Foto omschrijving: Allochtone man kijkt naar voetballende kinderen op voetbalveld.

Gezondheid

De gezondheid van mensen met een Nederlandse achtergrond is doorgaans beter dan die van degenen met een niet-westerse achtergrond. Mensen met een niet-westerse achtergrond hebben hogere zorgkosten en ervaren hun eigen gezondheid minder vaak als (zeer) goed. Dit hoofdstuk beschrijft verschillen in gezondheidsbeleving, rookgedrag, obesitas, zorgkosten en medicijngebruik naar migratieachtergrond.

Gezondheidsbeleving bij niet-westerse achtergrond minder goed

Mensen met een Turkse, Marokkaanse, Surinaamse of Antilliaanse achtergrond ervaren hun gezondheid minder vaak als (zeer) goed dan mensen met een Nederlandse achtergrond. Dit geldt het sterkst voor mensen met een Marokkaanse, Turkse en Surinaamse achtergrond.

In de leeftijdsgroep van 12 tot 65noot1 jaar ervaart ongeveer twee derde van deze groepen de eigen gezondheid als (zeer) goed, tegen 82 procent van de Nederlanders. Dit is opmerkelijk omdat mensen met een Marokkaanse of Turkse achtergrond gemiddeld jonger zijn dan mensen met een Nederlandse achtergrond en jonge mensen gemiddeld positiever zijn over hun gezondheid dan ouderen.

Turken, Marokkanen, Surinamers en Antilianen van de eerste generatie ervaren de eigen gezondheid duidelijk minder vaak als (zeer) goed dan de tweede generatie. Hier speelt uiteraard mee dat de tweede generatie, geboren in Nederland, aanzienlijk jonger is dan de eerste generatie. Bij Marokkanen en Turken is het verschil tussen de generaties het grootst.

5.1 Als (zeer) goed ervaren gezondheid, naar achtergrond en generatie, 2015/2019 (% van 12- tot 65-jarigen)
Generatie Nederlands Turks Marokkaans Surinaams Antilliaans
Totaal 81,9 67,7 64,4 67,8 76,1
Eerste
generatie
. 54,9 50,6 59,8 68,6
Tweede
generatie
. 80,7 82,7 78,0 88,9

Mensen met een Nederlandse, Marokkaanse of Surinaamse achtergrond ervaren hun gezondheid in 2015/2019 minder vaak als (zeer) goed dan in 2005/2009. Voor Antillianen en Turken is het aandeel mensen met een als (zeer) goed ervaren gezondheid in de periode 2015/2019 niet significant anders dan in 2005/2009.

5.2 Als (zeer) goed ervaren gezondheid, naar achtergrond (% van 12- tot 65-jarigen)
Achtergrond 2015/2019 2005/2009
Nederlands 81,9 83,4
Turks 67,7 68,5
Marokkaans 64,4 70,6
Surinaams 67,8 73,2
Antilliaans 76,1 74,3

Eerste generatie met Turkse achtergrond rookt vaakst

Mensen met een Marokkaanse achtergrond rookten in de periode 2015–2019 duidelijk minder vaak (15 procent) dan mensen met een Nederlandse achtergrond (24 procent). De groep met Turkse achtergrond rookte met 34 procent juist relatief vaak. Van de Surinamers rookte 30 procent. Mensen met een Antilliaanse achtergrond verschillen op het gebied van roken (26 procent) niet van mensen met een Nederlandse achtergrond.

Marokkanen en Turken van de eerste generatie roken vaker dan de tweede generatie. Bij Surinamers en Antillianen verschilt het aandeel rokers niet tussen de generaties.

5.3 Rokers, naar achtergrond en generatie, 2015/2019 (% van 12- tot 65-jarigen)
Generatie Nederlands Turks Marokkaans Surinaams Antilliaans
Totaal 24,0 34,1 15,0 29,9 25,8
Eerste
generatie
. 42,2 17,8 31,2 25,8
Tweede
generatie
. 25,9 11,3 28,3 25,8

In de periode 2015–2019 rookten minder mensen dan in de periode 2005–2009. Deze daling is zowel bij mensen met een Nederlandse achtergrond zichtbaar als bij mensen met een Marokkaanse of Surinaamse achtergrond. Alleen bij de groep met Antilliaanse en Turkse achtergrond was de daling niet significant.

