Foto omschrijving: Jongen met roze haar in een gang met kluisjes op een middelbare school

Inleiding

Auteur: Ruud van Herk (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)

Uit het Jaarrapport van de Landelijke Jeugdmonitor in 2020, waarin de eerste vijf jaar Jeugdwet tegen het licht werd gehouden, bleek dat in de periode 2015 tot en met 2019 de scores op vrijwel alle maatschappelijke indicatoren positiever werden, terwijl het jeugdzorggebruik steeg naar 10 procent van alle jongeren tussen de 0 en 23 jaar. In 2020, het jaar waarin de coronapandemie uitbrak, waren de scores op een aantal maatschappelijke indicatoren minder positief en daalde het jeugdzorggebruik weer naar het niveau van 2018.

Het Jaarrapport gaat dit jaar dan ook vooral over verschillen in de leefsituatie van jongeren tussen 2019 en 2020. Ook is journalist Jan Hendriks bij zeven gemeenten langsgegaan om hen te bevragen over de gevolgen van de coronapandemie voor jongeren en de jeugdzorg, en of zij voldoende data hadden om hun beleid hiermee te bepalen en te monitoren. Nieuw in het Jaarrapport Jeugdmonitor 2021 zijn onder andere aandacht voor het aantal meldingen van kindermishandeling (onderdeel hoofdstuk 3), cijfers over niet-fysieke seksuele intimidatie (onderdeel hoofdstuk 8) en een hoofdstuk over de monitoring van kinderrechten (hoofdstuk 11).

Hoe wordt in het Jaarrapport 2021 de vergelijking tussen scores op maatschappelijke indicatoren en het jeugdhulpgebruik gemaakt? Allereerst wordt gekeken naar de demografische ontwikkeling van jongeren, daarna komen ontwikkelingen in het jeugdhulpgebruik aan bod, om vervolgens in te gaan op de trends van een aantal maatschappelijke thema’s, waaronder kinderen in bijstandsgezinnen, school, werk, veiligheid en middelengebruik. De stand van zaken op deze items heeft mogelijk invloed op het welzijn van jongeren dat wordt beschreven in hoofdstuk 10. De staat van de jeugd op de BES-eilanden wordt afzonderlijk beschreven.

Jeugdzorggebruik en de maatschappelijke indicatoren in beeld 1.1.1 Jeugdzorggebruik en de maatschappelijke indicatoren in beeld 2 0 2 0 2 0 1 9 9,7% * 10% Jeugdzorg van jongeren tot 23 jaar hebben jeugdzorg ontvangen 2 0 2 0 2 0 1 9 6,2% 6,2% Wonen en opgroeien van de minderjarigen wonen in een bijstandsgezin 2 0 2 0 2 0 1 9 50,2%* 51,3% School van derdeklassers op het vmbo 2 0 2 0 2 0 1 9 65,9% 68,3% Werk van 15- tot 27- jarigen hebben betaald werk 2 0 2 0 2 0 1 9 59,7% 61,2% Alcoholgebruik van jongeren van 12 tot 25 jaar drinken wel eens alcohol 2 0 2 0 2 0 1 9 1,6%* 1,8% Criminaliteit van jongeren van 12 tot 25 jaar zijn verdacht van een misdrijf * Deze cijfers zijn voorlopig

In hoofdstuk 2 over de demografische ontwikkelingen van de jeugd valt te lezen dat het aandeel jongeren (0 tot 25 jaar) in de bevolking daalt. Dit komt onder andere doordat ouderen langer blijven leven. Ook het aantal geboorten is afgenomen van circa 200 duizend in de beginjaren van deze eeuw tot ongeveer 170 duizend per jaar in de afgelopen 4 jaar. Vanaf 2024 tot 2035 wordt er een stijging van het aantal geboorten verwacht. Die toename komt deels doordat er dan meer vrouwen van rond de 30 zijn dan nu, en deels doordat veel huidige twintigers het krijgen van kinderen uitstellen tot ze dertiger zijn. Het totaal aantal jongeren daalt tot 2027 nog licht, waarna een stijging zal inzetten. Immigratie is een van de oorzaken van die stijging. In vergelijking met 2019 nam de omvang van de immigratie­stromen van jongeren uit China en India af. Niet-westerse immigrerende jongeren hadden het vaakst een achtergrond in Turkije en het Caribisch deel van ons koninkrijk (beide ongeveer 3 duizend). Verder valt op dat het aantal tienermoeders sinds het jaar 2000 met ongeveer twee derde is gedaald tot 1,2 duizend in 2020.

