Brede welvaart toekomstbestendig?

Foto omschrijving: Vrouw maakt foto van nieuwbouwproject in Amsterdam-Noord.

Brede-welvaarttrends

In het maatschappelijke debat over welvaart is het bbp vaak een dominante economische indicator. Brede welvaart gaat echter over meer dan alleen economie. Mensen hechten ook veel waarde aan zaken als goede gezondheid, kwalitatief hoogstaand onderwijs, sociale contacten, culturele identiteit, betrouwbare politiek en goed bestuur. Daarnaast stellen politici, beleidsmakers, bedrijven en burgers zich in toenemende mate de vraag of het huidige welvaartsniveau op lange termijn wel houdbaar is. De keuzes die we in Nederland maken, kunnen gevolgen hebben voor de brede welvaart van mensen in andere landen. Er is een grote maatschappelijke behoefte aan goede informatie over welvaart in een breder perspectief. In deze Monitor presenteert het CBS een verzameling indicatoren die de relevante aspecten van brede welvaart op een systematische manier in kaart brengt.

2.1Selectie van thema’s en indicatoren

Doel van de Monitor, en in het bijzonder dit hoofdstuk, is om aan te geven hoe Nederland ervoor staat met betrekking tot de brede welvaart ‘hier en nu’, ‘later’ en ‘elders’. Hiervoor is een set indicatoren gebruikt waarvoor data beschikbaar waren of konden worden gemaakt. Niet voor alle aspecten van brede welvaart zijn de ideale indicatoren voorhanden. De indicatoren die hier worden gepresenteerd zijn geselecteerd aan de hand van het conceptuele raamwerk van het CES-meetsysteem (UNECE, 2014). Hoe het gesteld is met de diverse thema’s uit dit raamwerk wordt gemeten aan de hand van een of meer indicatoren. De selectie van indicatoren en de statistische methoden waarmee de dashboards zijn samengesteld worden beschreven in de toelichting bij deze Monitor (CBS, 2020). Waar cijfers speciaal zijn gemaakt ten behoeve van de Monitor is dit in de betreffende dashboards aangegeven met een noot (A). Deze cijfers geven een eerste indicatie. In hoofdstuk 2 heeft het CBS voor deze editie van de Monitor voor de volgende indicatoren jaarcijfers voor 2019 geraamd om het politieke debat te faciliteren. Het gaat hier om versnelde ramingen die speciaal voor deze publicatie zijn gemaakt:

  • de indicatoren met betrekking tot de gezonde levensverwachting van mannen en vrouwen in het ‘hier en nu’-dashboard;
  • de indicatoren met betrekking tot fossiele energiereserves, fosfor- en stikstofoverschot, cumulatieve CO2-emissies en de al eerder genoemde gezonde levensverwachting van mannen en vrouwen in het ‘later’-dashboard;
  • een aantal invoerindicatoren (invoer uit de LDC’s, invoer van mineralen, metalen, niet-metaal-mineralen en biomassa) en de broeikasgasvoetafdruk in het ‘elders’-dashboard.

Kleurcodes

De Monitor gebruikt kleuren om de resultaten van verschillende indicatoren vergelijkbaar te maken. Voor iedere indicator wordt gekeken naar (de richting van) de middellangetermijntrend in Nederland in de periode 2012–2019 en naar de positie van Nederland in de EU-28 in het meest recente jaar met voldoende observaties.

Voor trends is de betekenis van kleuren: Voor posities is de betekenis van kleuren:
Groen Groen
De trend beweegt in de richting die wordt geassocieerd met een stijging van de brede welvaart. Nederland staat in het bovenste kwartiel van de EU-ranglijst.
Grijs Grijs
De trend stijgt of daalt niet significant. (In de dashboards is deze kleur weggelaten.) Nederland staat in het midden van de EU-ranglijst.
Rood Rood
De trend beweegt in de richting die wordt geassocieerd met een daling van de brede welvaart. Nederland staat in het onderste kwartiel van de EU-ranglijst.

Bij het bepalen van de kleurcodes is alleen gekeken naar de eerste-orde-effecten. Zo is een stijging van de individuele consumptie in de eerste orde goed voor de consument. In de tweede orde kan hogere consumptie echter gepaard gaan met bijvoorbeeld milieuvervuiling, obesitas, waterverbruik en CO2-uitstoot in andere landen.

Wanneer Nederland voor een indicator een trend heeft die zich beweegt in de richting die wordt geassocieerd met een daling van de brede welvaart en binnen Europa een positie in het laagste kwartiel heeft, dan wordt dit in de monitor als een ‘rode’ trend en een ‘rode’ positie aangegeven. De kleurcode geeft de lezer het signaal dat hij of zij goed moet kijken naar het fenomeen waarvoor de indicator een indicatie geeft: er is blijkbaar iets aan de hand. Hetzelfde geldt overigens voor een volledig groene indicator: daar gaat blijkbaar iets goed.

De kleuraanduidingen hebben slechts een signaalfunctie. Er is nadrukkelijk niet sprake van een normatieve duiding. De Monitor geeft aan hoe Nederland er voorstaat op uiteenlopende aspecten van brede welvaart, en toont hierbij de afruilen waar we als samenleving mee worden geconfronteerd. Het is aan politiek en beleid om afwegingen te maken en beleidsconclusies te trekken. Speciaal voor deze Monitor is voor een aantal indicatoren een voorlopige raming gemaakt voor 2019. Deze eerste indicatie kan op een later moment nog worden bijgesteld.

Betekenis van voetnoten in de dashboards:

  1. Het CBS heeft voor de Monitor een jaarcijfer voor het meest recente jaar geraamd om het politieke debat te faciliteren. Dit is een voorlopige eerste berekening.
  2. Bij deze indicator zijn binnen de periode 2012–2019 niet genoeg datapunten beschikbaar om een trend te kunnen berekenen.
  3. Bij deze indicator is voor 2018 en 2019 de projectie van het PBL gebruikt.
  4. Het CBS heeft voor de Monitor een jaarcijfer voor 2018 en 2019 geraamd om het politieke debat te faciliteren. Dit is een voorlopige eerste berekening.
  5. Deze indicator krijg in hoofdstuk 4 bij SDG 17, i.t.t. hoofdstuk 2 BWT-wiel ‘elders’, wel een welvaartsduiding. Deze indicator is in de SDG-agenda gedefinieerd. Iedere SDG-indicator heeft een gewenste richting. Meer uitgaven wordt vanuit dit perspectief gezien als stijgende welvaart.
  6. Het CBS heeft voor de Monitor een jaarcijfer voor 2018 geraamd om het politieke debat te faciliteren. Dit geeft een eerste indicatie. Voor 2019 is ook de projectie van het PBL gebruikt.
  7. De datakwaliteit is onvoldoende voor een trendbepaling.

