Welvaart is meer dan bbp

Foto omschrijving: Twee vrouwen duwen oudere man in speciale rolstoel door het zand aan het strand.

Inleiding

Op verzoek van de Tweede Kamer heeft het kabinet in 2017 het CBS gevraagd een Monitor Brede Welvaart te ontwikkelen.noot1 Het doel van de Monitor is om politiek en maatschappij inzicht te verschaffen in de brede welvaart in Nederland, én om de stand van zaken te geven ten aanzien van de SDG’s. Er wordt daarbij gekeken naar de brede welvaart in het hier en nu. Maar ook naar het effect van onze huidige welvaart op de volgende generaties en de rest van de wereld. Het CBS tracht dit zo objectief mogelijk te doen. Dat doen we in deze monitor met behulp van een gestructureerde set indicatoren en een beschrijving van de geconstateerde ontwikkelingen in de tijd. Het is aan politiek en samenleving om, op basis van deze informatie en waar zij dat nodig vinden, keuzes te maken en prioriteiten te stellen.

De eerste Monitor Brede Welvaart verscheen in 2018. De tweede editie, waarin destijds ook de monitoring van de Sustainable Development Goals (SDG’s) werd opgenomen, verscheen in 2019. De Monitor is nu voor de derde keer samengesteld ten behoeve van het Verantwoordingsdebat in mei. Op basis van de evaluaties van de eerste twee edities is de Monitor op een aantal punten verder verbeterd.

1.1Opzet publicatie

Deze publicatie beschrijft de ontwikkeling van de brede welvaart en de SDG’s in Nederland in 2019. De grote invloed die COVID-19 en de daarmee verband houdende maatregelen op onze economie en de samenleving hebben, blijft in deze Monitor dan ook nog onbesproken. Dat betekent overigens niet dat het begrip brede welvaart niet van grote betekenis is wanneer wordt gekeken naar de maatschappelijke uitdagingen waarmee Nederland zich nu geconfron­teerd ziet. Tal van aspecten die de kwaliteit van leven bepalen, worden meer dan voorheen in besluitvormingsprocedures betrokken. Het begrip brede welvaart en het behalen van de SDG’s is daardoor relevanter dan ooit.

Brede welvaart wordt gedefinieerd als onze huidige kwaliteit van leven en de mate waarin deze ten koste gaat van die van generaties na ons of mensen uit andere delen van de wereld. In hoofdstuk 2 van de Monitor wordt allereerst de brede welvaart beschreven van de inwoners van Nederland in het ‘hier en nu’. Aansluitend worden de gevolgen geschetst van ons huidig welvaartsniveau voor de brede welvaart van toekomstige Nederlandse generaties en van mensen in andere landen. Aanvullend wordt in hoofdstuk 3 beschreven hoe de brede welvaart ‘hier en nu’ is verdeeld over verschillende bevolkingsgroepen.

In hoofdstuk 4 van de Monitor staan de SDG’s centraal. De SDG’s kunnen gezien worden als internationaal afgesproken doelstellingen op het terrein van de brede welvaart en de houdbaar­heid van deze welvaart over de langere termijn. Per SDG wordt aandacht besteed aan de geleverde inspanningen om het doel te bereiken, het tot dusverre behaalde resultaat en de perceptie van de bevolking met betrekking tot het thema.

In het huidige hoofdstuk wordt eerst stilgestaan bij de internationale aanbevelingen en afspraken die ten grondslag liggen aan de presentatie van de brede welvaart en de SDG’s in deze Monitor. Vervolgens wordt uitgebreid ingegaan op de gehanteerde definitie van brede welvaart en de gekozen onderverdeling ervan in thema’s. Ten slotte wordt aandacht besteed aan de operationalisering van de monitor brede welvaart: de concrete meting van de diverse thema’s verbonden aan brede welvaart en de SDG’s aan de hand van gekozen indicatorensets.

