Foto omschrijving: Rotterdamse haven maakt zich klaar voor de Brexit

De asymmetrische impact van Brexit op de internationale goederenhandel en handelaren

Auteurs: Dennis Dahlmans, Dennis Cremers, Tim Peeters

Op 23 juni 2016 werd er in het Verenigd Koninkrijk voor uittreding uit de Europese Unie gestemd: oftewel de Brexit. Gedurende een periode van enkele jaren werd er gepoogd de Britse uittreding op een wederzijds acceptabele en ordentelijke manier te laten plaatsvinden. De beoogde Brexit datum, 29 maart 2019, werd echter niet gehaald. Op 31 januari 2020 was de Brexit echter wel een feit, na een lange periode van onzekerheid. Hierna volgde een periode van elf maanden waarin onderhandeld werd over de voorwaarden voor het uittreden, eindigend op 31 december 2020. In eerdere hoofdstukken in deze publicatie is op een macroniveau het Brexiteffect al gekenschetst. In dit hoofdstuk komt het microverhaal aan bod. Welk type bedrijven en welke sectoren werden wat betreft hun goederenhandel met het VK het hardst door de Brexit geraakt?

4.1Inleiding

Bij een raadgevend referendum onder de Britse bevolking op 23 juni 2016 koos 51,9 procent van de stemmers voor het vertrek van het Verenigd Koninkrijk (VK) uit de Europese Unie (EU). Op 31 januari 2020 kwam daarmee een eind aan het 47‑jarige EU-lidmaatschap van het VK, en begon een overgangsperiode die liep tot eind 2020. Inmiddels zijn er akkoorden gesloten tussen het VK en de EU waarin de voorwaarden vastliggen over hoe onder andere internationale goederen- en dienstenhandel tussen beide handelsblokken – na de Brexit – kan plaatsvinden. Om een goede inschatting te kunnen maken van het effect van de Brexit op de Nederlandse handel met het VK, kunnen we de goederenhandel van 2021 niet zomaar vergelijken met de handel van 2020. Deze hele periode werd namelijk ook gekenmerkt door de coronacrisis. De verschillende lockdownmaatregelen in beide landen, in een poging de pandemie te beteugelen, hadden ook grote effecten op de internationale handel met het VK. Daarnaast waren er additionele handelsmaatregelen in december 2020 tijdens de uitbraak van de Britse variant van het coronavirus.

Er is in de afgelopen jaren veel onderzoek verricht naar de Brexit, waaronder studies uitgevoerd door Van Reenen (2016), Sampson (2017), Breinlich et al. (2017), Davies en Studnicka (2018), Dhingra et al. (2017), Graziano et al. (2018), Born et al. (2019), McGrattan en Waddle (2017), Steinberg (2019) en Costa et al. (2019). Deze studies tonen negatieve effecten op Britse investeringen, internationale handel, werkgelegenheid, algehele welvaart en lonen (zie ook de introductie van deze publicatienoot1). Er zijn echter ook studies die beweren dat de Brexit een positiever effect zal hebben op de Britse economie, zoals Booth et al. (2015), Whyman en Petresku (2017) en Minford (2019). Alhoewel onderzoek laat zien dat het uittreden van het VK zeker een nasleep zal hebben voor het VK zelf, richten we ons in dit onderzoek op de effecten van de Brexit voor Nederlandse handelaren.

Crowley et al. (2019) en Vandenbussche et al. (2019) stelden al dat de Brexit economische schade zal toebrengen aan veel bedrijven buiten het VK, maar geldt dat ook voor Nederlandse bedrijven en de Nederlandse economie? Het CPB becijferde in 2016 dat een vertrek van het VK uit de EU voor Nederland een verlies kan opleveren dat kan oplopen tot 1,2 procent van het bbp in 2030. Dit komt neer op een verlies van circa 10 miljard euro, doordat de bilaterale handel naar verwachting zal teruglopen. In 2021 concludeerde het CPB dat de Trade and Cooperation Agreement (TCA) aardig overeenkomt met één van hun scenario’s, waarin er minder handel zal zijn en het Nederlandse bbp-niveau in 2030 0,9 tot 1,5 procent lager zal liggen. De Britse economie wordt in dat scenario harder geraakt door het bilaterale verlies aan handel; 3,4 tot 5,9 procent aan bbp verlies in 2030. De Algemene Rekenkamer (2021) geeft aan dat door de Brexit en het vertrek van het VK uit de EU, er voor Nederland veranderingen zullen optreden zoals de omvang van de bijdrage aan de EU-begroting.

