Jeugdhulptrajecten

2.1Aantal hulptrajecten in 2019 toegenomen

In 2019 waren bijna 593 duizend jeugdhulptrajecten actief. Dat waren er bijna 22 duizend meer dan in 2018. Het aantal trajecten jeugdhulp door het wijk- of buurtteam daalde met 4 procent, de overige jeugdhulp zonder verblijf steeg met 5,9 procent en de jeugdhulp met verblijf daalde met 0,6 procent (figuur 2.1.1).

2.1.1 Jeugdhulptrajecten1) (x 1 000)
2019* 2018 2017 2016
Totaal
jeugdhulp
592,565 570,88 558,35 514,66
Wijk- of
buurtteam
81,965 85,415 84,4 63,745
Overig
zonder
verblijf
458,755 433,315 416,765 397,42
Met
verblijf
51,845 52,15 57,185 53,495
1)Trajecten die over meerdere perioden liepen komen meerdere malen in de figuur voor.

Gedurende 2019 zijn meer jeugdhulptrajecten begonnen dan er zijn beëindigd. Bij aanvang van het jaar waren ruim 311 duizend jeugdhulptrajecten actief en op 31 december waren dat er 357 duizend, een toename van bijna 15 procent (tabel 2.1.2).

2.1.2Stromen van jeugdhulptrajecten, naar hulpvorm, 2019*1)

  Beginstand (1 januari 2019) Instroom Uitstroom Eindstand (31 december 2019) Actief in 20192)
  aantal jeugdhulptrajecten
Totaal jeugdhulp 311 100 281 465 235 265 357 300 592 565
 
Totaal zonder verblijf 278 135 262 585 216 825 323 895 540 720
waarvan          
uitgevoerd door het wijk- of buurtteam 46 355 35 610 33 145 48 820 81 965
ambulante jeugdhulp op locatie van de aanbieder 172 935 168 375 137 180 204 130 341 310
daghulp op locatie van de aanbieder 16 730 14 395 11 465 19 665 31 125
jeugdhulp in het netwerk van de jeugdige 42 110 44 205 35 040 51 280 86 320
 
Totaal met verblijf 32 970 18 880 18 435 33 410 51 845
waarvan          
pleegzorg 18 520 4 075 4 430 18 160 22 595
gezinsgericht 3 180 2 565 2 000 3 745 5 745
gesloten plaatsing 1 080 2 030 2 160 950 3 110
overig met verblijf3) 10 190 10 205 9 840 10 555 20 400

Bron:CBS

1)Jeugdhulptrajecten van personen van 0 tot en met 22 jaar.

2)Jeugdhulptrajecten die op enig moment tijdens 2019 liepen.

3)Verblijf bij een jeugdhulpaanbieder anders dan pleegzorg, gezinsgerichte jeugdhulp of gesloten plaatsing.

In totaal zijn bijna 593 duizend hulptrajecten actief geweest, deze trajecten liepen op enig moment tijdens 2019. Daarvan betrof het bijna 541 duizend keer een hulptraject zonder verblijf en 52 duizend keer een hulptraject met verblijf. De relatieve uitstroom, dat wil zeggen de uitstroom ten opzichte van het totale aantal actieve hulptrajecten, is het grootst bij gesloten plaatsing. Van alle trajecten die in 2019 actief waren, is 70 procent in deze periode afgesloten.

2.1.3Begonnen trajecten jeugdhulp, naar hulpvorm1)

  2016 2017 2018 2019*
  aantal jeugdhulptrajecten
Totaal jeugdhulp 288 405 295 535 335 695 281 465
  %
Totaal zonder verblijf 92,0 91,8 93,3 93,3
waarvan        
uitgevoerd door het wijk- of buurtteam 12,8 14,3 11,7 12,7
ambulante jeugdhulp op locatie van de aanbieder 60,4 59,6 61,9 59,8
daghulp op locatie van de aanbieder 5,3 5,3 5,1 5,1
jeugdhulp in het netwerk van de jeugdige 13,5 12,8 14,5 15,7
 
Totaal met verblijf 8,0 8,2 6,7 6,7
waarvan        
pleegzorg 1,9 1,9 1,6 1,4
gezinsgericht 1,0 0,9 0,9 0,9
gesloten plaatsing 0,8 0,8 0,7 0,7
overig met verblijf2) 4,3 4,6 3,5 3,6

Bron:CBS

1)Jeugdhulptrajecten van personen van 0 tot en met 22 jaar.

2)Verblijf bij een jeugdhulpaanbieder anders dan pleegzorg, gezinsgerichte jeugdhulp of gesloten plaatsing.

