Foto omschrijving: Rotterdam, Politie agenten surveilleren door het centrum.

Criminaliteit

Sinds 2005 is het percentage geregistreerde verdachten van misdrijven in alle herkomstgroepen gedaald. Ook het aandeel mensen dat slachtoffer van criminaliteit werd, neemt af. Dit hoofdstuk beschrijft criminaliteit onder verschillende herkomstgroepen aan de hand van gegevens over geregistreerde verdachten van misdrijven. Ook wordt er in dit hoofdstuk aandacht besteed aan de kans dat iemand zelf slachtoffer werd van criminaliteit, of zich onveilig voelt.

Aandeel geregistreerde verdachten daalt bij alle generaties en herkomstgroepen

Het aandeel verdachten onder de Nederlandse bevolking nam de afgelopen 16 jaar met bijna 60 procent af. In 2005 was 1,9 procent van de bevolking verdacht van een misdrijf, in 2021 was dat 0,8 procent. Bij alle generaties en herkomstgroepen neemt het percentage geregistreerde verdachten van misdrijven sinds 2005 af. Onder migranten daalt het aandeel verdachten van 3,3 procent in 2005 tot 1,1 procent in 2021. Onder de tweede generatie is het aandeel verdachten het hoogst; 2,9 procent in 2021. Dat is 57 procent lager dan in 2005, toen het aandeel verdachten in deze groep nog 6,8 procent was. Het aandeel verdachten is hoger bij de tweede generatie met twee in het buitenland geboren ouders (3,4 procent), dan bij de tweede generatie met één in het buitenland geboren ouder (1,2 procent).

5.1a Geregistreerde verdachten van een misdrijf, naar geboorteland (%)
Jaar Totaal Geboren in Nederland, 2 ouders geboren in Nederland Geboren in Nederland, 1 ouder geboren in buitenland Geboren in Nederland, 2 ouders geboren in buitenland Geboren in buitenland
2005 1,9 1,5 2,4 6,8 3,3
2006 1,9 1,5 2,5 6,8 3,3
2007 1,9 1,5 2,5 6,9 3,2
2008 1,8 1,4 2,3 6,6 3,0
2009 1,8 1,4 2,3 6,5 2,9
2010 1,7 1,3 2,1 6,5 2,9
2011 1,6 1,2 2,1 6,2 2,8
2012 1,5 1,1 2,0 5,7 2,6
2013 1,4 1,0 1,8 5,4 2,4
2014 1,3 1,0 1,7 4,9 2,2
2015 1,2 0,9 1,6 4,6 1,9
2016 1,1 0,8 1,5 4,1 1,8
2017 1,0 0,7 1,3 3,7 1,6
2018 0,9 0,7 1,3 3,5 1,4
2019 0,9 0,7 1,3 3,6 1,4
2020* 0,9 0,6 1,2 3,4 1,3
2021* 0,8 0,6 1,1 2,9 1,1

Geregistreerde verdachten en schuldig verklaarden

De cijfers in het eerste deel van dit hoofdstuk hebben betrekking op geregistreerde verdachten van misdrijven. Geregistreerde verdachten zijn mensen die door de politie worden geregistreerd wanneer er een redelijk vermoeden van schuld aan een misdrijf bestaat. Niet alle verdachten zullen schuldig bevonden worden aan een misdrijf. Een deel van de zaken wordt stopgezet omdat de politie meent dat zij geen sluitend bewijs kunnen vinden tegen de verdachte. Van de overige zaken wordt een deel door het Openbaar Ministerie (OM) afgehandeld. Het OM kan een strafbeschikking of transactie opleggen, of een zaak voorwaardelijk seponeren waarmee iemand niet vervolgd wordt, mits hij of zij zich aan bepaalde voorwaarden houdt. Ook kan het OM besluiten een zaak te laten vallen (onvoorwaardelijk sepot), bijvoorbeeld als er onvoldoende bewijs is om de zaak af te ronden, of omdat er met beperkte middelen keuzes gemaakt moeten worden. Uiteindelijk wordt een deel van de verdachten in door het OM afgehandelde zaken gedagvaard. Verdachten worden dan al dan niet schuldig verklaard door een rechter.

 

Omdat cijfers over geregistreerde verdachten van misdrijven sneller beschikbaar zijn dan cijfers over schuldig verklaarden door de rechter en beslissingen door het OM, is in dit hoofdstuk gekozen voor cijfers over geregistreerde verdachten. Hoewel een deel daarvan uiteindelijk niet veroordeeld wordt, geeft dit wel een beeld van de ontwikkelingen op het gebied van daderschap. In het Jaarrapport Integratie 2018 (CBS, 2018) zijn cijfers opgenomen van zowel geregistreerde verdachten van misdrijven als schuldig verklaarden door de rechter. Daaruit bleek dat beide indicatoren vergelijkbare trends per herkomstgroep laten zien. Het aandeel schuldig verklaarden is (uiteraard) wel lager dan het aandeel verdachten, maar dit geldt voor alle onderzochte groepen.

Mensen met een Nederlandse herkomst zijn relatief het minst vaak verdachte van een misdrijf: 0,6 procent van hen is geregistreerd als verdachte. Van mensen uit de nieuwe EU-landen is tussen de 1,0 en 1,6 procent geregistreerd als verdachte. Mensen met een Nederlands-Caribische, Somalische of Marokkaanse herkomst zijn relatief vaak verdacht van een misdrijf: 3,0 tot 3,2 procent. Dit is 55 tot 60 procent minder vaak dan in 2005. Onder mensen met een herkomst buiten Europa nam het aandeel verdachten met ruim 60 procent af. Het sterkst daalde het aandeel verdachten bij mensen met een Indonesische of Iraanse herkomst (ruim 70 procent). Bij mensen uit Polen, Bulgarije, Roemeniënoot1 en Syrië daalde het aandeel verdachten sinds 2005 met 27 tot 42 procent, dat is minder dan gemiddeld voor de hele Nederlandse bevolking.

