Foto omschrijving: Een schooljongen werkt in de kerstvakantie bij een kweker. Hij helpt bij de spoelerij door de bloembollen gelijkmatig te verdelen in de kisten.

Werk

Auteur: Jannes Kromhout

In 2024 nam het percentage werkende jongeren licht af. In totaal waren er ruim 2 miljoen jongeren aan het werk. Daarvan wilden er 279 duizend meer uren werken en waren daarvoor beschikbaar. Van de niet-werkende jongeren waren er 177 duizend op zoek naar werk en beschikbaar. Van hen wilden de niet-onderwijsvolgenden de meeste uren (extra) gaan werken. Ruim driekwart van de jonge werknemers is tevreden met hun baan. Ook zeggen ze goede leidinggevenden, een goed salaris en werkzekerheid de belangrijkste arbeidsvoorwaarden te vinden.

6.1Arbeidsdeelname

In 2024 waren er 2,6 miljoen jongeren tussen de 15 en 27 jaar in Nederland. Jongeren in deze leeftijdsgroep volgen vaak nog een opleiding of maken de overgang naar de arbeidsmarkt. Het percentage jongeren met betaald werk, de nettoarbeidsparticipatie, was 77,7 procent. Dat is iets lager dan in 2023, toen 77,9 procent van de jongeren aan het werk was. Hiermee kwam er een einde aan de toename van de arbeidsdeelname sinds 2014, met uitzondering van een daling aan het begin van de coronapandemie in 2020. De arbeidsparticipatie onder jongeren is wel nog steeds hoog in vergelijking met 2014 (69,0 procent).

De arbeidsdeelname ligt over het algemeen hoger bij jongeren die ouder zijn. In 2024 had 68,5 procent van de 15- tot 19‑jarigen werk, bij de 19- tot 23‑jarigen was dit 79,2 procent en bij de 23- tot 27‑jarigen 84,1 procent. De arbeidsdeelname nam in de afgelopen tien jaar in alle drie de leeftijdsgroepen toe, maar het sterkst bij de jongeren van 15 tot 19 jaar. In 2014 had 55,9 procent van hen betaald werk. Vaak gaat het bij deze groep om jongeren met een bijbaan naast hun school of opleiding.

6.1.1 Nettoarbeidsparticipatie jongeren (%)
15 tot 19 jaar 19 tot 23 jaar 23 tot 27 jaar
2014 55,9 71,6 78,8
2015 57,5 72,9 81,0
2016 58,3 72,7 81,0
2017 60,3 73,7 81,5
2018 63,0 74,9 81,8
2019 64,7 76,5 82,5
2020 63,1 72,3 80,5
2021 62,6 75,9 81,9
2022 67,9 79,0 83,5
2023 68,8 79,6 83,9
2024 68,5 79,2 84,1

Nieuwe meetmethode

Naar aanleiding van een nieuwe EU-verordening is de meetmethode van de Enquête beroepsbevolking (EBB) aangepast. De aanpassing is bedoeld om de gegevens over de beroepsbevolking internationaal beter op elkaar af te stemmen. Een gevolg van de methodewijziging is dat uitkomsten vanaf het verslagjaar 2021 niet zonder meer vergeleken kunnen worden met de resultaten volgens de oude methode. Vandaar dat het CBS de cijfers over de beroepsbevolking van 2013 tot en met 2020 opnieuw heeft berekend. Dat geldt voor de kernvariabelen, maar niet voor uitsplitsingen naar subgroepen of achtergrondkenmerken. Daar waar de uitkomsten niet zonder meer vergelijkbaar zijn met eerdere jaren wordt dit in de tekst aangegeven of alleen een vergelijking gemaakt van 2021 tot en met 2024.