1.2Internationale aanbevelingen

De Monitor is op aanbeveling van de Tijdelijke Kamercommissie Brede Welvaart opgesteld conform de Conference of European Statisticians (CES) Recommendations on Measuring Sustainable Development (UNECE, 2014). Het CES-meetsysteem is een internationale richtlijn voor het meten van brede welvaart en duurzaamheid. Duurzaam wil hier zeggen dat de brede welvaart hier en nu niet ten koste gaat van die van latere generaties of andere delen van de wereld.

Met het CES-meetsysteem hebben statistische bureaus een wetenschappelijk onderbouwde ‘gemeenschappelijke taal’ ontwikkeld om brede welvaart in kaart te brengen. Het CES-meetsysteem is gebaseerd op het rapport van Stiglitz, Sen en Fitoussi (2009) en de wetenschappelijke inzichten die daaraan ten grondslag liggen. Inmiddels zijn de CES-aanbevelingen door circa 65 landen onderschreven en zijn statistische bureaus en internationale organisaties, waaronder de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), over de hele wereld bezig om de aanbevelingen te implementeren. De welvaartsmetingen op basis van de aanbevelingen dienen ter ondersteuning van beleid en politiek, zonder hier echter richting aan te geven.

In het CES-meetsysteem wordt de brede welvaart ‘hier en nu’ onderscheiden van die ‘later’ en ‘elders’. De thema’s die bij ‘hier en nu’ worden gemeten zijn bepaald op basis van nationale en internationale literatuur en enquêtes waarin burgers is gevraagd welke onderwerpen zij voor hun kwaliteit van leven belangrijk vinden. Daarbij is het tevens de vraag in hoeverre het welvaartstreven in Nederland op dit moment een weerslag heeft op de brede welvaart van toekomstige generaties (‘later’) en van mensen elders in de wereld (‘elders’).

De SDG’s zijn hier in dit CES-meetsysteem geïntegreerd. De SDG’s zijn in 2015 opgesteld door de VN en door 193 landen ondertekend (VN, 2015). De SDG’s sluiten goed aan bij het streven naar brede welvaart. Onderliggende principes van de SDG-agenda zoals het uitgangspunt van ‘leave no one behind’, de aandacht voor onze voetafdruk en de vijf P’s (people, planet, peace, prosperity & partnership) zijn alle zeer relevant voor onze kwaliteit van leven en voor de toekomst­bestendigheid van die levenskwaliteit.

1.3Definitie van brede welvaart

De in de Monitor gehanteerde definitie sluit aan bij gangbare internationale definities en luidt:

Brede welvaart betreft de kwaliteit van leven in het hier en nu en de mate waarin deze al dan niet ten koste gaat van die van latere generaties en/of van die van mensen elders in de wereld.

Vanuit deze drie dimensies van brede welvaart zijn in deze monitor drie dashboards ontwikkeld:

  • brede welvaart ‘hier en nu’
  • brede welvaart ‘later’
  • brede welvaart ‘elders’

Brede welvaart ‘hier en nu’

Brede welvaart ‘hier en nu’ betreft de persoonlijke kenmerken van mensen en de kwaliteit van de omgeving waarin zij leven. En meer in het algemeen hun materiële welvaart en welzijn, en hun beleving daarvan. Juist omdat welvaart een breed begrip is, wordt een groot aantal thema’s in het ‘hier en nu’-dashboard onderscheiden. Elk thema gebruikt vervolgens specifieke indicatoren waarmee een beeld geschetst kan worden van de ontwikkelingen binnen het thema.

