Foto omschrijving: De Roeiersvereeniging Eendracht assisteert bij het vertrek en aankomst van zeeschepen.

Begrippen

Ad valorem equivalent (AVE)

Bij een ad valorem equivalent wordt een handelsheffing die niet uitgedrukt is als een percentage (d.i. euro per kg) geschat als percentage van de prijs.

Arbeidsinkomensquote

Het aandeel van de beloning voor arbeid in de netto toegevoegde waarde. Voor werknemers staat het arbeidsinkomen gelijk aan de beloning: de lonen plus de sociale premies ten laste van werkgevers. Voor zelfstandigen wordt het netto gemengd inkomen als benadering voor het arbeidsinkomen genomen. Het netto gemengd inkomen bevat in de praktijk naast de beloning van arbeid echter ook de beloning voor kapitaal en ondernemerschap (winst).

Arbeidsproductiviteit

Toegevoegde waarde per werkzame persoon.

Arbeidsstructuur

Samenstelling van de werkgelegenheid naar kenmerken als beroep, opleidings­niveau/-‍richting, geslacht en arbeidsduur binnen bedrijven of bedrijfstakken.

Baan

Een overeenkomst waarbij een persoon tegen een financiële vergoeding arbeid verricht voor een bedrijf of instelling. Dit kan als werknemer of als zelfstandige. In hoofdstuk 8 van deze Internationaliserings­monitor worden echter uitsluitend banen van werknemers beschouwd. Wanneer een persoon in een jaar meerdere banen heeft, wordt alleen de hoofdbaan meegenomen: de baan met de meeste verloonde uren in dat jaar.

Bedrijf(seenheid)

De feitelijke transactor in het productieproces gekenmerkt door zelfstandigheid ten aanzien van de beslissingen over dat proces en door het aanbieden van zijn producten aan derden. Een bedrijf bestaat uit een of meer juridische eenheden. Kenmerkend is dat er autonomie is over beslissingen met betrekking tot productie binnen deze entiteit. Wanneer deze eenheid zich uitstrekt over verschillende landen wordt omwille van de nationale statistiek het Nederlandse deel als bedrijf beschouwd.

Bedrijfsdemografisch Kader (BDK)

Het Bedrijfsdemografisch Kader (BDK) is een doorontwikkelde versie van het Algemeen Bedrijven Register (ABR) waarin methodebreuken zijn gecorrigeerd en de aansluiting van de gegevens in de tijd verder is gewaarborgd. Dit maakt het bij uitstek geschikt voor onderzoek waarbij individuele bedrijven in de tijd worden gevolgd. Doordat omnummeringen vanwege bijvoorbeeld administratieve oorzaken, fusies, overnames of afsplitsingen ‘gerepareerd’ worden, verdwijnen bedrijven niet uit het zicht. Daarnaast is het BDK verrijkt met informatie uit andere statistieken en de UCI-lijst.

Beroepsklasse

Aggregatie van beroepen tot brede groepen, zoals technische, ICT-, commerciële, administratieve of dienstverlenende beroepen.

Besparingsaandeel

Zie duty savings rate.

Bruto exploitatie-overschot

Het bruto exploitatie-overschot is de toegevoegde waarde min de aftrek van de beloningen van werknemers en het saldo van overige belastingen en subsidies op productie en invoer. Bij zelfstandigen wordt dit saldo gemengd inkomen genoemd, omdat dit ook de beloning van de door hen geleverde arbeid omvat.

Bruto nationaal inkomen (bni)

Het bruto nationaal inkomen is het totaal van de door ingezeten institutionele eenheden ontvangen primaire inkomens.

Business economy

Zie Nederlandse bedrijfsleven.

Directe goedereninvoer

Bij directe goedereninvoer worden goederen rechtstreeks uit een ander land geïmporteerd.

Directe tariefkosten

De tarifaire kosten of tariefkosten zijn de heffingen die op de directe import betaald worden.