2.2Brede welvaart ‘hier en nu’

Voor brede welvaart is niet alleen de actuele stand van belang, maar ook de middellangetermijnontwikkeling, oftewel de trend, en de kortetermijnontwikkeling, oftewel de meest recente jaarmutatie. In deze paragraaf wordt achtereenvolgens ingegaan op:

  • de trendmatige ontwikkeling in de periode 2012–2019;
  • de meest recente jaarlijkse veranderingen;
  • de positie van Nederland op de EU-ranglijst in het meest recente jaar waarvoor internationale data beschikbaar zijn.

In het ‘hier en nu’-dashboard worden acht grote thema’s onderscheiden. Hieronder wordt aangegeven wat het belang is van die verschillende thema’s in het licht van brede welvaart.

  • Welzijn. In bespiegelingen over de brede welvaart staat welzijn centraal. Welzijn is hier gedefinieerd als de mate waarin mensen tevreden zijn met hun leven.
  • Materiële welvaart. De materiële welvaart wordt gevormd door het inkomen dat mensen te besteden hebben, en de goederen en diensten die zij met dit inkomen kunnen aanschaffen en waarmee zij invulling en kleur kunnen geven aan hun leven.
  • Gezondheid. Gezondheid is bepalend voor de kwaliteit van leven. Een (chronische) ziekte beperkt iemands mogelijkheden om deel te nemen aan de samenleving. De levenskwaliteit wordt ook in belangrijke mate bepaald door gezonde voeding. Een van de grootste problemen op dat vlak is momenteel dat van overgewicht.
  • Arbeid en vrije tijd. Brede welvaart hangt voor veel mensen sterk af van het hebben van passend en betaald werk. Daar staat tegenover dat vrije tijd grote invloed heeft op de levenskwaliteit die mensen ervaren. Werk en vrije tijd moeten dan ook in balans zijn. Een goede opleiding is daarbij essentieel voor het hebben van goede mogelijkheden op de arbeidsmarkt.
  • Wonen. Een goed dak boven het hoofd is een eerste levensbehoefte. Nederlanders geven een substantieel deel van hun inkomen uit aan hun huisvesting.
  • Samenleving. Een samenleving waaraan iedereen kan deelnemen en waarin mensen kunnen vertrouwen op elkaar en op instituties als de overheid en het rechtssysteem vormt ook een onderdeel van brede welvaart. Ook de omvang van sociale contacten en daarmee de mate waarin mensen in het maatschappelijk leven participeren, is een belangrijk welvaartsaspect.
  • Veiligheid. Misdaad grijpt direct in op de kwaliteit van leven van slachtoffers. Zowel het feitelijke risico op slachtofferschap als het gevoel van (on)veiligheid doen ertoe.
  • Milieu. Schone lucht, schoon water, gezonde natuur en een bodem zonder gif zijn belangrijke levensbehoeften. Hoge fijnstofconcentraties in de lucht kunnen tot ernstige gezondheidsklachten leiden, zoals astma en COPD. In een dichtbevolkt land als Nederland is het ook belangrijk dat bepaalde gebieden er primair zijn voor de natuur, zodat flora en fauna zich daar kunnen handhaven en zich goed kunnen ontwikkelen.
2.2.1   Brede welvaart hier en nu

Welzijn

87,3%
De langjarige trend wijst op een stijging van de brede welvaart
1e
64,7%
De langjarige trend wijst op een stijging van de brede welvaart
47,5%
4e

Materiële welvaart

€ 25 620
De langjarige trend wijst op een stijging van de brede welvaart
7e
€ 26 289
De langjarige trend wijst op een stijging van de brede welvaart
5e

Gezondheid

64,8
16e
63,2
22e
51,0%
De langjarige trend wijst op een stijging van de brede welvaart
10e

Arbeid en vrije tijd

1,0%
8e
68,8%
De langjarige trend wijst op een stijging van de brede welvaart
3e
39,7%
De langjarige trend wijst op een stijging van de brede welvaart
11e
74,2%
De langjarige trend wijst op een daling van de brede welvaart
3e
3,85
De langjarige trend wijst op een stijging van de brede welvaart
77,9%
7e

Wonen

85,2%
18e
87,5%
9e

Samenleving

72,2%
De langjarige trend wijst op een daling van de brede welvaart
1e
1,60
4e
63,1%
De langjarige trend wijst op een stijging van de brede welvaart
2e
61,8%
De langjarige trend wijst op een stijging van de brede welvaart
2e
46,7%
46,7%
De langjarige trend wijst op een daling van de brede welvaart
1e

Veiligheid

1,4%
De langjarige trend wijst op een daling van de brede welvaart
13,7%
De langjarige trend wijst op een daling van de brede welvaart
11e

Milieu

20,6%
De langjarige trend wijst op een stijging van de brede welvaart
73,8%
De langjarige trend wijst op een stijging van de brede welvaart
17e
140
De langjarige trend wijst op een daling van de brede welvaart
85
71,4%
12,0
De langjarige trend wijst op een daling van de brede welvaart
8e
15,1%
22e

Hieronder worden de belangrijkste trendmatige ontwikkelingen van de brede welvaart ‘hier en nu’ in de periode 2012–2019 beschreven. In het dashboard brede welvaart ‘hier en nu’ worden acht thema’s onderscheiden.

Bij drie thema’s laten de indicatoren een stabiele of stijgende welvaart zien, namelijk ‘welzijn’, ‘materiële welvaart’ (zie ook het grote aandeel van indicatoren met een groene trend in de dashboards van SDG 8 (waardig werk en economische groei) in hoofdstuk 4, en ‘veiligheid’.

Voor het thema ‘gezondheid’ laten de indicatoren een stabiele of dalende welvaart zien. Dit is in lijn met de conclusie in hoofdstuk 4 dat SDG 3 (goede gezondheid en welzijn) een relatief groot aandeel indicatoren met een rode trend heeft.

Voor het thema ‘wonen’ is de ontwikkeling vrij gelijkmatig en kan geen duidelijke trend worden aangegeven.

In het geval van ‘arbeid en vrije tijd’, ‘samenleving’ en ‘milieu’ is het beeld gemengd. Er zijn zowel indicatoren die een stijgende als indicatoren die een dalende welvaart tonen.

