Foto omschrijving: Twee moeders met elkaar in gesprek, terwijl hun kinderen samen spelen op de stoep voor het huis

Wonen

Mensen met een niet-Nederlandse herkomst wonen minder vaak in koopwoningen en vaker in meergezinswoningen en hebben een gemiddeld kleiner woonoppervlak dan de gemiddelde bevolking. Het verschil met de gemiddelde bevolking is voor de tweede generatie wat kleiner dan voor migranten. Mensen met een niet-Nederlandse herkomst wonen vaker in de vier grote steden. Omdat de positie op de woningmarkt sterk samenhangt met leeftijd, zijn de cijfers over woningbezit, meergezinswoningen en woonoppervlak uitgesplitst naar leeftijdsgroepen.

2.1Huur- en koopwoningen

Huishoudens waarvan de referentiepersoon een migrant is, wonen in alle leeftijdsgroepen veel minder vaak in een koopwoning dan gemiddeld. Dit verschil is het grootst onder jonge huishoudens tot 30 jaar, waar 8 procent met een migrant als referentiepersoon een koop­woning heeft, tegenover 27 procent gemiddeld, eind 2022. Onder de jonge tweede generatie is het eigenwoningbezit met 18 procent hoger dan onder migranten, maar wel lager dan gemiddeld voor huishoudens in Nederland.

Afbakening van de populatie

De indicatoren over woningbezit, woningtype en woonoppervlak gaan over particuliere huishoudens. Aan deze huishoudens is een herkomstgroepering en leeftijd toegekend. Deze toekenning wordt gedaan op basis van één persoon uit het huishouden ten opzichte van wie de posities van de andere leden in het huishouden worden bepaald, en van wie de ken­merken eventueel ook aan het huishouden worden toegekend. Deze referentie­persoon wordt in de huishoudensstatistieken altijd als volgt bepaald: bij een paar de man, bij een paar van gelijk geslacht de oudste, in een eenouderhuishouden de ouder, in een overig huishouden de oudste meerderjarige man of – als deze ontbreekt – de oudste meerderjarige vrouw. Van de referentiepersonen in dit hoofdstuk is 75 procent man.

Huishoudens die een woning delen met andere huishoudens zijn buiten beschouwing gelaten, omdat niet duidelijk is wie de hoofdbewoner is en hoe de ruimteverdeling is tussen de huishoudens die de woning delen. Er kunnen dan geen uitspraken worden gedaan over de grootte van de woonruimte en de eigendomssituatie van deze huis­houdens. Uit onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam en ABF Research blijkt wel dat vooral kort na aankomst in Nederland veel migranten een woning delen: met name arbeidsmigranten uit de Europese Unie.noot1 Ook kunnen geen uitspraken worden gedaan over verblijf in objecten die niet tot de woning­voorraad behoren, zoals recreatiewoningen zonder woonbestemming, stacaravans en woonboten. Voor deze objecten zijn onvoldoende gegevens beschikbaar.

Jonge huishoudens met Turkse herkomst relatief vaak woningbezitter

Onder jongeren met een Turkse herkomst is het woningbezit relatief hoog. In huishoudens waarvan de referentiepersoon een Turkse migrant is en jonger dan 30 jaar, is het eigen­woning­bezit met 15 procent hoger dan bij andere herkomstgroepen. Bij in Nederland geboren jongeren met een Turkse herkomst is het eigenwoningbezit met 33 procent hoger dan het landelijk gemiddelde. In andere leeftijdsgroepen hebben huishoudens met een Turkse herkomst een lager eigenwoningbezit dan gemiddeld in de betreffende leeftijds­klasse, maar wel hoger dan de meeste andere groepen met een niet-Nederlandse herkomst.

Minder koopwoningen bij migranten uit vluchtelingenlanden of Marokko

Het eigenwoningbezit is met 5 procent of lager in alle leeftijdsgroepen het laagst onder huishoudens waarvan de referentiepersoon migrant is uit vluchtelingenlandennoot2 Somalië, Syrië of Eritrea. Ook onder huishoudens waarvan de referentiepersoon een Marokkaanse migrant is, is het eigenwoningbezit laag. Onder Marokkaanse migranten van 45 tot 65 jaar is dit bijvoorbeeld 14 procent, terwijl 67 procent van alle huishoudens in deze leeftijds­categorie in een koophuis woont. Marokkaanse migranten wonen, net als huishoudens geboren in vluchtelingenlanden, relatief vaak in een corporatiehuurwoning. Van de tweede generatie van Marokkaanse herkomst van 45 tot 65 jaar woont 32 procent in een koopwoning.

Tweede generatie vaker in koopwoning dan migrant

Huishoudens met een Surinaamse of Nederlands-Caribische herkomst hebben in de meeste leeftijdsgroepen minder vaak een eigen woning dan huishoudens met een Turkse herkomst, maar vaker dan huishoudens met een Marokkaanse herkomst. Vooral bij huishoudens met Nederlands-Caribische herkomst is er verschil tussen migranten en de tweede generatie. Van de huishoudens met een 30- tot 45‑jarige migrant uit de Nederlandse Cariben als referentie­persoon heeft 17 procent een eigen woning, tegenover 38 procent van de huishoudens waarvan de referentiepersoon van de Nederlands-Caribische tweede generatie is. Huishoudens waarvan de referentiepersoon van de Nederlands-Indonesische tweede generatie is, wonen ook vaak in een eigen woning. In de leeftijdsgroep van 65 jaar of ouder woont deze herkomstgroep met 61 procent vaker dan gemiddeld (58 procent) in een koopwoning.

Migranten uit nieuwe EU-landen vaker in particuliere huurwoning

Huishoudens met een referentiepersoon die migrant uit een nieuw EU-landnoot3 en jonger dan 65 jaar is, wonen relatief vaak in een huurwoning die niet tot het corporatiebezit hoort, maar in een ‘overige’ huurwoning (verhuurd door bijvoorbeeld particulieren, commerciële verhuurders en institutionele beleggers). Van alle huishoudens tot 30 jaar woont 42 procent in een ‘overige huurwoning’. Bij jonge huishoudens met als referentiepersoon een migrant uit Polen, Bulgarije of Roemenië, is dit respectievelijk 62 procent, 72 procent en 79 procent. In de andere leeftijds­groepen tot 65 jaar uit de nieuwe EU-landen is het aandeel met een ‘overige huur­woning’ iets lager, maar ook bovengemiddeld.

Van de hierboven besproken verschillen in aandeel met een koophuis is gekeken in hoeverre deze samenhangen met verschillen in achtergrondkenmerken zoals leeftijdsopbouw en inkomen.noot4 Vooral inkomen blijkt een belangrijke verklarende factor te zijn voor het bezitten van een koophuis, gevolgd door huishoudenstype. Toch blijven de verschillen tussen herkomstgroepen ook na correctie bestaan, al zijn deze kleiner dan zonder correctie voor achtergrondkenmerken.

2.1.1a Huishoudens met koopwoning, referentiepersoon geboren in buitenland, 31 december 2022 (%)
Totaal Nederlandse bevolking¹⁾ Totaal geboren in buitenland Europa²⁾ Turkije Marokko Suriname Nederlandse Cariben Indonesië Overig Buiten-Europa
Jonger dan 30 jaar 27 8 10 15 5 10 4 7 7
30 tot 45 jaar 58 33 41 41 10 35 17 48 29
45 tot 65 jaar 67 36 50 37 14 40 25 51 32
65 jaar en ouder 58 33 46 13 5 28 27 48 25
1) aandeel van alle zelfstandig wonende particuliere huishoudens in Nederland met koopwoning
2) exclusief Nederland
2.1.1b Huishoudens met koopwoning, refentiepersoon geboren in Nederland, 31 december 2022 (%)
Totaal Nederlandse bevolking¹⁾ Totaal geboren in Nederland²⁾ Europa²⁾ Turkije Marokko Suriname Nederlandse Cariben Indonesië Overig Buiten-Europa Nederland
Jonger dan 30 jaar 27 18 24 33 4 15 10 23 18 35
30 tot 45 jaar 58 44 57 47 13 36 38 58 51 69
45 tot 65 jaar 67 62 66 51 32 47 59 64 64 74
65 jaar en ouder³⁾ 58 57 56 . . 54 57 61 64 62
1) aandeel van alle zelfstandig wonende particuliere huishoudens in Nederland met koopwoning
2) exclusief Nederland
3) voor sommige groepen is het aantal personen te klein voor publicatie
2.1.1c Huishoudens met koopwoning, vluchtelingengroepen, referentiepersoon geboren in buitenland, 31 december 2022 (%)
Totaal Nederlandse bevolking¹⁾ Totaal vluchtelingengroepen Afghanistan Irak Iran Somalië Eritrea Syrië
Jonger dan 30 jaar 27 3 12 12 6 1 0 1
30 tot 45 jaar 58 15 27 23 29 3 2 4
45 tot 65 jaar 67 16 20 18 32 2 5 5
65 jaar en ouder 58 8 4 7 19 1 3 2
1) aandeel van alle zelfstandig wonende particuliere huishoudens in Nederland met koopwoning
2.1.1d Huishoudens met koopwoning, nieuwe EU-landen, referentiepersoon geboren in buitenland, 31 december 2022 (%)
Totaal Nederlandse bevolking¹⁾ Totaal Nieuwe EU Polen Roemenië Bulgarije
Jonger dan 30 jaar 27 11 15 8 10
30 tot 45 jaar 58 35 35 37 30
45 tot 65 jaar 67 30 27 39 25
65 jaar en ouder 58 33 25 40 23
1) aandeel van alle zelfstandig wonende particuliere huishoudens in Nederland met koopwoning

Woningbezit per herkomstgroep blijft gelijk

Er zijn weinig verschuivingen in het woningbezit per herkomstgroep tussen eind 2020 en eind 2022. Dit komt omdat de woningvoorraad niet snel van samenstelling verandert en de meeste bewoners niet verhuizen. De kleine wijzigingen die zichtbaar zijn, hebben te maken met het ouder worden van bepaalde herkomstgroepen en met de moeilijker toegankelijk wordende koopmarkt voor starters. Die starters zijn met name jongeren en migranten die zich in Nederland vestigen. Zij zijn steeds vaker op de private huursector aangewezen.

Huishoudens met een referentiepersoon van Nederlandse herkomst onder de 30 jaar laten geen noemenswaardig verschil in woningbezit zien ten opzichte van twee jaar eerder (–‍0,1 procent­punt). Bij huishoudens in dezelfde leeftijdsklasse van migranten is er een wat sterkere afname (–‍0,8 procentpunt).