Over de nieuwe meetmethode zijn meerdere publicaties verschenen. Zie bijvoorbeeld:

Jongeren uit Staphorst en Urk het vaakst aan het werk

In 2023 hadden jongeren van 15 tot 27 jaar het vaakst betaald werk in de gemeenten Staphorst en Urk, met een nettoarbeidsparticipatie van respectievelijk 88,2 en 86,3 procent. Ook in Rijssen-Holten, Reusel-De Mierden, Tubbergen, Oirschot, Scherpenzeel, Dinkelland, Horst aan de Maas en Barneveld ligt de arbeidsparticipatie hoog: tussen de 85 en 86 procent. Hoewel er geen gemeente uit Zeeland in de top tien staat, is het wel de provincie met de hoogste nettoarbeidsparticipatie onder jongeren.

De arbeidsparticipatie onder jongeren is het laagst in Groningen, Zuid-Limburg en de Randstad. In deze regio’s hadden acht gemeenten een arbeidsparticipatie van minder dan 60 procent: Vaals, Maastricht, Wassenaar, Laren (NH.), Delft, Bloemendaal, Diemen en Oegstgeest. Ook in Wageningen lag het percentage werkende jongeren onder de 60 procent.

6.1.2 Nettoarbeidsparticipatie jongeren (15 tot 27 jaar), 2023*
Gemeente Nettoarbeidsparticipatie
Groningen 62,3
Almere 70,3
Stadskanaal 74,8
Veendam 73,3
Zeewolde 79,1
Achtkarspelen 76,9
Ameland 82,5
Harlingen 75,4
Heerenveen 75,2
Leeuwarden 70,1
Ooststellingwerf 77,5
Opsterland 77,4
Schiermonnikoog .
Smallingerland 71,5
Terschelling 73,7
Vlieland 76,8
Weststellingwerf 78,0
Assen 73,9
Coevorden 77,7
Emmen 75,7
Hoogeveen 79,8
Meppel 73,6
Almelo 74,8
Borne 80,4
Dalfsen 82,7
Deventer 74,3
Enschede 64,6
Haaksbergen 83,1
Hardenberg 82,9
Hellendoorn 82,1
Hengelo (O.) 75,3
Kampen 81,0
Losser 78,8
Noordoostpolder 76,8
Oldenzaal 80,8
Ommen 79,3
Raalte 83,8
Staphorst 88,2
Tubbergen 85,5
Urk 86,3
Wierden 83,0
Zwolle 75,5
Aalten 80,1
Apeldoorn 76,1
Arnhem 68,9
Barneveld 85,0
Beuningen 78,0
Brummen 79,5
Buren 79,5
Culemborg 73,1
Doesburg 73,6
Doetinchem 77,2
Druten 77,5
Duiven 79,1
Ede 78,9
Elburg 82,7
Epe 80,6
Ermelo 77,2
Harderwijk 80,7
Hattem 79,1
Heerde 81,5
Heumen 74,7
Lochem 75,2
Maasdriel 78,9
Nijkerk 81,6
Nijmegen 68,8
Oldebroek 81,3
Putten 83,1
Renkum 68,9
Rheden 71,1
Rozendaal 67,0
Scherpenzeel 85,4
Tiel 75,9
Voorst 76,6
Wageningen 50,0
Westervoort 74,8
Winterswijk 81,0
