Wonen
Mensen met een niet-Nederlandse herkomst wonen minder vaak in koopwoningen en vaker in meergezinswoningen en hebben een gemiddeld kleiner woonoppervlak dan de gemiddelde bevolking. Het verschil met de gemiddelde bevolking is voor de tweede generatie wat kleiner dan voor migranten. Mensen met een niet-Nederlandse herkomst wonen vaker in de vier grote steden. Omdat de positie op de woningmarkt sterk samenhangt met leeftijd, zijn de cijfers over woningbezit, meergezinswoningen en woonoppervlak uitgesplitst naar leeftijdsgroepen.
2.1Huur- en koopwoningen
Huishoudens waarvan de referentiepersoon een migrant is, wonen in alle leeftijdsgroepen veel minder vaak in een koopwoning dan gemiddeld. Dit verschil is het grootst onder jonge huishoudens tot 30 jaar, waar 8 procent met een migrant als referentiepersoon een koopwoning heeft, tegenover 27 procent gemiddeld, eind 2022. Onder de jonge tweede generatie is het eigenwoningbezit met 18 procent hoger dan onder migranten, maar wel lager dan gemiddeld voor huishoudens in Nederland.
Afbakening van de populatie
De indicatoren over woningbezit, woningtype en woonoppervlak gaan over particuliere huishoudens. Aan deze huishoudens is een herkomstgroepering en leeftijd toegekend. Deze toekenning wordt gedaan op basis van één persoon uit het huishouden ten opzichte van wie de posities van de andere leden in het huishouden worden bepaald, en van wie de kenmerken eventueel ook aan het huishouden worden toegekend. Deze referentiepersoon wordt in de huishoudensstatistieken altijd als volgt bepaald: bij een paar de man, bij een paar van gelijk geslacht de oudste, in een eenouderhuishouden de ouder, in een overig huishouden de oudste meerderjarige man of – als deze ontbreekt – de oudste meerderjarige vrouw. Van de referentiepersonen in dit hoofdstuk is 75 procent man.
Huishoudens die een woning delen met andere huishoudens zijn buiten beschouwing gelaten, omdat niet duidelijk is wie de hoofdbewoner is en hoe de ruimteverdeling is tussen de huishoudens die de woning delen. Er kunnen dan geen uitspraken worden gedaan over de grootte van de woonruimte en de eigendomssituatie van deze huishoudens. Uit onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam en ABF Research blijkt wel dat vooral kort na aankomst in Nederland veel migranten een woning delen: met name arbeidsmigranten uit de Europese Unie.noot1 Ook kunnen geen uitspraken worden gedaan over verblijf in objecten die niet tot de woningvoorraad behoren, zoals recreatiewoningen zonder woonbestemming, stacaravans en woonboten. Voor deze objecten zijn onvoldoende gegevens beschikbaar.
Jonge huishoudens met Turkse herkomst relatief vaak woningbezitter
Onder jongeren met een Turkse herkomst is het woningbezit relatief hoog. In huishoudens waarvan de referentiepersoon een Turkse migrant is en jonger dan 30 jaar, is het eigenwoningbezit met 15 procent hoger dan bij andere herkomstgroepen. Bij in Nederland geboren jongeren met een Turkse herkomst is het eigenwoningbezit met 33 procent hoger dan het landelijk gemiddelde. In andere leeftijdsgroepen hebben huishoudens met een Turkse herkomst een lager eigenwoningbezit dan gemiddeld in de betreffende leeftijdsklasse, maar wel hoger dan de meeste andere groepen met een niet-Nederlandse herkomst.
Minder koopwoningen bij migranten uit vluchtelingenlanden of Marokko
Het eigenwoningbezit is met 5 procent of lager in alle leeftijdsgroepen het laagst onder huishoudens waarvan de referentiepersoon migrant is uit vluchtelingenlandennoot2 Somalië, Syrië of Eritrea. Ook onder huishoudens waarvan de referentiepersoon een Marokkaanse migrant is, is het eigenwoningbezit laag. Onder Marokkaanse migranten van 45 tot 65 jaar is dit bijvoorbeeld 14 procent, terwijl 67 procent van alle huishoudens in deze leeftijdscategorie in een koophuis woont. Marokkaanse migranten wonen, net als huishoudens geboren in vluchtelingenlanden, relatief vaak in een corporatiehuurwoning. Van de tweede generatie van Marokkaanse herkomst van 45 tot 65 jaar woont 32 procent in een koopwoning.
Tweede generatie vaker in koopwoning dan migrant
Huishoudens met een Surinaamse of Nederlands-Caribische herkomst hebben in de meeste leeftijdsgroepen minder vaak een eigen woning dan huishoudens met een Turkse herkomst, maar vaker dan huishoudens met een Marokkaanse herkomst. Vooral bij huishoudens met Nederlands-Caribische herkomst is er verschil tussen migranten en de tweede generatie. Van de huishoudens met een 30- tot 45‑jarige migrant uit de Nederlandse Cariben als referentiepersoon heeft 17 procent een eigen woning, tegenover 38 procent van de huishoudens waarvan de referentiepersoon van de Nederlands-Caribische tweede generatie is. Huishoudens waarvan de referentiepersoon van de Nederlands-Indonesische tweede generatie is, wonen ook vaak in een eigen woning. In de leeftijdsgroep van 65 jaar of ouder woont deze herkomstgroep met 61 procent vaker dan gemiddeld (58 procent) in een koopwoning.
Migranten uit nieuwe EU-landen vaker in particuliere huurwoning
Huishoudens met een referentiepersoon die migrant uit een nieuw EU-landnoot3 en jonger dan 65 jaar is, wonen relatief vaak in een huurwoning die niet tot het corporatiebezit hoort, maar in een ‘overige’ huurwoning (verhuurd door bijvoorbeeld particulieren, commerciële verhuurders en institutionele beleggers). Van alle huishoudens tot 30 jaar woont 42 procent in een ‘overige huurwoning’. Bij jonge huishoudens met als referentiepersoon een migrant uit Polen, Bulgarije of Roemenië, is dit respectievelijk 62 procent, 72 procent en 79 procent. In de andere leeftijdsgroepen tot 65 jaar uit de nieuwe EU-landen is het aandeel met een ‘overige huurwoning’ iets lager, maar ook bovengemiddeld.
Van de hierboven besproken verschillen in aandeel met een koophuis is gekeken in hoeverre deze samenhangen met verschillen in achtergrondkenmerken zoals leeftijdsopbouw en inkomen.noot4 Vooral inkomen blijkt een belangrijke verklarende factor te zijn voor het bezitten van een koophuis, gevolgd door huishoudenstype. Toch blijven de verschillen tussen herkomstgroepen ook na correctie bestaan, al zijn deze kleiner dan zonder correctie voor achtergrondkenmerken.
| Totaal Nederlandse bevolking¹⁾ | Totaal geboren in buitenland | Europa²⁾ | Turkije | Marokko | Suriname | Nederlandse Cariben | Indonesië | Overig Buiten-Europa | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Jonger dan 30 jaar | 27 | 8 | 10 | 15 | 5 | 10 | 4 | 7 | 7 |
| 30 tot 45 jaar | 58 | 33 | 41 | 41 | 10 | 35 | 17 | 48 | 29 |
| 45 tot 65 jaar | 67 | 36 | 50 | 37 | 14 | 40 | 25 | 51 | 32 |
| 65 jaar en ouder | 58 | 33 | 46 | 13 | 5 | 28 | 27 | 48 | 25 |
| 1) aandeel van alle zelfstandig wonende particuliere huishoudens in Nederland met koopwoning | |||||||||
| 2) exclusief Nederland | |||||||||
| Totaal Nederlandse bevolking¹⁾ | Totaal geboren in Nederland²⁾ | Europa²⁾ | Turkije | Marokko | Suriname | Nederlandse Cariben | Indonesië | Overig Buiten-Europa | Nederland | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Jonger dan 30 jaar | 27 | 18 | 24 | 33 | 4 | 15 | 10 | 23 | 18 | 35 |
| 30 tot 45 jaar | 58 | 44 | 57 | 47 | 13 | 36 | 38 | 58 | 51 | 69 |
| 45 tot 65 jaar | 67 | 62 | 66 | 51 | 32 | 47 | 59 | 64 | 64 | 74 |
| 65 jaar en ouder³⁾ | 58 | 57 | 56 | . | . | 54 | 57 | 61 | 64 | 62 |
| 1) aandeel van alle zelfstandig wonende particuliere huishoudens in Nederland met koopwoning | ||||||||||
| 2) exclusief Nederland | ||||||||||
| 3) voor sommige groepen is het aantal personen te klein voor publicatie | ||||||||||
| Totaal Nederlandse bevolking¹⁾ | Totaal vluchtelingengroepen | Afghanistan | Irak | Iran | Somalië | Eritrea | Syrië | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Jonger dan 30 jaar | 27 | 3 | 12 | 12 | 6 | 1 | 0 | 1 |
| 30 tot 45 jaar | 58 | 15 | 27 | 23 | 29 | 3 | 2 | 4 |
| 45 tot 65 jaar | 67 | 16 | 20 | 18 | 32 | 2 | 5 | 5 |
| 65 jaar en ouder | 58 | 8 | 4 | 7 | 19 | 1 | 3 | 2 |
| 1) aandeel van alle zelfstandig wonende particuliere huishoudens in Nederland met koopwoning | ||||||||
| Totaal Nederlandse bevolking¹⁾ | Totaal Nieuwe EU | Polen | Roemenië | Bulgarije | |
|---|---|---|---|---|---|
| Jonger dan 30 jaar | 27 | 11 | 15 | 8 | 10 |
| 30 tot 45 jaar | 58 | 35 | 35 | 37 | 30 |
| 45 tot 65 jaar | 67 | 30 | 27 | 39 | 25 |
| 65 jaar en ouder | 58 | 33 | 25 | 40 | 23 |
| 1) aandeel van alle zelfstandig wonende particuliere huishoudens in Nederland met koopwoning | |||||
Woningbezit per herkomstgroep blijft gelijk
Er zijn weinig verschuivingen in het woningbezit per herkomstgroep tussen eind 2020 en eind 2022. Dit komt omdat de woningvoorraad niet snel van samenstelling verandert en de meeste bewoners niet verhuizen. De kleine wijzigingen die zichtbaar zijn, hebben te maken met het ouder worden van bepaalde herkomstgroepen en met de moeilijker toegankelijk wordende koopmarkt voor starters. Die starters zijn met name jongeren en migranten die zich in Nederland vestigen. Zij zijn steeds vaker op de private huursector aangewezen.
Huishoudens met een referentiepersoon van Nederlandse herkomst onder de 30 jaar laten geen noemenswaardig verschil in woningbezit zien ten opzichte van twee jaar eerder (–0,1 procentpunt). Bij huishoudens in dezelfde leeftijdsklasse van migranten is er een wat sterkere afname (–0,8 procentpunt).
De leeftijdsklasse tot 30 jaar woont vaker in de ‘overige huursector’ ten opzichte van twee jaar eerder. Voor referentiepersonen die in Nederland geboren zijn (ongeacht herkomstgroep) is dit gemiddeld met 1,9 procentpunt toegenomen. Voor referentiepersonen onder de 30 jaar die in het buitenland geboren zijn is die toename veel sterker: 6,4 procentpunt.
Er zijn uitzonderingen: onder sommige niet-Nederlandse herkomstgroepen is het woningbezit wel toegenomen. Het gaat dan om huishoudens met een referentiepersoon uit vluchtelingenlanden, Indonesië en Bulgarije.
2.2Woningtype
Huishoudens met een niet-Nederlandse herkomst wonen vaker dan gemiddeld in een meergezinswoning.noot5 Dit geldt voor alle leeftijdsgroepen, en sterker voor migranten dan voor de tweede generatie. Van de huishoudens met een 45- tot 65‑jarige migrant als referentiepersoon woont bijna de helft (48 procent) in een meergezinswoning, bijna twee keer zo vaak als gemiddeld (25 procent).
Tweede generatie van Turkse herkomst minder vaak in meergezinswoning
In de meeste herkomstgroepen woont rond 80 procent of meer van de jonge huishoudens in een meergezinswoning. Tweedegeneratiejongeren van Turkse herkomst (65 procent), en jongeren van Poolse (72 procent) of Nederlandse herkomst (62 procent) vormen daarop een uitzondering. Huishoudens waarvan de referentiepersoon van de tweede generatie met Turkse herkomst is en jonger dan 30 jaar wonen vaker dan de andere herkomstgroepen in een tussenwoning. Boven de 30 jaar is het aandeel huishoudens van de tweede generatie van Turkse herkomst dat in een meergezinswoning woont juist hoger dan gemiddeld, maar vergeleken met de meeste andere grote Buiten-Europese groepen ook relatief laag. Voor de huishoudens waarvan de referentiepersoon een Turkse migrant is, zijn de verschillen met andere herkomstgroepen kleiner.