De hierboven besproken verschillen naar geboorteland en herkomstland kunnen samenhangen met een andere samenstelling van deze groepen. Wanneer hiermee rekening wordt gehouden, dan blijkt dat met name de achtergrondkenmerken geslacht, leeftijd en inkomen bepalend zijn voor de kans dat iemand verdacht wordt van een misdrijf. Verschillen naar geboorteland en herkomstland worden na correctie kleiner, maar blijven wel aanwezig. In het Jaarrapport Integratie 2020 (CBS, 2020) is uitgebreider onderzoek gedaan naar de rol van gezin, opleiding en herkomst bij schuldig verklaarde jongvolwassenen. Uit die analyses blijkt dat de oververtegenwoordiging van in Nederland geboren tweede generatie onder schuldig verklaarden voor vrijwel alle herkomstgroepen samenhangt met ongunstige gezinskenmerken en een lager opleidingsniveau.

5.1b Geregistreerde verdachten van een misdrijf, naar herkomstland in Europa (%)
Jaar Totaal Europa ¹⁾ Nederland Polen Bulgarije Roemenië Overig nieuwe EU
2005 2,0 1,5 2,1 2,5 1,8 2,4
2006 2,0 1,5 2,2 2,8 1,8 2,3
2007 2,0 1,5 2,2 2,4 2,3 2,5
2008 1,9 1,4 2,0 2,1 2,1 2,3
2009 1,8 1,4 2,2 2,5 2,3 2,2
2010 1,8 1,3 2,4 3,5 2,4 2,3
2011 1,7 1,2 2,4 3,7 2,4 2,3
2012 1,6 1,1 2,3 3,7 2,4 2,1
2013 1,5 1,0 2,3 3,6 2,2 1,8
2014 1,4 1,0 2,1 3,1 1,8 1,7
2015 1,3 0,9 2,0 2,5 1,9 1,5
2016 1,2 0,8 1,8 2,2 1,6 1,4
2017 1,1 0,7 1,6 1,9 1,4 1,4
2018 1,0 0,7 1,5 1,9 1,2 1,3
2019 1,1 0,7 1,6 1,9 1,3 1,4
2020* 1,0 0,6 1,6 1,8 1,3 1,2
2021* 0,9 0,6 1,5 1,6 1,0 1,1
1) Europa excl. Nederland
5.1c Geregistreerde verdachten van een misdrijf, naar herkomstland Buiten-Europa (%)
Jaar Totaal Buiten-Europa Turkije Marokko Suriname Nederlands Cariben Indonesië Overig Buiten-Europa
2005 4,3 4,5 7,4 5,3 7,8 1,6 3,7
2006 4,3 4,5 7,4 5,3 7,6 1,6 3,7
2007 4,3 4,5 7,2 5,3 7,4 1,5 3,6
2008 4,1 4,3 7,1 5,0 7,1 1,4 3,4
2009 3,9 4,1 6,9 4,7 6,9 1,3 3,3
2010 3,9 4,0 6,7 5,0 7,0 1,3 3,3
2011 3,8 3,9 6,5 4,9 6,8 1,2 3,2
2012 3,5 3,6 6,0 4,6 6,6 1,1 2,9
2013 3,3 3,3 5,7 4,3 6,2 1,0 2,7
2014 3,0 3,0 5,2 4,0 5,6 0,9 2,4
2015 2,8 2,7 4,8 3,6 5,1 0,8 2,2
2016 2,5 2,5 4,3 3,4 4,7 0,8 2,0
2017 2,2 2,1 3,8 2,9 4,3 0,7 1,8
2018 2,1 2,0 3,5 2,8 4,0 0,6 1,7
2019 2,1 2,0 3,6 2,8 3,9 0,6 1,7
2020* 1,9 1,9 3,5 2,4 3,7 0,5 1,5
2021* 1,7 1,6 3,0 2,2 3,2 0,4 1,3
5.1d Geregistreerde verdachten van een misdrijf, naar herkomst vluchtelingenlanden (%)
Jaar Totaal overig Buiten-Europa Afghanistan Irak Iran Somalië Eritrea Syrië
2005 3,7 4,2 5,0 5,1 7,2 3,9 3,1
2006 3,7 4,2 4,9 4,9 7,1 3,6 3,1
2007 3,6 4,4 5,0 4,8 7,5 4,0 3,6
2008 3,4 4,3 4,7 4,6 6,9 3,6 2,9
2009 3,3 4,4 4,5 4,3 6,0 3,8 2,1
2010 3,3 4,3 4,7 4,3 5,8 3,5 3,1
2011 3,2 3,9 4,4 3,9 5,6 3,6 2,6
2012 2,9 3,6 4,1 3,8 5,1 3,2 3,0
2013 2,7 3,4 3,9 3,5 5,7 3,0 1,7
2014 2,4 3,1 3,3 3,1 4,6 2,2 2,2
2015 2,2 2,9 3,0 2,9 4,3 2,0 2,5
2016 2,0 2,6 2,9 2,6 4,2 2,0 3,3
2017 1,8 2,5 2,5 2,3 3,9 1,9 2,9
2018 1,7 2,1 2,4 2,2 3,7 2,0 2,9
2019 1,7 2,1 2,5 2,1 4,0 2,0 2,4
2020* 1,5 1,9 2,3 1,8 3,8 1,8 2,1
2021* 1,3 1,6 1,9 1,4 3,2 1,7 1,8

Vrouwen met Indonesische herkomst minst vaak verdacht

Ongeacht hun geboorteland en herkomstland zijn mannen vaker verdacht van een misdrijf dan vrouwen. 1,3 procent van de mannen wordt verdacht van een misdrijf, bij vrouwen 0,3 procent. Wel is er per geboorteland verschil in hoeveel vaker mannen als verdachte geregistreerd worden: in Nederland geboren mannen zijn 4,5 keer zo vaak verdacht als in Nederland geboren vrouwen. Onder migranten zijn mannen bijna 6 keer vaker verdacht dan vrouwen.

