Foto omschrijving: Met een geraffineerd gebaar verdwijnt een make-up product in de mouw van een dievegge

Veiligheid

Auteurs: Michelle van Rosmalen, Lisanne Jong, Willem Gielen

Tussen 2010 en 2018 nam het aandeel als verdachte geregistreerde jongeren af, steeg in 2019, en nam opnieuw af in 2020. Bijna 1 op de 5 jongeren kreeg in 2020 te maken met niet-fysieke seksuele intimidatie. Afgelopen jaar werd bijna 1 op de 6 jongeren slachtoffer van online seksuele intimidatie.

8.1Jeugdige verdachten

Grote gemeenten en kustgemeenten hoogste percentage verdachte jongeren

Volgens voorlopige cijfers werden in 2020 bijna 49 duizend jongeren geregistreerd als verdachte van een misdrijf. Dat is 1,6 procent van alle jongeren van 12 tot 25 jaar. Tussen 2010 en 2018 is het aandeel verdachten onder 12- tot 25‑jarigen met meer dan de helft afgenomen. Na een stijging in 2019 is dit aandeel in 2020 weer afgenomen. Het aandeel verdachten onder jongeren verschilt per woongemeente. Dit was in 2020 het hoogst in de gemeenten Vlissingen (3,0 procent), Terneuzen (2,8 procent), Brunssum en Rotterdam (beide 2,7 procent) en het laagst in de gemeenten Wierden en Alphen-Chaam (beide 0,4 procent). Met name in de grote steden en gemeenten aan de kust is het aandeel verdachte jongeren hoger.

