Duurzaamheidsafspraken in handelsverdragen
Internationale handel is een belangrijke bron van inkomsten en welvaart voor veel landen. Om er echter zeker van te zijn dat de economische ontwikkeling die hieruit voortkomt van duurzame aard is, is het belangrijk om internationale afspraken te maken. Dat dit steeds breder onderkend wordt, blijkt bijvoorbeeld uit de inhoud van handelsovereenkomsten. Waar de focus traditioneel vrijwel uitsluitend op het verlagen of afschaffen van handelstarieven lag, bestrijken handelsverdragen tegenwoordig steeds meer beleidsterreinen die van oudsher vooral in de binnenlandse politiek aan bod kwamen. In dit hoofdstuk beschrijven we eerst hoe handelsverdragen zich door de tijd heen ontwikkeld hebben. Daarna wordt de focus gelegd op de zogenaamde diepe handelsverdragen van deze tijd. Speciale aandacht gaat daarbij uit naar afspraken omtrent arbeidsrecht, milieu en duurzaamheid.
3.1Inleiding
Internationale handel en investeringen kunnen bijdragen aan economische groei en de productiviteit van bedrijven. Wetenschappelijke studies hebben aangetoond dat handelsverdragen, waaronder ook regionale verdragen, een positieve bijdrage leveren aan de export (Baier & Bergstrand, 2007; Kaushal, 2021). Daarom sluiten veel landen handelsverdragen af. Handelsverdragen hebben als doel het verminderen van tarifaire en niet-tarifaire belemmeringen om de handel tussen landen te bevorderen.
Maar, er zijn in toenemende mate zorgen over de keerzijde van internationale handel met betrekking tot ongelijke inkomensverdeling, werkloosheid, en het verlagen van milieu- en arbeidsnormen (Brandi et al., 2020; Van den Berg, 2016). Handelsverdragen gaan tegenwoordig verder dan het vereenvoudigen van de handel en het verlagen van handelsbarrières. Aspecten als openbare aanbestedingen, duurzaamheid en investeringsbescherming, mededinging en samenwerking op het gebied van regelgeving maken steeds vaker deel uit van handelsverdragen.
Handelsakkoord tussen EU en Nieuw-Zeeland: meer handel, maar ook meer duurzaamheid
De afgelopen jaren zijn duurzaamheid en mensenrechten een prominentere rol gaan spelen in het Europese handelsbeleid. Op 9 juli 2023 ondertekenden de EU en Nieuw-Zeeland een vrijhandelsakkoord. Het akkoord zal begin volgend jaar in werking treden, en vanaf dan kunnen alle Europese goederen tariefvrij worden uitgevoerd naar Nieuw-Zeeland. Dit verdrag is een goed voorbeeld van een handelsakkoord met een apart hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling, het zogenaamde Trade and Sustainable Development (TSD) hoofdstuk, en sluit daarmee aan bij de Europese duurzaamheidsstrategie. Dit betekent bijvoorbeeld dat er handelssancties kunnen worden opgelegd als sprake is van aanzienlijke schendingen van de afspraken van het klimaatakkoord van Parijs en van ernstige schendingen van fundamentele arbeidsnormen (Schreinemacher, 2023; Evofenedex, 2022).
Leeswijzer
In dit hoofdstuk kijken we uitgebreid naar de verdieping van handelsverdragen, met name op het gebied van milieu en arbeidsnormen. In de volgende paragraaf geven we eerst een kort overzicht van de ontwikkeling in vrijhandelsverdragen. Paragraaf 3 legt vervolgens de motivatie achter de verdieping van handelsverdragen uit. In paragrafen 4 en 5 komen de duurzaamheidsprovisies omtrent respectievelijk het milieu en arbeid uitgebreid aan bod, voordat paragraaf 6 afsluit met de samenvatting en conclusie.
3.2Vrijhandelsverdragen: een korte tijdlijn
Van het allereerste bilaterale handelsverdrag …
Toen Richard Cobden in 1859 vanuit het Verenigd Koninkrijk afreisde naar Frankrijk om daar te onderhandelen over het allereerste internationale handelsverdrag ooit, gebeurde dit in het diepste geheim. De status-quo op het gebied van handelsbeleid was in die tijd immers mercantilisme: protectionistisch beleid waarbij de import van goederen zoveel mogelijk wordt beperkt en de export juist wordt gestimuleerd. Met name Frankrijk was hier een fervent aanhanger van, onder andere doordat Franse industriëlen veel macht hadden. Daarnaast waren er militaire spanningen tussen het VK en Frankrijk, met een inval van Frankrijk onder leiding van Napoleon III in Italië in datzelfde jaar als aanleiding.
Toch waren er slechts drie maanden nodig om keizer Napoleon III te overtuigen van de voordelen van een vrijhandelsakkoord waarbij wederzijdse importtarieven stevig verlaagd zouden worden. In 1860 werd het Cobden-Chevalier Verdrag dan ook ondertekend en het bleek een groot succes. Zo is in een zeer recent onderzoek van Timini (2023) aangetoond dat het verdrag de bilaterale handel tussen, en de welvaart van, beide betrokken landen significant vergroot heeft. Daarnaast bleek een handelsverdrag een effectief instrument te zijn om militaire spanningen weg te nemen. Tot slot bleek het de start van wat sommige economen (Krasner, 2002) de gouden eeuw van vrijhandel zijn gaan noemen; een periode waarin vele, met name Europese, landen handelsakkoorden met elkaar afsloten.
… Naar grote multilaterale organisaties …
Sinds 1860 zijn internationale vrijhandelsverdragen met pieken en dalen aan enorme ontwikkelingen onderhevig geweest. Dalen waren er tijdens de economische depressie van 1873–1877 en de twee wereldoorlogen in de 20e eeuw, waarbij landen zich in zichzelf keerden en een trend van toenemende globalisering gekeerd werd. Hoogtepunten waren het afsluiten van de GATT (General Agreement on Tariffs and Trade, in het Nederlands: Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel) in 1948 en het oprichten van de Wereldhandelsorganisatie (World Trade Organization, WTO) in 1995. Daarbij kwam de nadruk in toenemende mate te liggen op verlaging van handelsbarrières in een multilaterale setting, in tegenstelling tot de vroegste handelsakkoorden die overwegend bilateraal werden afgesloten. Zo waren 23 landen betrokken bij het sluiten van het GATT-verdrag in 1948 en zijn er inmiddels 164 landen lid van de WTO. Verzet tegen deze multilaterale verdragen is er ook nu nog, met het beleid van oud-president Trump als meest duidelijke voorbeeld. Dat verzet bemoeilijkte de besluitvorming binnen de kaders van de WTO in recente jaren aanzienlijk, waardoor bilaterale verdragen opnieuw in de belangstelling kwamen.
De inzet van een vrijhandelsverdrag is traditioneel gezien het verlagen van bilaterale handelstarieven. Dit was al zo bij het Cobden-Chevalier Verdrag en was ook de voornaamste doelstelling van de GATT. Daar was de GATT bovendien ook bijzonder succesvol in. Zo daalde het gemiddelde importtarief dat de 23 GATT-leden heffen van 22 procent (en zelfs 40 procent op industriële goederen) in 1947 naar zo’n 5 procent in 1993. Doordat importtarieven aanzienlijk minder relevant zijn geworden in deze multilaterale setting is de blik steeds meer verschoven naar niet-tarifaire maatregelen (NTM’s; zie ook CBS (2021) voor meer inzicht in wat NTM’s zijn en in welke mate de Nederlandse export ermee geconfronteerd wordt). Figuur 3.2.1 laat zien dat de wereldhandel in toenemende mate beperkt wordt door NTM’s, die hogere kosten opwerpen dan de tarieven die steeds minder belangrijk worden in het wereldwijde handelsbeleid.
| Jaar | NTM's | Tarieven | Totaal |
|---|---|---|---|
| 1997 | 22 | 10 | 31 |
| 2000 | 29 | 10 | 38 |
| 2003 | 32 | 11 | 43 |
| 2006 | 25 | 10 | 34 |
| 2009 | 51 | 8 | 58 |
| 2012 | 34 | 4 | 38 |
| 2015 | 51 | 4 | 54 |
| Bron: Niu et al. (2018) | |||
… Preferentiële handelsverdragen…
Een belangrijk principe om hier te vermelden is het zogeheten Most-Favoured Nation (MFN) principe, dat een grondbeginsel van de GATT/WTO vormt. Deze clausule, die al onderdeel was van het Cobden-Chevalier Verdrag, houdt in dat handelsvoordelen, zoals een tariefverlaging, die aan één partij worden gegund aan alle betrokken partijen moeten worden gegund. In het geval van de GATT/WTO is het dan niet toegestaan om als WTO-lid één land lagere importtarieven te gunnen zonder dat dit lagere tarief voor alle andere WTO-leden ook gaat gelden. Een cruciale kanttekening hierbij is echter dat preferentiële handelsverdragen (Preferential Trade Agreement, PTA) een uitzondering vormen op het MFN-principe. In het kader van dergelijke verdragen kunnen bijvoorbeeld preferentiële tarieven worden afgesproken die lager zijn dan de MFN-tarieven. Een voorbeeld hiervan is de EU, dat de facto een PTA is waarin werd afgesproken dat de deelnemende landen onderling geen tarieven heffen in het kader van vrij verkeer van goederen, diensten, kapitaal en personen. Aangezien dit een PTA betreft, betekent dit dus echter niet dat de EU ook verplicht is nultarieven in te stellen op de handel met WTO-landen buiten de EU.
Daarmee is direct duidelijk dat er scope is voor nieuwe preferentiële handelsverdragen. Met name omdat het bijzonder lastig is gebleken om handelsbarrières verder te verlagen binnen de multilaterale kaders van de WTO. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat de meest recente onderhandelingscyclus van de WTO, de zogeheten Doha-ronde uit 2001, nog niet is afgerond en alleen heeft geresulteerd in een deelakkoord, het Bali-pakket uit 2013. Dat betekent dat het voor landen steeds aantrekkelijker wordt om preferentiële verdragen te sluiten met individuele (groepen) landen, omdat er veel sneller resultaat geboekt kan worden met minder partijen aan tafel. De WTO neemt immers alleen besluiten op basis van consensus, wat met 164 leden een complexe en trage aangelegenheid is. Qua preferentiële handelsverdragen kan de EU (en Nederland bij extensie) nog veel terrein winnen, zoals figuur 3.2.2 laat zien. Met een flink aantal belangrijke handelspartners buiten de EU is er namelijk geen handelsverdrag van kracht buiten het WTO-lidmaatschap om, zoals de VS, China, India, Brazilië en Australië. Onderhandelingen lopen momenteel met Australië, India en Indonesië (Europese Commissie, 2023a). Daarnaast wordt er onderhandeld over een aantal verdragen, met bijvoorbeeld Mexico, Chili en het Mercosur handelsblok waaronder Brazilië. Het Transatlantic Trade and Investment Partnership (TTIP) was een poging van de EU en de VS om een handelsverdrag met elkaar te sluiten. Dit initiatief is echter tijdens het presidentschap van Trump gestrand.
