Exporteren in de schaduw van sancties
In hoofdstuk 1 is in beeld gebracht hoe de export naar Rusland zich heeft ontwikkeld als gevolg van het instellen van handelssancties na de inval in Oekraïne. Ook onderzochten we naar welke landen de export in het bijzonder is gegroeid nadat sancties werden ingesteld op de export naar Rusland: de zogenoemde landen met een verhoogd risico op sanctieomzeiling. In dit vervolghoofdstuk zetten we de stap naar bedrijven. Welke groepen exporteurs werden geraakt door genoemde sancties? Hoe hebben zij daarop gereageerd? Welke onderscheidende bedrijfskenmerken zien we bij bedrijven die hun export hebben verlegd naar de in hoofdstuk 1 geïdentificeerde markten met een verhoogd risico op sanctieomzeiling? Deze vragen en meer komen in dit tweede hoofdstuk aan bod.
2.1Inleiding
In hoofdstuk 1 is in kaart gebracht hoe de export van producten waar op enig moment sancties van de Europese Unie (EU) op van kracht zijn geworden zich heeft ontwikkeld in de periode voor en na de instelling van deze sancties. Het gaat daarbij specifiek om de sancties die de EU heeft ingesteld op de export naar Rusland als reactie op de Russische inval in Oekraïne begin 2022. Er is echter niet enkel in beeld gebracht hoe de export van gesanctioneerde producten naar Rusland zich heeft ontwikkeld, maar ook hoe de export van deze producten naar andere landen zich heeft ontwikkeld. Het ligt namelijk voor de hand dat exporteurs die een deel van hun export zien wegvallen als gevolg van de instelling van sancties op zoek gaan naar alternatieve afzetmarkten. Deze verlegging van uitvoerstromen kan legitiem zijn: de exporteur diversifieert zijn exportportefeuille door nieuwe markten aan te boren nadat een bestaande markt is afgesloten door de instelling van sancties. Maar deze verlegging kan ook illegitiem zijn, wanneer een exporteur of afnemer op zoek gaat naar omzeilingsroutes met het doel gesanctioneerde producten alsnog in Rusland te laten eindigen. In dit tweede scenario kan het zo zijn dat de exporteur actief betrokken is bij het omzeilen van handelssancties via derde landen of daar tenminste weet van heeft, maar dat hoeft niet. Het kan bijvoorbeeld ook zo zijn dat het initiatief voor sanctieomzeiling bij de afnemer in het intermediaire land ligt, die er uiteindelijk zonder medeweten van de exporteur voor zorgt dat de producten in Rusland eindigen. In dat kader waarschuwt de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) dan ook voor ‘indirect zakendoen’. RVO (2024) wijst Nederlandse exporteurs op hun website op het volgende: ‘U moet ervoor zorgen dat uw gesanctioneerde producten niet via een omweg (landen buiten de EU) in Belarus of Rusland terechtkomen. Dit kunt u doen door in het handelscontract duidelijk te maken dat dit niet mag. Vermeld daarin ook dat de afnemer aansprakelijk is als dit toch gebeurt.’
In het vorige hoofdstuk van deze Internationaliseringsmonitor is door middel van econometrische analyse onderzocht naar welke derde landen de export van gesanctioneerde producten buitenproportioneel sterk is gegroeid vanaf het moment van de instelling van de handelssancties op Rusland. Deze analyse heeft geresulteerd in een groep landen met een verhoogd risico op sanctieomzeiling, te weten Armenië, Kazachstan, Kirgizië, Mongolië, Servië, Turkije en Turkmenistan. In dit vervolghoofdstuk wordt verder naar de handel met deze landen gekeken, waarbij we in de analyses de stap zetten naar het microniveau van bedrijven.
Onderzoeksvragen
Dit hoofdstuk bestaat uit drie delen. In het eerste deel zoomen we in op de groep bedrijven die, voor de Russische inval in Oekraïne, producten exporteerde naar Rusland waar op enig moment vanaf 2014 exportcontroles of -sancties op van toepassing zijn. Deze groep producten refereren we in het vervolg van dit hoofdstuk aan met de term gesanctioneerde producten. Daaronder verstaan we in dit geval dan goederen die vallen onder het Europese sanctieregime en/of waar exportcontroles in het kader van de dual-use verordening op van toepassing zijn (zie het leeskader in hoofdstuk 1). We kijken enerzijds naar de kenmerken van deze groep bedrijven: in welke bedrijfstakken zijn ze actief, hoe groot zijn ze, welke multinationale eigendomsstructuren zien we, in hoeverre waren ze voor hun export afhankelijk van Rusland. Anderzijds kijken we naar het gedrag van deze groep bedrijven na instelling van de sancties. Wat zijn deze bedrijven daarna gaan doen? Blijven ze exporteren naar Rusland? Zijn ze naar landen met een verhoogd risico op sanctieomzeiling of andere landen gaan exporteren? Of, zijn ze helemaal gestopt met exporteren of misschien zelfs opgehouden te bestaan?
In het tweede deel kijken we naar de bedrijven die gesanctioneerde producten exporteren naar landen met een verhoogd risico op sanctieomzeiling. Daarbij onderzoeken we specifiek twee groepen exporteurs: (1) bedrijven die gesanctioneerde producten exporteren naar deze landen, terwijl zij vóór de aanscherping van de sancties op Rusland in 2022 deze producten niet exporteerden, en (2) bedrijven die vóór de aanscherping van de sancties in 2022 gesanctioneerde producten naar Rusland exporteerden en daarna naar landen met een verhoogd risico op sanctieomzeiling. Wat zijn de kenmerken van deze bedrijven? In welke bedrijfstakken zijn ze actief? Hoe groot zijn ze? Hoe zien de multinationale eigendomsstructuren eruit? Zien we dat bedrijven met een exporthistorie in Rusland hun handel verleggen naar landen met een verhoogd risico op sanctieomzeiling of zijn het vooral nieuwe exporteurs of zelfs nieuwe bedrijven die zich hierop toeleggen?
In het derde deel gaan we vervolgens op zoek naar gemene delers in een econometrische setting. Dat wil zeggen, we ontwikkelen een regressiemodel waarmee zichtbaar wordt dat bepaalde bedrijfskenmerken samenhangen met potentiële sanctieomzeiling.
Relevantie
De relevantie van de in dit hoofdstuk geadresseerde onderzoeksvragen is evident. De sancties die de EU heeft ingesteld op de export naar Rusland hebben een duidelijk doel: Rusland verzwakken en de oorlogseconomie vleugellam maken door de import die noodzakelijk is om de economie draaiende te houden aan banden te leggen. Het is bij het monitoren van de effectiviteit van dit soort handelssancties dan niet alleen van belang in kaart te brengen in hoeverre de directe export naar Rusland daadwerkelijk wordt geraakt, maar ook om te kijken in hoeverre er aanwijzingen zijn dat sancties worden omzeild via derde landen. Dit doet immers afbreuk aan de effectiviteit van de ingestelde sancties. Daarbij is de stap naar het microniveau bedrijven van waarde, omdat het handvatten biedt voor het detecteren van omzeiling door te inventariseren welke kenmerken en welk gedrag samenhangen met potentiële omzeiling. Tot nu toe is de wetenschappelijke kennis over dit onderwerp beperkt; momenteel worden methoden ontwikkeld om sanctieomzeiling op te sporen aan de hand van macro-economische handelsdata (Tyazhelnikov & Romalis, 2024). Op micro- oftewel bedrijfsniveau is nog maar weinig bekend dat helpt bij de beantwoording van de vraag óf, en zo ja, hoe, bedrijven handelssancties omzeilen en wat de kenmerken van deze bedrijven zijn. Ons onderzoek zet om deze reden een belangrijke eerste stap om antwoorden op deze vragen te vinden.
Disclaimer
Een cruciale disclaimer bij de bevindingen die in dit hoofdstuk worden gepresenteerd is dat sanctieomzeiling als zodanig niet wordt waargenomen. Dat wil zeggen, het exportgedrag van bedrijven in Nederland dat wordt geobserveerd betreft alleen de eerste stap naar het buitenland. Het is niet mogelijk om te volgen waar deze export eventueel daarna naartoe wordt doorgevoerd, noch of de Nederlandse exporteur weet heeft van eventuele sanctieomzeiling. Dat betekent dat wij alleen op basis van statistische analyses van grote hoeveelheden data kunnen vaststellen dat bepaalde handelspatronen statistisch opmerkelijk zijn. Op basis daarvan spreken we van handel met een verhoogd risico op sanctieomzeiling.
Leeswijzer
Dit hoofdstuk volgt het stramien dat in de inleiding is geschetst: in paragraaf 2.2 gaan we in beschrijvende zin in op de vraag welke kenmerken exporteurs van gesanctioneerde producten naar Rusland typeren en hoe zij in termen van exportgedrag reageren op de aanscherping van de sancties op de export naar Rusland in 2022. In paragraaf 2.3 verleggen we de blik naar de export naar landen met een verhoogd risico op sanctieomzeiling. We schetsen eerst een beschrijvend beeld van de kenmerken van de bedrijven die actief zijn op deze markten. Daarna schetsen we aan de hand van een econometrische analyse een beeld van de kenmerken van bedrijven die worden geassocieerd met potentiële sanctieomzeiling in paragraaf 2.4. Paragraaf 2.5 biedt een samenvatting en discussie van de bevindingen. In paragraaf 2.6 geven we een uitgebreide toelichting op de gebruikte data en methoden.