8.1.1 Geregistreerde verdachte jongeren, 2020*
gemeente Aandeel geregistreerde verdachte jongeren
Vlissingen 3,0
Terneuzen 2,8
Brunssum 2,7
Rotterdam 2,7
Delfzijl 2,6
Enkhuizen 2,6
Amsterdam 2,6
Nissewaard 2,6
s-Gravenhage (gemeente) 2,6
Kerkrade 2,6
Appingedam 2,6
Zoetermeer 2,5
Lelystad 2,5
Schiedam 2,4
Den Helder 2,4
Helmond 2,4
Sluis 2,4
Dordrecht 2,3
Leidschendam-Voorburg 2,3
Uithoorn 2,3
Vlaardingen 2,3
Rijswijk (ZH.) 2,3
Assen 2,3
Middelburg (Z.) 2,3
Zaanstad 2,2
Heerlen 2,2
Capelle aan den Ijssel 2,2
Almere 2,2
Roermond 2,2
Smallingerland 2,1
Maassluis 2,1
Sittard-Geleen 2,1
Arnhem 2,1
Pekela 2,1
Venlo 2,1
Gouda 2,0
Tiel 2,0
Purmerend 2,0
Oldambt 2,0
Zwolle 2,0
Overbetuwe 1,9
Diemen 1,9
Nieuwegein 1,9
Almelo 1,9
Hillegom 1,9
Zeist 1,9
Bergen op Zoom 1,9
Weststellingwerf 1,9
Ermelo 1,9
Weesp 1,9
Goes 1,9
Sudwest_Fryslan 1,8
Alkmaar 1,8
Hoorn 1,8
's-Hertogenbosch 1,8
Deventer 1,8
Noordwijk 1,8
Haarlem 1,8
Steenwijkerland 1,8
Urk 1,8
Woensdrecht 1,8
Ridderkerk 1,8
Renkum 1,7
Heerhugowaard 1,7
Roosendaal 1,7
Waddinxveen 1,7
Amersfoort 1,7
Oost Gelre 1,7
Doetinchem 1,7
Heusden 1,7
Veendam 1,7
Leeuwarden 1,7
Eindhoven 1,7
Oosterhout 1,7
Landgraaf 1,7
Alphen aan den Rijn 1,7
Boxtel 1,7
Papendrecht 1,7
Borsele 1,7
Heerenveen 1,7
Eijsden-Margraten 1,6
Schouwen-Duiveland 1,6
Zwijndrecht 1,6
Waalwijk 1,6
Tilburg 1,6
Apeldoorn 1,6
Cuijk 1,6
Het Hogeland 1,6
Weert 1,6
Krimpen aan den IJssel 1,6
Midden-Groningen 1,6
Zandvoort 1,6
Utrecht (gemeente) 1,6
Vught 1,6
Epe 1,6
Geldrop-Mierlo 1,6
Loon op Zand 1,6
Voorst 1,6
Wassenaar 1,6
Hengelo (O.) 1,6
Maasdriel 1,6
Ede 1,6
Oss 1,6
Leiden 1,5
Pijnacker-Nootdorp 1,5
Rheden 1,5
Harderwijk 1,5
Vijheerenlanden 1,5
Bunschoten 1,5
Haarlemmermeer 1,5
Kampen 1,5
Westerveld 1,5
Hellevoetsluis 1,5
Leiderdorp 1,5
Schagen 1,5
Hulst 1,5
De Frysek Marren 1,5
Landsmeer 1,5
Gilze en Rijen 1,5
Deurne 1,5
Hoogeveen 1,5
Geertruidenberg 1,5
Groningen (gemeente) 1,5
Amstelveen 1,4
Veenendaal 1,4
IJsselstein 1,4
Bloemendaal 1,4
Westervoort 1,4
Breda 1,4
Stein (L.) 1,4
Beesel 1,4
Ouder-Amstel 1,4
Enschede 1,4
Harlingen 1,4
Reimerswaal 1,4
Lisse 1,4
Emmen 1,4
Stadskanaal 1,4
Uden 1,4
Zutphen 1,4
Hilversum 1,4
Velsen 1,4
Albrandswaard 1,4
Gooise Meren 1,4
Dronten 1,4
Waadhoeke 1,4
Noord-Beveland 1,4
Berg en Dal 1,4
Halderberge 1,4
Meppel 1,4
Heerde 1,4
Laarbeek 1,4
Winterswijk 1,4
Valkenburg aan de Geul 1,3
Huizen 1,3
Wijdemeren 1,3
Voorschoten 1,3
Lansingerland 1,3
Alblasserdam 1,3
Coevorden 1,3
Kaag en Braassem 1,3
Nuenen, Gerwen en Nederwetten 1,3
Gorinchem 1,3
Etten-Leur 1,3
Simpelveld 1,3
Nijmegen 1,3
Stichtse Vecht 1,3
Veldhoven 1,3
Noordoostpolder 1,3
Venray 1,3
Goirle 1,3
Beverwijk 1,3
Beek (L.) 1,3
Barendrecht 1,3
Steenbergen 1,3
Kapelle 1,3
Leusden 1,3
Dongen 1,3
Zoeterwoude 1,3
Zaltbommel 1,3
Soest 1,3
Achtkarspelen 1,3
Meerssen 1,3
Elburg 1,3
Westland 1,3
Best 1,2
Texel 1,2
Loppersum 1,2
Beuningen 1,2
Culemborg 1,2
Oostzaan 1,2
Noardeast-Fryslan 1,2
Ooststellingwerf 1,2
Leudal 1,2
Katwijk 1,2
Maasgouw 1,2
Twenterand 1,2
Nijkerk 1,2
Wormerland 1,2
Zuidplas 1,2
Wijk bij Duurstede 1,2
Zeewolde 1,2
Cranendonck 1,2
Sliedrecht 1,2
Rhenen 1,2
De Bilt 1,2
Zevenaar 1,2
Baarn 1,2
Waterland 1,2
Buren 1,2
Blaricum 1,2
Son en Breugel 1,2
Heemskerk 1,2
Brummen 1,2
West Betuwe 1,2
Waalre 1,2
Teylingen 1,2
Drimmelen 1,2
Utrechtse Heuvelrug 1,2
De Ronde Venen 1,2
Hattem 1,2
Oldebroek 1,2
Westerkwartier 1,1
Lochem 1,1
Hoeksche Waard 1,1
Valkenswaard 1,1
Tytsjerksteradiel 1,1
Heemstede 1,1
Krimpenerwaard 1,1
Brielle 1,1
Delft 1,1
Montferland 1,1
Westerwolde 1,1
Bodegraven-Reeuwijk 1,1
Doesburg 1,1
Someren 1,1
Langedijk 1,1
Beekdaelen 1,1
Tynaarlo 1,1
Oegstgeest 1,1
Medemblik 1,1
Maastricht 1,1
Eemnes 1,1
Woerden 1,1
Midden-Delfland 1,1
Barneveld 1,1
Hollands Kroon 1,1
Stede Broec 1,1
Houten 1,1
Sint-Michielsgestel 1,0
Bergen (NH.) 1,0
Castricum 1,0
Moerdijk 1,0
Woudenberg 1,0
Lopik 1,0
Westvoorne 1,0
Meierijstad 1,0
Rucphen 1,0
Tholen 1,0
Beemster 1,0
Grave 1,0
Midden-Drenthe 1,0
Boxmeer 1,0
Echt-Susteren 1,0
Aalsmeer 1,0
Bergen (L.) 1,0
Borger-Odoorn 1,0
Peel en Maas 1,0
Zwartewaterland 1,0
Montfoort 1,0
Gemert-Bakel 1,0
Druten 1,0
Uitgeest 0,9
Altena 0,9
Veere 0,9
Renswoude 0,9
Opsterland 0,9
Hendrik-Ido-Ambacht 0,9
Heumen 0,9
Borne 0,9
Koggenland 0,9
Hellendoorn 0,9
Oisterwijk 0,9
Olst-Wijhe 0,9
Hardenberg 0,9
Ameland 0,9
Gennep 0,9
Laren (NH.) 0,9
Boekel 0,9
Staphorst 0,9
Eersel 0,9
Heiloo 0,9
Losser 0,9
Edam-Volendam 0,9
Oude IJsselstreek 0,9
Drechterland 0,9
Putten 0,9
Bladel 0,8
Lingewaard 0,8
Wijchen 0,8
Dantumadiel 0,8
Reusel-De Mierden 0,8
Duiven 0,8
Aa en Hunze 0,8
Horst aan de Maas 0,8
Berkelland 0,8
Asten 0,8
West Maas en Waal 0,8
Bernheze 0,8
Haaksbergen 0,8
Heeze-Leende 0,8
Raalte 0,8
Oldenzaal 0,8
Nunspeet 0,8
De Wolden 0,8
Neder-Betuwe 0,8
Hardinxveld-Giessendam 0,8
Bergeijk 0,8
Roerdalen 0,8
Zundert 0,8
Molenlanden 0,8
Oudewater 0,8
Noordenveld 0,7
Gulpen-Wittem 0,7
Opmeer 0,7
Scherpenzeel 0,7
Oirschot 0,7
Nederweert 0,7
Nieuwkoop 0,7
Baarle-Nassau 0,7
Haaren 0,7
Hof van Twente 0,7
Terschelling 0,7
Mill en Sint Hubert 0,7
Dinkelland 0,7
Rijssen-Holten 0,6
Dalfsen 0,6
Ommen 0,6
Aalten 0,6
Landerd 0,6
Bronckhorst 0,6
Voerendaal 0,6
Goeree-Overflakkee 0,6
Bunnik 0,6
Mook en Middelaar 0,5
Wageningen 0,5
Vaals 0,5
Sint Anthonis 0,5
Hilvarenbeek 0,5
Tubbergen 0,5
Wierden 0,4
Alphen-Chaam 0,4
Schiermonnikoog .
Vlieland .
Rozendaal .
*voorlopige cijfers

