Foto omschrijving: Twee studenten zitten in een raamopening van een studentenhuis.

Wonen

Auteur: Jesper van Thor

Onder jonge huishoudens die wonen in een zelfstandige woning verdubbelde het aandeel in een private huurwoning tussen 2012 en 2024. Het aandeel in een corporatie- of koopwoning nam daarentegen af. Een ruime meerderheid van de jongeren is tevreden met hun woning. Wel namen problemen met vocht en schimmel in de woning toe. Er zijn steeds meer thuiswonende jongeren die wel willen verhuizen maar niets kunnen vinden: bij degenen die nog in het ouderlijk huis wonen en al werken geldt dit voor bijna 1 op de 3. De maandelijkse woonlasten namen tussen 2018 en 2023 toe. Toch nam het deel van het inkomen dat jongeren kwijt zijn aan woonlasten af, omdat hun inkomens nog sterker toenamen.

11.1Woonsituatie

In 2024 woonde 17 procent van de jonge huishoudens, dat wil zeggen met een hoofd­bewoner tussen de 18 en 30 jaar, in een onzelfstandige woonruimte. Dit is een woonruimte die gedeeld wordt met andere bewoners, waarbij men geen eigen voordeur heeft of voorzieningen als badkamer, toilet en/of keuken deelt. Vaak gaat het bij jongeren om een kamer in een studentenhuis of bij een hospita. Het overige deel van de jonge huishoudens (83 procent) woonde in een zelfstandige woonruimte.

Aandeel jongeren met private huurwoning verdubbeld

Jonge huishoudens met een zelfstandige woning wonen naar verhouding vaak in een private huurwoning. In de periode 2012–2024 steeg het aantal jonge huishoudens die zelfstandig wonen met 98 duizend, tot 847 duizend. Het deel in een private huurwoning verdubbelde van 23 procent in 2012 naar 48 procent in 2024. Het deel dat een corporatiewoning huurt, daalde van 38 naar 25 procent en het deel in een koopwoning van 38 naar 27 procent.

11.1.1 Jonge huishoudens in zelfstandige woonruimte (%)
Jaartal Koopwoning Huurt van woningcorporatie Huurt van private verhuurder
2012 38,4 38,4 23,2
2015 33,7 38,2 28,1
2018 34,1 29,7 36,2
2021 31,0 28,7 40,3
2024 27,2 24,9 47,9
Bron: CBS, WoON

WoonOnderzoek Nederland (WoON)

Het merendeel van de resultaten in dit hoofdstuk is gebaseerd op het WoON, een representatief vragenlijstonderzoek onder personen van 18 jaar en ouder in particuliere huishoudens in Nederland. Het belangrijkste doel van het WoON is het verzamelen van statistische informatie over de woonsituatie van de Nederlandse bevolking en haar wensen en behoeften op het gebied van wonen.

Het WoON is een samenwerking tussen het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO). Het onderzoek vindt driejaarlijks plaats. De meest recente cijfers hebben betrekking op 2024 en zijn gebaseerd op de antwoorden van ruim 41 duizend respondenten.

De gegevens over de betaalbaarheid van het wonen (de woonlasten en woonquote) in paragraaf 11.4, zijn afkomstig uit de Woonbase.

74% van de jonge huishoudens is tevreden over de huidige woning

11.2Ervaren woonkwaliteit

In 2024 was bijna driekwart van de jonge hoofdbewoners tevreden of zeer tevreden met de huidige woning. Jongeren in een koopwoning zijn vaker tevreden dan huurders: respectievelijk 89 en 69 procent. Onder huurders verschilt de tevredenheid nauwelijks tussen degenen in een corporatiewoning en die in een private huurwoning.

11.2.1 Tevredenheid van jonge huishoudens over huidige woning (%)
Wonen 2012 2015 2018 2021 2024
Jonge huishoudens totaal 82,8 80,8 78,3 78,3 74,4
Koopwoning 91,0 90,5 91,5 94,1 89,3
Huurt van woningcorporatie 74,8 70,5 67,3 68,6 68,9
Huurt van private verhuurder 82,3 83,2 74,8 73,0 68,9
Bron: CBS, WoON

Het deel van de jonge huishoudens dat tevreden is met de woning nam af, van 78 procent in 2021 naar 74 procent in 2024. Zowel jongeren met een koopwoning als jongeren met een private huurwoning waren minder tevreden.