De leeftijdsklasse tot 30 jaar woont vaker in de ‘overige huursector’ ten opzichte van twee jaar eerder. Voor referentiepersonen die in Nederland geboren zijn (ongeacht herkomst­groep) is dit gemiddeld met 1,9 procentpunt toegenomen. Voor referentiepersonen onder de 30 jaar die in het buitenland geboren zijn is die toename veel sterker: 6,4 procentpunt.

Er zijn uitzonderingen: onder sommige niet-Nederlandse herkomstgroepen is het woning­bezit wel toegenomen. Het gaat dan om huishoudens met een referentiepersoon uit vluchtelingen­landen, Indonesië en Bulgarije.

2.2Woningtype

Huishoudens met een niet-Nederlandse herkomst wonen vaker dan gemiddeld in een meergezinswoning.noot5 Dit geldt voor alle leeftijdsgroepen, en sterker voor migranten dan voor de tweede generatie. Van de huishoudens met een 45- tot 65‑jarige migrant als referentie­persoon woont bijna de helft (48 procent) in een meergezinswoning, bijna twee keer zo vaak als gemiddeld (25 procent).

Tweede generatie van Turkse herkomst minder vaak in meergezinswoning

In de meeste herkomstgroepen woont rond 80 procent of meer van de jonge huishoudens in een meergezinswoning. Tweedegeneratiejongeren van Turkse herkomst (65 procent), en jongeren van Poolse (72 procent) of Nederlandse herkomst (62 procent) vormen daarop een uitzondering. Huishoudens waarvan de referentiepersoon van de tweede generatie met Turkse herkomst is en jonger dan 30 jaar wonen vaker dan de andere herkomstgroepen in een tussenwoning. Boven de 30 jaar is het aandeel huishoudens van de tweede generatie van Turkse herkomst dat in een meergezinswoning woont juist hoger dan gemiddeld, maar vergeleken met de meeste andere grote Buiten-Europese groepen ook relatief laag. Voor de huishoudens waarvan de referentiepersoon een Turkse migrant is, zijn de verschillen met andere herkomstgroepen kleiner.

Huishoudens met Indonesische herkomst boven 30 jaar minst vaak in meergezinswoning

Huishoudens waarvan de referentiepersoon ouder is dan 30 jaar met een Indonesische herkomst, zowel migranten als de tweede generatie, wonen van alle grote Buiten-Europese herkomstgroepen het minst vaak in een meergezinswoning. Onder Indonesische migranten ouder dan 65 jaar is het aandeel dat in een meergezinswoning woont met 42 procent lager dan onder de andere Buiten-Europese herkomstgroepen, en iets hoger dan gemiddeld onder ouderen (35 procent). Ook bij 45- tot 65‑jarigen wonen huishoudens van migranten uit Indonesië minder vaak dan andere herkomstgroepen in een meergezinswoning. Migranten uit Indonesië ouder dan 65 jaar wonen in verhouding met andere in het buitenland geboren ouderen vaak in een vrijstaande of twee-onder-een-kapwoning (14 procent). Onder jongere migranten met een Indonesische herkomst is het aandeel dat in een meergezinswoning woont hoger dan bij andere grote Buiten-Europese herkomstgroepen.

Huishoudens van Surinaamse en Marokkaanse herkomst vaker in meergezinswoning

In verhouding tot de andere grote Buiten-Europese herkomstgroepen wonen huishoudens waarvan de referentiepersoon een migrant uit Suriname is van 65 jaar of ouder vaak in een meergezinswoning (66 procent). Ook de Nederlands-Surinaamse tweede generatie woont relatief vaak in een meergezinswoning. In de leeftijdsgroepen jonger dan 30 jaar en 30 tot 45 jaar wonen alleen huishoudens met een Marokkaanse herkomst vaker in een meergezins­woning. Dit heeft mogelijk te maken met het feit dat deze twee herkomstgroepen vaker in de vier grote steden wonen, vooral in Amsterdam, waar relatief veel meergezins­woningen zijn. Binnen alle leeftijdsgroepen ligt het aandeel huishoudens met een Nederlands-Caribische herkomst dat in een meergezinswoning woont ook hoog, maar lager dan onder de Surinaamse en Marokkaanse herkomstgroepen.

Huishoudens met herkomst vluchtelingenland voornamelijk in meergezinswoning

Huishoudens waarvan de referentiepersoon behoort tot een van de vluchtelingengroepen wonen relatief vaak in een meergezinswoning. Dit geldt vooral voor huishoudens met een Iraanse, Somalische of Eritrese herkomst, waarvan in iedere leeftijdsgroep meer dan de helft in een meergezinswoning woont. Bij huishoudens waarvan de referentiepersoon 30 jaar of ouder is en een Eritrese herkomst heeft, is dit bijna drie kwart.

Huishoudens met herkomst nieuw EU-land vaker in meergezinswoning

Huishoudens waarvan de referentiepersoon een migrant is uit de nieuwe EU-landen wonen vaker in een meergezinswoning dan gemiddeld. Van de migranten uit de nieuwe EU-landen is dit aandeel in alle leeftijdsgroepen het hoogst onder huishoudens waarvan de referentie­persoon in Bulgarije is geboren.

Gecorrigeerd voor achtergrondkenmerken als leeftijd, huishoudenstype en inkomen blijven bovengenoemde verschillen tussen herkomstgroepen bestaan, al worden de verschillen wel iets kleiner.

2.2.1a Huishoudens in meergezinswoning, referentiepersoon geboren in buitenland, 31 december 2022 (%)
Totaal Nederlandse bevolking¹⁾ Totaal geboren in buitenland Europa²⁾ Turkije Marokko Suriname Nederlandse Cariben Indonesië Overig Buiten-Europa
Jonger dan 30 jaar 69 87 86 83 84 85 88 92 88
30 tot 45 jaar 36 59 57 50 62 59 63 49 61
45 tot 65 jaar 25 48 42 44 53 55 56 39 49
65 jaar en ouder 35 53 44 61 60 66 61 42 59
1) aandeel van alle zelfstandig wonende particuliere huishoudens in Nederland dat woont in meergezinswoning
2) exclusief Nederland
2.2.1b Huishoudens in meergezinswoning, referentiepersoon geboren in Nederland, 31 december 2022 (%)
Totaal Nederlandse bevolking¹⁾ Totaal geboren in Nederland²⁾ Europa²⁾ Turkije Marokko Suriname Nederlandse Cariben Indonesië Overig Buiten-Europa Nederland
Jonger dan 30 jaar 69 77 73 65 83 82 81 77 81 62
30 tot 45 jaar 36 48 39 43 61 58 51 39 50 27
45 tot 65 jaar 25 31 27 37 45 49 37 30 37 20
65 jaar en ouder³⁾ 35 37 37 . . 46 39 36 37 33
1) aandeel van alle zelfstandig wonende particuliere huishoudens in Nederland dat woont in meergezinswoning
2) exclusief Nederland
3) voor sommige groepen is het aantal personen te klein voor publicatie
2.2.1c Huishoudens in meergezinswoning, vluchtelingengroepen, referentiepersoon geboren in buitenland, 31 december 2022 (%)
Totaal Nederlandse bevolking¹⁾ Totaal vluchtelingengroepen Afghanistan Irak Iran Somalië Eritrea Syrië
Jonger dan 30 jaar 69 86 81 77 92 84 90 85
30 tot 45 jaar 36 61 55 54 68 67 74 58
45 tot 65 jaar 25 47 45 44 53 63 59 40
65 jaar en ouder 35 63 64 56 63 74 71 65
1) aandeel van alle zelfstandig wonende particulere huishoudens in Nederland dat woont in meergezinswoning
2.2.1d Huishoudens in meergezinswoning, nieuwe EU-landen, referentiepersoon geboren in buitenland, 31 december 2022 (%)
Totaal Nederlandse bevolking¹⁾ Totaal Nieuwe EU Polen Roemenië Bulgarije
Jonger dan 30 jaar 69 80 72 84 87
30 tot 45 jaar 36 55 50 58 74
45 tot 65 jaar 25 54 51 47 74
65 jaar en ouder 35 53 52 50 71
1) aandeel van alle zelfstandig wonende particuliere huishoudens in Nederland dat woont in meergezinswoning

Weinig veranderingen in woningtype

Net als voor woningbezit geldt dat de samenstelling van de voorraad naar woningtype maar langzaam over de tijd verandert. Sinds eind 2020 is het aantal meergezinswoningen iets sterker gegroeid dan het aantal eengezinswoningen (toename aandeel 0,5 procentpunt). Huishoudens met een referentiepersoon van Nederlandse herkomst woonden eind 2022 echter niet vaker in een meergezinswoning dan twee jaar eerder. Dat gold alleen voor huishoudens met een referentiepersoon van niet-Nederlandse herkomst en dan vooral voor diegenen die in het buitenland waren geboren. Net als voor koopwoningen geldt dat eengezinswoningen minder bereikbaar zijn voor nieuwkomers op de woningmarkt, zoals jonge huishoudens en migranten, die daardoor vaker in een meergezinswoning wonen. Overigens kunnen voorkeuren en stedelijkheid hierin ook een rol spelen.

2.3Woonoppervlak

Migranten wonen gemiddeld 20 procent kleiner

Gemiddeld hebben huishoudens met een zelfstandige woning 119 m2 woonoppervlak tot hun beschikking. Huishoudens waarvan de referentiepersoon een migrant is, wonen gemiddeld 20 procent kleiner. Dit verschil is onder alle leeftijdsgroepen naar verhouding ongeveer even groot.

Huishoudens met een referentiepersoon van de tweede generatie wonen over het algemeen ook kleiner dan een gemiddeld huishouden. Dat verschil is met minder groot dan onder de huishoudens waarvan de referentiepersoon een migrant is. Bij ouderen van de tweede generatie is het gemiddelde woonoppervlak met 125 m2 nagenoeg even groot als het landelijk gemiddelde voor die leeftijdsklasse.

Vooral ouderen met Indonesische herkomst wonen ruim

Huishoudens met een Indonesische herkomst, zowel migranten als de tweede generatie, wonen het grootst ten opzichte van hun leeftijdsgenoten van andere Buiten-Europese herkomstgroepen, met uitzondering van de leeftijdscategorie onder de 30 jaar. Vooral onder ouderen met een Indonesische herkomst is het gemiddeld woonoppervlak hoog, met 113 m2 voor migranten en 126 m2 voor de tweede generatie. Dat is hoger dan het landelijk gemiddelde van 122 m2 bij 65‑plushuishoudens. Ook huishoudens van ouderen met een overige Buiten-Europese herkomst hebben een relatief groot woonoppervlak. Dat geldt ook voor huishoudens met een referentiepersoon van Europese herkomst die 30 jaar of ouder is.