Vrouwen met een Indonesische herkomst zijn het minst vaak verdacht van een misdrijf, of ze nu in het buitenland (0,1 procent) of in Nederland (0,2 procent) geboren zijn. Mannen met een Indonesische herkomst zijn bijna 4 keer zo vaak verdacht. Tweede generatie Nederlands-Marokkaanse mannen zijn het vaakst verdacht van een misdrijf; 8,0 procent. Dat is acht keer vaker dan tweede generatie Nederlands-Marokkaanse vrouwen. Ook tweede generatie Nederlands-Turkse mannen zijn acht keer vaker verdachte van een misdrijf dan vrouwen in die groep.

5.2Verdachten van misdrijven, naar herkomst en achtergrondkenmerken, 2021*
Totaal Nederland Europa (excl. NL) waar­onder Buiten-Europa waarvan
nieuwe EU Turkije Marokko Suriname Nederlandse Cariben Indonesië overig Buiten-Europa
%
Geboren in Nederland
Totaal 0,7 0,6 0,9 1,2 2,4 2,4 4,6 3,0 3,4 0,6 2,0
Geslacht
Man 1,2 0,9 1,4 1,8 4,0 4,0 8,0 4,9 5,4 0,9 3,3
Vrouw 0,3 0,2 0,4 0,6 0,7 0,5 1,0 1,0 1,3 0,2 0,7
Leeftijd
12 tot 18 jaar 1,2 1,0 1,3 1,5 2,3 1,5 3,0 2,9 3,8 1,2 1,8
18 tot 25 jaar 1,8 1,4 2,1 2,3 3,9 3,2 6,3 3,9 5,2 1,5 2,8
25 tot 45 jaar 1,0 0,8 1,4 1,5 2,5 2,4 4,5 3,0 2,9 0,8 1,7
45 jaar of ouder 0,3 0,3 0,3 0,3 0,6 1,5 2,5 1,4 0,9 0,4 0,7
Stedelijkheid woongemeente
Zeer sterk 1,1 0,8 1,1 1,3 2,9 2,6 4,9 3,5 3,9 0,7 2,3
Sterk 0,8 0,6 0,9 1,3 2,2 2,2 4,2 2,7 3,2 0,6 2,0
Matig 0,6 0,5 0,8 1,3 1,7 2,0 3,8 2,2 2,7 0,5 1,5
Weinig 0,5 0,5 0,7 1,0 1,5 1,8 4,1 2,3 2,6 0,4 1,5
Niet 0,5 0,4 0,7 1,0 1,6 3,6 6,0 2,9 3,1 0,5 1,7
Geboren in buitenland
Totaal 1,1 0,9 1,4 1,2 0,9 1,4 1,5 3,1 0,2 1,1
Geslacht
Man 2,0 1,6 2,4 2,2 1,5 2,5 2,7 5,4 0,3 1,9
Vrouw 0,3 0,3 0,4 0,3 0,2 0,3 0,5 0,9 0,1 0,3
Leeftijd
12 tot 18 jaar 1,6 1,2 1,5 1,9 0,7 3,1 2,7 3,3 0,8 1,8
18 tot 25 jaar 1,7 0,9 1,2 2,3 1,6 5,0 3,9 4,2 0,5 2,0
25 tot 45 jaar 1,4 1,1 1,6 1,6 1,2 2,3 2,8 4,4 0,3 1,2
45 jaar of ouder 0,7 0,6 0,9 0,8 0,6 0,9 1,1 1,9 0,2 0,7
Stedelijkheid woongemeente
Zeer sterk 1,2 0,9 1,4 1,3 0,9 1,5 1,7 3,6 0,2 1,1
Sterk 1,1 1,0 1,4 1,2 0,8 1,3 1,3 2,8 0,2 1,1
Matig 1,0 0,9 1,2 1,0 0,8 1,3 1,1 2,5 0,2 1,1
Weinig 1,0 0,8 1,1 1,1 0,8 1,4 1,2 2,5 0,1 1,1
Niet 1,1 1,0 1,5 1,3 1,1 3,0 1,6 2,7 0,1 1,3

Van 2005 tot en met 2013 nam de man-vrouwverhouding in de percentages verdachten voor alle herkomstlanden af. Vanaf 2014 nam het verschil tussen mannen en vrouwen weer toe. Voor de hele Nederlandse bevolking was in 2021 de verhouding weer terug op het niveau van 2005. Bij mensen met een Nederlands-Caribische, Marokkaanse, Surinaamse of een overige herkomst buiten Europa is het verschil tussen mannen en vrouwen groter dan in 2005. De verhouding tussen mannen en vrouwen bij mensen met een Turkse of Marokkaanse herkomst is structureel schever dan gemiddeld.

5.3Verhouding mannen en vrouwen verdacht van misdrijven, naar herkomst
Totaal Nederland Europa (excl. NL) Buiten-Europa waarvan
Turkije Marokko Suriname Nederlandse Cariben Indonesië overig Buiten-Europa
2005 4,7 4,7 3,4 4,9 8,8 6,6 3,8 3,7 3,8 4,4
2006 4,6 4,6 3,5 4,8 8,3 6,1 3,7 3,5 3,8 4,4
2007 4,4 4,4 3,3 4,6 7,9 6,0 3,6 3,5 3,8 4,2
2008 4,4 4,4 3,3 4,7 7,6 5,8 3,7 3,8 3,8 4,1
2009 4,3 4,3 3,3 4,7 7,3 5,9 3,7 3,7 3,8 4,3
2010 4,2 4,2 3,2 4,5 7,2 5,6 3,5 3,6 3,5 4,0
2011 4,1 4,2 3,1 4,4 7,2 5,7 3,4 3,7 3,3 4,0
2012 4,0 4,0 3,1 4,4 7,0 5,7 3,3 3,5 3,6 4,0
2013 3,9 3,8 2,9 4,3 6,8 5,7 3,5 3,5 3,2 3,8
2014 3,9 3,8 3,0 4,4 7,1 5,7 3,4 3,5 3,4 3,9
2015 3,9 3,8 3,0 4,5 6,8 6,1 3,5 3,6 3,3 4,1
2016 4,0 3,8 3,2 4,6 7,4 6,4 3,4 3,7 3,2 4,2
2017 4,1 3,9 3,2 4,8 7,7 6,1 3,9 3,9 3,5 4,3
2018 4,1 3,9 3,2 4,9 7,8 6,9 3,9 4,2 3,7 4,3
2019 4,2 3,9 3,4 5,0 8,3 6,9 4,0 4,0 3,5 4,5
2020* 4,4 4,0 3,6 5,4 8,2 7,5 4,3 4,1 3,7 4,8
2021* 4,7 4,1 4,0 6,0 8,6 8,3 4,8 5,2 3,5 5,4