Stijgende welvaart

De volgende indicatoren in het ‘hier en nu’-dashboard bewegen zich in de richting die met stijgende welvaart wordt geassocieerd:

  • Tevredenheid met het leven: deze tevredenheid wordt gemeten als het percentage van de bevolking van Nederland van 18 jaar en ouder dat tevreden is met het leven (score van 7–10 als antwoord op de vraag ‘Kunt u op een schaal van 1–10 aangeven in welke mate u tevreden bent met het leven dat u nu leidt. Een 1 staat voor volledig ontevreden en 10 voor volledig tevreden?’). Dit percentage is gestegen van 85,1 in 2012 tot 87,3 in 2019.
  • Persoonlijke welzijnsindex: deze index wordt gemeten met behulp van twaalf indicatoren die acht verschillende dimensies van brede welvaart beschrijven. Voor elke dimensie is een score bepaald en de scores zijn vervolgens samengebracht in één cijfer. Deze maatstaf geeft aan welk percentage van de bevolking het betreffende aspect van welvaart of welzijn een cijfer van 7 of hoger geeft (op een schaal van 1–10). De acht scores zijn ieder met een gelijk gewicht gewogen. In 2013, het startjaar van de meting, gaf 55,6 procent van de bevolking een cijfer van 7 of hoger aan hun welbevinden. Dit aandeel is gestegen tot 64,7 procent in 2019.
  • Mediaan besteedbaar inkomen: het betreft hier het inkomen per huishouden (voor inflatie gecorrigeerd, uitgedrukt in prijzen van 2015). Bij de berekening wordt gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van huishoudens. De mediaan is het middelste getal wanneer alle getallen van laag naar hoog worden gesorteerd. Dit inkomen is gestegen van 23 954 euro in 2012 tot 25 620 euro in 2018.
  • Individuele consumptie: deze indicator betreft de zogenoemde werkelijke individuele consumptie, dat zijn consumptiegoederen en -diensten die huishoudens verwerven. Goederen en diensten die door de overheid en instellingen zonder winstoogmerk t.b.v. huishoudens (IZWH) worden gefinancierd en vervolgens als sociale overdrachten in natura aan de huishoudens worden geleverd, zijn inbegrepen. Hieronder vallen vooral uitgaven van de overheid op het gebied van gezondheid, onderwijs en sociale bescherming. Collectieve overheidsuitgaven aan bijvoorbeeld defensie of algemeen bestuur zijn niet inbegrepen. Het gaat om de waarde van de consumptie per inwoner (voor inflatie gecorrigeerd, uitgedrukt in prijzen van 2015). Deze consumptie is toegenomen van 25 256 euro in 2012 tot 26 289 euro in 2019.
  • Nettoarbeidsparticipatie: deze indicator meet het aandeel van de werkzame beroepsbevolking in de totale leeftijdsgroep 15 tot 75 jaar (beroeps- en niet-beroepsbevolking). Dit cijfer bedroeg 66,4 procent in 2012 en is gestegen tot 68,8 procent in 2019.
  • Hoogopgeleide bevolking: het feit dat de bijdrage van onderwijs aan de brede welvaart hier wordt gemeten aan de hand van de relatieve omvang van de hoogopgeleide bevolking wil niet zeggen dat andere vormen van opleiding, zoals beroepsopleidingen en vakmanschap, voor de brede welvaart niet van belang zijn. Wel is het duidelijk dat hoogopgeleide mensen over het algemeen een hogere welvaart bereiken op tal van maatschappelijke terreinen (zie hoofdstuk 3). De hoogopgeleide bevolking wordt gemeten als het percentage van de bevolking van 25 tot 65 jaar dat succesvol een tertiaire opleiding (op het niveau van hbo of wo) heeft afgerond. Dit aandeel steeg van 32,7 procent in 2012 tot 39,7 procent in 2019.
  • Vertrouwen in instituties (SDG 16.6.2): dit vertrouwen wordt gemeten als het percentage van de bevolking van 15 jaar en ouder dat voldoende vertrouwen heeft in instituties (score van 6 of hoger op een schaal van 1–10). Hierbij worden drie instituties meegenomen: de Tweede Kamer, politie en rechters. Het percentage van de bevolking dat vertrouwen heeft in deze instituties steeg van 57,5 in het startjaar van de meting 2012 tot 63,1 in 2019.
  • Vertrouwen in mensen: hier gaat het om het percentage van de bevolking van mensen van 15 jaar en ouder, dat stelt dat mensen in het algemeen te vertrouwen zijn. Dit aandeel steeg van 58,3 procent in 2012 tot 61,8 procent in 2019.
  • Vaak onveilig voelen in de buurt (SDG 16.1.4): deze indicator heeft betrekking op het percentage van de bevolking van 15 jaar en ouder dat zich vaak onveilig voelt in de eigen buurt. Dit percentage is gedaald van 1,7 in 2012 naar 1,4 in 2019.
  • Slachtofferschap van misdaad (SDG’s 11.7.2 en 16.1.3): gemeten als het percentage van de bevolking van 15 jaar en ouder dat als privépersoon slachtoffer van misdaad is geweest. Cybercrime is in deze cijfers overigens niet inbegrepen. Het slachtofferschap van misdaad daalde van 19,8 procent in 2012 tot 13,7 procent in 2019.
  • Beheerde natuur in Natuur Netwerk Nederland (NNN): natuur wordt in Nederland na 2011 beschermd binnen het NNN. Dit is het netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuur, waaronder zowel de nationale parken als de Natura 2000-gebieden vallen, alsook agrarisch natuurbeheer en terrein aangekocht voor natuurontwikkeling. In 2012 besloeg het areaal van het NNN 17,3 procent van het Nederlandse landoppervlak. In 2018 is dit aandeel 20,6 procent. Het gaat hierbij overigens om voorlopige cijfers.
  • Kwaliteit van zwemwater binnenwateren: het percentage dat van uitstekende kwaliteit is voor de gezondheid van zwemmers, steeg van 65,6 in 2012 tot 73,8 in 2019.
  • Stedelijke blootstelling aan fijnstof (PM2,5) in stedelijke gebieden (SDG 11.6.2): deze blootstelling aan fijnstof wordt uitgedrukt in het aantal microgram per m3. Fijnstof is schadelijk voor de gezondheid en leidt vooral tot een verslechtering van de conditie van mensen met hart- en longaandoeningen. De blootstelling aan fijnstof daalde van 13,6 procent in 2012 naar 12,0 procent in 2018.