Wijchen 79,3
Zaltbommel 81,6
Zevenaar 78,8
Zutphen 72,1
Nunspeet 84,4
Dronten 73,4
Amersfoort 75,2
Baarn 71,4
De Bilt 67,0
Bunnik 71,7
Bunschoten 84,1
Eemnes 76,3
Houten 73,4
Leusden 76,4
Lopik 82,7
Montfoort 82,2
Renswoude 84,4
Rhenen 79,4
Soest 75,7
Utrecht 69,8
Veenendaal 79,8
Woudenberg 79,5
Wijk bij Duurstede 79,9
IJsselstein 77,4
Zeist 64,5
Nieuwegein 76,1
Aalsmeer 77,4
Alkmaar 77,6
Amstelveen 61,7
Amsterdam 65,9
Bergen (NH.) 73,6
Beverwijk 77,0
Blaricum 62,3
Bloemendaal 57,6
Castricum 78,7
Diemen 59,4
Edam-Volendam 84,6
Enkhuizen 78,0
Haarlem 71,6
Haarlemmermeer 74,9
Heemskerk 77,9
Heemstede 63,1
Heiloo 76,8
Den Helder 78,2
Hilversum 68,4
Hoorn 77,4
Huizen 74,0
Landsmeer 71,8
Laren (NH.) 51,7
Medemblik 79,7
Oostzaan 76,6
Opmeer 82,8
Ouder-Amstel 69,7
Purmerend 76,9
Schagen 80,8
Texel 82,6
Uitgeest 82,1
Uithoorn 74,6
Velsen 75,4
Zandvoort 71,0
Zaanstad 74,5
Alblasserdam 81,9
Alphen aan den Rijn 78,2
Barendrecht 72,7
Drechterland 79,0
Capelle aan den IJssel 70,6
Delft 57,0
Dordrecht 73,2
Gorinchem 77,0
Gouda 75,4
's-Gravenhage 62,5
Hardinxveld-Giessendam 83,0
Hendrik-Ido-Ambacht 79,2
Stede Broec 79,8
Hillegom 79,5
Katwijk 81,7
Krimpen aan den IJssel 76,5
Leiden 65,5
Leiderdorp 70,5
Lisse 82,5
Maassluis 76,4
Nieuwkoop 81,5
Noordwijk 76,4
Oegstgeest 59,5
Oudewater 83,2
Papendrecht 77,5
Ridderkerk 77,3
Rotterdam 66,0
Rijswijk (ZH.) 67,8
Schiedam 70,9
Sliedrecht 78,9
Albrandswaard 72,3
Vlaardingen 72,9
Voorschoten 66,5
Waddinxveen 79,3
Wassenaar 51,3
Woerden 78,8
Zoetermeer 72,8
Zoeterwoude 76,3
Zwijndrecht 75,0
Borsele 82,3
Goes 79,6
West Maas en Waal 79,9
Hulst 73,4
Kapelle 81,7
Middelburg (Z.) 72,4
Reimerswaal 82,8
Terneuzen 74,7
Tholen 79,6
Veere 84,8
Vlissingen 74,7
De Ronde Venen 77,6
Tytsjerksteradiel 75,9
Asten 82,1
Baarle-Nassau 78,5
Bergen op Zoom 75,5
Best 80,0
Boekel 83,8
Boxtel 79,0
Breda 74,0
Deurne 82,2
Pekela 75,0
Dongen 82,9
Eersel 81,4
Eindhoven 67,4
Etten-Leur 76,8
Geertruidenberg 81,5
Gilze en Rijen 76,5
Goirle 78,7
Helmond 75,8
's-Hertogenbosch 77,4
Heusden 81,5
Hilvarenbeek 84,0
Loon op Zand 84,4
Nuenen, Gerwen en Nederwetten 76,7
Oirschot 85,5
Oisterwijk 78,7
Oosterhout 77,9
Oss 79,0
Rucphen 79,9