Turkse jongeren wonen relatief ruim, Turkse ouderen juist klein

Van de onderzochte huishoudens waarvan de referentiepersoon jonger is dan 30 jaar, wonen die met een referentiepersoon van de tweede generatie van Turkse herkomst het grootst: 82 m2. Dat is gemiddeld 6 m2 groter dan het gemiddelde in die leeftijdsklasse. Ook jonge huishoudens waarvan de referentiepersoon een Turkse migrant is, wonen met 66 m2 in verhouding tot de meeste andere huishoudens (behalve die van de Marokkaanse herkomst­groep) waarvan de referentiepersoon een migrant jonger dan 30 jaar is groot. In Turkije geboren ouderen wonen met gemiddeld 89 m2 in verhouding met de andere Buiten-Europese herkomstgroepen juist klein. Binnen de overige leeftijdsgroepen nemen huishoudens met een Turkse herkomst qua woonoppervlak een gemiddelde positie in.

Huishoudens uit vluchtelingenlanden wonen het kleinst

Huishoudens waarvan de referentiepersoon jonger is dan 30 jaar en een migrant is uit een van de vluchtelingenlanden Iran, Eritrea of Syrië, hebben gemiddeld het kleinste woon­oppervlak (gemiddeld kleiner dan 60 m2). Ook hun leeftijdsgenoten die geboren zijn in Indonesië, de Nederlandse Cariben, Bulgarije of Roemenië wonen relatief klein (minder dan 62 m2). In de leeftijdscategorie van 30 tot 45 jaar wonen vooral huishoudens met een referentiepersoon van Bulgaarse herkomst klein, op 81 m2.

Huishoudens met referentiepersoon met herkomst Marokko of Suriname wonen relatief klein

Onder huishoudens waarvan de referentiepersoon van de tweede generatie is van de vijf grootste Buiten-Europese herkomstgroepen in Nederland, wonen mensen van Marokkaanse herkomst relatief het kleinst. Ook huishoudens waarvan de referentiepersoon van de tweede generatie van Surinaamse herkomst is, hebben een relatief klein woonoppervlak.

Voor zowel huishoudens met een Marokkaanse als Surinaamse herkomst is het verschil in woonoppervlak tussen de groep referentiepersonen van de tweede generatie en migranten naar verhouding klein. Dit kan te maken hebben met het woningaanbod in de gemeenten waar deze twee groepen geconcentreerd zijn. Meer dan de helft van deze twee herkomst­groepen woont in de vier grote steden en bijna 1 op de 5 woont in Amsterdam, dat met afstand gemiddeld de kleinste woningen heeft (76 m2). Ook in de andere grote steden zijn woningen relatief klein.

Onder huishoudens waarvan de referentiepersoon een migrant is uit de Nederlandse Cariben of van de Nederlands-Caribische tweede generatie is, is het verschil in woonoppervlak tussen generaties groter. Dat geldt vooral voor huishoudens waarvan de referentiepersoon 45 jaar of ouder is. Zo hebben huishoudens waarvan de referentiepersoon 45 jaar of ouder is en migrant is uit de Nederlandse Cariben gemiddeld een woonoppervlak van 94 m2. Onder huishoudens van de tweede generatie binnen dezelfde herkomstgroep ligt dit met 118 m2 voor 45- tot 65‑jarigen en 120 m2 voor 65‑plussers hoger.

Als er wordt gecorrigeerd voor achtergrondkenmerken zoals leeftijd en inkomen, worden de verschillen in woonoppervlak tussen herkomstgroepen kleiner, maar deze blijven bestaan.

2.3.1a Gemiddeld woonoppervlak huishoudens, referentiepersoon geboren in buitenland, 31 december 2022 (m²)
Totaal Nederlandse bevolking¹⁾ Totaal geboren in buitenland Europa²⁾ Turkije Marokko Suriname Nederlandse Cariben Indonesië Overig Buiten-Europa
Jonger dan 30 jaar 76 59 62 66 68 61 55 51 57
30 tot 45 jaar 112 92 94 96 87 91 85 97 90
45 tot 65 jaar 131 102 112 100 93 97 94 109 102
65 jaar en ouder 122 101 111 89 91 90 94 113 96
1) gemiddeld woonoppervlak van alle zelfstandig wonende particuliere huishoudens in Nederland
2) exclusief Nederland
2.3.1b Gemiddeld woonoppervlak huishoudens, referentiepersoon geboren in Nederland, 31 december 2022 (m²)
Totaal Nederlandse bevolking¹⁾ Totaal geboren in Nederland²⁾ Europa²⁾ Turkije Marokko Suriname Nederlandse Cariben Indonesië Overig Buiten-Europa Nederland
Jonger dan 30 jaar 76 71 74 82 69 67 65 72 68 83
30 tot 45 jaar 112 101 109 102 89 93 97 110 102 121
45 tot 65 jaar 131 112 127 109 103 105 118 124 122 138
65 jaar en ouder³⁾ 122 125 121 . . 115 120 126 129 125
1) gemiddeld woonoppervlak van alle zelfstandig wonende particuliere huishoudens in Nederland
2) exclusief Nederland
3) voor sommige groepen is het aantal personen te klein voor publicatie
2.3.1c Gemiddeld woonoppervlak huishoudens, vluchtelingengroepen, referentiepersoon geboren in buitenland, 31 december 2022 (m²)
Totaal Nederlandse bevolking¹⁾ Afghanistan Irak Iran Somalië Eritrea Syrië
Jonger dan 30 jaar 76 67 69 54 65 53 60
30 tot 45 jaar 112 94 92 86 80 72 82
45 tot 65 jaar 131 101 96 98 85 84 94
65 jaar en ouder 122 91 89 90 81 81 84
1) gemiddeld woonoppervlak van alle zelfstandig wonende particuliere huishoudens in Nederland
2.3.1d Gemiddeld woonoppervlak huishoudens, nieuwe EU-landen, referentiepersoon geboren in buitenland, 31 december 2022 (m²)
Totaal Nederlandse bevolking¹⁾ Totaal Nieuwe EU Polen Roemenië Bulgarije
Jonger dan 30 jaar 76 65 72 62 62
30 tot 45 jaar 112 89 90 93 81
45 tot 65 jaar 131 92 91 102 82
65 jaar en ouder 122 99 94 104 83
1) gemiddeld woonoppervlak van alle zelfstandig wonende particuliere huishoudens in Nederland

Een vergelijking met twee jaar eerder is voor het woonoppervlak niet goed mogelijk in verband met een trendbreuk in de registratie van het oppervlak van woningen.noot6 Hoewel de verschillen miniem zijn, kan niet worden uitgesloten dat de administratieve wijzigingen in woon­oppervlakten een rol spelen.

2.4Woongemeente

Mensen met niet-Nederlandse herkomst relatief vaak in grote steden

Op 1 januari 2024 had 28 procent van de bevolking een niet-Nederlandse herkomst. Voor 16 procent betreft dit migranten en voor 12 procent de tweede generatie. In grote steden is dat hoger dan in de rest van Nederland. In Amsterdam, Rotterdam en Den Haag heeft meer dan de helft van de inwoners een niet-Nederlandse herkomst. Ongeveer een vijfde is van de tweede generatie en iets meer dan een derde is migrant. Ook in de Limburgse grensgemeente Vaals heeft meer dan de helft van de bevolking een niet-Nederlandse herkomst. In de gemeente Utrecht is dat 40 procent.

In Rotterdam, Amsterdam en Den Haag is het aandeel inwoners met een Buiten-Europese herkomst met iets meer dan 40 procent het hoogst. Iets meer dan de helft van deze inwoners is migrant. In Amsterdam (17 procent) en Den Haag (18 procent) is het aandeel inwoners met een Europese herkomst wat hoger dan in Rotterdam (13 procent). Vaals heeft met 47 procent het hoogste aandeel inwoners met een Europese herkomst, van wie 77 procent is geboren in het buitenland. Ook in andere grensgemeenten als Sluis, Hulst en Baarle-Nassau is het aandeel inwoners met een Europese herkomst relatief hoog.

Binnen de vijf grote Buiten-Europese herkomstgroepen wonen migranten gemiddeld iets vaker in een van de vier grote steden dan de tweede generatie, alleen bij de Indonesische herkomst­groep is er geen verschil. Voor de groep met een Surinaamse herkomst is het verschil het grootst: 50 procent van de migranten uit Suriname woont in een van de vier grote steden, tegenover 41 procent van de Nederlands-Surinaamse tweede generatie.

