Jeugdhulptrajecten
Wat is een hulptraject?
De cijfers van het CBS over dit onderwerp gaan soms over de (aantallen) jongeren en soms over de (aantallen) jeugdhulptrajecten. Een hulptraject bestaat uit een combinatie van hulpvorm en aanvangsdatum. Een jongere kan per verslagperiode één jeugdhulptraject doorlopen, maar ook meerdere hulptrajecten na elkaar, of meerdere hulptrajecten tegelijkertijd. Omdat een jongere meerdere trajecten kan doorlopen, verschilt het aantal jeugdhulptrajecten van het aantal jongeren dat het CBS rapporteert: het aantal hulptrajecten komt hoger uit.
Als een jongere tegelijkertijd meerdere hulptrajecten doorloopt met dezelfde hulpvorm bij dezelfde jeugdhulpaanbieder, dan worden deze trajecten samengenomen. In de cijfers tellen deze dan mee als één doorlopend hulptraject. Dit gebeurt ook als de aanvangsdatums verschillen: het gaat erom dat de hulptrajecten elkaar overlappen. De aanvangsdatum wordt in dat geval gezien als de datum waarop de hulp voor het eerst is gestart, en de einddatum is de datum waarop de laatste hulp werd beëindigd.
2.1Aantal hulptrajecten in 2020 afgenomen
In het eerste halfjaar van 2020 waren ruim 437 duizend jeugdhulptrajecten actief. Dat waren er ruim 39 duizend minder dan in het eerste halfjaar van 2019. Het aantal trajecten jeugdhulp door het wijk- of buurtteam daalde met 9,9 procent, de overige jeugdhulp zonder verblijf daalde met 7,9 procent en de jeugdhulp met verblijf daalde met 8,6 procent (figuur 2.1.1). De ervaring leert dat de voorlopige cijfers ongeveer 5 procent lager liggen dan de definitieve uitkomsten.
| 1e hj 2020* | 1e hj 2019 | 1e hj 2018 | 1e hj 2017 | |
|---|---|---|---|---|
| Totaal jeugdhulp |
437,43 | 476,7 | 446,695 | 440,215 |
| Wijk- of buurtteam |
64,155 | 71,21 | 68,045 | 67,15 |
| Overig zonder verblijf |
332,91 | 361,305 | 335,555 | 325,845 |
| Met verblijf |
40,36 | 44,18 | 43,095 | 47,22 |
| 1)Trajecten die over meerdere perioden liepen komen meerdere malen in de figuur voor. | ||||
Gedurende de eerste zes maanden van 2020 zijn meer jeugdhulptrajecten begonnen dan er zijn beëindigd. Bij aanvang van het jaar waren bijna 310 duizend jeugdhulptrajecten actief en op 30 juni waren dat er 336 duizend, een toename van 8,5 procent (tabel 2.1.2).
2.1.2Stromen van jeugdhulptrajecten, naar hulpvorm, 2020*1)
| Beginstand (1 januari 2020) |
Instroom | Uitstroom | Eindstand (30 juni 2020) |
Actief in 20202) | |
|---|---|---|---|---|---|
| aantal jeugdhulptrajecten | |||||
| Totaal jeugdhulp | 309 750 | 127 680 | 101 225 | 336 205 | 437 430 |
| Totaal zonder verblijf | 277 735 | 119 335 | 93 435 | 303 635 | 397 070 |
| waarvan | |||||
| Uitgevoerd door het wijk- of buurtteam | 47 280 | 16 880 | 18 320 | 45 835 | 64 155 |
| Ambulante jeugdhulp op locatie van de aanbieder | 170 855 | 73 590 | 57 210 | 187 235 | 244 440 |
| Daghulp op locatie van de aanbieder | 17 205 | 6 665 | 3 650 | 20 220 | 23 870 |
| Jeugdhulp in het netwerk van de jeugdige | 42 395 | 22 205 | 14 255 | 50 345 | 64 600 |
| Totaal met verblijf | 32 015 | 8 345 | 7 790 | 32 570 | 40 360 |
| waarvan | |||||
| Pleegzorg | 17 620 | 1 810 | 1 910 | 17 520 | 19 430 |
| Gezinsgericht | 3 415 | 870 | 810 | 3 480 | 4 285 |
| Gesloten plaatsing | 900 | 665 | 780 | 780 | 1 565 |
| Overig met verblijf3) | 10 080 | 5 000 | 4 290 | 10 795 | 15 085 |
Bron:CBS
1)Jeugdhulptrajecten van personen van 0 tot en met 22 jaar.