Dalende welvaart

De volgende indicatoren in het ‘hier en nu’-dashboard bewegen zich in de richting die met afnemende welvaart wordt geassocieerd:

  • Overgewicht (SDG 2.2.2): het overgewicht wordt gemeten als het percentage van de bevolking van 20 jaar en ouder met een ‘body mass index’ (BMI) van 25 kg/m2 of hoger. Dit aandeel is toegenomen van 47,9 procent in 2012 tot 51,0 procent in 2019.
  • Tevredenheid met de vrije tijd: deze tevredenheid wordt gemeten als het percentage van de bevolking van 18 jaar en ouder dat tevreden of zeer tevreden is met de hoeveelheid vrije tijd die ze hebben. Dit percentage is gedaald van 75,7 in 2013 tot 74,2 in 2019.
  • Tijdverlies door files en vertraging: deze maatstaf van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid voor congestie op het hoofdwegennet wordt uitgedrukt in het aantal voertuigverliesuren per inwoner. Dit cijfer steeg van 2,75 in 2012 naar 3,85 in 2018.
  • Contact met familie, vrienden of buren: deze contacten worden gemeten als het percentage van de bevolking van 15 jaar en ouder dat gemiddeld minstens één keer per week om sociale redenen familie, vrienden of buren ontmoet. Dit aandeel is gedaald van 76,2 procent in 2012 tot 72,2 procent in 2019.
  • Vrijwilligerswerk: het gaat hierbij om het percentage van de bevolking van 15 jaar en ouder dat in de voorafgaande 12 maanden vrijwilligerswerk heeft verricht voor organisaties of verenigingen. Het kan daarbij gaan om bestuurlijk werk of andere activiteiten. Dit aandeel is gedaald van 50,5 procent in 2012 tot 46,7 procent in 2019.
  • Fauna van zoetwater en moeras: deze indicator beschrijft de trend in populaties of verspreiding (afhankelijk van de soort) van fauna kenmerkend voor zoetwater en moeras. De indicator is opgebouwd uit onderliggende cijfers betreffende 142 inheemse soorten kenmerkend voor zoetwater en moeras: zoogdieren (5 soorten), broedvogels (29 soorten), vissen (36 soorten), amfibieën (14 soorten), libellen (57 soorten) en vlinders (1 soort). Deze diersoorten zijn geselecteerd omdat zij kenmerkend zijn voor zoetwater en moeras. Deze indicator is een index met als basis 1990=100. Na vanaf 1990 jarenlang te zijn gestegen, is deze index gedaald van 143 in 2012 tot 140 in 2018.

Trendomslagen

Bij zeven indicatoren in het dashboard ‘hier en nu’ heeft er een trendomslag plaatsgevonden. Voor zes indicatoren is er een omslag in positieve richting. In de voorgaande trendperiode (2011–2018) waren de trends voor ‘tevredenheid met het leven’, ‘individuele consumptie’, ‘nettoarbeidsparticipatie’ en ‘vaak onveilig voelen in de buurt’ stabiel. Deze stabiele (grijze) trends zijn nu omgeslagen in groene trends. Voor ‘tevredenheid met het werk (werknemers)’ en ‘tevredenheid met de woning’ is de voorheen rode trend omgeslagen in de richting van een stabiele trend. In al deze gevallen is er sprake van vooruitgang vanuit een brede welvaartsoptiek. Alleen de indicator ‘vrijwilligerswerk’ laat een achteruitgang zien: was de trendmatige ontwikkeling voor deze indicator voorheen nog stabiel (grijs), nu is deze dalend (rood).

Meest recente veranderingen

Het dashboard brede welvaart ‘hier en nu’ laat voor tien indicatoren een beduidende vergroting van de brede welvaart zien in het meest recente jaar. De ‘langdurige werkloosheid’, ‘vaak onveilig voelen in de buurt’, omvang van het ‘slachtofferschap van misdaad’ en ervaren ‘milieuproblemen’ laten alle een daling zien. Dit draagt bij aan een stijging van de brede welvaart in het meest recente jaar. De welvaart vertoont in het meest recente jaar daarnaast ook een beduidende toename bij ‘tevredenheid met het leven’, ‘nettoarbeidsparticipatie’, ‘hoogopgeleide bevolking’, ‘tevredenheid met werk’, ‘kwaliteit woningen’ en ‘beheerde natuur in NNN’.

In twee gevallen vindt er een ontwikkeling plaats die een duidelijke daling van de welvaart meebrengt in het meest recente jaar, te weten bij ‘fauna van zoetwater en moeras’ en ‘fauna van het land’.

Posities op de EU-ranglijst

Hieronder wordt aangegeven wat het niveau van brede welvaart ‘hier en nu’ in Nederland is in vergelijking met de 27 andere landen in de EU (het Verenigd Koninkrijk was in 2019 nog lid van de EU en is inbegrepen). Waar mogelijk is Nederland met alle EU-lidstaten vergeleken (aangegeven met de EU-28); waar niet voor alle landen (recente) data beschikbaar waren, is de vergelijking uitgevoerd met minder lidstaten.

Samenvattend beeld

Voor vier welvaartsthema’s staat Nederland qua indicatoren middenin of hoog op de Europese ranglijst: ‘welzijn’, ‘materiële welvaart’ (zie ook de hoge scores voor SDG 1 (geen armoede) in figuur 4.1.2), ‘arbeid en vrije tijd’ en ‘samenleving’.

Bij de thema’s ‘gezondheid’ en ‘milieu’ nemen de indicatoren een midden- tot lage positie in op de EU-ranglijst. De lage scores op het gebied van natuur en milieu sporen ook met de uitkomsten van hoofdstuk 4, waar blijkt dat Nederland het op het gebied van SDG 7 (betaalbare en duurzame energie), SDG 13 (klimaatactie) en SDG 15 (leven op het land) relatief slecht doet vergeleken met de andere EU-landen.

Voor de thema’s ‘veiligheid’ en ‘wonen’ geldt dat de Nederlandse welvaart naar Europese maatstaven gemiddeld is.

Veranderde positie op de EU-ranglijst

Voor slechts één indicator is de positie op de EU-ranglijst wezenlijk veranderd: waar Nederland voor wat betreft de ‘ervaren milieuproblemen’ in 2017 nog een middenpositie op de ranglijst innam (17e van de 28 landen), bevindt ons land zich nu onderaan de ranglijst (22e van de 28 landen).

Meer specifiek kijkend naar de indicatoren binnen de verschillende thema’s, staat Nederland bij de volgende indicatoren hoog op de Europese ranglijst.

Thema welzijn:

  • Tevredenheid met het leven: 1e van 16 landen (2018)
  • Ervaren regie over het eigen leven: 4e van 28 landen (2017)

Thema materiële welvaart:

  • Mediaan besteedbaar inkomen: 7e van 28 landen (2018)
  • Individuele consumptie: 5e van 17 landen (2019)

Thema arbeid en vrije tijd:

  • Nettoarbeidsparticipatie: 3e van 28 landen (2018)
  • Tevredenheid met vrije tijd: 3e van 28 landen (2013)
  • Tevredenheid met werk: 7e van 28 landen (2017)

Thema samenleving:

  • Contact met familie, vrienden of buren: 1e van 16 landen (2018). Bij de internationale vergelijking gaat het niet om buren maar om collega’s die je sociaal ontmoet.
  • Inspraak en verantwoordingsplicht: 4e van 28 landen (2018)
  • Vertrouwen in instituties (SDG 16.6.2): 2e van 16 landen (2018)
  • Vertrouwen in mensen: 2e van 16 (2018)
  • Vrijwilligerswerk: 1e van 28 (2015)