| Gemeente | PTA | |
|---|---|---|
| Andorra | PTA met NL | |
| Verenigde Arabische Emiraten | Geen PTA met NL | |
| Afghanistan | Geen PTA met NL | |
| Antigua en Barbuda | PTA met NL | |
| Anguilla | Geen PTA met NL | |
| Albanië | PTA met NL | |
| Armenië | PTA met NL | |
| Curaçao | Geen PTA met NL | |
| Angola | PTA met NL | |
| Antarctica | Geen PTA met NL | |
| Argentinië | PTA met NL in ratificatie | |
| Samoa Amerikaans | Geen PTA met NL | |
| Oostenrijk | PTA met NL | |
| Australië | PTA met NL in onderhandeling | |
| Aruba | Geen PTA met NL | |
| Azerbeidzjan | Geen PTA met NL | |
| Bosnië-Herzegovina | PTA met NL | |
| Barbados | PTA met NL | |
| Bangladesh | Geen PTA met NL | |
| België | PTA met NL | |
| Burkina Faso | PTA met NL | |
| Bulgarije | PTA met NL | |
| Bahrein | Geen PTA met NL | |
| Boeroendi | PTA met NL | |
| Benin | PTA met NL | |
| Bermuda | Geen PTA met NL | |
| Brunei | Geen PTA met NL | |
| Bolivia | Geen PTA met NL | |
| Brazilië | PTA met NL in ratificatie | |
| Bahamas | PTA met NL | |
| Bhutan | Geen PTA met NL | |
| Botswana | PTA met NL | |
| Wit-Rusland | Geen PTA met NL | |
| Belize | PTA met NL | |
| Canada | PTA met NL | |
| Congo, Democratische Republiek | PTA met NL | |
| Centraal-Afrikaanse Republiek | PTA met NL | |
| Congo | PTA met NL | |
| Zwitserland | PTA met NL | |
| Ivoorkust | PTA met NL | |
| Cookeilanden | PTA met NL | |
| Chili | PTA met NL in ratificatie | |
| Kameroen | PTA met NL | |
| China | Geen PTA met NL | |
| Colombia | PTA met NL | |
| Clipperton-eiland | Geen PTA met NL | |
| Costa Rica | PTA met NL | |
| Cuba | Geen PTA met NL | |
| Kaapverdië | PTA met NL | |
| Cyprus | PTA met NL | |
| Tsjechië | PTA met NL | |
| Duitsland | PTA met NL | |
| Djibouti | PTA met NL | |
| Denemarken | PTA met NL | |
| Dominica | PTA met NL | |
| Dominicaanse Republiek | PTA met NL | |
| Algerije | PTA met NL | |
| Ecuador | PTA met NL | |
| Estland | PTA met NL | |
| Egypte | PTA met NL | |
| Griekenland | PTA met NL | |
| Eritrea | PTA met NL | |
| Spanje | PTA met NL | |
| Ethiopië | PTA met NL | |
| Finland | PTA met NL | |
| Fiji | PTA met NL | |
| Falklandeilanden | Geen PTA met NL | |
| Micronesië(Federale Staten) | PTA met NL | |
| Faeröer | PTA met NL | |
| Gabon | PTA met NL | |
| Grenada | PTA met NL | |
| Georgië | PTA met NL | |
| Guernsey | Geen PTA met NL | |
| Ghana | PTA met NL | |
| Gibraltar | Geen PTA met NL | |
| Groenland | Geen PTA met NL | |
| Gambia | PTA met NL | |
| Guinee | PTA met NL | |
| Equatoriaal-Guinee | PTA met NL | |
| Zuid-Georgië en de Zuid-Sandwicheilanden | Geen PTA met NL | |
| Guatemala | PTA met NL | |
| Guam | Geen PTA met NL | |
| Guinee-Bissau | PTA met NL | |
| Guyana | PTA met NL | |
| Hongkong | Geen PTA met NL | |
| Heard- en McDonaldeilanden | Geen PTA met NL | |
| Honduras | PTA met NL | |
| Kroatië | PTA met NL | |
| Haïti | PTA met NL | |
| Hongarije | PTA met NL | |
| Indonesië | PTA met NL in onderhandeling | |
| Ierland | PTA met NL | |
| Israël | PTA met NL | |
| India | PTA met NL in onderhandeling | |
| Brits gebied in de Indische Oceaan | Geen PTA met NL | |
| Irak | Geen PTA met NL | |
| Iran (Islamitische Republiek) | Geen PTA met NL | |
| IJsland | PTA met NL | |
| Italië | PTA met NL | |
| Jersey | Geen PTA met NL | |
| Jamaica | PTA met NL | |
| Jordanië | PTA met NL | |
| Japan | PTA met NL | |
| Kenia | PTA met NL in ratificatie | |
| Kirgizië | Geen PTA met NL | |
| Cambodja | Geen PTA met NL | |
| Kiribati | PTA met NL | |
| Comoren | PTA met NL | |
| Saint Kitts en Nevis | PTA met NL | |
| Noord-Korea | Geen PTA met NL | |
| Zuid-Korea | PTA met NL | |
| Koeweit | Geen PTA met NL | |
| Caymaneilanden | Geen PTA met NL | |
| Kazachstan | PTA met NL | |
| Laos | Geen PTA met NL | |
| Libanon | PTA met NL | |
| Saint Lucia | PTA met NL | |
| Liechtenstein | PTA met NL | |
| Sri Lanka | Geen PTA met NL | |
| Liberia | PTA met NL | |
| Lesotho | PTA met NL | |
| Litouwen | PTA met NL | |
| Luxemburg | PTA met NL | |
| Letland | PTA met NL | |
| Libië | Geen PTA met NL | |
| Marokko | PTA met NL | |
| Monaco | Geen PTA met NL | |
| Moldavië | PTA met NL | |
| Montenegro (m.i.v. 1 juni 2005) | PTA met NL | |
| Madagaskar | PTA met NL | |
| Marshalleilanden | PTA met NL | |
| Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië | PTA met NL | |
| Mali | PTA met NL | |
| Birma | Geen PTA met NL | |
| Mongolië | Geen PTA met NL | |
| Macau | Geen PTA met NL | |
| Noordelijke Marianen | Geen PTA met NL | |
| Mauritanië | PTA met NL | |
| Montserrat | Geen PTA met NL | |
| Malta | PTA met NL | |
| Mauritius | PTA met NL | |
| Maldiven | Geen PTA met NL | |
| Malawi | PTA met NL | |
| Mexico | PTA met NL in ratificatie | |
| Maleisië | Geen PTA met NL | |
| Mozambique | PTA met NL | |
| Namibië | PTA met NL | |
| Nieuw-Caledonië | Geen PTA met NL | |
| Niger | PTA met NL | |
| Norfolk | Geen PTA met NL | |
| Nigeria | PTA met NL | |
| Nicaragua | PTA met NL | |
| Nederland | Nederland | |
| Noorwegen | PTA met NL | |
| Nepal | Geen PTA met NL | |
| Nauru | PTA met NL | |
| Niue-eilanden | PTA met NL | |
| Nieuw-Zeeland | PTA met NL in ratificatie | |
| Oman | Geen PTA met NL | |
| Panama | PTA met NL | |
| Peru | PTA met NL | |
| Frans-Polynesië | Geen PTA met NL | |
| Papoea-Nieuw-Guinea | PTA met NL | |
| Filipijnen | Geen PTA met NL | |
| Pakistan | Geen PTA met NL | |
| Polen | PTA met NL | |
| Saint Pierre en Miquelon | Geen PTA met NL | |
| Pitcairneilanden | Geen PTA met NL | |
| Puerto Rico | Geen PTA met NL | |
| Gebied onder Palestijnse autoriteit | Geen PTA met NL | |
| Portugal | PTA met NL | |
| Palau | PTA met NL | |
| Paraguay | PTA met NL in ratificatie | |
| Qatar | Geen PTA met NL | |
| Roemenië | PTA met NL | |
| Servië (m.i.v. 1 juni 2005) | PTA met NL | |
| Rusland | Geen PTA met NL | |
| Rwanda | PTA met NL | |
| Saoedi-Arabië | Geen PTA met NL | |
| Salomonseilanden | PTA met NL | |
| Seychellen | PTA met NL | |
| Zweden | PTA met NL | |
| Singapore | PTA met NL | |
| St. Helena | Geen PTA met NL | |
| Slovenië | PTA met NL | |
| Slowakije | PTA met NL | |
| Sierra Leone | PTA met NL | |
| San Marino | PTA met NL | |
| Senegal | PTA met NL | |
| Somalië | PTA met NL | |
| Suriname | PTA met NL | |
| Sao Tomé en Principe | PTA met NL | |
| El Salvador | PTA met NL | |
| Syrië | PTA met NL | |
| Swaziland | PTA met NL | |
| Turks- en Caicos-eilanden | Geen PTA met NL | |
| Tsjaad | PTA met NL | |
| Togo | PTA met NL | |
| Thailand | Geen PTA met NL | |
| Tadzjikistan | Geen PTA met NL | |
| Oost-Timor | Geen PTA met NL | |
| Turkmenistan | Geen PTA met NL | |
| Tunesië | PTA met NL | |
| Tonga | PTA met NL | |
| Turkije | PTA met NL | |
| Trinidad en Tobago | PTA met NL | |
| Tuvalu | PTA met NL | |
| Tanzania (Verenigde Republiek) | PTA met NL | |
| Oekraïne | PTA met NL | |
| Oeganda | PTA met NL | |
| Verenigd Koninkrijk | PTA met NL | |
| Verafgelegen eilandjes van de Verenigde Staten | Geen PTA met NL | |
| Verenigde Staten van Amerika | Geen PTA met NL | |
| Uruguay | PTA met NL in ratificatie | |
| Oezbekistan | Geen PTA met NL | |
| Vaticaanstad | Geen PTA met NL | |
| Saint Vincent en de Grenadines | PTA met NL | |
| Venezuela | Geen PTA met NL | |
| Britse Maagdeneilanden | Geen PTA met NL | |
| Amerikaanse Maagdeneilanden | Geen PTA met NL | |
| Vietnam | PTA met NL | |
| Vanuatu | PTA met NL | |
| Wallis- en Futuna-eilanden | Geen PTA met NL | |
| Samoa (Vroegere West-Samoa) | PTA met NL | |
| Jemen | Geen PTA met NL | |
| Zuid-Afrika | PTA met NL | |
| Zambia | PTA met NL | |
| Zimbabwe | PTA met NL | |
| Frankrijk | PTA met NL | |
| Saint Barthelemy | Geen PTA met NL | |
| South-Sudan | Geen PTA met NL | |
| Soedan | PTA met NL | |
| Bouveteiland | Geen data beschikbaar | |
| Cocoseilanden | Geen data beschikbaar | |
| Christmas Island | Geen data beschikbaar | |
| Westelijke Sahara | PTA met NL | |
| Isle of Man | Geen data beschikbaar | |
| Spitsbergen | Geen data beschikbaar | |
| Aksai Chin | Geen data beschikbaar | |
| Arunachal Pradesh | PTA met NL in onderhandeling | |
| Demchok | Geen data beschikbaar | |
| Halaib Triangle | Geen data beschikbaar | |
| Ilemi Triangle | Geen data beschikbaar | |
| Jammu en Kasjmir | PTA met NL in onderhandeling | |
| Koerilen | Geen data beschikbaar | |
| Bir Tawil | Geen data beschikbaar | |
| Abyei | Geen data beschikbaar | |
| Bron: CBS, DESTA | ||
… En steeds diepere handelsverdragen
Vanwege de toename in niet-tarifaire maatregelen worden handelsverdragen steeds dieper. Dat wil zeggen dat ze zich naast handelstarieven ook richten op verschillende vormen van regelgeving. Deze zogeheten diepe handelsverdragen (in het Engels: Deep Trade Agreements, DTA) zijn verdragen tussen landen die niet enkel over internationale handel gaan, maar ook over andere grensoverschrijdende stromen zoals investeringen en arbeid. Daarnaast worden er vaak afspraken in gemaakt over zaken als bescherming van intellectueel eigendom, milieubescherming en duurzaamheid. Alhoewel dit soort veelomvattende verdragen nog steeds wordt aangeduid als handelsverdragen, reikt het doel er van veel verder dan integratie alleen op het gebied van internationale handel, vandaar de term diepe handelsverdragen.
De toenemende verdieping van handelsverdragen is goed te zien in de figuren die later in dit hoofdstuk aan bod komen. Tot eind jaren negentig, toen het aantal PTA’s begon toe te nemen, bestreken de meeste nieuwe overeenkomsten minder dan 10 beleidsterreinen. Sinds de jaren 2000 bestrijken de meeste nieuwe PTA’s tussen de 10 en 20 beleidsterreinen, en sommige zelfs meer dan 20 (Hofmann, Osnago en Ruta, 2017).
DTA’s richten zich grofweg op een drietal (deels overlappende) kernbeleidsterreinen. Het primaire doel is het vergroten van economische integratie langs vijf hoofdlijnen: vrij (of vrijer) verkeer van goederen, diensten, kapitaal, personen en ideeën. Op dit beleidsterrein gaat het dan bijvoorbeeld om afspraken op het gebied van importtarieven, visa of intellectueel eigendom. Ten tweede bevatten DTA’s ook handhavingsbepalingen, die gericht zijn op het borgen van genoemde economische integratie door de discretionaire bevoegdheid van de betrokken overheden te beperken. Op dit beleidsterrein valt te denken aan afspraken op het gebied van technische handelsbarrières, publieke aanbestedingen of subsidies. Ten derde bevatten DTA’s bepalingen die het welzijn van consumenten bevorderen door het gedrag van exporteurs te reguleren. Dan gaat het bijvoorbeeld om afspraken op het gebied van arbeidsomstandigheden of milieubescherming. Dit derde beleidsterrein staat centraal in dit hoofdstuk. Wat zijn dit voor soort afspraken? Hoe zijn ze thematisch in te delen? En hoe zijn ze te kwantificeren? Deze vragen worden beantwoord in dit hoofdstuk aan de hand van concrete voorbeelden.
3.3Het hoe en waarom van arbeids- en milieuafspraken in handelsverdragen
In de vorige paragraaf is besproken dat handelsverdragen steeds meer afspraken bevatten die niet direct over handel gaan. Afspraken over arbeid, milieu en duurzaamheid zijn er daarbij in principe op gericht om een zogeheten race to the bottom te voorkomen. Daarmee wordt een situatie bedoeld waarin landen elkaar beconcurreren met steeds lossere regelgeving. Bagwell en Staiger (2001) beargumenteren hieromtrent dat handelsbeleid en binnenlands beleid op het gebied van sociale, arbeids- of milieuregelgeving substituten van elkaar kunnen zijn. Daarmee bedoelen zij dat wanneer landen bijvoorbeeld in het kader van WTO-afspraken hun importtarieven verlagen, zij de mogelijkheid hebben de potentieel nadelige effecten van deze tariefverlaging op hun concurrentiepositie te pareren met lossere binnenlandse regelgeving. Een race to the bottom, waarbij landen de regels steeds verder neerwaarts bijstellen, kan daarvan het gevolg zijn. Davies en Vadlamannati (2013) vinden empirisch bewijs voor het bestaan van dit mechanisme: volgens hen heeft het WTO-lidmaatschap over het algemeen geleid tot een beperking van arbeidsrechten. Martinez-Zarzoso en Kruse (2019) hebben recentelijk aangetoond dat het opnemen van arbeidsnormen in handelsverdragen leidt tot een verbetering van arbeidsomstandigheden, maar ook dat het toevoegen van dergelijke normen niet per se leidt tot het voorkomen van een race to the bottom. De precieze uitwerking van de afspraken is cruciaal bij het voorkomen daarvan beargumenteren zij.