Onder jongeren die huren van een woningcorporatie daalde de tevredenheid over de woning tot 2018 relatief sterk, maar blijft sindsdien vrij stabiel. Waar de tevredenheid van corporatie- en private huurders in het verleden nog flink uiteenliep, was deze in 2024 gelijk tussen beide groepen (69 procent).

Ruim de helft van de jonge huurders krijgt de woning niet aangenaam koel

Jongeren is ook gevraagd naar hun oordeel over diverse aspecten van de kwaliteit van de woning. Het lukt jonge huishoudens naar eigen zeggen vooral niet om hun woning bij warm weer aangenaam koel te krijgen. Dit was in 2024 het geval bij ruim de helft van de jongeren die huren. Maar ook 36 procent van de jongeren met een koopwoning had hiermee te maken.

Daarnaast kampte een deel van de jonge huishoudens met tocht in de woning (34 procent) of vocht- of schimmelproblemen (32 procent), en was volgens 19 procent de onderhouds­staat van de woning slecht. Huurders zijn over al deze aspecten minder vaak tevreden dan woningeigenaren. De ervaren kwaliteit van de diverse woningaspecten verschilt nauwelijks tussen degenen in een corporatiewoning en die in een private huurwoning.

11.2.2 Oordeel jonge huishoudens over kwaliteit woning (%)
Aspecten kwaliteit woning Totaal Koopwoning Huurwoning
Niet aangenaam koel¹⁾ . . .
2024 48,4 36,1 53,0
Niet aangenaam warm . . .
2024 13,4 6,1 16,2
2021 11,2 4,3 14,3
2018 12,0 5,3 15,5
Tocht in de woning . . .
2024 34,3 27,7 36,8
2021 32,0 24,8 35,2
2018 38,9 29,0 44,0
Onderhoudsstaat slecht . . .
2024 19,0 8,1 23,1
2021 16,2 8,4 19,7
2018 17,9 8,3 22,8
Vocht of schimmel . . .
2024 32,2 21,9 36,1
2021 22,2 15,4 25,3
2018 27,6 18,9 32,1
Bron: CBS, WoON
1) Cijfers over het aangenaam koel houden van de woning zijn enkel beschikbaar voor 2024.

Meer jonge huishoudens hebben last van vocht- of schimmelproblemen

Tussen 2021 en 2024 nam vooral het aandeel jonge huishoudens toe dat last heeft van vocht- of schimmelproblemen in de woning, van 22 naar 32 procent. Vooral jongeren met een private huurwoning hadden hier meer last van (+13 procentpunten). Jongeren waren ook iets minder te spreken over de onderhoudsstaat van hun woning, hadden iets vaker last van tocht in de woning of kregen de woning niet aangenaam warm. Deze verschillen waren echter kleiner.

Bijna 8 op 10 jonge huishoudens tevreden over woonomgeving

Net als in eerdere jaren was het merendeel van de jonge huishoudens in 2024 tevreden of zeer tevreden over de woonomgeving (79 procent). Woningeigenaren waren vaker tevreden over hun woonomgeving (85 procent) dan private huurders (79 procent) en sociale huurders (71 procent).

Cijfers over personen en over huishoudens

Vrijwel alle resultaten in dit hoofdstuk hebben betrekking op huishoudens. De enige uitzondering hierop zijn de cijfers over verhuiswensen (paragraaf 11.3): deze zijn gebaseerd op personen (18 tot 30 jaar).

Bij jonge huishoudens gaat het om huishoudens met een hoofdbewoner tussen 18 en 30 jaar. In het WoON wordt van ieder huishouden vastgesteld wie de kernleden zijn. Wanneer er sprake is van één kernlid, bijvoorbeeld bij alleenstaanden of eenoudergezinnen, dan is deze persoon de hoofdbewoner van het huishouden. Bij paren met twee kernleden is dit de (oudste) man, of anders de oudste vrouw.

