Samenvatting

In deze publicatie Klimaatverandering en energietransitie: opvattingen en gedrag van Nederlanders in 2023 staat centraal wat Nederlanders denken en doen in relatie tot de klimaatverandering en de energietransitie. De onderzoeksresultaten zijn gebaseerd op de CBS-enquête Belevingen die in 2023 geheel aan dit thema was gewijd, net als in 2020. Waar mogelijk worden de uitkomsten vergeleken met Belevingen 2020. In totaal hebben 18 327 personen van 18 jaar of ouder aan het onderzoek van 2023 deelgenomen. Aanvullend is gebruik gemaakt van andere informatiebronnen.

De thema’s zijn:

  • Opvattingen over klimaatverandering
  • Opvattingen over energietransitie
  • Duurzaam wonen
  • Duurzame mobiliteit
  • Duurzame voeding
  • Klimaatbewuste leefstijl.

Opvattingen over klimaatverandering (hoofdstuk 2)

93 procent van de Nederlanders van 18 jaar of ouder denkt dat het klimaat aan het veranderen is. 60 procent denkt dat dit geheel of vooral door de mens komt. Verder is 73 procent van de Nederlanders van mening dat de mens nog iets tegen de klimaatverandering kan doen. Tegelijkertijd zien veel mensen het als een groot probleem voor nu en in de toekomst, en maken zij zich zorgen voor toekomstige generaties. Deze uitkomsten zijn vergelijkbaar met die van 2020. Alleen het deel dat zich veel zorgen maakt voor toekomstige generaties is licht gestegen van 31 procent in 2020 naar 34 procent in 2023.

82 procent vindt het belangrijk dat de overheid zich bezighoudt met klimaatbeleid. Dat is iets minder dan drie jaar geleden toen 85 procent dit vond. 44 procent vindt het beleid nog niet ver genoeg gaan. Dat is niet veranderd ten opzichte van 2020 (42 procent). 33 procent is het ermee eens dat Nederland alleen een streng klimaatbeleid moet voeren als grote landen zoals China en Amerika dit ook doen, een groter deel (45 procent) is het daarmee oneens. Ook deze percentages zijn vergelijkbaar met die van drie jaar eerder.

Vooral grote bedrijven en industrie, luchtvaart en landen buiten de EU doen volgens de Nederlandse bevolking te weinig tegen klimaatverandering: 73 procent vindt dat respectievelijk grote bedrijven en industrie, en de luchtvaart te weinig doen om klimaatverandering tegen te gaan. 66 procent is van mening dat landen buiten de Europese Unie te weinig hieraan doen. Van boeren wordt het vaakst gevonden dat ze genoeg bijdragen aan het tegengaan van klimaatverandering.

71 procent van de bevolking denkt dat het klimaatbeleid van de overheid burgers veel geld gaat kosten. Dat is meer dan in 2020, toen 66 procent dit dacht. Van degenen die denken dat het klimaatbeleid van de overheid burgers veel geld gaat kosten maken meer dan 8 op de 10 zich hier ook zorgen over. Dat is meer dan de helft (58 procent) van de Nederlandse bevolking van 18 jaar en ouder, een stijging ten opzichte van 2020, toen 50 procent zich zorgen hierover maakte.

Vooral hoogopgeleiden, vrouwen en stedelingen zien klimaatverandering als een groot probleem, maken zich er zorgen over en vinden klimaatbeleid belangrijk. Over de kosten van het klimaatbeleid maken vooral mannen, laagopgeleiden en personen uit huishoudens met een lage welvaart zich zorgen.

Opvattingen over energietransitie (hoofdstuk 3)

Bijna de helft van de Nederlanders vindt dat aardolie (47 procent) en aardgas (48 procent) minder gebruikt zouden moeten worden; van 11 en 9 procent mag helemaal met respectievelijk aardolie en aardgas gestopt worden. Deze percentages zijn vergelijkbaar met die van 2020. Duurzame energiebronnen zoals zonne-energie, windenergie, waterkracht en aardwarmte zouden volgens een meerderheid juist meer gebruikt moeten worden. Zo is 78 procent voor meer gebruik van zonne-energie en 69 procent voor meer windenergie. Deze percentages zijn wel iets lager dan in 2020 toen respectievelijk 83 en 72 procent voorstander hiervan waren. De mening over het gebruik van biomassa is verdeeld en in de afgelopen drie jaar nauwelijks veranderd. Over het gebruik van kernenergie daarentegen is de mening wél veranderd: het deel dat vindt dat Nederland meer gebruik zou moeten maken van kernenergie steeg tussen 2020 en 2023 van 25 naar 36 procent.

