Jeugdzorg en de weg naar volwassenheid
Bij opgroei- en opvoedingsproblemen kunnen jongeren jeugdhulp ontvangen en bij veiligheidsproblemen, bijvoorbeeld wanneer ouders niet goed voor hun kinderen kunnen zorgen, kunnen jongeren jeugdbescherming ontvangen. Deze zorg is in principe bedoeld voor jongeren tot 18 jaar, maar dat wil niet zeggen dat jongeren daarna geen zorg meer nodig hebben. In de afgelopen twee jaar steeg het aantal jongeren dat verlengde jeugdhulp ontvangt. Dat gold met name voor de jeugdhulp die vanuit het wijk- en buurtteam van de gemeente wordt geleverd, en voor de jeugdhulp met verblijf. Jongeren die in de twee jaar voorafgaand aan hun 18e verjaardag jeugdzorg ontvingen, kregen later vaker volwassenenzorg, waren minder vaak economisch zelfstandig en kwamen vaker in aanraking met criminaliteit. Veel jeugdzorgjongeren kregen vervolgzorg, maar het duurde in veel gevallen enkele maanden voordat dit op gang kwam.
3.1Jeugdzorg in Nederland
In 2018 kregen in Nederland 428 duizend jongeren tot 23 jaar jeugdzorg. Dat is bijna 1 op de 10. De verantwoordelijkheid voor jeugdzorg is in handen van de gemeente. Wanneer de gemeente de zorg direct aan de zorgverlener vergoedt, is sprake van zorg in natura. Het is ook mogelijk dat de jeugdhulp wordt ingekocht met een persoonsgebonden budget (pgb). Dit komt minder voor dan zorg in natura. In 2018 maakten ruim 20 duizend jongeren gebruik van een pgb voor jeugdhulp.
Er bestaan verschillen tussen gemeenten als het gaat om het aandeel jongeren met jeugdzorg. In de meeste gemeenten in de regio Zaanstreek-Waterland ligt het percentage jongeren met jeugdhulp in 2018 bijvoorbeeld onder de 7 procent, maar in veel gemeenten in Midden-Limburg en in Noordoost-Groningen ligt dit percentage boven de 12 procent.
In de volgende paragrafen wordt ingegaan op de vraag hoeveel jongeren van 18 jaar en ouder jeugdzorg ontvangen en hoe het hen na hun jeugdzorg vergaat. De hulp- en zorgvraag van jongeren met jeugdhulp en -bescherming ligt dichter bij elkaar dan van jongeren met jeugdreclassering. Deze groep wordt daarom verder buiten beschouwing gelaten.
3.218‑plussers in de jeugdzorg
Jeugdhulp en jeugdbescherming zijn bedoeld voor jongeren tot 18 jaar. Na de 18e verjaardag valt de zorg onder andere wetten. Zo valt beschermd wonen onder de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Geestelijke gezondheidszorg (GGZ) onder de Zorgverzekeringswet en langdurige zorg en verblijf voor jongeren met een beperking onder de Wet langdurige zorg (Wlz). Enkele vormen van jeugdhulp komen niet onder een andere wet te vallen na de 18e verjaardag, zoals pleegzorg. Omdat jongeren in de jeugdhulp tot een kwetsbare groep behoren, kunnen deze vormen van jeugdhulp worden verlengd tot de 23e verjaardag. Vanaf 1 juli 2018 is de leeftijdsgrens voor pleegzorg verhoogd van 18 naar 21 jaar, tenzij het pleegkind aangeeft geen gebruik meer te willen maken van pleegzorg. Jeugdbescherming eindigt altijd voor de 18e verjaardag en kan worden opgevolgd door beschermd wonen (Wmo).
In 2018 ontvingen 417 duizend jongeren jeugdhulp en/of jeugdbescherming. Sinds de invoering van de Jeugdwet op 1 januari 2015 is het aantal jongeren met deze ondersteuning toegenomen met bijna 16 procent. In 2015 waren dit nog 360 duizend jongeren. Het aantal van hen dat na hun 18e verjaardag jeugdhulp ontving groeide met bijna 52 procent, van 19 duizend in 2015 naar ruim 29 duizend in 2018. Dat is 7 procent van alle jongeren met jeugdzorg. Omdat de jeugdbescherming altijd eindigt als jongeren de leeftijd van 18 jaar bereiken, gaat het hier alleen om jongeren die jeugdhulp ontvangen.
Het grootste deel van de geleverde jeugdzorg bestaat uit jeugdhulp zonder verblijf. Bijna 14 procent van de jeugdhulptrajecten bestaat uit hulp die geleverd is door het wijk- of buurtteam van de gemeente. Wijk- en buurtteams bestaan uit verschillende medewerkers op het gebied van zorg en welzijn. Zij kunnen korte, lichte ondersteuning bieden, of indien nodig zwaardere hulp regelen. Ruim 70 procent van de hulp bestaat uit overige vormen van jeugdhulp zonder verblijf, waarbij de jongere voor een gesprek, therapie of training naar een jeugdhulpaanbieder gaat of waarbij de jeugdhulpaanbieder de jongere thuis of op school bezoekt.
