Foto omschrijving: Een bezorger van Flink

Werk

Jongeren op de arbeidsmarkt

Auteur: Willem Gielen

In 2020 daalde het percentage jongeren met werk voor het eerst sinds 2014 en steeg de jeugdwerkloosheid. Het percentage jongeren met een flexibel dienstverband nam in 2020 verder af. 15- tot 27‑jarige werknemers gaven in 2020 aanzienlijk vaker dan oudere werknemers aan dat hun werk stil was komen te liggen of niet uitgevoerd mocht worden door de coronacrisis. De tevredenheid met het werk nam onder jongere werknemers in 2020 verder toe.

6.1Arbeidsdeelname

Jongeren in 2020 minder vaak werkzaam dan jaar eerder

In 2020 had 66 procent van de 15- tot 27‑jarigen betaald werk, dat zijn bijna 1,7 miljoen jongeren. De nettoarbeidsparticipatie van jongeren was daarmee lager dan in het voorgaande jaar (68 procent). Tussen 2014 en 2019 nam het percentage jongeren met betaald werk ieder jaar toe. De daling van de nettoarbeidsparticipatie in 2020 was sterker onder onderwijsvolgende jongeren (van 62 procent naar 59 procent) dan onder jongeren die geen onderwijs volgden (van 83 naar 82 procent). De nettoarbeidsparticipatie onder 27- tot 75‑jarigen bleef in 2020 op een vergelijkbaar niveau met 2019 (69 procent).

6.1.1 Nettoarbeidsparticipatie van 15- tot 27-jarigen (%)
jaar Totaal Onderwijsvolgenden Niet-onderwijsvolgenden
2010 64,2 56,4 80,9
2011 64,7 56,4 82,4
2012 64,6 56,8 80,6
2013 63,4 56,2 77,7
2014 62,2 54,8 77,3
2015 64,0 56,5 79,8
2016 64,3 56,5 80,6
2017 65,4 58,2 81,0
2018 66,9 59,8 82,3
2019 68,3 61,6 82,6
2020 65,9 58,6 81,5
66% van de 15- tot 27‑jarigen had in 2020 betaald werk Buitenvorm Binnenvorm

Arbeidsparticipatie jongeren deels hersteld in 3e en 4e kwartaal 2020

Na het uitbreken van de coronacrisis daalde het percentage jongeren met betaald werk aanzienlijk. In het eerste kwartaal van 2020 had van de jongeren van 15 tot 25 jaar 65,9 procent nog betaald werk, in het tweede kwartaal was dit afgenomen naar 60,3 procent (gecorrigeerd voor seizoeninvloeden). In het derde en vierde kwartaal van 2020 herstelde de nettoarbeidsparticipatie van jongeren weer gedeeltelijk, naar 60,9 en 62,7 procent. In het tweede kwartaal van 2021 bedroeg deze 62,9 procent. Daarnaast nam de werkloosheid onder 15- tot 25‑jarigen juist toe na het eerste kwartaal van 2020: van 6,3 procent in het eerste kwartaal, naar 11,0 procent in het derde kwartaal (gecorrigeerd voor seizoeninvloeden). In het vierde kwartaal daalde de werkloosheid weer naar 9,7 procent, om daarna verder af te nemen naar 8,4 procent in het tweede kwartaal van 2021.

Arbeidsparticipatie relatief laag in studentensteden

De nettoarbeidsparticipatie onder jongeren van 15 tot 27 jaar was in 2019 het hoogst in de gemeenten Veere (85 procent), Urk, Boekel, Staphorst en Reusel-De Mierden (allen 84 procent). Bij de gemeenten groter dan 100 duizend inwoners was het percentage werkenden ook hoog in de gemeenten Westland (81 procent), Alphen aan den Rijn, ‌’s‍-‍Hertogenbosch en Ede (allen 74 procent). Van alle gemeenten was het aandeel werkende jongeren het kleinst in Vaals (39 procent), Wageningen (44 procent) en Wassenaar (46 procent).

In de vier grootste gemeenten lag de nettoarbeidsparticipatie van jongeren in 2019 onder het landelijk gemiddelde. In Utrecht had van de 15- tot 27‑jarigen 67 procent betaald werk, in Amsterdam 65 procent, in Rotterdam 63 procent en in Den Haag 59 procent. In de studentensteden Wageningen (44 procent), Maastricht (46 procent), Delft (52 procent) en Groningen (57 procent) was de arbeidsparticipatie ook relatief laag.

