Brede welvaart stijgt

Foto omschrijving: Jongen en meisje die net groot genoeg zijn om door het raam van een klaslokaal te kijken.

Brede-welvaarttrends

In het maatschappelijke debat is het (bbp) de dominante economische indicator. Brede welvaart gaat echter om meer dan economie. Mensen hechten ook veel waarde aan zaken als gezondheid, onderwijs, sociale contacten, culturele identiteit, betrouwbare politiek en goed bestuur. Daarnaast stellen politici, beleidsmakers, bedrijven en burgers zich in toenemende mate de vraag of het huidige welvaartsniveau op de lange termijn wel houdbaar is. Met de keuzes die we in Nederland maken, hebben we bovendien invloed op de brede welvaart van mensen in andere landen. Politici, beleidsmakers en burgers hebben behoefte aan goede informatie over de brede welvaart in Nederland. In de Monitor Brede Welvaart presenteert het CBS een verzameling indicatoren die de relevante aspecten van brede welvaart op een systematische manier in kaart brengt.

2.1Presentatie brede-welvaarttrends (BWT)

In dit hoofdstuk wordt de vraag beantwoord hoe het staat met de brede welvaart in Nederland. Deze is gedefinieerd als de kwaliteit van leven van de huidige inwoners van Nederland en de mate waarin die invloed heeft op de welvaart van latere generaties hier te lande en die van mensen elders in de wereld. Brede welvaart kent dan ook drie dimensies: ‘hier en nu’, ‘later’ en ‘elders’.

Het antwoord op de vraag hoe het met onze brede welvaart is gesteld, is niet eenduidig te geven. Het wordt gevormd door de veelheid aan indicatoren af te gaan die verbonden zijn aan de drie brede-welvaartsdimensies. In paragraaf 2.2 wordt ingegaan op het totaalbeeld dat hieruit oprijst én op de beelden voor de drie afzonderlijke dimensies. In de paragrafen hierna wordt meer in detail ingegaan op de vele aspecten van brede welvaart.

In sommige gevallen wordt een thema met slechts één indicator beschreven, in andere gevallen met meerdere. Het aantal indicatoren dat is meegenomen in de beschrijving zegt niets over het belang van dat thema, maar slechts iets over de veelzijdigheid ervan. Sommige thema’s raken namelijk aan meerdere maatschappelijke aspecten, waardoor een groter aantal indicatoren nodig is voor de beschrijving.

Bij de presentatie van brede welvaart in deze Monitor spelen visualisaties een grote rol. De basisvisualisaties zijn de drie ‘wielen’, gepresenteerd in paragraaf 2.2. De wielen, inclusief staven die de positie van Nederland in Europa aangeven, zijn verbonden aan de drie dimensies ‘hier en nu’, ‘later’ en ‘elders’. Van elk van deze dimensies is een aantal leidende thema’s opgenomen. Welke thema’s bij de meting van het fenomeen brede welvaart moeten worden meegenomen is door het CBS met andere statistische experts vastgelegd in de CES Recommendations (UNECE, 2014).

De opgenomen thema’s tellen een wisselend aantal indicatoren, maar hebben in de visualisaties ieder een even grote omvang. Het is immers niet aan het CBS om te bepalen welke thema’s meer of minder belangrijk zijn in het maatschappelijk debat. Deze vraag laat het CBS aan politiek en samenleving.

Hoe het ervoor staat met de diverse thema’s uit het raamwerk wordt gemeten aan de hand van een of meer indicatoren. De selectie van indicatoren en de statistische methoden waarmee de dashboards zijn samengesteld worden beschreven in de toelichting bij deze Monitor (CBS 2019a). Dit geldt ook voor de beslisregels die zijn gebruikt voor het opnemen van waarnemingen in de tekst.

Bij de selectie van indicatoren spelen praktische overwegingen ook een rol. Voor indicatoren moeten data beschikbaar zijn of kunnen worden gemaakt. Niet voor alle aspecten van brede welvaart zijn de ideale indicatoren voorhanden. Waar cijfers speciaal zijn gemaakt ten behoeve van de Monitor Brede Welvaart, is dit in de toelichting bij de betreffende dashboards aangegeven met een noot (A). Deze cijfers geven een eerste indicatie. Om overal cijfers voor 2018 te kunnen opnemen, zijn ramingen gemaakt bij de indicatoren met betrekking tot de invoer en de broeikasgasvoetafdruk in het ‘elders’-dashboard. Voor sommige indicatoren is de internationale vergelijking gedaan op basis van data die conceptueel afwijken van de Nederlandse data die zijn gebruikt om de trendmatige ontwikkeling in kaart te brengen.

Van de diverse indicatoren wordt de meest recente ontwikkeling ten opzichte van het voorgaande jaar gegeven, alsmede een kwalificatie van de trend over de jaren 2011–2018. Ook wordt de positie van Nederland in de EU-28 gegeven; hierbij is het meest recente jaar genomen met voldoende observaties. Waar niet voor alle landen uit de EU (recente) data beschikbaar waren, is vergeleken met een kleiner aantal lidstaten.

Kleurcodes

De Monitor gebruikt kleuren om de resultaten van verschillende indicatoren vergelijkbaar te maken.

Voor trends is de betekenis van kleuren: Voor posities is de betekenis van kleuren:
Groen Groen
De trend beweegt in de richting die wordt geassocieerd met een stijging van de brede welvaart. Nederland staat in het bovenste kwart van de EU-ranglijst.
Grijs Grijs
De trend stijgt of daalt niet significant. (In de dashboards is deze kleur weggelaten.) Nederland staat in het midden van de EU-ranglijst.
Rood Rood
De trend beweegt in de richting die wordt geassocieerd met een daling van de brede welvaart. Nederland staat in het onderste kwart van de EU-ranglijst.

Wanneer Nederland voor een indicator een trend heeft die zich beweegt in de richting die wordt geassocieerd met een daling van de brede welvaart, dan wordt dit aangegeven met rood. Dit geldt ook als Nederland binnen Europa een lage positie inneemt ten aanzien van de brede welvaart op het betreffende onderdeel, te weten in het laagste kwart. Een groene trend of een groene positie wijst op een trendmatige stijging van de brede welvaart, dan wel een hoge positie binnen de EU (bij het hoogste kwart). Grijs geeft aan dat de trend niet stijgend of dalend is, of dat Nederland een middenpositie inneemt (boven het laagste kwart, beneden het hoogste kwart).

De associatie van groen met positief en rood met negatief geldt niet voor de zogenaamde inputindicatoren, te weten de uitgaven aan ontwikkelingssamenwerking en de inkomensoverdrachten van migranten aan familie in het land van herkomst. Hier geven de kleuren groen en rood slechts aan of trends in statistisch opzicht stijgen of dalen. Hier worden geen uitspraken gedaan of die ontwikkelingen vanuit een welvaartsoptiek als een toenemende of dalende welvaart kunnen worden opgevat.

NB: bij het bepalen van de kleurcodes is alleen gekeken naar de eerste-orde-effecten. Zo is een stijging van de individuele consumptie in de eerste orde goed voor de consument. In de tweede orde kan hogere consumptie gepaard gaan met milieuvervuiling, obesitas, waterverbruik en CO2‑uitstoot in andere landen, enzovoorts. Om hier op een of andere manier rekening te houden in de Monitor, is te complex.

