Foto omschrijving: Een sporter in een filiaal van fitnessclub Basic-Fit trekt aan de gewichten.

Middelengebruik, beweeggedrag en overgewicht bij jongeren

Auteur: Christianne Hupkens

Jongeren voldeden in 2023 vaker aan de richtlijn voor alcoholgebruik dan in 2014 en 2015. Het percentage rokers onder 12- tot 18‑jarigen bleef in deze periode gelijk, terwijl het onder jongvolwassenen afnam. Wel is het gebruik van de e-sigaret tussen 2021 en 2023 vervijfvoudigd. Wat beweging betreft, voldeden in 2023 meer 12- tot 18‑jarigen aan de beweegrichtlijnen dan in 2014. Het aandeel jongeren dat wekelijks sport is in deze periode niet veranderd. Jongeren met overgewicht sporten minder vaak wekelijks dan hun leeftijdsnoten zonder overgewicht. Het percentage jongeren met overgewicht is sinds 2015 toegenomen.

Data over leefstijl van jongeren

De cijfers over middelengebruik in dit hoofdstuk zijn afkomstig uit de jaargangen 2014 tot en met 2023 van de Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor van CBS, RIVM en het Trimbos-instituut. Deze bron valt onder het samenwerkingsverband ‘Leefstijlmonitor’ en beschrijft de zelfgerapporteerde leefstijl van jongeren (12 tot 18 jaar) en jongvolwassenen (18 tot 25 jaar).

Binnen het kader van de Leefstijlmonitor zijn het onderzoek Health Behaviour in School-aged Children (HBSC) en het Peilstationsonderzoek Scholieren landelijk preferente onderzoeken naar roken, drinken en drugsgebruik onder scholieren van 12 tot 17 jaar waarbij het Peilstationsonderzoek Scholieren uit 2023 het meest recente is. De cijfers van HBSC en van het Peilstationsonderzoek worden in dit hoofdstuk niet gepresenteerd, omdat we het middelengebruik onder een bredere leeftijdsgroep, namelijk jongeren van 12 tot 25 jaar, beschrijven. Ze zijn wel te raadplegen op de website van de Jeugdmonitor. De kerncijfers over gezondheid, leefstijl en zorg, die gebruikt worden voor beleid en beleidsondersteuning, zijn samengebracht in de Staat van Volksgezondheid en Zorg.

In deze bijdrage wordt gesproken van een verandering tussen jaren (of een verschil tussen groepen) als deze verandering (of dit verschil) statistisch significant is. Verschillen tussen de jaren zijn getoetst door middel van een trendanalyse van de gegevens van de jaren 2014 tot en met 2023.

13% van de jongvolwassenen gebruikte in 2023 een vape

7.1Middelengebruik

Minder rokers en dagelijkse rokers onder jongvolwassenen

In de jaren 2014 tot en met 2023 is het aandeel rokers onder jongeren van 12 tot 18 jaar niet veel veranderd. Ook het aandeel dagelijkse rokers van 12 tot 18 jaar is vrijwel hetzelfde gebleven. In 2023 gaf 7 procent van de jongeren in deze leeftijdsgroep aan weleens te roken, 2 procent gaf aan dagelijks te roken.

Bij jongvolwassenen is het aandeel rokers in deze periode wel afgenomen. In 2014 rookte nog 35 procent van de jongvolwassenen, tien jaar later is dit gedaald naar 26 procent. Ook het aandeel jongvolwassenen dat dagelijks rookt nam af: van 23 procent in 2014 naar 13 procent in 2023.