Dumping

Het verkopen van goederen in een vreemd douanegebied beneden de normale waarde van hetzelfde goed op de eigen markt. In het geval van de EU zijn dit niet-EU verkopers die door hun goederen tegen lage prijzen aan te bieden de lokale EU-verkopers wegconcurreren.

Duty savings rate (DSR)

De waarde van de gerealiseerde besparingen door het gebruik van een handelsverdrag, in de totale mogelijke besparingen van dat handelsverdrag.

Eenheidswaarde (unit value)

De waarde van de uitvoer/invoer gedeeld door de opgegeven hoeveelheid van het geëxporteerde/geïmporteerde product.

Enquête Beroepsbevolking (EBB)

Steekproefonderzoek van het CBS onder inwoners van 15–90 jaar naar positie op de arbeidsmarkt (o.a. werkzaamheid, beroep, arbeidsduur, contractvorm). Resultaten worden gewogen naar populatietotalen.

Entrepothandel

Het aankopen van goederen door een bedrijf bij een niet-ingezeten bedrijf. Deze goederen worden tot het moment van doorverkoop aan een ander niet-ingezeten bedrijf opgeslagen in een douane-entrepot in Nederland. De doorverkochte goederen verlaten Nederland weer zonder in Nederland te zijn ingeklaard. Het betreft hier alleen goederen die buiten de EU zijn aangekocht.

Exportintensiteit

Het aandeel van de omzet dat voortkomt uit export van goederen.

Exportpatroon

Het karakter en de consistentie van het exportgedrag van een bedrijf binnen een bepaalde periode; geeft aan of een bedrijf structureel (meerdere jaren achtereen), incidenteel (enkele jaren) of niet exporteert. In de context van hoofdstuk 8 wordt enkel de goederenhandel in beschouwing genomen.

Gebruiksaandeel

Zie preference utilisation rate.

Grensoverschrijding

Goederenbewegingen waarbij de goederen fysiek de Nederlandse landsgrens passeren, zonder dat hierbij altijd sprake is van eigendomsoverdracht. Bij de internationale handelscijfers in deze publicatie wordt uitgegaan van het concept van grensoverschrijding, tenzij anders vermeld.

Grootbedrijf

Hiertoe behoren alle bedrijven die gevestigd zijn in Nederland en onderdeel uitmaken van een concern met minstens 250 werkzame personen en/of een onderdeel zijn van een concern dat in buitenlandse handen is.

Importquotum

Maximale toegestane hoeveelheid import van een bepaald goed, alvorens een hogere heffing betaald moet worden.

Incidentele exporteur

Een bedrijf dat in een periode van vier jaar minimaal één en maximaal twee jaar goederen heeft geëxporteerd. Soms ook aangeduid als knipperlichtexporteur. Zie ook: structurele exporteur.

Indexcijfers

Een indexcijfer geeft de verhouding weer tussen de waarde van een bepaalde variabele in een bepaalde periode en de waarde van diezelfde variabele in de basisperiode. Deze basisperiode heeft het indexcijfer 100.

Indirecte goedereninvoer

Bij indirecte goedereninvoer komen goederen eerst een ander land binnen, waar ze verwerkt worden tot halffabricaten of eindproducten, voordat ze naar hun uiteindelijke bestemming worden verzonden. Het fenomeen van indirecte goedereninvoer is een belangrijk kenmerk van internationale waardeketens. De invoer vindt plaats via andere landen die betrokken zijn bij de productie van goederen. Deze indirecte invoer speelt een cruciale rol in internationale waardeketens waarbij meerdere landen betrokken zijn bij verschillende stadia van productie en verwerking van goederen.

Indirecte tariefkosten

De tarifaire kosten of tariefkosten zijn de heffingen die zich voordoen op de handel in de toeleveringsketen voordat deze de Nederlandse grens passeren.

Intermediaire invoer

De intermediaire invoer is de invoer welke gebruikt wordt als input in het productieproces. Deze invoer bestaat bijvoorbeeld uit grondstoffen, halffabricaten, brandstoffen of diensten. Een intermediair product wordt gebruikt tijdens het productieproces, vaak getransformeerd, en dan verwerkt in de uiteindelijke output. Het wordt dus gebruikt om weer andere goederen of diensten te produceren.