2.2Samenvattend beeld

Langetermijntrends en positie binnen Europa

Actuele beeld

Het beeld dat voortvloeit uit de brede-welvaarttrends is overwegend positief. Er zijn meer groene trends en posities dan rode. Vooral de Europese vergelijking van de brede welvaart in het ‘hier en nu’ valt voor Nederland erg gunstig uit. Bij meer dan de helft van de indicatoren waarvoor de positie bekend is, zit Nederland in de Europese kopgroep, slechts bij één indicator staat Nederland laag. Ook de trendmatige ontwikkeling van de brede welvaart ‘hier en nu’ is eerder positief dan negatief, al is er een noemenswaardig aantal negatieve trends. Deze vallen met name onder het thema ‘Arbeid en vrije tijd’. Hoewel Nederland er op dit punt Europees gezien goed voorstaat, is er groeiende ontevredenheid met het werk en de vrije tijd, en staan er meer files. Overigens kan dit te maken hebben met het feit dat de economie goed draait en er veel werk is.

De trendmatige ontwikkeling van onze brede welvaart ‘later’ is ook zonder meer positief: slechts twee negatieve trends tegen tien positieve. Wel valt op dat de Europese vergelijking op dit punt een stuk slechter uitvalt dan bij de brede welvaart ‘hier en nu’. Met name qua natuurlijk kapitaal neemt Nederland een tamelijk zwakke positie in binnen Europa. Voor een deel weerspiegelt dit een relatief laag percentage hernieuwbare energie en een relatief hoge CO2‑uitstoot.

Qua brede welvaart ‘elders’ zijn de conclusies minder gunstig: meer negatieve dan positieve trends en posities binnen Europa. Deze hangen eigenlijk allemaal samen met de grote hoeveelheid handel die wij voeren met andere landen, in het bijzonder de allerarmste landen. Deze boeten hierdoor in aan niet-hernieuwbare grondstoffen. De andere kant van de medaille is dat deze landen, net als Nederland zelf, ook welvaart genereren uit deze handel. Qua handel en ook qua hulp (per inwoner) staat Nederland Europees gezien dan ook in de bovenste regionen.

Kenteringen

Bij twee onderdelen van de brede welvaart in het ‘hier en nu’ sloeg de trend om, ten ongunste. Het tijdverlies door files en vertragingen stijgt nu trendmatig, waar het eerder stabiel was. De tevredenheid met de eigen woning neemt nu trendmatig af, en was tot nu toe stabiel. Deze verslechteringen zijn waarschijnlijk niet los te zien van de economische verbeteringen van de laatste jaren: deze hebben tot drukte geleid op het wegennet en schaarste op de woningmarkt.

Qua brede welvaart ‘elders’ waren er drie trendomslagen, waarvan twee ten faveure. De invoer van fossiele brandstoffen uit de armste landen vertoont nu een trendmatige daling. Eerder was de trend stabiel. In 2018 daalde de invoer met iets minder dan 20 procent. De invoer van fossiele brandstoffen wordt in het licht van brede welvaart gezien als een intering op hulpbronnen elders in de wereld. Bij ontwikkelingshulp is de voorheen dalende trend nu neutraal.

De broeikasgasvoetafdruk laat een omslag zien van een voorheen trendmatige daling, naar een neutrale trend nu. Dit wordt veroorzaakt door de recente groei van de voetafdruk, die een maat is voor de totale broeikasgasemissies in binnen- en buitenland gerelateerd aan de Nederlandse consumptie. In 2018 nam deze met bijna 5 procent toe.

2.2.1Brede-welvaarttrends (BWT) ‘hier en nu’ in beeld
Brede Welvaart Trends, Hier en Nu Tevredenheid met het leven De eerste indicator onder het thema wel- zijn is tevredenheid met het leven. De trend sinds 2011 is neutraal. In 2018 steeg de tevredenheid met 0,3%-punt. Binnen de EU is Neder- land het meest tevreden land. Persoonlijke welzijnsindex De tweede indicator onder het thema wel- zijn is de persoonlijke welzijnsindex. De langetermijntrend toont een stijging. In 2018 steeg de index met 1,5%-punt. Voor de index zijn geen EU-data voorhanden. Ervaren regie over het eigen leven De derde indicator onder het thema wel- zijn is de ervaren regie over het eigen leven. De langetermijntrend is neutraal. In 2018 daalde de ervaren re- gie met 1,8%-punt. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer vrij hoog. Mediaan besteedbaar inkomen De eerste indicator onder het thema ma- teriële welvaart is de mediaan van het beschikbaar inkomen. De langetermijntrend is neutraal. In 2017 steeg het inkomen met 0,6%. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer vrij hoog. Individuele consumptie De tweede indicator onder het thema ma- teriële welvaart is de individuele con- sumptie. De trend over de laatste 8 jaar is neutraal. In 2018 steeg de con- sumptie met 1,6%. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer vrij hoog. Gezonde levensverwachting mannen De eerste indicator onder het thema ge- zondheid is de gezonde levensverwachting van mannen. De langetermijntrend toont een stijging. In 2017 steeg zij met 0,2%. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer gemiddeld. Gezonde levensverwachting vrouwen De tweede indicator onder het thema ge- zondheid is de gezonde levensverwachting van vrouwen. De langetermijntrend is neutraal. In 2017 steeg zij met 0,8%. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer vrij laag. Overgewicht De derde indicator onder het thema ge- zondheid is overgewicht. Dit vertoont de laatste 8 jaar een stijgende trend. In 2018 steeg het met 1,2%-punt. Verge- leken met andere EU-landen is het cijfer voor Nederland gemiddeld. Langdurige werkloosheid De eerste indicator onder het thema ar- beid en vrije tijd is langdurige werk- loosheid. De trend over de laatste 8 jaar is neutraal. In 2018 daalde zij met 0,5%-punt. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer gemiddeld. Nettoarbeidsparticipatie De tweede indicator onder het thema ar- beid en vrije tijd is nettoarbeidspar- ticipatie. De trend over de laatste 8 jaar is neutraal. In 2018 steeg zij met 1,1%-punt. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer vrij hoog. Hoogopgeleide bevolking De derde indicator onder het thema ar- beid en vrije tijd is het aandeel hoog- opgeleiden. Dit kent de laatste 8 jaar een opwaartse trend. In 2018 steeg het met 0,9%-punt. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer gemiddeld. Tevredenheid met vrije tijd De vierde indicator onder het thema ar- beid en vrije tijd is tevredenheid met de vrije tijd. De langetermijntrend toont een daling. In 2018 daalde het met 0,1%-punt. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer vrij hoog. Tijdverlies door files en vertraging De vijfde indicator onder het thema ar- beid en vrije tijd is tijdverlies door files en vertraging. Dit steeg de laat- ste 8 jaar trendmatig. In 2018 steeg het met 6,7%. Voor het tijdverlies zijn geen EU-data voorhanden. Tevredenheid met werk (werknemers) De zesde indicator onder het thema ar- beid en vrije tijd is de tevredenheid met werk van werknemers. Deze daalde de laat- ste 8 jaar trendmatig. In 2018 steeg zij met 0,6%-punt. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer vrij hoog. Kwaliteit van woningen De eerste indicator onder het thema wo- nen is de kwaliteit van de woningen. De trend over de laatste 8 jaar is neutraal. In 2018 daalde zij met 2,2%-punt. Vergeleken met andere EU-landen is het Nederlandse cijfer gemiddeld. Tevredenheid met woning De tweede indicator onder het thema wo- nen is de tevredenheid met de woning. De langetermijntrend toont een daling. In 2018 daalde zij met 0,6%-punt. Vergeleken met andere EU-landen is het Nederlandse cijfer gemiddeld. Contact met familie, vrienden of buren De eerste indicator onder het thema samenleving is het contact met familie, vrienden of buren. De langetermijn toonde een daling. In 2018 daalde het met 0,4%-punt. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer hoog. Inspraak en verantwoordingsplicht De tweede indicator onder het thema samenleving is inspraak en verantwoor- dingsplicht. De trend sinds 2011 is neutraal. In 2017 steeg die met 1,9%-punt. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer vrij hoog. Vertrouwen in instituties De derde indicator onder het thema samenleving is vertrouwen in instituties. De langetermijntrend toont een stijging. In 2018 daalde het met 0,2%-punt. Vergeleken met andere EU-landen is het Nederlandse cijfer vrij hoog. Vertrouwen in mensen De vierde indicator onder het thema samenleving is vertrouwen in mensen. De langetermijntrend toont een stijging. In 2018 daalde het met 0,5%-punt. Vergeleken met andere EU-landen is het Nederlandse cijfer vrij hoog. Ontwikkeling normen en waarden De vijfde indicator onder het thema samenleving is de ontwikkeling van nor- men en waarden. De trend over de laatste 8 jaar is neutraal. In 2018 steeg het met 4,0%-punt. Voor deze indicator zijn geen EU-data voorhanden. Vrijwilligerswerk De zesde indicator onder het thema samenleving is vrijwilligerswerk. De langetermijntrend is neutraal. In 2018 daalde het met 0,9%-punt. Binnen de EU verricht Nederland het meeste vrijwilligerswerk. Vaak onveilig voelen in de buurt De eerste indicator onder het thema veiligheid betreft het veiligheidsgevoel in eigen buurt. De langetermijntrend is neutraal. In 2017 bleef het gelijk. Er zijn over dit onderwerp geen EU-data voorhanden. Slachtofferschap van misdaad De tweede indicator onder het thema veiligheid betreft het slachtofferschap van misdaad. De langetermijntrend toont een daling. In 2017 daalde het met het met 2,1%-punt. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer gemiddeld. Beheerde natuur in Natuurnetwerk Nederland De eerste indicator onder het thema milieu betreft de oppervlakte natuur in het Natuurnetwerk Nederland. De langetermijntrend toont een stijging. In 2017 steeg zij met 1,8%-punt. Er is voor deze indicator geen EU-equivalent. Kwaliteit van zwemwater binnenwateren De tweede indicator onder het thema milieu betreft de kwaliteit van zwemwater in de binnenwateren. Deze steeg de laat- ste 8 jaar trendmatig. In 2018 steeg zij met 0,2%-punt. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer gemiddeld. Living Planet Index De derde indicator onder het thema milieu is de Living Planet Index, een maat voor de biodiversiteit. De langetermijntrend is neutraal. In 2017 daal- de de index met 0,1%. De index kan niet Europees worden vergeleken. Stedelijke blootstelling aan fijnstof (PM 2,5 ) De vierde indicator onder het thema milieu is de stedelijke blootstelling aan fijn- stof. Deze daalde de laatste 8 jaar trendmatig. In 2018 steeg het fijnstof- gehalte met 5,1%. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer gemiddeld. Milieuproblemen De vijfde indicator onder het thema milieu is de ervaren last van milieuproblemen in de woonomgeving. De trend over de laatste 8 jaar is neutraal. In 2018 steeg die met 3,0%-punt. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer gemiddeld. Bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking Ter vergelijking is ook het bruto binnen- lands product (bbp) opgenomen in het overzicht. Dit steeg de laatste 8 jaar trendmatig. In 2018 steeg het met 2,0%. Vergeleken met andere EU-landen heeft Nederland een hoog bbp per inwoner. Bron: CBS