Geregistreerde verdachten

De gegevens over geregistreerde verdachten komen uit de ‘Basisvoorziening Informatie’ (BVI) van de politie. De politie registreert een persoon als verdachte van een misdrijf als er een redelijk vermoeden van schuld aan dat misdrijf bestaat.

Een persoon wordt in een jaar als verdachte geteld als de persoon geregistreerd is als verdachte van een delict dat gemeld is in het betreffende jaar. Personen die verdacht zijn van meerdere misdrijven in een jaar worden eenmaal als verdachte geteld. De aantallen verdachten per type misdrijf tellen dan ook op tot een getal dat hoger is dan het totale aantal unieke verdachten, omdat er mensen zijn die van meer dan één type misdrijf worden verdacht. In zo’n geval wordt een persoon slechts één keer meegeteld in het totale aantal verdachten. Wel wordt deze persoon dan één keer geteld per type delict waarvan hij of zij is verdacht. Een voorbeeld: een verdachte van tien inbraken en twee geweldsdelicten wordt eenmaal geteld bij het vaststellen van het totale aantal verdachten, eenmaal bij de hoofdgroep vermogensdelicten en eenmaal bij de hoofdgroep geweldsdelicten.

2,7% van de jongens verdacht van misdrijf, tegen 0,6% van de meisjes Buitenvorm Binnenvorm

Hoogste aandeel verdachten onder 18‑jarige jongens

Het aandeel geregistreerde verdachten is lager onder vrouwen dan onder mannen. In 2020 was dit aandeel het hoogst bij 18‑jarige jongens; 3,6 procent van de jongens van 18 was geregistreerd als verdachte. Bij meisjes lag de piek op jongere leeftijd, en was minder steil. Van de meisjes tussen de 15 en 20 jaar was gemiddeld 0,7 procent geregistreerd als verdachte.

8.1.2 Geregistreerde verdachten, 2020* (%)
leeftijd Mannen Vrouwen
12 0,3 0,1
13 0,9 0,3
14 1,8 0,5
15 2,6 0,7
16 3,0 0,7
17 3,2 0,6
18 3,6 0,7
19 3,5 0,7
20 3,4 0,7
21 3,2 0,6
22 3,0 0,6
23 2,7 0,5
24 2,6 0,5
25 2,4 0,5
*voorlopige cijfers

12- tot 15‑jarigen minst vaak verdachte onder jonge mannen

Het percentage verdachten onder de 12- tot 15‑jarige jongens was in 2020 met 1,0 procent beduidend lager dan bij de 15- tot 18‑jarigen (3,0 procent) en de 18- tot 25‑jarigen (3,2 procent). Sinds 2010 is het aandeel verdachte jongens voor alle leeftijdsgroepen met meer dan de helft afgenomen. Alleen in 2019 nam het aandeel verdachte jongens toe, om in 2020 weer af te nemen.

8.1.3 Als verdachte geregistreerde jonge mannen (%)
jaar 12 tot 15 jaar 15 tot 18 jaar 18 tot 25 jaar
2010 2,5 6,9 6,9
2011 2,4 6,3 6,6
2012 2,0 5,6 6,0
2013 1,7 4,6 5,3
2014 1,6 4,2 4,8
2015 1,5 4,1 4,3
2016 1,4 3,7 3,9
2017 1,3 3,4 3,5
2018 1,0 3,1 3,3
2019* 1,2 3,5 3,4
2020* 1,0 3,0 3,2
*voorlopige cijfers

Verschillen leeftijdsgroepen verdachte jonge vrouwen klein

Niet alleen staan jonge vrouwen minder vaak dan jonge mannen geregistreerd als verdachte, ook de verschillen tussen de leeftijdsgroepen zien er anders uit. Waar bij de jongens een verschil te zien is tussen de 12- tot 15‑jarigen en de 15- tot 25‑jarigen, is bij de meisjes weinig verschil tussen de leeftijdsgroepen te zien.