Sint-Michielsgestel 79,1
Someren 83,7
Son en Breugel 76,8
Steenbergen 78,7
Waterland 73,4
Tilburg 72,5
Valkenswaard 80,5
Veldhoven 77,3
Vught 73,6
Waalre 70,9
Waalwijk 81,6
Woensdrecht 73,3
Zundert 81,5
Wormerland 76,9
Landgraaf 74,1
Beek (L.) 76,9
Beesel 79,7
Bergen (L.) 84,4
Brunssum 73,7
Gennep 79,6
Heerlen 70,6
Kerkrade 70,7
Maastricht 50,7
Meerssen 74,5
Mook en Middelaar 71,7
Nederweert 83,1
Roermond 74,7
Simpelveld 78,1
Stein (L.) 78,6
Vaals 43,4
Venlo 75,3
Venray 80,9
Voerendaal 76,3
Weert 78,1
Valkenburg aan de Geul 75,9
Lelystad 72,3
Horst aan de Maas 85,1
Oude IJsselstreek 80,6
Teylingen 77,9
Utrechtse Heuvelrug 70,0
Oost Gelre 83,6
Koggenland 82,6
Lansingerland 72,6
Leudal 79,3
Maasgouw 77,5
Gemert-Bakel 80,1
Halderberge 78,7
Heeze-Leende 78,2
Laarbeek 81,6
Reusel-De Mierden 85,6
Roerdalen 80,5
Roosendaal 76,7
Schouwen-Duiveland 82,2
Aa en Hunze 75,2
Borger-Odoorn 77,6
De Wolden 82,5
Noord-Beveland 78,0
Wijdemeren 75,0
Noordenveld 74,1
Twenterand 82,2
Westerveld 75,9
Lingewaard 79,0
Cranendonck 76,4
Steenwijkerland 79,2
Moerdijk 81,4
Echt-Susteren 74,6
Sluis 76,4
Drimmelen 81,0
Bernheze 84,3
Alphen-Chaam 78,6
Bergeijk 83,6
Bladel 84,9
Gulpen-Wittem 76,9
Tynaarlo 69,2
Midden-Drenthe 79,0
Overbetuwe 76,7
Hof van Twente 83,6
Neder-Betuwe 84,0
Rijssen-Holten 85,9
Geldrop-Mierlo 77,7
Olst-Wijhe 80,3
Dinkelland 85,2
Westland 81,9
Midden-Delfland 76,8
Berkelland 82,7
Bronckhorst 80,4
Sittard-Geleen 72,4
Kaag en Braassem 81,3
Dantumadiel 76,4
Zuidplas 77,6
Peel en Maas 82,6
Oldambt 72,6
Zwartewaterland 84,6
Súdwest-Fryslân 76,3
Bodegraven-Reeuwijk 80,1
Eijsden-Margraten 74,8
Stichtse Vecht 74,6
Hollands Kroon 80,5
Leidschendam-Voorburg 66,6
Goeree-Overflakkee 81,9
Pijnacker-Nootdorp 71,0
Nissewaard 74,6
Krimpenerwaard 80,5
De Fryske Marren 79,2
Gooise Meren 64,1
Berg en Dal 75,8
Meierijstad 83,5
Waadhoeke 76,7
Westerwolde 64,2
Midden-Groningen 71,9
Beekdaelen 75,4
Montferland 80,2
Altena 81,4
West Betuwe 80,1
Vijfheerenlanden 79,4
Hoeksche Waard 80,4
Het Hogeland 71,4
Westerkwartier 75,3
Noardeast-Fryslân 77,2
Molenlanden 84,0
Eemsdelta 70,7
Dijk en Waard 79,3
Land van Cuijk 80,4
Maashorst 82,0
Voorne aan Zee 76,2