Brede welvaart ‘hier en nu’ in hoofdlijnen

Het dashboard brede welvaart ‘hier en nu’ toont de huidige de brede welvaart in Nederland, inclusief trends en recente ontwikkelingen.

Wat valt op?

  • Bij drie thema’s laten alle indicatoren qua trend een stabiele of stijgende welvaart zien, namelijk ‘welzijn’, ‘veiligheid’ en ‘milieu’.
  • Voor het thema ‘materiële welvaart’ is de ontwikkeling vrij gelijkmatig en kan geen duidelijke trend worden aangegeven.
  • In het geval van ‘gezondheid’, ‘arbeid en vrije tijd’ en ‘samenleving’ is het beeld gemengd. Hierin staan zowel indicatoren die een stijgende als een dalende welvaart tonen. Daarvan is met name het beeld van ‘arbeid en vrije tijd’ vrij negatief. De tevredenheid met zowel het werk als de vrije tijd loopt terug. Ook neemt het tijdverlies door files toe.
  • Voor het thema ‘wonen’ laten de indicatoren een stabiele of dalende welvaart zien.
  • Voor vier welvaartsthema’s staat Nederland qua indicatoren middenin of hoog op de Europese ranglijst. Het betreft de thema’s ‘samenleving’, ‘materiële welvaart’, ‘arbeid en vrije tijd’ alsmede ‘welzijn’.
  • Voor de thema’s ‘milieu’, ‘veiligheid’ en ‘wonen’ geldt dat de Nederlandse welvaart naar Europese maatstaven gemiddeld is. Hierbij kan worden aangetekend dat er bij het thema ‘wonen’ één indicator van kleur is veranderd. Bij de indicator ‘tevredenheid met de woning’ waarvoor Nederland in de laatste meting (2012) nog in de bovenste regionen van de ranglijst stond, neemt ons land in 2017 een middenpositie in.
  • Bij het thema ‘gezondheid’ nemen de indicatoren een midden- tot lage positie op de EU-ranglijst in.
2.2.2Brede-welvaarttrends (BWT) ‘later’ in beeld
Brede Welvaart Trends, Later +2,0%-0,5%-0,5%+0,3%+27,5% -6,4%+20,1%+1,8%pt-55,4%-3,3%-0,1%-5,5%+5,1%+0,3%+1,6%+0,9%pt+0,8%+0,2%-0,5%pt-0,8%pt-0,2%pt Bron: CBS Fysieke kapitaalgoederenvoorraad De eerste indicator van het economisch kapitaal is de fysieke kapitaalgoederen- voorraad. De langetermijntrend is neutraal. In 2017 daalde die met 0,5%. Binnen de EU is de Neder- landse voorraad gemiddeld. Kenniskapitaalgoederenvoorraad De tweede indicator van het economisch kapitaal is de kenniskapitaalgoederen- voorraad. De langetermijntrend toont een stijging. In 2017 daalde die met 0,5%. Binnen de EU is de Neder- landse voorraad relatief hoog. Gemiddelde schuld per huishouden De derde indicator van het economisch kapitaal is de gemiddelde schuld per huishouden. De langetermijntrend toont een daling. In 2017 steeg die met 0,3%. Binnen de EU is de Neder- landse schuld relatief hoog. Mediaan vermogen van huishoudens De vierde indicator van het economisch kapitaal is het mediaan vermogen van huishoudens. De langetermijntrend is neutraal. In 2017 steeg het met 27,5%. Het vermogen kan niet met an- dere EU-landen worden vergeleken. Fossiele energiereserves De eerste indicator van het natuurlijk kapitaal is zijn de fossiele energie- reserves. De langetermijntrend toont een daling. In 2017 daalden ze met 6,4%. Binnen de EU zijn de Neder- landse reserves gemiddeld. Opgesteld vermogen hernieuwbare electriciteit De tweede indicator van het natuurlijk kapitaal is het opgestelde vermogen aan hernieuwbare elektriciteit. Dit steeg de laatste 8 jaar trendmatig. In 2018 steeg het met 20,1%. Binnen de EU is het Nederlandse vermogen vrij laag. Beheerde natuur in Natuurnetwerk Nederland De derde indicator van het natuurlijk materiaal betreft de oppervlakte natuur in het Natuurnetwerk Nederland. De langetermijntrend toont een stijging. In 2017 steeg zij met 1,8%-punt. Er is voor deze indicator geen EU-equivalent. Fosforoverschot De vierde indicator van het natuurlijk kapitaal is het fosforoverschot. De langetermijntrend is neutraal. In 2017 daalde het met 55,4%. ver- geleken met andere EU-landen is het Nederlandse overschot gemiddeld. Stikstofoverschot De vijfde indicator van het natuurlijk kapitaal is het stikstofoverschot. De langetermijntrend is neutraal. In 2017 daalde het met 3,3%. ver- geleken met andere EU-landen is het Nederlandse overschot hoog. Living Planet Index De zesde indicator van het thema natuurlijk kapitaal is de Living Planet Index, een maat voor de biodiversiteit. De langetermijntrend is neutraal. In 2017 daalde de index met 0,1%. De index kan niet Europees worden vergeleken. Oppervlakte- en grondwaterwinning De zevende indicator van het natuurlijk kapitaal is de oppervlakte- en grond- waterwining. De langetermijntrend toont een daling. In 2016 daalde zij met 5,5%. Vergeleken met andere EU-landen is de Nederlandse winning vrij hoog. Stedelijke blootstelling aan fijnstof (PM 2,5 ) De achtste indicator van het natuurlijk kapitaal is de stedelijke blootstelling aan fijnstof. Deze daalde de laatste 8 jaar trendmatig. In 2018 steeg het fijnstof- gehalte met 5,1%. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer gemiddeld. Cumulatieve CO 2 -emissies De negende indicator van het natuurlijk kapitaal zijn de cumulatieve CO₂-emissies per inwoner vanaf 1860. De langetermijntrend toont een stijging. In 2017 stegen ze met 0,3%. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer vrij hoog. Gewerkte uren De eerste indicator van het menselijk kapitaal is het aantal gewerkte uren per inwoner. De trend over de laatste 8 jaar is neutraal. In 2018 steeg het met 1,6%. Binnen de EU is het Neder- landse cijfer gemiddeld. Hoogopgeleide bevolking De tweede indicator van het menselijk kapitaal is het aandeel hoogopgeleiden. Dit kent de laatste 8 jaar een op- waartse trend. In 2018 steeg het met 0,9%-punt. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer gemiddeld. Gezonde levensverwachting vrouwen De derde indicator van het menselijk kapitaal is de gezonde levensverwachting van vrouwen. De langetermijntrend is neutraal. In 2017 steeg zij met 0,8%. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer vrij laag. Gezonde levensverwachting mannen De vierde indicator van het menselijk kapitaal is de gezonde levensverwachting van mannen. De langetermijntrend toont een stijging. In 2017 steeg zij met 0,2%. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer gemiddeld. Vertrouwen in mensen De eerste indicator van het sociaal kapitaal is het vertrouwen in mensen. De langetermijntrend toont een stijging. In 2018 daalde het met 0,5%-punt. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer hoog. Discriminatiegevoelens De tweede indicator van het sociaal kapi- taal is het aandeel van de bevolking dat discriminatiegevoelens ondervindt. De langetermijntrend is neutraal. In 2016 steeg het met 0,8%-punt. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer gemiddeld. Vertrouwen in instituties De derde indicator van het sociaal kapi- taal is het aandeel van de bevolking dat instituties vertrouwt. De langetermijntrend toont een stijging. In 2018 daalde het met 0,2%-punt. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer hoog. Bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking Ter vergelijking is ook het bruto binnen- lands product (bbp) opgenomen in het overzicht. Dit steeg de laatste 8 jaar trendmatig. In 2018 steeg het met 2,0%. Vergeleken met andere EU-landen heeft Nederland een hoog bbp per inwoner.

Brede welvaart ‘later’ in hoofdlijnen

Brede welvaart ‘later’ betreft de hulpbronnen die volgende generaties nodig hebben om een zelfde niveau van welvaart te kunnen bereiken. De hulpbronnen worden hier aangeduid met ‘kapitaal’. De hoeveelheid kapitaal per inwoner moet op zijn minst gelijk blijven, willen volgende generaties een zelfde niveau van welvaart kunnen genieten. Vier soorten kapitaal worden daarbij onderscheiden, namelijk economisch, natuurlijk, menselijk en sociaal kapitaal.

Wat valt op?

  • Bij economisch, menselijk en sociaal kapitaal laten alle indicatoren een stabiele tot stijgende trend zien.
  • Bij natuurlijk kapitaal is het beeld iets meer gemengd.
  • Voor wat betreft het sociaal kapitaal neemt Nederland een gemiddelde tot hoge positie in op de EU-ranglijst. Bij menselijk en natuurlijk kapitaal is daarentegen sprake van gemiddelde tot lage scores, vergeleken met de andere EU-landen.
2.2.3Brede-welvaarttrends (BWT) ‘elders’ in beeld
Brede Welvaart Trends, Elders +2,0%+7,5%-0,0%pt+0,0%pt-2,1%-17,9%+6,2%-24,6%+6,1%+42,0%+0,3%-16,3%+4,9% Bron: CBS Totale invoer uit Least Developed Countries De eerste indicator onder het thema handel en hulp is de totale invoer uit de de armste landen. De trend over de laatste 8 jaar is neutraal. In 2018 steeg die met 7,5%. Binnen de EU is het Nederlandse cijfer hoog. Ontwikkelingshulp¹⁾ De tweede indicator onder het thema handel en hulp is ontwikkelingshulp als aandeel van het nationaal inkomen. De langetermijntrend is neutraal. In 2017 daalde het afgerond 0,0%-punt. Bin- nen de EU staat Nederland vrij hoog. Overdrachten¹⁾ De derde indicator onder het thema handel en hulp zijn overdrachten als aandeel van het bbp. De langetermijntrend is neutraal. In 2017 stegen ze afgerond met 0,0%-punt. Binnen de EU staat Nederland vrij hoog. Invoer fossiele energiedragers De eerste indicator onder het thema milieu en grondstoffen is de invoer van fossiele energiedragers. Deze steeg de laatste 8 jaar trendmatig. In 2018 daalde die met 2,1%. Binnen de EU voert Neder- land hiervan relatief het meeste in. Invoer fossiele energiedragers uit armste landen De tweede indicator onder het thema milieu en grondstoffen is de invoer van fossiele energiedragers uit de armste landen. Deze daalde de laatste 8 jaar trendmatig. In 2018 daalde die met 17,9%. Er zijn hierover geen EU-cijfers voorhanden. Invoer metalen De derde indicator onder het thema milieu en grondstoffen is de invoer van metalen. Deze bleef de laatste 8 jaar vrij con- stant. In 2018 steeg die met 6,2%. Ver- geleken met andere EU-landen is de Nederlandse metaalinvoer vrij hoog. Invoer metalen uit armste landen De vierde indicator onder het thema milieu en grondstoffen is de invoer van metalen uit de armste landen. De trend over de laat- ste 8 jaar is neutraal. In 2018 daalde die met 24,6%. Over dit onderwerp zijn geen EU-data voorhanden. Invoer niet-metaal mineralen De vijfde indicator onder het thema milieu en grondstoffen is de invoer van niet- metallische mineralen. Deze daalde de laatste 8 jaar trendmatig. In 2018 steeg die met 6,1%. Afgezet tegen EU-landen is de Nederlandse invoer vrij hoog. Invoer niet-metaal mineralen uit armste landen De zesde indicator onder het thema milieu en grondstoffen is de invoer van niet- metallische mineralen uit de armste landen. Deze bleef de laatste 8 jaar vrij con- stant. In 2018 steeg die met 42,0%. Hiervan zijn geen EU-data. Invoer biomassa De zevende indicator onder het thema milieu en grondstoffen is de invoer van biomassa. Deze steeg de laatste 8 jaar trendmatig. In 2018 steeg die met 0,3%. Vergeleken met andere EU-landen voert Nederland relatief de meeste biomassa in. Invoer biomassa uit armste landen De achtste indicator onder het thema milieu en grondstoffen is de invoer van biomassa uit de armste landen. Deze steeg de laat- ste 8 jaar trendmatig. In 2018 daalde die met 16,3%. Voor dit onderwerp zijn geen EU-data voorhanden. Broeikasgasvoetafdruk De negende indicator onder het thema milieu en grondstoffen is de broeikasgas- voetafdruk. De trend over de laatste 8 jaar is neutraal. In 2018 steeg die met 4,9%. Van de broeikasgasvoetafdruk zijn geen EU-data voorhanden. Bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking Ter vergelijking is ook het bruto binnen- lands product (bbp) opgenomen in het overzicht. Dit steeg de laatste 8 jaar trendmatig. In 2018 steeg het met 2,0%. Vergeleken met andere EU-landen heeft Nederland een hoog bbp per inwoner.