6.1.2 Nettoarbeidsparticipatie van 15- tot 27-jarigen, 2019*
Gemeente Nettoarbeidsparticipatie (15 tot 27 jaar), 2019
Appingedam 66,4
Delfzijl 63,6
Groningen 57,3
Loppersum 70,3
Almere 67,8
Stadskanaal 69,5
Veendam 64,8
Zeewolde 74,9
Achtkarspelen 70,5
Ameland 80,2
Harlingen 67,5
Heerenveen 68,5
Leeuwarden 64,0
Ooststellingwerf 71,0
Opsterland 70,8
Schiermonnikoog 81,7
Smallingerland 67,3
Terschelling 71,4
Vlieland 78,4
Weststellingwerf 70,7
Assen 67,9
Coevorden 72,5
Emmen 70,2
Hoogeveen 74,9
Meppel 68,8
Almelo 67,4
Borne 72,6
Dalfsen 77,0
Deventer 68,0
Enschede 59,2
Haaksbergen 77,7
Hardenberg 78,0
Hellendoorn 75,3
Hengelo 69,4
Kampen 76,7
Losser 74,3
Noordoostpolder 71,4
Oldenzaal 74,5
Ommen 75,6
Raalte 79,2
Staphorst 83,7
Tubbergen 79,5
Urk 84,3
Wierden 78,6
Zwolle 71,6
Aalten 76,0
Apeldoorn 71,7
Arnhem 64,0
Barneveld 82,2
Beuningen 73,4
Brummen 74,1
Buren 74,5
Culemborg 70,1
Doesburg 68,8
Doetinchem 71,2
Druten 71,3
Duiven 74,6
Ede 73,6
Elburg 78,5
Epe 75,8
Ermelo 74,6
Harderwijk 75,6
Hattem 71,9
Heerde 76,7
Heumen 68,5
Lochem 69,9
Maasdriel 77,4
Nijkerk 78,3
Nijmegen 64,0
Oldebroek 75,8
Putten 81,4
Renkum 62,4
Rheden 65,9
Rozendaal 48,6
Scherpenzeel 83,1
Tiel 71,7
Voorst 73,5
Wageningen 44,5
Westervoort 72,0
Winterswijk 75,9
Wijchen 73,3
Zaltbommel 79,1
Zevenaar 73,1
Zutphen 66,5
Nunspeet 81,1
Dronten 68,7
Amersfoort 71,1
Baarn 66,0
De Bilt 61,0
Bunnik 66,8
Bunschoten 81,3
Eemnes 72,4
Houten 69,7
Leusden 73,1
Lopik 77,9
Montfoort 79,0
Renswoude 82,7
Rhenen 75,5
Soest 69,7
Utrecht 67,1
Veenendaal 75,6
Woudenberg 77,7
Wijk bij Duurstede 75,7
IJsselstein 72,0
Zeist 59,1
Nieuwegein 73,3
Aalsmeer 76,1
Alkmaar 73,0
Amstelveen 59,4
Amsterdam 65,3
Beemster 73,4
Bergen (NH.) 67,4
Beverwijk 75,3
Blaricum 53,9
Bloemendaal 53,5
Castricum 74,7
Diemen 60,6
Edam-Volendam 82,3
Enkhuizen 73,6
Haarlem 69,5
Haarlemmermeer 72,2
Heemskerk 75,1
Heemstede 59,9
Heerhugowaard 73,3
Heiloo 72,1
Den Helder 73,4
Hilversum 66,2
Hoorn 73,2
Huizen 69,4
Landsmeer 68,5
Langedijk 77,4
Laren 46,8
Medemblik 76,6
Oostzaan 73,0
Opmeer 80,7
Ouder-Amstel 64,9
Purmerend 73,9
Schagen 76,3
Texel 78,8
Uitgeest 78,0
Uithoorn 72,8
Velsen 73,6
Weesp 72,9
Zandvoort 68,5
Zaanstad 71,5
Alblasserdam 75,9
Alphen aan den Rijn 74,1
Barendrecht 69,0
Drechterland 76,8
Brielle 75,7
Capelle aan den IJssel 68,0
Delft 51,8
Dordrecht 68,9
Gorinchem 71,9
Gouda 71,3
's-Gravenhage 58,7
Hardinxveld-Giessendam 80,2
Hellevoetsluis 73,7
Hendrik-Ido-Ambacht 74,9
Stede Broec 78,9
Hillegom 76,5
Katwijk 80,2
Krimpen aan den IJssel 72,8
Leiden 61,9
Leiderdorp 68,7
Lisse 77,4
Maassluis 74,1
Nieuwkoop 79,7
Noordwijk 73,9
Oegstgeest 56,1
Oudewater 78,3
Papendrecht 74,0
Ridderkerk 75,1
Rotterdam 63,1
Rijswijk 62,2
Schiedam 66,8
Sliedrecht 74,8
Albrandswaard 67,0
Westvoorne 71,3
Vlaardingen 71,0
Voorschoten 62,1
Waddinxveen 76,8
Wassenaar 45,8
Woerden 75,1
Zoetermeer 70,2
