Begrippenlijst
Ad valorem equivalent (AVE)
Bij een ad valorem equivalent wordt een handelstarief dat niet uitgedrukt is als een percentage (d.i. euro per kg) geschat als percentage van de prijs.
Ad valorem tarief
Een ad valorem tarief is een handelstarief uitgedrukt als een percentage van de prijs.
Arbeidsproductiviteit
Toegevoegde waarde in euro’s per werkzame persoon.
Bedrijf(seenheid)
De feitelijke transactor in het productieproces gekenmerkt door zelfstandigheid ten aanzien van de beslissingen over dat proces en door het aanbieden van zijn producten aan derden. Een bedrijf bestaat uit een of meer juridische eenheden. Kenmerkend is dat er autonomie is over beslissingen met betrekking tot productie binnen deze entiteit. Wanneer deze eenheid zich uitstrekt over verschillende landen wordt omwille van de nationale statistiek het Nederlandse deel als bedrijf beschouwd.
Buitenlandse dochteronderneming
Als een Nederlands bedrijf een meerderheidsbelang in een buitenlands bedrijf heeft, dan is dit bedrijf een dochteronderneming van een Nederlands bedrijf, of buitenlands bedrijf onder Nederlandse zeggenschap. Daarbij is geen minimum bedrag aan investeringen of minimum aandeel in het stemrecht in het buitenlands bedrijf gehanteerd. Zulke investeringen in het buitenland, gedaan door een bedrijf in Nederland én in Nederlandse handen (Nederlandse multinational), heeft als doel een blijvend belang op te bouwen in een buitenlands bedrijf.
Directe goedereninvoer
Bij directe goedereninvoer worden goederen rechtstreeks uit een ander land geïmporteerd.
Directe tariefkosten
De directe tarifaire kosten of tariefkosten zijn de heffingen die op de rechtstreekse import betaald worden.
Dual-use goederen
Dit zijn goederen die zowel voor civiele als militaire doeleinden kunnen worden ingezet en die onder de EU-verordening ten aanzien van dual-use goederen van de EU vallen. Dual-use goederen vallen onder strenge exportregels. Deze regels schrijven voor dat de uitvoer van deze producten naar alle landen buiten de EU alleen met een vergunning mag plaatsvinden. Voor sommige goederen voor tweeërlei gebruik geldt deze vergunningsplicht zelfs bij handel binnen de EU.
Gesanctioneerde goederen
Hieronder verstaan we in het betreffende onderzoek goederen waarvan de export in principe verboden is, omdat ze vallen onder het EU-sanctieregime en mogelijk ook onder de EU-verordening inzake dual-use goederen. Wel zijn er uitzonderingen mogelijk, bijvoorbeeld als het product noodzakelijk is voor medische, farmaceutische of humanitaire doeleinden en geen militaire eindgebruiker heeft.
Goederen voor tweeërlei gebruik
Zie dual-use goederen.
Handelssanctie
Handelssancties zijn een verzamelnaam voor alle maatregelen die landen kunnen nemen om de uitvoer van specifieke producten deels of geheel aan banden te leggen vanwege de strategische doelen die doorgaans gekoppeld zijn aan de opgelegde sancties. In het uiterste geval kan worden gekozen voor een uitvoerverbod (oftewel embargo): handel is dan onder geen enkele voorwaarde toegestaan. Een minder vergaande variant is het opleggen van een uitvoerbeperking. In dit geval mag een bedrijf een zending goederen nog wel exporteren, maar mag dit alleen als de zending aan specifieke voorwaarden voldoet en hiervoor een vergunning is verleend.
Importtarief
Een importtarief is een belasting op de invoer van een product. Invoerrechten werken in de regel prijsverhogend en beperken zo de invoer. Dit noemen we ook handelstarief.
Incidentele exporteur
Een onderneming is een incidentele exporteur wanneer deze in een periode van vier jaar minstens één en maximaal twee jaar exporteerde. Zie ook structurele exporteur.
Indirecte goedereninvoer
Bij indirecte goedereninvoer komen goederen eerst een ander land binnen, waar ze verwerkt worden tot halffabricaten of eindproducten, voordat ze naar hun uiteindelijke bestemming worden verzonden. Het fenomeen van indirecte goedereninvoer is een belangrijk kenmerk van mondiale waardeketens. De invoer vindt plaats via andere landen die betrokken zijn bij de productie van goederen. Deze indirecte invoer speelt een cruciale rol in mondiale waardeketens waarbij meerdere landen betrokken zijn bij verschillende stadia van productie en verwerking van goederen.