Dit mechanisme speelt ook een rol op het gebied van milieuregelgeving. De race to the bottom vindt op milieugebied zijn beslag in de zogeheten pollution haven hypothese. Deze hypothese stelt dat multinationals die op zoek zijn naar geschikte productielocaties geneigd zijn om naar ontwikkelingslanden uit te wijken waar over het algemeen minder strenge milieuwetgeving van kracht is die minder strikt wordt gehandhaafd. Door in handelsverdragen bepaalde ondergrenzen of normen af te spreken op het gebied van arbeids- of milieuregelgeving kan een gelijk speelveld gecreëerd worden tussen de betrokken landen, ook en juist als die verschillen in ontwikkelingsniveau. Dit soort afspraken kan daarmee bijdragen aan eerlijkere en meer duurzame handel.
Ontwikkelingslanden zijn hier echter niet altijd even enthousiast over, omdat zij vrezen dat ontwikkelde landen hun hogere standaarden als protectionistisch instrument gebruiken, wat ten koste zou gaan van internationale handel en investeringen (Cats, 2022). Carrère et al. (2022) vinden in het geval van arbeidsstandaarden echter geen bewijs voor dit mechanisme. Arbeidsnormen leiden blijkens hun bevindingen niet tot een beperking van de bilaterale handel en hebben zelfs een toename van de export van ontwikkelingslanden naar meer ontwikkelde landen tot gevolg. Empirisch bewijs ten faveure van de pollution haven hypothese is vooralsnog schaars in de wetenschappelijke literatuur, al vormt Tanaka et al. (2022) een noemenswaardige uitzondering hierop. In het volgende hoofdstuk van deze Internationaliseringsmonitor zoomen we hier verder op in door de relatie tussen milieuafspraken in handelsverdragen en de samenstelling van de Nederlandse export te onderzoeken.
Terminologie
In deze internationaliseringsmonitor passeren er allerlei schijnbare synoniemen de revue voor het woord provisie. Er zitten echter genuanceerde maar betekenisvolle verschillen tussen de gebruikte termen. Handelsverdragen, in ieder geval die waar de EU partij in is, kennen een vaste structuur (Europese Commissie, 2023b). In verschillende hoofdstukken komen verschillende onderwerpen aan bod. De afzonderlijke hoofdstukken zijn opgedeeld in verschillende artikelen die weer bestaan uit genummerde items. Deze items worden provisies genoemd, en betreffen dus de feitelijke gedetailleerde afspraken of bepalingen tussen de betrokken partijen. In de vertaalslag van handelsverdragen naar het codeersysteem van DESTA en TREND (zie paragraaf 3.4) worden deze provisies vertaald naar normen. Deze term wordt gebruikt in plaats van de term provisies om duidelijk te maken dat het gaat om gecodeerde en geüniformeerde items en niet om letterlijke provisies uit handelsverdragen (Morin et al., 2018). Het is daarbij van belang op te merken dat de term norm niets impliceert met betrekking tot de mate van verplichting; normen kunnen uiteenlopen van vage ambities tot afdwingbare verplichtingen. Normen zijn dus niet hetzelfde als vereisten; in veel gevallen worden er niet meer dan ambities geformuleerd of beloftes tot samenwerking gedaan. Om duidelijk te maken dat het gaat over afspraken op het gebied van milieu en duurzaamheid gebruiken we in dit en het volgende hoofdstuk van deze monitor met name de term groene normen.
3.4Milieunormen
Duurzaamheid in brede zin is een van de domeinen waarover in diepe handelsverdragen steeds meer afspraken worden gemaakt, zoals ook al in paragraaf 3.2 aan bod kwam. De afgelopen jaren is duurzaamheid dan ook een grotere rol gaan spelen in het Europese handelsbeleid. Zo zijn de Trade and Sustainable Development (TSD) hoofdstukken in de verdragen groter geworden en komt er ook langzaamaan meer nadruk te liggen op de handhaving ervan. Milieunormen hebben een belangrijk potentieel als instrument voor verduurzaming (Stam & Kempen, 2022; Europese Commissie, 2022).
Afspraken omtrent duurzaamheid in diepe handelsverdragen kunnen heel concreet zijn. Zoals bijvoorbeeld de afspraak in het verdrag tussen Bulgarije en de EFTA-landen (IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland) uit 1993 om geen walvisproducten te importeren voortvloeiend uit de CITES-conventie.noot1 Maar vaak zijn afspraken veel minder concreet of aanzienlijk vrijblijvender geformuleerd. Zo is bijvoorbeeld een van de doelstellingen in het handelsverdrag tussen Zuid-Korea en de EU uit 2011 om wederzijdse investeringen te bevorderen zonder standaarden te verlagen met betrekking tot milieu, arbeid, gezondheid en veiligheid.noot2
Diepe handelsverdragen: kwalitatieve informatie vertalen naar kwantitatieve data…
Om de inhoud van deze steeds diepere handelsverdragen te kunnen doorgronden, vergelijken en er kwantitatief onderzoek aan te kunnen doen zijn er initiatieven zoals DESTA (Design of Trade Agreements) ontstaan. Hiermee wordt de anatomie van individuele handelsverdragen op een systematische manier gecodeerd en gekwantificeerd.noot3 Zodoende wordt inzichtelijk gemaakt hoe verschillende handelsverdragen qua ontwerp en inhoud van elkaar verschillen. In navolging daarvan zijn er initiatieven die op specifieke domeinen verder de diepte in gaan. Op het terrein van milieu en duurzaamheid is TREND (Trade & Environment Database) een initiatief dat aan de hand van de DESTA-database handelsverdragen codeert en systematisch in kaart brengt voor wat betreft milieu- en duurzaamheidsafspraken (Morin et al., 2018). Daarbij worden alle afzonderlijke provisies uit handelsverdragen geëvalueerd en vertaald naar één van de 298 gestandaardiseerde normen die in TREND worden onderscheiden (zie ook leeskader in paragraaf 3.3). De uiteindelijk resulterende database omvat 776 handelsverdragen voor de periode 1952–2022.
Groene normen winnen aan belang in EU-handelsverdragen
De Europese Unie (en Nederland als onderdeel van de EU) is uiteraard maar bij een deel van deze 776 handelsverdragen één van de betrokken partijen. Een flink deel betreft verdragen tussen derde landen. Figuur 3.4.1 laat echter zien dat het aantal verdragen waar Nederland partij in is in de loop der jaren fors is toegenomen: van 1 verdrag in 1952 naar 43 in 2022. Het eerste verdrag uit 1952 betrof de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS), waar naast Nederland, ook België, Frankrijk, Duitsland, Luxemburg en Italië deel van uitmaakten. Dit verdrag was in feite de eerste aanzet tot wat nu de EU is en omvatte, wellicht niet bijster verrassend gezien de naam, geen groene normen. Tot de jaren 80 zaten er sporadisch overeenkomsten tussen waar geen groene normen in waren opgenomen, maar sinds de late jaren 80 komen verdragen zonder groene normen helemaal niet meer voor. Het meest recente verdrag betreft de handelsovereenkomst uit 2021 die de relatie tussen de EU en het VK vormgeeft na de Brexit. Dit verdrag telt maar liefst 118 groene normen.
| Jaar | Handelsverdragen | Groene normen (x100) |
|---|---|---|
| 1952 | 1 | 0 |
| 1953 | 1 | 0 |
| 1954 | 1 | 0 |
| 1955 | 1 | 0 |
| 1956 | 1 | 0 |
| 1957 | 1 | 0 |
| 1958 | 1 | 0,05 |
| 1959 | 1 | 0,05 |
| 1960 | 2 | 0,05 |
| 1961 | 2 | 0,05 |
| 1962 | 3 | 0,06 |
| 1963 | 3 | 0,06 |
| 1964 | 5 | 0,10 |
| 1965 | 5 | 0,10 |
| 1966 | 5 | 0,10 |
| 1967 | 5 | 0,10 |
| 1968 | 5 | 0,10 |
| 1969 | 7 | 0,12 |
| 1970 | 9 | 0,14 |
| 1971 | 11 | 0,17 |
| 1972 | 12 | 0,18 |
| 1973 | 20 | 0,36 |
| 1974 | 21 | 0,38 |
| 1975 | 21 | 0,39 |
| 1976 | 21 | 0,40 |
| 1977 | 22 | 0,43 |
| 1978 | 23 | 0,54 |
| 1979 | 23 | 0,54 |
| 1980 | 24 | 0,59 |
| 1981 | 23 | 0,77 |
| 1982 | 23 | 0,77 |
| 1983 | 23 | 0,77 |
| 1984 | 23 | 0,77 |
| 1985 | 23 | 0,77 |
| 1986 | 21 | 0,88 |
| 1987 | 20 | 1,11 |
| 1988 | 20 | 1,11 |
| 1989 | 20 | 1,11 |
| 1990 | 20 | 1,11 |
| 1991 | 21 | 1,43 |
| 1992 | 22 | 1,45 |
| 1993 | 25 | 2,48 |
| 1994 | 23 | 3,62 |
| 1995 | 28 | 4,28 |
| 1996 | 28 | 4,29 |
| 1997 | 28 | 4,29 |
| 1998 | 28 | 5,91 |
| 1999 | 28 | 6,46 |
| 2000 | 30 | 7,14 |
| 2001 | 30 | 7,14 |
| 2002 | 31 | 7,55 |
| 2003 | 32 | 8,03 |
| 2004 | 23 | 5,06 |
| 2005 | 24 | 5,32 |
| 2006 | 24 | 5,56 |
| 2007 | 22 | 4,59 |
| 2008 | 23 | 5,43 |
| 2009 | 26 | 5,71 |
| 2010 | 27 | 6,06 |
| 2011 | 28 | 6,88 |
| 2012 | 29 | 7,43 |
| 2013 | 30 | 10,00 |
| 2014 | 31 | 11,02 |
| 2015 | 33 | 11,69 |
| 2016 | 35 | 13,28 |
| 2017 | 37 | 15,64 |
| 2018 | 37 | 15,64 |
| 2019 | 40 | 18,97 |
| 2020 | 42 | 21,13 |
| 2021 | 43 | 22,31 |
| 2022 | 43 | 22,31 |
| Bron: DESTA en TREND | ||
De forse daling van het aantal verdragen begin deze eeuw lijkt wellicht verrassend op het eerste gezicht. Dit houdt echter verband met de uitbreiding van de EU in die periode. Met de meeste van de landen die toen toetraden tot de EU, zoals Estland en Hongarije, had de EU voorafgaand aan de toetreding al een handelsovereenkomst. Omdat de nieuw toegetreden landen werden toegevoegd aan een bestaand verdrag, de EU zelf is ook als handelsovereenkomst gecodeerd in DESTA en TREND, kwamen de eerdere bilaterale verdragen tussen de EU en deze landen te vervallen, waardoor het netto aantal verdragen dat de EU heeft afgesloten dus de facto afneemt.
Dit wordt bevestigd door figuur 3.4.2. Deze figuur toont het aantal landen waarmee de EU (en dus ook Nederland) handelsovereenkomsten met groene normen gesloten heeft. We zien geen daling in de periode waarin de EU fors werd uitgebreid. Immers, er was een overeenkomst met deze nieuw toegetreden landen en dat bleef zo; de relatie met deze landen werd alleen gedefinieerd door een ander verdrag na toetreding tot de EU. Het aantal landen waarmee Nederland (al dan niet via de EU) handelsverdragen met groene normen heeft gesloten is gegroeid van 5 eind jaren 50 (de genoemde vijf landen waarmee Nederland de EGKS vormde) naar bijna 150 op dit moment. Daarbij laat figuur 3.4.2 een paar forse sprongen zien. In 1964 ging dat bijvoorbeeld om het Yaoundé I verdrag dat vier groene normen telde en werd afgesloten met 18 Afrikaanse landen, waaronder bijvoorbeeld Ivoorkust, Kameroen en Senegal. In 1976 kwamen er in een klap 26 landen bij waar Nederland niet eerder een overeenkomst mee had. De EU sloot met Lomé I een verdrag met drie groene normen met maar liefst 48 landen, voornamelijk in Afrika en de Caraïben, waarvan bijvoorbeeld met Ghana, Ethiopië en Nigeria niet eerder een verdragsrelatie bestond. Meer recentelijk kwamen er in 2013 nog acht landen ineens bij toen de EU twee verdragen met ieder minstens 100 groene normen sloot met landen in Midden- en Zuid-Amerika waaronder Colombia, Peru en Costa Rica.
| Jaar | Aantal |
|---|---|
| 1958 | 5 |
| 1959 | 5 |
| 1960 | 3 |
| 1961 | 3 |
| 1962 | 4 |
| 1963 | 4 |
| 1964 | 22 |
| 1965 | 22 |
| 1966 | 22 |
| 1967 | 22 |
| 1968 | 22 |
| 1969 | 24 |
| 1970 | 26 |
| 1971 | 30 |
| 1972 | 31 |
| 1973 | 44 |
| 1974 | 45 |
| 1975 | 45 |
| 1976 | 71 |
| 1977 | 72 |
| 1978 | 73 |
| 1979 | 73 |
| 1980 | 74 |
| 1981 | 86 |
| 1982 | 86 |
| 1983 | 86 |
| 1984 | 86 |
| 1985 | 86 |
| 1986 | 93 |
| 1987 | 95 |
| 1988 | 95 |
| 1989 | 95 |
| 1990 | 95 |
| 1991 | 99 |
| 1992 | 100 |
| 1993 | 103 |
| 1994 | 105 |
| 1995 | 110 |
| 1996 | 110 |
| 1997 | 110 |
| 1998 | 110 |
| 1999 | 110 |
| 2000 | 112 |
| 2001 | 112 |
| 2002 | 113 |
| 2003 | 122 |
| 2004 | 123 |
| 2005 | 124 |
| 2006 | 124 |
| 2007 | 124 |
| 2008 | 124 |
| 2009 | 125 |
| 2010 | 126 |
| 2011 | 127 |
| 2012 | 127 |
| 2013 | 135 |
| 2014 | 136 |
| 2015 | 138 |
| 2016 | 139 |
| 2017 | 142 |
| 2018 | 142 |
| 2019 | 145 |
| 2020 | 147 |
| 2021 | 147 |
| 2022 | 147 |
| Bron: DESTA en TREND | |
De opwaartse trend in het belang van groene normen in handelsverdragen is ook duidelijk zichtbaar in figuur 3.4.1. Daarin zien we dat het cumulatieve aantal groene normen dat onderdeel uitmaakt van bekrachtigde handelsverdragen tot de jaren 90 nauwelijks toenam. In de periode 1952–1986 groeide het cumulatieve aantal groene normen van 0 naar 88 terwijl het aantal landen waarmee verdragen gesloten werden groeide naar bijna 100 in deze periode. Sinds de jaren 90 groeide het aantal nieuwe landen waarmee verdragen werd afgesloten verder tot de eerder genoemde 147 op dit moment. In hetzelfde tijdsbestek van 35 jaar nam het aantal groene normen in handelsverdragen echter met een factor 25 toe tot ruim 2 200 op dit moment.