5.4 Rokers, naar achtergrond (% van 12- tot 65-jarigen)
Achtergrond 2015/2019 2005/2009
Nederlands 24,0 30,6
Turks 34,1 34,3
Marokkaans 15,0 21,7
Surinaams 29,9 32,7
Antilliaans 25,8 27,4

24 procent Antilianen heeft ernstig overgewicht

Mensen met een Turkse, Marokkaanse, Surinaamse of Antilliaanse migratieachtergrond hebben vaker ernstig overgewicht (obesitas) dan mensen zonder migratieachtergrond. Van de mensen met een Antilliaanse achtergrond is 24 procent obees, tegen 12 procent bij degenen met een Nederlandse achtergrond. Het hebben van obesitas brengt meerdere gezondheidsrisico’s met zich mee (bijvoorbeeld diabetes en hart- en vaatziekten).

Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen van de eerste generatie kampen beduidend vaker met obesitas dan de tweede generatie. Hierbij speelt mee dat de eerste generatie gemiddeld ouder is en ouderen over het algemeen vaker ernstig overgewicht hebben dan jongeren.

5.5 Obesitas, naar achtergrond en generatie, 2015/2019 (% van 12- tot 65-jarigen)
Generatie Nederlands Turks Marokkaans Surinaams Antilliaans
Totaal 11,6 17,5 16,8 16,5 23,5
Eerste
generatie
. 23,9 23,7 22,4 30,9
Tweede
generatie
. 11,1 7,8 8,9 11,1

Tussen 2005/2009 en 2015/2019 steeg het aandeel mensen van 12 tot 65 jaar met obesitas. Dat gold zowel voor mensen met als zonder migratieachtergrond.

5.6 Obesitas, naar achtergrond (% van 12- tot 65-jarigen)
Achtergrond 2015/2019 2005/2009
Nederlands 11,6 9,1
Turks 17,5 12,6
Marokkaans 16,8 12,2
Surinaams 16,5 9,9
Antilliaans 23,5 19,7

Tot 65 jaar hogere zorgkosten bij niet-westerse achtergrond

Met het toenemen van de leeftijd neemt de gezondheid af en stijgen de zorgkosten. Dit geldt zowel voor mensen met als zonder migratieachtergrond. Voor iedere leeftijdsgroep zijn de zorgkosten van mensen met een niet-westerse achtergrond in 2017 hoger dan van mensen met een Nederlandse of andere westerse achtergrond. Meer specifiek zijn de zorgkosten van mensen met een Antilliaanse, Marokkaanse, Surinaamse en Turkse achtergrond hoger dan die van degenen met een Nederlandse achtergrond. Dit is in lijn met het gegeven dat mensen met een migratieachtergrond de gezondheid als slechter ervaren dan degenen zonder migratieachtergrond (zie eerder dit hoofdstuk). Van de mensen met een niet-westerse achtergrond hebben alleen mensen in de groep overig niet-westers zorgkosten die gelijk of lager zijn die van mensen met een Nederlandse achtergrond.

5.7 Gemiddelde zorgkosten basisverzekering, naar achtergrond en leeftijd, 2017* (1 000 euro per persoon)
Leeftijd Nederlands Westers Niet-westers Turks Marokkaans Surinaams Antilliaans Overig niet-westers
20 tot
40 jaar
1,5 1,2 1,6 1,6 1,9 1,8 1,6 1,4
40 tot
60 jaar
2,0 2,0 2,3 2,5 2,1 2,8 2,7 2,0
60 tot
80 jaar
4,2 4,3 4,9 5,7 5,1 5,5 4,9 3,9
Bron: CBS, Vektis.