De acht hoofdthema’s met betrekking tot de brede welvaart ‘hier en nu’ zijn:

  • Welzijn. In bespiegelingen over de brede welvaart staat welzijn centraal. Welzijn is hier gedefinieerd als de waardering voor het eigen leven en wordt gemeten middels de mate waarin mensen tevreden zijn met hun leven, in welke mate zij regie ervaren over hun leven en de persoonlijke welzijnsindex. Die laatste index combineert acht aspecten van het leven tot één overkoepelend cijfer.
  • Materiële welvaart. De materiële welvaart wordt gevormd door het inkomen dat mensen te besteden hebben, en de goederen en diensten die zij met dit inkomen kunnen aanschaffen en waarmee zij zelf invulling en kleur kunnen geven aan hun leven.
  • Gezondheid. Gezondheid is sterk bepalend voor de kwaliteit van leven. Zowel de daadwerkelijke gezondheid als de ervaren gezondheid. Een (chronische) ziekte beperkt onder meer iemands mogelijkheden om actief en volwaardig deel te nemen aan de samenleving. De levenskwaliteit wordt ook in belangrijke mate bepaald door (gezonde) voeding. Eén van de grootste problemen op dat vlak is momenteel bijvoorbeeld dat van overgewicht.
  • Arbeid en vrije tijd. Brede welvaart hangt voor veel mensen sterk af van het hebben van passend en betaald werk. Daar staat tegenover dat ook vrije tijd grote invloed heeft op de levens­kwaliteit die mensen ervaren. Werk en vrije tijd moeten dan ook in balans zijn. Hiervoor zijn vele factoren van belang. Een goede opleiding is bijvoorbeeld belangrijk voor het hebben van een gunstige uitgangspositie op de arbeidsmarkt.
  • Wonen. Een goed en betaalbaar dak boven het hoofd is één van de eerste levensbehoeften. Nederlanders geven een substantieel deel van hun inkomen uit aan hun huisvesting.
  • Samenleving. Een samenleving waaraan iedereen kan deelnemen en waarin mensen kunnen vertrouwen op elkaar en op instituties als de overheid en het rechtssysteem vormt ook een onderdeel van brede welvaart. Ook de omvang en kwaliteit van sociale contacten en daarmee de mate waarin mensen in het maatschappelijk leven participeren, zijn belangrijke welvaartsaspecten.
  • Veiligheid. Misdaad en ervaren (on)veiligheid grijpen direct in op de kwaliteit van leven van burgers. Zowel feitelijk risico op slachtofferschap als het gevoel van (on)veiligheid doen ertoe.
  • Milieu. Schone lucht, schoon drink- en oppervlaktewater, voldoende (gezonde) natuur en biodiversiteit, alsmede een niet vervuilde bodem zijn belangrijke algemene levens­behoeften. Hoge fijnstofconcentraties in de lucht kunnen tot ernstige gezondheids­klachten leiden, zoals astma en COPD. In een dichtbevolkt land als Nederland is het ook belangrijk dat bepaalde gebieden er primair zijn voor de natuur, zodat flora en fauna zich daar kunnen handhaven en zich goed kunnen ontwikkelen.

Brede welvaart ‘later’

Brede welvaart ‘later’ betreft de hulpbronnen die volgende generaties nodig hebben om een zelfde niveau van welvaart te kunnen bereiken als de huidige generatie. De keuzes die alle Nederlanders gezamenlijk maken in het hier en nu hebben uiteraard consequenties voor de volgende generaties in Nederland. Om de kwaliteit van leven op peil te houden zijn allerlei hulpbronnen nodig. Deze worden hier aangeduid als ‘kapitaal’; vier soorten kapitaal worden daarbij onderscheiden: economisch, natuurlijk, menselijk en sociaal. De hoeveelheid kapitaal per inwoner moet op zijn minst gelijk blijven, willen volgende generaties een zelfde niveau van welvaart kunnen bereiken.