1) Deze indicator betreft bestedingen. Een groene of rode kleur betekent hier dat er meer of minder geld is besteed, niet dat de brede welvaart is toe- of afgenomen.

Brede welvaart ‘elders’ in hoofdlijnen

Brede welvaart ‘elders’ betreft de gevolgen van het acteren van de Nederlandse samenleving voor de banen, de inkomens, de niet-hernieuwbare hulpbronnen en het milieu in andere landen. Door de open economie van Nederland heeft de manier waarop Nederland zijn welvaart opbouwt namelijk ook consequenties voor mensen in andere landen. Eén deel van het dashboard kijkt naar de mogelijk positieve effecten die Nederland heeft op de welvaart ‘elders’. Het gaat hierbij om de omvang van de handel met het buitenland, alsmede ontwikkelingssamenwerking en de omvang van de financiële overdrachten van met name migranten naar familie in het land van herkomst. Een potentieel negatief effect op de brede welvaart ‘elders’ wordt gevormd door de Nederlandse invoer van niet-hernieuwbare hulpbronnen. Hierdoor wordt immers een beslag gelegd op het natuurlijk kapitaal van andere landen.

Wat valt op?

  • Het thema ‘handel en hulp’ laat een stabiele ontwikkeling zien. De invoer van Nederland uit de 48 armste landen van de wereld, de least developed countries (LDC’s), is de laatste jaren nagenoeg gelijk gebleven. Hetzelfde geldt voor de uitgaven aan ontwikkelings­samenwerking als percentage van het bruto nationaal inkomen (bni) en de overdrachten. Bij het thema ‘milieu en grondstoffen’ is het beeld gemengd.
  • Voor wat betreft de waarde van de totale invoer van Nederland uit LDC’s staat Nederland boven aan in de EU-ranglijst. Ook bij ontwikkelingshulp en overdrachten is dit het geval. Bij de hoeveelheid ingevoerde grondstoffen onder het thema ‘milieu en grondstoffen’ staat Nederland juist in de onderste regionen van deze lijst. In feite gaat het hier om hetzelfde fenomeen: Nederland voert veel grondstoffen in uit andere landen. Deze verdienen hiermee geld, maar teren wel in op hun niet-hernieuwbare grondstoffen.

Meest recente ontwikkelingen

Los van de trends over de middellange termijn, is het ook belangrijk na te gaan in hoeverre er opvallende mutaties in het meest recente jaar zijn. Onderstaand overzicht geeft aan welke indicatoren een ontwikkeling laten zien in het meest recente jaar die groter is dan 1 procent of 1 procentpunt. Ook opgenomen zijn indicatoren waarvoor in het meest recente jaar een omslag van de positie of een omslag van de trend zijn waargenomen.

Het dashboard brede welvaart ‘hier en nu’ laat voor zeven indicatoren een beduidende positieve ontwikkeling zien in het meest recente jaar. De welvaart vertoont in het meest recente jaar een groei bij de ‘persoonlijke welzijnsindex’, ‘individuele consumptie’, ‘nettoarbeidsparticipatie’, ‘inspraak en verantwoordingsplicht’, ‘ontwikkeling normen en waarden’, ‘slachtofferschap van misdaad’ en ‘beheerde natuur in Natuur Netwerk Nederland (NNN)’.

In zes gevallen vindt er een duidelijke daling van de welvaart plaats in het meest recente jaar, te weten ‘ervaren regie over het eigen leven’, ‘overgewicht’, ‘tijdverlies door files en vertraging’, ‘kwaliteit van woningen’, ‘stedelijke blootstelling aan fijnstof’ en ‘milieuproblemen’.

Voor twee indicatoren heeft er een trendomslag plaatsgevonden. De trendmatige ontwikkeling voor de indicatoren ‘tijdverlies door files en vertraging’ en ‘tevredenheid met de woning’ die tot dusverre stabiel was, is recentelijk omgeslagen tot een verslechtering vanuit een welvaartsperspectief.

Evenals in het dashboard brede welvaart ‘hier en nu’, blijkt dat de brede welvaart ‘later’ volgens een groot aantal indicatoren is toegenomen. Voor zeven indicatoren kan een duidelijke toename worden geconstateerd: ‘mediaan vermogen van huishoudens’, ‘opgesteld vermogen hernieuwbare elektriciteit’, ‘beheerde natuur in Natuur Netwerk Nederland (NNN)’, ‘fosforoverschot’, ‘stikstofoverschot’ , ‘oppervlakte- en grondwaterwinning’ en het ‘aantal gewerkte uren’. (Bij grondwaterwinning, fosfor en stikstof bestaat de verbetering uit een afname.) Alleen voor de ‘fossiele energiereserves’ kan recent een beduidende afname van de welvaart worden genoteerd.

Voor het dashboard brede welvaart ‘elders’ is het beeld gemengd. Vijf indicatoren laten in het meest recente jaar een beduidende stijging van de welvaart zien. Voor vier indicatoren treedt een duidelijke daling op.

De stijging van de brede welvaart ‘elders’ hangt vooral samen met de afname van de invoer van verschillende soorten grondstoffen uit de LDC’s zoals metalen, fossiele energiedragers en biomassa. Tegelijkertijd is de waarde van de totale invoer vanuit LDC’s toegenomen, hetgeen een naar verwachting positief effect heeft op de welvaartsontwikkeling in deze landen: meer handel levert naar verwachting meer werkgelegenheid en inkomsten op.