8.1.4 Als verdachte geregistreerde jonge vrouwen (%)
jaar 12 tot 15 jaar 15 tot 18 jaar 18 tot 25 jaar
2010 1,0 2,0 1,3
2011 0,8 1,8 1,3
2012 0,7 1,5 1,3
2013 0,7 1,3 1,2
2014 0,6 1,2 1,0
2015 0,5 1,1 0,9
2016 0,5 1,0 0,8
2017 0,4 0,9 0,7
2018 0,4 0,8 0,7
2019* 0,4 0,9 0,7
2020* 0,3 0,7 0,6
*voorlopige cijfers

Aandeel verdachten vermogensdelicten het hoogst

In het type delict waarvan jongeren verdacht worden, zijn verschillen tussen mannen en vrouwen. Zo komen drugs- en (vuur)wapendelicten vrijwel niet voor bij meisjes, en is het aandeel vernielingen en misdrijven tegen de openbare orde bij meisjes een stuk lager dan bij jongens. Het aandeel geregistreerde verdachten van de categorie vermogensdelicten is het hoogst bij jongens en meisjes van alle leeftijdsgroepen. Bij vermogensdelicten gaat het bijvoorbeeld om winkeldiefstal, fietsendiefstal of oplichting. Bij meerderjarige jonge mannen komen ook verkeersdelicten relatief veel voor.

8.1.5 Geregistreerde verdachte jongeren naar type delict, 2020* (%)
categorie Geweld Vermogen Vernieling en openbare orde Verkeer Drugs Vuurwapen
Mannen . . . . . .
12-15 jaar 0,2 0,5 0,3 0,0 0,0 0,1
15-18 jaar 0,7 1,4 0,8 0,2 0,2 0,3
18-25 jaar 0,7 0,9 0,6 1,0 0,4 0,2
Vrouwen . . . . . .
12-15 jaar 0,1 0,2 0,1 0,0 0,0 0,0
15-18 jaar 0,1 0,4 0,1 0,0 0,0 0,0
18-25 jaar 0,1 0,3 0,1 0,1 0,0 0,0
*voorlopige cijfers

Aandeel verdachten zakkenrollerij sterkst gedaald

Tussen 2010 en 2020 is er, met uitzondering van 2019, een dalende trend te zien in het aandeel geregistreerde verdachten. In 2020 is een aantal maatregelen om de coronacrisis te bestrijden ingevoerd, dat invloed zou kunnen hebben op de ontwikkeling van criminaliteit, zoals (gedeeltelijke) lockdowns, avondklok, anderhalve meter afstand houden en thuiswerken. Het aandeel geregistreerde verdachten van zakkenrollerij, winkeldiefstal en woninginbraak daalde in 2020 sterker ten opzichte van 2012 dan bij veel andere soorten delicten. In 2020 is het aandeel jongeren dat werd verdacht van zakkenrollerij met 55 procent gedaald. Bij winkeldiefstal en woninginbraak was deze afname 27 procent respectievelijk 30 procent.

8.1.6 Geregistreerde verdachte jongeren van 12 tot 25 jaar naar delict (2010=100)
jaar Winkeldiefstal Woninginbraak Zakkenrollerij
2010 100 100 100
2011 87 100 93
2012 78 99 83
2013 73 94 94
2014 71 72 50
2015 67 65 50
2016 62 52 40
2017 62 42 35
2018 57 33 31
2019* 63 27 32
2020* 46 19 14
*voorlopige cijfers

Aandeel meerplegers het grootst bij 18 tot 25‑jarigen

In figuur 8.1.7 is de zogenoemde criminele carrière van jongeren weergegeven. Dit is het aantal keer dat een jongere als verdachte bij de politie is geregistreerd. Bij de leeftijdsgroep 12 tot 18 jaar is het aandeel jongeren dat voor het eerst in aanraking kwam met de politie het grootst. Bij de 18 tot 25‑jarigen is het aandeel meerplegers met 0,8 procent het grootst. Het aandeel zeer actieve veelplegers is bij deze groep het minst gedaald tussen 2010 en 2020.

