Foto omschrijving: Auto van de douane rijdt op het haventerrein langs stapels containers met op de achtergrond kranen.

Duurzaamheids­afspraken in handelsverdragen

Auteurs: Loe Franssen, Marcel van den Berg

Internationale handel is een belangrijke bron van inkomsten en welvaart voor veel landen. Om er echter zeker van te zijn dat de economische ontwikkeling die hieruit voortkomt van duurzame aard is, is het belangrijk om internationale afspraken te maken. Dat dit steeds breder onderkend wordt, blijkt bijvoorbeeld uit de inhoud van handelsovereenkomsten. Waar de focus traditioneel vrijwel uitsluitend op het verlagen of afschaffen van handelstarieven lag, bestrijken handelsverdragen tegenwoordig steeds meer beleidsterreinen die van oudsher vooral in de binnenlandse politiek aan bod kwamen. In dit hoofdstuk beschrijven we eerst hoe handelsverdragen zich door de tijd heen ontwikkeld hebben. Daarna wordt de focus gelegd op de zogenaamde diepe handelsverdragen van deze tijd. Speciale aandacht gaat daarbij uit naar afspraken omtrent arbeidsrecht, milieu en duurzaamheid.

3.1Inleiding

Internationale handel en investeringen kunnen bijdragen aan economische groei en de productiviteit van bedrijven. Wetenschappelijke studies hebben aangetoond dat handelsverdragen, waaronder ook regionale verdragen, een positieve bijdrage leveren aan de export (Baier & Bergstrand, 2007; Kaushal, 2021). Daarom sluiten veel landen handelsverdragen af. Handelsverdragen hebben als doel het verminderen van tarifaire en niet-tarifaire belemmeringen om de handel tussen landen te bevorderen.

Maar, er zijn in toenemende mate zorgen over de keerzijde van internationale handel met betrekking tot ongelijke inkomensverdeling, werkloosheid, en het verlagen van milieu- en arbeidsnormen (Brandi et al., 2020; Van den Berg, 2016). Handelsverdragen gaan tegenwoordig verder dan het vereenvoudigen van de handel en het verlagen van handelsbarrières. Aspecten als openbare aanbestedingen, duurzaamheid en investeringsbescherming, mededinging en samenwerking op het gebied van regelgeving maken steeds vaker deel uit van handelsverdragen.

Handelsakkoord tussen EU en Nieuw-Zeeland: meer handel, maar ook meer duurzaamheid

De afgelopen jaren zijn duurzaamheid en mensenrechten een prominentere rol gaan spelen in het Europese handelsbeleid. Op 9 juli 2023 ondertekenden de EU en Nieuw-Zeeland een vrijhandelsakkoord. Het akkoord zal begin volgend jaar in werking treden, en vanaf dan kunnen alle Europese goederen tariefvrij worden uitgevoerd naar Nieuw-Zeeland. Dit verdrag is een goed voorbeeld van een handelsakkoord met een apart hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling, het zogenaamde Trade and Sustainable Development (TSD) hoofdstuk, en sluit daarmee aan bij de Europese duurzaamheidsstrategie. Dit betekent bijvoorbeeld dat er handelssancties kunnen worden opgelegd als sprake is van aanzienlijke schendingen van de afspraken van het klimaatakkoord van Parijs en van ernstige schendingen van fundamentele arbeidsnormen (Schreinemacher, 2023; Evofenedex, 2022).

Leeswijzer

In dit hoofdstuk kijken we uitgebreid naar de verdieping van handelsverdragen, met name op het gebied van milieu en arbeidsnormen. In de volgende paragraaf geven we eerst een kort overzicht van de ontwikkeling in vrijhandelsverdragen. Paragraaf 3 legt vervolgens de motivatie achter de verdieping van handelsverdragen uit. In paragrafen 4 en 5 komen de duurzaamheidsprovisies omtrent respectievelijk het milieu en arbeid uitgebreid aan bod, voordat paragraaf 6 afsluit met de samenvatting en conclusie.

147 verschillende handelsverdragspartners had Nederland in 2020
2 200 groene normen in handelsverdragen van de EU in 2021

3.2Vrijhandelsverdragen: een korte tijdlijn

Van het allereerste bilaterale handelsverdrag …

Toen Richard Cobden in 1859 vanuit het Verenigd Koninkrijk afreisde naar Frankrijk om daar te onderhandelen over het allereerste internationale handelsverdrag ooit, gebeurde dit in het diepste geheim. De status-quo op het gebied van handelsbeleid was in die tijd immers mercantilisme: protectionistisch beleid waarbij de import van goederen zoveel mogelijk wordt beperkt en de export juist wordt gestimuleerd. Met name Frankrijk was hier een fervent aanhanger van, onder andere doordat Franse industriëlen veel macht hadden. Daarnaast waren er militaire spanningen tussen het VK en Frankrijk, met een inval van Frankrijk onder leiding van Napoleon III in Italië in datzelfde jaar als aanleiding.

Toch waren er slechts drie maanden nodig om keizer Napoleon III te overtuigen van de voordelen van een vrijhandelsakkoord waarbij wederzijdse importtarieven stevig verlaagd zouden worden. In 1860 werd het Cobden-Chevalier Verdrag dan ook ondertekend en het bleek een groot succes. Zo is in een zeer recent onderzoek van Timini (2023) aangetoond dat het verdrag de bilaterale handel tussen, en de welvaart van, beide betrokken landen significant vergroot heeft. Daarnaast bleek een handelsverdrag een effectief instrument te zijn om militaire spanningen weg te nemen. Tot slot bleek het de start van wat sommige economen (Krasner, 2002) de gouden eeuw van vrijhandel zijn gaan noemen; een periode waarin vele, met name Europese, landen handelsakkoorden met elkaar afsloten.

1860 was het jaar van het eerste vrijhandelsakkoord ooit, tussen Frankrijk en het VK

… Naar grote multilaterale organisaties …

Sinds 1860 zijn internationale vrijhandelsverdragen met pieken en dalen aan enorme ontwikkelingen onderhevig geweest. Dalen waren er tijdens de economische depressie van 1873–1877 en de twee wereldoorlogen in de 20e eeuw, waarbij landen zich in zichzelf keerden en een trend van toenemende globalisering gekeerd werd. Hoogtepunten waren het afsluiten van de GATT (General Agreement on Tariffs and Trade, in het Nederlands: Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel) in 1948 en het oprichten van de Wereldhandelsorganisatie (World Trade Organization, WTO) in 1995. Daarbij kwam de nadruk in toenemende mate te liggen op verlaging van handelsbarrières in een multilaterale setting, in tegenstelling tot de vroegste handelsakkoorden die overwegend bilateraal werden afgesloten. Zo waren 23 landen betrokken bij het sluiten van het GATT-verdrag in 1948 en zijn er inmiddels 164 landen lid van de WTO. Verzet tegen deze multilaterale verdragen is er ook nu nog, met het beleid van oud-president Trump als meest duidelijke voorbeeld. Dat verzet bemoeilijkte de besluitvorming binnen de kaders van de WTO in recente jaren aanzienlijk, waardoor bilaterale verdragen opnieuw in de belangstelling kwamen.

De inzet van een vrijhandelsverdrag is traditioneel gezien het verlagen van bilaterale handelstarieven. Dit was al zo bij het Cobden-Chevalier Verdrag en was ook de voornaamste doelstelling van de GATT. Daar was de GATT bovendien ook bijzonder succesvol in. Zo daalde het gemiddelde importtarief dat de 23 GATT-leden heffen van 22 procent (en zelfs 40 procent op industriële goederen) in 1947 naar zo’n 5 procent in 1993. Doordat importtarieven aanzienlijk minder relevant zijn geworden in deze multilaterale setting is de blik steeds meer verschoven naar niet-tarifaire maatregelen (NTM’s; zie ook CBS (2021) voor meer inzicht in wat NTM’s zijn en in welke mate de Nederlandse export ermee geconfronteerd wordt). Figuur 3.2.1 laat zien dat de wereldhandel in toenemende mate beperkt wordt door NTM’s, die hogere kosten opwerpen dan de tarieven die steeds minder belangrijk worden in het wereldwijde handelsbeleid.

3.2.1 Afnemende importtarieven maar toenemende NTM's (%)
Jaar NTM's Tarieven Totaal
1997 22 10 31
2000 29 10 38
2003 32 11 43
2006 25 10 34
2009 51 8 58
2012 34 4 38
2015 51 4 54
Bron: Niu et al. (2018)

… Preferentiële handelsverdragen…

Een belangrijk principe om hier te vermelden is het zogeheten Most-Favoured Nation (MFN) principe, dat een grondbeginsel van de GATT/WTO vormt. Deze clausule, die al onderdeel was van het Cobden-Chevalier Verdrag, houdt in dat handelsvoordelen, zoals een tariefverlaging, die aan één partij worden gegund aan alle betrokken partijen moeten worden gegund. In het geval van de GATT/WTO is het dan niet toegestaan om als WTO-lid één land lagere importtarieven te gunnen zonder dat dit lagere tarief voor alle andere WTO-leden ook gaat gelden. Een cruciale kanttekening hierbij is echter dat preferentiële handelsverdragen (Preferential Trade Agreement, PTA) een uitzondering vormen op het MFN-principe. In het kader van dergelijke verdragen kunnen bijvoorbeeld preferentiële tarieven worden afgesproken die lager zijn dan de MFN-tarieven. Een voorbeeld hiervan is de EU, dat de facto een PTA is waarin werd afgesproken dat de deelnemende landen onderling geen tarieven heffen in het kader van vrij verkeer van goederen, diensten, kapitaal en personen. Aangezien dit een PTA betreft, betekent dit dus echter niet dat de EU ook verplicht is nultarieven in te stellen op de handel met WTO-landen buiten de EU.

Daarmee is direct duidelijk dat er scope is voor nieuwe preferentiële handelsverdragen. Met name omdat het bijzonder lastig is gebleken om handelsbarrières verder te verlagen binnen de multilaterale kaders van de WTO. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat de meest recente onderhandelingscyclus van de WTO, de zogeheten Doha-ronde uit 2001, nog niet is afgerond en alleen heeft geresulteerd in een deelakkoord, het Bali-pakket uit 2013. Dat betekent dat het voor landen steeds aantrekkelijker wordt om preferentiële verdragen te sluiten met individuele (groepen) landen, omdat er veel sneller resultaat geboekt kan worden met minder partijen aan tafel. De WTO neemt immers alleen besluiten op basis van consensus, wat met 164 leden een complexe en trage aangelegenheid is. Qua preferentiële handelsverdragen kan de EU (en Nederland bij extensie) nog veel terrein winnen, zoals figuur 3.2.2 laat zien. Met een flink aantal belangrijke handelspartners buiten de EU is er namelijk geen handelsverdrag van kracht buiten het WTO-lidmaatschap om, zoals de VS, China, India, Brazilië en Australië. Onderhandelingen lopen momenteel met Australië, India en Indonesië (Europese Commissie, 2023a). Daarnaast wordt er onderhandeld over een aantal verdragen, met bijvoorbeeld Mexico, Chili en het Mercosur handelsblok waaronder Brazilië. Het Transatlantic Trade and Investment Partnership (TTIP) was een poging van de EU en de VS om een handelsverdrag met elkaar te sluiten. Dit initiatief is echter tijdens het presidentschap van Trump gestrand.

