Jeugdreclassering

Aan het einde van 2019 was op 5 905 jongeren een jeugdreclasseringsmaatregel van toepassing. Dit betreft personen van 12 tot en met 22 jaar met één of meerdere jeugdreclasseringsmaatregelen. In totaal waren op dat moment 5 940 jeugdreclasserings­maatregelen van kracht. Dat zijn er bijna 40 minder dan aan de start van het jaar (tabel 2.0.1). In 2018 daalde het aantal jeugdreclasseringsmaatregelen nog met 530.

De twee varianten van toezicht en begeleiding worden het meest toegepast. Het gaat hier dan vooral om toezicht en begeleiding in het gedwongen kader (5 155 maatregelen aan het einde van 2019). De overige vormen van jeugdreclassering worden beduidend minder vaak ingezet. De (voorbereiding) gedragsbeïnvloedende maatregel en het scholings- en trainingsprogramma komen nauwelijks meer voor in 2019 (tabel 2.0.1).

2.0.1Jeugdreclasseringsmaatregelen, per type maatregel, 2019*

  Beginstand (1-1-2019) Instroom Uitstroom Eindstand (31-12-2019)1)
  aantal maatregelen
Totaal 5 980 5 730 5 770 5 940
waarvan        
toezicht en begeleiding: gedwongen kader 5 150 3 630 3 625 5 155
toezicht en begeleiding: vrijwillig 660 1 715 1 770 610
individuele trajectbegeleiding Harde Kern 105 235 220 120
individuele trajectbegeleiding Criem 45 125 125 45
scholings- en trainingsprogramma . . . .
gedragsbeïnvloedende maatregel 15 15 25 10
voorbereiding gedragsbeïnvloedende maatregel . 10 10 .

Bron:CBS

1)Maatregelen met een einddatum van 31 december tellen niet mee in de eindstand.

Waar de uitstroom van jeugdreclasseringsmaatregelen in 2019 met ruim vier procent is gedaald ten opzichte van 2018, is de instroom met bijna vier procent toegenomen. Het aantal ingestroomde jeugdreclasseringsmaatregelen ligt wel nog steeds iets onder het aantal uitgestroomde maatregelen. Maar het verschil tussen in- en uitstroom is de afgelopen jaren nog niet zo klein geweest. De daling in de uitstroom kan bijna volledig worden verklaard door toezicht en begeleiding in het gedwongen kader, met 330 minder beëindigde maatregelen dan in 2018 (figuur 2.0.2).

2.0.2 Instroom en uitstroom jeugdreclassering1) (maatregelen)
Maatregel 2019* 2018 2017 2016
Totaal²⁾ . . . .
Instroom 5730 5525 5760 5765
Uitstroom 5770 6040 6100 6255
T&B gedwongen . . . .
Instroom 3630 3505 3675 3435
Uitstroom 3625 3955 3995 3760
T&B vrijwillig . . . .
Instroom 1715 1640 1690 1720
Uitstroom 1770 1695 1705 1855
1)Jeugdreclasseringsmaatregelen bij personen van 12 tot en met 22 jaar.
2) Inclusief ITB Harde Kern, ITB Criem en overig.

De instroom van jeugdreclassering is bij individuele trajectbegeleiding Harde Kern met bijna 26 procent het sterkst gestegen in 2019 ten opzicht van 2018. Dit geldt overigens ook voor de uitstroom die met 13 procent steeg. De in- en uitstroom bij individuele trajectbegeleiding Criem daalde in 2019 (figuur 2.0.3).

2.0.3 Instroom en uitstroom jeugdreclassering1) (maatregelen)
Maatregel 2019* 2018 2017 2016
ITB Harde Kern . . . .
Instroom 235 185 210 180
Uitstroom 220 195 190 200
ITB Criem . . . .
Instroom 125 155 160 180
Uitstroom 125 160 170 160
Overig²⁾ . . . .
Instroom 25 40 30 250
Uitstroom 35 35 45 280
1)Jeugdreclasseringsmaatregelen bij personen van 12 tot en met 22 jaar.
2)Scholings- en trainingsprogramma en (voorbereiding) gedragsbeïnvloedende maatregel.

Op peildatum 31 december 2019 hadden 5 905 jongeren een jeugdreclasseringsmaatregel. In de periode 2011–2019 is een dalende trend te zien. Tussen 31 december 2011 en 31 december 2019 is het aantal jongeren met een jeugdreclasseringsmaatregel met bijna 47 procent afgenomen (figuur 2.0.4). De daling was tussen 2018 en 2019 wel minder sterk dan de jaren ervoor.