8.1.7 Geregistreerde verdachte jongeren naar criminele carrière (%)
leeftijd First offenders Meerplegers (2 t/m 5 keer verdacht) Veelplegers (6 t/m 10 keer verdacht) Zeer actieve veelplegers (meer dan 10 keer verdacht)
12 tot 18 jaar . . . .
2010 1,708 1,165 0,189 0,056
2011 1,474 1,094 0,193 0,070
2012 1,229 0,996 0,182 0,073
2013 1,028 0,813 0,166 0,076
2014 0,957 0,734 0,153 0,072
2015 0,916 0,697 0,141 0,071
2016 0,874 0,628 0,129 0,064
2017 0,816 0,555 0,112 0,056
2018 0,753 0,473 0,097 0,049
2019* 0,863 0,537 0,098 0,046
2020* 0,711 0,449 0,082 0,035
18 tot 25 jaar . . . .
2010 1,347 1,831 0,595 0,363
2011 1,229 1,750 0,596 0,422
2012 1,085 1,568 0,558 0,444
2013 0,932 1,360 0,515 0,461
2014 0,855 1,208 0,462 0,447
2015 0,756 1,038 0,408 0,415
2016 0,706 0,921 0,354 0,383
2017 0,655 0,837 0,317 0,343
2018 0,642 0,777 0,294 0,313
2019* 0,693 0,795 0,289 0,293
2020* 0,602 0,756 0,277 0,270
*voorlopige cijfers

8.2Jeugdige slachtoffers van niet-fysieke seksuele intimidatie

Naast het zijn van verdachte, kunnen jongeren ook slachtoffer worden van strafbare feiten. Omdat nieuwe gegevens over jeugdige slachtoffers van de meest voorkomende vormen van criminaliteit pas weer in 2022 beschikbaar komen, is voor deze editie gekozen om in te zoomen op de jeugdige slachtoffers van zowel niet-fysieke seksuele intimidatie (paragraaf 8.2) als online seksuele intimidatie (paragraaf 8.3). Hiervoor zijn wel cijfers voor 2020 beschikbaar op basis van de Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Geweld (PHGSG).

Bijna 1 op de 5 jongeren ervoer in 2020 niet-fysieke seksuele intimidatie

Van alle jongeren tussen de 16 en 24 jaar gaf 24 procent in 2020 aan in de afgelopen vijf jaar weleens te maken hebben gehad met seksuele intimidatie, waarbij er geen lichamelijk contact was met de pleger, maar waarbij deze pleger wel fysiek aanwezig was. Voorbeelden hiervan zijn onder andere het maken van ongewenste seksueel getinte opmerkingen of seksuele gebaren, het ongewild laten zien van naaktfoto’s of naaktfilmpjes of het verspreiden daarvan, of iemand laten toekijken bij masturbatie terwijl hij of zij dat niet wilde. 18 procent zei dit in de afgelopen 12 maanden te hebben meegemaakt. Dat zijn omgerekend 300 duizend jongeren.

18- tot 24‑jarige jongeren rapporteerden vaker in de afgelopen 12 maanden met niet-fysieke seksuele intimidatie te maken te hebben gehad dan 16- tot 18‑jarigen (19 tegen 14 procent). 16- tot 24‑jarige vrouwen werden vijf keer zo vaak seksueel geïntimideerd als mannen (30 tegen 6 procent). De meest voorkomende vormen van seksuele intimidatie waar jongeren mee te maken kregen waren aangestaard worden op een seksuele manier, of seksueel getinte opmerkingen of grappen (beide 10 procent).

8.2.1 Slachtoffers niet-fysieke seksuele intimidatie jongeren afgelopen 12 maanden, 20201) (%)
categorie 16 tot 24 jaar 16 tot 18 jaar 18 tot 24 jaar
Niet-fysieke seksuele intimidatie totaal 17,8 14,0 19,4
waarbij iemand: . . .
Bleef staren op een seksuele manier 10,2 6,9 11,7
Opmerkingen, grapjes maakte 9,8 7,8 10,7
Bleef aandringen op seks 3,4 2,4 3,8
Bleef aandringen op een date 3,1 2,8 3,3
Seksueel gerichte gebaren maakte 2,8 2,1 3,1
Naaktfoto's of seksfilmpjes liet zien 1,9 3,0 1,4
Eigen naakte lichaam liet zien 1,8 1,8 1,8
Liet zien dat hij/zij masturbeerde 1,3 1,3 1,2
Naaktfoto of seksfilmpje verspreidde 0,3 0,4 0,3
Toekeek bij seksuele handelingen 0,3 0,6 0,1
Naaktfoto of seksfilmpje maakte 0,2 0,4 0,1
Bron: CBS, WODC
1)Meerdere antwoorden mogelijk.
18% van de jongeren ervoer in afgelopen jaar niet-fysieke seksuele intimidatie Buitenvorm Binnenvorm

Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Geweld

De cijfers over de jeugdige slachtoffers van seksuele intimidatie komen uit de Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Geweld (PHGSG) 2020, een internetenquête onder ruim 30 duizend Nederlanders van 16 jaar of ouder. De PHGSG heeft als doel de jaarprevalentie van huiselijk geweld en seksueel geweld in Nederland in beeld te brengen, en te onderzoeken of de prevalentie van seksuele intimidatie in de loop der jaren verandert. Het onderzoek van 2020 fungeert als nulmeting, waarna in ieder geval in 2022 en 2024 vervolgmetingen plaatsvinden.