3.2.2 Landen waarmee Nederland via de EU een handelsverdrag heeft, 2022
Gemeente PTA
Andorra PTA met NL
Verenigde Arabische Emiraten Geen PTA met NL
Afghanistan Geen PTA met NL
Antigua en Barbuda PTA met NL
Anguilla Geen PTA met NL
Albanië PTA met NL
Armenië PTA met NL
Curaçao Geen PTA met NL
Angola PTA met NL
Antarctica Geen PTA met NL
Argentinië PTA met NL in ratificatie
Samoa Amerikaans Geen PTA met NL
Oostenrijk PTA met NL
Australië PTA met NL in onderhandeling
Aruba Geen PTA met NL
Azerbeidzjan Geen PTA met NL
Bosnië-Herzegovina PTA met NL
Barbados PTA met NL
Bangladesh Geen PTA met NL
België PTA met NL
Burkina Faso PTA met NL
Bulgarije PTA met NL
Bahrein Geen PTA met NL
Boeroendi PTA met NL
Benin PTA met NL
Bermuda Geen PTA met NL
Brunei Geen PTA met NL
Bolivia Geen PTA met NL
Brazilië PTA met NL in ratificatie
Bahamas PTA met NL
Bhutan Geen PTA met NL
Botswana PTA met NL
Wit-Rusland Geen PTA met NL
Belize PTA met NL
Canada PTA met NL
Congo, Democratische Republiek PTA met NL
Centraal-Afrikaanse Republiek PTA met NL
Congo PTA met NL
Zwitserland PTA met NL
Ivoorkust PTA met NL
Cookeilanden PTA met NL
Chili PTA met NL in ratificatie
Kameroen PTA met NL
China Geen PTA met NL
Colombia PTA met NL
Clipperton-eiland Geen PTA met NL
Costa Rica PTA met NL
Cuba Geen PTA met NL
Kaapverdië PTA met NL
Cyprus PTA met NL
Tsjechië PTA met NL
Duitsland PTA met NL
Djibouti PTA met NL
Denemarken PTA met NL
Dominica PTA met NL
Dominicaanse Republiek PTA met NL
Algerije PTA met NL
Ecuador PTA met NL
Estland PTA met NL
Egypte PTA met NL
Griekenland PTA met NL
Eritrea PTA met NL
Spanje PTA met NL
Ethiopië PTA met NL
Finland PTA met NL
Fiji PTA met NL
Falklandeilanden Geen PTA met NL
Micronesië(Federale Staten) PTA met NL
Faeröer PTA met NL
Gabon PTA met NL
Grenada PTA met NL
Georgië PTA met NL
Guernsey Geen PTA met NL
Ghana PTA met NL
Gibraltar Geen PTA met NL
Groenland Geen PTA met NL
Gambia PTA met NL
Guinee PTA met NL
Equatoriaal-Guinee PTA met NL
Zuid-Georgië en de Zuid-Sandwicheilanden Geen PTA met NL
Guatemala PTA met NL
Guam Geen PTA met NL
Guinee-Bissau PTA met NL
Guyana PTA met NL
Hongkong Geen PTA met NL
Heard- en McDonaldeilanden Geen PTA met NL
Honduras PTA met NL
Kroatië PTA met NL
Haïti PTA met NL
Hongarije PTA met NL
Indonesië PTA met NL in onderhandeling
Ierland PTA met NL
Israël PTA met NL
India PTA met NL in onderhandeling
Brits gebied in de Indische Oceaan Geen PTA met NL
Irak Geen PTA met NL
Iran (Islamitische Republiek) Geen PTA met NL
IJsland PTA met NL
Italië PTA met NL
Jersey Geen PTA met NL
Jamaica PTA met NL
Jordanië PTA met NL
Japan PTA met NL
Kenia PTA met NL in ratificatie
Kirgizië Geen PTA met NL
Cambodja Geen PTA met NL
Kiribati PTA met NL
Comoren PTA met NL
Saint Kitts en Nevis PTA met NL
Noord-Korea Geen PTA met NL
Zuid-Korea PTA met NL
Koeweit Geen PTA met NL
Caymaneilanden Geen PTA met NL
Kazachstan PTA met NL
Laos Geen PTA met NL
Libanon PTA met NL
Saint Lucia PTA met NL
Liechtenstein PTA met NL
Sri Lanka Geen PTA met NL
Liberia PTA met NL
Lesotho PTA met NL
Litouwen PTA met NL
Luxemburg PTA met NL
Letland PTA met NL
Libië Geen PTA met NL
Marokko PTA met NL
Monaco Geen PTA met NL
Moldavië PTA met NL
Montenegro (m.i.v. 1 juni 2005) PTA met NL
Madagaskar PTA met NL
Marshalleilanden PTA met NL
Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië PTA met NL
Mali PTA met NL
Birma Geen PTA met NL
Mongolië Geen PTA met NL
Macau Geen PTA met NL
Noordelijke Marianen Geen PTA met NL
Mauritanië PTA met NL
Montserrat Geen PTA met NL
Malta PTA met NL
Mauritius PTA met NL
Maldiven Geen PTA met NL
Malawi PTA met NL
Mexico PTA met NL in ratificatie
Maleisië Geen PTA met NL
Mozambique PTA met NL
Namibië PTA met NL
Nieuw-Caledonië Geen PTA met NL
Niger PTA met NL
Norfolk Geen PTA met NL
Nigeria PTA met NL
Nicaragua PTA met NL
Nederland Nederland
Noorwegen PTA met NL
Nepal Geen PTA met NL
Nauru PTA met NL
Niue-eilanden PTA met NL
Nieuw-Zeeland PTA met NL in ratificatie
Oman Geen PTA met NL
Panama PTA met NL
Peru PTA met NL
Frans-Polynesië Geen PTA met NL
Papoea-Nieuw-Guinea PTA met NL
Filipijnen Geen PTA met NL
Pakistan Geen PTA met NL
Polen PTA met NL
Saint Pierre en Miquelon Geen PTA met NL
Pitcairneilanden Geen PTA met NL
Puerto Rico Geen PTA met NL
Gebied onder Palestijnse autoriteit Geen PTA met NL
Portugal PTA met NL
Palau PTA met NL
Paraguay PTA met NL in ratificatie
Qatar Geen PTA met NL
Roemenië PTA met NL
Servië (m.i.v. 1 juni 2005) PTA met NL
Rusland Geen PTA met NL
Rwanda PTA met NL
Saoedi-Arabië Geen PTA met NL
Salomonseilanden PTA met NL
Seychellen PTA met NL
Zweden PTA met NL
Singapore PTA met NL
St. Helena Geen PTA met NL
Slovenië PTA met NL
Slowakije PTA met NL
Sierra Leone PTA met NL
San Marino PTA met NL
Senegal PTA met NL
Somalië PTA met NL
Suriname PTA met NL
Sao Tomé en Principe PTA met NL
El Salvador PTA met NL
Syrië PTA met NL
Swaziland PTA met NL
Turks- en Caicos-eilanden Geen PTA met NL
Tsjaad PTA met NL
Togo PTA met NL
Thailand Geen PTA met NL
Tadzjikistan Geen PTA met NL
Oost-Timor Geen PTA met NL
Turkmenistan Geen PTA met NL
Tunesië PTA met NL
Tonga PTA met NL
Turkije PTA met NL
Trinidad en Tobago PTA met NL
Tuvalu PTA met NL
Tanzania (Verenigde Republiek) PTA met NL
Oekraïne PTA met NL
Oeganda PTA met NL
Verenigd Koninkrijk PTA met NL
Verafgelegen eilandjes van de Verenigde Staten Geen PTA met NL
Verenigde Staten van Amerika Geen PTA met NL
Uruguay PTA met NL in ratificatie
Oezbekistan Geen PTA met NL
Vaticaanstad Geen PTA met NL
Saint Vincent en de Grenadines PTA met NL
Venezuela Geen PTA met NL
Britse Maagdeneilanden Geen PTA met NL
Amerikaanse Maagdeneilanden Geen PTA met NL
Vietnam PTA met NL
Vanuatu PTA met NL
Wallis- en Futuna-eilanden Geen PTA met NL
Samoa (Vroegere West-Samoa) PTA met NL
Jemen Geen PTA met NL
Zuid-Afrika PTA met NL
Zambia PTA met NL
Zimbabwe PTA met NL
Frankrijk PTA met NL
Saint Barthelemy Geen PTA met NL
South-Sudan Geen PTA met NL
Soedan PTA met NL
Bouveteiland Geen data beschikbaar
Cocoseilanden Geen data beschikbaar
Christmas Island Geen data beschikbaar
Westelijke Sahara PTA met NL
Isle of Man Geen data beschikbaar
Spitsbergen Geen data beschikbaar
Aksai Chin Geen data beschikbaar
Arunachal Pradesh PTA met NL in onderhandeling
Demchok Geen data beschikbaar
Halaib Triangle Geen data beschikbaar
Ilemi Triangle Geen data beschikbaar
Jammu en Kasjmir PTA met NL in onderhandeling
Koerilen Geen data beschikbaar
Bir Tawil Geen data beschikbaar
Abyei Geen data beschikbaar
Bron: CBS, DESTA

… En steeds diepere handelsverdragen

Vanwege de toename in niet-tarifaire maatregelen worden handelsverdragen steeds dieper. Dat wil zeggen dat ze zich naast handelstarieven ook richten op verschillende vormen van regelgeving. Deze zogeheten diepe handelsverdragen (in het Engels: Deep Trade Agreements, DTA) zijn verdragen tussen landen die niet enkel over internationale handel gaan, maar ook over andere grensoverschrijdende stromen zoals investeringen en arbeid. Daarnaast worden er vaak afspraken in gemaakt over zaken als bescherming van intellectueel eigendom, milieubescherming en duurzaamheid. Alhoewel dit soort veelomvattende verdragen nog steeds wordt aangeduid als handelsverdragen, reikt het doel er van veel verder dan integratie alleen op het gebied van internationale handel, vandaar de term diepe handelsverdragen.

De toenemende verdieping van handelsverdragen is goed te zien in de figuren die later in dit hoofdstuk aan bod komen. Tot eind jaren negentig, toen het aantal PTA’s begon toe te nemen, bestreken de meeste nieuwe overeenkomsten minder dan 10 beleidsterreinen. Sinds de jaren 2000 bestrijken de meeste nieuwe PTA’s tussen de 10 en 20 beleidsterreinen, en sommige zelfs meer dan 20 (Hofmann, Osnago en Ruta, 2017).

DTA’s richten zich grofweg op een drietal (deels overlappende) kernbeleidsterreinen. Het primaire doel is het vergroten van economische integratie langs vijf hoofdlijnen: vrij (of vrijer) verkeer van goederen, diensten, kapitaal, personen en ideeën. Op dit beleidsterrein gaat het dan bijvoorbeeld om afspraken op het gebied van importtarieven, visa of intellectueel eigendom. Ten tweede bevatten DTA’s ook handhavingsbepalingen, die gericht zijn op het borgen van genoemde economische integratie door de discretionaire bevoegdheid van de betrokken overheden te beperken. Op dit beleidsterrein valt te denken aan afspraken op het gebied van technische handelsbarrières, publieke aanbestedingen of subsidies. Ten derde bevatten DTA’s bepalingen die het welzijn van consumenten bevorderen door het gedrag van exporteurs te reguleren. Dan gaat het bijvoorbeeld om afspraken op het gebied van arbeidsomstandigheden of milieubescherming. Dit derde beleidsterrein staat centraal in dit hoofdstuk. Wat zijn dit voor soort afspraken? Hoe zijn ze thematisch in te delen? En hoe zijn ze te kwantificeren? Deze vragen worden beantwoord in dit hoofdstuk aan de hand van concrete voorbeelden.

3.3Het hoe en waarom van arbeids- en milieuafspraken in handelsverdragen

In de vorige paragraaf is besproken dat handelsverdragen steeds meer afspraken bevatten die niet direct over handel gaan. Afspraken over arbeid, milieu en duurzaamheid zijn er daarbij in principe op gericht om een zogeheten race to the bottom te voorkomen. Daarmee wordt een situatie bedoeld waarin landen elkaar beconcurreren met steeds lossere regelgeving. Bagwell en Staiger (2001) beargumenteren hieromtrent dat handelsbeleid en binnenlands beleid op het gebied van sociale, arbeids- of milieuregelgeving substituten van elkaar kunnen zijn. Daarmee bedoelen zij dat wanneer landen bijvoorbeeld in het kader van WTO-afspraken hun importtarieven verlagen, zij de mogelijkheid hebben de potentieel nadelige effecten van deze tariefverlaging op hun concurrentiepositie te pareren met lossere binnenlandse regelgeving. Een race to the bottom, waarbij landen de regels steeds verder neerwaarts bijstellen, kan daarvan het gevolg zijn. Davies en Vadlamannati (2013) vinden empirisch bewijs voor het bestaan van dit mechanisme: volgens hen heeft het WTO-lidmaatschap over het algemeen geleid tot een beperking van arbeidsrechten. Martinez-Zarzoso en Kruse (2019) hebben recentelijk aangetoond dat het opnemen van arbeidsnormen in handelsverdragen leidt tot een verbetering van arbeidsomstandigheden, maar ook dat het toevoegen van dergelijke normen niet per se leidt tot het voorkomen van een race to the bottom. De precieze uitwerking van de afspraken is cruciaal bij het voorkomen daarvan beargumenteren zij.

Dit mechanisme speelt ook een rol op het gebied van milieuregelgeving. De race to the bottom vindt op milieugebied zijn beslag in de zogeheten pollution haven hypothese. Deze hypothese stelt dat multinationals die op zoek zijn naar geschikte productielocaties geneigd zijn om naar ontwikkelingslanden uit te wijken waar over het algemeen minder strenge milieuwetgeving van kracht is die minder strikt wordt gehandhaafd. Door in handelsverdragen bepaalde ondergrenzen of normen af te spreken op het gebied van arbeids- of milieuregelgeving kan een gelijk speelveld gecreëerd worden tussen de betrokken landen, ook en juist als die verschillen in ontwikkelingsniveau. Dit soort afspraken kan daarmee bijdragen aan eerlijkere en meer duurzame handel.