7.1.1 Rokers en dagelijkse rokers onder jongeren en jongvolwassenen (%)
Jaartal Rokers, 12 tot 18 jaar Rokers, 18 tot 25 jaar Dagelijkse rokers, 12 tot 18 jaar Dagelijkse rokers, 18 tot 25 jaar
2014 7,8 35,3 4,5 22,7
2015 6,9 36,9 4,0 21,8
2016 7,5 28,3 3,7 16,1
2017 6,2 29,9 3,8 14,7
2018 5,8 29,1 3,1 15,1
2019 5,6 28,1 2,8 14,3
2020 4,2 23,2 2,1 11,9
2021 6,4 27,6 2,5 14,9
2022 6,6 26,2 2,3 12,7
2023 7,2 25,8 2,2 13,2

Gebruik van de e-sigaret sterk toegenomen in twee jaar

In 2023 is het gebruik van de e-sigaret of vape bij jongeren toegenomen in vergelijking met 2021. Waar in 2021 nog 1 procent van de 12-‍ tot 18‑jarigen een e-sigaret gebruikte, was dit twee jaar later gestegen naar 6 procent. Bij jongvolwassenen nam het gebruik van vapes toe van 2 procent naar 13 procent. Hiermee is het gebruik van de e-sigaret bij beide leeftijdsgroepen in twee jaar tijd sterk toegenomen.

7.1.2 Gebruik van de e-sigaret onder jongeren en jongvolwassenen1) (%)
Jaartal 12 tot 18 jaar 18 tot 25 jaar
2021 1,3 2,3
2022 3,7 7,3
2023 6,1 13,0
1) Vanaf 2019 zijn er cijfers over het gebruik van de e-sigaret. We presenteren hier de cijfers vanaf 2021, omdat de vraagstelling en antwoordopties in 2019 en 2020 afweken.

Jongeren en jongvolwassenen voldoen vaker aan de alcoholrichtlijn

Sinds 2014 geldt voor jongeren van 12 tot 18 jaar de richtlijn om geen alcohol te drinken.

Het aandeel jongeren dat hieraan voldoet, is gestegen van 66 procent in 2014 naar 69 procent in 2023. Voor volwassenen geldt sinds 2015 de richtlijn om niet te drinken of maximaal 1 glas per dag. In 2015 voldeed 23 procent van de jongvolwassenen aan deze richtlijn. In 2023 is dat gestegen naar 30 procent.

7.1.3 Aandeel jongeren en jongvolwassenen dat aan de alcoholrichtlijn voldoet (%)
Jaartal 12 tot 18 jaar 18 tot 25 jaar
2014 65,6 .
2015 63,8 22,8
2016 64,8 26,7
2017 69,1 25,0
2018 69,5 28,5
2019 65,4 28,9
2020 72,2 31,4
2021 71,2 29,8
2022 67,1 31,9
2023 69,2 30,3

Mannen die meer dan 21 glazen en vrouwen die meer dan 14 glazen alcohol per week drinken, worden als overmatige drinkers beschouwd. In 2023 was 2 procent van de 12-‍ tot 18‑jarigen een overmatige drinker, en 5 procent was een zware drinker. Zware drinkers zijn jongens die minstens 1 keer per week 6 of meer glazen alcohol op één dag drinken, en meiden die minstens 1 keer per week 4 of meer glazen alcohol op één dag drinken. Het aandeel overmatige en zware drinkers onder 12-‍ tot 18‑jarigen is sinds 2014 gelijk gebleven.

Van de jongvolwassenen was 12 procent in 2023 een overmatige drinker en 19 procent een zware drinker. Het aandeel overmatige drinkers varieerde in de afgelopen tien jaar tussen de 10 en 16 procent. Het aandeel zware drinkers fluctueerde ook, maar was tussen 2016 en 2020 lager dan in 2015.

7.1.4 Overmatige drinkers en zware drinkers onder jongeren en jongvolwassenen (%)
Jaartal Zware drinkers, 12 tot 18 jaar Zware drinkers, 18 tot 25 jaar Overmatige drinkers, 12 tot 18 jaar Overmatige drinkers, 18 tot 25 jaar
2014 3,3 19,4 1,6 13,5
2015 4,0 24,2 2,6 15,1
2016 3,7 17,7 2,0 13,8
2017 4,3 18,6 2,0 15,7
2018 3,8 19,4 0,7 12,0
2019 3,4 18,4 2,0 14,5
2020 4,0 15,6 2,4 9,6
2021 6,0 18,7 1,6 12,0
2022 5,0 22,3 1,7 12,8
2023 4,7 19,0 2,0 12,4

Aandeel jongeren dat afgelopen jaar cannabis heeft gebruikt niet veranderd

In 2023 zei 7 procent van de jongeren van 12 tot 18 jaar in het afgelopen jaar cannabis te hebben gebruikt. Tussen 2014 en 2016 is het gebruik gedaald van 9 procent naar 5 procent. Daarna is het gestegen naar 7 procent, maar het verschil tussen 2016 en 2023 is niet significant. Van de jongvolwassenen had 23 procent in het afgelopen jaar cannabis gebruikt. Hoewel het aandeel cannabisgebruikers fluctueert, is er geen sprake van een trend tussen 2014 en 2023.