Een moeilijkheid bij de vergelijking van groepen met en zonder migratieachtergrond is dat de groepen aanmerkelijk verschillen in leeftijdsopbouw. Zo zijn er op dit moment bijvoorbeeld nog relatief weinig ouderen met een migratieachtergrond, terwijl ouderen juist de hoogste zorgkosten hebben. Als voor de leeftijd tot 65 jaar wordt gecorrigeerd voor leeftijdsverschillen (door standaardisatie naar de leeftijdsopbouw van de Nederlandse bevolking) kunnen groepen worden vergeleken zonder dat leeftijd een rol speelt. De zorgkosten van mensen met een niet-westerse achtergrond blijken in 2017 dan 15 procent hoger dan voor mensen met een Nederlandse achtergrond. Voor mensen met een Surinaamse, Turkse of Antilliaanse achtergrond zijn de zorgkosten ongeveer een kwart hoger dan voor mensen met een Nederlandse achtergrond; voor mensen met een Marokkaanse achtergrond liggen de zorgkosten 16 procent hoger. Mensen met een overig niet-westerse achtergrond hebben zorgkosten die gelijk zijn aan die van mensen met een Nederlandse achtergrond. Voor mensen met een andere westerse achtergrond geldt dat de zorgkosten 7 procent lager liggen dan van mensen met een Nederlandse achtergrond.

In alle groepen zijn de zorgkosten voor vrouwen tot 65 jaar hoger dan voor mannen, voor een belangrijk deel vanwege kosten rondom zwangerschap en bevalling. Bij vergelijking van de groepen met een migratieachtergrond onderling blijken de verschillen in zorgkosten tussen mannen echter groter dan tussen vrouwen. Zo liggen de zorgkosten van mannen met een Surinaamse achtergrond 36 procent hoger dan die van mannen met een Nederlandse achtergrond en die van Turkse en Antilliaanse mannen 30 procent hoger. Bij vrouwen zijn de zorgkosten van Turkse vrouwen het hoogst: 24 procent hoger dan die van Nederlandse vrouwen. Het vergelijken van zorgkosten over jaren heen is niet goed mogelijk omdat de kosten onder meer afhangen van de samenstelling van het basispakket.

Hoogste kosten specialistische ggz-zorg voor mannen met Antilliaanse achtergrond

De vier soorten zorg waarvoor tot 65 jaar de meeste kosten worden gemaakt zijn ziekenhuiszorg, gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg (ggz), geneesmiddelen en huisartsenzorg. Kosten voor ziekenhuiszorg en huisartsenzorg zijn voor mensen met een niet-westerse achtergrond 6 procent hoger dan voor mensen met een Nederlandse achtergrond (na standaardisatie naar leeftijd van de Nederlandse bevolking tot 65 jaar). Voor gespecialiseerde ggz en geneesmiddelen zijn de verschillen groter.

Bij niet-westerse mannen zijn de gestandaardiseerde kosten voor gespecialiseerde ggz 45 procent hoger dan voor mannen met een Nederlandse achtergrond. Voor Antilliaanse mannen waren in 2017 de gemiddelde kosten per persoon voor gespecialiseerde ggz met 383 euro het dubbele van de kosten van mannen met een Nederlandse achtergrond (188 euro). Ook voor Surinaamse en Marokkaanse mannen waren ggz-kosten respectievelijk met 361 euro en 323 euro per persoon relatief hoog. Voor mannen met een Turkse of overig niet-westerse achtergrond lagen de kosten respectievelijk 11 procent en 18 procent hoger dan voor mannen met een Nederlandse achtergrond. Bij de vrouwen zijn de gemiddelde kosten voor specialistische ggz-zorg in de totale groep met een niet-westerse achtergrond lager dan bij vrouwen met een Nederlandse achtergrond. Vrouwen met een Surinaamse of Antilliaanse achtergrond hebben wel hogere kosten, respectievelijk 21 procent en 14 procent hoger dan vrouwen met een Nederlandse achtergrond.

Bij de gestandaardiseerde kosten voor geneesmiddelen zijn de verschillen tussen de niet-westerse groepen onderling minder groot, maar zowel bij mannen als bij vrouwen tussen 27 en 56 procent hoger dan bij Nederlandse mannen en vrouwen. Mannen met een Surinaamse of Antilliaanse achtergrond hadden met gemiddeld ruim 250 euro de hoogste medicijnkosten, bij mannen met een Nederlandse achtergrond was dat 163 euro. Bij vrouwen hadden vrouwen van Turkse komaf met 261 euro de hoogste kosten voor geneesmiddelen, tegen 178 euro voor Nederlandse vrouwen.

