Foto omschrijving: Arts licht rontgenfoto toe aan patiente.

Gezondheid

Migranten en mensen van de tweede generatie ervaren hun gezondheid doorgaans minder goed dan de gemiddelde bevolking. Er zijn echter ook duidelijke verschillen tussen en binnen herkomstgroepen in gezondheidsbeleving, rookgedrag, obesitas, zorgkosten en medicijn­gebruik.

6.1Ervaren gezondheid

De ervaren gezondheid neemt af met de leeftijd. Van de mensen tussen 18 en 40 jaar ervaart 77 procent de eigen gezondheid als goed of zeer goed, blijkt uit de Gezondheidsmonitor van 2022.noot1 Bij 40- tot 60‑jarigen is dat 71 procent, en bij 60- tot 85‑jarigen 63 procent. Migranten en mensen van de tweede generatie zijn minder positief over hun eigen gezondheid dan gemiddeld. Het grootste verschil is te zien bij 40- tot 60‑jarigen en 60- tot 85‑jarigen, waar migranten hun gezondheid minder vaak als (zeer) goed beoordelen. In deze leeftijdsgroepen zijn vooral Marokkaanse en Turkse migranten veel minder vaak positief over hun eigen gezondheid.

Migranten en tweede generatie minder positief over gezondheid

In de leeftijdsgroep van 18 tot 40 jaar ervaart 79 procent van de mensen met een Nederlandse herkomst hun gezondheid als (zeer) goed. Bij migranten (72 procent) en mensen van de tweede generatie (71 procent) is dat aandeel lager. Van de tweede generatie beoordelen mensen met een Turkse herkomst hun gezondheid met 63 procent het minst vaak, en die met een Indonesische herkomst met 80 procent het vaakst, als (zeer) goed.

6.1.1a Ervaren gezondheid 18- tot 40-jarigen1), naar herkomst, 2022 (% (zeer) goed)
Herkomstland Nederlandse herkomst Geboren in Nederland, één of twee ouders geboren in buitenland Geboren in buitenland
Totaal 79,4 71,1 71,5
Europa²⁾ . 73,7 73,2
Buiten-Europa . 70,3 70,6
Turkije . 62,6 69,2
Marokko . 67,9 63,8
Suriname . 73,6 64,7
Nederlandse Cariben . 70 64,4
Indonesië³⁾ . 80,1 .
Overig Buiten-Europa . 70,7 71,5
1) referentielijn: gemiddelde voor deze leeftijdsgroep
2) Europa exclusief Nederland
3) voor sommige groepen is het aantal geënquêteerde personen te klein voor publicatie

Grotere verschillen bij 40- tot 60‑jarige migranten

Ook bij 40- tot 60‑jarigen ervaren mensen met een Nederlandse herkomst hun gezondheid het vaakst als (zeer) goed (75 procent). Het verschil met migranten is in deze leeftijds­categorie groter: van de migranten ervaart 57 procent hun gezondheid als (zeer) goed, bij de tweede generatie is dat met 71 procent gelijk aan het totaal-gemiddelde. Turkse migranten zijn het minst positief over hun gezondheid (41 procent). Mensen van de tweede generatie ervaren hun gezondheid vaker als (zeer) goed dan migranten.

6.1.1b Ervaren gezondheid 40- tot 60-jarigen1), naar herkomst, 2022 (% (zeer) goed)
Herkomstland Nederlandse herkomst Geboren in Nederland, één of twee ouders geboren in buitenland Geboren in buitenland
Totaal 74,6 70,7 56,7
Europa²⁾ . 70,7 67,3
Buiten-Europa . 70,7 52,7
Turkije . 54,2 40,8
Marokko . 63,9 45,9
Suriname . 69,2 53,3
Nederlandse Cariben . 73,3 57,3
Indonesië . 73,4 67
Overig Buiten-Europa . 75 55,9
1) referentielijn: gemiddelde voor deze leeftijdsgroep
2) Europa exclusief Nederland

Marokkaanse oudere migranten minst positief over gezondheid

Van de 60- tot 85‑jarigen ervaren mensen met een Indonesische herkomst hun gezondheid vrijwel even vaak als (zeer) goed als mensen met een Nederlandse herkomst. Migranten met een Marokkaanse en Turkse herkomst zijn met 22 procent het minst positief over hun gezondheid.

6.1.1c Ervaren gezondheid 60- tot 85-jarigen1), naar herkomst, 2022 (% (zeer) goed)
Herkomstland Nederlandse herkomst Geboren in Nederland, één of twee ouders geboren in buitenland Geboren in buitenland
Totaal 65 62,6 48,7
Europa²⁾ . 59,3 55,3
Buiten-Europa . 68 46,4
Turkije³⁾ . . 22,1
Marokko³⁾ . . 21,6
Suriname³⁾ . . 41,5
Nederlandse Cariben³⁾ . . 50,7
Indonesië . 68 63,2
Overig Buiten-Europa . 67,3 46,9
1) referentielijn: gemiddelde voor deze leeftijdsgroep
2) Europa exclusief Nederland
3) voor sommige groepen is het aantal geënquêteerde personen te klein voor publicatie

De verschillen tussen herkomstgroepen in ervaren gezondheid hebben deels te maken met verschillen in de samenstelling van die groepen naar geslacht en onderwijsniveau. Als daarmee rekening wordt gehouden, dan blijken de verschillen tussen herkomstgroepen kleiner maar nog steeds statistisch significant.

Wat doen leeftijd, geslacht en onderwijsniveau ertoe?

De hier onderzochte herkomstgroepen zijn verschillend samengesteld qua leeftijd, geslacht en onderwijsniveau. Deze kenmerken kunnen van invloed zijn op de ervaren gezondheid. In dit hoofdstuk is daarom rekening gehouden met de samenstelling van iedere herkomst­groep. In de figuren worden de resultaten zo veel mogelijk per leeftijdscategorie getoond. Daarnaast wordt in meervoudige regressieanalyses ook rekening gehouden met verschillen tussen groepen qua geslacht en onderwijsniveau. Als gezondheidsverschillen tussen herkomstgroepen wegvallen na correctie voor geslacht en onderwijsniveau, wordt dat in de tekst vermeld.

Ervaren gezondheid in bijna alle herkomstgroepen minder goed dan in 2012

In bijna alle herkomstgroepen zijn in 2022 minder mensen positief over hun gezondheid dan tien jaar eerder. Boven de 60 jaar is de daling het kleinst.

Bij volwassenen tot 40 jaarnoot2 daalde het aandeel mensen met een (zeer) goede gezondheid van 87 procent in 2012 naar 77 procent in 2022. Onder migranten daalde het van 79 naar 72 procent. Voor Turkse migranten is het aandeel dat hun gezondheid als (zeer) goed ervaart gelijk gebleven met 69 procent. De afname is het grootst bij Nederlands-Caribische migranten, bij wie in 2012 nog 86 procent een (zeer) goede gezondheid ervoer, en in 2022 nog maar 64 procent.