Bij de volgende indicatoren staat Nederland laag op de Europese ranglijst:

Thema gezondheid:

  • Gezonde levensverwachting vrouwen (SDG 3.4.1): 22e van 28 landen (2018). (Mannen nemen Europees gezien bij gezonde levensverwachting een middenpositie in).
  • Milieuproblemen: 22e van 28 landen (2018)

Uitleg Brede-welvaarttrends (BWT)

De binnenste ring van de Brede-welvaarttrends (BWT) geeft informatie over de middellangetermijntrend (gebaseerd op beschikbare datapunten in de jaren 2012–2019). De buitenste ring geeft de gemiddelde mutatie in het laatste verslagjaar ten opzichte van het voorgaande jaar. Wijs in de figuur een indicator aan om te zien wat daar is gemeten. Doorklikken geeft meer informatie over de ontwikkeling in Nederland en de positie ten opzichte van de andere EU-landen. Waar mogelijk zijn tijdreeksen opgenomen vanaf 1995.

Voor trends en voor de meest recente jaarlijkse mutaties is de betekenis van kleuren: Voor posities is de betekenis van kleuren:
Groen Groen
de indicator beweegt in de richting die wordt geassocieerd met een stijging van de brede welvaart. Nederland staat in het bovenste kwartiel van de EU-ranglijst.
Grijs Grijs
de indicator stijgt of daalt niet significant. Nederland staat in het midden van de EU-ranglijst.
Rood Rood
de indicator beweegt in de richting die wordt geassocieerd met een daling van de brede welvaart. Nederland staat in het onderste kwartiel van de EU-ranglijst.
2.2.2   Brede-welvaarttrends (BWT): hier en nu
BredeWelvaartTrendsHier en Nu+1,1%Bruto binnenlandsproductPositie in EU in 2019Middellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2018-20193e van 19PositiefNeutraalKlik voor meer informatie+1,6%ptWelzijnTevredenheid methet levenPositie in EU in 2018Middellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2018-20191e van 16PositiefPositiefKlik voor meer informatie+1,2%ptWelzijnPersoonlijkewelzijnsindexMiddellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2018-2019PositiefNeutraalKlik voor meer informatie-0,8%ptWelzijnErvaren regie overhet eigen levenPositie in EU in 2017Middellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2016-20184e van 28NeutraalNeutraalKlik voor meer informatie+1,0%Materiële welvaartMediaan besteedbaarinkomenPositie in EU in 2018Middellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2017-20187e van 28PositiefNeutraalKlik voor meer informatie+0,8%Materiële welvaartIndividueleconsumptiePositie in EU in 2019Middellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2018-20195e van 17PositiefNeutraalKlik voor meer informatie+1,0%GezondheidGezonde levensverwachtingmannenPositie in EU in 2018Middellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2018-201916e van 28NeutraalNeutraalKlik voor meer informatie+0,8%GezondheidGezonde levensverwachtingvrouwenPositie in EU in 2018Middellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2018-201922e van 28NeutraalNeutraalKlik voor meer informatie-0,1%ptGezondheidOvergewicht Positie in EU in 2016Middellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2018-201910e van 28NegatiefNeutraalKlik voor meer informatie-0,4%ptArbeid en vrije tijdLangdurigewerkloosheidPositie in EU in 2018Middellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2018-20198e van 28NeutraalPositiefKlik voor meer informatie+1,0%ptArbeid en vrije tijdNettoarbeidsparticipatie Positie in EU in 2018Middellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2018-20193e van 28PositiefPositiefKlik voor meer informatie+0,8%ptArbeid en vrije tijdHoogopgeleidebevolkingPositie in EU in 2019Middellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2018-201911e van 28PositiefPositiefKlik voor meer informatie+0,3%ptArbeid en vrije tijdTevredenheid metvrije tijdPositie in EU in 2013Middellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2018-20193e van 28NegatiefNeutraalKlik voor meer informatie+4,5%Arbeid en vrije tijdTijdverlies door filesen vertragingMiddellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2017-2018NegatiefNeutraalKlik voor meer informatie+1,3%ptArbeid en vrije tijdTevredenheid metwerk (werknemers)Positie in EU in 2017Middellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2018-20197e van 28NeutraalPositiefKlik voor meer informatie+1,0%ptWonenKwaliteit vanwoningenPositie in EU in 2018Middellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2018-201918e van 28NeutraalPositiefKlik voor meer informatie+1,0%ptWonenTevredenheid metwoningPositie in EU in 2017Middellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2018-20199e van 28NeutraalNeutraalKlik voor meer informatie-0,3%ptSamenlevingContact met familie,vrienden of burenPositie in EU in 2018Middellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2018-20191e van 16NegatiefNeutraalKlik voor meer informatie+1,7%SamenlevingInspraak enverantwoordingsplichtPositie in EU in 2018Middellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2017-20184e van 28NeutraalNeutraalKlik voor meer informatie+0,4%ptSamenlevingVertrouwen ininstitutiesPositie in EU in 2018Middellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2018-20192e van 16PositiefNeutraalKlik voor meer informatie+0,1%ptSamenlevingVertrouwen inmensenPositie in EU in 2018Middellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2018-20192e van 16PositiefNeutraalKlik voor meer informatie+4,5%ptSamenlevingOntwikkeling normenen waardenMiddellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2017-2018NeutraalNeutraalKlik voor meer informatie-0,9%ptSamenlevingVrijwilligerswerk Positie in EU in 2015Middellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2018-20191e van 28NegatiefNeutraalKlik voor meer informatie0,0%ptVeiligheidVaak onveilig voelenin de buurtMiddellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2017-2019PositiefPositiefKlik voor meer informatie-0,8%ptVeiligheidSlachtofferschap vanmisdaadPositie in EU in 2018Middellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2017-201911e van 16PositiefPositiefKlik voor meer informatie+0,3%ptMilieuBeheerde natuurin NNNMiddellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2017-2018PositiefPositiefKlik voor meer informatie+1,2%ptMilieuKwaliteit vanzwemwater binnenwaterenPositie in EU in 2018Middellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2018-201917e van 26PositiefNeutraalKlik voor meer informatie-0,7%MilieuFauna van zoetwateren moerasMiddellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2017-2018NegatiefNegatiefKlik voor meer informatie-1,2%MilieuFauna vanhet landMiddellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2017-2018NeutraalNegatiefKlik voor meer informatie+1,6%ptMilieuStikstofdepositie enlandnatuurMiddellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2017-2018NeutraalNeutraalKlik voor meer informatie+5,1%MilieuStedelijke blootstelling aanfijnstof (PM2,5)Positie in EU in 2017Middellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2017-20188e van 25PositiefNeutraalKlik voor meer informatie-1,0%ptMilieuMilieuproblemen Positie in EU in 2018Middellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2018-201922e van 28NeutraalPositiefKlik voor meer informatie
Sluit dit thema
Wiel_Hier-en-Nu_Positie-EUPositie in EUDe balken geven de positie aan van Neder-land in de Europese Unie per indicator.Onderin EU-ranglijstBovenin EU-ranglijstMiddenpositieLegendaGeen databbpper hoofdbevolkingWelzijnMateriëleWelvaartWonenVeiligheidGezondheidArbeid en vrije tijdMilieuSamenleving02010304050607080910111214131516211718192022232425272628293031Stijging Brede WelvaartGeen veranderingDaling Brede WelvaartLangjarige trend (8 jaar)Mutatie (laatste jaar)Legenda