2)Jeugdhulptrajecten die op enig moment tijdens het eerste halfjaar van 2020 liepen.
3)Verblijf bij een jeugdhulpaanbieder anders dan pleegzorg, gezinsgerichte jeugdhulp of gesloten plaatsing.
In totaal zijn ruim 437 duizend hulptrajecten actief geweest, deze trajecten liepen op enig moment tijdens het eerste halfjaar van 2020. Daarvan betrof het 397 duizend keer een hulptraject zonder verblijf en ruim 40 duizend keer een hulptraject met verblijf. De relatieve uitstroom, dat wil zeggen de uitstroom ten opzichte van het totale aantal actieve hulptrajecten, is het grootst bij gesloten plaatsing. Van alle trajecten die in de eerste zes maanden van 2020 actief waren, is 50 procent in deze periode afgesloten.
2.1.3Begonnen trajecten jeugdhulp, naar hulpvorm1)
| 1e hj 2017 | 1e hj 2018 | 1e hj 2019 | 1e hj 2020* | |
|---|---|---|---|---|
| aantal jeugdhulptrajecten | ||||
| Totaal jeugdhulp | 177 400 | 211 510 | 165 645 | 127 680 |
| % | ||||
| Totaal zonder verblijf | 92,0 | 93,6 | 93,3 | 93,5 |
| waarvan | ||||
| uitgevoerd door het wijk- of buurtteam | 14,0 | 10,3 | 13,5 | 13,2 |
| ambulante jeugdhulp op locatie van de aanbieder | 60,2 | 64,0 | 59,2 | 57,6 |
| daghulp op locatie van de aanbieder | 5,5 | 5,1 | 5,3 | 5,2 |
| jeugdhulp in het netwerk van de jeugdige | 12,3 | 14,2 | 15,3 | 17,4 |
| Totaal met verblijf | 8,0 | 6,4 | 6,7 | 6,5 |
| waarvan | ||||
| pleegzorg | 1,8 | 1,6 | 1,5 | 1,4 |
| gezinsgericht | 0,9 | 0,9 | 0,9 | 0,7 |
| gesloten plaatsing | 0,7 | 0,6 | 0,7 | 0,5 |
| overig met verblijf2) | 4,6 | 3,2 | 3,6 | 3,9 |
Bron:CBS
1)Jeugdhulptrajecten van personen van 0 tot en met 22 jaar.
2)Verblijf bij een jeugdhulpaanbieder anders dan pleegzorg, gezinsgerichte jeugdhulp of gesloten plaatsing.
In het eerste halfjaar van 2020 zijn bijna 128 duizend nieuwe jeugdhulptrajecten gestart. Dat is een daling van ruim 24 procent ten opzichte van het eerste halfjaar van 2019. De oorzaak van deze daling lijkt deels te liggen in de uitbraak van corona vanaf maart 2020. In figuur 2.1.4 is de instroom en uitstroom van het aantal jeugdhulptrajecten zonder verblijf per maand weergegeven. Voor de maanden april en mei 2020 is een opvallende daling van zowel de instroom als de uitstroom zichtbaar ten opzichte van 2019.