7.1.5 Cannabisgebruik in het afgelopen jaar onder jongeren en jongvolwassenen (%)
Jaartal 12 tot 18 jaar 18 tot 25 jaar
2014 9,5 22,2
2015 6,7 24,3
2016 5,2 21,1
2017 6,2 25,2
2018 6,2 23,1
2019 5,8 22,0
2020 7,1 25,8
2021 6,7 25,4
2022 7,0 25,8
2023 6,9 23,3
59% van de 12-‍ tot 18‑jarigen met overgewicht sport minimaal een keer per week

7.2Bewegen, sporten en zitten

In 2023 voldeden meer 12-‍ tot 18‑jarigen aan de beweegrichtlijnen dan in 2014

Om aan de beweegrichtlijnen te voldoen moeten volwassenen elke week minstens 2,5 uur matig of zwaar intensief bewegen, zoals wandelen of fietsen, verdeeld over meerdere dagen in de week. Kinderen en jongeren onder de 18 jaar moeten elke dag minstens 1 uur matig of zwaar intensief bewegen. Daarnaast moeten volwassenen minimaal 2 keer per week spier- en botversterkende activiteiten doen en kinderen en jongeren onder de 18 jaar minimaal 3 keer per week. In 2023 voldeed 60 procent van de 4-‍ tot 12‑jarigen, 39 procent van de 12-‍ tot 18‑jarigen en 55 procent van de jongvolwassenen aan de beweegrichtlijnen.

Voor de 4-‍ tot 12‑jarigen valt op dat ze in 2020 en 2021 meer aan de beweegrichtlijnen voldeden dan in de jaren daarvoor. In 2019 en 2020 voldeden de 12-‍ tot 18‑jarigen en de jongvolwassenen meer aan deze richtlijnen dan in de jaren voor 2019. De hogere aandelen jongeren die in deze jaren voldoende bewogen hangen voor een deel samen met de corona-omstandigheden. Onderzoek naar het sport- en beweeggedrag heeft aangetoond dat in 2020 een grotere groep Nederlanders aan de beweegrichtlijnen voldeed dan in 2019. Daarnaast heeft de coronapandemie invloed gehad op methodologische aspecten van het onderzoek, die hebben bijgedragen aan positievere sport- en beweegcijfers voor 2020. Zie voor meer informatie daarover Sport- en beweeggedrag in 2020. Onderzoek op basis van dezelfde gegevens toont aan dat jongeren en jongvolwassenen in 2022 (na de corona­periode) minder vaak aan de richtlijnen voldeden dan in 2019 (voor de corona­periode) (RIVM, 2023). Ondanks deze daling tussen 2019 en 2022, is er op de langere termijn bij de 12-‍ tot 18‑jarigen en bij de 4-‍ tot 12‑jarige jongens wel sprake van een stijging. Bij de 4-‍ tot 12‑jarige meiden is er geen sprake van een toename.

7.2.1 Aandeel jongeren en jongvolwassenen dat aan de beweegrichtlijnen voldoet (%)
Jaartal 4 tot 12 jaar¹⁾ 12 tot 18 jaar 18 tot 25 jaar
2014 . 29,4 58,7
2015 . 28,4 56,2
2016 55,4 28,3 55,1
2017 55,5 31,0 58,3
2018 55,4 33,9 56,4
2019 55,9 40,5 60,1
2020 60,7 41,2 62,6
2021 62,3 36,0 50,2
2022 56,8 33,0 51,3
2023 60,4 39,3 55,1
1) Voor de jongeren van 4 tot 12 jaar zijn er vanaf 2016 cijfers verzameld over bewegen.