6.1.1d Ervaren gezondheid 19- tot 40-jarigen1), naar herkomst, 2012 (% (zeer) goed)
Herkomstland Nederlandse herkomst Geboren in Nederland, één of twee ouders geboren in buitenland Geboren in buitenland
Totaal 89,1 83,5 79,1
Europa²⁾ . 86,5 86
Buiten-Europa . 82,6 76,4
Turkije . 75,7 69
Marokko . 83 72,2
Suriname . 79,1 76,4
Nederlandse Cariben . 87,3 85,8
Indonesië . 87,6 88,7
Overig Buiten-Europa . 84 77,7
1) referentielijn: gemiddelde voor deze leeftijdsgroep
2) Europa exclusief Nederland

Onder 40- tot 60-jarigen nam het aandeel dat hun gezondheid als (zeer) goed ervaart af van 77 procent in 2012 naar 71 procent in 2022. Bij migranten daalde het van 59 naar 57 procent, en bij de tweede generatie van 78 naar 71 procent.

6.1.1e Ervaren gezondheid 40- tot 60-jarigen1), naar herkomst, 2012 (% (zeer) goed)
Herkomstland Nederlandse herkomst Geboren in Nederland, één of twee ouders geboren in buitenland Geboren in buitenland
Totaal 80,6 78 59,2
Europa²⁾ . 76,2 70
Buiten-Europa . 79,3 56,3
Turkije³⁾ . . 39,4
Marokko³⁾ . . 45,2
Suriname . 72,3 64,7
Nederlandse Cariben³⁾ . . 58,3
Indonesië . 79,4 73,7
Overig Buiten-Europa . 84,4 59
1) referentielijn: gemiddelde voor deze leeftijdsgroep
2) Europa exclusief Nederland
3) voor sommige groepen is het aantal geënquêteerde personen te klein voor publicatie

Onder 60- tot 85‑jarigen is het aandeel mensen dat een (zeer) goede gezondheid ervaart in alle herkomstgroepen licht afgenomen of ongeveer gelijk gebleven. Gemiddeld nam het af van 65 procent in 2012 naar 63 procent in 2022.

6.1.1f Ervaren gezondheid 60- tot 85-jarigen1), naar herkomst, 2012 (% (zeer) goed)
Herkomstland Nederlandse herkomst Geboren in Nederland, één of twee ouders geboren in buitenland Geboren in buitenland
Totaal 66,3 64,7 50,6
Europa²⁾ . 62,6 57,1
Buiten-Europa . 75,5 48,1
Turkije³⁾ . . 23,5
Marokko³⁾ . . 19,7
Suriname³⁾ . . 40,1
Nederlandse Cariben³⁾ . . 59
Indonesië . 78,9 65,8
Overig Buiten-Europa . 64,1 40,8
1) referentielijn: gemiddelde voor deze leeftijdsgroep
2) Europa exclusief Nederland
3) voor sommige groepen is het aantal geënquêteerde personen te klein voor publicatie

6.2Roken

Het aandeel rokersnoot3 in 2022 verschilt per leeftijdsgroep: 22 procent van de 18- tot 40‑jarigen, 17 procent van de 40- tot 60‑jarigen en 11 procent van de 60- tot 85‑jarigen rookt.

Marokkaanse herkomstgroep rookt het minst, Turkse het meest

Migranten en mensen van de tweede generatie roken vaker dan gemiddeld. Bij de 18- tot 40‑jarigen roken migranten (31 procent) en de tweede generatie (28 procent) van Turkse herkomst het meest. Bij migranten (8 procent) en de tweede generatie (16 procent) van Marokkaanse herkomst zijn de minste rokers te vinden.

De verschillen tussen herkomstgroepen in het aandeel dat rookt, hebben deels te maken met verschillen in de samenstelling van die groepen naar geslacht en onderwijsniveau. Als daarmee rekening wordt gehouden, dan blijkt voor alle leeftijdsgroepen dat migranten en mensen van de tweede generatie met een Europese of Turkse herkomst vaker, en migranten met een Marokkaanse herkomst minder roken dan gemiddeld.

6.2.1a Rokers, 18- tot 40-jarigen1), naar herkomst, 2022 (%)
Herkomstland Nederlandse herkomst Geboren in Nederland, één of twee ouders geboren in buitenland Geboren in buitenland
Totaal 21,3 23,7 23,8
Europa²⁾ . 24,4 28,7
Buiten-Europa . 23,5 21
Turkije . 28,1 31,3
Marokko . 15,9 7,7
Suriname . 23,7 24,7
Nederlandse Cariben . 24,3 18,6
Indonesië³⁾ . 26,1 .
Overig Buiten-Europa . 22,5 20,4
1) referentielijn: gemiddelde voor deze leeftijdsgroep
2) Europa exclusief Nederland
3) voor sommige groepen is het aantal geënquêteerde personen te klein voor publicatie
6.2.1b Rokers, 40- tot 60-jarigen1), naar herkomst, 2022 (%)
Herkomstland Nederlandse herkomst Geboren in Nederland, één of twee ouders geboren in buitenland Geboren in buitenland
Totaal 15,2 19,6 20,8
Europa²⁾ . 20 23,2
Buiten-Europa . 19,3 19,8
Turkije . 34,4 32,6
Marokko . 21,8 15,4
Suriname . 24 24,1
Nederlandse Cariben . 13,2 20,8
Indonesië . 17,8 15,1
Overig Buiten-Europa . 11 16,7
1) referentielijn: gemiddelde voor deze leeftijdsgroep
2) Europa exclusief Nederland
6.2.1c Rokers, 60- tot 85-jarigen1), naar herkomst, 2022 (%)
Herkomstland Nederlandse herkomst Geboren in Nederland, één of twee ouders geboren in buitenland Geboren in buitenland
Totaal 10,9 12,7 14,6
Europa²⁾ . 12 16,7
Buiten-Europa . 13,9 13,8
Turkije³⁾ . . 19,9
Marokko³⁾ . . 10,3
Suriname³⁾ . . 16,1
Nederlandse Cariben³⁾ . . 13,8
Indonesië . 13,9 11,3
Overig Buiten-Europa . 14,1 13,2
1) referentielijn: gemiddelde voor deze leeftijdsgroep
2) Europa exclusief Nederland
3) voor sommige groepen is het aantal geënquêteerde personen te klein voor publicatie

Tussen 2012 en 2022 is het aandeel rokende 18- tot 40‑jarigen afgenomen van 28 naar 22 procent. De sterkste afname is te zien bij de tweede generatie van Surinaamse herkomst, van 39 naar 24 procent. Ook bij 40- tot 60‑jarigen en 60- tot 85‑jarigen is een daling te zien in het aandeel rokers. Die daling is sterker onder mensen die in Nederland geboren zijn dan onder migranten.