2.0.4 Jongeren met jeugdreclassering1)2) (aantal jongeren)
Jaar Jeugdreclassering
2011 11110
2012 10830
2013 9210
2014* 7790
2015 7590
2016 6735
2017 6420
2018 5925
2019* 5905
1)Personen van 12 tot en met 22 jaar met één of meerdere jeugdreclasseringsmaatregelen.
2)Door invoering van de Jeugdwet treedt met ingang van 2015 een methodebreuk op.

2.1Jeugdreclassering bijna altijd beëindigd volgens plan

Jeugdreclassering werd in 2019 in 99 procent van de gevallen beëindigd volgens plan: 5 705 van de 5 770 beëindigde maatregelen (figuur 2.1.1). De overige mogelijke redenen van beëindiging komen nauwelijks voor. In 2016, 2017 en 2018 was dat ook het geval. Hierbij speelt vermoedelijk mee dat jeugdreclasseringstrajecten met tussentijdse wijzigingen, waarbij de jeugdreclassering wel ononderbroken wordt voortgezet, als één doorlopend traject worden gezien. Alleen de reden van beëindiging bij het definitieve einde van de maatregel komt daarmee in beeld in deze figuur.

2.1.1 Reden beëindiging jeugdreclassering1) (maatregelen)
Reden 2019* 2018 2017 2016
Totaal 5770 6040 6100 6255
Beëindiging
volgens plan
5705 5970 5980 6165
Overig²⁾ 65 70 120 90
1)Jeugdreclasseringsmaatregelen beëindigd in gehele jaar.
2)Tussentijdse opheffing, overgang naar volwassen reclassering, overlijden jeugdige, terugmelding, nader besluit rechter.

2.2Gemiddelde duur toezicht en begeleiding in vrijwillige kader neemt af

Van alle afgesloten jeugdreclasseringsmaatregelen duurden de maatregelen toezicht en begeleiding in het gedwongen kader het langst. Bijna 59 procent van deze maatregelen duurde een jaar of langer. De andere vormen van jeugdreclassering duurden meestal korter dan een jaar (tabel 2.2.1).

2.2.1Doorlooptijd van jeugdreclasseringsmaatregelen, naar type maatregel, 2019*1)

  0 tot 3 maanden 3 tot 6 maanden 6 tot 12 maanden 12 tot 24 maanden 24 tot 36 maanden langer dan 36 maanden
  aantal maatregelen
Totaal 1 410 1 245 865 1 535 520 195
             
T&B: gedwongen 320 610 570 1 445 495 180
T&B: vrijwillig 955 470 230 75 25 10
ITB Harde Kern 25 140 45 10 . .
ITB Criem 95 20 . . . .
Overig2) 15 . 10 . . .

Bron:CBS

1)Jeugdreclasseringsmaatregelen die werden beëindigd in 2019.

2)Scholings- en trainingsprogramma en (voorbereiding) gedragsbeïnvloedende maatregel.

De gemiddelde duur van de maatregelen is in 2019 gedaald met 2,4 procent ten opzichte van vorig jaar. Dit komt door een daling van de gemiddelde duur van de maatregel toezicht en begeleiding in het vrijwillige kader. De gemiddelde duur van de andere maatregelen is in 2019 namelijk (licht) toegenomen (figuur 2.2.2).

2.2.2 Gemiddelde duur beëindigde maatregelen1) (dagen)
Maatregel 2019* 2018 2017 2016
Totaal 382 391 416 415
T&B gedwongen 525 518 554 586
T&B vrijwillig 134 151 152 147
ITB Harde Kern 194 185 189 198
ITB Criem 116 105 109 111
Overig²⁾ 175 101 315 234
1)Jeugdreclasseringsmaatregelen die werden beëindigd in gehele jaar.
2)Scholings- en trainingsprogramma en (voorbereiding) gedragsbeïnvloedende maatregel.

2.3Vier op de tien jongeren met jeugdreclassering ontvangt ook jeugdhulp

Jeugdreclassering gaat in circa vier op de tien gevallen gepaard met de inzet van jeugdhulp. Dit is minder dan bij jeugdbescherming, waar ongeveer driekwart van de jongeren met een ondertoezichtstelling en 90 procent van de jongeren met voogdij ook jeugdhulp ontvangt. Een deel van de jongeren met jeugdreclassering is ouder dan 18 jaar en kan aanvullende zorg en hulp mogelijk ook ontvangen vanuit andere zorgdomeinen (de Wet Langdurige Zorg, de Wet Maatschappelijke Ondersteuning of de Zorgverzekeringswet).

