Foto omschrijving: Darryl Amankwah ontvangt de eerste officiele Nederlandse kinderperskaart uit handen van uitgever Elise Sijthoff

Kinderrechten in Nederland

Auteur: Kinderrechtencollectief

Alle kinderen in Nederland hebben rechten. Deze staan beschreven in het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK of VN-Kinderrechtenverdrag) uit 1989. In Nederland trad het VN-Kinderrechtenverdrag op 8 maart 1995 in werking. Dat betekent dat Nederland gebonden is aan dit verdrag en een inspanningsverplichting heeft om de rechten uit dit verdrag te verwezenlijken. In dit verdrag zijn zowel burger- en politieke rechten, als economische, sociale en culturele rechten opgenomen, die gelden voor alle kinderen tot 18 jaar.

11.1Inleiding

Nederland telde begin 2020 3,3 miljoen kinderen van 0 tot 18 jaar. Op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba, bijzondere Nederlandse gemeenten, wonen ruim vijfduizend kinderen. Cijfers en data zijn belangrijke bronnen om te weten hoe de rechten van deze kinderen worden nageleefd. Daarom wordt in dit hoofdstuk aan de hand van beschikbare data gekeken in hoeverre de Landelijke Jeugdmonitor jaarlijks inzicht kan geven in de naleving van kinderrechten in Nederland. Hiervoor worden de algemene beginselen van het VN-Kinderrechtenverdrag als leidraad gebruikt. De vier algemene beginselen zijn artikel 2 (het non-discriminatiebeginsel), artikel 3 (het belang van het kind), artikel 6 (het recht op leven en ontwikkeling) en artikel 12 (het recht op participatie). Dit zijn kernartikelen die volgens het VN-Kinderrechtencomité ten grondslag liggen aan het gehele IVRK. De vier algemene beginselen moeten, gelet op de holistische werking van het IVRK, worden betrokken bij de interpretatie en toepassing van alle andere artikelen in het IVRK.

Het doel van dit hoofdstuk is om te verkennen of, en zo ja, in hoeverre de Landelijke Jeugdmonitor mogelijkheden biedt om deze vier algemene beginselen te monitoren. Per artikel wordt uitgelegd wat er in het artikel staat en hoe dit artikel wordt geïnterpreteerd op basis van de General Comments van het VN-Kinderrechtencomité en het Handboek Internationaal Jeugdrecht.noot1 Daaropvolgend staan mogelijke indicatoren waarmee de naleving van deze vier algemene beginselen kan worden gemonitord. Deze indicatoren hebben een signalerende functie en geven in dit geval een aanwijzing over de mate van uitvoering van een van de algemene beginselen van het IVRK en vormen geenszins een conclusie op zich. De indicatoren in dit hoofdstuk zijn afgewogen door de leden van het Kinderrechtencollectief. De indicatoren zijn een suggestie, en kunnen behulpzaam zijn bij het monitoren van de doelstelling om het VN-Kinderrechtenverdrag in de volle breedte te implementeren in Nederland. Het Kinderrechtencollectief hoopt hiermee regelmatig de mate van implementatie van het IVRK te signaleren en discussie op gang te brengen over het borgen van kinderrechten in onze samenleving.

Het Kinderrechtencollectief

In het Kinderrechtencollectief bundelen organisaties hun krachten om op te komen voor de belangen van kinderen en toe te zien op de borging van kinderrechten in de Nederlandse wet, beleid en praktijk. Het collectief bestaat uit de kernleden Defence for Children, Kinderpostzegels, Nationale Jeugdraad (NJR), Save the Children, Terre des Hommes Nederland en UNICEF Nederland, met als adviseur het Nederlands Jeugdinstituut en heeft daarnaast nog vele andere partners.