In dit hoofdstuk hebben de cijfers over huishoudens dus enkel betrekking op jongeren die hoofdbewoner zijn. Jongeren die niet tot de kern van een huishouden behoren, omdat ze bijvoorbeeld nog bij hun ouders wonen, worden daarbij buiten beschouwing gelaten.

32% van thuiswonende werkzame jongeren wil verhuizen maar kan niets vinden

11.3Verhuiswens

Aan jongeren is gevraagd of zij binnen twee jaar willen verhuizen. Zowel het aandeel jongeren dat beslist niet wil verhuizen als het aandeel dat beslist wel wil verhuizen (of al iets gevonden heeft) is de afgelopen jaren afgenomen. Het aandeel jongeren dat zegt te willen verhuizen maar niets te kunnen vinden is juist flink toegenomen. In 2024 gold dit voor 19 procent van alle 18- tot 30‑jarigen. In 2018 was dit nog 6 procent. Dat kwam in 2024 neer op 513 duizend 18- tot 30‑jarigen, een verdrievoudiging ten opzichte van 2018.

11.3.1 Jongeren die wel/niet binnen twee jaar willen verhuizen (%)
Beslist niet Eventueel wel, misschien/weet niet Zou wel willen, kan niets vinden Beslist wel/al iets gevonden
Totaal 18 tot 30 jaar . . . .
2024 28 30 19 23
2021 32 31 11 26
2018 34 32 6 28
. . . .
Zelfstandige woonsituatie . . . .
2024 35 31 11 23
2021 36 31 9 23
2018 40 31 5 24
. . . .
Woont thuis, volgt onderwijs . . . .
2024 30 33 21 17
2021 35 34 9 22
2018 35 35 5 25
. . . .
Woont thuis, werkzaam/uitkering . . . .
2024 17 27 32 24
2021 23 26 17 33
2018 25 28 12 35
Bron: CBS, WoON

Groter deel van thuiswonende werkzame jongeren kan naar eigen zeggen geen woning vinden

Van de meerderjarige jongeren die nog in het ouderlijk huis wonen en waarvan de belangrijkste inkomensbron werk of een uitkering is, wil 32 procent verhuizen maar kan niets vinden. In 2018 gold dit nog voor 12 procent. Ook onder thuiswonende jongeren die onderwijs volgen, zegt een deel (21 procent) wel te willen verhuizen maar niets te kunnen vinden. Dat is een verviervoudiging ten opzichte van 2018. Bij 18- tot 30‑jarigen die al zelfstandig wonen, speelt dit minder: in 2024 zei 11 procent te willen verhuizen, maar niets te kunnen vinden.

Niet alleen nam het aandeel thuiswonende jongeren met werk of een uitkering dat geen woning kan vinden toe, ook de omvang van de groep jongeren die in het ouderlijk huis woont en al werkt groeide. Tussen 2018 en 2024 nam hun aantal toe met 33 procent, tot 624 duizend. Ter vergelijking: in diezelfde periode nam het totaal aantal jongeren van 18 tot 30 jaar toe met 7 procent.

11.4Betaalbaarheid van het wonen

De mediane maandelijkse woonlasten van jonge huishoudens bedroegen in 2023 (het meest recente jaar waarover deze cijfers beschikbaar zijn) 826 euro. Jonge woningeigenaren betalen maandelijks gemiddeld iets meer dan jonge huurders. Binnen de groep huurders valt vooral het verschil tussen bewoners van een corporatiewoning (581 euro) en een private huurwoning (1 026 euro) op.

Bij jongeren in een private huurwoning namen de maandelijkse woonlasten tussen 2018 en 2023 het meest toe, met 24 procent. Jonge huurders van een corporatiewoning betaalden in 2023 9 procent meer dan in 2018, en jonge woningeigenaren 5 procent meer. Door deze ontwikkelingen was het verschil in maandelijkse woonlasten tussen eigenaren en huurders in 2023 (87 euro) kleiner dan in 2018 (191 euro).