Algemeen gezien is 58 procent van de Nederlandse bevolking (heel) positief over de door de overheid voorgenomen overstap van aardgas naar duurzame energie, een groter deel dan in 2020 (53 procent); 15 procent is hierover (heel) negatief, een kleiner deel dan in 2020 (19 procent). Vooral vrouwen, jongeren, hoogopgeleiden en stedelingen staan positiever tegenover deze transitie.

Twee op de drie Nederlanders (66 procent) zijn in het algemeen voor de bouw van nieuwe windmolens in Nederland. Dat is iets minder dan in 2020 toen 71 procent voorstander hiervan was. Ruim de helft (51 procent) vindt dat de windmolens op zowel zee als land moeten worden gebouwd. De steun voor windmolens in de eigen woonomgeving is een stuk kleiner: 19 procent is voorstander en 33 procent tegenstander. De meesten (43 procent) geven aan dat het ervan afhangt of ze voor of tegen zijn. Dat was in 2020 ook al zo.

Duurzaam wonen (hoofdstuk 4)

Warmtepomp

7 procent van de Nederlandse huishoudens heeft een warmtepomp. Dit komt neer op bijna 600 duizend huishoudens. Bij bijna 5 procent van de huishoudens betreft het een volledig elektrische pomp, bij bijna 3 procent gaat het om een hybride pomp. Ruim drie kwart is tevreden of heel tevreden over hun warmtepomp.

Van de huishoudens in een eengezinskoopwoning overweegt 22 procent binnen twee jaar een warmtepomp aan te schaffen. Het grootste deel (64 procent) is dit echter niet van plan. Voor degenen die overwegen op korte termijn een warmtepomp aan te schaffen is de hoge prijs het belangrijkste knelpunt dat hen doet twijfelen. Voor huishoudens die voorlopig geen warmtepomp willen aanschaffen zijn de kosten niet de belangrijkste reden. Dat zij willen wachten tot het huidige systeem aan vervanging toe is of dat de woning ongeschikt is worden vaker genoemd.

Zonnepanelen

Ruim een derde van de huishoudens (35 procent) zegt dat hun woning of het gebouw waarin zij wonen zonnepanelen heeft. Dat zijn bijna 2,9 miljoen huishoudens. Van de huishoudens in een eengezinskoopwoning heeft de helft zonnepanelen. Ze zijn vrijwel allemaal (96 procent) tevreden over hun zonnepanelen. Ongeveer een kwart overweegt in de komende 2 jaar zonnepanelen aan te schaffen.

Net als bij de warmtepomp zijn de kosten het belangrijkste knelpunt voor huishoudens die overwegen op korte termijn zonnepanelen aan te schaffen. Voor degenen die voorlopig geen zonnepanelen willen plaatsen zijn de aanschafkosten niet de belangrijkste reden. Een te lange terugverdientijd of een ongeschikt dak worden vaker genoemd.

Isolatie

Ruim 60 procent is van mening dat hun woning (heel) goed geïsoleerd is. Dit komt neer op bijna 5 miljoen huishoudens. Ruim een kwart (27 procent) beoordeelt de isolatie van de woning als matig en 12 procent als (heel) slecht.

Van de huishoudens in een matig of (heel) slecht geïsoleerde eengezinskoopwoning is 11 procent momenteel bezig met isolatieverbetering, overweegt 57 procent dit binnen twee jaar te doen, en geeft 28 procent aan voorlopig geen isolerende maatregelen te willen nemen. Ook hier zijn voor de huishoudens die isolatieverbetering overwegen de kosten het belangrijkste knelpunt. Voor degenen die voorlopig geen isolatieverbetering overwegen spelen de kosten ook een belangrijke rol, maar vaker nog geven zij als reden dat hun woning niet of minder geschikt hiervoor is.

Kleinere energiebesparende maatregelen

Naast grote, min of meer eenmalige investeringen zoals de aanschaf van een warmtepomp, zonnepanelen, of betere woningisolatie kunnen huishoudens ook kleinere maatregelen treffen of hun gedrag aanpassen om energie te besparen. De verwarming minder hoog zetten wordt het vaakst genoemd: 88 procent van de huishoudens zegt dit in de afgelopen twee jaar te hebben gedaan. Ook gaf een groot deel (78 procent) aan zuinige apparatuur of lampen te hebben gekocht (78 procent) of stekkers uit te trekken van apparaten die niet worden gebruikt (67 procent). Ruim de helft van de huishoudens zegt in de afgelopen twee jaar kleine aanpassingen aan de woning te hebben gedaan om het energieverbruik terug te brengen, zoals het plaatsen van tochtstrips of dichten van kieren.