Ruim 8 procent van alle jeugdzorgtrajecten wordt gevormd door jeugdhulp met verblijf, waarbij de jongere niet thuis woont. Hieronder vallen onder andere pleegzorg en het verblijf in logeerhuizen en instellingen voor gesloten jeugdzorg.
De jeugdbeschermingsvormen Ondertoezichtstelling en Voogdij, 7 procent van de trajecten, worden dwingend opgelegd door een rechter. Het doel van de kinderbeschermingsmaatregelen is het opheffen van de bedreiging voor de veiligheid en ontwikkeling van het kind. Een kind of jongere wordt dan ‘onder toezicht gesteld’ of ‘onder voogdij geplaatst’. Jeugdbescherming stopt wanneer de jongere de leeftijd van 18 jaar bereikt.
Jongeren van 18 jaar en ouder kregen relatief vaker hulp van het wijk- en buurtteam van de gemeente, 24 procent van de trajecten, en hebben vaker jeugdhulp met verblijf, 16 procent van de trajecten, dan de jongeren in de lagere leeftijdscategorieën. Een mogelijke verklaring hiervoor zou kunnen zijn dat gemeenten en instellingen hun kwetsbare jongeren, die op hun 18e niet zelfstandig verder kunnen, in zorg houden totdat vervolgzorg en/of geschikte huisvesting beschikbaar is.
3.3Hoe vergaat het jongeren na jeugdhulp en jeugdbescherming?
De overgang naar volwassenheid kan voor kwetsbare en minder zelfredzame jongeren lastig zijn. De doelstelling van het Actieprogramma Zorg voor de Jeugd (Rijksoverheid, 2018) is dat deze jongeren tijdig voorbereid moeten worden op zelfstandigheid, ze geholpen moeten worden bij het vinden van passende en betaalbare huisvesting en ze ondersteuning moeten krijgen bij de overgang van school naar werk. Om te onderzoeken hoe de overgang naar volwassenheid is voor jongeren die jeugdzorg ontvingen en hoe het hen is vergaan ten opzichte van hun leeftijdgenoten zonder jeugdzorg, is een groep jongeren gevolgd die 18 jaar werd in 2016 en in de voorafgaande twee jaar jeugdhulp of jeugdbescherming kreeg.
Van de Nederlandse bevolking werden in 2016 ruim 200 duizend jongeren 18 jaar. Bijna 32 duizend van deze jongeren ontvingen jeugdhulp of jeugdbescherming in de twee jaar voor hun 18e verjaardag. Voor een deel van de oud-jeugdzorggebruikers liep de jeugdzorg door tot de 18e verjaardag en was er nog sprake van een lopend zorgtraject wanneer de jongere 18 jaar werd. Dit was bij bijna 20 duizend jongeren het geval. Van deze groep jongeren met een lopend zorgtraject ontvingen nog bijna 11 duizend jongeren een vorm van jeugdhulp na hun 18e verjaardag.
Een op de vier 18‑plussers krijgt binnen een half jaar ook volwassenenzorg
Jongeren kunnen na hun 18e verjaardag volwassenenzorg ontvangen vanuit de Wmo, de Wlz en de Zorgverzekeringswet. Vanuit de Zorgverzekeringswet zijn onder meer zorg op het gebied van Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ), wijkverpleging en zorg voor zintuiglijk gehandicapten geregeld. In 2016 ontving ruim 15 procent van de jongeren met een lopend zorgtraject binnen één maand na hun 18e verjaardag volwassenenzorg. Dit aandeel zorggebruikers liep op tot 20 procent binnen drie maanden en tot ruim 25 procent binnen zes maanden. Het grootste deel van de jongeren stroomde na de 18e verjaardag de volwassenen GGZ of de Wmo in, met respectievelijk bijna 12 en 11 procent.noot1 Een kleine 3 procent stroomt de Wlz in en minder dan 1 procent heeft vervolgzorg in de vorm van wijkverpleging en zorg zintuiglijk gehandicapten. De relatief hoge instroom in de Wmo en GGZ laat het beeld zien dat de vervolgzorg voor jongeren uit de jeugdzorg voornamelijk gericht is op psychische en persoonlijke begeleiding en minder op medische zorg. Bij leeftijdgenoten zonder recent jeugdzorgverleden ligt het totale zorggebruik op 1 procent binnen zes maanden na de 18e verjaardag.