De daling van de brede welvaart ‘elders’ treedt vooral op bij de ‘invoer van niet-metallische mineralen’ (zowel totaal als specifiek uit de LDC’s): de invoer van deze grondstoffen steeg wel. In deze editie van de Monitor Brede Welvaart is de trend voor de indicator ‘ontwikkelingshulp’ omgeslagen. Lieten deze uitgaven voorheen nog een dalende trend zien, nu is er sprake van een stabiele trend. Ook de indicator ‘invoer van fossiele energiedragers uit LDC’s’ laat een omslag zien. In het afgelopen jaar is de stabiele trend omgeslagen naar een die stijgt. De invoer van fossiele energiedragers uit LDC's nam in 2018 af. De broeikasgasvoetafdruk was bijna 5 procent groter dan in 2017.

2.3Brede welvaart ‘hier en nu’

Brede welvaart ‘hier en nu’ is gedefinieerd in paragraaf 1.3.

2.3.1Dashboard brede welvaart ‘hier en nu’
van de Nederlanders geeft het leven een 7 of hoger in 201865,051,1%€ 26 076€ 25 26963,81,3%67,8%38,1%85,7%63,5%45,6%per huishouden (prijzen 2015) in 2017per inwoner (prijzen 2015) in 2018 jaren bij geboorte in 2017jaren bij geboorte in 2017 van de bevolking 20+ heeft overgewicht in 2018van de beroepsbevolking was een jaar of langer werkloos in 2018van de bevolking 15-74 jaar in 2018van de bevolking 25-64 jaar heeft een hoger onderwijs diploma in 201873,9%3,93van de bevolking 18+ is (zeer) tevreden in 2018voertuigverliesuren perinwoner in 201876,6%van de werknemers 15-74 jaar is (zeer) tevreden in 201886,5%84,2%72,5%1,5762,7%van de inwoners heeft een woning zonder grote gebreken in 2018van de bevolking 18+ is (zeer) tevreden in 2018van de bevolking 15+ had minstens 1 keer per week contact in 2018score op schaal van -2,5 (zwak) tot 2,5 (deugdelijk) in 2017van de bevolking 15+ heeftvoldoende vertrouwen in 201861,7%46,3%van de bevolking 15+ vindt in 2018 de meeste mensen te vertrouwen15,2%1,5%20,3%72,6%106,3van de bevolking 15+ voelt zich vaak onveilig in eigen buurt in 2017van de bevolking 15+ wasslachtoffer in 2017van het totale landoppervlakin 2017had de kwalificatie‘uitstekend’ in 2018index (1990 = 100) in 201712,0microgram PM2,5 per m3in 201815,9%van de bevolking 16+ ervaart problemen in 2018van de bevolking 18+ vindt ze vooruit- gegaan of gelijkgebleven in 201847,6%van de bevolking 15+ verrichtte georganiseerd vrijwilligerswerk in 2018van de bevolking 18+ geeft een 7 of hoger in 2018ervaart in hoge mate eigen regie (score 4 of 5) in 2018WonenMediaan besteedbaar inkomenGezonde levensverwachting mannenOvergewichtIndividuele consumptieGezonde levensverwachting vrouwenLangdurige werkloosheidNettoarbeidsparticipatieHoogopgeleide bevolkingTevredenheid met vrije tijdTijdverlies door files en vertragingTevredenheid met werk (werknemers)Tevredenheid met het levenPersoonlijke welzijnsindexErvaren regie over het eigen levenMateriële welvaartWelzijnArbeid en vrije tijdTevredenheid met woningKwaliteit van woningenContact met familie, vrienden of burenInspraak en verantwoordingsplichtVertrouwen in institutiesVertrouwen in mensenOntwikkeling normen en waardenVrijwilligerswerkSamenlevingSlachtofferschap van misdaadVaak onveilig voelen in de buurtBeheerde natuur in NNNKwaliteit van zwemwater binnenwaterenLiving Planet IndexStedelijke blootstelling aan fijnstof (PM2,5)MilieuproblemenMilieuGezondheidVeiligheid1evan 18in 20164evan 28in 20176evan 28in 20176evan 27in 201712evan 28in 201623evan 28in 20166evan 18in 201410evan 28in 20174evan 28in 201711evan 28in 20183evan 28in 20137evan 28in 201716evan 28in 20179evan 28in 20172evan 18in 20162evan 28in 20172evan 18in 20162evan 18in 20161evan 28in 201510evan 18in 201617evan 26in 20178evan 25in 201717evan 28in 2017Trend in NLPositie in EU
van de Nederlanders geeft het leven een 7 of hoger in 201865,051,1%€ 26 076€ 25 26963,81,3%67,8%38,1%85,7%63,5%45,6%per huishouden (prijzen 2015) in 2017per inwoner (prijzen 2015) in 2018 jaren bij geboorte in 2017jaren bij geboorte in 2017 van de bevolking 20+ heeft overgewicht in 2018van de beroepsbevolking was een jaar of langer werkloos in 2018van de bevolking 15-74 jaar in 2018van de bevolking 25-64 jaar heeft een hoger onderwijs diploma in 201873,9%3,93van de bevolking 18+ is (zeer) tevreden in 2018voertuigverliesuren perinwoner in 201876,6%van de werknemers 15-74 jaar is (zeer) tevreden in 201886,5%84,2%72,5%1,5762,7%van de inwoners heeft een woning zonder grote gebreken in 2018van de bevolking 18+ is (zeer) tevreden in 2018van de bevolking 15+ had minstens 1 keer per week contact in 2018score op schaal van -2,5 (zwak) tot 2,5 (deugdelijk) in 2017van de bevolking 15+ heeftvoldoende vertrouwen in 201861,7%46,3%van de bevolking 15+ vindt in 2018 de meeste mensen te vertrouwen15,2%1,5%20,3%72,6%106,3van de bevolking 15+ voelt zich vaak onveilig in eigen buurt in 2017van de bevolking 15+ wasslachtoffer in 2017van het totale landoppervlakin 2017had de kwalificatie‘uitstekend’ in 2018index (1990 = 100) in 201712,0microgram PM2,5 per m3in 201815,9%van de bevolking 16+ ervaart problemen in 2018van de bevolking 18+ vindt ze vooruit- gegaan of gelijkgebleven in 201847,6%van de bevolking 15+ verrichtte georganiseerd vrijwilligerswerk in 2018van de bevolking 18+ geeft een 7 of hoger in 2018ervaart in hoge mate eigen regie (score 4 of 5) in 2018WonenMediaan besteedbaar inkomenGezonde levensverwachting mannenOvergewichtIndividuele consumptieGezonde levensverwachting vrouwenLangdurige werkloosheidNettoarbeidsparticipatieHoogopgeleide bevolkingTevredenheid met vrije tijdTijdverlies door files en vertragingTevredenheid met werk (werknemers)Tevredenheid met het levenPersoonlijke welzijnsindexErvaren regie over het eigen levenMateriële welvaartWelzijnArbeid en vrije tijdTevredenheid met woningKwaliteit van woningenContact met familie, vrienden of burenInspraak en verantwoordingsplichtVertrouwen in institutiesVertrouwen in mensenOntwikkeling normen en waardenVrijwilligerswerkSamenlevingSlachtofferschap van misdaadVaak onveilig voelen in de buurtBeheerde natuur in NNNKwaliteit van zwemwater binnenwaterenLiving Planet IndexStedelijke blootstelling aan fijnstof (PM2,5)MilieuproblemenMilieuGezondheidVeiligheid
WonenMediaan besteedbaar inkomenGezonde levensverwachting mannenOvergewichtIndividuele consumptieGezonde levensverwachting vrouwenLangdurige werkloosheidNettoarbeidsparticipatieHoogopgeleide bevolkingTevredenheid met vrije tijdTijdverlies door files en vertragingTevredenheid met werk (werknemers)Tevredenheid met het levenPersoonlijke welzijnsindexErvaren regie over het eigen levenMateriële welvaartWelzijnArbeid en vrije tijdTevredenheid met woningKwaliteit van woningenContact met familie, vrienden of burenInspraak en verantwoordingsplichtVertrouwen in institutiesVertrouwen in mensenOntwikkeling normen en waardenVrijwilligerswerkSamenlevingSlachtofferschap van misdaadVaak onveilig voelen in de buurtBeheerde natuur in NNNKwaliteit van zwemwater binnenwaterenLiving Planet IndexStedelijke blootstelling aan fijnstof (PM2,5)MilieuproblemenMilieuGezondheidVeiligheid1evan 18in 20164evan 28in 20176evan 28in 20176evan 27in 201712evan 28in 201623evan 28in 20166evan 18in 201410evan 28in 20174evan 28in 201711evan 28in 20183evan 28in 20137evan 28in 201716evan 28in 20179evan 28in 20172evan 18in 20162evan 28in 20172evan 18in 20162evan 18in 20161evan 28in 201510evan 18in 201617evan 26in 20178evan 25in 201717evan 28in 2017