Ook als we kijken naar het gemiddeld aantal groene normen dat onderdeel uitmaakt van nieuw bekrachtigde handelsovereenkomsten dan zien we onmiskenbaar groei. Tot 1980 ging het om gemiddeld 2 groene normen in nieuwe verdragen, inmiddels zijn dat er gemiddeld 76 in verdragen die sinds 2010 van kracht zijn geworden.
TREND-database uitgelicht
In de TREND-database worden 298 verschillende groene normen onderscheiden in 15 verschillende hoofdstukken. Om de breedte en diepte van handelsverdragen voor wat betreft de duurzaamheidsdimensie inzichtelijk te maken is er in het kader van het zogeheten TREND-analytics project een verdere indikking van groene normen in 8 hoofdcategorieën gemaakt.noot4 Dit betreft de volgende categorieën, waarbij het van belang is op te merken dat deze categorieën compleet zijn, maar elkaar niet uitsluitennoot5:
- Milieubescherming (environmental protection): in deze categorie worden alle normen verzameld die eenduidig gericht zijn op bescherming van het milieu, uiteenlopend van algemene principes ten aanzien van milieubescherming tot specifieke verplichtingen met betrekking tot bijvoorbeeld duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen.
- Regelgevingsruimte (regulatory space): in deze categorie worden normen verzameld die te maken hebben met het waarborgen van de soevereiniteit van partijen met betrekking tot duurzaamheid. Het gaat dan bijvoorbeeld om specifieke uitsluitingen ten aanzien van bepaalde toezeggingen op het gebied van liberalisering van handel.
- Gelijk speelveld (level playing field): in deze categorie zijn normen verzameld die betrekking hebben op het waarborgen van een gelijk speelveld tussen de betrokken partijen. Dan gaat het bijvoorbeeld om afspraken met betrekking tot harmonisatie van regelgeving.
- Beleidscoherentie (policy coherence): in deze categorie zijn alle normen gebundeld waar de relatie tussen milieuafspraken en andere beleidsterreinen wordt gedefinieerd, denk aan internationale handel, investeringen, transport of toerisme.
- Economische ontwikkeling (economic development): in deze categorie worden normen verzameld waarin bijvoorbeeld een groot verschil in ontwikkelingsniveau tussen partijen wordt erkend en afspraken worden gemaakt over zaken als capacity building of kennisuitwisseling. Ook afspraken met betrekking tot het waarborgen van de soevereiniteit van ontwikkelingslanden over hun natuurlijke hulpbronnen vallen hieronder.
- Multilaterale milieuovereenkomsten (multilateral environmental agreements, MEA): in deze categorie vallen normen waarin wordt verwezen naar bestaande multilaterale milieuovereenkomsten zoals het Kyoto Protocol en het klimaatverdrag van Parijs. Het gaat er dan bijvoorbeeld om dat partijen afspreken om dergelijke verdragen te ratificeren of te implementeren.
- Implementatie (implementation): in deze categorie vallen normen waarin afspraken worden gemaakt ten aanzien van de concrete implementatie van een verdrag, bijvoorbeeld in termen van het oprichten van bepaalde instituties of het inrichten van bepaalde procedures, bijvoorbeeld met betrekking tot transparantie.
- Handhaving (enforcement): in deze categorie worden normen verzameld waarin afspraken worden gemaakt over de handhaving van de afgesproken maatregelen.
Groene normen in handelsverdragen met name gericht op milieubescherming
Figuur 3.4.3 laat zien dat er in alle categorieën sprake is van een toename van het aantal groene normen dat voorkomt in handelsverdragen. Veruit de meest voorkomende categorie is, niet geheel verrassend, milieubescherming. In verdragen die in de periode 2010–2022 van kracht zijn, komen deze normen bijna 800 keer voor. Vanaf de jaren 90 komen normen in deze categorie het meeste voor en zien we een constante stevige groei doorheen de tijd.
| Categorie | >=2010 | 2000-2009 | 1990-1999 | 1980-1989 | 1970-1979 | <1970 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Beleids- coherentie |
260 | 238 | 172 | 16 | 3 | 1 |
| Economische ontwikkeling |
121 | 69 | 48 | 15 | 4 | 2 |
| Gelijk speelveld |
105 | 42 | 27 | 4 | 0 | 0 |
| Handhaving | 357 | 135 | 79 | 11 | 0 | 0 |
| Implementatie | 281 | 142 | 104 | 26 | 8 | 0 |
| Milieu- bescherming |
788 | 447 | 280 | 29 | 6 | 2 |
| Multilaterale milieu- overeenkomsten |
261 | 78 | 64 | 23 | 17 | 2 |
| Regelgevings- ruimte |
321 | 122 | 68 | 31 | 36 | 5 |
| Bron: DESTA en TREND | ||||||
Binnen de categorie milieubescherming is de meest voorkomende afspraak een groene norm die gaat over het stimuleren van hernieuwbare en schone energie, en dan in het bijzonder met betrekking tot het stimuleren van efficiënt en duurzaam gebruik van energie en de productie van hernieuwbare energie. In een inmiddels vervangen handelsverdrag tussen de EU en Bulgarije uit 1993 staat als concreet voorbeeld van deze groene norm de volgende afspraak: ‘Samenwerking zal onder andere bestaan uit technische assistentie op de volgende terreinen: het stimuleren van energiebesparing en energie-efficiëntie’. Een concreet voorbeeld ten aanzien van de productie van hernieuwbare energie komt uit het verdrag van de EU met Bosnië-Herzegovina dat sinds 2015 van kracht is: ‘Samenwerking kan zich toespitsen op de ontwikkeling van strategieën om een systeem voor efficiënte, schone en duurzame productie en consumptie van energie te ontwikkelen’.
Een ander domein dat veel terugkomt in de categorie milieubescherming betreft water. Een restnorm waarin vaag geformuleerde vermeldingen omtrent bijvoorbeeld watervervuiling, watermanagement of watervoorraden zijn gebundeld komt hierbij het meeste voor. Een voorbeeld van een dergelijke vage norm komt uit een verdrag tussen de EU en Bulgarije waarin is afgesproken dat ‘samenwerking met name plaatsvindt door verbetering van het milieubeheer, onder meer op het gebied van watermanagement’. Een concreter voorbeeld van een groene norm omtrent water die veel voorkomt in handelsverdragen betreft zeeën en oceanen; daarbij gaat het bijvoorbeeld om afspraken over vervuiling, bescherming of transport. Een concreet voorbeeld van een dergelijke norm komt uit het handelsverdrag tussen de EU en Egypte dat van kracht is sinds 1978: ‘Samenwerking zal in het bijzonder gericht zijn op de kwaliteit van het water van de Middellandse Zee en het voorkomen van mariene vervuiling’.
De mate waarin de andere hoofdcategorieën voorkomen in handelsverdragen ontloopt elkaar recentelijk niet veel. Alleen normen op het gebied van een gelijk speelveld komen minder vaak voor dan de andere afspraken. In de meeste categorieën zijn de algemeen geformuleerde of restnormen het meest persistent. Zo is in de categorie implementatie de meest gecodeerde norm prozaïsch gelabeld ‘vage toezeggingen om samen te werken’. De meest voorkomende groene norm die zowel betrekking heeft op de categorie handhaving als op beleidscoherentie is eveneens vrij algemeen geformuleerd. Deze betreft afspraken over het in acht nemen door beide partijen van het milieu bij het maken van beleid op andere terreinen. Een voorbeeld van een dergelijke norm is te vinden in het verdrag tussen de EU en Albanië, waarin beide partijen afspreken dat ‘beleid en andere maatregelen zo ontworpen worden dat zij duurzame economische en sociale ontwikkeling brengen in Albanië, waarbij van begin af aan milieuoverwegingen worden meegewogen in het beleidsproces’.
Bij de categorie multilaterale overeenkomsten is de meest voorkomende norm een algemene verwijzing naar niet specifiek genoemde instituties met betrekking tot het milieu. Een voorbeeld hiervan komt uit het handelsverdrag dat de EU met Zuid-Korea sloot, waarin is afgesproken dat ‘beide partijen zullen waarborgen dat de resolutie in lijn is met de activiteiten van de ILO (International Labour Organization) en relevante multilaterale milieuorganisaties’.
De meest gebruikte norm in de categorie economische ontwikkeling is wel concreet van aard. Daar gaat het om technische assistentie, training en capacity building door de ene partij ten behoeve van de andere. Zo spraken de VS en Chili in een handelsverdrag af dat: ‘De VS Chili zal assisteren bij het reduceren van vervuiling als gevolg van voorbije mijnbouwactiviteiten…’. Op het gebied van een gelijk speelveld zien we ook een concrete norm die het meest frequent terugkomt in verdragen, namelijk de afspraak dat één van beide partijen zijn milieuwetgeving gaat afstemmen op die van de andere partij. Een goed voorbeeld hiervan betreft de afspraak tussen de EU en Bulgarije waarbij vooruitlopend op de toetreding van Bulgarije tot de EU in een verdrag werd afgesproken dat: ‘Bulgarije zich zal inspannen om te waarborgen dat zijn wetgeving gaandeweg compatibel gemaakt zal worden met die van de EU’.
De meest voorkomende norm met betrekking tot regelgevingsruimte is een interessante met het oog op de analyses in het volgende hoofdstuk van deze Internationaliseringsmonitor. Hier gaat het namelijk om specifieke afspraken met betrekking tot internationale handel en in het bijzonder om beperkingen van de vrije handel tussen beide partijen vanwege milieuredenen. Binnen dit hoofdstuk gaat het in de meeste gevallen om handelsbeperkingen vanuit het oogpunt van leven en gezondheid van planten en dieren. Te denken valt hier bijvoorbeeld aan een handelsverbod om de inheemse flora en fauna te beschermen.noot6 Een voorbeeld van een dergelijke afspraak is te vinden in het handelsverdrag tussen de EU en Zuid-Afrika waarin is vastgelegd dat: ‘De overeenkomst niet uitsluit dat de import of export wordt beperkt of verboden vanwege de bescherming van de gezondheid en het leven van mensen, dieren of planten’.
De stand van zaken in 2022
In 2022 had Nederland via (en inclusief) de EU met 147 landen een verdragsrelatie. Het oudste verdrag dat in 2022 nog van kracht was betreft een handelsovereenkomst met Syrië die bekrachtigd werd in 1977 en drie groene normen telt. Het meest recente verdrag stamt als gezegd uit 2021 en betreft het VK. Met deze 147 landen zijn in totaal 43 unieke handelsverdragen van kracht. Het verdrag dat de relatie met het grootste aantal landen definieert is de Cotonou Agreement uit 2003, waarin afspraken zijn gemaakt met 78 landen in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS landen).
