Foto omschrijving: Dagelijks leven in Brabant

Jongeren in Nederland

Auteur: Saskia te Riele

Begin 2025 telde Nederland ruim 4,9 miljoen jongeren onder de 25 jaar, waarvan 3,3 miljoen minderjarigen en ruim 1,6 miljoen jongvolwassenen. Urk heeft het hoogste percentage jongeren. Van de minderjarigen woont 77 procent bij beide juridische ouders, 17 procent bij één ouder en 4 procent in een samengesteld gezin. De leeftijd waarop jongeren het ouderlijk huis verlaten is in 2024 gestegen. Vooral oudere twintigers wonen vaker nog thuis.

Het aantal jongeren in Nederland ligt al vanaf het begin van deze eeuw op een kleine 5 miljoen. Begin 2025 waren er 4,9 miljoen jongeren onder de 25 jaar. Dit komt neer op 27 procent van de totale bevolking van Nederland. Voor de toekomst wordt eerst een lichte daling van het aantal jongeren verwacht, tot 4,8 miljoen in 2030, gevolgd door een stijging tot ruim 5,1 miljoen in 2050. Het aandeel jongeren komt dan met 26 procent lager uit, omdat het aantal 65‑plussers (en daarbinnen vooral de 80‑plussers) dan sterker is toegenomen.

Minder kinderen van 4 tot 18 jaar

De afgelopen tien jaar is het aantal kinderen van 4 tot 12 jaar en van 12 tot 18 jaar gedaald, terwijl het aantal 18- tot 25‑jarigen juist is toegenomen. Deze veranderingen hebben vooral te maken met eerdere schommelingen in het geboortecijfer.

Tot begin deze eeuw nam het aantal kinderen dat jaarlijks geboren werd toe, tot rond de 200 duizend per jaar. Dit zijn de huidige jongvolwassenen. Zij hebben de afgelopen jaren de generaties die voor hen geboren werden vervangen. Die generaties waren kleiner in aantal. Hierdoor is de groep jongvolwassenen groter geworden. Na de eeuwwisseling is het jaarlijkse aantal geboorten gedaald, vooral na 2010. Dit zijn de huidige kinderen van 4 tot 18 jaar. De laatsten bereiken de komende jaren de leeftijd van 18 jaar, waardoor de groep jongvolwassenen in de nabije toekomst weer kleiner wordt.

Het aantal 0- tot 4‑jarigen bleef relatief stabiel, omdat ook het geboortecijfer de afgelopen jaren weinig veranderde, op een kleine geboortepiek in 2021 na. Verwacht wordt dat het aantal geboorten weer gaat toenemen als de huidige relatief grote groep jongvolwassenen gezinnen gaat vormen.

2.1.1 0- tot 25-jarigen, 1 januari (x mln)
Jaartal 0 tot 4 jaar 4 tot 12 jaar 12 tot 18 jaar 18 tot 25 jaar
2004 0,818 1,591 1,195 1,353
2005 0,803 1,595 1,200 1,360
2006 0,784 1,596 1,202 1,359
2007 0,765 1,594 1,205 1,359
2008 0,746 1,598 1,202 1,372
2009 0,738 1,598 1,191 1,402
2010 0,737 1,593 1,184 1,427
2011 0,737 1,580 1,185 1,446
2012 0,736 1,562 1,189 1,458
2013 0,726 1,541 1,197 1,464
2014 0,712 1,524 1,207 1,466
2015 0,703 1,510 1,216 1,468
2016 0,696 1,495 1,226 1,468
2017 0,694 1,486 1,225 1,479
2018 0,694 1,477 1,215 1,493
2019 0,687 1,473 1,198 1,514
2020 0,687 1,468 1,183 1,533
2021 0,682 1,458 1,172 1,540
2022 0,691 1,446 1,163 1,570
2023 0,694 1,448 1,171 1,605
2024 0,689 1,442 1,172 1,613
2025 0,685 1,437 1,172 1,611
2026 0,671 1,445 1,165 1,599
2027 0,670 1,436 1,159 1,591
2028 0,676 1,427 1,148 1,582
2029 0,685 1,417 1,138 1,571
2030 0,698 1,410 1,129 1,559
2031 0,713 1,406 1,122 1,549
2032 0,730 1,404 1,119 1,537
2033 0,745 1,408 1,111 1,533
2034 0,759 1,405 1,117 1,520
2035 0,771 1,419 1,110 1,509
2036 0,781 1,440 1,103 1,496
2037 0,788 1,464 1,098 1,486
2038 0,794 1,489 1,092 1,480
2039 0,798 1,516 1,089 1,476
2040 0,799 1,540 1,079 1,479
2041 0,799 1,563 1,085 1,474
2042 0,798 1,582 1,097 1,464
2043 0,796 1,596 1,114 1,458
2044 0,793 1,607 1,134 1,454
2045 0,791 1,614 1,155 1,450
2046 0,788 1,618 1,176 1,451
2047 0,784 1,620 1,195 1,445
2048 0,781 1,619 1,212 1,455
2049 0,778 1,616 1,226 1,473
2050 0,776 1,612 1,237 1,493

Aandeel jongeren in Nederland bovengemiddeld in de EU

In 2024 was ruim 25 procent van de inwoners van de Europese Unie (EU) jonger dan 25 jaar. Nederland zat daar 2 procentpunten boven. Ierland, Frankrijk en Zweden hadden het grootste aandeel jongeren. In Malta en Italië was dit aandeel het laagst. In alle landen van de EU was het percentage jongeren lager dan tien jaar daarvoor, met uitzondering van Tsjechië. Wereldwijd is het aandeel jongeren 41 procent, in laaginkomenslanden zelfs 62 procent.