Zoeterwoude 72,0
Zwijndrecht 72,3
Borsele 80,2
Goes 73,6
West Maas en Waal 76,5
Hulst 69,7
Kapelle 78,2
Middelburg 70,1
Reimerswaal 79,7
Terneuzen 72,3
Tholen 77,2
Veere 84,5
Vlissingen 70,8
De Ronde Venen 74,1
Tytsjerksteradiel 69,3
Asten 79,4
Baarle-Nassau 80,5
Bergen op Zoom 71,4
Best 75,2
Boekel 84,0
Boxmeer 74,9
Boxtel 73,4
Breda 70,2
Deurne 78,4
Pekela 70,0
Dongen 77,3
Eersel 79,2
Eindhoven 66,5
Etten-Leur 72,4
Geertruidenberg 77,8
Gilze en Rijen 76,6
Goirle 76,3
Grave 74,4
Haaren 79,4
Helmond 71,0
's-Hertogenbosch 73,9
Heusden 76,6
Hilvarenbeek 81,9
Loon op Zand 80,8
Mill en Sint Hubert 80,0
Nuenen, Gerwen en Nederwetten 72,1
Oirschot 82,6
Oisterwijk 74,6
Oosterhout 75,4
Oss 74,4
Rucphen 77,2
Sint-Michielsgestel 74,2
Someren 81,6
Son en Breugel 70,8
Steenbergen 72,9
Waterland 70,8
Tilburg 69,6
Uden 79,6
Valkenswaard 77,3
Veldhoven 75,1
Vught 67,9
Waalre 68,0
Waalwijk 78,0
Woensdrecht 71,9
Zundert 80,5
Wormerland 75,1
Landgraaf 68,9
Beek 74,1
Beesel 78,1
Bergen (L.) 79,4
Brunssum 69,4
Gennep 76,8
Heerlen 67,0
Kerkrade 67,6
Maastricht 46,0
Meerssen 72,6
Mook en Middelaar 66,6
Nederweert 81,2
Roermond 72,4
Simpelveld 72,3
Stein 73,0
Vaals 39,5
Venlo 72,5
Venray 77,8
Voerendaal 73,0
Weert 74,5
Valkenburg aan de Geul 72,5
Lelystad 69,5
Horst aan de Maas 81,7
Oude IJsselstreek 72,0
Teylingen 74,3
Utrechtse Heuvelrug 64,2
Oost Gelre 79,7
Koggenland 79,8
Lansingerland 68,9
Leudal 76,1
Maasgouw 72,9
Gemert-Bakel 77,8
Halderberge 75,1
Heeze-Leende 74,1
Laarbeek 77,7
Reusel-De Mierden 83,7
Roerdalen 76,7
Roosendaal 72,0
Schouwen-Duiveland 79,0
Aa en Hunze 67,3
Borger-Odoorn 73,5
Cuijk 75,0
Landerd 81,3
De Wolden 74,8
Noord-Beveland 78,9
Wijdemeren 70,5
Noordenveld 67,7
Twenterand 75,4
Westerveld 71,0
Sint Anthonis 77,2
Lingewaard 72,5
Cranendonck 72,4
Steenwijkerland 73,2
Moerdijk 74,7
Echt-Susteren 69,6
Sluis 76,7
Drimmelen 78,3
Bernheze 80,0
Alphen-Chaam 76,7
Bergeijk 80,2
Bladel 81,8
Gulpen-Wittem 75,4
Tynaarlo 62,1
Midden-Drenthe 75,0
Overbetuwe 71,2
Hof van Twente 78,7
Neder-Betuwe 82,7
Rijssen-Holten 81,1
Geldrop-Mierlo 74,1
Olst-Wijhe 75,3
Dinkelland 81,6
Westland 81,0
Midden-Delfland 75,0
Berkelland 76,5
Bronckhorst 73,1
Sittard-Geleen 67,6
Kaag en Braassem 78,7
Dantumadiel 69,5
Zuidplas 75,5
Peel en Maas 82,4
Oldambt 64,9
Zwartewaterland 82,1
S�dwest-Frysl�n 71,6
Bodegraven-Reeuwijk 77,0
Eijsden-Margraten 71,3
Stichtse Vecht 70,3
Hollands Kroon 77,8
Leidschendam-Voorburg 63,0
Goeree-Overflakkee 77,7
Pijnacker-Nootdorp 67,5
Nissewaard 72,4
Krimpenerwaard 75,5
De Fryske Marren 73,5
Gooise Meren 58,4
Berg en Dal 70,0
Meierijstad 79,9
Waadhoeke 70,5
Westerwolde 63,4
Midden-Groningen 67,1
Beekdaelen 71,5
Montferland 75,5
Altena 78,3
West Betuwe 75,2
Vijfheerenlanden 76,5
Hoeksche Waard 73,9
Het Hogeland 67,2
Westerkwartier 69,2
Noardeast-Frysl�n 70,8
Molenlanden 79,0
*voorlopige cijfers

