Volume- en prijsontwikkelingen goederenhandel
De internationale handelscijfers zijn de afgelopen jaren onderhevig geweest aan sterke schommelingen, veroorzaakt door een combinatie van prijsveranderingen en volumeontwikkelingen. Voor beleidsmakers en onderzoekers is het van belang om deze ontwikkelingen te kunnen onderscheiden, zodat de werkelijke veranderingen in de handelsvolumes kunnen worden ingeschat. Dit hoofdstuk beschrijft hoe defleren – het gebruiken van prijsindexcijfers om handelswaarden om te rekenen naar volumes – helpt om de reële ontwikkeling van de Nederlandse goederenhandel in kaart te brengen, en licht een nieuwe methode toe die is ontwikkeld voor de internationale goederenhandel volgens het concept van grensoverschrijding. Naast een beschrijving van de nieuwe methode worden ook de waarde-, prijs- en volumeontwikkelingen van de goederenhandel voor de eerste helft van 2025 getoond.
5.1Inleiding
De afgelopen jaren hebben consumenten te maken gehad met forse prijsveranderingen (CBS, 2025a). Zo leidden forse prijsverhogingen in 2022 tot het hoogste inflatiecijfer sinds 1975 (Mares, 2023). Ook de internationale handel in goederen kende sterke prijsschommelingen. Door de sterk gestegen prijzen van veel goederen, onder meer door het onevenwichtige herstel van de coronacrisis en de oorlog in Oekraïne, rezen de groeicijfers van de in- en uitvoerwaarde de pan uit. Zo was de waarde van de Nederlandse goederenexport in 2021 een ongekende 22,1 procent hoger dan in 2020. De invoerwaarde groeide met maar liefst 24,4 procent. De laatste keer dat de in- en uitvoerwaarde zo sterk groeiden was in 2010, na de financiële crisis. In 2022 stegen de handelswaarden in nominale termen opnieuw sterk door de hoge inflatie (Creemers et al., 2025).
Cijfers over internationale handel in goederen worden doorgaans in waarde gemeten. Veranderingen in handelswaarden kunnen veroorzaakt worden door volumeveranderingen, prijsveranderingen of een combinatie van beide. Onderzoekers en beleidsmakers zijn naast de nominale veranderingen van de handelswaarden ook geïnteresseerd in volumeveranderingen – ofwel reële veranderingen. Voor een zinvolle analyse van structurele handelsontwikkelingen over langere tijd is informatie over veranderingen in volume onmisbaar, evenals gedetailleerde informatie op product- en landniveau (Miao & Wegner, 2022).
De hoge prijsstijgingen in 2021 en 2022 verhullen in hoeverre het volume van de Nederlandse in- en uitvoer van goederen daadwerkelijk groeide. Inzicht in de wisselwerking tussen prijs en volume is dus cruciaal voor de interpretatie van handelswaarden. Zo zien we dat de wereldhandel in de eerste maanden van 2024 steeg in volume, terwijl de totale waarde juist daalde. Dit kwam doordat de prijzen van energie en andere grondstoffen lager lagen dan een jaar eerder (Constantinescu & Ulybina, 2024).
Het schatten van volumeontwikkelingen in de internationale handel is echter complex. In de praktijk worden prijsindexcijfers gebruikt als deflatoren waarmee handelswaarden omgerekend kunnen worden naar volumes. Dit proces heet defleren (Van der Grient & De Haan, 2008). Het stelt ons in staat om veranderingen in verhandelde volumes te isoleren van prijseffecten. We kunnen dan de ontwikkeling van de goederenhandel in waarde onderscheiden in een ontwikkeling van prijzen en volumes. In feite wordt het indexcijfer dat de waardeontwikkeling weergeeft gesplitst in een indexcijfer voor de volumeverandering en een indexcijfer voor de prijsverandering. Het is voldoende om alleen de prijsindex te berekenen, omdat we veronderstellen dat het product van de volume-index en de prijsindex gelijk is aan de waarde-index.
Leeswijzer
De goederenhandel wordt traditioneel in euro’s uitgedrukt, wat de werkelijke volumeontwikkeling verhult. Dit hoofdstuk bespreekt de nieuwe prijs- en volumecijfers op basis van grensoverschrijding, waarbij ook rekening wordt gehouden met producten en landen. In paragraaf 5.2 geven we een overzicht van welke statistieken over de prijsontwikkelingen in de internationale handel, zowel binnen als buiten het CBS, al beschikbaar zijn. In paragraaf 5.3 wordt de methode voor het berekenen van de nieuwe prijsindexcijfers beschreven. Paragraaf 5.4 laat zien welke outputniveaus op basis van deze nieuwe cijfers beschikbaar zijn, en in paragraaf 5.5 worden de prijs- en volumeontwikkelingen van de Nederlandse goederenhandel in de eerste helft van 2025 weergegeven.
5.2Wat is er al beschikbaar?
Veel landen publiceren statistieken over de prijsontwikkelingen in de internationale handel, doorgaans uitgesplitst naar goederen en diensten, als onderdeel van hun berekeningen van de volumeontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). De volumeontwikkeling van het bbp geldt als belangrijke maatstaf voor de economische groei van een land. Enkele landen, waaronder Nederland, publiceren daarnaast prijsindexcijfers van de internationale handel voor de belangrijkste geaggregeerde productgroepen, en nog minder landen verstrekken schattingen op een meer gedetailleerd productniveau (Miao & Wegner, 2022).
Het Finse statistiekbureau maakt bijvoorbeeld prijs- en volume-indexen voor internationale handel. Deze indexen kunnen verbijzonderd worden naar specifieke producten (volgens CPA-indeling) en landengroepen (wereld, EU, niet-EU). Informatie over individuele landen is niet beschikbaar (Finnish Customs, z.d.; ULJAS, 2025). Ook het Oostenrijkse statistiekbureau berekent via een importprijsindex de gemiddelde prijsontwikkelingen van fysieke goederen – inclusief elektriciteit – geïmporteerd uit de eurozone en de rest van de wereld (Statistics Austria, 2025).