2.1.2 0- tot 25-jarigen in de EU (%)
Land 2024 2014
Ierland 31,5 33,7
Frankrijk 29,0 30,5
Zweden 28,5 29,7
België 28,0 28,9
Denemarken 27,9 30,1
Nederland 27,4 29,2
Luxemburg 26,8 28,9
Roemenië 26,8 26,9
Estland 26,4 27,0
Tsjechië 26,0 25,7
Finland 26,0 28,4
Slowakije 25,8 27,9
Letland 25,7 26,0
Cyprus 25,6 30,8
EU-27 25,3 26,5
Hongarije 25,0 26,2
Polen 24,9 27,4
Oostenrijk 24,8 26,2
Slovenië 24,5 24,7
Kroatië 24,2 26,3
Spanje 24,0 24,9
Litouwen 24,0 27,6
Duitsland 23,9 24,0
Griekenland 23,5 25,0
Bulgarije 23,3 24,1
Portugal 23,1 25,3
Italië 22,1 23,8
Malta 22,0 27,3

Relatief veel minderjarige kinderen op Urk

Minderjarige kinderen wonen naar verhouding vaak in gemeenten die in de Biblebelt liggen, de strook die loopt van Zeeland naar Overijssel en waar relatief veel gereformeerden wonen. Vooral op Urk zijn minderjarige kinderen bovengemiddeld vertegenwoordigd (1,8 keer zoveel als gemiddeld). Daarna volgen Staphorst, Barneveld en Neder-Betuwe waar 1,4 keer zoveel minderjarige kinderen als gemiddeld wonen. Volgens deze concentratie-index zijn minderjarigen relatief weinig te vinden op Vlieland en Schiermonnikoog (minder dan 0,6 keer zoveel als gemiddeld), maar ook in Maastricht en Vaals (0,7 keer zoveel als gemiddeld). De verschillen tussen deze gemeenten hangen vooral samen met het geboortecijfer (hoeveel vrouwen er in de vruchtbare leeftijd wonen en hoeveel kinderen deze vrouwen gemiddeld krijgen).

Jongvolwassenen wonen juist relatief vaak in steden. Vooral studentensteden springen eruit: in Wageningen, Groningen, Maastricht en Delft wonen ruim 2 keer zoveel 18- tot 25‑jarigen als gemiddeld in Nederland.