2.2Kenmerken en gedrag van exporteurs van gesanctioneerde producten naar Rusland
In deze paragraaf zetten we de stap naar bedrijven: welk type bedrijven hebben met name te maken met sancties op de export naar Rusland en hoe reageren ze daarop? De groep bedrijven waar we specifiek op inzoomen zijn bedrijven die in de periode 2020–2021, dus in de jaren voor de Russische inval in Oekraïne, goederen naar Rusland exporteerden waar sancties op van toepassing zijn in 2022 en later. Daarbij kijken we in brede zin of er op enig moment op een productgroep een sanctie of exportcontrole van toepassing is. Dat wil zeggen, ofwel het product valt op enig moment onder het sanctieregime van de EU, ofwel het product valt onder de EU-verordening inzake dual-use goederen in algemene zin (zie hoofdstuk 1). Dit doen we, omdat een flink aantal productgroepen al voor 2022 op de lijst van dual-use goederen stond en het na de inval in Oekraïne dus vaak gaat om een aanscherping van bestaande exportregelgeving. Als we alleen zouden kijken naar productgroepen waar vóór 2022 helemaal geen exportcontroles op van toepassing waren en die na de inval op de sanctielijst zijn geplaatst, dan missen we dus een flink deel van de handel.
We vergelijken de groep exporteurs van op enig moment gesanctioneerde goederen naar Rusland in de periode 2020–2021 (vanaf dit punt noemen we deze groep vanwege de leesbaarheid exporteurs naar Rusland) met de rest van de groep exporteurs om een beeld te krijgen van de mate waarin de groep exporteurs naar Rusland anders is dan de gemiddelde exporteur in Nederland. We richten ons daarbij als referentiegroep niet expliciet op de groep bedrijven die naar bestemmingen buiten de EU exporteert, omdat het overgrote deel van de exporteurs in de periode 2020–2021 wel naar minstens één bestemming buiten de EU heeft geëxporteerd.
Lijst gesanctioneerde producten dicteert deels verdeling naar bedrijfstak
Figuur 2.2.1 laat zien dat de samenstelling van de populatie exporteurs naar Rusland in termen van bedrijfstak duidelijk anders is dan die van de populatie exporteurs in Nederland. Allereerst valt op dat de bedrijfstak raffinaderijen, chemie, farmacie en kunststof met 7 procent een aanzienlijk groter deel uitmaakt van deze groep dan in de groep exporteurs in Nederland, waar slechts ruim 2 procent van de bedrijven in deze bedrijfstak valt. Hetzelfde zien we in de elektrotechnische, machine- en transportmiddelenindustrie, waar bijna 14 procent van de exporteurs naar Rusland in deze bedrijfstak actief is, is dat in de gehele populatie exporteurs in Nederland slechts 5 procent. Omgekeerd zijn er relatief minder bedrijven actief in de groot- en detailhandel onder de exporteurs naar Rusland. Ten slotte zien we in de bedrijfstakken vervoer en opslag en holdings en concerndiensten ook relatief grote aandelen actieve bedrijven onder de exporteurs naar Rusland vergeleken met de populatie exporteurs in Nederland als geheel. Logischerwijs wordt het beeld dat spreekt uit figuur 2.2.1 deels gedicteerd door de lijst met gesanctioneerde exportproducten. In hoofdstuk 1 zagen we bijvoorbeeld dat de export van mobiele telefoons, vrachtwagens, microchips en computers naar Rusland nagenoeg is stilgevallen als gevolg van de ingestelde sancties. In figuur 2.2.1 zien we de corresponderende bedrijfstakken terugkomen waarin deze producten worden gefabriceerd.
| ecxporteur | Landbouw, bosbouw en visserij | Voedingsmiddelen-, en tabakindustrie | Papier, hout, bouwmaterialen en grafische industrie | Raffinaderijen, chemie, farmacie en kunststof | Metaalindustrie | Elektrotechnische, machine en transportmiddelenindustrie | Overige industrie en reparatie | Groothandel, detailhandel en horeca | Vervoer en opslag | Holdings en concerndiensten | Overige bedrijfstakken |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Exporteurs naar Rusland | 59 | 56 | 48 | 238 | 115 | 463 | 137 | 1446 | 248 | 97 | 468 |
| Alle exporteurs | 1,217 | 761 | 688 | 849 | 1162 | 1957 | 1618 | 19457 | 1672 | 386 | 8267 |
Figuur 2.2.2 toont hoe de samenstelling van beide groepen bedrijven verschilt in termen van omvang en multinationalstatus. Ook daar zien we aanzienlijke verschillen. Zo is het aandeel van het zelfstandig midden- en kleinbedrijf aanzienlijk kleiner in de groep exporteurs naar Rusland. De populatie exporteurs in Nederland bestaat voor bijna driekwart uit zelfstandig mkb’ers, terwijl slechts 40 procent van de exporteurs naar Rusland tot het zelfstandig mkb behoort. Omgekeerd zien we in deze laatste groep veel meer multinationals, met name multinationals van buitenlandse origine. In totaal bestaat de groep exporteurs naar Rusland voor ruim 60 procent uit multinationals, terwijl dit percentage voor de populatie exporteurs in Nederland als geheel op een kwart ligt.
| exporteur | Zelfstandig mkb 1) | Grootbedrijf | Nederlandse multinational | Buitenlandse multinational |
|---|---|---|---|---|
| Exporteurs naar Rusland | 1267 | 20 | 724 | 1319 |
| Alle exporteurs | 26820 | 404 | 4308 | 5332 |
| 1) Dit zijn per definitie bedrijven zonder dochters in het buitenland. | ||||
Als we verder inzoomen op de eigendomsstructuren dan zien we bij de buitenlandse multinationals die gesanctioneerde producten naar Rusland exporteren dat er zich nauwelijks bedrijven in deze groep bevinden waarvan het moederbedrijf in Rusland gevestigd is. Wel zien we bij de exporteurs naar Rusland dat 1 op de 9 exporteurs ook participeert in een Russisch filiaal. Dit is echter in lijn met het gemiddelde: voor de populatie exporteurs in Nederland als geheel geldt eveneens dat 1 op de 9 exporteurs minstens één deelneming heeft in een bedrijf in het land van bestemming.
Vooral grote, multinationale, productievere bedrijven exporteren naar Rusland
We kunnen derhalve concluderen dat het in het algemeen gaat om grote, multinationale bedrijven actief in specifieke bedrijfstakken die vóór 2022 gesanctioneerde goederen naar Rusland exporteerden. Dit is intuïtief een logische bevinding. Immers, Rusland is een buiten de EU gelegen exportbestemming waar bovendien sprake is van aanzienlijke culturele en taalbarrières. Dat maakt Rusland tot een complexe exportmarkt, waarop alleen de daartoe geëquipeerde (lees: productievere) bedrijven in staat zijn actief te zijn (Chen & Moore, 2010). Dit wordt bevestigd door het feit dat de gemiddelde arbeidsproductiviteit van exporteurs naar Rusland hoger is dan die van de gemiddelde exporteur in Nederland.
In totaal had iets meer dan 1 procent van de Nederlandse goederenexport Rusland als bestemming in de periode 2020–2021, maar bij bedrijven die daadwerkelijk gesanctioneerde producten exporteren naar Rusland heeft gemiddeld ruim 10 procent van de export Rusland als bestemming. Bij 1 op de 13 bedrijven in deze groep gaat minstens de helft van hun exportwaarde naar Rusland.
De gevolgen van sancties voor de activiteiten van Nederlandse bedrijven in Rusland
Er zijn al sancties van kracht op de export naar Rusland sinds de annexatie van de Krim door Rusland in 2014. Rusland heeft daarnaast vergeldingsmaatregelen op de import uit verschillende Westerse landen ingesteld. Eerder is al onderzocht in welke mate deze sancties de activiteiten van Nederlandse bedrijven, zowel via de handel als via directe buitenlandse investeringen, in Rusland hebben geraakt. In dit leeskader worden de bevindingen van dit onderzoek kort besproken.noot1 Voor een uitgebreide toelichting op de gebruikte data en onderzoeksmethode verwijzen we naar Kohl et al. (2024a; 2024b).
Een eerste trendanalyse liet zien dat de Nederlandse export naar Rusland over de gehele breedte, zowel gesanctioneerde als niet-gesanctioneerde producten, een aanzienlijke klap heeft gekregen, vergeleken met de ontwikkeling van de export naar andere bestemmingen. Duidelijk te zien – en logisch – is daarbij dat de exportdaling veruit het grootste is bij de groep producten waarop sancties van toepassing zijn. Een berekening van de totale gederfde exportwaarde voor bedrijven in Nederland sinds de instelling van de sancties in 2014 komt voor de periode 2014–2020 uit op een geschat bedrag van 6,9 miljard euro.
De econometrische resultaten lieten zien dat het van belang is om onderscheid naar type sanctieregime te maken. Deze sanctieregimes verschillen onderling van ontwerp en aangrijpingspunt. Als alle sanctieregimes gebundeld worden is er geen statistisch significant effect van sancties op de omvang van de export zichtbaar. Voor de Russische vergeldingsmaatregelen zien we wel een statistisch significant negatief effect op de Nederlandse goederenexport naar Rusland. Zo zien we dat op bedrijfsniveau de Nederlandse export naar Rusland van producten waarop Russische sancties van toepassing zijn gemiddeld 58 procent lager is dan die van producten waarop geen maatregelen van toepassing zijn. Robuustheidsanalyses laten zien dat dit negatieve effect geen prijseffect is, maar verklaard wordt door dalende hoeveelheden.