Ondanks het toenemende belang van internationale handel is de beschikbaarheid van statistieken over prijsveranderingen die verder gaan dan geaggregeerde metingen dus nog altijd beperkt (Gaulier et al., 2008; Miao & Wegner, 2022).
Bij het CBS
Het CBS publiceert al cijfers over de volume- en prijsontwikkelingen van de internationale handel. Door conceptuele verschillen in handelsdefinities en aggregatieniveau zijn deze echter niet voor alle doeleinden geschikt. Het CBS kent namelijk twee statistische concepten voor het meten van de Nederlandse internationale goederenhandel:
- De Internationale Handel in Goederen (IHG) bronstatistiek neemt grensoverschrijding als uitgangspunt. Dit betreft goederenbewegingen waarbij de goederen fysiek de Nederlandse landsgrens passeren, zonder dat hierbij altijd sprake is van economische eigendomsoverdracht (CBS, 2023). Internationaal gezien komt dit concept overeen met het ITGS-concept (international trade in goods).
- In de nationale rekeningen (NR) van het CBS staat eigendomsoverdracht van goederen tussen een ingezetene en een niet-ingezetene centraal (CBS, 2025b). Dit zijn goederentransacties waarbij een bedrijf of persoon in Nederland het economisch eigendom van de goederen overdraagt aan een bedrijf of persoon in het buitenland en omgekeerd (CBS, 2025c). Internationaal gezien komt dit concept overeen met het BoP-concept (balance of payments). De IHG-statistiek vormt hiervoor de belangrijkste bron, aangevuld met informatie uit andere bronnen (zoals de productiestatistieken en de wederuitvoer).
De nationale rekeningen ramen de maandelijkse in- en uitvoercijfers via de bbp-opbouw vanuit de finale bestedingen (CBS, 2025b). Deze cijfers – gebaseerd op het eigendomsprincipe – worden wel al gedefleerd, oftewel gecorrigeerd voor prijsstijgingen (CBS, 2025b). Dit geeft inzicht in de volumeontwikkeling van de totale Nederlandse goederenhandel, maar de IH-deflatorennoot1 van de nationale rekeningen zijn niet beschikbaar op land- en/of SITC3 productniveau. De IH-deflatoren van de nationale rekeningen zijn grotendeels gebaseerd op de producentenprijsindexnoot2 (PPI), aangevuld met externe en interne bronnen over prijzen (CBS, 2024). De PPI meet de prijsontwikkeling ten opzichte van het basisjaar van de goederen die worden verkocht door producenten in Nederland, te onderscheiden naar binnenlandse en buitenlandse afzet evenals alle in Nederland ingevoerde goederen (CBS, 2024).
Bij Eurostat
Ook Eurostat publiceert prijsindexcijfers voor de internationale handel van individuele landen (Eurostat, 2025a). Deze zijn gebaseerd op eenheidsprijzen in de IHG-bronstatistiek, waarmee prijsontwikkelingen benaderd worden (Eurostat, 2023). Aangezien er bij Eurostat geen informatie op bedrijfsniveau beschikbaar is, berekenen zij de groeicijfers op basis van goederensoort/maand/land/stroom combinaties, waarbij goederen op GN8‑niveau worden geclassificeerd (Eurostat, 2024). Achter deze cijfers kan echter veel heterogeniteit schuilgaan, omdat bedrijven producten van verschillende typen en kwaliteitsniveaus kunnen leveren.
Pricing-to-market: het belang van de landdimensie
De prijsindexcijfers van Eurostat zijn beschikbaar op een gedetailleerd niveau. We kunnen prijs- en volumeontwikkelingen terugvinden voor de Nederlandse goederenhandel uitgesplitst naar producttype. Aan deze cijfers kan bovendien een landdimensie worden toegevoegd.
Het toevoegen van de landdimensie is belangrijk omdat exporteurs verschillende prijzen kunnen hanteren per buitenlandse markt, afgestemd op lokale omstandigheden, in plaats van één wereldwijde prijs. Dit fenomeen staat in de economische literatuur bekend als ‘pricing-to-market’. Exporteurs passen hun prijzen aan op basis van het inkomensniveau, de vraag, concurrentie of wisselkoersen in het importerende land, in plaats van overal dezelfde prijs te vragen (Goldberg & Knetter, 1997). In rijkere landen kan door de hogere koopkracht een hogere prijs worden gevraagd, terwijl in landen met meer concurrentie of een lagere levensstandaard de prijzen vaak lager liggen (Mallick & Marques, 2012). Pricing-to-market is een teken van marktmacht en strategie in internationale handel (Atkeson & Burstein, 2008; Goldberg & Knetter, 1997). Neem als fictief voorbeeld een bedrijf dat smartphones produceert in China. In de VS betaalt de consument 800 US dollar voor deze smartphone, maar in India slechts 300 US dollar. Als de Chinese yuan stijgt ten opzichte van de US dollar, verhoogt het bedrijf de prijs in de VS misschien met 10 procent, maar verlaagt of houdt het de prijs in India gelijk om de marktpositie te houden. De exportprijzen worden dus aangepast per markt, niet globaal.
Ook verschillen in voorkeur voor kwaliteit in bestemmingsmarkten kunnen ervoor zorgen dat exporteurs hun prijzen aanpassen (Basile et al., 2012). Zo kunnen bedrijven in markten waar consumenten hogere kwaliteitsverwachtingen hebben, hogere prijzen vragen, terwijl ze in markten met een lagere kwaliteitseis lagere prijzen aanbieden.
Corsetti et al. (2022) laten zien hoe Brexit de prijsstrategieën van Britse exporteurs beïnvloedde, met name in relatie tot pricing-to-market. Zij tonen aan dat bedrijven hun prijzen aanpasten aan lokale marktomstandigheden, maar dat deze aanpassingen niet altijd blijvend waren. Brexit heeft geleid tot nieuwe handelsbarrières, hogere kosten, wisselkoersfluctuaties en meer onzekerheid tussen het VK en EU-landen. Exporteurs en importeurs pasten hun prijzen aan vanwege extra kosten en onzekerheid. Denk hierbij aan douanekosten, vertragingen en administratieve lasten die de kostprijs kunnen verhogen. Een Nederlandse fabrikant van elektronica kan daardoor de prijs in het VK verhogen vanwege de extra kosten door Brexit, terwijl zijn verkoopprijs in Duitsland gelijk blijft.