Huishoudens met Indonesische herkomst boven 30 jaar minst vaak in meergezinswoning
Huishoudens waarvan de referentiepersoon ouder is dan 30 jaar met een Indonesische herkomst, zowel migranten als de tweede generatie, wonen van alle grote Buiten-Europese herkomstgroepen het minst vaak in een meergezinswoning. Onder Indonesische migranten ouder dan 65 jaar is het aandeel dat in een meergezinswoning woont met 42 procent lager dan onder de andere Buiten-Europese herkomstgroepen, en iets hoger dan gemiddeld onder ouderen (35 procent). Ook bij 45- tot 65‑jarigen wonen huishoudens van migranten uit Indonesië minder vaak dan andere herkomstgroepen in een meergezinswoning. Migranten uit Indonesië ouder dan 65 jaar wonen in verhouding met andere in het buitenland geboren ouderen vaak in een vrijstaande of twee-onder-een-kapwoning (14 procent). Onder jongere migranten met een Indonesische herkomst is het aandeel dat in een meergezinswoning woont hoger dan bij andere grote Buiten-Europese herkomstgroepen.
Huishoudens van Surinaamse en Marokkaanse herkomst vaker in meergezinswoning
In verhouding tot de andere grote Buiten-Europese herkomstgroepen wonen huishoudens waarvan de referentiepersoon een migrant uit Suriname is van 65 jaar of ouder vaak in een meergezinswoning (66 procent). Ook de Nederlands-Surinaamse tweede generatie woont relatief vaak in een meergezinswoning. In de leeftijdsgroepen jonger dan 30 jaar en 30 tot 45 jaar wonen alleen huishoudens met een Marokkaanse herkomst vaker in een meergezinswoning. Dit heeft mogelijk te maken met het feit dat deze twee herkomstgroepen vaker in de vier grote steden wonen, vooral in Amsterdam, waar relatief veel meergezinswoningen zijn. Binnen alle leeftijdsgroepen ligt het aandeel huishoudens met een Nederlands-Caribische herkomst dat in een meergezinswoning woont ook hoog, maar lager dan onder de Surinaamse en Marokkaanse herkomstgroepen.
Huishoudens met herkomst vluchtelingenland voornamelijk in meergezinswoning
Huishoudens waarvan de referentiepersoon behoort tot een van de vluchtelingengroepen wonen relatief vaak in een meergezinswoning. Dit geldt vooral voor huishoudens met een Iraanse, Somalische of Eritrese herkomst, waarvan in iedere leeftijdsgroep meer dan de helft in een meergezinswoning woont. Bij huishoudens waarvan de referentiepersoon 30 jaar of ouder is en een Eritrese herkomst heeft, is dit bijna drie kwart.
Huishoudens met herkomst nieuw EU-land vaker in meergezinswoning
Huishoudens waarvan de referentiepersoon een migrant is uit de nieuwe EU-landen wonen vaker in een meergezinswoning dan gemiddeld. Van de migranten uit de nieuwe EU-landen is dit aandeel in alle leeftijdsgroepen het hoogst onder huishoudens waarvan de referentiepersoon in Bulgarije is geboren.
Gecorrigeerd voor achtergrondkenmerken als leeftijd, huishoudenstype en inkomen blijven bovengenoemde verschillen tussen herkomstgroepen bestaan, al worden de verschillen wel iets kleiner.
| Totaal Nederlandse bevolking¹⁾ | Totaal geboren in buitenland | Europa²⁾ | Turkije | Marokko | Suriname | Nederlandse Cariben | Indonesië | Overig Buiten-Europa | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Jonger dan 30 jaar | 69 | 87 | 86 | 83 | 84 | 85 | 88 | 92 | 88 |
| 30 tot 45 jaar | 36 | 59 | 57 | 50 | 62 | 59 | 63 | 49 | 61 |
| 45 tot 65 jaar | 25 | 48 | 42 | 44 | 53 | 55 | 56 | 39 | 49 |
| 65 jaar en ouder | 35 | 53 | 44 | 61 | 60 | 66 | 61 | 42 | 59 |
| 1) aandeel van alle zelfstandig wonende particuliere huishoudens in Nederland dat woont in meergezinswoning | |||||||||
| 2) exclusief Nederland | |||||||||
| Totaal Nederlandse bevolking¹⁾ | Totaal geboren in Nederland²⁾ | Europa²⁾ | Turkije | Marokko | Suriname | Nederlandse Cariben | Indonesië | Overig Buiten-Europa | Nederland | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Jonger dan 30 jaar | 69 | 77 | 73 | 65 | 83 | 82 | 81 | 77 | 81 | 62 |
| 30 tot 45 jaar | 36 | 48 | 39 | 43 | 61 | 58 | 51 | 39 | 50 | 27 |
| 45 tot 65 jaar | 25 | 31 | 27 | 37 | 45 | 49 | 37 | 30 | 37 | 20 |
| 65 jaar en ouder³⁾ | 35 | 37 | 37 | . | . | 46 | 39 | 36 | 37 | 33 |
| 1) aandeel van alle zelfstandig wonende particuliere huishoudens in Nederland dat woont in meergezinswoning | ||||||||||
| 2) exclusief Nederland | ||||||||||
| 3) voor sommige groepen is het aantal personen te klein voor publicatie | ||||||||||
| Totaal Nederlandse bevolking¹⁾ | Totaal vluchtelingengroepen | Afghanistan | Irak | Iran | Somalië | Eritrea | Syrië | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Jonger dan 30 jaar | 69 | 86 | 81 | 77 | 92 | 84 | 90 | 85 |
| 30 tot 45 jaar | 36 | 61 | 55 | 54 | 68 | 67 | 74 | 58 |
| 45 tot 65 jaar | 25 | 47 | 45 | 44 | 53 | 63 | 59 | 40 |
| 65 jaar en ouder | 35 | 63 | 64 | 56 | 63 | 74 | 71 | 65 |
| 1) aandeel van alle zelfstandig wonende particulere huishoudens in Nederland dat woont in meergezinswoning | ||||||||
| Totaal Nederlandse bevolking¹⁾ | Totaal Nieuwe EU | Polen | Roemenië | Bulgarije | |
|---|---|---|---|---|---|
| Jonger dan 30 jaar | 69 | 80 | 72 | 84 | 87 |
| 30 tot 45 jaar | 36 | 55 | 50 | 58 | 74 |
| 45 tot 65 jaar | 25 | 54 | 51 | 47 | 74 |
| 65 jaar en ouder | 35 | 53 | 52 | 50 | 71 |
| 1) aandeel van alle zelfstandig wonende particuliere huishoudens in Nederland dat woont in meergezinswoning | |||||
Weinig veranderingen in woningtype
Net als voor woningbezit geldt dat de samenstelling van de voorraad naar woningtype maar langzaam over de tijd verandert. Sinds eind 2020 is het aantal meergezinswoningen iets sterker gegroeid dan het aantal eengezinswoningen (toename aandeel 0,5 procentpunt). Huishoudens met een referentiepersoon van Nederlandse herkomst woonden eind 2022 echter niet vaker in een meergezinswoning dan twee jaar eerder. Dat gold alleen voor huishoudens met een referentiepersoon van niet-Nederlandse herkomst en dan vooral voor diegenen die in het buitenland waren geboren. Net als voor koopwoningen geldt dat eengezinswoningen minder bereikbaar zijn voor nieuwkomers op de woningmarkt, zoals jonge huishoudens en migranten, die daardoor vaker in een meergezinswoning wonen. Overigens kunnen voorkeuren en stedelijkheid hierin ook een rol spelen.
2.3Woonoppervlak
Migranten wonen gemiddeld 20 procent kleiner
Gemiddeld hebben huishoudens met een zelfstandige woning 119 m2 woonoppervlak tot hun beschikking. Huishoudens waarvan de referentiepersoon een migrant is, wonen gemiddeld 20 procent kleiner. Dit verschil is onder alle leeftijdsgroepen naar verhouding ongeveer even groot.
Huishoudens met een referentiepersoon van de tweede generatie wonen over het algemeen ook kleiner dan een gemiddeld huishouden. Dat verschil is met minder groot dan onder de huishoudens waarvan de referentiepersoon een migrant is. Bij ouderen van de tweede generatie is het gemiddelde woonoppervlak met 125 m2 nagenoeg even groot als het landelijk gemiddelde voor die leeftijdsklasse.
Vooral ouderen met Indonesische herkomst wonen ruim
Huishoudens met een Indonesische herkomst, zowel migranten als de tweede generatie, wonen het grootst ten opzichte van hun leeftijdsgenoten van andere Buiten-Europese herkomstgroepen, met uitzondering van de leeftijdscategorie onder de 30 jaar. Vooral onder ouderen met een Indonesische herkomst is het gemiddeld woonoppervlak hoog, met 113 m2 voor migranten en 126 m2 voor de tweede generatie. Dat is hoger dan het landelijk gemiddelde van 122 m2 bij 65‑plushuishoudens. Ook huishoudens van ouderen met een overige Buiten-Europese herkomst hebben een relatief groot woonoppervlak. Dat geldt ook voor huishoudens met een referentiepersoon van Europese herkomst die 30 jaar of ouder is.
Turkse jongeren wonen relatief ruim, Turkse ouderen juist klein
Van de onderzochte huishoudens waarvan de referentiepersoon jonger is dan 30 jaar, wonen die met een referentiepersoon van de tweede generatie van Turkse herkomst het grootst: 82 m2. Dat is gemiddeld 6 m2 groter dan het gemiddelde in die leeftijdsklasse. Ook jonge huishoudens waarvan de referentiepersoon een Turkse migrant is, wonen met 66 m2 in verhouding tot de meeste andere huishoudens (behalve die van de Marokkaanse herkomstgroep) waarvan de referentiepersoon een migrant jonger dan 30 jaar is groot. In Turkije geboren ouderen wonen met gemiddeld 89 m2 in verhouding met de andere Buiten-Europese herkomstgroepen juist klein. Binnen de overige leeftijdsgroepen nemen huishoudens met een Turkse herkomst qua woonoppervlak een gemiddelde positie in.
Huishoudens uit vluchtelingenlanden wonen het kleinst
Huishoudens waarvan de referentiepersoon jonger is dan 30 jaar en een migrant is uit een van de vluchtelingenlanden Iran, Eritrea of Syrië, hebben gemiddeld het kleinste woonoppervlak (gemiddeld kleiner dan 60 m2). Ook hun leeftijdsgenoten die geboren zijn in Indonesië, de Nederlandse Cariben, Bulgarije of Roemenië wonen relatief klein (minder dan 62 m2). In de leeftijdscategorie van 30 tot 45 jaar wonen vooral huishoudens met een referentiepersoon van Bulgaarse herkomst klein, op 81 m2.
Huishoudens met referentiepersoon met herkomst Marokko of Suriname wonen relatief klein
Onder huishoudens waarvan de referentiepersoon van de tweede generatie is van de vijf grootste Buiten-Europese herkomstgroepen in Nederland, wonen mensen van Marokkaanse herkomst relatief het kleinst. Ook huishoudens waarvan de referentiepersoon van de tweede generatie van Surinaamse herkomst is, hebben een relatief klein woonoppervlak.
Voor zowel huishoudens met een Marokkaanse als Surinaamse herkomst is het verschil in woonoppervlak tussen de groep referentiepersonen van de tweede generatie en migranten naar verhouding klein. Dit kan te maken hebben met het woningaanbod in de gemeenten waar deze twee groepen geconcentreerd zijn. Meer dan de helft van deze twee herkomstgroepen woont in de vier grote steden en bijna 1 op de 5 woont in Amsterdam, dat met afstand gemiddeld de kleinste woningen heeft (76 m2). Ook in de andere grote steden zijn woningen relatief klein.
Onder huishoudens waarvan de referentiepersoon een migrant is uit de Nederlandse Cariben of van de Nederlands-Caribische tweede generatie is, is het verschil in woonoppervlak tussen generaties groter. Dat geldt vooral voor huishoudens waarvan de referentiepersoon 45 jaar of ouder is. Zo hebben huishoudens waarvan de referentiepersoon 45 jaar of ouder is en migrant is uit de Nederlandse Cariben gemiddeld een woonoppervlak van 94 m2. Onder huishoudens van de tweede generatie binnen dezelfde herkomstgroep ligt dit met 118 m2 voor 45- tot 65‑jarigen en 120 m2 voor 65‑plussers hoger.