Nettoarbeidsparticipatie op basis van registerinformatie

Om de nettoarbeidsparticipatie per gemeente te berekenen is informatie uit registers gebruikt. De cijfers zijn gebaseerd op data uit het Stelsel van Sociaal-statistische Bestanden (SSB) van het CBS, zoals Banen en lonen op basis van de Polisadministratie, en het Integraal Inkomens- en Vermogensonderzoek (IIV). De cijfers hebben betrekking op oktober 2023 en hebben een voorlopig karakter. Voor de uitsplitsing naar gemeenten is de gemeentelijke indeling van 1 januari 2024 gebruikt.

De populatie betreft alle jongeren van 15 tot 27 jaar die op 1 oktober 2023 geregistreerd stonden in de Basisregistratie Personen. Mensen die in Nederland wonen en in het buitenland werken, worden ook meegerekend als werkzaam wanneer zij hiervan melding maken in de aangifte inkomstenbelasting in Nederland. Dit is niet altijd het geval, waardoor de feitelijke arbeidsdeelname onderschat kan worden. Dit geldt vooral voor gemeenten die aan de grens met Duitsland of België liggen.

177 duizend jongeren van 15 tot 27 jaar werkloos in 2024

287 duizend jongeren beschikbaar en/of op zoek naar werk

Naast de ruim 2 miljoen jongeren van 15 tot 27 jaar met werk in 2024, waren er 589 duizend jongeren die geen betaald werk hadden. Deze groep bestaat uit verschillende deelgroepen. Er waren 177 duizend werkloze jongeren. Zij hebben recent naar werk gezocht en zijn daarvoor ook direct beschikbaar. Daarnaast waren 110 duizend jongeren semiwerkloos. Semiwerklozen zijn personen die op korte termijn beschikbaar zijn voor werk, maar niet hebben gezocht, óf wel hebben gezocht, maar niet snel beschikbaar zijn. Ruim driekwart van de (semi)werklozen volgde nog onderwijs.

De overige 302 duizend jongeren die geen werk hadden, waren niet op zoek én niet beschikbaar voor werk. De voornaamste reden daarvoor was het volgen van een opleiding of studie (236 duizend). Daarnaast waren 42 duizend jongeren vanwege ziekte niet op zoek en niet beschikbaar voor werk, waarbij de meesten (29 duizend) niet-onderwijsvolgend waren. Voor een kleinere groep was dit vanwege zorg voor familie (7 duizend).

6.1.3 Niet-werkende jongeren (15 tot 27 jaar), 2024 (x 1 000)
Niet-werkend Onderwijsvolgend Niet-onderwijsvolgend
Werkloze beroepsbevolking 127 50
Semiwerklozen 90 20
. .
Niet gezocht, niet beschikbaar, vanwege: . .
Opleiding 225 11
Ziekte 13 29
Zorg 2 5
Anders 5 10

6.2Arbeidsduur

Van de niet-onderwijsvolgende jongeren van 15 tot 27 jaar met betaald werk, werkte ruim 60 procent voltijds (35 uur of meer per week) in 2024. Jonge mannen werken vaker voltijds dan jonge vrouwen. Ook werkt 21 procent van de niet-onderwijsvolgenden in een grote deeltijdbaan van 28 tot 35 uur per week. Minder dan 10 procent werkt tot 20 uur per week.

Bij de onderwijsvolgende jongeren met werk is het juist omgekeerd. Zij hebben vaker kleinere deeltijdbanen: bijna twee derde werkt tot 20 uur per week. Een kleiner deel van de onderwijsvolgenden werkt voltijds (14 procent). Bij de onderwijsvolgenden gaat het dus relatief vaak om bijbanen, maar ook betaalde stages worden tot betaald werk gerekend.

6.2.1 Arbeidsduur per week van jongeren (15 tot 27 jaar), 2024 (% van werkenden)
Arbeidsduur Onderwijsvolgend Niet-onderwijsvolgend
0 tot 12 uur 43,6 3,7
12 tot 20 uur 21,2 5,1
20 tot 28 uur 12,0 9,8
28 tot 35 uur 8,9 20,8
35 uur of meer 14,2 60,6

Bijna 300 duizend jongeren onderbenutte deeltijders

Een deel van de werkzame jongeren die in deeltijd werken, zouden meer uren willen werken en zijn daarvoor ook direct beschikbaar. Deze groep wordt aangeduid als onderbenutte deeltijders. In 2024 ging het om 279 duizend jongeren. Samen met de werklozen en semiwerklozen vormen zij het onbenut arbeidspotentieel.

Het merendeel van het onbenut arbeidspotentieel volgt nog onderwijs. Onder de onderwijsvolgenden vormen de onderbenutte deeltijders de grootste groep (218 duizend), ongeveer evenveel als de werklozen en semiwerklozen samen. Bij de niet-onderwijs­volgenden gaat het om 61 duizend onderbenutte deeltijdwerkers, 50 duizend werklozen en 20 duizend semiwerklozen.