Mensen met Marokkaanse of Turkse herkomst het vaakst verdacht in niet-stedelijk gebied

Voor de Nederlandse bevolking geldt: hoe stedelijker de woonbuurt, hoe hoger het percentage verdachten. Dit geldt vooral voor mensen met een Nederlandse herkomst, en voor in Nederland geboren mensen met één in het buitenland geboren ouder. Bij in Nederland geboren mensen met twee in het buitenland geboren ouders, en bij migranten is dit patroon niet zichtbaar. In die groepen zijn mensen die in niet-stedelijke gebieden wonen ook relatief vaak verdacht. Bij mensen met een Marokkaanse of Turkse herkomst zijn mensen uit niet-stedelijke gebieden zelfs vaker verdacht dan mensen uit zeer stedelijke gebieden. Het aandeel verdachten bij mensen met een Europese herkomst is nagenoeg gelijk in zeer en sterk stedelijke en niet-stedelijke gebieden.

5.4 Verdachten van een misdrijf, naar herkomst en stedelijkheid woongemeente, 2021* (%)
Stedelijkheid Zeer stedelijk Sterk stedelijk Matig stedelijk Weinig stedelijk Niet stedelijk
Totaal 1,1 0,8 0,6 0,5 0,5
. . . . .
Geboren in Nederland, 1 ouder geboren in buitenland 1,4 1,2 1,0 0,8 0,8
Geboren in Nederland, 2 ouders geboren in buitenland 3,4 2,6 2,2 2,0 2,7
Geboren in buitenland 1,2 1,1 1,0 1,0 1,1
. . . . .
Nederland 0,8 0,6 0,5 0,5 0,4
Europa (excl. NL) 0,9 0,9 0,8 0,7 0,9
Buiten-Europa 1,9 1,6 1,3 1,3 1,4
waarvan . . . . .
Turkije 1,6 1,5 1,4 1,4 2,3
Marokko 3,1 2,8 2,6 2,9 4,7
Suriname 2,4 2,0 1,7 1,8 2,3
Nederlandse Cariben 3,7 2,9 2,6 2,6 2,9
Indonesië 0,5 0,4 0,4 0,3 0,4
Overig Buiten-Europa 1,4 1,3 1,2 1,2 1,4

Vooral 18- tot 25‑jarigen verdacht van een misdrijf

Ongeacht geboorte- en herkomstland worden jongvolwassenen van 18 tot 25 jaar in Nederland het vaakst verdacht van een misdrijf. Bij 18 tot 25‑jarigen is het aandeel verdachten met een Marokkaanse herkomst (6,3 procent) het hoogst. Dit is drieënhalf keer zo veel als het gemiddelde van alle 18 tot 25‑jarigen in Nederland (1,8 procent). Ook het aandeel verdachten bij mensen met een Turkse, Surinaamse of Nederlands-Caribische herkomst is in deze leeftijdsgroep relatief hoog. Mensen in de hoogste leeftijdsgroep (45 jaar of ouder) worden, ongeacht geboorte- en herkomstland, relatief het minst vaak verdacht van een misdrijf.

5.5 Verdachten van een misdrijf, naar herkomst en leeftijd, 2021* (%)
categorie 12 tot 18 jaar 18 tot 25 jaar 25 tot 45 jaar 45 jaar of ouder
Totaal 1,2 1,8 1,1 0,3
. . . .
Geboren in Nederland, 1 ouder geboren in buitenland 1,7 2,5 1,4 0,4
Geboren in Nederland, 2 ouders geboren in buitenland 2,4 4,4 3,1 0,7
Geboren in buitenland 1,6 1,7 1,4 0,7
. . . .
Nederland 1,0 1,4 0,8 0,3
Europa (excl. NL) 1,3 1,4 1,2 0,5
Buiten-Europa 2,2 3,4 2,0 0,7
waarvan . . . .
Turkije 1,4 3,0 1,9 0,7
Marokko 3,0 6,3 3,6 0,9
Suriname 2,9 3,9 2,9 1,1
Nederlandse Cariben 3,7 4,8 3,8 1,7
Indonesië 1,2 1,3 0,8 0,3
Overig Buiten-Europa 1,8 3,0 1,8 0,6

Aangezien jongeren tot 25 jaar vaker verdacht zijn van een misdrijf, en er verschillen in de gemiddelde leeftijd zijn tussen mensen geboren in Nederland, migranten en de tweede generatie, wordt in de volgende figuur bij het vergelijken van inwoners naar generatie alleen gekeken naar 12‑tot-25‑jarigen. Daarbij blijkt dat het aandeel verdachten binnen deze leeftijdsgroep het hoogst is bij de tweede generatie. Bij mensen met een Nederlands-Caribische herkomst met twee in het buitenland geboren ouders is dit percentage het hoogst; 5,9 procent.