Om de effecten van de Brexit op de internationale goederenhandel van bedrijven in Nederland te onderzoeken, beginnen we in dit hoofdstuk met beschrijvende analyses van in Nederland gevestigde bedrijven die goederenhandel hebben met het VK. Hierbij kijken we zowel naar import als export. Deze analyses focussen zich op hoe de waarde van de handel met het VK zich over de periode 2015–2021 heeft ontwikkeld. Er wordt onder andere bekeken wat het aandeel Britse handel is voor de in Nederland gevestigde bedrijven, welke sectoren het meeste handelen met het VK en hoe het aandeel Britse handel zich voor diverse bedrijfstakken heeft ontwikkeld. Vervolgens wordt onderzocht in hoeverre de trends die hieruit volgen te verklaren zijn doordat de gevolgen van de Brexit anders zijn voor verschillende groepen van bedrijven. Blijkt de handel van het zelfstandig mkb meer gevolgen te ondervinden van de naderende Brexit (periode na het referendum), de feitelijke Brexit, of de periode na 1 januari 2021, dan die van het grootbedrijf? En hoe zit dat voor in Nederland gevestigde bedrijven die onderdeel zijn van een buitenlandse multinational ten opzichte van bedrijven in Nederlands eigendom?

Het besluit van het VK om de EU te verlaten heeft geleid tot een sterke, brede en aanhoudende toename van onzekerheid. Deze onzekerheid nemen we in dit hoofdstuk mee in de analyses, onder andere door gebruik te maken van de Brexit Uncertainty Indicator, ofwel BUI (zie leeskader). De onzekerheden rondom de Brexit zijn complex, en hebben onder andere te maken met hoe de uiteindelijke relatie van het VK met de EU eruit zal zien en hoe dit van invloed zal zijn op bijvoorbeeld de wederzijdse markttoegang en productregelgeving, of het aanbod van arbeidsmigranten. Als zodanig bestuderen we in onze microanalyses dan – naast de directe impact van de formele Brexit op 31 januari 2020 en de inwerkingtreding van de TCA op 1 januari 2021 – ook de impact van een onverwachte, grote en aanhoudende onzekerheidsschok, en daarmee het hele Brexit-proces op de Nederlandse goederenhandel met het VK. Deze langdurige onzekerheid suggereert dat bedrijven mogelijk niet zo snel reageren op grote schokken die aanhoudende onzekerheid veroorzaken in plaats van onzekerheid op korte termijn. Dit omdat onzekerheid mogelijk bedrijven ertoe aanzet voorzichtig te handelen (zogenoemde anticipatie effecten), zoals bijvoorbeeld besproken in Guiso en Parigi (1999) en Bloom et al. (2007). Naast de BUI maken we ook gebruik van Google trends data. Deze data is namelijk beschikbaar tot en met 2021. Deze geeft echter een abstractere weergave van de Brexit onzekerheid door middel van zoekopdrachten naar ‘Brexit’.

Brexit Uncertainty Indicator (BUI)

Deze index toont het aandeel Britse bedrijven dat aangeeft dat de Brexit in hun top drie van oorzaken van onzekerheid stond. De BUI is gebaseerd op antwoorden op de vraag: ‘In hoeverre heeft de uitslag van het Brexit referendum invloed gehad op de mate van onzekerheid waarmee uw bedrijf te maken heeft?’ De vier antwoordcategorieën waren: i) niet belangrijk, ii) een van de vele oorzaken van onzekerheid, iii) een van de top twee of drie oorzaken van onzekerheid voor ons bedrijf, iv) de grootste oorzaak van onzekerheid voor ons bedrijf. De onzekerheidsindex komt voort uit het Decision Maker Panel (DMP), een onderzoek van de Bank of England-Nottingham-Stanford, waarbij elke maand gegevens werden verzameld over enkele duizenden Britse bedrijven. De onzekerheidsindex (BUI) toont aan dat zelfs drie jaar na het Brexit referendum bedrijven een extreem hoge mate van Brexit onzekerheid rapporteerden (Bloom et al., 2019). Meer dan de helft van de bedrijven gaf aan dat de Brexit een van de drie belangrijkste oorzaken van onzekerheid was.

Leeswijzer

In paragraaf 4.2 komen de trends in de internationale goederenhandel met het VK aan bod. Het tweede gedeelte van het hoofdstuk betreft een regressieanalyse waarin zowel aandacht voor de ‘lange’ als de ‘korte’ Brexit is. De ‘lange’ Brexit is gedefinieerd als de periode vanaf 2016 (het jaar waarin het Brexit referendum plaatsvond), de ‘korte’ Brexit als de periode vanaf 2021, wanneer het VK ook daadwerkelijk de EU verlaten heeft. De focus ligt hierbij op de door The Bank of England opgestelde Brexit Uncertainty Indicator (BUI). De Google trends data geeft daarentegen een indicatie over hoe de Brexit “leeft” bij Britse bedrijven na 2019 (na 2019 is er immers geen onzekerheidsindex meer beschikbaar). Op deze manier analyseren we hoe het aandeel Britse handel binnen in Nederland gevestigde bedrijven zich ontwikkelt op basis van de onzekerheid, rekening houdend met verscheidene achtergrondkenmerken zoals sector, bedrijfsgrootte en het al dan niet in buitenlands eigendom zijn. Ten slotte vatten we de in het hoofdstuk gevonden resultaten samen en volgt er een paragraaf met de beschrijving van de gebruikte data en methoden.

