Begrippen
Bedrijf(seenheid)
De feitelijke transactor in het productieproces gekenmerkt door zelfstandigheid ten aanzien van de beslissingen over dat proces en door het aanbieden van zijn producten aan derden. Kenmerkend is dat er autonomie is over beslissingen met betrekking tot productie binnen deze entiteit. Wanneer deze eenheid zich uitstrekt over verschillende landen wordt omwille van de nationale statistiek het Nederlandse deel als bedrijf beschouwd.
Bedrijfsdemografisch Kader (BDK)
Het Bedrijfsdemografisch Kader (BDK) is een doorontwikkelde versie van het Algemeen Bedrijven Register (ABR) waarin methodebreuken zijn gecorrigeerd en de aansluiting van de gegevens in de tijd verder is gewaarborgd. Dit maakt het bij uitstek geschikt voor onderzoek waarbij individuele bedrijven in de tijd worden gevolgd. Doordat omnummeringen vanwege bijvoorbeeld administratieve oorzaken, fusies, overnames of afsplitsingen ‘gerepareerd’ worden, verdwijnen bedrijven niet uit het zicht. Daarnaast is het BDK verrijkt met informatie uit andere statistieken en de UCI-lijst.
Binnenlandse bestedingen
De consumptie door huishoudens en de overheid, plus de investeringen door huishoudens, overheid en ondernemingen.
Broeikasgassen
Broeikasgassen houden een deel van de warmte die op aarde terecht komt door zonnestraling vast. Door de toegenomen concentratie broeikasgassen in de atmosfeer wordt meer warmte vastgehouden en neemt de temperatuur van het aardoppervlak toe. Dit noemt men het versterkte broeikaseffect. De belangrijkste broeikasgassen zijn kooldioxide (CO2), methaan (CH4), lachgas (N2O), HFK’s, PFK’s en SF6.
Bruto binnenlands product (bbp)
Een maat voor de omvang van de economie. Deze wordt berekend uit de som van de waarde die door ondernemingen, huishoudens en overheden wordt toegevoegd aan de goederen en diensten die zij hebben moeten verbruiken om hun producten te kunnen maken. Deze som staat bekend als de toegevoegde waarde ‘in basisprijzen’. Om tot het bbp ‘in marktprijzen’ te komen, wordt hierbij het saldo van product-gebonden belastingen en subsidies én het verschil tussen toegerekende en afgedragen btw opgeteld.
Buitenlandse dochteronderneming
Als een Nederlands bedrijf een meerderheidsbelang in een buitenlands bedrijf heeft, dan is dit bedrijf een dochteronderneming van een Nederlands bedrijf, of buitenlands bedrijf onder Nederlandse zeggenschap. Daarbij is geen minimum bedrag aan investeringen of minimum aandeel in het stemrecht in het buitenlands bedrijf gehanteerd. Zulke investeringen in het buitenland, gedaan door een bedrijf in Nederland én in Nederlandse handen (Nederlandse multinational), heeft als doel een blijvend belang op te bouwen in een buitenlands bedrijf.
CH4
Methaan (= moerasgas). CH4 ontstaat onder andere door onvolledige verbranding van brandstoffen, lekkage van het aardgasnet en door vergisting. Methaan is een broeikasgas (veroorzaakt opwarming van de aarde) en methaan is het belangrijkste bestanddeel van aardgas.
Classification of products by activity (CPA)
EU-classificatie van goederen en diensten, neergelegd in een Europese verordening die de lidstaten bindt en die het gemeenschappelijke Europese kader verschaft voor de vergelijking van statistische gegevens over goederen en diensten. Het Europese uitgangspunt is dat de structuur van de CPA de economische herkomst van producten moet weerspiegelen. De CPA vormt onder meer de grondslag voor de indeling van goederen en diensten in de aanbod- en gebruiktabellen van de Nationale Rekeningen.
CO2
Kooldioxide. CO2 ontstaat onder andere bij verbranding van de koolstof in brandstoffen. Het is een broeikasgas (veroorzaakt opwarming van de aarde).
CO2-equivalent
Om de invloed van de verschillende broeikasgassen te kunnen optellen, worden de uitstootcijfers omgerekend naar CO2-equivalenten. De omrekening is gebaseerd op het Global Warming Potential (GWP), dat is de mate waarin een gas bijdraagt aan het broeikaseffect.
