Contact tussen buurtbewoners en opvattingen over diversiteit
Mensen van niet-Nederlandse herkomst onderhouden relatief veel contact met andere herkomstgroepen in hun buurt en denken overwegend positief over culturele diversiteit. Bij mensen van Nederlandse herkomst hangt dit af van de samenstelling van de buurt: degenen in diverse buurten onderhouden meer gemengde contacten en hebben positievere opvattingen dan degenen in homogene buurten. Die positievere opvattingen lijken echter het gevolg van andere kenmerken van de persoon of buurt. Wanneer daarmee rekening wordt gehouden, denken bewoners van diverse buurten niet positiever of negatiever over diversiteit.
10.1Inleiding
Een toenemend deel van de bevolking is in het buitenland geboren of heeft ouders die in het buitenland geboren zijn (zie hoofdstuk 1). Tevens worden de landen van herkomst steeds diverser. Deze diversiteit is in sommige gemeenten sterker zichtbaar dan in andere. Ook binnen gemeenten wonen in sommige buurten mensen uit veel verscheidene herkomstgroepen, terwijl in andere buurten de inwoners voornamelijk tot één bepaalde herkomstgroep behoren.
Het samenleven in divers samengestelde buurten is geen vanzelfsprekendheid. Opvattingen over diversiteit lopen namelijk fors uiteen. Mensen van niet-Nederlandse herkomst denken overwegend positief over diversiteit. Tegelijkertijd hebben zij soms het gevoel er niet bij te horen en zien zij dat mensen van Nederlandse herkomst negatiever over diversiteit denken (Dagevos et al., 2022). Ook binnen herkomstgroepen variëren de opvattingen.
Het is onduidelijk in hoeverre de diversiteit van de buurt daarbij een rol speelt. Enerzijds hebben inwoners van diverse buurten een positievere blik op immigratie dan inwoners van homogene buurten (Laurence & Bentley, 2018), zijn zij minder geneigd om op anti-immigratiepartijen te stemmen (Van Wijk et al., 2020) en hebben zij meer vertrouwen in mensen die niet tot hun eigen herkomstgroep behoren. Anderzijds ligt de sociale cohesie in diverse buurten lager dan in homogene buurten (Van der Meer & Tolsma, 2014), onderhouden bewoners daar minder contact met hun buren (Gijsberts et al., 2012) en krijgen mensen van niet-Nederlandse herkomst er minder vaak hulp van hun Nederlandse buurtgenoten (Vervoort, 2011). Alleen in buurten met zeer hoge percentages buurtgenoten van Buiten-Europese herkomst is juist méér steun voor anti-immigratiepartijen. Die is er echter voornamelijk onder bewoners van Nederlandse herkomst die weinig contact met hun Buiten-Europese buren onderhouden of zich door hen bedreigd voelen (Savelkoul et al., 2017; Van Wijk et al., 2020).
Deze bevindingen moeten in breder perspectief worden bezien. Volgens de terugtrekkingstheorie (Engels: constrict theory) leidt de aanwezigheid van veel verschillende herkomstgroepen in een buurt ertoe dat normen vervagen. Buurtbewoners zouden zich daardoor terugtrekken uit het sociale leven en minder vaak positieve contacten met elkaar aangaan (Putnam, 2007; Savelkoul et al., 2011). Volgens de contacttheorie biedt de aanwezigheid van meerdere herkomstgroepen juist de gelegenheid om onderling contact aan te gaan. Positief contact, inclusief vluchtig of denkbeeldig contact, kan ervoor zorgen dat vooroordelen jegens andere herkomstgroepen afnemen (Allport, 1954; Miles & Crisp, 2014; Paluck et al., 2019). Overigens kan dit verband ook andersom werken. Bewoners met positieve opvattingen over diversiteit zoeken vaker contact met buren uit andere herkomstgroepen (Eisnecker, 2019) en zien buurtdiversiteit gemiddeld met meer vertrouwen tegemoet (Laurence et al., 2019).
De onderzoeksvragen
Dit hoofdstuk gaat dieper in op de manier waarop mensen omgaan met diversiteit in de buurt. Daarbij staan de volgende vragen centraal:
- Wat is de herkomstdiversiteit van buurten?
- Hoe verschillen de sociale contacten en opvattingen van verscheidene herkomstgroepen?
- In welke mate hangt het wonen in een diverse buurt samen met meer contact met andere herkomstgroepen?
- In hoeverre hangt de herkomstdiversiteit van de buurt samen met opvattingen over culturele diversiteit?