Aardgasvrij wonen

13 procent van alle huishoudens geeft aan geen gas in hun woning te gebruiken, bijvoorbeeld voor het verwarmen van de woning, voor warm water of om te koken. De meest genoemde reden om de woning (nog) niet aardgasvrij te maken is dat het niet kan of te duur is. Van de huishoudens in een niet-aardgasvrije eengezinskoopwoning zegt 67 procent dat het hen zou helpen om te besluiten de woning aardgasvrij te maken als er geen of weinig kosten mee gemoeid zouden zijn. 57 procent zegt dat het zou helpen als ze zeker zouden weten dat ze niet in de kou komen te zitten, 53 procent als het allemaal voor hen geregeld zou worden, en 48 procent als ze meer informatie of voorlichting over de mogelijkheden zouden krijgen.

Hout stoken

15 procent van de huishoudens geeft aan dat hun woning een haard of kachel heeft waarin hout of houtpellets verbrand kunnen worden. Het stoken van hout of houtpellets is iets toegenomen: in 2023 geeft 30 procent van de huishoudens met een haard of kachel aan in de afgelopen 12 maanden meer te hebben gestookt dan voorheen. 31 procent zegt evenveel te hebben gestookt dan voorheen. Minder dan 20 procent heeft de haard of kachel minder vaak aangestoken. De belangrijkste reden voor het meer stoken is de hoge gasprijs; 84 procent geeft dit aan. De meeste huishoudens die minder hout hebben gestookt dan voorheen doen dit voor het klimaat (44 procent).

Koeling bij hitte in huis

Ongeveer een derde van de huishoudens (34 procent) geeft aan dat zij de woning niet koel genoeg kunnen houden op warme dagen. Ruim 1 op de 10 huishoudens (12 procent) geeft aan vaste airconditioning te hebben waarmee zij de woning koelen, 6 procent gebruikt hiervoor een mobiele airco. De meeste warmtepompen kunnen ook koelen. Ruim een derde (36 procent) van de huishoudens met een warmtepomp zegt deze ook te gebruiken om te koelen. Er zijn ook nog andere manieren waarop de woning op warme dagen gekoeld kan worden. 72 procent zet ’s avonds en/of ’s nachts de ramen open, 65 procent houdt overdag de ramen dicht en 62 procent houdt de gordijnen dicht. Ruim de helft (53 procent) van de huishoudens maakt gebruik van een zonnescherm of rolluiken en 35 procent van een ventilator.

Duurzame mobiliteit (hoofdstuk 5)

Gebruik auto

In 2022 gebruikte 32 procent van de Nederlanders van 18 jaar of ouder de auto (vrijwel) dagelijks als bestuurder. In 2019, voor de coronapandemie, was dat nog 37 procent. In Belevingen 2023 zegt 79 procent van de automobilisten de auto weleens bewust te laten staan, een percentage dat vergelijkbaar is met dat van 2020. De meest genoemde reden om dit te doen is meer beweging (49 procent), op afstand gevolgd door het bijdragen aan een beter milieu of klimaat (17 procent). Ook deze percentages zijn vrijwel gelijk aan die van drie jaar eerder. Het deel dat aangaf de auto weleens te laten staan om geld te besparen is wel toegenomen, namelijk van 9 procent in 2020 naar 14 procent in 2023.

Gebruik OV en fiets

In 2022 reisde ruim 4 procent van de Nederlanders van 18 jaar of ouder (bijna) dagelijks met het openbaar vervoer, tegen 8 procent in 2019. Ruim 31 procent van de volwassenen zei in 2022 (bijna) dagelijks te fietsen, tegen 35 procent in 2019.

Aanschaf elektrische auto

Begin 2023 had 2,7 procent van de particuliere huishoudens een volledig elektrische auto of een plug-in hybride auto. Begin 2020 was dit 0,6 procent. Uit Belevingen 2023 blijkt dat 3 procent van alle huishoudens aangeeft concrete plannen te hebben om de komende twee jaar een volledig elektrische auto te kopen of leasen. In 2020 was dat 2 procent. De meesten overwegen dit vanwege het milieu of klimaat. Hoge kosten zijn de meest genoemde reden om geen elektrische auto aan te schaffen, maar ook het niet kunnen afleggen van grote afstanden en – vaker dan drie jaar geleden – te weinig laadpalen worden vaak genoemd evenals de oplaadtijd.

