Verantwoording van de impactmonitor

Het vorige hoofdstuk van de impactmonitor beschrijft de meest recente cijfers over de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Hierbij is gekeken naar de onderwerpen die de onderzoeksadviescommissie van het programma ‘Geweld hoort nergens thuis’ als het meest relevant heeft bestempeld. Een belangrijk uitgangspunt voor de impactmonitor is dat zo veel mogelijk wordt aangesloten op bestaande bronnen en dat aanvullende registraties worden voorkomen.

Meer achtergrondinformatie over de opzet en inhoud van de monitor is te vinden in:

In deze editie wordt gerapporteerd op basis van nu beschikbare gegevensbronnen en bestaande publicaties. Dit betreft gegevens op basis van de Beleidsinformatie Veilig Thuis (VT, bron CBS), Beleidsinformatie Jeugd (BiJ, bron CBS), een onderzoeksprogramma naar de prevalentie van huiselijk geweld en kindermishandeling bestaande uit verschillende deelstudies en een overkoepelend syntheserapport (bron WODC), een recidive-onderzoek onder daders van huiselijk geweld (bron: WODC), de Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Geweld 2020 van CBS en WODC (bron CBS/WODC), cohortstudies onder betrokkenen bij huiselijk geweld en kindermishandeling (bron Verwey-Jonker Instituut), politieregistratiegegevens (bron Politie) en registraties van de Raad voor de Kinderbescherming (bron RvdK). Het CBS heeft geen controle uitgevoerd op de cijfers uit andere bronnen. Ook heeft het CBS de methode waarmee de cijfers zijn berekend niet gecontroleerd of beoordeeld.

4.1Beleidsinformatie Veilig Thuis

De indicatoren over Veilig Thuis zijn gebaseerd op het CBS onderzoek ‘Beleidsinformatie Veilig Thuis’. Dit onderzoek levert uitkomsten over huiselijk geweld en kindermishandeling, zoals dat bij Veilig Thuis in beeld was. Het CBS stelt deze beleidsinformatie halfjaarlijks samen op basis van gegevens afkomstig van de Veilig Thuis organisaties. De aanlevering van deze gegevens aan het CBS is vastgelegd in de wet Wmo 2015, in de vorm van een Informatieprotocol beleidsinformatie Veilig Thuis. Dit informatieprotocol legt gedetailleerd vast welke gegevens aangeleverd moeten worden. De uitkomsten worden op vaste momenten gepubliceerd. De cijfers over het eerste half jaar verschijnen eind oktober, die over het gehele jaar verschijnen eind april en zijn te vinden op StatLine.

4.2Beleidsinformatie Jeugd

De indicator over het aantal gestarte ondertoezichtstellingen is gebaseerd op het CBS onderzoek ‘Beleidsinformatie Jeugd’. Dit onderzoek levert uitkomsten over het aantal jongeren met jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering. Het CBS stelt deze beleidsinformatie halfjaarlijks samen op basis van gegevens afkomstig van de jeugdhulp­aanbieders en de gecertificeerde instellingen. De aanlevering van deze gegevens aan het CBS is vastgelegd in de Jeugdwet, in de vorm van een Informatieprotocol beleidsinformatie jeugd. Dit informatieprotocol legt gedetailleerd vast welke gegevens aangeleverd moeten worden. De uitkomsten worden op vaste momenten gepubliceerd. De cijfers over het eerste half jaar verschijnen eind oktober, die over het gehele jaar verschijnen eind april en zijn te vinden op StatLine.

4.3Politieregistratiegegevens

Het aantal meldingen vanuit de politie aan Veilig Thuis heeft het CBS ontvangen van de politie vanuit de Basisvoorziening Handhaving (BVH). De BVH is het registratiesysteem van de politie waarin de politie meldingen registreert, aangiftes verwerkt en incidenten afhandelt. Bij de melding van een delict kan een rol van de betreffende persoon worden geselecteerd (verdachte, betrokkene, slachtoffer, getuige of benadeelde). Naast de BHV kent de politie ook het registratiesysteem SummiT. Hieronder worden complexe en of gevoelige zaken vastgelegd, bijvoorbeeld zaken over eergerelateerd geweld. Dit gaan om een relatief klein aantal zaken. In deze rapportage is geen gebruik gemaakt van gegevens uit SummIT.

4.4Onderzoeksprogramma prevalentie huiselijk geweld en kindermishandeling WODC

De omvangschatting van het aantal personen dat te maken heeft met kindermishandeling is gebaseerd op een tweetal deelstudies die onderdeel uitmaken van het onderzoeksprogramma prevalentie huiselijk geweld en kindermishandeling van het WODC. Dit zijn een zelfrapportage onder scholieren in de eerste vier jaar van het voortgezet onderwijs en een informatenstudie onder professionals over kindermishandeling onder alle kinderen tussen de 0 en 17 jaar.noot1 Een derde deelstudie naar het slachtofferschap van huiselijk geweld is in deze editie van de impactmonitor niet meer gebruikt, omdat er inmiddels recentere gegevens beschikbaar zijn uit ander onderzoek. In de overkoepelende synthese van Ten Boom & Wittebrood (2019) over de prevalentie van huiselijk geweld en kindermishandeling worden onder meer deze drie studies in samenhang beschreven. Ook wordt ingegaan op de verschillende gebruikte onderzoeksmethoden waarmee gepoogd is deze lastig meetbare verschijnselen in kaart te brengen. Voor meer informatie over de opzet en uitkomsten van deze drie studies en de beperkingen die elk van de studies met zich meebrengt wordt in de eerste plaats verwezen naar deze laatstgenoemde overkoepelende synthese.