2.1.3 Regionale spreiding1), 1 januari 2025
Gemeente Spreiding 0- tot 18-jarigen Spreiding 18- tot 25-jarigen
Aa en Hunze 90,9 73,1
Aalsmeer 107,9 98,9
Aalten 100,1 86,5
Achtkarspelen 108,7 96,9
Alblasserdam 120,7 91,8
Albrandswaard 111,8 91,1
Alkmaar 98,3 86,6
Almelo 99,8 97,6
Almere 118,8 95,8
Alphen aan den Rijn 105,6 88,2
Alphen-Chaam 95,8 77,9
Altena 111,4 94,2
Ameland 94,4 77,5
Amersfoort 112,3 92,0
Amstelveen 111,7 104,9
Amsterdam 85,2 118,4
Apeldoorn 100,1 90,1
Arnhem 96,7 111,2
Assen 100,3 96,0
Asten 97,2 87,3
Baarle-Nassau 88,5 75,6
Baarn 103,1 69,9
Barendrecht 112,6 100,0
Barneveld 139,3 101,3
Beek (L.) 84,8 73,4
Beekdaelen 87,5 70,5
Beesel 89,9 83,7
Berg en Dal 88,2 81,5
Bergeijk 93,5 85,1
Bergen (L.) 83,6 79,6
Bergen (NH.) 76,7 74,4
Bergen op Zoom 97,7 84,9
Berkelland 90,1 87,7
Bernheze 99,9 96,6
Best 100,8 88,8
Beuningen 100,0 82,1
Beverwijk 102,0 88,9
Bladel 93,6 88,3
Blaricum 127,7 66,0
Bloemendaal 116,9 68,1
Bodegraven-Reeuwijk 115,1 90,6
Boekel 105,8 93,4
Borger-Odoorn 91,8 75,6
Borne 112,8 77,1
Borsele 108,2 85,9
Boxtel 95,8 90,8
Breda 97,3 115,5
Bronckhorst 84,2 87,8
Brummen 87,9 78,0
Brunssum 83,3 73,6
Bunnik 116,8 81,6
Bunschoten 121,9 96,7
Buren 99,9 84,8
Capelle aan den IJssel 103,2 90,7
Castricum 96,8 85,4
Coevorden 91,6 85,8
Cranendonck 98,4 82,5
Culemborg 109,5 83,2
Dalfsen 109,7 88,7
Dantumadiel 109,2 88,2
De Bilt 115,1 73,9
De Fryske Marren 100,5 83,8
De Ronde Venen 104,4 84,2
De Wolden 98,4 83,8
Delft 79,2 202,6
Den Helder 92,1 83,3
Deurne 99,9 85,7
Deventer 101,0 95,8
Diemen 94,2 133,5
Dijk en Waard 110,3 93,3
Dinkelland 97,1 99,4
Doesburg 79,7 79,0
Doetinchem 97,8 91,9
Dongen 98,4 84,8
Dordrecht 99,7 92,2
Drechterland 103,5 90,9
Drimmelen 93,8 82,2
Dronten 105,9 107,6
Druten 96,9 88,3
Duiven 94,9 90,9
Echt-Susteren 82,7 75,2
Edam-Volendam 99,4 99,0
Ede 115,5 103,1
Eemnes 105,5 87,3
Eemsdelta 92,1 83,7
Eersel 99,0 76,9
Eijsden-Margraten 96,1 68,5
Eindhoven 89,5 129,4
Elburg 115,7 94,6
Emmen 93,4 89,8
Enkhuizen 100,3 85,3
Enschede 92,5 144,1
Epe 97,6 78,7
Ermelo 100,9 90,8
Etten-Leur 103,5 84,7
Geertruidenberg 97,1 85,4
Geldrop-Mierlo 99,1 87,2
Gemert-Bakel 105,9 81,5
Gennep 89,4 82,7
Gilze en Rijen 102,7 92,3
Goeree-Overflakkee 102,4 85,9
Goes 95,1 83,6
Goirle 107,4 77,7
Gooise Meren 123,4 69,4
Gorinchem 102,1 91,7
Gouda 102,3 92,1
Groningen (gemeente) 76,4 218,4
Gulpen-Wittem 76,1 64,5
Haaksbergen 97,1 84,2
Haarlem 106,7 81,0
Haarlemmermeer 109,1 99,4
Halderberge 96,4 81,5
Hardenberg 109,6 99,6
Harderwijk 109,3 92,9
Hardinxveld-Giessendam 127,2 99,9
Harlingen 93,8 84,2
Hattem 113,9 82,7
Heemskerk 97,7 83,4
Heemstede 117,0 60,0
Heerde 103,3 81,6
Heerenveen 99,7 88,4
Heerlen 85,4 83,5
Heeze-Leende 94,1 76,8
Heiloo 95,8 82,5
Hellendoorn 102,6 92,2
Helmond 101,6 94,8
Hendrik-Ido-Ambacht 131,2 88,5
Hengelo (O.) 93,6 100,5
Het Hogeland 100,4 82,6
Heumen 97,3 81,2
Heusden 100,3 81,6
Hillegom 100,0 81,3
Hilvarenbeek 96,3 84,3
Hilversum 109,8 80,4
Hoeksche Waard 102,0 87,0
Hof van Twente 94,3 88,7
Hollands Kroon 97,6 93,3
Hoogeveen 102,3 95,4
Hoorn 104,9 91,5
Horst aan de Maas 89,7 87,9
Houten 115,9 92,7
Huizen 100,7 78,6
Hulst 85,8 63,7
IJsselstein 103,5 101,9
Kaag en Braassem 101,9 83,9
Kampen 121,6 100,9
Kapelle 113,0 83,8
Katwijk 116,0 96,6
Kerkrade 83,4 70,5
Koggenland 102,5 98,8
Krimpen aan den IJssel 113,1 95,3
Krimpenerwaard 109,9 95,0
Laarbeek 99,2 85,7
Land van Cuijk 92,1 87,0
Landgraaf 84,4 70,7
Landsmeer 111,0 83,4
Lansingerland 131,6 87,9
Laren (NH.) 102,6 58,8
Leeuwarden 94,9 133,0
Leiden 76,8 178,4
Leiderdorp 103,1 84,0
Leidschendam-Voorburg 104,9 72,6
Lelystad 113,0 96,2
Leudal 83,0 83,0
Leusden 107,2 79,3
Lingewaard 101,7 89,9
Lisse 98,7 83,6
Lochem 90,4 75,5
Loon op Zand 97,0 83,0
Lopik 107,5 105,6
Losser 97,5 88,7
Maasdriel 98,4 88,4
Maasgouw 79,2 71,5