11.2Het non-discriminatiebeginsel (artikel 2)

Artikel 2 geeft aan dat Nederland alle rechten uit het VN-Kinderrechtenverdrag moet eerbiedigen en waarborgen zonder discriminatie. Dit betekent dat alle rechten uit het IVRK gelden voor alle kinderen en dat gewaarborgd moet worden dat alle kinderen in Nederland toegang hebben tot de in het VN-Kinderrechtenverdrag genoemde beginselen en voorzieningen. Er mag geen ongeoorloofd onderscheid worden gemaakt naar geslacht, afkomst, handicap, geloofsovertuiging, culturele achtergrond, seksuele geaardheid, huidskleur, taal, politieke of andere overtuiging, nationale, etnische of maatschappelijke afkomst, welstand, geboorte of andere omstandigheid van het kind of van zijn of haar ouder. Daarnaast staat in lid 2 dat kinderen beschermd moeten worden tegen alle vormen van discriminatie en bestraffing op grond van de omstandigheden, activiteiten of overtuigingen van de ouders of familieleden van het kind.

Toepassing op Nederland

Het afgelopen jaar is er in de media, in publieke debatten en in de politiek aandacht geweest voor discriminatie en racisme. Hoewel het vooral over volwassenen ging, hebben ook kinderen van zich laten horen. Het Kinderrechtencollectief schreef een discussiepaper op basis van beschikbare informatie en interviews met kinderen van kleur en organiseerde een expertsessie over kinderrechten en racisme. Uit deze sessie kwam naar voren dat er weinig informatie is over racisme en discriminatie tegen kinderen, en de ervaringen van kinderen zelf hiermee, zowel in het Europees deel van het Koninkrijk en nog meer in Caribisch Nederland.noot2

Om te kijken hoe het in Nederland gaat met de naleving van artikel 2 IVRK is het van belang om aan kinderen en jongeren zelf te vragen hoe en wanneer zij discriminatie ervaren, of zij weten wat ze kunnen doen en hoe ze discriminatie kunnen melden als zij dit ervaren. In onderstaande tabel worden drie voorbeelden van mogelijke indicatoren benoemd om te kunnen monitoren hoe het gaat met de naleving van artikel 2 van het VN-Kinderrechtenverdrag.

11.2.1Mogelijke indicatoren voor monitoring van de naleving van artikel 2 van het VN-Kinderrechtenverdrag
Indicator Data jaarlijks beschikbaar in Jeugdmonitor? Data elders beschikbaar? Toelichting
Aantal meldingen van discriminatie jegens kinderen bij instanties, uitgesplitst naar racisme, LHBT¹), beperking, leeftijd. Nee Deels, in het jaarlijkse rapport Discriminatiecijfers.²) In 2021 zijn voor het eerst discriminatiecijfers van de Kinderombudsman in het rapport Discriminatiecijfers opgenomen. De Kinderombudsman ontving 13 klachten over discriminatie, uitsluiting en pesten met een discriminatoir karakter. De data van andere instanties en meldpunten zijn niet uitgesplitst naar leeftijd, of minderjarigheid wordt niet geregistreerd.
Aantal gemeentelijke discriminatiemeldpunten met een aparte procedure voor kinderen. Nee Nee Momenteel zijn deze data niet beschikbaar.
Herzieningen schooladvies kinderen zonder en met migratieachtergrond. Nee Ja, via CBS open data³) en het jaarlijkse rapport De Staat van het Onderwijs van de Onderwijsinspectie. In 2018 (pag. 19) concludeerde de inspectie van het onderwijs dat leerlingen zonder en met migratieachtergrond een vergelijkbare kans op definitieve onderadvisering hadden. Leerlingen zonder migratie-achtergrond hebben een iets grotere kans op overadvisering.4)

¹)Staat voor lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuele- en transgender-personen.