| 2019 | 2020 | |
|---|---|---|
| Januari | 37,17 | 32,2 |
| Februari | 23,56 | 20,28 |
| Maart | 25,5 | 20,825 |
| April | 24,375 | 15,565 |
| Mei | 23,81 | 14,515 |
| Juni | 20,105 | 15,945 |
| 2019 | 2020 | |
|---|---|---|
| Januari | 17,105 | 17,61 |
| Februari | 16,375 | 15,995 |
| Maart | 17,15 | 17,065 |
| April | 17,42 | 13,8 |
| Mei | 17,68 | 12,88 |
| Juni | 15,88 | 16,085 |
Deze ontwikkeling geldt ook voor jeugdhulp met verblijf. In de maanden april, mei en juni was de instroom in 2020 meer dan 25 procent lager dan in 2019 en daalde de uitstroom in mei en juni met meer dan 20 procent ten opzichte van 2019.
| 2019 | 2020 | |
|---|---|---|
| Januari | 2,97 | 2,44 |
| Februari | 1,58 | 1,31 |
| Maart | 1,64 | 1,245 |
| April | 1,69 | 1,235 |
| Mei | 1,745 | 1,05 |
| Juni | 1,51 | 1,065 |
| 2019 | 2020 | |
|---|---|---|
| Januari | 1,47 | 1,34 |
| Februari | 1,37 | 1,26 |
| Maart | 1,435 | 1,38 |
| April | 1,46 | 1,265 |
| Mei | 1,43 | 1,125 |
| Juni | 1,92 | 1,42 |
Ruim 26 procent van de nieuwe jeugdhulptrajecten in de eerste helft van 2020 was herhaald beroep (figuur 2.1.8). Dat wil zeggen dat 26 procent van de jongeren die in de eerste zes maanden van 2020 een jeugdhulptraject startten, in de vijf voorafgaande jaren al eerder jeugdhulp hadden. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt naar het soort jeugdhulp dat eerder is ontvangen. Van de nieuwe trajecten in de eerste helft van 2019 was bijna 30 procent herhaald beroep. Jeugdhulp uitgevoerd door het wijk- of buurteam van de gemeente kende een stijging van het percentage herhaald beroep, van 21,7 procent in de eerste helft van 2019 naar 27,8 procent in de eerste helft van 2020.
| 1e hj 2020* | 1e hj 2019 | 1e hj 2018 | 1e hj 2017 | |
|---|---|---|---|---|
| Totaal jeugdhulp |
26,4 | 29,9 | 31,4 | 27,8 |
| Wijk- of buurtteam |
27,8 | 21,7 | 26,2 | 24,3 |
| Overig zonder verblijf |
26,6 | 31,6 | 32,5 | 29,3 |
| Met verblijf |
20,6 | 26,3 | 24,7 | 19,9 |
| 1)Jeugdhulptrajecten die zijn gestart in de verslagperiode. | ||||
Bij 4,5 procent van de 281 duizend trajecten die vanaf 1 januari 2020 zijn gestart, was sprake van crisis bij aanvang. Dat gold met name bij trajecten jeugdhulp met verblijf. Daar is 22,5 procent van de trajecten gestart met crisis.
De Beleidsinformatie Jeugd is sinds 2018 uitgebreid met de vraag of er sprake was van crisis bij aanvang van het traject. Niet alle jeugdhulpverleners hebben dit gegeven meteen in hun administratie opgenomen. Hierdoor moeten de resultaten met voorzichtigheid worden behandeld.
| 1e hj 2020* | 1e hj 2019 | 1e hj 2018 | |
|---|---|---|---|
| Totaal jeugdhulp |
4,5 | 4,1 | 3,3 |
| Wijk- of buurtteam |
0,6 | 1,2 | 2,7 |
| Overig zonder verblijf |
3,7 | 3,2 | 2,3 |
| Met verblijf |
22,5 | 20,6 | 17,1 |
| 1)Jeugdhulptrajecten die zijn gestart in de verslagperiode. | |||
2.2Jeugdhulp even vaak doorverwezen door de huisarts als de gemeente
In het eerste halfjaar van 2020 werden even veel jeugdhulptrajecten gestart na verwijzing door een huisarts als via een gemeentelijke toegang, beide 46 duizend (figuur 2.2.1). Ten opzichte van het eerste halfjaar van 2019 daalde het aantal jeugdhulptrajecten met verwijzing door een huisarts met bijna 28 procent. Vooral in de maanden april en mei 2020 daalde het aantal trajecten met huisartsverwijzing ten opzichte van 2019.
