Foto omschrijving: Het grootste container chip ter wereld vaart over de Westerschelde langs Vlissingen

Nederlandse handel tijdens crises

Auteurs: Sarah Creemers, Hans Draper, Marjolijn Jaarsma

De open Nederlandse economie heeft met enige regelmaat te maken gehad met crises in de wereldhandel en exogene schokken. Van relatief kleine verstoringen tot een wereldwijde crisis zoals de coronacrisis, die een snelle krimp in de wereldhandel tot gevolg had. Een exogene schok is een onverwachte gebeurtenis die buiten de eigen economie ontstaat maar een grote impact heeft op de economie. In dit hoofdstuk worden twee exogene schokken – de coronacrisis en de Brexit – onder de loep genomen en onderzocht welke gevolgen er waren voor de Nederlandse goederen- en dienstenhandel.

1.1Inleiding

Het coronavirus werd in januari 2020 ontdekt in China. Door de besmettelijke aard van het virus werden in China in de laatste week van januari productiefaciliteiten voor meerdere weken gesloten en werd een lockdown afgekondigd. Enkele weken later werden ook wereldwijd productiefaciliteiten tijdelijk stilgelegd of draaiden deze op halve kracht. Samen met de door de overheid opgelegde vrijheidsbeperkingen raakten vraag en aanbod over de hele wereld erg verstoord. Deze ontwikkelingen hadden in meer of mindere mate een bijzondere impact op de handel van goederen en diensten in het tijdvak voorjaar 2020 tot en met september 2021. Omdat de coronacrisis nog steeds aanhoudt, is het niet mogelijk nu al de finale balans op te maken van de gevolgen van de coronacrisis voor de internationale handel.

Na het dieptepunt in het voorjaar van 2020 trad in de loop van 2020 herstel op bij de mondiale en Nederlandse goederenhandel. Anderhalf jaar later kan worden vastgesteld dat, hoewel de coronapandemie nog steeds voortduurt, de Nederlandse goederenhandel inmiddels grotendeels hersteld is van de enorme impasse die een jaar geleden plaatsvond. De waarde van de Nederlandse import en export ligt boven het niveau van pré-coronajaar 2019. In tegenstelling tot de goederenhandel is de dienstenhandel nog niet terug op het oude niveau. De aanhoudende coronamaatregelen en reisbeperkingen zijn nadelig voor het internationale reisverkeer en bedrijven in de toeristische sector, zoals reisbemiddelaars en bedrijven in het personenvervoer. In 2020 was de in- en uitvoerwaarde van diensten respectievelijk 11 en 8 procent lager dan in 2019. Ook in de eerste helft van 2021 is er nog geen sprake van herstel.

Na de eeuwwisseling kreeg de Nederlandse economie nog te maken met een andere exogene schok: de Brexit. Het VK had al sinds de toetreding tot de EU in 1973 een bijzondere positie in de EU. Het VK was door water afgezonderd van het vasteland en met het behoud van een eigen munteenheid was het land nooit helemaal geïntegreerd in de gemeenschappelijke markt. Door de forse uitbreiding van de Europese Unie (EU) in 2004 en 2007 met enkele Oost-Europese landen werd het mogelijk dat vele Oost-Europeanen in het Verenigd Koninkrijk (VK) aan het werk gingen. De lonen in West-Europa zijn immers een stuk hoger dan in Oost-Europa. Dat steeds meer immigranten werk hebben gevonden in het VK terwijl een deel van de Britse bevolking werkloos was, zorgde voor toenemende onrust onder een deel van de Britten. De EU kreeg hiervan de schuld omdat de EU het vrije verkeer van EU-ingezetenen bevordert (University of Essex, 2017).

Om aan de onvrede tegemoet te komen, besloot toenmalig Premier Cameron om een referendum uit te schrijven over het lidmaatschap van de EU. Dit referendum werd op 23 juni 2016 gehouden en de uitkomst, vertrek van het VK uit de EU, was voor velen een grote verrassing. Het Britse pond daalde in waarde en was in de herfst van 2021 zo’n 18 procent minder waard dan in 2015, het jaar vóór het Brexit referendum. Door de waardevermindering stegen goederen die uit de EU naar het VK werden geëxporteerd fors in prijs. Andersom werden Britse goederen voor de EU-markt beduidend goedkoper. Het VK heeft uiteindelijk op 31 januari 2020 de EU formeel verlaten.noot1 Daarna is tot 1 januari 2021 een terugtrekkingsakkoord in werking getreden waardoor de vrije handel tussen de EU en het VK nog is blijven bestaan. Sinds 1 januari 2021 is de EU-UK Trade and Cooperation Agreement (TCA) van kracht. Hierin is vastgelegd hoe de EU en het VK zich op veel vlakken tot elkaar gaan verhouden. Wat betreft goederenhandel is afgesproken dat beide blokken elkaar geen tarieven opleggen, mits de goederen aan de oorsprongsregels voldoen. Dit blijkt voor een aanzienlijk deel van de wederzijdse goederenexport niet het geval, zoals in hoofdstuk 5 van deze publicatie wordt uitgelegd. Over het vereenvoudigen van de wederzijdse handel in diensten zegt het handelsakkoord minder, wat volgens Lowe (2021) betekent dat het voor EU (Britse) dienstverleners moeilijker wordt om zaken te doen met het VK (de EU). Het VK is een belangrijke Europese hub voor (buitenlandse) financiële en zakelijke dienstverleners en ook de bilaterale dienstenhandel tussen het VK en Nederland is aanzienlijk.

Nu, in de herfst van 2021, blijkt dat vooral aan Britse zijde de uitvoering van de Brexit met betrekking tot de goederenhandel tussen het VK en de EU niet zonder problemen verloopt. Omwille van de vrede in Noord-Ierland bestaat er geen harde landsgrens tussen Noord-Ierland en Ierland (dat een lidstaat is van de EU). Noord-Ierland blijft om die reden gedeeltelijk de handelsregels van de EU volgen. Ook de afhandeling van douanedocumenten van goederen zoals zuivel, vlees en planten door de Britse transportsector verloopt niet vlekkeloos. Om de toeleveringsketens niet verder te verstoren worden diverse importcontroles voorlopig niet uitgevoerd. Het gebrek aan vrachtwagenchauffeurs zorgt bovendien voor ernstige vertragingen in de transportketens.

Leeswijzer

In dit hoofdstuk worden twee exogene schokken en de gevolgen daarvan voor de Nederlandse economie en handel onder de loep genomen. In paragraaf 1.2 worden de coronacrisis en de Brexit in vogelvlucht gepresenteerd aan de hand van de meest actuele goederenhandelsstatistieken. Er is in deze paragraaf ook aandacht voor de Nederlandse handel in belangrijke goederen in de strijd tegen het coronavirus. In paragraaf 1.3 geven we eenzelfde overzicht, maar dan voor de dienstenhandel. Paragraaf 1.4 zoomt dieper in op de gevolgen van de coronacrisis voor de Nederlandse goederenhandel, waar de volgende vragen beantwoord worden:

  • Welke goederen werden opvallend minder/meer geïmporteerd door Nederlandse bedrijven? Zien we verschillen bij de geëxporteerde goederen?
  • Welke importpartners werden het hardst geraakt? En hoe zit dat voor de export?
  • Hoe heeft de Nederlandse import uit Oost-Azië zich ontwikkeld ten tijde van de coronacrisis?
  • Hoe heeft de export van goederen van Nederlandse makelij, wederuitvoer en quasi-doorvoer zich ontwikkeld?

In paragraaf 1.5 staat de coronacrisis en de Nederlandse dienstenhandel centraal. Welke trend zien we bij de Nederlandse dienstenhandel? Welke dienstensoorten en partners springen in het oog ten tijde van de coronacrisis? De gevolgen van het Brexit referendum en de feitelijke Brexit op de goederenhandel is het onderwerp van paragraaf 1.6. De volgende vragen komen daarbij aan bod:

  • Welke goederen werden opvallend minder/meer geïmporteerd door Nederlandse bedrijven uit het VK? Zien we verschillen bij de geëxporteerde goederen?
  • Hoe heeft de export van goederen van Nederlandse makelij, wederuitvoer en quasi-doorvoer naar het VK zich ontwikkeld? Zien we verschillen tussen de drie exportstromen?

In paragraaf 1.7 bestuderen we de trend bij de Nederlandse dienstenhandel met het Verenigd Koninkrijk in het kader van de Brexit. Het hoofdstuk besluit met een korte samenvatting en conclusie in paragraaf 1.8. In paragraaf 1.9 presenteren we als bijlage additionele gegevens over de Nederlandse goederenhandel in totaal én specifiek met het VK.

10,7% meer import in eerste drie kwartalen 2021 dan in 2019, export 9,9% hoger
8,9 miljard euro besteedden buitenlandse reizigers minder in Nederland in 2020, ruim de helft minder dan in 2019

1.2Actuele stand van zaken Nederlandse goederenhandel

De coronacrisis heeft de kwetsbaarheden van mondiale waardeketens blootgelegd. Zo raakte de levering van (essentiële) goederen en productie-onderdelen in veel landen verstoord. Inmiddels is de vraag naar goederen groter dan voorheen. Deze grotere vraag naar goederen vertaalde zich in terugverende import- en exportcijfers. In de periode januari–september 2021 bedroeg de waarde van de Nederlandse goederenimport conform de statistiek Internationale Handel in Goederen 376 miljard euro, zie figuur 1.2.1. Dat is 20,5 procent meer dan in dezelfde periode van 2020 toen Nederlandse bedrijven voor 312 miljard euro goederen importeerden. De import was in de eerste drie kwartalen ook hoger dan in pré-coronajaar 2019, een plus van 9,9 procent.

In de periode januari–september 2021 exporteerden Nederlandse bedrijven voor 424 miljard euro aan goederen. Dat is 20,1 procent meer dan een jaar eerder. Toen verkochten bedrijven in Nederland voor 353 miljard euro goederen aan buitenlandse klanten. Deze toename is vooral toe te schrijven aan de forse exportkrimp als gevolg van de coronapandemie in 2020 en hogere afzetprijzen in 2021. Met name de prijs van aardolie en olieproducten, de belangrijkste goederengroep van het exportpakket, nam enorm toe ten opzichte van een jaar eerder. Ook ten opzichte van pré-coronajaar 2019 was de waarde van de goederenexport 10,7 procent hoger.

1.2.1 Waarde Nederlandse goederenhandel, januari-september (mld euro)
Handelsstroom Jaar Waarde
Import 2015, Import 278
Import 2019, Import 342
Import 2020, Import 312
Import 2021*, Import 376
Export 2015, Export 313
Export 2019, Export 383
Export 2020, Export 353
Export 2021*, Export 424
*voorlopige cijfers

Zwaarste klap voor goederenhandel in 2e kwartaal 2020

De goederenhandel werd het hardst getroffen in de lente van 2020, met een import- en exportdaling van respectievelijk 16,7 en 17,1 procent ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder, zie figuur 1.2.2. In het tweede kwartaal van 2020 had de wereldhandel veel last van de coronacrisis omdat productieketens stil kwamen te liggen. Tegelijkertijd was er tussen olieproducerende landen geen overeenstemming over de olieprijs. De corona- en oliecrisis zorgden in de eerste helft van 2020 daarom voor een disbalans tussen vraag en aanbod, wat lagere handelsprijzen veroorzaakte. In de loop van 2020 herstelde de mondiale handel. Daarmee trad in het derde en vierde kwartaal van 2020 verder herstel op van de Nederlandse goederenhandel na de buitengewoon grote krimp in het tweede kwartaal. De lagere import- en exportwaarden die voor het vierde kwartaal van 2020 nog zichtbaar zijn, zijn volledig toe te schrijven aan lagere handelsprijzen.

In het eerste kwartaal van 2021 was de waarde van de Nederlandse goederenimport 6,0 miljard euro hoger (5,4 procent) dan in hetzelfde kwartaal van 2020. De exportwaarde steeg met 7,0 miljard euro (5,5 procent). De uitzonderlijk hoge groei van de goederenhandel in het tweede en derde kwartaal van 2021 is vooral het gevolg van de strenge lockdown maatregelen die golden in de overeenkomstige kwartalen van 2020.