Indirecte tariefkosten
De indirecte tarifaire kosten of tariefkosten zijn de heffingen die zich voordoen op de handel in de toeleveringsketen voordat deze de Nederlandse grens passeren.
Intermediaire invoer
De intermediaire invoer is de invoer welke gebruikt wordt als input in het productieproces. Deze invoer bestaat bijvoorbeeld uit grondstoffen, halffabricaten, brandstoffen of diensten. Een intermediair product wordt gebruikt tijdens het productieproces, vaak getransformeerd, en dan verwerkt in de uiteindelijke output. Het wordt dus gebruikt om weer andere goederen of diensten te produceren.
Internationale handel in diensten
Er is sprake van internationale handel in diensten wanneer Nederlandse ingezetenen voor ingezetenen van een andere economie diensten verrichten of omgekeerd. Diensten zijn producten die over het algemeen niet tastbaar zijn, bijvoorbeeld vervoersdiensten, zakelijke diensten en persoonlijke, culturele en recreatieve diensten. Met Nederlandse ingezetenen worden bedrijven en personen bedoeld die in Nederland economische activiteiten ontplooien en daartoe reeds langer dan één jaar over een locatie in Nederland beschikken.
Internationale handel in goederen
Er is sprake van internationale handel in goederen wanneer ingezetenen goederen leveren aan het buitenland en omgekeerd. Bij invoer uit EU-landen is dit de waarde van de goederen inclusief vracht- en verzekeringskosten tot aan de Nederlandse grens. Bij invoer uit niet-EU- landen is dit de waarde inclusief vracht- en verzekeringskosten tot aan de buitengrens van de Europese Unie. De uitvoerwaarde is inclusief vracht- en verzekeringskosten tot aan de Nederlandse grens. Dit in overeenstemming met de statistiek Internationale Handel in Goederen (IHG). De IHG bronstatistiek hanteert andere concepten dan Nationale Rekeningen. Zo gaat de bronstatistiek uit van grensoverschrijdend goederenverkeer en is economisch eigendom leidend voor Nationale Rekeningen. Ook de integratie in de Nationale Rekeningen levert additionele verschillen op.
Internationale productieketen (waardeketen)
Een internationale productieketen omvat alle activiteiten – in meer dan één land – die nodig zijn om een product of dienst vanuit de conceptfase via de verschillende productiefases bij eindverbruikers te bezorgen en verwerking na gebruik.
Invoer
De som van invoer voor binnenlands gebruik en invoer voor wederuitvoer.
Invoerrechten
Onder invoerrechten of invoertarieven wordt de belasting verstaan die geheven wordt op buitenlandse invoer om de binnenlandse markt te beschermen. Het tarief is gebaseerd op welk product wordt ingevoerd en door welk land, en welk land het uitvoert.
Liquiditeit
De mate waarin een onderneming kan voldoen aan de verplichtingen op korte termijn.
Multinational
Bedrijven met een moeder- of dochterbedrijf in het buitenland. Zie ook: buitenlandse dochteronderneming. Een Nederlandse multinational is een bedrijf onder (ultieme) Nederlandse zeggenschap met ten minste één dochter (meerderheidsdeelneming) in het buitenland. Een buitenlandse multinational is een in Nederland gevestigd bedrijf, waarover de uiteindelijke zeggenschap in het buitenland ligt.
Nederlandse bedrijfsleven
Het Algemeen Bedrijvenregister (ABR) maakt gebruik van de Standaard Bedrijfsindeling (SBI) om bedrijfseenheden in te delen naar hoofdactiviteit. Het Nederlandse bedrijfsleven omvat alle bedrijven uit de SBI-secties B tot en met N, exclusief K plus S95. Deze afbakening wordt internationaal aangeduid als de ‘non-financial business economy’.
Deze categorie is een samenstelling van de volgende bedrijfstakken:
B Delfstoffenwinning
C Industrie
D Productie en distributie van en handel in elektriciteit, aardgas, stoom en gekoelde lucht
E Winning en distributie van water; afval- en afvalwaterbeheer en sanering
F Bouwnijverheid
G Groot- en detailhandel; reparatie van auto’s H Vervoer en opslag
I Logies-, maaltijd- en drankverstrekking J Informatie en communicatie
L Verhuur van en handel in onroerend goed
M Advisering, onderzoek en overige specialistische zakelijke dienstverlening
N Verhuur van roerende goederen en overige zakelijke dienstverlening
S95 Reparatie van consumentenartikelen.