| 1e hj 2020* | 1e hj 2019 | 1e hj 2018 | 1e hj 2017 | |
|---|---|---|---|---|
| Gemeentelijke toegang |
46,41 | 53,585 | 51,33 | 62,205 |
| Huisarts | 46,365 | 63,995 | 69,13 | 79,99 |
| Gecertificeerde instelling |
11,91 | 14,065 | 14,645 | 16,07 |
| Geen verwijzer |
11,725 | 18,39 | 13,875 | 21,665 |
| Medisch specialist |
6,42 | 8,035 | 10,615 | 10,335 |
| Jeugdarts | 3,93 | 4,56 | 4,025 | 4,58 |
| Justitie | 0,545 | 0,73 | 0,445 | 0,755 |
| Onbekend | 0,37 | 2,285 | 13,335 | 15,915 |
| 1)Jeugdhulptrajecten die zijn gestart in de verslagperiode. Trajecten onder Geen verwijzer betreft vrij toegankelijke jeugdhulp. | ||||
Er waren bijna 12 duizend jeugdhulptrajecten zonder verwijzer. Dit betreft jeugdhulptrajecten waarvoor geen verwijzing nodig is, de zogenaamde vrij toegankelijke jeugdhulp. De gemeente bepaalt zelf welke jeugdhulp vrij toegankelijk is. Dat kan dus per gemeente anders zijn.
Verbeteringen in de registratie hebben ertoe geleid dat het aantal trajecten met onbekende verwijzer sterk is gedaald. Deze categorie is bedoeld voor trajecten die voor 1 januari 2015 zijn begonnen en waarvan de verwijzer niet meer te achterhalen was, maar werd door sommige jeugdhulpaanbieders ook gebruikt voor trajecten met een latere aanvangsdatum.
2.3Jeugdhulptrajecten duren meestal korter dan een jaar
Van alle 101 duizend jeugdhulptrajecten die in het eerste halfjaar van 2020 zijn beëindigd (de uitstroom, zie tabel 2.1.2), hebben er bijna 20 duizend korter dan drie maanden geduurd (19,4 procent). Twee op de drie afgesloten jeugdhulptrajecten duurde korter dan een jaar.
2.3.1Doorlooptijd van verleende jeugdhulp, naar hulpvorm, 1e halfjaar 2020*1)
| Duur van het jeugdhulptraject | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| 0 tot 3 maanden | 3 tot 6 maanden | 6 tot 12 maanden | 12 tot 36 maanden | langer dan 36 maanden | |
| aantal jeugdhulptrajecten | |||||
| Totaal | 19 590 | 18 180 | 29 290 | 29 480 | 4 690 |
| Zonder verblijf | 16 975 | 16 955 | 27 695 | 27 750 | 4 060 |
| waarvan | |||||
| uitgevoerd door het wijk- of buurtteam | 3 705 | 3 335 | 4 470 | 5 385 | 1 425 |
| ambulante jeugdhulp op locatie van de aanbieder | 9 650 | 10 410 | 17 615 | 17 465 | 2 060 |
| daghulp op locatie van de aanbieder | 560 | 660 | 1 245 | 1 000 | 185 |
| jeugdhulp in het netwerk van de jeugdige | 3 060 | 2 550 | 4 360 | 3 895 | 390 |
| Totaal met verblijf | 2 615 | 1 225 | 1 595 | 1 730 | 625 |
| waarvan | |||||
| pleegzorg | 335 | 250 | 335 | 540 | 450 |
| gezinsgericht | 185 | 140 | 215 | 210 | 60 |
| gesloten plaatsing | 240 | 180 | 235 | 125 | . |
| overig met verblijf2) | 1 850 | 655 | 810 | 855 | 120 |
Bron:BCS
1)Jeugdhulptrajecten van personen van 0 tot en met 22 jaar, die zijn beëindigd in het eerste halfjaar van 2020.