2.3Brede welvaart ‘later’

In deze paragraaf wordt een overzicht gegeven van de trendmatige ontwikkeling van de brede welvaart ‘later’ in de periode 2012–2019, van de meest recente jaarlijkse veranderingen en van de positie van Nederland op de EU-ranglijst in het meest recente jaar waarvoor internationale data beschikbaar zijn. Eerst wordt stilgestaan bij wat er onder brede welvaart ‘later’ wordt verstaan.

Brede welvaart ‘later’ gaat over de hulpbronnen die volgende generaties nodig hebben om minimaal een zelfde niveau van welvaart te kunnen bereiken als de huidige generatie. De keuzes die alle Nederlanders gezamenlijk maken in het hier en nu hebben consequenties voor de volgende Nederlandse generaties. Om de kwaliteit van leven op peil te houden, zijn allerlei hulpbronnen nodig, hier aangeduid als ‘kapitaal’. We onderscheiden hier economisch, natuurlijk, menselijk en sociaal kapitaal. Belangrijk is het dat de hoeveelheid kapitaal per inwoner op de langere termijn minimaal constant is.

Economisch kapitaal omvat de machines en werktuigen, de ICT, het kenniskapitaal en de infrastructuur die nodig zijn voor het opbouwen van materiële welvaart en het genereren van economische groei. Het gaat hier om fysieke kapitaalgoederen die vooral voor het economisch proces van belang zijn. Ook het kenniskapitaal, onder andere gevoed door de investeringen in onderzoek en ontwikkeling, is belangrijk voor het functioneren van de Nederlandse economie. Schuld wordt gezien als negatief economisch kapitaal.

Natuurlijk kapitaal omvat verschillende typen hulpbronnen. Het gaat niet alleen om grondstoffenvoorraden (voor Nederland vooral fossiele energiedragers zoals aardolie en aardgas), maar ook om de kwaliteit van natuur en milieu. Hieronder vallen de biodiversiteit (gemeten aan de hand van fauna van zoetwater en moeras en fauna van het land, die gezien kunnen worden als maatstaven voor soortenrijkdom), de algemene kwaliteit van de atmosfeer (samenhangend met CO2-emissies) en de lokale kwaliteit van bodem, water en lucht. Ook capaciteit van hernieuwbare vormen van energie wordt onder het natuurlijk kapitaal geschaard, omdat hiermee zowel de intering op niet-hernieuwbare energiebronnen als de uitstoot van broeikasgassen kan worden tegengegaan.

Bij het menselijk kapitaal staat de factor arbeid centraal. Hierbij gaat het niet alleen om het aantal gewerkte uren, maar ook om de kwaliteit van het arbeidspotentieel in termen van opleidingsniveau en gezondheid.

Het sociaal kapitaal ten slotte geeft de kwaliteit van sociale verbanden in de samenleving. In navolging van de CES Recommendations (UNECE, 2014) wordt sociaal kapitaal gemeten als de omvang van het vertrouwen dat burgers hebben in elkaar en in de belangrijkste instituties. De literatuur over sociaal kapitaal benadrukt dat naast het vertrouwen van alle burgers, ook moet worden gekeken naar vertrouwen tussen verschillende groepen. Dit wordt in de Monitor aangegeven met de indicator over discriminatiegevoelens. Deze beschrijft in hoeverre mensen zich onderdeel voelen van bepaalde groepen in de samenleving die ervaren dat zij niet volledig aan het maatschappelijk proces kunnen deelnemen of in hun hoedanigheid niet volledig worden geaccepteerd.

2.3.1   Brede welvaart later

Economisch kapitaal

€ 148
De langjarige trend wijst op een daling van de brede welvaart
7e
€ 10,91
De langjarige trend wijst op een stijging van de brede welvaart
1e
€ 99 972
23e
€ 38 400

Natuurlijk kapitaal

0,5
De langjarige trend wijst op een daling van de brede welvaart
7e
656,2
De langjarige trend wijst op een stijging van de brede welvaart
22e
20,6%
De langjarige trend wijst op een stijging van de brede welvaart
5,2
10e
162,9
17e
85
140
De langjarige trend wijst op een daling van de brede welvaart
471
De langjarige trend wijst op een daling van de brede welvaart
11e
12,0
De langjarige trend wijst op een daling van de brede welvaart
8e
7,65
De langjarige trend wijst op een stijging van de brede welvaart
13e

Menselijk kapitaal

788,2
De langjarige trend wijst op een stijging van de brede welvaart
19e
39,7%
De langjarige trend wijst op een stijging van de brede welvaart
11e
63,2
22e
64,8
16e

Sociaal kapitaal

61,8%
De langjarige trend wijst op een stijging van de brede welvaart
2e
8,7%
12e
63,1%
De langjarige trend wijst op een stijging van de brede welvaart
2e

In dit dashboard staat voor iedere indicator achtereenvolgens het meest recente cijfer voor Nederland, de trend in de periode 2012–2019, een grafiek van de EU-ranglijst en de positie van Nederland in de EU.

Hieronder worden de belangrijkste trendmatige ontwikkelingen van de brede welvaart ‘later’ in de periode 2012–2019 beschreven.

Samenvattend beeld

Bij menselijk kapitaal en sociaal kapitaal laten alle indicatoren een stabiele tot stijgende trend zien. Bij economisch en natuurlijk kapitaal is het beeld gemengd, al naar gelang naar welk type van hulpbronnen wordt gekeken.