Van de 5 905 jongeren die op 31 december 2019 een jeugdreclasseringsmaatregel hadden, ontving 41 procent op hetzelfde moment ook jeugdhulp, in totaal betrof dat 2 405 jongeren (figuur 2.3.1). Dit is nagenoeg gelijk aan de voorgaande jaren.

Het percentage was in 2019 net als in eerdere jaren het hoogst bij de overige groep (54 procent) en bij individuele trajectbegeleiding Harde Kern (43 procent), ondanks dat het percentage bij beide is afgenomen met meer dan elf procentpunten ten opzichte van 2018. Individuele trajectbegeleiding Criem (30 procent) kent het laagste aandeel samenloop met jeugdhulp (tabel 2.3.1).

2.3.1Inzet jeugdhulp naar type jeugdreclassering (samenloop)1)

  Totaal jongeren (1-1-2019) Totaal jongeren met jeugd-reclassering Toezicht en begeleiding: gedwongen kader Toezicht en begeleiding: vrijwillig Individuele traject-begeleiding Harde Kern Individuele traject-begeleiding Criem overig3)
  aantal jongeren
Totaal 2 275 779 5 905 5 160 610 120 45 15
               
Geslacht              
Jongens 1 162 279 4 860 4 220 510 120 45 10
Meisjes 1 113 500 1 045 940 100 . . .
               
Leeftijd in klassen              
12 tot en met 14 jaar 579 612 230 190 35 . . .
15 tot en met 17 jaar 617 936 2 665 2 245 340 75 25 .
18 tot en met 22 jaar 1 078 231 3 010 2 725 235 45 15 10
               
Migratie(achtergrond)              
Nederlands 1 670 887 2 725 2 420 285 30 . .
Overig westers 196 460 500 430 55 15 . .
Niet-westers 408 432 2 675 2 315 270 75 40 10
               
Samenstelling huishouden2)              
Tweeoudergezin 1 537 465 2 050 1 775 225 45 25 .
Éénoudergezin 410 983 2 620 2 305 265 45 15 .
Overig 327 331 1 230 1 085 120 30 . .

Bron:CBS

1)Personen van 12 tot en met 22 jaar met jeugdreclasseringsmaatregelen op peildatum 31 december 2019.

2)Onder thuiswonende kinderen worden ook begrepen adoptie- en stiefkinderen maar geen pleegkinderen.

3)Scholings- en trainingsprogramma en (voorbereiding) gedragsbeïnvloedende maatregel.

2.4Jongens vaker in jeugdreclassering dan meisjes

Op 31 december 2019 waren meer jeugdreclasseringsmaatregelen bij jongens dan meisjes van kracht. Dit geldt voor ieder type jeugdreclassering, maar bij de overige maatregelen het sterkst. Hier betrof ruim negen op de tien maatregelen een jongen (figuur 2.4.2).

In totaal was op 4 860 jongens een jeugdreclasseringsmaatregel van toepassing. Bij meisjes bedroeg dit aantal 1 045 (tabel 2.4.1). Ook relatief gezien komt jeugdreclassering vaker voor bij jongens dan bij meisjes, respectievelijk bij 0,4 en 0,1 procent.

2.4.1Jeugdreclassering naar demografische kenmerken van de jongere, peildatum 31 december 2019*1)

  Totaal jongeren (1-1-2019) Totaal jongeren met jeugd-reclassering Toezicht en begeleiding: gedwongen kader Toezicht en begeleiding: vrijwillig Individuele traject-begeleiding Harde Kern Individuele traject-begeleiding Criem overig3)
  aantal jongeren
Totaal 2 275 779 5 905 5 160 610 120 45 15
               
Geslacht              
Jongens 1 162 279 4 860 4 220 510 120 45 10
Meisjes 1 113 500 1 045 940 100 . . .
               
Leeftijd in klassen              
12 tot en met 14 jaar 579 612 230 190 35 . . .
15 tot en met 17 jaar 617 936 2 665 2 245 340 75 25 .
18 tot en met 22 jaar 1 078 231 3 010 2 725 235 45 15 10
               
Migratie(achtergrond)              
Nederlands 1 670 887 2 725 2 420 285 30 . .
Overig westers 196 460 500 430 55 15 . .
Niet-westers 408 432 2 675 2 315 270 75 40 10
               
Samenstelling huishouden2)              
Tweeoudergezin 1 537 465 2 050 1 775 225 45 25 .
Éénoudergezin 410 983 2 620 2 305 265 45 15 .
Overig 327 331 1 230 1 085 120 30 . .

Bron:CBS

1)Personen van 12 tot en met 22 jaar met jeugdreclasseringsmaatregelen op peildatum 31 december 2019.