Ontwikkelingslanden zijn hier echter niet altijd even enthousiast over, omdat zij vrezen dat ontwikkelde landen hun hogere standaarden als protectionistisch instrument gebruiken, wat ten koste zou gaan van internationale handel en investeringen (Cats, 2022). Carrère et al. (2022) vinden in het geval van arbeidsstandaarden echter geen bewijs voor dit mechanisme. Arbeidsnormen leiden blijkens hun bevindingen niet tot een beperking van de bilaterale handel en hebben zelfs een toename van de export van ontwikkelingslanden naar meer ontwikkelde landen tot gevolg. Empirisch bewijs ten faveure van de pollution haven hypothese is vooralsnog schaars in de wetenschappelijke literatuur, al vormt Tanaka et al. (2022) een noemenswaardige uitzondering hierop. In het volgende hoofdstuk van deze Internationaliseringsmonitor zoomen we hier verder op in door de relatie tussen milieuafspraken in handelsverdragen en de samenstelling van de Nederlandse export te onderzoeken.

Terminologie

In deze internationaliseringsmonitor passeren er allerlei schijnbare synoniemen de revue voor het woord provisie. Er zitten echter genuanceerde maar betekenisvolle verschillen tussen de gebruikte termen. Handelsverdragen, in ieder geval die waar de EU partij in is, kennen een vaste structuur (Europese Commissie, 2023b). In verschillende hoofdstukken komen verschillende onderwerpen aan bod. De afzonderlijke hoofdstukken zijn opgedeeld in verschillende artikelen die weer bestaan uit genummerde items. Deze items worden provisies genoemd, en betreffen dus de feitelijke gedetailleerde afspraken of bepalingen tussen de betrokken partijen. In de vertaalslag van handelsverdragen naar het codeersysteem van DESTA en TREND (zie paragraaf 3.4) worden deze provisies vertaald naar normen. Deze term wordt gebruikt in plaats van de term provisies om duidelijk te maken dat het gaat om gecodeerde en geüniformeerde items en niet om letterlijke provisies uit handelsverdragen (Morin et al., 2018). Het is daarbij van belang op te merken dat de term norm niets impliceert met betrekking tot de mate van verplichting; normen kunnen uiteenlopen van vage ambities tot afdwingbare verplichtingen. Normen zijn dus niet hetzelfde als vereisten; in veel gevallen worden er niet meer dan ambities geformuleerd of beloftes tot samenwerking gedaan. Om duidelijk te maken dat het gaat over afspraken op het gebied van milieu en duurzaamheid gebruiken we in dit en het volgende hoofdstuk van deze monitor met name de term groene normen.

3.4Milieunormen

Duurzaamheid in brede zin is een van de domeinen waarover in diepe handelsverdragen steeds meer afspraken worden gemaakt, zoals ook al in paragraaf 3.2 aan bod kwam. De afgelopen jaren is duurzaamheid dan ook een grotere rol gaan spelen in het Europese handelsbeleid. Zo zijn de Trade and Sustainable Development (TSD) hoofdstukken in de verdragen groter geworden en komt er ook langzaamaan meer nadruk te liggen op de handhaving ervan. Milieunormen hebben een belangrijk potentieel als instrument voor verduurzaming (Stam & Kempen, 2022; Europese Commissie, 2022).

Afspraken omtrent duurzaamheid in diepe handelsverdragen kunnen heel concreet zijn. Zoals bijvoorbeeld de afspraak in het verdrag tussen Bulgarije en de EFTA-landen (IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland) uit 1993 om geen walvisproducten te importeren voortvloeiend uit de CITES-conventie.noot1 Maar vaak zijn afspraken veel minder concreet of aanzienlijk vrijblijvender geformuleerd. Zo is bijvoorbeeld een van de doelstellingen in het handelsverdrag tussen Zuid-Korea en de EU uit 2011 om wederzijdse investeringen te bevorderen zonder standaarden te verlagen met betrekking tot milieu, arbeid, gezondheid en veiligheid.noot2

Diepe handelsverdragen: kwalitatieve informatie vertalen naar kwantitatieve data…

Om de inhoud van deze steeds diepere handelsverdragen te kunnen doorgronden, vergelijken en er kwantitatief onderzoek aan te kunnen doen zijn er initiatieven zoals DESTA (Design of Trade Agreements) ontstaan. Hiermee wordt de anatomie van individuele handelsverdragen op een systematische manier gecodeerd en gekwantificeerd.noot3 Zodoende wordt inzichtelijk gemaakt hoe verschillende handelsverdragen qua ontwerp en inhoud van elkaar verschillen. In navolging daarvan zijn er initiatieven die op specifieke domeinen verder de diepte in gaan. Op het terrein van milieu en duurzaamheid is TREND (Trade & Environment Database) een initiatief dat aan de hand van de DESTA-database handelsverdragen codeert en systematisch in kaart brengt voor wat betreft milieu- en duurzaamheidsafspraken (Morin et al., 2018). Daarbij worden alle afzonderlijke provisies uit handelsverdragen geëvalueerd en vertaald naar één van de 298 gestandaardiseerde normen die in TREND worden onderscheiden (zie ook leeskader in paragraaf 3.3). De uiteindelijk resulterende database omvat 776 handelsverdragen voor de periode 1952–2022.

118 groene normen in het Trade and Cooperation Agreement met het VK

Groene normen winnen aan belang in EU-handelsverdragen

De Europese Unie (en Nederland als onderdeel van de EU) is uiteraard maar bij een deel van deze 776 handelsverdragen één van de betrokken partijen. Een flink deel betreft verdragen tussen derde landen. Figuur 3.4.1 laat echter zien dat het aantal verdragen waar Nederland partij in is in de loop der jaren fors is toegenomen: van 1 verdrag in 1952 naar 43 in 2022. Het eerste verdrag uit 1952 betrof de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS), waar naast Nederland, ook België, Frankrijk, Duitsland, Luxemburg en Italië deel van uitmaakten. Dit verdrag was in feite de eerste aanzet tot wat nu de EU is en omvatte, wellicht niet bijster verrassend gezien de naam, geen groene normen. Tot de jaren 80 zaten er sporadisch overeenkomsten tussen waar geen groene normen in waren opgenomen, maar sinds de late jaren 80 komen verdragen zonder groene normen helemaal niet meer voor. Het meest recente verdrag betreft de handelsovereenkomst uit 2021 die de relatie tussen de EU en het VK vormgeeft na de Brexit. Dit verdrag telt maar liefst 118 groene normen.

3.4.1 Handelsverdragen met Nederland als partij en groene normen (aantal)
Jaar Handelsverdragen Groene normen (x100)
1952 1 0
1953 1 0
1954 1 0
1955 1 0
1956 1 0
1957 1 0
1958 1 0,05
1959 1 0,05
1960 2 0,05
1961 2 0,05
1962 3 0,06
1963 3 0,06
1964 5 0,10
1965 5 0,10
1966 5 0,10
1967 5 0,10
1968 5 0,10
1969 7 0,12
1970 9 0,14
1971 11 0,17
1972 12 0,18
1973 20 0,36
1974 21 0,38
1975 21 0,39
1976 21 0,40
1977 22 0,43
1978 23 0,54
1979 23 0,54
1980 24 0,59
1981 23 0,77
1982 23 0,77
1983 23 0,77
1984 23 0,77
1985 23 0,77
1986 21 0,88
1987 20 1,11
1988 20 1,11
1989 20 1,11
1990 20 1,11
1991 21 1,43
1992 22 1,45
1993 25 2,48
1994 23 3,62
1995 28 4,28
1996 28 4,29
1997 28 4,29
1998 28 5,91
1999 28 6,46
2000 30 7,14
2001 30 7,14
2002 31 7,55
2003 32 8,03
2004 23 5,06
2005 24 5,32
2006 24 5,56
2007 22 4,59
2008 23 5,43
2009 26 5,71
2010 27 6,06
2011 28 6,88
2012 29 7,43
2013 30 10,00
2014 31 11,02
2015 33 11,69
2016 35 13,28
2017 37 15,64
2018 37 15,64
2019 40 18,97
2020 42 21,13
2021 43 22,31
2022 43 22,31
Bron: DESTA en TREND

De forse daling van het aantal verdragen begin deze eeuw lijkt wellicht verrassend op het eerste gezicht. Dit houdt echter verband met de uitbreiding van de EU in die periode. Met de meeste van de landen die toen toetraden tot de EU, zoals Estland en Hongarije, had de EU voorafgaand aan de toetreding al een handelsovereenkomst. Omdat de nieuw toegetreden landen werden toegevoegd aan een bestaand verdrag, de EU zelf is ook als handelsovereenkomst gecodeerd in DESTA en TREND, kwamen de eerdere bilaterale verdragen tussen de EU en deze landen te vervallen, waardoor het netto aantal verdragen dat de EU heeft afgesloten dus de facto afneemt.

Dit wordt bevestigd door figuur 3.4.2. Deze figuur toont het aantal landen waarmee de EU (en dus ook Nederland) handelsovereenkomsten met groene normen gesloten heeft. We zien geen daling in de periode waarin de EU fors werd uitgebreid. Immers, er was een overeenkomst met deze nieuw toegetreden landen en dat bleef zo; de relatie met deze landen werd alleen gedefinieerd door een ander verdrag na toetreding tot de EU. Het aantal landen waarmee Nederland (al dan niet via de EU) handelsverdragen met groene normen heeft gesloten is gegroeid van 5 eind jaren 50 (de genoemde vijf landen waarmee Nederland de EGKS vormde) naar bijna 150 op dit moment. Daarbij laat figuur 3.4.2 een paar forse sprongen zien. In 1964 ging dat bijvoorbeeld om het Yaoundé I verdrag dat vier groene normen telde en werd afgesloten met 18 Afrikaanse landen, waaronder bijvoorbeeld Ivoorkust, Kameroen en Senegal. In 1976 kwamen er in een klap 26 landen bij waar Nederland niet eerder een overeenkomst mee had. De EU sloot met Lomé I een verdrag met drie groene normen met maar liefst 48 landen, voornamelijk in Afrika en de Caraïben, waarvan bijvoorbeeld met Ghana, Ethiopië en Nigeria niet eerder een verdragsrelatie bestond. Meer recentelijk kwamen er in 2013 nog acht landen ineens bij toen de EU twee verdragen met ieder minstens 100 groene normen sloot met landen in Midden- en Zuid-Amerika waaronder Colombia, Peru en Costa Rica.

3.4.2 Landen waarmee Nederland via de EU verdragen met groene normen heeft gesloten (aantal)
Jaar Aantal
1958 5
1959 5
1960 3
1961 3
1962 4
1963 4
1964 22
1965 22
1966 22
1967 22
1968 22
1969 24
1970 26
1971 30
1972 31
1973 44
1974 45
1975 45
1976 71
1977 72
1978 73
1979 73
1980 74
1981 86
1982 86
1983 86
1984 86
1985 86
1986 93
1987 95
1988 95
1989 95
1990 95
1991 99
1992 100
1993 103
1994 105
1995 110
1996 110
1997 110
1998 110
1999 110
2000 112
2001 112
2002 113
2003 122
2004 123
2005 124
2006 124
2007 124
2008 124
2009 125
2010 126
2011 127
2012 127
2013 135
2014 136
2015 138
2016 139
2017 142
2018 142
2019 145
2020 147
2021 147
2022 147
Bron: DESTA en TREND

De opwaartse trend in het belang van groene normen in handelsverdragen is ook duidelijk zichtbaar in figuur 3.4.1. Daarin zien we dat het cumulatieve aantal groene normen dat onderdeel uitmaakt van bekrachtigde handelsverdragen tot de jaren 90 nauwelijks toenam. In de periode 1952–1986 groeide het cumulatieve aantal groene normen van 0 naar 88 terwijl het aantal landen waarmee verdragen gesloten werden groeide naar bijna 100 in deze periode. Sinds de jaren 90 groeide het aantal nieuwe landen waarmee verdragen werd afgesloten verder tot de eerder genoemde 147 op dit moment. In hetzelfde tijdsbestek van 35 jaar nam het aantal groene normen in handelsverdragen echter met een factor 25 toe tot ruim 2 200 op dit moment.