De vier soorten kapitaal voor de brede welvaart ‘later’ zijn:

  • Economisch kapitaal. Dit omvat de machines en werktuigen, de ICT, het kenniskapitaal en de infrastructuur die nodig zijn voor het opbouwen van materiële welvaart en het genereren van economische groei. Het gaat hier om fysieke kapitaalgoederen die vooral voor het economisch proces van belang zijn. Ook het kenniskapitaal, onder andere gevoed door de investeringen in onderzoek en ontwikkeling, is belangrijk voor het functioneren van de Nederlandse economie. Schuld wordt gezien als negatief economisch kapitaal.
  • Natuurlijk kapitaal. Dit betreft niet alleen grondstoffenvoorraden (voor Nederland vooral fossiele energiedragers zoals aardolie en aardgas), maar ook de kwaliteit van natuur en milieu. Hieronder vallen biodiversiteit (gemeten aan de hand van fauna van het land en fauna van zoetwater en moeras, maatstaven voor soortenrijkdom), de algemene kwaliteit van de atmosfeer (samenhangend met CO2-emissies) en de lokale kwaliteit van bodem, water en lucht. Ook de capaciteit aan hernieuwbare vormen van energie wordt onder het natuurlijk kapitaal geschaard, omdat hiermee zowel de intering op niet-hernieuwbare energiebronnen als de uitstoot van broeikasgassen kan worden tegengegaan. Natuurlijk kapitaal vormt een eerste levensvoorwaarde.
  • Menselijk kapitaal. Hierbij staat de factor arbeid centraal. Het omvat het aantal uren dat mensen werken evenals de kwaliteit van het arbeidspotentieel afgemeten aan gezondheid en opleidingsniveau. Dit zijn tevens aspecten die de productiviteit van arbeid mede bepalen.
  • Sociaal kapitaal. Dit geeft de kwaliteit van sociale verbanden in de samenleving weer. Het wordt gemeten als de omvang van het vertrouwen dat burgers hebben in elkaar en in de belangrijkste instituties. Naast het vertrouwen van alle burgers wordt ook gekeken naar het vertrouwen tussen verschillende groepen onderling, aan de hand van een indicator over discriminatiegevoelens. Deze beschrijft in hoeverre mensen zich onderdeel voelen van bepaalde groepen in de samenleving die ervaren dat zij niet volledig aan het maat­schappelijk proces kunnen deelnemen of in hun hoedanigheid niet volledig worden geaccepteerd.

Brede welvaart ‘elders’

Brede welvaart ‘elders’ betreft de effecten van Nederlandse keuzes op banen, inkomens, (niet-hernieuwbare) hulpbronnen en het milieu in andere landen. Veel keuzes die Nederlanders maken, hebben immers consequenties voor mensen in andere landen. De goederen en diensten die in Nederland worden ingevoerd, zijn veelal in andere landen geproduceerd. Dat levert elders banen en inkomens op, maar het legt ook een druk op de (niet-hernieuwbare) hulpbronnen en het milieu in andere landen. In navolging van het rapport van de Commissie Brundtland (WCED, 1987) wordt in de Monitor bijzondere aandacht besteed aan de armste landen in de wereld. Deze groep wordt hier vertegenwoordigd door de 47 armste landen volgens criteria van de VN, de ‘least developed countries’ (LDC’s).

Hoofdthema’s met betrekking tot de brede welvaart ‘elders’ zijn handel en hulp. Deze zijn samengenomen als een thema:

  • Handel. De handel die Nederland met andere landen drijft, kan de welvaart in die landen vergroten. In deze editie van de Monitor worden de invoercijfers in meer detail gepubliceerd dan in eerdere edities. Zo worden nu ook de invoer uit Europa, Amerika, Azië, Afrika en Oceanië apart onderscheiden.
  • Ontwikkelingssamenwerking en overdrachten. Ontwikkelingshulp die Nederland geeft aan ontwikkelingslanden kan de brede welvaart in die landen vergroten. Hetzelfde geldt voor geld dat migranten overmaken aan familieleden in hun land van herkomst. Overigens kan worden aangetekend dat deze overdrachten niet noodzakelijkerwijs tot een grotere welvaart leiden, aangezien de manier waarop deze gelden wordt besteed niet altijd de welvaart van de hele samenleving ten goede komt.

