De internationale dienstenhandel van Nederland
Hoewel we het niet altijd beseffen, is internationale dienstenhandel onderdeel van ons dagelijks leven. We gebruiken buitenlandse apps, bestellen online bij internationale bedrijven en gaan over de grens voor toeristische en zakelijke reizen. Dit hoofdstuk brengt de internationale dienstenhandel van Nederland in kaart: welke diensten verhandelen we en met welke landen? Is onze dienstenhandel vergelijkbaar van samenstelling, in omvang en belang met die van andere EU-landen? En welk type Nederlandse bedrijven zijn betrokken bij deze handel? Hier komt een algemeen beeld van de dienstenhandel aan bod, waarna verder in de Internationaliseringsmonitor andere aspecten van de handel in diensten onderzocht worden.
1.1Wat is internationale dienstenhandel?
Vijf jaar geleden maakten we kennis met de fictieve persoon Marijke en haar familie (CBS, 2017). Aan de hand van haar activiteiten, en die van haar familie, illustreerden we hoe internationale dienstenhandel in ons werkend en dagelijks leven een rol kan spelen. Zo was Marijke in 2017 manager van een Nederlands IT-bedrijf. Dit bedrijf ontwikkelde een online game in opdracht van een Australisch bedrijf (uitvoer van een computerdienst) en maakte gebruik van diverse callcentra in India (invoer van een zakelijke dienst). Toen Marijke in 2017 een vakantie in Turkije doorbracht, en met een Turkse luchtvaartmaatschappij naar de badplaats Antalya vloog, maakte ze gebruik van Turkse vervoers- en reisverkeersdiensten.
Vijf jaar later is de wereld sterk veranderd. Zo heeft het Verenigd Koninkrijk op 31 januari 2020 de EU verlaten, heerst er wereldwijd nog steeds een coronapandemie en is er oorlog in Oekraïne. Door de coronapandemie en de bijbehorende reisbeperkingen is Marijke inmiddels al enkele jaren niet meer in het buitenland op zakenreis of vakantie geweest om haar vrienden en familie te bezoeken (invoer van reisverkeersdiensten). Contacten met haar zakelijke klanten in het buitenland onderhield ze door middel van video-conferencing, waarvoor ze licenties heeft aangekocht (betaalde vergoedingen voor licenties op computersoftware). Om de naamsbekendheid van haar IT-bedrijf verder te vergroten, heeft ze advertentierechten op Google gekocht (import van advertentiediensten). Het Britse bedrijf dat ze inhuurde om de marketing van de online game (invoer van zakelijke diensten) in de Britse en Ierse markt te zetten, heeft na de Brexit een vergunning nodig om in Nederland en Ierland zaken te doen, en het kost Marijke veel tijd en geld (import van juridische diensten) om duidelijk te krijgen of de samenwerking rechtmatig is. Ook winkelen, een hapje eten en een avondje uit doet ze een stuk minder. Dit heeft plaatsgemaakt voor online winkelen op Amazon waarbij ze betaalt via financiële dienstverleners (invoer van financiële diensten), thuisbezorgde boodschappen en tv kijken via streamingsdiensten (import van audiovisuele diensten). Haar vriend Pieter werkt voor een groot advocatenkantoor op de Amsterdamse Zuidas, en is gespecialiseerd in internationaal overnamerecht (export van juridische, management of zakelijke dienst). In die hoedanigheid adviseert hij grote multinationals bij hun internationale fiscale en investeringsmogelijkheden. Omdat ze tegenwoordig meer dan de helft van hun tijd vanuit thuis werken, overwegen Marijke en Pieter uit de Randstad te vertrekken en een huis in België te laten bouwen. De eerste gesprekken met de Belgische architect (invoer zakelijke dienst) zijn echter niet hoopgevend; door de sterk gestegen prijzen van bouwmaterialen na de coronacrisis en de oorlog in Oekraïne valt het project duurder uit dan gehoopt.
Marijke en haar vriend Pieter staan symbool voor de vele manieren waarop de internationale handel in diensten in het dagelijks en werkend leven verweven zijn. In de rest van het hoofdstuk komt aan bod hoe de Nederlandse dienstenhandel eruit ziet en welke bedrijven hierbij betrokken zijn.