²)https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2021/06/01/discriminatiecijfers-in-2020

³)https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/84274NED/table?dl=50056

4)https://www.onderwijsinspectie.nl/binaries/onderwijsinspectie/documenten/rapporten/2018/04/11/technische-rapporten-hoofdlijnen/TECHNISCH+RAPPORT+ONDERWIJSKANSEN+EN+SEGREGATIE.pdf

11.3Het belang van het kind (artikel 3)

In het eerste lid van artikel 3 staat dat de belangen van het kind een eerste overweging moeten vormen bij alle beslissingen over kinderen, zowel bij een beslissing over een individueel kind als over een groep kinderen. Dit betekent dat in de besluitvorming altijd wordt gekeken wat het belang van het kind is, inzichtelijk gemaakt wordt hoe dit belang is meegewogen en waarom er (eventueel) in afwijking van het belang van het kind is besloten. Daarvoor is het nodig te beoordelen welke gevolgen er voor de rechten van het kind zijn, en daarmee te bekijken welke impact voorgesteld beleid, begroting of toewijzing van budgetten voor het kind heeft.noot3

Toepassing op Nederland

Of en hoe het belang van het kind wordt meegewogen in besluitvorming rondom beleid en regelgeving kan inzichtelijk gemaakt worden door het aantal gemeenten dat een kinderrechtenstrategie heeft ontwikkeld, of door inzicht te krijgen in welke afweging wordt gemaakt bij het opstellen van beleid en in hoeverre er wordt gekeken naar de impact van keuzes en besluiten voor kinderen. Een voorbeeld daarvan is het instellen van een gemeentelijke generatietoets waarin de impact van voorgenomen gemeentelijk beleid op mensen in verschillende leeftijdsgroepen vooraf moet worden getoetst.noot4 Op nationaal niveau zou inzichtelijk gemaakt kunnen worden of bij nieuwe wetgeving of beleid is gekeken naar de impact van deze nieuwe regelgeving op kinderen. Zo worden bijvoorbeeld de effecten op de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de VN, de Sustainable Development Goals, inzichtelijk gemaakt doordat het is opgenomen in het integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving.noot5

11.3.1Mogelijke indicatoren voor monitoring van de naleving van artikel 3 van het VN-Kinderrechtenverdrag
Indicator Data jaarlijks beschikbaar in Jeugdmonitor? Data elders beschikbaar? Toelichting
Aantal gemeenten dat een kinderrechtenstrategie heeft ontwikkeld. Nee Nee Momenteel zijn deze data niet beschikbaar.
Het aandeel nieuwe wetgeving of beleid waarbij gekeken is naar de impact van deze nieuwe regelgeving op kinderen. Nee Nee Momenteel zijn deze data niet beschikbaar.

11.4Het recht op leven en ontwikkeling (artikel 6)

In artikel 6 van het VN-Kinderrechtenverdrag is het recht op leven en ontwikkeling van een kind vastgelegd. Nederland moet in de ruimst mogelijke mate de mogelijkheden tot overleven en ontwikkeling van het kind waarborgen.

Dit betekent een veilige omgeving creëren, waarin kinderen zich goed kunnen ontwikkelen en ongestoord kunnen opgroeien. Het gaat om lichamelijke, mentale, geestelijke, morele, psychologische en sociale ontwikkeling.noot6 Dit raakt aan alle artikelen in het IVRK, zoals het recht op spelen (artikel 31), het recht op een toereikende levensstandaard (artikel 27 IVRK), het recht op onderwijs (artikel 28 en 29 IVRK), en het recht op informatie (artikel 17). Ook de artikelen die gaan over bescherming van kinderen tegen geweld en uitbuiting (in het bijzonder artikel 19, 32 t/m 39 IVRK) zijn belangrijk voor de optimale ontwikkeling van het kind. Ouders hebben de primaire verantwoordelijkheid voor de opvoeding en ontwikkeling van het kind (artikel 5, 18, 20 en 25 IVRK). Deze verantwoordelijkheid moet worden gerespecteerd en er moet passende hulp en bijstand worden geboden als dat nodig is.