De gemiddelde zorgkosten per persoon zijn over jaren heen niet goed te vergelijken. In de ggz is in recente jaren veel veranderd in de indeling (van eerste/tweedelijns naar basis/gespecialiseerde ggz) en de verzekerde populatie (ggz tot 18 jaar is overgeheveld naar gemeentes). Bij de geneesmiddelen worden de gemiddelde kosten per persoon sterk beïnvloed door de samenstelling van het verzekerd pakket, de prijzen van geneesmiddelen en de overheveling van specifieke dure geneesmiddelen naar de ziekenhuiszorg.

5.8 Gemiddelde zorgkosten mannen tot 65 jaar (gestandaardiseerd), naar achtergrond, 2017* (euro)
Kosten Nederlands Westers Niet-westers Turks Marokkaans Surinaams Antilliaans Overig niet-westers
Gespecialiseerde
ggz
188 201 273 209 323 361 383 221
Medicijnen 163 185 234 230 207 254 252 238
Bron: CBS, Vektis.

Mannen met Marokkaanse achtergrond kregen vaakst antipsychotica verstrekt

Mannen en vrouwen tot 65 jaar met een niet-westerse migratieachtergrond kregen in 2018 vaker een antipsychoticum verstrekt dan mannen en vrouwen met een Nederlandse achtergrond. Als wordt gestandaardiseerd naar de leeftijdsopbouw van de Nederlandse bevolking in die leeftijd, dan blijkt dat 4,7 procent van de Marokkaanse mannen een antipsychoticum kreeg; bijna driemaal zo veel als mannen met een Nederlandse achtergrond. Voor mannen met een Turkse achtergrond was dat aandeel met 4 procent iets lager, maar nog steeds beduidend hoger dan bij mannen met een Nederlandse achtergrond. Ook vrouwen van Marokkaanse en Turkse komaf kregen, in vergelijking met Nederlandse vrouwen (1,6 procent), relatief vaak antipsychotica (respectievelijk 2,6 en 3,3 procent).

Niet-westerse mannen kregen anderhalf keer vaker antipsychotica dan niet-westerse vrouwen. Bij Marokkanen was het verschil tussen mannen en vrouwen het grootst: bijna tweemaal zoveel mannen als vrouwen kregen antipsychotica. Bij mensen met een Nederlandse of een andere westerse achtergrond zijn er nauwelijks verschillen tussen mannen en vrouwen voor wat betreft het aandeel met antipsychotica.

Verschillen tussen mannen en vrouwen zijn bij de tweede generatie kleiner dan bij de eerste generatie: bij mannen was het aandeel met antipsychotica in de tweede generatie lager, bij vrouwen hoger. Voor mannen en vrouwen samen was er geen verschil tussen de eerste en tweede generatie.

5.9 Mannen en vrouwen met antipsychotica, naar achtergrond, 2018* (% van bevolking jonger dan 65 jaar (gestandaardiseerd))
Achtergrond Mannen Vrouwen
Nederlands 1,6 1,6
Eerste generatie 2,3 1,7
Tweede generatie 2,1 1,9
. .
Westers 1,5 1,4
Niet-westers 3,0 2,1
waarvan . .
Turks 4,0 3,3
Marokkaans 4,7 2,6
Surinaams 2,6 1,9
Antilliaans 2,5 1,7
Overig niet-westers 2,0 1,4
Bron: CBS, Zorginstituut Nederland.

In vergelijking met tien jaar eerder is het aandeel mensen van 0 tot 65 jaar dat een antipsychoticum verstrekt kreeg in alle bevolkingsgroepen gestegen. Doordat de relatieve stijging groter was bij mensen met een Nederlandse achtergrond (37 procent) dan bij mensen met een niet-westerse migratieachtergrond (24 procent) zijn de verschillen tussen groepen licht gedaald. Bij mensen met een eerste generatie migratieachtergrond is de laatste vijf jaar geen verdere stijging meer te zien, zelfs een lichte afname. Bij mensen met een tweede generatie migratieachtergrond is er, net als bij mensen met een Nederlandse achtergrond, een continue stijging over de afgelopen tien jaar. Bij de Marokkaanse mannen, die de middelen het vaakst verstrekt krijgen, trad er vanaf 2008 een stijging op maar is de laatste jaren weer een lichte daling te zien.