6.2.1d Rokers, 19- tot 40-jarigen1), naar herkomst, 2012 (%)
Herkomstland Nederlandse herkomst Geboren in Nederland, één of twee ouders geboren in buitenland Geboren in buitenland
Totaal 27,4 33,2 27,2
Europa²⁾ . 33 31,7
Buiten-Europa . 33,3 25,6
Turkije . 37,7 44,8
Marokko . 21,3 14,2
Suriname . 38,9 30,3
Nederlandse Cariben . 27,8 22
Indonesië . 34 29,3
Overig Buiten-Europa . 31,3 21,6
1) referentielijn: gemiddelde voor deze leeftijdsgroep
2) Europa exclusief Nederland
6.2.1e Rokers, 40- tot 60-jarigen1), naar herkomst, 2012 (%)
Herkomstland Nederlandse herkomst Geboren in Nederland, één of twee ouders geboren in buitenland Geboren in buitenland
Totaal 23,7 27,6 26,8
Europa²⁾ . 28,4 28,4
Buiten-Europa . 27,1 26,4
Turkije³⁾ . . 39,3
Marokko³⁾ . . 19,2
Suriname . 34,4 28,5
Nederlandse Cariben³⁾ . . 26,4
Indonesië . 27 26,9
Overig Buiten-Europa . 15,8 22,5
1) referentielijn: gemiddelde voor deze leeftijdsgroep
2) Europa exclusief Nederland
3) voor sommige groepen is het aantal geënquêteerde personen te klein voor publicatie
6.2.1f Rokers, 60- tot 85-jarigen1), naar herkomst, 2012 (%)
Herkomstland Nederlandse herkomst Geboren in Nederland, één of twee ouders geboren in buitenland Geboren in buitenland
Totaal 15,1 17,3 15,8
Europa²⁾ . 16,7 16,4
Buiten-Europa . 20,3 15,6
Turkije³⁾ . . 16,7
Marokko³⁾ . . 7,1
Suriname³⁾ . . 19,4
Nederlandse Cariben³⁾ . . 13,1
Indonesië . 19,5 15,4
Overig Buiten-Europa . 27,7 17,1
1) referentielijn: gemiddelde voor deze leeftijdsgroep
2) Europa exclusief Nederland
3) voor sommige groepen is het aantal geënquêteerde personen te klein voor publicatie

6.3Obesitas

Gemiddeld heeft 11 procent van de 18- tot 40‑jarigen obesitasnoot4 (ernstig overgewicht). Bij 40- tot 60‑jarigen en 60- tot 85‑jarigen is dat 18 procent.

Meer obesitas bij Nederlands-Caribische en Turkse herkomst

Mensen met een Nederlands-Caribische, Turkse, Marokkaanse of Surinaamse herkomst hebben in alle leeftijdscategorieën vaker dan gemiddeld obesitas. Vooral boven de 40 jaar zijn de verschillen groot. Bij de 40- tot 60‑jarigen heeft 43 procent van de Nederlands-Caribische migranten en 35 procent van de tweede generatie van Turkse herkomst obesitas, terwijl het gemiddelde in die leeftijdscategorie 18 procent is. Bij de 60- tot 85‑jarigen heeft 37 procent van de Turkse en 30 procent van de Nederlands-Caribische migranten obesitas, terwijl het gemiddelde 18 procent is.

Binnen de herkomstgroepen hebben 18- tot 40‑jarige migranten ongeveer even vaak obesitas als mensen van de tweede generatie. Bij de 40- tot 60‑jarigen is er een groot verschil te zien tussen migranten (43 procent) en de tweede generatie (15 procent) van Nederlands-Caribische herkomst, en een kleiner maar substantieel verschil tussen migranten (27 procent) en de tweede generatie (35 procent) van Turkse herkomst. Voor de andere herkomstgroepen en voor de herkomstgroepen bij de 60- tot 85‑jarigen zijn de verschillen tussen migranten en de tweede generatie klein of afwezig.

De verschillen tussen herkomstgroepen in obesitas hebben deels te maken met verschillen in de samenstelling van die groepen naar geslacht en onderwijsniveau. Als daarmee rekening wordt gehouden, dan blijkt dat bij migranten met een Nederlands-Caribische herkomst in alle leeftijds­categorieën vaker obesitas voorkomt dan gemiddeld. Ook de 18- tot 40‑jarige tweede generatie van Nederlands-Caribische herkomst heeft vaker obesitas dan gemiddeld.

6.3.1a Obesitas, 18- tot 40-jarigen1), naar herkomst, 2022 (%)
Herkomstland Nederlandse herkomst Geboren in Nederland, één of twee ouders geboren in buitenland Geboren in buitenland
Totaal 10,2 12,3 12,6
Europa²⁾ . 9,9 10,6
Buiten-Europa . 13,1 13,8
Turkije . 16,9 15,1
Marokko . 17,8 19,8
Suriname . 15,1 21,9
Nederlandse Cariben . 20,6 23,8
Indonesië³⁾ . 9,7 .
Overig Buiten-Europa . 8,3 12,4
1) referentielijn: gemiddelde voor deze leeftijdsgroep
2) Europa exclusief Nederland
3) voor sommige groepen is het aantal geënquêteerde personen te klein voor publicatie
6.3.1b Obesitas, 40- tot 60-jarigen1), naar herkomst, 2022 (%)
Herkomstland Nederlandse herkomst Geboren in Nederland, één of twee ouders geboren in buitenland Geboren in buitenland
Totaal 17,7 19,1 20,1
Europa²⁾ . 21,7 17,8
Buiten-Europa . 17,8 21,1
Turkije . 35,2 27,4
Marokko . 26,2 22,9
Suriname . 18,6 17,6
Nederlandse Cariben . 14,8 43,2
Indonesië . 15,3 13,7
Overig Buiten-Europa . 12,7 18,3
1) referentielijn: gemiddelde voor deze leeftijdsgroep
2) Europa exclusief Nederland
6.3.1c Obesitas, 60- tot 85-jarigen1), naar herkomst, 2022 (%)
Herkomstland Nederlandse herkomst Geboren in Nederland, één of twee ouders geboren in buitenland Geboren in buitenland
Totaal 17,8 17,5 20,3
Europa²⁾ . 19,4 20,3
Buiten-Europa . 14,2 20,3
Turkije³⁾ . . 37,4
Marokko³⁾ . . 21,9
Suriname³⁾ . . 20,4
Nederlandse Cariben³⁾ . . 29,5
Indonesië . 13,9 13,5
Overig Buiten-Europa . 16,6 18,9
1) referentielijn: gemiddelde voor deze leeftijdsgroep
2) Europa exclusief Nederland
3) voor sommige groepen is het aantal geënquêteerde personen te klein voor publicatie

Meer obesitas dan in 2012

Tussen 2012 en 2022 is het aandeel mensen met obesitas in bijna alle leeftijds- en herkomst­groepen gestegen. Onder volwassenen tot 40 jaar steeg het van 8 naar 11 procent, onder 40- tot 60‑jarigen van 15 naar 18 procent en onder 60- tot 85‑jarigen van 17 naar 18 procent.

Bij de tweede generatie tot 40 jaar van Nederlands-Caribische herkomst steeg het aandeel mensen met obesitas sterk, van 6 naar 21 procent, net als bij de tweede generatie van Marokkaanse herkomst (van 7 naar 18 procent). Onder 40- tot 60‑jarigen steeg het aandeel migranten uit de Nederlandse Cariben met obesitas sterk: van 31 naar 43 procent.