Het tweede hoofdthema met betrekking tot de brede welvaart ‘elders’ is milieu en grondstoffen:

  • Milieu en grondstoffen. Niet-hernieuwbare hulpbronnen worden ingevoerd en (hier of elders) gebruikt om goederen en diensten te produceren. Dit gebruik leidt tot uitputting van deze hulpbronnen in het buitenland, wat vooral een grote impact heeft op de (latere) welvaart in de armste landen. De goederen en diensten die uit andere landen worden ingevoerd zijn zoals gezegd elders geproduceerd. Die productie kan aldaar gepaard gegaan zijn met bijvoorbeeld CO2-emissies. Deze emissies, die direct gerelateerd zijn aan de Nederlandse consumptie, zijn mede bepalend voor de broeikasgasvoetafdruk van Nederland.

1.4Het meten van brede welvaart en de SDG’s

Hoofdlijnen

Een eerste, essentiële vraag die bij het meten van brede welvaart gesteld moet worden, is of deze kan worden uitgedrukt in één getal. En of we dat wel zouden moeten willen. Dit zou aan de ene kant erg handig zijn. Hiermee zou bijvoorbeeld kunnen worden nagegaan in hoeverre de groei van het bruto binnenlands product (bbp) gepaard gaat met een grotere brede welvaart. Het is echter niet mogelijk de diverse uiteenlopende welvaartsaspecten op een objectieve wijze te combineren in één indicator. Welk gewicht zouden we bijvoorbeeld moeten toekennen aan uiteenlopende zaken als gezonde overheidsfinanciën, gezondheid, natuur, veiligheid en onderwijs, om maar een paar belangrijke aspecten van welvaart te noemen? Verschillende groepen burgers, politieke partijen en maatschappelijke organisaties zullen deze uiteenlopende aspecten bovendien allemaal anders wegen. En de gewichten zullen ook niet constant zijn in de tijd. Los van de kwestie van het vaststellen van gewichten, zou een enkelvoudig cijfer voor de brede welvaart ook geen recht doen aan de complexiteit van het begrip brede welvaart. Een situatie van een zwakker wordend onderwijs bij een stijgende veiligheid is bijvoorbeeld een andere dan die van een beter wordend onderwijs bij een dalende veiligheid. Ook al zou het eindcijfer voor de brede welvaart in beide situaties hetzelfde zijn. Juist de afzonderlijke – zeer diverse – aspecten van de brede welvaart moeten in ogenschouw worden genomen om een totaalindruk te verkrijgen. En ook om te zien hoe verschillende aspecten van brede welvaart met elkaar kunnen conflicteren.

Om deze redenen, en in navolging van aanbevelingen gedaan in de internationale statistische wereld, is hier dan ook gekozen om de uiteenlopende welvaartsaspecten niet in één indicator samen te vatten. In de Monitor wordt dan ook een gestructureerde set van indicatoren gepresenteerd, gerangschikt in de drie dimensies en hun onderliggende thema’s. Het beeld van de stand en de ontwikkeling van de brede welvaart wordt gegeven door al deze indicatoren tezamen.

De integratie van de meetsystemen van de brede welvaart (CES-raamwerk) met de SDG’s binnen één publicatie kent grote voordelen. Zowel inhoudelijk als beleidsmatig bestrijken beide begrippen immers eenzelfde terrein: een duurzame(re) wereld en de weg er naar toe. Waar de benadering van de brede welvaart een algemene intentie uitspreekt (een brede welvaart die inclusief en duurzaam is in het ‘hier en nu’, ‘later’ en ‘elders’), is deze in de SDG-agenda vertaald in concrete doelstellingen. Dit laatste geeft beleidsmakers meer concrete handvatten. De twee agenda’s kunnen elkaar dan ook in belangrijke mate versterken. Dit blijkt ook duidelijk uit de positieve reacties die er zijn gekomen vanuit de samenleving (onder meer tijdens het SDG-event dat in mei 2019 na Verantwoordingsdag is georganiseerd) en de overheid (tal van ministeries hebben aangegeven de koppeling van brede welvaart en SDG’s zeer relevant te vinden voor hun werk).

