
Frankrijk 4,2 4,7
Polen 3,7 3,7 Marktaandeel onder de 1 procent
2010 2017
Marktaandeel tussen 2 en 3 procent Maleisië 0,6 0,9
2010 2017 Irak 0,6 0,9
Iran 1,8 2,3 VS 1,0 0,8
Saoedi-Arabië 1,1 2,1 Australië 0,6 0,8
Argentinië 0,7 0,7
Marktaandeel tussen 1 en 2 procent Canada 0,4 0,7
2010 2017 Indonesië 0,5 0,7
Libanon 1,3 1,9 China 0,5 0,6
Qatar 1,6 1,8 Mexico 0,9 0,6
Bahrain 0,9 1,7 Thailand 0,5 0,6
Marokko 1,7 1,7 India 0,6 0,5
Rusland 1,9 1,6 Japan 0,6 0,4
Turkije 1,7 1,6 Vietnam 0,6 0,3
Koeweit 1,3 1,6

5.5Belang Nederland als klant voor andere landen

Nederland is voor de grootste economieën buiten Europa een stuk belangrijker als klant dan als leverancier, zie figuur 5.5.1. Alleen bij Canada verschilt het Nederlandse aandeel nauwelijks tussen Canadese import en export. Het Nederlandse aandeel in de export van de VS (2,7 procent), China (3,0 procent), Japan en India (1,8 procent) en Brazilië (4,2 procent) is een stuk hoger dan bij de import van die landen. Nederland is met de Rotterdamse haven een belangrijke ‘gateway to Europe’ voor deze landen en dat geeft een groot verschil met de Nederlandse exportkant. Toch zit van deze landen alleen Brazilië als belangrijke leverancier van bijvoorbeeld sojabonen boven het wereldgemiddelde van 3,3 procent Nederland in de totale export. De EU-landen Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Italië zitten allen boven het gemiddelde en zijn dus meer dan gemiddeld afhankelijk van Nederland als klant.

Uitgaande van posities in plaats van aandelen is Nederland het belangrijkste voor Brazilië, het Verenigd Koninkrijk (Nederland beide keren 4e) en Duitsland (Nederland 5e). Een stuk minder belangrijker is Nederland voor Japan (13e) of India (14e).

Sinds 2010 is Nederland voor alle grote economieën iets minder belangrijker geworden als klant, maar de verschillen zijn minimaal. Alleen voor het Verenigd Koninkrijk, India en Brazilië is Nederland duidelijk minder belangrijk geworden als exportbestemming.

Uitgaande van exportstromen van minimaal 1 miljard euro in 2017 zien we dat IJsland het meest afhankelijk is van Nederland als klant: ruim een kwart van de IJslandse export gaat naar Nederland, zie figuur 5.5.2. Hierbij gaat het met name om aluminium dat IJsland vervaardigt met hulp van de daar aanwezige geothermische bronnen. Daarna volgen België, Ivoorkust. In het geval van Ivoorkust gaat het vooral om cacaobonen die Nederland verwerkt tot cacaopoeder, cacaoboter of chocolade, zie ook CBS (2019c). Door deze grote cacaostromen is Nederland de belangrijkste klant van Ivoorkust.

Als we alle landen ter wereld bekijken dan is Nederland ook een belangrijke klant voor onder andere Sao Tomé en Principe, Sierra Leone, Jamaica, Mozambique en Kameroen. Hier gaat het echter om relatief kleine bedragen.

5.6Belang Nederland als handelspartner

Door de import- en exportstromen met Nederland op te tellen, kunnen we iets zeggen over het belang van Nederland als handelspartner voor de andere landen in de wereld. Uitgaande van de tien grootste economieën ter wereld kunnen we nu zien dat Nederland met afstand het belangrijkste is voor Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, zie figuur 5.6.1. In beide gevallen is Nederland vierde met 7 procent van de totale goederenhandel. Daarna volgen Frankrijk (Nederland achtste met 4 procent), Italië (Nederland zevende met 4 procent) en Brazilië (Nederland vijfde met 3 procent). Daarbij valt op dat Nederland met slechts drie procent aandeel opvallend hoog staat in de Braziliaanse ranking. De reden is dat het Amerikaanse continent relatief weinig grote economieën als handelspartner heeft (met name VS, Mexico, Canada) in vergelijking met andere continenten. Voor de VS (Nederland 12e), China (16e), Japan (21e), India (28e) en Canada (11e) is Nederland minder belangrijk als handelspartner.