8,5 procentpunt daling van het aandeel Nederlandse bedrijven met export naar het VK van 2016 t/m 2021
3,5 procentpunt gemiddelde daling van belang VK in exportwaarde Nederlandse bedrijven van 2016 t/m 2021

Figuur 4.2.1 toont de waarde van zowel de goederenimport als -export van in Nederland gevestigde bedrijven, uit en naar het VK.noot2 Over het algemeen is er een opwaartse trend te zien in de handelswaarde met het VK tussen 2015 en 2021. Over deze periode vond er dus meer handel plaats met het VK. Ook is er een duidelijke dip te zien in 2019 en 2020. Deze afname van de handel aan het begin van 2020 volgt op de formele Brexit eind januari 2020. De handel met het VK in 2020 wordt ook gekenmerkt door een snel herstel, wat voornamelijk voor de export ook van een langdurige aard lijkt te zijn. Het is echter van belang te vermelden dat dit korte Brexiteffect samenvalt met de initiële uitbraak van het coronavirus. Uit de resultaten van hoofdstuk 2 bleek echter, ook als rekening wordt gehouden met de coronacrisis, dat de formele Brexit een groot effect had op de Nederlandse handel met het VK.

4.2.1 Waarde Nederlandse goederenimport en -export met het VK (mln euro)
Jaar Kwartaal Import Export
2015 1e kwartaal, 2015 3321 6050
2015 2e kwartaal, 2015 3601 5642
2015 3e kwartaal, 2015 3630 5933
2015 4e kwartaal, 2015 3702 6165
2016 1e kwartaal, 2016 3618 6646
2016 2e kwartaal, 2016 3711 7403
2016 3e kwartaal, 2016 3709 6482
2016 4e kwartaal, 2016 3737 6775
2017 1e kwartaal, 2017 3959 6977
2017 2e kwartaal, 2017 4195 6610
2017 3e kwartaal, 2017 4310 6361
2017 4e kwartaal, 2017 4357 6744
2018 1e kwartaal, 2018 4546 6619
2018 2e kwartaal, 2018 4896 6393
2018 3e kwartaal, 2018 4976 6500
2018 4e kwartaal, 2018 4744 6682
2019 1e kwartaal, 2019 5093 7382
2019 2e kwartaal, 2019 4620 6189
2019 3e kwartaal, 2019 4009 6586
2019 4e kwartaal, 2019 4282 6383
2020 1e kwartaal, 2020 3949 5940
2020 2e kwartaal, 2020 2894 4996
2020 3e kwartaal, 2020 3508 5942
2020 4e kwartaal, 2020 3685 6433
2021* 1e kwartaal, 2021* 3526 6569
2021* 2e kwartaal, 2021* 4010 6988
*voorlopige cijfers
17% meer goederenexport vanuit de industrie naar het VK in 2021 t.o.v. 2015 Buitenvorm Binnenvorm

Om beter inzicht te verkrijgen in hoe de importontwikkelingen van figuur 4.2.1 zijn opgebouwd, is in figuur 4.2.2 de import uit het VK opgesplitst naar bedrijfstak. In de figuur zijn enkel de vijf grootste importerende sectoren opgenomen, te weten de industrie, energievoorziening, handel, vervoer en opslag, en specialistische zakelijke diensten. Met name de industrie laat vanaf 2017 een flinke stijging van de import uit het VK zien, namelijk ruim 1,3 miljard euro. Deze periode werd in 2019 gevolgd door een sterke daling. De invoer van goederen door bedrijven in de groot- en detailhandel groeide gestaag tot begin 2019. Daarna liet ook deze sector een importdaling zien, tot een dieptepunt van 1,1 miljard euro in het tweede kwartaal van 2020. De importwaarde van de specialistische zakelijke diensten sector was, met 299 miljoen euro, het hoogst in het tweede kwartaal van 2016, het kwartaal waarin het Brexit referendum plaatsvond. De importwaarde van deze sector is daarna gestaag afgenomen tot een dieptepunt van 61 miljoen euro in het tweede kwartaal van 2020. De importwaarde herstelde zich tot 203 miljoen euro in het tweede kwartaal van 2021, maar is nog ver weg van het niveau vóór het Brexit referendum. Verder laat de bedrijfstak energievoorziening een fluctuerend patroon zien wat betreft invoer uit het VK, terwijl de invoer van de vervoer en opslag sector juist toenam tijdens 2021.

