Inleiding
De Rapportage Integratie en Samenleven 2022 geeft een overzicht van de integratie van mensen uit verschillende herkomstgroepen in Nederland. Daarbij wordt ingegaan op overeenkomsten en verschillen tussen mensen die in Nederland of het buitenland zijn geboren en de gemiddelde Nederlandse bevolking. Deze inleiding beschrijft het doel van de publicatie en geeft uitleg over de gehanteerde methodologie en terminologie. Daarnaast geeft het een overzicht van de inhoud van dit rapport en de bijlagen.
Doel van de publicatie
De Rapportage Integratie en Samenleven 2022 bevat een overzicht van de mate waarin mensen uit verschillende herkomstgroepen naar de gemiddelde Nederlandse bevolking toegroeien. Hierbij wordt ingegaan op verschillen en overeenkomsten tussen herkomstgroepen, en hoe sociaaleconomische en maatschappelijke posities zich ontwikkeld hebben in de afgelopen jaren. Voor verschillende thema’s, zoals onderwijs, arbeidsmarkt, criminaliteit en gezondheid worden de posities die de groepen innemen en de verschillen die tussen de groepen bestaan in kaart gebracht. Waar mogelijk wordt onderscheid gemaakt tussen mensen die in het buitenland zijn geboren en mensen die in Nederland zijn geboren met ten minste één in het buitenland geboren ouder.
Dit rapport beschrijft de ontwikkeling van integratie tot en met 2021 en omvat daarmee ook de gevolgen van COVID-19 op de verschillende herkomstgroeperingen in Nederland. De migratiestroom die voortkomt uit de oorlog in Oekraïne sinds februari 2022, en de gevolgen die dit heeft voor onze economie en de samenleving, valt buiten de verslagperiode en wordt daarom niet besproken in dit rapport. In het CBS-dossier worden regelmatig cijfers over migratiestromen en maatschappelijke ontwikkelingen rondom Oekraïense vluchtelingen getoond.
Terminologie
Het CBS is in 2022 overgegaan op een nieuwe herkomstindeling ter vervanging van wat eerder de bevolking met een westerse of niet-westerse migratieachtergrond werd genoemd. In de nieuwe herkomstindeling is meer bepalend waar iemand zelf geboren is, en minder waar iemands ouders geboren zijn. In plaats van migratieachtergrond wordt de term ‘herkomst’ gehanteerd.noot1
De nieuwe herkomstindeling bestaat uit twee onderdelen: geboren in Nederland en herkomstland.
Geboren in Nederland: Deze indeling kijkt eerst of een inwoner zelf in Nederland of het buitenland geboren is, en vervolgens waar de ouders geboren zijn.
Herkomstland: naast hun geboorteland worden inwoners van Nederland ingedeeld naar herkomstland of herkomstgroep. Het herkomstland van personen die in het buitenland zijn geboren, is hun geboorteland. Van personen die in Nederland zijn geboren is het herkomstland het geboorteland van hun moeder als die in het buitenland is geboren, anders is dit het geboorteland van hun vader.
Terminologie in figuren en teksten
In de figuren worden de volgende categorieën gebruikt om aan te geven of iemand in Nederland geboren is of in het buitenland en waar de ouders geboren zijn:
- Geboren in Nederland, twee ouders geboren in Nederland
- Geboren in Nederland, één of twee ouders geboren in het buitenland (soms wordt er onderscheid gemaakt tussen één of twee ouders geboren in het buitenland)
- Geboren in het buitenland
Om de teksten leesbaar te houden, worden in de teksten andere termen gebruikt. Personen die zijn geboren in het buitenland worden in de tekst ‘migranten’ genoemd. Personen die zijn geboren in Nederland met één of twee ouders die in het buitenland zijn geboren worden aangeduid als ‘tweede generatie’. In Nederland geboren personen met twee ouders die ook in Nederland zijn geboren vallen onder de groep met een Nederlandse herkomst.
Omdat de tweede generatie zelf in Nederland is geboren, maar via de in het buitenland geboren ouder(s) ook een buitenlandse herkomst heeft, wordt bij de tweede generatie de term ‘Nederlands’ gecombineerd met het herkomstland. Voorbeelden van deze schrijfwijze zijn de Nederlands-Marokkaanse tweede generatie, of de Nederlands-Indonesische tweede generatie. Dit is ongeacht of zij één of twee in het buitenland geboren ouders hebben.
Herkomstgroepen
De Rapportage Integratie en Samenleven beschrijft hoe bevolkingsgroepen met een herkomst binnen of buiten Nederland zich op verschillende domeinen verhouden tot het gemiddelde van de totale Nederlandse bevolking. In deze rapportage worden verschillende herkomstgroepen onderscheiden. Welke dat zijn, hangt af van het onderwerp en de beschikbaarheid van gegevens. Allereerst wordt een driedeling Nederland, Europa en Buiten-Europa gebruikt. Daarnaast worden de cijfers waar mogelijk ook uitgesplitst naar de grote herkomstlanden Turkije, Marokko, Suriname, Nederlandse Caribennoot2 en Indonesië. De Turkse en Marokkaanse migratiegeschiedenis begint voor een groot deel met de gastarbeid van de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. De historie van Surinaamse, Nederlands-Caribische en Indonesische migratie begint in de periode van de koloniale overheersing door Nederland. Indonesië werd in de periode 1945 tot en met 1949 gedekoloniseerd, Suriname behoorde tot 1975 tot het Koninkrijk der Nederlanden en Nederlands-Caribische migranten hebben nog steeds de Nederlandse nationaliteit. Zie de figuur hieronder voor een overzicht van de meest gebruikte indeling in deze rapportage.