De koppeling van het brede-welvaartraamwerk en de SDG’s heeft ook geholpen om de SDG-agenda meer concreet te kunnen vertalen naar de Nederlandse context. Met de brede-welvaartsindicatoren is het mogelijk om belangrijke onderliggende principes van de SDG-agenda, die moeilijk meetbaar zijn, toch inzichtelijk te maken. Hierbij gaat het vooral om het streven van de SDG-agenda naar evenwicht tussen de brede welvaart in het ‘hier en nu’, voor mensen ‘elders’ en het zorgvuldig omgaan met de belangen van toekomstige generaties (‘later’). Verder helpt de integratie van de beide meetsystemen ook om de voortgang op de verschillende beleids­terreinen beter in kaart te brengen, dankzij de concrete doelen die met de SDG’s gesteld worden. Ten slotte geven de brede-welvaartindicatoren in hoofdstuk 3 ook een duidelijk beeld of mensen kunnen profiteren van welvaartsontwikkelingen of juist achter­blijven. Deze concrete invulling helpt om het ‘leave no one behind’-principe in de SDG’s beter in beeld te brengen.

Zowel bij de brede-welvaarttrends als bij de SDG’s wordt voor de indicatoren de meest recente stand gegeven, alsmede de berekende trend over de periode 2012–2019. Bij de brede-welvaarttrends presenteert het CBS ook de meest recente jaarmutatie. Ook wordt voor veel indicatoren aangegeven welke positie Nederland inneemt in de Europese Unie (EU). Voor zowel de trend als de positie in de EU wordt ook een kwalificatie gegeven. Voor de trend is dat positief (groen), neutraal (grijs) of negatief (rood). Voor de positie is dat hoog (groen), midden (grijs) of laag (rood).

Soms kunnen positieve ontwikkelingen op het ene terrein gepaard gaan met negatieve ontwikkelingen op het andere: zo kan het stimuleren van economische groei een hogere uitstoot van schadelijke stoffen tot gevolg hebben. Andersom kunnen maatregelen die erop gericht zijn om bijvoorbeeld de broeikasgasuitstoot te verkleinen, leiden tot een lagere economische groei. De Monitor doet in dergelijke gevallen nadrukkelijk geen uitspraken over welke ontwikkelingen het meest wenselijk zijn. Bij de indicatoren in de dashboards wordt bij het bepalen van trend en positie uitgegaan van het primaire of eerste-orde-effect op de brede welvaart. Het is aan politiek en samenleving om waar nodig op basis van deze inzichten verdere keuzes te maken en prioriteiten te stellen.

De selectie van indicatoren

De indicatoren horend bij de thema’s die raken aan brede welvaart zijn geselecteerd aan de hand van het conceptuele raamwerk dat het CES-meetsysteem biedt. Dit is gedaan om een duidelijke en traceerbare link te houden met dit internationale en breed geaccepteerde conceptuele raamwerk. Iedere indicator in de Monitor is relevant binnen een thema uit het raamwerk.

De ontwikkelingen en standen die de indicatoren geven, worden gepresenteerd in hoofdstuk 2 (Brede-welvaarttrends). Het betreft gemiddelden of totalen voor heel Nederland.

In hoofdstuk 3 wordt de verdeling over bevolkingsgroepen gepresenteerd voor indicatoren uit het dashboard voor de brede welvaart ‘hier en nu’. Waar het niet mogelijk was om indicatoren over de gekozen bevolkingsgroepen uit te splitsen, is een alternatieve indicator geselecteerd of is het betreffende thema niet opgenomen.