Figuur 3.4.4 toont de groene normen die het meest voorkomen in deze 43 actuele handelsverdragen. Vermeldenswaardig is dat van de 298 onderscheiden normen in de TREND-database er 51 in geen van deze 43 verdragen worden genoemd. Enkele concrete voorbeelden van groene normen die niet voorkomen in deze bestaande 43 verdragen gaan over plasticvervuiling van zeeën en oceanen en een verbod op de handel in milieuonvriendelijke goederen waarvan het gebruik in het partnerland aan banden is gelegd. Een groot deel van de veelgebruikte groene normen die we in figuur 3.4.4 zien, zijn eerder in deze paragraaf al illustratief aan bod gekomen. Zo komt de ‘vage toezegging om samen te werken’ voor in liefst driekwart van de handelsverdragen in 2022. Niet eerder besproken afspraken die veel worden gemaakt gaan over de toezegging om gezamenlijk op te trekken bij onderhandelingen over milieuverdragen, gezamenlijke monitoring en bestudering van milieuvraagstukken en de interactie tussen industriële ontwikkeling en het milieu. Zo is er bijvoorbeeld in het verdrag van de EU met Bosnië-Herzegovina afgesproken dat samenwerking zich richt op de modernisering en herstructurering van de Bosnische industrie met oog voor het milieu.
| Aandeel1) | |
|---|---|
| Groene norm | % |
| Vage toezeggingen omtrent samenwerking | 76,74 |
| Bevorderen van hernieuwbare productie van energie | 74,42 |
| Overige referenties aan instituties gerelateerd aan het milieu | 74,42 |
| Bevorderen van energie-efficiëntie | 74,42 |
| Coherentie in algemene zin | 67,44 |
| Zeeën en oceanen | 60,47 |
| Preambule refereert aan het milieu | 60,47 |
| Onderhandelingen van milieuverdragen | 60,47 |
| Gezamenlijke monitoring en onderzoek van milieuvraagstukken | 60,47 |
| Overige normen met betrekking tot water | 60,47 |
| Interactie tussen industriële activiteiten en het milieu | 55,81 |
| Bescherming van visstanden | 55,81 |
| Overige normen met betrekking tot gevaarlijk afval | 55,81 |
| Algemene verplichting tot de uitwisseling van informatie met betrekking tot het milieu | 53,49 |
| Interactie tussen transport en het milieu | 51,16 |
| Niet-noodzakelijke handelsbeperkingen vanuit het oogpunt van leven en gezondheid van planten en dieren | 51,16 |
| Overige normen m.b.t. rampen | 51,16 |
| Technische assistentie, training en capacity building verstrekt aan de andere partij | 51,16 |
| Implementatie van andere verdragen m.b.t. het milieu | 51,16 |
| SPS-maatregelen en het milieu | 51,16 |
| Overige normen m.b.t. biodiversiteit | 51,16 |
| Bescherming van natuurlijke hulpbronnen | 48,84 |
| Intergouvernementeel comité | 48,84 |
Bron:DESTA en TREND
1)Het percentage van de lopende verdragen in 2022 dat de betreffende norm bevat.
Figuur 3.4.5 laat zien met welke landen Nederland in 2022 (via de EU) handelsverdragen heeft afgesloten en in welke mate deze handelsverdragen groene normen bevatten. Het merendeel van de landen waarmee de EU een handelsakkoord met groene normen heeft gesloten ligt in Afrika. Dit betreft in veel gevallen landen waarmee in het kader van de Cotonou Agreement een handelsakkoord is opgesteld dat relatief gezien een gemiddeld aantal groene normen telt. Een opmerkelijke uitzondering hierop is Somalië, waarmee een handelsverdrag uit 1991 nog altijd van kracht is en relatief gezien een groot aantal groene normen bevat. Dit is ook opmerkelijk vanwege het feit dat het over het algemeen zo is dat recentere handelsverdragen meer groene normen tellen. Goede voorbeelden hiervan zijn recente verdragen met Canada, het VK, Vietnam, Singapore, Armenië, Oekraïne en Japan. Het is zelfs zo dat de EU sinds het verdrag met Zuid-Korea uit 2011 in alle daaropvolgende handelsverdragen standaard een TSD (Trade and Sustainable Development) hoofdstuk opneemt. Daarnaast volgt de EU sinds vorig jaar een nieuwe aanpak bij lopende en toekomstige onderhandelingen, waarbij mogelijke sancties worden afgesproken als bepaalde afspraken niet worden nagekomen (Europese Commissie, 2022).
Integratie binnen de EU reikt verder dan enkel een handelsverdrag. Dat betekent dat milieuafspraken, zoals bijvoorbeeld de Green Deal, op een andere manier worden verankerd, waardoor deze niet zichtbaar zijn in de TREND-database. Dat heeft tot gevolg dat de afspraken die er op het gebied van internationale handel binnen de kaders van de EU zijn relatief weinig groene normen tellen. Verder valt in figuur 3.4.5 opnieuw op dat de EU met een aantal belangrijke handelspartners buiten Europa (nog) geen handelsakkoord heeft, mede omdat alleen verdragen die al van kracht zijn worden meegenomen in de analyses. Daarnaast zijn er landen waarmee de EU in gesprek is om bestaande verdragen met relatief weinig groene normen te moderniseren met onder andere meer duurzaamheidsafspraken. Dan gaat het bijvoorbeeld om Mexico en Chili.
| Wereld | Groene norm | |
|---|---|---|
| Andorra | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Verenigde Arabische Emiraten | Geen verdrag van kracht | |
| Afghanistan | Geen verdrag van kracht | |
| Antigua en Barbuda | Verdrag met relatief veel groene normen | |
| Anguilla | Geen verdrag van kracht | |
| Albanië | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Armenië | Verdrag met relatief veel groene normen | |
| Curaçao | Geen verdrag van kracht | |
| Angola | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Antarctica | Geen verdrag van kracht | |
| Argentinië | Geen verdrag van kracht | |
| Samoa Amerikaans | Geen verdrag van kracht | |
| Oostenrijk | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Australië | Geen verdrag van kracht | |
| Aruba | Geen verdrag van kracht | |
| Azerbeidzjan | Geen verdrag van kracht | |
| Bosnië-Herzegovina | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Barbados | Verdrag met relatief veel groene normen | |
| Bangladesh | Geen verdrag van kracht | |
| België | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Burkina Faso | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Bulgarije | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Bahrein | Geen verdrag van kracht | |
| Boeroendi | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Benin | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Bermuda | Geen verdrag van kracht | |
| Brunei | Geen verdrag van kracht | |
| Bolivia | Geen verdrag van kracht | |
| Brazilië | Geen verdrag van kracht | |
| Bahamas | Verdrag met relatief veel groene normen | |
| Bhutan | Geen verdrag van kracht | |
| Botswana | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Wit-Rusland | Geen verdrag van kracht | |
| Belize | Verdrag met relatief veel groene normen | |
| Canada | Verdrag met relatief veel groene normen | |
| Congo, Democratische Republiek | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Centraal-Afrikaanse Republiek | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Congo | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Zwitserland | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Ivoorkust | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Cookeilanden | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Chili | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Kameroen | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| China | Geen verdrag van kracht | |
| Colombia | Verdrag met relatief veel groene normen | |
| Clipperton-eiland | Geen verdrag van kracht | |
| Costa Rica | Verdrag met relatief veel groene normen | |
| Cuba | Geen verdrag van kracht | |
| Kaapverdië | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Cyprus | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Tsjechië | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Duitsland | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Djibouti | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Denemarken | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Dominica | Verdrag met relatief veel groene normen | |
| Dominicaanse Republiek | Verdrag met relatief veel groene normen | |
| Algerije | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Ecuador | Verdrag met relatief veel groene normen | |
| Estland | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Egypte | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Griekenland | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Eritrea | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Spanje | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Ethiopië | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Finland | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Fiji | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Falklandeilanden | Geen verdrag van kracht | |
| Micronesië(Federale Staten) | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Faeröer | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Gabon | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Grenada | Verdrag met relatief veel groene normen | |
| Georgië | Verdrag met relatief veel groene normen | |
| Guernsey | Geen verdrag van kracht | |
| Ghana | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Gibraltar | Geen verdrag van kracht | |
| Groenland | Geen verdrag van kracht | |
| Gambia | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Guinee | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Equatoriaal-Guinee | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Zuid-Georgië en de Zuid-Sandwicheilanden | Geen verdrag van kracht | |
| Guatemala | Verdrag met relatief veel groene normen | |
| Guam | Geen verdrag van kracht | |
| Guinee-Bissau | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Guyana | Verdrag met relatief veel groene normen | |
| Hongkong | Geen verdrag van kracht | |
| Heard- en McDonaldeilanden | Geen verdrag van kracht | |
| Honduras | Verdrag met relatief veel groene normen | |
| Kroatië | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Haïti | Verdrag met relatief veel groene normen | |
| Hongarije | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Indonesië | Geen verdrag van kracht | |
| Ierland | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Israël | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| India | Geen verdrag van kracht | |
| Brits gebied in de Indische Oceaan | Geen verdrag van kracht | |
| Irak | Geen verdrag van kracht | |
| Iran (Islamitische Republiek) | Geen verdrag van kracht | |
| IJsland | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Italië | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Jersey | Geen verdrag van kracht | |
| Jamaica | Verdrag met relatief veel groene normen | |
| Jordanië | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Japan | Verdrag met relatief veel groene normen | |
| Kenia | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Kirgizië | Geen verdrag van kracht | |
| Cambodja | Geen verdrag van kracht | |
| Kiribati | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Comoren | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Saint Kitts en Nevis | Verdrag met relatief veel groene normen | |
| Noord-Korea | Geen verdrag van kracht | |
| Zuid-Korea | Verdrag met relatief veel groene normen | |
| Koeweit | Geen verdrag van kracht | |
| Caymaneilanden | Geen verdrag van kracht | |
| Kazachstan | Verdrag met relatief veel groene normen | |
| Laos | Geen verdrag van kracht | |
| Libanon | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Saint Lucia | Verdrag met relatief veel groene normen | |
| Liechtenstein | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Sri Lanka | Geen verdrag van kracht | |
| Liberia | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Lesotho | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Litouwen | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Luxemburg | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Letland | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Libië | Geen verdrag van kracht | |
| Marokko | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Monaco | Geen verdrag van kracht | |
| Moldavië | Verdrag met relatief veel groene normen | |
| Montenegro (m.i.v. 1 juni 2005) | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Madagaskar | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Marshalleilanden | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Mali | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Birma | Geen verdrag van kracht | |
| Mongolië | Geen verdrag van kracht | |
| Macau | Geen verdrag van kracht | |
| Noordelijke Marianen | Geen verdrag van kracht | |
| Mauritanië | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Montserrat | Geen verdrag van kracht | |
| Malta | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Mauritius | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Maldiven | Geen verdrag van kracht | |
| Malawi | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Mexico | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Maleisië | Geen verdrag van kracht | |
| Mozambique | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Namibië | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Nieuw-Caledonië | Geen verdrag van kracht | |
| Niger | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Norfolk | Geen verdrag van kracht | |
| Nigeria | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Nicaragua | Verdrag met relatief veel groene normen | |
| Nederland | Nederland | |
| Noorwegen | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Nepal | Geen verdrag van kracht | |
| Nauru | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Niue-eilanden | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Nieuw-Zeeland | Geen verdrag van kracht | |
| Oman | Geen verdrag van kracht | |
| Panama | Verdrag met relatief veel groene normen | |
| Peru | Verdrag met relatief veel groene normen | |
| Frans-Polynesië | Geen verdrag van kracht | |
| Papoea-Nieuw-Guinea | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Filipijnen | Geen verdrag van kracht | |
| Pakistan | Geen verdrag van kracht | |
| Polen | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Saint Pierre en Miquelon | Geen verdrag van kracht | |
| Pitcairneilanden | Geen verdrag van kracht | |
| Puerto Rico | Geen verdrag van kracht | |
| Gebied onder Palestijnse autoriteit | Geen verdrag van kracht | |
| Portugal | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Palau | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Paraguay | Geen verdrag van kracht | |
| Qatar | Geen verdrag van kracht | |
| Roemenië | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Servië (m.i.v. 1 juni 2005) | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Rusland | Geen verdrag van kracht | |
| Rwanda | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Saoedi-Arabië | Geen verdrag van kracht | |
| Salomonseilanden | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Seychellen | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Zweden | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Singapore | Verdrag met relatief veel groene normen | |
| St. Helena | Geen verdrag van kracht | |
| Slovenië | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Slowakije | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Sierra Leone | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| San Marino | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Senegal | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Somalië | Verdrag met relatief veel groene normen | |
| Suriname | Verdrag met relatief veel groene normen | |
| Sao Tomé en Principe | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| El Salvador | Verdrag met relatief veel groene normen | |
| Syrië | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Swaziland | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Turks- en Caicos-eilanden | Geen verdrag van kracht | |
| Tsjaad | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Togo | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Thailand | Geen verdrag van kracht | |
| Tadzjikistan | Geen verdrag van kracht | |
| Oost-Timor | Geen verdrag van kracht | |
| Turkmenistan | Geen verdrag van kracht | |
| Tunesië | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Tonga | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Turkije | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Trinidad en Tobago | Verdrag met relatief veel groene normen | |
| Tuvalu | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Tanzania (Verenigde Republiek) | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Oekraïne | Verdrag met relatief veel groene normen | |
| Oeganda | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Verenigd Koninkrijk | Verdrag met relatief veel groene normen | |
| Verafgelegen eilandjes van de Verenigde Staten | Geen verdrag van kracht | |
| Verenigde Staten van Amerika | Geen verdrag van kracht | |
| Uruguay | Geen verdrag van kracht | |
| Oezbekistan | Geen verdrag van kracht | |
| Vaticaanstad | Geen verdrag van kracht | |
| Saint Vincent en de Grenadines | Verdrag met relatief veel groene normen | |
| Venezuela | Geen verdrag van kracht | |
| Britse Maagdeneilanden | Geen verdrag van kracht | |
| Amerikaanse Maagdeneilanden | Geen verdrag van kracht | |
| Vietnam | Verdrag met relatief veel groene normen | |
| Vanuatu | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Wallis- en Futuna-eilanden | Geen verdrag van kracht | |
| Samoa (Vroegere West-Samoa) | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Jemen | Geen verdrag van kracht | |
| Zuid-Afrika | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Zambia | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Zimbabwe | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Frankrijk | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Saint Barthelemy | Geen verdrag van kracht | |
| South-Sudan | Geen verdrag van kracht | |
| Soedan | Verdrag met een gemiddeld aantal groene normen | |
| Bouveteiland | Geen data beschikbaar | |
| Cocoseilanden | Geen data beschikbaar | |
| Christmas Island | Geen data beschikbaar | |
| Westelijke Sahara | Verdrag met relatief weinig groene normen | |
| Isle of Man | Geen data beschikbaar | |
| Spitsbergen | Geen data beschikbaar | |
| Aksai Chin | Geen data beschikbaar | |
| Arunachal Pradesh | Geen verdrag van kracht | |
| Demchok | Geen data beschikbaar | |
| Halaib Triangle | Geen data beschikbaar | |
| Ilemi Triangle | Geen data beschikbaar | |
| Jammu en Kasjmir | Geen verdrag van kracht | |
| Koerilen | Geen data beschikbaar | |
| Bir Tawil | Geen data beschikbaar | |
| Abyei | Geen data beschikbaar | |
| Bron: CBS, DESTA en TREND | ||
3.5Arbeidsnormen
Handelsverdragen gaan allang niet meer alleen over tarieven en markttoegang van goederen en diensten. Aspecten als openbare aanbestedingen, duurzaamheid, mededinging en samenwerking op het gebied van regelgeving, en effecten op de arbeidsmarkt zijn ook onderdelen van handelsverdragen (Van den Berg, 2016). Het opnemen van arbeidsrechten in internationale handelsverdragen kwam bijvoorbeeld voor het eerst ter sprake tijdens de Bretton-Woods onderhandelingen in 1945–1946. In Artikel 7 van het Havana handvest valt te lezen:
‘The Members recognize that measures relating to employment must take fully into account the rights of workers under inter-governmental declarations, conventions and agreements. They recognize that all countries have a common interest in the achievement and maintenance of labour standards related to productivity, and thus in the improvement of wages and working conditions as productivity may permit. The Members recognize that unfair labour conditions, particularly in production for export, create difficulties in international trade, and, accordingly, each Member shall take whatever action may be appropriate and feasible to eliminate such conditions within its territory (cited in Alben 2001, p. 1431)’.