Maximumsnelheid op Nederlandse snelwegen

In vergelijking met 2020 zijn meer mensen het eens met de maximumsnelheid van 100 kilometer per uur op de Nederlandse snelweg: 46 procent in 2023 tegenover 41 procent drie jaar eerder. Het percentage dat vindt dat de snelheid overdag verder ingeperkt moet worden tot 90 kilometer per uur of minder is gestegen van 3 naar 6 procent. Een maximumsnelheid overdag van 120 of 130 kilometer per uur wordt door 33 procent gesteund, een kleinere groep dan in 2020 toen 40 procent hier voorstander van was.

Vlieggedrag

In 2023 geeft 41 procent van de Nederlanders van 18 jaar of ouder aan in de afgelopen 12 maanden minimaal één keer met het vliegtuig te hebben gereisd. Dat is minder dan in 2020, toen 46 procent dit zei. Voor 85 procent van hen ging het om een vakantiereis of citytrip. 15 procent van de volwassenen is per vliegtuig buiten Europa op vakantie geweest, tegen 19 procent in 2020.

Ruim een kwart (27 procent) van de personen die weleens hebben gevlogen voelen zich hierover schuldig vanwege het klimaat. Dat is meer dan drie jaar eerder (19 procent). Van de mensen die weleens met het vliegtuig op vakantie gaan is 71 procent zeker of misschien bereid dit minder vaak te doen omwille van het klimaat. Ook dit is een hoger percentage dan in 2020 (64 procent). Daar staat tegenover dat, net als in 2020, ongeveer twee op de drie niet bereid zijn om vliegvakanties helemaal op te geven voor het klimaat.

Duurzame voeding (hoofdstuk 6)

Vleesconsumptie

5 procent van de Nederlanders van 18 jaar of ouder (bijna 700 duizend personen) geeft aan geen vlees te eten; 2 procent (ongeveer 300 duizend personen) is strikt vegetariër en eet vlees noch vis. 0,5 procent eet volledig plantaardig (ongeveer 77 duizend personen). 47 procent van de volwassenen eet op z’n hoogst 4 dagen in de week vlees. 29 procent eet 5 of 6 dagen per week vlees en 19 procent elke dag. Deze percentages zijn niet wezenlijk veranderd ten opzichte van 2020.

35 procent heeft naar eigen zeggen minder vlees gegeten in het afgelopen jaar. Ook dit is niet wezenlijk veranderd ten opzichte van 2020.

34 procent van de vleeseters vindt dat ze eigenlijk (nog) minder vlees zouden moeten eten. In 2020 was dit 37 procent, maar hierbij kan meespelen dat een deel van de vleeseters in 2023 mogelijk al minder vlees eet dan drie jaar eerder. De mensen die al af en toe geen vlees eten vinden vaker dat ze hun vleesconsumptie (nog) verder zouden moeten minderen dan degenen die iedere dag vlees eten.

70 procent van de vleeseters wil het eten van vlees niet helemaal opgeven. Ook hier is er een klein verschil met 2020 toen 67 procent dit zei.

Als reden om geen vlees of beperkt vlees te eten wordt zorg voor het klimaat het vaakst genoemd. In 2020 was dat nog gezondheid. Als belangrijkste of enige reden om geen of beperkt vlees te eten werden drie jaar geleden gezondheid en ‘geen behoefte’ het vaakst genoemd, maar nu geldt dit ook voor zorg voor het klimaat en dierenwelzijn. Elk van deze vier redenen wordt in 2023 door 9 á 10 procent van de volwassenen als doorslaggevend genoemd. Opvallend is de opmars van de prijs van vlees als reden: in 2020 gaf 3 procent aan hierom minder vlees te eten, in 2023 is dit 9 procent. Het percentage dat de vleesprijs als enige of belangrijkste reden noemt is toegenomen van 1 procent naar 5 procent.

Vooral hoogopgeleiden, stedelingen en vrouwen eten vaker geen of minder vlees vanwege het klimaat.

Zuivelconsumptie

Ongeveer de helft (51 procent) van de volwassen Nederlanders eet of drinkt naar eigen zeggen 1 of 2 porties zuivel per dag. 23 procent consumeert meer porties per dag, 22 procent eet of drinkt niet elke dag zuivel en 4 procent doet dit nooit.