Toepassing op Nederland

De Landelijke Jeugdmonitor geeft een breed beeld van de situatie van de jeugd. Hieronder staan een aantal voorbeelden van indicatoren om de rechten gekoppeld aan de ontwikkeling van kinderen te monitoren.

11.4.1Mogelijke indicatoren voor monitoring van de naleving van artikel 6 van het VN-Kinderrechtenverdrag
Indicator Data jaarlijks beschikbaar in Jeugdmonitor? Data elders beschikbaar? Toelichting
Aantal en aandeel kinderen (tot 18 jaar) dat niet naar school gaat, per leeftijd Nee Verzuimbrief van de Minister van OCW.¹) In 2019 was het aantal kinderen dat langer dan drie maanden thuiszit toegenomen tot 4 790.
Volgens de Landelijke Oudervereniging Balans²) waren er in het schooljaar 2018/’19 14 897 geregistreerde thuiszitters.
Momenteel zijn er geen landelijke data beschikbaar over het aantal kinderen tot 18 jaar dat niet naar school gaat per leeftijd of uitgesplitst naar PO en VO. Samenwerkingsverbanden beschikken over cijfers, maar definiëren en registreren niet allemaal op dezelfde manier.
Aantal verhuisbewegingen van kinderen (in gezinnen) tussen asielzoekerscentra Nee In 2020 vonden er 3 330 verhuizingen plaats van kinderen (in gezinnen). 2 030 verhuizingen waren op initiatief van COA en 650 op verzoek van de bewoner. 1 250 betroffen doorstroomplaatsing naar AZC.³)  
Aantal meldingen bij Veilig Thuis voor kindermishandeling (inclusief seksueel misbruik) Ja, in 2020  zijn 62 470 meldingen van kinder­mishandeling ontvangen waarvan 1 930 meldingen van seksueel misbruik.4)  
Aantal meldingen van seksuele uitbuiting van kinderen Nee Naar schatting 1 300 bij CoMensha gemelde minderjarige slachtoffers in 2019. Dit blijkt uit de Slachtoffermonitor Mensenhandel (2020) van de Nationaal rapporteur mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen (NRM).5) De Nationaal Rapporteur meldt dat gemiddeld een op de vijf slachtoffers in beeld is bij CoMensha.
Aantal kinderen dat gebruik maakt van jeugd-ggz Nee Nee Er zijn op dit moment geen landelijke cijfers die het aantal kinderen en jongeren in de specialistische jeugd-ggz in kaart brengen. Wel houdt de Landelijke Jeugdmonitor bij hoeveel kinderen en jongeren jeugdzorg (waaronder jeugd-ggz) ontvangen.6)
Aantal kinderen met overgewicht Ja, het percentage kinderen (2 tot 18 jaar) met overgewicht neemt toe in de periode 2000–2020.7)    
Aantal kinderen in gezinnen met een inkomen tot aan lage inkomensgrens, tenminste 1 jaar Nee Ja, CBS open data. Bijna 8 procent van de kinderen groeit ten minste 1 jaar op in gezinnen met een inkomen tot aan lage inkomensgrens.8) In Jeugdmonitor StatLine zijn wel cijfers beschikbaar over het aantal kinderen in een bijstandsgezin of in een huishouden met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum. Deze cijfers worden op dit moment echter niet uitgesplitst naar duur van de inkomenspositie.
Aantal kinderen in gezinnen met een inkomen tot aan lage inkomensgrens, langdurig (4 jaar of langer) Nee Ja, CBS open data. 3,2 procent van de kinderen groeit langdurig (4 jaar of langer) op in gezinnen met een inkomen tot aan lage inkomensgrens.9) In Jeugdmonitor StatLine zijn wel cijfers beschikbaar over het aantal kinderen in een bijstandsgezin of in een huishouden met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum. Deze cijfers worden op dit moment echter niet uitgesplitst naar duur van de inkomenspositie.
Aantal kinderen in huishoudens met een inkomen onder het sociaal minimum, ijkpunt in Caribisch Nederland Nee Ja, CBS open data. In totaal leven 1 400 kinderen in Caribisch Nederland in huishoudens met een inkomen onder het sociaal minimum ijkpunt.10) De data worden uitgesplitst naar Bonaire, Sint Eustatius en Saba en is respectievelijk 29 procent, 41 procent, 28 procent van de minderjarigen waarvoor een sociaal minimum is vastgesteld. 600 kinderen zijn niet ingedeeld in deze tabel.