Van alle landen die voor meer dan 2 miljard euro handelen met Nederland, is Nederland relatief het belangrijkste voor België. Circa een zevende van de Belgische totale goederenhandel is met Nederland. Voor Nigeria is Nederland ook heel belangrijk: Nigeria is een grote leverancier van ruwe aardolie en afnemer van Nederlandse aardolieproducten. Het Verenigd Koninkrijk, Zweden, Noorwegen, Duitsland en Rusland volgen op plek drie tot zeven als het gaat om het relatieve belang van Nederland. Voor België en Rusland is Nederland de tweede handelspartner, Nederland is derde voor Nigeria en Noorwegen, vierde voor Duitsland en het VK en zesde voor Zweden.

Als we alle landen ter wereld bekijken, dan is Nederland het belangrijkste voor België (14,5 procent), gevolgd door IJsland (14,4 procent), Aruba (11,4 procent), Mozambique (9,2 procent), Nigeria (8,8 procent), Ivoorkust (8,1 procent), Guinee (7,9 procent), het Verenigd Koninkrijk (7,3 procent) en Zweden en Noorwegen (beide 7,2 procent). Duitsland volgt pas op plek 11 met 7,0 procent Nederlands aandeel in de Duitse goederenhandel. Het gemiddelde voor de gehele wereld is 3,0 procent in 2017.

H5 2 Landen waarvoor de goederenhandel met Nederland het belangrijkste is (2017) IJsland België Aruba Mozambique Nigeria Ivoorkust Guinee Verenigd Koninkrijk Zweden Noorwegen 14,4% 11,4% 9,2% 8,8% 8,1% 7,9% 7,3% 7,2% 14,5% 7,2% 6,6% 12,0% 8,6% 9,2% 3,2% 13,4% 8,0% 8,9% 17,2% 3,9% 25,4% 3,7% 10,0% 8,5% 11,9% 0,1% 6,2% 5,4% 12,0% 9,9% Aandeel Nederland in goederenhandel Aandeel Nederland in export Aandeel Nederland in import

5.7Literatuur

Open literatuurlijst

Literatuur

CBS (2016). CBS Internationaliseringsmonitor 2016, derde kwartaal: Duitsland. Centraal Bureau voor de Statistiek: Den Haag/Heerlen/Bonaire.

CBS (2017). CBS Internationaliseringsmonitor 2017, eerste kwartaal: Verenigd Koninkrijk. Centraal Bureau voor de Statistiek: Den Haag/Heerlen/Bonaire.

CBS (2019a). CBS Internationaliseringsmonitor 2019, eerste kwartaal: Verenigde Staten. Centraal Bureau voor de Statistiek: Heerlen/Den Haag/Bonaire.

CBS (2019b). Internationale handel; in-, (weder)uitvoer, SITC (1 digit), landen(groepen).

CBS (2019c). Nederland grootste importeur cacaobonen. Centraal Bureau voor de Statistiek: Heerlen/Den Haag/Bonaire.

Lemmers, O., & Wong, K.F. (2019). Distinguishing between imports for domestic use and for re-exports: A novel method illustrated for the Netherlands. National Institute Economic Review, 249 (1), R46–R51.

Verenigde Naties (15 april 2019). UN Comtrade Database. Geraadpleegd van https://comtrade.un.org/data.

Noten

Dit betreft informatie die beschikbaar is gekomen door nieuwe analysetechnieken bij het CBS. Zie het recent verschenen rapport van Lemmers & Wong (2019) voor de toegepaste methodologische aanpak.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

. Gegevens ontbreken
* Voorlopig cijfer
** Nader voorlopig cijfer
x Geheim
Nihil
(Indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
0 (0,0) Het getal is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
Niets (blank) Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
2018–2019 2018 tot en met 2019
2018/2019 Het gemiddelde over de jaren 2018 tot en met 2019
2018/’19 Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2018 en eindigend in 2019
2016/’17–2018/’19 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2016/’17 tot en met 2018/’19

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

Linda Bruls

Loe Franssen

Marjolijn Jaarsma

Alex Lammertsma

Tom Notten

Pascal Ramaekers

Khee Fung Wong

Redactie

Marjolijn Jaarsma

Alex Lammertsma

Pascal Ramaekers

Eindredactie

Marjolijn Jaarsma

Alex Lammertsma

Dankwoord

We danken de volgende collega’s voor hun constructieve bijdrage aan deze editie

van Nederland Handelsland:

Elijah Cats

Dennis Cremers

Frans Duijsings

Richard Jollie

Carla Sebo-Ros

Roos Smit

Sandra Vasconcellos

Roger Voncken

Hendrik Zuidhoek

Vertaalbureau CBS

We danken ook de volgende medewerkers van het ministerie van Buitenlandse Zaken voor hun feedback op een eerdere versie van Nederland Handelsland:

Klaas Bouman

Tom Beerling

Laurens den Hartog

Marga Veeneman