Ook als we kijken naar het gemiddeld aantal groene normen dat onderdeel uitmaakt van nieuw bekrachtigde handelsovereenkomsten dan zien we onmiskenbaar groei. Tot 1980 ging het om gemiddeld 2 groene normen in nieuwe verdragen, inmiddels zijn dat er gemiddeld 76 in verdragen die sinds 2010 van kracht zijn geworden.

TREND-database uitgelicht

In de TREND-database worden 298 verschillende groene normen onderscheiden in 15 verschillende hoofdstukken. Om de breedte en diepte van handelsverdragen voor wat betreft de duurzaamheidsdimensie inzichtelijk te maken is er in het kader van het zogeheten TREND-analytics project een verdere indikking van groene normen in 8 hoofdcategorieën gemaakt.noot4 Dit betreft de volgende categorieën, waarbij het van belang is op te merken dat deze categorieën compleet zijn, maar elkaar niet uitsluitennoot5:

  1. Milieubescherming (environmental protection): in deze categorie worden alle normen verzameld die eenduidig gericht zijn op bescherming van het milieu, uiteenlopend van algemene principes ten aanzien van milieubescherming tot specifieke verplichtingen met betrekking tot bijvoorbeeld duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen.
  2. Regelgevingsruimte (regulatory space): in deze categorie worden normen verzameld die te maken hebben met het waarborgen van de soevereiniteit van partijen met betrekking tot duurzaamheid. Het gaat dan bijvoorbeeld om specifieke uitsluitingen ten aanzien van bepaalde toezeggingen op het gebied van liberalisering van handel.
  3. Gelijk speelveld (level playing field): in deze categorie zijn normen verzameld die betrekking hebben op het waarborgen van een gelijk speelveld tussen de betrokken partijen. Dan gaat het bijvoorbeeld om afspraken met betrekking tot harmonisatie van regelgeving.
  4. Beleidscoherentie (policy coherence): in deze categorie zijn alle normen gebundeld waar de relatie tussen milieuafspraken en andere beleidsterreinen wordt gedefinieerd, denk aan internationale handel, investeringen, transport of toerisme.
  5. Economische ontwikkeling (economic development): in deze categorie worden normen verzameld waarin bijvoorbeeld een groot verschil in ontwikkelingsniveau tussen partijen wordt erkend en afspraken worden gemaakt over zaken als capacity building of kennisuitwisseling. Ook afspraken met betrekking tot het waarborgen van de soevereiniteit van ontwikkelingslanden over hun natuurlijke hulpbronnen vallen hieronder.
  6. Multilaterale milieuovereenkomsten (multilateral environmental agreements, MEA): in deze categorie vallen normen waarin wordt verwezen naar bestaande multilaterale milieuovereenkomsten zoals het Kyoto Protocol en het klimaatverdrag van Parijs. Het gaat er dan bijvoorbeeld om dat partijen afspreken om dergelijke verdragen te ratificeren of te implementeren.
  7. Implementatie (implementation): in deze categorie vallen normen waarin afspraken worden gemaakt ten aanzien van de concrete implementatie van een verdrag, bijvoorbeeld in termen van het oprichten van bepaalde instituties of het inrichten van bepaalde procedures, bijvoorbeeld met betrekking tot transparantie.
  8. Handhaving (enforcement): in deze categorie worden normen verzameld waarin afspraken worden gemaakt over de handhaving van de afgesproken maatregelen.

Groene normen in handelsverdragen met name gericht op milieubescherming

Figuur 3.4.3 laat zien dat er in alle categorieën sprake is van een toename van het aantal groene normen dat voorkomt in handelsverdragen. Veruit de meest voorkomende categorie is, niet geheel verrassend, milieubescherming. In verdragen die in de periode 2010–2022 van kracht zijn, komen deze normen bijna 800 keer voor. Vanaf de jaren 90 komen normen in deze categorie het meeste voor en zien we een constante stevige groei doorheen de tijd.

3.4.3 Aantal groene normen per categorie en decennium
Categorie >=2010 2000-2009 1990-1999 1980-1989 1970-1979 <1970
Beleids-
coherentie
260 238 172 16 3 1
Economische
ontwikkeling
121 69 48 15 4 2
Gelijk
speelveld
105 42 27 4 0 0
Handhaving 357 135 79 11 0 0
Implementatie 281 142 104 26 8 0
Milieu-
bescherming
788 447 280 29 6 2
Multilaterale milieu-
overeenkomsten
261 78 64 23 17 2
Regelgevings-
ruimte
321 122 68 31 36 5
Bron: DESTA en TREND

Binnen de categorie milieubescherming is de meest voorkomende afspraak een groene norm die gaat over het stimuleren van hernieuwbare en schone energie, en dan in het bijzonder met betrekking tot het stimuleren van efficiënt en duurzaam gebruik van energie en de productie van hernieuwbare energie. In een inmiddels vervangen handelsverdrag tussen de EU en Bulgarije uit 1993 staat als concreet voorbeeld van deze groene norm de volgende afspraak: ‘Samenwerking zal onder andere bestaan uit technische assistentie op de volgende terreinen: het stimuleren van energiebesparing en energie-efficiëntie’. Een concreet voorbeeld ten aanzien van de productie van hernieuwbare energie komt uit het verdrag van de EU met Bosnië-Herzegovina dat sinds 2015 van kracht is: ‘Samenwerking kan zich toespitsen op de ontwikkeling van strategieën om een systeem voor efficiënte, schone en duurzame productie en consumptie van energie te ontwikkelen’.

Een ander domein dat veel terugkomt in de categorie milieubescherming betreft water. Een restnorm waarin vaag geformuleerde vermeldingen omtrent bijvoorbeeld watervervuiling, watermanagement of watervoorraden zijn gebundeld komt hierbij het meeste voor. Een voorbeeld van een dergelijke vage norm komt uit een verdrag tussen de EU en Bulgarije waarin is afgesproken dat ‘samenwerking met name plaatsvindt door verbetering van het milieubeheer, onder meer op het gebied van watermanagement’. Een concreter voorbeeld van een groene norm omtrent water die veel voorkomt in handelsverdragen betreft zeeën en oceanen; daarbij gaat het bijvoorbeeld om afspraken over vervuiling, bescherming of transport. Een concreet voorbeeld van een dergelijke norm komt uit het handelsverdrag tussen de EU en Egypte dat van kracht is sinds 1978: ‘Samenwerking zal in het bijzonder gericht zijn op de kwaliteit van het water van de Middellandse Zee en het voorkomen van mariene vervuiling’.

De mate waarin de andere hoofdcategorieën voorkomen in handelsverdragen ontloopt elkaar recentelijk niet veel. Alleen normen op het gebied van een gelijk speelveld komen minder vaak voor dan de andere afspraken. In de meeste categorieën zijn de algemeen geformuleerde of restnormen het meest persistent. Zo is in de categorie implementatie de meest gecodeerde norm prozaïsch gelabeld ‘vage toezeggingen om samen te werken’. De meest voorkomende groene norm die zowel betrekking heeft op de categorie handhaving als op beleidscoherentie is eveneens vrij algemeen geformuleerd. Deze betreft afspraken over het in acht nemen door beide partijen van het milieu bij het maken van beleid op andere terreinen. Een voorbeeld van een dergelijke norm is te vinden in het verdrag tussen de EU en Albanië, waarin beide partijen afspreken dat ‘beleid en andere maatregelen zo ontworpen worden dat zij duurzame economische en sociale ontwikkeling brengen in Albanië, waarbij van begin af aan milieuoverwegingen worden meegewogen in het beleidsproces’.

Bij de categorie multilaterale overeenkomsten is de meest voorkomende norm een algemene verwijzing naar niet specifiek genoemde instituties met betrekking tot het milieu. Een voorbeeld hiervan komt uit het handelsverdrag dat de EU met Zuid-Korea sloot, waarin is afgesproken dat ‘beide partijen zullen waarborgen dat de resolutie in lijn is met de activiteiten van de ILO (International Labour Organization) en relevante multilaterale milieuorganisaties’.

De meest gebruikte norm in de categorie economische ontwikkeling is wel concreet van aard. Daar gaat het om technische assistentie, training en capacity building door de ene partij ten behoeve van de andere. Zo spraken de VS en Chili in een handelsverdrag af dat: ‘De VS Chili zal assisteren bij het reduceren van vervuiling als gevolg van voorbije mijnbouwactiviteiten…’. Op het gebied van een gelijk speelveld zien we ook een concrete norm die het meest frequent terugkomt in verdragen, namelijk de afspraak dat één van beide partijen zijn milieuwetgeving gaat afstemmen op die van de andere partij. Een goed voorbeeld hiervan betreft de afspraak tussen de EU en Bulgarije waarbij vooruitlopend op de toetreding van Bulgarije tot de EU in een verdrag werd afgesproken dat: ‘Bulgarije zich zal inspannen om te waarborgen dat zijn wetgeving gaandeweg compatibel gemaakt zal worden met die van de EU’.

De meest voorkomende norm met betrekking tot regelgevingsruimte is een interessante met het oog op de analyses in het volgende hoofdstuk van deze Internationaliseringsmonitor. Hier gaat het namelijk om specifieke afspraken met betrekking tot internationale handel en in het bijzonder om beperkingen van de vrije handel tussen beide partijen vanwege milieuredenen. Binnen dit hoofdstuk gaat het in de meeste gevallen om handelsbeperkingen vanuit het oogpunt van leven en gezondheid van planten en dieren. Te denken valt hier bijvoorbeeld aan een handelsverbod om de inheemse flora en fauna te beschermen.noot6 Een voorbeeld van een dergelijke afspraak is te vinden in het handelsverdrag tussen de EU en Zuid-Afrika waarin is vastgelegd dat: ‘De overeenkomst niet uitsluit dat de import of export wordt beperkt of verboden vanwege de bescherming van de gezondheid en het leven van mensen, dieren of planten’.

De stand van zaken in 2022

In 2022 had Nederland via (en inclusief) de EU met 147 landen een verdragsrelatie. Het oudste verdrag dat in 2022 nog van kracht was betreft een handelsovereenkomst met Syrië die bekrachtigd werd in 1977 en drie groene normen telt. Het meest recente verdrag stamt als gezegd uit 2021 en betreft het VK. Met deze 147 landen zijn in totaal 43 unieke handelsverdragen van kracht. Het verdrag dat de relatie met het grootste aantal landen definieert is de Cotonou Agreement uit 2003, waarin afspraken zijn gemaakt met 78 landen in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS landen).

Figuur 3.4.4 toont de groene normen die het meest voorkomen in deze 43 actuele handelsverdragen. Vermeldenswaardig is dat van de 298 onderscheiden normen in de TREND-database er 51 in geen van deze 43 verdragen worden genoemd. Enkele concrete voorbeelden van groene normen die niet voorkomen in deze bestaande 43 verdragen gaan over plasticvervuiling van zeeën en oceanen en een verbod op de handel in milieuonvriendelijke goederen waarvan het gebruik in het partnerland aan banden is gelegd. Een groot deel van de veelgebruikte groene normen die we in figuur 3.4.4 zien, zijn eerder in deze paragraaf al illustratief aan bod gekomen. Zo komt de ‘vage toezegging om samen te werken’ voor in liefst driekwart van de handelsverdragen in 2022. Niet eerder besproken afspraken die veel worden gemaakt gaan over de toezegging om gezamenlijk op te trekken bij onderhandelingen over milieuverdragen, gezamenlijke monitoring en bestudering van milieuvraagstukken en de interactie tussen industriële ontwikkeling en het milieu. Zo is er bijvoorbeeld in het verdrag van de EU met Bosnië-Herzegovina afgesproken dat samenwerking zich richt op de modernisering en herstructurering van de Bosnische industrie met oog voor het milieu.

3.4.4Meest voorkomende groene normen in actuele handelsverdragen van de EU
Aandeel1)
Groene norm %
Vage toezeggingen omtrent samenwerking 76,74
Bevorderen van hernieuwbare productie van energie 74,42
Overige referenties aan instituties gerelateerd aan het milieu 74,42
Bevorderen van energie-efficiëntie 74,42
Coherentie in algemene zin 67,44
Zeeën en oceanen 60,47
Preambule refereert aan het milieu 60,47
Onderhandelingen van milieuverdragen 60,47
Gezamenlijke monitoring en onderzoek van milieuvraagstukken 60,47
Overige normen met betrekking tot water 60,47
Interactie tussen industriële activiteiten en het milieu 55,81
Bescherming van visstanden 55,81
Overige normen met betrekking tot gevaarlijk afval 55,81
Algemene verplichting tot de uitwisseling van informatie met betrekking tot het milieu 53,49
Interactie tussen transport en het milieu 51,16
Niet-noodzakelijke handelsbeperkingen vanuit het oogpunt van leven en gezondheid van planten en dieren 51,16
Overige normen m.b.t. rampen 51,16
Technische assistentie, training en capacity building verstrekt aan de andere partij 51,16
Implementatie van andere verdragen m.b.t. het milieu 51,16
SPS-maatregelen en het milieu 51,16
Overige normen m.b.t. biodiversiteit 51,16
Bescherming van natuurlijke hulpbronnen 48,84
Intergouvernementeel comité 48,84

Bron:DESTA en TREND

1)Het percentage van de lopende verdragen in 2022 dat de betreffende norm bevat.