Leeswijzer
Dit hoofdstuk start in paragraaf 1.2 met een overzicht van de internationale dienstenhandel van Nederland; de ontwikkelingen over de afgelopen, de belangrijkste dienstensoorten en exportbestemmingen en herkomstlanden. In paragraaf 1.3 vergelijken we de Nederlandse dienstenhandel met die van andere EU-landen. Vervolgens komen in paragraaf 1.4 de bedrijven achter de handel aan bod: wat voor type bedrijven zijn het, tot welke bedrijfstak behoren ze en verhandelen ze ook goederen? Paragraaf 1.5 concludeert en vat het hoofdstuk tenslotte samen.
1.2Nederlandse internationale dienstenhandel
Nederland exporteerde in 2021 voor bijna 211 miljard euro aan diensten. Dat is 5,7 procent meer dan in 2020, maar nog altijd 10,5 procent minder dan in het laatste pre-coronajaar 2019.noot1 De Nederlandse dienstenimport bedroeg in 2021 bijna 201 miljard euro. Dat was 7,2 procent meer dan in 2020, maar ten opzichte van 2019 zelfs nog 15,3 procent minder. De internationale dienstenhandel is in 2020 dus behoorlijk onderuit gegaan, en in 2021 nog niet helemaal hersteld. Door de coronapandemie werd vooral het reisverkeer flink geraakt, maar ook het handelsvolume van andere diensten nam flink af. Daarnaast waren er ook tal van bedrijven die voorheen erg belangrijk voor de Nederlandse dienstenhandel waren, maar die in de loop van 2020 (en 2021) een deel van hun handel verplaatsten naar het buitenland. In hoofdstuk 2 van deze editie van de Internationaliseringsmonitor wordt verder ingegaan op oorzaken van de grote teruggang van de dienstenhandel sinds 2020.
| jaar | Import | Export |
|---|---|---|
| 2014 | 155,4 | 167,1 |
| 2015 | 201,5 | 185,1 |
| 2016 | 174,2 | 180,1 |
| 2017 | 191,0 | 190,6 |
| 2018 | 218,9 | 212,7 |
| 2019 | 237,0 | 235,5 |
| 2020 | 187,3 | 199,4 |
| 2021 | 200,7 | 210,7 |
De verdiensten aan de Nederlandse dienstenexport zijn goed voor circa 12 procent van het bbp, zie figuur 1.2.2. Het gaat dan om het aandeel in het laatst beschikbare jaar, 2020. Samen met de goederen (zo’n 19 procent) was het aandeel van de exportverdiensten bijna één derde van het Nederlandse bbp. Hoewel de dienstenhandel qua bruto exportwaarde fors lager ligt dan de goederenhandel, wordt er per saldo meer verdiend aan de export van diensten. Per euro export van goederen en diensten, wordt er gemiddeld 41 cent verdiend in Nederland. Voor alleen de diensten is dat zo’n 63 cent. Dat heeft ermee te maken dat er voor de productie van deze diensten minder goederen en diensten uit het buitenland ingevoerd hoeven worden (CBS, 2022).
| categorie | Aandeel in bbp |
|---|---|
| Goederenuitvoer (Nederlandse makelij en wederuitvoer) | 19,3 |
| Dienstenuitvoer | 12,5 |
| Binnenlandse bestedingen | 68,2 |
Zakelijke diensten nog steeds belangrijkste dienstensoort
De zakelijke diensten zijn het belangrijkst voor de Nederlandse export van diensten met een aandeel van 29,3 procent. De waarde hiervan bedroeg in 2021 61,8 miljard euro, en dat is bijna 10 procent minder dan in 2019, zie figuur 1.2.3. Dit heeft vooral te maken met een teruggang in exportwaarde van de bedrijven die bemiddelen voor het reisverkeer, zoals reisbureaus en online platforms voor reizen. De export van vervoersdiensten vormt de tweede grootste exportcategorie. Met een waarde van 4,7 miljard euro, goed voor 22,4 procent van de totale dienstenexport in 2021, was de export van vervoersdiensten ruim 10 procent groter dan in 2019. Hierbij spelen ook de gestegen prijzen voor vervoer (met name vrachtverkeer en zeevaart) een rol. De exportwaarde van vergoedingen voor het gebruik van intellectueel eigendom lag in 2021 echter zo’n 37 procent lager dan pre-coronacrisis. Dit heeft vooral te maken met internationale herstructureringen van activiteiten een aantal grote bedrijven. Dit wordt verder toegelicht in hoofdstuk 2 van deze editie.