Oostenrijk betaalt meer voor ureum uit Nederland dan de VS
De Nederlandse export van ureum is een ander voorbeeld waarbij exportprijzen verschillen tussen bestemmingen. Ureum is een stikstofhoudende kunstmest met een vaste chemische samenstelling (CH₄N₂O) die wereldwijd op vergelijkbare wijze wordt geproduceerd. Er is vrijwel geen productdifferentiatie tussen aanbieders. Nederland is een belangrijke producent van kunstmest, waaronder ureum (Chemelot, 2025; Yara, 2025). Hoewel ureum een standaardproduct is, zien we in figuur 5.2.1 dat de exportprijzen verschillen per handelspartner. In 2024 betaalden bedrijven in Oostenrijk 0,493 euro per kg ureum uit Nederland, terwijl bedrijven in de VS maar 0,192 euro per kg betaalden (Eurostat, 2025a en 2025b).
| Land | Prijs |
|---|---|
| Oostenrijk | 0,493 |
| Frankrijk | 0,385 |
| Duitsland | 0,364 |
| Noorwegen | 0,332 |
| Ierland | 0,327 |
| Colombia | 0,319 |
| Canada | 0,319 |
| Kenia | 0,308 |
| Brazilië | 0,302 |
| België | 0,287 |
| Polen | 0,284 |
| Spanje | 0,284 |
| VK | 0,258 |
| Griekenland | 0,253 |
| VS | 0,192 |
| Bron: Eurostat (2025a en 2025b) | |
| 1)De exportprijs is berekend door de exportwaarde (in euro) te delen door de hoeveelheid (in kg). De gemiddelde ureum exportprijs voor alle landen samen is 0,306 euro per kg. Ureum volgens SITC-code 56216. | |
5.3Totstandkoming nieuwe prijsindexcijfers internationale handel
Het defleren van internationale handelscijfers vond bij het CBS vooralsnog alleen plaats voor de handelscijfers van de nationale rekeningen (volgens het concept van eigendomsoverdracht) en niet voor die van de IHG-bronstatistiek (volgens het concept van grensoverschrijding). Daarnaast ontbreekt in de maandelijkse IH-deflatoren van de nationale rekeningen detail in de in- en uitvoer naar land; er is enkel informatie beschikbaar op geaggregeerd bedrijfstakniveau (CBS, 2025e). De deflatoren van Eurostat zijn al een stap in de richting van meer detail, maar missen de noodzakelijke heterogeniteit op bedrijfsniveau.
Daarom heeft het CBS nieuwe prijsindexcijfers ontwikkeld op basis van het concept van grensoverschrijding. Deze kunnen zowel gebruikt worden voor het defleren van macrocijfers over internationale handel, als voor onderzoek met microdata. De volumeontwikkelingen op basis van de IHG-bronstatistiek laten niet alleen de totale goederenhandel zien, maar kunnen nu ook uitgesplitst worden naar individuele landen en/of producten. Daardoor kunnen vragen beantwoord worden als: welk deel van de groei van de export naar het VK (of eender welk land) komt door prijsstijgingen en welk deel door volumegroei? Of: in welke mate is de groei van de invoer uit Rusland toe te schrijven aan hogere importprijzen?
In figuur 5.3.1 laten we zien welke stappen we doorlopen hebben om tot de nieuwe CBS-prijsindexcijfers op basis van het concept van grensoverschrijding te komen. De figuur neemt goederenexport in 2024 als voorbeeld, maar hetzelfde proces is ook gevolgd voor de berekening van de prijsindexcijfers voor de goederenimport.
IHG-bronstatistiek
De nieuwe prijsindexcijfers maken we volledig op basis van de CBS IHG-bronstatistiek; er liggen dus geen andere bronnen aan ten grondslag. De basisdataset van deze reeks bestaat uit de volledige maandelijkse IHG-bronstatistiek voor de periode 2014–2025, exclusief bijschattingen. De dataset omvat uitsluitend de handel in goederen, dus geen quasi-doorvoer of entrepothandel.
Data opschonen
Bijschattingen zijn uitgesloten, omdat informatie over het land van de handelspartner en de verhandelde producten daarin ontbreken. Daarnaast sluiten we observaties uit waarvan het btw-nummer onbekend is, omdat deze niet gekoppeld kunnen worden aan het bedrijvenregister. Verder zijn transacties waarvan de handelswaarde of hoeveelheid 1 of minder is verwijderd: de daaruit voortkomende eenheidsprijzen zijn niet betrouwbaar genoeg voor ons doeleinde. We aggregeren de maanddata vervolgens naar kwartalen. In ons referentiejaar 2024 omvatte de oorspronkelijke dataset 667 miljard euro aan exportwaarde en zo’n 67,1 miljoen observaties voor de export. Na bovengenoemde stappen om de data op te schonen en te aggregeren naar kwartalen, bleven ongeveer 6,0 miljoen observaties over, goed voor bijna 95 procent van de totale exportwaarde.
We gebruiken de meest gedetailleerde informatie die beschikbaar is: goederen op basis van Gecombineerde Nomenclatuur (GN) op 8‑digits, per maand (geaggregeerd naar kwartaal), stroom (import of export), herkomst-/bestemmingsland en bedrijf. Om zoveel mogelijk bedrijven mee te nemen bij het bepalen van prijs- en volumeontwikkelingen kijken we naar administratieve eenheden (btw-nummers) om bedrijven af te bakenen in plaats van statistische eenheden zoals bedrijfseenheden. Ongeveer 15 tot 20 procent van de goederenhandelswaarde is namelijk niet aan een statistische eenheid te koppelen.