Als er wordt gecorrigeerd voor achtergrondkenmerken zoals leeftijd en inkomen, worden de verschillen in woonoppervlak tussen herkomstgroepen kleiner, maar deze blijven bestaan.
| Totaal Nederlandse bevolking¹⁾ | Totaal geboren in buitenland | Europa²⁾ | Turkije | Marokko | Suriname | Nederlandse Cariben | Indonesië | Overig Buiten-Europa | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Jonger dan 30 jaar | 76 | 59 | 62 | 66 | 68 | 61 | 55 | 51 | 57 |
| 30 tot 45 jaar | 112 | 92 | 94 | 96 | 87 | 91 | 85 | 97 | 90 |
| 45 tot 65 jaar | 131 | 102 | 112 | 100 | 93 | 97 | 94 | 109 | 102 |
| 65 jaar en ouder | 122 | 101 | 111 | 89 | 91 | 90 | 94 | 113 | 96 |
| 1) gemiddeld woonoppervlak van alle zelfstandig wonende particuliere huishoudens in Nederland | |||||||||
| 2) exclusief Nederland | |||||||||
| Totaal Nederlandse bevolking¹⁾ | Totaal geboren in Nederland²⁾ | Europa²⁾ | Turkije | Marokko | Suriname | Nederlandse Cariben | Indonesië | Overig Buiten-Europa | Nederland | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Jonger dan 30 jaar | 76 | 71 | 74 | 82 | 69 | 67 | 65 | 72 | 68 | 83 |
| 30 tot 45 jaar | 112 | 101 | 109 | 102 | 89 | 93 | 97 | 110 | 102 | 121 |
| 45 tot 65 jaar | 131 | 112 | 127 | 109 | 103 | 105 | 118 | 124 | 122 | 138 |
| 65 jaar en ouder³⁾ | 122 | 125 | 121 | . | . | 115 | 120 | 126 | 129 | 125 |
| 1) gemiddeld woonoppervlak van alle zelfstandig wonende particuliere huishoudens in Nederland | ||||||||||
| 2) exclusief Nederland | ||||||||||
| 3) voor sommige groepen is het aantal personen te klein voor publicatie | ||||||||||
| Totaal Nederlandse bevolking¹⁾ | Afghanistan | Irak | Iran | Somalië | Eritrea | Syrië | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Jonger dan 30 jaar | 76 | 67 | 69 | 54 | 65 | 53 | 60 |
| 30 tot 45 jaar | 112 | 94 | 92 | 86 | 80 | 72 | 82 |
| 45 tot 65 jaar | 131 | 101 | 96 | 98 | 85 | 84 | 94 |
| 65 jaar en ouder | 122 | 91 | 89 | 90 | 81 | 81 | 84 |
| 1) gemiddeld woonoppervlak van alle zelfstandig wonende particuliere huishoudens in Nederland | |||||||
| Totaal Nederlandse bevolking¹⁾ | Totaal Nieuwe EU | Polen | Roemenië | Bulgarije | |
|---|---|---|---|---|---|
| Jonger dan 30 jaar | 76 | 65 | 72 | 62 | 62 |
| 30 tot 45 jaar | 112 | 89 | 90 | 93 | 81 |
| 45 tot 65 jaar | 131 | 92 | 91 | 102 | 82 |
| 65 jaar en ouder | 122 | 99 | 94 | 104 | 83 |
| 1) gemiddeld woonoppervlak van alle zelfstandig wonende particuliere huishoudens in Nederland | |||||
Een vergelijking met twee jaar eerder is voor het woonoppervlak niet goed mogelijk in verband met een trendbreuk in de registratie van het oppervlak van woningen.noot6 Hoewel de verschillen miniem zijn, kan niet worden uitgesloten dat de administratieve wijzigingen in woonoppervlakten een rol spelen.
2.4Woongemeente
Mensen met niet-Nederlandse herkomst relatief vaak in grote steden
Op 1 januari 2024 had 28 procent van de bevolking een niet-Nederlandse herkomst. Voor 16 procent betreft dit migranten en voor 12 procent de tweede generatie. In grote steden is dat hoger dan in de rest van Nederland. In Amsterdam, Rotterdam en Den Haag heeft meer dan de helft van de inwoners een niet-Nederlandse herkomst. Ongeveer een vijfde is van de tweede generatie en iets meer dan een derde is migrant. Ook in de Limburgse grensgemeente Vaals heeft meer dan de helft van de bevolking een niet-Nederlandse herkomst. In de gemeente Utrecht is dat 40 procent.
In Rotterdam, Amsterdam en Den Haag is het aandeel inwoners met een Buiten-Europese herkomst met iets meer dan 40 procent het hoogst. Iets meer dan de helft van deze inwoners is migrant. In Amsterdam (17 procent) en Den Haag (18 procent) is het aandeel inwoners met een Europese herkomst wat hoger dan in Rotterdam (13 procent). Vaals heeft met 47 procent het hoogste aandeel inwoners met een Europese herkomst, van wie 77 procent is geboren in het buitenland. Ook in andere grensgemeenten als Sluis, Hulst en Baarle-Nassau is het aandeel inwoners met een Europese herkomst relatief hoog.
Binnen de vijf grote Buiten-Europese herkomstgroepen wonen migranten gemiddeld iets vaker in een van de vier grote steden dan de tweede generatie, alleen bij de Indonesische herkomstgroep is er geen verschil. Voor de groep met een Surinaamse herkomst is het verschil het grootst: 50 procent van de migranten uit Suriname woont in een van de vier grote steden, tegenover 41 procent van de Nederlands-Surinaamse tweede generatie.
| Gemeentenaam | Totaal | Geboren in Nederland | Geboren in het buitenland |
|---|---|---|---|
| Aa en Hunze | 1,8 | 1,1 | 0,7 |
| Aalsmeer | 6,4 | 4,0 | 2,5 |
| Aalten | 2,5 | 1,3 | 1,2 |
| Achtkarspelen | 0,9 | 0,5 | 0,4 |
| Alblasserdam | 6,9 | 4,0 | 2,8 |
| Albrandswaard | 12,0 | 7,5 | 4,5 |
| Alkmaar | 9,0 | 5,2 | 3,8 |
| Almelo | 12,5 | 7,2 | 5,3 |
| Almere | 22,9 | 13,0 | 9,8 |
| Alphen aan den Rijn | 9,1 | 5,4 | 3,7 |
| Alphen-Chaam | 1,7 | 1,1 | 0,6 |
| Altena | 1,7 | 1,1 | 0,6 |
| Ameland | 1,3 | 0,9 | 0,4 |
| Amersfoort | 12,7 | 7,6 | 5,1 |
| Amstelveen | 12,4 | 6,5 | 5,9 |
| Amsterdam | 24,1 | 12,6 | 11,5 |
| Apeldoorn | 7,7 | 4,6 | 3,1 |
| Arnhem | 15,0 | 8,5 | 6,5 |
| Assen | 5,8 | 3,7 | 2,1 |
| Asten | 1,7 | 1,0 | 0,7 |
| Baarle-Nassau | 2,0 | 1,1 | 0,9 |
| Baarn | 7,1 | 4,6 | 2,5 |
| Barendrecht | 14,8 | 9,2 | 5,6 |
| Barneveld | 3,6 | 2,2 | 1,4 |
| Beek (L.) | 3,8 | 2,3 | 1,5 |
| Beekdaelen | 2,6 | 1,6 | 1,0 |
| Beesel | 4,9 | 2,9 | 2,1 |
| Berg en Dal | 3,3 | 2,1 | 1,2 |
| Bergeijk | 1,4 | 0,9 | 0,6 |
| Bergen (L.) | 1,9 | 1,1 | 0,7 |
| Bergen (NH.) | 3,3 | 2,3 | 1,0 |
| Bergen op Zoom | 13,5 | 7,8 | 5,6 |
| Berkelland | 2,0 | 1,1 | 0,9 |
| Bernheze | 2,3 | 1,5 | 0,8 |
| Best | 5,8 | 3,5 | 2,3 |
| Beuningen | 4,1 | 2,6 | 1,5 |
| Beverwijk | 11,0 | 6,5 | 4,5 |
| De Bilt | 8,1 | 5,2 | 3,0 |
| Bladel | 1,6 | 1,0 | 0,6 |
| Blaricum | 9,2 | 6,3 | 2,9 |
| Bloemendaal | 6,5 | 4,5 | 2,0 |
| Bodegraven-Reeuwijk | 5,8 | 3,7 | 2,1 |
| Boekel | 1,5 | 0,9 | 0,6 |
| Borger-Odoorn | 1,7 | 1,1 | 0,6 |
| Borne | 3,5 | 2,2 | 1,3 |
| Borsele | 2,1 | 1,3 | 0,8 |
| Boxtel | 5,9 | 3,4 | 2,5 |
| Breda | 10,2 | 6,1 | 4,2 |
| Bronckhorst | 1,8 | 1,2 | 0,6 |
| Brummen | 6,0 | 3,6 | 2,4 |
| Brunssum | 5,2 | 3,1 | 2,1 |
| Bunnik | 5,0 | 3,3 | 1,7 |
| Bunschoten | 3,5 | 2,0 | 1,6 |
| Buren | 2,7 | 1,9 | 0,8 |
| Capelle aan den IJssel | 18,5 | 10,2 | 8,3 |
| Castricum | 3,2 | 2,2 | 1,1 |
| Coevorden | 2,1 | 1,2 | 0,9 |
| Cranendonck | 2,6 | 1,4 | 1,2 |
| Culemborg | 13,2 | 8,1 | 5,1 |
| Dalfsen | 1,4 | 0,9 | 0,6 |
| Dantumadiel | 1,0 | 0,6 | 0,4 |
| Delft | 11,6 | 6,0 | 5,6 |
| Deurne | 2,4 | 1,4 | 1,0 |
| Deventer | 11,1 | 6,4 | 4,7 |
| Diemen | 18,7 | 10,3 | 8,5 |
| Dijk en Waard | 7,1 | 4,5 | 2,6 |
| Dinkelland | 1,1 | 0,6 | 0,4 |
| Doesburg | 11,3 | 6,3 | 5,0 |
| Doetinchem | 5,5 | 3,2 | 2,3 |
| Dongen | 5,9 | 3,5 | 2,4 |
| Dordrecht | 15,9 | 8,8 | 7,1 |
| Drechterland | 2,6 | 1,7 | 0,9 |
| Drimmelen | 2,3 | 1,5 | 0,8 |
| Dronten | 5,9 | 3,5 | 2,4 |
| Druten | 5,3 | 3,1 | 2,2 |
| Duiven | 5,0 | 3,2 | 1,9 |
| Echt-Susteren | 2,6 | 1,6 | 1,0 |
| Edam-Volendam | 3,0 | 1,9 | 1,1 |
| Ede | 7,5 | 4,6 | 2,9 |
| Eemnes | 5,4 | 3,6 | 1,8 |
| Eemsdelta | 7,2 | 3,7 | 3,5 |
| Eersel | 2,0 | 1,1 | 0,8 |
| Eijsden-Margraten | 2,0 | 1,3 | 0,7 |
| Eindhoven | 13,4 | 6,8 | 6,6 |
| Elburg | 1,6 | 1,1 | 0,6 |
| Emmen | 3,0 | 1,7 | 1,3 |
| Enkhuizen | 4,8 | 2,8 | 2,1 |
| Enschede | 11,0 | 6,1 | 4,9 |
| Epe | 5,8 | 3,5 | 2,4 |
| Ermelo | 3,8 | 2,4 | 1,5 |
| Etten-Leur | 7,6 | 4,6 | 3,0 |
| De Fryske Marren | 1,7 | 1,0 | 0,7 |
| Geertruidenberg | 3,2 | 2,0 | 1,2 |
| Geldrop-Mierlo | 6,1 | 3,6 | 2,6 |
| Gemert-Bakel | 2,2 | 1,5 | 0,7 |
| Gennep | 4,0 | 2,4 | 1,6 |
| Gilze en Rijen | 6,7 | 4,0 | 2,7 |
| Goeree-Overflakkee | 1,9 | 1,2 | 0,7 |
| Goes | 5,1 | 3,0 | 2,2 |
| Goirle | 3,9 | 2,5 | 1,4 |
| Gooise Meren | 8,2 | 5,3 | 2,9 |
| Gorinchem | 13,4 | 7,8 | 5,6 |
| Gouda | 14,6 | 8,3 | 6,4 |
| 's-Gravenhage (gemeente) | 26,9 | 13,4 | 13,6 |
| Groningen (gemeente) | 7,2 | 4,0 | 3,2 |
| Gulpen-Wittem | 2,0 | 1,1 | 0,8 |
| Haaksbergen | 4,6 | 2,6 | 2,1 |
| Haarlem | 12,4 | 7,3 | 5,1 |
| Haarlemmermeer | 12,3 | 7,5 | 4,8 |
| Halderberge | 6,1 | 3,6 | 2,5 |
| Hardenberg | 1,3 | 0,8 | 0,6 |