¹)https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?did=2020D03501&id=2020Z01665

²)https://balansdigitaal.nl/wp-content/uploads/2021/02/Thuiszitters-Tellen.pdf

³)Bron: Ministerie van Justitie en Veiligheid

4)https://jmopendata.cbs.nl/#/JM/nl/dataset/20278NED/table?ts=1621524544989

5)https://www.nationaalrapporteur.nl/publicaties/rapporten/2020/10/16/slachtoffermonitor-mensenhandel-2015-2019

6)https://jmopendata.cbs.nl/#/JM/nl/navigatieScherm/thema?themaNr=20201

7)https://jmopendata.cbs.nl/#/JM/nl/dataset/71851ned/table?dl=516F8

8)https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/84868NED/table?dl=4B024

9)https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/84868NED/table?dl=5B3DD

10)https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/84786NED/table?dl=542EF

11.5Het recht op participatie (artikel 12)

Op grond van artikel 12 hebben kinderen het recht om hun mening vrij te uiten in alle aangelegenheden die het kind betreffen. Deze mening dient te worden gehoord en aan deze mening moet passend belang worden gehecht. Binnen de context van artikel 12 vormt de capaciteit van het kind om zijn of haar mening kenbaar te maken (ook in juridische procedures) het criterium voor de beoordeling welke waarde aan de mening kan worden toegekend. De impact die het besluit op het kind kan hebben moet hierbij ook worden meegewogen. Hoe groter de impact van de uitkomsten op het leven van het kind, hoe belangrijker het is dat passend gewicht wordt gehecht aan de mening van het kind. Ook volgt uit dit artikel dat aan kinderen wordt teruggekoppeld wat er met hun mening is gedaan. Zo ervaren kinderen dat er naar hen wordt geluisterd en dat ze serieus worden genomen.noot7 Het is belangrijk dat participatie betekenisvol is en structureel is geborgd.

Toepassing in Nederland

De participatie van kinderen en jongeren heeft de laatste jaren veel aandacht gekregen bijvoorbeeld in familierechtzaken en jeugdrecht, door middel van Kinderministers en Kinderburgemeesters, door meer inspraak in het onderwijs of vele ad hoc initiatieven. Het inzichtelijk maken van het aantal jeugdraden kan een indicatie zijn van jeugdparticipatie op lokaal niveau.noot8 Op nationaal niveau is het percentage nieuwe wetgeving waarin kinderen inspraak hebben gehad een graadmeter.

11.5.1Mogelijke indicatoren voor monitoring van de naleving van artikel 12 van het VN-Kinderrechtenverdrag
Indicator Data jaarlijks beschikbaar in Jeugdmonitor? Data elders beschikbaar? Toelichting
Aantal gemeenten met een jeugdraad en/of een ander georganiseerd instrument/instituut Nee Nee Momenteel zijn deze data niet beschikbaar.
Aantal provincies en waterschappen met een jeugdraad en/of een ander georganiseerd instrument/instituut Nee Er zijn voorbeelden van ‘jeugdwaterschap’ en jongerenadviesraad zoals bijvoorbeeld bij de provincie Groningen¹) Momenteel zijn deze data niet beschikbaar.
Het percentage van nieuwe wetgeving van alle ministeries dat tot stand is gekomen met inspraak van kinderen Nee Nee Momenteel zijn deze data niet beschikbaar.
Percentage kinderen dat politieke actie heeft ondernomen Ja, data beschikbaar over sociale contacten en maatschappelijke participatie, waaronder politieke acties van jongeren van 15 tot 25 jaar²)   De data betreffen kinderen en jongvolwassenen in de leeftijd van 15 tot 25 jaar, uitgesplitst naar het inschakelen van media, meedoen aan handtekeningenactie, politieke actie via internet en overige acties. Kinderen onder 15 jaar worden niet meegenomen.