Bij drie thema’s laten de indicatoren een stabiele of stijgende welvaart zien, namelijk ‘welzijn’, ‘veiligheid’ en ‘milieu’. Voor het thema ‘wonen’ laten de indicatoren een stabiele of dalende welvaart zien. Voor het thema ‘materiële welvaart’ is de ontwikkeling vrij gelijkmatig en kan geen duidelijke trend worden aangegeven. In het geval van ‘gezondheid’, ‘arbeid en vrije tijd’ en ‘samenleving’ is het beeld gemengd. Hierin zijn zowel indicatoren die een stijgende als die een dalende welvaart vertonen.

  • Persoonlijke welzijnsindex: deze index wordt gemeten met behulp van twaalf indicatoren die acht dimensies van welzijn beschrijven. Deze maatstaf geeft aan welk percentage van de bevolking hun persoonlijk welzijn een cijfer van 7 of hoger geeft (op een schaal van 1 tot en met 10). De gemiddelde scores op de acht dimensies worden met een gelijk gewicht gewogen. In 2013, het startjaar van de meting, gaf 55,6 procent van de bevolking hun persoonlijk welzijn een cijfer van 7 of hoger. Dit aandeel is gestegen tot een niveau van 63,5 procent in 2018.
  • Gezonde levensverwachting mannen: dit betreft het aantal jaren dat een man naar verwachting gezond zal leven vanaf zijn geboorte. Gezondheid wordt hierbij opgevat als de afwezigheid van chronische ziekten (of lichamelijke beperkingen) of als het goed ervaren van de eigen gezondheid (inclusief de geestelijke gezondheid). De gezonde levensverwachting van mannen is toegenomen van 63,7 jaar in 2011 tot 65,0 jaar in 2017. Vrouwen leven gemiddeld langer dan mannen, maar ervaren hun gezondheid wat vaker als minder dan goed. Hun gezonde levensverwachting ligt op 63,8 jaar bij geboorte in 2017.
  • Hoogopgeleide bevolking: het onderwijsniveau van de bevolking wordt afgemeten aan het percentage hoger opgeleiden. Dit wil niet zeggen dat andere vormen van opleiding, zoals beroepsopleidingen en vakmanschap, voor de brede welvaart niet van belang zijn. Wel is het duidelijk dat hoger opgeleide mensen over het algemeen een hogere welvaart bereiken op tal van maatschappelijke terreinen (zie hoofdstuk 3). De hoogopgeleide bevolking wordt gemeten als het percentage van de bevolking van 25 tot 65 jaar dat succesvol een tertiaire opleiding (ISCED onderwijsclassificatie 2011 niveau 5–8) heeft afgerond. Dit aandeel steeg van 32,1 procent in 2011 tot 38,1 procent in 2018.
  • Vertrouwen in instituties: dit wordt gemeten als het percentage van de bevolking van 15 jaar en ouder dat voldoende vertrouwen heeft in instituties. Hierbij worden drie instituties meegenomen: Tweede Kamer, politie en rechters. Het percentage van de bevolking dat voldoende vertrouwen in deze instituties heeft, steeg van 57,5 procent in het startjaar van de meting 2012 tot 62,7 procent in 2018.
  • Vertrouwen in mensen: hier gaat het om het percentage van mensen van 15 jaar en ouder dat stelt dat mensen in het algemeen te vertrouwen zijn. Dit aandeel steeg van 58,3 procent in 2012 tot 61,7 procent in 2018.
  • Slachtofferschap van misdaad: dit is het percentage van de bevolking van 15 jaar en ouder dat als privépersoon slachtoffer van misdaad is geweest. Cybercrime is in deze cijfers overigens niet inbegrepen. Het slachtofferschap van misdaad daalde van 19,8 procent in 2012 tot 15,2 procent in 2017.
  • Kwaliteit van zwemwater binnenwateren: het percentage zwemwater (binnenwateren) dat van uitstekende kwaliteit is, steeg van 44,4 procent in 2011 tot 72,6 procent in 2018. Ondanks de warme zomer in 2018 is de waterkwaliteit constant gebleven.
  • Stedelijke blootstelling aan fijnstof (PM2,5): deze wordt uitgedrukt in het aantal microgram per m3. Fijnstof is schadelijk voor de gezondheid en leidt vooral tot een verslechtering van de conditie van mensen met hart- en longaandoeningen. De blootstelling aan fijnstof in stedelijke gebieden daalde van 16,6 microgram per m3 in 2011 naar 12,0 in 2018.
  • Beheerde natuur in NNN: dit is het percentage beheerde natuur op het totale landoppervlak. Natuur wordt in Nederland sinds 2011 beschermd binnen het NNN. Dit is het netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuur, waaronder zowel de nationale parken en de Natura 2000‑gebieden vallen, alsook agrarisch natuurbeheer en terrein aangekocht voor natuurontwikkeling. Op dit moment beslaat het areaal van het NNN ruim 20 procent van het Nederlandse landoppervlak. Het gaat hierbij om voorlopige cijfers (IPO, 2018).
  • Overgewicht: dit wordt gemeten als het percentage van de bevolking van 20 jaar en ouder met een body mass index (BMI) van 25 kg/m2 of hoger. Dit aandeel is toegenomen van 48,2 procent in 2011 tot 51,1 procent in 2018.
  • Tevredenheid met de vrije tijd: deze wordt gemeten als het percentage van de bevolking van 18 jaar en ouder dat (zeer) tevreden is met de hoeveelheid vrije tijd die ze hebben. Dit percentage is gedaald van 75,7 in 2013 tot 73,9 in 2018.
  • Tijdverlies door files en vertraging: dit is het aantal voertuigverliesuren per inwoner op het hoofdwegennet. Het wordt berekend door het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid. Het tijdverlies steeg in de periode 2011–2018 van 3,23 tot 3,93 uur per inwoner.
  • Tevredenheid met werk (werknemers): deze wordt door het CBS en TNO gemeten als het percentage werknemers in de leeftijdscategorie 15 tot 75 jaar dat (zeer) tevreden is met het werk. Dit aandeel is gedaald van 77,9 procent in 2011 tot 76,6 procent in 2018.
  • Tevredenheid met woning: dit is het percentage van de bevolking van 18 jaar en ouder dat (zeer) tevreden is met de woning. Dit aandeel is gedaald van 88,0 procent in 2013 tot 86,5 procent in 2018.
  • Contact met familie, vrienden of buren: dit is het percentage van de bevolking van 15 jaar en ouder dat gemiddeld minstens één keer per week contact heeft met familie, vrienden of buren. Dit aandeel is gedaald van 76,2 procent in 2012 tot 72,5 procent in 2018.