Ouders samenwonend in paar vaakst werkzaam

Terwijl de arbeidsparticipatie van jongeren is gedaald, is de arbeidsdeelname van hun ouders, indien ze in hetzelfde huishouden wonen, niet of nauwelijks gedaald. De netto­arbeidsparticipatie van ouders met thuiswonende kinderen is het hoogst in huishoudens waarin beide ouders samenwonen: 86 procent van de ouders in die huishoudens had in 2020 betaald werk. In eenouderhuishoudens was dat 71 procent. Ten opzichte van 2019 is de nettoarbeidsparticipatie van de ouders in een paar nauwelijks veranderd, bij de ouders in een eenouderhuishouden is de arbeidsparticipatie gestegen met twee procentpunt ten opzichte van 2019.

Meerderjarige kinderen die nog bij hun ouders thuis wonen waren in 2020 met 70 procent wat minder vaak werkzaam dan in 2019 (72 procent). Van de minderjarige kinderen had 52 procent in 2020 betaald werk, ook dat is minder dan in 2019 (54 procent).

6.1.3 Nettoarbeidsparticipatie naar positie in het huishouden (15 tot 75 jaar) (%)
situatie 2020 2019
Ouder in eenouderhuishouden 70,9 68,9
Partner in paar met kind 86,1 86,2
Meerderjarig kind (18 jaar of ouder) 69,7 72,3
Minderjarig kind (0 tot 18 jaar) 51,8 53,8

Jeugdwerkloosheid in 2020 weer toegenomen

De werkloosheid onder 15- tot 27‑jarigen daalde tussen 2013 en 2019 vrijwel voortdurend. In 2020 nam deze voor het eerst sinds 2013 weer toe, van 6,1 procent van de beroeps­bevolking in 2019 naar 8,3 procent in 2020. De werkloze beroepsbevolking omvat iedereen die geen betaald werk heeft, maar wel op zoek is naar werk en op korte termijn kan starten. Scholieren of studenten waren vaker werkloos (9,6 procent) dan niet-onderwijs­volgende jongeren (6,1 procent). In tegenstelling tot de jongeren veranderde het werkloosheids­percentage voor de rest van de beroepsbevolking (27 tot 75 jaar) tussen 2019 en 2020 niet (beide jaren 2,7 procent).

6.1.4 Werkloosheid, 15- tot 27-jarigen (% van beroepsbevolking)
jaar Totaal Onderwijsvolgenden Niet-onderwijsvolgenden
2010 9,9 10,9 8,4
2011 9,1 10,2 7,4
2012 10,6 11,9 8,6
2013 12,2 13,0 10,9
2014 11,8 12,9 10,1
2015 10,4 11,5 8,6
2016 9,8 11,3 7,6
2017 8,0 9,4 5,8
2018 6,5 7,6 4,7
2019 6,1 7,0 4,7
2020 8,3 9,6 6,1

6.2Arbeidskenmerken

Minder jongeren met flexibele arbeidsrelatie

Het merendeel van de werkende jongeren, 55 procent, had in 2020 een flexibele arbeidsrelatie. Dit percentage is tussen 2017 en 2020 afgenomen, terwijl het tussen 2010 en 2017 nog ieder jaar toenam. Deze afname was vooral sterk in het afgelopen jaar; in 2019 had 58 procent van de werkzame jongeren een flexibele arbeidsrelatie. Het aandeel jongeren met een vaste arbeidsrelatie nam tussen 2019 en 2020 toe van 36 naar 39 procent. Het percentage zelfstandigen bleef in de afgelopen jaren vrij constant op 6 procent.