¹)https://www.provinciegroningen.nl/bestuur-en-organisatie/jongerenadviesraad/wat-doet-de-jongerenadviesraad/

²)https://jmopendata.cbs.nl/#/JM/nl/dataset/20177NED/table?dl=55762

11.6Conclusie

Het VN-Kinderrechtenverdrag omvat vrijwel alle aspecten van het hele leven en ontwikkeling van kinderen. In dit hoofdstuk is een inkijkje gegeven in de data die daarover beschikbaar is aan de hand van de Algemene Beginselen van het VN-kinderrechtenverdrag met een aantal daaraan gekoppelde indicatoren. Deze indicatoren hebben een signalerende functie en kunnen aanwijzingen geven over de mate van de naleving van kinderrechten. Met de huidige beschikbare data kunnen deze indicatoren deels worden ingevuld. De Landelijke Jeugdmonitor kan op een aantal indicatoren uitkomst bieden, voornamelijk aangaande het recht op leven en ontwikkeling (art. 6).Ook wordt er op een aantal indicatoren structureel in andere bronnen data verzameld, waarvan het het overwegen waard is om deze toe te voegen aan de Landelijke Jeugdmonitor.noot9

In dit hoofdstuk wordt tegelijkertijd zichtbaar dat er niet voldoende data beschikbaar is om op basis van de voorgestelde indicatoren het VN-Kinderrechtenverdrag te kunnen monitoren. Specifiek op het recht op non-discriminatie (art. 2) en het belang van het kind (art. 3) biedt de Landelijke Jeugdmonitor op dit moment nog weinig tot geen informatie. Op een aantal indicatoren is noch in de Landelijke jeugdmonitor, noch (voor zover ons nu bekend) in andere bronnen (betrouwbare) data voorhanden, bijvoorbeeld het aantal gemeentelijke discriminatiemeldpunten met een aparte procedure voor kinderen, het aantal gemeenten dat een kinderrechtenstrategie heeft ontwikkeld en het aandeel van nieuwe wetgeving of beleid waarbij gekeken is naar de impact van deze nieuwe regelgeving op kinderen.

Voor Caribisch Nederland is het gat nog groter. De Landelijke Jeugdmonitor biedt onder andere cijfers over jongeren in Caribisch Nederland met betrekking tot gezinssamenstelling, ervaren gezondheid en welzijn, leefstijl, onderwijsdeelname, arbeidsdeelname, onveiligheidsgevoelens en pesten, maar op dit moment geen relevante informatie voor de monitoring van de implementatie van de vier leidende beginselen van het VN-Kinderrechtenverdrag op basis van de voorgestelde indicatoren in dit hoofdstuk.

Kwantitatieve data geeft slechts gedeeltelijk weer hoe in de praktijk de beginselen van het VN-Kinderrechtenverdrag worden uitgevoerd. De echte experts zijn kinderen en jongeren zelf, die we actief moeten blijven betrekken bij de vraag in welke mate hun rechten in de praktijk worden nageleefd. De in dit hoofdstuk genoemde indicatoren zijn een eerste aanzet van het Kinderrechtencollectief, ter suggestie en discussie. Het is van belang om gezamenlijk in gesprek te blijven over hoe en met welke indicatoren kinderrechten in Nederland gemonitord kunnen worden, en wat daarvoor nodig is.