Het reisverkeer heeft in 2020 en 2021 behoorlijk aan belang ingeboet: het was in 2019 nog de 5e belangrijkste dienstensoort met 17,6 miljard euro aan exportwaarde en een aandeel van 7,5 procent in het totaal. In 2021 was het reisverkeer, met een waarde van 8,2 miljard euro, de 6e belangrijkste dienst voor de export met een aandeel van 3,9 procent, waardoor deze niet meer in de top-5 van figuur 1.2.3 terug te vinden is.
| dienstensoort | 2021 | 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|
| Andere zakelijke diensten | 61,8 | 59,6 | 68,4 |
| Vervoersdiensten | 47,2 | 39,2 | 42,8 |
| Vergoedingen voor het gebruik van intellectueel eigendom | 32,4 | 36,5 | 51,7 |
| Telecommunicatie-, computer en informatiediensten | 31,0 | 31,3 | 29,3 |
| Financiële diensten | 11,7 | 8,8 | 8,5 |
Corona en herstructurering internationale dienstenstromen van grote invloed op invoer
Uit figuur 1.2.4 blijkt dat bij de import van diensten in 2021 dezelfde 5 dienstensoorten als bij de export de belangrijkste zijn, ook in dezelfde volgorde. De import van andere zakelijke diensten vertegenwoordigde de grootste waarde in 2021 met 70,4 miljard euro. Met een belang van 35 procent was het veruit de grootste dienstensoort in dat jaar. Wel was de importwaarde nog 5,6 procent kleiner dan in 2019. De vervoersdiensten waren goed voor ruim 19 procent van de totale dienstenimport in 2021; met 38,9 miljard euro ruim 13,4 procent meer dan in 2019. De vergoedingen voor het gebruik van intellectueel eigendom waren in 2021 met 31,2 miljard euro nog altijd goed voor 26 procent van de totale dienstenimport, maar de waarde lag bijna 50 procent lager dan in 2019. Ook hier speelden bedrijfsherstructureringen een grote rol.
De import van reisverkeersdiensten, de uitgaven van Nederlandse toeristen, zakenreizigers en grenspendelaars in het buitenland, waren in 2021 goed voor 9,4 miljard euro, terwijl dat in 2019 nog 20,7 miljard euro was. Het aandeel van 8,7 procent in 2019 kromp daarmee naar een belang van 4,7 procent in 2021 en deze dienstencategorie valt daarmee ook bij de import buiten de vijf belangrijkste dienstensoorten.
| dienstensoort | 2021 | 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|
| Andere zakelijke diensten | 70,4 | 66,6 | 74,6 |
| Vervoersdiensten | 38,9 | 32,1 | 34,3 |
| Vergoedingen voor het gebruik van intellectueel eigendom | 31,2 | 34,0 | 62,0 |
| Telecommunicatie-, computer en informatiediensten | 20,6 | 20,2 | 18,9 |
| Financiële diensten | 15,3 | 12,9 | 10,8 |
VK in 2021 belangrijkste bestemming Nederlandse dienstenexport
Nederland exporteerde in 2021 de meeste diensten naar het Verenigd Koninkrijk, zie figuur 1.2.5. Ondanks Brexit was het de belangrijkste exportpartner voor diensten van Nederland. Met een waarde van 29 miljard euro ging 13,7 procent van de exportwaarde er naartoe. Het VK is daarmee de afgelopen jaren zelfs belangrijker geworden voor Nederland, want in 2019 was het belang nog 10,9 procent. Van de Nederlandse diensten wordt bijna de helft uitgevoerd naar EU-landen, en iets meer dan de helft naar niet EU-landen. Dat aandeel was in 2021 flink hoger dan in eerdere jaren, voornamelijk omdat het VK sinds 2021 niet meer tot de EU behoort. Andere belangrijke niet-EU-landen voor de dienstenhandel zijn de VS en Zwitserland met een aandeel van respectievelijk 11,7 en 5,8 procent. De grote afname in export naar Ierland na 2019 is vooral te verklaren door de herstructureringen van bedrijven (zie hoofdstuk 2).