Maashorst 99,3 88,1
Maassluis 109,3 85,1
Maastricht 68,3 209,2
Medemblik 101,0 90,9
Meerssen 85,0 72,0
Meierijstad 99,1 87,2
Meppel 102,3 101,1
Middelburg (Z.) 101,7 99,3
Midden-Delfland 110,8 89,8
Midden-Drenthe 92,6 84,5
Midden-Groningen 94,4 83,8
Moerdijk 94,5 81,8
Molenlanden 118,4 104,0
Montferland 89,8 87,4
Montfoort 108,6 100,0
Mook en Middelaar 80,5 78,8
Neder-Betuwe 137,5 103,8
Nederweert 90,4 80,0
Nieuwegein 99,1 84,6
Nieuwkoop 101,0 84,1
Nijkerk 115,6 92,4
Nijmegen 85,9 164,8
Nissewaard 104,6 83,2
Noardeast-Frysl�n 106,7 94,3
Noord-Beveland 75,3 67,4
Noordenveld 94,5 69,9
Noordoostpolder 114,6 98,5
Noordwijk 96,0 81,4
Nuenen, Gerwen en Nederwetten 101,7 76,4
Nunspeet 122,4 90,7
Oegstgeest 119,3 77,1
Oirschot 93,0 87,3
Oisterwijk 95,7 83,1
Oldambt 87,9 84,4
Oldebroek 117,8 93,6
Oldenzaal 98,0 87,7
Olst-Wijhe 97,4 91,7
Ommen 106,1 86,4
Oost Gelre 97,0 87,7
Oosterhout 100,6 79,5
Ooststellingwerf 93,8 76,7
Oostzaan 101,7 89,9
Opmeer 98,3 95,8
Opsterland 101,6 86,1
Oss 96,1 92,1
Oude IJsselstreek 89,7 89,1
Ouder-Amstel 109,8 89,3
Oudewater 105,9 86,1
Overbetuwe 110,1 86,8
Papendrecht 104,5 88,7
Peel en Maas 91,3 85,4
Pekela 99,9 83,9
Pijnacker-Nootdorp 120,8 102,2
Purmerend 98,1 88,0
Putten 112,8 92,7
Raalte 101,3 86,5
Reimerswaal 128,7 100,6
Renkum 87,8 67,2
Renswoude 132,9 107,1
Reusel-De Mierden 106,2 78,5
Rheden 89,8 83,7
Rhenen 110,3 93,3
Ridderkerk 105,3 81,9
Rijssen-Holten 125,1 100,7
Rijswijk (ZH.) 110,3 80,8
Roerdalen 84,3 68,8
Roermond 93,3 82,9
Roosendaal 94,6 88,2
Rotterdam 98,1 119,7
Rozendaal 123,5 76,9
Rucphen 91,1 74,1
Schagen 94,6 92,3
Scherpenzeel 125,7 90,2
Schiedam 103,6 89,9
Schiermonnikoog 58,1 76,1
Schouwen-Duiveland 91,8 69,5
's-Gravenhage (gemeente) 102,6 107,9
's-Hertogenbosch 95,9 92,4
Simpelveld 84,6 71,9
Sint-Michielsgestel 107,3 80,9
Sittard-Geleen 81,9 83,8
Sliedrecht 116,1 88,3
Sluis 81,2 68,0
Smallingerland 104,9 89,5
Soest 105,1 82,6
Someren 99,8 81,3
Son en Breugel 109,7 81,2
Stadskanaal 92,8 85,2
Staphorst 144,2 113,8
Stede Broec 104,3 89,3
Steenbergen 92,0 81,8
Steenwijkerland 99,5 87,3
Stein (L.) 80,1 74,9
Stichtse Vecht 109,0 78,5
S�dwest-Frysl�n 101,8 86,3
Terneuzen 92,1 75,2
Terschelling 78,9 116,3
Texel 85,2 70,7
Teylingen 103,2 90,9
Tholen 118,0 88,6
Tiel 97,8 95,1
Tilburg 92,3 136,7
Tubbergen 102,9 105,8
Twenterand 113,4 101,8
Tynaarlo 110,3 67,0
Tytsjerksteradiel 105,6 88,0
Uitgeest 103,7 92,2
Uithoorn 111,6 87,5
Urk 175,0 120,4
Utrecht (gemeente) 101,9 137,7
Utrechtse Heuvelrug 106,2 80,4
Vaals 69,4 102,1
Valkenburg aan de Geul 74,1 69,2
Valkenswaard 90,0 75,3
Veendam 95,2 87,2
Veenendaal 117,3 96,7
Veere 100,5 73,1
Veldhoven 99,4 79,6
Velsen 99,6 85,0
Venlo 91,4 90,6
Venray 91,5 84,2
Vijfheerenlanden 115,2 87,9
Vlaardingen 106,2 86,0
Vlieland 53,6 121,5
Vlissingen 89,7 90,9
Voerendaal 93,3 68,1
Voorne aan Zee 95,7 78,3
Voorschoten 108,5 82,2
Voorst 106,1 80,6
Vught 111,8 70,4
Waadhoeke 99,9 87,7
Waalre 109,6 68,2
Waalwijk 95,8 89,2
Waddinxveen 125,8 80,6
Wageningen 75,9 228,3
Wassenaar 108,7 82,9
Waterland 99,5 80,6
Weert 89,4 82,3
West Betuwe 108,4 95,9
West Maas en Waal 97,1 76,1
Westerkwartier 110,1 82,5
Westerveld 82,8 74,0
Westervoort 101,0 76,5
Westerwolde 103,5 79,1
Westland 109,1 90,3
Weststellingwerf 97,7 79,1
Wierden 111,4 90,9
Wijchen 96,3 90,6
Wijdemeren 99,3 77,5
Wijk bij Duurstede 104,2 81,9
Winterswijk 92,8 89,6
Woensdrecht 88,9 73,1
Woerden 111,2 92,9
Wormerland 95,1 93,1
Woudenberg 127,8 95,2
Zaanstad 105,9 91,1
Zaltbommel 115,4 104,9
Zandvoort 83,7 70,9
Zeewolde 107,5 98,9
Zeist 110,1 90,3
Zevenaar 93,4 81,6
Zoetermeer 110,4 88,9
Zoeterwoude 97,0 86,0
Zuidplas 121,1 84,8
Zundert 90,6 77,1
Zutphen 93,3 86,9
Zwartewaterland 130,3 103,9
Zwijndrecht 103,4 86,0
Zwolle 108,7 106,6
1) Concentratie-index (gemiddelde = 100)