Internationale handel in goederen

Er is sprake van internationale handel in goederen wanneer ingezetenen goederen leveren aan het buitenland en omgekeerd. Bij invoer uit EU-landen is dit de waarde van de goederen inclusief vracht- en verzekeringskosten tot aan de Nederlandse grens. Bij invoer uit niet-EU- landen is dit de waarde inclusief vracht- en verzekeringskosten tot aan de buitengrens van de Europese Unie. De uitvoerwaarde is inclusief vracht- en verzekeringskosten tot aan de Nederlandse grens. Dit is in overeenstemming met de statistiek Internationale Handel in Goederen (IHG). De IHG-bronstatistiek hanteert andere concepten dan nationale rekeningen. Zo gaat de bronstatistiek uit van grensoverschrijdend goederenverkeer en is economisch eigendom leidend voor nationale rekeningen. Ook de integratie in de nationale rekeningen levert additionele verschillen op.

Internationale waardeketen

Een internationale waardeketen omvat alle activiteiten – in meer dan één land – die nodig zijn om een product of dienst vanuit de conceptfase via de verschillende productiefases bij eindverbruikers te bezorgen en verwerking na gebruik.

Invoer

Het leveren van goederen en het verlenen van diensten door het buitenland (niet-ingezetenen) aan ingezetenen. De som van invoer voor binnenlands gebruik en invoer voor wederuitvoer.

Invoerheffing

Een invoerheffing (of invoertarief) is een belasting op de invoer van een product. Invoerrechten werken in de regel prijsverhogend en beperken zo de invoer. De hoogte van de heffing is afhankelijk van het goed en land van oorsprong.

Mediaan

De mediaan is de middelste waarneming in een reeks getallen die in oplopende volgorde zijn gesorteerd. Daarmee valt 50 procent van de waarnemingen onder de mediaan en 50 procent boven de mediaan. Bij een even aantal getallen in de reeks zijn er twee middelste getallen; in deze gevallen neemt men dan meestal het gemiddelde van deze twee getallen.

MFN-tarief

Invoerheffing voor de Most-Favoured Nation.

Midden- en kleinbedrijf (mkb)

Tot het mkb behoren ondernemingen met minder dan 250 werkzame personen. Binnen het mkb wordt een onderverdeling gemaakt naar drie onderliggende grootteklassen: het microbedrijf, kleinbedrijf en middenbedrijf. Zie ook zelfstandig mkb.

Most-Favoured Nation (MFN)

Het principe van de Most-Favoured Nation, de meest begunstigde natie, houdt in dat wanneer een land aan een ander land handelsvoordelen toekent, bijvoorbeeld een lagere invoerheffing, dezelfde voordelen ook aan andere landen moet gunnen. De Wereldhandels­organisatie (WTO) heeft dit principe als eerste grondbeginsel opgenomen in haar regelementen. Hierdoor zijn WTO-leden verplicht alle leden op dezelfde manier te behandelen; wie een bevriende natie een voordeel gunt, is dat verplicht ook aan de andere WTO-leden te gunnen.

Multifactorproductiviteit

De verhouding tussen de volumemaatstaf van de output en de optelsom van het volume van alle productiefactoren.

Multinational

Bedrijven met een moeder- of dochterbedrijf in het buitenland. Een Nederlandse multinational is een bedrijf onder (ultieme) Nederlandse zeggenschap met ten minste een dochter (meerderheidsdeelneming) in het buitenland. Een buitenlandse multinational is een in Nederland gevestigde dochteronderneming, waarover de uiteindelijke zeggenschap in het buitenland ligt.

Nederlandse bedrijfsleven

Het Algemeen Bedrijvenregister maakt gebruik van de Standaard Bedrijfsindeling (SBI) om bedrijfseenheden in te delen naar hoofdactiviteit. Het Nederlandse bedrijfsleven omvat alle bedrijven uit de SBI-secties B tot en met N, exclusief K plus S95. Deze afbakening wordt internationaal aangeduid als de ‘non-financial business economy’.