1.2.2 Import- en exportwaarde (% verandering t.o.v. een jaar eerder)
Jaar Kwartaal Import Export
2016 1e kwartaal, 2016 -3,1 -2,3
2016 2e kwartaal, 2016 -3,3 -0,4
2016 3e kwartaal, 2016 -1,1 0,9
2016 4e kwartaal, 2016 3,8 5,9
2017 1e kwartaal, 2017 16,5 17,2
2017 2e kwartaal, 2017 9,9 9,5
2017 3e kwartaal, 2017 8,8 8,7
2017 4e kwartaal, 2017 8,6 6,9
2018 1e kwartaal, 2018 5,8 3,6
2018 2e kwartaal, 2018 7,3 5,8
2018 3e kwartaal, 2018 10,6 9,2
2018 4e kwartaal, 2018 8,1 7,5
2019 1e kwartaal, 2019 5,3 3,8
2019 2e kwartaal, 2019 6,6 5,2
2019 3e kwartaal, 2019 2,7 1,9
2019 4e kwartaal, 2019 2,5 3,2
2020 1e kwartaal, 2020 -2,3 0,0
2020 2e kwartaal, 2020 -16,7 -17,1
2020 3e kwartaal, 2020 -7,7 -6,1
2020 4e kwartaal, 2020 -4,7 -2,2
2021* 1e kwartaal, 2021* 5,4 5,5
2021* 2e kwartaal, 2021* 31,2 32,9
2021* 3e kwartaal, 2021* 27,3 24,7
*voorlopige cijfers

In 2020 waren de prijzen van grondstoffen door de verstoorde verhouding in vraag en aanbod bijzonder laag in vergelijking met voorgaande jaren, zie figuur 1.2.3. Door het sterke herstel van de mondiale economie in 2021 en daarmee samenhangende wereldhandel zijn de handelsprijzen van grondstoffen als olie en gas, maar ook graan, kunststof, hout en metaal fors gestegen. Daarnaast waren de prijzen van transport beduidend hoger dan aan het begin van de coronacrisis.

1.2.3 Indexcijfers import- en exportprijs (2015=100)
Jaar Kwartaal Import Export
2015 1e kwartaal, 2015 100,4 100,2
2015 2e kwartaal, 2015 102,4 101,9
2015 3e kwartaal, 2015 99,7 100,0
2015 4e kwartaal, 2015 97,7 98,0
2016 1e kwartaal, 2016 94,1 94,7
2016 2e kwartaal, 2016 94,8 95,9
2016 3e kwartaal, 2016 95,4 96,8
2016 4e kwartaal, 2016 97,4 98,1
2017 1e kwartaal, 2017 101,3 100,9
2017 2e kwartaal, 2017 98,3 99,3
2017 3e kwartaal, 2017 97,0 98,7
2017 4e kwartaal, 2017 98,8 99,3
2018 1e kwartaal, 2018 100,0 100,6
2018 2e kwartaal, 2018 100,6 101,3
2018 3e kwartaal, 2018 102,1 102,8
2018 4e kwartaal, 2018 101,7 101,6
2019 1e kwartaal, 2019 101,1 102,5
2019 2e kwartaal, 2019 100,7 102,2
2019 3e kwartaal, 2019 99,3 101,0
2019 4e kwartaal, 2019 99,0 100,0
2020 1e kwartaal, 2020 98,7 100,6
2020 2e kwartaal, 2020 93,0 96,2
2020 3e kwartaal, 2020 93,5 97,1
2020 4e kwartaal, 2020 94,2 96,6
2021* 1e kwartaal, 2021* 99,4 102,0
2021* 2e kwartaal, 2021* 104,2 105,7
2021* 3e kwartaal, 2021* 108,2 108,9
*voorlopige cijfers

Coronagoederen

In de periode januari–augustus 2021 was de Nederlandse export van testkits goed voor ruim 8,5 miljard euro, zie figuur 1.2.4. Dat is 3,3 miljard euro meer dan in de vergelijkbare periode van 2019 toen corona nog geen rol speelde. Deze testkits worden grotendeels in het buitenland vervaardigd en betreft dus vooral wederuitvoer. De import van testkits nam tegelijkertijd toe met 1,7 miljard euro. De import van mondkapjes nam in het voorjaar van 2020 explosief toe tot 862 miljoen euro. Handel in vaccins tegen SARS-gerelateerde coronavirussen was er alleen in 2021. In de eerste acht maanden van 2021 was de export goed voor 262 miljoen euro, terwijl er voor 461 miljoen euro aan deze vaccins geïmporteerd werd.

1.2.4 Belangrijke goederen in de strijd tegen het coronavirus, januari-augustus (mln euro)
Product Jaar Import Export
Testkits 2021*, Testkits 5388 8544
Testkits 2020, Testkits 4231 7044
Testkits 2019, Testkits 3730 5213
Beademings-
apparatuur
2021*, Beademings-
apparatuur
458 553
Beademings-
apparatuur
2020, Beademings-
apparatuur
401 439
Beademings-
apparatuur
2019, Beademings-
apparatuur
368 366
Mondkapjes 2021*, Mondkapjes 179 152
Mondkapjes 2020, Mondkapjes 862 359
Mondkapjes 2019, Mondkapjes 370 294
*voorlopige cijfers

Als gevolg van het coronavirus was er tijdens de coronapandemie mogelijk meer handel in bijvoorbeeld medicijnen, beschermingsmiddelen, kleding voor ziekenhuizen, thermometers, zeep en beeldschermen. Het gevolg van de coronacrisis voor de handel in deze goederen is lastig te duiden omdat er altijd al vraag is geweest naar deze goederen.

Exportaandeel Verenigd Koninkrijk op een dieptepunt

In de eerste drie kwartalen van 2021 is de waarde van de goederenhandel met het Verenigd Koninkrijk (VK) fors gestegen. In die periode nam de exportwaarde toe met 10,8 procent en de importwaarde met 20,9 procent, vergeleken met dezelfde drie kwartalen een jaar eerder. Beide uitkomsten zijn sterk beïnvloed door hogere handelsprijzen in 2021 voor aardgas, ruwe aardolie en geraffineerde aardolieproducten zoals benzine, gasolie, kerosine en stookolie. Vooral de Nederlandse import uit het VK wordt sterk gedomineerd door deze goederen. 30,2 procent van de Nederlandse invoerwaarde uit het VK bestond in 2021 uit minerale brandstoffen, terwijl dit voor de totale Nederlandse invoerwaarde uit alle landen slechts 14,3 procent is. Minerale brandstoffen worden naar verhouding dus veel uit het VK geïmporteerd.

Over de periode januari tot en met september 2021 was het aandeel (zie figuur 1.2.5) van het VK in de totale waarde van de Nederlandse goederenexport 6,6 procent. Dat is 0,5 procentpunt lager dan in dezelfde periode van 2020. In de eerste drie kwartalen van 2015, het jaar vóór het Brexit referendum, was het exportaandeel nog 8,6 procent. Aan het begin van de eeuwwisseling was dit aandeel met bijna 11 procent nog een stuk hoger. Hetzelfde is zichtbaar voor de goederenimport. Ook hier is het aandeel van het VK in de waarde van de totale goederenimport fors gedaald. In de eerste drie kwartalen van 2021 werd 4,8 procent van de Nederlandse importeuro’s besteed in het VK. Dat is een fractie meer dan een jaar eerder, maar een stuk lager dan in 2015. Daarmee was het importaandeel vrijwel de helft kleiner dan het VK had aan het begin van deze eeuw (9,3 procent).

1.2.5 Aandeel VK in waarde Nederlandse goederenhandel, januari-september (%)
Handelsstroom Jaar Aandeel VK
Import 2015, Import 5,5
Import 2019, Import 5,4
Import 2020, Import 4,7
Import 2021*, Import 4,8
Export 2015, Export 8,6
Export 2019, Export 7,8
Export 2020, Export 7,1
Export 2021*, Export 6,6
*voorlopige cijfers

Omdat de handel in olie, olieproducten en gas tussen het VK en Nederland intensief is, zorgden onenigheid over de olieprijs, naast de coronacrisis en toenemende spanningen in handelsbetrekkingen, ervoor dat de ontwikkeling van de handel met het VK relatief gezien in 2020 harder geraakt werd dan de handel met andere landen. In het tweede kwartaal van 2021 werd fors meer betaald voor een vat ruwe aardolie wat een positief effect had op de waarde van de export en import met het Verenigd Koninkrijk zoals blijkt uit figuur 1.2.6.

1.2.6 Import en export met het VK (% verandering t.o.v. een jaar eerder)
Jaar Kwartaal Import Export
2016 1e kwartaal, 2016 4,5 2,4
2016 2e kwartaal, 2016 -0,4 15,9
2016 3e kwartaal, 2016 3,5 4,6
2016 4e kwartaal, 2016 2,8 2,7
2017 1e kwartaal, 2017 9,6 8,6
2017 2e kwartaal, 2017 10,2 -7,9
2017 3e kwartaal, 2017 7,2 1,1
2017 4e kwartaal, 2017 14,3 3,6
2018 1e kwartaal, 2018 15,6 -1,5
2018 2e kwartaal, 2018 13,8 4,8
2018 3e kwartaal, 2018 17,3 3,3
2018 4e kwartaal, 2018 5,0 2,9
2019 1e kwartaal, 2019 4,6 9,2
2019 2e kwartaal, 2019 -3,9 -6,1
2019 3e kwartaal, 2019 -19,4 -0,7
2019 4e kwartaal, 2019 -4,6 -5,1
2020 1e kwartaal, 2020 -13,2 -18,8
2020 2e kwartaal, 2020 -34,3 -23,0
2020 3e kwartaal, 2020 -12,7 -7,5
2020 4e kwartaal, 2020 -13,2 0,7
2021* 1e kwartaal, 2021* -7,8 -0,5
2021* 2e kwartaal, 2021* 45,5 28,1
2021* 3e kwartaal, 2021* 34,6 7,7
*voorlopige cijfers

1.3Actuele stand van zaken Nederlandse dienstenhandel

Dienstenhandel sterker geraakt door de coronacrisis dan de goederenhandel

Met het uitbreken van de coronacrisis kwam ook een einde aan jarenlange groei van de Nederlandse dienstenhandel, zoals figuur 1.3.1 laat zien. Tussen 2016 en 2019 groeide de in- en uitvoerwaarde van diensten met ruim 40 procent, en daarmee veel sterker dan de waarde van de goederenhandel. In 2020 kromp de dienstenexport met 7,8 procent en de invoer zelfs met 10,7 procent. In euro’s kwam dat neer op een daling van respectievelijk 25,5 en 19,2 miljard euro. De daling in de dienstenhandel is niet alleen te verklaren door de coronapandemie maar ook doordat enkele grote multinationals bepaalde dienstenstromen – zoals vergoedingen voor intellectueel eigendom – minder vaak via Nederland laten plaatsvinden maar naar het buitenland hebben verlegd (CBS, 2021a). De impact van de coronacrisis op de dienstenhandel komt sterk tot uiting in een grote terugval van het internationaal reisverkeer en de dienstenhandel van bedrijven actief in toerisme, recreatie en reisbemiddeling. In paragraaf 1.3 wordt er dieper ingezoomd op de in- en uitvoer van specifieke dienstensoorten en handelspartners.

1.3.1 Waarde Nederlandse dienstenhandel (mld euro)
Handelsstroom Jaar Waarde
Import 2014, Import 145,3
Import 2015, Import 192,4
Import 2016, Import 165,8
Import 2017, Import 191,7
Import 2018, Import 219,7
Import 2019, Import 237,3
Import 2020*, Import 211,8
Export 2014, Export 155,3
Export 2015, Export 178,3
Export 2016, Export 172,5
Export 2017, Export 195,4
Export 2018, Export 220,3
Export 2019, Export 246,5
Export 2020*, Export 227,3
*voorlopige cijfers

Licht herstel dienstenhandel in tweede kwartaal 2021noot2

Zoals figuur 1.3.2 laat zien, werd de invoer van diensten het hardst getroffen in het tweede en derde kwartaal van 2020, met in beide kwartalen een daling van ruim 16 procent. De dienstenhandel werd in vergelijking met de goederenhandel niet alleen harder getroffen, maar ook voor een langere periode. De dienstenuitvoer kende het dieptepunt in het eerste kwartaal van 2021, toen de export 15 procent lager uitkwam dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Daarna, in het tweede kwartaal van 2021, noteerde de dienstenhandel weer een plus, met name wat betreft de invoer van diensten. Dat is niet omdat de dienstenhandel in het tweede kwartaal zo sterk aantrok, maar vooral omdat het wordt afgezet tegen het dieptepunt van de coronacrisis in het tweede kwartaal van 2020. In absolute zin was de invoer van diensten 3,8 miljard euro hoger en de uitvoer 2,9 miljard euro hoger dan in het tweede kwartaal van 2020.