| land | 2021 | 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|
| Verenigd Koninkrijk | 29,0 | 22,8 | 25,6 |
| Duitsland | 26,9 | 24,9 | 28,4 |
| Verenigde Staten | 24,7 | 22,0 | 21,9 |
| Ierland | 15,5 | 13,2 | 30,8 |
| België | 12,5 | 11,2 | 12,5 |
Verenigde Staten levert in 2021 opnieuw meeste diensten aan Nederland
Voor de dienstenimport ziet de top-5 belangrijkste handelspartners er hetzelfde uit als bij de export, maar dan in een andere volgorde. Uit figuur 1.2.6 blijkt dat we de meeste diensten uit de VS halen: met 38,3 miljard euro had het land een aandeel van 19,1 procent in de totale dienstenimport van 2021. Ook bij de import zien we dat het VK in 2021 belangrijker geworden is dan in de vorige jaren: het aandeel nam toe van 11,9 procent in 2019 tot 16,6 procent in 2021. Bij de import is dezelfde EU- niet-EU-verhouding te zien in de dienstenhandel: net iets meer dan de helft komt uit landen in de Europese Unie, een kleine 50 procent van buiten de EU. Het VK en de VS zijn daarin verreweg het belangrijkst met een gezamenlijk aandeel van 35,7 procent in de Nederlandse dienstenimport.
| land | 2021 | 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|
| Verenigde Staten | 38,3 | 36,7 | 38,8 |
| Verenigd Koninkrijk | 33,4 | 26,7 | 28,2 |
| Duitsland | 21,8 | 20,9 | 24,2 |
| Ierland | 15,5 | 13,8 | 12,5 |
| België | 13,8 | 12,1 | 12,0 |
1.3Nederlandse dienstenhandel internationaal vergeleken
In deze paragraaf maken we gebruik van data van Eurostat over dienstenhandel om de Nederlandse handel van diensten in internationaal perspectief te plaatsen.
Nederland is de vierde grootste dienstenexporteur van de EU, na Duitsland, Ierland en Frankrijk. Nederland is het vijfde land van de EU wat betreft bruto binnenlands product, dus de Nederlandse dienstenhandel is relatief groot vergeleken met de economische omvang van ons land.
| Exportwaarde | |
|---|---|
| Duitsland | 272,0 |
| Ierland | 244,1 |
| Frankrijk | 222,9 |
| Nederland | 196,3 |
| België | 106,4 |
| Luxemburg | 106,3 |
| Spanje | 79,0 |
| Italië | 74,9 |
| Denemarken | 66,9 |
| Zweden | 60,2 |
| Bron: CBS, Eurostat | |
Wanneer we inzoomen op de diensten die Nederland en andere EU-landen exporteren valt op dat het belang van vervoersdiensten groter is voor de Nederlandse dienstenuitvoer dan voor de grootste exporteurs Duitsland en Frankrijk.noot2 Dit kan onder andere verklaard worden door de grote rol die Nederland speelt in de wereldwijde in- en uitvoer, wederuitvoer en doorvoer van goederen door de open economie en vooral de belangrijke logistieke functie van de Rotterdamse haven en Schiphol. Daarnaast is het aandeel van ontvangen vergoeding (royalty’s) voor het gebruik van intellectueel eigendom in de totale Nederlandse dienstenexport twee of drie keer groter vergeleken met andere grote dienstenexporteurs, wat onder andere te maken heeft met de gunstige Nederlandse wet- en regelgeving wat betreft het vestigen van dochters van grote multinationals en om deze diensten via Nederland te laten stromen. De financiële diensten hebben in de totale Nederlandse dienstenexport juist een kleiner aandeel dan in andere EU-landen in de top-5. Tot slot is het reisverkeer relatief minder belangrijk voor Nederland, ons land is simpelweg geen grote vakantiebestemming vergeleken met veel andere EU-landen.