Meer jongeren geboren buiten Nederland

Begin 2025 was 11,5 procent van de jongeren buiten Nederland geboren en was 20,8 procent in Nederland geboren bij één of twee in het buitenland geboren ouders. Twee derde van de jongeren had een Nederlandse herkomst en was in Nederland geboren bij twee in Nederland geboren ouders. Tien jaar geleden gold dit voor driekwart van de jongeren. Toen was 6,2 procent buiten Nederland geboren en was 19,5 procent van de tweede generatie.

Van de 563 duizend jongeren die in het buitenland zijn geboren is de grootste groep van Syrische komaf. Daarna volgen jongeren met een Oekraïense en Poolse herkomst. Van de 765 duizend tweede generatie-jongeren die een herkomst buiten Europa hebben, is de grootste groep van Marokkaanse komaf, gevolgd door jongeren met een Turkse herkomst. Jongeren met ouders van de Nederlandse Cariben vormen de derde groep. Onder de 255 duizend tweede generatie-jongeren met een Europese herkomst komen de Duitse en Poolse herkomst het meest voor.

2.1.4 Meest voorkomende herkomstlanden (excl. Nederland) van 0- tot 25-jarigen, 2025 (x 1 000)
Herkomst Geboren in het buitenland Geboren in Nederland, één ouder geboren in het buitenland Geboren in Nederland, twee ouders geboren in het buitenland
Europa . . .
Polen 27,7 14,1 28,5
Duitsland 21,9 37 5,9
Oekraïne 43,3 2,8 3,8
België 19,8 19,1 2,3
Verenigd Koninkrijk 12,3 16,2 2,8
. . .
Buiten Europa . . .
Marokko 7,0 54,0 100,2
Turkije 25,7 53,5 60,3
Syrië 67,2 1,8 23,4
Suriname 8,0 41,7 32,8
Nederlandse Cariben 17,5 28,3 23,7
Indonesië 4,1 14,7 3,1

2.2Gezinssituatie van jongeren

De meeste minderjarige kinderen wonen in een gezin met een gehuwd of ongehuwd paar. Meestal zijn dit hun (juridische) ouders (77 procent), maar soms gaat het om een samengesteld gezin (4 procent). Een deel van de minderjarigen woont zonder ouders. Naarmate jongeren ouder worden, wonen ze vaker op zichzelf.

77% van de kinderen woont bij beide ouders

Aandeel kinderen in eenoudergezinnen verder toegenomen

Van de bijna 3,3 miljoen kinderen onder de 18 jaar woont bijna 17 procent in een eenouder­huishouden. Dit komt neer op 547 duizend minderjarigen. Het aandeel kinderen in eenoudergezinnen is de afgelopen tien jaar verder toegenomen. In 2005 ging het nog om 13 procent, in 2015 om 15 procent. Het grootste aandeel minderjarigen in eenouder­huis­houdens woonde in de gemeente Heerlen (31 procent), gevolgd door Rotterdam (28 procent), Vlaardingen en Capelle aan den IJssel (elk 26 procent).