1.3.2 Nederlandse dienstenhandel, kwartaalontwikkeling t.o.v. een jaar eerder (%)
Jaar Kwartaal Import Export
2020* 1e kwartaal, 2020* 4,7 2,1
2020* 2e kwartaal, 2020* -16,7 -11,4
2020* 3e kwartaal, 2020* -16,3 -10,3
2020* 4e kwartaal, 2020* -12,8 -10,6
2021* 1e kwartaal, 2021* -12,8 -14,9
2021* 2e kwartaal, 2021* 8,9 6,2
*voorlopige cijfers

1.4Nederlandse goederenhandel en corona

10% van de goederen importwaarde is ‘Made in China’

Ondanks coronacrisis hogere importwaarde van grondstoffen en natuurproducten

De Nederlandse goederenimport van bijna alle hoofdgroepen heeft hinder ondervonden van de coronacrisis, zie figuur 1.4.1. In de periode januari–augustus van 2020 is voor zes van de zeven hoofdgroepen de importwaarde lager dan in dezelfde periode een jaar eerder. Alleen de import van grondstoffen en natuurproducten kon in die periode het niveau van 2019 aanhouden. Uit tabel 1.9.1 blijkt dat vooral uit een toename in de import van bloemen en planten en hout. De import van minerale brandstoffen en vervoermaterieel hadden de grootste procentuele terugval in 2020 (–38,0 en –17,5 procent, respectievelijk). De importwaarde van vervoermaterieel is in de eerste acht maanden van 2021 inmiddels even groot als vóór de coronapandemie. Ook de importwaarde van minerale brandstoffen is flink hersteld in vergelijking met 2020, maar ligt daarmee nog niet op het niveau van 2019. In de eerste acht maanden van 2021 is de import van chemische producten gegroeid met 23,1 procent ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder.

1.4.1 Goederenimport naar hoofdgroep, januari-augustus (mld euro)
Product 2021* 2020 2019
Voeding en dranken 32,2 30,2 30,4
Grondstoffen en
natuurproducten
18,9 15,7 15,2
Minerale brandstoffen 47,2 32,0 51,6
Chemische producten 47,9 38,9 39,2
Machines en apparaten 83,1 75,6 77,0
Vervoermaterieel 20,0 16,0 19,4
Fabricaten 80,1 66,5 71,3
*voorlopige cijfers

Minder import van aardolie en olieproducten…

Figuur 1.4.2 laat zien dat in de periode januari–augustus van 2020 de import van aardolie en olieproducten en aardgas sterk kromp, met respectievelijk 15,5 en 3,4 miljard euro ten opzichte van dezelfde periode vóór de coronacrisis. Dit komt neer op een daling van respectievelijk 37,1 en 42,5 procent. De importwaarde van aardgas ligt, mede door hogere prijzen, in 2021 bijna weer op het peil van vóór de coronacrisis. Voor aardolie en olieproducten is nog geen volledig herstel zichtbaar in 2021, een min van 10,3 procent. Ook de import van kleding, gespecialiseerde machines en ijzer en staal viel in de eerste acht maanden van 2020 terug in vergelijking met dezelfde periode van 2019. In 2021 is de importwaarde van deze goederen weer op een hoger niveau dan in 2019. Nederlandse bedrijven importeerden in de eerste acht maanden van 2020 beduidend minder personenauto’s dan een jaar eerder. Tot en met augustus 2020 werd er voor 1,4 miljard euro aan personenauto’s minder geïmporteerd, een min van 21,9 procent. De importwaarde van personenauto’s is met 6,3 miljard euro in januari–augustus 2021 flink hersteld in vergelijking met een jaar eerder. Autofabrikanten kunnen echter nog niet volop produceren omdat er niet genoeg chips beschikbaar zijn en er wereldwijd logistieke problemen zijn. Het gebrek aan containers en de corona-uitbraken in verschillende landen zetten druk op de logistieke keten. Er zijn veel vertragingen in de internationale wereldhandel omdat de vraag naar containers groter is dan het aanbod. Door de enorme vraag gaan de prijzen van de intercontinentale containervracht in 2021 door het dak (zie bijvoorbeeld RTL Nieuws, 2021; NU, 2021). Mede door deze ontwrichtingen kwam de importwaarde van personenauto’s in 2021 1,6 procent lager uit dan vóór de coronacrisis.

…maar wel meer import van geneesmiddelen

Er was in de eerste acht maanden van 2020 meer import van geneesmiddelen, medicinale en farmaceutische producten, computers, groenten en fruit en chips en halfgeleiderelementen dan een jaar eerder. De importwaarde van deze productcategorieën was in de eerste acht maanden van 2021 op het hoogste niveau ooit. Detailinformatie over de import van goederen is te vinden in bijlage (zie tabel 1.9.1).

1.4.2 Belangrijkste importcategorieën, januari-augustus (mld euro)
Product 2021* 2020 2019
Aardolie en olieproducten 37,3 26,2 41,7
Chips, halfgeleider-
elementen, etc.
10,3 9,6 9,5
Computers, laptops, tablets 9,8 9,4 8,7
Kleding 9,6 8,0 9,1
Groenten en fruit 8,6 8,5 8,1
Gespecialiseerde machines 8,5 7,2 7,4
Modems en routers,
speakers, etc.
8,3 8,4 8,6
Aardgas 8,0 4,6 8,0
Geneesmiddelen 7,2 6,9 6,1
IJzer en staal 7,0 5,3 6,6
Medicinale en
farmaceutische producten
6,9 5,6 5,0
Personenauto's 6,3 5,0 6,4
*voorlopige cijfers

Import uit Noorwegen, Rusland en VK nog niet hersteld…

Figuur 1.4.3 toont dat de goederenimport uit Noorwegen en Rusland in de periode januari–augustus 2021 met respectievelijk 7,1 en 7,0 procent terugviel ten opzichte van dezelfde periode in 2019. Net als Rusland is Noorwegen vooral belangrijk voor Nederland als leverancier van minerale brandstoffen. Noorwegen was in 2019 (periode januari–augustus) nog onze 8e importpartner maar viel in 2021 terug naar de 9e plaats met een aandeel van 2,4 procent. Rusland was in 2021 (januari–augustus) met een import van 10,6 miljard euro de 7e importpartner, en zakte daarmee één plaats ten opzichte van 2019. De goederenimport uit het Verenigd Koninkrijk in de periode januari–augustus 2021 was 1,1 miljard euro lager dan in 2019, een min van 6,6 procent. Voor de negen andere partners uit de top-12 ligt de importwaarde ondertussen boven het niveau van pré-coronajaar 2019.

…terwijl import uit China blijft groeien

De goederenimport uit elf partners uit de top-12 belangrijkste goederenleveranciers kende een krimp in de eerste acht maanden van 2020 vergeleken met een jaar eerder. Nederland importeerde vooral minder goederen uit Duitsland (–4,2 miljard euro), Rusland (–5,4 miljard euro), het VK (–3,6 miljard euro) en Noorwegen (–3,1 miljard euro). Wel bleef Nederland, ondanks de coronacrisis, meer goederen importeren uit China. Nederlandse bedrijven importeerden met name meer elektrische apparaten uit China. Nederland importeerde in de eerste acht maanden van 2020 dan ook 16,9 procent van de elektrische apparaten uit China. Daarmee was het onze grootste leverancier van deze goederen. Een jaar eerder was Duitsland nog onze belangrijkste leverancier van deze goederen. Ook in de periode januari–augustus 2021 haalde Nederland qua waarde het meeste elektrische apparaten uit China (aandeel van 21 procent). Nederlandse bedrijven zijn voor hun import afhankelijker geworden van China (zie ook Aerts et al., 2020). Het importaandeel van China in de Nederlandse goederenimport groeide in de afgelopen zes jaar (periode januari–augustus) dan ook van 8,5 procent naar 9,9 procent, met een piek van 10,5 procent in 2020. In 2020 is China België gepasseerd als 2e importpartner. België heeft echter in de eerste acht maanden van 2021 de kloof met China bijna gedicht. In de periode januari–augustus 2020 importeerden Nederlandse bedrijven nog 2,3 miljard euro meer uit China dan uit België. In 2021 is dat verschil gereduceerd tot 317 miljoen euro. Detailinformatie over de belangrijkste importpartners is te vinden in bijlage (zie tabel 1.9.2).

1.4.3 Belangrijkste importpartners, januari-augustus (mld euro)
Land 2021* 2020 2019
Duitsland 58,2 48,0 52,2
China 32,5 28,9 28,1
België 32,2 26,7 29,5
Verenigde Staten 25,9 22,6 24,2
Verenigd Koninkrijk 15,5 13,0 16,6
Frankrijk 11,7 9,7 11,3
Rusland 10,6 6,0 11,4
Italië 9,5 7,5 7,8
Noorwegen 7,9 5,4 8,5
Spanje 7,0 5,4 6,0
Polen 6,8 5,7 6,1
Ierland 6,5 6,0 6,1
*voorlopige cijfers

Import uit Oost-Azië gaat nauwelijks gebukt onder de coronapandemie

In de periode januari–augustus van 2020 had Nederland, mede als gevolg van de coronacrisis, een importverlies van 9,6 procent in vergelijking met dezelfde periode in 2019. Tegelijkertijd had de goederenimport uit Oost-Azië (China, Hongkong, Japan, Taiwan, Zuid-Koreanoot3) veel minder last van deze crisis. De Nederlandse goederenimport uit deze regio bleef in dezelfde periode vrijwel stabiel. Uit figuur 1.4.4 blijkt dat ten opzichte van januari–augustus 2015 de totale goederenimport in dezelfde periode van 2021 met bijna een derde is toegenomen terwijl de goederenimport uit Oost-Azië met de helft groeide. In de eerste acht maanden van 2021 was het importaandeel van Oost-Azië in de totale goederenimport 14,3 procent. Daarmee is het belang van deze regio ruim 3 procentpunt kleiner dan Duitsland, onze belangrijkste importpartner.

1.4.4 Goederenimport totaal versus Oost-Azië, januari-augustus (2015=100)
Jaar Totaal Oost-Azië
2019 123 136
2020 111 135
2021* 133 150
*voorlopige cijfers

Veel quasi-doorvoer uit Oost-Azië

In de periode januari–augustus 2021 was de import van de goederenhandel uit Oost-Azië 48,2 miljard euro. Daarmee groeide de import uit deze regio met 11,0 procent in vergelijking met een jaar eerder. De totale goederenimport groeide weliswaar harder (19,9 procent), maar dat is gedeeltelijk het gevolg van fors hogere importprijzen van olie en gas. Naast de gebruikelijke goederenhandel komt vanuit Oost-Azië veel quasi-doorvoernoot4 naar Nederland. In de eerste acht maanden van 2021 vertegenwoordigde deze import een waarde van 30,7 miljard euro. Dat is ruim een derde deel van de totale inkomende quasi-doorvoer. De totale goederenstroom (goederenhandel en inkomende quasi-doorvoer) afkomstig uit Oost-Azië was in de eerste acht maanden van 2021 78,8 miljard euro.

Veel hightech uit Oost-Azië

Van alle geïmporteerde goederen uit Oost-Azië is het aandeel hightech bijzonder groot. Van de acht belangrijkste productcategorieën behoren er zeven tot hightech. Opmerkelijk is het grote aandeel quasi-doorvoer in de import van computers en mobiele telefoons, zie figuur 1.4.5. De vraag naar computers en mobiele telefoons was tijdens de coronapandemie niet te stuiten. De lockdown maatregelen hebben gezorgd voor een verschuiving in het bestedingspatroon van consumenten. Veel mensen werkten bovendien thuis, wat zorgt voor een toenemende vraag naar elektronica (Van der Duin, 2021). In januari–augustus 2020 groeide de import van computers en mobiele telefoons ten opzichte van de vergelijkbare periode in 2019 met respectievelijk 14 en 59 procent. Verreweg de meeste computers en telefoons gaan na aankomst op Schiphol direct door naar buitenlandse bestemmingen.