| Harderwijk | 9,8 | 5,7 | 4,1 |
| Hardinxveld-Giessendam | 2,2 | 1,4 | 0,8 |
| Harlingen | 3,3 | 2,0 | 1,3 |
| Hattem | 2,4 | 1,5 | 0,9 |
| Heemskerk | 7,5 | 4,3 | 3,2 |
| Heemstede | 6,9 | 4,3 | 2,6 |
| Heerde | 1,7 | 1,0 | 0,7 |
| Heerenveen | 4,2 | 2,4 | 1,8 |
| Heerlen | 8,6 | 4,5 | 4,1 |
| Heeze-Leende | 2,3 | 1,4 | 0,9 |
| Heiloo | 3,6 | 2,4 | 1,2 |
| Den Helder | 8,8 | 5,3 | 3,5 |
| Hellendoorn | 2,2 | 1,4 | 0,8 |
| Helmond | 11,1 | 6,4 | 4,7 |
| Hendrik-Ido-Ambacht | 6,8 | 4,5 | 2,4 |
| Hengelo (O.) | 10,3 | 6,0 | 4,3 |
| 's-Hertogenbosch | 9,5 | 5,6 | 3,8 |
| Heumen | 3,5 | 2,3 | 1,2 |
| Heusden | 5,6 | 3,5 | 2,2 |
| Hillegom | 4,5 | 2,8 | 1,7 |
| Hilvarenbeek | 1,8 | 1,1 | 0,7 |
| Hilversum | 10,4 | 6,2 | 4,2 |
| Hoeksche Waard | 3,0 | 1,9 | 1,1 |
| Hof van Twente | 2,7 | 1,5 | 1,2 |
| Het Hogeland | 2,2 | 1,3 | 0,9 |
| Hollands Kroon | 2,3 | 1,5 | 0,8 |
| Hoogeveen | 3,8 | 2,2 | 1,6 |
| Hoorn | 10,4 | 6,0 | 4,4 |
| Horst aan de Maas | 1,3 | 0,8 | 0,5 |
| Houten | 6,4 | 4,1 | 2,2 |
| Huizen | 10,1 | 6,2 | 3,9 |
| Hulst | 1,7 | 1,1 | 0,7 |
| IJsselstein | 11,3 | 6,7 | 4,6 |
| Kaag en Braassem | 4,0 | 2,6 | 1,4 |
| Kampen | 3,6 | 2,2 | 1,5 |
| Kapelle | 2,1 | 1,3 | 0,9 |
| Katwijk | 3,1 | 1,9 | 1,2 |
| Kerkrade | 5,1 | 2,5 | 2,5 |
| Koggenland | 2,2 | 1,5 | 0,7 |
| Krimpen aan den IJssel | 8,0 | 4,9 | 3,0 |
| Krimpenerwaard | 4,6 | 2,9 | 1,7 |
| Laarbeek | 2,2 | 1,4 | 0,8 |
| Land van Cuijk | 4,1 | 2,5 | 1,6 |
| Landgraaf | 3,7 | 2,3 | 1,5 |
| Landsmeer | 7,2 | 4,9 | 2,3 |
| Lansingerland | 9,1 | 5,9 | 3,1 |
| Laren (NH.) | 6,2 | 4,0 | 2,2 |
| Leeuwarden | 5,9 | 3,3 | 2,6 |
| Leiden | 11,1 | 6,2 | 4,9 |
| Leiderdorp | 9,9 | 5,8 | 4,1 |
| Leidschendam-Voorburg | 12,3 | 6,8 | 5,4 |
| Lelystad | 17,5 | 9,7 | 7,8 |
| Leudal | 1,9 | 1,2 | 0,8 |
| Leusden | 5,6 | 3,7 | 1,9 |
| Lingewaard | 3,1 | 2,1 | 1,0 |
| Lisse | 3,3 | 2,0 | 1,3 |
| Lochem | 4,6 | 2,8 | 1,8 |
| Loon op Zand | 3,5 | 2,2 | 1,3 |
| Lopik | 3,8 | 2,6 | 1,2 |
| Losser | 2,7 | 1,7 | 1,1 |
| Maasdriel | 2,4 | 1,5 | 0,9 |
| Maasgouw | 2,2 | 1,2 | 1,0 |
| Maashorst | 5,5 | 3,3 | 2,2 |
| Maassluis | 16,8 | 10,0 | 6,8 |
| Maastricht | 6,1 | 3,1 | 3,1 |
| Medemblik | 3,6 | 2,2 | 1,4 |
| Meerssen | 2,2 | 1,5 | 0,7 |
| Meierijstad | 5,0 | 3,0 | 2,0 |
| Meppel | 4,6 | 2,7 | 1,9 |
| Middelburg (Z.) | 7,2 | 4,5 | 2,7 |
| Midden-Delfland | 4,8 | 3,0 | 1,8 |
| Midden-Drenthe | 2,3 | 1,5 | 0,8 |
| Midden-Groningen | 7,2 | 3,9 | 3,4 |
| Moerdijk | 4,0 | 2,5 | 1,6 |
| Molenlanden | 2,0 | 1,3 | 0,7 |
| Montferland | 2,8 | 1,6 | 1,2 |
| Montfoort | 3,8 | 2,5 | 1,4 |
| Mook en Middelaar | 3,2 | 2,0 | 1,2 |
| Neder-Betuwe | 2,4 | 1,6 | 0,9 |
| Nederweert | 1,5 | 0,9 | 0,6 |
| Nieuwegein | 14,0 | 8,4 | 5,6 |
| Nieuwkoop | 3,2 | 2,0 | 1,2 |
| Nijkerk | 5,3 | 3,3 | 2,0 |
| Nijmegen | 9,7 | 5,5 | 4,2 |
| Nissewaard | 13,1 | 7,5 | 5,6 |
| Noardeast-Fryslân | 1,3 | 0,8 | 0,5 |
| Noord-Beveland | 2,7 | 1,7 | 0,9 |
| Noordenveld | 2,4 | 1,5 | 0,9 |
| Noordoostpolder | 4,2 | 2,4 | 1,8 |
| Noordwijk | 3,9 | 2,5 | 1,3 |
| Nuenen, Gerwen en Nederwetten | 4,0 | 2,4 | 1,6 |
| Nunspeet | 1,8 | 1,2 | 0,7 |
| Oegstgeest | 7,1 | 4,6 | 2,5 |
| Oirschot | 2,1 | 1,1 | 1,0 |
| Oisterwijk | 3,2 | 1,9 | 1,3 |
| Oldambt | 2,5 | 1,4 | 1,2 |
| Oldebroek | 1,3 | 1,0 | 0,4 |
| Oldenzaal | 5,4 | 2,9 | 2,5 |
| Olst-Wijhe | 2,9 | 1,8 | 1,1 |
| Ommen | 1,3 | 0,8 | 0,5 |
| Oost Gelre | 1,8 | 1,1 | 0,7 |
| Oosterhout | 10,1 | 6,2 | 3,9 |
| Ooststellingwerf | 2,3 | 1,6 | 0,8 |
| Oostzaan | 5,2 | 3,5 | 1,8 |
| Opmeer | 2,0 | 1,3 | 0,7 |
| Opsterland | 1,6 | 1,0 | 0,6 |
| Oss | 8,0 | 4,7 | 3,3 |
| Oude IJsselstreek | 5,1 | 2,9 | 2,2 |
| Ouder-Amstel | 10,5 | 6,3 | 4,2 |
| Oudewater | 2,6 | 1,5 | 1,0 |
| Overbetuwe | 4,4 | 3,0 | 1,4 |
| Papendrecht | 8,3 | 5,3 | 3,1 |
| Peel en Maas | 2,4 | 1,5 | 1,0 |
| Pekela | 1,9 | 1,0 | 1,0 |
| Pijnacker-Nootdorp | 9,7 | 6,1 | 3,6 |
| Purmerend | 11,4 | 6,6 | 4,8 |
| Putten | 2,2 | 1,4 | 0,8 |
| Raalte | 2,1 | 1,3 | 0,8 |
| Reimerswaal | 2,4 | 1,4 | 1,1 |
| Renkum | 5,5 | 3,4 | 2,0 |
| Renswoude | 1,8 | 1,1 | 0,7 |
| Reusel-De Mierden | 1,2 | 0,7 | 0,4 |
| Rheden | 7,0 | 4,3 | 2,8 |
| Rhenen | 4,7 | 3,1 | 1,6 |
| Ridderkerk | 10,8 | 6,7 | 4,1 |
| Rijssen-Holten | 3,7 | 2,1 | 1,6 |
| Rijswijk (ZH.) | 18,6 | 10,7 | 7,9 |
| Roerdalen | 2,3 | 1,4 | 0,9 |
| Roermond | 10,7 | 6,0 | 4,7 |
| De Ronde Venen | 6,6 | 4,2 | 2,3 |
| Roosendaal | 11,2 | 6,6 | 4,6 |
| Rotterdam | 28,1 | 14,4 | 13,7 |
| Rozendaal | 5,8 | 4,0 | 1,8 |
| Rucphen | 2,7 | 1,8 | 0,9 |
| Schagen | 2,8 | 1,8 | 1,0 |
| Scherpenzeel | 2,0 | 1,3 | 0,7 |
| Schiedam | 22,5 | 12,7 | 9,8 |
| Schiermonnikoog | 1,9 | 1,3 | 0,5 |
| Schouwen-Duiveland | 2,1 | 1,4 | 0,7 |
| Simpelveld | 1,2 | 0,7 | 0,5 |
| Sint-Michielsgestel | 2,4 | 1,7 | 0,8 |
| Sittard-Geleen | 6,1 | 3,5 | 2,6 |
| Sliedrecht | 6,7 | 3,8 | 2,9 |
| Sluis | 1,7 | 0,9 | 0,9 |
| Smallingerland | 3,5 | 2,1 | 1,4 |
| Soest | 11,4 | 6,9 | 4,6 |
| Someren | 1,8 | 1,1 | 0,7 |
| Son en Breugel | 3,9 | 2,5 | 1,3 |
| Stadskanaal | 2,0 | 1,1 | 0,9 |
| Staphorst | 1,0 | 0,5 | 0,5 |
| Stede Broec | 3,3 | 1,9 | 1,4 |
| Steenbergen | 3,0 | 1,8 | 1,1 |
| Steenwijkerland | 2,6 | 1,6 | 1,0 |
| Stein (L.) | 3,4 | 2,0 | 1,3 |
| Stichtse Vecht | 8,1 | 5,0 | 3,1 |
| Súdwest-Fryslân | 2,4 | 1,5 | 1,0 |
| Terneuzen | 5,6 | 2,9 | 2,7 |
| Terschelling | 2,9 | 2,1 | 0,8 |
| Texel | 2,0 | 1,3 | 0,7 |
| Teylingen | 4,5 | 2,9 | 1,6 |
| Tholen | 2,2 | 1,3 | 1,0 |
| Tiel | 14,7 | 8,8 | 5,9 |
| Tilburg | 12,5 | 6,9 | 5,7 |
| Tubbergen | 0,6 | 0,4 | 0,2 |
| Twenterand | 1,0 | 0,6 | 0,4 |
| Tynaarlo | 2,6 | 1,7 | 0,8 |
| Tytsjerksteradiel | 1,5 | 0,9 | 0,6 |
| Uitgeest | 3,7 | 2,6 | 1,1 |
| Uithoorn | 9,9 | 6,2 | 3,8 |
| Urk | 0,8 | 0,5 | 0,4 |
| Utrecht (gemeente) | 17,5 | 10,1 | 7,5 |
| Utrechtse Heuvelrug | 6,5 | 4,1 | 2,4 |
| Vaals | 2,3 | 0,8 | 1,4 |
| Valkenburg aan de Geul | 2,5 | 1,6 | 0,9 |
| Valkenswaard | 3,3 | 1,9 | 1,4 |
| Veendam | 6,1 | 3,3 | 2,8 |
| Veenendaal | 9,4 | 5,6 | 3,7 |
| Veere | 1,9 | 1,3 | 0,6 |
| Veldhoven | 5,1 | 2,6 | 2,5 |
| Velsen | 6,6 | 4,2 | 2,5 |
| Venlo | 9,7 | 5,4 | 4,3 |
| Venray | 6,6 | 3,6 | 3,0 |
| Vijfheerenlanden | 10,0 | 6,4 | 3,6 |
| Vlaardingen | 17,2 | 10,1 | 7,1 |
| Vlieland | 2,6 | 1,8 | 0,7 |
| Vlissingen | 10,1 | 5,8 | 4,3 |
| Voerendaal | 2,1 | 1,3 | 0,8 |
| Voorne aan Zee | 6,9 | 4,3 | 2,6 |
| Voorschoten | 7,7 | 4,7 | 3,0 |
| Voorst | 3,3 | 2,1 | 1,2 |
| Vught | 5,0 | 3,4 | 1,6 |
| Waadhoeke | 1,9 | 1,1 | 0,8 |
| Waalre | 5,1 | 2,8 | 2,3 |
| Waalwijk | 7,4 | 4,4 | 3,0 |
| Waddinxveen | 9,1 | 5,8 | 3,3 |
| Wageningen | 6,3 | 3,0 | 3,4 |
| Wassenaar | 7,1 | 4,4 | 2,8 |
| Waterland | 3,8 | 2,6 | 1,1 |
| Weert | 7,8 | 4,3 | 3,5 |
| West Betuwe | 3,0 | 1,9 | 1,1 |
| West Maas en Waal | 2,1 | 1,5 | 0,6 |
| Westerkwartier | 2,2 | 1,3 | 0,9 |
| Westerveld | 2,4 | 1,4 | 1,0 |
| Westervoort | 7,7 | 5,0 | 2,7 |
| Westerwolde | 2,5 | 1,1 | 1,4 |
| Westland | 5,7 | 3,5 | 2,2 |
| Weststellingwerf | 2,6 | 1,6 | 1,1 |
| Wierden | 2,7 | 1,7 | 1,0 |
| Wijchen | 4,1 | 2,4 | 1,6 |
| Wijdemeren | 5,0 | 3,3 | 1,7 |
| Wijk bij Duurstede | 4,6 | 3,0 | 1,5 |
| Winterswijk | 4,0 | 2,4 | 1,6 |
| Woensdrecht | 2,8 | 1,8 | 1,0 |
| Woerden | 7,0 | 4,4 | 2,7 |
| De Wolden | 1,4 | 0,9 | 0,5 |
| Wormerland | 6,1 | 3,7 | 2,3 |
| Woudenberg | 3,4 | 2,2 | 1,2 |
| Zaanstad | 18,6 | 10,8 | 7,7 |
| Zaltbommel | 4,6 | 2,8 | 1,8 |
| Zandvoort | 6,3 | 4,1 | 2,2 |
| Zeewolde | 4,7 | 3,1 | 1,6 |
| Zeist | 11,8 | 7,1 | 4,7 |
| Zevenaar | 5,0 | 3,1 | 1,9 |
| Zoetermeer | 17,5 | 10,1 | 7,5 |
| Zoeterwoude | 5,5 | 3,5 | 1,9 |
| Zuidplas | 8,9 | 5,8 | 3,1 |
| Zundert | 2,2 | 1,4 | 0,8 |
| Zutphen | 7,7 | 4,8 | 3,0 |
| Zwartewaterland | 1,3 | 0,7 | 0,5 |
| Zwijndrecht | 11,8 | 6,9 | 4,9 |
| Zwolle | 7,3 | 4,4 | 2,9 |
Mensen afkomstig uit nieuwe EU-landen meer verspreid over Nederland
Mensen uit de nieuwe EU-landen wonen in vergelijking met de vijf grootste Buiten-Europese herkomstlanden minder geconcentreerd in de grote steden en meer verspreid over Nederland. Toch woont bijna een kwart van de migranten uit een van de nieuwe EU-landen in een van de vier grote steden, vooral in Den Haag. Onder de tweede generatie met een herkomst uit de nieuwe EU-landen is dit een vijfde.