6.2.1 Werkzame beroepsbevolking, 15 tot 27 jaar (%)
jaar Werknemer met vaste arbeidsrelatie Werknemer met flexibele arbeidsrelatie Zelfstandige
2020 38,6 55,4 6,0
2019 36,2 58,1 5,6
2018 34,2 60,3 5,5
2017 32,6 61,7 5,7
2016 33,4 60,5 6,2
2015 34,4 59,2 6,4
2014 36,5 57,5 6,0
2013 38,7 55,4 5,9
2012 42,5 52,6 4,9
2011 45,0 50,3 4,8
2010 45,8 49,2 5,0

Scholieren of studenten met een (bij)baan hadden in 2020 (70 procent) vaker een flexibel contract dan werkende jongeren die geen opleiding volgden (33 procent). De afname van het percentage jongeren met een flexibele arbeidsrelatie tussen 2019 en 2020 was aanzienlijk sterker onder de niet-onderwijsvolgende jongeren (van 38 naar 33 procent) dan onder de werkzame jongeren die nog onderwijs volgen (van 71 naar 70 procent). Van de onderwijsvolgende jongeren met een flexibele arbeidsrelatie was het grootste deel oproep- of invalkracht. Niet-onderwijsvolgenden met een flexibele arbeidsrelatie hadden het vaakst een tijdelijk contract met uitzicht op een vast dienstverband.

Scholieren en studenten werkten in 2020 gemiddeld 14 uur per week

Van de jongeren tussen de 15 en 27 jaar is het merendeel nog scholier of student. Gemiddeld werkten zij 14 uur per week in 2020. Niet-onderwijsvolgende jongeren werkten gemiddeld 33 uur per week. De gemiddelde arbeidsduur onder werkende jongeren nam in de periode tussen 2015 en 2019 iets toe. Tussen 2019 en 2020 is deze weer wat afgenomen.

Scholieren en studenten vaakst werkzaam als vakkenvuller

Van alle werkzame scholieren en studenten was in 2020 het meest voorkomende beroep lader, losser of vakkenvuller (15 procent). Daarnaast werkten ze vaak als verkoopmedewerker (10 procent) of in de horeca aan de bar of als ober (9 procent). In vergelijking met een jaar eerder was het percentage onderwijsvolgende jongeren dat in de horeca werkte als ober, aan de bar of keukenhulp in 2020 lager, terwijl de groep laders, lossers en vakkenvullers juist was toegenomen ten opzichte van 2019.

Onder de niet-onderwijsvolgende jongeren waren de meest voorkomende beroepen verkoopmedewerker in de detailhandel (5 procent) en sociaal werker, groeps- en woonbegeleider (4 procent). De beroepsgroepen laders, lossers of vakkenvullers, kelners en barpersoneel en software- en applicatieontwikkelaars (allen 3 procent) kwamen onder deze jongeren ook relatief vaak voor. Ook bij de niet-onderwijsvolgenden nam het percentage dat werkzaam was als kelners of barpersoneel tussen 2019 en 2020 wat af. De groep die werkte als verkoopmedewerker in de detailhandel nam juist wat toe.

6.2.2 Meest voorkomende beroepen onder 15- tot 27-jarigen, 2020 (%)
beroep aandeel
Onderwijsvolgenden .
Laders, lossers en vakkenvullers 15,0
Verkoopmedewerkers detailhandel 10,3
Kelners en barpersoneel 9,5
Kassamedewerkers 5,4
Keukenhulpen 4,5
Niet-onderwijsvolgenden .
Verkoopmedewerkers detailhandel 4,6
Sociaal werkers, groeps- en woonbegeleiders 4,3
Laders, lossers en vakkenvullers 3,4
Kelners en barpersoneel 3,1
Software- en applicatieontwikkelaars 3,0

Doorsnee jaarinkomen van onderwijsvolgende jongeren ruim 5 duizend euro

In 2019 bedroeg het doorsnee (mediane) persoonlijk primair jaarinkomen van 15- tot 27‑jarige werknemers die onderwijs volgen 5 500 euro. Bij mannen was dat 5 900 euro, bij vrouwen 5 200 euro.

Jongere werknemers die geen onderwijs meer volgen verdienden in 2019 met een doorsnee persoonlijk primair jaarinkomen van 30 700 euro aanzienlijk meer. Hierbij was het verschil tussen de jaarinkomens van vrouwen en mannen ook groter: 29 100 euro voor vrouwen tegen 32 600 euro voor mannen. Dit heeft er onder andere mee te maken dat jonge vrouwen minder uren werkten. Worden alleen de voltijdwerkende jongeren vergeleken, dan bedroeg het doorsnee persoonlijk primair jaarinkomen bij mannen 37 600 euro en bij vrouwen 37 200 euro.