5.6 Verdachten van 12 tot 25 jaar1), naar herkomst, 2021* (%)
herkomst Nederlandse herkomst Geboren in Nederland, 1 ouder geboren in buitenland Geboren in Nederland, 2 ouders geboren in buitenland Geboren in buitenland
Totaal 1,2 2,1 3,5 1,7
Europa (excl. NL) . 1,5 2,5 1,0
Buiten-Europa . 2,5 3,6 2,2
waarvan . . . .
Turkije . 2,3 2,5 1,4
Marokko . 4,2 4,8 4,4
Suriname . 3,1 3,8 3,6
Nederlandse Cariben . 3,2 5,9 4,0
Indonesië . 1,4 . .
Overig Buiten-Europa . 1,9 2,7 1,9
1)Referentielijn geeft het gemiddelde percentage verdachten in de totale populatie in deze leeftijdgroep weer.

Slachtoffers van criminaliteit en onveiligheidsgevoelens

De cijfers over slachtofferschap en onveiligheidsgevoelens komen uit de Veiligheidsmonitor, een grootschalige enquête onder de Nederlandse bevolking van 15 jaar en ouder. Tot en met 2017 werd dit onderzoek elk jaar gehouden, sindsdien is het een tweejaarlijks onderzoek. Daarom is er geen informatie over 2018 en 2020 beschikbaar. In 2021 is er een herontwerp van de Veiligheidsmonitor geweest. Met behulp van omrekenfactoren zijn cijfers berekend voor de edities van 2019 en eerder, zodat ze vergelijkbaar zijn met het nieuwe ontwerp. De cijfers in dit rapport over slachtofferschap en onveiligheidsgevoelens verschillen hierdoor met die van het Jaarrapport Integratie 2020 (CBS, 2020).

 

Mensen zijn slachtoffer als ze in de enquête aangeven dat ze in de twaalf maanden voorafgaande het onderzoek slachtoffer zijn geweest van één of meerdere geweldsdelicten, vermogensdelicten of vernielingen (traditionele criminaliteit). Online criminaliteit blijft hierbij buiten beschouwing. De algemene onveiligheidsbeleving wordt vastgesteld met de vraag of mensen zich weleens onveilig voelen. Om de onveiligheidsgevoelens in de eigen buurt te bepalen is aan mensen gevraagd of zij zich weleens onveilig voelen in hun eigen buurt.

Personen met buitenlandse herkomst vaker slachtoffer van criminaliteit

In 2021 gaf 17 procent van de Nederlandse bevolking aan in de afgelopen 12 maanden slachtoffer te zijn geweest van traditionele criminaliteit. Het gaat daarbij om geweldsdelicten, vermogensdelicten of vernielingen, maar niet om online criminaliteit. Mensen met een Nederlandse herkomst zijn met 16 procent relatief minder vaak slachtoffer van criminaliteit. Migranten en mensen van de tweede generatie zijn vaker dan gemiddeld slachtoffer van traditionele criminaliteit (respectievelijk 21 en 23 procent).

Mensen met een Indonesische herkomst zijn minder vaak slachtoffer van criminaliteit (16 procent) dan mensen met een andere herkomst dan de Nederlandse. Tussen andere herkomstlanden buiten Europa verschilt het percentage slachtofferschap niet significant. De kleine groep mensen die is geboren in Nederland met één in Marokko geboren ouder lijkt bijvoorbeeld vaak slachtoffer te zijn van criminaliteit, maar de marges zijn bij deze groep groot, waardoor het verschil met de andere groepen niet significant is.

Gecorrigeerd voor leeftijd, geslacht en opleidingsniveau zijn alleen migranten vaker slachtoffer van criminaliteit. Er is na correctie geen verschil meer in slachtofferschap tussen de herkomstlanden. Ook het aantal in het buitenland geboren ouders heeft dan geen effect meer op het slachtofferschap.

5.7 Slachtofferschap criminaliteit1), naar herkomst en geboorteland, 2021 (%)
herkomst Nederlandse herkomst Geboren in Nederland, 1 ouder geboren in buitenland Geboren in Nederland, 2 ouders geboren in buitenland Geboren in het buitenland
Totale bevolking 15,9 20,2 22,8 20,5
Europa (excl. NL) . 18,3 20,5 21,3
Buiten-Europa . 21,9 23,0 20,2
waarvan . . . .
Turkije . 27,2 25,3 21,1
Marokko . 36,6 24,0 24,5
Suriname . 24,6 23,4 21,7
Nederlandse Cariben . 25,9 27,7 23,5
Indonesië . 17,3 16,3 12,4
Overig Buiten-Europa . 24,6 22,0 19,6
1) Referentielijn geeft het gemiddelde percentage slachtoffers van criminaliteit in de totale populatie weer.

Slachtofferschap criminaliteit afgenomen

Het percentage slachtoffers van traditionele criminaliteit onder de bevolking is de afgelopen jaren afgenomen. Ook in 2021 zet deze afname door, en werden minder mensen slachtoffer van een misdrijf dan twee jaar eerder. Dit geldt voor alle herkomstgroepen. In 2021 zijn migranten en in Nederland geboren mensen met één in het buitenland geboren ouder wel relatief vaker dan gemiddeld slachtoffer dan in 2012. In 2012 waren zij respectievelijk 7 en 5 procent vaker slachtoffer dan gemiddeld, in 2021 zijn zij respectievelijk 18 en 20 procent vaker slachtoffer.

5.8 Slachtofferschap criminaliteit, naar geboorteland (%)
Jaar Totale bevolking Geboren in Nederland, 2 ouders geboren in Nederland Geboren in Nederland, 1 ouder geboren in het buitenland Geboren in Nederland, 2 ouders geboren in het buitenland Geboren in buitenland
2012 30,3 29,4 32,4 41,5 31,9
2013 30,1 29,0 34,6 38,0 33,0
2014 28,8 27,9 32,1 37,7 30,8
2015 26,9 25,9 30,2 34,6 29,9
2016 26,5 25,5 29,8 33,1 29,2
2017 23,2 22,2 25,9 30,6 26,1
2018 ¹⁾ . . . . .
2019 20,9 19,9 24,1 25,0 23,6
2020 ¹⁾ . . . . .
2021 17,1 15,9 20,2 22,8 20,5
1) Deze cijfers zijn gebaseerd op de Veiligheidsmonitor. Tot en met 2017 was dit een jaarlijks onderzoek, sindsdien een tweejaarlijks onderzoek. Daarom is er geen informatie over 2018 en 2020 beschikbaar.