2)Onder thuiswonende kinderen worden ook begrepen adoptie- en stiefkinderen maar geen pleegkinderen.

3)Scholings- en trainingsprogramma en (voorbereiding) gedragsbeïnvloedende maatregel.

Het aandeel jongens onder jongeren met een jeugdreclasseringsmaatregel neemt sinds 2016 ieder jaar licht toe. Vergeleken met 2016 is het aandeel jongens in 2019 met bijna drie procentpunten gestegen, waarbij het aandeel bij toezicht en begeleiding in het vrijwillige kader met ruim vijf procentpunten het sterkst is gestegen (figuur 2.4.2).

2.4.2 Jongeren naar geslacht1)2) (%)
Maatregel Jongens Meisjes
Nederland . .
2019* 51,07 48,93
2018 51,09 48,91
2017 51,11 48,89
2016 51,08 48,92
T&B gedwongen . .
2019* 81,79 18,21
2018 80,25 19,75
2017 79,54 20,46
2016 79,33 20,67
T&B vrijwillig . .
2019* 83,74 16,26
2018 79,82 20,18
2017 79,75 20,25
2016 78,44 21,56
Overig³⁾ . .
2019* 96,11 3,89
2018 94,19 5,81
2017 94,74 5,26
2016 90,26 9,74
1) Personen van 12 tot en met 22 jaar.
2)Voor het totaal aantal jongeren in Nederland is gekeken naar peildatum 1 januari en voor de jongeren met jeugdreclassering naar peildatum 31 december.
3) ITB Harde Kern, ITB Criem, scholings- en trainingsprogramma en (voorbereiding) gedragsbeïnvloedende maatregel.

De groep 15- tot en met 17‑jarigen is relatief gezien het ruimst vertegenwoordigd in de jeugdreclassering. Dit betrof 2 665 jongeren wat overeenkomt met 0,4 procent van alle personen in deze leeftijdsklasse. Bij de 18- tot en met 22‑jarigen en 12- tot en met 14‑jarigen ligt dit aandeel lager met achtereenvolgens 0,3 procent en 0,04 procent (tabel 2.4.1).

De helft van alle jongeren die op 31 december 2019 een jeugdreclasseringsmaatregel hebben, is tussen de 18 en 22 jaar. Voor het eerst sinds 2016 is dit aandeel in 2019 iets afgenomen (figuur 2.4.3), terwijl het aandeel 18- tot en met 22 jarigen binnen heel Nederland blijft toenemen. Het aandeel jongeren met jeugdreclassering in de leeftijdscategorie 15 tot en met 17 jaar is in dezelfde periode afgenomen van 49 procent naar 45 procent.

2.4.3 Jongeren naar leeftijd1) (%)
Maatregel 12 tot en met 14 jaar 15 tot en met 17 jaar 18 tot en met 22 jaar
Nederland . . .
2019* 25,47 27,15 47,38
2018 26,05 27,46 46,49
2017 26,55 27,44 46,01
2016 26,97 27,32 45,70
T&B gedwongen . . .
2019* 3,70 43,47 52,83
2018 2,81 43,59 53,60
2017 3,38 46,51 50,10
2016 3,09 46,90 50,01
T&B vrijwillig . . .
2019* 5,58 56,16 38,26
2018 6,16 55,01 38,83
2017 6,10 53,68 40,08
2016 9,85 62,48 27,67
Overig²⁾ . . .
2019* 5,00 58,33 36,67
2018 5,81 56,98 37,21
2017 2,92 59,06 37,43
2016 6,49 62,99 30,52
1)Voor het totaal aantal jongeren in Nederland is gekeken naar peildatum 1 januari en voor jongeren met jeugdreclassering naar peildatum 31 december.
2) ITB Harde Kern, ITB Criem, scholings- en trainingsprogramma en (voorbereiding) gedragsbeïnvloedende maatregel.

Op 31 december 2019 was op 2 675 jongeren met niet-westerse migratieachtergrond een jeugdreclasseringsmaatregel van toepassing. Dit komt overeen met 0,7 procent van alle jongeren met niet-westerse migratieachtergrond. Daarmee is het aandeel jongeren met jeugdreclassering in deze groep groter dan bij andere migratieachtergronden. Bij jongeren met westerse respectievelijk Nederlandse achtergrond bedragen deze aandelen een kleine 0,3 en 0,2 procent (tabel 2.4.1).

Op 31 december 2019 bestond de groep jongeren met jeugdreclassering voor 46 procent uit jongeren met een Nederlandse achtergrond en voor 45 procent uit jongeren met een niet-westerse achtergrond (figuur 2.4.4).