10.2Data en methode
In dit hoofdstuk is gebruikgemaakt van gegevens uit het Stelsel van Sociaal-statistische bestanden (SSB, Bakker et al., 2014). Het SSB bevat versleutelde informatie van alle inwoners van Nederland, waaronder hun herkomst en adres. Deze informatie is gebruikt om de herkomstdiversiteit van buurten vast te stellen. Allereerst zijn 342 groepen onderscheiden op basis van de afzonderlijke herkomstlanden, zonder verder onderscheid naar generatie (in Nederland geboren of in het buitenland geboren). Vervolgens is de diversiteit van een buurt gemeten met de Herfindahl-Hirschman index. Deze maatstaf wordt berekend als één minus de kwadratensom van het aandeel van iedere herkomstgroep in de totale buurtbevolking. Dit drukt de kans uit dat twee willekeurig geselecteerde buurtbewoners tot verschillende herkomstgroepen behoren. Minimale diversiteit leidt tot een waarde van 0 (de volledige buurt behoort tot één herkomstgroep) en maximale diversiteit tot een waarde van 1 (de bewoners behoren tot een oneindig aantal herkomstgroepen). In dit hoofdstuk heeft de minst diverse buurt een Herfindahl-Hirschman indexwaarde van 0,00 en de meest diverse buurt een waarde van 0,96. Voor de figuren zijn buurten ingedeeld als ‘homogeen’ (indexwaarde 0,00 tot 0,33), ‘enigszins divers’ (0,33 tot 0,67) of ‘zeer divers’ (0,67 tot 0,96).
Deze gegevens zijn gekoppeld aan gegevens uit de Survey Integratie Migranten van 2020 (SIM). De SIM is opgezet om inzicht te krijgen in de integratie van migranten en de tweede generatie en een vergelijkingsgroep van Nederlandse herkomst. De doelpopulatie van de SIM bestond uit mensen van 15 jaar of ouder van Nederlandse, Turkse, Marokkaanse, Surinaamse, Nederlands-Caribische, Poolse, Iraanse of Somalische herkomst. Daaruit is een getrapte gestratificeerde aselecte steekproef getrokken en geënquêteerd. De respons varieerde van 27 procent (Marokkaanse herkomst) tot 47 procent (Nederlandse herkomst). De Somalische herkomstgroep is in dit hoofdstuk niet meegenomen, omdat de respons in die groep zeer selectief was voor homogene buurten. Bij de overige herkomstgroepen is gecorrigeerd voor de effecten van het steekproefontwerp en selectieve respons middels een weging naar herkomst en verscheidene persoons- en huishoudenskenmerken. De totale respons bedroeg 4 803 personen, waarvan 4 777 volledig informatie hebben verschaft over de hier geanalyseerde kenmerken.
Respondenten van de SIM zijn op meerdere manieren gevraagd naar hun sociale contacten en hun opvattingen over diversiteit. Om contacten en opvattingen zo eenvoudig mogelijk in kaart te brengen, is een factoranalyse (Eng.: confirmatory factor analysis oftewel CFA) gebruikt. Een factoranalyse schat een gewogen gemiddelde op basis van meerdere vragen die samen één concept meten. Het concept ‘contact met de eigen herkomstgroep’ is gemeten met vragen over het contact, het bezoek en de vrijetijdsomgang met buren, vrienden, kennissen en anderen uit de eigen herkomstgroep. Het concept ‘contact met andere herkomstgroepen’ is gemeten met dezelfde vragen, maar dan over andere herkomstgroepen. Het concept ‘opvattingen over culturele diversiteit’ is gemeten met stellingen over paarvorming tussen partners van verschillende herkomst, de multiculturele samenleving, zichtbaarheid op televisie, vertegenwoordiging in de Tweede Kamer en het uiterlijk van Zwarte Piet. De verkregen factoren hebben alle drie een schaal die loopt van 0 (minste contact of minst positief) tot 1 (meeste contact of meest positief). Voor de figuren zijn de factoren gecategoriseerd als ‘zelden contact’ of ‘vooral negatief’ (0,00 tot 0,25), ‘soms contact’ of ‘deels negatief’ (0,25 tot 0,50), ‘vaak contact’ of ‘deels positief’ (0,50 tot 0,75) en ‘heel vaak contact’ of ‘vooral positief’ (0,75 tot 1,00).