11.4.1 Mediane maandelijkse woonlasten1) jonge huishoudens (euro)
Jaartal Totaal jonge huishoudens In koopwoning In huurwoning totaal In corporatiewoning In private huurwoning
2018 716 831 640 531 829
2019 738 828 673 545 868
2020 728 800 676 534 880
2021 756 792 729 563 936
2022 757 796 728 537 943
2023* 826 876 789 581 1026
Bron: CBS, Woonbase
1) Het gaat om nominale bedragen, niet gecorrigeerd voor inflatie

Jonge huishoudens zijn kleiner deel van inkomen kwijt aan woonlasten dan in 2018

Naast de absolute uitgaven aan wonen biedt ook de zogeheten woonquote inzicht in de betaalbaarheid van wonen. Dit is het aandeel van het huishoudensinkomen dat opgaat aan woonlasten. In 2023 varieerde dit van 18,9 procent bij jonge woningeigenaren tot 29,8 procent bij jongeren in een private huurwoning.

Het deel van hun inkomen dat jonge huishoudens uitgeven aan wonen is tussen 2018 en 2022 kleiner geworden: de mediane woonquote daalde van 28,5 procent naar 23,8 procent. In 2023 zette deze daling niet door. Dat jongeren, ondanks hogere woonlasten, een kleiner deel van het inkomen kwijt zijn aan wonen, komt doordat hun inkomen in die periode nog sterker is gestegen dan hun woonlasten. De woonquote onder jongeren daalde de afgelopen jaren het meest bij eigenaren en huurders van corporatiewoningen. Zij zijn hiermee een kleiner deel van hun inkomen kwijt aan woonlasten.

11.4.2 Mediane woonquote jonge huishoudens (% van huishoudensinkomen)
Jaartal Totaal jonge huishoudens In koopwoning In huurwoning totaal In corporatiewoning In private huurwoning
2018 28,5 23,9 31,7 31,1 32,8
2019 28 22,8 31,4 30,6 32,8
2020 26,5 21,1 29,9 28,9 31,5
2021 26,5 19,7 30,4 29,2 31,9
2022 23,8 18,5 26,9 24,4 30,0
2023* 24,5 18,9 27,1 24,9 29,8
Bron: CBS, Woonbase

11.5Begrippen

Hoofdbewoner van een huishouden

Aan de particuliere huishoudens is een leeftijd toegekend. Deze toekenning wordt gedaan op basis van één persoon uit het huishouden: de hoofdbewoner, ofwel de referentie­persoon. De referentiepersoon is het lid van het huishouden ten opzichte van wie de posities van de andere leden in het huishouden worden bepaald, en van wie de kenmerken eventueel ook aan het huishouden worden toegekend. De referentiepersoon is als volgt gekozen: als er een paar is binnen het huishouden: de man; als het paar van gelijk geslacht is: de oudste van het paar; in een eenouderhuishouden: de ouder; in een overig huishouden: de oudste meerderjarige man of – als deze ontbreekt – de oudste meerderjarige vrouw.

Mediaan

De mediaan is de middelste waarde van een verdeling van cijfers, geordend van laag naar hoog. De helft van de populatie heeft een waarde onder de mediaan, de andere helft daarboven. Hierdoor is de mediaan minder gevoelig voor extreme waarden dan het gemiddelde.

Woonlasten

De totale woonlasten zijn de totale maandelijkse lasten die een huishouden kwijt is aan wonen. Naast de netto woonlasten van huurders (de kale huur en subsidiabele servicekosten minus eventuele huurtoeslag) en eigenaren (de hypotheeklasten, belastingen en heffingen voor eigenaren en Vereniging van Eigenaren (VvE), onderhoud en opstal minus het belasting­voordeel vanwege de eigen woning) zijn ook de bijkomende woonlasten meegenomen. Deze bijkomende woonlasten betreffen de heffingen voor gebruikers en de kosten van energie en waterverbruik. De energietoeslag in 2022 en 2023 en de korting op de energierekening in 2022 zijn van de bijkomende woonlasten afgetrokken.