6.3.1d Obesitas, 19- tot 40-jarigen1), naar herkomst, 2012 (%)
Herkomstland Nederlandse herkomst Geboren in Nederland, één of twee ouders geboren in buitenland Geboren in buitenland
Totaal 7,2 9,4 10,9
Europa²⁾ . 7,4 7,4
Buiten-Europa . 10 12,3
Turkije . 19,5 14,8
Marokko . 7,3 16,6
Suriname . 9,8 19,3
Nederlandse Cariben . 6,1 23,7
Indonesië . 7,3 4,3
Overig Buiten-Europa . 7,7 8,2
1) referentielijn: gemiddelde voor deze leeftijdsgroep
2) Europa exclusief Nederland
6.3.1e Obesitas, 40- tot 60-jarigen1), naar herkomst, 2012 (%)
Herkomstland Nederlandse herkomst Geboren in Nederland, één of twee ouders geboren in buitenland Geboren in buitenland
Totaal 14 14 18,7
Europa²⁾ . 16,4 15,4
Buiten-Europa . 12,3 19,7
Turkije³⁾ . . 30,7
Marokko³⁾ . . 21,9
Suriname . 17,8 18,6
Nederlandse Cariben³⁾ . . 31,1
Indonesië . 11,9 11,1
Overig Buiten-Europa . 13 15
1) referentielijn: gemiddelde voor deze leeftijdsgroep
2) Europa exclusief Nederland
6.3.1f Obesitas, 60- tot 85-jarigen1), naar herkomst, 2012 (%)
Herkomstland Nederlandse herkomst Geboren in Nederland, één of twee ouders geboren in buitenland Geboren in buitenland
Totaal 16,2 18,1 20,1
Europa²⁾ . 19,2 20,4
Buiten-Europa . 12,6 20
Turkije³⁾ . . 47,9
Marokko³⁾ . . 25,9
Suriname³⁾ . . 23,3
Nederlandse Cariben³⁾ . . 24,9
Indonesië . 11,5 11,2
Overig Buiten-Europa . 14,1 18,7
1) referentielijn: gemiddelde voor deze leeftijdsgroep
2) Europa exclusief Nederland
3) voor sommige groepen is het aantal geënquêteerde personen te klein voor publicatie

6.4Zorgkosten

In 2021 bedroegen de gemiddelde kosten voor zorg uit de basisverzekering 2 678 euro per persoon per jaar. De kosten nemen toe met de leeftijd, en ook de wijze waarop de zorgkosten van verschillende herkomstgroepen zich verhouden tot het gemiddelde zijn leeftijds­afhankelijk. Tenzij anders vermeld blijven de verschillen tussen de herkomstgroepen en het gemiddelde van de bevolking bestaan nadat er rekening wordt gehouden met verschillen tussen de groepen in samenstelling naar inkomen, leeftijd en geslacht.

Zorgkosten 20- tot 40‑jarige migranten lager dan gemiddeld

Voor mensen tussen de 20 en 40 jaar zijn de gemiddelde zorgkosten 1 606 euro per persoon. In deze leeftijdsgroep zijn de zorgkosten van migranten 17 procent lager dan gemiddeld. Voor de tweede generatie liggen de zorgkosten daar juist boven. De zorgkosten zijn het hoogst onder de tweede generatie met twee in het buitenland geboren ouders (15 procent hoger). Voor mensen met één in het buitenland geboren ouder liggen de zorgkosten gemiddeld 8 procent boven het gemiddelde.

6.4.1a Gemiddelde zorgkosten basisverzekering, 20- tot 40-jarigen1), naar herkomst, 2021 (euro)
Herkomstland Nederlandse herkomst Geboren in Nederland, één ouder geboren in buitenland Geboren in Nederland, twee ouders geboren in buitenland Geboren in buitenland
Totaal 1643 1738 1847 1333
Europa ²⁾ . 1764 1677 1055
Buiten-Europa . 1723 1857 1537
Turkije . 1626 1860 1428
Marokko . 1863 2051 1981
Suriname . 1754 1978 1927
Nederlandse Cariben . 1679 1801 1746
Indonesië . 1690 1523 1387
Overig Buiten-Europa . 1740 1483 1465
Bron: CBS, Vektis
1) referentielijn: gemiddelde voor deze leeftijdsgroep
2) Europa exclusief Nederland

De zorgkosten zijn in deze leeftijdsgroep het hoogst voor de tweede generatie van Marokkaanse herkomst met twee in het buitenland geboren ouders (28 procent hoger dan gemiddeld). Dat is bijna het dubbele van de groep met de laagste kosten: migranten met een Europese herkomst, bij wie de kosten 34 procent lager zijn dan gemiddeld.

Migranten en de tweede generatie met een Marokkaanse, Surinaamse, of Nederlands-Caribische herkomst hebben hoger dan gemiddelde zorgkosten. Voor mensen met een Turkse herkomst zijn de zorgkosten gemiddeld hoger bij de tweede generatie, vooral die met twee in het buitenland geboren ouders (16 procent), terwijl Turkse migranten juist 11 procent lagere kosten dan gemiddeld hebben. Ook bij de tweede generatie met een Europese herkomst zijn de zorgkosten iets hoger dan gemiddeld. Voor mensen met een overig Buiten-Europese herkomst zijn de zorgkosten in deze leeftijdsgroep 6 procent lager dan gemiddeld, behalve voor de tweede generatie met één in het buitenland geboren ouder, waar de kosten juist 8 procent boven het gemiddelde liggen.

Kleinere verschillen migranten en tweede generatie bij 40- tot 60‑jarigen

Voor mensen tussen de 40 en 60 jaar zijn de gemiddelde zorgkosten 2 150 euro per persoon. In deze leeftijdsgroep verschillen de zorgkosten van migranten en de tweede generatie minder sterk van het gemiddelde. De zorgkosten zijn iets hoger dan gemiddeld voor mensen van de tweede generatie met een of twee in het buitenland geboren ouders (3 respectievelijk 10 procent). De zorgkosten van migranten zijn iets hoger dan gemiddeld (2 procent), maar wanneer er naast geslacht rekening wordt gehouden met inkomensverschillen zijn de zorgkosten in deze groep juist iets lager dan gemiddeld.