In 2019 zijn ruim 281 duizend nieuwe jeugdhulptrajecten gestart. Dat is een daling van 16 procent ten opzichte van 2018. De oorzaak van deze daling komt doordat in de geestelijke gezondheidszorg (GGz) veelal werd geregistreerd aan de hand van de diagnose-behandelcombinaties (DBC). Deze systematiek is per 1 januari 2018 afgeschaft voor jeugd-GGz. Het gevolg van deze afschaffing is dat sommige jeugdhulpaanbieders hun DBC’s op 31 december 2017 om administratieve reden hebben afgesloten. Veelal liep de zorg gewoon door en werden voor deze jongeren nieuwe jeugdhulptrajecten aangeleverd met als startdatum 1 januari 2018. Door deze manier van registreren is het aantal inschrijvingen op 1 januari 2018 relatief groot en geeft het een vertekend beeld van de werkelijke in- en uitstroom.

Ruim 22 procent van de nieuwe jeugdhulptrajecten in 2019 was herhaald beroep (figuur 2.1.4). Dat wil zeggen dat 22 procent van de jongeren die in 2019 een jeugdhulptraject startten, in de vijf voorafgaande jaren al eerder jeugdhulp hadden. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt naar het soort jeugdhulp dat eerder is ontvangen. Van de nieuwe trajecten in 2018 was ruim 23 procent herhaald beroep. Jeugdhulp uitgevoerd door het wijk- of buurteam van de gemeente kent het hoogste percentage herhaald beroep, 23,2 procent in 2019.

2.1.4 Herhaald beroep1) (%)
2019* 2018 2017 2016
Totaal
jeugdhulp
22,4 23,4 25,1 28,6
Wijk- of
buurtteam
23,2 28,7 22,8 20,9
Overig
zonder
verblijf
14,6 19 26,5 30,8
Met
verblijf
22,6 27,4 16,2 18,6
1)Jeugdhulptrajecten die zijn gestart in de verslagperiode.

Bij 4 procent van de 281 duizend trajecten die vanaf 1 januari 2019 zijn gestart, was sprake van crisis bij aanvang. Dat gold met name bij trajecten jeugdhulp met verblijf. Daar is 22 procent van de trajecten gestart met crisis.

De Beleidsinformatie Jeugd is sinds 2018 uitgebreid met de vraag of er sprake was van crisis bij aanvang van het traject. Niet alle jeugdhulpverleners hebben dit gegeven meteen in hun administratie opgenomen. Hierdoor moeten de resultaten met voorzichtigheid worden behandeld.

2.1.5 Gestart met crisis1) (%)
2019* 2018
Totaal
jeugdhulp
4,3 3,9
Wijk- of
buurtteam
1 2,6
Overig
zonder
verblijf
3,4 2,8
Met
verblijf
21,8 20,1
1)Jeugdhulptrajecten die zijn gestart in de verslagperiode.

2.2Jeugdhulp meestal doorverwezen door de huisarts

In 2019 werden bijna 108 duizend jeugdhulptrajecten gestart na verwijzing door een huisarts. Dat zijn er 14 procent minder dan in 2018 (figuur 2.2.1). Desondanks blijft de huisarts met 38 procent van alle doorverwijzingen de grootste verwijzer van jeugdhulp. Ook het aantal doorverwijzingen door de gemeente daalde in 2019 met ruim 7 duizend ten opzichte van 2018.

2.2.1 Verwijzer1) (x 1 000)
2019* 2018 2017 2016
Huisarts 107,89 125,365 113,535 118,605
Gemeentelijke
toegang
89,565 96,915 85,115 75,005
Geen
verwijzer
33,075 33,95 22,8 32,38
Gecertificeerde
instelling
24,805 26,85 26,125 23,8
Medisch
specialist
14,19 16,69 16,915 16,965
Jeugdarts 8,125 7,7 7,065 6,37
Justitie 1,215 1,33 0,93 0,695
Onbekend 2,6 26,895 23,06 14,585
1)Jeugdhulptrajecten die zijn gestart in de verslagperiode. Trajecten onder Geen verwijzer betreft vrij toegankelijke jeugdhulp.

Er waren ruim 33 duizend jeugdhulptrajecten zonder verwijzer. Dit betreft jeugdhulptrajecten waarvoor geen verwijzing nodig is, de zogenaamde vrij toegankelijke jeugdhulp. De gemeente bepaalt zelf welke jeugdhulp vrij toegankelijk is. Dat kan dus per gemeente anders zijn.

Verbeteringen in de registratie hebben ertoe geleid dat het aantal trajecten met onbekende verwijzer sterk is gedaald. Deze categorie is bedoeld voor trajecten die voor 1 januari 2015 zijn begonnen en waarvan de verwijzer niet meer te achterhalen was, maar wordt door sommige jeugdhulpaanbieders ook gebruikt voor trajecten met een latere aanvangsdatum.

2.3Jeugdhulptrajecten duren meestal korter dan een jaar

Van alle 235 duizend jeugdhulptrajecten die in 2019 zijn beëindigd (de uitstroom, zie tabel 2.0.2), hebben er bijna 47 duizend korter dan drie maanden geduurd (19,9 procent). Ruim twee op de drie afgesloten jeugdhulptrajecten duurde korter dan een jaar.