2.2.1 Minderjarige thuiswonende kinderen in eenoudergezinnen, 2025
Gemeente Kinderen in eenoudergezinnen
Groningen (gemeente) 22,8
Almere 22,9
Stadskanaal 17,0
Veendam 21,9
Zeewolde 13,0
Achtkarspelen 12,7
Ameland 8,9
Harlingen 19,8
Heerenveen 15,8
Leeuwarden 22,5
Ooststellingwerf 16,8
Opsterland 12,0
Schiermonnikoog 17,5
Smallingerland 19,3
Terschelling 16,8
Vlieland 16,8
Weststellingwerf 13,5
Assen 19,1
Coevorden 14,4
Emmen 18,2
Hoogeveen 16,1
Meppel 16,9
Almelo 17,3
Borne 10,4
Dalfsen 8,8
Deventer 18,0
Enschede 20,3
Haaksbergen 12,1
Hardenberg 9,4
Hellendoorn 10,0
Hengelo (O.) 16,7
Kampen 10,5
Losser 12,3
Noordoostpolder 12,8
Oldenzaal 14,4
Ommen 9,9
Raalte 10,4
Staphorst 5,4
Tubbergen 6,6
Urk 4,2
Wierden 7,8
Zwolle 16,7
Aalten 10,6
Apeldoorn 15,4
Arnhem 22,2
Barneveld 6,7
Beuningen 12,4
Brummen 12,5
Buren 9,3
Culemborg 12,8
Doesburg 20,4
Doetinchem 15,3
Druten 12,3
Duiven 15,1
Ede 9,4
Elburg 11,3
Epe 10,5
Ermelo 11,5
Harderwijk 13,9
Hattem 8,5
Heerde 9,2
Heumen 12,7
Lochem 11,7
Maasdriel 11,1
Nijkerk 9,4
Nijmegen 19,9
Oldebroek 8,2
Putten 8,8
Renkum 14,8
Rheden 19,0
Rozendaal 7,5
Scherpenzeel 9,0
Tiel 16,0
Voorst 7,1
Wageningen 16,7
Westervoort 18,8
Winterswijk 14,1
Wijchen 13,8
Zaltbommel 10,6
Zevenaar 16,1
Zutphen 19,5
Nunspeet 8,6
Dronten 13,3
Amersfoort 14,7
Baarn 12,9
De Bilt 14,1
Bunnik 9,2
Bunschoten 8,2
Eemnes 12,9
Houten 12,7
Leusden 12,0
Lopik 11,2
Montfoort 10,4
Renswoude 7,7
Rhenen 11,1
Soest 12,9
Utrecht (gemeente) 15,1
Veenendaal 13,0
Woudenberg 8,4
Wijk bij Duurstede 14,7
IJsselstein 16,6
Zeist 14,6
Nieuwegein 17,3
Aalsmeer 15,2
Alkmaar 20,0
Amstelveen 16,1
Amsterdam 25,3
Bergen (NH.) 15,4
Beverwijk 16,7
Blaricum 11,6
Bloemendaal 10,7
Castricum 11,4
Diemen 20,1
Edam-Volendam 10,5
Enkhuizen 19,1
Haarlem 16,5
Haarlemmermeer 14,6
Heemskerk 16,3
Heemstede 11,4
Heiloo 12,4
Den Helder 24,1
Hilversum 15,4
Hoorn 19,4
Huizen 16,3
Landsmeer 17,0
Laren (NH.) 15,5
Medemblik 13,4
Oostzaan 14,0
Opmeer 10,0
Ouder-Amstel 18,0
Purmerend 19,4
Schagen 13,3
Texel 16,3
Uitgeest 12,4
Uithoorn 17,0
Velsen 19,3
Zandvoort 23,4
Zaanstad 20,5
Alblasserdam 13,7
Alphen aan den Rijn 14,0
Barendrecht 13,7
Drechterland 12,0
Capelle aan den IJssel 26,3
Delft 22,0
Dordrecht 19,5
Gorinchem 15,8
Gouda 15,5
's-Gravenhage (gemeente) 22,0
Hardinxveld-Giessendam 9,1
Hendrik-Ido-Ambacht 11,4
Stede Broec 14,2
Hillegom 13,2
Katwijk 10,5
Krimpen aan den IJssel 18,1
Leiden 18,6
Leiderdorp 14,1
Lisse 14,0
Maassluis 20,6
Nieuwkoop 9,4
Noordwijk 14,2
Oegstgeest 11,5
Oudewater 12,9
Papendrecht 16,5
Ridderkerk 20,4
Rotterdam 28,3
Rijswijk (ZH.) 22,9
Schiedam 24,6
Sliedrecht 14,7
Albrandswaard 13,2
Vlaardingen 26,4
Voorschoten 13,0
Waddinxveen 10,1
Wassenaar 15,6
Woerden 12,3
Zoetermeer 21,7
Zoeterwoude 11,8
Zwijndrecht 21,7
Borsele 9,6
Goes 16,2
West Maas en Waal 10,3
Hulst 14,9
Kapelle 11,6
Middelburg (Z.) 18,9
Reimerswaal 8,5
Terneuzen 19,6
Tholen 9,9
Veere 8,5
Vlissingen 23,3
De Ronde Venen 14,4
Tytsjerksteradiel 12,5
Asten 9,7
Baarle-Nassau 13,6
Bergen op Zoom 18,2
Best 13,0
Boekel 9,7
Boxtel 14,4
Breda 17,2
Deurne 11,1
Pekela 19,6
Dongen 13,1
Eersel 9,0
Eindhoven 19,3
Etten-Leur 15,3
Geertruidenberg 15,9
Gilze en Rijen 13,1
Goirle 13,6
Helmond 18,2
's-Hertogenbosch 16,6
Heusden 13,0
Hilvarenbeek 10,8
Loon op Zand 12,3
Nuenen, Gerwen en Nederwetten 11,7
Oirschot 9,1
Oisterwijk 11,2
Oosterhout 17,6
Oss 15,8
Rucphen 13,6
Sint-Michielsgestel 9,2
Someren 9,8
Son en Breugel 11,8
Steenbergen 12,9
Waterland 14,9
Tilburg 21,3
Valkenswaard 15,5
Veldhoven 13,1
Vught 12,0
Waalre 12,8
Waalwijk 16,0
Woensdrecht 13,0
Zundert 11,4
Wormerland 15,5
Landgraaf 22,2
Beek (L.) 18,2
Beesel 15,8
Bergen (L.) 11,3
Brunssum 25,3
Gennep 15,4
Heerlen 31,0
Kerkrade 25,8
Maastricht 22,5
Meerssen 12,5
Mook en Middelaar 11,8
Nederweert 9,0
Roermond 19,4
Simpelveld 16,5
Stein (L.) 15,5
Vaals 21,3
Venlo 18,4
Venray 14,4
Voerendaal 15,8
Weert 15,5
Valkenburg aan de Geul 14,6
Lelystad 22,4
Horst aan de Maas 10,0
Oude IJsselstreek 12,9
Teylingen 12,0
Utrechtse Heuvelrug 11,2
Oost Gelre 9,6
Koggenland 10,8
Lansingerland 13,5
Leudal 11,6
Maasgouw 12,9
Gemert-Bakel 12,7
Halderberge 15,7
Heeze-Leende 10,2
Laarbeek 11,4
Reusel-De Mierden 9,8
Roerdalen 15,3
Roosendaal 18,7
Schouwen-Duiveland 13,4
Aa en Hunze 11,6
Borger-Odoorn 11,8
De Wolden 10,1
Noord-Beveland 16,2
Wijdemeren 11,2
Noordenveld 13,3
Twenterand 10,8
Westerveld 10,8
Lingewaard 11,7
Cranendonck 10,9
Steenwijkerland 13,3
Moerdijk 13,6
Echt-Susteren 16,0
Sluis 15,8
Drimmelen 12,8
Bernheze 12,0
Alphen-Chaam 10,2
Bergeijk 10,2
Bladel 10,8
Gulpen-Wittem 13,4
Tynaarlo 11,0
Midden-Drenthe 12,6
Overbetuwe 12,2
Hof van Twente 10,6
Neder-Betuwe 8,0
Rijssen-Holten 6,9
Geldrop-Mierlo 16,2
Olst-Wijhe 10,7
Dinkelland 7,3
Westland 12,2
Midden-Delfland 11,3
Berkelland 11,8
Bronckhorst 9,6
Sittard-Geleen 20,4
Kaag en Braassem 13,3
Dantumadiel 11,2
Zuidplas 12,2
Peel en Maas 10,6
Oldambt 21,0
Zwartewaterland 7,3
Súdwest-Fryslân 14,8
Bodegraven-Reeuwijk 10,3
Eijsden-Margraten 8,7
Stichtse Vecht 13,0
Hollands Kroon 13,9
Leidschendam-Voorburg 18,9
Goeree-Overflakkee 10,9
Pijnacker-Nootdorp 13,0
Nissewaard 24,2
Krimpenerwaard 11,3
De Fryske Marren 12,2
Gooise Meren 13,0
Berg en Dal 15,3
Meierijstad 12,5
Waadhoeke 12,8
Westerwolde 10,8
Midden-Groningen 19,5
Beekdaelen 14,6
Montferland 13,7
Altena 9,6
West Betuwe 9,9
Vijfheerenlanden 11,5
Hoeksche Waard 11,3
Het Hogeland 15,3
Westerkwartier 11,7
Noardeast-Fryslân 12,4
Molenlanden 7,8
Eemsdelta 21,5
Dijk en Waard 14,2
Land van Cuijk 12,5
Maashorst 13,4
Voorne aan Zee 17,9