Als er wel onderscheid wordt gemaakt tussen de drie door de EU opgelegde sanctieregimes ontstaat een ander beeld. De export van wapens en Annex-II producten is significant teruggelopen als gevolg van deze sancties, met respectievelijk 48 en 58 procent. Sancties op dual-use producten blijken echter niet tot een significante daling van de export van deze producten te hebben geleid. Dit kan komen doordat deze producten nog steeds geëxporteerd kunnen worden, mits daar vooraf goedkeuring voor is gegeven door de bevoegde instanties nadat is aangetoond dat deze producten voor civiel gebruik bedoeld zijn. Deze resultaten illustreren dat sanctieregimes uiteenlopende ontwerpen en aangrijpingspunten hebben en dat deze heterogeniteit verloren kan gaan wanneer alle sancties op een hoop worden gegooid.
De resultaten laten ook zien dat de kans dat bedrijven beginnen met exporteren naar Rusland significant negatief wordt beïnvloed door alle sanctieregimes. Dat verband is minder sterk negatief als het Nederlandse bedrijf een dochteronderneming in Rusland heeft.
Daarnaast zien we dat alle sanctieregimes de kans op uittreding uit de productmarkt significant vergroten, waarbij het al dan niet hebben van een Russisch filiaal geen verschil maakt. Wel zien we een verschil bij de Russische countersancties die als vergelding zijn ingesteld: het hebben van een Russische vestiging lijkt exporteurs in Nederland (grotendeels) te behoeden voor de negatieve effecten van Russische vergeldingsmaatregelen.
Ten slotte laten de resultaten zien dat een hogere blootstelling van de export aan handelssancties geen invloed heeft op de kans dat exporteurs in Nederland een Russische dochteronderneming oprichten of sluiten.
Vooral grote exporteurs actief in Rusland
Na een schets van de karakteristieken van exporteurs in Nederland van gesanctioneerde producten naar Rusland zetten we de stap naar de reactie van deze bedrijven op de handelsrestricties die vanaf het moment van de inval in Oekraïne in februari 2022 fors werden aangescherpt. In figuur 2.2.3 zien we dat het gemiddeld aantal exportmarkten buiten de EU voor de groep exporteurs naar Rusland licht is gedaald in de periode 2022–2023 ten opzichte van de periode 2020–2021.noot2 Hetzelfde geldt voor het aantal producten dat deze groep gemiddeld exporteert naar bestemmingen buiten de EU.noot3 In dezelfde periode is het aantal producten dat de gemiddelde exporteur in Nederland naar bestemmingen buiten EU exporteert licht gestegen, evenals het gemiddeld aantal exportbestemmingen dat wordt bediend. Dit is een indicatie dat het niet aannemelijk is dat bedrijven die hun Russische afzetmarkt zien wegvallen als gevolg van de aangescherpte handelsrestricties als reactie daarop een groot aantal nieuwe product- of bestemmingsmarkten betreden op zoek naar compensatie voor de weggevallen omzet. Met andere woorden, het lijkt er niet op dat bedrijven reageren op de aanscherping van sancties door middel van uitbreiding langs de zogeheten extensieve marge. Niettemin betreft het hier enkel beschrijvende statistieken, wat impliceert dat de geobserveerde patronen met enige voorzichtigheid geïnterpreteerd moeten worden. Wel zien we in figuur 2.2.3 duidelijk terug dat export naar Rusland vooral door grote bedrijven gebeurt. De gemiddelde exporteur naar Rusland exporteert grofweg tien keer zoveel producten naar tien keer zoveel landen dan de gemiddelde exporteur in Nederland.
| aantal | exporteur | 2020-2021 | 2022-2023 |
|---|---|---|---|
| Aantal exportbestemmingen | Exporteurs naar Rusland, Aantal exportbestemmingen | 28,3 | 25,71 |
| Aantal exportbestemmingen | Alle exporteurs, Aantal exportbestemmingen | 2,98 | 3,33 |
| Aantal producten | Exporteurs naar Rusland, Aantal producten | 76,05 | 74,2 |
| Aantal producten | Alle exporteurs, Aantal producten | 7,50 | 8,63 |
Exporteurs naar Rusland absorberen sanctieschok vooral langs intensieve marge
Als we in figuur 2.2.4 kijken naar de zogeheten intensieve marge, de dimensies van doorlopende exportrelaties, dan zien we dat exporteurs in Nederland die op enig moment in de jaren 2020–2021 gesanctioneerde producten naar Rusland exporteren hun bestaande exportrelaties intensiveerden in de periode 2022–2023. Dat wil zeggen, de mediaan van de gemiddelde exportwaarde per product-land combinatie per exporteur naar bestemmingen buiten de EU neemt met 15 procent toe tussen de twee onderzochte periodes. Bij de gemiddelde exporteur in Nederland zien we ook groei langs de intensieve marge (+29 procent). Ook hier zien we echter dat bedrijven die actief zijn in Rusland veel grotere exporteurs zijn dan de gemiddelde exporteur in Nederland. Dit heeft tot gevolg dat de groei van de mediane exportwaarde bij de groep exporteurs naar Rusland in absolute termen bijna twee keer zo groot is als die van de gemiddelde exporteur in Nederland. Uit figuren 2.2.3 en 2.2.4 kunnen we concluderen dat exporteurs in Nederland die te maken krijgen met aangescherpte handelsrestricties op hun Russische afzetmarkt deze schok vooral langs de intensieve marge lijken te absorberen en in mindere mate langs de extensieve marge.
| exporteur | 2020-2021 | 2022-2023 |
|---|---|---|
| Exporteurs naar Rusland | 48692 | 55940 |
| Alle exporteurs | 13002 | 16717 |
Figuur 2.2.5 laat in de vorm van een zogeheten Sankey-diagram zien hoe bedrijven in Nederland die in de periode 2020–2021 gesanctioneerde producten naar Rusland exporteerden, hebben gereageerd in de jaren daarna in termen van het herschikken van hun exportportefeuille. Deze figuur is op een hoog aggregatieniveau in de tijd gemaakt; we kijken voor blokken van grofweg een jaar hoe de samenstelling van de exportportefeuille eruit ziet bij deze groep bedrijven. In figuur 2.2.6 laten we vervolgens de onderliggende dynamiek zien door op kwartaalniveau in beeld te brengen hoe exporteurs in hoog tempo hun exportportefeuille herschikken.
Klein deel van de exporteurs blijft actief in Rusland na aanscherping sancties
Figuur 2.2.5 laat allereerst zien dat het aantal bedrijven dat gesanctioneerde producten naar Rusland exporteert snel terugloopt in de periode 2022–2023. Er blijven echter ook in 2023 nog wel enkele bedrijven actief op deze markt. Dat kan gaan om dual-use goederen die nog wel geëxporteerd mogen worden, zoals sommige medische apparatuur. Of het kan gaan om de levering van producten waarvoor de contracten getekend zijn voordat aangescherpte sancties van kracht werden. Daarnaast zien we dat de meeste bedrijven die te maken krijgen met aangescherpte sancties in Rusland op zoek gaan naar nieuwe bestemmingsmarkten die niet gemarkeerd zijn als landen met een verhoogd risico op sanctieomzeiling in hoofdstuk 1. Ook in 2023 is dat de meest voorkomende herschikking in de exportportefeuille bij deze groep bedrijven. Een heel klein deel richt zich op nieuwe markten met een verhoogd risico op sanctieomzeiling zonder dat te combineren met het verkennen van andere nieuwe markten. De meeste bedrijven die actief worden op nieuwe markten met een verhoogd risico op sanctieomzeiling doen dat terwijl zij ook andere nieuwe markten verkennen. Dat aandeel neemt ook toe in 2023 ten opzichte van 2022. Een kleiner deel van de bedrijven gaat niet op zoek naar nieuwe markten en richt zich uitsluitend op markten waar zij al actief waren vóór 2022. Ook daar zien we dat een focus op landen die niet gemarkeerd zijn als bestemmingen met een verhoogd risico op sanctieomzeiling het meest voorkomt. Statistisch is dat ook voor de hand liggend, aangezien de wel gemarkeerde landen klein in aantal zijn en bovendien niet de meest prominente exportbestemmingen zijn voor bedrijven in Nederland.
Onderin figuur 2.2.5 zien we nog dat er een groep bedrijven is die helemaal stopt met exporteren in de periode na aanscherping van de sancties. Deze groep blijft grofweg even groot in omvang in 2022 en 2023, maar de samenstelling verandert wel. Ten slotte zien we nog een groep bedrijven die helemaal ophoudt te bestaan in de periode na de aanscherping van de sancties. Op basis van deze figuur is echter niet te zeggen of deze ontwikkelingen iets te maken hebben met het aanscherpen van de sancties of dat dit gaat om natuurlijk verloop.