6.2.3 Mediane jaarinkomen van werknemers (15 tot 27 jaar), 2019 (x 1 000 euro)
Onderwijsvolgenden geslacht Mediaan
Onderwijsvolgenden Man, Onderwijsvolgenden 5,9
Onderwijsvolgenden Vrouw, Onderwijsvolgenden 5,2
Onderwijsvolgenden Totaal, Onderwijsvolgenden 5,5
Niet-onderwijsvolgenden Man, Niet-onderwijsvolgenden 32,6
Niet-onderwijsvolgenden Vrouw, Niet-onderwijsvolgenden 29,1
Niet-onderwijsvolgenden Totaal, Niet-onderwijsvolgenden 30,7

6.3Arbeidsomstandigheden

Werk van jongere werknemers lag relatief vaak stil door coronacrisis

Uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA), van CBS en TNO, blijkt dat jongere werknemers aanzienlijk vaker dan oudere werknemers aangaven dat hun werk door corona stil is komen te liggen: 7 procent onder de 15- tot 27‑jarige tegenover 1 procent onder de 27- tot 75‑jarige werknemers. Dat heeft er onder andere mee te maken dat relatief veel jongeren werkzaam zijn in de bedrijfstakken waar het werk in de periode waarin de vragenlijst is afgenomen (vierde kwartaal 2020) heeft stilgelegen, zoals in de horeca en de cultuur, sport en recreatie.

Oudere werknemers (52 procent) gaven wel vaker dan jongere werknemers (41 procent) aan dat hun werkomstandigheden zijn veranderd door de coronacrisis, doordat ze bijvoorbeeld zijn gaan thuiswerken of minder zijn gaan werken. Ook was het aandeel werknemers dat aangaf dat de coronamaatregelen geen invloed hebben op het werk lager onder 27‑plussers (46 procent) dan bij 15- tot 27‑jarigen (51 procent).

6.3.1 Invloed van coronamaatregelen op uitoefenen werk van werknemers, 2020 (%)
categorie 15 tot 27 jaar 27 tot 75 jaar
Geen invloed 51 46
Werkomstandigheden zijn veranderd 41 52
Werk ligt stil of mag niet worden uitgevoerd 7 1
Werk momenteel niet omdat ik tot een risicogroep behoor 1 1
Bron: CBS, TNO
7% van jonge werknemers kon eind 2020 werk niet uitvoeren door coronacrisis Buitenvorm Binnenvorm

Een op zeven jongere werknemers psychisch vermoeid door werk

In 2020 zei 14 procent van de werknemers tussen de 15 en 27 jaar een enkele keer per maand of vaker last te hebben van psychische vermoeidheidsklachten (burn-outklachten) door het werk. Dat percentage is vrijwel hetzelfde als in 2019. In de periode 2015 tot en met 2018 steeg de groep jongere werknemers met vermoeidheidsklachten juist van 9 procent naar 15 procent.

Jonge werknemers die geen onderwijs volgen, hadden in 2020 bijna dubbel zo vaak als scholieren of studenten last van psychische vermoeidheidsklachten door het werk: respectievelijk 20 versus 10 procent. Het soort werk van scholieren of studenten verschilde ook met dat van niet-onderwijsvolgende jongeren. Zo werkten scholieren of studenten gemiddeld minder uren per week, hadden ze andere beroepen en ervoeren ze minder vaak een hoge werkdruk (zie volgende paragraaf). 15- tot 27‑jarige vrouwen meldden vaker werkgerelateerde psychische vermoeidheidsklachten (16 procent) dan mannen (11 procent).

6.3.2 Pyschische vermoeidheidsklachten onder jongere werknemers van 15 tot 27 jaar (%)
jaar psychisch vermoeid
2014 9,7
2015 9,1
2016 11,7
2017 11,8
2018 14,9
2019 13,8
2020 13,7
Bron: CBS, TNO

Minder jongere werknemers ervaren hoge werkdruk

In 2020 zei 27 procent van de werknemers tussen 15 en 27 jaar vaak of altijd een hoge werkdruk te ervaren. Dat is lager dan in 2019, toen 31 procent regelmatig een hoge werkdruk ervoer. Onder 15- tot 27‑jarige vrouwen was het aandeel werknemers dat regelmatig een hoge werkdruk ervoer 28 procent, bij mannen was dit 25 procent. Van de werknemers tussen 15 en 27 jaar die nog onderwijs volgen gaf 25 procent aan een hoge werkdruk te ervaren. Bij de groep die geen onderwijs meer volgt was dat 30 procent.

Van de meest voorkomende beroepen onder onderwijsvolgende jongeren tussen de 15 en 27 jaar ervoeren kelners en barpersoneel het vaakst een hoge werkdruk (35 procent). Ook bij de keukenhulpen was dat met 32 procent relatief hoog. Bij de niet-onderwijsvolgende jongeren ervoeren sociaal werkers, groeps-en woonbegeleiders (30 procent) en vakkenvullers (28 procent) het vaakst een hoge werkdruk.