In hoofdstuk 3 zien we hoe het jeugdzorggebruik zich heeft ontwikkeld in 2020 en daarin ontwaren we een corona-effect. Het aantal unieke jongeren (0 tot 23 jaar) dat jeugdzorg ontving daalde in 2020 naar 429 duizend, 9,7 procent van alle jongeren in Nederland. Hiermee lag het percentage weer op het niveau van 2018. Deze landelijke trend verschilt per gemeente en regio. Zo schommelde het jeugdhulpgebruik (0 tot 18 jaar) in gemeenten als Urk, Raalte en Staphorst rond de 6 procent van alle jongeren in die gemeenten, terwijl dat in de gemeente Tiel bijna 20 procent was. Ook de verschillen in het jeugdhulpgebruik (0 tot 18 jaar) tussen grote steden waren groot, in Rotterdam 9 procent, Amsterdam 13 procent en Utrecht 16 procent. Een opvallende ontwikkeling is het verminderde herhaald beroep op jeugdhulp. Wellicht voelden de jongeren die regelmatig gebruik maken van jeugdhulp, deze behoefte tijdens de coronapandemie wat minder. Het aantal adviezen over kindermishandeling is met 20 procent gestegen, het aantal meldingen met 12 procent. Doordat meer mensen in het coronajaar 2020 thuiszaten, waren er ook meer adviesvragen (+45 procent) van niet-beroepsmatig betrokkenen.

Een belangrijke indicator voor jeugdhulpgebruik is het aantal kinderen dat opgroeit in een bijstandsgezinnoot1 (hoofdstuk 4). Dat aantal kinderen is licht gedaald tot 6,2 procent van alle kinderen tot 18 jaar. Wel waren er eind 2020 ook 40 duizend minderjarige kinderen in een gezin waarvan minstens één ouder een Tozo-uitkering (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers) ontving. Bijstandskinderen, waarvan ruim een kwart van Nederlandse herkomst, woonden vaak bij alleen hun moeder. Hoe jonger de kinderen, hoe vaker de schulden in hun huishouden groter waren dan de bezittingen.

Steeds minder kinderen gingen naar het vmbo, lezen we in hoofdstuk 5 over school. Ook in het onderwijs waren de gevolgen van de coronapandemie zichtbaar. De schooladviezen vielen in groep 8 lager uit in 2020, terwijl de slagingspercentages op zowel vmbo, havo als vwo de 100 procent naderden. Er waren in 2020 minder jongeren aan het werk en de jeugdwerkloosheid steeg voor het eerst sinds 2013 (hoofdstuk 6). In de tweede helft van 2020 was er wel weer deels herstel van de arbeidsparticipatie van jongeren. Jongeren ervoeren in 2020 minder vaak een hoge werkdruk dan in 2019, onder niet-onderwijsvolgende jongeren was de werkdruk het hoogst onder vakkenvullers, sociaal werkers, groeps- en woonbegeleiders. De gemeenten met de hoogste arbeidsparticipatie in 2019 waren Veere (85 procent), Urk, Boekel, Staphorst en Reusel-De Mierden (84 procent).

Coronamaatregelen, zoals sluiting van de horeca en een stop op festivals, hingen mogelijk samen met het dalend middelengebruik (hoofdstuk 7). Minder 12- tot 18‑jarigen dronken in het afgelopen jaar wel eens alcohol, en het percentage overmatige drinkers daalde onder 18- tot 25‑jarigen. Ook werd er minder gerookt onder jongvolwassenen, met als uitzondering het stijgend aantal jonge vrouwen (18 tot 25 jaar) dat in het afgelopen jaar cannabis gebruikte.

In 2020 daalden de cijfers over (jeugd)criminaliteit (hoofdstuk 8). Met name zakkenrollerij liet een sterke daling zien. Een nieuw item in het Jaarrapport is slachtofferschap van niet-fysieke seksuele intimidatie. 1 op de 5 jongvolwassenen van 18 tot 24 jaar ervoer deze vorm van intimidatie, met veelal vrouwen als slachtoffer en mannen als dader. Ongeveer 10 procent van de slachtoffers van niet-fysieke seksuele intimidatie ervoer hiervan gevolgen. De meting in 2020 geldt als een 0‑meting en wordt in 2022 en 2024 herhaald.

De omstandigheden waarin jongeren in Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) leven verschillen per eiland. Begin 2020 woonden op Sint Eustatius vrijwel evenveel jongeren (ongeveer 40 procent) in een éénoudergezin, als in een gezin met beide ouders. De rest woonde zelfstandig of bij een ander familielid. Op Bonaire woonde 56 procent van de jongeren in een gezin met beide ouders en op Saba de helft van de jongeren. Veel jongeren op Bonaire en Saba zien hun toekomst niet op de eilanden. Zij willen na het afronden van hun opleiding het liefst emigreren naar voornamelijk Nederland of de Verenigde Staten.