| 2020-2021 | mrt-dec 2022 | Aantal |
|---|---|---|
| N1: Exporteert naar Rusland | N1: Exporteert naar Rusland | 640 |
| N1: Exporteert naar Rusland | N2: Exporteert naar nieuwe landen met een verhoogd risico op omzeiling | 35 |
| N1: Exporteert naar Rusland | N3: Exporteert naar nieuwe andere landen | 1570 |
| N1: Exporteert naar Rusland | N4: Exporteert naar nieuwe landen met een verhoogd risico op omzeiling en nieuwe andere landen | 455 |
| N1: Exporteert naar Rusland | N5: Exporteert alleen naar bekende landen met een verhoogd risico op omzeiling | 5 |
| N1: Exporteert naar Rusland | N6: Exporteert alleen naar bekende andere landen | 225 |
| N1: Exporteert naar Rusland | N5: Exporteert alleen naar bekende landen met een verhoogd risico op omzeiling en bekende andere landen en bekende andere landen | 100 |
| N1: Exporteert naar Rusland | N8: Exporteert niet meer | 235 |
| N1: Exporteert naar Rusland | N9: Bedrijf bestaat niet meer | 65 |
| mrt-dec 2022 | 2023 | |
|---|---|---|
| N1: Exporteert naar Rusland | N1: Exporteert naar Rusland | 200 |
| N1: Exporteert naar Rusland | N2: Exporteert naar nieuwe landen met een verhoogd risico op omzeiling | 5 |
| N1: Exporteert naar Rusland | N3: Exporteert naar nieuwe andere landen | 230 |
| N1: Exporteert naar Rusland | N4: Exporteert naar nieuwe landen met een verhoogd risico op omzeiling en nieuwe andere landen | 150 |
| N1: Exporteert naar Rusland | N5: Exporteert alleen naar bekende landen met een verhoogd risico op omzeiling | Minder dan 5 |
| N1: Exporteert naar Rusland | N6: Exporteert alleen naar bekende andere landen | 10 |
| N1: Exporteert naar Rusland | N7: Exporteert alleen naar bekende landen met een verhoogd risico op omzeiling en bekende andere landen en bekende andere landen | 10 |
| N1: Exporteert naar Rusland | N8: Exporteert niet meer | 20 |
| N1: Exporteert naar Rusland | N9: Bedrijf bestaat niet meer | 15 |
| N2: Exporteert naar nieuwe landen met een verhoogd risico op omzeiling | N2: Exporteert naar nieuwe landen met een verhoogd risico op omzeiling | 5 |
| N2: Exporteert naar nieuwe landen met een verhoogd risico op omzeiling | N3: Exporteert naar nieuwe andere landen | 10 |
| N2: Exporteert naar nieuwe landen met een verhoogd risico op omzeiling | N4: Exporteert naar nieuwe landen met een verhoogd risico op omzeiling en nieuwe andere landen | 15 |
| N2: Exporteert naar nieuwe landen met een verhoogd risico op omzeiling | N5: Exporteert alleen naar bekende landen met een verhoogd risico op omzeiling | Minder dan 5 |
| N2: Exporteert naar nieuwe landen met een verhoogd risico op omzeiling | N6: Exporteert alleen naar bekende andere landen | Minder dan 5 |
| N2: Exporteert naar nieuwe landen met een verhoogd risico op omzeiling | N7: Exporteert alleen naar bekende landen met een verhoogd risico op omzeiling en bekende andere landen en bekende andere landen | Minder dan 5 |
| N2: Exporteert naar nieuwe landen met een verhoogd risico op omzeiling | N8: Exporteert niet meer | Minder dan 5 |
| N3: Exporteert naar nieuwe andere landen | N1: Exporteert naar Rusland | 30 |
| N3: Exporteert naar nieuwe andere landen | N2: Exporteert naar nieuwe landen met een verhoogd risico op omzeiling | 10 |
| N3: Exporteert naar nieuwe andere landen | N3: Exporteert naar nieuwe andere landen | 1090 |
| N3: Exporteert naar nieuwe andere landen | N4: Exporteert naar nieuwe landen met een verhoogd risico op omzeiling en nieuwe andere landen | 275 |
| N3: Exporteert naar nieuwe andere landen | N6: Exporteert alleen naar bekende andere landen | 60 |
| N3: Exporteert naar nieuwe andere landen | N7: Exporteert alleen naar bekende landen met een verhoogd risico op omzeiling en bekende andere landen en bekende andere landen | 35 |
| N3: Exporteert naar nieuwe andere landen | N8: Exporteert niet meer | 35 |
| N3: Exporteert naar nieuwe andere landen | N9: Bedrijf bestaat niet meer | 30 |
| N4: Exporteert naar nieuwe landen met een verhoogd risico op omzeiling en nieuwe andere landen | N1: Exporteert naar Rusland | 5 |
| N4: Exporteert naar nieuwe landen met een verhoogd risico op omzeiling en nieuwe andere landen | N2: Exporteert naar nieuwe landen met een verhoogd risico op omzeiling | 5 |
| N4: Exporteert naar nieuwe landen met een verhoogd risico op omzeiling en nieuwe andere landen | N3: Exporteert naar nieuwe andere landen | 165 |
| N4: Exporteert naar nieuwe landen met een verhoogd risico op omzeiling en nieuwe andere landen | N4: Exporteert naar nieuwe landen met een verhoogd risico op omzeiling en nieuwe andere landen | 270 |
| N4: Exporteert naar nieuwe landen met een verhoogd risico op omzeiling en nieuwe andere landen | N6: Exporteert alleen naar bekende andere landen | Minder dan 5 |
| N4: Exporteert naar nieuwe landen met een verhoogd risico op omzeiling en nieuwe andere landen | N7: Exporteert alleen naar bekende landen met een verhoogd risico op omzeiling en bekende andere landen en bekende andere landen | 5 |
| N4: Exporteert naar nieuwe landen met een verhoogd risico op omzeiling en nieuwe andere landen | N8: Exporteert niet meer | 5 |
| N4: Exporteert naar nieuwe landen met een verhoogd risico op omzeiling en nieuwe andere landen | N9: Bedrijf bestaat niet meer | Minder dan 5 |
| N5: Exporteert alleen naar bekende landen met een verhoogd risico op omzeiling | N3: Exporteert naar nieuwe andere landen | 5 |
| N6: Exporteert alleen naar bekende andere landen | N1: Exporteert naar Rusland | Minder dan 5 |
| N6: Exporteert alleen naar bekende andere landen | N2: Exporteert naar nieuwe landen met een verhoogd risico op omzeiling | 5 |
| N6: Exporteert alleen naar bekende andere landen | N3: Exporteert naar nieuwe andere landen | 80 |
| N6: Exporteert alleen naar bekende andere landen | N4: Exporteert naar nieuwe landen met een verhoogd risico op omzeiling en nieuwe andere landen | 10 |
| N6: Exporteert alleen naar bekende andere landen | N6: Exporteert alleen naar bekende andere landen | 90 |
| N6: Exporteert alleen naar bekende andere landen | N7: Exporteert alleen naar bekende landen met een verhoogd risico op omzeiling en bekende andere landen en bekende andere landen | 5 |
| N6: Exporteert alleen naar bekende andere landen | N8: Exporteert niet meer | 25 |
| N6: Exporteert alleen naar bekende andere landen | N9: Bedrijf bestaat niet meer | 5 |
| N7: Exporteert alleen naar bekende landen met een verhoogd risico op omzeiling en bekende andere landen en bekende andere landen | N2: Exporteert naar nieuwe landen met een verhoogd risico op omzeiling | 5 |
| N7: Exporteert alleen naar bekende landen met een verhoogd risico op omzeiling en bekende andere landen en bekende andere landen | N3: Exporteert naar nieuwe andere landen | 55 |
| N7: Exporteert alleen naar bekende landen met een verhoogd risico op omzeiling en bekende andere landen en bekende andere landen | N4: Exporteert naar nieuwe landen met een verhoogd risico op omzeiling en nieuwe andere landen | 5 |
| N7: Exporteert alleen naar bekende landen met een verhoogd risico op omzeiling en bekende andere landen en bekende andere landen | N5: Exporteert alleen naar bekende landen met een verhoogd risico op omzeiling | Minder dan 5 |
| N7: Exporteert alleen naar bekende landen met een verhoogd risico op omzeiling en bekende andere landen en bekende andere landen | N6: Exporteert alleen naar bekende andere landen | 5 |
| N7: Exporteert alleen naar bekende landen met een verhoogd risico op omzeiling en bekende andere landen en bekende andere landen | N7: Exporteert alleen naar bekende landen met een verhoogd risico op omzeiling en bekende andere landen en bekende andere landen | 15 |
| N7: Exporteert alleen naar bekende landen met een verhoogd risico op omzeiling en bekende andere landen en bekende andere landen | N8: Exporteert niet meer | 5 |
| N7: Exporteert alleen naar bekende landen met een verhoogd risico op omzeiling en bekende andere landen en bekende andere landen | N9: Bedrijf bestaat niet meer | 5 |
| N8: Exporteert niet meer | N1: Exporteert naar Rusland | Minder dan 5 |
| N8: Exporteert niet meer | N2: Exporteert naar nieuwe landen met een verhoogd risico op omzeiling | Minder dan 5 |
| N8: Exporteert niet meer | N3: Exporteert naar nieuwe andere landen | 25 |
| N8: Exporteert niet meer | N4: Exporteert naar nieuwe landen met een verhoogd risico op omzeiling en nieuwe andere landen | 5 |
| N8: Exporteert niet meer | N5: Exporteert alleen naar bekende landen met een verhoogd risico op omzeiling | Minder dan 5 |
| N8: Exporteert niet meer | N6: Exporteert alleen naar bekende andere landen | 10 |
| N8: Exporteert niet meer | N8: Exporteert niet meer | 140 |
| N8: Exporteert niet meer | N9: Bedrijf bestaat niet meer | 50 |
| N9: Bedrijf bestaat niet meer | N9: Bedrijf bestaat niet meer | 65 |
Figuur 2.2.6 is een detaillering in de tijd van figuur 2.2.5, door de stap te zetten van jaren naar kwartalen. De figuur is opgebouwd uit bijna 3,5 duizend horizontale lijntjes, waarbij ieder lijntje één bedrijf representeert. Voor ieder van de zeven kwartalen vanaf het moment van aanscherping van de sancties na de inval eind februari 2022 (waarbij we maart 2022 gemakshalve bij het tweede kwartaal van 2022 onderbrengen) laten we vervolgens in kolommen aan de hand van verschillende kleuren voor ieder van de 3,5 duizend bedrijven zien hoe de samenstelling van hun exportportefeuille in termen van exportbestemmingen is veranderd ten opzichte van de samenstelling van hun portefeuille in de periode 2020–2021. Er zijn daarbij negen verschillende statussen mogelijk: (1) het bedrijf kan nog steeds gesanctioneerde goederen naar Rusland exporteren; het bedrijf kan gesanctioneerde goederen exporteren naar bestemmingslanden die nieuw voor het bedrijf zijn ten opzichte van de periode 2020–2021, onderscheiden naar (2) nieuwe landen met een verhoogd risico op sanctieomzeiling (‘risicolanden’ genoemd in de figuur omwille van de leesbaarheid), (3) nieuwe andere landen of (4) beide tegelijk.noot4 Het bedrijf kan gesanctioneerde goederen exporteren naar bestemmingslanden waar het in de periode 2020–2021 ook al actief was, opnieuw onderscheiden naar (5) risicolanden, (6) andere landen of (7) beide tegelijk. Het bedrijf kan (8) helemaal gestopt zijn met exporteren, en ten slotte kan het bedrijf (9) zijn opgehouden te bestaan.