Deze categorie is een samenstelling van de volgende bedrijfstakken:

B Delfstoffenwinning

C Industrie

D Productie en distributie van en handel in elektriciteit, aardgas, stoom en gekoelde lucht

E Winning en distributie van water; afval- en afvalwaterbeheer en sanering

F Bouwnijverheid

G Groot- en detailhandel; reparatie van auto’s

H Vervoer en opslag

I Logies-, maaltijd- en drankverstrekking

J Informatie en communicatie

L Verhuur van en handel in onroerend goed

M Advisering, onderzoek en overige specialistische zakelijke dienstverlening

N Verhuur van roerende goederen en overige zakelijke dienstverlening

S95 Reparatie van consumentenartikelen.

Niet-multinational

Bedrijven zonder moeder- of dochterbedrijf in het buitenland.

Opleidingsniveau

Het hoogste onderwijsniveau dat een persoon heeft afgerond; wordt gebruikt als indicator voor de kwalificatiegraad van werknemers. De plaats in de indeling van opleidingen naar niveau volgens de SOI 2021 het CBS. Het niveau wordt bepaald door de minimale onderwijsloopbaan die nodig is om de opleiding met succes te kunnen volgen, de duur van de opleiding en de toegang die de opleiding biedt aan vervolgonderwijs.

Opleidingsrichting

Het vakgebied waarin iemand is opgeleid, zoals techniek, economie of gezondheidszorg van de hoogst behaalde opleiding. De onderwijsrichting SOI heeft betrekking op de aard van het onderwijs, dus niet op de denominatie van de onderwijsinstelling, noch op het soort onderwijsinstelling of de onderwijsmethode.

Overcapaciteit

Een situatie waarbij in een bedrijfstak het aanbod de vraag overtreft.

Pass-through

De pass-through is de mate waarin de kosten van importheffingen of juist de voordelen van het opheffen van invoerheffingen door bijvoorbeeld een handelsverdrag, gedeeld worden door de importeur en de exporteur.

Polisregister

Administratieve bron met loonaangiften (banen, lonen, uren) van werknemers in loondienst. Basis voor statistieken over banen en arbeidsvolume.

Preference utilisation rate (PUR)

Ook wel gebruiksaandeel. Goederen komen in aanmerking om onder de preferentiële voorwaarden van een vrijhandelsverdrag ingevoerd te worden wanneer het MFN-tarief meer dan 0 procent is en als de goederensoort onder het vrijhandelsverdrag valt. De preference utilisation rate is het aandeel van de handel dat geschikt is om onder het vrijhandelsverdrag ingevoerd te worden en waarbij dat ook daadwerkelijk gebeurt.

Preferentieel handelsverdrag

In een preferentieel handelsakkoord beloven de leden elkaar lagere heffingen op te leggen dan MFN-tarieven; dit zijn de preferentiële tarieven. Deze overeenkomsten zijn wederzijds, wat betekent dat alle deelnemende landen elkaar het voordeel geven van lage of nultarieven.

Preferentieel tarief

Preferentiële tarieven zijn de tarieven die leden elkaar opleggen in een preferentieel handelsverdrag.

Preferentiële marge

Het verschil tussen de invoerrechten onder MFN-voorwaarden en de invoerrechten onder het vrijhandelsverdrag.

Prijsindex

Procentuele prijsontwikkeling ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder.

Productiewaarde

De productiewaarde is formeel gedefinieerd als de waarde van alle voor de verkoop bestemde goederen (ook de nog niet verkochte) en de ontvangsten voor bewezen diensten, evenals de waarde van producten met een marktequivalent die voor eigen gebruik zijn geproduceerd zoals investeringen in eigen beheer, eigen woningdiensten en landbouwproducten voor eigen consumptie door landbouwers.