2.4.4 Jongeren naar migratieachtergrond1)2) (%)
Maatregel NL Westers Niet-westers
Nederland . . .
2019* 73,42 8,63 17,95
2018 74,06 8,31 17,63
2017 74,74 8,03 17,23
2016 75,43 7,82 16,74
T&B gedwongen . . .
2019* 46,86 8,31 44,83
2018 46,52 9,35 44,14
2017 45,72 8,74 45,54
2016 45,91 9,08 45,01
T&B vrijwillig . . .
2019* 46,80 9,03 44,17
2018 45,45 8,63 45,92
2017 48,27 10,68 41,05
2016 49,75 8,49 41,77
Overig³⁾ . . .
2019* 18,33 11,11 76,92
2018 29,07 9,30 76,47
2017 24,56 11,70 40,00
2016 23,05 6,82 72,08
1)Personen van 12 tot en met 22 jaar.
2)Voor het totaal aantal jongeren in Nederland is gekeken naar peildatum 1 januari en voor jongeren met jeugdreclassering naar peildatum 31 december.
3)ITB Harde Kern, ITB Criem, scholings- en trainingsprogramma en (voorbereiding) gedragsbeïnvloedende maatregel.

De groep thuiswonende kinderen in een éénoudergezin is het ruimst vertegenwoordigd in de jeugdreclassering. Dit betrof 2 620 jongeren wat overeenkomt met ruim 0,6 procent van alle thuiswonende kinderen in een éénoudergezin. Bij thuiswonende kinderen in een tweeoudergezin (0,1 procent) en overige huishoudens (0,4 procent) ligt dit aandeel lager (tabel 2.4.1).

Van alle jongeren met jeugdreclassering op 31 december 2019 woont 35 procent thuis in een tweeoudergezin, ruim 44 procent thuis in een éénoudergezin en 21 procent in een andere samenstelling van het huishouden. Ten opzichte van een jaar eerder is er een hele lichte verschuiving van overige huishoudens naar éénoudergezinnen en in mindere mate tweeoudergezinnen. Bij de maatregel toezicht en begeleiding in het vrijwillige kader is het aandeel tweeoudergezinnen ten opzichte van 2018 met ruim vijf procentpunten gestegen ten koste van overige huishoudens en met name éénoudergezinnen (zie figuur 2.4.5).

2.4.5 Jongeren naar huishouden1)2) (%)
Maatregel Tweeoudergezin Éénoudergezin Overig⁴⁾
Nederland . . .
2019* 67,56 18,06 14,38
2018 67,37 17,74 14,89
2017 67,21 17,39 15,4
2016 66,94 17,24 16,17
T&B gedwongen . . .
2019* 34,35 44,61 21,04
2018 34,58 43 22,42
2017 35,04 42,93 22,03
2016 34,71 43,37 21,91
T&B vrijwillig . . .
2019* 37,11 43,35 19,54
2018 32,05 46,53 21,42
2017 31,35 44,11 24,55
2016 34,97 46,35 18,68
Overig³⁾ . . .
2019* 37,78 39,44 22,78
2018 40,12 38,37 21,51
2017 33,92 38,01 28,07
2016 40,91 41,88 17,21
1)Personen van 12 tot en met 22 jaar.
2)Voor het totaal aantal jongeren in Nederland is gekeken naar peildatum 1 januari en voor jongeren met jeugdreclassering naar peildatum 31 december.
3) ITB Harde Kern, ITB Criem, scholings- en trainingsprogramma en (voorbereiding) gedragsbeïnvloedende maatregel.
4)Onder overig vallen bijvoorbeeld institutionele huishoudens en éénpersoonshuishoudens.

2.5Jeugdreclassering vooral in regio Rotterdam

In de regio Rotterdam en Amsterdam wonen, ook relatief gezien, veel jongeren met jeugdreclassering (zie figuur 2.5.1 voor het aandeel per gemeente en figuur 2.5.2 voor het aandeel per arrondissement).noot1 Ook in de gemeenten Delfzijl, Zoetermeer en Heerlen, komen met 0,6 procent of meer relatief veel jongeren met jeugdreclassering voor.