Veel veranderingen in de samenstelling van exportportefeuilles na aanscherping sancties
De verdere detaillering naar kwartaalniveau maakt nog een aantal interessante patronen zichtbaar die op jaarniveau, door aggregatie, niet zichtbaar waren. Wat bovenal opvalt is dat er sprake is van wat in de wetenschappelijke literatuur churning wordt genoemd: een flink aantal veranderingen in de samenstelling van de exportportefeuille in termen van bestemmingen in korte tijd. Dit is een gebruikelijk beeld onder exporterende bedrijven, waar exportrelaties, zeker in de beginfase, onbestendig zijn. We zien hier bijvoorbeeld dat een flink deel van de bedrijven direct nieuwe bestemmingsmarkten aanboort met gesanctioneerde producten, maar dat een deel van die bedrijven daar maar relatief kort actief is en zich vervolgens richt op markten waar zij vóór 2022 al actief waren. Ook maakt deze figuur duidelijk dat een deel van de bedrijven langere tijd blijft zoeken naar nieuwe afzetmarkten. We zien dat bijvoorbeeld doordat bedrijven eerst alleen nieuwe andere landen verkennen (donkergroen) en na verloop van tijd ook nieuwe risicolanden toevoegen aan de exportportefeuille (oranje). Ook is er een substantiële groep bedrijven die zich in eerste instantie richt op hun bekende exportmarkten, maar mettertijd toch de exportportefeuille verbreedt en nieuwe markten gaat verkennen. In het verlengde daarvan zien we dat de groep bedrijven die in eerste instantie stopt met exporteren nadat zij geconfronteerd worden met aangescherpte sancties op hun export naar Rusland mettertijd kleiner wordt. Deze patronen zouden erop kunnen duiden dat deze bedrijven als reactie op de aangescherpte sancties vrijwel direct hun export naar Rusland stilleggen en daarna tijd nodig hebben om zich te heroriënteren op nieuwe markten. Ook hier zien we dat deze nieuwe handelsrelaties in veel gevallen niet bestendig zijn.
Het beeld dat spreekt uit figuren 2.2.5 en 2.2.6 lijkt op het eerste gezicht wellicht niet direct in overeenstemming met de bevinding uit figuren 2.2.3 en 2.2.4 dat bedrijven de schok van de aangescherpte sancties vooral langs de intensieve marge lijken te absorberen en in mindere mate langs de extensieve marge. Dit is echter niet het geval, omdat in de figuren 2.2.5 en 2.2.6 geen rekening wordt gehouden met de omvang van handelsrelaties. Nieuwe handelsrelaties gaan in eerste instantie vaak om kleinere exportwaardes. Het kan goed zijn dat bedrijven die te maken krijgen met aangescherpte restricties op de export naar Rusland die schok in termen van totale exportwaarde vooral opvangen door bestaande relaties te intensiveren terwijl zij parallel, in eerste instantie op relatief beperkte schaal, op zoek gaan naar nieuwe afzetmarkten.
2.3Exporteurs van gesanctioneerde producten naar landen met een verhoogd risico op sanctieomzeiling
In deze paragraaf zoomen we in op de bedrijven die actief zijn in landen met een verhoogd risico op sanctieomzeiling, zoals geïdentificeerd in paragraaf 1.5. We kijken daarbij specifiek naar de groep bedrijven die goederen, waarvan de export naar Rusland op enig moment gesanctioneerd is, exporteert naar deze landen. Daarbij maken we onderscheid tussen twee groepen exporteurs: (1) bedrijven die gesanctioneerde producten naar landen met een verhoogd risico op sanctieomzeiling exporteren, terwijl zij vóór de aanscherping van de sancties op de export naar Rusland in 2022 deze producten in het geheel niet exporteerden en (2) bedrijven die vóór de aanscherping van de sancties op de export naar Rusland in 2022 gesanctioneerde producten naar Rusland exporteerden en daarna deze producten naar landen met een verhoogd risico op sanctieomzeiling exporteren. In het vervolg van dit hoofdstuk refereren we aan de bedrijven in groep (1) als toetreders en aan de bedrijven in groep (2) als switchers. Daarbij dekt de term switchers niet helemaal de lading, omdat het immers zo kan zijn dat deze bedrijven ook vóór de aanscherping van de sancties op de export naar Rusland al gesanctioneerde producten naar bestemmingen met een verhoogd risico op sanctieomzeiling exporteerden. Bij het grootste deel van de switchers is dat in de praktijk ook het geval. Deze twee groepen vergelijken we qua samenstelling en karakteristieken niet alleen met elkaar, maar ook met een groep bedrijven die geen gesanctioneerde producten naar Rusland exporteerden vóór 2022 en deze producten niet naar landen met een verhoogd risico op sanctie-ontwijking exporteren vanaf 2022 (lees: doorsnee-exportpopulatie). Dat impliceert dat we in de beschrijvende analyse de groep bedrijven buiten beschouwing laten die gesanctioneerde producten naar landen met een verhoogd risico op sanctieomzeiling exporteert vanaf 2022 terwijl zij deze vóór 2022 al naar andere landen (behalve Rusland) exporteerden. Dit gaat de facto met name om grote multinationals die jaarlijks een groot aantal producten naar een groot aantal bestemmingen exporteren en die dermate onvergelijkbaar zijn met de andere groepen bedrijven dat we deze gescheiden van elkaar willen bezien. Op die manier krijgen we een beeld van de onderscheidende karakteristieken van de bedrijven die gesanctioneerde producten exporteren naar landen met een verhoogd risico op sanctieomzeiling.
Relatief veel zelfstandig mkb’ers onder toetreders
Figuur 2.3.1. laat de samenstelling van de drie onderscheiden groepen naar bedrijfstak zien. Dan valt op dat er zich in de groep switchers relatief veel bedrijven uit de industriële bedrijfstakken raffinaderijen, chemie, farmacie en kunststof en elektrotechniek, machinebouw en transportmiddelen bevinden. Liefst 9 en respectievelijk 15 procent van de bedrijven in deze groep is actief in deze twee bedrijfstakken, terwijl dat in de doorsnee-exportpopulatie 2 respectievelijk 4 procent is. De samenstelling in termen van bedrijfstakken bij de toetreders lijkt sterk op die van de doorsnee-exportpopulatie in Nederland. Het enige dat opvalt is het relatief grote belang van de bedrijfstak vervoer en opslag bij de groep toetreders. Ook bij de groep switchers valt deze bedrijfstak op met een relatief groot aandeel in het totaal. Ook hier zien we, net als in figuur 2.2.1., dat een relatief groot deel van de bedrijven actief is in de bedrijfstak holdings en concerndiensten. Met name bij de groep switchers valt dit op met een aandeel van ruim 3 procent tegenover krap 1 procent in de doorsnee-exportpopulatie.
| categorie | Landbouw, bosbouw en visserij | Voedingsmiddelen-, en tabakindustrie | Papier, hout, bouwmaterialen en grafische industrie | Raffinaderijen, chemie, farmacie en kunststof | Metaalindustrie | Elektrotechnische, machine en transportmiddelenindustrie | Overige industrie en reparatie | Groothandel, detailhandel en horeca | Vervoer en opslag | Holdings en concerndiensten | Overige bedrijfstakken |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Toetreders | 17 | 9 | 13 | 22 | 26 | 37 | 58 | 669 | 89 | 21 | 298 |
| Switchers | 35 | 40 | 31 | 198 | 78 | 346 | 95 | 988 | 175 | 77 | 264 |
| Doorsnee-exportpopulatie | 1443 | 784 | 655 | 743 | 1025 | 1692 | 1661 | 19894 | 1480 | 294 | 8959 |
Als we kijken naar de samenstelling van de groepen in termen van omvang en multinationalstatus dan zien we dat het om hele verschillende groepen gaat. Figuur 2.3.2 laat zien dat de groep switchers wordt gedomineerd door multinationals. Zowel de Nederlandse (24 procent), maar vooral de buitenlandse multinationals (45 procent) vormen een veel groter deel van deze groep exporteurs dan bij de doorsnee-exportpopulatie (respectievelijk 9 en 12 procent). Bij de groep toetreders is het beeld compleet anders. Daar zien we juist meer zelfstandig mkb-bedrijven dan in de doorsnee-exportpopulatie, en vooral aanzienlijk minder Nederlandse multinationals. Wat vooral opvalt in figuur 2.3.2. is dat de twee groepen bedrijven die gesanctioneerde producten naar landen met een verhoogd risico op omzeiling exporteren sterk van elkaar verschillen. Vooral het grote aandeel van zelfstandig mkb-bedrijven in de groep toetreders is opmerkelijk. Het gaat immers om relatief exotische markten, op grote fysieke en culturele afstand van Nederland, waar doorgaans vooral de meer ervaren exporteurs zich op begeven. Dit zien we in figuur 2.3.3 ook terug in de gemiddelde arbeidsproductiviteit van beide groepen. Voor de groep switchers zien we, net als in paragraaf 2.2, dat het gemiddeld genomen relatief productieve bedrijven zijn die in staat zijn deze markten te bereiken, vergeleken met de doorsneepopulatie exporteurs. Dat is ook in lijn met wat we weten uit de wetenschappelijke literatuur; hoe complexer de markt, hoe hoger de productiviteit die nodig is om rendabel actief te kunnen zijn op die markt (Chen & Moore, 2010). Dat zien we echter niet terug in de gemiddelde productiviteit van de groep toetreders. Bij deze groep ligt de productiviteit niet hoger dan bij de doorsneepopulatie exporteurs die gemiddeld genomen naar aanzienlijk minder complexe markten exporteren.