Breuken en correcties
De reeks start in 2014, waardoor de eerste jaar-op-jaar prijsindex beschikbaar is voor 2015. De reeks 2014–2025 kent echter wel een drietal breuken waar we rekening mee moeten houden:
- Jaarlijkse wijzigingen in GN-codes – hiervoor is gecorrigeerd.
- Brexit – vanaf 2021 verschuiven transacties met het VK van intra- naar de extra-EU handel, en wordt Noord-Ierland apart gerapporteerd in de IHG-bronstatistiek. Hiervoor is een correctie uitgevoerd.
- Herontwerp van de IHG-bronstatistiek in 2021 – dit leidde onder andere tot verschuivingen in waarde tussen wederuitvoer en quasi-doorvoer, zie CBS (2023). Veel GN8/kwartaal/stroom/land/bedrijf combinaties kwamen daardoor niet overeen tussen 2021 en 2022. Om voor de breuk te corrigeren leggen we 2022 niet alleen terug naar 2021 volgens de oude methode, maar ook naar 2021 volgens de nieuwe methode en naar de quasi-doorvoer van 2021, zodat we zoveel mogelijk observaties op GN8/kwartaal/stroom/land/bedrijf jaar-op-jaar kunnen volgen. Voor de handel in aardgas en elektriciteit zijn observaties handmatig omgenummerd om deze in de 2021–2022 prijsontwikkeling mee te kunnen nemen.
Eenheidsprijzen
We vertrekken vanuit de meest gedetailleerde handelstransacties uit de IHG-bronstatistiek: observaties op GN8/maand/stroom/land/bedrijf. We verruimen vervolgens de tijdsdimensie met een aggregatie naar kwartaal, waarmee we de volatiliteit van de maanddata beter kunnen opvangen. Van deze combinaties volgen we de jaar-op-jaar eenheidsprijs. Dat is de prijs per eenheid product, die we berekenen door de handelswaarde te delen door de hoeveelheid, en vergelijken met hetzelfde kwartaal een jaar eerder. De hoeveelheid van ieder product wordt uitgedrukt in de bijbehorende eenheid: bijvoorbeeld liter voor melk, aantal stuks voor mobiele telefoons en kilogram voor staal. De ontwikkeling van de eenheidsprijs vormt de basis van onze prijsindex. We volgen de goederenhandel op het meest gedetailleerde niveau jaar-op-jaar, om vervolgens aan de hand van de geometrische Paasche-index (Eurostat, 2008; Gaulier et al., 2008) de ontwikkeling van de eenheidsprijs te aggregeren naar het gewenste niveau. Hierna zijn individuele bedrijven en goederensoorten op het meest gedetailleerde niveau vanwege het aggregatieniveau niet langer zichtbaar/herleidbaar.
We weten uit de literatuur (bijvoorbeeld Bradley, 2005; Fast et al., 2022; Hong, 2015; IMF, 2009) en uit eigen ervaring met de data dat eenheidsprijzen geen perfecte prijsmaat zijn. Het grootste probleem met eenheidsprijzen is het onderscheiden van prijs- en kwaliteitsveranderingen. Eenheidsprijzen weerspiegelen vaak niet de werkelijke prijs van een product, vooral wanneer er kwaliteitsverschillen in het spel zijn (Bradley, 2005; Fast et al., 2022; Hong, 2015; IMF, 2009). Eenheidsprijzen zijn vaak gemiddelde waarden per eenheid (bijvoorbeeld per kilo, per stuk) en houden geen rekening met kwaliteitsverschillen binnen dezelfde productcategorie. Bij sterk heterogene goederen, waarbij producten sterk variëren in kwaliteit, grootte of samenstelling, zijn eenheidsprijzen vaak minder betrouwbaar als prijsindicator (Bradley, 2005; Fast et al., 2022; Hong, 2015; IMF, 2009). Daarom is er extra aandacht uitgegaan naar de uitbijterselectie in de eenheidsprijzen.
Prijsontwikkelingen berekenen
Van de 3,5 miljoen observaties in 2024, ofwel 81 procent van de exportwaarde in dat jaar, kunnen we een prijsontwikkeling berekenen, omdat er een transactie was in het voorgaande jaar voor dezelfde GN8/kwartaal/stroom/land/bedrijf combinatie. Met andere woorden: we kunnen een jaar-op-jaar prijsontwikkeling berekenen wanneer een bedrijf hetzelfde GN8 product in hetzelfde kwartaal als in het voorgaande jaar naar/uit hetzelfde land exporteert/importeert. De ontwikkeling van de eenheidsprijs is de prijsontwikkeling van die combinatie.
Dat we die prijsontwikkelingen ook binnen hetzelfde bedrijf berekenen, in plaats van alleen binnen hetzelfde product-land niveau zoals bij geaggregeerde datasets, helpt het bovengenoemde effect van kwaliteitsverschillen tussen leveranciers op de gemiddelde exportprijs beperken. Hierbij veronderstellen we dat bedrijven die kwalitatief betere/mindere producten exporteren naar bepaalde landen, dat ook doorgaans blijven doen. Hoewel het volgen van bedrijven door de tijd het effect van kwaliteitsverschillen kan verzachten, lost dit het probleem niet volledig op. Zo kunnen bedrijven, door allerlei demografische gebeurtenissen, bijvoorbeeld van kwaliteit veranderen.
Uitbijterselecties
Op deze prijsontwikkelingen voeren we vervolgens een uitbijterselectie uit. Sommige GN8/kwartaal/stroom/land/bedrijf combinaties vertonen extreem grote of juist kleine prijsontwikkelingen. Dat kan verschillende oorzaken hebben: naast een reële prijsverandering kan dit ook duiden op een verandering in kwaliteit, of is de GN8 productgroep dusdanig heterogeen dat het simpelweg om een ander product gaat dan een jaar eerder. Om ervoor te zorgen dat we dit soort onjuiste prijsontwikkelingen niet meenemen, doen we een uitbijterselectie op de berekende groei: per GN8/kwartaal/stroom/land combinatie berekenen we de gemiddelde (ongewogen) prijsontwikkeling, en de combinaties die daar twee of meer standaarddeviaties van afwijken, nemen we niet mee in de verdere stappen. Deze eenvoudige, maar effectieve uitbijtermethode verwijdert relatief weinig observaties, maar levert op totaalniveau stabielere prijsindexen.