Onderneming (ondernemingengroep)
De eenheid die feitelijk optreedt als financiële transactor. Operationeel wordt de ondernemingengroep gedefinieerd als de meest omvattende verzameling van in Nederland gevestigde juridische eenheden waarover zeggenschap kan worden uitgeoefend en die homogeen is naar institutionele sector. Een ondernemingengroep kan uit één of meerdere bedrijfseenheden bestaan. Zie ook bedrijf (bedrijfseenheid).
Protectionisme
Het beschermen van de binnenlandse productie door onder andere invoerheffingen, niet-tarifaire maatregelen en importquota’s.
Rentabiliteit
Aandeel winst die een onderneming maakt per euro investering.
Sanctieomzeiling
Sanctieomzeiling betekent dat producten via een omweg alsnog terechtkomen in een gesanctioneerd land. Omzeiling gebeurt vaak via tussenhandelaren in derde landen, zonder dat de EU-actor daarvan op de hoogte of bij betrokken hoeft te zijn. Deze derde landen vallen in principe niet onder deze sancties en – zolang zij zelf ook geen sancties tegen Rusland opleggen – staan vrij om naar eigen inzicht handel met Rusland te drijven.
Solvabiliteit
Aandeel ingebracht eigen vermogen in een onderneming.
Structurele exporteur
Een onderneming is een structurele exporteur wanneer deze in een periode van vier jaar, minstens drie jaar goederenexport rapporteerde. Zie ook incidentele exporteur.
Tarifaire kosten (tariefkosten)
De tarifaire kosten of tariefkosten zijn de heffingen die op de import betaald worden.
Tarifaire maatregel
Een tarifaire maatregel is een aanpassing van een invoertarief.
Two-way trader
Een bedrijf of bedrijfsvestiging met zowel import- als export van goederen of diensten. Dit in tegenstelling tot de zgn. one-way trader, die enkel importeert ofwel enkel exporteert.
Uitvoer
De som van uitvoer van Nederlandse makelij en wederuitvoer.
Uitvoer van Nederlandse makelij
Uitvoer van Nederlandse makelij (oftewel eigen makelij) betreft uitvoer na productie in Nederland dan wel uitvoer na significante bewerking van buitenlandse makelij (waarbij wordt gekeken in hoeverre de statistische goederencode van het goed al dan niet sterk is veranderd). Wederuitvoer en uitvoer van Nederlandse makelij vormen samen de totale Nederlandse uitvoercijfers.
Vergrotingseffect
Het vergrotingseffect drukt de relatieve toename in tarifaire kosten uit, die optreedt doordat er invoerheffingen bestaan op ingevoerde intermediaire goederen die worden gebruikt in de exportproductie.
Vrijhandelsverdrag
Met vrijhandelsverdragen tussen landen of regio’s proberen landen de toegang tot elkaars markt te vereenvoudigen. Ze verlagen hierbij de tarieven en reguleren niet-tarifaire maatregelen om investeringen en handel in goederen en diensten te stimuleren.
Wederuitvoer
Wederuitvoer betreft invoer van goederen van buitenlandse makelij die na aankomst in Nederland niet of nauwelijks een bewerking ondergaan en daarna weer worden uitgevoerd naar het buitenland. De goederen zijn tijdens het verblijf in Nederland (tijdelijk) eigendom van een Nederlands bedrijf (in tegenstelling tot de quasi-doorvoer). Wederuitvoer en uitvoer van Nederlandse makelij vormen samen de totale Nederlandse uitvoercijfers.
Zeggenschap
De zeggenschap van bedrijven wordt bepaald aan de hand van het land waar de strategische besluitvorming plaatsvindt. Deze zeggenschap ligt bij de Ultimate Controlling Institutional Unit (UCI). Buitenlandse zeggenschap betekent dat het land van vestiging van de UCI een ander land is dan Nederland.
Zelfstandig mkb
Bedrijven met minder dan 250 werkzame personen op het hoogste aggregatieniveau van de ondernemingsstructuur in Nederland, waarbij de uiteindelijke zeggenschap in Nederland gelegen is, en die geen dochterbedrijven in het buitenland aanhouden.