2.3.1Doorlooptijd van verleende jeugdhulp, naar hulpvorm, 2019*1)

Duur van het jeugdhulptraject
0 tot 3 maanden 3 tot 6 maanden 6 tot 12 maanden 12 tot 36 maanden langer dan 36 maanden
  aantal jeugdhulptrajecten
Totaal 46 830 42 080 70 560 64 435 11 360
           
Zonder verblijf 40 500 39 560 66 835 60 360 9 570
waarvan          
uitgevoerd door het wijk- of buurtteam 7 335 6 125 8 115 9 235 2 340
ambulante jeugdhulp op locatie van de aanbieder 24 245 25 550 42 215 39 195 5 975
daghulp op locatie van de aanbieder 1 660 2 085 4 370 2 915 440
jeugdhulp in het netwerk van de jeugdige 7 265 5 800 12 135 9 015 820
 
Totaal met verblijf 6 325 2 520 3 725 4 080 1 790
waarvan          
pleegzorg 755 510 710 1 200 1 255
gezinsgericht 510 315 520 505 155
gesloten plaatsing 860 450 565 285 .
overig met verblijf2) 4 200 1 240 1 935 2 085 375

Bron:CBS

1)Jeugdhulptrajecten van personen van 0 tot en met 22 jaar, die zijn beëindigd in 2019.

2)Verblijf bij een jeugdhulpaanbieder anders dan pleegzorg, gezinsgerichte jeugdhulp of gesloten plaatsing.

Een in 2019 afgesloten jeugdhulptraject duurde gemiddeld 361 dagen. Dat is 24 dagen langer dan de afgesloten trajecten in 2018. Trajecten met gesloten plaatsing duren met gemiddeld 185 dagen in 2019 het kortst. Pleegzorgtrajecten duurden gemiddeld bijna tweeënhalf keer zo lang als een gemiddeld traject, namelijk 852 dagen (tabel 2.3.2).

2.3.2Gemiddelde duur van de verleende jeugdhulp, naar hulpvorm1)

  2016 2017 2018 2019*
  jeugdhulptrajecten
Afgesloten jeugdhulptrajecten 196 620 261 415 212 045 235 265
  dagen
Totaal jeugdhulp 296 318 337 361
 
Totaal zonder verblijf 282 310 331 356
waarvan        
uitgevoerd door het wijk- of buurtteam 248 320 365 373
ambulante jeugdhulp op locatie van de aanbieder 290 318 335 363
daghulp op locatie van de aanbieder 335 317 320 352
jeugdhulp in het netwerk van de jeugdige 263 252 282 313
 
Totaal met verblijf 428 407 399 418
waarvan        
pleegzorg 887 795 764 852
gezinsgericht 356 374 402 402
gesloten plaatsing 171 174 166 185
overig met verblijf2) 299 285 261 276

Bron:CBS

1)Jeugdhulptrajecten van personen van 0 tot en met 22 jaar, die zijn beëindigd in verslagjaar.

2)Verblijf bij een jeugdhulpaanbieder anders dan pleegzorg, gezinsgerichte jeugdhulp of gesloten plaatsing.

2.4Jeugdhulptraject vaak volgens plan beëindigd

Van alle jeugdhulptrajecten die in 2019 werden afgesloten, werden bijna 189 duizend beëindigd volgens plan (figuur 2.4.1). Dit komt overeen met 80 procent van de afgesloten trajecten. Naast het beëindigen volgens plan werd 11 procent van de trajecten voortijdig afgesloten in overeenstemming tussen cliënt en aanbieder. Eenzijdige beëindiging door de jeugdige of door de aanbieder kwam veel minder vaak voor: respectievelijk in 3,5 en 1,6 procent van de gevallen.

2.4.1 Reden beëindiging1) (%)
2019* 2018 2017 2016
Beëindigd
volgens
plan
80,2 80,8 76,8 78,1
Voortijdig
in over-
eenstemming
11,4 10,3 9,2 11,7
Voortijdig
door
cliënt
3,5 3,8 3,4 4,3
Voortijdig
wegens externe
omstandigheden
3,2 3,3 8,6 3,5
Voortijdig
door
aanbieder
1,6 1,8 1,8 2,4
1)Jeugdhulptrajecten die zijn beëindigd in de verslagperiode.

Meer informatie over jeugdhulp kunt u vinden op de website van het CBS

Onderzoeksbeschrijving Beleidsinformatie Jeugd

Tabellen Jeugdzorg na 1-1-2015

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

. Gegevens ontbreken
* Voorlopig cijfer
** Nader voorlopig cijfer
x Geheim
Nihil
(Indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
0 (0,0) Het getal is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
Niets (blank) Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
2019–2020 2019 tot en met 2020
2019/2020 Het gemiddelde over de jaren 2019 tot en met 2020
2019/’20 Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2019 en eindigend in 2020
2017/’18–2019/’20 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2017/’18 tot en met 2019/’20

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.