2.5.1 Jeugdreclassering bij 12 t/m 22-jarigen1)
Gemeente_naam Jeugdreclassering
Appingedam 0,35
Delfzijl 0,78
Groningen 0,35
Loppersum 0,26
Almere 0,39
Stadskanaal 0,15
Veendam 0,29
Zeewolde 0,23
Achtkarspelen 0,13
Ameland 0,00
Harlingen 0,34
Heerenveen 0,17
Leeuwarden 0,29
Ooststellingwerf 0,29
Opsterland 0,15
Schiermonnikoog 0,00
Smallingerland 0,41
Terschelling 0,00
Vlieland 0,00
Weststellingwerf 0,25
Assen 0,42
Coevorden 0,20
Emmen 0,36
Hoogeveen 0,34
Meppel 0,22
Almelo 0,40
Borne 0,24
Dalfsen 0,10
Deventer 0,21
Enschede 0,47
Haaksbergen 0,03
Hardenberg 0,19
Hellendoorn 0,16
Hengelo 0,29
Kampen 0,24
Losser 0,20
Noordoostpolder 0,20
Oldenzaal 0,24
Ommen 0,09
Raalte 0,14
Staphorst 0,07
Tubbergen 0,03
Urk 0,08
Wierden 0,24
Zwolle 0,33
Aalten 0,03
Apeldoorn 0,19
Arnhem 0,40
Barneveld 0,14
Beuningen 0,12
Brummen 0,08
Buren 0,11
Culemborg 0,13
Doesburg 0,07
Doetinchem 0,28
Druten 0,27
Duiven 0,19
Ede 0,22
Elburg 0,06
Epe 0,10
Ermelo 0,43
Harderwijk 0,09
Hattem 0,06
Heerde 0,30
Heumen 0,14
Lochem 0,22
Maasdriel 0,18
Nijkerk 0,15
Nijmegen 0,30
Oldebroek 0,09
Putten 0,06
Renkum 0,42
Rheden 0,38
Rozendaal 0,00
Scherpenzeel 0,07
Tiel 0,27
Voorst 0,10
Wageningen 0,17
Westervoort 0,28
Winterswijk 0,21
Wijchen 0,12
Zaltbommel 0,09
Zevenaar 0,31
Zutphen 0,34
Nunspeet 0,10
Dronten 0,23
Amersfoort 0,29
Baarn 0,35
DeBilt 0,18
Bunnik 0,05
Bunschoten 0,06
Eemnes 0,00
Houten 0,15
Leusden 0,05
Lopik 0,04
Montfoort 0,05
Renswoude 0,13
Rhenen 0,04
Soest 0,18
Utrecht 0,33
Veenendaal 0,15
Woudenberg 0,05
WijkbijDuurstede 0,09
IJsselstein 0,12
Zeist 0,16
Nieuwegein 0,30
Aalsmeer 0,07
Alkmaar 0,21
Amstelveen 0,20
Amsterdam 0,49
Beemster 0,08
Bergen(NH.) 0,19
Beverwijk 0,30
Blaricum 0,00
Bloemendaal 0,06
Castricum 0,11
Diemen 0,21
Edam-Volendam 0,06
Enkhuizen 0,18
Haarlem 0,27
Haarlemmermeer 0,13
Heemskerk 0,32
Heemstede 0,15
Heerhugowaard 0,17
Heiloo 0,03
DenHelder 0,31
Hilversum 0,17
Hoorn 0,20
Huizen 0,25
Landsmeer 0,14
Langedijk 0,05
Laren 0,15
Medemblik 0,03
Oostzaan 0,23
Opmeer 0,06
Ouder-Amstel 0,15
Purmerend 0,16
Schagen 0,08
Texel 0,06
Uitgeest 0,05
Uithoorn 0,08
Velsen 0,15
Weesp 0,09
Zandvoort 0,17
Zaanstad 0,25
Alblasserdam 0,14
AlphenaandenRijn 0,26
Barendrecht 0,20
Drechterland 0,04
Brielle 0,19
CapelleaandenIJssel 0,45
Delft 0,13
Dordrecht 0,34
Gorinchem 0,21
Gouda 0,32
's-Gravenhage 0,42
Hardinxveld-Giessendam 0,08
Hellevoetsluis 0,21
Hendrik-Ido-Ambacht 0,22
StedeBroec 0,17
Hillegom 0,30
Katwijk 0,18
KrimpenaandenIJssel 0,20
Leiden 0,17
Leiderdorp 0,29
Lisse 0,21
Maassluis 0,38
Nieuwkoop 0,08
Noordwijk 0,11
Oegstgeest 0,06
Oudewater 0,07
Papendrecht 0,24
Ridderkerk 0,43
Rotterdam 0,66
Rijswijk 0,23
Schiedam 0,48
Sliedrecht 0,12
Albrandswaard 0,26
Westvoorne 0,12
Vlaardingen 0,54
Voorschoten 0,09
Waddinxveen 0,08
Wassenaar 0,05
Woerden 0,10
Zoetermeer 0,59
Zoeterwoude 0,26
Zwijndrecht 0,33
Borsele 0,03
Goes 0,15
WestMaasenWaal 0,17
Hulst 0,16
Kapelle 0,17
Middelburg 0,34
Reimerswaal 0,12
Terneuzen 0,40
Tholen 0,41
Veere 0,04
Vlissingen 0,26
DeRondeVenen 0,23
Tytsjerksteradiel 0,05
Asten 0,05
Baarle-Nassau 0,29
BergenopZoom 0,33
Best 0,07
Boekel 0,00