Mannen, jongeren en bewoners van stedelijk gebied vaker slachtoffer van criminaliteit

Van de gehele Nederlandse bevolking zijn mannen vaker slachtoffer van traditionele criminaliteit dan vrouwen: 18 procent van de mannen tegen 16 procent van de vrouwen. Dit verschil tussen mannen en vrouwen is significant bij mensen met een Nederlandse herkomst. Ook onder mensen met een Europese of Indonesische herkomst zijn mannen vaker slachtoffer dan vrouwen. Bij mensen uit andere herkomstlanden is het verschil tussen mannen en vrouwen niet significant.

Naarmate de leeftijd toeneemt, zijn mensen minder vaak slachtoffer van traditionele criminaliteit. Bijna een kwart van de jongeren van 15 tot 25 jaar gaf in 2021 aan slachtoffer geweest te zijn, onder 65‑plussers was dit een tiende. In vrijwel alle herkomstgroepen waren jongeren meer dan twee keer zo vaak slachtoffer als 65‑plussers. Ook mensen die in zeer sterk stedelijk gebied wonen worden meer dan 2 keer zo vaak slachtoffer van criminaliteit als mensen die in niet-stedelijk gebied wonen. Dit verschil is niet afhankelijk van het geboorteland of het geboorteland van de ouders.

5.9 Slachtofferschap criminaliteit, naar achtergrondkenmerken, 2021 (%)
Kenmerken Totale bevolking Geboren in Nederland, 2 ouders geboren in Nederland Geboren in Nederland, 1 ouder geboren in buitenland Geboren in Nederland, 2 ouders geboren in buitenland Geboren in buitenland
Man 17,9 16,6 20,6 26,3 21,3
Vrouw 16,4 15,2 19,7 19,6 19,8
. . . . .
15 tot 25 jaar 23,7 23,2 27,2 23,7 24,6
25 tot 45 jaar 20,8 19,3 24,7 24,6 23,4
45 tot 65 jaar 16,1 15,2 18,1 19,3 20,0
65 jaar of ouder 9,8 9,6 10,6 9,9 11,0
. . . . .
Zeer sterk stedelijk 24,8 24,2 26,7 26,7 25,0
Sterk stedelijk 17,6 17,4 19,8 19,4 17,2
Matig stedelijk 14,3 13,7 16,3 19,5 16,7
Weinig stedelijk 11,6 11,3 13,4 15,7 14,4
Niet stedelijk¹⁾ 10,4 10,4 . . 11,0
1)Voor sommige groepen zijn de aantallen te klein voor publicatie.

Mensen met Surinaamse herkomst voelen zich vaker onveilig

In 2021 voelde 33 procent van de Nederlandse bevolking zich weleens onveilig. Migranten gaven minder vaak aan zich weleens onveilig te voelen (31 procent) dan mensen geboren in Nederland (33 procent). In Nederland geboren mensen van wie één van de ouders geboren is in het buitenland gaven met 39 procent het vaakst aan zich weleens onveilig te voelen in 2021.

Vergeleken met andere herkomstlanden geven mensen met een Surinaamse herkomst het vaakst aan zich weleens onveilig te voelen. In 2021 voelde 41 procent van de mensen met een Surinaamse herkomst zich weleens onveilig. Mensen met een Marokkaanse herkomst voelen zich het minst vaak weleens onveilig (28 procent).

Na correctie voor leeftijd, geslacht en opleidingsniveau blijkt dat mensen met twee in het buitenland geboren ouders zich significant minder vaak weleens onveilig voelen. Mensen met een Surinaamse herkomst voelen zich ook na correctie significant vaker weleens onveilig dan mensen met een Nederlandse herkomst. Migranten voelen zich niet significant vaker onveilig. Ook de verschillen tussen alle andere herkomstgroepen vallen weg.

5.10 Onveiligheidsbeleving in het algemeen1), naar herkomst, 2021 (%)
herkomst Nederlandse herkomst Geboren in Nederland, 1 ouder geboren in buitenland Geboren in Nederland, 2 ouders geboren in buitenland Geboren in het buitenland
Totale bevolking 32,9 38,5 34,4 30,7
Europa (excl. NL) . 35,4 34,2 34,1
Buiten-Europa . 41,5 34,4 29,3
waarvan . . . .
Turkije . 37,0 32,1 29,3
Marokko . 48,1 29,9 22,9
Suriname . 42,6 44,0 39,6
Nederlandse Cariben . 42,0 34,4 32,5
Indonesië . 37,4 32,0 34,1
Overig buiten-Europa . 48,0 39,0 27,2
1)Referentielijn geeft de gemiddelde onveiligheidsbeleving in het algemeen voor de totale populatie weer.

Algemene onveiligheidsbeleving blijft gelijk

Het percentage van de Nederlandse bevolking dat zich weleens onveilig voelt is sinds 2012 afgenomen van 38 naar 33 procent. Tussen 2019 en 2021 daalde de algemene onveiligheidsbeleving echter niet voor de totale bevolking. Bij migranten en de tweede generatie nam de algemene onveiligheidsbeleving wel af.

5.11 Onveiligheidsbeleving in het algemeen, naar geboorteland (%)
Jaartal Totale bevolking Geboren in Nederland, 2 ouders geboren in Nederland Geboren in Nederland, 1 ouder geboren in buitenland Geboren in Nederland, 2 ouders geboren in buitenland Geboren in buitenland
2012 37,9 37,2 41,7 47,7 38,9
2013 38,0 37,5 41,6 44,1 38,5
2014 37,2 36,7 40,5 41,3 37,3
2015 36,8 36,2 40,3 41,0 37,6
2016 35,9 35,4 40,7 40,1 35,5
2017 35,3 35,2 38,3 41,4 32,9
2018 ¹⁾ . . . . .
2019 33,0 32,4 36,9 38,5 32,7
2020 ¹⁾ . . . . .
2021 33 32,9 38,5 34,4 30,7
1) Deze cijfers zijn gebaseerd op de Veiligheidsmonitor. Tot en met 2017 was dit een jaarlijks onderzoek, sindsdien een tweejaarlijks onderzoek. Daarom is er geen informatie over 2018 en 2020 beschikbaar.