Oud-jeugdzorggebruikers relatief minder vaak economisch zelfstandig
Van de oud-jeugdzorggebruikers volgde het overgrote merendeel op 18‑jarige leeftijd nog onderwijs en/of had werk. Minder dan 4 procent volgde geen onderwijs en had ook geen werk. Bij jongeren zonder jeugdzorg was dat minder dan 2 procent. Financieel gezien zijn de verschillen groter. Van de oud-jeugdzorggebruikers met een inkomen uit werk of een eigen onderneming was ruim 16 procent economisch zelfstandig, terwijl 40 procent van hun leeftijdsgenoten zonder jeugdzorg economisch zelfstandig was. Daarnaast had ruim 3 procent van de oud-jeugdzorggebruikers een betalingsachterstand van 6 maanden of meer voor hun zorgpremie. Van de jongeren zonder jeugdzorg had minder dan 1 procent een betalingsachterstand voor hun zorgpremie.
Ruim de helft jongeren met jeugdhulp met verblijf woont na 18e zelfstandig
Van de bijna 32 duizend oud-jeugdzorggebruikers die gevolgd werden, ontvingen bijna 6 duizend jongeren jeugdzorg met verblijf, zoals pleegzorg, gezinsgerichte opvang of gesloten jeugdhulp. De jongeren die jeugdhulp met verblijf hadden tussen hun 16e en 18e jaar woonden relatief vaak zelfstandig in hun 19e levensjaar, 54 procent. Bij jongeren die enkel jeugdzorg zonder verblijf hadden en jongeren die geen jeugdzorg ontvingen was dit 12 procent. Meer dan 85 procent woonde op 18‑jarige leeftijd bij hun ouders. Institutioneel wonen kwam met name voor onder jongeren die jeugdhulp met verblijf ontvingen in de jaren voor hun 18e verjaardag, ruim 8 procent woonde op 18‑jarige leeftijd institutioneel. Van de jongeren zonder jeugdhulp met verblijf en de jongeren zonder jeugdzorg woonde minder dan 1 procent institutioneel op 18‑jarige leeftijd.
Oud-jeugdzorggebruikers zijn vaker verdachte en slachtoffer van criminaliteit
Oud-jeugdzorggebruikers kwamen in 2017 relatief vaker in aanraking met criminaliteit dan hun leeftijdgenoten. Van de oud-jeugdzorggebruikers stond ruim 6 procent geregistreerd bij de politie als slachtoffer van een misdrijf en 6 procent als verdachte van een misdrijf. Onder de jongeren zonder jeugdzorg stond 4 procent geregistreerd als slachtoffer van een misdrijf en minder dan 2 procent als verdachte van een misdrijf.
3.4Begrippen
Economische zelfstandigheid
Economische zelfstandigheid is een begrip dat beleidsmatig verbonden is met het bestaansminimum: iemand wordt als economisch zelfstandig beschouwd als het individuele netto jaarinkomen uit arbeid en eigen onderneming op of boven de drempelwaarde ligt van de beleidsnorm voor het individuele inkomensminimum. Die drempelwaarde is gelijkgesteld aan 70% van het wettelijke netto minimumloon, oftewel de netto bijstand van een alleenstaande in het verslagjaar.
Geregistreerd slachtofferschap
Geregistreerd slachtofferschap betreft de slachtoffers die aangifte hebben gedaan bij de politie. Het gaat hierbij niet om het totaal aan jongeren dat slachtoffer is geweest van een misdrijf, zoals dat gemeten wordt in de Veiligheidsmonitor. De cijfers over slachtofferschap op basis van de Veiligheidsmonitor worden gepresenteerd in hoofdstuk 8 van dit Jaarrapport.
Geregistreerde verdachten
Geregistreerde verdachten betreffen personen die als verdachte van een misdrijf zijn geregistreerd bij de politie. Deze personen zijn niet per definitie veroordeeld en hoeven niet de daadwerkelijke dader te zijn. Bovendien worden daders van misdrijven niet altijd als verdachte geregistreerd.
Jeugdhulptraject
Een jeugdhulptraject bestaat uit een combinatie van hulpvorm en aanvangsdatum. Een jongere kan per verslagperiode één jeugdhulptraject doorlopen, maar ook meerdere hulptrajecten na elkaar, of meerdere hulptrajecten tegelijkertijd.
3.5Meer informatie en literatuur
Meer informatie
In de onderzoeksbeschrijving Beleidsinformatie Jeugd staat beschreven hoe de cijfers worden samengesteld.
Cijfers over jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering zijn te vinden op Jeugdmonitor StatLine.
Voor meer informatie over jeugdzorgjongeren na hun 18e verjaardag zie maatwerktabel Jeugdzorgjongeren na hun 18e verjaardag, 2016.
Literatuur
Rijksoverheid (2018). Actieprogramma Zorg voor de Jeugd.
Noten
De volwassenen GGZ biedt een vervolg op de jeugd GGZ. De Wmo ondersteuning (waaronder beschermd wonen en persoonlijke begeleiding) biedt een vervolg op jeugdbescherming en persoonlijke ondersteuning vanuit de jeugdhulp.