4.2.2 Goederenimport uit het VK per bedrijfstak (mln euro)
Jaar Kwartaal Industrie Energievoorziening Handel Vervoer en opslag Specialistische zakelijke diensten
2015 1e kwartaal, 2015 1264 201 1469 40 212
2015 2e kwartaal, 2015 1330 253 1687 40 150
2015 3e kwartaal, 2015 1201 359 1652 30 242
2015 4e kwartaal, 2015 1306 220 1733 50 215
2016 1e kwartaal, 2016 1234 142 1778 33 272
2016 2e kwartaal, 2016 1359 181 1677 42 299
2016 3e kwartaal, 2016 1315 243 1638 56 296
2016 4e kwartaal, 2016 1352 183 1766 42 243
2017 1e kwartaal, 2017 1471 194 1904 49 199
2017 2e kwartaal, 2017 1537 409 1827 73 204
2017 3e kwartaal, 2017 1657 455 1749 62 235
2017 4e kwartaal, 2017 1881 210 1971 43 98
2018 1e kwartaal, 2018 2039 243 1936 53 112
2018 2e kwartaal, 2018 2105 386 2018 65 133
2018 3e kwartaal, 2018 2171 564 1846 69 149
2018 4e kwartaal, 2018 2096 286 2008 71 93
2019 1e kwartaal, 2019 2561 202 2005 68 115
2019 2e kwartaal, 2019 2070 403 1831 78 72
2019 3e kwartaal, 2019 1647 251 1790 95 69
2019 4e kwartaal, 2019 1980 261 1698 90 93
2020 1e kwartaal, 2020 1756 213 1602 63 103
2020 2e kwartaal, 2020 1084 254 1263 45 61
2020 3e kwartaal, 2020 1470 219 1495 62 87
2020 4e kwartaal, 2020 1668 136 1512 80 89
2021* 1e kwartaal, 2021* 1206 203 1602 157 147
2021* 2e kwartaal, 2021* 1220 475 1608 208 203
*voorlopige cijfers

Wanneer we de export naar het VK voor dezelfde vijf sectoren bekijken (figuur 4.2.3) zien we een heel ander beeld dan bij de import. Zowel de export van de industrie als die van de bedrijfstak groot- en detailhandel laat een gestaag groeiend exportbeeld zien tot en met 2019. De piek in de export naar het VK in het tweede kwartaal had te maken met de levering van een booreiland (CBS, 2018). Vervolgens zet er een sterke daling in vanaf het derde kwartaal van 2019, met een dieptepunt in het tweede kwartaal van 2020, de periode na de Brexit maar ook tijdens de uitbraak van het coronavirus. De export naar het VK van beide sectoren herstelt snel na deze schokken. Daarentegen daalde de export van de specialistische en zakelijke diensten sector, net zoals aan de importkant, vanaf het tweede kwartaal van 2016. Ten opzichte van het tweede kwartaal van 2016, toen de export 678 miljoen euro bedroeg, was de export naar het VK ruim 85 procent kleiner in het eerste kwartaal van 2021. De energievoorziening en vervoer en opslag sector laten beide een schommelend exportpatroon zien, zonder duidelijke ontwikkelingen in handelswaarde over de onderzochte periode. De vervoer en opslag sector laat echter wel een plotselinge sterke groei zien in 2021.

4.2.3 Goederenexport naar het VK per bedrijfstak (mln euro)
Jaar Kwartaal Industrie Energievoorziening Handel Vervoer en opslag Specialistische zakelijke diensten
2015 1e kwartaal, 2015 2238 557 2574 211 204
2015 2e kwartaal, 2015 2414 73 2677 153 62
2015 3e kwartaal, 2015 2524 6 2902 161 70
2015 4e kwartaal, 2015 2471 186 2696 159 365
2016 1e kwartaal, 2016 2596 363 2745 198 428
2016 2e kwartaal, 2016 3362 70 2809 170 678
2016 3e kwartaal, 2016 2652 26 2758 181 551
2016 4e kwartaal, 2016 2573 415 2786 192 478
2017 1e kwartaal, 2017 2694 309 3028 226 396
2017 2e kwartaal, 2017 2501 107 3046 194 418
2017 3e kwartaal, 2017 2602 101 2845 202 327
2017 4e kwartaal, 2017 2765 310 2862 185 327
2018 1e kwartaal, 2018 2498 543 2795 162 324
2018 2e kwartaal, 2018 2465 107 3033 158 307
2018 3e kwartaal, 2018 2522 99 2922 152 504
2018 4e kwartaal, 2018 2645 283 2900 161 322
2019 1e kwartaal, 2019 3031 469 2990 206 321
2019 2e kwartaal, 2019 2465 85 2859 166 242
2019 3e kwartaal, 2019 2643 74 3049 193 253
2019 4e kwartaal, 2019 2535 132 2834 190 306
2020 1e kwartaal, 2020 2359 111 2722 178 216
2020 2e kwartaal, 2020 1780 64 2370 172 179
2020 3e kwartaal, 2020 2272 54 2812 194 162
2020 4e kwartaal, 2020 2516 211 2871 228 200
2021* 1e kwartaal, 2021* 2284 397 2597 815 100
2021* 2e kwartaal, 2021* 2621 72 2877 917 119
*voorlopige cijfers