2)Verblijf bij een jeugdhulpaanbieder anders dan pleegzorg, gezinsgerichte jeugdhulp of gesloten plaatsing.
Een in de eerste zes maanden van 2020 afgesloten jeugdhulptraject duurde gemiddeld 369 dagen. Dat is 25 dagen langer dan de afgesloten trajecten in de eerste helft van 2019. Trajecten met gesloten plaatsing duren met gemiddeld 209 dagen in het eerste halfjaar van 2020 het kortst. Pleegzorgtrajecten duurden gemiddeld bijna tweeënhalf keer zo lang als een gemiddeld traject, namelijk 883 dagen (tabel 2.3.2).
2.3.2Gemiddelde duur van de verleende jeugdhulp, naar hulpvorm1)
| 1e hj 2017 | 1e hj 2018 | 1e hj 2019 | 1e hj 2020* | |
|---|---|---|---|---|
| jeugdhulptrajecten | ||||
| Afgesloten jeugdhulptrajecten | 97 295 | 90 000 | 110 695 | 101 225 |
| dagen | ||||
| Totaal jeugdhulp | 289 | 320 | 344 | 369 |
| Totaal zonder verblijf | 280 | 313 | 340 | 365 |
| waarvan | ||||
| uitgevoerd door het wijk- of buurtteam | 280 | 346 | 352 | 396 |
| ambulante jeugdhulp op locatie van de aanbieder | 293 | 319 | 350 | 363 |
| daghulp op locatie van de aanbieder | 272 | 277 | 319 | 381 |
| jeugdhulp in het netwerk van de jeugdige | 224 | 262 | 294 | 325 |
| Totaal met verblijf | 380 | 383 | 386 | 418 |
| waarvan | ||||
| pleegzorg | 818 | 833 | 812 | 883 |
| gezinsgericht | 354 | 315 | 384 | 407 |
| gesloten plaatsing | 167 | 149 | 163 | 209 |
| overig met verblijf2) | 245 | 254 | 230 | 251 |
Bron:CBS
1)Jeugdhulptrajecten van personen van 0 tot en met 22 jaar, die zijn beëindigd in de verslagperiode.
2)Verblijf bij een jeugdhulpaanbieder anders dan pleegzorg, gezinsgerichte jeugdhulp of gesloten plaatsing.
2.4Jeugdhulptraject vaak volgens plan beëindigd
Van alle jeugdhulptrajecten die in de eerste zes maanden van 2020 werden afgesloten, werden bijna 83 duizend beëindigd volgens plan. Dit komt overeen met 81,5 procent van de afgesloten trajecten (figuur 2.4.1). Naast het beëindigen volgens plan werd 10,3 procent van de trajecten voortijdig afgesloten in overeenstemming tussen cliënt en aanbieder. Eenzijdige beëindiging door de jeugdige of door de aanbieder kwam veel minder vaak voor: respectievelijk in 3,6 en 1,7 procent van de gevallen. Het aandeel wegens externe omstandigheden afgesloten trajecten steeg licht van 2,8 procent in de eerste helft van 2019 naar 2,9 procent in de eerste helft van 2020.
| 1e hj 2020* | 1e hj 2019 | 1e hj 2018 | 1e hj 2017 | |
|---|---|---|---|---|
| Beëindigd volgens plan |
81,5 | 80,2 | 78,5 | 81 |
| Voortijdig in over- eenstemming |
10,3 | 11,7 | 12 | 9,6 |
| Voortijdig door cliënt |
3,6 | 3,7 | 4,3 | 4 |
| Voortijdig door aanbieder |
2,9 | 2,8 | 3,2 | 3,2 |
| Voortijdig wegens externe omstandigheden |
1,7 | 1,6 | 2 | 2,2 |
| 1)Jeugdhulptrajecten die zijn beëindigd in de verslagperiode. | ||||