Figuur 3.4.5 laat zien met welke landen Nederland in 2022 (via de EU) handelsverdragen heeft afgesloten en in welke mate deze handelsverdragen groene normen bevatten. Het merendeel van de landen waarmee de EU een handelsakkoord met groene normen heeft gesloten ligt in Afrika. Dit betreft in veel gevallen landen waarmee in het kader van de Cotonou Agreement een handelsakkoord is opgesteld dat relatief gezien een gemiddeld aantal groene normen telt. Een opmerkelijke uitzondering hierop is Somalië, waarmee een handelsverdrag uit 1991 nog altijd van kracht is en relatief gezien een groot aantal groene normen bevat. Dit is ook opmerkelijk vanwege het feit dat het over het algemeen zo is dat recentere handelsverdragen meer groene normen tellen. Goede voorbeelden hiervan zijn recente verdragen met Canada, het VK, Vietnam, Singapore, Armenië, Oekraïne en Japan. Het is zelfs zo dat de EU sinds het verdrag met Zuid-Korea uit 2011 in alle daaropvolgende handelsverdragen standaard een TSD (Trade and Sustainable Development) hoofdstuk opneemt. Daarnaast volgt de EU sinds vorig jaar een nieuwe aanpak bij lopende en toekomstige onderhandelingen, waarbij mogelijke sancties worden afgesproken als bepaalde afspraken niet worden nagekomen (Europese Commissie, 2022).

Integratie binnen de EU reikt verder dan enkel een handelsverdrag. Dat betekent dat milieuafspraken, zoals bijvoorbeeld de Green Deal, op een andere manier worden verankerd, waardoor deze niet zichtbaar zijn in de TREND-database. Dat heeft tot gevolg dat de afspraken die er op het gebied van internationale handel binnen de kaders van de EU zijn relatief weinig groene normen tellen. Verder valt in figuur 3.4.5 opnieuw op dat de EU met een aantal belangrijke handelspartners buiten Europa (nog) geen handelsakkoord heeft, mede omdat alleen verdragen die al van kracht zijn worden meegenomen in de analyses. Daarnaast zijn er landen waarmee de EU in gesprek is om bestaande verdragen met relatief weinig groene normen te moderniseren met onder andere meer duurzaamheidsafspraken. Dan gaat het bijvoorbeeld om Mexico en Chili.

3.4.5 Groene normen in handelsverdragen van de EU wereldwijd, 2022
Wereld Groene norm
Andorra Verdrag met relatief weinig groene normen
Verenigde Arabische Emiraten Geen verdrag van kracht
Afghanistan Geen verdrag van kracht
Antigua en Barbuda Verdrag met relatief veel groene normen
Anguilla Geen verdrag van kracht
Albanië Verdrag met relatief weinig groene normen
Armenië Verdrag met relatief veel groene normen
Curaçao Geen verdrag van kracht
Angola Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Antarctica Geen verdrag van kracht
Argentinië Geen verdrag van kracht
Samoa Amerikaans Geen verdrag van kracht
Oostenrijk Verdrag met relatief weinig groene normen
Australië Geen verdrag van kracht
Aruba Geen verdrag van kracht
Azerbeidzjan Geen verdrag van kracht
Bosnië-Herzegovina Verdrag met relatief weinig groene normen
Barbados Verdrag met relatief veel groene normen
Bangladesh Geen verdrag van kracht
België Verdrag met relatief weinig groene normen
Burkina Faso Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Bulgarije Verdrag met relatief weinig groene normen
Bahrein Geen verdrag van kracht
Boeroendi Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Benin Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Bermuda Geen verdrag van kracht
Brunei Geen verdrag van kracht
Bolivia Geen verdrag van kracht
Brazilië Geen verdrag van kracht
Bahamas Verdrag met relatief veel groene normen
Bhutan Geen verdrag van kracht
Botswana Verdrag met relatief weinig groene normen
Wit-Rusland Geen verdrag van kracht
Belize Verdrag met relatief veel groene normen
Canada Verdrag met relatief veel groene normen
Congo, Democratische Republiek Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Centraal-Afrikaanse Republiek Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Congo Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Zwitserland Verdrag met relatief weinig groene normen
Ivoorkust Verdrag met relatief weinig groene normen
Cookeilanden Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Chili Verdrag met relatief weinig groene normen
Kameroen Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
China Geen verdrag van kracht
Colombia Verdrag met relatief veel groene normen
Clipperton-eiland Geen verdrag van kracht
Costa Rica Verdrag met relatief veel groene normen
Cuba Geen verdrag van kracht
Kaapverdië Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Cyprus Verdrag met relatief weinig groene normen
Tsjechië Verdrag met relatief weinig groene normen
Duitsland Verdrag met relatief weinig groene normen
Djibouti Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Denemarken Verdrag met relatief weinig groene normen
Dominica Verdrag met relatief veel groene normen
Dominicaanse Republiek Verdrag met relatief veel groene normen
Algerije Verdrag met relatief weinig groene normen
Ecuador Verdrag met relatief veel groene normen
Estland Verdrag met relatief weinig groene normen
Egypte Verdrag met relatief weinig groene normen
Griekenland Verdrag met relatief weinig groene normen
Eritrea Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Spanje Verdrag met relatief weinig groene normen
Ethiopië Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Finland Verdrag met relatief weinig groene normen
Fiji Verdrag met relatief weinig groene normen
Falklandeilanden Geen verdrag van kracht
Micronesië(Federale Staten) Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Faeröer Verdrag met relatief weinig groene normen
Gabon Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Grenada Verdrag met relatief veel groene normen
Georgië Verdrag met relatief veel groene normen
Guernsey Geen verdrag van kracht
Ghana Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Gibraltar Geen verdrag van kracht
Groenland Geen verdrag van kracht
Gambia Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Guinee Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Equatoriaal-Guinee Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Zuid-Georgië en de Zuid-Sandwicheilanden Geen verdrag van kracht
Guatemala Verdrag met relatief veel groene normen
Guam Geen verdrag van kracht
Guinee-Bissau Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Guyana Verdrag met relatief veel groene normen
Hongkong Geen verdrag van kracht
Heard- en McDonaldeilanden Geen verdrag van kracht
Honduras Verdrag met relatief veel groene normen
Kroatië Verdrag met relatief weinig groene normen
Haïti Verdrag met relatief veel groene normen
Hongarije Verdrag met relatief weinig groene normen
Indonesië Geen verdrag van kracht
Ierland Verdrag met relatief weinig groene normen
Israël Verdrag met relatief weinig groene normen
India Geen verdrag van kracht
Brits gebied in de Indische Oceaan Geen verdrag van kracht
Irak Geen verdrag van kracht
Iran (Islamitische Republiek) Geen verdrag van kracht
IJsland Verdrag met relatief weinig groene normen
Italië Verdrag met relatief weinig groene normen
Jersey Geen verdrag van kracht
Jamaica Verdrag met relatief veel groene normen
Jordanië Verdrag met relatief weinig groene normen
Japan Verdrag met relatief veel groene normen
Kenia Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Kirgizië Geen verdrag van kracht
Cambodja Geen verdrag van kracht
Kiribati Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Comoren Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Saint Kitts en Nevis Verdrag met relatief veel groene normen
Noord-Korea Geen verdrag van kracht
Zuid-Korea Verdrag met relatief veel groene normen
Koeweit Geen verdrag van kracht
Caymaneilanden Geen verdrag van kracht
Kazachstan Verdrag met relatief veel groene normen
Laos Geen verdrag van kracht
Libanon Verdrag met relatief weinig groene normen
Saint Lucia Verdrag met relatief veel groene normen
Liechtenstein Verdrag met relatief weinig groene normen
Sri Lanka Geen verdrag van kracht
Liberia Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Lesotho Verdrag met relatief weinig groene normen
Litouwen Verdrag met relatief weinig groene normen
Luxemburg Verdrag met relatief weinig groene normen
Letland Verdrag met relatief weinig groene normen
Libië Geen verdrag van kracht
Marokko Verdrag met relatief weinig groene normen
Monaco Geen verdrag van kracht
Moldavië Verdrag met relatief veel groene normen
Montenegro (m.i.v. 1 juni 2005) Verdrag met relatief weinig groene normen
Madagaskar Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Marshalleilanden Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië Verdrag met relatief weinig groene normen
Mali Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Birma Geen verdrag van kracht
Mongolië Geen verdrag van kracht
Macau Geen verdrag van kracht
Noordelijke Marianen Geen verdrag van kracht
Mauritanië Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Montserrat Geen verdrag van kracht
Malta Verdrag met relatief weinig groene normen
Mauritius Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Maldiven Geen verdrag van kracht
Malawi Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Mexico Verdrag met relatief weinig groene normen
Maleisië Geen verdrag van kracht
Mozambique Verdrag met relatief weinig groene normen
Namibië Verdrag met relatief weinig groene normen
Nieuw-Caledonië Geen verdrag van kracht
Niger Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Norfolk Geen verdrag van kracht
Nigeria Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Nicaragua Verdrag met relatief veel groene normen
Nederland Nederland
Noorwegen Verdrag met relatief weinig groene normen
Nepal Geen verdrag van kracht
Nauru Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Niue-eilanden Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Nieuw-Zeeland Geen verdrag van kracht
Oman Geen verdrag van kracht
Panama Verdrag met relatief veel groene normen
Peru Verdrag met relatief veel groene normen
Frans-Polynesië Geen verdrag van kracht
Papoea-Nieuw-Guinea Verdrag met relatief weinig groene normen
Filipijnen Geen verdrag van kracht
Pakistan Geen verdrag van kracht
Polen Verdrag met relatief weinig groene normen
Saint Pierre en Miquelon Geen verdrag van kracht
Pitcairneilanden Geen verdrag van kracht
Puerto Rico Geen verdrag van kracht
Gebied onder Palestijnse autoriteit Geen verdrag van kracht
Portugal Verdrag met relatief weinig groene normen
Palau Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Paraguay Geen verdrag van kracht
Qatar Geen verdrag van kracht
Roemenië Verdrag met relatief weinig groene normen
Servië (m.i.v. 1 juni 2005) Verdrag met relatief weinig groene normen
Rusland Geen verdrag van kracht
Rwanda Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Saoedi-Arabië Geen verdrag van kracht
Salomonseilanden Verdrag met relatief weinig groene normen
Seychellen Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Zweden Verdrag met relatief weinig groene normen
Singapore Verdrag met relatief veel groene normen
St. Helena Geen verdrag van kracht
Slovenië Verdrag met relatief weinig groene normen
Slowakije Verdrag met relatief weinig groene normen
Sierra Leone Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
San Marino Verdrag met relatief weinig groene normen
Senegal Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Somalië Verdrag met relatief veel groene normen
Suriname Verdrag met relatief veel groene normen
Sao Tomé en Principe Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
El Salvador Verdrag met relatief veel groene normen
Syrië Verdrag met relatief weinig groene normen
Swaziland Verdrag met relatief weinig groene normen
Turks- en Caicos-eilanden Geen verdrag van kracht
Tsjaad Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Togo Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Thailand Geen verdrag van kracht
Tadzjikistan Geen verdrag van kracht
Oost-Timor Geen verdrag van kracht
Turkmenistan Geen verdrag van kracht
Tunesië Verdrag met relatief weinig groene normen
Tonga Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Turkije Verdrag met relatief weinig groene normen
Trinidad en Tobago Verdrag met relatief veel groene normen
Tuvalu Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Tanzania (Verenigde Republiek) Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Oekraïne Verdrag met relatief veel groene normen
Oeganda Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Verenigd Koninkrijk Verdrag met relatief veel groene normen
Verafgelegen eilandjes van de Verenigde Staten Geen verdrag van kracht
Verenigde Staten van Amerika Geen verdrag van kracht
Uruguay Geen verdrag van kracht
Oezbekistan Geen verdrag van kracht
Vaticaanstad Geen verdrag van kracht
Saint Vincent en de Grenadines Verdrag met relatief veel groene normen
Venezuela Geen verdrag van kracht
Britse Maagdeneilanden Geen verdrag van kracht
Amerikaanse Maagdeneilanden Geen verdrag van kracht
Vietnam Verdrag met relatief veel groene normen
Vanuatu Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Wallis- en Futuna-eilanden Geen verdrag van kracht
Samoa (Vroegere West-Samoa) Verdrag met relatief weinig groene normen
Jemen Geen verdrag van kracht
Zuid-Afrika Verdrag met relatief weinig groene normen
Zambia Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Zimbabwe Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Frankrijk Verdrag met relatief weinig groene normen
Saint Barthelemy Geen verdrag van kracht
South-Sudan Geen verdrag van kracht
Soedan Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen
Bouveteiland Geen data beschikbaar
Cocoseilanden Geen data beschikbaar
Christmas Island Geen data beschikbaar
Westelijke Sahara Verdrag met relatief weinig groene normen
Isle of Man Geen data beschikbaar
Spitsbergen Geen data beschikbaar
Aksai Chin Geen data beschikbaar
Arunachal Pradesh Geen verdrag van kracht
Demchok Geen data beschikbaar
Halaib Triangle Geen data beschikbaar
Ilemi Triangle Geen data beschikbaar
Jammu en Kasjmir Geen verdrag van kracht
Koerilen Geen data beschikbaar
Bir Tawil Geen data beschikbaar
Abyei Geen data beschikbaar
Bron: CBS, DESTA en TREND