Verschillen tussen herkomstgroepen hoeven niet met het herkomstland zelf te maken te hebben. Zij kunnen ook (deels) terugvoeren op andere persoonskenmerken. Een voorbeeld van zo’n persoonskenmerk is leeftijd. Jongeren hebben gemiddeld genomen andere opvattingen dan ouderen. Hoe jonger een herkomstgroep dan is, des te anders zullen de opvattingen in die groep zijn. Kortom, de samenstelling van een herkomstgroep kan van invloed zijn op gemiddelde contactfrequentie en opvattingen van die groep. In dit hoofdstuk zijn daarom ook cijfers berekend die statistisch corrigeren voor geslacht, leeftijd, generatie (geboren in Nederland of in het buitenland), aantal in het buitenland geboren ouders, onderwijsniveau en religiositeit. Deze gecorrigeerde cijfers worden niet in de figuren getoond, maar in de tekst beschreven.
10.3Diversiteit van buurten
Het grootste gedeelte van de bevolking van Nederland woont in een homogene buurt (45 procent) of in een enigszins diverse buurt (40 procent). Een klein deel woont in een zeer diverse buurt. Dit betekent dat de meeste mensen in een buurt wonen waar veel van hun buurtbewoners tot dezelfde herkomstgroep behoren. Dat verschilt wel sterk per herkomstland.
Nederlandse herkomstgroep woont in minst diverse buurten
Mensen van Nederlandse herkomst wonen vaker dan gemiddeld in een homogene (54 procent) of enigszins diverse buurt (38 procent) en minder vaak in een zeer diverse buurt (8 procent). Mensen uit de andere onderzochte herkomstgroepen wonen gemiddeld genomen veel vaker in een diverse buurt. Van degenen van Turkse, Marokkaanse of Surinaamse herkomst woont zelfs meer dan de helft in een zeer diverse buurt.
| Herkomst | Homogeen | Enigszins divers | Zeer divers |
|---|---|---|---|
| Totaal | 45 | 40 | 15 |
| Nederland | 54 | 38 | 8 |
| Turkije | 9 | 41 | 50 |
| Marokko | 7 | 39 | 54 |
| Suriname | 10 | 38 | 53 |
| Nederlandse Cariben | 15 | 44 | 40 |
| Polen | 31 | 45 | 24 |
| Iran | 16 | 50 | 35 |
Een buurt is homogeen als het merendeel van de buurtbewoners tot dezelfde herkomstgroep behoort. In de praktijk gaat het dan meestal om mensen van Nederlandse herkomst: zij vormen bijna drie kwart van de bevolking (zie hoofdstuk 1) en zijn in vrijwel alle buurten de grootste herkomstgroep. Eerder onderzoek van het CBS bevestigt dat mensen van Nederlandse herkomst vooral omringd worden door buren uit de eigen herkomstgroep. Mensen van niet-Nederlandse herkomst daarentegen hebben vooral buurtgenoten uit de Nederlandse herkomstgroep, de eigen herkomstgroep en in mindere mate overige herkomstgroepen (CBS, 2024).
10.4Sociale contacten en opvattingen
Respondenten is gevraagd naar hun sociale contacten. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen contacten met de eigen herkomstgroep en contacten met andere herkomstgroepen.
| Herkomstland | Zelden | Soms | Vaak | Heel vaak |
|---|---|---|---|---|
| Nederland | 21 | 10 | 40 | 28 |
| Turkije | 22 | 29 | 35 | 13 |
| Marokko | 32 | 32 | 28 | 8 |
| Suriname | 45 | 30 | 23 | 2 |
| Nederlandse Cariben | 59 | 23 | 15 | 4 |
| Polen | 27 | 20 | 39 | 15 |
| Iran | 58 | 21 | 17 | 4 |
Nederlandse herkomstgroep vooral contact binnen eigen groep
Mensen van Nederlandse herkomst hebben het vaakst contact met anderen uit de eigen herkomstgroep. Van hen heeft 68 procent vaak of heel vaak contact binnen de eigen groep. Ook mensen van Turkse (48 procent) en Poolse (54 procent) herkomst hebben betrekkelijk vaak contact binnen de eigen groep. Mensen uit de andere herkomstgroepen hebben minder contact binnen de eigen groep (19 tot 36 procent). Zeker mensen van Nederlands-Caribische of Iraanse herkomst hebben weinig contact binnen de eigen groep.