6.2.2 Onbenut arbeidspotentieel (15 tot 27 jaar), 2024 (x 1 000)
Onbenut arbeidspotentieel Onderwijsvolgend Niet-onderwijsvolgend
Onderbenutte deeltijdwerkers 218 61
Werklozen 127 50
Semiwerklozen 90 20

Van de jongeren die tot het onbenut arbeidspotentieel behoren is ook bekend hoeveel uren ze (extra) zouden willen werken. De (semi)werklozen geven daarbij aan hoeveel uren ze zouden willen werken. De onderbenutte deeltijders zijn al aan het werk, en geven aan hoeveel uren ze extra zouden willen werken.

Bij zowel de werklozen als semiwerklozen willen de niet-onderwijsvolgenden bijna twee keer zoveel uren per week werken als de onderwijsvolgenden. Bij werklozen gaat het om 32 versus 16 uur per week en bij semiwerklozen om 29 versus 15 uur. Bij de onderbenutte deeltijders is dit verschil kleiner; onderwijsvolgenden willen gemiddeld 8 uur extra werken en de niet-onderwijsvolgenden 11 uur.

6.2.3 Gewenste (extra) uren per week (15 tot 27 jaar), 2024 (uren)
Onbenut arbeidspotentieel Onderwijsvolgend Niet-onderwijsvolgend
Onderbenutte deeltijdwerkers 8,0 11,0
Werkloze beroepsbevolking 16,3 31,7
Semiwerklozen 14,7 28,5
78% van de jonge werknemers is tevreden met hun werk

6.3Arbeidsomstandigheden

Het merendeel van de werkende jongeren is werknemer (94 procent). De Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) biedt inzicht in hoe zij hun arbeidsomstandigheden ervaren. In 2024 was 78 procent van de werknemers van 15 tot 27 jaar (zeer) tevreden met hun werk en 77 procent (zeer) tevreden met hun arbeidsomstandigheden. Deze percentages zijn vergelijkbaar met die van werknemers van 27 tot 75 jaar. Jonge werknemers die een opleiding volgen zijn vaker (zeer) tevreden over hun werk en arbeidsomstandigheden (beiden 80 procent) dan jongeren die geen opleiding volgen (respectievelijk 76 en 75 procent).

6.3.1 Tevredenheid van werknemers (15 tot 27 jaar), 2024 (% (zeer) tevreden)
Tevredenheid van werknemers Onderwijsvolgend Niet-onderwijsvolgend
Werk 80,3 75,6
Arbeidsomstandigheden 79,6 75,0

Jongeren vinden een goede leidinggevende, salaris en werkzekerheid belangrijk

Werknemers is ook gevraagd welke arbeidsvoorwaarden zij belangrijk vinden in een baan. In 2024 kwamen bij zowel niet-onderwijsvolgenden als bij onderwijsvolgenden dezelfde drie voorwaarden bovenaan: goede leidinggevenden, een goed salaris en een goede werkzekerheid. Bijna alle werknemers vinden deze voorwaarden (heel) belangrijk, dat geldt ook voor werknemers van 27 tot 75 jaar.

Zowel onderwijsvolgenden als niet-onderwijsvolgenden hechten het minst belang aan de mogelijkheid om thuis te werken. Tussen deze twee groepen zijn er ook verschillen. Zo vindt 91 procent van de niet-onderwijsvolgenden een vast contract (heel) belangrijk, bij de onderwijsvolgenden is dat minder (75 procent). Daarentegen zeggen onderwijsvolgenden vaker dat ze het belangrijk vinden om de mogelijkheid te hebben om in deeltijd te werken (81 procent) dan jongeren die geen onderwijs volgen (68 procent). Ook de mogelijkheid om zelf de werktijden te bepalen wordt door onderwijsvolgenden vaker belangrijk gevonden (84 om 74 procent).