2.4.1a Inwoners met een Turkse, Marokkaanse, Surinaamse, Nederlands-Caribische of Indonesische herkomst, 1 januari 2024
Gemeentenaam Totaal Geboren in Nederland Geboren in het buitenland
Aa en Hunze 1,8 1,1 0,7
Aalsmeer 6,4 4,0 2,5
Aalten 2,5 1,3 1,2
Achtkarspelen 0,9 0,5 0,4
Alblasserdam 6,9 4,0 2,8
Albrandswaard 12,0 7,5 4,5
Alkmaar 9,0 5,2 3,8
Almelo 12,5 7,2 5,3
Almere 22,9 13,0 9,8
Alphen aan den Rijn 9,1 5,4 3,7
Alphen-Chaam 1,7 1,1 0,6
Altena 1,7 1,1 0,6
Ameland 1,3 0,9 0,4
Amersfoort 12,7 7,6 5,1
Amstelveen 12,4 6,5 5,9
Amsterdam 24,1 12,6 11,5
Apeldoorn 7,7 4,6 3,1
Arnhem 15,0 8,5 6,5
Assen 5,8 3,7 2,1
Asten 1,7 1,0 0,7
Baarle-Nassau 2,0 1,1 0,9
Baarn 7,1 4,6 2,5
Barendrecht 14,8 9,2 5,6
Barneveld 3,6 2,2 1,4
Beek (L.) 3,8 2,3 1,5
Beekdaelen 2,6 1,6 1,0
Beesel 4,9 2,9 2,1
Berg en Dal 3,3 2,1 1,2
Bergeijk 1,4 0,9 0,6
Bergen (L.) 1,9 1,1 0,7
Bergen (NH.) 3,3 2,3 1,0
Bergen op Zoom 13,5 7,8 5,6
Berkelland 2,0 1,1 0,9
Bernheze 2,3 1,5 0,8
Best 5,8 3,5 2,3
Beuningen 4,1 2,6 1,5
Beverwijk 11,0 6,5 4,5
De Bilt 8,1 5,2 3,0
Bladel 1,6 1,0 0,6
Blaricum 9,2 6,3 2,9
Bloemendaal 6,5 4,5 2,0
Bodegraven-Reeuwijk 5,8 3,7 2,1
Boekel 1,5 0,9 0,6
Borger-Odoorn 1,7 1,1 0,6
Borne 3,5 2,2 1,3
Borsele 2,1 1,3 0,8
Boxtel 5,9 3,4 2,5
Breda 10,2 6,1 4,2
Bronckhorst 1,8 1,2 0,6
Brummen 6,0 3,6 2,4
Brunssum 5,2 3,1 2,1
Bunnik 5,0 3,3 1,7
Bunschoten 3,5 2,0 1,6
Buren 2,7 1,9 0,8
Capelle aan den IJssel 18,5 10,2 8,3
Castricum 3,2 2,2 1,1
Coevorden 2,1 1,2 0,9
Cranendonck 2,6 1,4 1,2
Culemborg 13,2 8,1 5,1
Dalfsen 1,4 0,9 0,6
Dantumadiel 1,0 0,6 0,4
Delft 11,6 6,0 5,6
Deurne 2,4 1,4 1,0
Deventer 11,1 6,4 4,7
Diemen 18,7 10,3 8,5
Dijk en Waard 7,1 4,5 2,6
Dinkelland 1,1 0,6 0,4
Doesburg 11,3 6,3 5,0
Doetinchem 5,5 3,2 2,3
Dongen 5,9 3,5 2,4
Dordrecht 15,9 8,8 7,1
Drechterland 2,6 1,7 0,9
Drimmelen 2,3 1,5 0,8
Dronten 5,9 3,5 2,4
Druten 5,3 3,1 2,2
Duiven 5,0 3,2 1,9
Echt-Susteren 2,6 1,6 1,0
Edam-Volendam 3,0 1,9 1,1
Ede 7,5 4,6 2,9
Eemnes 5,4 3,6 1,8
Eemsdelta 7,2 3,7 3,5
Eersel 2,0 1,1 0,8
Eijsden-Margraten 2,0 1,3 0,7
Eindhoven 13,4 6,8 6,6
Elburg 1,6 1,1 0,6
Emmen 3,0 1,7 1,3
Enkhuizen 4,8 2,8 2,1
Enschede 11,0 6,1 4,9
Epe 5,8 3,5 2,4
Ermelo 3,8 2,4 1,5
Etten-Leur 7,6 4,6 3,0
De Fryske Marren 1,7 1,0 0,7
Geertruidenberg 3,2 2,0 1,2
Geldrop-Mierlo 6,1 3,6 2,6
Gemert-Bakel 2,2 1,5 0,7
Gennep 4,0 2,4 1,6
Gilze en Rijen 6,7 4,0 2,7
Goeree-Overflakkee 1,9 1,2 0,7
Goes 5,1 3,0 2,2
Goirle 3,9 2,5 1,4
Gooise Meren 8,2 5,3 2,9
Gorinchem 13,4 7,8 5,6
Gouda 14,6 8,3 6,4
's-Gravenhage (gemeente) 26,9 13,4 13,6
Groningen (gemeente) 7,2 4,0 3,2
Gulpen-Wittem 2,0 1,1 0,8
Haaksbergen 4,6 2,6 2,1
Haarlem 12,4 7,3 5,1
Haarlemmermeer 12,3 7,5 4,8
Halderberge 6,1 3,6 2,5
Hardenberg 1,3 0,8 0,6
Harderwijk 9,8 5,7 4,1
Hardinxveld-Giessendam 2,2 1,4 0,8
Harlingen 3,3 2,0 1,3
Hattem 2,4 1,5 0,9
Heemskerk 7,5 4,3 3,2
Heemstede 6,9 4,3 2,6
Heerde 1,7 1,0 0,7
Heerenveen 4,2 2,4 1,8
Heerlen 8,6 4,5 4,1
Heeze-Leende 2,3 1,4 0,9
Heiloo 3,6 2,4 1,2
Den Helder 8,8 5,3 3,5
Hellendoorn 2,2 1,4 0,8
Helmond 11,1 6,4 4,7
Hendrik-Ido-Ambacht 6,8 4,5 2,4
Hengelo (O.) 10,3 6,0 4,3
's-Hertogenbosch 9,5 5,6 3,8
Heumen 3,5 2,3 1,2
Heusden 5,6 3,5 2,2
Hillegom 4,5 2,8 1,7
Hilvarenbeek 1,8 1,1 0,7
Hilversum 10,4 6,2 4,2
Hoeksche Waard 3,0 1,9 1,1
Hof van Twente 2,7 1,5 1,2
Het Hogeland 2,2 1,3 0,9
Hollands Kroon 2,3 1,5 0,8
Hoogeveen 3,8 2,2 1,6
Hoorn 10,4 6,0 4,4
Horst aan de Maas 1,3 0,8 0,5
Houten 6,4 4,1 2,2
Huizen 10,1 6,2 3,9
Hulst 1,7 1,1 0,7
IJsselstein 11,3 6,7 4,6
Kaag en Braassem 4,0 2,6 1,4
Kampen 3,6 2,2 1,5
Kapelle 2,1 1,3 0,9
Katwijk 3,1 1,9 1,2
Kerkrade 5,1 2,5 2,5
Koggenland 2,2 1,5 0,7
Krimpen aan den IJssel 8,0 4,9 3,0
Krimpenerwaard 4,6 2,9 1,7
Laarbeek 2,2 1,4 0,8
Land van Cuijk 4,1 2,5 1,6
Landgraaf 3,7 2,3 1,5
Landsmeer 7,2 4,9 2,3
Lansingerland 9,1 5,9 3,1
Laren (NH.) 6,2 4,0 2,2
Leeuwarden 5,9 3,3 2,6
Leiden 11,1 6,2 4,9
Leiderdorp 9,9 5,8 4,1
Leidschendam-Voorburg 12,3 6,8 5,4
Lelystad 17,5 9,7 7,8
Leudal 1,9 1,2 0,8
Leusden 5,6 3,7 1,9
Lingewaard 3,1 2,1 1,0
Lisse 3,3 2,0 1,3
Lochem 4,6 2,8 1,8
Loon op Zand 3,5 2,2 1,3
Lopik 3,8 2,6 1,2
Losser 2,7 1,7 1,1
Maasdriel 2,4 1,5 0,9
Maasgouw 2,2 1,2 1,0
Maashorst 5,5 3,3 2,2
Maassluis 16,8 10,0 6,8
Maastricht 6,1 3,1 3,1
Medemblik 3,6 2,2 1,4
Meerssen 2,2 1,5 0,7
Meierijstad 5,0 3,0 2,0
Meppel 4,6 2,7 1,9
Middelburg (Z.) 7,2 4,5 2,7
Midden-Delfland 4,8 3,0 1,8
Midden-Drenthe 2,3 1,5 0,8
Midden-Groningen 7,2 3,9 3,4
Moerdijk 4,0 2,5 1,6
Molenlanden 2,0 1,3 0,7
Montferland 2,8 1,6 1,2
Montfoort 3,8 2,5 1,4
Mook en Middelaar 3,2 2,0 1,2
Neder-Betuwe 2,4 1,6 0,9
Nederweert 1,5 0,9 0,6
Nieuwegein 14,0 8,4 5,6
Nieuwkoop 3,2 2,0 1,2
Nijkerk 5,3 3,3 2,0
Nijmegen 9,7 5,5 4,2
Nissewaard 13,1 7,5 5,6
Noardeast-Fryslân 1,3 0,8 0,5
Noord-Beveland 2,7 1,7 0,9
Noordenveld 2,4 1,5 0,9
Noordoostpolder 4,2 2,4 1,8
Noordwijk 3,9 2,5 1,3
Nuenen, Gerwen en Nederwetten 4,0 2,4 1,6
Nunspeet 1,8 1,2 0,7
Oegstgeest 7,1 4,6 2,5
Oirschot 2,1 1,1 1,0
Oisterwijk 3,2 1,9 1,3
Oldambt 2,5 1,4 1,2
Oldebroek 1,3 1,0 0,4
Oldenzaal 5,4 2,9 2,5
Olst-Wijhe 2,9 1,8 1,1
Ommen 1,3 0,8 0,5
Oost Gelre 1,8 1,1 0,7
Oosterhout 10,1 6,2 3,9
Ooststellingwerf 2,3 1,6 0,8
Oostzaan 5,2 3,5 1,8
Opmeer 2,0 1,3 0,7
Opsterland 1,6 1,0 0,6
Oss 8,0 4,7 3,3
Oude IJsselstreek 5,1 2,9 2,2
Ouder-Amstel 10,5 6,3 4,2
Oudewater 2,6 1,5 1,0
Overbetuwe 4,4 3,0 1,4
Papendrecht 8,3 5,3 3,1
Peel en Maas 2,4 1,5 1,0
Pekela 1,9 1,0 1,0
Pijnacker-Nootdorp 9,7 6,1 3,6
Purmerend 11,4 6,6 4,8
Putten 2,2 1,4 0,8
Raalte 2,1 1,3 0,8
Reimerswaal 2,4 1,4 1,1
Renkum 5,5 3,4 2,0
Renswoude 1,8 1,1 0,7
Reusel-De Mierden 1,2 0,7 0,4
Rheden 7,0 4,3 2,8
Rhenen 4,7 3,1 1,6
Ridderkerk 10,8 6,7 4,1
Rijssen-Holten 3,7 2,1 1,6
Rijswijk (ZH.) 18,6 10,7 7,9
Roerdalen 2,3 1,4 0,9
Roermond 10,7 6,0 4,7
De Ronde Venen 6,6 4,2 2,3
Roosendaal 11,2 6,6 4,6
Rotterdam 28,1 14,4 13,7
Rozendaal 5,8 4,0 1,8
Rucphen 2,7 1,8 0,9
Schagen 2,8 1,8 1,0
Scherpenzeel 2,0 1,3 0,7
Schiedam 22,5 12,7 9,8
Schiermonnikoog 1,9 1,3 0,5
Schouwen-Duiveland 2,1 1,4 0,7
Simpelveld 1,2 0,7 0,5
Sint-Michielsgestel 2,4 1,7 0,8
Sittard-Geleen 6,1 3,5 2,6
Sliedrecht 6,7 3,8 2,9
Sluis 1,7 0,9 0,9
Smallingerland 3,5 2,1 1,4
Soest 11,4 6,9 4,6
Someren 1,8 1,1 0,7
Son en Breugel 3,9 2,5 1,3
Stadskanaal 2,0 1,1 0,9
Staphorst 1,0 0,5 0,5
Stede Broec 3,3 1,9 1,4
Steenbergen 3,0 1,8 1,1
Steenwijkerland 2,6 1,6 1,0
Stein (L.) 3,4 2,0 1,3
Stichtse Vecht 8,1 5,0 3,1
Súdwest-Fryslân 2,4 1,5 1,0
Terneuzen 5,6 2,9 2,7
Terschelling 2,9 2,1 0,8
Texel 2,0 1,3 0,7
Teylingen 4,5 2,9 1,6
Tholen 2,2 1,3 1,0
Tiel 14,7 8,8 5,9
Tilburg 12,5 6,9 5,7
Tubbergen 0,6 0,4 0,2
Twenterand 1,0 0,6 0,4
Tynaarlo 2,6 1,7 0,8
Tytsjerksteradiel 1,5 0,9 0,6
Uitgeest 3,7 2,6 1,1
Uithoorn 9,9 6,2 3,8
Urk 0,8 0,5 0,4
Utrecht (gemeente) 17,5 10,1 7,5
Utrechtse Heuvelrug 6,5 4,1 2,4
Vaals 2,3 0,8 1,4
Valkenburg aan de Geul 2,5 1,6 0,9
Valkenswaard 3,3 1,9 1,4
Veendam 6,1 3,3 2,8
Veenendaal 9,4 5,6 3,7
Veere 1,9 1,3 0,6
Veldhoven 5,1 2,6 2,5
Velsen 6,6 4,2 2,5
Venlo 9,7 5,4 4,3
Venray 6,6 3,6 3,0
Vijfheerenlanden 10,0 6,4 3,6
Vlaardingen 17,2 10,1 7,1
Vlieland 2,6 1,8 0,7
Vlissingen 10,1 5,8 4,3
Voerendaal 2,1 1,3 0,8
Voorne aan Zee 6,9 4,3 2,6
Voorschoten 7,7 4,7 3,0
Voorst 3,3 2,1 1,2
Vught 5,0 3,4 1,6
Waadhoeke 1,9 1,1 0,8
Waalre 5,1 2,8 2,3
Waalwijk 7,4 4,4 3,0
Waddinxveen 9,1 5,8 3,3
Wageningen 6,3 3,0 3,4
Wassenaar 7,1 4,4 2,8
Waterland 3,8 2,6 1,1
Weert 7,8 4,3 3,5
West Betuwe 3,0 1,9 1,1
West Maas en Waal 2,1 1,5 0,6
Westerkwartier 2,2 1,3 0,9
Westerveld 2,4 1,4 1,0
Westervoort 7,7 5,0 2,7
Westerwolde 2,5 1,1 1,4
Westland 5,7 3,5 2,2
Weststellingwerf 2,6 1,6 1,1
Wierden 2,7 1,7 1,0
Wijchen 4,1 2,4 1,6
Wijdemeren 5,0 3,3 1,7
Wijk bij Duurstede 4,6 3,0 1,5
Winterswijk 4,0 2,4 1,6
Woensdrecht 2,8 1,8 1,0
Woerden 7,0 4,4 2,7
De Wolden 1,4 0,9 0,5
Wormerland 6,1 3,7 2,3
Woudenberg 3,4 2,2 1,2
Zaanstad 18,6 10,8 7,7
Zaltbommel 4,6 2,8 1,8
Zandvoort 6,3 4,1 2,2
Zeewolde 4,7 3,1 1,6
Zeist 11,8 7,1 4,7
Zevenaar 5,0 3,1 1,9
Zoetermeer 17,5 10,1 7,5
Zoeterwoude 5,5 3,5 1,9
Zuidplas 8,9 5,8 3,1
Zundert 2,2 1,4 0,8
Zutphen 7,7 4,8 3,0
Zwartewaterland 1,3 0,7 0,5
Zwijndrecht 11,8 6,9 4,9
Zwolle 7,3 4,4 2,9