5.10 Mensen met antipsychotica, naar achtergrond (% van bevolking jonger dan 65 jaar (gestandaardiseerd))
Jaar Nederlands Niet-westers
2008 1,1 2,0
2009 1,2 2,2
2010 1,2 2,3
2011 1,3 2,4
2012 1,3 2,4
2013 1,4 2,5
2014 1,4 2,5
2015 1,5 2,5
2016 1,5 2,5
2017 1,5 2,5
2018* 1,6 2,5
Bron: CBS, Zorginstituut Nederland.

Turkse vrouwen kregen vaakst antidepressiva verstrekt

Vrouwen tot 65 jaar kregen vaker antidepressiva verstrekt dan mannen, ongeacht de migratieachtergrond. Van de Nederlandse vrouwen kreeg 7 procent in 2018 een antidepressivum, bijna tweemaal zo vaak als de mannen (3,6 procent). Gestandaardiseerd voor de leeftijdsopbouw van de totale bevolking tot 65 jaar was het aandeel mensen dat een antidepressivum kreeg verstrekt het hoogst onder Turkse vrouwen: 11,5 procent. Behalve de vrouwen met een Turkse achtergrond kregen ook vrouwen met een Marokkaanse achtergrond vaker antidepressiva (8,5 procent) dan vrouwen met een Nederlandse achtergrond (7 procent). Vrouwen met een Surinaamse achtergrond en Antilliaanse achtergrond kregen minder vaak antidepressiva dan vrouwen met een Nederlandse achtergrond (respectievelijk 4,9 procent en 4,4 procent). Ook vrouwen met een andere niet-westerse migratieachtergrond kregen minder vaak antidepressiva dan vrouwen met een Nederlandse achtergrond net als vrouwen met andere westerse achtergrond. Bij mannen lag het aandeel dat antidepressiva kreeg lager dan bij vrouwen, maar de verschillen tussen de migratiegroepen zijn ongeveer hetzelfde als bij vrouwen. Voor mannen en vrouwen samen geldt dat er nauwelijks verschil was tussen de eerste en tweede generatie. Bij de tweede generatie zijn de verschillen tussen mannen en vrouwen groter dan in de eerste generatie, en lijken daarmee meer op de verschillen in de groep met een Nederlandse of andere westerse achtergrond.

5.11 Mannen en vrouwen met antidepressiva, naar achtergrond, 2018* (% van bevolking jonger dan 65 jaar (gestandaardiseerd))
Achtergrond Mannen Vrouwen
Nederlands 3,6 7,0
Eerste generatie 3,9 5,5
Tweede generatie 3,4 6,3
. .
Westers 2,9 5,4
Niet-westers 4,6 6,3
waarvan . .
Turks 7,3 11,5
Marokkaans 7,1 8,5
Surinaams 2,9 4,9
Antilliaans 2,3 4,4
Overig niet-westers 3,5 4,3
Bron: CBS, Zorginstituut Nederland.

In de laatste tien jaar is er onder de mensen met een Nederlandse achtergrond een stijging geweest van 10 procent in het aandeel mensen dat een antidepressivum kreeg verstrekt. Bij mannen en vrouwen met een eerste generatie migratieachtergrond daalt het aandeel al enkele jaren, bij mensen van de tweede generatie is het nagenoeg stabiel. Bij Turkse vrouwen, die zowel tien jaar geleden als in 2018 het vaakst antidepressiva krijgen, is er de laatste zeven jaar een continue afname geweest van in totaal 15 procent.