Oudere werknemers (27 tot 75 jaar) vinden het vaker belangrijk om een vast contract te hebben en de mogelijkheid om thuis te werken dan jonge werknemers.

6.3.2 Belang van arbeidsvoorwaarden van werknemers (15 tot 27 jaar), 2024 (% (heel) belangrijk)
Arbeidsvoorwaarden Onderwijsvolgend Niet-onderwijsvolgend
Goede leidinggevenden 98,6 98,8
Goed salaris 98,8 98,5
Goede werkzekerheid 97,6 98,3
Interessant werk 95,4 97,9
Mogelijkheid om te leren 90,7 95,9
Het bestaan van pensioenregeling 92,6 95,5
Het bestaan van cao's 91,7 92,5
Reistijd/afstand naar het werk 90,9 91,1
Een vast contract 75,4 90,9
Het bestaan van
personeelsvertegenwoordigingen
83,9 83,4
Het bestaan van vakbonden 77,6 80,6
Mogelijkheid om zelf werktijden
te bepalen
84,1 74,1
Mogelijkheid om in deeltijd te werken 81,0 68,0
Mogelijkheid om thuis te werken 41,4 51,1

Bij de vragen over het belang van de arbeidsvoorwaarden over de vakbonden, personeels­vertegen­woor­digingen, cao’s, pensioenregelingen en de mogelijkheid om thuis te werken, beantwoordde tussen de 12 tot 24 procent van de jongeren de vraag niet. De percentages over het belang van de arbeidsvoorwaarden zijn berekend op basis van de jongeren die wel antwoordden.

Jonge werknemers tevreden over werkzekerheid, minder over hun salaris

Het overgrote deel van de jongeren zei in 2024 (heel) tevreden te zijn over de goede werkzekerheid bij hun huidige baan (93 procent). Ook is 89 procent van de jongeren tevreden met het hebben van goede leidinggevenden. Bij de onderwijsvolgende jongeren ligt dit percentage hoger dan bij de niet-onderwijsvolgenden (91 om 86 procent). Jongeren zijn minder tevreden over hun salaris: 78 procent zegt hier tevreden mee te zijn. Tussen jongeren die wel of geen opleiding volgen zit weinig verschil.

De oudere werknemers van 27 tot 75 jaar zijn in vergelijking met de jongeren ongeveer even tevreden met hun werkzekerheid en hun salaris. Wel waren ze minder vaak tevreden over hun leidinggevende.

6.3.3 Tevredenheid arbeidsvoorwaarden van werknemers (15 tot 27 jaar), 2024 (% (heel) tevreden)
Tevredenheid arbeidsvoorwaarden Onderwijsvolgend Niet-onderwijsvolgend
Goede werkzekerheid 93,5 92,8
Goede leidinggevenden 91,0 86,2
Goed salaris 77,9 77,4

6.4Begrippen

Beroepsbevolking

Personen die betaald werk hebben (werkzame beroepsbevolking) of die geen betaald werk hebben, recent naar betaald werk hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn (werkloze beroepsbevolking). Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking).

Nettoarbeidsparticipatie

Het aandeel van de werkzame beroepsbevolking in de bevolking (beroeps- en niet-beroepsbevolking). Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking).

Onbenut arbeidspotentieel

  1. personen zonder betaald werk:
    • werklozen: personen die recent naar werk hebben gezocht én hiervoor op korte termijn beschikbaar zijn;
    • semiwerklozen: personen die recent naar werk hebben gezocht maar hiervoor niet op korte termijn beschikbaar zijn, of andersom: personen die op korte termijn beschikbaar zijn voor werk maar hiernaar niet recent hebben gezocht.
  2. personen met betaald werk:
    • onderbenutte deeltijdwerkers: personen die in deeltijd werken en meer willen gaan werken en hiervoor op korte termijn beschikbaar zijn.