Gebieden met veel agrarische bedrijvigheid worden gekenmerkt door een in verhouding hoog aandeel mensen met een herkomst uit de nieuwe EU-landen. Op 1 januari 2024 had Vlieland het grootste aandeel inwoners uit nieuwe EU-landen (bijna 8 procent). Hiervan is het overgrote deel ook geboren in een nieuw EU-land. Ook in het Westland, de Kop van Noord-Holland, de Bollenstreek, Flevoland, grote delen van Noord-Brabant en Noord-Limburg wonen verhoudingsgewijs veel inwoners uit nieuwe EU-landen.
| Gemeentenaam | Totaal Nieuwe EU | Geboren in Nederland | Geboren in buitenland |
|---|---|---|---|
| Aa en Hunze | 0,4 | 0,2 | 0,2 |
| Aalsmeer | 5,1 | 0,8 | 4,3 |
| Aalten | 0,7 | 0,2 | 0,5 |
| Achtkarspelen | 0,5 | 0,2 | 0,3 |
| Alblasserdam | 1,1 | 0,3 | 0,8 |
| Albrandswaard | 1,2 | 0,5 | 0,7 |
| Alkmaar | 1,6 | 0,5 | 1,1 |
| Almelo | 3,0 | 0,5 | 2,5 |
| Almere | 2,4 | 0,7 | 1,7 |
| Alphen aan den Rijn | 3,1 | 0,7 | 2,4 |
| Alphen-Chaam | 2,2 | 0,6 | 1,6 |
| Altena | 2,7 | 0,4 | 2,3 |
| Ameland | 2,5 | 0,3 | 2,2 |
| Amersfoort | 1,2 | 0,4 | 0,8 |
| Amstelveen | 2,9 | 0,7 | 2,1 |
| Amsterdam | 3,3 | 0,6 | 2,7 |
| Apeldoorn | 1,5 | 0,4 | 1,1 |
| Arnhem | 2,1 | 0,5 | 1,6 |
| Assen | 0,9 | 0,3 | 0,6 |
| Asten | 4,2 | 0,7 | 3,5 |
| Baarle-Nassau | 1,9 | 0,4 | 1,5 |
| Baarn | 1,2 | 0,4 | 0,8 |
| Barendrecht | 1,2 | 0,4 | 0,7 |
| Barneveld | 1,0 | 0,2 | 0,8 |
| Beek (L.) | 1,1 | 0,4 | 0,7 |
| Beekdaelen | 1,3 | 0,6 | 0,7 |
| Beesel | 2,2 | 0,7 | 1,6 |
| Berg en Dal | 1,2 | 0,3 | 0,8 |
| Bergeijk | 2,5 | 0,4 | 2,1 |
| Bergen (L.) | 2,2 | 0,7 | 1,5 |
| Bergen (NH.) | 0,9 | 0,3 | 0,6 |
| Bergen op Zoom | 3,0 | 0,6 | 2,5 |
| Berkelland | 0,8 | 0,2 | 0,5 |
| Bernheze | 2,8 | 0,4 | 2,4 |
| Best | 3,7 | 0,6 | 3,1 |
| Beuningen | 0,9 | 0,3 | 0,6 |
| Beverwijk | 4,5 | 1,0 | 3,6 |
| De Bilt | 1,0 | 0,4 | 0,6 |
| Bladel | 2,6 | 0,4 | 2,2 |
| Blaricum | 1,0 | 0,4 | 0,5 |
| Bloemendaal | 1,1 | 0,4 | 0,7 |
| Bodegraven-Reeuwijk | 2,3 | 0,5 | 1,8 |
| Boekel | 3,0 | 0,7 | 2,4 |
| Borger-Odoorn | 0,6 | 0,2 | 0,3 |
| Borne | 0,7 | 0,3 | 0,4 |
| Borsele | 2,0 | 0,6 | 1,4 |
| Boxtel | 3,8 | 0,6 | 3,3 |
| Breda | 2,8 | 0,6 | 2,3 |
| Bronckhorst | 0,5 | 0,2 | 0,3 |
| Brummen | 0,7 | 0,3 | 0,5 |
| Brunssum | 2,4 | 1,0 | 1,4 |
| Bunnik | 1,2 | 0,4 | 0,8 |
| Bunschoten | 3,5 | 0,6 | 2,9 |
| Buren | 2,4 | 0,4 | 2,0 |
| Capelle aan den IJssel | 2,3 | 0,7 | 1,7 |
| Castricum | 0,8 | 0,3 | 0,4 |
| Coevorden | 0,8 | 0,3 | 0,6 |
| Cranendonck | 2,3 | 0,5 | 1,8 |
| Culemborg | 1,8 | 0,5 | 1,4 |
| Dalfsen | 1,3 | 0,3 | 1,1 |
| Dantumadiel | 0,4 | 0,1 | 0,2 |
| Delft | 3,4 | 0,7 | 2,7 |
| Deurne | 2,9 | 0,5 | 2,4 |
| Deventer | 1,9 | 0,4 | 1,5 |
| Diemen | 3,5 | 0,8 | 2,7 |
| Dijk en Waard | 1,9 | 0,6 | 1,3 |
| Dinkelland | 0,7 | 0,3 | 0,4 |
| Doesburg | 1,0 | 0,3 | 0,7 |
| Doetinchem | 1,0 | 0,3 | 0,6 |
| Dongen | 3,3 | 0,6 | 2,7 |
| Dordrecht | 3,6 | 0,8 | 2,9 |
| Drechterland | 3,8 | 0,8 | 3,0 |
| Drimmelen | 2,7 | 0,5 | 2,2 |
| Dronten | 3,9 | 0,8 | 3,1 |
| Druten | 1,9 | 0,5 | 1,4 |
| Duiven | 1,1 | 0,4 | 0,8 |
| Echt-Susteren | 2,1 | 0,6 | 1,5 |
| Edam-Volendam | 0,6 | 0,2 | 0,4 |
| Ede | 1,5 | 0,3 | 1,2 |
| Eemnes | 0,7 | 0,2 | 0,4 |
| Eemsdelta | 1,2 | 0,3 | 0,9 |
| Eersel | 1,8 | 0,3 | 1,5 |
| Eijsden-Margraten | 0,9 | 0,4 | 0,6 |
| Eindhoven | 4,7 | 0,7 | 3,9 |
| Elburg | 1,1 | 0,2 | 0,9 |
| Emmen | 1,3 | 0,4 | 0,9 |
| Enkhuizen | 4,6 | 0,9 | 3,6 |
| Enschede | 2,2 | 0,5 | 1,7 |
| Epe | 1,0 | 0,2 | 0,8 |
| Ermelo | 1,3 | 0,3 | 1,0 |
| Etten-Leur | 3,0 | 0,8 | 2,3 |
| De Fryske Marren | 1,0 | 0,3 | 0,7 |
| Geertruidenberg | 2,0 | 0,5 | 1,5 |
| Geldrop-Mierlo | 2,3 | 0,5 | 1,8 |
| Gemert-Bakel | 3,6 | 0,6 | 3,0 |
| Gennep | 1,7 | 0,3 | 1,4 |
| Gilze en Rijen | 2,3 | 0,6 | 1,7 |
| Goeree-Overflakkee | 1,4 | 0,4 | 1,0 |
| Goes | 2,0 | 0,5 | 1,5 |
| Goirle | 1,1 | 0,3 | 0,8 |
| Gooise Meren | 1,6 | 0,5 | 1,1 |
| Gorinchem | 2,4 | 0,5 | 1,9 |
| Gouda | 2,9 | 0,6 | 2,3 |
| 's-Gravenhage (gemeente) | 7,5 | 1,2 | 6,3 |
| Groningen (gemeente) | 2,5 | 0,4 | 2,1 |
| Gulpen-Wittem | 1,0 | 0,2 | 0,8 |
| Haaksbergen | 0,7 | 0,3 | 0,4 |
| Haarlem | 3,1 | 0,7 | 2,4 |
| Haarlemmermeer | 2,7 | 0,7 | 2,0 |
| Halderberge | 3,6 | 0,7 | 2,9 |
| Hardenberg | 0,7 | 0,2 | 0,5 |
| Harderwijk | 1,7 | 0,4 | 1,3 |
| Hardinxveld-Giessendam | 1,2 | 0,2 | 1,0 |
| Harlingen | 1,5 | 0,4 | 1,2 |
| Hattem | 0,5 | 0,2 | 0,3 |
| Heemskerk | 1,7 | 0,5 | 1,2 |
| Heemstede | 1,5 | 0,5 | 1,0 |
| Heerde | 0,6 | 0,2 | 0,4 |
| Heerenveen | 0,9 | 0,3 | 0,7 |
| Heerlen | 3,2 | 1,0 | 2,2 |
| Heeze-Leende | 1,7 | 0,4 | 1,4 |
| Heiloo | 0,8 | 0,3 | 0,5 |
| Den Helder | 1,6 | 0,4 | 1,2 |
| Hellendoorn | 0,5 | 0,2 | 0,3 |
| Helmond | 7,0 | 1,4 | 5,6 |
| Hendrik-Ido-Ambacht | 1,0 | 0,4 | 0,6 |
| Hengelo (O.) | 1,4 | 0,4 | 1,0 |
| 's-Hertogenbosch | 1,9 | 0,4 | 1,5 |
| Heumen | 1,1 | 0,4 | 0,7 |
| Heusden | 3,4 | 0,6 | 2,8 |
| Hillegom | 5,2 | 1,1 | 4,1 |
| Hilvarenbeek | 1,2 | 0,2 | 1,0 |
| Hilversum | 2,9 | 0,6 | 2,3 |
| Hoeksche Waard | 1,0 | 0,4 | 0,7 |
| Hof van Twente | 1,3 | 0,3 | 1,0 |
| Het Hogeland | 0,7 | 0,2 | 0,6 |
| Hollands Kroon | 4,5 | 0,8 | 3,7 |
| Hoogeveen | 1,7 | 0,3 | 1,4 |
| Hoorn | 3,3 | 0,7 | 2,6 |
| Horst aan de Maas | 5,2 | 0,8 | 4,4 |
| Houten | 1,0 | 0,4 | 0,6 |
| Huizen | 1,2 | 0,4 | 0,7 |
| Hulst | 1,5 | 0,3 | 1,2 |
| IJsselstein | 1,3 | 0,5 | 0,8 |
| Kaag en Braassem | 3,0 | 0,8 | 2,1 |
| Kampen | 1,1 | 0,2 | 0,9 |
| Kapelle | 1,6 | 0,3 | 1,3 |
| Katwijk | 1,7 | 0,4 | 1,4 |
| Kerkrade | 3,3 | 0,9 | 2,4 |
| Koggenland | 1,5 | 0,4 | 1,0 |
| Krimpen aan den IJssel | 1,1 | 0,4 | 0,7 |
| Krimpenerwaard | 1,3 | 0,3 | 0,9 |
| Laarbeek | 2,4 | 0,5 | 1,8 |
| Land van Cuijk | 1,8 | 0,4 | 1,4 |
| Landgraaf | 1,8 | 0,7 | 1,1 |
| Landsmeer | 1,2 | 0,5 | 0,7 |
| Lansingerland | 1,6 | 0,6 | 0,9 |
| Laren (NH.) | 1,1 | 0,4 | 0,7 |
| Leeuwarden | 1,8 | 0,4 | 1,4 |
| Leiden | 2,6 | 0,5 | 2,1 |
| Leiderdorp | 1,3 | 0,5 | 0,9 |
| Leidschendam-Voorburg | 2,5 | 0,7 | 1,8 |
| Lelystad | 4,6 | 1,0 | 3,6 |
| Leudal | 3,1 | 0,6 | 2,5 |
| Leusden | 0,8 | 0,3 | 0,5 |
| Lingewaard | 1,0 | 0,3 | 0,7 |
| Lisse | 2,9 | 0,7 | 2,3 |
| Lochem | 0,6 | 0,2 | 0,4 |
| Loon op Zand | 2,6 | 0,5 | 2,0 |
| Lopik | 1,7 | 0,4 | 1,3 |
| Losser | 0,9 | 0,3 | 0,6 |
| Maasdriel | 7,0 | 0,8 | 6,2 |
| Maasgouw | 1,9 | 0,4 | 1,4 |
| Maashorst | 2,7 | 0,6 | 2,2 |
| Maassluis | 3,7 | 0,9 | 2,8 |
| Maastricht | 2,7 | 0,4 | 2,3 |