Op oudere leeftijd kregen mensen met Marokkaanse achtergrond vaakst diabetesmiddelen verstrekt

Mensen met een niet-westerse migratieachtergrond kregen iets vaker een diabetesmiddel (insuline of een ander bloedglucoseverlagend middel) dan mensen met een Nederlandse achtergrond. Dat is opvallend omdat mensen met een Nederlandse achtergrond gemiddeld ouder zijn en ouderen vaker lijden aan (ouderdoms-)diabetes. Voor alle leeftijden samen kregen mensen met een Surinaamse afkomst met 9 procent het vaakst diabetesmiddelen. Maar, als de migratiegroepen worden vergeleken binnen de hoogste drie leeftijdsgroepen waar diabetes het meeste voorkomt (50 tot 65 jaar, 65 jaar tot 75 jaar en 75 jaar of ouder) dan kregen mensen met een Marokkaanse achtergrond het vaakst middelen tegen suikerziekte verstrekt. Omdat mensen met een Surinaamse achtergrond gemiddeld ouder zijn dan die met een Marokkaanse achtergrond, kreeg de totale groep met een Surinaamse achtergrond relatief toch vaker een diabetesmiddel. Mensen met een tweede generatie migratieachtergrond hebben, per leeftijdsgroep, ongeveer net zo vaak diabetesmiddelen als mensen met een Nederlandse achtergrond. Mensen met een eerste generatie migratieachtergrond kregen deze middelen vaker.

De laatste jaren is in de hoge leeftijdsgroepen het aandeel mensen met een Nederlandse achtergrond dat diabetesmiddelen krijgt licht aan het dalen. In de groep met een niet-westerse migratieachtergrond is het beeld divers: een daling bij alle groepen in de leeftijd 55-65 jaar, een gemengd beeld bij 65-75 jaar, en in de hoogste leeftijdsgroep een stijging tot een afvlakking.

5.12 Mensen met diabetesmiddelen, naar achtergrond en leeftijd, 2018* (% van bevolking)
Achtergrond 55 tot 65 jaar 65 tot 75 jaar 75 jaar of ouder
Nederlands 6,4 11,6 15,1
Eerste generatie 15,9 24,5 24,8
Tweede generatie 7,3 12,3 15,6
. . .
Westers 7,4 13,7 16,1
Niet-westers 19,7 32,3 35,6
waarvan . . .
Turks 23,1 38,3 37,5
Marokkaans 26,9 43,5 49,0
Surinaams 21,7 33,8 32,6
Antilliaans 14,0 23,2 25,2
Overig niet-westers 15,5 24,9 26,3
Bron: CBS, Zorginstituut Nederland.

Noten

Er zijn te weinig cijfers beschikbaar om betrouwbare analyses te kunnen doen voor 65-plussers.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

. Gegevens ontbreken
* Voorlopig cijfer
** Nader voorlopig cijfer
x Geheim
Nihil
(Indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
0 (0,0) Het getal is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
Niets (blank) Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
2019–2020 2019 tot en met 2020
2019/2020 Het gemiddelde over de jaren 2019 tot en met 2020
2019/’20 Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2019 en eindigend in 2020
2017/’18–2019/’20 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2017/’18 tot en met 2019/’20

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Redactie

Martine de Mooij, Dion Dieleman, Sabrina de Regt

Eindredactie

Annelie Hakkenes

Opmaak figuren

Annelie Hakkenes

Janneke Hendriks

Mart Landman

Hans Westerbeek

Monitordeel

  1. Bevolking
    Han Nicolaas en Dominique van Roon
  1. Onderwijs
    Dion Dieleman en Frank Linder
  1. Sociaaleconomische positie
    Willem Gielen, Noortje Pouwels, Sabrina de Regt en Sander van Schie
  1. Criminaliteit
    Kim Knoops, Sabrina de Regt en Wim Vissers
  1. Gezondheid
    Kim Knoops, Sabrina de Regt en Laura Voorrips
  1. Sociale samenhang en participatie
    Hans Schmeets

Verdiepend deel

  1. De transitie van onderwijs naar arbeidsmarkt
    Niels Kooiman
  1. De rol van gezin, opleiding en migratieachtergrond bij veroordeelde jongvolwassenen
    Dion Dieleman, Ruben van Gaalen en Sabrina de Regt
  1. Familienetwerken van niet-westerse oudere migranten
    Tineke Fokkema (NIDI) en Marjolijn Das