De broeikasgasuitstoot wordt doorgaans uitgedrukt in megaton CO2-equivalent (1 megaton = 1 miljoen ton = 1 miljard kilogram). Eén kilogram CO2-equivalent staat gelijk aan de broeikaswerking van 1 kilogram CO2. Volgens de nieuwe IPCC-voorschriften (vanaf september 2022) staat de uitstoot van 1 kilogram lachgas gelijk aan 265 kilogram CO2-equivalent en de uitstoot van 1 kilogram methaan aan 28 kilogram CO2-equivalent. Voor deze editie zijn de oude factoren gebruikt (298 voor lachgas en 25 voor methaan) vanwege consistentie met eerder gepubliceerde waarden.
Consumptievoetafdruk
De Nederlandse consumptievoetafdruk omvat alle broeikasgasemissies die zijn uitgestoten ten behoeve van de totale Nederlandse consumptie.
Diepe handelsverdragen (in het Engels: Deep Trade Agreements, DTA)
Deep Trade Agreements (letterlijk diepe handelsverdragen) zijn wederzijdse overeenkomsten tussen landen die niet alleen betrekking hebben op handel, maar ook op bijkomende beleidsdomeinen, zoals internationale investerings- en arbeidsstromen en de bescherming van intellectuele eigendomsrechten en het milieu.
Directe uitvoer
Het leveren van goederen en het verlenen van diensten door ingezetenen aan het buitenland (niet-ingezetenen).
Emissie-coëfficiënt
Emissies van een activiteit gedeeld door de totale productie van deze activiteit, dus de emissie per eenheid productie.
Emissiehandelsbalans
De emissiehandelsbalans is de broeikasgasvoetafdruk van de invoer minus de broeikasgasvoetafdruk van de uitvoer.
Grootbedrijf
Hiertoe behoren alle bedrijven die gevestigd zijn in Nederland en onderdeel uitmaken van een concern met minstens 250 werkzame personen en/of een onderdeel zijn van een concern dat in buitenlandse handen is.
Indirecte export (export via de waardeketen)
De productie van goederen en diensten die niet direct bestemd zijn voor de export naar een bepaald land, maar die uiteindelijk verwerkt worden in die export via andere binnen- of buitenlandse bedrijfstakken.
Industriële export
Export van goederen en diensten door bedrijven in de industrie.
Intermediaire diensten
Diensten die gebruikt worden in het productieproces van andere goederen en diensten. Zo worden bijvoorbeeld schoonmaakdiensten gebruikt in boekhoudkantoren.
Intermediaire goederen
Dit zijn inputs in het productieproces, zoals grondstoffen, halffabricaten of brandstoffen. Een intermediair product wordt gebruikt tijdens het productieproces, vaak getransformeerd, en dan verwerkt in de uiteindelijke output. Het wordt dus gebruikt om weer andere goederen te produceren.
Internationale handel in diensten
Er is sprake van internationale handel in diensten wanneer Nederlandse ingezetenen voor ingezetenen van een andere economie diensten verrichten of omgekeerd. Diensten zijn producten die over het algemeen niet tastbaar zijn, bijvoorbeeld vervoersdiensten, zakelijke diensten en persoonlijke, culturele en recreatieve diensten. Met Nederlandse ingezetenen worden bedrijven en personen bedoeld die in Nederland economische activiteiten ontplooien en daartoe reeds langer dan één jaar over een locatie in Nederland beschikken.
Internationale handel in goederen
Er is sprake van internationale handel in goederen wanneer ingezetenen goederen leveren aan het buitenland en omgekeerd. Bij invoer uit EU-landen is dit de waarde van de goederen inclusief vracht- en verzekeringskosten tot aan de Nederlandse grens. Bij invoer uit niet-EU-landen is dit de waarde inclusief vracht- en verzekeringskosten tot aan de buitengrens van de Europese Unie. De uitvoerwaarde is inclusief vracht- en verzekeringskosten tot aan de Nederlandse grens. Dit is in overeenstemming met de statistiek Internationale Handel in Goederen (IHG).
Internationale productieketen (waardeketen)
Een internationale productieketen omvat alle activiteiten – in meer dan één land – die nodig zijn om een product of dienst vanuit de conceptfase via de verschillende productiefases bij eindverbruikers te bezorgen en verwerking na gebruik.
Invoer
De som van invoer voor binnenlands gebruik en invoer voor wederuitvoer.
Invoerrechten (invoertarief)
Onder invoerrechten of invoertarieven wordt de belasting verstaan die geheven wordt op buitenlandse invoer om de binnenlandse markt te beschermen.