| Medemblik | 4,2 | 0,9 | 3,3 |
| Meerssen | 1,0 | 0,3 | 0,7 |
| Meierijstad | 3,6 | 0,6 | 3,0 |
| Meppel | 1,0 | 0,3 | 0,7 |
| Middelburg (Z.) | 1,7 | 0,4 | 1,3 |
| Midden-Delfland | 1,3 | 0,5 | 0,8 |
| Midden-Drenthe | 0,8 | 0,2 | 0,5 |
| Midden-Groningen | 1,7 | 0,4 | 1,3 |
| Moerdijk | 2,9 | 0,7 | 2,3 |
| Molenlanden | 1,5 | 0,3 | 1,2 |
| Montferland | 1,2 | 0,3 | 0,9 |
| Montfoort | 1,4 | 0,3 | 1,1 |
| Mook en Middelaar | 1,0 | 0,3 | 0,7 |
| Neder-Betuwe | 3,0 | 0,4 | 2,6 |
| Nederweert | 2,6 | 0,4 | 2,2 |
| Nieuwegein | 2,0 | 0,6 | 1,5 |
| Nieuwkoop | 3,0 | 0,7 | 2,4 |
| Nijkerk | 1,8 | 0,4 | 1,4 |
| Nijmegen | 1,6 | 0,4 | 1,3 |
| Nissewaard | 2,9 | 0,8 | 2,1 |
| Noardeast-Fryslân | 0,8 | 0,3 | 0,5 |
| Noord-Beveland | 2,3 | 0,4 | 1,9 |
| Noordenveld | 0,5 | 0,2 | 0,4 |
| Noordoostpolder | 6,4 | 1,0 | 5,4 |
| Noordwijk | 4,7 | 0,9 | 3,9 |
| Nuenen, Gerwen en Nederwetten | 1,3 | 0,4 | 0,9 |
| Nunspeet | 0,9 | 0,2 | 0,6 |
| Oegstgeest | 2,2 | 0,6 | 1,5 |
| Oirschot | 1,7 | 0,2 | 1,5 |
| Oisterwijk | 1,4 | 0,3 | 1,1 |
| Oldambt | 1,3 | 0,5 | 0,8 |
| Oldebroek | 1,1 | 0,2 | 0,9 |
| Oldenzaal | 0,8 | 0,4 | 0,4 |
| Olst-Wijhe | 0,8 | 0,2 | 0,6 |
| Ommen | 2,0 | 0,2 | 1,8 |
| Oost Gelre | 0,6 | 0,2 | 0,4 |
| Oosterhout | 2,6 | 0,7 | 2,0 |
| Ooststellingwerf | 0,7 | 0,2 | 0,5 |
| Oostzaan | 0,8 | 0,3 | 0,5 |
| Opmeer | 3,0 | 0,5 | 2,5 |
| Opsterland | 0,5 | 0,2 | 0,3 |
| Oss | 5,0 | 0,8 | 4,2 |
| Oude IJsselstreek | 0,9 | 0,2 | 0,6 |
| Ouder-Amstel | 1,9 | 0,6 | 1,3 |
| Oudewater | 1,8 | 0,3 | 1,5 |
| Overbetuwe | 1,0 | 0,3 | 0,7 |
| Papendrecht | 1,5 | 0,4 | 1,1 |
| Peel en Maas | 4,1 | 0,5 | 3,6 |
| Pekela | 1,3 | 0,4 | 0,8 |
| Pijnacker-Nootdorp | 1,5 | 0,5 | 1,0 |
| Purmerend | 1,5 | 0,5 | 1,1 |
| Putten | 1,1 | 0,3 | 0,8 |
| Raalte | 0,7 | 0,2 | 0,6 |
| Reimerswaal | 5,3 | 0,8 | 4,4 |
| Renkum | 1,0 | 0,3 | 0,7 |
| Renswoude | 2,0 | 0,3 | 1,7 |
| Reusel-De Mierden | 2,1 | 0,4 | 1,7 |
| Rheden | 1,4 | 0,4 | 1,0 |
| Rhenen | 1,3 | 0,4 | 0,9 |
| Ridderkerk | 1,3 | 0,4 | 0,9 |
| Rijssen-Holten | 0,6 | 0,2 | 0,5 |
| Rijswijk (ZH.) | 3,5 | 0,9 | 2,6 |
| Roerdalen | 2,7 | 0,7 | 2,0 |
| Roermond | 3,5 | 0,7 | 2,8 |
| De Ronde Venen | 1,7 | 0,5 | 1,3 |
| Roosendaal | 5,5 | 0,9 | 4,6 |
| Rotterdam | 4,5 | 0,8 | 3,7 |
| Rozendaal | 0,8 | 0,3 | 0,5 |
| Rucphen | 3,0 | 0,6 | 2,4 |
| Schagen | 1,6 | 0,4 | 1,1 |
| Scherpenzeel | 1,4 | 0,2 | 1,3 |
| Schiedam | 7,3 | 1,2 | 6,1 |
| Schiermonnikoog | 3,2 | 0,5 | 2,7 |
| Schouwen-Duiveland | 1,4 | 0,3 | 1,1 |
| Simpelveld | 1,1 | 0,3 | 0,8 |
| Sint-Michielsgestel | 1,2 | 0,3 | 0,9 |
| Sittard-Geleen | 2,0 | 0,6 | 1,4 |
| Sliedrecht | 1,3 | 0,4 | 0,9 |
| Sluis | 2,6 | 0,3 | 2,3 |
| Smallingerland | 0,8 | 0,3 | 0,5 |
| Soest | 1,2 | 0,3 | 0,9 |
| Someren | 3,8 | 0,7 | 3,1 |
| Son en Breugel | 1,9 | 0,6 | 1,4 |
| Stadskanaal | 0,8 | 0,3 | 0,5 |
| Staphorst | 1,1 | 0,2 | 0,9 |
| Stede Broec | 4,5 | 1,1 | 3,4 |
| Steenbergen | 4,7 | 0,8 | 3,9 |
| Steenwijkerland | 1,5 | 0,3 | 1,2 |
| Stein (L.) | 1,0 | 0,4 | 0,6 |
| Stichtse Vecht | 1,5 | 0,5 | 1,0 |
| Súdwest-Fryslân | 0,7 | 0,2 | 0,4 |
| Terneuzen | 3,3 | 0,5 | 2,8 |
| Terschelling | 1,1 | 0,1 | 1,0 |
| Texel | 1,6 | 0,4 | 1,2 |
| Teylingen | 2,5 | 0,7 | 1,8 |
| Tholen | 2,5 | 0,5 | 2,0 |
| Tiel | 4,3 | 0,7 | 3,6 |
| Tilburg | 5,9 | 0,9 | 5,0 |
| Tubbergen | 0,4 | 0,1 | 0,3 |
| Twenterand | 0,6 | 0,2 | 0,4 |
| Tynaarlo | 0,5 | 0,2 | 0,2 |
| Tytsjerksteradiel | 0,4 | 0,1 | 0,2 |
| Uitgeest | 1,1 | 0,5 | 0,7 |
| Uithoorn | 4,0 | 0,9 | 3,1 |
| Urk | 0,8 | 0,1 | 0,6 |
| Utrecht (gemeente) | 1,9 | 0,5 | 1,4 |
| Utrechtse Heuvelrug | 1,0 | 0,3 | 0,7 |
| Vaals | 3,9 | 0,4 | 3,6 |
| Valkenburg aan de Geul | 1,3 | 0,5 | 0,9 |
| Valkenswaard | 1,9 | 0,4 | 1,5 |
| Veendam | 0,9 | 0,3 | 0,7 |
| Veenendaal | 1,4 | 0,3 | 1,1 |
| Veere | 1,0 | 0,2 | 0,7 |
| Veldhoven | 2,2 | 0,6 | 1,6 |
| Velsen | 2,9 | 0,7 | 2,3 |
| Venlo | 6,5 | 1,2 | 5,4 |
| Venray | 5,5 | 0,9 | 4,6 |
| Vijfheerenlanden | 1,6 | 0,4 | 1,2 |
| Vlaardingen | 5,4 | 1,0 | 4,4 |
| Vlieland | 7,7 | 0,6 | 7,0 |
| Vlissingen | 4,0 | 0,8 | 3,2 |
| Voerendaal | 1,0 | 0,5 | 0,5 |
| Voorne aan Zee | 1,9 | 0,5 | 1,4 |
| Voorschoten | 1,5 | 0,4 | 1,0 |
| Voorst | 0,5 | 0,2 | 0,3 |
| Vught | 1,2 | 0,3 | 0,9 |
| Waadhoeke | 1,8 | 0,4 | 1,4 |
| Waalre | 2,3 | 0,8 | 1,6 |
| Waalwijk | 5,8 | 0,9 | 4,9 |
| Waddinxveen | 3,1 | 0,7 | 2,4 |
| Wageningen | 1,7 | 0,4 | 1,3 |
| Wassenaar | 2,4 | 0,7 | 1,8 |
| Waterland | 0,8 | 0,3 | 0,5 |
| Weert | 3,6 | 0,7 | 3,0 |
| West Betuwe | 2,0 | 0,4 | 1,6 |
| West Maas en Waal | 2,0 | 0,4 | 1,6 |
| Westerkwartier | 0,8 | 0,2 | 0,5 |
| Westerveld | 0,5 | 0,2 | 0,3 |
| Westervoort | 1,1 | 0,4 | 0,7 |
| Westerwolde | 0,7 | 0,3 | 0,5 |
| Westland | 4,9 | 0,8 | 4,1 |
| Weststellingwerf | 0,9 | 0,3 | 0,7 |
| Wierden | 0,6 | 0,2 | 0,4 |
| Wijchen | 1,0 | 0,3 | 0,7 |
| Wijdemeren | 1,4 | 0,4 | 1,0 |
| Wijk bij Duurstede | 0,8 | 0,3 | 0,6 |
| Winterswijk | 0,9 | 0,2 | 0,7 |
| Woensdrecht | 2,8 | 0,6 | 2,2 |
| Woerden | 1,3 | 0,4 | 0,9 |
| De Wolden | 0,5 | 0,2 | 0,4 |
| Wormerland | 1,1 | 0,3 | 0,7 |
| Woudenberg | 0,8 | 0,3 | 0,5 |
| Zaanstad | 4,0 | 0,8 | 3,2 |
| Zaltbommel | 5,1 | 0,7 | 4,4 |
| Zandvoort | 3,2 | 0,8 | 2,4 |
| Zeewolde | 5,7 | 0,8 | 4,9 |
| Zeist | 1,3 | 0,4 | 0,9 |
| Zevenaar | 1,3 | 0,4 | 1,0 |
| Zoetermeer | 2,0 | 0,6 | 1,4 |
| Zoeterwoude | 1,0 | 0,3 | 0,7 |
| Zuidplas | 1,9 | 0,6 | 1,3 |
| Zundert | 4,9 | 0,7 | 4,2 |
| Zutphen | 1,0 | 0,3 | 0,7 |
| Zwartewaterland | 2,3 | 0,4 | 1,9 |
| Zwijndrecht | 1,8 | 0,5 | 1,3 |
| Zwolle | 0,9 | 0,3 | 0,7 |
Ook mensen uit vluchtelingenlanden wonen gespreid over Nederland
Mensen met een herkomst in een van de vluchtelingenlanden wonen nog meer gespreid over Nederland dan mensen uit de nieuwe EU-landen: 1 op de 6 mensen woont in een van de vier grote steden. Het overgrote deel is migrant. Gemeenten in het oosten van het land en in de omliggende gemeenten van de vier grote steden hebben in verhouding een groot aantal inwoners uit een vluchtelingenland. In Zoetermeer is dat met ruim 5 procent het hoogst. Ook in Westerwolde wonen veel vluchtelingen, dit hangt samen met de aanwezigheid van het aanmeldcentrum Ter Apel in deze gemeente. Ook in Delft, Enschede, Almelo, Hengelo, Arnhem, Almere en Capelle aan den IJssel zijn relatief veel mensen met herkomst in een van de vluchtelingenlanden.