1.4.5 Belangrijkste importcategorieën uit Oost-Azië, januari-augustus (mld euro)
Product Jaar Handel Quasi-doorvoer
Computers, laptops,
tablets
2021*, Computers, laptops,
tablets
4,9 10,6
Computers, laptops,
tablets
2020, Computers, laptops,
tablets
5,2 8,9
Computers, laptops,
tablets
2019, Computers, laptops,
tablets
4,5 7,9
Mobiele telefoons 2021*, Mobiele telefoons 1,1 5,4
Mobiele telefoons 2020, Mobiele telefoons 1 5,5
Mobiele telefoons 2019, Mobiele telefoons 0,8 3,3
Chips, halfgeleider-
elementen, etc.
2021*, Chips, halfgeleider-
elementen, etc.
3 2
Chips, halfgeleider-
elementen, etc.
2020, Chips, halfgeleider-
elementen, etc.
2,4 1,9
Chips, halfgeleider-
elementen, etc.
2019, Chips, halfgeleider-
elementen, etc.
1,9 1,7
Modems en routers,
speakers, etc.
2021*, Modems en routers,
speakers, etc.
3,6 1,1
Modems en routers,
speakers, etc.
2020, Modems en routers,
speakers, etc.
3,9 1,2
Modems en routers,
speakers, etc.
2019, Modems en routers,
speakers, etc.
4,1 1,4
Televisies 2021*, Televisies 1,5 1
Televisies 2020, Televisies 1,2 0,7
Televisies 2019, Televisies 1,2 0,9
Gespecialiseerde
machines
2021*, Gespecialiseerde
machines
1,7 0,4
Gespecialiseerde
machines
2020, Gespecialiseerde
machines
1,3 0,3
Gespecialiseerde
machines
2019, Gespecialiseerde
machines
1,9 0,5
Kleding 2021*, Kleding 1,6 0,2
Kleding 2020, Kleding 1,5 0,2
Kleding 2019, Kleding 1,9 0,3
Kantoormachines 2021*, Kantoormachines 1,4 0,4
Kantoormachines 2020, Kantoormachines 1,4 0,3
Kantoormachines 2019, Kantoormachines 1,8 0,4
*voorlopige cijfers

Over de eerste acht maanden van 2021 is China met een bijdrage van 58,4 miljard euro (zie figuur 1.4.6) met afstand de belangrijkste partner in Oost-Azië. Deze import bestaat voor 32,5 miljard euro uit import die door een Nederlandse ingezetene wordt gekocht. Het overig deel is quasi-doorvoer. Deze stroom goederen gaat bij binnenkomst door naar het buitenland en komt daarbij niet in eigendom van een Nederlandse ingezetene. Japan is na China de 2e belangrijkste importpartner uit deze regio. Het aandeel quasi-doorvoer is bij Japan veel kleiner.

1.4.6 Goederenimport uit Oost-Azië naar partner, januari-augustus (mld euro)
Land Jaar Handel Quasi-doorvoer
China 2021*, China 32,5 25,9
China 2020, China 28,9 22,3
China 2019, China 28,1 20,6
Japan 2021*, Japan 5,4 1,5
Japan 2020, Japan 4,8 1,3
Japan 2019, Japan 5,5 1,6
Taiwan 2021*, Taiwan 3,7 1,3
Taiwan 2020, Taiwan 3,0 0,8
Taiwan 2019, Taiwan 2,6 0,9
Hongkong 2021*, Hongkong 3,3 1,3
Hongkong 2020, Hongkong 3,2 1,3
Hongkong 2019, Hongkong 4,0 1,1
Zuid-Korea 2021*, Zuid-Korea 3,2 0,6
Zuid-Korea 2020, Zuid-Korea 2,5 0,8
Zuid-Korea 2019, Zuid-Korea 2,5 1,4
*voorlopige cijfers
1/3e van de exportwaarde gaat naar onze buurlanden Buitenvorm Binnenvorm

Export chemische producten nauwelijks geraakt door coronapandemie

De Nederlandse goederenexport van bijna alle hoofdgroepen heeft hinder ondervonden van de coronacrisis, zie figuur 1.4.7. Zes van de zeven hoofdgroepen laten een exportdip in de eerste acht maanden van 2020 zien. Alleen de export van chemische producten, zoals geneesmiddelen en medicinale en farmaceutische producten, kon in die periode het niveau van 2019 aanhouden. In de eerste acht maanden van 2021 is deze export gegroeid met 21,1 procent ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. De export van minerale brandstoffen en vervoermaterieel kenden de grootste procentuele terugval in 2020, een min van respectievelijk 36,1 en 20,9 procent. Als gevolg van de opverende Europese economieën is de export van vervoermaterieel in de eerste acht maanden van 2021 inmiddels even groot als vóór de coronapandemie. Ook de exportwaarde van minerale brandstoffen is flink hersteld in vergelijking met 2020, wat vooral te maken heeft met de eerdergenoemde prijsstijging van deze goederen. In het totale exportpakket zijn in de eerste acht maanden van 2020 voeding en dranken, machines en chemische producten belangrijker geworden dan in dezelfde periode van 2019. Tegelijkertijd was het aandeel vervoermaterieel en minerale brandstoffen in 2020 kleiner dan een jaar eerder.

1.4.7 Goederenexport naar hoofdgroep, januari-augustus (mld euro)
Product 2021* 2020 2019
Voeding en dranken 48,7 45,8 45,9
Grondstoffen en
natuurproducten
24,7 19,6 20,2
Minerale brandstoffen 41,7 29,4 46,0
Chemische producten 70,5 58,2 57,9
Machines en apparaten 88,4 77,4 79,7
Vervoermaterieel 18,9 14,8 18,7
Fabricaten 79,4 65,5 70,8
*voorlopige cijfers

Piek in export van geneesmiddelen in 2020

De exportwaarde van geneesmiddelen was vooral in januari–augustus 2020 met 12,1 miljard euro hoger dan in dezelfde periode van 2019 en 2021, zie figuur 1.4.8 met meer gedetailleerde exportcategorieën. Aardolie en olieproducten is de belangrijkste goederencategorie voor de Nederlandse export. De Nederlandse exportwaarde was in de eerste acht maanden van 2021 hoger dan in 2020, maar bleef onder het niveau van 2019. De exportwaarde van gespecialiseerde machines was in de eerste acht maanden van 2021 met 19,1 miljard euro op het hoogste niveau ooit. Ook de exportwaarde van groenten en fruit, kunststof, medicinale en farmaceutische producten, bloemen en planten, medische instrumenten en apparaten, kleding en computers lag in de eerste acht maanden van 2021 op een niveau hoger dan vóór de coronapandemie. Detailinformatie over de export van goederen is te vinden in bijlage (zie tabel 1.9.3).

1.4.8 Belangrijkste exportcategorieën 2021, januari-augustus (mld euro)
Product 2021* 2020 2019
Aardolie en olieproducten 34,1 24,3 38,5
Gespecialiseerde machines 19,1 14,9 14,7
Groenten en fruit 13,3 12,9 12,8
Kunststof in primaire vormen 11,3 8,2 9,2
Geneesmiddelen 10,9 12,1 10,5
Medicinale en
farmaceutische producten
9,9 8,4 6,9
Bloemen en planten 9,9 8,0 8,0
Chips, halfgeleider-
elementen, etc.
8,9 7,9 7,7
Medische instrumenten en
apparaten
8,0 6,9 7,0
Kleding 8,0 6,4 6,8
Modems en routers,
speakers, etc.
7,8 8,8 8,2
Computers, laptops, tablets 7,8 6,9 6,3
*voorlopige cijfers

Export naar 11 van de 12 belangrijkste partners hoger dan vóór de coronacrisis

De goederenexport naar het Verenigd Koninkrijk viel in de periode januari–augustus 2021 met 9,7 procent terug ten opzichte van dezelfde periode in 2019. Het VK is het enige land uit de top-12 belangrijkste exportbestemmingen waarvan de exportwaarde in 2021 nog niet terug is op hetzelfde niveau als in de eerste acht maanden van 2019. Voor alle andere partners uit de top-12 ligt de exportwaarde ondertussen boven het niveau van pré-coronajaar 2019, zie figuur 1.4.9.

Half maart 2020 was de coronacrisis in Nederland net uitgebroken en de internationale transportstromen werden vanaf dat moment flink geraakt. De grootste terugval had het VK (–‍4,9 miljard euro en –18,4 procent). Nederland exporteerde ook minder goederen naar Duitsland, België, Frankrijk, de Verenigde Staten, Spanje en Zweden. Ons land exporteerde aanzienlijk minder aardolie en olieproducten naar al deze partners. De lagere exportwaarde naar Italië in 2020 kwam hoofdzakelijk door minder export van aardgas en voertuigen voor wegvervoer. Taiwan ontving in 2020 ook minder goederen (qua waarde) uit Nederland. Dit betreft voornamelijk gespecialiseerde machines.

De export van goederen naar Polen, China en Zuid-Korea had beduidend minder te lijden onder de coronapandemie. De export naar Polen nam in de eerste acht maanden van 2020 zelfs met 3,4 procent toe tot 9,1 miljard euro. De exportgroei naar Polen was te danken aan een sterke groei van de wederuitvoernoot5 van elektrische apparaten (CBS, 2020b). Nederland exporteerde in de eerste acht maanden van 2020 9,7 procent van de totale export aan elektrische apparaten naar Polen. Daarmee was Polen, na Duitsland, onze 2e belangrijkste afnemer van elektrische apparaten. De goederenexport naar China nam in de periode januari–augustus 2020 met 14,8 procent toe. Deze groei kon vooral gerealiseerd worden door meer export van in Nederland vervaardigde gespecialiseerde machines (CBS, 2020c). Met een exportwaarde van 9,3 miljard euro was China daarmee onze 8e exportbestemming en ging zo Polen voorbij. Zuid-Korea ontving in 2020 38,7 procent meer goederen qua waarde. Ons land voerde vooral gespecialiseerde machines uit naar het schiereiland. Nederland exporteerde in de eerste acht maanden van 2020 16,4 procent van de gespecialiseerde machines naar Zuid-Korea. Daarmee was het de grootste afnemer van deze goederen. Detailinformatie over de belangrijkste exportpartners is te vinden in bijlage (zie tabel 1.9.4).

1.4.9 Belangrijkste exportpartners, januari-augustus (mld euro)
Land 2021* 2020 2019
Duitsland 83,8 70,0 76,7
België 39,5 31,7 34,6
Frankrijk 29,8 23,8 26,5
Verenigd Koninkrijk 24,1 21,8 26,7
Verenigde Staten 18,3 16,1 17,8
Italië 15,7 12,2 13,6
Spanje 11,6 9,0 10,3
Polen 11,4 9,1 8,8
China 9,3 9,3 8,1
Zweden 7,5 5,8 6,6
Zuid-Korea 5,9 4,3 3,1
Taiwan 5,7 3,2 4,0
*voorlopige cijfers

Export van Nederlandse makelij het meest geraakt ten tijde van de coronapandemie

De totale exportwaarde van goederen van Nederlandse makelij was in de periode januari–augustus van 2021 211,6 miljard euro, zie figuur 1.4.10. Dat is 24,3 procent meer dan in dezelfde periode van 2020 en 12,1 procent meer dan in de eerste acht maanden van 2019. De wederuitvoer van goederen was in januari–augustus 2021 160,7 miljard euro. Dat is 14,4 procent hoger dan in 2020 en 6,8 procent hoger dan in 2019. De uitgaande quasi-doorvoer was in de periode januari–augustus van 2021 75,8 miljard euro. Dat is 12,1 procent hoger dan in 2020. De uitgaande quasi-doorvoer zakte in de eerste acht maanden van 2020 in met 10,0 procent, maar heeft zich in de eerste acht maanden van 2021 wel hersteld tot iets boven het niveau van vóór de pandemie. Aan één euro goederenexport van Nederlandse makelij verdiende Nederland in 2020 gemiddeld 56 cent. Dat is vier keer zoveel als aan de wederuitvoer en circa 40 keer zo veel als quasi-doorvoer.noot6

1.4.10 Goederenexport naar exportstroom, januari-augustus (mld euro)
Stroom Jaar Export
NL makelij 2015, NL makelij 161,6
NL makelij 2019, NL makelij 188,8
NL makelij 2020, NL makelij 170,2
NL makelij 2021*, NL makelij 211,6
Wederuitvoer 2015, Wederuitvoer 116,4
Wederuitvoer 2019, Wederuitvoer 150,4
Wederuitvoer 2020, Wederuitvoer 140,5
Wederuitvoer 2021*, Wederuitvoer 160,7
Quasi-doorvoer 2015, Quasi-doorvoer 61,6
Quasi-doorvoer 2019, Quasi-doorvoer 75,1
Quasi-doorvoer 2020, Quasi-doorvoer 67,6
Quasi-doorvoer 2021*, Quasi-doorvoer 75,8
*voorlopige cijfers

Nederland heeft een zeer belangrijke distributiefunctie als toegangspoort tot Europa. Denk hierbij aan de gunstige geografische ligging in combinatie met de sterk ontwikkelde Nederlandse logistieke en data-infrastructuur waardoor containers in betrekkelijk korte tijd overgeladen kunnen worden naar boot of trein. Verder heeft Nederland een uitstekend wegennetwerk, een efficiënte water- en elektriciteitsvoorziening, goede digitale infrastructuur en een relatief hoogopgeleide beroepsbevolking (Kuypers et al., 2012; NFIA, 2019). Nederland is daarom voor goederen vanuit alle hoeken van de wereld een belangrijk knooppunt en in veel gevallen het eerste punt van aankomst in Europa. Vanuit Nederland vervolgen veel goederen als wederuitvoer of quasi-doorvoer hun weg naar het Europese achterland. Van de 12 belangrijkste exportbestemmingen voor quasi-doorvoer behoren in het eerste halfjaar van 2021 11 Europese landen. Hierbij zijn Duitsland, België, Frankrijk, Italië en Spanje de belangrijkste. Zo gaan er veel hightech producten vanuit Azië via Nederland naar het Europese achterland. De Verenigde Staten zijn het enige niet-Europese land in deze top-12.