Deze publicatie gaat ook in op de integratie van personen met een herkomst uit vluchtelingenlandennoot3 en de nieuwe lidstaten van de Europese Unie (EU)noot4, in dit rapport ook wel aangeduid als ‘nieuwe EU’. Hierbij gaat het niet om tijdelijke seizoenswerkers, maar om mensen die zich inschrijven bij een Nederlandse gemeente. Overigens kunnen mensen uit deze herkomstgroep ook al vóór het lidmaatschap van de EU naar Nederland zijn gekomen. Binnen de groep nieuwe EU gaat de aandacht specifiek uit naar Poolse, Roemeense en Bulgaarse herkomstgroepen. Vanuit deze landen kwamen de afgelopen jaren de grootste groepen nieuwe EU-immigranten.
Inhoud
Deze rapportage bestaat uit een monitordeel en een verdiepend deel.
Het monitordeel (hoofdstuk 1 tot en met 7) geeft binnen diverse thema’s een overzicht van de ontwikkelingen en kenmerken van de situatie van personen met een herkomst buiten Nederland en hoe dit zich verhoudt tot de gemiddelde Nederlandse bevolking. De nadruk ligt hierbij op de gepresenteerde grafieken en tabellen die gepaard gaan met samenvattende teksten.
Voor een aantal indicatoren, zoals bij zorgkosten en medicijngebruik in hoofdstuk 6, zijn de figuren gestandaardiseerd naar leeftijd. Hierdoor zijn herkomstgroepen onderling beter vergelijkbaar omdat rekening wordt gehouden met demografische verschillen. Bij de meeste figuren in het monitordeel wordt geen rekening gehouden met verschillen in opbouw van groepen in bijvoorbeeld leeftijd, inkomen of hoogst behaalde opleidingsniveau. Uit eerdere edities van deze publicatie (voorheen Jaarrapport Integratie) blijkt dat de (sociaaleconomische) positie die personen innemen ongeacht hun herkomst samen kunnen hangen met verschillen in achtergrondkenmerken. Daarom is voor de meeste indicatoren in het monitordeel door middel van multivariate regressieanalyse ook gekeken in hoeverre de beschreven verschillen tussen herkomstgroepen blijven bestaan wanneer rekening wordt gehouden met verschillen in de samenstelling van groepen. Hierbij wordt altijd gecorrigeerd voor verschillen tussen herkomstgroepen in geslacht en leeftijd. Daarnaast is voor indicatoren die afkomstig zijn uit surveydata gecorrigeerd voor opleidingsniveau. Omdat het opleidingsniveau niet voor alle inwoners van Nederland integraal beschikbaar is, is voor indicatoren die afkomstig zijn uit registerdata (naast geslacht en leeftijd) gecorrigeerd voor verschillen in het inkomen van de herkomstgroeperingen. Naast geslacht, leeftijd, opleidingsniveau en inkomen zijn er nog andere factoren die kunnen samenhangen met verschillen tussen herkomstgroepen. In het monitordeel zijn die niet meegenomen in de regressieanalyses. In de verdiepende hoofdstukken wordt een uitgebreidere set van correctiefactoren meegenomen in de analyses.
Het verdiepende deel (hoofdstuk 8 tot en met 10) telt drie hoofdstukken die in meer detail ingaan op specifieke aspecten van integratie. Hoofdstuk 8 gaat in op verschillen tussen herkomstgroepen in ziekenhuisopname als gevolg van COVID-19 besmetting. In hoofdstuk 9 worden de schoolloopbanen van de tweede generatie onderzocht. Hoofdstuk 10 behandelt de intergenerationele inkomensmobiliteit naar herkomst.
De bijlage bevat achtergrondinformatie bij deze publicatie in de vorm van beschrijvingen van gebruikte gegevensbronnen, technische toelichtingen bij gebruikte methoden en extra cijfers in de vorm van grafieken en tabellen.
De website van het CBS bevat eveneens een dossier: Asiel, migratie en integratie. Dit is te bereiken via cbs.nl/integratie. Deze dossierpagina biedt een overzicht van recente CBS-publicaties over dit thema en bevat kerncijfers op het vlak van demografie, onderwijs, arbeidsmarkt, uitkeringen, inkomen en criminaliteit.
Het CBS stelt dit rapport samen, mede op verzoek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Hoofdstuk 8 is geschreven door auteurs van het CBS en het Amsterdam Universitair Medisch Centrum (Amsterdam UMC), hoofdstuk 9 is geschreven door auteurs van het Nederlands Demografisch Instituut (NIDI) en het CBS.
Noten
Voorheen de (voormalige) Nederlandse Antillen en Aruba genoemd. Op 10 oktober 2010 is de Nederlandse Antillen als land opgeheven. Curaçao en Sint-Maarten werden zelfstandige landen binnen het Koninkrijk der Nederlanden, net als Aruba op 1 januari 1986. Bonaire, Sint-Eustatius en Saba (ook wel Caribisch Nederland) werden bijzondere Nederlandse gemeenten.
Hierbij gaat het, net als in het Jaarrapport Integratie 2020, om mensen met een herkomst uit de landen Afghanistan, Eritrea, Irak, Iran, Somalië en Syrië.
Bulgarije, Cyprus, Estland, Hongarije, Kroatië, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Roemenië, Slovenië, Slowakije en Tsjechië.