Wanneer wordt gecorrigeerd voor de persoonskenmerken neemt het verschil tussen de Nederlandse en de andere herkomstgroepen toe, terwijl het verschil tussen de Turkse en Poolse herkomstgroepen en de overige niet-Nederlandse herkomstgroepen afneemt. Er is dan een nog duidelijker onderscheid tussen mensen van Nederlandse herkomst, die vaak contact hebben met mensen uit de eigen groep, en mensen van niet-Nederlandse herkomst, die minder vaak contact hebben met mensen uit de eigen groep.
| Herkomstland | Zelden | Soms | Vaak | Heel vaak |
|---|---|---|---|---|
| Nederland | 30 | 28 | 32 | 10 |
| Turkije | 15 | 44 | 31 | 11 |
| Marokko | 14 | 39 | 32 | 16 |
| Suriname | 7 | 34 | 38 | 22 |
| Nederlandse Cariben | 9 | 29 | 40 | 23 |
| Polen | 17 | 50 | 25 | 8 |
| Iran | 9 | 42 | 31 | 18 |
1 op 3 met Nederlandse herkomst zelden contact met andere herkomstgroep
Mensen van Nederlandse herkomst hebben niet alleen het vaakst contact binnen de eigen groep, maar ook weinig contact met andere herkomstgroepen. Zo heeft 30 procent van hen zelden en 28 procent alleen soms contact met mensen uit een andere herkomstgroep. Mensen van Poolse herkomst onderhouden eveneens weinig contact met andere groepen (17 procent zelden en 50 procent soms). Mensen van overige niet-Nederlandse herkomst, vooral die van Surinaamse of Nederlands-Caribische herkomst, onderhouden juist wel vaak of heel vaak contact met mensen uit andere herkomstgroepen. Het onderscheid tussen mensen van Nederlandse herkomst en mensen van niet-Nederlandse herkomst (inclusief Poolse herkomst) wordt na correctie voor persoonskenmerken nog groter.
Kortom, mensen van Nederlandse herkomst zijn sterker op de eigen groep gericht dan mensen van niet-Nederlandse herkomst. Zij onderhouden vaker contact met mensen uit de eigen herkomstgroep en minder vaak contact met mensen uit andere herkomstgroepen.
Positieve blik op diversiteit, Nederlandse en Poolse herkomstgroep negatiever
De opvattingen over culturele diversiteit tonen een overwegend positief beeld. Ongeveer 85 procent van de respondenten oordeelt deels positief of vooral positief over culturele diversiteit. Uitzondering vormen de Poolse en Nederlandse herkomstgroep, van wie ongeveer de helft deels negatief of vooral negatief oordeelt over culturele diversiteit.
Na correctie voor achtergrondkenmerken blijven deze verschillen in stand. Alleen de uiterst positieve blik op diversiteit bij mensen van Iraanse herkomst matigt ietwat. Overigens hangen herkomstverschillen van de onderliggende vraag af. Zo verschillen opvattingen over gemengde huwelijken weinig tussen mensen van Nederlandse en mensen van niet-Nederlandse herkomst, maar zijn mensen van Nederlandse herkomst het veel minder vaak dan mensen van niet-Nederlandse herkomst eens met de stelling dat er meer mensen met een niet-Nederlandse achtergrond in de Tweede Kamer zouden moeten zitten.
| Herkomstland | Vooral negatief | Deels negatief | Deels positief | Vooral positief |
|---|---|---|---|---|
| Nederland | 14 | 37 | 35 | 14 |
| Turkije | 1 | 16 | 51 | 32 |
| Marokko | 0 | 12 | 47 | 41 |
| Suriname | 1 | 10 | 41 | 48 |
| Nederlandse Cariben | 1 | 12 | 50 | 37 |
| Polen | 3 | 43 | 42 | 12 |
| Iran | 1 | 12 | 46 | 42 |
Positief verband tussen contact en opvattingen
Eerder onderzoek heeft aangetoond dat contact tussen groepen positief samenhangt met opvattingen over die groepen (Allport, 1954; Miles & Crisp, 2014; Paluck et al., 2019). Ook in dit hoofdstuk is dat verband onderzocht. Daarbij is onderscheid gemaakt naar de herkomst van de respondent (Nederlandse of niet-Nederlandse herkomst) en naar de contactsoort (contact binnen de eigen herkomstgroep of contact met andere herkomstgroepen). De niet-Nederlandse herkomstgroepen worden hier niet verder uitgesplitst naar het specifieke herkomstland, omdat de gemiddelde opvattingen van die groepen dicht bij elkaar liggen.