Vrouwen, jongeren en bewoners van stedelijk gebied voelen zich vaker onveilig

Voor alle herkomstlanden geldt dat vrouwen zich in het algemeen vaker weleens onveilig voelen dan mannen. Van de totale bevolking voelde 24 procent van de mannen zich weleens onveilig in 2021, tegenover 42 procent van de vrouwen. Vrouwen met een Surinaamse herkomst voelen zich het vaakst weleens onveilig (51 procent).

Hoe jonger, hoe groter de kans dat iemand zich weleens onveilig voelt, ongeacht herkomstland. Onder jongeren van 15 tot 25 jaar voelen mensen met een herkomst buiten Nederland zich relatief minder vaak onveilig dan gemiddeld in die leeftijdsgroep. Migranten van 65 jaar of ouder voelen zich juist vaker dan gemiddeld onveilig. Mensen in stedelijk gebied voelen zich, ongeacht herkomst, vaker weleens onveilig dan mensen in niet-stedelijk gebied.

5.12 Onveiligheidsbeleving in het algemeen, naar achtergrondkenmerken, 2021 (%)
Achtergrondkenmerken Totale bevolking Geboren in Nederland, 2 ouders geboren in Nederland Geboren in Nederland, 1 ouder geboren in buitenland Geboren in Nederland, 2 ouders geboren in buitenland Geboren in buitenland
Man 24,0 23,5 28,2 25,2 24,1
Vrouw 41,9 42,4 48,8 43,1 36,6
. . . . .
15 tot 25 jaar 42,9 44,0 48,2 37,5 34,7
25 tot 45 jaar 36,9 38,0 44,7 34,1 31,6
45 tot 65 jaar 31,5 31,7 34,1 30,8 29,6
65 jaar of ouder 24,1 23,4 27,5 23,5 28,6
. . . . .
Zeer sterk stedelijk 39,3 41,5 45,7 37,8 33,1
Sterk stedelijk 34,6 35,4 37,7 31,8 30,1
Matig stedelijk 31,0 31,1 36,5 28,7 27,7
Weinig stedelijk 27,6 27,6 29,9 28,8 25,8
Niet stedelijk¹⁾ 24,8 24,7 27,3 . 24,7
1)Voor sommige groepen zijn de aantallen te klein voor publicatie.

Mensen met Nederlandse herkomst voelen zich minder vaak onveilig in eigen buurt

Het percentage mensen dat zich weleens onveilig voelt in hun eigen buurt is een stuk lager dan de algemene onveiligheidsgevoelens; 14 procent tegen 33 procent in 2021. Mensen met een Nederlandse herkomst voelen zich minder vaak weleens onveilig in hun eigen buurt (13 procent) dan migranten (18 procent) en de tweede generatie (20 procent). Na correctie voor leeftijd, geslacht en opleidingsniveau vallen deze verschillen weg.

Mensen met een Surinaamse of Turkse herkomst voelen zich het vaakst weleens onveilig in hun eigen buurt (23 en 21 procent). Vrijwel alle herkomstgroepen, behalve mensen met een Indonesische herkomst, voelen zich significant vaker weleens onveilig in hun eigen buurt dan gemiddeld onder de totale bevolking. Voor de meeste herkomstlanden zijn de verschillen tussen migranten en de tweede generatie echter niet significant. Na correctie voor leeftijd, geslacht en opleiding voelen alleen mensen met een Surinaamse of Turkse herkomst zich vaker weleens onveilig in hun eigen buurt dan mensen met een Nederlandse herkomst.

5.13 Onveiligheidsbeleving in eigen buurt1), naar herkomst, 2021 (%)
herkomst Nederlandse herkomst Geboren in Nederland, 1 ouder geboren in buitenland Geboren in Nederland, 2 ouders geboren in buitenland Geboren in het buitenland
Totale bevolking 12,6 16,9 20,0 17,7
Europa (excl. NL) . 15,7 18,2 18,4
Buiten-Europa . 18,1 20,2 17,4
Turkije . 19,6 22,3 20,5
Marokko . 27,8 17,4 15,7
Suriname . 19,8 25,2 22,3
Nederlandse Cariben . 18,6 18,9 18,9
Indonesië . 14,9 16,1 15,7
Overig buiten-Europa . 21,0 20,7 16,0
1)Referentielijn geeft de gemiddelde onveiligheidsbeleving in de eigen buurt voor de totale populatie weer.

Stagnatie onveiligheidsgevoelens in eigen buurt

Tot 2019 nam het percentage van de totale bevolking dat zich weleens onveilig voelde in de eigen buurt af. In 2021 is het percentage (14 procent) echter niet veranderd ten opzichte van 2019. Dit geldt voor zowel mensen met een Nederlandse herkomst, als voor migranten en de tweede generatie. De verschillen tussen deze groepen blijven daarmee nagenoeg hetzelfde.

5.14 Onveiligheidsbeleving in het algemeen, naar geboorteland (%)
Jaartal Totale bevolking Geboren in Nederland, 2 ouders geboren in Nederland Geboren in Nederland, 1 ouder geboren in buitenland Geboren in Nederland, 2 ouders geboren in buitenland Geboren in buitenland
2012 17,1 15,7 18,0 27,4 23,6
2013 17,8 16,3 20,3 28,0 24,1
2014 17,3 15,9 18,2 27,3 23,2
2015 17,1 15,7 18,7 25,3 23,2
2016 15,6 14,1 17,2 20,3 22,2
2017 15,6 14,4 17,0 21,8 20,4
2018 ¹⁾ . . . . .
2019 13,7 12,4 15,4 18,5 18,5
2020 ¹⁾ . . . . .
2021 13,9 12,6 16,9 20,0 17,7
1) Deze cijfers zijn gebaseerd op de Veiligheidsmonitor. Tot en met 2017 was dit een jaarlijks onderzoek, sindsdien een tweejaarlijks onderzoek. Daarom is er geen informatie over 2018 en 2020 beschikbaar.