Boxmeer 0,13
Boxtel 0,31
Breda 0,32
Deurne 0,19
Pekela 0,14
Dongen 0,09
Eersel 0,04
Eindhoven 0,28
Etten-Leur 0,20
Geertruidenberg 0,23
GilzeenRijen 0,18
Goirle 0,14
Grave 0,31
Haaren 0,00
Helmond 0,30
's-Hertogenbosch 0,33
Heusden 0,14
Hilvarenbeek 0,05
LoonopZand 0,31
MillenSintHubert 0,00
Nuenen,GerwenenNederwetten 0,10
Oirschot 0,04
Oisterwijk 0,15
Oosterhout 0,29
Oss 0,24
Rucphen 0,20
Sint-Michielsgestel 0,05
Someren 0,08
SonenBreugel 0,00
Steenbergen 0,23
Waterland 0,00
Tilburg 0,30
Uden 0,17
Valkenswaard 0,08
Veldhoven 0,27
Vught 0,10
Waalre 0,24
Waalwijk 0,31
Woensdrecht 0,27
Zundert 0,20
Wormerland 0,18
Landgraaf 0,55
Beek 0,11
Beesel 0,17
Bergen(L.) 0,18
Brunssum 0,40
Gennep 0,10
Heerlen 0,56
Kerkrade 0,55
Maastricht 0,16
Meerssen 0,14
MookenMiddelaar 0,10
Nederweert 0,10
Roermond 0,30
Simpelveld 0,09
Stein 0,25
Vaals 0,31
Venlo 0,37
Venray 0,11
Voerendaal 0,08
Weert 0,15
ValkenburgaandeGeul 0,24
Lelystad 0,44
HorstaandeMaas 0,14
OudeIJsselstreek 0,27
Teylingen 0,19
UtrechtseHeuvelrug 0,21
OostGelre 0,24
Koggenland 0,18
Lansingerland 0,15
Leudal 0,13
Maasgouw 0,00
Gemert-Bakel 0,08
Halderberge 0,03
Heeze-Leende 0,10
Laarbeek 0,07
Reusel-DeMierden 0,13
Roerdalen 0,14
Roosendaal 0,37
Schouwen-Duiveland 0,18
AaenHunze 0,22
Borger-Odoorn 0,23
Cuijk 0,31
Landerd 0,09
DeWolden 0,06
Noord-Beveland 0,27
Wijdemeren 0,13
Noordenveld 0,21
Twenterand 0,06
Westerveld 0,09
SintAnthonis 0,12
Lingewaard 0,08
Cranendonck 0,04
Steenwijkerland 0,26
Moerdijk 0,15
Echt-Susteren 0,24
Sluis 0,17
Drimmelen 0,09
Bernheze 0,11
Alphen-Chaam 0,08
Bergeijk 0,00
Bladel 0,04
Gulpen-Wittem 0,35
Tynaarlo 0,22
Midden-Drenthe 0,16
Overbetuwe 0,19
HofvanTwente 0,11
Neder-Betuwe 0,08
Rijssen-Holten 0,12
Geldrop-Mierlo 0,20
Olst-Wijhe 0,12
Dinkelland 0,10
Westland 0,19
Midden-Delfland 0,07
Berkelland 0,26
Bronckhorst 0,12
Sittard-Geleen 0,22
KaagenBraassem 0,17
Dantumadiel 0,24
Zuidplas 0,12
PeelenMaas 0,17
Oldambt 0,28
Zwartewaterland 0,06
Súdwest-Fryslân 0,17
Bodegraven-Reeuwijk 0,10
Eijsden-Margraten 0,13
StichtseVecht 0,24
HollandsKroon 0,08
Leidschendam-Voorburg 0,26
Goeree-Overflakkee 0,08
Pijnacker-Nootdorp 0,08
Nissewaard 0,49
Krimpenerwaard 0,10
DeFryskeMarren 0,10
GooiseMeren 0,15
BergenDal 0,28
Meierijstad 0,10
Waadhoeke 0,11
Westerwolde 0,24
Midden-Groningen 0,23
Beekdaelen 0,03
Montferland 0,13
Altena 0,01
WestBetuwe 0,08
Vijfheerenlanden 0,12
HoekscheWaard 0,06
HetHogeland 0,21
Westerkwartier 0,14
Noardeast-Fryslân 0,15
Molenlanden 0,06
1)De peildatum van het totale aantal kinderen is 1 januari 2019 en komt dus niet overeen met de peildatum van het aantal personen met jeugdreclassering (31 december 2019).
2.5.2 Jeugdreclassering bij 12 t/m 22-jarigen1)
Arrondissement Jeugdreclassering
Amsterdam 0,42
Noord-Holland 0,17
Gelderland 0,21
Midden-Nederland 0,24
Noord-Nederland 0,26
Overijssel 0,25
DenHaag 0,27
Rotterdam 0,42
Limburg 0,24
Oost-Brabant 0,19
Zeeland-West-Brabant 0,25
1) De peildatum van het totale aantal kinderen is 1 januari 2019 en komt dus niet overeen met de peildatum van het aantal personen met jeugdreclassering (31 december 2019).