Ook bij de dienstenimport neemt Nederland de 4e plaats in voor wat betreft omvang van de handel, met eenzelfde top-3. Voor alle grote dienstenimporteurs, ook Nederland, geldt dat de zakelijke diensten de belangrijkste dienstensoort is. De verdeling naar dienstensoort geeft verder eenzelfde beeld als bij de export. Net als bij de dienstenuitvoer geldt dat de (betaalde) vergoedingen voor intellectueel eigendom een relatief groot belang hebben in de Nederlandse import. Het belang van het reisverkeer is ook weer relatief klein ten opzichte van andere EU-landen.
| Importwaarde | |
|---|---|
| Ierland | 306,0 |
| Duitsland | 268,5 |
| Frankrijk | 206,5 |
| Nederland | 186,5 |
| België | 104,6 |
| Luxemburg | 84,4 |
| Italië | 82,2 |
| Denemarken | 63,1 |
| Zweden | 60,3 |
| Spanje | 53,4 |
| Bron: CBS, Eurostat | |
1.4Kenmerken van bedrijven met internationale dienstenhandel
In deze paragraaf worden de Nederlandse bedrijven met internationale dienstenhandel uitgelicht. Hierbij zoomen we, in navolging van Smit & Wong (2016), in op de internationale dienstenhandel van het Nederlandse niet-financiële bedrijfsleven en de landbouw, maar laten we bedrijfstakken als de financiële sector, en bedrijfstakken die primair met overheidsgeld worden gefinancierd (overheid, zorg, onderwijs e.d.) buiten beschouwing.noot3
Ruim 80 duizend dienstenexporteurs in bedrijfsleven
Zoals figuur 1.4.1 laat zien, kent Nederland veel meer bedrijven die diensten invoeren dan uitvoeren. Dat is niet verwonderlijk, omdat veel bedrijven diensten uit het buitenland nodig hebben voor hun bedrijfsvoering (financiële diensten, zakelijke diensten, advertentiediensten, e.d.), terwijl ze zelf geen diensten produceren die ze eventueel kunnen exporteren. Tussen 2012 en 2020 waren er jaarlijks ruim drie keer meer dienstenimporteurs dan -exporteurs. In 2019 bereikte dit aantal een piek, met ruim 325 duizend dienstenimporteurs. In 2020 – het jaar waarin de coronacrisis uitbrak – daalde dit aantal met bijna 20 procent. Ongeveer een derde van de bedrijven die in 2020 stopten met invoer van diensten was actief in de commerciële dienstverlening. Daarnaast was ruim een vijfde actief in de groot- en detailhandel.
Het aantal bedrijven met dienstenexport bedroeg bijna 85 duizend in topjaar 2019. Opvallend genoeg daalde het aantal bedrijven met dienstenexport een stuk minder hard in 2020 dan het aantal importeurs, namelijk met ‘slechts’ 2 procent. Bijna alle bedrijven die in 2019 wel en in 2020 geen dienstenimport hadden, behoren tot de categorie zelfstandig mkb. Een derde van de bedrijven die in 2020 geen dienstenimport meer had, was actief in de commerciële dienstverlening, zoals holdings, adviesbureaus en consultants.
| jaar | Aantal importeurs | Aantal exporteurs |
|---|---|---|
| 2012 | 162115 | 47775 |
| 2013 | 200760 | 56585 |
| 2014 | 220130 | 62370 |
| 2015 | 247130 | 67450 |
| 2016 | 276040 | 72985 |
| 2017 | 296180 | 77985 |
| 2018 | 310615 | 81835 |
| 2019 | 325250 | 84795 |
| 2020 | 264165 | 83515 |
Meer dan 90 procent dienstenhandelaren is klein
Veruit de meeste bedrijven met dienstenhandel zijn klein en behoren tot het zelfstandig midden- en kleinbedrijf. In 2012 was circa 95 procent van de dienstenimporteurs en iets minder dan 90 procent van de dienstenexporteurs klein en zelfstandig. In 2020 was hun aandeel zelfs nog iets groter, zoals figuur 1.4.2 laat zien.
| Grootbedrijf | Zelfstandig mkb | ||
|---|---|---|---|
| Import | 2012, Import | 9525 | 152585 |
| Import | 2020*, Import | 12755 | 251415 |
| Export | 2012, Export | 5380 | 42395 |
| Export | 2020*, Export | 7715 | 75800 |
Hoewel het grootbedrijf klein in aantal is, komt het grootste deel van de handelswaarde die gemoeid is met de internationale dienstenhandel voor rekening van het grootbedrijf. In 2012 importeerden grote bedrijven ter waarde van 69 miljard euro aan diensten uit het buitenland; het zelfstandig mkb voor 12 miljard euro. In 2020 bedroegen deze invoerstromen respectievelijk 136 en 24 miljard. Wat betreft de export van diensten zien we ook dat het grootste gedeelte – bijna 85 procent – voor rekening komt van het grootbedrijf. Ook neemt het grootbedrijf aan belang toe in de totale dienstenhandel, want zowel de invoer- als de uitvoerwaarde van het grootbedrijf groeide tussen 2012 en 2020 harder dan die van het zelfstandig mkb.