6.3.3 Werkdruk van werknemers (15 tot 27 jaar) naar meest voorkomende beroepen, 2020 (% altijd/vaak hoge werkdruk)
beroep werkdruk
Onderwijsvolgend .
Kelners en barpersoneel 35,1
Keukenhulpen 32,2
Laders, lossers en vakkenvullers 26
Verkoopmedewerkers detailhandel 22,3
Kassamedewerkers 18,9
Niet-onderwijsvolgend .
Sociaal werkers, groeps- en woonbegeleiders 30,3
Laders, lossers en vakkenvullers 28,1
Verkoopmedewerkers detailhandel 25,2
Software- en applicatieontwikkelaars 14,7
Kelners en barpersoneel¹⁾ .
Bron: CBS, TNO
1 Te weinig gegevens beschikbaar.

Jongeren in 2020 vaker tevreden met werk

In 2020 was 79 procent van de jongere werknemers (zeer) tevreden met zijn of haar werk. In de afgelopen jaren is deze tevredenheid steeds wat toegenomen, zo was in 2017 nog 76 procent van de jongere werknemers tevreden met hun werk. Onderwijsvolgenden waren met 80 procent iets vaker tevreden dan niet-onderwijsvolgende werknemers (77 procent).

Van de meest voorkomende beroepen onder scholieren of studenten waren kelners en het barpersoneel het vaakst tevreden (83 procent). Vakkenvullers waren met 76 procent het minst vaak (zeer) tevreden. Onder de niet-onderwijsvolgende jongeren waren van de vijf meest voorkomende beroepen de sociaal werkers, groeps- en woonbegeleiders met 82 procent het vaakst tevreden met hun werk. Verkoopmedewerkers in de detailhandel waren met 70 procent het minst tevreden.

6.3.4 Tevredenheid met werk van werknemers (15 tot 27 jaar) naar meest voorkomende beroepen, 2020 (% (zeer) tevreden)
vak categorie
Onderwijsvolgend .
Kelners en barpersoneel 82,7
Verkoopmedewerkers detailhandel 79,2
Keukenhulpen 78,0
Kassamedewerkers 77,4
Laders, lossers en vakkenvullers 76,0
Niet-onderwijsvolgend .
Software- en applicatieontwikkelaars 82,5
Sociaal werkers, groeps- en woonbegeleiders 80,5
Kelners en barpersoneel 74,4
Verkoopmedewerkers detailhandel 71,9
Laders, lossers en vakkenvullers 69,6
Bron: CBS, TNO

6.4Begrippen

Beroepsbevolking

Personen die betaald werk hebben (werkzame beroepsbevolking) of die geen betaald werk hebben, recent naar betaald werk hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn (werkloze beroepsbevolking). Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar. Bij betaald werk gaat het om werkzaamheden ongeacht de arbeidsduur.

Flexibele arbeidsrelatie

Een werknemer met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd óf een flexibel aantal uren per week. Tot de werknemers met een flexibele arbeidsrelatie behoren:

  • Werknemer tijdelijk, uitzicht op vast
  • Werknemer tijdelijk ≥1 jaar
  • Werknemer tijdelijk <1 jaar
  • Oproep/-invalkracht
  • Uitzendkracht
  • Werknemer vast, geen vaste uren
  • Werknemer tijdelijk, geen vaste uren

Nettoarbeidsparticipatie

Het aandeel van de werkzame beroepsbevolking in de bevolking (beroeps- en niet-beroepsbevolking). Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar.

Vaste arbeidsrelatie

Een werknemer met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd én een vast aantal uren per week. Als een persoon meer dan één baan of werkkring heeft, dan wordt uitgegaan van de baan of werkkring waaraan de meeste tijd wordt besteed.

Werkdruk

Werkdruk wordt ook wel omschreven als taakeisen. Dit is gemeten met drie enquêtevragen:

  • Moet u extra hard werken om iets af te krijgen?
  • Moet u heel veel werk doen?
  • Moet u erg snel werken?

De antwoordcategorieën zijn bij elke vraag: altijd (score 4), vaak (score 3), soms (score 2) of nooit (score 1). Als iemand gemiddeld op de drie uitspraken een score heeft van 2,5 of hoger, dan er is sprake van altijd of vaak een hoge werkdruk.

Werkgerelateerde psychische vermoeidheidsklachten

Psychische vermoeidheid door het werk wordt gemeten aan de hand van vijf uitspraken:

  • Ik voel me emotioneel uitgeput door mijn werk.
  • Aan het einde van een werkdag voel ik me leeg.
  • Ik voel me moe als ik ’s morgens opsta en geconfronteerd word met mijn werk.
  • Het vergt heel veel van mij om de hele dag met mensen te werken.
  • Ik voel me compleet uitgeput door mijn werk.