Woonquote

Het percentage van het besteedbaar huishoudinkomen dat besteed wordt aan de totale woonlasten. Het gehanteerde inkomen bij de Woonbase betreft het betaalbudget. Het betaalbudget is het netto inkomen uit tegenwoordige of verleden arbeid, uit kapitaal en uitkeringen, dus na aftrek van belastingen en premies. In afwijking van het besteedbare inkomen worden hier geen uitgaven in verrekend (zoals betaalde hypotheekrente en zorgverzekeringspremie) en ook geen compensaties voor uitgaven (zoals toeslagen en belastingteruggave voor de eigen woning). De totale woonlasten van huishoudens bevat de netto woonlasten plus de bijkomende woonlasten.

11.6Meer informatie en literatuur

Meer informatie

Meer informatie over het WoonOnderzoek Nederland (WoON) is te vinden in de onderzoeksbeschrijving.

Meer informatie over de Woonbase is te vinden op de website van het CBS.

Cijfers over de tevredenheid met de woning en woonomgeving van particuliere huishoudens in zelfstandige woningen, voor zowel eigenaren als huurders uitgesplitst naar verschillende kenmerken van het huishouden en de woning, zijn te vinden op StatLine.

Regionale cijfers over de tevredenheid met de woning en woonomgeving van particuliere huishoudens in zelfstandige woningen, voor zowel eigenaren als huurders uitgesplitst naar verschillende kenmerken van de woning, zijn te vinden op StatLine.

Regionale cijfers over de tevredenheid met de woning en woonomgeving van particuliere huishoudens in zelfstandige woningen, voor zowel eigenaren als huurders uitgesplitst naar verschillende kenmerken van het huishouden, zijn te vinden op StatLine.

Cijfers over de woonlasten van particuliere huishoudens in een woonruimte met een woonfunctie in voorraad, voor zowel eigenaren als voor huurders van een woning­corporatie en huurders van een niet-woningcorporatie, en uitgesplitst naar verschillende kenmerken van het huishouden en de woning, zijn te vinden op StatLine.

Regionale cijfers over de woonlasten van particuliere huishoudens in een woonruimte met een woonfunctie in voorraad, voor zowel eigenaren als voor huurders van een woning­corporatie en huurders van een niet-woningcorporatie, en uitgesplitst naar verschillende kenmerken van het huishouden en de woning, zijn te vinden op StatLine.

Literatuur

CBS (2025, 23 juni). Wooncarrière starters begint vaak in een private huurwoning. CBS nieuwsbericht.

CBS (2025, 5 juni). Aandeel woonlasten in inkomen in de periode 2018–2023 gedaald. CBS nieuwsbericht.

CBS (2025, 17 april). Ruim kwart thuiswonende jongeren wil uit huis maar kan geen woning vinden. CBS nieuwsbericht.

CBS (2025, 10 april). 1 op de 5 huishoudens heeft last van vocht of schimmel in de woning. CBS nieuwsbericht.

CBS (2024, 19 juni). Jongeren die graag het huis uit willen lukt dat minder vaak. CBS nieuwsbericht.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

niets (blanco) een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
0 (0,0) het cijfer is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
* voorlopige cijfers
** nader voorlopige cijfers
- (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
2016-2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/'17 oogstjaar, boekjaar, schooljaar, enz. beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2004/'05-2016/'17 oogstjaar enz., 2004/'05 tot en met 2016/'17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

1. Inleiding

Jessica Kofi (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)

2. Jongeren in Nederland

Saskia te Riele

3. Jeugdzorg en Veilig Thuis

Rudi Bakker

4. Opgroeien in de bijstand

Noortje Pouwels-Urlings

5. School

Sascha de Breij, Lixin Lakeman

6. Werk

Jannes Kromhout

7. Roken, vapen, alcohol, drugs en voeding

Jan-Willem Bruggink

8. Criminaliteit en veiligheid

Mathilde Kennis, Rob Kessels

9. Jongeren in Caribisch Nederland

Suzanne Loozen, Corina Huisman, Mark Ramaekers

10. Welzijn

Moniek Coumans

11. Wonen

Jesper van Thor

Redactie

Linda Fernandez Beiro

Francis van der Mooren

Robert de Vries

Eindredactie

Saskia Stavenuiter