| waarde | jaar | Grootbedrijf | Zelfstandig mkb |
|---|---|---|---|
| Importwaarde | 2020*, Importwaarde | 131,2 | 18,7 |
| Importwaarde | 2012, Importwaarde | 69,2 | 12,1 |
| Exportwaarde | 2020*, Exportwaarde | 136,2 | 24,3 |
| Exportwaarde | 2012, Exportwaarde | 77,2 | 16,2 |
Tabel 1.4.4 geeft meer informatie over de omvang van de handelswaarde van de doorsnee dienstenhandelaar. In 2012 hadden grote dienstenimporteurs een gemiddelde invoerwaarde van 7,3 miljoen euro. In 2020 was dit al 10,3 miljoen euro. Ook de mediane dienstenimporteur binnen deze groep bedrijven liet een groei zien in importwaarde; van 132 duizend euro in 2012 naar ruim 153 duizend euro in 2020. Kleine, zelfstandige dienstenimporteurs laten een tegenovergestelde ontwikkeling zien. Ook al nemen zij in aantal en aandeel toe (figuur 1.4.2), de gemiddelde invoerwaarde van zelfstandig mkb-importeurs nam af van 79,1 duizend euro in 2012 naar 74,5 duizend euro in 2020, minder dan 1 procent van de gemiddelde grote importeur. Ook de mediane dienstenimporteur in het zelfstandig mkb had in 2020 een flink lagere importwaarde. Deze ontwikkeling laat zien dat de toename in het aantal zelfstandig mkb dienstenimporteurs vooral (hele) kleine importeurs betrof.
Aan de uitvoerkant zien we ongeveer dezelfde ontwikkeling. De grote dienstenexporteurs werden tussen 2012 en 2020 fors groter; de omvang van hun gemiddelde en mediane dienstenexport groeide. De gemiddelde exportwaarde van kleine, zelfstandige dienstenexporteurs groeide met bijna 38 procent tussen 2012 en 2020, maar de exportwaarde van het doorsnee (mediane) bedrijf daalde met 7 procent. Dat laat zien op dat er tussen 2012 en 2020 vooral enkele – in exportwaarde – grote zelfstandig dienstenexporteurs bij zijn gekomen, of een klein aantal bestaande exporteurs veel groter zijn gegroeid maar het doorsnee kleine bedrijf niet. Wel zijn dienstenexporteurs in het zelfstandig mkb groter dan de dienstenimporteurs, net zoals bij het grootbedrijf.
| Invoerwaarde | Uitvoerwaarde | |||
|---|---|---|---|---|
| 2012* | 2020* | 2012* | 2020* | |
| euro | ||||
| Grootbedrijf | ||||
| Gemiddeld | 7 268 796 | 10 288 318 | 14 343 959 | 17 648 926 |
| Mediaan | 132 236 | 153 248 | 409 165 | 526 891 |
| Zelfstandig mkb | ||||
| Gemiddeld | 79 111 | 74 451 | 382 935 | 526 891 |
| Mediaan | 784 | 696 | 12 327 | 11 455 |
Meeste handelaren in commerciële dienstverlening
Bedrijven actief in het vervoer, opslag, horeca en communicatie nemen het grootste deel van de in- en uitvoerwaarde van diensten voor hun rekening. Bovendien is hun dienstenhandel in belang gegroeid ten opzichte van 2012. Ook bedrijven in de commerciële dienstverlening, zoals advisering, onderzoek en zakelijke dienstverlening zijn goed vertegenwoordigd in de internationale dienstenhandel. Op de derde plek staan bedrijven in de groot- en detailhandel, gevolgd door de industrie. Met name aan de invoerkant speelt de industrie een relatief grote rol. Dit komt niet door de grote aantallen importeurs maar door een hoge gemiddelde importwaarde per bedrijf.