Figuren 4.2.2 en 4.2.3 lieten zien dat de in- en uitvoerwaarde uit en naar het VK periodes van groei kende. Ook bleek dat met name vlak voor de beoogde Brexitdatum op 29 maart 2019, na de formele Brexit op 31 januari 2020 en ook na de uitbraak van het coronavirus deze handelswaarden fors afnamen. Maar hoe doet het VK het ten opzichte van andere landen in de Nederlandse handelsportefeuille? Levert het VK terrein in tijdens de onzekere aanloop tot de Brexit, en daarna? Om deze vragen te beantwoorden tonen we in figuur 4.2.4 en 4.2.5 het aandeel van de vijf belangrijkste Nederlandse handelspartners, ofwel de landen met het grootste aandeel in de import- en exportwaarde van bedrijven in Nederland.noot3 We zien dat het aandeel van het VK in de import tot het derde kwartaal van 2018 nog licht groeide, en vervolgens gestaag daalde. Het importaandeel van China en Duitsland lieten daarentegen een stijging zien in de periode waarin het Britse aandeel afnam, wat suggereert dat importstromen verschuiven van het VK naar andere landen. Aan de exportkant zien we een soortgelijk beeld. Daar daalde het aandeel van het VK echter al sinds het tweede kwartaal van 2016, het kwartaal waarin het referendum plaatsvond. Hier lijken we dus te kunnen spreken over een lang Brexiteffect.

4.2.4 Aandeel importwaarde per land (%)
Jaar Kwartaal België Duitsland Verenigde Staten Verenigd Koninkrijk China
2015 1e kwartaal, 2015 9,15 16,99 7,34 4,83 8,12
2015 2e kwartaal, 2015 9,59 16,01 7,64 5,05 6,78
2015 3e kwartaal, 2015 9,22 16,89 6,59 5,21 7,74
2015 4e kwartaal, 2015 9,62 16,32 8,03 5,19 7,4
2016 1e kwartaal, 2016 9,12 18,01 8,19 5,35 7,93
2016 2e kwartaal, 2016 9,33 17,58 8,65 5,21 6,95
2016 3e kwartaal, 2016 9,14 17,75 7,22 5,32 7,59
2016 4e kwartaal, 2016 9,27 17,97 6,77 5,02 7,27
2017 1e kwartaal, 2017 9,08 18,04 7,43 5,09 7,31
2017 2e kwartaal, 2017 9,36 17,81 7,39 5,42 7,5
2017 3e kwartaal, 2017 9,44 18,44 7,14 5,71 7,79
2017 4e kwartaal, 2017 9,51 18,68 6,23 5,43 7,07
2018 1e kwartaal, 2018 8,84 18,46 6,69 5,51 7,3
2018 2e kwartaal, 2018 9,23 18,09 6,7 5,96 6,83
2018 3e kwartaal, 2018 8,91 17,79 6,32 6,19 7,64
2018 4e kwartaal, 2018 9,11 17,6 6,44 5,59 7,16
2019 1e kwartaal, 2019 8,79 18,27 6,75 5,96 7,21
2019 2e kwartaal, 2019 9,4 17,73 6,51 5,43 7,31
2019 3e kwartaal, 2019 9,17 17,63 6,28 4,85 8,29
2019 4e kwartaal, 2019 9,63 17,15 7,81 4,94 7,29
2020 1e kwartaal, 2020 9,01 17,84 7,63 4,79 7,14
2020 2e kwartaal, 2020 9,15 18,02 6,2 4,11 9,38
2020 3e kwartaal, 2020 9,29 18,15 6,15 4,58 8,86
2020 4e kwartaal, 2020 9,73 18,29 6,17 4,49 8,11
2021* 1e kwartaal, 2021* 9 18,7 7,21 4,18 8,23
2021* 2e kwartaal, 2021* 9,51 18,1 6,53 4,5 8,28
*voorlopige cijfers
4.2.5 Aandeel exportwaarde per land (%)
Jaar Kwartaal België Duitsland Verenigde Staten Verenigd Koninkrijk China
2015 1e kwartaal, 2015 9,29 23,1 4,52 8,08 1,79
2015 2e kwartaal, 2015 9,39 21,4 4,82 7,4 2
2015 3e kwartaal, 2015 9,46 21,85 4,5 8,03 2,05
2015 4e kwartaal, 2015 9,17 21,36 4,7 8,16 2,28
2016 1e kwartaal, 2016 11,04 23,68 3,97 9,07 2,21
2016 2e kwartaal, 2016 10,66 22,72 4,3 9,61 2,18
2016 3e kwartaal, 2016 10,52 23,3 4,67 8,67 2,28
2016 4e kwartaal, 2016 11,08 22,76 4,44 8,48 2,33
2017 1e kwartaal, 2017 11,5 23,46 4,41 8,24 2,56
2017 2e kwartaal, 2017 10,93 22,87 4,47 8,08 2,2
2017 3e kwartaal, 2017 10,72 23,38 4,84 8 2,22
2017 4e kwartaal, 2017 10,98 22,75 4,32 7,98 2,61
2018 1e kwartaal, 2018 10,98 22,96 4,67 7,68 2,42
2018 2e kwartaal, 2018 10,97 22,93 4,75 7,5 2,61
2018 3e kwartaal, 2018 10,36 23,78 5,31 7,53 2,47
2018 4e kwartaal, 2018 11,05 22,48 5,47 7,52 2,73
2019 1e kwartaal, 2019 11,14 23,09 4,98 8,27 2,26
2019 2e kwartaal, 2019 10,89 22,8 5,41 6,9 2,56
2019 3e kwartaal, 2019 10,36 22,26 6,21 7,55 2,56
2019 4e kwartaal, 2019 10,87 21,43 5,3 6,92 2,85
2020 1e kwartaal, 2020 11,19 22,51 5,98 6,59 2,64
2020 2e kwartaal, 2020 10,98 22,76 5,8 6,49 3,9
2020 3e kwartaal, 2020 11,44 21,9 5,62 7,09 3,5
2020 4e kwartaal, 2020 11,02 21,34 5,57 7,05 2,91
2021* 1e kwartaal, 2021* 10,94 21,49 5,34 6,65 2,98
2021* 2e kwartaal, 2021* 10,84 21,16 5,75 6,79 2,87
*voorlopige cijfers