Aandeel wekelijkse sporters blijft gelijk

In 2023 sportte 62 procent van de 4-‍ tot 12‑jarigen minstens 1 keer per week. Bij de 12-‍ tot 18‑jarigen was dit 76 procent en bij de jongvolwassenen 68 procent. Het aandeel wekelijkse sporters is sinds 2014 (2016 voor de 4-‍ tot 12‑jarigen) niet veranderd.

7.2.2 Wekelijkse sporters onder jongeren en jongvolwassenen (%)
Jaartal 4 tot 12 jaar 12 tot 18 jaar 18 tot 25 jaar
2014 . 70,6 66,0
2015 . 72,0 66,7
2016 64,8 70,9 65,8
2017 63,3 75,3 69,3
2018 60,0 75,0 67,6
2019 63,2 71,3 69,2
2020 64,5 69,9 69,5
2021 60,3 74,3 65,6
2022 58,4 72,1 66,8
2023 61,8 75,7 68,5

Zitgedrag niet veranderd bij 4-‍ tot 12‑jarigen en jongvolwassenen

Jongeren van 4 tot 12 jaar zaten in de jaren 2015 tot en met 2023 gemiddeld 7,2 uur per dag. Dit is in deze periode constant gebleven. Zij brengen beduidend minder uren per dag zittend door dan de jongeren vanaf 12 jaar en jongvolwassenen.

Bij 12-‍ tot 18‑jarigen is er wel een ontwikkeling zichtbaar. In 2015 zaten zij gemiddeld 10,3 uur per dag, dat is gedaald naar 9,6 uur in 2019 en 9,7 uur in 2021. In 2023 nam dit weer toe naar 10,4 uur per dag. Jongvolwassenen zitten gemiddeld 10,2 uur per dag. Dit is tussen 2015 en 2023 niet veranderd. Zie voor meer informatie over zitgedrag het rapport Zitgedrag in Nederland.

7.2.3 Aantal uren zitten per dag onder jongeren en jongvolwassenen1)
Jaartal 4 tot 12 jaar 12 tot 18 jaar 18 tot 25 jaar
2015 7,3 10,3 10,3
2017 7,3 10,1 10,0
2019 7,0 9,6 10,0
2021 7,2 9,7 10,5
2023 7,3 10,4 10,3
1) Cijfers over zitgedrag zijn beschikbaar voor de oneven jaren tussen 2015 en 2023 en zijn afkomstig uit de Aanvullende Module Bewegen en Ongevallen van de Leefstijlmonitor (RIVM, VeiligheidNL, CBS).

7.3Overgewicht

Toename overgewicht bij 12-‍ tot 18‑jarigen en jongvolwassenen

In 2023 had 11 procent van de 4-‍ tot 12‑jarigen, 14 procent van de 12-‍ tot 18‑jarigen en 25 procent van de jongvolwassenen overgewicht. Het percentage jongeren met ernstig overgewicht (ofwel obesitas) was in alle leeftijdsgroepen met 4 à 5 procent vrijwel gelijk.

7.3.1 Matig overgewicht en obesitas onder jongeren en jongvolwassenen, 2023 (%)
Leeftijd Matig overgewicht Obesitas
4 tot 12 jaar 7,6 3,7
12 tot 18 jaar 9,8 4,5
18 tot 25 jaar 19,4 5,2

Het percentage 4-‍ tot 12‑jarigen met overgewicht is sinds 2014 niet veranderd. Het percentage 12-‍ tot 18‑jarigen en jongvolwassenen met overgewicht nam in deze periode wel toe, en dan vooral tussen 2015 en 2020.

7.3.2 Overgewicht onder jongeren en jongvolwassenen (%)
Jaartal 4 tot 12 jaar 12 tot 18 jaar 18 tot 25 jaar
2014 11,6 12,3 20,6
2015 12,2 11,0 20,4
2016 11,9 15,6 22,2
2017 13,1 14,0 20,4
2018 11,9 11,5 24,0
2019 12,0 14,4 25,0
2020 13,2 16,5 25,6
2021 15,5 16,3 23,8
2022 11,5 14,6 25,4
2023 11,3 14,3 24,7

7.4Samenhang tussen overgewicht, bewegen, sporten en zitten

Jongvolwassenen met overgewicht voldoen minder vaak aan de beweegrichtlijnen

Deze paragraaf beschrijft de samenhang tussen overgewicht enerzijds en voldoen aan de beweegrichtlijnen, wekelijks sporten en aantal uren zitten per dag anderzijds.