Onderwijsvolgenden

Iedereen die formeel onderwijs volgt. Tot het formele onderwijs wordt al het onderwijs gerekend dat door de overheid wordt bekostigd, alsmede particulier onderwijs voor zover dit leidt tot een in Nederland erkend diploma.

Semiwerklozen

Personen zonder betaald werk die recent naar werk hebben gezocht maar hiervoor niet op korte termijn beschikbaar zijn en personen zonder betaald werk die op korte termijn beschikbaar zijn voor werk maar hiernaar niet recent hebben gezocht. Semiwerklozen behoren niet tot de werkloze beroepsbevolking.

Wekelijkse arbeidsduur

Het aantal uren dat een persoon in een gebruikelijke werkweek werkt, overwerkuren en onbetaalde uren niet meegerekend.

Werkloosheidspercentage

De werkloze beroepsbevolking als percentage van de (werkzame en werkloze) beroepsbevolking.

Werkloze beroepsbevolking

Personen zonder betaald werk, die recent naar werk hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn (overeenkomstig de internationale definitie van de ILO). Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). Bij betaald werk gaat het om werkzaamheden ongeacht de arbeidsduur.

Werknemer

Een persoon die in een arbeidsovereenkomst afspraken met een economische eenheid maakt om arbeid te verrichten waar een financiële beloning tegenover staat.

Werkzame beroepsbevolking

Personen die betaald werk hebben. Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). Bij betaald werk gaat het om werkzaamheden ongeacht de arbeidsduur.

6.5Meer informatie en literatuur

Meer informatie

Cijfers over arbeidsdeelname en werkloosheid onder jongeren (15 tot 27 jaar) in Nederland zijn te vinden op Jeugdmonitor StatLine.

Cijfers over het percentage werkzame jongeren van 15 tot 27 jaar naar regio zijn te vinden op Jeugdmonitor StatLine.

Cijfers over de arbeidsmarktsituatie van jongeren van 15 tot 27 naar regio, onderwijs­deelname, uitkeringspositie en het al dan niet ingeschreven zijn bij een UWV werkbedrijf zijn te vinden op Jeugdmonitor StatLine.

Literatuur

CBS (2025, 28 mei). Meer jongeren met bijstand in eerste kwartaal 2025. CBS nieuwsbericht.

CBS (2025, 20 februari). Geen verdere toename van jongeren met betaald werk. CBS nieuwsbericht.

CBS (2024, 2 oktober). Meer jongeren zonder startkwalificatie. CBS nieuwsbericht.

CBS (2024, 27 juni). Werklozen vaak jong en op zoek naar een bijbaan. CBS nieuwsbericht.

CBS (2024). H6 Werk. In: L. Fernandez Beiro, Mooren, F. van de, Vries, R. de en S. Stavenuiter (red.). Jaarrapport 2024 Landelijke Jeugdmonitor. CBS boek.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

niets (blanco) een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
0 (0,0) het cijfer is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
* voorlopige cijfers
** nader voorlopige cijfers
- (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
2016-2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/'17 oogstjaar, boekjaar, schooljaar, enz. beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2004/'05-2016/'17 oogstjaar enz., 2004/'05 tot en met 2016/'17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

1. Inleiding

Jessica Kofi (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)

2. Jongeren in Nederland

Saskia te Riele

3. Jeugdzorg en Veilig Thuis

Rudi Bakker

4. Opgroeien in de bijstand

Noortje Pouwels-Urlings

5. School

Sascha de Breij, Lixin Lakeman

6. Werk

Jannes Kromhout

7. Roken, vapen, alcohol, drugs en voeding

Jan-Willem Bruggink

8. Criminaliteit en veiligheid

Mathilde Kennis, Rob Kessels

9. Jongeren in Caribisch Nederland

Suzanne Loozen, Corina Huisman, Mark Ramaekers

10. Welzijn

Moniek Coumans

11. Wonen

Jesper van Thor

Redactie

Linda Fernandez Beiro

Francis van der Mooren

Robert de Vries

Eindredactie

Saskia Stavenuiter