Mensen afkomstig uit nieuwe EU-landen meer verspreid over Nederland

Mensen uit de nieuwe EU-landen wonen in vergelijking met de vijf grootste Buiten-Europese herkomstlanden minder geconcentreerd in de grote steden en meer verspreid over Nederland. Toch woont bijna een kwart van de migranten uit een van de nieuwe EU-landen in een van de vier grote steden, vooral in Den Haag. Onder de tweede generatie met een herkomst uit de nieuwe EU-landen is dit een vijfde.

Gebieden met veel agrarische bedrijvigheid worden gekenmerkt door een in verhouding hoog aandeel mensen met een herkomst uit de nieuwe EU-landen. Op 1 januari 2024 had Vlieland het grootste aandeel inwoners uit nieuwe EU-landen (bijna 8 procent). Hiervan is het overgrote deel ook geboren in een nieuw EU-land. Ook in het Westland, de Kop van Noord-Holland, de Bollenstreek, Flevoland, grote delen van Noord-Brabant en Noord-Limburg wonen verhoudings­gewijs veel inwoners uit nieuwe EU-landen.

2.4.1b Inwoners met een herkomst uit de nieuwe EU-landen, 1 januari 2024
Gemeentenaam Totaal Nieuwe EU Geboren in Nederland Geboren in buitenland
Aa en Hunze 0,4 0,2 0,2
Aalsmeer 5,1 0,8 4,3
Aalten 0,7 0,2 0,5
Achtkarspelen 0,5 0,2 0,3
Alblasserdam 1,1 0,3 0,8
Albrandswaard 1,2 0,5 0,7
Alkmaar 1,6 0,5 1,1
Almelo 3,0 0,5 2,5
Almere 2,4 0,7 1,7
Alphen aan den Rijn 3,1 0,7 2,4
Alphen-Chaam 2,2 0,6 1,6
Altena 2,7 0,4 2,3
Ameland 2,5 0,3 2,2
Amersfoort 1,2 0,4 0,8
Amstelveen 2,9 0,7 2,1
Amsterdam 3,3 0,6 2,7
Apeldoorn 1,5 0,4 1,1
Arnhem 2,1 0,5 1,6
Assen 0,9 0,3 0,6
Asten 4,2 0,7 3,5
Baarle-Nassau 1,9 0,4 1,5
Baarn 1,2 0,4 0,8
Barendrecht 1,2 0,4 0,7
Barneveld 1,0 0,2 0,8
Beek (L.) 1,1 0,4 0,7
Beekdaelen 1,3 0,6 0,7
Beesel 2,2 0,7 1,6
Berg en Dal 1,2 0,3 0,8
Bergeijk 2,5 0,4 2,1
Bergen (L.) 2,2 0,7 1,5
Bergen (NH.) 0,9 0,3 0,6
Bergen op Zoom 3,0 0,6 2,5
Berkelland 0,8 0,2 0,5
Bernheze 2,8 0,4 2,4
Best 3,7 0,6 3,1
Beuningen 0,9 0,3 0,6
Beverwijk 4,5 1,0 3,6
De Bilt 1,0 0,4 0,6
Bladel 2,6 0,4 2,2
Blaricum 1,0 0,4 0,5
Bloemendaal 1,1 0,4 0,7
Bodegraven-Reeuwijk 2,3 0,5 1,8
Boekel 3,0 0,7 2,4
Borger-Odoorn 0,6 0,2 0,3
Borne 0,7 0,3 0,4
Borsele 2,0 0,6 1,4
Boxtel 3,8 0,6 3,3
Breda 2,8 0,6 2,3
Bronckhorst 0,5 0,2 0,3
Brummen 0,7 0,3 0,5
Brunssum 2,4 1,0 1,4
Bunnik 1,2 0,4 0,8
Bunschoten 3,5 0,6 2,9
Buren 2,4 0,4 2,0
Capelle aan den IJssel 2,3 0,7 1,7
Castricum 0,8 0,3 0,4
Coevorden 0,8 0,3 0,6
Cranendonck 2,3 0,5 1,8
Culemborg 1,8 0,5 1,4
Dalfsen 1,3 0,3 1,1
Dantumadiel 0,4 0,1 0,2
Delft 3,4 0,7 2,7
Deurne 2,9 0,5 2,4
Deventer 1,9 0,4 1,5
Diemen 3,5 0,8 2,7
Dijk en Waard 1,9 0,6 1,3
Dinkelland 0,7 0,3 0,4
Doesburg 1,0 0,3 0,7
Doetinchem 1,0 0,3 0,6
Dongen 3,3 0,6 2,7
Dordrecht 3,6 0,8 2,9
Drechterland 3,8 0,8 3,0
Drimmelen 2,7 0,5 2,2
Dronten 3,9 0,8 3,1
Druten 1,9 0,5 1,4
Duiven 1,1 0,4 0,8
Echt-Susteren 2,1 0,6 1,5
Edam-Volendam 0,6 0,2 0,4
Ede 1,5 0,3 1,2
Eemnes 0,7 0,2 0,4
Eemsdelta 1,2 0,3 0,9
Eersel 1,8 0,3 1,5
Eijsden-Margraten 0,9 0,4 0,6
Eindhoven 4,7 0,7 3,9
Elburg 1,1 0,2 0,9
Emmen 1,3 0,4 0,9
Enkhuizen 4,6 0,9 3,6
Enschede 2,2 0,5 1,7
Epe 1,0 0,2 0,8
Ermelo 1,3 0,3 1,0
Etten-Leur 3,0 0,8 2,3
De Fryske Marren 1,0 0,3 0,7
Geertruidenberg 2,0 0,5 1,5
Geldrop-Mierlo 2,3 0,5 1,8
Gemert-Bakel 3,6 0,6 3,0
Gennep 1,7 0,3 1,4
Gilze en Rijen 2,3 0,6 1,7
Goeree-Overflakkee 1,4 0,4 1,0
Goes 2,0 0,5 1,5
Goirle 1,1 0,3 0,8
Gooise Meren 1,6 0,5 1,1
Gorinchem 2,4 0,5 1,9
Gouda 2,9 0,6 2,3
's-Gravenhage (gemeente) 7,5 1,2 6,3
Groningen (gemeente) 2,5 0,4 2,1
Gulpen-Wittem 1,0 0,2 0,8
Haaksbergen 0,7 0,3 0,4
Haarlem 3,1 0,7 2,4
Haarlemmermeer 2,7 0,7 2,0
Halderberge 3,6 0,7 2,9
Hardenberg 0,7 0,2 0,5
Harderwijk 1,7 0,4 1,3
Hardinxveld-Giessendam 1,2 0,2 1,0
Harlingen 1,5 0,4 1,2
Hattem 0,5 0,2 0,3
Heemskerk 1,7 0,5 1,2
Heemstede 1,5 0,5 1,0
Heerde 0,6 0,2 0,4
Heerenveen 0,9 0,3 0,7
Heerlen 3,2 1,0 2,2
Heeze-Leende 1,7 0,4 1,4
Heiloo 0,8 0,3 0,5
Den Helder 1,6 0,4 1,2
Hellendoorn 0,5 0,2 0,3
Helmond 7,0 1,4 5,6
Hendrik-Ido-Ambacht 1,0 0,4 0,6
Hengelo (O.) 1,4 0,4 1,0
's-Hertogenbosch 1,9 0,4 1,5
Heumen 1,1 0,4 0,7
Heusden 3,4 0,6 2,8
Hillegom 5,2 1,1 4,1
Hilvarenbeek 1,2 0,2 1,0
Hilversum 2,9 0,6 2,3
Hoeksche Waard 1,0 0,4 0,7
Hof van Twente 1,3 0,3 1,0
Het Hogeland 0,7 0,2 0,6
Hollands Kroon 4,5 0,8 3,7
Hoogeveen 1,7 0,3 1,4
Hoorn 3,3 0,7 2,6
Horst aan de Maas 5,2 0,8 4,4
Houten 1,0 0,4 0,6
Huizen 1,2 0,4 0,7
Hulst 1,5 0,3 1,2
IJsselstein 1,3 0,5 0,8
Kaag en Braassem 3,0 0,8 2,1
Kampen 1,1 0,2 0,9
Kapelle 1,6 0,3 1,3
Katwijk 1,7 0,4 1,4
Kerkrade 3,3 0,9 2,4
Koggenland 1,5 0,4 1,0
Krimpen aan den IJssel 1,1 0,4 0,7
Krimpenerwaard 1,3 0,3 0,9
Laarbeek 2,4 0,5 1,8
Land van Cuijk 1,8 0,4 1,4
Landgraaf 1,8 0,7 1,1
Landsmeer 1,2 0,5 0,7
Lansingerland 1,6 0,6 0,9
Laren (NH.) 1,1 0,4 0,7
Leeuwarden 1,8 0,4 1,4
Leiden 2,6 0,5 2,1
Leiderdorp 1,3 0,5 0,9
Leidschendam-Voorburg 2,5 0,7 1,8
Lelystad 4,6 1,0 3,6
Leudal 3,1 0,6 2,5
Leusden 0,8 0,3 0,5
Lingewaard 1,0 0,3 0,7