De antwoordmogelijkheden hierbij zijn: nooit, enkele keren per jaar, maandelijks, enkele keren per maand, wekelijks, enkele keren per week of elke dag. Als iemand gemiddeld op de vijf uitspraken enkele keren per maand of vaker antwoordt, dan is sprake van werkgerelateerde psychische vermoeidheid.

Werkloze beroepsbevolking

Personen zonder betaald werk, die recent naar werk hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn. Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar. Bij betaald werk gaat het om werkzaamheden ongeacht de arbeidsduur.

Werkzame beroepsbevolking

Personen die betaald werk hebben. Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar. Bij betaald werk gaat het om werkzaamheden ongeacht de arbeidsduur.

6.5Meer informatie en literatuur

Meer informatie

Cijfers over arbeidsdeelname en werkloosheid onder jongeren in Nederland zijn te vinden op Jeugdmonitor StatLine.

Regionale cijfers over werkzame en niet-werkzame jongeren zijn te vinden in Jeugdmonitor StatLine.

Regionale cijfers over de arbeidsdeelname en werkloosheid van jongeren voor 2020 zijn beschikbaar op StatLine, wel met de leeftijdsafbakening 15 tot 25 jaar.

Cijfers over duurzame inzetbaarheid van werknemers (waaronder tevredenheid met werk) zijn te vinden op StatLine.

Cijfers over de psychosociale arbeidsbelasting van werknemers (waaronder psychische vermoeidheidsklachten en werkdruk) zijn te vinden op StatLine.

Literatuur

CBS (2021, 21 januari). Werkloosheid in december verder gedaald. CBS nieuwsbericht.

CBS (2021, 2 maart). Grootste daling werkenden in 2020 bij dienstverlenende beroepen. CBS nieuwsbericht.

CBS (2021, 4 maart). Arbeidsparticipatie jongeren in tweede helft 2020 deels hersteld. CBS nieuwsbericht.

CBS (2021, 30 april). Het aanbod van arbeid. De arbeidsmarkt in cijfers 2020.

CBS (2021, 30 april). Arbeidsomstandigheden. De arbeidsmarkt in cijfers 2020.

CBS (2021, 19 mei). Verdeling van brede welvaart. Monitor Brede Welvaart & de Sustainable Development Goals 2021.

CBS (2021, 19 augustus). Werkloosheid daalt het sterkst onder jongeren. CBS nieuwsbericht.

CBS (2021, 20 september). Onbenut arbeidspotentieel bestaat voor een derde uit jongeren. CBS nieuwsbericht.

De Vries, R. (2021, 2 maart). De beroepsbevolking tijdens de coronacrisis. Statistische Trends, CBS.

De Vries, R. (2021, 19 mei). Zowel jongeren als ouderen vaker gestopt met werken begin 2020. ESB Kort.

De Vries, R. (2021, 20 mei). De beroepsbevolking tijdens de coronacrisis: dynamiek en steunmaatregelen. Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken, 37(1), 11–21.

Gielen, W., Siermann, C. en van der Mooren, F. (2021, 8 september). Jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt. CBS Publicatie.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

niets (blanco) een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
0 (0,0) het cijfer is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
* voorlopige cijfers
** nader voorlopige cijfers
- (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
2016-2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/'17 oogstjaar, boekjaar, schooljaar, enz. beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2004/'05-2016/'17 oogstjaar enz., 2004/'05 tot en met 2016/'17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

1. Inleiding

Ruud van Herk (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)

2. Jongeren in Nederland

Dominique van Roon

3. Jeugdzorggebruik en meldingen kindermishandeling 2020

Rudi Bakker

4. Opgroeien in bijstand

Daniël Herbers en Kai Gidding

5. School

Marijke Hartgers en Kiki van Neden

6. Werk

Willem Gielen

7. Middelengebruik en gezondheid

Kim Knoops

8. Veiligheid

Michelle van Rosmalen, Lisanne Jong en Willem Gielen

9. Jongeren in Caribisch Nederland

Carel Harmsen en Mark Ramaekers

10. Welzijn van jongeren

Moniek Coumans

11. Kinderrechten

Kinderrechtencollectief

12. Gemeenten

Jan Hendriks (Communicatie- en tekstbureau Blitz)

Redactie

Linda Fernandez Beiro

Brigitte Hermans

Astrid Pleijers

Martijn Souren

Eindredactie

Karolien van Wijk