Noten

Een General Comment is een nadere uitleg door het VN-Kinderrechtencomité van één of meer artikelen van het VN-Kinderrechtenverdrag. Deze uitleg wordt beschouwd als een gezaghebbende interpretatie van de rechten die in het IVRK beschreven staan. De inhoud van de General Comments is mede gebaseerd op de jarenlange ervaring van het VN-Kinderrechtencomité met het volgen en beoordelen van de wijze waarop het VN-Kinderrechtenverdrag wordt uitgevoerd in alle verdragslanden. Zie voor de General Comments: www.kinderrechten.nl/general-comments-van-het-vn-kinderrechtencomite/.

M. Blaak e.a. (2012), Handboek Internationaal Jeugdrecht, Leiden: Stichting Defence for Children.

General Comment No. 14 (2013) on the right of the child to have his or her best interests taken as a primary consideration.

Zie voor het integraal afwegingskader: www.kcwj.nl/kennisbank/integraal-afwegingskader-beleid-en-regelgeving. De zeventien Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de VN zijn niet specifiek gericht op kinderen of het VN-Kinderrechtenverdrag, maar raken kinderen en hun rechten wel. De zeventien ontwikkelingsdoelen zijn: 1) Geen armoede, 2) Geen honger, 3) Goede gezondheid en welzijn, 4) Kwaliteitsonderwijs, 5) Gendergelijkheid, 6) Schoon water en sanitair, 7) Betaalbare en duurzame energie, 8) Waardig werk en economische groei, 9) Industrie, innovatie en infrastructuur, 10) Ongelijkheid verminderen, 11) Duurzame steden en gemeenschappen, 12) Verantwoorde consumptie en productie, 13) Klimaatactie, 14) Leven in het water, 15) Leven op het land, 16) Vrede, Justitie en sterke publieke diensten en 17) Partnerschap om doelstellingen te bereiken. Elk jaar meet het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hoe Nederland ervoor staat op deze zeventien doelen. Vijfde Nationale SDG rapportage van 19 mei 2021: Vijfde Nederlandse SDG Rapportage (sdgnederland.nl)

M. Blaak e.a., (2012) Handboek Internationaal Jeugdrecht. Leiden: Stichting Defence for Children.

General comment No. 12 (2009), The right of the child to be heard.

Zie bijvoorbeeld besluit gemeente Niedorp https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR57691

Voorbeelden hiervan zijn het aantal herzieningen van het schooladvies van kinderen met en zonder migratieachtergrond, het aantal verhuisbewegingen van gezinnen in asielzoekerscentra, het geschatte aantal minderjarige slachtoffers van mensenhandel en gerelateerd aan armoede het aantal kinderen in gezinnen met een inkomen tot aan de lage inkomensgrens naar duur van de inkomenspositie en het aantal kinderen in huishoudens met een inkomen onder het sociaal minimum ijkpunt in Caribisch Nederland.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

niets (blanco) een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
0 (0,0) het cijfer is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
* voorlopige cijfers
** nader voorlopige cijfers
- (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
2016-2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/'17 oogstjaar, boekjaar, schooljaar, enz. beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2004/'05-2016/'17 oogstjaar enz., 2004/'05 tot en met 2016/'17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

1. Inleiding

Ruud van Herk (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)

2. Jongeren in Nederland

Dominique van Roon

3. Jeugdzorggebruik en meldingen kindermishandeling 2020

Rudi Bakker

4. Opgroeien in bijstand

Daniël Herbers en Kai Gidding

5. School

Marijke Hartgers en Kiki van Neden

6. Werk

Willem Gielen

7. Middelengebruik en gezondheid

Kim Knoops

8. Veiligheid

Michelle van Rosmalen, Lisanne Jong en Willem Gielen

9. Jongeren in Caribisch Nederland

Carel Harmsen en Mark Ramaekers

10. Welzijn van jongeren

Moniek Coumans

11. Kinderrechten

Kinderrechtencollectief

12. Gemeenten

Jan Hendriks (Communicatie- en tekstbureau Blitz)

Redactie

Linda Fernandez Beiro

Brigitte Hermans

Astrid Pleijers

Martijn Souren

Eindredactie

Karolien van Wijk