3.5Arbeidsnormen

Handelsverdragen gaan allang niet meer alleen over tarieven en markttoegang van goederen en diensten. Aspecten als openbare aanbestedingen, duurzaamheid, mededinging en samenwerking op het gebied van regelgeving, en effecten op de arbeidsmarkt zijn ook onderdelen van handelsverdragen (Van den Berg, 2016). Het opnemen van arbeidsrechten in internationale handelsverdragen kwam bijvoorbeeld voor het eerst ter sprake tijdens de Bretton-Woods onderhandelingen in 1945–1946. In Artikel 7 van het Havana handvest valt te lezen:

‘The Members recognize that measures relating to employment must take fully into account the rights of workers under inter-governmental declarations, conventions and agreements. They recognize that all countries have a common interest in the achievement and maintenance of labour standards related to productivity, and thus in the improvement of wages and working conditions as productivity may permit. The Members recognize that unfair labour conditions, particularly in production for export, create difficulties in international trade, and, accordingly, each Member shall take whatever action may be appropriate and feasible to eliminate such conditions within its territory (cited in Alben 2001, p. 1431)’.

Hier werd echter geen praktisch vervolg aan gegeven tot aan de oprichting van de WTO in 1994. Zoals in paragraaf 3.3 al is betoogd, ageerden met name ontwikkelingslanden tegen de opname van arbeidsnormen in handelsverdragen, omdat zij bang waren dat deze als protectionistisch instrument gebruikt zouden kunnen worden door meer ontwikkelde landen. Als reactie daarop werd in de Singapore Declaration van 1996 vastgelegd dat een apart orgaan, namelijk de International Labour Office (ILO), zich exclusief zou richten op het internationaal arbeidsrecht, waarmee dit thema dus buiten de agenda van de WTO zou blijven. Vanaf dat moment zijn arbeidsnormen steeds vaker onderdeel van internationale handelsverdragen geworden.

Arbeidsnormen gedefinieerd en gemeten via LABPTA-database

We baseren ons in deze paragraaf over arbeidsnormen op de LABPTA-database (LABour Provisions in Trade Agreements) van Raess en Sari (2018). Zij definiëren een labour provision of arbeidsnorm in een handelsverdrag als een regel of voorschrift die gericht is op het beschermen en/of verbeteren van de rechten van arbeiders en werkomstandigheden. Zij coderen een arbeidsnorm wanneer een handelsverdrag een hoofdstuk, artikel, paragraaf of zin bevat waarin een bepaalde commitment wordt uitgesproken aan een aan arbeidsrechten of werkomstandigheden gerelateerd onderwerp.

Raess en Sari kijken verder niet naar bredere vormen van sociale bescherming zoals sociale zekerheid met betrekking tot gezondheid, ouderdom of werkloosheid. Ook provisies op het gebied van het actief creëren van werkgelegenheid, opleidingen of andere zaken die gepaard gaan met het aanbod van arbeid worden niet gecodeerd als arbeidsnorm in LABPTA. Ten slotte worden ook provisies met betrekking tot bijvoorbeeld vrij verkeer van personen en de behandeling van arbeidsmigranten niet meegenomen als arbeidsnorm in LABPTA.

Arbeidsnormen steeds vaker onderdeel van handelsverdragen

In figuur 3.5.1 is per jaar het aantal handelsverdragen te zien waar Nederland via de EU deel van uitmaakt, onderverdeeld naar de mate waarin deze verdragen arbeidsnormen bevatten. Duidelijk zichtbaar is dat Nederland door de jaren heen niet alleen partij is geworden in meer handelsverdragen, maar ook dat deze verdragen steeds dieper zijn geworden. De kleine afnames in 1993 en 2004 komen voort uit een samenvoeging van verschillende verdragen die gezamenlijk de EU definiëren. Verder valt te zien dat de groei in het totaal aantal handelsverdragen vanaf 2015 vooral in (vooralsnog) niet gedocumenteerde handelsverdragen zit. Dit heeft te maken met het feit dat DESTA en LABPTA ook rekening houden met handelsverdragen die nog in onderhandeling zijn. Er gaat namelijk enige tijd overheen voordat handelsverdragen in het proces van onderhandeling via ratificatie naar van kracht gaan.

3.5.1 Cumulatieve aantal handelsverdragen waar Nederland deel van uitmaakt, onderverdeeld naar aanwezigheid van arbeidsnormen1) (Aantal)
Jaar Provisies onbekend Geen arbeidsnormen Oppervlakkige arbeidsnormen Uitgebreide arbeidsnormen
1990 20 . . .
1991 20 1 . .
1992 20 1 1 .
1993 20 2 1 2
1994 15 2 1 5
1995 16 5 1 6
1996 15 6 1 6
1997 15 6 1 6
1998 14 4 1 9
1999 14 3 1 10
2000 12 5 1 12
2001 12 5 1 12
2002 10 7 2 12
2003 10 7 2 13
2004 6 8 2 7
2005 5 10 2 7
2006 4 10 2 8
2007 4 10 2 6
2008 4 10 2 7
2009 4 12 2 8
2010 4 12 2 9
2011 4 12 2 10
2012 5 12 2 10
2013 4 11 2 13
2014 4 11 2 14
2015 4 11 2 16
2016 5 11 2 17
2017 6 11 2 18
2018 6 11 2 18
2019 9 11 2 18
2020 10 11 2 19
2021 11 11 2 19
2022 11 11 2 19
Bron: DESTA en LABPTA
1)Oppervlakkige arbeidsnormen zijn "aspirational" arbeidsnormen die alleen in het voorwoord van een verdrag voorkomen, terwijl uitgebreide arbeidsnormen in enig andere categorie voorkomen.
23 handelsafspraken met uitgebreide arbeidsnormen had Nederland in 2020

Ook wanneer we naar het aantal handelspartners kijken waar Nederland (via de EU) een verdrag mee heeft zien we een gestage toename (figuur 3.5.2). Een opmerkelijke ontwikkeling is te zien in 2003. In dat jaar sloot de EU het Cotonou Verdrag af met 78 landen in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS landen). Dit verdrag verving de Lomé conventie, die weliswaar niet gecodeerd is in LABPTA, maar duidelijk is wel dat het Cotonou Verdrag veel verder ging op het gebied van duurzame ontwikkeling (zie ook paragraaf 3.4). Deze ACS-landen zien we ook duidelijk terugkomen in figuur 3.5.3, die de meest recente stand van zaken toont met betrekking tot de verdragspartners van Nederland en de arbeidsnormen die al dan niet onderdeel zijn van deze handelsverdragen.

3.5.2 Cumulatieve aantal handelsverdragspartners van Nederland, onderverdeeld naar aanwezigheid van arbeidsnormen1) (Aantal)
Jaar Provisies onbekend Geen arbeidsnormen Oppervlakkige arbeidsnormen Uitgebreide arbeidsnormen
1990 95 . . .
1991 98 1 . .
1992 98 1 1 .
1993 98 2 1 2
1994 93 2 1 9
1995 96 5 1 8
1996 95 6 1 8
1997 95 6 1 8
1998 94 4 1 11
1999 94 3 1 12
2000 92 5 1 14
2001 92 5 1 14
2002 90 7 2 14
2003 23 7 2 90
2004 29 8 2 84
2005 18 10 2 94
2006 17 10 2 95
2007 19 10 2 93
2008 19 10 2 93
2009 29 13 2 81
2010 29 13 2 82
2011 27 13 2 85
2012 31 13 2 81
2013 31 12 2 90
2014 31 12 2 91
2015 31 12 2 93
2016 37 12 2 88
2017 38 12 2 90
2018 38 13 2 89
2019 42 13 2 88
2020 43 14 2 88
2021 43 14 2 88
2022 43 14 2 88
Bron: DESTA en LABPTA
1)Oppervlakkige arbeidsnormen zijn "aspirational" arbeidsnormen die alleen in het voorwoord van een verdrag voorkomen, terwijl uitgebreide arbeidsnormen in enig andere categorie voorkomen.
3.5.3 Overzicht van handelspartners en verdragen met arbeidsnormen, 2021
Wereld Verdrag met arbeidsnorm
Andorra Verdrag zonder arbeidsnormen
Verenigde Arabische Emiraten Geen handelsverdrag
Afghanistan Geen handelsverdrag
Antigua en Barbuda Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Anguilla Geen handelsverdrag
Albanië Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Armenië Ongedocumenteerd verdrag
Curaçao Geen handelsverdrag
Angola Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Antarctica Geen handelsverdrag
Argentinië Geen handelsverdrag
Samoa Amerikaans Geen handelsverdrag
Oostenrijk Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Australië Geen handelsverdrag
Aruba Geen handelsverdrag
Azerbeidzjan Geen handelsverdrag
Bosnië-Herzegovina Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Barbados Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Bangladesh Geen handelsverdrag
België Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Burkina Faso Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Bulgarije Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Bahrein Geen handelsverdrag
Boeroendi Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Benin Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Bermuda Geen handelsverdrag
Brunei Geen handelsverdrag
Bolivia Geen handelsverdrag
Brazilië Geen handelsverdrag
Bahamas Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Bhutan Geen handelsverdrag
Botswana Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Wit-Rusland Geen handelsverdrag
Belize Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Canada Ongedocumenteerd verdrag
Congo, Democratische Republiek Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Centraal-Afrikaanse Republiek Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Congo Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Zwitserland Verdrag zonder arbeidsnormen
Ivoorkust Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Cookeilanden Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Chili Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Kameroen Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
China Geen handelsverdrag
Colombia Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Clipperton-eiland Geen handelsverdrag
Costa Rica Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Cuba Geen handelsverdrag
Kaapverdië Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Cyprus Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Tsjechië Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Duitsland Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Djibouti Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Denemarken Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Dominica Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Dominicaanse Republiek Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Algerije Verdrag zonder arbeidsnormen
Ecuador Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Estland Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Egypte Verdrag zonder arbeidsnormen
Griekenland Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Eritrea Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Spanje Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Ethiopië Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Finland Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Fiji Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Falklandeilanden Geen handelsverdrag
Micronesië(Federale Staten) Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Faeröer Verdrag met oppervlakkige arbeidsnormen
Gabon Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Grenada Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Georgië Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Guernsey Geen handelsverdrag
Ghana Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Gibraltar Geen handelsverdrag
Groenland Geen handelsverdrag
Gambia Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Guinee Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Equatoriaal-Guinee Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Zuid-Georgië en de Zuid-Sandwicheilanden Geen handelsverdrag
Guatemala Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Guam Geen handelsverdrag
Guinee-Bissau Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Guyana Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Hongkong Geen handelsverdrag
Heard- en McDonaldeilanden Geen handelsverdrag
Honduras Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Kroatië Verdrag zonder arbeidsnormen
Haïti Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Hongarije Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Indonesië Geen handelsverdrag
Ierland Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Israël Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
India Geen handelsverdrag
Brits gebied in de Indische Oceaan Geen handelsverdrag
Irak Geen handelsverdrag
Iran (Islamitische Republiek) Geen handelsverdrag
IJsland Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Italië Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Jersey Geen handelsverdrag
Jamaica Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Jordanië Verdrag met oppervlakkige arbeidsnormen
Japan Ongedocumenteerd verdrag
Kenia Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Kirgizië Geen handelsverdrag
Cambodja Geen handelsverdrag
Kiribati Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Comoren Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Saint Kitts en Nevis Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Noord-Korea Geen handelsverdrag
Zuid-Korea Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Koeweit Geen handelsverdrag
Caymaneilanden Geen handelsverdrag
Kazachstan Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Laos Geen handelsverdrag
Libanon Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Saint Lucia Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Liechtenstein Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Sri Lanka Geen handelsverdrag
Liberia Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Lesotho Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Litouwen Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Luxemburg Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Letland Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Libië Geen handelsverdrag
Marokko Verdrag zonder arbeidsnormen
Monaco Geen handelsverdrag
Moldavië Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Montenegro (m.i.v. 1 juni 2005) Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Madagaskar Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Marshalleilanden Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Mali Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Birma Geen handelsverdrag
Mongolië Geen handelsverdrag
Macau Geen handelsverdrag
Noordelijke Marianen Geen handelsverdrag
Mauritanië Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Montserrat Geen handelsverdrag
Malta Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Mauritius Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Maldiven Geen handelsverdrag
Malawi Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Mexico Verdrag zonder arbeidsnormen
Maleisië Geen handelsverdrag
Mozambique Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Namibië Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Nieuw-Caledonië Geen handelsverdrag
Niger Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Norfolk Geen handelsverdrag
Nigeria Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Nicaragua Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Nederland Nederland
Noorwegen Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Nepal Geen handelsverdrag
Nauru Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Niue-eilanden Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Nieuw-Zeeland Geen handelsverdrag
Oman Geen handelsverdrag
Panama Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Peru Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Frans-Polynesië Geen handelsverdrag
Papoea-Nieuw-Guinea Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Filipijnen Geen handelsverdrag
Pakistan Geen handelsverdrag
Polen Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Saint Pierre en Miquelon Geen handelsverdrag
Pitcairneilanden Geen handelsverdrag
Puerto Rico Geen handelsverdrag
Gebied onder Palestijnse autoriteit Geen handelsverdrag
Portugal Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Palau Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Paraguay Geen handelsverdrag
Qatar Geen handelsverdrag
Roemenië Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Servië (m.i.v. 1 juni 2005) Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Rusland Geen handelsverdrag
Rwanda Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Saoedi-Arabië Geen handelsverdrag
Salomonseilanden Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Seychellen Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Zweden Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Singapore Ongedocumenteerd verdrag
St. Helena Geen handelsverdrag
Slovenië Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Slowakije Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Sierra Leone Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
San Marino Verdrag zonder arbeidsnormen
Senegal Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Somalië Ongedocumenteerd verdrag
Suriname Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Sao Tomé en Principe Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
El Salvador Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Syrië Ongedocumenteerd verdrag
Swaziland Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Turks- en Caicos-eilanden Geen handelsverdrag
Tsjaad Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Togo Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Thailand Geen handelsverdrag
Tadzjikistan Geen handelsverdrag
Oost-Timor Geen handelsverdrag
Turkmenistan Geen handelsverdrag
Tunesië Verdrag zonder arbeidsnormen
Tonga Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Turkije Verdrag zonder arbeidsnormen
Trinidad en Tobago Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Tuvalu Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Tanzania (Verenigde Republiek) Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Oekraïne Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Oeganda Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Verenigd Koninkrijk Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Verafgelegen eilandjes van de Verenigde Staten Geen handelsverdrag
Verenigde Staten van Amerika Geen handelsverdrag
Uruguay Geen handelsverdrag
Oezbekistan Geen handelsverdrag
Vaticaanstad Geen handelsverdrag
Saint Vincent en de Grenadines Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Venezuela Geen handelsverdrag
Britse Maagdeneilanden Geen handelsverdrag
Amerikaanse Maagdeneilanden Geen handelsverdrag
Vietnam Ongedocumenteerd verdrag
Vanuatu Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Wallis- en Futuna-eilanden Geen handelsverdrag
Samoa (Vroegere West-Samoa) Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Jemen Geen handelsverdrag
Zuid-Afrika Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Zambia Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Zimbabwe Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Frankrijk Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Saint Barthelemy Geen handelsverdrag
South-Sudan Geen handelsverdrag
Soedan Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen
Bouveteiland Geen data beschikbaar
Cocoseilanden Geen data beschikbaar
Christmas Island Geen data beschikbaar
Westelijke Sahara Verdrag zonder arbeidsnormen
Isle of Man Geen data beschikbaar
Spitsbergen Geen data beschikbaar
Aksai Chin Geen data beschikbaar
Arunachal Pradesh Geen handelsverdrag
Demchok Geen data beschikbaar
Halaib Triangle Geen data beschikbaar
Ilemi Triangle Geen data beschikbaar
Jammu en Kasjmir Geen handelsverdrag
Koerilen Geen data beschikbaar
Bir Tawil Geen data beschikbaar
Abyei Geen data beschikbaar
Bron: CBS, DESTA en LABPTA