We aggregeren vervolgens de verschillende prijsontwikkelingen naar een prijsindex per GN8/kwartaal/stroom/land, waarbij de prijsontwikkelingen van individuele bedrijven volgens de Paasche-index meewegen. De literatuur kent een breed scala aan indexen, ieder met eigen voordelen en nadelen (bijvoorbeeld Eurostat, 2008; Miao & Wegner, 2022; Notten, 2012). De Paasche-prijsindex is een indexformule die in prijsstatistieken wordt gebruikt om de prijsontwikkeling te meten van het pakket goederen dat in de huidige periode wordt geconsumeerd (Eurostat, 2008). De Paasche-index is vooral pragmatisch gekozen om aan te sluiten bij de IH-deflatoren van de nationale rekeningen. Verder kiezen we voor een geometrische index omdat deze meer geschikt is voor volatiele cijfers, wat handelscijfers op dit detailniveau wel kunnen zijn. Door voor een Paasche-index te kiezen, wegen we de handelswaarden van een bedrijf in dat kwartaal in het betreffende jaar mee om de gemiddelde prijsontwikkeling per GN8/kwartaal/stroom/land combinatie te bepalen. De weging gebeurt dus in de huidige periode.
Na de aggregatie voeren we eenzelfde uitbijterselectie waarbij we wederom een gemiddelde berekenen en alle observaties die daar twee standaarddeviaties of meer van afwijken niet meenemen in de verdere stappen. Het gemiddelde wordt berekend op SITC3/kwartaal/stroom combinatie. SITC3 is een goederenclassificatie die met zo’n 260 unieke codes veel hoger geaggregeerd is dan de GN8 indeling – met ruim 9 000 codes. Zo voorkomen we dat de extreme prijsontwikkeling van één GN8 product – bijvoorbeeld door een kwaliteitsverbetering binnen dit product of een heterogene productsoort – de hele SITC3 vertekent.
Handmatige controle
Tot slot hebben we het resultaat beoordeeld. Waar nog opvallende prijsindexen voorkwamen, zijn deze handmatig gecorrigeerd. Het betrof dan bijvoorbeeld observaties van dominante bedrijven binnen een bepaalde SITC3/land combinatie, die ondanks eerdere filters extreme indexen veroorzaakten. Ongeveer vijftien observaties zijn handmatig verwijderd voordat de bedrijfsdimensie werd weg geaggregeerd.
Daarnaast zijn er ongeveer twintig SITC3‑goederen waarbij we veel extreme prijsindexen zien. Deze goederencodes zijn relatief heterogeen – denk aan machines en medicijnen – waardoor we heel uiteenlopende prijsontwikkelingen meten. Bij deze goederen hebben we nog een extra strenge uitbijterselectie toegepast, waarbij we de observaties met een prijsontwikkeling van één standaarddeviatie van het gemiddelde eruit filterden. Dat doen we ook nog eens na de tweede uitbijterselectie.
Deze stapsgewijze opschoning van de data zorgt ervoor dat bijna 74 procent van de totale exportwaarde in 2024 – goed voor ruim 709 duizend observaties – is opgenomen in de uiteindelijke prijsindex. Met andere woorden, de hier getoonde prijs- en volumeontwikkelingen zijn gebaseerd op driekwart van de goederenexportwaarde en zijn derhalve zeer representatief.
5.4Output
Op basis van de hiervoor beschreven data en methode hebben we vanaf verslagjaar 2015 prijsindexen berekend voor alle SITC3/kwartaal/stroom/land combinaties waarin bedrijven in Nederland goederen verhandelen. Door de waardeontwikkeling van de internationale handel in goederen te corrigeren voor de prijsontwikkeling, verkrijgen we de volumeontwikkeling van de internationale goederenhandel.
We maken geen prijsindexen voor alle mogelijke combinaties in de internationale goederenhandel. Sommige combinaties zijn dusdanig klein of zeldzaam, dat we er geen betrouwbare prijsindex van kunnen maken. Per outputniveau selecteren we de grootste 80 procent (bij SITC3/land- en SITC1/land-combinatie) of de grootste 90 procent (bij SITC3 en land afzonderlijk) op basis van handelswaarde. Van de overige, kleinere stromen maken we dus geen prijsindex; doorgaans kijken we toch vooral naar de grote handelsstromen. Daarnaast aggregeren we naar hogere outputniveaus, waarbij we op vier verschillende niveaus uitkomen:
- jaar/stroom,
- jaar/top 15 landen/stroom,
- jaar/top 10 SITC3/stroom, en
- jaar/top 10 landen/SITC1/stroom.
Deze combinaties worden gepubliceerd op StatLine.
5.5Resultaten
Figuur 5.5.1 toont de waarde-, prijs- en volumeontwikkelingen van de Nederlandse goederenhandel op totaalniveau. In 2021 en 2022 waren de waarde-, prijs- en volumestijgingen uitzonderlijk sterk ten opzichte van een jaar eerder, gevolgd door een daling in 2023 en 2024. Die daling werd mede veroorzaakt door naschokken van de coronapandemie, verstoringen in de toeleveringsketens en een verminderde koopkracht door hogere rente en stijgende prijzen (UNCTAD, 2024). Het handelsvolume was in 2024, na twee jaar met krimp, vrijwel stabiel: het volume van de uitvoer nam met 0,2 procent af ten opzichte van 2023, terwijl de invoer met 0,2 procent toenam. De daling in export- en importwaarde wordt gemiddeld genomen dus grotendeels verklaard door lagere prijzen. Zie ook Creemers et al. (2025) voor een verdere uitsplitsing van volume- en prijsontwikkelingen naar specifieke producten.