6.4.1b Gemiddelde zorgkosten basisverzekering, 40- tot 60-jarigen1), naar herkomst, 2021 (euro)
Herkomstland Nederlandse herkomst Geboren in Nederland, één ouder geboren in buitenland Geboren in Nederland, twee ouders geboren in buitenland Geboren in buitenland
Totaal 2127 2219 2366 2195
Europa ²⁾ . 2343 2242 1705
Buiten-Europa . 2121 2381 2399
Turkije . 2350 2345 2690
Marokko . 2713 2678 2391
Suriname . 2337 2586 3078
Nederlandse Cariben . 2125 2247 2911
Indonesië . 2093 2332 1739
Overig Buiten-Europa . 2017 1739 2066
Bron: CBS, Vektis
1) referentielijn: gemiddelde voor deze leeftijdsgroep
2) Europa exclusief Nederland

40- tot 60‑jarige Surinaamse en Nederlands-Caribische migranten hoge zorgkosten

Tussen herkomstgroepen zijn de verschillen groter. De gemiddelde kosten lopen uiteen van 2 925 euro (36 procent hoger dan gemiddeld) voor mensen met een Surinaamse herkomst tot 1 891 euro (12 procent lager) bij mensen met een Europese herkomst. Vooral de zorgkosten van Surinaamse migranten (43 procent hoger dan gemiddeld) en Nederlands-Caribische migranten (35 procent hoger) zijn relatief hoog. Ook voor Turkse en Marokkaanse migranten zijn de zorgkosten hoger dan gemiddeld (respectievelijk 25 en 11 procent). Europese migranten hebben de laagste kosten, 21 procent lager dan gemiddeld, en ook bij migranten met een Indonesische (19 procent), en overig Buiten-Europese (4 procent) herkomst zijn de zorgkosten juist lager dan gemiddeld.

Bij de 40- tot 60‑jarige tweede generatie zijn de zorgkosten het hoogst voor de tweede generatie van Marokkaanse herkomst met één in het buitenland geboren ouder (26 procent hoger dan gemiddeld). Mensen van de tweede generatie met een Marokkaanse, Turkse of Surinaamse herkomst hebben hogere zorgkosten dan gemiddeld (9 tot 26 procent hoger) of ze nu één of twee in het buitenland geboren ouders hebben. Ook de tweede generatie met een Europese herkomst heeft hogere zorgkosten dan gemiddeld (8 procent). De tweede generatie van Indonesische herkomst heeft iets hogere zorgkosten dan gemiddeld wanneer zij twee ouders hebben die in het buitenland geboren zijn (8 procent), terwijl de zorgkosten juist 3 procent lager dan gemiddeld zijn wanneer één ouder in het buitenland geboren is.

Als rekening wordt gehouden met verschillen in geslacht en inkomen tussen herkomst­groepen, dan wijken de zorgkosten van de tweede generatie van Indonesische herkomst met twee in het buitenland geboren ouders echter niet meer af van het gemiddelde. De zorgkosten van de Nederlands-Caribische tweede generatie zijn vergelijkbaar met het gemiddelde. De zorgkosten van de tweede generatie met een overig Buiten-Europese herkomst zijn 11 procent lager dan gemiddeld en zijn het laagst bij twee in het buitenland geboren ouders (19 procent).

Zorgkosten 60- tot 80‑jarigen het hoogst voor migranten

Voor mensen tussen de 60 en 80 jaar zijn de gemiddelde zorgkosten 4 550 euro per persoon. In deze leeftijdsgroep is bij diverse grote groepen met een niet-Nederlandse herkomst (Turkse, Marokkaanse, Surinaamse of Nederlands-Caribische herkomst) vrijwel iedereen zelf in het buitenland geboren. Alleen bij mensen met een Indonesische of een Europese herkomst is iets minder dan de helft zelf in het buitenland geboren.

6.4.1c Gemiddelde zorgkosten basisverzekering, 60 tot 80-jarigen1), naar herkomst, 2021 (euro)
Herkomstland Nederlandse herkomst Geboren in Nederland, één ouder geboren in buitenland Geboren in Nederland, twee ouders geboren in buitenland Geboren in buitenland
Totaal 4515 4706 4215 4789
Europa ²⁾ . 5066 5110 4337
Buiten-Europa . 3922 3960 4931
Turkije³⁾ . . . 5679
Marokko³⁾ . . . 5424
Suriname . 4428 3832 5664
Nederlandse Cariben³⁾ . 3683 . 5241
Indonesië . 3870 3952 4539
Overig Buiten-Europa . 4282 4609 4187
Bron: CBS, Vektis
1) referentielijn: gemiddelde voor deze leeftijdsgroep
2) Europa exclusief Nederland
3) voor sommige groepen is het aantal geënquêteerde personen te klein voor publicatie

De zorgkosten van alle 60- tot 80‑jarige migranten zijn 5 procent hoger dan gemiddeld. Als echter rekening gehouden wordt met verschillen in inkomen, dan zijn de kosten juist iets lager dan gemiddeld. Er zijn wel grote verschillen tussen de migranten uit verschillende herkomstlanden: Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Nederlands-Caribische migranten hebben de hoogste kosten, die 15 tot 25 procent hoger liggen dan gemiddeld. Voor de Nederlands-Caribische migranten valt het verschil echter weg als er naast geslacht ook rekening wordt gehouden met inkomen.

De overige migranten met een Europese en overige niet-Europese herkomst hebben 8 tot 5 procent lagere kosten dan gemiddeld. De zorgkosten van Indonesische migranten zijn nagenoeg gelijk aan de gemiddelde kosten.

De tweede generatie bestaat in deze leeftijdsgroep vrijwel alleen uit mensen met een Indonesische of Europese herkomst. De tweede generatie met Europese herkomst heeft zorgkosten die 11 procent hoger liggen dan gemiddeld, die met een Indonesische herkomst heeft 14 procent lagere zorgkosten dan gemiddeld. In beide groepen zijn de kosten bij mensen met twee in het buitenland geboren ouders iets hoger dan bij die met één in het buitenland geboren ouder.

Gestandaardiseerde zorgkosten tweede generatie hoger dan gemiddeld

De gemiddelde gestandaardiseerde zorgkosten voor de hele populatie tot 65 jaar (zie kader) zijn 1 858 euro. De gestandaardiseerde zorgkosten van de tweede generatie met twee in het buitenland geboren ouders zijn het hoogst (14 procent hoger dan gemiddeld). De zorgkosten voor de tweede generatie met één in het buitenland geboren ouder zijn 5 procent hoger dan gemiddeld, die van migranten zijn juist 4 procent lager dan gemiddeld.

Bij vergelijking van herkomstlanden zijn de zorgkosten van mensen met een Turkse, Marokkaanse, Surinaamse of Nederlands-Caribische herkomst 20 tot 24 procent hoger dan gemiddeld, en die van mensen met een Europese of Indonesische herkomst juist lager (respectievelijk 12 en 5 procent). De zorgkosten van mensen met een overig Buiten-Europese herkomst verschillen nauwelijks van het gemiddelde.

Gestandaardiseerde indicatoren

Een aantal indicatoren in dit hoofdstuk zijn gestandaardiseerd naar leeftijd en geslacht. Een voordeel van standaardiseren is dat groepen onderling beter te vergelijken zijn, omdat verschillen in de demografische opbouw van die groepen wegvallen. Standaardiseren kent echter ook beperkingen. Zo kunnen indicatoren voor het vergelijken van herkomstgroepen alleen gestandaardiseerd worden voor de bevolking tot 65 jaar, omdat daarboven het aantal waarnemingen in bepaalde groepen te klein wordt. Ook kan er niet ook nog onderscheid gemaakt worden naar geboorteland en het aantal in het buitenland geboren ouders, omdat ook hier bepaalde groepen te klein zijn voor een betrouwbare schatting. Daarom geven de gestandaardiseerde cijfers alleen verschillen naar geboorteland, het aantal in het buitenland geboren ouders en het herkomstland, en wordt er niet gekeken naar verschillen binnen een bepaalde herkomstgroep tussen migranten en de tweede generatie.