Jongeren van 4 tot 12 jaar en van 12 tot 18 jaar met overgewicht voldoen even vaak aan de beweegrichtlijnen als hun leeftijdsgenoten zonder overgewicht. Bij jongvolwassenen is er wel een verband: jongvolwassenen die overgewicht hebben voldoen minder vaak aan de beweegrichtlijnen (49 procent) dan jongvolwassenen zonder overgewicht (55 procent). Zowel jongeren van 4 tot 18 jaar als jongvolwassenen met overgewicht sporten ook minder vaak wekelijks dan hun leeftijdsgenoten zonder overgewicht.

7.4.1 Voldoen aan de beweegrichtlijnen en wekelijks sporten in relatie tot overgewicht, 2022/20231) (%)
Categorie Geen overgewicht Overgewicht
4 tot 12 jaar . .
Voldoen aan de beweegrichtlijnen 59,7 56,9
Wekelijks sporten 61,8 52,7
12 tot 18 jaar . .
Voldoen aan de beweegrichtlijnen 37,1 34,4
Wekelijks sporten 76,5 58,7
18 tot 25 jaar . .
Voldoen aan de beweegrichtlijnen 55,0 49,3
Wekelijks sporten 69,7 63,9
1)Gebaseerd op de gegevens van de Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor 2022 en 2023.

Er is geen samenhang tussen het aantal uren dat jongeren zittend doorbrengen en overgewicht. Jongeren en jongvolwassenen met overgewicht zitten evenveel als hun leeftijdsgenoten zonder overgewicht.

7.4.2 Aantal uren zitten per dag in relatie tot overgewicht, 2021/20231)
Leeftijd Geen overgewicht Overgewicht
4 tot 12 jaar 7,3 7,4
12 tot 18 jaar 10,2 9,7
18 tot 25 jaar 10,4 10,4
1) Gebaseerd op de gegevens van de Aanvullende Module Bewegen en Ongevallen van de Leefstijlmonitor 2021 en 2023.

7.5Begrippen

Rokers

Percentage jongeren met antwoordcategorie ‘ja’ op de vraag: Rookt u weleens?

Dagelijkse rokers

Percentage jongeren met antwoordcategorie ‘ja’ op de vraag: Rookt u elke dag?

Zware drinkers

Percentage jongeren dat minstens 1 keer per week 6 of meer glazen alcohol op één dag drinkt (mannen) of minstens 1 keer per week 4 of meer glazen alcohol op één dag drinkt (vrouwen).

Overmatige drinkers

Percentage jongeren dat meer dan 21 glazen per week (mannen) of meer dan 14 glazen per week (vrouwen) drinkt.

Richtlijn alcoholgebruik

Voor 12-‍ tot 18‑jarigen geldt sinds 2014 de richtlijn: niet drinken tot je 18e. Voor volwassenen geldt sinds 2015 de richtlijn: niet drinken of maximaal 1 glas per dag. Deze richtlijn is afkomstig uit de Richtlijnen Goede Voeding van de Gezondheidsraad.

Cannabisgebruikers

Percentage jongeren dat ‘ja, afgelopen jaar’ antwoordt op de vraag: Heeft u weleens cannabis (hasj, wiet, marihuana) gebruikt, en zo ja, wanneer voor het laatst?

Beweegrichtlijnen

De beweegrichtlijnen, opgesteld door de Gezondheidsraad, houden in dat volwassenen elke week minstens 2,5 uur matig of zwaar intensief bewegen, zoals wandelen of fietsen. Dit moet verdeeld worden over meerdere dagen. Voor kinderen is dat elke dag minstens 1 uur. Daarnaast moeten volwassenen minimaal 2 keer per week spier- en botversterkende activiteiten doen en kinderen minimaal 3 keer per week.