Dat Nederland met name met ontwikkelingslanden relatief verregaande afspraken aangaande de bescherming van arbeidsnormen heeft, heeft voor een groot deel te maken met het willen voorkomen van de eerder genoemde race to the bottom waarbij economische activiteiten zich verplaatsen naar de landen met de minste regels op het gebied van duurzaamheid (zie paragraaf 3.3). Door relatief strikte afspraken op het gebied van arbeidsomstandigheden af te dwingen in handelsverdragen pogen ontwikkelde landen het risico hierop te verkleinen, omdat ontwikkelingslanden daardoor relatief minder aantrekkelijk worden als vestigingsplaats. Bij dat beeld past ook de bevinding van Raess et al. (2018) dat nationale vakbonden een belangrijke drijvende kracht zijn achter de toename van arbeidsnormen in handelsverdragen. De zorg van ontwikkelingslanden dat dergelijke arbeidsnormen ook als protectionistisch instrument kunnen fungeren is daarmee ook niet uit te sluiten. Het gros van alle diepe handelsverdragen waarin arbeidsnormen zijn opgenomen is immers gesloten tussen ontwikkelde en ontwikkelingslanden (Raess en Sari, 2018).

Soorten arbeidsnormen in LABPTA-database

Zoals hiervoor besproken (zie leeskader) coderen Raess en Sari (2018) provisies in handelsverdragen die gericht zijn op het beschermen en verbeteren van arbeidsrechten en werkomstandigheden. Hun coderingssystematiek begint met een tekstanalyse van 487 handelsverdragen, waarbij ze zoeken naar sleutelwoorden zoals ‘labour, employ, work, strike, ILO’. De hoofdstukken, artikelen, paragrafen of zinnen die in deze tekstanalyse gevlagd worden classificeren ze daarna volgens hun eigen coderingsschema. Dit schema onderscheidt 140 verschillende arbeidsnormen, waarbij normen zijn gecategoriseerd in zes afzonderlijke dimensies.

De meest algemene dimensie betreft de zogeheten aspirational statements, ofwel het uitspreken van een bepaalde intentie. De scope, of inhoudelijke reikwijdte, van de arbeidsnormen in handelsverdragen wordt geoperationaliseerd aan de hand van twee dimensies: (1) substantive commitments, ofwel substantiële inhoudelijke toezeggingen, en (2) cooperation commitments, toezeggingen met betrekking tot samenwerking. De mate van afdwingbaarheid van afspraken wordt geoperationaliseerd in drie dimensies: verplichtingen (obligations), handhaving (enforceability) en toezichthoudende instituties (institutions). Iedere arbeidsnorm wordt op deze zes dimensies gescoord met een waarde 1 als de betreffende dimensie van toepassing is en nul anderszins. We bespreken iedere dimensie hieronder kort, waarbij we ook een aantal illustratieve voorbeelden geven.

Substantiële inhoudelijke toezeggingen vallen uiteen in toezeggingen met betrekking tot internationale of nationale wetgeving. Zo staat er in het verdrag tussen de EFTA-landen en Montenegro de provisie dat beide partijen de verplichtingen die voortvloeien uit de ILO-verklaring van 1996 erkennen en respecteren, specifiek wanneer het gaat om:

  • de vrijheid tot het oprichten van vakverenigingen en de daadwerkelijke erkenning van het recht op collectieve onderhandelingen;
  • de afschaffing van alle vormen van gedwongen of verplichte arbeid;
  • de daadwerkelijke afschaffing van kinderarbeid;
  • de uitbanning van discriminatie in arbeid en beroep.

De feitelijke provisie in het hierboven genoemde verdrag wordt in LABPTA gecodeerd langs de dimensie substantiële inhoudelijke toezegging uiteenvallend in acht verschillende arbeidsnormen, waaronder gelijke beloning voor mannen en vrouwen voor gelijke werkzaamheden en het instellen van een minimumleeftijd voor het verrichten van werkzaamheden.

Toezeggingen met betrekking tot samenwerking hebben logischerwijs betrekking op arbeidsnormen waarin partijen afspreken samen te werken, bijvoorbeeld op het gebied van de hervorming van het arbeidsrecht.

Figuur 3.5.4 en 3.5.5 tonen een overzicht van de meest voorkomende arbeidsnormen in LABPTA in termen van inhoudelijke reikwijdte. De figuren laten tevens zien in hoeveel handelsverdragen deze normen voorkomen en ook specifiek voor Nederland. De twee meest voorkomende arbeidsnormen op het gebied van inhoudelijke toezeggingen zijn enforcement of domestic laws, non-derogation en ILO 1998 Declaration. Enforcement of domestic laws is eenvoudigweg een toezegging om nationale wetten effectief te handhaven. Non-derogation betreft de toezegging dat een land haar competitieve positie, bijvoorbeeld met betrekking tot internationale handel of investeringen, niet zal proberen te verbeteren door arbeidsrechten te beperken. De ILO 1998 Declaration norm betreft een toezegging om de verplichtingen die voortvloeien uit deze verklaring uit 1998 te erkennen en te respecteren. Op het gebied van samenwerking worden het vaakst afspraken gemaakt die gaan over gezondheid en veiligheid in de context van de verbetering van werkomstandigheden en over industrial relations, waarmee bijvoorbeeld samenwerking op het gebied van capacity building ten behoeve van sociale partners wordt bedoeld. In de handelsverdragen waar Nederland partij in is worden andere accenten gelegd. Zo valt met name op dat zowel op het gebied van inhoudelijke toezeggingen als op het gebied van samenwerking eliminatie van discriminatie en gelijke beloning voor mannen en vrouwen voor gelijke werkzaamheden relatief veel vaker worden opgenomen in verdragen dan de andere arbeidsnormen.

3.5.4 De meest voorkomende arbeidsnormen op het gebied van inhoudelijke toezeggingen in termen van reikwijdte (Frequentie)
Arbeidsnorm Alle verdragen Verdragen met Nederland
Handhaving van
nationale wetgeving
49 5
Non-derogatie 47 5
IAO verklaring 1998 47 4
Verbod op
kinderarbeid
43 7
Collectieve
onderhandelingen
43 7
Uitbannen van
dwangarbeid
43 7
Minimum werkleeftijd 43 7
Vereniging, organiseren
en staken
43 7
Gelijk werk, gelijk
loon (man/vrouw)
42 12
Afschaffen van
discriminatie
42 12
Gezondheid en veiligheid 30 7
Werkomstandigheden 24 6
Internationaal erkende
arbeidsnormen
18 3
Waardig werk 18 5
Werktijden 15 2
VN ECOSOC ministeriële
verklaring
14 5
Maatschappelijk
verantwoord ondernemen
13 4
IAO verklaring 2008 8 1
Bron: DESTA en LABPTA
3.5.5 De meest voorkomende arbeidsnormen op het gebied van samenwerking in termen van reikwijdte (Frequentie)
Arbeidsnorm Alle verdragen Verdragen met Nederland
Gezondheid en
veiligheid
54 11
Arbeidsverhoudingen 53 10
Arbeidsadministratie
en inspectie
45 5
Afschaffen van
discriminatie
44 14
Gelijk werk, gelijk
loon (man/vrouw)
43 14
Werkomstandigheden 39 6
Collectieve
onderhandelingen
37 6
Vereniging,
organiseren en staken
35 6
Arbeidswetten 35 3
Verbod op kinderarbeid 34 6
Minimum werkleeftijd 34 6
Uitbannen van
dwangarbeid
32 6
Gendergelijkheid 27 7
IAO verklaring 1998 26 1
Waardig werk 20 5
Non-derogatie 14 5
Internationaal
erkende arbeidsnormen
10 3
Bron: DESTA en LABPTA

De drie dimensies verplichtingen, handhaving en toezichthoudende instituties hebben allemaal betrekking op de mate waarin arbeidsnormen enige vorm van bindende kracht hebben. Bij de dimensie verplichtingen wordt er in het coderingsproces gekeken naar het specifieke woordgebruik bij een provisie in een verdrag. Als er bijvoorbeeld ‘shall’, ‘will’, of ‘agree’ staat, dan weegt dit zwaarder door dan wanneer ‘should’ of ‘strive to ensure’ wordt gebruikt. Bij handhaving ligt de focus op het model van dispute settlement mechanisms oftewel staatsarbitrage: in welke mate hebben verdragspartners toegang tot onafhankelijke rechtsvorming wanneer zij vinden dat een arbeidsnorm niet wordt nageleefd? De dimensie instituties betreft de mate waarin de institutionele inrichting bijdraagt aan het monitoren en evalueren van de naleving van arbeidsnormen. Een voorbeeld hiervan komt uit het verdrag uit 2011 tussen de EU en Zuid-Korea, waarin een paragraaf is opgenomen die volledig gewijd is aan de institutionele setting. Daarin spreken beide partijen onder andere af dat er een organisatie en binnenlandse adviesgroepen zullen worden opgericht die toezien op en adviseren bij de implementatie van de afspraken op arbeidsgebied. Onder deze noemer worden ook afspraken gecodeerd met betrekking tot ex-post onderzoek naar het effect van arbeidsnormen. Een voorbeeld van een verdrag waarin een dergelijke norm is opgenomen betreft dat tussen de EU en Colombia en Peru uit 2012.