| Stroom | Jaar | Waarde | Prijs | Volume |
|---|---|---|---|---|
| Invoer | 2015, Invoer | -2,7 | -4,7 | 2,1 |
| Invoer | 2016, Invoer | -0,9 | -5,0 | 4,4 |
| Invoer | 2017, Invoer | 10,9 | 4,8 | 5,8 |
| Invoer | 2018, Invoer | 7,9 | 2,5 | 5,3 |
| Invoer | 2019, Invoer | 4,2 | -0,9 | 5,2 |
| Invoer | 2020, Invoer | -7,9 | -5,2 | -2,8 |
| Invoer | 2021, Invoer | 24,4 | 15,3 | 7,8 |
| Invoer | 2022, Invoer | 26,8 | 27,7 | -0,7 |
| Invoer | 2023*, Invoer | -9,3 | -4,8 | -4,8 |
| Invoer | 2024*, Invoer | -3,4 | -3,5 | 0,2 |
| Uitvoer | 2015, Uitvoer | -3,3 | -5,0 | 1,8 |
| Uitvoer | 2016, Uitvoer | 1,0 | -5,7 | 7,1 |
| Uitvoer | 2017, Uitvoer | 10,4 | 3,0 | 7,3 |
| Uitvoer | 2018, Uitvoer | 6,5 | 1,4 | 5,1 |
| Uitvoer | 2019, Uitvoer | 3,5 | -1,2 | 4,8 |
| Uitvoer | 2020, Uitvoer | -6,3 | -4,2 | -2,2 |
| Uitvoer | 2021, Uitvoer | 22,1 | 10,4 | 10,6 |
| Uitvoer | 2022, Uitvoer | 22,7 | 25,9 | -2,6 |
| Uitvoer | 2023*, Uitvoer | -6,1 | -3,9 | -2,3 |
| Uitvoer | 2024*, Uitvoer | -1,9 | -1,6 | -0,2 |
Waarde en volume goederenhandel hoger in eerste halfjaar van 2025
In het eerste halfjaar van 2025 – weergegeven in figuur 5.5.2 – namen de waarde, prijs en volume van zowel de invoer als de uitvoer weer toe ten opzichte van het eerste halfjaar van 2024. De invoerprijzen lagen in de eerste helft van 2025 gemiddeld 0,3 procent hoger dan in dezelfde periode in 2024; en de gemiddelde uitvoerprijzen ongeveer 0,1 procent hoger. Het volume van de invoer nam met 1,6 procent toe ten opzichte van de eerste zes maanden van 2024, en dat van de uitvoer steeg eveneens met 1,6 procent. De toename van de import- en exportwaarde in de eerste helft van 2025 wordt gemiddeld genomen dus grotendeels veroorzaakt door hogere volumes en niet door hogere prijzen.
Wanneer we het exportvolume in het eerste halfjaar van 2025 vergelijken met het volume in het eerste halfjaar van 2019, blijkt de export nu zo’n 7,3 procent groter te zijn dan vóór de coronacrisis. Het importvolume was in het eerste halfjaar van 2025 nog zo’n 0,5 procent kleiner dan in het eerste halfjaar van 2019.
Forse prijsstijging bij voedingsmiddelen
In figuur 5.5.2 staat de waarde-, prijs- en volumeontwikkeling van het eerste halfjaar van 2025 in vergelijking met diezelfde periode een jaar eerder, uitgesplitst naar productcategorie. We zien dat de in- en uitvoer van de meeste categorieën toeneemt in zowel waarde als volume. Opvallend is de forse prijsstijging bij voeding en levende dieren, vooral door grote prijsstijgingen van cacao; maar ook koffie, chocolade en boter waren in de eerste helft van 2025 fors duurder dan in dezelfde periode een jaar eerder. De import- en exportprijs van voeding en levende dieren steeg in de eerste helft van 2025 met respectievelijk 18,3 en 13,6 procent. Het volume van ingevoerde en uitgevoerde voeding en levende dieren bleef nagenoeg gelijk aan die in de eerste zes maanden van 2024. Bij minerale brandstoffen zien we dat de waardedaling verklaard wordt door zowel lagere prijzen als lagere volumes, met name van ruwe aardolie en geraffineerde aardolieproducten.
| Productcategorie | Waarde | Prijs | Volume |
|---|---|---|---|
| Invoer | . | . | . |
| Totaal | 1,9 | 0,3 | 1,6 |
| Voeding en levende dieren | 18,7 | 18,3 | 0,3 |
| Dranken en tabak | -1,1 | -5,1 | 4,3 |
| Grondstoffen | 9,1 | -0,8 | 10 |
| Minerale brandstoffen | -11,3 | -7,3 | -4,3 |
| Dierlijke en plantaardige oliën en vetten |
6,2 | 18,8 | -10,6 |
| Chemische producten | 6,4 | -3,8 | 10,6 |
| Fabricaten | 1,3 | -1,9 | 3,2 |
| Machines en vervoermaterieel | 1,8 | 0,4 | 1,4 |
| Diverse fabricaten | 1,6 | -0,7 | 2,4 |
| Uitvoer | . | . | . |
| Totaal | 1,7 | 0,1 | 1,6 |
| Voeding en levende dieren | 12,8 | 13,6 | -0,7 |
| Dranken en tabak | 0 | 1,1 | -1,2 |
| Grondstoffen | 3,2 | 0,8 | 2,4 |
| Minerale brandstoffen | -14,6 | -9,2 | -6 |
| Dierlijke en plantaardige oliën en vetten |
3,3 | 11,9 | -7,6 |
| Chemische producten | 5,5 | 3,3 | 2,1 |
| Fabricaten | 0,3 | -2,3 | 2,6 |
| Machines en vervoermaterieel | 3,3 | -2,8 | 6,4 |
| Diverse fabricaten | 1,8 | -2,6 | 4,5 |
Import uit China hardst gegroeid ondanks stabiele prijzen
De Nederlandse internationale handel is erg geconcentreerd bij de belangrijkste handelspartners. In figuur 5.5.3 zien we de waarde-, prijs- en volumeontwikkeling voor de top 10 landen van herkomst voor de Nederlandse import. Bedrijven in Nederland importeerden in het eerste halfjaar van 2025 uit zeven van de tien belangrijkste partners een hogere waarde aan goederen. De importwaarde uit China kende de grootste groei, goed voor een toename van 5,4 procent. Deze importgroei wordt gemiddeld genomen grotendeels veroorzaakt door een hoger handelsvolume, en niet door hogere prijzen. De volumedaling bij telefoons, modems en routers werd gecompenseerd door een hoger volume bij computers, laptops en tablets, en elektrische machines en apparaten.