| categorie | jaar | Vervoer, opslag, horeca en communicatie | Commerciële dienstverlening | Groot- en detailhandel | Industrie | Landbouw, delfstoffen, energie |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Uitvoer | 2020*, Uitvoer | 67,1 | 53,9 | 20 | 12,6 | 6 |
| Uitvoer | 2012, Uitvoer | 35,2 | 26 | 18,2 | 8,2 | 5,3 |
| Invoer | 2020*, Invoer | 47,6 | 40,7 | 35,6 | 21,5 | 3,8 |
| Invoer | 2012, Invoer | 20,7 | 18,1 | 29,6 | 8,4 | 4 |
Ongeveer twee derde van de bedrijven die diensten uitvoeren, heeft geen goederenuitvoer. In de afgelopen vijf jaar is het aandeel bedrijven met zowel diensten- als goederenuitvoer licht afgenomen van 36 procent naar 33 procent. Bij bedrijven die diensten invoeren is de combinatie met goederenimport meer gebruikelijk, maar nog steeds ongeveer de helft van de diensteninvoerders rapporteert geen goedereninvoer. Wel is dit aandeel sinds 2019 gestaag gegroeid.
| categorie | jaar | Ook goederen | Geen goederen |
|---|---|---|---|
| Uitvoer diensten | 2020, Uitvoer diensten | 27890 | 55625 |
| Uitvoer diensten | 2015, Uitvoer diensten | 24020 | 43430 |
| Invoer diensten | 2020, Invoer diensten | 137685 | 126480 |
| Invoer diensten | 2015, Invoer diensten | 120500 | 126630 |
1.5Samenvatting en conclusie
De internationale dienstenhandel is belangrijk voor Nederland. Geïmporteerde diensten zijn verankerd in het dagelijks leven van consumenten en bedrijven. Met circa 12 procent van het bbp is de internationale dienstenexport belangrijk voor Nederland en de Nederlandse economie. De dienstenhandel is de afgelopen jaren ook steevast gegroeid.
In 2020 kwam daar echter een eind aan. Met name de coronacrisis, maar ook andere factoren, zorgden ervoor dat de internationale dienstenhandel dat jaar flink inzakte. In 2021 was er wel herstel te zien, maar is het niveau van 2019 nog niet bereikt. Onder andere de handel in vergoedingen voor het gebruik van intellectueel eigendom namen flink af, waardoor Ierland minder belangrijk werd als handelspartner in diensten.
Het Verenigd Koninkrijk is, ondanks de Brexit, de belangrijkste bestemming voor Nederlandse diensten; uit de Verenigde Staten importeerden we het meest.
De Nederlandse dienstenhandel is ten opzichte van andere EU-landen relatief groot vergeleken met het bbp. Qua dienstensoorten is het vergelijkbaar met de handel van andere EU-landen in de top-5 grootste dienstenhandelaren.
Net zoals bij de goederen zijn er vooral veel kleine bedrijven actief in de dienstenhandel: ruim 90 procent van de handelaren in diensten behoort tot het zelfstandig mkb. Qua waarde speelt het zelfstandig mkb echter maar een kleine rol. Ruim 85 procent van de dienstenimport- en export komt voor rekening van het grootbedrijf. Ook was de groei van de dienstenhandel van het grootbedrijf tussen 2012 en 2020 groter dan de groei van het zelfstandig mkb.
1.6Data en methoden
Methodebeschrijving teruggelegde tijdreeks internationale handel in diensten (2014–2021)
In de statistiek Internationale handel in diensten meet het CBS de dienstenhandel van Nederland met het buitenland. Voor een groot deel vindt deze meting plaats op basis van eigen waarneming middels verplichte enquêtes onder Nederlandse ondernemingen. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van diverse aanvullende databronnen, die veelal een andere waarnemingseenheid kennen dan de onderneming.noot4 De gegevens die het CBS op deze manier verzamelt maken het mogelijk om de internationale dienstenhandel deels op te splitsen in verschillende onderdelen. Het reisverkeer is een standaardcomponent die separaat kan worden geanalyseerd, maar voor bijvoorbeeld bedrijfsherstructureringen en mogelijke gevolgen van de Brexit geldt dat niet.