11 procent van de volwassenen heeft in de afgelopen 12 maanden naar eigen zeggen minder zuivel geconsumeerd. De meerderheid, 79 procent, zegt echter dat hun zuivelconsumptie ongeveer gelijk is gebleven en 6 procent geeft aan meer zuivel te hebben gegeten of gedronken dan voorheen.

Gezondheid wordt het vaakst genoemd als reden om minder zuivel te consumeren: voor 42 procent van de minderaars is dit één van de redenen, voor 33 procent zelfs de belangrijkste reden. Ook het klimaat wordt vaak genoemd: voor 28 procent is dit één van de redenen, voor 16 procent de belangrijkste.

Klimaatbewuste leefstijl (hoofdstuk 7)

Bijna 2 op de 10 Nederlanders van 18 jaar of ouder (18 procent) zijn van mening dat de eigen invloed op klimaatverandering zo beperkt is, dat het niet uitmaakt wat ze doen of laten. Ruim 5 op de 10 Nederlanders (53 procent) daarentegen denken dat dit wel uitmaakt. Dit deel is kleiner dan in 2020 toen 58 procent deze mening was toegedaan. Ook weten minder mensen wat ze zelf kunnen doen om klimaatverandering tegen te gaan. In 2023 zegt 62 procent dit te weten tegen 66 procent in 2020. Als het gaat om hoe klimaatbewust mensen vinden dat zij leven, geven Nederlanders zichzelf gemiddeld een 6,7 (op een schaal van 1 ’ik leef niet klimaatbewust’ tot en met 10 ’ik leef heel erg klimaatbewust’). Tegelijkertijd vindt 57 procent van de volwassen bevolking dat ze klimaatbewuster zouden moeten leven. Dit percentage is vergelijkbaar met dat van 2020.

Wat betreft concrete alledaagse gedragingen zegt vrijwel iedereen (96 procent) altijd of vaak het licht uit te doen in kamers waar niemand is, een percentage dat gelijk is aan dat van 2020. En 78 procent zegt bij kou altijd of vaak voor een warme trui of deken te kiezen in plaats van de verwarming hoger te zetten, een percentage dat hoger is dan drie jaar geleden (69 procent). Het deel volwassenen dat altijd of vaak korter dan 5 minuten doucht is tussen 2020 en 2023 toegenomen van 50 naar 63 procent. Tweedehands kleding wordt meer gedragen: in 2020 zei 13 procent dit altijd of vaak te doen tegen 18 procent in 2023. Het percentage dat altijd of vaak de auto neemt voor afstanden korter dan 5 kilometer was in beide jaren 28 procent. Verder geeft 87 procent in 2023 aan altijd of vaak afval te scheiden en 85 procent zet altijd of vaak de verwarming uit in kamers waar niemand is. Deze twee laatste vormen van milieuvriendelijk gedrag zijn in 2023 voor het eerst gemeten.

Klimaatbewuste mensen gedragen zich relatief vaak maar niet altijd milieuvriendelijk. Mensen die klimaatbewust zijn, dat wil zeggen die klimaatverandering op dit moment als een groot probleem ervaren en zich veel zorgen maken over de gevolgen hiervan voor toekomstige generaties, gedragen zich op verschillende terreinen milieuvriendelijker dan degenen die zich minder of niet om het klimaat bekommeren. Zo pakken klimaatbewuste mensen bij kou vaker een warme trui of deken, doen ze vaker de verwarming uit, douchen ze korter, gebruiken ze minder vaak de auto voor korte afstanden, scheiden ze vaker afval en zijn ze vaker gestopt met het eten van vlees in vergelijking met mensen die klimaatverandering niet of minder als een probleem zien. Maar er zijn ook terreinen waar beide groepen niet verschillen in milieuvriendelijk gedrag. Zo verschilt het percentage dat in de afgelopen 12 maanden met het vliegtuig reisde nagenoeg niet tussen beide groepen, evenals het percentage dat zonnepanelen heeft.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

niets (blanco) een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
0 (0,0) het cijfer is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
* voorlopige cijfers
** nader voorlopige cijfers
- (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
2016-2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/'17 oogstjaar, boekjaar, schooljaar, enz. beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2004/'05-2016/'17 oogstjaar enz., 2004/'05 tot en met 2016/'17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Rianne Kloosterman

Math Akkermans

Eveline Vandewal

Maartje Tummers – van der Aa

Carin Reep

Hermine Molnár – in ’t Veld