6.5Specialistische geestelijke gezondheidszorg

Specialistische geestelijke gezondheidszorg (ggz) behoort tot de vier soorten zorg waarvoor tot 65 jaar de meeste kosten worden gemaakt. De gemiddelde gestandaardiseerde kosten voor specialistische ggz tot 65 jaar over 2021 zijn 171 euro.noot5 Het aandeel personen voor wie kosten voor deze zorg worden gedeclareerd is met 3,3 procent echter klein ten opzichte van andere grote kostenposten, zoals geneesmiddelen en ziekenhuiszorg. Daarom worden voor deze zorgvorm groepen niet vergeleken op gemiddelde kosten, maar op basis van het aandeel mensen met kosten.

Vaker specialistische ggz bij tweede generatie met twee in het buitenland geboren ouders

Het aandeel mensen met kosten voor specialistische ggz is het hoogst voor de tweede generatie met één in het buitenland geboren ouder (4,4 procent), gevolgd door de tweede generatie met twee in het buitenland geboren ouders (3,9 procent). Migranten maken het minst gebruik van deze zorgvorm (3,1 procent). Wanneer er rekening gehouden wordt met inkomensverschillen heeft alleen de tweede generatie met één in het buitenland geboren ouder vaker specialistische ggz-kosten dan gemiddeld, terwijl migranten en de tweede generatie met twee in het buitenland geboren ouders hier minder vaak dan gemiddeld kosten voor hebben.

6.5.1 Aandeel personen met gedeclareerde kosten specialistische ggz tot 65 jaar (gestandaardiseerd)1), naar herkomst en geslacht, 2021 (%)
Herkomstland Mannen Vrouwen
Totaal 2,8 3,8
. .
Geboren in Nederland,
één ouder geboren in buitenland
3,7 5,1
Geboren in Nederland,
twee ouders geboren in buitenland
3,4 4,4
Geboren in buitenland 2,8 3,4
. .
Nederland 2,7 3,8
Europa²⁾ 2,5 3,7
Turkije 3,7 4,8
Marokko 4,0 4,1
Suriname 3,9 4,7
Nederlandse Cariben 3,6 4,4
Indonesië 3,2 4,5
Overig Buiten-Europa 3,0 3,5
Bron: CBS, Vektis
1) referentielijn: gemiddelde voor deze leeftijdsgroep
2) Europa exclusief Nederland

Meer vrouwen dan mannen met specialistische ggz-kosten

Meer vrouwen dan mannen hebben kosten voor specialistische ggz (3,8 versus 2,8 procent). Dat geldt voor vrijwel elke herkomstgroep. De Marokkaanse herkomstgroep vormt een uitzondering: hier is het percentage dat kosten heeft bijna even hoog bij mannen als bij vrouwen (4,0 versus 4,1 procent).

Bij vrouwen en mannen met een Europese herkomst ligt het aandeel met kosten voor specialistische ggz lager dan gemiddeld (2,5 respectievelijk 3,7 procent). Ook bij mensen met een overig Buiten-Europese herkomst is het iets lager dan gemiddeld (3,2 procent voor vrouwen en mannen samen).

Voor de overige herkomstlanden is het aandeel mensen met kosten voor specialistische ggz hoger dan gemiddeld. Bij vrouwen is dit het hoogst bij een Turkse of Surinaamse herkomst (respectievelijk 4,8 en 4,7 procent, 24 en 22 procent meer dan het gemiddelde van alle vrouwen). Bij de mannen is dit bij een Marokkaanse of Surinaamse herkomst (4,0 en 3,9 procent respectievelijk, zo’n 43 en 39 procent meer dan het gemiddelde van alle mannen).

Als echter rekening gehouden wordt met leeftijd en inkomen, dan verschilt het aandeel personen met specialistische ggz-kosten voor mensen met een Nederlands-Caribische herkomst niet langer van het gemiddelde. Na correctie voor inkomen verschilt ook het aandeel personen met kosten voor specialistische ggz niet langer van het gemiddelde voor mannen met een Marokkaanse herkomst, terwijl het aandeel vrouwen met kosten van Marokkaanse herkomst dan zelfs lager dan gemiddeld uitkomt.

6.6Kosten voor geneesmiddelen

Voor de populatie tot 65 jaar liggen de gestandaardiseerde gemiddelde kosten voor genees­middelen op 182 euro. Voor vrouwen is dat 189 euro, voor mannen 175 euro. De kosten voor geneesmiddelen zijn iets hoger dan gemiddeld bij de tweede generatie van wie één of twee ouders in het buitenland geboren zijn (4 respectievelijk 8 procent hoger dan gemiddeld). Voor migranten zijn de kosten nagenoeg gelijk aan het gemiddelde. Wanneer rekening wordt gehouden met leeftijds- en inkomensverschillen, blijkt dat de kosten voor genees­middelen bij migranten duidelijk lager zijn dan gemiddeld. Dit geldt voor zowel mannen als vrouwen.

6.6.1 Gemiddelde kosten geneesmiddelen tot 65 jaar (gestandaardiseerd)1), naar herkomst en geslacht, 2021 (euro)
Herkomstland Mannen Vrouwen
Totaal 175 189
. .
Geboren in Nederland,
één ouder geboren in buitenland
185 194
Geboren in Nederland,
twee ouders geboren in buitenland
196 195
Geboren in buitenland 189 180
. .
Nederland 170 190
Europa²⁾ 161 157
Turkije 212 247
Marokko 198 227
Suriname 240 244
Nederlandse Cariben 237 209
Indonesië 173 158
Overig Buiten-Europa 203 184
Bron: CBS, Vektis
1) referentielijn: gemiddelde voor deze leeftijdsgroep
2) Europa exclusief Nederland

Hogere kosten voor geneesmiddelen bij een Surinaamse, Turkse, Marokkaanse of Nederlands-Caribische herkomst

De kosten voor geneesmiddelen zijn het hoogst bij mensen met een Surinaamse herkomst (33 procent hoger dan gemiddeld), gevolgd door mensen met een Turkse herkomst (26 procent). Ook voor mensen met een Nederlands-Caribische (23 procent) en een Marokkaanse herkomst (16 procent) zijn de kosten hoger dan gemiddeld. Mensen met een Europese of een Indonesische herkomst hebben de laagste kosten voor geneesmiddelen (respectievelijk 13 en 9 procent lager dan gemiddeld).