Stijgende welvaart

De volgende indicatoren in het ‘later’-dashboard bewegen zich in de richting die met stijgende welvaart wordt geassocieerd:

  • Kenniskapitaalgoederenvoorraad: kenniskapitaal omvat een aantal immateriële kapitaalgoederen zoals research and development-kapitaal, computersoftware en databanken, en overige immateriële activa zoals evaluaties en exploratie van minerale reserves alsmede originele intellectuele eigendommen. Het kenniskapitaal wordt gemeten in euro’s per gewerkt uur (in constante prijzen 2015) en steeg van 9,1 euro in 2012 tot 10,9 euro per gewerkt uur in 2018.
  • Opgesteld vermogen hernieuwbare elektriciteit: in dit opgesteld vermogen worden wind-, water- en zonne-energie meegenomen. Capaciteit voor opwekking van elektriciteit uit biomassa is niet in de berekeningen meegenomen. Het opgesteld vermogen, uitgedrukt in megawatt elektriciteit per miljoen inwoners, is gestegen van 164,3 in 2012 tot 656,2 in 2019.
  • Oppervlakte- en grondwaterwinning: het betreft het totaal aan onttrekkingen van vers water (oppervlakte- en grondwater) in m3 per inwoner. Het gaat om zoetwater; winning van brak en zoutwater is niet inbegrepen. Deze wateronttrekking daalt van 641 m3 per inwoner in 2012 tot 471 m3 per inwoner in 2018.
  • Gewerkte uren: dit wordt gemeten als het totale aantal uren dat zelfstandigen en werknemers werkelijk hebben gewerkt gedeeld door de omvang van de bevolking in personen. Dit aantal is gestegen van 744,0 uur in 2012 tot 788,2 in 2019.

Ook bij de beheerde natuur in NNN, de stedelijke blootstelling aan fijnstof (SDG 11.6.2), de hoogopgeleide bevolking, het vertrouwen in mensen en het vertrouwen in instituties is de welvaart gestegen. Deze indicatoren, die ook hun effect hebben op de brede welvaart ‘hier en nu’, zijn al in de vorige paragraaf besproken.

Dalende welvaart

De volgende indicatoren in het ‘later’-dashboard bewegen zich in de richting die met afnemende welvaart wordt geassocieerd:

  • Fysieke kapitaalgoederenvoorraad: deze betreft materiële activa die langer dan een jaar in het productieproces worden gebruikt. De fysieke kapitaalgoederenvoorraad is gewaardeerd in constante prijzen 2015 en wordt uitgedrukt in termen van de waarde van de kapitaalgoederen­voorraad per gewerkt uur. In cultuur gebrachte activa zijn inbegrepen. Gewerkte uren betreft het totale aantal uren dat werknemers en/of zelfstandigen gedurende de verslagperiode werkelijk hebben gewerkt. Niet-gewerkte uren wegens verlof of ziekte tellen dus niet mee. Deze kapitaalgoederenvoorraad is gedaald van 151 euro per gewerkt uur in 2012 tot 148 euro in 2019.
  • Fossiele energiereserves: deze reserves betreffen de hoeveelheid aardolie en aardgas die in Nederland is aangetroffen en die ook uit commercieel en sociaal-maatschappelijk oogpunt winbaar lijkt. Dit getal is vermeerderd met de hoeveelheid olie en gas waarvan de winning aannemelijk is. Deze reserves zijn gemeten in terajoules per inwoner. De fossiele energiereserves zijn gedaald van 2,4 terajoules per inwoner in 2012 tot 0,5 in 2019.
  • Cumulatieve CO2-emissies: het thema klimaatverandering zou idealiter in kaart worden gebracht met behulp van cijfers over de CO2-concentratie in de atmosfeer. Zulke concentratiecijfers zijn moeilijk te verkrijgen; daarbij is het ook lastig na te gaan wat de bijdrage van Nederland is aan het CO2-probleem. Daarom is besloten de cumulatieve CO2-uitstoot van Nederland te berekenen vanaf het begin van de eerste industriële revolutie. Daartoe is de jaarlijkse uitstoot die vanaf 1860 is opgetreden bij elkaar opgeteld. Dit is een cijfer dat uiteraard niet kan dalen. Het is echter in de Monitor opgenomen om de historische omvang van de CO2-problematiek te laten zien. De cumulatieve CO2-uitstoot is gestegen van 7,45 ton per inwoner in 2012 tot 7,65 ton in 2019.

Ook de fauna van zoetwater en moeras vertoont een achteruitgang. Deze indicator is bij het ‘hier en nu’-dashboard al beschreven.

De indicator cumulatieve CO2-emissies per inwoner in het dashboard ‘later’ betreft de vanaf het begin van de industriële revolutie (hiervoor is 1860 genomen als startjaar) gecumuleerde CO2-emissies. Elk jaar wordt de som berekend van de jaarlijkse CO2 die is uitgestoten tot dan toe en gedeeld door de bevolkingsomvang vanaf 1860 tot heden. Deze over de lange termijn gecumuleerde uitstoot is uiteraard van belang. Deze beïnvloedt immers de kwaliteit van de atmosfeer en draagt daarmee – naar alle waarschijnlijkheid – bij aan de opwarming van de aarde. Recente emissiereeksen tonen in hoeverre de historische trend van stijgende uitstoot (en concentratie) van CO2 wordt gekeerd. Deze indicator (totale broeikasgasemissies berekend volgens de IPCC-voorschriften) maakt deel uit van SDG 13 (klimaatactie) in hoofdstuk 4. De jaarlijkse broeikasgasuitstoot op Nederlands grondgebied per hoofd van de bevolking (SDG 13.2.1) neemt gestaag af. In 2012 en 2018 ging het respectievelijk om 11,7 en 10,9 ton CO2-equivalenten per inwoner. Het CBS heeft voor deze Monitor al een eerste cijfer voor 2019 berekend, conform de methodiek van de Emissieregistratie (RIVM), en voor een groot deel gebaseerd op data van de Nederlandse Emissieautoriteit. Dit komt uit op 10,5 ton per inwoner. De daling zet door. De Urgenda-doelstelling voor de uitstoot van broeikasgassen is in 2020 minstens 25 procent reductie te bereiken ten opzichte van 1990. Met nog een jaar te gaan is 70,8 procent van deze doelstelling gehaald. Het betreft hier overigens geen doelstelling per hoofd van de bevolking.

Trendomslagen

Voor twee indicatoren in het ‘later’ dashboard is de trend omgeslagen. De ‘fysieke kapitaalgoederenvoorraad’, die voorheen een stabiele ontwikkeling vertoonde, laat nu een dalende trend zien. Voor de gewerkte uren zien we een verbetering. Hier is de trend die voorheen stabiel was, nu omgeslagen naar een die stijgt.

Meest recente veranderingen

Evenals bij de brede welvaart ‘hier en nu’, blijkt dat bij een aantal indicatoren de brede welvaart ‘later’ stijgt in het meest recente jaar. Voor twee indicatoren kan een duidelijke toename worden geconstateerd: ‘beheerde natuur in NNN’ en ‘hoogopgeleide bevolking’. Voor de ‘fossiele energiereserves’, ‘fauna van het land’, alsmede ‘fauna van zoetwater en moeras’ kan in het laatste jaar een beduidende afname van de welvaart worden genoteerd.