Hier werd echter geen praktisch vervolg aan gegeven tot aan de oprichting van de WTO in 1994. Zoals in paragraaf 3.3 al is betoogd, ageerden met name ontwikkelingslanden tegen de opname van arbeidsnormen in handelsverdragen, omdat zij bang waren dat deze als protectionistisch instrument gebruikt zouden kunnen worden door meer ontwikkelde landen. Als reactie daarop werd in de Singapore Declaration van 1996 vastgelegd dat een apart orgaan, namelijk de International Labour Office (ILO), zich exclusief zou richten op het internationaal arbeidsrecht, waarmee dit thema dus buiten de agenda van de WTO zou blijven. Vanaf dat moment zijn arbeidsnormen steeds vaker onderdeel van internationale handelsverdragen geworden.
Arbeidsnormen gedefinieerd en gemeten via LABPTA-database
We baseren ons in deze paragraaf over arbeidsnormen op de LABPTA-database (LABour Provisions in Trade Agreements) van Raess en Sari (2018). Zij definiëren een labour provision of arbeidsnorm in een handelsverdrag als een regel of voorschrift die gericht is op het beschermen en/of verbeteren van de rechten van arbeiders en werkomstandigheden. Zij coderen een arbeidsnorm wanneer een handelsverdrag een hoofdstuk, artikel, paragraaf of zin bevat waarin een bepaalde commitment wordt uitgesproken aan een aan arbeidsrechten of werkomstandigheden gerelateerd onderwerp.
Raess en Sari kijken verder niet naar bredere vormen van sociale bescherming zoals sociale zekerheid met betrekking tot gezondheid, ouderdom of werkloosheid. Ook provisies op het gebied van het actief creëren van werkgelegenheid, opleidingen of andere zaken die gepaard gaan met het aanbod van arbeid worden niet gecodeerd als arbeidsnorm in LABPTA. Ten slotte worden ook provisies met betrekking tot bijvoorbeeld vrij verkeer van personen en de behandeling van arbeidsmigranten niet meegenomen als arbeidsnorm in LABPTA.
Arbeidsnormen steeds vaker onderdeel van handelsverdragen
In figuur 3.5.1 is per jaar het aantal handelsverdragen te zien waar Nederland via de EU deel van uitmaakt, onderverdeeld naar de mate waarin deze verdragen arbeidsnormen bevatten. Duidelijk zichtbaar is dat Nederland door de jaren heen niet alleen partij is geworden in meer handelsverdragen, maar ook dat deze verdragen steeds dieper zijn geworden. De kleine afnames in 1993 en 2004 komen voort uit een samenvoeging van verschillende verdragen die gezamenlijk de EU definiëren. Verder valt te zien dat de groei in het totaal aantal handelsverdragen vanaf 2015 vooral in (vooralsnog) niet gedocumenteerde handelsverdragen zit. Dit heeft te maken met het feit dat DESTA en LABPTA ook rekening houden met handelsverdragen die nog in onderhandeling zijn. Er gaat namelijk enige tijd overheen voordat handelsverdragen in het proces van onderhandeling via ratificatie naar van kracht gaan.
| Jaar | Provisies onbekend | Geen arbeidsnormen | Oppervlakkige arbeidsnormen | Uitgebreide arbeidsnormen |
|---|---|---|---|---|
| 1990 | 20 | . | . | . |
| 1991 | 20 | 1 | . | . |
| 1992 | 20 | 1 | 1 | . |
| 1993 | 20 | 2 | 1 | 2 |
| 1994 | 15 | 2 | 1 | 5 |
| 1995 | 16 | 5 | 1 | 6 |
| 1996 | 15 | 6 | 1 | 6 |
| 1997 | 15 | 6 | 1 | 6 |
| 1998 | 14 | 4 | 1 | 9 |
| 1999 | 14 | 3 | 1 | 10 |
| 2000 | 12 | 5 | 1 | 12 |
| 2001 | 12 | 5 | 1 | 12 |
| 2002 | 10 | 7 | 2 | 12 |
| 2003 | 10 | 7 | 2 | 13 |
| 2004 | 6 | 8 | 2 | 7 |
| 2005 | 5 | 10 | 2 | 7 |
| 2006 | 4 | 10 | 2 | 8 |
| 2007 | 4 | 10 | 2 | 6 |
| 2008 | 4 | 10 | 2 | 7 |
| 2009 | 4 | 12 | 2 | 8 |
| 2010 | 4 | 12 | 2 | 9 |
| 2011 | 4 | 12 | 2 | 10 |
| 2012 | 5 | 12 | 2 | 10 |
| 2013 | 4 | 11 | 2 | 13 |
| 2014 | 4 | 11 | 2 | 14 |
| 2015 | 4 | 11 | 2 | 16 |
| 2016 | 5 | 11 | 2 | 17 |
| 2017 | 6 | 11 | 2 | 18 |
| 2018 | 6 | 11 | 2 | 18 |
| 2019 | 9 | 11 | 2 | 18 |
| 2020 | 10 | 11 | 2 | 19 |
| 2021 | 11 | 11 | 2 | 19 |
| 2022 | 11 | 11 | 2 | 19 |
| Bron: DESTA en LABPTA | ||||
| 1)Oppervlakkige arbeidsnormen zijn "aspirational" arbeidsnormen die alleen in het voorwoord van een verdrag voorkomen, terwijl uitgebreide arbeidsnormen in enig andere categorie voorkomen. | ||||
Ook wanneer we naar het aantal handelspartners kijken waar Nederland (via de EU) een verdrag mee heeft zien we een gestage toename (figuur 3.5.2). Een opmerkelijke ontwikkeling is te zien in 2003. In dat jaar sloot de EU het Cotonou Verdrag af met 78 landen in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS landen). Dit verdrag verving de Lomé conventie, die weliswaar niet gecodeerd is in LABPTA, maar duidelijk is wel dat het Cotonou Verdrag veel verder ging op het gebied van duurzame ontwikkeling (zie ook paragraaf 3.4). Deze ACS-landen zien we ook duidelijk terugkomen in figuur 3.5.3, die de meest recente stand van zaken toont met betrekking tot de verdragspartners van Nederland en de arbeidsnormen die al dan niet onderdeel zijn van deze handelsverdragen.
| Jaar | Provisies onbekend | Geen arbeidsnormen | Oppervlakkige arbeidsnormen | Uitgebreide arbeidsnormen |
|---|---|---|---|---|
| 1990 | 95 | . | . | . |
| 1991 | 98 | 1 | . | . |
| 1992 | 98 | 1 | 1 | . |
| 1993 | 98 | 2 | 1 | 2 |
| 1994 | 93 | 2 | 1 | 9 |
| 1995 | 96 | 5 | 1 | 8 |
| 1996 | 95 | 6 | 1 | 8 |
| 1997 | 95 | 6 | 1 | 8 |
| 1998 | 94 | 4 | 1 | 11 |
| 1999 | 94 | 3 | 1 | 12 |
| 2000 | 92 | 5 | 1 | 14 |
| 2001 | 92 | 5 | 1 | 14 |
| 2002 | 90 | 7 | 2 | 14 |
| 2003 | 23 | 7 | 2 | 90 |
| 2004 | 29 | 8 | 2 | 84 |
| 2005 | 18 | 10 | 2 | 94 |
| 2006 | 17 | 10 | 2 | 95 |
| 2007 | 19 | 10 | 2 | 93 |
| 2008 | 19 | 10 | 2 | 93 |
| 2009 | 29 | 13 | 2 | 81 |
| 2010 | 29 | 13 | 2 | 82 |
| 2011 | 27 | 13 | 2 | 85 |
| 2012 | 31 | 13 | 2 | 81 |
| 2013 | 31 | 12 | 2 | 90 |
| 2014 | 31 | 12 | 2 | 91 |
| 2015 | 31 | 12 | 2 | 93 |
| 2016 | 37 | 12 | 2 | 88 |
| 2017 | 38 | 12 | 2 | 90 |
| 2018 | 38 | 13 | 2 | 89 |
| 2019 | 42 | 13 | 2 | 88 |
| 2020 | 43 | 14 | 2 | 88 |
| 2021 | 43 | 14 | 2 | 88 |
| 2022 | 43 | 14 | 2 | 88 |
| Bron: DESTA en LABPTA | ||||
| 1)Oppervlakkige arbeidsnormen zijn "aspirational" arbeidsnormen die alleen in het voorwoord van een verdrag voorkomen, terwijl uitgebreide arbeidsnormen in enig andere categorie voorkomen. | ||||
| Wereld | Verdrag met arbeidsnorm | |
|---|---|---|
| Andorra | Verdrag zonder arbeidsnormen | |
| Verenigde Arabische Emiraten | Geen handelsverdrag | |
| Afghanistan | Geen handelsverdrag | |
| Antigua en Barbuda | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Anguilla | Geen handelsverdrag | |
| Albanië | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Armenië | Ongedocumenteerd verdrag | |
| Curaçao | Geen handelsverdrag | |
| Angola | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Antarctica | Geen handelsverdrag | |
| Argentinië | Geen handelsverdrag | |
| Samoa Amerikaans | Geen handelsverdrag | |
| Oostenrijk | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Australië | Geen handelsverdrag | |
| Aruba | Geen handelsverdrag | |
| Azerbeidzjan | Geen handelsverdrag | |
| Bosnië-Herzegovina | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Barbados | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Bangladesh | Geen handelsverdrag | |
| België | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Burkina Faso | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Bulgarije | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Bahrein | Geen handelsverdrag | |
| Boeroendi | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Benin | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Bermuda | Geen handelsverdrag | |
| Brunei | Geen handelsverdrag | |
| Bolivia | Geen handelsverdrag | |
| Brazilië | Geen handelsverdrag | |
| Bahamas | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Bhutan | Geen handelsverdrag | |
| Botswana | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Wit-Rusland | Geen handelsverdrag | |
| Belize | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Canada | Ongedocumenteerd verdrag | |
| Congo, Democratische Republiek | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Centraal-Afrikaanse Republiek | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Congo | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Zwitserland | Verdrag zonder arbeidsnormen | |
| Ivoorkust | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Cookeilanden | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Chili | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Kameroen | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| China | Geen handelsverdrag | |
| Colombia | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Clipperton-eiland | Geen handelsverdrag | |
| Costa Rica | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Cuba | Geen handelsverdrag | |
| Kaapverdië | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Cyprus | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Tsjechië | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Duitsland | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Djibouti | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Denemarken | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Dominica | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Dominicaanse Republiek | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Algerije | Verdrag zonder arbeidsnormen | |
| Ecuador | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Estland | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Egypte | Verdrag zonder arbeidsnormen | |
| Griekenland | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Eritrea | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Spanje | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Ethiopië | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Finland | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Fiji | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Falklandeilanden | Geen handelsverdrag | |
| Micronesië(Federale Staten) | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Faeröer | Verdrag met oppervlakkige arbeidsnormen | |
| Gabon | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Grenada | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Georgië | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Guernsey | Geen handelsverdrag | |
| Ghana | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Gibraltar | Geen handelsverdrag | |
| Groenland | Geen handelsverdrag | |
| Gambia | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Guinee | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Equatoriaal-Guinee | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Zuid-Georgië en de Zuid-Sandwicheilanden | Geen handelsverdrag | |
| Guatemala | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Guam | Geen handelsverdrag | |
| Guinee-Bissau | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Guyana | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Hongkong | Geen handelsverdrag | |
| Heard- en McDonaldeilanden | Geen handelsverdrag | |
| Honduras | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Kroatië | Verdrag zonder arbeidsnormen | |
| Haïti | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Hongarije | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Indonesië | Geen handelsverdrag | |
| Ierland | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Israël | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| India | Geen handelsverdrag | |
| Brits gebied in de Indische Oceaan | Geen handelsverdrag | |
| Irak | Geen handelsverdrag | |
| Iran (Islamitische Republiek) | Geen handelsverdrag | |
| IJsland | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Italië | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Jersey | Geen handelsverdrag | |
| Jamaica | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Jordanië | Verdrag met oppervlakkige arbeidsnormen | |
| Japan | Ongedocumenteerd verdrag | |
| Kenia | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Kirgizië | Geen handelsverdrag | |
| Cambodja | Geen handelsverdrag | |
| Kiribati | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Comoren | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Saint Kitts en Nevis | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Noord-Korea | Geen handelsverdrag | |
| Zuid-Korea | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Koeweit | Geen handelsverdrag | |
| Caymaneilanden | Geen handelsverdrag | |
| Kazachstan | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Laos | Geen handelsverdrag | |