Na correctie voor inkomensverschillen tussen de herkomstgroepen zijn de kosten voor genees­middelen hoger dan gemiddeld bij een Surinaamse, Turkse, Marokkaanse of Nederlands-Caribische herkomst, en lager dan gemiddeld bij een Indonesische, Europese of een overig Buiten-Europese herkomst. Bij vrouwen zijn de kosten voor geneesmiddelen het hoogst bij een Turkse (31 procent hoger dan gemiddeld) of Surinaamse (30 procent hoger) herkomst, onder mannen bij een Surinaamse (38 procent hoger) of Nederlands-Caribische herkomst (36 procent hoger).

6.7Verstrekte antipsychotica, antidepressiva en diabetesmiddelen

Onder de bevolking tot 65 jaar kreeg 1,8 procent in 2022 antipsychotica verstrekt. Gestandaardiseerd voor leeftijd krijgen mannen ongeveer even vaak antipsychotica als vrouwen.

Antipsychotica vaker verstrekt aan tweede generatie

Mensen van de tweede generatie krijgen deze medicatie vaker dan gemiddeld (2,1 en 2,2 procent voor één respectievelijk twee in het buitenland geboren ouders). Onder migranten wijkt dit aandeel voor mannen en vrouwen samen niet af van het gemiddelde, maar voor mannen ligt het met 2,0 procent wat hoger dan gemiddeld en bij vrouwen juist lager (1,6 procent). Ook bij mensen van de tweede generatie met twee in het buitenland geboren ouders krijgen mannen vaker dan vrouwen een antipsychoticum verstrekt (2,4 procent bij mannen en 2,0 procent bij vrouwen).

6.7.1 Verstrekte antipsychotica1) tot 65 jaar (gestandaardiseerd), naar herkomst en geslacht, 2022 (% )
Herkomstland Mannen Vrouwen
Totaal 1,8 1,8
. .
Geboren in Nederland,
één ouder geboren in buitenland
2,1 2,1
Geboren in Nederland,
twee ouders geboren in buitenland
2,4 2,0
Geboren in buitenland 2,0 1,6
. .
Nederland 1,7 1,8
Europa²⁾ 1,3 1,4
Turkije 3,6 3,2
Marokko 4,3 2,5
Suriname 2,5 1,9
Nederlandse Cariben 2,3 1,9
Indonesië 1,7 1,7
Overig Buiten-Europa 1,9 1,5
Bron: CBS, Zorginstituut Nederland
1) referentielijn: gemiddelde voor deze leeftijdsgroep
2) Europa exclusief Nederland

Mannen met Marokkaanse herkomst vaakst antipsychotica

Er zijn grotere verschillen in het aandeel mensen dat antipsychotica verstrekt krijgt tussen landen van herkomst. Gemiddeld krijgen mensen met een Turkse of Marokkaanse herkomst het vaakst antipsychotica: 3,4 procent. Mensen met een Europese herkomst krijgen het minst vaak antipsychotica verstrekt (1,4 procent). Vooral onder mannen met een Marokkaanse herkomst ligt het aandeel dat antipsychotica krijgt relatief hoog (4,3 procent), gevolgd door mannen met een Turkse herkomst (3,6 procent). Bij vrouwen is het aandeel het hoogst bij een Turkse herkomst (3,2 procent).

Het verschil tussen mannen en vrouwen is het opvallendst bij mensen met een Marokkaanse herkomst: bij mannen is het aandeel dat antipsychotica krijgt 72 procent hoger dan het aandeel vrouwen. Ook bij een Nederlands-Caribische, Surinaamse of overig Buiten-Europese herkomst is bij mannen het aandeel minstens 21 procent groter dan bij vrouwen. Alleen bij mensen met een Europese en Nederlandse herkomst krijgen vrouwen (iets) vaker antipsychotica dan mannen.

Gecontroleerd voor achtergrondkenmerken leeftijd, geslacht en inkomen hebben mensen met een Turkse of Marokkaanse herkomst een grotere kans om antipsychotica verstrekt te krijgen. Bij zowel de Turkse als Marokkaanse herkomst is de kans op verstrekking van antipsychotica vooral hoger bij migranten.

Antidepressiva vaakst verstrekt aan vrouwen met Turkse herkomst

Van alle inwoners tot 65 jaar kreeg 5,1 procent in 2022 antidepressiva verstrekt. Gestandaardiseerd voor leeftijd krijgen vrouwen met 6,7 procent aanmerkelijk vaker antidepressiva verstrekt dan mannen (3,5 procent).

De tweede generatie met twee in het buitenland geboren ouders krijgt het minst vaak antidepressiva verstrekt (4 procent), terwijl van de mensen met één in het buitenland geboren ouder 5,2 procent zo’n middel krijgt. Mensen met een Nederlandse herkomst krijgen de middelen het vaakst (5,4 procent).

In alle genoemde groepen krijgen vrouwen anderhalf tot twee keer zo vaak antidepressiva verstrekt als mannen. Dit verschil tussen vrouwen en mannen is het kleinst onder migranten, (3,5 procent bij mannen en 5,3 procent bij vrouwen) en het grootst onder mensen met een Nederlandse herkomst (3,6 procent bij mannen en 7,2 procent bij vrouwen). Vrouwen met een Nederlandse herkomst en vrouwen van de tweede generatie met één in het buitenland geboren ouder krijgen het vaakst antidepressiva verstrekt, respectievelijk 7,2 en 6,9 procent. Bij mannen met twee in het buitenland geboren ouders is het aandeel het laagst (2,9 procent).

6.7.2 Verstrekte antidepressiva1) tot 65 jaar (gestandaardiseerd), naar herkomst en geslacht, 2022 (% )
Herkomstland Mannen Vrouwen
Totaal 3,5 6,7
. .
Geboren in Nederland,
één ouder geboren in buitenland
3,6 6,9
Geboren in Nederland,
twee ouders geboren in buitenland
2,9 5,2
Geboren in buitenland 3,5 5,3
. .
Nederland 3,6 7,2
Europa²⁾ 2,8 5,2
Turkije 6,2 10,3
Marokko 5,9 7,6
Suriname 2,5 4,6
Nederlandse Cariben 2,2 4,6
Indonesië 2,9 5,2
Overig Buiten-Europa 3,2 4,7
Bron: CBS, Zorginstituut Nederland
1) referentielijn: gemiddelde voor deze leeftijdsgroep
2) Europa exclusief Nederland

Voor de individuele herkomstlanden zijn de onderlinge verschillen groter dan de verschillen tussen migranten en de tweede generatie. Zowel mannen als vrouwen met een Turkse of Marokkaanse herkomst krijgen gemiddeld het vaakst antidepressiva verstrekt. Vrouwen met een Turkse herkomst krijgen met 10,3 procent verreweg het vaakst antidepressiva verstrekt, gevolgd door vrouwen met een Marokkaanse herkomst (7,6 procent) en vrouwen met een Nederlandse herkomst (7,2 procent). Ook bij mannen krijgen degenen met een Turkse of Marokkaanse herkomst het vaakst antidepressiva verstrekt, respectievelijk 6,2 en 5,9 procent. Mannen en vrouwen uit andere herkomstlanden krijgen juist minder vaak antidepressiva verstrekt dan gemiddeld. Mensen met een Nederlands-Caribische herkomst krijgen het minst vaak antidepressiva verstrekt: 3,4 procent voor mannen en vrouwen samen.