Mensen die vaker contact hebben met mensen uit andere herkomstgroepen denken aanzienlijk positiever over culturele diversiteit. Dat geldt zowel voor mensen van Nederlandse herkomst als voor mensen van niet-Nederlandse herkomst. Ter illustratie, een toename van ‘zelden contact’ naar ‘soms contact’ gaat gepaard met een positievere opvatting van 10 procentpunt in de Nederlandse groep en 7 procentpunt in de niet-Nederlandse groepen. Dit positieve verband tussen groepscontact en opvattingen blijft duidelijk zichtbaar na correctie voor persoonskenmerken. Overigens kan het verband zowel oorzaak als gevolg aanduiden. Enerzijds kan contact met andere herkomstgroepen zorgen voor een positievere blik op diversiteit, maar anderzijds kan een positieve houding mensen ertoe aanzetten om contact te zoeken met andere herkomstgroepen.
Opvattingen over culturele diversiteit houden nauwelijks verband met het contact binnen de eigen herkomstgroep. Dat wil zeggen dat mensen die vaker contact hebben met anderen uit de eigen herkomstgroep niet positiever of negatiever over culturele diversiteit denken.
| Model 1 | Model 2 | Model 3 | Model 4 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Contact binnen eigen groep | ||||||||
| Contactfrequentie x Nederlandse herkomst | –0,09 | ** | –0,03 | –0,05 | * | |||
| Contactfrequentie x niet-Nederlandse herkomst | –0,06 | *** | 0,03 | * | 0,05 | ** | ||
| Contact met andere groepen | ||||||||
| Contactfrequentie x Nederlandse herkomst | 0,39 | *** | 0,38 | *** | 0,35 | *** | ||
| Contactfrequentie x niet-Nederlandse herkomst | 0,26 | *** | 0,27 | *** | 0,25 | *** | ||
| Herkomstland | ✓ | ✓ | ✓ | ✓ | ||||
| Persoonskenmerken2) | ✓ | |||||||
| Constante | ✓ | ✓ | ✓ | ✓ | ||||
| N | 4 777 | 4 777 | 4 777 | 4 777 | ||||
| R2 | 0,080 | 0,234 | 0,235 | 0,294 | ||||
*p<0,05; **p<0,01; ***p<0,001.
1)De volledige regressieresultaten staan in bijlage B10.1.
2)Geboorteland (Nederland of buitenland), aantal in het buitenland geboren ouders, geslacht, leeftijd, onderwijsniveau en religiositeit.
10.5Samenhang buurtdiversiteit met contact en opvattingen
In hoeverre speelt de herkomstdiversiteit van de buurt een rol bij het sociale contact tussen herkomstgroepen en bij opvattingen over culturele diversiteit?
Andere sociale contacten in diverse buurten
Inwoners van diverse buurten blijken andere contacten te onderhouden dan inwoners van homogene buurten. Mensen van Nederlandse herkomst hebben aanzienlijk vaker contact met mensen uit andere herkomstgroepen naarmate zij in een diversere buurt wonen. Daarentegen hangt de buurtdiversiteit nauwelijks samen met het contact binnen de eigen herkomstgroep.
Voor mensen van niet-Nederlandse herkomst is dat anders. Zij hebben juist vaker contact binnen de eigen herkomstgroep, en iets minder vaak met andere herkomstgroepen, naarmate ze in een diversere buurt wonen. Dat verband is echter relatief zwak. Bij vergelijking van het contact tussen verschillende herkomstgroepen in diverse buurten met dat in homogene buurten, is de toename bij mensen van Nederlandse herkomst groter dan de afname bij mensen van niet-Nederlandse herkomst.
| Herkomst | Contact | Homogeen | Enigszins divers | Zeer divers |
|---|---|---|---|---|
| Nederlands | Eigen groep, Nederlands | 0,57 | 0,54 | 0,56 |
| Nederlands | Andere groepen, Nederlands | 0,37 | 0,48 | 0,55 |
| niet-Nederlands | Eigen groep, niet-Nederlands | 0,32 | 0,37 | 0,42 |
| niet-Nederlands | Andere groepen, niet-Nederlands | 0,56 | 0,52 | 0,48 |
Verband buurtdiversiteit en contact niet vanwege andere kenmerken
Persoons- en buurtkenmerken kunnen een rol spelen bij de gevonden verschillen tussen diversiteit en de mate van contact. Diverse en homogene buurten verschillen op meerdere vlakken van elkaar. Zo worden diverse buurten gekenmerkt door een hoger voorzieningenniveau, een hoger bijstandsgebruik, een hogere bevolkingsdichtheid en een hogere verhuisgraad. Daardoor kunnen buurten niet zomaar met elkaar worden vergeleken. Verder verschillen de respondenten zelf van elkaar op allerlei persoonskenmerken.