Meest recente veranderingen

Het dashboard brede welvaart ‘hier en nu’ laat voor zeven indicatoren in 2018 een beduidende vergroting van de brede welvaart zien. De omvang van het ‘slachtofferschap van misdaad’ daalt trendmatig. Ook in 2017 hield de daling aan. Beduidende welvaartstoenames waren tevens te zien bij de ‘persoonlijke welzijnsindex’, ‘individuele consumptie’, ‘nettoarbeidsparticipatie’, ‘inspraak en verantwoordingsplicht’, ‘ontwikkeling normen en waarden’ en ‘beheerde natuur in NNN’.

Op zes onderdelen is de brede welvaart in 2018 duidelijk gedaald: ‘ervaren regie over het eigen leven’, ‘overgewicht’, ‘tijdverlies door files en vertraging’, ‘kwaliteit van woningen’, ‘stedelijke blootstelling aan fijnstof’ en ‘milieuproblemen’. Voor twee indicatoren ging de daling gepaard met een trendomslag. De trendmatige ontwikkelingen van de indicatoren ‘tijdverlies door files en vertraging’ en ‘tevredenheid met de woning’ die tot dusverre stabiel waren, zijn omgeslagen in een verslechteringen vanuit welvaartsperspectief.

2.3.1Brede welvaart ‘hier en nu’

Brede welvaart is gestegen Trendomslag
Ontwikkeling van normen en waarden +4,0% pt
Slachtofferschap misdaad -2,1% pt
Inspraak en verantwoordingsplicht +1,9%
Beheerde natuur in NNN +1,8% pt
Individuele consumptie +1,6%
Persoonlijke welzijnsindex +1,5% pt
Nettoarbeidsparticipatie +1,1% pt
Brede welvaart is gedaald Trendomslag
Tijdverlies door files en vertragingen +6,7% grijs naar rood
Stedelijke blootstelling aan fijnstof (PM2,5) +5,1%
Milieuproblemen +3,0% pt
Kwaliteit van woningen -2,2% pt
Ervaren regie over het eigen leven -1,8% pt
Overgewicht +1,2% pt
Tevredenheid met de woning

Posities op de EU-ranglijst

Voor vier welvaartsthema’s staat Nederland door de bank genomen middenin of hoog op de Europese ranglijst. Het betreft de thema’s ‘samenleving’, ‘materiële welvaart’, ‘arbeid en vrije tijd’ alsmede ‘welzijn’. Bij het thema ‘gezondheid’ neemt Nederland een midden- tot lage positie in. Voor de thema’s ‘milieu’, ‘veiligheid’ en ‘wonen’ geldt dat de Nederlandse welvaart naar Europese maatstaven gemiddeld is.

Recentelijk is voor één indicator (binnen het thema ‘wonen’) de kleuraanduiding op de Europese ranglijst veranderd. Bij de vorige meting (2012) behoorde Nederland voor wat betreft de ‘tevredenheid met de woning’ tot de Europese voorhoede. In 2017 nam deze indicator een middenpositie in op de EU-ranglijst.

Bij de volgende indicatoren staat Nederland hoog op de Europese ranglijst:

Thema welzijn:

  • Tevredenheid met het leven: 1e van 18 landen (2016)
  • Ervaren regie over het eigen leven: 4e van 28 landen, 2017

Thema materiële welvaart:

  • Besteedbaar inkomen (mediaan gestandaardiseerd): 6e van 28 landen (2017)
  • Individuele consumptie: 6e van 27 landen (2017)

Thema arbeid en vrije tijd:

  • Nettoarbeidsparticipatie: 4e van 28 landen (2017)
  • Tevredenheid met vrije tijd: 3e van 28 landen (2013)
  • Tevredenheid met werk: 7e van 28 landen (2017)

Thema samenleving:

  • Contact met familie, vrienden of buren: 2e van 18 landen (2016). Bij de internationale vergelijking gaat het niet om buren, maar om collega’s die je sociaal ontmoet.
  • Inspraak- en verantwoordingsplicht: 2e van 28 landen (2017)
  • Vertrouwen in instituties: 2e van 18 landen (2016)
  • Vertrouwen in mensen: 2e van 18 (2016)
  • Vrijwilligerswerk: 1e van 28 (2015)

Bij de volgende indicator staat Nederland laag op de Europese ranglijst:

Thema gezondheid:

  • Gezonde levensverwachting vrouwen: 23e van 28 landen (2016). (Mannen nemen Europees gezien bij gezonde levensverwachting een middenpositie in.)

2.4Brede welvaart ‘later’

Brede welvaart ‘later’ is gedefinieerd in paragraaf 1.3.

2.4.1Dashboard brede welvaart ‘later’
per gewerkt uur (prijzen 2015) in 2017€ 150terajoules per inwoner in 20171,6gewerkte uren per inwonerper jaar in 2018774,3per gewerkt uur (prijzen 2015) in 2017€ 11,16per huishouden (lopende prijzen) in 2017€ 98019per huishouden (lopende prijzen) in 2017€ 28300megawatt elektrisch permiljoen inwoners in 2018499,3van het totale landoppervlakin 201720,3%kilogram fosfor per hectarecultuurgrond in 20172,2kilogram stikstof per hectarecultuurgrond in 2017178,2index (1990 = 100) in 2017106,3m3 per inwoner in 2016469microgram PM2,5 per m3 in 201812,0ton CO₂ per inwoner sinds 1860 in 20177,59van de bevolking 25-64 jaar heeft een hoger onderwijs diploma in 201838,1%jaren bij geboorte in 201763,8van de bevolking 15+ vindt de mees- te mensen te vertrouwen in 201861,7%van de bevolking 15+ ziet zich als lid gediscrimineerde groep in 20167,6%van de bevolking 15+ heeft voldoende vertrouwen in 201862,7%jaren bij geboorte in 201765,0Fysieke kapitaalgoederenvoorraadKenniskapitaalgoederenvoorraadGemiddelde schuld per huishoudenMediaan vermogen van huishoudensOpgesteld vermogen hernieuwbare elektriciteitBeheerde natuur in NNNFosforoverschotStikstofoverschotLiving Planet IndexOppervlakte- en grondwaterwinningStedelijke blootstelling aan fijnstof (PM2,5)Cumulatieve CO₂-emissiesHoogopgeleide bevolkingGezonde levensverwachting vrouwenGezonde levensverwachting mannenEconomisch kapitaalFossiele energiereservesNatuurlijk kapitaalGewerkte urenMenselijk kapitaalDiscriminatiegevoelensVertrouwen in institutiesVertrouwen in mensenSociaal kapitaal4evan 12in 20177evan 13in 201713evan 20in 20182evan 13in 201726evan 28in 201723evan 27in 201617evan 28in 201527evan 28in 201513evan 17in 20148evan 25in 201713evan 17in 201411evan 28in 201823evan 28in 20162evan 18in 201611evan 18in 20162evan 18in 201612evan 28in 2016