Gecontroleerd voor geslacht, leeftijd en inkomen blijkt dat vooral mensen met een Turkse herkomst een grotere kans hebben om antidepressiva verstrekt te krijgen, voor mensen met een Marokkaanse achtergrond is het verschil niet langer statistisch significant. Bij andere herkomstlanden is het aantal verstrekkingen lager dan gemiddeld. Als wordt gekeken naar de combinatie van herkomstland en geboorteland dan blijkt dat vooral mensen die zelf in Turkije zijn geboren meer antidepressiva verstrekt krijgen, gevolgd door mensen die zelf in Marokko zijn geboren. Personen die zelf in Indonesië zijn geboren hebben juist de kleinste kans om antidepressiva verstrekt te krijgen.

Migranten krijgen vaker diabetesmiddelen

Diabetes komt relatief vaak voor onder mensen van 55 jaar of ouder: gemiddeld kreeg 7,9 procent van de 55- tot 65‑jarigen, 12,5 procent van de 65- tot 75‑jarigen en 15,5 procent van de 75‑plussers diabetesmiddelen (insuline of een ander bloedsuikerverlagend middel) verstrekt in 2022.

In alle leeftijdscategorieën krijgen migranten het vaakst diabetesmiddelen verstrekt: 14,7 procent van de 55- tot 65‑jarigen, 22,6 procent van de 65–75‑jarigen en 24,4 procent van de 75‑plussers. Bij 55- tot 65‑jarigen is dat bijna tweemaal zo vaak als gemiddeld, bij 75‑plussers ruim anderhalf keer. Ook bij de tweede generatie met twee in het buitenland geboren ouders ligt het aandeel mensen met diabetesmedicatie wat hoger dan gemiddeld, met één in het buitenland geboren ouder is het juist wat lager. Ook in de Nederlandse herkomstgroep is het wat lager dan gemiddeld.

6.7.3 Verstrekte diabetesmiddelen, naar herkomst en leeftijd, 2022 (% )
55 tot 65 jaar 65 tot 75 jaar 75 jaar of ouder
Totaal 7,9 12,5 15,5
. . .
Geboren in Nederland,
één ouder geboren in buitenland
6,8 11,6 14,9
Geboren in Nederland,
twee ouders geboren in buitenland
10 15 16,2
Geboren in buitenland 14,7 22,6 24,4
. . .
Nederland 6,6 11,2 14,7
Europa¹⁾ 6,3 11,8 15,3
Turkije 22,1 37,2 39,1
Marokko 24,2 41,1 48,9
Suriname 20,6 31,7 33,2
Nederlandse Cariben 13,3 20,3 23,5
Indonesië 8,4 14,8 16,2
Overig Buiten-Europa 13,5 21,5 24,7
Bron: CBS, Zorginstituut Nederland
1) Europa exclusief Nederland

Drie keer zo vaak diabetesmiddelen bij Marokkaanse herkomst

Tussen de herkomstlanden zijn de verschillen nog wat groter. Van de 65- tot 75‑jarigen en 75‑plussers met een Turkse, Marokkaanse of Surinaamse herkomst krijgt meer dan 30 procent diabetesmiddelen verstrekt. Bij 75‑plussers met een Marokkaanse herkomst is het percentage het hoogst, van hen krijgt bijna de helft diabetesmiddelen. Het gemiddelde in die leeftijdsgroep is 15,5 procent. Ook in de andere twee leeftijdsgroepen krijgen mensen met een Marokkaanse achtergrond drie keer vaker die middelen dan gemiddeld.

Onder ouderen met een Nederlandse, Europese of Indonesische achtergrond is het aandeel mensen met diabetesmiddelen in elke leeftijdsgroep het laagst.

Gecontroleerd voor leeftijd, geslacht en inkomen hebben migranten van 55 jaar of ouder een grotere kans om diabetesmiddelen verstrekt te krijgen, vooral als zij een Marokkaanse of Surinaamse herkomst hebben.

Noten

Corona Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2022 van GGD’en, GGD GHOR Nederland, het RIVM en het CBS.

In de Gezondheidsmonitor van 2012 bevat deze groep alleen 19- tot 40-jarigen, in 2022 18- tot 40-jarigen. De leeftijdsgroep tot 40 jaar is tussen 2012 en 2022 dus niet helemaal vergelijkbaar.

Het gaat om alle soorten tabaksproducten. Elektronische sigaretten tellen niet mee. Ook het verhitten van tabak of heatsticks met een apparaat zoals de IQOS telt niet mee.

Op basis van de antwoorden van respondenten op de enquêtevragen naar hun lengte en hun gewicht, wordt de body mass index (BMI) van de respondenten bepaald. De BMI is het gewicht in kilogrammen gedeeld door het kwadraat van de lengte in meters. Met een BMI van 30 of hoger heeft iemand obesitas.

Vanwege de invoering van het Zorgprestatiemodel in 2022 bevatten de cijfers van 2021 enkel de kosten voor behandeling tot en met 31 december 2021, waar in andere jaren de behandeling over de jaargrens door kon lopen. De kosten liggen in 2021 daardoor lager dan in eerdere jaren.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

niets (blanco) een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
0 (0,0) het cijfer is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
* voorlopige cijfers
** nader voorlopige cijfers
- (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
2016–2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/’17 oogstjaar, boekjaar, schooljaar, enz. beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2004/’05-2016/’17 oogstjaar enz., 2004/’05 tot en met 2016/’17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Redactie

Martine de Mooij, Dion Dieleman, Bram Hogendoorn, Kirsten van Houdt en Fijnanda van Klingeren

Eindredactie

Elma Wobma

Opmaak figuren

Bram Hogendoorn en Fijnanda van Klingeren

Monitordeel

  1. Bevolking
    Yannick Geel, Han Nicolaas, Dominique van Roon
  2. Wonen
    Aafke Heringa, Fijnanda van Klingeren, Han Nicolaas en Hans Vreeken
  3. Onderwijs
    Bram Hogendoorn, Irene Kuin, Francis van der Mooren
  4. Sociaaleconomische positie
    Frank Hoekema, Bram Hogendoorn, Paul Horikx, Sander van Schie en Eveline Vandewal
  5. Criminaliteit
    Bram Hogendoorn, Mathilde Kennis, Carlijn Verkleij en Wim Vissers
  6. Gezondheid
    Myrthe Jansen, Fijnanda van Klingeren, Floor van Oers, Carin Reep en Laura Voorrips
  7. Sociale samenhang en participatie
    Hans Schmeets

Verdiepend deel

  1. De invloed van het netwerk op taalvaardigheid van kinderen
    Marjolijn Das, Fijnanda van Klingeren en Jan van der Laan
  2. Loopbanen van afgestudeerden in hoog- en laagconjunctuur
    Karen van Hedel en Bram Hogendoorn
  3. Contact tussen buurtbewoners en opvattingen over diversiteit
    Bram Hogendoorn