| Gemeentenaam | Totaal vluchtelingengroepen | Geboren in Nederland | Geboren in buitenland |
|---|---|---|---|
| Aa en Hunze | 1,3 | 0,2 | 1,1 |
| Aalsmeer | 2,0 | 0,5 | 1,5 |
| Aalten | 1,2 | 0,2 | 1,0 |
| Achtkarspelen | 1,0 | 0,1 | 0,9 |
| Alblasserdam | 1,9 | 0,4 | 1,5 |
| Albrandswaard | 1,7 | 0,4 | 1,3 |
| Alkmaar | 2,6 | 0,6 | 2,0 |
| Almelo | 4,8 | 1,3 | 3,5 |
| Almere | 4,1 | 1,2 | 2,9 |
| Alphen aan den Rijn | 2,6 | 0,7 | 1,9 |
| Alphen-Chaam | 1,4 | 0,3 | 1,2 |
| Altena | 1,6 | 0,3 | 1,3 |
| Ameland | 0,3 | 0,1 | 0,2 |
| Amersfoort | 3,5 | 0,9 | 2,6 |
| Amstelveen | 2,7 | 0,7 | 2,1 |
| Amsterdam | 2,4 | 0,6 | 1,8 |
| Apeldoorn | 3,0 | 0,7 | 2,3 |
| Arnhem | 4,6 | 1,2 | 3,4 |
| Assen | 3,3 | 0,8 | 2,5 |
| Asten | 1,8 | 0,3 | 1,5 |
| Baarle-Nassau | 1,8 | 0,3 | 1,5 |
| Baarn | 2,3 | 0,6 | 1,7 |
| Barendrecht | 2,5 | 0,7 | 1,8 |
| Barneveld | 1,7 | 0,3 | 1,4 |
| Beek (L.) | 1,8 | 0,3 | 1,5 |
| Beekdaelen | 1,3 | 0,2 | 1,1 |
| Beesel | 1,6 | 0,3 | 1,3 |
| Berg en Dal | 1,8 | 0,4 | 1,5 |
| Bergeijk | 1,2 | 0,2 | 0,9 |
| Bergen (L.) | 1,4 | 0,1 | 1,3 |
| Bergen (NH.) | 1,3 | 0,3 | 1,1 |
| Bergen op Zoom | 2,6 | 0,7 | 1,9 |
| Berkelland | 1,3 | 0,2 | 1,1 |
| Bernheze | 1,2 | 0,2 | 1,0 |
| Best | 2,3 | 0,5 | 1,7 |
| Beuningen | 1,7 | 0,4 | 1,3 |
| Beverwijk | 3,6 | 1,1 | 2,5 |
| De Bilt | 2,0 | 0,5 | 1,5 |
| Bladel | 1,1 | 0,2 | 0,9 |
| Blaricum | 1,7 | 0,5 | 1,1 |
| Bloemendaal | 1,1 | 0,3 | 0,9 |
| Bodegraven-Reeuwijk | 1,8 | 0,4 | 1,4 |
| Boekel | 1,3 | 0,2 | 1,2 |
| Borger-Odoorn | 1,0 | 0,1 | 0,9 |
| Borne | 2,0 | 0,5 | 1,5 |
| Borsele | 1,0 | 0,2 | 0,8 |
| Boxtel | 1,9 | 0,4 | 1,5 |
| Breda | 2,3 | 0,5 | 1,8 |
| Bronckhorst | 1,1 | 0,2 | 1,0 |
| Brummen | 1,5 | 0,2 | 1,2 |
| Brunssum | 1,4 | 0,3 | 1,1 |
| Bunnik | 1,6 | 0,3 | 1,3 |
| Bunschoten | 1,6 | 0,4 | 1,3 |
| Buren | 1,0 | 0,2 | 0,9 |
| Capelle aan den IJssel | 4,1 | 1,1 | 3,1 |
| Castricum | 1,1 | 0,2 | 0,9 |
| Coevorden | 1,8 | 0,4 | 1,5 |
| Cranendonck | 2,2 | 0,3 | 1,9 |
| Culemborg | 1,8 | 0,4 | 1,4 |
| Dalfsen | 1,3 | 0,2 | 1,1 |
| Dantumadiel | 1,0 | 0,2 | 0,8 |
| Delft | 4,6 | 1,2 | 3,4 |
| Deurne | 1,6 | 0,3 | 1,3 |
| Deventer | 2,3 | 0,5 | 1,8 |
| Diemen | 2,6 | 0,7 | 1,9 |
| Dijk en Waard | 2,7 | 0,7 | 2,0 |
| Dinkelland | 1,1 | 0,2 | 0,9 |
| Doesburg | 1,6 | 0,2 | 1,4 |
| Doetinchem | 2,5 | 0,5 | 2,0 |
| Dongen | 1,5 | 0,4 | 1,1 |
| Dordrecht | 3,0 | 0,8 | 2,1 |
| Drechterland | 1,3 | 0,2 | 1,0 |
| Drimmelen | 1,6 | 0,3 | 1,3 |
| Dronten | 2,5 | 0,5 | 2,0 |
| Druten | 1,6 | 0,4 | 1,3 |
| Duiven | 2,5 | 0,5 | 2,0 |
| Echt-Susteren | 2,1 | 0,3 | 1,8 |
| Edam-Volendam | 1,7 | 0,4 | 1,3 |
| Ede | 2,1 | 0,5 | 1,6 |
| Eemnes | 1,8 | 0,5 | 1,4 |
| Eemsdelta | 1,8 | 0,3 | 1,4 |
| Eersel | 1,5 | 0,3 | 1,2 |
| Eijsden-Margraten | 1,3 | 0,3 | 1,1 |
| Eindhoven | 3,5 | 0,9 | 2,6 |
| Elburg | 1,5 | 0,3 | 1,2 |
| Emmen | 1,9 | 0,4 | 1,5 |
| Enkhuizen | 1,3 | 0,2 | 1,1 |
| Enschede | 5,1 | 1,6 | 3,6 |
| Epe | 1,6 | 0,3 | 1,3 |
| Ermelo | 1,9 | 0,4 | 1,5 |
| Etten-Leur | 2,1 | 0,5 | 1,6 |
| De Fryske Marren | 1,5 | 0,3 | 1,2 |
| Geertruidenberg | 1,6 | 0,3 | 1,3 |
| Geldrop-Mierlo | 2,5 | 0,7 | 1,8 |
| Gemert-Bakel | 1,5 | 0,3 | 1,2 |
| Gennep | 1,2 | 0,2 | 1,0 |
| Gilze en Rijen | 3,3 | 0,4 | 2,9 |
| Goeree-Overflakkee | 1,3 | 0,2 | 1,1 |
| Goes | 2,1 | 0,5 | 1,7 |
| Goirle | 1,5 | 0,3 | 1,3 |
| Gooise Meren | 1,7 | 0,4 | 1,3 |
| Gorinchem | 3,1 | 0,7 | 2,4 |
| Gouda | 2,3 | 0,4 | 1,8 |
| 's-Gravenhage (gemeente) | 3,0 | 0,7 | 2,3 |
| Groningen (gemeente) | 2,8 | 0,7 | 2,1 |
| Gulpen-Wittem | 1,3 | 0,3 | 1,0 |
| Haaksbergen | 1,7 | 0,4 | 1,3 |
| Haarlem | 2,5 | 0,7 | 1,9 |
| Haarlemmermeer | 2,7 | 0,7 | 2,0 |
| Halderberge | 1,9 | 0,4 | 1,5 |
| Hardenberg | 1,8 | 0,3 | 1,5 |
| Harderwijk | 2,2 | 0,5 | 1,8 |
| Hardinxveld-Giessendam | 1,8 | 0,4 | 1,5 |
| Harlingen | 1,9 | 0,4 | 1,6 |
| Hattem | 1,7 | 0,3 | 1,4 |
| Heemskerk | 3,6 | 1,0 | 2,6 |
| Heemstede | 1,6 | 0,4 | 1,2 |
| Heerde | 1,5 | 0,3 | 1,1 |
| Heerenveen | 2,1 | 0,5 | 1,6 |
| Heerlen | 3,0 | 0,6 | 2,4 |
| Heeze-Leende | 1,5 | 0,3 | 1,2 |
| Heiloo | 1,8 | 0,3 | 1,5 |
| Den Helder | 2,0 | 0,5 | 1,6 |
| Hellendoorn | 1,5 | 0,2 | 1,2 |
| Helmond | 2,4 | 0,6 | 1,8 |
| Hendrik-Ido-Ambacht | 2,3 | 0,6 | 1,7 |
| Hengelo (O.) | 4,7 | 1,4 | 3,4 |
| 's-Hertogenbosch | 2,6 | 0,6 | 2,0 |
| Heumen | 2,1 | 0,6 | 1,6 |
| Heusden | 1,6 | 0,3 | 1,3 |
| Hillegom | 1,8 | 0,5 | 1,4 |
| Hilvarenbeek | 1,1 | 0,2 | 0,9 |
| Hilversum | 2,4 | 0,6 | 1,8 |
| Hoeksche Waard | 1,6 | 0,3 | 1,3 |
| Hof van Twente | 1,5 | 0,2 | 1,3 |
| Het Hogeland | 1,8 | 0,3 | 1,6 |
| Hollands Kroon | 1,3 | 0,2 | 1,0 |
| Hoogeveen | 2,7 | 0,5 | 2,2 |
| Hoorn | 2,7 | 0,7 | 2,0 |
| Horst aan de Maas | 1,4 | 0,2 | 1,1 |
| Houten | 2,1 | 0,5 | 1,6 |
| Huizen | 2,4 | 0,5 | 1,9 |
| Hulst | 1,0 | 0,2 | 0,9 |
| IJsselstein | 2,2 | 0,6 | 1,6 |
| Kaag en Braassem | 1,9 | 0,5 | 1,4 |
| Kampen | 1,9 | 0,4 | 1,5 |
| Kapelle | 1,1 | 0,2 | 0,9 |
| Katwijk | 2,2 | 0,6 | 1,7 |
| Kerkrade | 2,2 | 0,5 | 1,7 |
| Koggenland | 1,4 | 0,3 | 1,2 |
| Krimpen aan den IJssel | 3,1 | 0,7 | 2,4 |
| Krimpenerwaard | 1,6 | 0,3 | 1,3 |
| Laarbeek | 1,4 | 0,2 | 1,2 |
| Land van Cuijk | 1,7 | 0,3 | 1,3 |
| Landgraaf | 1,8 | 0,4 | 1,4 |
| Landsmeer | 2,1 | 0,6 | 1,5 |
| Lansingerland | 2,0 | 0,5 | 1,5 |
| Laren (NH.) | 1,5 | 0,3 | 1,2 |
| Leeuwarden | 2,9 | 0,8 | 2,1 |
| Leiden | 2,8 | 0,7 | 2,1 |
| Leiderdorp | 2,9 | 0,7 | 2,1 |
| Leidschendam-Voorburg | 3,8 | 1,0 | 2,8 |
| Lelystad | 2,8 | 0,8 | 2,0 |
| Leudal | 1,5 | 0,2 | 1,3 |
| Leusden | 2,2 | 0,5 | 1,7 |
| Lingewaard | 1,7 | 0,4 | 1,4 |
| Lisse | 2,0 | 0,5 | 1,5 |
| Lochem | 1,4 | 0,2 | 1,2 |
| Loon op Zand | 1,5 | 0,3 | 1,2 |
| Lopik | 1,7 | 0,3 | 1,4 |
| Losser | 1,8 | 0,4 | 1,4 |
| Maasdriel | 1,2 | 0,3 | 1,0 |
| Maasgouw | 1,3 | 0,2 | 1,1 |
| Maashorst | 1,7 | 0,3 | 1,4 |
| Maassluis | 3,1 | 0,9 | 2,2 |
| Maastricht | 2,7 | 0,5 | 2,2 |
| Medemblik | 1,6 | 0,3 | 1,3 |
| Meerssen | 1,2 | 0,2 | 1,0 |
| Meierijstad | 1,8 | 0,4 | 1,5 |
| Meppel | 2,2 | 0,5 | 1,7 |
| Middelburg (Z.) | 2,8 | 0,7 | 2,1 |
| Midden-Delfland | 2,0 | 0,4 | 1,6 |
| Midden-Drenthe | 1,2 | 0,2 | 1,0 |
| Midden-Groningen | 1,7 | 0,3 | 1,4 |
| Moerdijk | 1,6 | 0,3 | 1,3 |
| Molenlanden | 1,3 | 0,2 | 1,0 |
| Montferland | 1,7 | 0,4 | 1,4 |
| Montfoort | 1,7 | 0,3 | 1,4 |
| Mook en Middelaar | 1,7 | 0,2 | 1,5 |
| Neder-Betuwe | 1,4 | 0,2 | 1,2 |
| Nederweert | 1,4 | 0,2 | 1,2 |
| Nieuwegein | 3,0 | 0,8 | 2,2 |
| Nieuwkoop | 1,7 | 0,3 | 1,4 |
| Nijkerk | 1,9 | 0,5 | 1,5 |
| Nijmegen | 3,4 | 0,8 | 2,6 |
| Nissewaard | 2,3 | 0,6 | 1,7 |