| Libanon | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Saint Lucia | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Liechtenstein | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Sri Lanka | Geen handelsverdrag | |
| Liberia | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Lesotho | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Litouwen | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Luxemburg | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Letland | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Libië | Geen handelsverdrag | |
| Marokko | Verdrag zonder arbeidsnormen | |
| Monaco | Geen handelsverdrag | |
| Moldavië | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Montenegro (m.i.v. 1 juni 2005) | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Madagaskar | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Marshalleilanden | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Mali | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Birma | Geen handelsverdrag | |
| Mongolië | Geen handelsverdrag | |
| Macau | Geen handelsverdrag | |
| Noordelijke Marianen | Geen handelsverdrag | |
| Mauritanië | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Montserrat | Geen handelsverdrag | |
| Malta | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Mauritius | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Maldiven | Geen handelsverdrag | |
| Malawi | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Mexico | Verdrag zonder arbeidsnormen | |
| Maleisië | Geen handelsverdrag | |
| Mozambique | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Namibië | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Nieuw-Caledonië | Geen handelsverdrag | |
| Niger | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Norfolk | Geen handelsverdrag | |
| Nigeria | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Nicaragua | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Nederland | Nederland | |
| Noorwegen | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Nepal | Geen handelsverdrag | |
| Nauru | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Niue-eilanden | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Nieuw-Zeeland | Geen handelsverdrag | |
| Oman | Geen handelsverdrag | |
| Panama | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Peru | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Frans-Polynesië | Geen handelsverdrag | |
| Papoea-Nieuw-Guinea | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Filipijnen | Geen handelsverdrag | |
| Pakistan | Geen handelsverdrag | |
| Polen | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Saint Pierre en Miquelon | Geen handelsverdrag | |
| Pitcairneilanden | Geen handelsverdrag | |
| Puerto Rico | Geen handelsverdrag | |
| Gebied onder Palestijnse autoriteit | Geen handelsverdrag | |
| Portugal | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Palau | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Paraguay | Geen handelsverdrag | |
| Qatar | Geen handelsverdrag | |
| Roemenië | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Servië (m.i.v. 1 juni 2005) | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Rusland | Geen handelsverdrag | |
| Rwanda | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Saoedi-Arabië | Geen handelsverdrag | |
| Salomonseilanden | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Seychellen | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Zweden | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Singapore | Ongedocumenteerd verdrag | |
| St. Helena | Geen handelsverdrag | |
| Slovenië | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Slowakije | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Sierra Leone | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| San Marino | Verdrag zonder arbeidsnormen | |
| Senegal | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Somalië | Ongedocumenteerd verdrag | |
| Suriname | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Sao Tomé en Principe | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| El Salvador | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Syrië | Ongedocumenteerd verdrag | |
| Swaziland | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Turks- en Caicos-eilanden | Geen handelsverdrag | |
| Tsjaad | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Togo | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Thailand | Geen handelsverdrag | |
| Tadzjikistan | Geen handelsverdrag | |
| Oost-Timor | Geen handelsverdrag | |
| Turkmenistan | Geen handelsverdrag | |
| Tunesië | Verdrag zonder arbeidsnormen | |
| Tonga | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Turkije | Verdrag zonder arbeidsnormen | |
| Trinidad en Tobago | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Tuvalu | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Tanzania (Verenigde Republiek) | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Oekraïne | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Oeganda | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Verenigd Koninkrijk | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Verafgelegen eilandjes van de Verenigde Staten | Geen handelsverdrag | |
| Verenigde Staten van Amerika | Geen handelsverdrag | |
| Uruguay | Geen handelsverdrag | |
| Oezbekistan | Geen handelsverdrag | |
| Vaticaanstad | Geen handelsverdrag | |
| Saint Vincent en de Grenadines | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Venezuela | Geen handelsverdrag | |
| Britse Maagdeneilanden | Geen handelsverdrag | |
| Amerikaanse Maagdeneilanden | Geen handelsverdrag | |
| Vietnam | Ongedocumenteerd verdrag | |
| Vanuatu | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Wallis- en Futuna-eilanden | Geen handelsverdrag | |
| Samoa (Vroegere West-Samoa) | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Jemen | Geen handelsverdrag | |
| Zuid-Afrika | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Zambia | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Zimbabwe | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Frankrijk | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Saint Barthelemy | Geen handelsverdrag | |
| South-Sudan | Geen handelsverdrag | |
| Soedan | Verdrag met uitgebreide arbeidsnormen | |
| Bouveteiland | Geen data beschikbaar | |
| Cocoseilanden | Geen data beschikbaar | |
| Christmas Island | Geen data beschikbaar | |
| Westelijke Sahara | Verdrag zonder arbeidsnormen | |
| Isle of Man | Geen data beschikbaar | |
| Spitsbergen | Geen data beschikbaar | |
| Aksai Chin | Geen data beschikbaar | |
| Arunachal Pradesh | Geen handelsverdrag | |
| Demchok | Geen data beschikbaar | |
| Halaib Triangle | Geen data beschikbaar | |
| Ilemi Triangle | Geen data beschikbaar | |
| Jammu en Kasjmir | Geen handelsverdrag | |
| Koerilen | Geen data beschikbaar | |
| Bir Tawil | Geen data beschikbaar | |
| Abyei | Geen data beschikbaar | |
| Bron: CBS, DESTA en LABPTA | ||
Dat Nederland met name met ontwikkelingslanden relatief verregaande afspraken aangaande de bescherming van arbeidsnormen heeft, heeft voor een groot deel te maken met het willen voorkomen van de eerder genoemde race to the bottom waarbij economische activiteiten zich verplaatsen naar de landen met de minste regels op het gebied van duurzaamheid (zie paragraaf 3.3). Door relatief strikte afspraken op het gebied van arbeidsomstandigheden af te dwingen in handelsverdragen pogen ontwikkelde landen het risico hierop te verkleinen, omdat ontwikkelingslanden daardoor relatief minder aantrekkelijk worden als vestigingsplaats. Bij dat beeld past ook de bevinding van Raess et al. (2018) dat nationale vakbonden een belangrijke drijvende kracht zijn achter de toename van arbeidsnormen in handelsverdragen. De zorg van ontwikkelingslanden dat dergelijke arbeidsnormen ook als protectionistisch instrument kunnen fungeren is daarmee ook niet uit te sluiten. Het gros van alle diepe handelsverdragen waarin arbeidsnormen zijn opgenomen is immers gesloten tussen ontwikkelde en ontwikkelingslanden (Raess en Sari, 2018).
Soorten arbeidsnormen in LABPTA-database
Zoals hiervoor besproken (zie leeskader) coderen Raess en Sari (2018) provisies in handelsverdragen die gericht zijn op het beschermen en verbeteren van arbeidsrechten en werkomstandigheden. Hun coderingssystematiek begint met een tekstanalyse van 487 handelsverdragen, waarbij ze zoeken naar sleutelwoorden zoals ‘labour, employ, work, strike, ILO’. De hoofdstukken, artikelen, paragrafen of zinnen die in deze tekstanalyse gevlagd worden classificeren ze daarna volgens hun eigen coderingsschema. Dit schema onderscheidt 140 verschillende arbeidsnormen, waarbij normen zijn gecategoriseerd in zes afzonderlijke dimensies.
De meest algemene dimensie betreft de zogeheten aspirational statements, ofwel het uitspreken van een bepaalde intentie. De scope, of inhoudelijke reikwijdte, van de arbeidsnormen in handelsverdragen wordt geoperationaliseerd aan de hand van twee dimensies: (1) substantive commitments, ofwel substantiële inhoudelijke toezeggingen, en (2) cooperation commitments, toezeggingen met betrekking tot samenwerking. De mate van afdwingbaarheid van afspraken wordt geoperationaliseerd in drie dimensies: verplichtingen (obligations), handhaving (enforceability) en toezichthoudende instituties (institutions). Iedere arbeidsnorm wordt op deze zes dimensies gescoord met een waarde 1 als de betreffende dimensie van toepassing is en nul anderszins. We bespreken iedere dimensie hieronder kort, waarbij we ook een aantal illustratieve voorbeelden geven.
Substantiële inhoudelijke toezeggingen vallen uiteen in toezeggingen met betrekking tot internationale of nationale wetgeving. Zo staat er in het verdrag tussen de EFTA-landen en Montenegro de provisie dat beide partijen de verplichtingen die voortvloeien uit de ILO-verklaring van 1996 erkennen en respecteren, specifiek wanneer het gaat om:
- de vrijheid tot het oprichten van vakverenigingen en de daadwerkelijke erkenning van het recht op collectieve onderhandelingen;
- de afschaffing van alle vormen van gedwongen of verplichte arbeid;
- de daadwerkelijke afschaffing van kinderarbeid;
- de uitbanning van discriminatie in arbeid en beroep.
De feitelijke provisie in het hierboven genoemde verdrag wordt in LABPTA gecodeerd langs de dimensie substantiële inhoudelijke toezegging uiteenvallend in acht verschillende arbeidsnormen, waaronder gelijke beloning voor mannen en vrouwen voor gelijke werkzaamheden en het instellen van een minimumleeftijd voor het verrichten van werkzaamheden.
Toezeggingen met betrekking tot samenwerking hebben logischerwijs betrekking op arbeidsnormen waarin partijen afspreken samen te werken, bijvoorbeeld op het gebied van de hervorming van het arbeidsrecht.
Figuur 3.5.4 en 3.5.5 tonen een overzicht van de meest voorkomende arbeidsnormen in LABPTA in termen van inhoudelijke reikwijdte. De figuren laten tevens zien in hoeveel handelsverdragen deze normen voorkomen en ook specifiek voor Nederland. De twee meest voorkomende arbeidsnormen op het gebied van inhoudelijke toezeggingen zijn enforcement of domestic laws, non-derogation en ILO 1998 Declaration. Enforcement of domestic laws is eenvoudigweg een toezegging om nationale wetten effectief te handhaven. Non-derogation betreft de toezegging dat een land haar competitieve positie, bijvoorbeeld met betrekking tot internationale handel of investeringen, niet zal proberen te verbeteren door arbeidsrechten te beperken. De ILO 1998 Declaration norm betreft een toezegging om de verplichtingen die voortvloeien uit deze verklaring uit 1998 te erkennen en te respecteren. Op het gebied van samenwerking worden het vaakst afspraken gemaakt die gaan over gezondheid en veiligheid in de context van de verbetering van werkomstandigheden en over industrial relations, waarmee bijvoorbeeld samenwerking op het gebied van capacity building ten behoeve van sociale partners wordt bedoeld. In de handelsverdragen waar Nederland partij in is worden andere accenten gelegd. Zo valt met name op dat zowel op het gebied van inhoudelijke toezeggingen als op het gebied van samenwerking eliminatie van discriminatie en gelijke beloning voor mannen en vrouwen voor gelijke werkzaamheden relatief veel vaker worden opgenomen in verdragen dan de andere arbeidsnormen.