De scores op de hier voorgaande besproken maatschappelijke indicatoren hebben mogelijk ook impact op het welzijn van jongeren (hoofdstuk 10). Dit hoofdstuk gaat over jongvolwassenen van 18 tot 25 jaar. Het HBSC onderzoek naar welzijn, dat wordt uitgevoerd door het Trimbos Instituut, de Universiteit Utrecht en het Sociaal Cultureel Planbureau en dat ook jongeren vanaf 15 jaar betrekt, wordt vierjaarlijks gehouden, maar niet in 2020. Jongvolwassenen kennen net als in het verleden een hoog welzijn. Wel nam in 2020 het aantal zeer tevredenen met het leven wat af en werd de middengroep (niet ontevreden/niet tevreden) wat groter. De jongvolwassenen van 18 tot 22 jaar hadden een hoger persoonlijk welzijn dan jongvolwassenen van 22 tot 25 jaar en mannen tussen 18 en 25 jaar hadden vaker een hoog persoonlijk welzijn dan vrouwen in die leeftijdsgroep. Mannen hadden vooral minder zorgen over de financiële toekomst en een groter gevoel van veiligheid. In 2020 was er minder dagelijks contact van jongvolwassenen met familie door hen te zien, spreken of berichtjes uit te wisselen. Jonge vrouwen vinden dit familiecontact vaker heel belangrijk dan jonge mannen. Hoewel dit bij het merendeel van de jongvolwassenen hoog in het vaandel stond, vonden vrouwen persoonlijke ontwikkeling vaker belangrijk dan mannen.

Samenvattend; het jaar 2020 was door de coronapandemie en de daarmee samenhangende maatregelen en ondersteuningsregelingen, een bijzonder jaar op tal van domeinen zoals school, arbeidsparticipatie, sociale contacten, welzijn etc. Door de bank genomen nam het aantal kinderen in bijstandsgezinnen niet toe. Wel waren er in 2020 ook kinderen in een gezin dat gebruik maakte van de Tozo-regeling. Het welzijn van jongvolwassenen van 18 tot 25 jaar bleef ondanks een kleine afname onveranderd hoog, al hebben vrouwen wat meer moeite met het hebben van minder sociale contacten dan de mannen, en ervaren zij meer onveiligheid. De cijfers over niet-fysieke seksuele intimidatie, dat 1 op de 5 jongeren ervoer, zijn daar een illustratie van. Voor onderwijsvolgenden was het een jaar met voor- en nadelen, minder klassikaal les en contact met vrienden, maar hoge slagingspercentages. De arbeidsparticipatie herstelde zich enigszins in de tweede helft van 2020 en het jeugdzorggebruik daalde naar het niveau van 2018, waarbij het herhaald beroep flink daalde.

Wat bleef in 2020 zijn de verschillen in het jeugdhulpgebruik tussen gemeenten. Opvallend zijn de scores van gemeenten met veel bevindelijk gereformeerden, zoals Urk en Staphorst, met een hoog percentage jongeren, weinig eenoudergezinnen, hoge arbeidsparticipatie en een laag jeugdhulpgebruik. Andere scores roepen vragen op; waar bijvoorbeeld in Rotterdam veel eenoudergezinnen voorkomen en relatief veel jongeren in een bijstandsgezin leven, ligt het jeugdhulpgebruik van 0- tot 18‑jarigen er relatief laag (9 procent) in vergelijking met andere grote steden, zoals Amsterdam (12 procent) en Utrecht (16 procent).

De Jeugdmonitor heeft onder andere als doel om met data over jeugdhulpgebruik en scores op maatschappelijke indicatoren vragen op te roepen. Om een beter beeld te krijgen van de werkelijkheid achter deze cijfers, worden overheden, wetenschappers en andere betrokken uitgedaagd nader (benchmark)onderzoek te doen, om deze verschillende scores tussen gemeenten en regio’s te verklaren. Voor deze onderzoeken kan gebruik worden gemaakt van een veelheid aan data, waarvan in het Jaarrapport van de Jeugdmonitor slechts een selectie wordt gepresenteerd. De zoektocht kan beginnen op de Jeugdmonitor-website en verder gaan in de Jeugdmonitor StatLine, waar naar wens tal van data kunnen worden gecombineerd.

Noten

Significant, Regionale verschillen in gebruik van jeugdhulp met verblijf, 2018. https://jeugdmonitor.cbs.nl/sites/default/files/2018-06/J-178142%20D_0.pdf

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

niets (blanco) een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
0 (0,0) het cijfer is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
* voorlopige cijfers
** nader voorlopige cijfers
- (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
2016-2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/'17 oogstjaar, boekjaar, schooljaar, enz. beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2004/'05-2016/'17 oogstjaar enz., 2004/'05 tot en met 2016/'17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

1. Inleiding

Ruud van Herk (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)

2. Jongeren in Nederland

Dominique van Roon

3. Jeugdzorggebruik en meldingen kindermishandeling 2020

Rudi Bakker

4. Opgroeien in bijstand

Daniël Herbers en Kai Gidding

5. School

Marijke Hartgers en Kiki van Neden

6. Werk

Willem Gielen

7. Middelengebruik en gezondheid

Kim Knoops

8. Veiligheid

Michelle van Rosmalen, Lisanne Jong en Willem Gielen

9. Jongeren in Caribisch Nederland

Carel Harmsen en Mark Ramaekers

10. Welzijn van jongeren

Moniek Coumans

11. Kinderrechten

Kinderrechtencollectief

12. Gemeenten

Jan Hendriks (Communicatie- en tekstbureau Blitz)

Redactie

Linda Fernandez Beiro

Brigitte Hermans

Astrid Pleijers

Martijn Souren

Eindredactie

Karolien van Wijk