| Partner | Waarde | Prijs | Volume |
|---|---|---|---|
| Duitsland | 1,7 | 0,7 | 1,0 |
| VS | 1,0 | 0,5 | 0,4 |
| België | -1,3 | -2,2 | 0,9 |
| China | 5,4 | -0,8 | 6,2 |
| VK | -2,7 | -1,6 | -1,2 |
| Frankrijk | 1,9 | -1,7 | 3,7 |
| Noorwegen | 4,9 | 2,3 | 2,5 |
| Italië | -3,0 | 3,9 | -6,6 |
| Polen | 1,7 | 1,0 | 0,7 |
| Ierland | 2,6 | -7,1 | 10,5 |
Zoals in paragraaf 5.2 al aan bod kwam, kunnen de prijzen van in- of uitgevoerde goederen per land sterk verschillen. We zien grote verschillen tussen de landen, waarbij de belangrijkste handelspartners de minst extreme ontwikkeling lieten zien. Dat is ook niet vreemd: daar zitten veel verschillende producten in de handelsportefeuille waardoor de totale ontwikkeling eerder gematigd is. Bij andere landen kunnen sommige productgroepen met grotere ontwikkelingen sterker vertegenwoordigd zijn. Dat geldt bijvoorbeeld voor Ierland, van waaruit we veel geneesmiddelen en farmaceutische producten importeren. Die productgroepen kenden in het eerste halfjaar van 2025 een grote prijsdaling bij de import, waardoor de invoer uit Ierland als geheel behoorlijk in prijs daalde.
De verschillen in waarde-, prijs- en volumeontwikkeling tussen landen zijn dus deels te verklaren door het type producten dat we met die landen verhandelen, en deels door het gehanteerde prijsbeleid richting die landen. Dit hangt samen met factoren als marktmacht, kwaliteit, marketing en concurrentie.
Exportwaarde naar China fors gekrompen ondanks hogere prijzen
In figuur 5.5.4 zien we de waarde-, prijs- en volumeontwikkeling voor de export naar de tien belangrijkste bestemmingen van Nederland. Bedrijven in Nederland exporteerden in het eerste halfjaar van 2025 naar zes van de tien belangrijkste partners een hogere waarde aan goederen. De exportwaarde naar Polen kende de grootste groei, goed voor een toename van 12,7 procent. Deze exportgroei wordt gemiddeld genomen veroorzaakt door een combinatie van een hoger handelsvolume (+9,3 procent) en door hogere prijzen (+3,1 procent). Zo was het exportvolume van onder andere bloemen en planten, en fruit en noten in de eerste helft van 2025 een stuk hoger dan in dezelfde periode een jaar eerder. Ook de exportprijs van deze producten lag hoger.
Bedrijven in China kochten in de eerste helft van 2025 opvallend minder producten uit Nederland. De Nederlandse exportwaarde naar China nam af met 11,5 procent ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. De prijzen van goederen bestemd voor China namen gemiddeld toe (+3,9 procent), maar de uitvoervolumes daalden sterker (-14,8 procent). Deze krimp in exportwaarde kwam met name door minder uitvoer – qua waarde en volume – van gespecialiseerde machines en onderdelen, waaronder chipmachines.
| Partner | Waarde | Prijs | Volume |
|---|---|---|---|
| Duitsland | 2,4 | -0,2 | 2,6 |
| België | -3,3 | -0,8 | -2,6 |
| Frankrijk | -2,6 | 0,5 | -3,0 |
| VK | 0,5 | 0,0 | 0,5 |
| VS | 10,5 | 4,4 | 5,9 |
| Italië | 9,0 | 1,3 | 7,6 |
| Spanje | 9,9 | 0,7 | 9,1 |
| Polen | 12,7 | 3,1 | 9,3 |
| China | -11,5 | 3,9 | -14,8 |
| Zweden | -10,3 | -1,2 | -9,2 |
5.6Samenvatting en conclusie
We hebben de afgelopen jaren sterke prijsveranderingen gezien in de internationale goederenhandel, waardoor de handelswaarden op zichzelf geen goed beeld meer geven van de onderliggende handelsontwikkeling. Een prijsindex, waarmee vervolgens ook een volume-index kan worden berekend, is dus daarom noodzakelijk om de internationale handel goed te kunnen volgen.
Hoewel het CBS al prijs- en volume-indexen voor de internationale handel in goederen maakt, sluiten die niet goed aan bij de internationale handel volgens het concept van grensoverschrijding. Bovendien wordt daarin geen onderscheid gemaakt naar landen of naar het gewenste goederenniveau. Daarom zijn nieuwe prijs- en volume-indexen ontwikkeld volgens het concept van grensoverschrijding die wel uitgesplitst kunnen worden naar SITC3-producten en landen.
In dit hoofdstuk is de methode hiervan beschreven, die gebaseerd is op de ontwikkelingen van de eenheidsprijzen op het meest gedetailleerde niveau in de IHG-bronstatistiek, met uitgebreide uitbijterselecties. Dat resulteert in een prijsindex, die gecombineerd met de waarde-index, de volume-index vormt. We onderscheiden daarbij producten op SITC3‑niveau, landen, en een combinatie van goederen en landen op SITC1- en SITC3‑niveau op jaarbasis vanaf 2015.