Figuur 4.2.6 laat het gemiddelde aandeel van de export naar het VK zien voor bedrijven die handelen met het VK, met andere woorden het aandeel Britse export in de totale exportwaarde per bedrijf.noot4 Het gaat hierbij dus om het gemiddelde exportaandeel van álle bedrijven die in een kwartaal goederen exporteerden naar het VK. Het gemiddelde aandeel van het VK in de exportwaarde per bedrijf schommelde tussen 22 en 25 procent van begin 2016 tot het begin van 2020. Net als bij de exportwaarde in figuur 4.2.1 is er sprake van een kleine piek in het Britse exportaandeel in het derde kwartaal van 2019. Daarna zakt dit aandeel weer terug naar het niveau van daarvoor. Een dergelijk effect is niet te zien voor de periode rondom het referendum. Over de gehele periode zien we een lichte maar persistente daling van het Britse exportaandeel. Het VK lijkt dus langzaam maar zeker aan belang in te boeten, gedurende de periode gekenmerkt door Brexit onzekerheid.

4.2.6 Gemiddeld exportaandeel met het VK van bedrijven (%)
Jaar Kwartaal Gemiddeld exportaandeel
2016 1e kwartaal, 2016 24,32
2016 2e kwartaal, 2016 24,27
2016 3e kwartaal, 2016 24,99
2016 4e kwartaal, 2016 24,47
2017 1e kwartaal, 2017 23,87
2017 2e kwartaal, 2017 23,83
2017 3e kwartaal, 2017 24,38
2017 4e kwartaal, 2017 24,15
2018 1e kwartaal, 2018 23,11
2018 2e kwartaal, 2018 23,43
2018 3e kwartaal, 2018 24,49
2018 4e kwartaal, 2018 24,09
2019 1e kwartaal, 2019 23,85
2019 2e kwartaal, 2019 23,34
2019 3e kwartaal, 2019 25,78
2019 4e kwartaal, 2019 24,08
2020 1e kwartaal, 2020 22,67
2020 2e kwartaal, 2020 22,72
2020 3e kwartaal, 2020 23,91
2020 4e kwartaal, 2020 24,02
2021* 1e kwartaal, 2021* 22,07
2021* 2e kwartaal, 2021* 21,78
*voorlopige cijfers