Vanwege een herontwerp van de internationale dienstenstatistiek in 2020 is er sprake van een breuk in de bestaande statistiekreeksen voor de internationale dienstenhandel. Feitelijk zijn er hierdoor twee afzonderlijke verzamelingen tijdreeksen ontstaan: één oorspronkelijke verzameling reeksen die lopen van 2014 tot en met 2020, en één nieuwe verzameling reeksen die starten in 2020, het jaar waarin het herontwerp plaatsvond, en waaraan alle kwartalen sindsdien aan zullen worden toegevoegd. Om toch ontwikkelingen over een langere tijdsspanne in kaart te kunnen brengen zijn er teruggelegde tijdreeksen ontwikkeld waarin trendmatige ontwikkelingen uit de oorspronkelijke reeksen worden gekoppeld aan de waardes en ontwikkelingen uit de ‘nieuwe’ reeksen. Hierbij is gebruik gemaakt van het feit dat zowel de oorspronkelijke reeksen als de nieuwe reeksen beschikbaar zijn in 2020.
De voor deze publicatie teruggelegde reeksen nemen vanaf het eerste kwartaal van 2020 simpelweg de waardes uit de nieuwe reeksen over. Voor de berekening van alle voorgaande kwartalen wordt gebruik gemaakt van trendmatige ontwikkelingen in de oude reeksen, die vervolgens met terugwerkende kracht worden opgelegd aan de waardes uit de nieuwe reeksen. Hiervoor worden voor ieder kwartaal tot en met het vierde kwartaal van 2019 eerst de verhoudingen tussen de waardes van dat kwartaal en de gemiddelde waardes over heel 2020 berekend op basis van de oorspronkelijke reeksen. Deze factoren passen we vervolgens toe op de gemiddelde waardes over 2020 volgens de nieuwe reeksen, waarmee de jaren vóór 2020 kwartaal voor kwartaal en reeks voor reeks worden gevuld. Bij een beperkt aantal dienst-stroom-land combinaties met een klein aandeel in de totale internationale dienstenhandel leidt deze methode tot een instabiele schattingen waardoor we deze reeksen handmatig aanpassen. Omdat het om stromen gaat die qua omvang beperkt zijn, heeft dit geen substantiële invloed op de totaalstromen.
De beschreven methodiek legt individuele reeksen terug op het laagste aggregatieniveau voor wat betreft type dienst, partner (bestemmings- of herkomstland) en dienstenstroom (import en export). We gebruiken vervolgens een koppeltabel om de waardes uit afzonderlijke reeksen op het laagste detailniveau te aggregeren naar bovenliggende diensten en landen (bijvoorbeeld van een specifieke dienst als ‘zeevaart’ naar een overkoepelende dienst als ‘vervoersdiensten’ en tegelijkertijd van specifieke landen naar bijvoorbeeld werelddelen of de eurozone). De huidige teruglegging is voorlopig en zal in de toekomst waar nodig mogelijk nog verder verbeterd worden.
1.7Literatuur
Literatuur
CBS (2017). Internationaliseringsmonitor 2017, tweede kwartaal; Internationale handel in diensten. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.
CBS (2022). Verdiensten en arbeidsvolume; uitvoerstromen, landen. [Dataset]. Geraadpleegd op 17 mei 2022.
Smit, R. & Wong, K.F. (2016). Eerste stappen op een nieuwe weg: Microdata over internationale handel in diensten. Centraal Bureau voor de Statistiek. Den Haag/Heerlen/Bonaire.
Noten
De cijfers over de jaren 2014-2019 zijn gebaseerd op een teruggelegde tijdreeks in verband met een herontwerp en daaropvolgende methodebreuk. Meer uitleg hierover is te vinden in paragraaf 1.6 Data en methoden.
In Ierland zijn een aantal grote buitenlandse multinationals aanwezig die veel intellectueel eigendom in beheer hebben en deze internationaal verhandelen. Daarom maken we niet de vergelijking met Ierland hier.
De financiële sector is lastig mee te nemen in de dienstencijfers; enerzijds doordat de activiteiten van de bedrijven in deze bedrijfstak primair worden waargenomen door De Nederlandsche Bank (DNB), anderzijds omdat het veelal grote geldstromen betreft die grote invloed hebben op de in- en uitvoerwaarde. Veelal gaat het hier om geldstromen die enkel door Nederland heen stromen en relatief weinig toegevoegde waarde opleveren (Smit & Wong, 2016).
Een korte onderzoeksbeschrijving van de internationale dienstenstatistiek is te vinden op https://www.cbs.nl/nl-nl/onze-diensten/methoden/onderzoeksomschrijvingen/korte-onderzoeksbeschrijvingen/internationale-handel-in-diensten