Vrouwen, jongeren en stedelingen voelen zich vaakst onveilig in eigen buurt

Net als bij de onveiligheidsbeleving in het algemeen geven vrouwen, jongeren en bewoners van sterk stedelijk gebied het vaakst aan zich weleens onveilig te voelen in hun eigen buurt. Voor de meeste herkomstlanden geldt dat vrouwen zich vaker onveilig voelen in hun eigen buurt dan mannen. Alleen bij mensen met een Indonesische of Nederlands-Caribische herkomst is er geen significant verschil tussen mannen en vrouwen. Bij zowel mannen als vrouwen voelen mensen van de tweede generatie zich relatief vaker onveilig in hun eigen buurt.

Ongeacht herkomstland voelen jongeren zich vaker weleens onveilig in de eigen buurt dan ouderen. Jongeren van 15 tot 25 jaar voelen zich bijna twee keer zo vaak als 65‑plussers onveilig in hun eigen buurt (18 tegenover 10 procent). In het buitenland geboren 65‑plussers voelen zich relatief vaak weleens onveilig in hun eigen buurt in vergelijking met andere 65‑plussers. Bewoners van zeer sterk stedelijk gebied voelen zich tot drie keer zo vaak weleens onveilig in hun eigen buurt als bewoners van niet-stedelijk gebied (21 tegenover 7 procent). Dat geldt voor alle herkomstgroepen.

5.15 Onveiligheidsbeleving in eigen buurt, naar achtergrondkenmerken, 2021 (%)
Achtergrondkenmerken Totale bevolking Geboren in Nederland, 2 ouders geboren in Nederland Geboren in Nederland, 1 ouder geboren in buitenland Geboren in Nederland, 2 ouders geboren in buitenland Geboren in buitenland
Man 11,0 9,6 13,4 17,0 15,6
Vrouw 16,8 15,5 20,4 22,9 19,5
. . . . .
15 tot 25 jaar 17,9 16,8 21,8 21,0 19,4
25 tot 45 jaar 16,1 14,4 20,0 21,1 18,7
45 tot 65 jaar 12,9 11,8 14,4 17,6 17,3
65 jaar of ouder 10,1 9,5 11,7 9,4 14,9
. . . . .
Zeer sterk stedelijk 21,2 20,0 23,6 25,0 21,8
Sterk stedelijk 15,0 14,7 15,5 16,9 16,1
Matig stedelijk 10,0 9,5 13,1 10,9 11,7
Weinig stedelijk 8,7 8,4 11,0 10,6 10,7
Niet stedelijk¹⁾ 7,0 6,8 8,9 . 8,4
1)Voor sommige groepen zijn de aantallen te klein voor publicatie.

Literatuur

Open literatuurlijst

Literatuur

CBS (2022). Veiligheidsmonitor 2021: Onderzoeksverantwoording. Geraadpleegd op 27 juli 2022.

Centraal Bureau voor de Statistiek. (2018). Jaarrapport Integratie 2018.

Centraal Bureau voor de Statistiek. (2020). Jaarrapport Integratie 2020.

Noten

In deze publicatie gaat het alleen om de bevolking die bij een Nederlandse gemeente is ingeschreven. Het merendeel van de verdachten met Poolse en Roemeense nationaliteit heeft geen woonadres in Nederland en is daarmee niet opgenomen in deze cijfers.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

niets (blanco) een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
0 (0,0) het cijfer is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
* voorlopige cijfers
** nader voorlopige cijfers
- (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
2016–2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/’17 oogstjaar, boekjaar, schooljaar, enz. beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2004/’05-2016/’17 oogstjaar enz., 2004/’05 tot en met 2016/’17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Redactie

Martine de Mooij, Dion Dieleman, Kirsten van Houdt en Lucille Mattijssen

Eindredactie

Annelie Hakkenes, Karolien van Wijk en Paul de Winden

Opmaak figuren

Saskia Stavenuiter en Karolien van Wijk

Monitordeel

  1. Bevolking
    Han Nicolaas en Dominique van Roon
  2. Wonen
    Dion Dieleman, Mariëtte Goedhuys, Aafke Heringa en Hans Vreeken
  3. Onderwijs
    Sascha de Breij, Frank Linder en Lucille Mattijssen
  4. Sociaaleconomische positie
    Marion van den Brakel, Willem Gielen, Kirsten van Houdt, Noortje Pouwels, Marlou van de Sande, Sander van Schie
  5. Criminaliteit
    Charlotte Brand, Elianne Derksen, Lona Verkooijen en Wim Vissers
  6. Gezondheid
    Elianne Derksen, Kim Knoops, Lucille Mattijssen Floor van Oers en Laura Voorrips
  7. Sociale samenhang en participatie
    Hans Schmeets

Verdiepend deel

  1. Verschillen tussen bevolkingsgroepen in COVID-19‑ziekenhuisopnamen in 2020
    Coen van Duin en Anton Kunst (Amsterdam UMC, Public and Occupational Health)
  2. Schoolloopbanen van de tweede generatie
    Joeke Kuyvenhoven (NIDI) en Marjolijn Das
  3. Inkomensmobiliteit tussen familiegeneraties naar herkomst
    Marion van den Brakel

Erratum

Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze publicatie is samengesteld, zijn er achteraf enkele onvolkomenheden geconstateerd. Onze excuses hiervoor.

Datum: 29 november 2022

In de tekst over huwelijkspartnerkeuze in hoofdstuk 1 werden twee verkeerde cijfers genoemd. In de longread en de PDF is de tekst aangepast met de juiste cijfers.