Betreft de daling van het aandeel van het VK in de Nederlandse in- en uitvoerwaarde vooral de handel van bedrijven in Nederlandse dan wel in buitenlandse handen? In figuur 4.2.7 wordt een verdere uitsplitsing van de gegevens uit figuur 4.2.6 gepresenteerd, namelijk het aandeel van de uitvoerwaarde naar het VK in de totale uitvoer van in Nederland gevestigde bedrijven die in buitenlandse handen zijn. In figuur 4.2.8 wordt dit gedaan voor bedrijven in Nederlands eigendom. Het exportaandeel naar het VK in de exportwaarde door buitenlandse bedrijven schommelt rond 15 procent, met een kleine opleving in 2018 en daling in 2019 (zie figuur 4.2.7). Een potentiële verklaring voor deze opleving zouden hamstereffecten kunnen zijn omdat de oorspronkelijke datum voor de Brexit rond die tijd lag en er een reële kans op een zogenaamde ‘harde’ Brexit was, een Brexit zonder onderhandelingen. In 2021 is er een flinke stijging van het aandeel export naar het VK te zien voor buitenlandse bedrijven. Voor deze bevinding hebben we geen sluitende verklaring en vergt aanvullend onderzoek.

Het Britse exportaandeel voor Nederlandse bedrijven fluctueerde iets meer dan bij buitenlandse bedrijven, vooral tijdens 2019, maar herstelde zich in de loop van 2020 (zie figuur 4.2.8). In 2021, echter, nam het belang van de Britse export voor bedrijven in Nederlandse handen toch opnieuw af. Het daalde namelijk van 26,0 procent in het vierde kwartaal van 2020 naar 22,6 procent in het tweede kwartaal van 2021. Dit beeld wordt verder versterkt als we naar figuur 4.2.9 kijken, waar duidelijk te zien is dat het aantal bedrijven dat handelt met het VK afneemt.

4.2.7 Gemiddeld exportaandeel met het VK van buitenlandse bedrijven (%)
Jaar Kwartaal Exportaandeel
2016 1e kwartaal, 2016 15,97
2016 2e kwartaal, 2016 15,46
2016 3e kwartaal, 2016 15,54
2016 4e kwartaal, 2016 15,41
2017 1e kwartaal, 2017 15,09
2017 2e kwartaal, 2017 14,34
2017 3e kwartaal, 2017 14,89
2017 4e kwartaal, 2017 15,03
2018 1e kwartaal, 2018 14,58
2018 2e kwartaal, 2018 14,63
2018 3e kwartaal, 2018 15,16
2018 4e kwartaal, 2018 14,98
2019 1e kwartaal, 2019 14,71
2019 2e kwartaal, 2019 14,35
2019 3e kwartaal, 2019 15,06
2019 4e kwartaal, 2019 14,97
2020 1e kwartaal, 2020 14,17
2020 2e kwartaal, 2020 13,73
2020 3e kwartaal, 2020 14,47
2020 4e kwartaal, 2020 14,08
2021* 1e kwartaal, 2021* 18,22
2021* 2e kwartaal, 2021* 19,22
*voorlopige cijfers
4.2.8 Gemiddeld exportaandeel met het VK van Nederlandse bedrijven (%)
Jaar Kwartaal Exportaandeel
2016 1e kwartaal, 2016 26,09
2016 2e kwartaal, 2016 26,13
2016 3e kwartaal, 2016 26,98
2016 4e kwartaal, 2016 26,35
2017 1e kwartaal, 2017 25,84
2017 2e kwartaal, 2017 25,84
2017 3e kwartaal, 2017 26,43
2017 4e kwartaal, 2017 26,07
2018 1e kwartaal, 2018 24,97
2018 2e kwartaal, 2018 25,27
2018 3e kwartaal, 2018 26,48
2018 4e kwartaal, 2018 25,98
2019 1e kwartaal, 2019 25,79
2019 2e kwartaal, 2019 25,21
2019 3e kwartaal, 2019 27,84
2019 4e kwartaal, 2019 25,95
2020 1e kwartaal, 2020 24,46
2020 2e kwartaal, 2020 24,68
2020 3e kwartaal, 2020 25,85
2020 4e kwartaal, 2020 26,02
2021* 1e kwartaal, 2021* 23,24
2021* 2e kwartaal, 2021* 22,59
*voorlopige cijfers