In hoofdstuk 4 wordt een set indicatoren gebruikt die laat zien hoe Nederland zich in het licht van de 17 SDG’s in de Nederlandse beleidscontext ontwikkelt. Hier wordt het conceptuele onderscheid tussen de dimensies ‘hier en nu’, ‘later’ en ‘elders’ losgelaten, omdat de SDG-agenda dit onderscheid niet maakt. De indicatoren in hoofdstuk 4 worden per SDG en per beleidsthema gerangschikt. Hierbij zijn de volgende categorieën indicatoren opgenomen:

  • Een selectie uit de internationaal afgestemde indicatorenset van de SDG’s, namelijk die die voor de Nederlandse context relevant zijn. Hierbij wordt voortgebouwd op eerder werk dat het CBS heeft gedaan op het gebied van de SDG’s (CBS 2016a, 2018c). Ook in de huidige editie zijn nog niet alle voor Nederland relevante SDG-indicatoren opgenomen. Voor een aantal indicatoren moet aanvullend dataonderzoek worden verricht omdat de datakwaliteit niet voldoende is om te worden ingepast in de systematiek van de Monitor. Zo is niet altijd ‘tijdige’ informatie voor handen; in een aantal gevallen is de meest recente informatie slechts beschikbaar voor 2016 of 2017. Daarnaast beschikt het CBS ook niet altijd over goede tijdreeksen, die noodzakelijk zijn om na te gaan in hoeverre indicatoren een significant stijgende of dalende trend vertonen. Daarbij valt ook op dat er een grote nadruk ligt op ‘hier en nu’-indicatoren, terwijl indicatoren die iets zeggen over het gebruik van hulpbronnen minder sterk vertegenwoordigd zijn. Daarnaast zijn relatief veel ‘inputindicatoren’ opgenomen in de SDG-lijst, maar zijn indicatoren die iets zeggen over de uitkomsten dunner gezaaid.
  • Vrijwel alle indicatoren waarmee in hoofdstuk 2 de staat van de brede welvaart is beschreven en die aan het CES-raamwerk zijn ontleend. Hierbij zijn sommige beleidsthema’s beter gedekt dan andere. Deze CES-indicatoren zijn toegevoegd om de balans in de indicatorenset te waarborgen.
  • Aanvullende indicatoren met betrekking tot middelen die worden ingezet, de mogelijkheden die dit creëert, het gebruik dat van mogelijkheden wordt gemaakt, de uitkomsten die aan dat gebruik zijn gerelateerd en de beleving van burgers.

Kwaliteit en tijdigheid van de data

Datakwaliteit is een belangrijk criterium bij het selecteren van indicatoren. Dit betreft de validiteit ten aanzien van het thema, de betrouwbaarheid van de beschikbare bronnen, de volledigheid en internationale vergelijkbaarheid van gegevens en de interne consistentie door de tijd. Het is van belang dat een indicator ook voor de andere EU-landen beschikbaar is, aangezien de positie van Nederland op de EU-ranglijst voor de verschillende welvaarts­thema’s een belangrijk onderdeel van deze Monitor is.

Indicatoren die ook voor uiteenlopende demografische groepen beschikbaar zijn (zoals voor jongeren en ouderen, mannen en vrouwen, hoog- en laagopgeleiden) verdienen de voorkeur. Daarmee kunnen namelijk ook verdelingsaspecten van brede welvaart worden beschreven, zoals in hoofdstuk 3 van deze Monitor.

Aan de selectie van indicatoren is veel aandacht besteed, met name aan de tijdige beschikbaarheid van indicatoren. Soms zijn goede indicatoren wel beschikbaar, maar ligt het meest recente cijfer te ver terug in de tijd om relevant te zijn voor een publicatie die bestemd is voor een Kamerdebat. Om de tijdigheid van de indicatoren te verbeteren, zijn forse inspanningen verricht om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk informatie voor het meest recente jaar (in deze editie: 2019) beschikbaar is. In sommige gevallen zijn deze cijfers gemarkeerd met een noot (A). Dit betekent dat het CBS een eerste indicatie van het cijfer voor 2019 heeft gebruikt om het politieke debat te faciliteren. De kans bestaat dat dit snelle cijfer bij latere publicatie bijgesteld wordt.