Posities op de EU-ranglijst

Hieronder wordt aangegeven wat het niveau van brede welvaart ‘later’ in Nederland is in vergelijking met andere landen in de EU. Waar mogelijk is Nederland met alle EU-lidstaten vergeleken (aangegeven met de EU-28), waar niet voor alle landen (recente) data beschikbaar waren, is vergeleken met minder lidstaten.

Voor wat betreft het sociaal kapitaal neemt Nederland een gemiddelde tot hoge positie in op de EU-ranglijst. Bij menselijk en natuurlijk kapitaal is daarentegen sprake van een gemiddelde tot lage score. Voor het natuurlijk kapitaal zien we deze relatief lage scores in hoofdstuk 4 ook terug bij SDG 7 (betaalbare en duurzame energie), SDG 13 (klimaatactie) en SDG 15 (leven op land).

Bij het economische kapitaal is het beeld gemengd.

Veranderde positie op de EU-ranglijst

Een van de indicatoren uit het ‘later’ dashboard is zodanig verschoven op de EU-ranglijst dat de kleuraanduiding is veranderd: bij ‘fosforoverschot’ sloeg de positie om van rood naar grijs.

Meer specifiek kijkend naar de indicatoren binnen de verschillende thema’s, staat- Nederland bij de volgende indicatoren hoog op de Europese ranglijst.

Thema economisch kapitaal:

  • Kenniskapitaalgoederenvoorraad: 1e van 12 landen (2018)

Thema sociaal kapitaal:

  • Vertrouwen in mensen: 2e van 16 landen (2018)
  • Vertrouwen in instituties: 2e van 16 landen (2018)

Voor de volgende indicatoren staat Nederland laag op de Europese ranglijst:

Thema economisch kapitaal:

  • Gemiddelde schuld per huishouden: 23e van 25 landen (2018)

Thema natuurlijk kapitaal:

  • Opgesteld vermogen hernieuwbare elektriciteit: 22e van 26 landen (2018)
  • Stikstofoverschot: 17e van 17 landen (2017)
  • Oppervlakte- en grondwaterwinning: 11e van 14 landen (2017)
  • Cumulatieve CO2-emissies: 13e van 17 landen (2014)

Thema menselijk kapitaal:

  • Gezonde levensverwachting vrouwen (SDG 3.4.1): 22e van 28 landen (2018)
2.3.2   Brede-welvaarttrends (BWT): later
BredeWelvaartTrendsLater+1,1%Bruto binnenlandsproductPositie in EU in 2019Middellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2018-20193e van 19PositiefNeutraalKlik voor meer informatie-0,7%Economisch kapitaalFysiekekapitaalgoederenvoorraadPositie in EU in 2018Middellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2017-20187e van 11NegatiefNeutraalKlik voor meer informatie-1,8%Economisch kapitaalKenniskapitaal-goederenvoorraadPositie in EU in 2018Middellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2017-20181e van 12PositiefNeutraalKlik voor meer informatie+0,4%Economisch kapitaalGemiddelde schuldper huishoudenPositie in EU in 2018Middellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2017-201823e van 25NeutraalNeutraalKlik voor meer informatie+35,7%Economisch kapitaalMediaan vermogenvan huishoudensMiddellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2017-2018NeutraalNeutraalKlik voor meer informatie-10,8%Natuurlijk kapitaalFossieleenergiereservesPositie in EU in 2017Middellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2018-20197e van 13NegatiefNegatiefKlik voor meer informatie+26,7%Natuurlijk kapitaalOpgesteld vermogenhernieuwbare elektriciteitPositie in EU in 2018Middellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2018-201922e van 26PositiefNeutraalKlik voor meer informatie+0,3%ptNatuurlijk kapitaalBeheerde natuurin NNNMiddellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2017-2018PositiefPositiefKlik voor meer informatie-32,3%Natuurlijk kapitaalFosforoverschot Positie in EU in 2017Middellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2018-201910e van 16NeutraalNeutraalKlik voor meer informatie-10,1%Natuurlijk kapitaalStikstofoverschot Positie in EU in 2017Middellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2018-201917e van 17NeutraalNeutraalKlik voor meer informatie-1,2%Natuurlijk kapitaalFauna vanhet landMiddellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2017-2018NeutraalNegatiefKlik voor meer informatie-0,7%Natuurlijk kapitaalFauna van zoetwateren moerasMiddellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2017-2018NegatiefNegatiefKlik voor meer informatie+1,6%Natuurlijk kapitaalOppervlakte- engrondwaterwinningPositie in EU in 2017Middellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2017-201811e van 14PositiefNeutraalKlik voor meer informatie+5,1%Natuurlijk kapitaalStedelijke blootstelling aanfijnstof (PM2,5)Positie in EU in 2017Middellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2017-20188e van 25PositiefNeutraalKlik voor meer informatie+0,3%Natuurlijk kapitaalCumulatieveCO₂-emissiesPositie in EU in 2014Middellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2018-201913e van 17NegatiefNeutraalKlik voor meer informatie+1,3%Menselijk kapitaalGewerkteurenPositie in EU in 2018Middellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2018-201919e van 28PositiefNeutraalKlik voor meer informatie+0,8%ptMenselijk kapitaalHoogopgeleidebevolkingPositie in EU in 2019Middellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2018-201911e van 28PositiefPositiefKlik voor meer informatie+0,8%Menselijk kapitaalGezonde levensverwachtingvrouwenPositie in EU in 2018Middellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2018-201922e van 28NeutraalNeutraalKlik voor meer informatie+1,0%Menselijk kapitaalGezonde levensverwachtingmannenPositie in EU in 2018Middellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2018-201916e van 28NeutraalNeutraalKlik voor meer informatie+0,1%ptSociaal kapitaalVertrouwen inmensenPositie in EU in 2018Middellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2018-20192e van 16PositiefNeutraalKlik voor meer informatie+0,6%ptSociaal kapitaalDiscriminatiegevoelens Positie in EU in 2018Middellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2016-201812e van 16NeutraalNeutraalKlik voor meer informatie+0,4%ptSociaal kapitaalVertrouwen ininstitutiesPositie in EU in 2018Middellangetermijntrend (2012-2019)Ontwikkeling in 2018-20192e van 16PositiefNeutraalKlik voor meer informatie
Sluit dit thema
Wiel_Later_Positie-EUbbpper hoofdbevolkingPositie in EUDe balken geven de positie aan van Nederland in de Europese Unie per indicator.Onderin EU-ranglijstBovenin EU-ranglijstMiddenpositieLegendaGeen dataEconomischkapitaal02010304Natuurlijkkapitaal05060708091011121314Menselijkkapitaal15161718Sociaalkapitaal192021Stijging Brede Welvaart Geen veranderingDaling Brede WelvaartLangjarige trend (8 jaar)Mutatie (laatste jaar)Legenda