Gedetailleerde informatie is te vinden in de drie genoemde originele publicaties.

4.5Recidiveonderzoek WODC

Informatie over daders en recidive van huiselijk geweld zijn afkomstig uit een recidive onderzoek van het WODC (Blokdijk, D., Beijersbergen, K.A. & Weijters, G. (2019). Achtergronden en recidive onder daders van huiselijk geweld veroordeeld in 2008–2015. Den Haag: WODC).

4.6Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Geweld 2020 CBS/WODC

Informatie over het aantal slachtoffers (van 16 jaar en ouder) van huiselijk geweld is afkomstig uit het Prevalentieonderzoek Huiselijk Geweld en Seksueel Geweld (PHGSG) 2020 van het CBS en WODC. De cijfers in deze PHGSG zijn gebaseerd op een internetenquête onder de Nederlandse bevolking van 16 jaar en ouder in maart en april 2020. Voor het onderzoek zijn honderdduizend personen benaderd. Ruim 30 duizend personen hebben de vragenlijst ingevuld, een respons van 30,5 procent. Dit grote aantal respondenten maakt het mogelijk om betrouwbare en gedetailleerde uitspraken te doen over de prevalentie van huiselijk geweld en seksueel geweld in Nederland.

De PHGSG beschrijft de aard en de mate waarin huiselijk geweld en seksueel geweld in Nederland voorkomen. Bij huiselijk geweld gaat het om vormen van geweld als fysiek geweld, dwingende controle, stalking en seksueel geweld die gepleegd worden door iemand uit de huiselijke kring. De term ‘huiselijke kring’ heeft betrekking op de sociale relatie tussen slachtoffer en pleger. Tot de huiselijke kring worden gezins- en familieleden en ook eventuele (ex-)partners gerekend. Seksueel geweld omvat alle vormen van seksuele intimidatie en geweld. Seksueel geweld kan binnen en buiten de huiselijke kring plaatsvinden. Een deel van het seksueel geweld dat in de PHGSG wordt onderzocht valt formeel niet binnen de scope van deze impactmonitor, namelijk het seksueel geweld dat buiten de huiselijke kring plaatsvindt. Uit de PHGSG blijkt dat seksueel geweld voor het grootste deel niet in huiselijke kring plaatsvindt: 10 procent van de bevolking van 16 jaar en ouder is slachtoffer geweest van seksueel geweld buiten de huiselijke kring. Bij 1 procent gebeurde dit binnen de huiselijke kring.

4.7Cohortstudies Verwey-Jonker Instituut

De outcome-indicatoren in deze impactmonitor, zoals de toe- of afname van geweld en verbetering van welzijn, zijn gebaseerd op cohortonderzoek van het Verwey-Jonker Instituut naar het effect van de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld onder gezinnen/huishoudens die in aanraking zijn gekomen met Veilig Thuis. In de periode 2016–2020 loopt een grootschalig cohortonderzoek in 13 van de 26 Veilig Thuis-regio’s in Nederland. In het onderzoek worden anderhalf jaar lang gezinnen met kinderen gevolgd, waar (ex-) partnergeweld en/of kindermishandeling speelt. Dit gebeurt vanaf het moment van melding bij Veilig Thuis. Tijdens het onderzoek vinden drie meetmomenten plaats, één kort na de melding bij Veilig Thuis, de tweede meting een jaar na de eerste meting en de derde meting een half jaar na de tweede meting. 576 gezinnen hebben aan alle drie metingen deelgenomen (633 ouders en 978 kinderen).

Niet alle in deze impactmonitor opgenomen uitkomsten zijn al in deze vorm gepubliceerd. Meer informatie over de cohortstudies is te vinden in:

4.8Registraties Raad voor de Kinderbescherming

Het aantal onderzoeken en besluiten heeft het CBS ontvangen van de Raad voor de Kinder­bescherming (RvdK) vanuit het digitale Kinder­bescherming Bedrijfs­Processen­Systeem (KBPS). In dit systeem legt de RvdK een dossier aan van ieder kind naar wie een onderzoek wordt ingesteld. Per dossier worden persoonlijke gegevens van het kind geregistreerd, en per onderzoek o.a. contacten, binnengekomen en uitgaande stukken, de overwegingen en besluiten van de onderzoeken.

Noten

Binnen het onderzoeksprogramma zijn voor de omvang van huiselijk geweld, net als bij omvang van kindermishandeling, twee deelstudies uitgevoerd. De tweede deelstudie voor huiselijk geweld, de vangst-hervangstomvangschatting huiselijk geweld op basis van politieregistraties van Universiteit Utrecht (Van der Heijden e.a., 2019), leverde echter geen betrouwbare resultaten op.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

. Gegevens ontbreken
* Voorlopig cijfer
** Nader voorlopig cijfer
x Geheim
Nihil
(Indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
0 (0,0) Het getal is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
Niets (blank) Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
2019–2020 2019 tot en met 2020
2019/2020 Het gemiddelde over de jaren 2019 tot en met 2020
2019/’20 Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2019 en eindigend in 2020
2017/’18–2019/’20 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2017/’18 tot en met 2019/’20

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.