| Arbeidsnorm | Alle verdragen | Verdragen met Nederland |
|---|---|---|
| Handhaving van nationale wetgeving |
49 | 5 |
| Non-derogatie | 47 | 5 |
| IAO verklaring 1998 | 47 | 4 |
| Verbod op kinderarbeid |
43 | 7 |
| Collectieve onderhandelingen |
43 | 7 |
| Uitbannen van dwangarbeid |
43 | 7 |
| Minimum werkleeftijd | 43 | 7 |
| Vereniging, organiseren en staken |
43 | 7 |
| Gelijk werk, gelijk loon (man/vrouw) |
42 | 12 |
| Afschaffen van discriminatie |
42 | 12 |
| Gezondheid en veiligheid | 30 | 7 |
| Werkomstandigheden | 24 | 6 |
| Internationaal erkende arbeidsnormen |
18 | 3 |
| Waardig werk | 18 | 5 |
| Werktijden | 15 | 2 |
| VN ECOSOC ministeriële verklaring |
14 | 5 |
| Maatschappelijk verantwoord ondernemen |
13 | 4 |
| IAO verklaring 2008 | 8 | 1 |
| Bron: DESTA en LABPTA | ||
| Arbeidsnorm | Alle verdragen | Verdragen met Nederland |
|---|---|---|
| Gezondheid en veiligheid |
54 | 11 |
| Arbeidsverhoudingen | 53 | 10 |
| Arbeidsadministratie en inspectie |
45 | 5 |
| Afschaffen van discriminatie |
44 | 14 |
| Gelijk werk, gelijk loon (man/vrouw) |
43 | 14 |
| Werkomstandigheden | 39 | 6 |
| Collectieve onderhandelingen |
37 | 6 |
| Vereniging, organiseren en staken |
35 | 6 |
| Arbeidswetten | 35 | 3 |
| Verbod op kinderarbeid | 34 | 6 |
| Minimum werkleeftijd | 34 | 6 |
| Uitbannen van dwangarbeid |
32 | 6 |
| Gendergelijkheid | 27 | 7 |
| IAO verklaring 1998 | 26 | 1 |
| Waardig werk | 20 | 5 |
| Non-derogatie | 14 | 5 |
| Internationaal erkende arbeidsnormen |
10 | 3 |
| Bron: DESTA en LABPTA | ||
De drie dimensies verplichtingen, handhaving en toezichthoudende instituties hebben allemaal betrekking op de mate waarin arbeidsnormen enige vorm van bindende kracht hebben. Bij de dimensie verplichtingen wordt er in het coderingsproces gekeken naar het specifieke woordgebruik bij een provisie in een verdrag. Als er bijvoorbeeld ‘shall’, ‘will’, of ‘agree’ staat, dan weegt dit zwaarder door dan wanneer ‘should’ of ‘strive to ensure’ wordt gebruikt. Bij handhaving ligt de focus op het model van dispute settlement mechanisms oftewel staatsarbitrage: in welke mate hebben verdragspartners toegang tot onafhankelijke rechtsvorming wanneer zij vinden dat een arbeidsnorm niet wordt nageleefd? De dimensie instituties betreft de mate waarin de institutionele inrichting bijdraagt aan het monitoren en evalueren van de naleving van arbeidsnormen. Een voorbeeld hiervan komt uit het verdrag uit 2011 tussen de EU en Zuid-Korea, waarin een paragraaf is opgenomen die volledig gewijd is aan de institutionele setting. Daarin spreken beide partijen onder andere af dat er een organisatie en binnenlandse adviesgroepen zullen worden opgericht die toezien op en adviseren bij de implementatie van de afspraken op arbeidsgebied. Onder deze noemer worden ook afspraken gecodeerd met betrekking tot ex-post onderzoek naar het effect van arbeidsnormen. Een voorbeeld van een verdrag waarin een dergelijke norm is opgenomen betreft dat tussen de EU en Colombia en Peru uit 2012.
Onderstaande figuren geven een overzicht van de meest voorkomende arbeidsnormen langs de dimensies verplichtingen (figuur 3.5.6) en handhaving (figuur 3.5.7). Onder de noemer verplichtingen zien we dezelfde veelvoorkomende normen opduiken: de verplichting om nationale wetten effectief te handhaven, de eerder besproken non-derogation belofte, gelijke beloning voor mannen en vrouwen en de eliminatie van discriminatie. Ook bij de dimensie handhaving is de verplichting om nationale wetten effectief te handhaven, niet heel verrassend, de meest voorkomende norm.
| Arbeidsnorm | Alle verdragen | Verdragen met Nederland |
|---|---|---|
| Handhaving van nationale wetgeving |
45 | 5 |
| Gelijk werk, gelijk loon (man/vrouw) |
29 | 10 |
| Non-derogatie | 29 | 5 |
| Afschaffen van discriminatie |
29 | 10 |
| Vereniging, organiseren en staken |
22 | 5 |
| Collectieve onderhandelingen |
22 | 5 |
| Uitbannen van dwangarbeid |
22 | 5 |
| Verbod op kinderarbeid |
21 | 5 |
| Minimum werkleeftijd | 21 | 5 |
| Gezondheid en veiligheid | 18 | 7 |
| Werkomstandigheden | 13 | 5 |
| IAO verklaring 1998 | 12 | 2 |
| Werktijden | 6 | 2 |
| Waardig werk | 6 | 1 |
| Maatschappelijk verantwoord ondernemen |
2 | 1 |
| VN ECOSOC ministeriële verklaring |
1 | 1 |
| Bron: DESTA en LABPTA | ||
| Arbeidsnormen | Alle verdragen | Verdragen met Nederland |
|---|---|---|
| Vereniging, organiseren en staken |
28 | 6 |
| Afschaffen van discriminatie |
20 | 6 |
| Verbod op kinderarbeid | 27 | 6 |
| Collectieve onderhandelingen |
28 | 6 |
| Minimum werkleeftijd | 28 | 6 |
| Gelijk werk, gelijk loon (man/vrouw) |
20 | 6 |
| Uitbannen van dwangarbeid |
28 | 6 |
| Waardig werk | 8 | 5 |
| Handhaving van nationale wetgeving |
31 | 5 |
| Non-derogatie | 20 | 5 |
| IAO verklaring 1998 | 18 | 4 |
| VN ECOSOC ministeriële verklaring |
7 | 4 |
| Maatschappelijk verantwoord ondernemen |
5 | 3 |
| Internationaal erkende arbeidsnormen |
6 | 3 |
| IAO verklaring 2008 | 2 | 1 |
| Bron: DESTA en LABPTA | ||
De zesde dimensie betreft de zogeheten aspirational statements, arbeidsnormen die gebaseerd op teksten uit de preambule van handelsverdragen. Deze normen onderscheiden zich van de andere vijf dimensies doordat hier doorgaans geen rechten aan kunnen worden ontleend, het gaat uitsluitend om het uitspreken van bepaalde intenties. Intentie om de werkomstandigheden te verbeteren (improve working conditions) komt het meest voor als gecodeerde arbeidsnorm binnen deze dimensie.
3.6Samenvatting en conclusie
Internationale handel is voor veel landen een belangrijke bron van inkomsten en welvaart. Dit geldt bijvoorbeeld voor Nederland, maar ook ontwikkelingslanden kijken vaak naar internationale handel als aanjager van hun economische ontwikkeling. De mondiale uitdaging daarbij is ervoor te zorgen dat dit een duurzame ontwikkeling is, waarbij de voordelen van handel bij een zo breed mogelijk publiek terecht komen en bovendien niet ten koste gaan van bijvoorbeeld het milieu. Het maken van internationale afspraken over verschillende aspecten van duurzaamheid en inclusiviteit is daarbij van groot belang. Als dit immers niet gedaan wordt kunnen vervuilende of anderzijds ongewenste productiepraktijken voortgezet worden in landen met minder strikte of minder goed gehandhaafde regelgeving op het gebied van duurzaamheid of arbeidsrecht waardoor economische ontwikkeling ten koste kan gaan van duurzaamheid of waarbij de concurrentiepositie van op dit vlak ambitieuze landen verslechtert.
In dit hoofdstuk is gekeken naar de verdieping van handelsverdragen, waarmee bedoeld wordt dat zij steeds nadrukkelijker betrekking hebben op zaken die niet direct gaan over het verlagen van handelsbarrières in de vorm van importtarieven. Specifiek hebben we gekeken naar de opname van afspraken rondom milieu- en arbeidsrechtbescherming in handelsverdragen. Zo hebben we laten zien dat Nederland, via haar deelname aan de Europese Unie, met steeds meer landen handelsverdragen afsluit en dat deze steeds uitgebreidere afspraken op het gebied van milieu en arbeidsrecht bevatten. Dit past in de algemene beleidslijn van de Europese Unie, die sinds het verdrag met Zuid-Korea van 2011 standaard een hoofdstuk over Trade and Sustainable Development (TSD) opneemt in handelsverdragen.
Een logische vervolgvraag op deze beschrijvende analyse is uiteraard wat de gevolgen van deze afspraken zijn. Hebben zij inderdaad een positieve invloed op het gebied van duurzaamheid in brede zin? En zijn de zorgen van ontwikkelingslanden gefundeerd dat dit soort afspraken een protectionistische praktische toepassing kunnen hebben? Deze vragen komen in het volgende hoofdstuk aan bod.
3.7Literatuur
Literatuur
Bagwell, K. & Staiger, R. W. (2001). Domestic policies, national sovereignty, and international economic institutions. The Quarterly Journal of Economics, 116(2), 519–562.
Baier, S. & Bergstrand, J. (2007). Do free trade agreements actually increase members’ international trade? Journal of International Economics, 71(1), 72–95.
Berg, van den, M. (2016). Naar een maatschappelijk verantwoord handels- en investeringsregime. Economische en Statistische Berichten (ESB), 101(4744).
Brandi, C., Schwab, J., Berger, A. & Morin, J. F. (2020). Do environmental provisions in trade agreements make exports from developing countries greener? World Development, 129, 104899.
Càrrere, C., Olarreaga, M. & Raess, D. (2022). Labor clauses in trade agreements: Hidden protectionism? The review of international organizations, 17, 453–483.
Cats, R. (26 jan 2022). Brussel heeft moeite handelsakkoorden te sluiten vanwege milieu- en arbeidseisen. Het Financieele Dagblad.
CBS (2021). Internationaliseringsmonitor 2021, derde kwartaal: Niet-tarifaire maatregelen. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.
Davies, R. B. & Vadlamannati, K. C. (2013). A race to the bottom in labor standards? An empirical investigation. Journal of Development Economics, 103, 1–14.
Europese Commissie (2022). Commission unveils new approach to trade agreements to promote green and just growth.
Europese Commissie (2023a). Negotiations and agreements.
Europese Commissie (2023b). How to read a trade agreement.
Evofenedex (2022). Europese Unie en Nieuw-Zeeland sluiten handelsovereenkomst.
Hofmann, C., Osnago, A. & Ruta, M. (2017). Horizontal depth: a new database on the content of preferential trade agreements. World Bank Policy Research Working Paper, (7981).
Kaushal, L. A. (2022). Impact of regional trade agreements on export efficiency – A case study of India. Cogent Economics & Finance, 10(1), 2008090.
Krasner, S. D. (2002). State power and the structure of international trade. In International political economy (pp. 19–36). Routledge.
Martinez-Zarzoso, I. & Kruse, H. W. (2019). Are Labour Provisions in Free Trade Agreements Improving Labour Conditions? Open Economies Review, 30, 975–1003.
Mattoo, A., Rocha, N. & Ruta, M. (2020). The evolution of deep trade agreements. Policy Research Working Paper 9283. Washington, DC: World Bank.
Mattoo, A., Rocha, N. & Ruta, M. (Red). (2020). Handbook of deep trade agreements. World Bank Publications.
Morin, J. F., Dür, A. & Lechner, L. (2018). Mapping the trade and environment nexus: Insights from a new dataset. Global Environmental Politics, 18(1), 122–139.
Niu, Z., Liu, C., Gunessee, S., & Milner, C. (2018). Non-tariff and overall protection: evidence across countries and over time. Review of World Economics, 154, 675–703.
Stam L. & Kempen, R. (2022). Duurzame handel: een brede agenda. VNO-NCW.
Raess, D. & Sari, D. (2018). Labor Provisions in Trade Agreements (LABPTA): Introducing a New Dataset. Global Policy, 9(4), 451–466.
Raess, D. & Sari, D. (2021). Labor Provisions in Trade Agreements (LABPTA) Codebook and Coding, 1990–2015. Colchester, Essex: UK Data Service.
Raess, D., Dür, A. & Sari, D. (2018). Protecting labor rights in preferential trade agreements: The role of trade unions, left governments, and skilled labor. Review of International Organizations, 13(2), 143–162.
Schreinemacher, L. (2023). Buitenlands beleid en handelspolitiek: Brief van de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Kamerstuk 31 985 No. 80.
Tanaka, S., Teshima, K. & Verhoogen, E. (2022). North-South displacement effects of environmental regulation: The case of battery recycling. American Economic Review: Insights, 4(3), 271–288.
Timini, J. (2023). Revisiting the ‘Cobden-Chevalier network’ trade and welfare effects. Explorations in Economic History, 89, 101480.
Noten
De afkorting CITES staat voor Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora. Dit multilaterale verdrag heeft tot doel te voorkomen dat soorten in het wild uitsterven of sterk in aantal dalen als gevolg van internationale handel. De handel in bepaalde (bedreigde) diersoorten is in het kader van de CITES-conventie geheel verboden.
In dit IM hoofdstuk worden veelvuldig voorbeelden gegeven van feitelijke afspraken in bestaande handelsverdragen. Dit betreft een vrije vertaling naar het Nederlands van de officiële Engelstalige provisieteksten.
In het afgelopen decennium zijn er verschillende initiatieven geweest om de vele nieuwe bepalingen in diepere handelsverdragen vast te leggen. De twee meest voorname initiatieven zijn dat van de Wereldbank en van DESTA. Beiden pogen de kwalitatieve inhoud van handelsverdragen te coderen en te compartimenteren in verschillende beleidsterreinen. Vanwege datatechnische overwegingen is er voor dit onderzoek gekozen voor DESTA als uitgangspunt.
Zie de website van het TREND-analytics project op https://klimalog.idos-research.de/trend/index.html.
De bespreking van de 8 hoofdcategorieën betreft een vrije vertaling van de website van het TREND-analytics project. Zie https://klimalog.idos-research.de/trend/about-trend.html.
Van belang is op te merken dat het hier niet gaat om handelsregulering in het kader van niet-tarifaire maatregelen (NTM’s).