1.5Nederlandse dienstenhandel en corona

Invoer van diensten: fors minder uitgaven door Nederlandse reizigers…

In 2020 daalde de invoer van diensten met 25,5 miljard euro ten opzichte van 2019, naar 212 miljard euro. De uitgaven van Nederlandse zakenreizigers, vakantiegangers en dagjesmensen in het buitenland – gemeten als het uitgaand reisverkeer – maakte met 13,5 miljard euro de grootste krimp door (zie figuur 1.5.1). Nederlanders gingen in 2020 vaker in eigen land op vakantie en veel minder vaak naar het buitenland (CBS, 2020a). De maatregelen die in 2020 werden ingesteld om de verspreiding van het coronavirus te remmen, raakten het internationale toerisme hard. De reisbeperkingen en andere coronamaatregelen hadden ook een grote impact voor bedrijven die zakelijke diensten invoeren, zoals bemiddelingsdiensten voor reizen en R&D. Bedrijven die vervoersdiensten importeren, hadden in 2020 ook last van de coronacrisis. Zij zagen hun invoer met 2,3 miljard euro afnemen. De daling in betaalde vergoedingen voor het gebruik van intellectueel eigendom – gemeten als invoer – heeft te maken met het feit dat sommige grote bedrijven een deel van hun dienstenhandel niet meer via Nederland laten lopen.

1.5.1 Ontwikkeling importwaarde per type dienst, verschil tussen 2020* en 2019 (mld euro)
Type dienst Waarde
Reisverkeer -13,5
Andere zakelijke diensten -8,2
Gebruik intellectueel eigendom -3,2
Vervoersdiensten -2,3
Pers., cult. en recreatieve diensten -1,2
Onderhoud en reparatie -0,2
Overheidsdiensten -0,1
Bouwdiensten 0,0
Industriële diensten 0,1
Verzekeringsdiensten 0,1
Telecommunicatie, computerdiensten 1,3
Financiële diensten 1,8
*voorlopige cijfers

…maar meer financiële diensten ingevoerd in 2020

De coronacrisis had niet voor alle dienstenimporteurs een negatieve uitwerking. Zo nam de invoer van financiële diensten met 1,8 miljard euro toe. Betalingen voor bemiddelings- en ondersteunende diensten ten behoeve van financiële transacties van bijvoorbeeld webwinkels zijn een voorbeeld van zulke ingevoerde financiële diensten. Dit hangt mogelijk samen met de enorme groei in online winkelen tijdens de coronacrisis. Ook de invoer van telecommunicatie en computer- en informatiediensten groeide in 2020 flink, en wel met 1,3 miljard euro. De coronacrisis heeft een enorme impuls gegeven aan telewerken, digitale meetings en transacties en online winkelen, wat positief uitwerkte voor bedrijven die zulke diensten faciliteren.

Invoer van diensten gegroeid in tweede kwartaal 2021noot7

Het eerste kwartaal van 2020 was een kwartaal waarin in de tweede helft van maart de impact van de coronacrisis voelbaar werd. Het eerste kwartaal van 2021 was er juist het hele kwartaal sprake van een zware lockdown in Nederland. Mede daardoor was met name het reisverkeer en de bemiddeling op reizen flink lager in het eerste kwartaal van 2021. De invoer van reisverkeersdiensten bedroeg 906 miljoen euro in het eerste kwartaal van 2021, de uitvoer 978 miljoen euro. Daarnaast zijn ook de aanschaf van royalty’s en managementadviesdiensten in het eerste kwartaal van 2021 lager dan een jaar eerder. Dit betreft vooral de verplaatsing van activiteiten naar het buitenland. Daar waar het reisverkeer en ook de bemiddeling op reizen in tweede kwartaal van 2021 zich weer een stukje herstelden ten opzichte van het tweede kwartaal van 2020, herstelden de royalty’s en managementadviesdiensten zich niet tot nauwelijks. In absolute waarde is vooral de invoer van andere zakelijke diensten en van vervoersdiensten in het tweede kwartaal van 2021 gegroeid. Deze invoer bedroeg respectievelijk 16,6 en 9,4 miljard euro.

Ook tijdens coronacrisis is VS veruit grootste leverancier van diensten

Figuur 1.5.2 laat zien uit welke landen Nederland de meeste diensten importeert. De Verenigde Staten voeren deze ranglijst al jaren aan. In 2015 voerde Nederland voor 26,6 miljard euro in uit de VS, in 2020 was deze invoer al 7,1 miljard euro meer dan vijf jaar eerder. Ook groeide het aandeel van de VS in de dienstenimport in de afgelopen jaren. Bermuda staat in 2020 op een 2e plaats als leverancier van diensten voor Nederland. De rest van de top-10 bestaat uit 7 EU-landen en Zwitserland, waarbij het Verenigd Koninkrijk in 2020 nog tot de EU wordt gerekend.

1.5.2 Top-10 grootste leveranciers van diensten 2020 (mld euro)
Partners 2020* 2019 2015
Verenigde Staten 33,8 36,6 26,6
Bermuda 27,5 27,7 17,7
Verenigd Koninkrijk 26,2 27,6 19,0
Duitsland 22,3 25,5 15,8
Ierland 13,0 9,9 6,9
België 12,5 12,3 8,3
Frankrijk 11,5 12,5 7,0
Zwitserland 7,3 8,8 14,3
Italië 4,5 5,7 3,5
Spanje 4,5 6,1 3,8
*voorlopige cijfers

Duitsland leverde het meest in

In 2020 daalde de invoer van diensten uit vrijwel alle top-10 partners, met uitzondering van Ierlanden België. De invoer vanuit Ierland groeide met 31,1 procent tot 13,0 miljard euro, met name door een groei in de uitgaven voor het gebruik van intellectueel eigendom. De invoer uit België groeide minder snel, namelijk met 1,5 procent tot 12,5 miljard euro. Vooral de invoer van financiële diensten groeide hier sterk. Uit de VS werden er vooral minder zakelijke diensten ingevoerd (–2,8 miljard euro) en er gingen minder Nederlanders op reis naar de VS (–1,0 miljard euro). Dat was ook goed merkbaar in de diensteninvoer uit Duitsland en Spanje. Van alle top-10 partners daalde de invoer van diensten uit Duitsland in 2020 in absolute termen het sterkst. Dit hing voor een groot deel samen met een afname van de uitgaven van Nederlandse reizigers in Duitsland. Hetzelfde geldt ook voor Italië. Uit Zwitserland was vooral een daling van het gebruik van intellectueel eigendom zichtbaar. De afname van de invoer van diensten uit het VK hing samen met verminderde uitgaven aan intellectueel eigendom, minder reisverkeer en minder vervoersdiensten.

In de eerste helft van 2021 groeide de invoer van diensten uit de VS, België, Ierland, Frankrijk, en Italië ten opzichte van dezelfde periode in 2020. Bermuda verdween uit de rangorde van belangrijkste partners van herkomst ten opzichte van 2020 en Spanje en Italië hebben stuivertje gewisseld, maar verder veranderde er weinig; de VS is nog steeds de grootste dienstenleverancier, gevolgd door het VK en Duitsland.

Uitvoer van diensten: fors minder uitgaven van buitenlandse reizigers in Nederland door coronacrisis

De coronamaatregelen en reisbeperkingen die in 2020 in Nederland golden, hadden een grote belemmerende werking op het aantal buitenlandse reizigers en toeristen in Nederland, en daarmee op hun bestedingen in ons land. De uitgaven aan goederen of diensten door buitenlandse reizigers tijdens hun verblijf in Nederland worden gemeten als een export van reisverkeersdiensten. Deze exportwaarde daalde in 2020 met 8,9 miljard euro, zoals figuur 1.5.3 laat zien. Dat is net iets meer dan een halvering ten opzichte van 2019. De coronamaatregelen en reisbeperkingen hadden niet alleen gevolgen voor de reizigers zelf, maar ook voor bedrijven die diensten aan reizigers aanbieden, zoals reisbemiddelaars en (online) platforms voor reizen en vakanties. Deze diensten vallen onder de noemer ‘andere zakelijke diensten’, en deze export daalde met 9,1 miljard euro in 2020. Ook vervoerders van personen, zoals bedrijven in de luchtvaart of veerdiensten, hadden een stuk minder klandizie, waardoor de export van vervoersdiensten met 4,2 miljard euro daalde. De totale dienstenuitvoer kwam in 2020 uit op 227 miljard euro; 19 miljard euro minder dan in 2019.

1.5.3 Ontwikkeling exportwaarde per type dienst, verschil tussen 2020* en 2019 (mld euro)
Type dienst Waarde
Andere zakelijke diensten -9,1
Reisverkeer -8,9
Vervoersdiensten -4,2
Industriële diensten -0,8
Bouwdiensten -0,7
Pers., cult. en recreatieve diensten -0,6
Onderhoud en reparatie -0,2
Overheidsdiensten -0,1
Financiële diensten 0,0
Verzekeringsdiensten 0,1
Telecommunicatie, computerdiensten 0,5
Gebruik intellectueel eigendom 4,6
*voorlopige cijfers

Fors meer ontvangen vergoedingen voor intellectueel eigendom

Ondanks alle beperkingen en maatregelen die de coronacrisis met zich meebracht, waren er voor sommige bedrijven ook gunstige ontwikkelingen. Zo werd er in 2020 veel meer online gewinkeld, digitaal gewerkt en gehandeld, gestreamd en gegamed. Dit betekende onder andere voor bedrijven die intellectueel eigendom beheren, zoals bijvoorbeeld streamingsdiensten van muziek, films en games, een toename van de export van 4,6 miljard euro. Ontvangen vergoedingen voor intellectueel eigendom is daarmee in 2020 de grootste exportcategorie geworden.

Export van diensten groeide in 2021 pas in tweede kwartaal

In de periode januari tot en met juni van 2021 is de uitvoer van diensten 4,9 procent lager uitgekomen dan in dezelfde periode van 2020. Deze daling deed zich uitsluitend voor in het eerste kwartaal van 2021, in het tweede kwartaal was de uitvoer van diensten hoger dan in 2020. Met name de uitvoer van financiële diensten groeide in het tweede kwartaal, alsook de uitvoer van industriële diensten, bouwdiensten en vervoersdiensten (waaronder luchtvaartdiensten). In het tweede kwartaal vonden er versoepelingen plaats in het coronabeleid, waardoor het aantal luchtvaartpassagiers dat van of naar Nederland vloog vier keer groter was dan in het tweede kwartaal van 2020 (CBS, 2021d).