Invoervoetafdruk
De Nederlandse invoervoetafdruk omvat alle broeikasgasemissies die zijn uitgestoten ten behoeve van de totale Nederlandse invoer. Dat behelst dus niet alleen de invoer die in Nederland blijft maar ook de wederuitvoer.
Invoer voor binnenlandse bestedingen
De voor ingezetenen bestemde goederen, die vanuit het buitenland in het economisch gebied van Nederland zijn gebracht. Hiertoe behoren ook voor verwerking in het productieproces benodigde grondstoffen, halffabricaten, brandstoffen en voor investeringen bestemde vaste activa.
Invoer voor wederuitvoer
De goederen die Nederland binnenkomen, daarbij (tijdelijk) eigendom worden van een ingezetene, en daarna, zonder dat significant industriële bewerking plaatsvindt, Nederland weer verlaten.
Most-Favoured Nation (MFN)
Het principe van de Most-Favoured Nation, de meest begunstigde natie, houdt in dat wanneer een land aan een ander land handelsvoordelen toekent, bijvoorbeeld een lager invoertarief, dezelfde voordelen ook aan andere landen moet gunnen. De Wereldhandelsorganisatie (WTO) heeft dit principe als eerste grondbeginsel opgenomen in haar regelementen. Hierdoor zijn WTO-leden verplicht alle leden op dezelfde manier te behandelen; wie een bevriende natie een voordeel gunt, is dat verplicht ook aan de andere WTO-leden te gunnen.
Multinational
Bedrijven met een moeder- of dochterbedrijf in het buitenland. Zie ook: buitenlandse dochteronderneming. Een Nederlandse multinational is een bedrijf onder (ultieme) Nederlandse zeggenschap met ten minste één dochter (meerderheidsdeelneming) in het buitenland. Een buitenlandse multinational is een in Nederland gevestigde dochteronderneming, waarover de uiteindelijke zeggenschap in het buitenland ligt.
N2O
Distikstofoxide (= lachgas). N2O ontstaat bij allerlei chemische omzettingsprocessen, met name in de landbouw, door denitrificatieprocessen bij mest en kunstmest en verder onder andere bij de productie van salpeterzuur en in autokatalysatoren. Het is een broeikasgas (veroorzaakt opwarming van de aarde).
Niet-multinational
Bedrijven zonder moeder- of dochterbedrijf in het buitenland.
Niet-tarifaire maatregel (NTM)
Beleidsmaatregelen, maar geen tarieven, die mogelijk een economisch effect hebben op de internationale handel. De NTM’s kunnen hun effect hebben op het product via een veranderende hoeveelheid, een veranderde prijs, of beide. Grofweg in te delen in 2 groepen. De eerste groep zijn technische maatregelen zoals eisen aan kwaliteit of technische voorschriften, waaronder sanitaire en fytosanitaire maatregelen (SPS) en technische handelsbarrières (TBT) vallen. De tweede groep maatregelen behelst de niet-technische maatregelen zoals quota, lokale inhoudseisen, distributie, etc.
Pollution haven (hypothese)
De pollution haven hypothese (letterlijk de vervuilingsparadijs-hypothese) stelt dat, wanneer grote geïndustrialiseerde landen fabrieken of kantoren in het buitenland willen vestigen, ze vaak op zoek zullen gaan naar de goedkoopste optie in termen van grondstoffen en arbeid die het land en de materiële toegang biedt die ze nodig hebben.
Porter hypothese
De Porter hypothese stelt dat vervuilende bedrijven kunnen profiteren van milieubeleid, doordat goed ontworpen en strenge milieuregelgeving innovaties kan stimuleren, die op hun beurt de productiviteit van bedrijven of de productwaarde voor eindgebruikers verhogen.
Preferentieel handelsverdrag (PTA)
In een preferentieel handelsakkoord beloven de leden elkaar lagere tarieven op te leggen dan MFN-tarieven; dit zijn de preferentiële tarieven. Deze overeenkomsten zijn wederzijds, wat betekent dat alle deelnemende landen elkaar het voordeel geven van lage of nultarieven.
Protectionisme
Het beschermen van de binnenlandse productie door onder andere invoerheffingen, niet-tarifaire maatregelen en importquota’s.