| categorie | Zelfstandig mkb 1) | Grootbedrijf | Nederlandse multinational | Buitenlandse multinational |
|---|---|---|---|---|
| Toetreders | 704 | 2 | 28 | 67 |
| Switchers | 711 | 11 | 541 | 1035 |
| Doorsnee-exportpopulatie | 26976 | 303 | 3179 | 4154 |
| 1) Dit zijn per definitie bedrijven zonder dochters in het buitenland. | ||||
| Arbeidsproductiviteit (log) | Waarde | Arbeidsproductiviteit (log) |
|---|---|---|
| Doorsneepopulatie | Onderste aangrenzende waarde | 2,53 |
| Doorsneepopulatie | 1e kwartiel | 4,0 |
| Doorsneepopulatie | Mediaan | 4,49 |
| Doorsneepopulatie | 2e kwartiel | 4,98 |
| Doorsneepopulatie | Bovenste aangrenzende waarde | 6,46 |
| Switchers | Onderste aangrenzende waarde | 3,04 |
| Switchers | 1e kwartiel | 4,36 |
| Switchers | Mediaan | 4,74 |
| Switchers | 2e kwartiel | 5,25 |
| Switchers | Bovenste aangrenzende waarde | 6,57 |
| Toetreders | Onderste aangrenzende waarde | 2,11 |
| Toetreders | 1e kwartiel | 3,89 |
| Toetreders | Mediaan | 4,46 |
| Toetreders | 2e kwartiel | 5,07 |
| Toetreders | Bovenste aangrenzende waarde | 6,85 |
Switchers zijn relatief aanzienlijk ouder dan toetreders
We zien ook een sterk uiteenlopend beeld als we kijken naar de leeftijd van de bedrijven in iedere groep. Switchers zijn doorgaans ouder dan de doorsneepopulatie exporteurs. Niet verwonderlijk, gezien het feit dat het hier om relatief grote, multinationale bedrijven gaat. Bij de groep toetreders is het beeld opnieuw heel anders. Daar zien we juist relatief veel jonge bedrijven. Waar de mediane leeftijd bij de doorsnee-exportpopulatie 15 jaar is en van de groep switchers 25 jaar, is die voor de toetreders slechts 6 jaar. Bijna 30 procent van de bedrijven in deze laatste groep is opgericht in 2022, het jaar waarin Rusland Oekraïne binnenviel, of later, terwijl dit in de doorsneepopulatie exporteurs 6 procent is. In de groep toetreders is 66 procent van de bedrijven opgericht in 2014, het jaar waarin Rusland de Krim annexeerde, of later, terwijl dit in de doorsneepopulatie 38 procent is.
| categorie | Gemiddelde leeftijd | Mediane leeftijd |
|---|---|---|
| Doorsnee-exportpopulatie | 19,6 | 15 |
| Switchers | 28,7 | 25 |
| Toetreders | 11,2 | 6,0 |
Figuur 2.3.5 en 2.3.6 bevestigen ten slotte dat het bij de groep toetreders doorgaans om kleine spelers gaat. We zagen eerder al dat het vooral om relatief jonge zelfstandig mkb-bedrijven gaat. Zij exporteren gemiddeld genomen ook voor relatief bescheiden bedragen een klein aantal producten naar een klein aantal bestemmingen. Qua aantallen producten en exportbestemmingen verhoudt deze groep zich het beste tot de doorsnee-exportpopulatie. Qua mediane exportwaarde zijn ze doorgaans zelfs nog een wat kleinere speler dan de doorsnee-exporteur. Ook hier zien we in beide figuren de switchers eruit springen als grote spelers. Deze groep wordt gekarakteriseerd door een relatief zeer brede exportportefeuille in termen van productgroepen en bestemmingen en intensievere handelsrelaties in termen van exportwaarde.
| categorie | Aantal exportbestemmingen | Aantal producten |
|---|---|---|
| Doorsnee-exportpopulatie | 1 | 1 |
| Switchers | 28 | 45 |
| Toetreders | 2 | 3 |
| mediaan | Doorsnee-exportpopulatie | Switchers | Toetreders |
|---|---|---|---|
| Mediaan | 14991 | 65413 | 11618 |
Toetreders en switchers aanzienlijk anders qua kenmerken
Resumerend kunnen we stellen dat de groep bedrijven die na de aanscherping van de handelsrestricties op de export naar Rusland actief is in de export van gesanctioneerde producten naar landen die in hoofdstuk 1 zijn geïdentificeerd als bestemmingen met een verhoogd risico op sanctieomzeiling heel verschillend is. We zien een groep exporteurs die eerder gesanctioneerde producten naar Rusland verscheepte (de switchers), die gekenmerkt wordt door grote, oudere, productieve, multinationale bedrijven met een brede en diepe exportportefeuille. En daarnaast een groep exporteurs die nieuw is in de export van gesanctioneerde producten (de toetreders), die juist vooral gekenmerkt wordt door hele jonge bedrijven uit het zelfstandig mkb met een bescheiden exportportefeuille.
2.4Econometrische benadering van mogelijke sanctieomzeilers
In de voorgaande paragraaf is een beeld geschetst van de groep bedrijven die handelsstromen verzorgt met een verhoogd risico op sanctieomzeiling. Het is echter van belang om de besproken bedrijfskenmerken in samenhang met elkaar te analyseren om zodoende een profiel samen te kunnen stellen van kenmerken die statistisch gezien correleren met een verhoogd risico op sanctieomzeiling. Dit doen we aan de hand van een multivariate regressieanalyse in deze paragraaf.
Voor deze analyse kijken we naar de groep exporteurs die een verhoogd risico loopt op sanctieomzeiling. Specifiek gaat het dan om bedrijven die vóór het eerste kwartaal van 2022 gesanctioneerde producten naar Rusland exporteerden en daarná gesanctioneerde producten naar één of meerdere landen exporteren die in hoofdstuk 1 zijn gemarkeerd als landen met een verhoogd risico op sanctieomzeiling. We merken een transactie daarbij aan als een transactie met een verhoogd risico op sanctieomzeiling wanneer het betrokken bedrijf een gesanctioneerd product naar een risicoland exporteert, terwijl het dat nog niet exporteerde naar dat land vóórdat de sancties ingingen. De controlegroep in deze analyse wordt daarbij gevormd door geïmputeerde nul-observaties waarbij de betrokken bedrijven een gesanctioneerd product niet naar de landen exporteren die geassocieerd worden met een verhoogd risico op sanctieomzeiling. Daarnaast houden we er nog rekening mee of dit bedrijf hetzelfde product vóór de aanscherping van de sancties ook naar Rusland exporteerde. Deze extra voorwaarde verhoogt enerzijds het risico dat het een transactie in verband met sanctieomzeiling betreft. Het gaat hierbij immers om bedrijven die de export van een gesanctioneerd product naar Rusland verruilen voor de export van hetzelfde product naar een land met een verhoogd risico op sanctieomzeiling. Anderzijds sluit het een andere vorm van omzeiling uit, namelijk een vorm waarbij een bedrijf een derde (Nederlandse) partij zonder exportverleden in Rusland inzet om sancties te omzeilen. Om die reden doen we deze analyse zowel voor de volledige groep exporteurs die een verhoogd risico loopt op sanctieomzeiling, alsook voor de deelpopulatie bedrijven die aan deze specifieke voorwaarde voldoet: de zogenaamde switchers. Zie paragraaf 2.6 voor meer informatie over de samenstelling van de onderzoekspopulatie en uitgebreide toelichting op deze econometrische analyse.
Als mogelijke identificerende kenmerken van bedrijven die producten exporteren met een verhoogd risico op sanctieomzeiling nemen we verschillende bedrijfskenmerken in ogenschouw. Dit zijn de bedrijfstak waarin het bedrijf actief is, zelfstandig mkb-status van de exporteur, of het bedrijf een buitenlands moederbedrijf heeft, of het bedrijf een deelneming in een bedrijf in de exportbestemming heeft, de arbeidsproductiviteit, de leeftijd van het bedrijf, de samenstelling van de exportportefeuille van het bedrijf en of het bedrijf het exportproduct zelf produceert. Ten slotte controleren we in de regressie voor zogeheten niet-geobserveerde verschillen tussen landen, producten en kwartalen en clusteren we standaardfouten op product-landniveau.