Lisse 2,9 0,7 2,3
Lochem 0,6 0,2 0,4
Loon op Zand 2,6 0,5 2,0
Lopik 1,7 0,4 1,3
Losser 0,9 0,3 0,6
Maasdriel 7,0 0,8 6,2
Maasgouw 1,9 0,4 1,4
Maashorst 2,7 0,6 2,2
Maassluis 3,7 0,9 2,8
Maastricht 2,7 0,4 2,3
Medemblik 4,2 0,9 3,3
Meerssen 1,0 0,3 0,7
Meierijstad 3,6 0,6 3,0
Meppel 1,0 0,3 0,7
Middelburg (Z.) 1,7 0,4 1,3
Midden-Delfland 1,3 0,5 0,8
Midden-Drenthe 0,8 0,2 0,5
Midden-Groningen 1,7 0,4 1,3
Moerdijk 2,9 0,7 2,3
Molenlanden 1,5 0,3 1,2
Montferland 1,2 0,3 0,9
Montfoort 1,4 0,3 1,1
Mook en Middelaar 1,0 0,3 0,7
Neder-Betuwe 3,0 0,4 2,6
Nederweert 2,6 0,4 2,2
Nieuwegein 2,0 0,6 1,5
Nieuwkoop 3,0 0,7 2,4
Nijkerk 1,8 0,4 1,4
Nijmegen 1,6 0,4 1,3
Nissewaard 2,9 0,8 2,1
Noardeast-Fryslân 0,8 0,3 0,5
Noord-Beveland 2,3 0,4 1,9
Noordenveld 0,5 0,2 0,4
Noordoostpolder 6,4 1,0 5,4
Noordwijk 4,7 0,9 3,9
Nuenen, Gerwen en Nederwetten 1,3 0,4 0,9
Nunspeet 0,9 0,2 0,6
Oegstgeest 2,2 0,6 1,5
Oirschot 1,7 0,2 1,5
Oisterwijk 1,4 0,3 1,1
Oldambt 1,3 0,5 0,8
Oldebroek 1,1 0,2 0,9
Oldenzaal 0,8 0,4 0,4
Olst-Wijhe 0,8 0,2 0,6
Ommen 2,0 0,2 1,8
Oost Gelre 0,6 0,2 0,4
Oosterhout 2,6 0,7 2,0
Ooststellingwerf 0,7 0,2 0,5
Oostzaan 0,8 0,3 0,5
Opmeer 3,0 0,5 2,5
Opsterland 0,5 0,2 0,3
Oss 5,0 0,8 4,2
Oude IJsselstreek 0,9 0,2 0,6
Ouder-Amstel 1,9 0,6 1,3
Oudewater 1,8 0,3 1,5
Overbetuwe 1,0 0,3 0,7
Papendrecht 1,5 0,4 1,1
Peel en Maas 4,1 0,5 3,6
Pekela 1,3 0,4 0,8
Pijnacker-Nootdorp 1,5 0,5 1,0
Purmerend 1,5 0,5 1,1
Putten 1,1 0,3 0,8
Raalte 0,7 0,2 0,6
Reimerswaal 5,3 0,8 4,4
Renkum 1,0 0,3 0,7
Renswoude 2,0 0,3 1,7
Reusel-De Mierden 2,1 0,4 1,7
Rheden 1,4 0,4 1,0
Rhenen 1,3 0,4 0,9
Ridderkerk 1,3 0,4 0,9
Rijssen-Holten 0,6 0,2 0,5
Rijswijk (ZH.) 3,5 0,9 2,6
Roerdalen 2,7 0,7 2,0
Roermond 3,5 0,7 2,8
De Ronde Venen 1,7 0,5 1,3
Roosendaal 5,5 0,9 4,6
Rotterdam 4,5 0,8 3,7
Rozendaal 0,8 0,3 0,5
Rucphen 3,0 0,6 2,4
Schagen 1,6 0,4 1,1
Scherpenzeel 1,4 0,2 1,3
Schiedam 7,3 1,2 6,1
Schiermonnikoog 3,2 0,5 2,7
Schouwen-Duiveland 1,4 0,3 1,1
Simpelveld 1,1 0,3 0,8
Sint-Michielsgestel 1,2 0,3 0,9
Sittard-Geleen 2,0 0,6 1,4
Sliedrecht 1,3 0,4 0,9
Sluis 2,6 0,3 2,3
Smallingerland 0,8 0,3 0,5
Soest 1,2 0,3 0,9
Someren 3,8 0,7 3,1
Son en Breugel 1,9 0,6 1,4
Stadskanaal 0,8 0,3 0,5
Staphorst 1,1 0,2 0,9
Stede Broec 4,5 1,1 3,4
Steenbergen 4,7 0,8 3,9
Steenwijkerland 1,5 0,3 1,2
Stein (L.) 1,0 0,4 0,6
Stichtse Vecht 1,5 0,5 1,0
Súdwest-Fryslân 0,7 0,2 0,4
Terneuzen 3,3 0,5 2,8
Terschelling 1,1 0,1 1,0
Texel 1,6 0,4 1,2
Teylingen 2,5 0,7 1,8
Tholen 2,5 0,5 2,0
Tiel 4,3 0,7 3,6
Tilburg 5,9 0,9 5,0
Tubbergen 0,4 0,1 0,3
Twenterand 0,6 0,2 0,4
Tynaarlo 0,5 0,2 0,2
Tytsjerksteradiel 0,4 0,1 0,2
Uitgeest 1,1 0,5 0,7
Uithoorn 4,0 0,9 3,1
Urk 0,8 0,1 0,6
Utrecht (gemeente) 1,9 0,5 1,4
Utrechtse Heuvelrug 1,0 0,3 0,7
Vaals 3,9 0,4 3,6
Valkenburg aan de Geul 1,3 0,5 0,9
Valkenswaard 1,9 0,4 1,5
Veendam 0,9 0,3 0,7
Veenendaal 1,4 0,3 1,1
Veere 1,0 0,2 0,7
Veldhoven 2,2 0,6 1,6
Velsen 2,9 0,7 2,3
Venlo 6,5 1,2 5,4
Venray 5,5 0,9 4,6
Vijfheerenlanden 1,6 0,4 1,2
Vlaardingen 5,4 1,0 4,4
Vlieland 7,7 0,6 7,0
Vlissingen 4,0 0,8 3,2
Voerendaal 1,0 0,5 0,5
Voorne aan Zee 1,9 0,5 1,4
Voorschoten 1,5 0,4 1,0
Voorst 0,5 0,2 0,3
Vught 1,2 0,3 0,9
Waadhoeke 1,8 0,4 1,4
Waalre 2,3 0,8 1,6
Waalwijk 5,8 0,9 4,9
Waddinxveen 3,1 0,7 2,4
Wageningen 1,7 0,4 1,3
Wassenaar 2,4 0,7 1,8
Waterland 0,8 0,3 0,5
Weert 3,6 0,7 3,0
West Betuwe 2,0 0,4 1,6
West Maas en Waal 2,0 0,4 1,6
Westerkwartier 0,8 0,2 0,5
Westerveld 0,5 0,2 0,3
Westervoort 1,1 0,4 0,7
Westerwolde 0,7 0,3 0,5
Westland 4,9 0,8 4,1
Weststellingwerf 0,9 0,3 0,7
Wierden 0,6 0,2 0,4
Wijchen 1,0 0,3 0,7
Wijdemeren 1,4 0,4 1,0
Wijk bij Duurstede 0,8 0,3 0,6
Winterswijk 0,9 0,2 0,7
Woensdrecht 2,8 0,6 2,2
Woerden 1,3 0,4 0,9
De Wolden 0,5 0,2 0,4
Wormerland 1,1 0,3 0,7
Woudenberg 0,8 0,3 0,5
Zaanstad 4,0 0,8 3,2
Zaltbommel 5,1 0,7 4,4
Zandvoort 3,2 0,8 2,4
Zeewolde 5,7 0,8 4,9
Zeist 1,3 0,4 0,9
Zevenaar 1,3 0,4 1,0
Zoetermeer 2,0 0,6 1,4
Zoeterwoude 1,0 0,3 0,7
Zuidplas 1,9 0,6 1,3
Zundert 4,9 0,7 4,2
Zutphen 1,0 0,3 0,7
Zwartewaterland 2,3 0,4 1,9
Zwijndrecht 1,8 0,5 1,3
Zwolle 0,9 0,3 0,7

Ook mensen uit vluchtelingenlanden wonen gespreid over Nederland

Mensen met een herkomst in een van de vluchtelingenlanden wonen nog meer gespreid over Nederland dan mensen uit de nieuwe EU-landen: 1 op de 6 mensen woont in een van de vier grote steden. Het overgrote deel is migrant. Gemeenten in het oosten van het land en in de omliggende gemeenten van de vier grote steden hebben in verhouding een groot aantal inwoners uit een vluchtelingenland. In Zoetermeer is dat met ruim 5 procent het hoogst. Ook in Westerwolde wonen veel vluchtelingen, dit hangt samen met de aanwezigheid van het aanmeldcentrum Ter Apel in deze gemeente. Ook in Delft, Enschede, Almelo, Hengelo, Arnhem, Almere en Capelle aan den IJssel zijn relatief veel mensen met herkomst in een van de vluchtelingenlanden.