Zoals in ieder steekproefonderzoek hebben de uitkomsten van de PHGSG te maken met een onnauwkeurigheidsmarge. Deze is vooral afhankelijk is van de spreiding in de antwoorden en van het aantal ondervraagde personen. Er is voor een betrouwbaarheidsniveau van 95 procent gekozen. Dit betekent dat de werkelijke waarde in 95 van de 100 steekproeven tussen de grenzen zal liggen van de marges behorende bij de gevonden waarde. Daarbij moet er rekening mee worden gehouden dat bij meer gedetailleerde gegevens de marges rondom de gepresenteerde percentages wat groter zullen worden.

Pleger niet-fysieke seksuele intimidatie is meestal man

Negen op de tien jeugdige slachtoffers van niet-fysieke seksuele intimidatie in 2020 zijn alleen door personen van buiten de huiselijke kring geïntimideerd. Bij 2 procent gebeurde het alleen binnen de huiselijke kring, en bij 7 procent zowel binnen als buiten de eigen kring. In veruit de meeste gevallen was de pleger een man: 79 procent van de slachtoffers gaf dit aan. Vrouwen werden met 6 procent veel minder vaak als pleger genoemd en bij 10 procent ging het om zowel een mannelijke als vrouwelijke pleger. 4 procent kon of wilde niet aangeven wat het geslacht van de pleger was.

Pleger is meestal een onbekende

Meer dan 6 op de 10 jonge slachtoffers (62 procent) gaf aan door een onbekende seksueel geïntimideerd te zijn. Ook iemand die ze kennen van het uitgaan of een feestje (22 procent), een medeleerling of medestudent (18 procent) of een vriend of vriendin (16 procent) werden relatief vaak genoemd. Binnen de huiselijke kring was de pleger het vaakst een mannelijke ex-partner (4 procent) of een mannelijke partner (2 procent).

8.2.2 Plegers niet-fysieke seksuele intimidatie, 16 tot 24 jaar, 20201) (% slachtoffers in afgelopen 12 maanden)
categorie aandeel
Binnen huiselijke kring .
Mannelijke ex-partner 3,7
Mannelijke partner 2,1
Ander mannelijk familielid 1,4
Vader 0,8
Broer 0,8
Vrouwelijke partner 0,7
Zus 0,7
Moeder 0,5
Ander vrouwelijke familielid 0,4
Vrouwelijke ex-partner 0,2
Zoon 0,0
Dochter 0,0
Buiten huiselijke kring .
Een onbekende 62,4
Bekende van uitgaan of een feestje 21,8
Een medeleerling of medestudent 17,5
Een goede vriend(in) 16,1
Iemand anders 12,2
Een collega 11,0
Iemand met wie ik een date had / net ontmoet had 8,8
Online bekende 7,6
Iemand met wie ik eerder al seks had, maar geen relatie 5,4
Mijn leidinggevende 2,2
Een docent 1,6
Een teamgenoot 0,8
Mijn coach of trainer 0,7
Mijn arts of zorgverlener 0,7
Een religieus leider 0,2
Bron: CBS, WODC
1)Meerdere antwoorden mogelijk.

16 procent klachten na seksuele intimidatie

Voor één op de zes (16 procent) jeugdige slachtoffers tussen 16 tot 24 jaar heeft de niet-fysieke seksuele intimidatie gevolgen gehad. Psychische problemen (10 procent) werden het vaakst genoemd, en ook relatieproblemen (6 procent) of seksuele problemen (5 procent) kwamen relatief vaak voor.

8.2.3 Gevolgen niet-fysieke seksuele intimidatie,16 tot 24 jaar, 20201) (% slachtoffers in afgelopen 12 maanden)
categorie aandeel
Heeft gevolgen gehad 15,7
.
Psychische problemen 10,3
Relatieproblemen 5,5
Seksuele problemen 4,6
Andere problemen met werk en/of opleiding 2,2
Lichamelijk problemen 1,6
Problemen met (een deel van) familie 1,4
Kon (een tijdje) niet meer werken 0,2
Andere problemen 2,6
Bron: CBS, WODC
1)Meerdere antwoorden mogelijk.

7 op de 10 slachtoffers niet-fysieke seksuele intimidatie praten erover

Het grootste deel van de geïntimideerde jongeren, 70 procent, heeft met iemand gepraat over hun ervaringen. Ruim de helft (56 procent) praatte met een vriend of vriendin, 22 procent met hun partner en 19 procent met een familielid. Ruim 1 procent praatte met de politie over wat hen overkomen was en bijna 1 procent van de slachtoffers deed uiteindelijk aangifte.

8.3Jeugdige slachtoffers van online seksuele intimidatie

Bijna 1 op de 6 jongeren in afgelopen jaar slachtoffer van online seksuele intimidatie

Behalve in de ‘echte wereld’ waarbij de pleger fysiek aanwezig is, kan seksuele intimidatie ook online plaatsvinden. Voorbeelden hiervan zijn vervelende seksueel getinte berichten of gedwongen worden om seksuele handelingen te verrichten voor de webcam. In 2020 zei een kwart van de 16- tot 24‑jarigen in de afgelopen vijf jaar slachtoffer te zijn geweest van online seksuele intimidatie. Bijna 1 op de 6 (16 procent) maakte dit in de afgelopen 12 maanden mee. Dat zijn omgerekend 280 duizend jongeren.