De resultaten zijn getoond in tabel 2.7.1 in de bijlage bij dit hoofdstuk. In kolom 1 kijken we naar de volledige populatie bedrijven die mogelijk risico lopen betrokken te zijn bij sanctieomzeiling doordat zij in 2022 of 2023 gesanctioneerde producten naar landen met een verhoogd risico exporteerden. Hier tekent zich direct een duidelijk bedrijfsprofiel af. Zo blijkt het met name te gaan om bedrijven die deel uitmaken van het zelfstandig mkb. Deze bedrijven zijn per definitie geen onderdeel van een buitenlandse multinational. Het zijn bovendien relatief jonge bedrijven, terwijl ze qua arbeidsproductiviteit juist achterlopen op de bedrijven die dezelfde producten naar andere bestemmingen exporteren. Zoals in de vorige paragraaf is geïllustreerd zijn dit allemaal kenmerken die vooral horen bij de groep toetreders.
We zien echter ook dat het hebben van een deelneming in een bedrijf in de exportbestemming met een verhoogd risico op sanctieomzeiling een belangrijke determinant is. Dit kenmerk past beter bij het profiel van de groep switchers, dat wil zeggen, bedrijven die het gesanctioneerde product dat ze nu naar een land met een verhoogd risico op omzeiling exporteren vóór de aanscherping van de sancties al naar Rusland exporteerden. In kolom (2) van tabel 2.7.1 bekijken we die groep specifiek, en dan blijkt ook dat het hebben van een deelneming in een bedrijf in de exportbestemming met name voor deze groep een belangrijke determinant is. Verder blijkt hieruit dat een zelfstandig mkb-status niet langer een determinant is van mogelijke sanctieomzeiling. Deze resultaten zijn in lijn met het contrast dat in de vorige paragraaf al geschetst werd tussen switchers en toetreders.
Verder valt op dat deze export met een verhoogd risico op sanctieomzeiling relatief vaak voorkomt bij bedrijven die in de (financiële) dienstverlening actief zijn, wat aansluit bij het beeld dat uit figuur 2.3.1 spreekt. Verder controleren we bij al deze resultaten voor de exportervaring van bedrijven in gerelateerde producten en markten. Ook daar komt een logisch beeld uit naar voren, in die zin dat bedrijven die al ervaring hebben met ofwel een gesanctioneerd product ofwel een land met een verhoogd risico op omzeiling ook vaker daadwerkelijk gesanctioneerde producten naar die landen exporteren.
In kolom (3) en (4) van tabel 2.7.1 kijken we tenslotte nog of bedrijven hun geëxporteerde producten zelf produceren, of dat ze als intermediair fungeren voor een andere partij. Daarbij moet wel opgemerkt worden dat de analyse waarin informatie wordt meegenomen over of de exporteur het exportproduct zelf ook produceert de samenstelling van de analysepopulatie aanzienlijk verandert, omdat deze informatie maar voor een deel van de bedrijven beschikbaar is, met name grotere bedrijven in industriële bedrijfstakken. Dat betekent bijvoorbeeld dat de groep toetreders hier minder goed in vertegenwoordigd is. De resultaten laten zien dat de exporttransacties met een verhoogd risico op sanctieomzeiling significant vaker gedaan worden door bedrijven die als intermediair fungeren. Dit beeld is minder geprononceerd, maar nog steeds zichtbaar, bij de groep switchers, die dus relatief vaker dan toetreders het geëxporteerde product wel zelf produceren.
Alles bij elkaar schetsen deze econometrische bevindingen een duidelijk beeld van bedrijven die gesanctioneerde producten naar landen met een verhoogd risico op sanctieomzeiling exporteren, en daarmee mogelijk Russische sancties proberen te omzeilen. Het zijn over het algemeen vaak relatief jonge bedrijven die deel uitmaken van het zelfstandig mkb en lijken te fungeren als een intermediair, gezien het feit dat ze meestal actief zijn in de dienstverlening en de geëxporteerde producten bovendien doorgaans niet zelf maken. Wel blijkt er een duidelijk onderscheid te zijn tussen bedrijven die gesanctioneerde producten in het verleden al naar Rusland exporteerden en bedrijven die die historie niet hebben. Het hiervoor geschetste profiel is met name van toepassing op de bedrijven zonder historie in Rusland. Er is echter ook een (kleinere) groep bedrijven mét een historie in Rusland. Zoals ook al uitgebreid besproken in de vorige paragraaf zijn deze bedrijven vaker juist de grotere en meer ervaren multinationals met een uitgebreid handelsnetwerk die na aanscherping van de sancties de blik verleggen van Rusland naar landen met een verhoogd risico op sanctieomzeiling.
Bij de interpretatie van deze bevindingen is het uiteraard van belang om de in paragraaf 2.1 genoemde disclaimer hier nog eens in herinnering te brengen: sanctieomzeiling als zodanig wordt niet waargenomen. De hier gepresenteerde bevindingen laten enkel zien dat op basis van statistische analyse van grote datasets bepaalde handelspatronen statistisch opmerkelijk zijn en dat de bedrijven die deze stromen genereren bepaalde gemeenschappelijke kenmerken delen. De export van gesanctioneerde producten naar andere landen dan Rusland is uiteraard op zichzelf niet verboden. Desondanks biedt dit onderzoek voldoende handvatten om mogelijke omzeiling van sancties in de toekomst beter aan te pakken.
2.5Samenvatting en conclusie
In dit hoofdstuk hebben we in beeld gebracht wat de kenmerken zijn van bedrijven die vóór 2022 producten naar Rusland exporteerden waarvan de export, na de inval in Oekraïne, door de EU verder aan banden is gelegd. Ook hebben we gekeken hoe deze bedrijven hebben gereageerd op de aanscherping van deze sancties. De beschrijvende analyses laten zien dat vooral grote multinationals betrokken zijn geweest in de export van goederen, die op de sanctielijst terecht zijn gekomen, naar Rusland. Exporteurs lijken deze schok vooral langs de intensieve marge op te vangen en in beperkte mate door het verkennen van nieuwe exportbestemmingen. Zoals we in hoofdstuk 1 besproken hebben, bestaat dan de kans dat bedrijven proberen om de sancties te omzeilen door een deel van hun uitvoer te verleggen naar de risicolanden die uit onze analyse in hoofdstuk 1 naar voren zijn gekomen. Dit zijn landen die we hebben aangeduid als landen met een verhoogd risico op sanctieomzeiling.
Vervolgens gaan we in op de vraag wat de kenmerken zijn van bedrijven die goederen exporteren naar deze risicolanden. Daarbij maken we onderscheid tussen zogeheten switchers en toetreders. Aan de hand van uitgebreide beschrijvende en econometrische analyses wordt een samenhangend profiel van beide groepen bedrijven geschetst. Switchers zijn bedrijven die vóór de aanscherping van de handelsrestricties op de export naar Rusland in 2022 gesanctioneerde producten naar Rusland exporteerden en daarna deze producten naar landen met een verhoogd risico op sanctieomzeiling exporteren. Uit onze analyses komt het beeld naar voren dat dit vooral de gevestigde, grote, productieve multinationals zijn.
Toetreders, daarentegen, zijn bedrijven die gesanctioneerde producten naar landen met een verhoogd risico op sanctieomzeiling exporteren, terwijl zij vóór de aanscherping in 2022 deze producten helemaal niet exporteerden. Zeer opvallend is dat het bij deze groep gaat om jonge en kleine zelfstandig mkb-bedrijven met een beperkte exportportefeuille die vaak een intermediaire rol vervullen als exporteur van gesanctioneerde goederen naar landen met een verhoogd risico op sanctieomzeiling.
Concluderend kunnen we stellen dat de sancties van 2022 een economisch substantieel negatief effect hebben gehad op de Nederlandse goederenexport naar Rusland. Maar, zoals we in hoofdstuk 1 hebben gezien, neemt de export van gesanctioneerde producten soms juist toe en leidt dat tot zorgen omtrent mogelijke sanctieomzeiling. Onze data laten inderdaad zien dat er sprake is van een buitenproportionele groei van de export van gesanctioneerde goederen naar een zevental landen met verhoogd risico op sanctieomzeiling. Vervolgens laten we in hoofdstuk 2 zien dat dit enerzijds komt door gevestigde multinationals die zich richten op de geïdentificeerde markten met een verhoogd risico op sanctieomzeiling, en anderzijds door jonge, kleine bedrijven die vóór de aanscherping van de sancties niet actief waren als exporteur van gesanctioneerde producten en zich daarna, doorgaans op beperkte schaal, op deze markten zijn gaan richten. Deze bevindingen bieden aanknopingspunten voor vervolgonderzoek en eventuele beleidsinterventies om de kans op toekomstige sanctieomzeiling te verkleinen.
2.6Data en methoden
Voor de econometrische analyse in paragraaf 2.4 wordt gebruik gemaakt van een multivariate regressieanalyse dat de kans schat dat een bepaalde exporttransactie geassocieerd wordt met een verhoogd risico op sanctieomzeiling of niet. Een transactie geassocieerd met een verhoogd risico op sanctieomzeiling is daarbij gedefinieerd als de export van een product waarvan de export naar Rusland gesanctioneerd is en dat naar één van de zeven landen wordt geëxporteerd die in hoofdstuk 1 zijn geïdentificeerd als landen met een verhoogd risico op sanctieomzeiling, te weten Armenië, Kirgizië, Kazachstan, Turkmenistan, Mongolië, Turkije en Servië. Een cruciale kwestie bij het opzetten van deze analyses betreft de samenstelling van de onderzoekspopulatie, en vooral, wat niet beschouwd wordt als een transactie met een verhoogd risico op sanctieomzeiling. Daarom geven we in deze bijlage meer detail over hoe de onderzoekspopulatie is samengesteld.