Er is een regressieanalyse uitgevoerd om met persoons- en buurtkenmerken rekening te houden. In deze analyse houdt het verband tussen buurtdiversiteit en sociale contacten stand. Naarmate de woonbuurt diverser is, is er dus veel meer contact van mensen van Nederlandse herkomst met andere herkomstgroepen, iets meer contact van mensen van niet-Nederlandse herkomst binnen de eigen herkomstgroep en iets minder contact van mensen van niet-Nederlandse herkomst met andere herkomstgroepen. Er is geen verband tussen buurtdiversiteit en het onderlinge contact binnen de Nederlandse herkomstgroep.
| Model 1 | Model 2 | Model 3 | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Buurtdiversiteit | ||||||
| Diversiteitsindex x Nederlandse herkomst | –0,03 | –0,04 | 0,06 | |||
| Diversiteitsindex x niet-Nederlandse herkomst | 0,19 | *** | 0,16 | *** | 0,29 | *** |
| Herkomstland | ✓ | ✓ | ✓ | |||
| Persoonskenmerken2) | ✓ | ✓ | ||||
| Buurtkenmerken3) | ✓ | |||||
| Constante | ✓ | ✓ | ✓ | |||
| N | 4 777 | 4 777 | 4 777 | |||
| R2 | 0,038 | 0,072 | 0,075 | |||
*p<0,05; **p<0,01; ***p<0,001.
1)De volledige regressieresultaten staan in bijlage B10.2a.
2)Geboorteland (Nederland of buitenland), aantal in het buitenland geboren ouders, geslacht, leeftijd, onderwijsniveau en religiositeit.
3)Voorzieningenniveau, bijstandsgraad, bevolkingsdichtheid en verhuisgraad.
| Model 1 | Model 2 | Model 3 | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Buurtdiversiteit | ||||||
| Diversiteitsindex x Nederlandse herkomst | 0,35 | *** | 0,32 | *** | 0,31 | *** |
| Diversiteitsindex x niet-Nederlandse herkomst | –0,17 | *** | –0,14 | *** | –0,14 | * |
| Herkomstland | ✓ | ✓ | ✓ | |||
| Persoonskenmerken2) | ✓ | ✓ | ||||
| Buurtkenmerken3) | ✓ | |||||
| Constante | ✓ | ✓ | ✓ | |||
| N | 4 777 | 4 777 | 4 777 | |||
| R2 | 0,082 | 0,111 | 0,112 | |||
*p<0,05; **p<0,01; ***p<0,001.
1)De volledige regressieresultaten staan in bijlage B10.2b.
2)Geboorteland (Nederland of buitenland), aantal in het buitenland geboren ouders, geslacht, leeftijd, onderwijsniveau en religiositeit.
3)Voorzieningenniveau, bijstandsgraad, bevolkingsdichtheid en verhuisgraad.
Inwoners van diverse buurten positiever over culturele diversiteit
Inwoners van diversere buurten hebben positievere opvattingen over culturele diversiteit. Dit verband is het sterkst bij mensen van Nederlandse herkomst: degenen die in homogene buurt wonen denken gemiddeld genomen licht negatief over culturele diversiteit (0,47), terwijl zij die in een enigszins diverse (0,52) of zeer diverse (0,59) buurt wonen daar iets positiever over denken. Mensen van niet-Nederlandse herkomst denken gemiddeld positief over diversiteit, zowel zij die in een homogene buurt wonen (0,63) als zij die in een diverse (0,67) of zeer diverse (0,68) buurt wonen.
| Herkomst | Homogeen | Enigszins divers | Zeer divers |
|---|---|---|---|
| Nederlands | 0,47 | 0,52 | 0,59 |
| niet-Nederlands | 0,63 | 0,67 | 0,68 |
Persoons- en buurtkenmerken bepalend voor verband buurtdiversiteit en opvattingen
Het positieve verband tussen buurtdiversiteit en opvattingen over culturele diversiteit is ook getoetst met een regressieanalyse. Hieruit blijkt dat het verband voor mensen van niet-Nederlandse herkomst niet statistisch significant is. Voor mensen van Nederlandse herkomst is het verband wel significant en bovendien lijkt het verband vrij sterk.