Naarmate kinderen ouder worden vaker in eenoudergezin

Hoe ouder het kind, hoe vaker het voorkomt dat het niet bij beide ouders woont. Van de kinderen tussen de 0 en 4 jaar stond begin 2025 ruim 10 procent bij alleen de moeder of de vader ingeschreven. Onder 15‑jarigen was dat 22 procent. Tien jaar geleden woonde bijna 20 procent van de 15‑jarigen bij één van de ouders, twintig jaar geleden was dat 16 procent.

In de meeste gevallen is een scheiding van de ouders de reden dat minderjarige kinderen niet bij beide juridische ouders staan ingeschreven. In 2024 maakten 27,5 duizend kinderen de echtscheiding (na een huwelijk of partnerschap) van hun ouders mee. Voor kinderen met ouders die ongehuwd samenwoonden waren dat er de afgelopen jaren naar schatting bijna 20 duizend per jaar.

Kinderen in deze eenoudergezinnen wonen meestal bij de juridische moeder (89 procent). Dat is vooral zo op de jongste leeftijden. In de leeftijden tot 4 jaar woont 95 procent of meer bij de moeder, onder 15‑jarigen is dat 85 procent. Dit beeld is in de afgelopen tien jaar nauwelijks veranderd.

2.2.2 Jongeren naar aanwezigheid ouders, 2025 (%)
Leeftijd Bij beide ouders Alleen met moeder Alleen met vader Met moeder en partner Met vader en partner Overig
0 jaar 88,4 10,1 0,3 0,8 0,0 0,3
1 jaar 88,1 10,2 0,4 0,7 0,1 0,5
2 jaar 87,5 10,6 0,5 0,8 0,1 0,5
3 jaar 85,7 11,9 0,7 1,1 0,1 0,6
4 jaar 84,1 12,8 0,9 1,4 0,1 0,7
5 jaar 82,6 13,7 1,0 1,9 0,2 0,7
6 jaar 81,1 14,3 1,3 2,3 0,2 0,8
7 jaar 79,5 15,1 1,5 2,8 0,3 0,8
8 jaar 78,1 15,6 1,7 3,3 0,4 0,9
9 jaar 76,5 16,2 2,0 3,9 0,5 1,0
10 jaar 75,0 16,7 2,2 4,4 0,6 1,1
11 jaar 73,7 17,3 2,3 4,8 0,7 1,2
12 jaar 72,8 17,4 2,6 5,2 0,7 1,2
13 jaar 71,4 17,9 2,9 5,6 0,9 1,4
14 jaar 70,4 18,1 3,1 5,9 0,9 1,6
15 jaar 69,3 18,4 3,3 6,1 1,1 1,9
16 jaar 67,9 18,7 3,6 6,2 1,1 2,5
17 jaar 66,3 18,6 3,8 6,2 1,2 3,9
44% van de 25‑jarigen woont bij de ouder(s)

Vooral oudere twintigers later uit huis

De meeste jongeren gaan tussen hun 18e en hun 30e het huis uit. Het aandeel twintigers dat het ouderlijk huis heeft verlaten is de afgelopen jaren echter gedaald. Begin 2025 was 73 procent van de 25- tot 28‑jarigen uit huis, tien jaar eerder was dat nog 78 procent. Ook 22- tot 25- jarigen staan vaker dan tien jaar geleden nog bij hun ouder(s) ingeschreven.

Onder 18- tot 22‑jarigen bleef begin 2025 het deel dat het ouderlijk huis had verlaten stabiel ten opzichte van een jaar eerder. Wel was er in de jaren daarvoor een toename. Vooral tussen 2023 en 2024 gingen meer 18- tot 22‑jarigen uit huis. Dit had mogelijk te maken met het opnieuw invoeren van de basisbeurs met ingang van het studiejaar 2023/’24. Voor deze hogere beurs voor uitwonenden moeten studenten op een ander adres staan ingeschreven dan hun ouders. Vanaf 2015 gingen juist minder jongeren uit huis, nadat het leenstelsel werd ingevoerd. Gemiddeld waren jongeren die in 2024 het ouderlijk huis verlieten 23,8 jaar, even oud als in 2022. In 2023 kwam de gemiddelde leeftijd tijdelijk 0,4 jaar lager uit. Hoe jongeren tegen hun woonsituatie aankijken, komt aan de orde in hoofdstuk 11.

2.2.3 Jongeren die uit huis zijn, 1 januari (%)
18 tot 22 jaar 22 tot 25 jaar 25 tot 28 jaar
2005 29,2 59,8 80,7
2006 29,2 60,0 80,6
2007 29,2 60,1 80,6
2008 29,2 60,1 80,9
2009 29,1 60,1 81,2
2010 29,1 59,7 81,1
2011 28,6 59,2 80,6
2012 28,0 58,2 79,9
2013 27,6 57,1 79,3
2014 28,0 56,3 78,5
2015 28,4 55,8 77,8
2016 27,3 55,7 77,3
2017 25,7 55,3 77,0
2018 24,4 55,1 76,8
2019 23,2 53,8 76,6
2020 22,8 52,4 76,1
2021 22,5 51,5 75,8
2022 23,3 51,5 76,0
2023 23,7 50,8 75,2
2024 26,4 51,0 74,1
2025 26,2 50,2 72,9

Meeste jongeren wonen op zichzelf na verlaten ouderlijk huis

Van de 18- tot 25‑jarigen die begin 2025 niet meer bij de ouder(s) thuis woonden, was 60 procent alleenstaande of alleenstaande ouder. Ruim een kwart woonde samen met een partner, en ruim een tiende woonde in een ander soort huishouden, bijvoorbeeld bij iemand anders dan de eigen ouder(s) of in een instelling.

Het aandeel dat met een partner woont is in de afgelopen jaren gedaald. Steeds meer jongeren wonen dus (eerst) zonder partner. Hoe jonger iemand het ouderlijk huis verlaat, hoe vaker die persoon zonder partner gaat wonen.

2.2.4 Plaats in het huishouden van jongeren die uit huis zijn, 1 januari (%)
Alleenstaand(e ouder) Samenwonend Overig
2005 48,5 40,4 11,1
2015 56,8 32,8 10,5
2025 60,4 27,1 12,5

Steeds minder vaak jong ouderschap

Maar weinig jongeren hebben al kinderen. In 2024 kregen 1 032 tienermeisjes een kind (2,1 per duizend meisjes), iets meer dan een jaar eerder toen het er 980 waren (2,0 per duizend meisjes). In 2004 waren dit er nog aanzienlijk meer met 3 004 (6,3 per duizend meisjes). Ook het aantal tienervaders daalde. Daarnaast beginnen ook jonge twintigers minder vaak aan kinderen dan voorheen. Begin 2005 had 5 procent van de 18- tot 25‑jarigen één of meer kinderen, begin 2025 was dat 2 procent. Meer jonge vrouwen (3 procent) dan jonge mannen (1 procent) hebben de stap naar het ouderschap gemaakt. Dit verschil heeft er enerzijds mee te maken dat mannen gemiddeld later aan relatie- en gezinsvorming beginnen. Daarnaast speelt mee dat vaders in het register niet altijd bekend zijn. Dat komt relatief vaak voor bij kinderen met jonge moeders.

2.3Begrippen

Basisbeurs

De hoogte van de basisbeurs is afhankelijk van de woonsituatie: studenten die op zichzelf wonen ontvangen een hogere beurs dan studenten die nog thuis wonen.

Concentratie-index

Maat die aangeeft of een bepaalde bevolkingsgroep in een regio boven- of ondergemiddeld vertegenwoordigd is. Deze maat wordt berekend door het aandeel van alle jongeren dat in een gemeente woont te delen door het aandeel van alle inwoners dat in een gemeente woont.

Eenouderhuishouden

Particulier huishouden bestaande uit één ouder met één of meer thuiswonende kinderen (en met mogelijk ook overige leden).