Nederland ontvangt uit Ierland relatief veel vergoedingen voor gebruik van intellectueel eigendom. De uitvoer van diensten naar Ierland groeide licht in 2020, zie figuur 1.5.4. Deze exportgroei bestond voornamelijk uit meer informatiediensten. Ook de export van diensten naar de VS en Zweden was in 2020 hoger dan in 2019. De VS ontvingen vooral meer financiële diensten, Zwitserland ontving vooral meer intellectueel eigendom. Duitsland was in 2020 nog steeds de 2e bestemming wat betreft dienstenexport, ondanks een daling van 3,7 miljard. De dienstenexport naar onze oosterburen bestaat voor ongeveer de helft uit vervoersdiensten en andere zakelijke diensten. De uitgaven van Duitse reizigers in Nederland staan op een 3e plek, maar waren wel de belangrijkste reden voor de afname van de export in 2020.

Met uitzondering van Ierland en België ontvingen de EU-landen uit de top-10 in de eerste helft van 2021 opnieuw minder diensten uit Nederland. Met name de export naar Duitsland en Frankrijk daalde fors (CBS, 2021h). Opnieuw is de terugval in reisverkeer daarvoor de belangrijkste verklaring. De export van diensten naar het VK, de VS, Ierland, Zwitserland en België (allen niet-EU) was in het eerste halfjaar van 2021 hoger dan in dezelfde periode een jaar eerder.

1.5.4 Top-10 grootste afnemers van diensten 2020 (mld euro)
Partners 2020* 2019 2015
Ierland 32,5 32,1 18,5
Duitsland 27,5 31,2 21,3
Verenigd Koninkrijk 24,3 27,5 19,1
Verenigde Staten 19,6 19,5 16,9
België 12,4 13,7 9,8
Frankrijk 12,1 12,4 8,0
Singapore 9,3 10,9 6,4
Zwitserland 9,3 9,4 9,0
Italië 5,5 6,2 3,3
Zweden 5,4 5,0 2,9
*voorlopige cijfers

1.6Nederlandse goederenhandel en Brexit

25% van de totale importwaarde uit VK betreft machines Buitenvorm Binnenvorm

Het Verenigd Koninkrijk blijft ook na de Brexit een belangrijke leverancier van goederen. De goederenimport uit het VK wordt vooral gedomineerd door minerale brandstoffen, omdat het VK een bijzonder belangrijke leverancier is van deze goederen voor Nederland. In de periode januari–augustus 2021 importeerde Nederland voor 4,7 miljard euro aan minerale brandstoffen (zie figuur 1.6.1) uit het VK. Het aandeel minerale brandstoffen in het totale importpakket uit het VK bedraagt 30,2 procent. Omdat de prijzen van olie en gas door de jaren heen sterk fluctueren is het lastig om de import van verschillende jaren met elkaar te vergelijken. De importwaarde van chemische producten, machines en fabricaten is in de eerste acht maanden van 2021 hoger uitgekomen dan in het pré-coronajaar 2019.

1.6.1 Goederenimport uit het VK naar hoofdgroep, januari-augustus (mln euro)
Hoofdgroep 2021* 2020 2019
Voeding en dranken 915 1209 1292
Grondstoffen en
natuurproducten
352 317 320
Minerale brandstoffen 4684 4099 6456
Chemische producten 2919 2313 2635
Machines en apparaten 2755 2212 2522
Vervoermaterieel 548 520 672
Fabricaten 3358 2285 2690
*voorlopige cijfers

Kleding bestemd voor VK nu deels niet meer via Nederland

Nu de Brexit een feit is, gaan goederenstromen die voorheen via Nederland naar het VK liepen nu mogelijk via een andere route. Nederland exporteerde in de eerste acht maanden van 2021 beduidend minder kleding naar het VK. Bovendien is, zoals blijkt uit figuur 1.6.2, in de eerste acht maanden van 2021 de Nederlandse import van kleding uit het VK met drie kwart toegenomen ten opzichte van de vergelijkbare periode van 2020. Tegelijkertijd nam de kledingimport uit Azië fors af. Hierdoor is het aandeel van het VK in de Nederlandse kledingimport in een jaar gestegen van 2,7 procent naar 4,3 procent. Door deze ontwikkelingen staat het VK nu op de 6e positie als kledingleverancier. Een jaar eerder bekleedde het VK de 9e plaats. Ook andere goederen met het label ‘Made in Asia’ volgden in 2021 mogelijk dezelfde route. De import van medische instrumenten en apparaten (+163 procent), meet-, controle- en analyse instrumenten (+105 procent) en modems, routers, speakers (+72 procent) uit het VK is fors toegenomen. Ook de import uit het VK van goederen die niet overwegend in Azië gemaakt worden zoals primaire kunststoffen (3 keer hoger) en biodiesel (meer dan 10 keer hoger) groeide explosief. Inmiddels is het VK in rangorde de 5e leverancier van biodiesel, een jaar eerder stond het VK nog op de 15e positie.

Minder import van aardolieproducten uit VK

In de periode januari–augustus 2021 is de importwaarde van ruwe aardolie en olieproducten vrijwel gelijk gebleven ten opzichte van een jaar eerder. De prijzen van olie en olieproducten waren weliswaar beduidend hoger maar dit effect werd volledig tenietgedaan door een kleiner importvolume. Vooral het importvolume van olieproducten zoals benzine, gasolie, kerosine en stookolie was vele malen kleiner dan voorheen. In plaats van het VK haalt Nederland deze fossiele brandstoffen nu uit andere landen, zoals ruwe aardolie uit Rusland en Noorwegen en aardolieproducten uit België en Duitsland.

Niet alleen de import van olie en olieproducten is beduidend kleiner dan voorheen. Uit tabel 1.9.1 van de bijlage valt af te leiden dat er veel minder geneesmiddelen (–‍58 procent), chips en halfgeleiderelementen (–‍73 procent) en personenauto’s (–‍30 procent) vanuit het VK naar Nederland gingen. De import van voedingsproducten zoals vlees (–‍60 procent), groenten en fruit (–‍59 procent) en zuivelproducten (–‍21 procent) blijft door intensieve grenscontroles als gevolg van de Brexit fors achter bij het importniveau van eerdere jaren. Gemeten over de periode januari–augustus 2020 stond het VK nog op de 5e plaats als leverancier van vlees. Een jaar later staat het VK als vleesleverancier op de 13e positie. Bij zuivel (5e in 2020 en 6e in 2021) en groenten en fruit (15e in 2020 en 27e in 2021) is hetzelfde patroon zichtbaar.

1.6.2 Belangrijkste importcategorieën uit het VK, januari-augustus (mln euro)
Product 2021* 2020 2019
Aardolie en olieproducten 3462 3420 5479
Kleding 416 233 245
Kunststof in primaire vormen 375 122 199
Geneesmiddelen 332 786 825
IJzer en staal 313 250 295
Gespecialiseerde machines 299 171 241
Medische instrumenten
en apparaten
274 146 164
Computers, laptops, tablets 271 103 95
Meet-, controle- en
analyseinstrumenten
252 123 154
Modems en routers,
speakers, etc.
241 140 249
Generatoren en motoren 237 226 337
Medicinale en
farmaceutische producten
230 185 96
*voorlopige cijfers

Quasi-doorvoer van goederen uit VK na Brexit fors hoger

Behalve de Nederlandse invoer gaan er ook nog andere goederenstromen via Nederland. Nederland importeert ook goederen die uiteindelijk Nederland weer verlaten en die, anders dan bij wederuitvoer, niet in eigendom komen van een Nederlandse ingezetene. Op deze quasi-doorvoer wordt dan ook nauwelijks verdiend. Als gevolg van de Brexit volgt een deel van de quasi-doorvoer naar Nederland een andere route dan voorheen. Een deel van deze goederenstroom gaat niet meer rechtstreeks vanuit het land van oorsprong (bijvoorbeeld China) naar Nederland maar komt nu via een tussenstop in het VK ons land binnen, met als eindbestemming een ander land. Mede als gevolg van deze ontwikkelingen was de inkomende quasi-doorvoer uit het VK in de eerste acht maanden van 2021 ruimschoots verdubbeld tot 3,2 miljard euro. De belangrijkste groeiers zijn computers, mobiele telefoons, kleding, meet-, controle- en analyse instrumenten en speelgoed.

11% exportwaarde van dranken naar het VK, daarmee 2e exportbestemming Buitenvorm Binnenvorm

Nederlandse export naar het Verenigd Koninkrijk in detail

Het VK is een belangrijke exportbestemming voor de Nederlandse export van voedingsproducten. In de periode januari–augustus 2021 exporteerde Nederland voor 3,7 miljard euro voeding en dranken naar het VK (zie figuur 1.6.3 en tabel 1.9.3 van de bijlage). Daarmee heeft het VK een aandeel van 7,6 procent in de totale Nederlandse export van voeding en dranken en is het land in rangorde na Duitsland, België en Frankrijk de 4e exportbestemming. Het belang van voeding en dranken in de Nederlandse export naar het VK is de afgelopen jaren sterk afgenomen. In de vergelijkbare periode in 2015 was het VK na Duitsland nog het 2e exportland met een aandeel van 9,4 procent in de totale export. Ook het Britse aandeel in de export van machines en apparaten verminderde in de periode na 2015 sterk. Met een exportwaarde van 6,1 miljard euro is dit aandeel in de totale export gedaald van 10,4 procent (januari–augustus 2015) naar 6,9 procent zes jaar later.

1.6.3 Goederenexport naar het VK naar hoofdgroep, januari-augustus (mln euro)
Product 2021* 2020 2019
Voeding en dranken 3715 3948 4180
Grondstoffen en
natuurproducten
1532 1435 1500
Minerale brandstoffen 1957 1230 2856
Chemische producten 4070 3816 4251
Machines en apparaten 6128 5396 6697
Vervoermaterieel 1152 1011 1447
Fabricaten 5553 4965 5752
*voorlopige cijfers

Export bloemen en planten ongeëvenaard hoog

Nederlandse exporteurs van bloemen en planten naar het VK hadden in de eerste acht maanden van 2021 met een export van 1,2 miljard euro (zie figuur 1.6.4) een buitengewoon mooi exportresultaat. Nooit eerder was de export van bloemen en planten naar het VK zo hoog. Het aandeel van het VK in de totale export van bloemen en planten komt hierdoor uit op 12,4 procent. Een jaar eerder was dit aandeel nog 10,8 procent. In rangorde blijft het VK, na Duitsland, de 2e exportbestemming voor bloemen en planten. De exportgroei is het gevolg van een volumetoename en hogere afzetprijzen.

Net als bloemen en planten kwam de export van medische instrumenten en apparaten (926 miljoen euro) uit op een record. Na Duitsland is het VK hiermee het belangrijkste afzetgebied. Ook de export van geraffineerde aardolieproducten was met 1,1 miljard euro een stuk hoger dan vorig jaar, maar deze groei is geheel het gevolg van hogere afzetprijzen.

Veel minder groenten en fruit het Kanaal over

De export van verse voedingsproducten naar het VK waarbij een snelle logistieke afhandeling van groot belang is, daalde flink in januari–augustus 2021. De export van groenten en fruit daalde mede hierdoor met 182 miljoen euro (–15 procent). Vorig jaar was het VK na Duitsland en België de 3e exportbestemming van groenten en fruit. Inmiddels is Frankrijk het VK voorbijgestreefd. Ook de export van vlees en zuivel was lager dan in 2020. Naast het probleem van langere transporttijden moeten Nederlandse exporteurs ook rekening houden met controles op niet-tarifaire maatregelen: verboden of beperkingen, tolerantiegrenzen voor residuen en eisen met betrekking tot etikettering, marketing of verpakking nu het VK geen EU-lidstaat meer is (CBS, 2021c).

De exportstroom van modems, routers, speakers, etc. naar het VK is gedurende 2021 beduidend kleiner geworden. Het gaat hierbij vooral om goederen die Nederland importeert uit Oost-Azië en die als wederuitvoer aan klanten in het VK verkocht worden. De waarde van deze stroom was in de periode januari–augustus 2021 618 miljoen euro (exportaandeel 8,0 procent). In de vergelijkbare periode van 2015 exporteerde Nederland zelfs voor 1,4 miljard euro naar het VK. Vermoedelijk kopen Britse bedrijven nu steeds meer deze producten rechtstreeks in Oost-Azië.