Wanneer wordt gecorrigeerd voor persoonskenmerken zwakt het verband tussen buurtdiversiteit en opvattingen bij de Nederlandse herkomstgroep iets af. Wanneer ook wordt gecorrigeerd voor buurtkenmerken zwakt het verband verder af en is het niet langer statistisch significant. Dit betekent dat mensen van Nederlandse herkomst die in diversere buurten wonen persoonskenmerken hebben die samenhangen met een positievere blik op culturele diversiteit, zoals een hoger onderwijsniveau en lagere religiositeit. Ook hebben diverse buurten bepaalde kenmerken die bijdragen aan een positievere waardering van diversiteit, zoals een hoger voorzieningenniveau. Wanneer daar rekening mee wordt gehouden, heeft de diversiteit van een buurt geen extra positieve invloed meer.
Verschil in sociaal contact niet bepalend voor opvattingen culturele diversiteit
De laatste vraag draait om de rol van sociaal contact. Is er een verband tussen buurtdiversiteit en opvattingen over culturele diversiteit, doordat diverse buurten met andere sociale contacten gepaard gaan? De resultaten tot nu toe wijzen daar niet op. Het verband tussen buurtdiversiteit en opvattingen verdwijnt immers wanneer rekening wordt gehouden met persoons- en buurtkenmerken. Om dit te toetsen, is de mate van contact binnen de eigen herkomstgroep en met andere herkomstgroepen aan het regressiemodel toegevoegd. Die toevoeging leidt niet tot een statistische verandering van het verband tussen buurtdiversiteit en opvattingen over culturele diversiteit. Kortom, in diverse buurten onderhouden verschillende herkomstgroepen meer contact met elkaar dan in homogene buurten, maar die mate van contact is niet genoeg om zich te vertalen in andere opvattingen.
| Model 1 | Model 2 | Model 3 | Model 4 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Buurtdiversiteit | ||||||||
| Diversiteitsindex x Nederlandse herkomst | 0,21 | *** | 0,16 | *** | 0,10 | 0,00 | ||
| Diversiteitsindex x niet-Nederlandse herkomst | 0,02 | 0,02 | –0,01 | 0,02 | ||||
| Contact binnen eigen groep | ||||||||
| Contactfrequentie x Nederlandse herkomst | –0,05 | * | ||||||
| Contactfrequentie x niet-Nederlandse herkomst | 0,05 | ** | ||||||
| Contact met andere groepen | ||||||||
| Contactfrequentie x Nederlandse herkomst | 0,34 | *** | ||||||
| Contactfrequentie x niet-Nederlandse herkomst | 0,25 | *** | ||||||
| Herkomstland | ✓ | ✓ | ✓ | ✓ | ||||
| Persoonskenmerken2) | ✓ | ✓ | ✓ | |||||
| Buurtkenmerken3) | ✓ | ✓ | ||||||
| Constante | ✓ | ✓ | ✓ | ✓ | ||||
| N | 4 777 | 4 777 | 4 777 | 4 777 | ||||
| R2 | 0,095 | 0,167 | 0,176 | 0,304 | ||||
*p<0,05; **p<0,01; ***p<0,001.
1)De volledige regressieresultaten staan in bijlage B10.3.
2)Geboorteland (Nederland of buitenland), aantal in het buitenland geboren ouders, geslacht, leeftijd, onderwijsniveau en religiositeit.
3)Voorzieningenniveau, bijstandsgraad, bevolkingsdichtheid en verhuisgraad.
10.6Conclusie
In dit hoofdstuk is gekeken naar de samenhang tussen buurtdiversiteit, contact tussen herkomstgroepen en opvattingen over culturele diversiteit. Dit is gedaan voor mensen van Nederlandse, Turkse, Marokkaanse, Surinaamse, Nederlands-Caribische, Poolse en Iraanse herkomst. Mensen van Nederlandse herkomst wonen in minder diverse buurten dan mensen van niet-Nederlandse herkomst. Ook hebben zij betrekkelijk vaak contact binnen de eigen herkomstgroep en betrekkelijk weinig contact met mensen uit andere herkomstgroepen. Waar de meeste herkomstgroepen een (zeer) positieve opvatting over culturele diversiteit delen, denken mensen van Nederlandse en Poolse herkomst daar noch erg positief, noch erg negatief over. In alle herkomstgroepen hebben mensen die meer contact onderhouden met andere groepen aanzienlijk positievere opvattingen over culturele diversiteit.
Welke rol speelt de samenstelling van de woonbuurt? Buurtdiversiteit is met name van belang voor mensen van Nederlandse herkomst. Wanneer zij in diverse buurten wonen, hebben ze vaker contact met mensen uit andere herkomstgroepen dan wanneer zij in homogene buurten wonen. Toch is de mate van extra contact onvoldoende om tot andere opvattingen te leiden. Inwoners van diverse buurten denken weliswaar positiever over culturele diversiteit, maar dat heeft te maken met andere buurt- en persoonskenmerken. Voor mensen van niet-Nederlandse herkomst speelt de samenstelling van de buurt sowieso een kleinere rol. Hun opvattingen over culturele diversiteit lopen minder uiteen en zijn overwegend positief.