Geboren in Nederland

Dit kenmerk geeft aan of een persoon en diens ouders in Nederland of in het buitenland geboren zijn. Geboren in Nederland wordt in de standaardindeling als volgt weergegeven:

  1. Geboren in Nederland
    1. Twee ouders geboren in Nederland
    2. Een ouder geboren in Nederland, een in het buitenland
    3. Twee ouders geboren in het buitenland
  2. Geboren in het buitenland
    1. Twee ouders geboren in Nederland
    2. Een ouder geboren in Nederland, een in het buitenland
    3. Twee ouders geboren in het buitenland

Herkomstland

Dit kenmerk geeft aan in welk land iemand geboren is of waar diens ouders geboren zijn. De herkomst van personen die in het buitenland zijn geboren wordt bepaald door hun eigen geboorteland. Bij personen die in Nederland geboren zijn, wordt de herkomst bepaald door het geboorteland van de ouders. Wanneer beide ouders in het buitenland zijn geboren, is het geboorteland van de moeder leidend in het bepalen van de herkomst. De geboortegegevens van de moeder zijn vaker bekend dan die van de vader. Wanneer de moeder in Nederland is geboren of het geboorteland van de moeder is onbekend, dan wordt het geboorteland van de vader gebruikt.

Laaginkomensland

De United Nations delen landen onder andere in naar vier door de Wereldbank onderscheiden inkomensgroepen. Landen met een bruto nationaal inkomen per hoofd van de bevolking lager dan $1.135 dollar worden tot de lage inkomenslanden gerekend.

Leenstelsel

Vanaf studiejaar 2015/’16 is in het hoger onderwijs (hbo en wo) het sociaal leenstelsel ingevoerd, een sterk hervormd stelsel van studiefinanciering. Het sociaal leenstelsel betekende de afschaffing van de basisbeurs, die alle studenten ontvingen gedurende de nominale duur van hun studie, en een uitbreiding van de mogelijkheden om te lenen als student. De aanvullende beurs voor studenten uit lage inkomensgroepen bleef wel behouden. 

Kind woont met beide juridische ouders

Het kind maakt deel uit van het huishouden waar ook twee juridische ouders deel van uitmaken. Ouders en kind moeten op 1 januari van het betreffende peiljaar in de BRP (Basisregistratie Personen) op hetzelfde adres geregistreerd staan. In de BRP kunnen momenteel maximaal twee juridische ouders worden geregistreerd, waardoor er geen gegevens beschikbaar zijn over meerouderschap.

Juridische moeder

De vrouw

  • uit wie het kind geboren is;
  • of die het kind officieel geadopteerd heeft.

Juridische vader

De man

  • die bij geboorte met de moeder is gehuwd;
  • of die het kind of de ongeboren vrucht heeft erkend;
  • of van wie door de rechter het vaderschap is vastgesteld;
  • of die het kind officieel geadopteerd heeft.

Kind woont alleen met moeder of kind woont alleen met vader

Het kind maakt volgens de registratie deel uit van het huishouden waar ook de juridische moeder deel van uitmaakt. Of het kind maakt volgens het register deel uit van het huishouden waar ook de juridische vader deel van uitmaakt.

Gemiddelde leeftijd bij uit huis gaan

De gemiddelde leeftijd van jongeren van 14 tot en met 39 jaar die aan het begin van het jaar nog thuiswonend kind waren en aan het eind van het jaar niet meer. Bij de berekening is rekening gehouden met leeftijdsopbouw (zijn er relatief veel of weinig jongeren van een bepaalde leeftijd), door te wegen naar het aantal uit-huis-gaande jongeren van een bepaalde leeftijd per duizend jongeren van die leeftijd. De hier gepresenteerde uitkomsten verschillen van die van andere CBS-publicaties waar de gemiddelde leeftijd is berekend op basis van een zogenaamde overlevingstafel. Voor die methode wordt de kans om uit huis te gaan per leeftijd toegepast op een fictieve populatie van duizend mensen. Deze laatste methode is gevoeliger voor uitstel en inhaal van het uit huis gaan.

2.4Meer informatie en literatuur

Meer informatie

Cijfers over het aantal jongeren zijn te vinden op Jeugdmonitor StatLine.

De prognose van het aantal jongeren staat op StatLine.

De prognose van de bevolking naar geslacht, leeftijd en herkomstland staat op StatLine.

Cijfers over levend geborenen kinderen zijn te vinden op StatLine.

Literatuur

Berg, L. van den (NIDI), Gaalen, R. van (2018). Studeren en uit huis gaan haalbaar? Samenhang met sociaal leenstelsel en ouderlijke welvaart, 2007–2016.

Berg, L. van den (NIDI), Houdt, K. van en Gaalen, R. van (2023). De groeiende groep jongvolwassen thuiswonenden. Kenmerken van blijvers en terugkeerders tussen 2011 en 2021.

Stoeldraijer, L., Duin, C. van, Feijten, P., Wennekes, M. en H. Nicolaas (2024). Kernprognose 2024–2070: een miljoen inwoners erbij in 2037.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

niets (blanco) een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
0 (0,0) het cijfer is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
* voorlopige cijfers
** nader voorlopige cijfers
- (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
2016-2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/'17 oogstjaar, boekjaar, schooljaar, enz. beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2004/'05-2016/'17 oogstjaar enz., 2004/'05 tot en met 2016/'17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

1. Inleiding

Jessica Kofi (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)

2. Jongeren in Nederland

Saskia te Riele

3. Jeugdzorg en Veilig Thuis

Rudi Bakker

4. Opgroeien in de bijstand

Noortje Pouwels-Urlings

5. School

Sascha de Breij, Lixin Lakeman

6. Werk

Jannes Kromhout

7. Roken, vapen, alcohol, drugs en voeding

Jan-Willem Bruggink

8. Criminaliteit en veiligheid

Mathilde Kennis, Rob Kessels

9. Jongeren in Caribisch Nederland

Suzanne Loozen, Corina Huisman, Mark Ramaekers

10. Welzijn

Moniek Coumans

11. Wonen

Jesper van Thor

Redactie

Linda Fernandez Beiro

Francis van der Mooren

Robert de Vries

Eindredactie

Saskia Stavenuiter