Productiviteit

Meet hoe efficiënt productie-inputs, zoals arbeid, kapitaal en intermediaire goederen en diensten (gebruik van energie, materiaal en diensten), in een economische eenheid worden gebruikt om een bepaald outputniveau te produceren. Output is de totale productie of de toegevoegde waarde van een bedrijf, een bedrijfstak of van de hele economie.

Protectionisme

Het beschermen van de binnenlandse productie door onder andere invoerheffingen, niet-tarifaire maatregelen en importquota’s.

Quasi-doorvoer

Quasi-doorvoer betreft invoer van goederen van buitenlandse makelij die na aankomst in Nederland niet of nauwelijks een bewerking ondergaan en daarna weer worden doorgevoerd naar het buitenland. De goederen zijn tijdens het gehele verblijf in Nederland eigendom van een buitenlands bedrijf (in tegenstelling tot de wederuitvoer). Daarnaast moet er nog één van de volgende administratieve handelingen gebeuren in Nederland, wil er sprake zijn van quasi-doorvoer:

  • De goederen van buiten de EU worden bij aankomst in Nederland vrijgemaakt;
  • De goederen verlaten Nederland en de EU en er wordt door de douane een uitvoerdocument opgemaakt;
  • De internationale goederen worden in Nederland voor minimaal één dag opgeslagen. Hierdoor wordt de eigenaar BTW-plichtig en moet hij zich laten registreren voor de BTW.

De quasi-doorvoer is geen onderdeel van de Nederlandse cijfers over de Nederlandse handel, wel bij de Europese cijfers over de Nederlandse handel (Eurostat).

SOI

De Standaard Onderwijsindeling (SOI) is een classificatie van opleidingen naar niveau en richting. De SOI is ontwikkeld voor gebruik bij statistiek en onderzoek en voor administratieve doeleinden in Nederland. Omdat er voortdurend opleidingen bijkomen, wordt deze indeling jaarlijks geactualiseerd.

SITC

De Standaardclassificatie voor de internationale handel, afgekort as SITC (Standard international trade classification), is een productclassificatie van de Verenigde Naties die gebruikt wordt voor de statistieken van de internationale handel.

Standaard Bedrijfsindeling (SBI)

Bedrijfstakken worden afgebakend volgens de hiërarchische indeling van economische activiteiten van de Europese Unie (Nomenclature statistique des activités économiques dans la Communauté Européenne, afgekort: NACE), de Nederlandse variant hiervan is de Standaard Bedrijfsindeling (SBI).

Startkwalificatie

Minimaal havo-, vwo- of mbo-2‑diploma. Personen zonder startkwalificatie hebben een lager niveau dan deze drempel.

Structurele exporteur

Een bedrijf dat in een aaneengesloten periode van vier jaar minimaal drie jaar goederen heeft geëxporteerd. Zie ook: incidentele exporteur.

Tarifaire kosten (tariefkosten)

De tarifaire kosten of tariefkosten zijn de heffingen die op de import betaald worden.

Toegevoegde waarde

De toegevoegde waarde is formeel gedefinieerd als de waarde die bedrijven toevoegen aan een product; de omzet exclusief de waarde van ingekochte goederen en diensten. Dit is het verschil tussen de productie en het intermediair verbruik.

Toeleveringsketen

Totale proces achter een goed of dienst. Dit zijn alle stappen die een product of dienst doormaakt voordat deze geleverd wordt. Dit kunnen halffabricaten zijn, maar ook transportkosten of R&D.

Uitvoer van goederen

Het leveren van goederen door ingezetenen vanuit een economisch gebied van Nederland aan het buitenland. De som van uitvoer van Nederlandse makelij en wederuitvoer.

Uitvoer van Nederlandse makelij

Uitvoer van Nederlandse makelij (oftewel eigen makelij) betreft uitvoer na productie in Nederland dan wel uitvoer na significante bewerking van buitenlandse makelij (waarbij wordt gekeken in hoeverre de statistische goederencode van het goed al dan niet sterk is veranderd).