Met betrekking tot de terugtrekkingstheorie en de contacttheorie geven deze bevindingen een gemengd beeld. Er is in diverse buurten geen terugtrekking uit het sociale leven. Inwoners van zulke buurten onderhouden gemiddeld juist iets meer sociale contacten. Toch is dat effect te zwak om zichtbaar te worden in opvattingen over culturele diversiteit.
10.7Literatuur
Literatuur
Allport, G. W. (1954). The nature of prejudice. Cambridge, VS: Perseus Books.
Bakker, B. F., van Rooijen, J., & Van Toor, L. (2014). The system of social statistical datasets of Statistics Netherlands: An integral approach to the production of register-based social statistics. Statistical Journal of the IAOS, 30(4), 411–42.
CBS (2024). Dashboard herkomstsegregatie.
Dagevos, J., De Voogd-Hamelink, M., & Damen, R. (2022). Gevestigd, maar niet thuis. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. http://doi.org/10.48592/1347
Eisnecker, P.S. (2019). Non-migrants’ interethnic relationships with migrants: The role of the residential area, the workplace, and attitudes toward migrants from a longitudinal perspective. Journal of Ethnic and Migration Studies, 45(5), 804–824. https://doi.org/10.1080/1369183X.2017.1394180
Gijsberts, M., Van der Meer, T., & Dagevos, J. (2012). ‘Hunkering down’ in multi-ethnic neighbourhoods? The effects of ethnic diversity on dimensions of social cohesion. European Sociological Review, 28(4), 527–537. https://doi.org/10.1093/esr/jcr022
Laurence, J., & Bentley, L. (2018). Countervailing contact: Community ethnic diversity, anti-immigrant attitudes and mediating pathways of positive and negative inter-ethnic contact in European societies. Social Science Research, 69, 83–110. https://doi.org/10.1016/j.ssresearch.2017.09.007
Laurence, J., Schmid, K., & Hewstone, M. (2019). Ethnic diversity, ethnic threat, and social cohesion:(re)-evaluating the role of perceived out-group threat and prejudice in the relationship between community ethnic diversity and intra-community cohesion. Journal of Ethnic and Migration Studies, 45(3), 395–418. https://doi.org/10.1080/1369183X.2018.1490638
Miles, E., & Crisp, R. J. (2014). A meta-analytic test of the imagined contact hypothesis. Group Processes & Intergroup Relations, 17(1), 3–26. https://doi.org/10.1177/1368430213510573
Paluck, E. L., Green, S. A., & Green, D. P. (2019). The contact hypothesis re-evaluated. Behavioural Public Policy, 3(2), 129–158. https://doi.org/10.1017/bpp.2018.25
Putnam, R. D. (2007). E pluribus unum: Diversity and community in the twenty-first century. The 2006 Johan Skytte Prize Lecture. Scandinavian Political Studies, 30(2), 137–174. https://doi.org/10.1111/j.1467–9477.2007.00176.x
Savelkoul, M., Gesthuizen, M., & Scheepers, P. (2011). Explaining relationships between ethnic diversity and informal social capital across European countries and regions: Tests of constrict, conflict and contact theory. Social Science Research, 40(4), 1091–1107. https://doi.org/10.1016/j.ssresearch.2011.03.003
Savelkoul, M., Laméris, J., & Tolsma, J. (2017). Neighbourhood ethnic composition and voting for the radical right in the Netherlands: The role of perceived neighbourhood threat and interethnic neighbourhood contact. European Sociological Review, 33(2), 209–224. https://doi.org/10.1093/esr/jcw055
Vervoort, M. (2011). Living apart together: Ethnic concentration in neighbourhoods and ethnic minorities’ social contact and language practices. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.
Van der Meer, T., & Tolsma, J. (2014). Ethnic diversity and its effects on social cohesion. Annual Review of Sociology, 40, 459–478. https://doi.org/10.1146/annurev-soc-071913–043309
Van Wijk, D., Bolt, G., & Tolsma, J. (2020). Where does ethnic concentration matter for populist radical right support? An analysis of geographical scale and the halo effect. Political Geography, 77, 102097. https://doi.org/10.1016/j.polgeo.2019.102097