2.4.1c Inwoners met herkomst uit vluchtelingenlanden, 1 januari 2024
Gemeentenaam Totaal vluchtelingengroepen Geboren in Nederland Geboren in buitenland
Aa en Hunze 1,3 0,2 1,1
Aalsmeer 2,0 0,5 1,5
Aalten 1,2 0,2 1,0
Achtkarspelen 1,0 0,1 0,9
Alblasserdam 1,9 0,4 1,5
Albrandswaard 1,7 0,4 1,3
Alkmaar 2,6 0,6 2,0
Almelo 4,8 1,3 3,5
Almere 4,1 1,2 2,9
Alphen aan den Rijn 2,6 0,7 1,9
Alphen-Chaam 1,4 0,3 1,2
Altena 1,6 0,3 1,3
Ameland 0,3 0,1 0,2
Amersfoort 3,5 0,9 2,6
Amstelveen 2,7 0,7 2,1
Amsterdam 2,4 0,6 1,8
Apeldoorn 3,0 0,7 2,3
Arnhem 4,6 1,2 3,4
Assen 3,3 0,8 2,5
Asten 1,8 0,3 1,5
Baarle-Nassau 1,8 0,3 1,5
Baarn 2,3 0,6 1,7
Barendrecht 2,5 0,7 1,8
Barneveld 1,7 0,3 1,4
Beek (L.) 1,8 0,3 1,5
Beekdaelen 1,3 0,2 1,1
Beesel 1,6 0,3 1,3
Berg en Dal 1,8 0,4 1,5
Bergeijk 1,2 0,2 0,9
Bergen (L.) 1,4 0,1 1,3
Bergen (NH.) 1,3 0,3 1,1
Bergen op Zoom 2,6 0,7 1,9
Berkelland 1,3 0,2 1,1
Bernheze 1,2 0,2 1,0
Best 2,3 0,5 1,7
Beuningen 1,7 0,4 1,3
Beverwijk 3,6 1,1 2,5
De Bilt 2,0 0,5 1,5
Bladel 1,1 0,2 0,9
Blaricum 1,7 0,5 1,1
Bloemendaal 1,1 0,3 0,9
Bodegraven-Reeuwijk 1,8 0,4 1,4
Boekel 1,3 0,2 1,2
Borger-Odoorn 1,0 0,1 0,9
Borne 2,0 0,5 1,5
Borsele 1,0 0,2 0,8
Boxtel 1,9 0,4 1,5
Breda 2,3 0,5 1,8
Bronckhorst 1,1 0,2 1,0
Brummen 1,5 0,2 1,2
Brunssum 1,4 0,3 1,1
Bunnik 1,6 0,3 1,3
Bunschoten 1,6 0,4 1,3
Buren 1,0 0,2 0,9
Capelle aan den IJssel 4,1 1,1 3,1
Castricum 1,1 0,2 0,9
Coevorden 1,8 0,4 1,5
Cranendonck 2,2 0,3 1,9
Culemborg 1,8 0,4 1,4
Dalfsen 1,3 0,2 1,1
Dantumadiel 1,0 0,2 0,8
Delft 4,6 1,2 3,4
Deurne 1,6 0,3 1,3
Deventer 2,3 0,5 1,8
Diemen 2,6 0,7 1,9
Dijk en Waard 2,7 0,7 2,0
Dinkelland 1,1 0,2 0,9
Doesburg 1,6 0,2 1,4
Doetinchem 2,5 0,5 2,0
Dongen 1,5 0,4 1,1
Dordrecht 3,0 0,8 2,1
Drechterland 1,3 0,2 1,0
Drimmelen 1,6 0,3 1,3
Dronten 2,5 0,5 2,0
Druten 1,6 0,4 1,3
Duiven 2,5 0,5 2,0
Echt-Susteren 2,1 0,3 1,8
Edam-Volendam 1,7 0,4 1,3
Ede 2,1 0,5 1,6
Eemnes 1,8 0,5 1,4
Eemsdelta 1,8 0,3 1,4
Eersel 1,5 0,3 1,2
Eijsden-Margraten 1,3 0,3 1,1
Eindhoven 3,5 0,9 2,6
Elburg 1,5 0,3 1,2
Emmen 1,9 0,4 1,5
Enkhuizen 1,3 0,2 1,1
Enschede 5,1 1,6 3,6
Epe 1,6 0,3 1,3
Ermelo 1,9 0,4 1,5
Etten-Leur 2,1 0,5 1,6
De Fryske Marren 1,5 0,3 1,2
Geertruidenberg 1,6 0,3 1,3
Geldrop-Mierlo 2,5 0,7 1,8
Gemert-Bakel 1,5 0,3 1,2
Gennep 1,2 0,2 1,0
Gilze en Rijen 3,3 0,4 2,9
Goeree-Overflakkee 1,3 0,2 1,1
Goes 2,1 0,5 1,7
Goirle 1,5 0,3 1,3
Gooise Meren 1,7 0,4 1,3
Gorinchem 3,1 0,7 2,4
Gouda 2,3 0,4 1,8
's-Gravenhage (gemeente) 3,0 0,7 2,3
Groningen (gemeente) 2,8 0,7 2,1
Gulpen-Wittem 1,3 0,3 1,0
Haaksbergen 1,7 0,4 1,3
Haarlem 2,5 0,7 1,9
Haarlemmermeer 2,7 0,7 2,0
Halderberge 1,9 0,4 1,5
Hardenberg 1,8 0,3 1,5
Harderwijk 2,2 0,5 1,8
Hardinxveld-Giessendam 1,8 0,4 1,5
Harlingen 1,9 0,4 1,6
Hattem 1,7 0,3 1,4
Heemskerk 3,6 1,0 2,6
Heemstede 1,6 0,4 1,2
Heerde 1,5 0,3 1,1
Heerenveen 2,1 0,5 1,6
Heerlen 3,0 0,6 2,4
Heeze-Leende 1,5 0,3 1,2
Heiloo 1,8 0,3 1,5
Den Helder 2,0 0,5 1,6
Hellendoorn 1,5 0,2 1,2
Helmond 2,4 0,6 1,8
Hendrik-Ido-Ambacht 2,3 0,6 1,7
Hengelo (O.) 4,7 1,4 3,4
's-Hertogenbosch 2,6 0,6 2,0
Heumen 2,1 0,6 1,6
Heusden 1,6 0,3 1,3
Hillegom 1,8 0,5 1,4
Hilvarenbeek 1,1 0,2 0,9
Hilversum 2,4 0,6 1,8
Hoeksche Waard 1,6 0,3 1,3
Hof van Twente 1,5 0,2 1,3
Het Hogeland 1,8 0,3 1,6
Hollands Kroon 1,3 0,2 1,0
Hoogeveen 2,7 0,5 2,2
Hoorn 2,7 0,7 2,0
Horst aan de Maas 1,4 0,2 1,1
Houten 2,1 0,5 1,6
Huizen 2,4 0,5 1,9
Hulst 1,0 0,2 0,9
IJsselstein 2,2 0,6 1,6
Kaag en Braassem 1,9 0,5 1,4
Kampen 1,9 0,4 1,5
Kapelle 1,1 0,2 0,9
Katwijk 2,2 0,6 1,7
Kerkrade 2,2 0,5 1,7
Koggenland 1,4 0,3 1,2
Krimpen aan den IJssel 3,1 0,7 2,4
Krimpenerwaard 1,6 0,3 1,3
Laarbeek 1,4 0,2 1,2
Land van Cuijk 1,7 0,3 1,3
Landgraaf 1,8 0,4 1,4
Landsmeer 2,1 0,6 1,5
Lansingerland 2,0 0,5 1,5
Laren (NH.) 1,5 0,3 1,2
Leeuwarden 2,9 0,8 2,1
Leiden 2,8 0,7 2,1
Leiderdorp 2,9 0,7 2,1
Leidschendam-Voorburg 3,8 1,0 2,8
Lelystad 2,8 0,8 2,0
Leudal 1,5 0,2 1,3
Leusden 2,2 0,5 1,7
Lingewaard 1,7 0,4 1,4
Lisse 2,0 0,5 1,5
Lochem 1,4 0,2 1,2
Loon op Zand 1,5 0,3 1,2
Lopik 1,7 0,3 1,4
Losser 1,8 0,4 1,4
Maasdriel 1,2 0,3 1,0
Maasgouw 1,3 0,2 1,1
Maashorst 1,7 0,3 1,4
Maassluis 3,1 0,9 2,2
Maastricht 2,7 0,5 2,2
Medemblik 1,6 0,3 1,3
Meerssen 1,2 0,2 1,0
Meierijstad 1,8 0,4 1,5
Meppel 2,2 0,5 1,7
Middelburg (Z.) 2,8 0,7 2,1
Midden-Delfland 2,0 0,4 1,6
Midden-Drenthe 1,2 0,2 1,0
Midden-Groningen 1,7 0,3 1,4
Moerdijk 1,6 0,3 1,3
Molenlanden 1,3 0,2 1,0
Montferland 1,7 0,4 1,4
Montfoort 1,7 0,3 1,4
Mook en Middelaar 1,7 0,2 1,5
Neder-Betuwe 1,4 0,2 1,2
Nederweert 1,4 0,2 1,2
Nieuwegein 3,0 0,8 2,2
Nieuwkoop 1,7 0,3 1,4
Nijkerk 1,9 0,5 1,5
Nijmegen 3,4 0,8 2,6
Nissewaard 2,3 0,6 1,7
Noardeast-Fryslân 1,1 0,2 0,9
Noord-Beveland 1,2 0,1 1,1
Noordenveld 1,4 0,3 1,1
Noordoostpolder 2,4 0,4 2,0
Noordwijk 1,8 0,3 1,5
Nuenen, Gerwen en Nederwetten 1,7 0,4 1,3
Nunspeet 1,5 0,3 1,2
Oegstgeest 2,3 0,4 1,9
Oirschot 1,5 0,3 1,2
Oisterwijk 2,3 0,3 2,0
Oldambt 1,5 0,3 1,2
Oldebroek 1,3 0,2 1,0
Oldenzaal 2,4 0,6 1,8
Olst-Wijhe 1,2 0,2 1,0
Ommen 1,5 0,2 1,3
Oost Gelre 1,3 0,2 1,1
Oosterhout 2,2 0,6 1,6
Ooststellingwerf 1,2 0,2 1,0
Oostzaan 2,4 0,6 1,8
Opmeer 1,4 0,3 1,1
Opsterland 0,9 0,1 0,8
Oss 2,1 0,5 1,7
Oude IJsselstreek 1,5 0,3 1,2
Ouder-Amstel 2,0 0,4 1,6
Oudewater 1,7 0,3 1,4
Overbetuwe 1,9 0,5 1,4
Papendrecht 2,9 0,8 2,1
Peel en Maas 1,1 0,2 0,9
Pekela 1,2 0,2 1,0
Pijnacker-Nootdorp 2,4 0,5 1,8
Purmerend 2,7 0,7 2,0
Putten 1,6 0,3 1,3
Raalte 1,5 0,3 1,2
Reimerswaal 1,2 0,2 0,9
Renkum 2,2 0,5 1,7
Renswoude 1,5 0,3 1,2
Reusel-De Mierden 1,2 0,3 1,0
Rheden 2,3 0,4 1,8
Rhenen 2,0 0,4 1,6
Ridderkerk 3,3 0,9 2,4
Rijssen-Holten 2,0 0,4 1,6
Rijswijk (ZH.) 3,9 1,1 2,9
Roerdalen 1,4 0,2 1,2
Roermond 2,9 0,7 2,2
De Ronde Venen 1,8 0,4 1,4
Roosendaal 2,4 0,5 1,9
Rotterdam 3,1 0,8 2,3
Rozendaal 1,3 0,2 1,1
Rucphen 1,2 0,2 0,9
Schagen 1,6 0,3 1,3
Scherpenzeel 1,5 0,3 1,3
Schiedam 2,6 0,7 1,8
Schiermonnikoog 0,2 0,2 0,0
Schouwen-Duiveland 1,4 0,3 1,1
Simpelveld 1,1 0,2 1,0
Sint-Michielsgestel 1,6 0,3 1,3
Sittard-Geleen 2,1 0,5 1,6
Sliedrecht 2,6 0,7 1,9
Sluis 1,2 0,1 1,0
Smallingerland 2,7 0,7 2,0
Soest 2,4 0,6 1,8
Someren 1,7 0,3 1,4
Son en Breugel 1,5 0,4 1,0
Stadskanaal 1,6 0,3 1,4
Staphorst 1,2 0,2 1,0
Stede Broec 1,6 0,4 1,2
Steenbergen 1,8 0,3 1,5
Steenwijkerland 1,5 0,3 1,2
Stein (L.) 1,4 0,2 1,2
Stichtse Vecht 1,9 0,4 1,5
Súdwest-Fryslân 1,8 0,3 1,5
Terneuzen 1,6 0,4 1,2
Terschelling 0,0 0,0 0,0
Texel 1,6 0,4 1,2
Teylingen 1,8 0,4 1,4
Tholen 1,0 0,2 0,9
Tiel 2,9 0,8 2,2
Tilburg 3,0 0,9 2,1
Tubbergen 0,8 0,1 0,7
Twenterand 1,3 0,2 1,1
Tynaarlo 1,6 0,3 1,3
Tytsjerksteradiel 1,4 0,2 1,1
Uitgeest 2,1 0,5 1,6
Uithoorn 2,2 0,6 1,6
Urk 1,1 0,2 0,9
Utrecht (gemeente) 2,7 0,6 2,1
Utrechtse Heuvelrug 1,9 0,4 1,6
Vaals 2,6 0,4 2,2
Valkenburg aan de Geul 1,3 0,2 1,1
Valkenswaard 1,5 0,3 1,2
Veendam 1,6 0,3 1,3
Veenendaal 3,2 0,9 2,3
Veere 0,7 0,1 0,6
Veldhoven 2,1 0,4 1,7
Velsen 3,0 0,8 2,2
Venlo 2,4 0,5 1,9
Venray 2,2 0,5 1,7
Vijfheerenlanden 2,2 0,5 1,7
Vlaardingen 3,4 1,1 2,3
Vlieland 0,2 0,0 0,2
Vlissingen 2,3 0,4 1,8
Voerendaal 1,2 0,2 1,0
Voorne aan Zee 1,6 0,3 1,2
Voorschoten 2,4 0,5 1,9
Voorst 1,4 0,2 1,2
Vught 1,8 0,4 1,4
Waadhoeke 1,3 0,2 1,2
Waalre 1,8 0,4 1,3
Waalwijk 2,3 0,6 1,7
Waddinxveen 2,0 0,6 1,4
Wageningen 2,7 0,5 2,2
Wassenaar 3,7 0,7 2,9
Waterland 1,5 0,4 1,2
Weert 2,2 0,5 1,7
West Betuwe 1,5 0,3 1,2
West Maas en Waal 1,0 0,1 0,9
Westerkwartier 1,2 0,2 0,9
Westerveld 0,9 0,1 0,8
Westervoort 3,5 1,0 2,5
Westerwolde 4,5 0,2 4,3
Westland 1,7 0,4 1,4
Weststellingwerf 1,2 0,3 0,9
Wierden 1,3 0,3 1,1
Wijchen 1,7 0,3 1,4
Wijdemeren 1,6 0,4 1,2
Wijk bij Duurstede 1,7 0,4 1,3
Winterswijk 2,7 0,5 2,2
Woensdrecht 1,4 0,2 1,2
Woerden 1,9 0,4 1,5
De Wolden 1,0 0,2 0,9
Wormerland 2,2 0,5 1,7
Woudenberg 2,6 0,7 2,0
Zaanstad 2,6 0,6 1,9
Zaltbommel 1,3 0,2 1,0
Zandvoort 2,0 0,5 1,5
Zeewolde 2,2 0,5 1,7
Zeist 2,6 0,5 2,0
Zevenaar 1,6 0,4 1,2
Zoetermeer 5,5 1,7 3,8
Zoeterwoude 1,7 0,4 1,3
Zuidplas 2,0 0,5 1,5
Zundert 1,6 0,3 1,3
Zutphen 2,3 0,4 1,8
Zwartewaterland 1,2 0,2 1,0
Zwijndrecht 3,5 1,0 2,5
Zwolle 3,1 0,8 2,3