Quasi-doorvoer
Quasi-doorvoer betreft invoer van goederen van buitenlandse makelij die na aankomst in Nederland niet of nauwelijks een bewerking ondergaan en daarna weer worden doorgevoerd naar het buitenland. De goederen zijn tijdens het gehele verblijf in Nederland eigendom van een buitenlands bedrijf (in tegenstelling tot de wederuitvoer). Daarnaast moet er nog één van de volgende administratieve handelingen gebeuren in Nederland, wil er sprake zijn van quasi-doorvoer:
- De goederen van buiten de EU worden bij aankomst in Nederland vrijgemaakt;
- De goederen verlaten Nederland en de EU en er wordt door de douane een uitvoerdocument opgemaakt;
- De internationale goederen worden in Nederland voor minimaal één dag opgeslagen. Hierdoor wordt de eigenaar BTW-plichtig en moet hij zich laten registreren voor de BTW.
De quasi-doorvoer is geen onderdeel van de Nederlandse cijfers over de Nederlandse handel, wel bij de Europese cijfers over de Nederlandse handel (Eurostat). Zie ook begrip: doorvoer.
Race to the bottom
Een situatie die gekenmerkt wordt door een geleidelijke verlaging of verslechtering van normen, vooral (in bedrijfscontexten) als gevolg van de concurrentiedruk.
SITC
Standard International Trade Classification. Indeling volgens de Standard International Trade Classification (SITC 1):
0 Voeding en levende dieren
1 Dranken en tabak
2 Grondstoffen, niet eetbaar, behalve brandstoffen
3 Minerale brandstoffen, smeermiddelen en dergelijke producten
4 Dierlijke en plantaardige oliën en vetten
5 Chemische producten
6 Fabricaten hoofdzakelijk gerangschikt volgens grondstoffen
7 Machines en vervoermaterieel
8 Diverse gefabriceerde goederen
9 Niet afzonderlijk genoemde goederen
Toegevoegde waarde
Het verschil tussen de productie (basisprijzen) en het intermediair verbruik (exclusief aftrekbare btw).
Uitvoer
De som van uitvoer van Nederlandse makelij en wederuitvoer.
Uitvoer van Nederlandse makelij
Uitvoer van Nederlandse makelij betreft uitvoer na productie in Nederland dan wel uitvoer na significante bewerking van buitenlandse makelij (waarbij wordt gekeken in hoeverre de statistische goederencode van het goed al dan niet sterk is veranderd). Wederuitvoer en uitvoer van Nederlandse makelij vormen samen de totale Nederlandse uitvoercijfers.
Veehouderijcomplex
Het veehouderijcomplex omvat uitsluitend de veehouderijsector, slachterijen, vleesverwerkingsbedrijven en de zuivelindustrie.
Veehouderijketen
De Nederlandse veehouderijketen is de volledige waardeketen van het Nederlandse veehouderijcomplex.
Vrijhandelsverdrag
Met vrijhandelsverdragen tussen landen of regio’s proberen landen de toegang tot elkaars markt te vereenvoudigen. Ze verlagen hierbij de tarieven en reguleren niet-tarifaire maatregelen om investeringen en handel in goederen en diensten te stimuleren.
Wederuitvoer
Wederuitvoer betreft invoer van goederen van buitenlandse makelij die na aankomst in Nederland niet of nauwelijks een bewerking ondergaan en daarna weer worden uitgevoerd naar het buitenland. De goederen zijn tijdens het verblijf in Nederland (tijdelijk) eigendom van een Nederlands bedrijf (in tegenstelling tot de quasi-doorvoer). Wederuitvoer en uitvoer van Nederlandse makelij vormen samen de totale Nederlandse uitvoercijfers.
Zeggenschap
De zeggenschap van bedrijven wordt bepaald aan de hand van het land waar de strategische besluitvorming plaatsvindt. Deze zeggenschap ligt bij de Ultimate Controlling Institutional Unit (UCI). Buitenlandse zeggenschap betekent dat het land van vestiging van de UCI een ander land is dan Nederland.
Zelfstandig mkb
Het zelfstandig midden- en kleinbedrijf omvat alle bedrijven in Nederland die in Nederlandse handen zijn en waar minder dan 250 personen werkzaam zijn, bekeken op het niveau van de onderneming. Specifiek worden bedrijven die onderdeel zijn van een onderneming waar in totaal meer dan 250 werkzame personen zijn, óf bedrijven die onder buitenlandse zeggenschap vallen volgens deze afbakening niet als zelfstandig mkb geteld. Mogelijk met of zonder buitenlandse dochterondernemingen.