Het startpunt betreft de groep bedrijven die export genereert die geassocieerd wordt met een verhoogd risico op sanctieomzeiling. Die groep bedrijven wordt afgebakend door te kijken of zij al dan niet gesanctioneerde goederen exporteren naar landen met een verhoogd risico op sanctieomzeiling in de jaren 2022 en 2023. Daarbij markeren we ook de groep bedrijven die goederen naar Rusland exporteert in de periode 2018–2021, die vanaf 2022 onderhevig was aan aangescherpte sancties. Dit betreft daadwerkelijk geobserveerde exportstromen. Vervolgens moeten ten behoeve van de analyses ook ‘observaties’ worden geïmputeerd waar géén export plaatsvindt. Nulstromen bieden in deze analyses immers ook informatie. Dat doen we uitsluitend voor deze afgebakende groep bedrijven, voor gesanctioneerde producten en voor de genoemde selectie van zeven landen in de periode 2022–2023.
Dat impliceert dat we op drie manieren nulstromen imputeren. Ten eerste imputeren we nulstromen voor de export naar de zeven genoemde landen voor die bedrijven die een gesanctioneerd product naar Rusland exporteerden vóórdat de sancties werden aangescherpt in 2022. Dat doen we alleen voor die producten die zij daadwerkelijk exporteerden. Voor deze producten is het immers plausibel te veronderstellen dat er een verhoogd risico op omzeiling is, dat dan via één van die zeven landen zou kunnen gaan. Ten tweede imputeren we nulstromen voor de groep bedrijven die juist ná de aanscherping van de sancties in 2022 gesanctioneerde producten naar de zeven genoemde landen exporteerden. Dat doen we voor vergelijkbare producten (dat wil zeggen, binnen dezelfde 4‑digit productgroep), die zij dus niet exporteren. Het achterliggende idee is hier dat het aannemelijk is dat bedrijven die al ervaring hebben in het exporteren van een bepaald product naar een bepaald land een grotere kans hebben om gerelateerde producten in hetzelfde land af te zetten. Een voorbeeld: een bedrijf dat het product met de code 8504.5000 (een statische omvormer) exporteert is bij veronderstelling beter geëquipeerd om andere elektrische transformators en omvormers (binnen de productgroep 8504) te exporteren dan bedrijven die niet in productgroep 8504 actief zijn. Ten slotte imputeren we nulstromen voor alle ontbrekende kwartaalobservaties van de waargenomen en in de vorige stappen geïmputeerde bedrijf-land-productcombinaties. Daarmee ontstaat dus een gebalanceerd panel waarmee we ook ‘waarnemen’ dat een exportstroom geassocieerd met een verhoogd risico op sanctieomzeiling niet gebeurt.
Deze imputatierondes resulteren in een onderzoeksbestand van miljoenen werkelijk gerealiseerde exportstromen en nulstromen die geassocieerd zijn met een verhoogd risico op sanctieomzeiling. In de regressieanalyses relateren we deze exportcijfers vervolgens aan de in paragraaf 2.3 besproken set bedrijfskenmerken en informatie over het exportgedrag van bedrijven op zoek naar statistische verbanden tussen een verhoogd risico op sanctieomzeiling bij export en kenmerken en gedrag van de betrokken bedrijven.
2.7Bijlage
| (1) Volledige populatie |
(2) Alleen switchers |
(3) Volledige populatie |
(4) Alleen switchers |
|
|---|---|---|---|---|
| Zelfstandig mkb indicator | 0,00199*** | –0,000197 | 0,0000306 | –0,00274** |
| (4,30) | (–0,29) | (0,05) | (–3,08) | |
| Bedrijf heeft buitenlandse moeder | –0,00143** | –0,000749 | –0,00232*** | –0,00322*** |
| (–2,97) | (–0,99) | (–4,17) | (–4,23) | |
| Bedrijf had in 2021 een buitenlandse deelneming in dit land | 0,00190** | 0,0160*** | 0,00342*** | 0,0159*** |
| (2,85) | (6,08) | (3,79) | (5,16) | |
| Leeftijd | –0,0000684*** | –0,0000366*** | –0,000122*** | –0,000152*** |
| (–12,74) | (–3,65) | (–9,64) | (–6,34) | |
| Arbeidsproductiviteit | –0,000119** | –0,000349*** | 0,000188* | 0,000230* |
| (–2,78) | (–4,00) | (2,53) | (2,06) | |
| Handel in niet-gesanctioneerde producten met veilige landen | –0,000701*** | –0,000525*** | –0,000526*** | –0,000359*** |
| (–31,12) | (–17,74) | (–13,50) | (–6,64) | |
| Handel in niet-gesanctioneerde producten met verdachte landen | 0,00191*** | 0,00313*** | 0,00147*** | 0,00230*** |
| (42,05) | (31,17) | (25,93) | (17,09) | |
| Handel in gesanctioneerde producten met veilige landen | 0,00249*** | 0,00128*** | 0,00200*** | 0,000895*** |
| (48,34) | (31,86) | (29,45) | (17,41) | |
| Bedrijf produceert het geëxporteerde product zelf | –0,00799*** | –0,00376*** | ||
| (–9,63) | (–3,97) | |||
| Bedrijfstakken t.o.v. groothandel | ||||
| Landbouw | 0,000297 | 0,00046 | ||
| (0,21) | (0,27) | |||
| Delfstoffen, primair/verwerking | 0,00456*** | 0,00527*** | 0,00778* | –0,00086 |
| (5,57) | (3,99) | (1,99) | (–0,41) | |
| Nijverheid kort | 0,00249*** | 0,00284*** | 0,00163* | 0,00340* |
| (8,09) | (5,12) | (2,16) | (2,42) | |
| Verv. overige machines en app | 0,00117*** | 0,00177*** | 0,000645 | 0,00217 |
| (3,66) | (3,34) | (0,83) | (1,51) | |
| Verv. productie van metaal | –0,0000772 | 0,00157* | –0,000759 | 0,000657 |
| (–0,15) | (2,13) | (–0,84) | (0,41) | |
| Verv. computers en electr. optische app. | 0,00105** | –0,00178** | 0,000223 | –0,00248 |
| (2,67) | (–3,02) | (0,27) | (–1,61) | |
| Verv. voedingsmiddelen | –0,00300** | –0,00176 | –0,00294* | –0,00235 |
| (–2,64) | (–1,30) | (–2,13) | (–1,00) | |
| Verv. chemische producten | –0,00218*** | –0,000323 | –0,00151 | 0,000752 |
| (–3,62) | (–0,39) | (–1,53) | (0,47) | |
| Verv. rubber en kunststof | 0,00242** | 0,00217 | 0,00274* | 0,00272 |
| (3,03) | (1,62) | (2,46) | (1,33) | |
| Bouwnijverheid | –0,00108+ | –0,00242** | –0,00341 | –0,0227** |
| (–1,86) | (–2,95) | (–0,42) | (–2,62) | |
| Dienstverlening, vooral binnenland | 0,00490*** | 0,00457*** | 0,0223*** | 0,00371 |
| (12,65) | (6,07) | (7,51) | (0,93) | |
| Vervoer en opslag | 0,0000738 | –0,00154*** | 0,0215+ | |
| (0,27) | (–4,04) | (1,74) | ||
| Informatie en communicatie | 0,00239*** | –0,0000512 | ||
| (3,42) | (–0,04) | |||
| Financiële en administratieve diensten | 0,0132*** | 0,0230*** | ||
| (20,78) | (13,97) | |||
| Dienstverlening, ook buitenland | 0,00574*** | 0,00723*** | ||
| (8,15) | (7,76) | |||
| Kwartaire sector | 0,00837*** | 0,00511 | ||
| (4,93) | (1,16) | |||
| Constante | 0,00798*** | 0,00456*** | 0,0119*** | 0,0113*** |
| (12,58) | (5,05) | (9,42) | (5,23) | |
| Observaties | 3 871 321 | 1 352 283 | 974 391 | 364 187 |
t-statistiek tussen haakjes
+ p<0,1; * p<0,05; ** p<0,01; *** p<0,001
Noot: De resultaten zijn op basis van een lineair kansmodel en is inclusief land, product, en kwartaal dummies. Standaardfouten worden geclusterd op product*land niveau.
2.8Literatuur
Literatuur
Chen, M. X., & Moore, M. O. (2010). Location decision of heterogeneous multinational firms. Journal of International Economics, 80(2), 188–199.
Kohl, T., van den Berg, M., & Franssen, L. (2024a). Going Dutch? Firm exports and FDI in the wake of the 2014 EU‐Russia sanctions. Review of International Economics, 32(1), 190–222.
Kohl, T., van den Berg, M., & Franssen, L. (2024b). Vooral Russische vergeldingssancties doen Nederlandse exporteurs pijn. MeJudice.
RVO (2024, 30 september). Sancties Rusland. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Geraadpleegd op 28 oktober 2024.
Tyazhelnikov, V., & Romalis, J. (2024). Russian counter-sanctions and smuggling: Forensics with structural gravity estimation. Journal of International Economics, 104014.
Noten
De resultaten in dit leeskader zijn een bewerking van Kohl et al. (2024b).
Om statistische redenen kan het aantal exportmarkten dat een bedrijf bedient alleen voor bestemmingen buiten de EU volledig worden bepaald.
Gedefinieerd als 8-digit productgroepen volgens de GN-classificatie.
De risicolanden die we hier onderscheiden zijn de landen die in de econometrische analyses in paragraaf 1.5 in het eerste hoofdstuk van deze Internationaliseringsmonitor als landen met verhoogd risico op sanctieomzeiling zijn gemarkeerd: Armenië, Kazachstan, Kirgizië, Mongolië, Servië, Turkmenistan en Turkije. Om statistische redenen kiezen we ervoor om Belarus daar aan toe te voegen in figuren 2.2.5 en 2.2.6, en, omwille van de consistentie, ook in de andere beschrijvende analyses in dit hoofdstuk indien relevant.