De vragen over lichamelijke activiteit zijn gebaseerd op de zogeheten short questionnaire to assess health enhancing physical activity (SQUASH). Deze vragenlijst beoogt een volledig beeld te geven van de lichamelijke activiteit, waarbij gevraagd wordt naar de frequentie en duur van:

  1. Fietsen en lopen in woon-werkverkeer of woon-schoolverkeer
  2. Activiteiten op het werk of op school
  3. Activiteiten in het huishouden
  4. Wandelen, fietsen, buiten spelen, tuinieren en klussen in de vrije tijd
  5. Sporten

De navraagperiode van de vragenlijst betreft een doorsnee week in de afgelopen maanden.

Vanaf 2019 zijn voor jongeren vanaf 12 jaar die basisonderwijs, praktijkonderwijs, vmbo, havo, vwo of mbo volgen, vragen toegevoegd over gymlessen en beweeg- en sport­activiteiten georganiseerd door school. Hierdoor zijn de cijfers over de beweegrichtlijnen voor schoolgaande jongeren vanaf 12 jaar vanaf 2019 minder goed vergelijkbaar met de cijfers van voor 2019.

Voor jongeren van 4 tot 12 jaar zijn de SQUASH-vragen vanaf 2016 opgenomen in de Gezondheidsenquête. De vragen over de gymlessen op school zijn voor deze jongeren vanaf 2016 meegenomen in de vragenlijst.

Het RIVM heeft de mogelijke impact van de corona-omstandigheden in 2020 op de cijfers over bewegen onderzocht. De resultaten daarvan zijn te vinden in deze nota: Sport- en beweeggedrag in 2020.

Wekelijkse sporters

Percentage jongeren dat minimaal 1 keer per week sport.

Zitgedrag

Zitgedrag wordt gemeten met een aangepaste versie van de Marshall-vragenlijst, waarin de categorie ‘zitten tijdens school/studie’ is toegevoegd. Respondenten wordt gevraagd hoeveel minuten per dag ze besteden aan zitten tijdens de volgende activiteiten:

  1. Vervoer
  2. Werk
  3. School/studie
  4. Gebruik van computer/tablet/smartphone thuis
  5. Televisiekijken
  6. Andere vrijetijdsactiviteiten.

Deze vragen gaan over een doorsnee dag, zowel doordeweeks als in het weekend. De navraagperiode van de vragenlijst betreft een doorsnee week in de afgelopen maanden.

Matig en ernstig overgewicht

De maat voor onder- of overgewicht is de Body Mass Index (BMI). De BMI is het quotiënt van het lichaamsgewicht in kilogrammen en het kwadraat van de lengte in meters (kg/m2). Voor volwassenen van 20 jaar of ouder zijn de criteria:

  1. Ondergewicht: BMI <18,5
  2. Normaal gewicht: BMI ≥18,5 en <25,0
  3. Overgewicht: BMI ≥25,0
    1. Matig overgewicht: BMI ≥25,0 en <30,0
    2. Ernstig overgewicht: BMI ≥30,0

Voor personen jonger dan 20 jaar gelden andere grenswaarden. Deze waarden hangen af van de leeftijd en het geslacht.

7.6Meer informatie en geraadpleegde literatuur

Meer informatie

Gezondheidsenquête vanaf 2014.

In het statistiekjaar 2020 werd de waarneming voor de Gezondheidsenquête verstoord door de coronacrisis. In een deel van het jaar was het niet mogelijk om aan huis interviews af te nemen en kwam er dus alleen via internet respons binnen. Om hiermee om te kunnen gaan is het weegmodel van de Gezondheidsenquête aangepast voor het jaar 2020. Daarbij is gebruik gemaakt van tijdreeksmodellen om te kunnen corrigeren voor het wegvallen van een deel van de waarnemingen. Meer informatie hierover kunt u vinden in deze nota. Ook in 2021 had de waarneming voor de Gezondheidsenquête te kampen met verstoringen als gevolg van corona(maatregelen). Daar is op dezelfde manier mee omgegaan als in 2020.