1.6.4 Belangrijkste exportcategorieën uit het VK, januari-augustus (mln euro)
Product 2021* 2020 2019
Geraffineerde
aardolieproducten
1107 946 2207
Bloemen en planten 1225 856 857
Groenten en fruit 1047 1229 1326
Medische instrumenten
en apparaten
926 497 617
Vlees 783 788 894
Kunststof in primaire vormen 737 526 655
Computers, laptops, tablets 639 727 668
Modems en routers,
speakers, etc.
638 1048 1363
Chips, halfgeleider-
elementen, etc.
602 406 491
Gespecialiseerde machines 598 450 622
Geneesmiddelen 489 602 862
Medicinale en
farmaceutische producten
457 334 336
*voorlopige cijfers

Sterke groei export van Nederlandse makelij vooral door hoge afzetprijzen…

De export van goederen van Nederlandse makelij naar het VK heeft in de eerste acht maanden van 2021 een flinke groei doorgemaakt. In die periode vertegenwoordigde de export van deze goederen een waarde van 16,0 miljard euro (zie figuur 1.6.5). Dat is 4,7 miljard euro meer dan een jaar eerder. Het aandeel van het VK als exportpartner van goederen van Nederlandse makelij groeide met 1 procentpunt tot 7,6 procent. Hiermee is het VK na Duitsland en België de 3e exportbestemming van producten die in Nederland zijn geproduceerd. De forse groei is vooral tot stand gekomen door een fors hogere exportwaarde van olie en gas. De bijna 900 miljoen euro hogere export van minerale brandstoffen is vooral het gevolg van hogere afzetprijzen. Ook de export van Nederlandse bloemen en planten, delf- en graafmachines, pompen, medische instrumenten en apparaten was beduidend hoger dan een jaar eerder.

…maar wederuitvoer valt sterk terug

De wederuitvoer van goederen naar het VK nam in de eerste acht maanden van 2021 met circa 2,2 miljard euro af. Het aandeel van wederuitvoer naar het VK kwam daardoor uit op 5,3 procent. Dat is 2,2 procentpunt minder dan in dezelfde periode van 2020. Nederland fungeert met Schiphol en de haven van Rotterdam als een hub voor veel goederen afkomstig uit andere delen van de wereld. Het grootste deel van de ingevoerde goederen gaat vanuit Nederland voornamelijk naar Europese bestemmingen. Met het verlaten van de EU is de handelsrelatie tussen de EU en het VK veranderd. Daarom is de afname van wederuitvoer naar het VK onder andere toe te schrijven aan een verlegging van enkele goederenstromen uit Oost-Azië. Goederen als kleding, computers, modems, routers en speakers zijn producten die vooral in Oost-Azië geproduceerd worden. Het VK importeert deze goederen mogelijk nu rechtstreeks uit dit gebied. In 2020 leverde de export van goederen van Nederlandse makelij naar het VK de Nederlandse economie circa 56 cent per euro export op. De Nederlandse economie verdiende 14 cent per euro wederuitvoer naar het VK.

1.6.5 Goederenexport naar het VK per exportstroom, januari-augustus (mld euro)
Goederenstroom Jaar Bedrag
NL makelij 2015, NL makelij 12,5
NL makelij 2019, NL makelij 14,0
NL makelij 2020, NL makelij 11,2
NL makelij 2021*, NL makelij 16,0
Wederuitvoer 2015, Wederuitvoer 11,5
Wederuitvoer 2019, Wederuitvoer 12,7
Wederuitvoer 2020, Wederuitvoer 10,6
Wederuitvoer 2021*, Wederuitvoer 8,4
Quasi-doorvoer 2015, Quasi-doorvoer 7,8
Quasi-doorvoer 2019, Quasi-doorvoer 7,6
Quasi-doorvoer 2020, Quasi-doorvoer 6,5
Quasi-doorvoer 2021*, Quasi-doorvoer 1,6
*voorlopige cijfers

Quasi-doorvoer naar VK 79 procent minder

Het gaat bij de quasi-doorvoerstroom veelal om goederen die uit een niet-EU-land via Nederland naar andere EU-landen getransporteerd worden. De quasi-doorvoer naar het VK bedroeg in januari–augustus 2021 ruim 1,7 miljard euro. Dat is een forse afname in vergelijking met dezelfde periode van 2020 toen deze stroom een waarde vertegenwoordigde van 6,5 miljard euro. Deze afname komt vooral omdat het VK, goederen afkomstig uit Azië, nu niet meer via de mainports (Schiphol, Rotterdamse haven) van Nederland laat lopen maar ze mogelijk rechtstreeks bij Aziatische handelsbedrijven koopt. Van de totale uitgaande quasi-doorvoer was in de eerste acht maanden van 2021 90 procent bestemd voor EU-lidstaten. Het gaat hierbij vooral om mobiele telefoons, computers, geneesmiddelen en automobielen voor het goederenvervoer die afkomstig zijn van landen buiten de EU.

1.7Nederlandse dienstenhandel en Brexit

Diensteninvoer uit het VK kromp in eerste helft 2021, maar groeide toch in belang

Zoals al bleek uit figuur 1.5.4 is het Verenigd Koninkrijk een van de belangrijkste leveranciers van diensten voor Nederland. Het aandeel van het VK in de diensteninvoer nam sinds 2018 gestaag toe, ondanks de onzekerheden rondom de Brexit. In de eerste zes maanden van 2021 kwam dit aandeel zelfs uit op 13,5 procent (zie figuur 1.7.1). Dat komt echter niet omdat de invoer uit het VK groeide; integendeel, de invoer uit het VK daalde met 2,8 procent in de eerste zes maanden van 2021. De invoer uit andere landen daalde echter nog sterker, waardoor het belang van het VK in de totale invoer van diensten toch verder toenam. Er werden in de eerste helft van 2021 vooral minder zakelijke diensten uit het VK ingevoerd en minder vergoedingen voor intellectueel eigendom betaald.

1.7.1 Aandeel VK in totale diensteninvoer, januari-juni (%)
Jaar Aandeel VK
2015 8,5
2019 11,2
2020* 12,2
2021* 13,5
*voorlopige cijfers

Figuur 1.7.2 laat de samenstelling van de dienstenimport uit het VK zien. Hieruit blijkt dat de invoer van diensten uit het VK al jaren gedomineerd wordt door de zakelijke diensten. Hiertoe behoren adviesdiensten zoals juridische, accounting of managementadvies; technische diensten zoals diensten van architecten en ingenieurs of aan de olie- en gaswinning gerelateerde diensten; en diensten op het vlak van speur- en ontwikkelingswerk (R&D). Het belang van de andere zakelijke diensten in de invoer uit het VK is ten opzichte van 2015 toegenomen naar ongeveer 50 procent van de invoer. Ook het aandeel van de telecommunicatie, computer en informatiediensten, als de vervoersdiensten is gegroeid in de afgelopen jaren.

1.7.2 Samenstelling dienstenimport uit het VK, januari-juni (%)
Jaar Andere zakelijke diensten Telecommunicatie, computerdiensten Vervoersdiensten Financiële diensten Gebruik intellectueel eigendom Reisverkeer Overige diensten
2021* 49,6 12,7 11,7 9 8,4 1,1 7,4
2020* 50,2 12,5 10,9 6,3 5 1,5 13,6
2019 46,4 11,7 11,7 7 4 3,7 15,4
2015 46,8 13,3 8,8 11,1 8,4 4,6 6,9
*voorlopige cijfers

Belang VK in dienstenexport onder druk

In 2016 stemde het Britse volk voor vertrek uit de Europese Unie. Sindsdien groeide de Nederlandse dienstenexport naar het VK nog steeds – tot 2020 – maar minder hard dan de totale dienstenexport. In 2020 kromp de dienstenexport naar het VK sterker dan de totale dienstenexport, waardoor het aandeel nog verder afnam, naar 10,9 procent (zie figuur 1.7.3). In de eerste zes maanden van 2021 schoot het aandeel van het VK in de dienstenexport omhoog. Dat heeft er mee te maken dat de dienstenexport naar het VK in het tweede kwartaal van 2021 veel harder groeide (11,4 procent) dan de export naar andere landen (5,5 procent). Met name de export van telecommunicatie, computer en informatiediensten, en de vervoersdiensten naar het VK nam toe. Het reisverkeer – dat vooral nog last had van de coronamaatregelen – speelt een veel kleinere rol in de export naar het VK dan naar een land als Duitsland of België (CBS, 2021h).

1.7.3 Aandeel VK in totale dienstenuitvoer, januari-juni (%)
Jaar Aandeel VK
2015 9,8
2019 11,4
2020* 10,9
2021* 12,4
*voorlopige cijfers

Figuur 1.7.4 laat de samenstelling van de dienstenexport naar het VK zien. Ruim de helft van de export van diensten naar het VK bestaat uit andere zakelijke diensten en vervoersdiensten, waarbij het belang van vervoersdiensten de laatste jaren afnam. De export van telecommunicatie, computer en informatiediensten groeide in de afgelopen jaren, alsook in de eerste helft van 2021. Het belang van de overige diensten, zoals het reisverkeer nam af.

1.7.4 Samenstelling dienstenexport naar het VK, januari-juni (%)
Jaar Andere zakelijke diensten Vervoersdiensten Telecommunicatie, computerdiensten Gebruik intellectueel eigendom Financiële diensten Bouwdiensten Overige diensten
2021* 32,3 21,1 20,9 12,0 7,9 1,5 4,3
2020* 34,0 18,3 19,3 7,0 6,7 0,7 14,1
2019 34,1 19,3 17,5 6,9 5,7 0,5 16,1
2015 32,0 24,9 19,6 8,5 3,0 1,1 10,9
*voorlopige cijfers

1.8Samenvatting en conclusie

Nederlandse handel en corona

De coronacrisis had een forse impact op de Nederlandse economie. In het voorjaar van 2020 kwam door een verstoring van vraag en aanbod de waarde van de Nederlandse goederenhandel tot een forse krimp. In de herfst van 2020 veerde de handel weer langzaam op.

Bij de importwaarde van goederen zien we een groei van 20,5 procent in de eerste drie kwartalen van 2021 ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. De goederenimport was met een plus van 9,9 procent in de eerste drie kwartalen van 2021 ook hoger dan in pré-coronajaar 2019. Met name de import van aardolie en olieproducten en aardgas kromp sterk in de periode januari–augustus van 2020 ten opzichte van dezelfde periode vóór de coronacrisis. De importwaarde van geneesmiddelen kende wel een groei. Vooral de goederenimport uit landen die veel fossiele brandstoffen leveren zoals Noorwegen, Rusland en het Verenigd Koninkrijk ging flink onderuit in 2020. Uit dezelfde drie landen veerde de import in 2021 weer op door hogere brandstofprijzen. Tegelijkertijd blijft de goederenimport uit China groeien: Nederlandse bedrijven zijn voor hun import afhankelijker geworden van China.

In de eerste negen maanden van 2021 exporteerden Nederlandse bedrijven 20,1 procent meer dan in dezelfde periode een jaar eerder. Ook ten opzichte van pré-coronajaar 2019 was de waarde van de goederenexport 10,7 procent hoger. De goederenexport naar Polen, China en Zuid-Korea werd niet geraakt door de coronapandemie, maar die naar Duitsland, België, Frankrijk, het VK, de VS, Italië, Spanje, Zweden en Taiwan wel.

In tegenstelling tot de goederenhandel is de handel in diensten nog niet hersteld van de coronacrisis. Dit komt sterk tot uiting in een grote terugval van het internationaal reisverkeer en de dienstenhandel van bedrijven actief in toerisme, recreatie en reisbemiddeling. Van alle top-10 partners daalde de invoer van diensten uit Duitsland in 2020 het sterkst, wat voor een groot deel samenhangt met een afname van de uitgaven van Nederlandse reizigers in Duitsland. De dienstenexport naar onze oosterburen bestaat voor ongeveer de helft uit vervoersdiensten en andere zakelijke diensten. De lagere uitgaven van Duitse reizigers in Nederland waren de belangrijkste reden voor de exportdaling in 2020.