Deze hiervoor genoemde concentratie jongeren met jeugdreclassering blijkt ook uit de cijfers per jeugdzorgregio (tabel 2.5.3). De jeugdzorgregio’s Rijnmond en Amsterdam-Amstelland, staan bovenaan met de grootste aandelen jongeren met jeugdreclassering. In Haarlemmermeer wonen juist relatief weinig jongeren met een jeugdreclasserings­maatregel.

2.5.3Jeugdregio's met de hoogste en laagste aandelen jongeren met jeugdreclassering, peildatum 31 december 2019*1)

  % van het totale aantal personen van 12 tot en met 22 jaar2)
Grootste aandelen  
Rijnmond 0,50
Amsterdam-Amstelland 0,42
Flevoland 0,33
Utrecht Stad 0,33
Haaglanden 0,32
   
Kleinste aandelen  
Haarlemmermeer 0,13
Midden-Limburg West 0,13
West Friesland 0,13
Noord-Veluwe 0,14
Rivierenland 0,14

Bron:CBS

1)Personen van 12 tot en met 22 jaar met jeugdreclassering.

2)De peildatum van het totale aantal jongeren is 1 januari 2019 en komt dus niet overeen met de peildatum van het aantal jongeren met jeugdreclassering (31 december 2019).

2.6Vaker herhaald beroep bij jeugdreclassering dan bij ondertoezichtstelling en voogdij

Van de 11 245 maatregelen van ondertoezichtstelling die in 2019 zijn gestart ging het in 9,5 procent van de maatregelen om een herhaald beroep (tabel 2.6.1). Dat wil zeggen dat dezelfde soort maatregel in het betreffende kalenderjaar of in de vijf daaraan voorafgaande kalender jaren al eens is toegepast bij dezelfde jongere.

Het percentage herhaald beroep voor voogdij is in 2019 met 3,2 procent duidelijk lager dan bij ondertoezichtstellingen en jeugdreclassering (tabel 2.6.1). In 2019 ging het in 10,1 procent van de 5 730 begonnen jeugdreclasseringsmaatregelen om een jongere die in het betreffende kalenderjaar of in de vijf daaraan voorafgaande kalender jaren al eens eerder een jeugdreclasseringsmaatregel heeft gehad. Dit percentage neemt sinds 2016 jaarlijks licht toe, in totaal met bijna 2 procentpunten (tabel 2.6.1).

2.6.1Percentage herhaald beroep1) jeugdbescherming en jeugdreclassering2)

Jeugdreclasserings­maatregelen Jeugdbeschermings­maatregelen
Ondertoezicht­stelling Voogdij
2016 8,6 9,9 2,8
2017 9,7 11,3 2,8
2018 9,8 9,8 2,2
2019* 10,1 9,5 3,2

Bron:CBS

1)Hierbij wordt teruggekeken naar de betreffende periode én de 5 daaraan voorafgaande kalenderjaren.

2)Jeugdbeschermings -en jeugdreclasseringsmaatregelen gestart in betreffende periode.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

. Gegevens ontbreken
* Voorlopig cijfer
** Nader voorlopig cijfer
x Geheim
Nihil
(Indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
0 (0,0) Het getal is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
Niets (blank) Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
2019–2020 2019 tot en met 2020
2019/2020 Het gemiddelde over de jaren 2019 tot en met 2020
2019/’20 Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2019 en eindigend in 2020
2017/’18–2019/’20 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2017/’18 tot en met 2019/’20

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.