Cijfers over leefstijl en (preventief) gezondheidsonderzoek naar persoonskenmerken zijn te vinden op StatLine.

Cijfers over overgewicht zijn ook te vinden op Jeugdmonitor StatLine en Statline.

Literatuur

Boer, M. Van Dorsselaer, S., De Looze, M. E., De Roos, S. A., Brons, H., Van den Eijnden, R. J. J. M., Monshouwer K., Huijnk, W., Ter Bogt, T. F. M., Vollebergh, W. A. M., & Stevens, G. W. J. M. (2022). HBSC 2021. Gezondheid en welzijn van jongeren in Nederland. Utrecht: Universiteit Utrecht.

Rombouts, M., Morren, K., van Dorsselaer, S., Tuithof, M., Monshouwer, K. Peilstationsonderzoek Scholieren 2023.

RIVM (2023). Vooral jongvolwassenen voldoen minder vaak aan beweegrichtlijnen.

Schurink-van ’t Klooster, T.M., Van Deemter, S., Duijvestijn, M. & Wendel-Vos, W. (2023). Zitgedrag in Nederland Ontwikkelingen tussen 2015 en 2021. Bilthoven: RIVM-rapport 2022–0183.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

niets (blanco) een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
0 (0,0) het cijfer is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
* voorlopige cijfers
** nader voorlopige cijfers
- (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
2016–2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/’17 oogstjaar, boekjaar, schooljaar, enz. beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2004/’05-2016/’17 oogstjaar enz., 2004/’05 tot en met 2016/’17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

1. Inleiding

Jessica Kofi (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)

2. Jongeren in Nederland

Sevda Ulusoy-Sönmez

3. Jeugdzorg

Isidora Stolwijk

4. Opgroeien in de bijstand

Noortje Pouwels-Urlings

5. School

Bertina Ransijn, Iris van Santen

6. Werk

Jannes Kromhout

7. Middelengebruik, beweeggedrag en overgewicht bij jongeren

Christianne Hupkens

8. Criminaliteit

Mathilde Kennis, Iryna Rud, Wim Vissers

9. Jongeren in Caribisch Nederland

Corina Huisman, Suzanne Loozen

10. Welzijn van jongvolwassenen

Moniek Coumans

11. Jongeren die geen onderwijs volgen en niet werken

Paul Bokern

Redactie

Linda Fernandez Beiro

Francis van der Mooren

Robert de Vries

Eindredactie

Saskia Stavenuiter

Erratum

Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze publicatie is samengesteld, zijn er achteraf enkele onvolkomenheden geconstateerd. Onze excuses hiervoor.

Datum: 21 november 2024

Bij figuur 3.1.1 waren de aantallen per hulpvorm berekend op basis van het aantal trajecten, terwijl dit personen moesten zijn. De figuur en bijbehorende tekst zijn nu gecorrigeerd.
 
Oorspronkelijke tekst
Het aantal jongeren dat jeugdzorg kreeg is in 2023 met 33 procent toegenomen ten opzichte van 2015. Deze stijging wordt veroorzaakt door een toename van jeugdhulp zonder verblijf, die in 2023 44 procent hoger lag dan in 2015.[1] Jeugdhulp met verblijf fluctueert iets over de jaren. Zowel jeugdbescherming als jeugdreclassering zijn in dezelfde periode afgenomen; bij jeugdbescherming was de daling het sterkst na 2021, bij jeugdreclassering is in 2023 een stijging te zien na een gestage daling vanaf 2015.
 
Vernieuwde tekst
Het aantal jongeren dat jeugdzorg kreeg is in 2023 met 29 procent toegenomen ten opzichte van 2015. Deze stijging wordt veroorzaakt door een toename van jeugdhulp zonder verblijf, die in 2023 34 procent hoger lag dan in 2015. Jeugdhulp met verblijf fluctueert iets over de jaren, maar is licht toegenomen in 2023 ten opzichte van 2015. Zowel jeugdbescherming als jeugdreclassering zijn in dezelfde periode afgenomen; bij jeugdbescherming was de daling het sterkst na 2021, bij jeugdreclassering is in 2023 een stijging te zien na een gestage daling vanaf 2015.[1]