Van de 16- tot 18‑jarige jongeren werd 19 procent in 2020 slachtoffer van online seksuele intimidatie, tegenover 15 procent van de 18- tot 24‑jarigen. Jonge vrouwen werden met 25 procent drie keer zo vaak slachtoffer als jonge mannen (8 procent). Een veel voorkomende vorm van seksuele intimidatie via het internet was het ontvangen van naaktfoto’s of seksuele filmpjes: 8 procent van de 16- tot 24‑jarigen kreeg daar in 2020 mee te maken. Ook het vragen om seksuele foto’s of filmpjes, en het maken van seksueel kwetsende opmerkingen kwamen relatief vaak voor (beide 6 procent).

8.3.1 Slachtoffers online seksuele intimidatie afgelopen 12 maanden, 20201) (%)
categorie 16 tot 24 jaar 16 tot 18 jaar 18 tot 24 jaar
Online ongewenst seksueel gedrag totaal 16,4 18,8 15,4
waarbij iemand online ongewenst: . . .
Naaktfoto's of seksfilmpjes stuurde 7,8 10,7 6,5
Vroeg om seksuele foto's of filmpjes 6,3 8,2 5,5
Seksueel kwetsende opmerkingen maakte 6,3 6,4 6,2
Billen, geslachtsdelen of borsten liet zien 5,1 6,6 4,5
Bleef aandringen op een date 5,1 4,3 5,4
Liet zien dat hij/zij masturbeerde 3,3 4,5 2,8
Bleef aandringen op seks 3,0 2,6 3,2
Dwong tot uitkleden of masturberen 0,5 0,8 0,3
Dwong tot het overmaken van geld 0,4 0,4 0,4
Naaktfoto of seksfilmpje verspreidde 0,3 0,4 0,2
Nepnaaktfoto of nepseksfilmpje verspreidde 0,2 0,1 0,2
Een naaktfoto of seksfilmpje maakte 0,2 0,5 0,0
Bron: CBS, WODC
1)Meerdere antwoorden mogelijk.

Pleger online seksuele intimidatie vaak een man

Ook bij seksuele intimidatie via het internet is het grootste deel (91 procent) van de jongere slachtoffers alleen door personen buiten de huiselijke kring geïntimideerd. Bij 3 procent gebeurde dit alleen binnen de huiselijke kring, en bij 5 procent zowel binnen als buiten de eigen kring. Bij online seksuele intimidatie was de pleger eveneens meestal een man (76 procent), vrouwen werden met 7 procent veel minder vaak als pleger genoemd. 9 procent had zowel met mannelijke als vrouwelijke plegers te maken en 8 procent van de slachtoffers kon of wilde niet zeggen wat het geslacht van de pleger was.

In helft gevallen online intimidatie door een onbekende

Iets meer dan de helft (51 procent) van 16- tot 24‑jarige slachtoffers gaf aan door een onbekende online seksueel geïntimideerd te zijn. Ook een online kennis (34 procent), iemand die ze kennen van het uitgaan of een feestje (17 procent) of een medeleerling of medestudent (13 procent) werden relatief vaak genoemd. Binnen de huiselijke kring was de pleger het vaakst een mannelijke ex-partner (4 procent) of een mannelijke partner (2 procent).

8.3.2 Plegers online seksuele intimidatie,16 tot 24 jaar, 20201) (% slachtoffers in afgelopen 12 maanden)
categorie aandeel
Binnen huiselijke kring .
Mannelijke ex-partner 4,2
Mannelijke partner 2,0
Vrouwelijke ex-partner 0,5
Vrouwelijke partner 0,5
Ander mannelijke familielid 0,5
Vader 0,3
Moeder 0,2
Broer 0,2
Zus 0,0
Zoon 0,0
Dochter 0,0
Ander vrouwelijke familielid 0,0
Buiten huiselijke kring .
Een onbekende 51,4
Online bekende 34,2
Bekende van uitgaan of een feestje 17,3
Een medeleerling of medestudent 12,7
Iemand met wie ik een date had / net ontmoet had 11,5
Iemand anders 11,2
Een goede vriend(in) 9,9
Iemand met wie ik eerder al seks had, maar geen relatie 7,5
Een collega 5,2
Een teamgenoot 1,6
Mijn coach of trainer 1,1
Mijn leidinggevende 0,8
Een docent 0,6
Een religieus leider 0,2
Mijn arts of zorgverlener 0,0
Bron: CBS, WODC
1)Meerdere antwoorden mogelijk.