In een zeer beperkt aantal gevallen is een indicator opgenomen waarvoor het aantal datapunten ontoereikend is om een trend te kunnen berekenen. Bij deze indicatoren is in de dashboards noot (B) geplaatst, zodat herkenbaar is dat het in die gevallen niet gaat om een stabiele of neutrale trend maar om het ontbreken van een trendmeting.

Doordat in deze publicatie standaardmethoden voor de berekening van ontwikkelingen en jaarmutaties worden toegepast op alle indicatoren, is het mogelijk dat er afwijkingen ten opzichte van andere CBS-publicaties optreden.

Voor deze Monitor is de gegevensverzameling afgesloten op 9 maart 2020. Niet alle in deze publicatie opgenomen data zijn van het CBS afkomstig. In de metadata worden de exacte bronnen steeds vermeld. Hiertoe publiceert het CBS tabellen op de website met alle gebruikte datareeksen.

Uitbreidingen van de dataset: tijdreeksen en regionale verdelingen

Het CBS heeft met deze editie van de Monitor ook lange tijdreeksen van de indicatoren beschikbaar gesteld. In de tabellen bij deze Monitor zijn – waar mogelijk – voor het eerst reeksen opgenomen vanaf 1995. Ook publiceert het CBS een nieuwe visualisatie bij de Monitor waarin de positie van Nederland door de tijd heen te volgen is.

Daarnaast zijn er ontwikkelingen om brede welvaart zoals gemeten in de Monitor ook naar regio’s te verbijzonderen. Het kabinet investeert in de periode 2018–2022 950 miljoen euro in de Regio Envelop. Hiermee worden Regio Deals ondersteund waarin grote maatschappelijke uitdagingen worden aangepakt. Alle Regio Deals dienen bij te dragen aan de ontwikkeling van de brede welvaart.

Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wil de brede welvaartsontwikkeling op regionaal niveau volgen om de bijdrage van Regio Deals aan de brede welvaart te kunnen beoordelen. Hiervoor is een monitor nodig waarin de basisinformatie in samenhang wordt gepresenteerd. Het CBS heeft hiervoor het conceptueel kader ontwikkeld, aansluitend bij deze Monitor (CBS 2019).

1.5Literatuur

Open literatuurlijst

Literatuur

CBS, 2016, Meten van SDG’s : een eerste beeld voor Nederland. Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag/Heerlen/Bonaire.

CBS, 2017, CBS Ontwikkelt Monitor Brede Welvaart. Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag/Heerlen/Bonaire.

CBS, 2018, Duurzame ontwikkelingsdoelen: de stand voor Nederland. Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag/Heerlen/Bonaire.

CBS, 2019, Conceptueel kader regionale Monitor Brede Welvaart. Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag/Heerlen/Bonaire.

Stiglitz, J. E., A. Sen en J. -P. Fitoussi, 2009, Report by the Commission on the Measurement of Economic Performance and Social Progress. Commission on the Measurement of Economic Performance and Social Progress, Parijs.

UNECE, 2014, Conference of European Statisticians (CES) Recommendations on Measuring Sustainable Development. United Nations, New York/Genève.

WCED, 1987, Our Common Future. World Commission on Environment and development, Oxford.

Noten

Voor verdere informatie over de opdrachtverstrekking aan het CBS en het Kamerdebat over de Monitor Brede Welvaart, zie CBS (2017).

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

. Gegevens ontbreken
* Voorlopig cijfer
** Nader voorlopig cijfer
x Geheim
Nihil
(Indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
0 (0,0) Het getal is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
Niets (blank) Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
2019–2020 2019 tot en met 2020
2019/2020 Het gemiddelde over de jaren 2019 tot en met 2020
2019/’20 Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2019 en eindigend in 2020
2017/’18–2019/’20 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2017/’18 tot en met 2019/’20

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.