Noten

Manting, D., Van der Star, M., Stuart, M., Van Zoelen, S. & Blijie, B. (2022). Woningdelen of zelfstandig een woning huren of kopen. De woonsituatie van migrantenhuishoudens in de eerste jaren na aankomst in Nederland (2014–2018). PBL.

Tot de vluchtelingenlanden worden hier Afghanistan, Eritrea, Irak, Iran, Somalië en Syrië gerekend.

De nieuwe EU-landen zijn Bulgarije, Cyprus, Estland, Hongarije, Kroatië, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Roemenië, Slovenië, Slowakije en Tsjechië.

Ook andere factoren kunnen een rol spelen bij verschillen tussen groepen, zoals het lokale woningaanbod in een gemeente. Omdat de relatie tussen lokaal woningaanbod en individuele woonsituatie zeer complex is, en oorzaak en gevolg hierin niet eenduidig zijn, wordt in dit hoofdstuk alleen rekening gehouden met een aantal huishoudenskenmerken.

Een meergezinswoning is een woning in een pand waarin zich ook andere verblijfsobjecten bevinden (zoals een bedrijfsruimte) of andere woningen. Voorbeelden zijn appartementen, boven- en benedenwoningen, woningen boven winkels en woningsplitsingen.

Per 1 jan 2022 wordt de WOZ-waarde van woningen mede bepaald op basis van het oppervlak van woningen zoals geregistreerd in de BAG (Basisregistratie Adressen en Gebouwen), voorheen werden kubieke meters gebruikt. Als gevolg hiervan heeft een harmonisatie plaatsgevonden van de oppervlakteregistraties in de BAG en de LV WOZ (landelijke voorziening waardering onroerende zaken) en is voor veel objecten de oppervlakte in de BAG administratief aangepast. Hoewel het gemiddelde niet noemenswaardig gewijzigd is, zijn op lokaal niveau wel grote veranderingen zichtbaar.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

niets (blanco) een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
0 (0,0) het cijfer is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
* voorlopige cijfers
** nader voorlopige cijfers
- (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
2016–2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/’17 oogstjaar, boekjaar, schooljaar, enz. beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2004/’05-2016/’17 oogstjaar enz., 2004/’05 tot en met 2016/’17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Redactie

Martine de Mooij, Dion Dieleman, Bram Hogendoorn, Kirsten van Houdt en Fijnanda van Klingeren

Eindredactie

Elma Wobma

Opmaak figuren

Bram Hogendoorn en Fijnanda van Klingeren

Monitordeel

  1. Bevolking
    Yannick Geel, Han Nicolaas, Dominique van Roon
  2. Wonen
    Aafke Heringa, Fijnanda van Klingeren, Han Nicolaas en Hans Vreeken
  3. Onderwijs
    Bram Hogendoorn, Irene Kuin, Francis van der Mooren
  4. Sociaaleconomische positie
    Frank Hoekema, Bram Hogendoorn, Paul Horikx, Sander van Schie en Eveline Vandewal
  5. Criminaliteit
    Bram Hogendoorn, Mathilde Kennis, Carlijn Verkleij en Wim Vissers
  6. Gezondheid
    Myrthe Jansen, Fijnanda van Klingeren, Floor van Oers, Carin Reep en Laura Voorrips
  7. Sociale samenhang en participatie
    Hans Schmeets

Verdiepend deel

  1. De invloed van het netwerk op taalvaardigheid van kinderen
    Marjolijn Das, Fijnanda van Klingeren en Jan van der Laan
  2. Loopbanen van afgestudeerden in hoog- en laagconjunctuur
    Karen van Hedel en Bram Hogendoorn
  3. Contact tussen buurtbewoners en opvattingen over diversiteit
    Bram Hogendoorn