Onderstaande figuren geven een overzicht van de meest voorkomende arbeidsnormen langs de dimensies verplichtingen (figuur 3.5.6) en handhaving (figuur 3.5.7). Onder de noemer verplichtingen zien we dezelfde veelvoorkomende normen opduiken: de verplichting om nationale wetten effectief te handhaven, de eerder besproken non-derogation belofte, gelijke beloning voor mannen en vrouwen en de eliminatie van discriminatie. Ook bij de dimensie handhaving is de verplichting om nationale wetten effectief te handhaven, niet heel verrassend, de meest voorkomende norm.

3.5.6 De meest voorkomende arbeidsnormen langs de dimensie verplichtingen in termen van afdwingbaarheid (Frequentie)
Arbeidsnorm Alle verdragen Verdragen met Nederland
Handhaving van
nationale wetgeving
45 5
Gelijk werk, gelijk
loon (man/vrouw)
29 10
Non-derogatie 29 5
Afschaffen van
discriminatie
29 10
Vereniging, organiseren
en staken
22 5
Collectieve
onderhandelingen
22 5
Uitbannen van
dwangarbeid
22 5
Verbod op
kinderarbeid
21 5
Minimum werkleeftijd 21 5
Gezondheid en veiligheid 18 7
Werkomstandigheden 13 5
IAO verklaring 1998 12 2
Werktijden 6 2
Waardig werk 6 1
Maatschappelijk
verantwoord ondernemen
2 1
VN ECOSOC ministeriële
verklaring
1 1
Bron: DESTA en LABPTA
3.5.7 De meest voorkomende arbeidsnormen langs de dimensie handhaving in termen van afdwingbaarheid (Frequentie)
Arbeidsnormen Alle verdragen Verdragen met Nederland
Vereniging, organiseren
en staken
28 6
Afschaffen van
discriminatie
20 6
Verbod op kinderarbeid 27 6
Collectieve
onderhandelingen
28 6
Minimum werkleeftijd 28 6
Gelijk werk, gelijk
loon (man/vrouw)
20 6
Uitbannen van
dwangarbeid
28 6
Waardig werk 8 5
Handhaving van
nationale wetgeving
31 5
Non-derogatie 20 5
IAO verklaring 1998 18 4
VN ECOSOC ministeriële
verklaring
7 4
Maatschappelijk
verantwoord ondernemen
5 3
Internationaal erkende
arbeidsnormen
6 3
IAO verklaring 2008 2 1
Bron: DESTA en LABPTA

De zesde dimensie betreft de zogeheten aspirational statements, arbeidsnormen die gebaseerd op teksten uit de preambule van handelsverdragen. Deze normen onderscheiden zich van de andere vijf dimensies doordat hier doorgaans geen rechten aan kunnen worden ontleend, het gaat uitsluitend om het uitspreken van bepaalde intenties. Intentie om de werkomstandigheden te verbeteren (improve working conditions) komt het meest voor als gecodeerde arbeidsnorm binnen deze dimensie.

3.6Samenvatting en conclusie

Internationale handel is voor veel landen een belangrijke bron van inkomsten en welvaart. Dit geldt bijvoorbeeld voor Nederland, maar ook ontwikkelingslanden kijken vaak naar internationale handel als aanjager van hun economische ontwikkeling. De mondiale uitdaging daarbij is ervoor te zorgen dat dit een duurzame ontwikkeling is, waarbij de voordelen van handel bij een zo breed mogelijk publiek terecht komen en bovendien niet ten koste gaan van bijvoorbeeld het milieu. Het maken van internationale afspraken over verschillende aspecten van duurzaamheid en inclusiviteit is daarbij van groot belang. Als dit immers niet gedaan wordt kunnen vervuilende of anderzijds ongewenste productiepraktijken voortgezet worden in landen met minder strikte of minder goed gehandhaafde regelgeving op het gebied van duurzaamheid of arbeidsrecht waardoor economische ontwikkeling ten koste kan gaan van duurzaamheid of waarbij de concurrentiepositie van op dit vlak ambitieuze landen verslechtert.

In dit hoofdstuk is gekeken naar de verdieping van handelsverdragen, waarmee bedoeld wordt dat zij steeds nadrukkelijker betrekking hebben op zaken die niet direct gaan over het verlagen van handelsbarrières in de vorm van importtarieven. Specifiek hebben we gekeken naar de opname van afspraken rondom milieu- en arbeidsrechtbescherming in handelsverdragen. Zo hebben we laten zien dat Nederland, via haar deelname aan de Europese Unie, met steeds meer landen handelsverdragen afsluit en dat deze steeds uitgebreidere afspraken op het gebied van milieu en arbeidsrecht bevatten. Dit past in de algemene beleidslijn van de Europese Unie, die sinds het verdrag met Zuid-Korea van 2011 standaard een hoofdstuk over Trade and Sustainable Development (TSD) opneemt in handelsverdragen.

Een logische vervolgvraag op deze beschrijvende analyse is uiteraard wat de gevolgen van deze afspraken zijn. Hebben zij inderdaad een positieve invloed op het gebied van duurzaamheid in brede zin? En zijn de zorgen van ontwikkelingslanden gefundeerd dat dit soort afspraken een protectionistische praktische toepassing kunnen hebben? Deze vragen komen in het volgende hoofdstuk aan bod.

3.7Literatuur

Open literatuurlijst

Literatuur

Bagwell, K. & Staiger, R. W. (2001). Domestic policies, national sovereignty, and international economic institutions. The Quarterly Journal of Economics, 116(2), 519–562.

Baier, S. & Bergstrand, J. (2007). Do free trade agreements actually increase members’ international trade? Journal of International Economics, 71(1), 72–95.

Berg, van den, M. (2016). Naar een maatschappelijk verantwoord handels- en investeringsregime. Economische en Statistische Berichten (ESB), 101(4744).

Brandi, C., Schwab, J., Berger, A. & Morin, J. F. (2020). Do environmental provisions in trade agreements make exports from developing countries greener? World Development, 129, 104899.

Càrrere, C., Olarreaga, M. & Raess, D. (2022). Labor clauses in trade agreements: Hidden protectionism? The review of international organizations17, 453–483.

Cats, R. (26 jan 2022). Brussel heeft moeite handelsakkoorden te sluiten vanwege milieu- en arbeidseisen. Het Financieele Dagblad.

CBS (2021). Internationaliseringsmonitor 2021, derde kwartaal: Niet-tarifaire maatregelen. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Davies, R. B. & Vadlamannati, K. C. (2013). A race to the bottom in labor standards? An empirical investigationJournal of Development Economics, 103, 1–14.

Europese Commissie (2022). Commission unveils new approach to trade agreements to promote green and just growth.

Europese Commissie (2023a). Negotiations and agreements.

Europese Commissie (2023b). How to read a trade agreement.

Evofenedex (2022). Europese Unie en Nieuw-Zeeland sluiten handelsovereenkomst.

Hofmann, C., Osnago, A. & Ruta, M. (2017). Horizontal depth: a new database on the content of preferential trade agreements. World Bank Policy Research Working Paper, (7981).

Kaushal, L. A. (2022). Impact of regional trade agreements on export efficiency – A case study of India. Cogent Economics & Finance, 10(1), 2008090.

Krasner, S. D. (2002). State power and the structure of international trade. In International political economy (pp. 19–36). Routledge.

Martinez-Zarzoso, I. & Kruse, H. W. (2019). Are Labour Provisions in Free Trade Agreements Improving Labour Conditions? Open Economies Review, 30, 975–1003.

Mattoo, A., Rocha, N. & Ruta, M. (2020). The evolution of deep trade agreements. Policy Research Working Paper 9283. Washington, DC: World Bank.

Mattoo, A., Rocha, N. & Ruta, M. (Red). (2020). Handbook of deep trade agreements. World Bank Publications.

Morin, J. F., Dür, A. & Lechner, L. (2018). Mapping the trade and environment nexus: Insights from a new dataset. Global Environmental Politics18(1), 122–139.

Niu, Z., Liu, C., Gunessee, S., & Milner, C. (2018). Non-tariff and overall protection: evidence across countries and over time. Review of World Economics, 154, 675–703.

Stam L. & Kempen, R. (2022). Duurzame handel: een brede agenda. VNO-NCW.

Raess, D. & Sari, D. (2018). Labor Provisions in Trade Agreements (LABPTA): Introducing a New Dataset. Global Policy, 9(4), 451–466.

Raess, D. & Sari, D. (2021). Labor Provisions in Trade Agreements (LABPTA) Codebook and Coding, 1990–2015. Colchester, Essex: UK Data Service.

Raess, D., Dür, A. & Sari, D. (2018). Protecting labor rights in preferential trade agreements: The role of trade unions, left governments, and skilled labor. Review of International Organizations, 13(2), 143–162.

Schreinemacher, L. (2023). Buitenlands beleid en handelspolitiek: Brief van de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Kamerstuk 31 985 No. 80.

Tanaka, S., Teshima, K. & Verhoogen, E. (2022). North-South displacement effects of environmental regulation: The case of battery recyclingAmerican Economic Review: Insights, 4(3), 271–288.

Timini, J. (2023). Revisiting the ‘Cobden-Chevalier network’ trade and welfare effects. Explorations in Economic History, 89, 101480.

Noten

De afkorting CITES staat voor Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora. Dit multilaterale verdrag heeft tot doel te voorkomen dat soorten in het wild uitsterven of sterk in aantal dalen als gevolg van internationale handel. De handel in bepaalde (bedreigde) diersoorten is in het kader van de CITES-conventie geheel verboden.

In dit IM hoofdstuk worden veelvuldig voorbeelden gegeven van feitelijke afspraken in bestaande handelsverdragen. Dit betreft een vrije vertaling naar het Nederlands van de officiële Engelstalige provisieteksten.

In het afgelopen decennium zijn er verschillende initiatieven geweest om de vele nieuwe bepalingen in diepere handelsverdragen vast te leggen. De twee meest voorname initiatieven zijn dat van de Wereldbank en van DESTA. Beiden pogen de kwalitatieve inhoud van handelsverdragen te coderen en te compartimenteren in verschillende beleidsterreinen. Vanwege datatechnische overwegingen is er voor dit onderzoek gekozen voor DESTA als uitgangspunt.

Zie de website van het TREND-analytics project op https://klimalog.idos-research.de/trend/index.html.

De bespreking van de 8 hoofdcategorieën betreft een vrije vertaling van de website van het TREND-analytics project. Zie https://klimalog.idos-research.de/trend/about-trend.html.

Van belang is op te merken dat het hier niet gaat om handelsregulering in het kader van niet-tarifaire maatregelen (NTM’s).

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

niets (blanco) een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
0 (0,0) het cijfer is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
* voorlopige cijfers
** nader voorlopige cijfers
- (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
2016–2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/’17 oogstjaar, boekjaar, schooljaar, enz. beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2004/’05-2016/’17 oogstjaar enz., 2004/’05 tot en met 2016/’17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

Nieke Aerts

Marcel van den Berg

Timon Bohn

Sarah Creemers

Dennis Dahlmans

Loe Franssen

Dio Limpens

Angie Mounir

Pascal Ramaekers

Janneke Rooyakkers

Christiaan Visser

Manon Weusten

Khee Fung Wong

Redactie

Sarah Creemers

Janneke Rooyakkers

Manon Weusten

Eindredactie

Janneke Rooyakkers

Manon Weusten

Dankwoord

We danken de volgende personen voor hun constructieve bijdrage aan deze editie van de Internationaliseringsmonitor:

Vasant Bhoendi

Deirdre Bosch

Roel Delahaye

Marjolijn Jaarsma

Tom Notten

Niels Schoenaker

Adam Walker

Chris Wolbers

CBS CCN Logistiek

CBS CCN Redactie en Visualisatie

CBS Vertaalbureau