Nederlandse handel en Brexit

Door de Brexit kreeg de handel met het Verenigd Koninkrijk in de eerste drie kwartalen van 2021 een gevoelige tik. Een beduidend kleiner handelsvolume vertaalde zich, door fors hogere brandstofprijzen, niet in een lagere handelswaarde. Toch daalde het aandeel van het VK in de waarde van de totale Nederlandse goederenimport fors. De uittreding van het VK uit de Europese Unie en daarmee nieuwe handelsvoorwaarden tussen deze regio’s die per 1 januari 2021 van kracht waren, heeft de handelsstromen veranderd. Goederen zoals kleding, veelal geproduceerd in Azië, gaan sinds het begin van dit jaar mogelijk ook rechtstreeks vanuit Azië naar het Verenigd Koninkrijk. Toen het VK nog tot de EU behoorde, gingen ze vaak via Nederland. Daarnaast is de import van medische instrumenten en apparaten, meet-, controle- en analyse instrumenten, modems, kunststof en biodiesel fors gegroeid. Nederlandse bedrijven importeerden minder aardolieproducten, geneesmiddelen, chips en halfgeleiders, personenauto’s uit het VK. Ook van goederen die afhankelijk zijn van een snelle logistieke afhandeling zoals groenten en fruit, vlees en zuivel daalde de import.

Het exportaandeel van het VK bereikte in de periode januari–september 2021 zelfs een dieptepunt. Toch waren er lichtpuntjes in 2021. De exportwaarde van bloemen en planten naar het VK was in de eerste acht maanden van 2021 ongekend hoog. Ook de exportwaarde van medische instrumenten en apparaten, geraffineerde aardolieproducten nam toe. Daar staat tegenover dat Nederlandse bedrijven beduidend minder verse voedingsproducten, zoals groenten en fruit, vlees en zuivel exporteerden. Sinds het VK op 1 januari 2021 geen deel meer uitmaakt van de interne EU-markt, zijn allerlei handelsformaliteiten noodzakelijk geworden. Behalve douaneformulieren moeten exporteurs van verse (dierlijke) producten bij elke zending ook gezondheidscertificaten overleggen. Samen met toenemende controles nemen de wachttijden en hiermee de transportkosten toe.

Ook voor de dienstenhandel is het VK een van de belangrijkste partners voor Nederland. Het aandeel van het VK in de Nederlandse diensteninvoer nam sinds 2018 gestaag toe, ondanks de onzekerheden rondom de Brexit, én bereikte in het eerste halfjaar van 2021 een recordhoogte. Toch kromp de diensteninvoer uit het VK in 2021, waarbij er vooral een afname is van zakelijke diensten en intellectueel eigendom. De invoer uit andere landen daalde echter nog harder, waardoor het belang van het VK in de totale diensteninvoer toch verder kon toenemen.

Als partner voor de dienstenexport was het VK in de eerste helft van 2020 minder belangrijk dan vier jaar eerder. Desalniettemin was de waarde van de dienstenexport naar het VK in de eerste helft van 2021 0,3 procent hoger dan in dezelfde periode een jaar eerder. Door deze lichte exportgroei, én een daling van de dienstenexport naar Duitsland, waren niet onze oosterburen maar wel het VK in het eerste halfjaar van 2021 de belangrijkste afnemer van Nederlandse diensten. Met name de export van telecommunicatie, computer en informatiediensten, en de vervoersdiensten naar het VK nam toe. Het reisverkeer – dat vooral nog last had van de coronamaatregelen – speelt een veel kleinere rol in de export naar het VK dan naar landen zoals Duitsland of België.

Nederlandse handel en andere handelsbarrières

Naast de eerder in dit hoofdstuk genoemde handelsbarrières, zoals de coronapandemie en de Brexit heeft de handel in de eerste drie kwartalen van 2021 veel last gehad van andere exogene schokken. De klimaatcrisis en de hiermee gepaard gaande energie-transformatie zorgt voor een verandering in de aankoop en de gebruikspatronen van fossiele brandstoffen. Hiermee moet de weg vrij worden gemaakt voor klimaatvriendelijke oplossingen. Zo kan bijvoorbeeld de auto-industrie als gevolg van het wereldwijde tekort aan microchips niet voldoen aan de sterk toegenomen vraag naar elektrische auto’s. Door de digitale transformatie hebben ook andere productieketens last van een tekort aan chips en halfgeleiders. Zij kunnen daardoor slechts op kleinere schaal produceren of stellen de release van de nieuwste modellen uit. Ook andere takken van de industrie hebben in de eerste drie kwartalen van 2021 veel hinder gehad van grondstoftekorten. Door een handelsconflict met Canada kocht de Verenigde Staten veel bouwmaterialen in Europa wat tot ongekende prijsverhogingen leidde. De vastgelopen boot Ever Given in het Suezkanaal zorgde voor verstoringen bij de handel en de logistiek. Ten slotte zorgde een sterk toegenomen vraag van consumenten voor een grotere druk op de transportsector waardoor er te weinig vrachtwagens en chauffeurs waren. Deze tekorten zijn vooral zichtbaar in het buitenland zoals de VS en het VK. Door deze capaciteitsproblemen en doordat terminals in havens niet volledig zijn geautomatiseerd kunnen schepen niet tijdig hun vracht lossen. Door deze ontwikkelingen zijn te weinig containers beschikbaar om geproduceerde goederen tijdig af te leveren op de plaats van bestemming. Het gebrek aan beschikbare containers werkt door in de prijs. Tussen het begin van de coronacrisis en het eind van het 3e kwartaal 2021 is de containerprijs voor het transport van China naar Nederland circa acht keer duurder geworden.

1.9Bijlagen

1.9.1Import goederen, januari–augustus
Totale import Import uit het VK
2015 2019 2020 2021* 2015 2019 2020 2021*
mln euro
Voeding en dranken 26 114 30 398 30 149 32 193 1 144 1 292 1 209 915
waarvan
Vlees 3 049 3 195 2 975 3 044 190 197 157 63
Zuivel 2 136 2 666 2 527 2 723 125 118 115 91
Granen 2 810 3 503 3 341 3 842 100 134 132 127
Groenten en fruit 6 528 8 068 8 519 8 604 118 159 166 68
Cacao en chocolade 2 537 2 767 2 488 2 695 78 77 71 83
Babymelkpoeder 125 105 98 77 . . . .
Veevoeder 2 344 2 122 2 129 2 384 64 67 61 54
Dranken 1 860 2 127 2 193 2 479 165 201 184 137
Grondstoffen en natuurproducten 13 343 15 207 15 680 18 883 287 320 317 352
waarvan
Hout 795 1 056 1 196 1 705 14 5 4 5
Metaalertsen, metaalafvallen 2 477 3 152 2 513 3 762 42 55 43 67
Bloemen en planten 1 831 2 166 2 201 2 584 30 31 31 26
Minerale brandstoffen 45 306 51 608 31 992 47 166 4 302 6 456 4 099 4 684
waarvan
Aardolie en olieproducten 37 237 41 684 26 246 37 379 3 467 5 479 3 420 3 462
Aardgas 5 867 8 039 4 625 8 032 . . . .
Chemische producten 32 941 39 175 38 920 47 944 2 815 2 635 2 313 2 919
waarvan
Medicinale en farmaceutische producten 3 342 4 998 5 645 6 935 461 96 185 230
Geneesmiddelen 5 632 6 111 6 912 7 238 561 825 786 332
Parfumerieën en cosmetische artikelen 1 401 1 704 1 648 1 906 127 173 166 184
Kunststof in primaire vormen 3 458 3 893 3 396 4 566 174 199 122 375
Kunststofproducten 1 688 2 169 2 142 2 511 113 116 106 133
Biodiesel 575 1 928 2 372 3 477 31 28 22 240
Machines en apparaten 57 954 77 001 75 590 83 126 1 869 2 522 2 212 2 755
waarvan
Generatoren en motoren 3 339 5 182 4 335 3 894 187 337 226 237
Gespecialiseerde machines 5 112 7 426 7 195 8 505 154 241 171 299
Pompen en elevatoren 1 831 2 635 2 530 3 111 108 169 126 234
Kantoormachines 4 128 4 205 3 386 3 562 185 125 154 184
Computers, laptops, tablets 6 302 8 659 9 449 9 816 122 164 146 274
Televisies 1 873 2 028 2 014 2 562 16 39 24 44
Chips, halfgeleiderelementen, etc. 2 624 9 453 9 672 10 268 61 108 217 58
Mobiele telefoons 2 309 2 351 2 689 2 857 20 37 38 71
Modems en routers, speakers, etc. 6 663 8 588 8 393 8 282 141 249 140 241
Vervoermaterieel 13 927 19 392 16 040 20 020 557 672 520 548
waarvan
Personenauto's 4 669 6 446 4 995 6 322 166 210 153 107
Overige automobielen 1 733 2 230 1 680 2 228 146 171 137 131
Delen en onderdelen voor automobielen 3 375 4 910 3 412 4 153 143 130 96 116
Fabricaten 57 275 71 342 66 509 80 116 2 642 2 690 2 285 3 358
waarvan
Papier, karton 2 955 3 209 3 002 3 391 112 98 76 130
IJzer en staal 5 705 6 562 5 309 7 030 223 295 250 313
Non-ferrometalen 3 936 4 480 3 906 5 614 126 70 60 108
Meubelen 2 255 3 355 3 394 4 205 36 40 33 61
Kleding 6 664 9 079 7 989 9 585 179 245 233 416
Schoeisel 2 427 2 903 2 561 2 935 180 124 117 90
Medische instrumenten en apparaten 3 549 5 491 5 266 6 306 60 95 103 271
Meet-, controle- en analyseinstrumenten 2 312 2 858 2 817 3 333 119 154 123 252
Totaal 246 858 304 123 274 879 329 448 13 616 16 588 12 956 15 531
1.9.2Belangrijkste 50 importpartners, januari–augustus
2015 2019 2020 2021*
mln euro
Duitsland 43 658 52 222 47 953 58 206
China 20 997 28 056 28 918 32 507
België 24 936 29 504 26 668 32 191
Verenigde Staten 19 675 24 169 22 635 25 921
Verenigd Koninkrijk 13 616 16 588 12 956 15 531
Frankrijk 10 821 11 270 9 720 11 702
Rusland 10 025 11 353 6 033 10 638
Italië 5 791 7 771 7 489 9 492
Noorwegen 8 224 8 543 5 401 7 922
Spanje 4 411 5 972 5 394 6 995
Polen 4 714 6 071 5 671 6 789
Ierland 3 312 6 097 6 044 6 510
Japan 4 762 5 521 4 837 5 430
Zweden 4 045 4 619 3 990 5 221
Maleisië 4 332 4 517 4 948 4 342
Vietnam 2 605 3 516 3 977 3 996
Taiwan 1 646 2 639 2 987 3 710
Tsjechië 3 336 3 427 3 161 3 617
Brazilië 2 903 2 488 2 700 3 506
Denemarken 2 431 3 225 3 231 3 345
Hongkong 2 310 3 979 3 393 3 268
Zuid-Korea 1 746 2 491 2 483 3 243
Turkije 1 648 2 625 2 517 2 893
India 2 077 2 968 2 200 2 870
Finland 2 413 2 879 2 636 2 814
Zwitserland 1 469 1 959 2 106 2 727
Singapore 1 200 3 047 2 847 2 625
Thailand 1 513 2 336 2 121 2 376
Hongarije 1 275 1 769 2 020 2 258
Oostenrijk 1 444 1 930 1 823 2 166
Indonesië 1 724 1 828 1 741 2 084
Canada 1 059 1 382 1 238 1 637
Nigeria 2 495 1 933 1 476 1 610
Saoedi-Arabië 1 005 1 372 1 008 1 596
Costa Rica 457 552 583 1 569
Portugal 1 265 1 484 1 260 1 547
Argentinië 741 814 913 1 373
Libië 371 50 26 1 188
Roemenië 922 1 040 1 013 1 183
Filipijnen 698 866 819 1 180
Australië 642 957 939 1 159
Oekraïne 543 1 146 1 052 1 159
Zuid-Afrika 803 1 061 1 091 1 156
Litouwen 664 673 773 1 095
Caymaneilanden 1 599 606 1 091
Mexico 924 1 337 1 077 1 017
IJsland 786 716 595 985
Israël 1 185 1 276 1 120 979
Bangladesh 601 979 852 869
Peru 341 617 740 865
Totaal 246 858 304 123 274 879 329 448
1.9.3Export goederen, januari–augustus
Totale export Export naar het VK
2015 2019 2020 2021* 2015 2019 2020 2021*
mln euro
Voeding en dranken 38 590 45 942 45 822 48 729 3 612 4 180 3 948 3 715
waarvan
Vlees 5 506 6 277 6 096 6 576 825 894 788 783
Zuivel 4 174 5 238 5 105 5 303 149 214 205 166
Granen 1 547 2 080 1 938 2 183