Voltijdequivalent (vte)

Een maatstaf voor het arbeidsvolume, die wordt berekend door alle banen (voltijd en deeltijd) om te rekenen naar voltijdbanen, ook wel voltijdequivalenten (vte) genoemd. Zo leveren twee halve banen (elk 0,5 vte) samen een arbeidsvolume van één arbeidsjaar op.

Volume-index

Procentuele volumeontwikkeling ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder.

Vrijhandelsverdrag

Met vrijhandelsverdragen tussen landen of regio’s proberen landen de toegang tot elkaars markt te vereenvoudigen. Ze verlagen hierbij de heffingen en reguleren niet-tarifaire maatregelen om investeringen en handel in goederen en diensten te stimuleren.

Vrijwaringsmaatregel

Maatregel met betrekking tot de toegenomen import van bepaalde producten, wanneer deze import ernstige schade heeft veroorzaakt of dreigt te veroorzaken aan de binnenlandse industrie van het importerende lid, omdat het bijvoorbeeld door dumping oneerlijke concurrentie levert voor de lokale bedrijven.

Wederuitvoer

Wederuitvoer betreft invoer van goederen van buitenlandse makelij die na aankomst in Nederland niet of nauwelijks een bewerking ondergaan en daarna weer worden uitgevoerd naar het buitenland. De goederen zijn tijdens het verblijf in Nederland (tijdelijk) eigendom van een Nederlands bedrijf (in tegenstelling tot de quasi-doorvoer).

Wereldhandelsorganisatie (WTO)

Een intergouvernementele organisatie die toeziet op de naleving van afspraken over de handel tussen landen.

Werkgelegenheidsstructuur

Zie arbeidsstructuur.

Werknemer

Een persoon die in een arbeidsovereenkomst afspraken met een economische eenheid maakt om arbeid te verrichten waartegenover een financiële beloning staat.

Zeggenschap

De zeggenschap van bedrijven wordt bepaald aan de hand van het land waar de strategische besluitvorming plaatsvindt. Deze zeggenschap ligt bij de Ultimate Controlling Institutional Unit (UCI). Buitenlandse zeggenschap betekent dat het land van vestiging van de UCI een ander land is dan Nederland.

Zeggenschapsstructuur

De eigendoms- en controleverhoudingen binnen een onderneming of concern, waarmee wordt vastgesteld of de uiteindelijke zeggenschap Nederlands of buitenlands is.

Zelfstandig mkb

Het zelfstandig midden- en kleinbedrijf omvat alle bedrijven in Nederland die in Nederlandse handen zijn en waar minder dan 250 personen werkzaam zijn, bekeken op het niveau van de onderneming. Specifiek worden bedrijven die onderdeel zijn van een onderneming waar in totaal meer dan 250 werkzame personen zijn, óf bedrijven die onder buitenlandse zeggenschap vallen volgens deze afbakening niet bij het zelfstandig mkb geteld. Mogelijk met of zonder buitenlandse dochterondernemingen.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

niets (blanco) een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
0 (0,0) het cijfer is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
* voorlopige cijfers
** nader voorlopige cijfers
- (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
2016–2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/’17 oogstjaar, boekjaar, schooljaar, enz. beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2004/’05-2016/’17 oogstjaar enz., 2004/’05 tot en met 2016/’17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

Timon Bohn

Sarah Creemers

Dennis Dahlmans

Loe Franssen

Robin Konietzny

Dio Limpens

Tom Notten

Shalane Pijnenburg

Michael Polder

Davey Poulissen

Leen Prenen

Janneke Rooyakkers

Marcel van den Berg

Manon Weusten

Khee Fung Wong

Redactie

Sarah Creemers

Janneke Rooyakkers

Roger Voncken

Eindredactie

Sarah Creemers

Roger Voncken

Dankwoord

We danken de volgende personen voor hun constructieve bijdrage aan deze editie van de Internationaliserings­monitor:

Luuk Beele

Marjolijn Jaarsma

Bart Loog

Angie Mounir

Nienke Oude Steenhof

Rik Vaessen

CBS CCN Logistiek

CBS CCN Redactie en Visualisatie

CBS Vertaalbureau