| Noardeast-Fryslân | 1,1 | 0,2 | 0,9 |
| Noord-Beveland | 1,2 | 0,1 | 1,1 |
| Noordenveld | 1,4 | 0,3 | 1,1 |
| Noordoostpolder | 2,4 | 0,4 | 2,0 |
| Noordwijk | 1,8 | 0,3 | 1,5 |
| Nuenen, Gerwen en Nederwetten | 1,7 | 0,4 | 1,3 |
| Nunspeet | 1,5 | 0,3 | 1,2 |
| Oegstgeest | 2,3 | 0,4 | 1,9 |
| Oirschot | 1,5 | 0,3 | 1,2 |
| Oisterwijk | 2,3 | 0,3 | 2,0 |
| Oldambt | 1,5 | 0,3 | 1,2 |
| Oldebroek | 1,3 | 0,2 | 1,0 |
| Oldenzaal | 2,4 | 0,6 | 1,8 |
| Olst-Wijhe | 1,2 | 0,2 | 1,0 |
| Ommen | 1,5 | 0,2 | 1,3 |
| Oost Gelre | 1,3 | 0,2 | 1,1 |
| Oosterhout | 2,2 | 0,6 | 1,6 |
| Ooststellingwerf | 1,2 | 0,2 | 1,0 |
| Oostzaan | 2,4 | 0,6 | 1,8 |
| Opmeer | 1,4 | 0,3 | 1,1 |
| Opsterland | 0,9 | 0,1 | 0,8 |
| Oss | 2,1 | 0,5 | 1,7 |
| Oude IJsselstreek | 1,5 | 0,3 | 1,2 |
| Ouder-Amstel | 2,0 | 0,4 | 1,6 |
| Oudewater | 1,7 | 0,3 | 1,4 |
| Overbetuwe | 1,9 | 0,5 | 1,4 |
| Papendrecht | 2,9 | 0,8 | 2,1 |
| Peel en Maas | 1,1 | 0,2 | 0,9 |
| Pekela | 1,2 | 0,2 | 1,0 |
| Pijnacker-Nootdorp | 2,4 | 0,5 | 1,8 |
| Purmerend | 2,7 | 0,7 | 2,0 |
| Putten | 1,6 | 0,3 | 1,3 |
| Raalte | 1,5 | 0,3 | 1,2 |
| Reimerswaal | 1,2 | 0,2 | 0,9 |
| Renkum | 2,2 | 0,5 | 1,7 |
| Renswoude | 1,5 | 0,3 | 1,2 |
| Reusel-De Mierden | 1,2 | 0,3 | 1,0 |
| Rheden | 2,3 | 0,4 | 1,8 |
| Rhenen | 2,0 | 0,4 | 1,6 |
| Ridderkerk | 3,3 | 0,9 | 2,4 |
| Rijssen-Holten | 2,0 | 0,4 | 1,6 |
| Rijswijk (ZH.) | 3,9 | 1,1 | 2,9 |
| Roerdalen | 1,4 | 0,2 | 1,2 |
| Roermond | 2,9 | 0,7 | 2,2 |
| De Ronde Venen | 1,8 | 0,4 | 1,4 |
| Roosendaal | 2,4 | 0,5 | 1,9 |
| Rotterdam | 3,1 | 0,8 | 2,3 |
| Rozendaal | 1,3 | 0,2 | 1,1 |
| Rucphen | 1,2 | 0,2 | 0,9 |
| Schagen | 1,6 | 0,3 | 1,3 |
| Scherpenzeel | 1,5 | 0,3 | 1,3 |
| Schiedam | 2,6 | 0,7 | 1,8 |
| Schiermonnikoog | 0,2 | 0,2 | 0,0 |
| Schouwen-Duiveland | 1,4 | 0,3 | 1,1 |
| Simpelveld | 1,1 | 0,2 | 1,0 |
| Sint-Michielsgestel | 1,6 | 0,3 | 1,3 |
| Sittard-Geleen | 2,1 | 0,5 | 1,6 |
| Sliedrecht | 2,6 | 0,7 | 1,9 |
| Sluis | 1,2 | 0,1 | 1,0 |
| Smallingerland | 2,7 | 0,7 | 2,0 |
| Soest | 2,4 | 0,6 | 1,8 |
| Someren | 1,7 | 0,3 | 1,4 |
| Son en Breugel | 1,5 | 0,4 | 1,0 |
| Stadskanaal | 1,6 | 0,3 | 1,4 |
| Staphorst | 1,2 | 0,2 | 1,0 |
| Stede Broec | 1,6 | 0,4 | 1,2 |
| Steenbergen | 1,8 | 0,3 | 1,5 |
| Steenwijkerland | 1,5 | 0,3 | 1,2 |
| Stein (L.) | 1,4 | 0,2 | 1,2 |
| Stichtse Vecht | 1,9 | 0,4 | 1,5 |
| Súdwest-Fryslân | 1,8 | 0,3 | 1,5 |
| Terneuzen | 1,6 | 0,4 | 1,2 |
| Terschelling | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Texel | 1,6 | 0,4 | 1,2 |
| Teylingen | 1,8 | 0,4 | 1,4 |
| Tholen | 1,0 | 0,2 | 0,9 |
| Tiel | 2,9 | 0,8 | 2,2 |
| Tilburg | 3,0 | 0,9 | 2,1 |
| Tubbergen | 0,8 | 0,1 | 0,7 |
| Twenterand | 1,3 | 0,2 | 1,1 |
| Tynaarlo | 1,6 | 0,3 | 1,3 |
| Tytsjerksteradiel | 1,4 | 0,2 | 1,1 |
| Uitgeest | 2,1 | 0,5 | 1,6 |
| Uithoorn | 2,2 | 0,6 | 1,6 |
| Urk | 1,1 | 0,2 | 0,9 |
| Utrecht (gemeente) | 2,7 | 0,6 | 2,1 |
| Utrechtse Heuvelrug | 1,9 | 0,4 | 1,6 |
| Vaals | 2,6 | 0,4 | 2,2 |
| Valkenburg aan de Geul | 1,3 | 0,2 | 1,1 |
| Valkenswaard | 1,5 | 0,3 | 1,2 |
| Veendam | 1,6 | 0,3 | 1,3 |
| Veenendaal | 3,2 | 0,9 | 2,3 |
| Veere | 0,7 | 0,1 | 0,6 |
| Veldhoven | 2,1 | 0,4 | 1,7 |
| Velsen | 3,0 | 0,8 | 2,2 |
| Venlo | 2,4 | 0,5 | 1,9 |
| Venray | 2,2 | 0,5 | 1,7 |
| Vijfheerenlanden | 2,2 | 0,5 | 1,7 |
| Vlaardingen | 3,4 | 1,1 | 2,3 |
| Vlieland | 0,2 | 0,0 | 0,2 |
| Vlissingen | 2,3 | 0,4 | 1,8 |
| Voerendaal | 1,2 | 0,2 | 1,0 |
| Voorne aan Zee | 1,6 | 0,3 | 1,2 |
| Voorschoten | 2,4 | 0,5 | 1,9 |
| Voorst | 1,4 | 0,2 | 1,2 |
| Vught | 1,8 | 0,4 | 1,4 |
| Waadhoeke | 1,3 | 0,2 | 1,2 |
| Waalre | 1,8 | 0,4 | 1,3 |
| Waalwijk | 2,3 | 0,6 | 1,7 |
| Waddinxveen | 2,0 | 0,6 | 1,4 |
| Wageningen | 2,7 | 0,5 | 2,2 |
| Wassenaar | 3,7 | 0,7 | 2,9 |
| Waterland | 1,5 | 0,4 | 1,2 |
| Weert | 2,2 | 0,5 | 1,7 |
| West Betuwe | 1,5 | 0,3 | 1,2 |
| West Maas en Waal | 1,0 | 0,1 | 0,9 |
| Westerkwartier | 1,2 | 0,2 | 0,9 |
| Westerveld | 0,9 | 0,1 | 0,8 |
| Westervoort | 3,5 | 1,0 | 2,5 |
| Westerwolde | 4,5 | 0,2 | 4,3 |
| Westland | 1,7 | 0,4 | 1,4 |
| Weststellingwerf | 1,2 | 0,3 | 0,9 |
| Wierden | 1,3 | 0,3 | 1,1 |
| Wijchen | 1,7 | 0,3 | 1,4 |
| Wijdemeren | 1,6 | 0,4 | 1,2 |
| Wijk bij Duurstede | 1,7 | 0,4 | 1,3 |
| Winterswijk | 2,7 | 0,5 | 2,2 |
| Woensdrecht | 1,4 | 0,2 | 1,2 |
| Woerden | 1,9 | 0,4 | 1,5 |
| De Wolden | 1,0 | 0,2 | 0,9 |
| Wormerland | 2,2 | 0,5 | 1,7 |
| Woudenberg | 2,6 | 0,7 | 2,0 |
| Zaanstad | 2,6 | 0,6 | 1,9 |
| Zaltbommel | 1,3 | 0,2 | 1,0 |
| Zandvoort | 2,0 | 0,5 | 1,5 |
| Zeewolde | 2,2 | 0,5 | 1,7 |
| Zeist | 2,6 | 0,5 | 2,0 |
| Zevenaar | 1,6 | 0,4 | 1,2 |
| Zoetermeer | 5,5 | 1,7 | 3,8 |
| Zoeterwoude | 1,7 | 0,4 | 1,3 |
| Zuidplas | 2,0 | 0,5 | 1,5 |
| Zundert | 1,6 | 0,3 | 1,3 |
| Zutphen | 2,3 | 0,4 | 1,8 |
| Zwartewaterland | 1,2 | 0,2 | 1,0 |
| Zwijndrecht | 3,5 | 1,0 | 2,5 |
| Zwolle | 3,1 | 0,8 | 2,3 |
Noten
Manting, D., Van der Star, M., Stuart, M., Van Zoelen, S. & Blijie, B. (2022). Woningdelen of zelfstandig een woning huren of kopen. De woonsituatie van migrantenhuishoudens in de eerste jaren na aankomst in Nederland (2014–2018). PBL.
Tot de vluchtelingenlanden worden hier Afghanistan, Eritrea, Irak, Iran, Somalië en Syrië gerekend.
De nieuwe EU-landen zijn Bulgarije, Cyprus, Estland, Hongarije, Kroatië, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Roemenië, Slovenië, Slowakije en Tsjechië.
Ook andere factoren kunnen een rol spelen bij verschillen tussen groepen, zoals het lokale woningaanbod in een gemeente. Omdat de relatie tussen lokaal woningaanbod en individuele woonsituatie zeer complex is, en oorzaak en gevolg hierin niet eenduidig zijn, wordt in dit hoofdstuk alleen rekening gehouden met een aantal huishoudenskenmerken.
Een meergezinswoning is een woning in een pand waarin zich ook andere verblijfsobjecten bevinden (zoals een bedrijfsruimte) of andere woningen. Voorbeelden zijn appartementen, boven- en benedenwoningen, woningen boven winkels en woningsplitsingen.
Per 1 jan 2022 wordt de WOZ-waarde van woningen mede bepaald op basis van het oppervlak van woningen zoals geregistreerd in de BAG (Basisregistratie Adressen en Gebouwen), voorheen werden kubieke meters gebruikt. Als gevolg hiervan heeft een harmonisatie plaatsgevonden van de oppervlakteregistraties in de BAG en de LV WOZ (landelijke voorziening waardering onroerende zaken) en is voor veel objecten de oppervlakte in de BAG administratief aangepast. Hoewel het gemiddelde niet noemenswaardig gewijzigd is, zijn op lokaal niveau wel grote veranderingen zichtbaar.