De meest recente cijfers – over het eerste halfjaar van 2025 – laten zien dat de internationale goederenhandel na onrustige jaren gestabiliseerd is. De invoer- en uitvoerprijzen namen met respectievelijk 0,3 en 0,1 procent toe en het invoer- en uitvoervolume beide met 1,6 procent ten opzichte van het eerste halfjaar van 2024. Daarmee was het exportvolume in de eerste 6 maanden van 2025 al 7,3 procent hoger dan in dezelfde periode van 2019, en het importvolume was nog 0,5 procent kleiner.
Tot slot zien we sterke prijsstijgingen bij voedingsmiddelen en prijsdalingen bij minerale brandstoffen. Kijken we naar landen, dan valt in het eerste halfjaar van 2025 op dat de importprijzen uit Ierland behoorlijk daalden, terwijl het volume dat we uit dat land importeerden fors toenam. Ook uit China importeerden we fors meer qua volume, terwijl de prijzen licht daalden. Het exportvolume naar China nam juist fors af, terwijl de exportwaarde naar Polen het hardst groeide.
5.7Literatuur
Literatuur
Atkeson, A., & Burstein, A. (2008). Pricing-to-Market, Trade Costs, and International Relative Prices. American Economic Review, 98(5), 998–2031.
Basile, R., de Nardis, S., & Girardi, A. (2012). Pricing to market, firm heterogeneity and the role of quality. Review of World Economics, 148, 595–615.
Bradley, R. (2005). Pitfalls of using unit values as a price measure or price index. Journal of Economic and Social Measurement, 30(1), 39–61.
CBS (2023). Statistiek Internationale handel in goederen volgens eigendomsoverdracht en grensoverschrijding. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 30 september 2025.
CBS (2024). Producentenprijsindex (PPI). Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 30 september 2025.
CBS (2025a). Consumentenprijzen; prijsindex 2015=100 [Dataset]. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 15 juli 2025.
CBS (2025b). Bbp, productie en bestedingen; kwartalen, mutaties, nationale rekeningen [Dataset]. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 15 juli 2025.
CBS (2025c). Deflatoren voor de internationale handel. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 30 september 2025.
CBS (2025d). Producentenprijzen (PPI); afzet-, invoer-, verbruiksprijzen, index 2021=100 [Dataset]. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 15 juli 2025.
CBS (2025e). Invoer van goederen en diensten; bestemming, nationale rekeningen [Dataset]. Centraal Bureau voor de Statistiek. Geraadpleegd op 7 november 2025.
Chemelot (2025). OCI Nitrogen Europe. Chemelot. Geraadpleegd op 1 augustus 2025.
Constantinescu, C., & Ulybina, D. (2024, 25 juli). Trade and Development Chart: Trade volumes rise even as values decline. World Bank Blogs. Geraadpleegd op 15 juli 2025.
Corsetti, G., Crowley, M., & Han, L. (2022). Invoicing and the dynamics of pricing-to-market: Evidence from UK export prices around the Brexit referendum. Journal of International Economics, 135, 103570.
Creemers, S., Pinna, M., & Rooyakkers, J. (2025). Internationale handel in goederen. In S. Creemers & R. Voncken (Reds.), Nederland Handelsland 2025: export, import en investeringen. Centraal Bureau voor de Statistiek.
Eurostat (2008). European Price Statistics. An overview. Geraadpleegd op 23 september 2025.
Eurostat (2023). European business statistics user manual on EU international trade in goods statistics – 2022 edition. Geraadpleegd op 15 juli 2025..
Eurostat (2024). International trade in goods – indices methodology. Geraadpleegd op 15 juli 2025.
Eurostat (2025a). Indices (2021=100) since 2002 by SITC (1-digit) [Dataset]. Geraadpleegd op 15 juli 2025.
Eurostat (2025b). International trade of EU and non-EU countries since 2002 by SITC [Dataset]. Eurostat. Geraadpleegd op 15 juli 2025.
Fast, D., Fleck, S. E., & Smith, D. A. (2022). Unit Value Indexes for Exports – New Developments Using Administrative Trade Data. Journal of Official Statistics, 38(1), 83–106.
Finnish Customs (z.d.). Quality description: Unit value and volume indices of international trade in goods, (2020=100). Finnish Customs. Geraadpleegd op 30 september 2025.
Gaulier, G., Martin, J., Méjean, I., & Zignago, S. (2008). International Trade Price Indices. Working Paper, No 2008-10 – CEPII.
Goldberg, P. K., & Knetter, M. M. (1997). Goods Prices and Exchange Rates: What Have We Learned? Journal of Economic Literature, 35(3), 1243–1272.
Hong, C. (2015). Unit Values in International Trade and Product Quality. Journal of Economic & Financial Studies, 03(03),66–79.
IMF (2009). Export and Import Price Index Manual: Theory and Practice. International Monetary Fund. Geraadpleegd op 15 juli 2025.
Mallick, S., & Marques, H. (2012). Pricing to market with trade liberalization: The role of market heterogeneity and product differentiation in India’s exports. Journal of International Money and Finance, 31(2), 310–336.
Mares, A. (2023). De Nederlandse economie in 2022. Centraal Bureau voor de Statistiek.
Miao, G., & Wegner, E. (2022). Using unit value indices as proxies for international merchandise trade prices. SDD Working Paper No. 111. – Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling.
Notten, T. E. H. (2012). The role of supply and demand factors for Lithuanian exports: an ARDL bounds testing approach. Pinigų studijos, 2, 20–39.
Statistics Austria (2025, 14 augustus). Import price index. Statistics Austria. Geraadpleegd op 30 september 2025.
Van der Grient, H., & de Haan, J. (2008). Indexcijfers. Centraal Bureau voor de Statistiek.
ULJAS (2025). Indices of International Trade in Goods [Dataset]. ULJAS – International Trade in Goods Statistics. Geraadpleegd op 30 september 2025.
UNCTAD (2024). Trade and development report 2024: Rethinking development in the age of discontent. United Nations Conference on Trade and Development.
Yara (2025, 28 februari). Actuele marktontwikkelingen: stijgende meststofprijzen en leveringszekerheid. Yara. Geraadpleegd op 1 augustus 2025.
Noten
IH staat voor internationale handel.
De StatLine tabel kan geraadpleegd worden via CBS (2025d).