1 op de 10 ervaart gevolgen van online seksuele intimidatie

Van de 16- tot 24‑jarige slachtoffers gaf 11 procent aan dat de online seksuele intimidatie gevolgen voor hen heeft gehad. Psychische problemen kwamen relatief vaak voor (6 procent), net als relatieproblemen en seksuele problemen (beide 4 procent).

Meeste slachtoffers online seksuele intimidatie praten over ervaringen

Bijna 2 op de 3 slachtoffers van online seksuele intimidatie, 66 procent, zeiden hier met iemand over te hebben gepraat. Het vaakst gebeurde dit met een vriend of vriendin (53 procent). 15 procent praatte met een familielid en 12 procent met een partner. Meer dan 1 procent praatte met de politie over wat er was voorgevallen en minder dan 1 procent van de slachtoffers deed uiteindelijk aangifte.

8.3.3 Gepraat over online seksuele intimidatie, 16 tot 24 jaar, 20201) (% slachtoffers in afgelopen 12 maanden)
categorie aandeel
Met iemand gepraat 65,9
Waarvan: .
Met een vriend / vriendin 52,7
Met een ander gezins- of familielid 14,8
Met mijn partner 12,2
Met iemand anders 2,9
Met een hulpverlener (bijvoorbeeld (huis)arts, psycholoog) 2,8
Met de politie 1,5
Met een hulpverlener van het Centrum Seksueel Geweld 0,7
Met een medewerker van Veilig Thuis 0,6
Bron: CBS, WODC
1)Meerdere antwoorden mogelijk.

8.4Begrippen

Drugsmisdrijven (Standaardclassificatie misdrijven)

Harddrugs, Softdrugs, Overige drugsmisdrijven.

Geweldsmisdrijven (Standaardclassificatie misdrijven)

Mishandeling, bedreiging, stalking, seksuele misdrijven, levensmisdrijven, vrijheidsbeneming of gijzeling, mensenhandel, mensensmokkel en overige geweldsmisdrijven.

Verkeersmisdrijven (Standaardclassificatie misdrijven)

Verlaten plaats ongeval, rijden onder invloed, rijden tijdens ontzegging, rijden tijdens rijverbod, voeren vals kenteken, joyriding, weigeren blaastest of bloedonderzoek en overige verkeersmisdrijven.

Vermogensmisdrijven (Standaardclassificatie misdrijven)

Diefstal of verduistering en inbraak, bedrog, valsheidsmisdrijven, heling, afpersing en afdreiging, bankbreuk, witwassen en overige vermogensmisdrijven.

Vernieling en misdrijven tegen openbare orde en gezag (Standaardclassificatie misdrijven)

Vernieling en beschadiging, openbare orde misdrijven, brandstichting of ontploffing, openbaar gezag misdrijven.

Vuurwapenmisdrijven (Standaardclassificatie misdrijven)

Misdrijven omschreven in artikel 55 van de Wet Wapens en Munitie. De wet regelt de opsporing, vervolging en berechting van handelingen die te maken hebben met (verboden) wapenbezit en wapenhandel.

8.5Meer informatie en literatuur

Meer informatie

Cijfers over verdachten van 12 tot 25 jaar naar delictgroep en persoonskenmerken zijn te vinden op Jeugdmonitor StatLine.

Cijfers over verdachten tot 25 jaar naar delictgroep en woonregio zijn te vinden op Jeugdmonitor StatLine.

Cijfers over verdachten naar delictgroep, geslacht, leeftijd en migratieachtergrond zijn te vinden op StatLine.

Meer informatie over jeugdige verdachten is te vinden in de Monitor Jeugdcriminaliteit.

De volledige rapportage van de Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Geweld is te vinden op de website van het CBS.

Meer cijfers over huiselijk en seksueel geweld (inclusief betrouwbaarheidsmarges) zijn beschikbaar gesteld in de Maatwerktabel PHGSG.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

niets (blanco) een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
0 (0,0) het cijfer is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
* voorlopige cijfers
** nader voorlopige cijfers
- (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
2016-2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/'17 oogstjaar, boekjaar, schooljaar, enz. beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2004/'05-2016/'17 oogstjaar enz., 2004/'05 tot en met 2016/'17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

1. Inleiding

Ruud van Herk (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)

2. Jongeren in Nederland

Dominique van Roon

3. Jeugdzorggebruik en meldingen kindermishandeling 2020

Rudi Bakker

4. Opgroeien in bijstand

Daniël Herbers en Kai Gidding

5. School

Marijke Hartgers en Kiki van Neden

6. Werk

Willem Gielen

7. Middelengebruik en gezondheid

Kim Knoops

8. Veiligheid

Michelle van Rosmalen, Lisanne Jong en Willem Gielen

9. Jongeren in Caribisch Nederland

Carel Harmsen en Mark Ramaekers

10. Welzijn van jongeren

Moniek Coumans

11. Kinderrechten

Kinderrechtencollectief

12. Gemeenten

Jan Hendriks (Communicatie- en tekstbureau Blitz)

Redactie

Linda Fernandez Beiro

Brigitte Hermans

Astrid Pleijers

Martijn Souren

Eindredactie

Karolien van Wijk