In de hierboven getoonde figuren werd het aandeel van de handelswaarde met het VK getoond. In onderstaande figuren staat het aandeel bedrijven met handel naar het VK centraal. Wanneer we het aandeel bedrijven dat naar het VK exporteert in het totaal aantal exporteurs berekenen, en weergeven over de afgelopen zes jaar zien we in figuur 4.2.9 dat ook het aandeel exporterende bedrijven naar het VK gestaag afnam. In het eerste kwartaal van 2016 exporteerden nog ruim 22,6 procent van alle exporteurs goederen naar het VK. Dit aandeel valt terug tot 14,4 procent in het tweede kwartaal van 2021. Een mogelijke verklaring voor deze forse afname in 2021 is dat vooral kleine bedrijven in toenemende mate gebruik zijn gaan maken van fiscale vertegenwoordigers bij hun aangifte internationale handel, omdat door het verlaten van de EU door het VK in 2021 er douaneaangifte gedaan moet worden. Dit is natuurlijk een extra handeling en werkt belemmerend, wat mogelijk ook verklaart dat het aandeel exporterende bedrijven met als bestemming het VK in 2021 fors is afgenomen. Figuur 4.2.11 geeft de extra indicatie dat het hier vooral om kleine bedrijven in Nederlands eigendom gaat. Hiervoor is echter aanvullend onderzoek nodig om tot een definitieve conclusie te komen.

4.2.9 Aandeel bedrijven met export naar het VK (%)
Jaar Kwartaal Export
2016 1e kwartaal, 2016 22,61
2016 2e kwartaal, 2016 22,33
2016 3e kwartaal, 2016 22,45
2016 4e kwartaal, 2016 21,83
2017 1e kwartaal, 2017 22,01
2017 2e kwartaal, 2017 21,86
2017 3e kwartaal, 2017 22,07
2017 4e kwartaal, 2017 21,59
2018 1e kwartaal, 2018 22,01
2018 2e kwartaal, 2018 22,02
2018 3e kwartaal, 2018 21,97
2018 4e kwartaal, 2018 21,48
2019 1e kwartaal, 2019 21,9
2019 2e kwartaal, 2019 21,47
2019 3e kwartaal, 2019 22,32
2019 4e kwartaal, 2019 21,22
2020 1e kwartaal, 2020 21,17
2020 2e kwartaal, 2020 20,34
2020 3e kwartaal, 2020 21,11
2020 4e kwartaal, 2020 20,65
2021* 1e kwartaal, 2021* 15,25
2021* 2e kwartaal, 2021* 14,4
*voorlopige cijfers

Figuur 4.2.10 laat een verdere verdieping zien van het beeld van figuur 4.2.9, maar dan uitgesplitst naar zeggenschap. Hieruit blijkt dat in 2021 vooral minder bedrijven in Nederlands eigendom goederen naar het VK hebben geëxporteerd. Het aandeel van deze groep bedroeg 20,4 procent in het eerste kwartaal van 2016 en nog maar 18,6 procent in het vierde kwartaal van 2020. Met name vanaf het derde kwartaal van 2019 was er een daling te zien in het aandeel Nederlandse bedrijven met export naar het VK. Vervolgens nam dit aandeel in 2021 ineens snel af en bereikte in het tweede kwartaal van 2021 een dieptepunt van 11,8 procent. Figuur 4.2.8 liet al zien dat ook het aandeel van het VK in de exportwaarde van Nederlandse bedrijven afnam, maar weliswaar minder sterk. Dit geeft de indruk dat vooral kleinere exporteurs minder vaak naar het VK zijn gaan exporteren. Voor buitenlandse bedrijven is het beeld vrij stabiel; circa 45 procent van de buitenlandse bedrijven met export had het VK als afnemer van goederen in de afgelopen jaren.

4.2.10 Aandeel bedrijven met export naar het VK (%)
Jaar Kwartaal Nederlands Buitenlands
2016 1e kwartaal, 2016 20,36 46,81
2016 2e kwartaal, 2016 20,11 46,87
2016 3e kwartaal, 2016 20,22 46,81
2016 4e kwartaal, 2016 19,67 46,22
2017 1e kwartaal, 2017 19,68 46,54
2017 2e kwartaal, 2017 19,68 45,51
2017 3e kwartaal, 2017 19,83 46,32
2017 4e kwartaal, 2017 19,44 45,66
2018 1e kwartaal, 2018 19,78 45,79
2018 2e kwartaal, 2018 19,84 46,56
2018 3e kwartaal, 2018 19,77 45,82
2018 4e kwartaal, 2018 19,37 45,20
2019 1e kwartaal, 2019 19,70 46,28
2019 2e kwartaal, 2019 19,32 46,08
2019 3e kwartaal, 2019 20,27 47,08
2019 4e kwartaal, 2019 19,10 46,02
2020 1e kwartaal, 2020 18,98 46,39
2020 2e kwartaal, 2020 18,15 45,77
2020 3e kwartaal, 2020 18,97 46,70
2020 4e kwartaal, 2020 18,58 46,38
2021* 1e kwartaal, 2021* 12,64 47,48
2021* 2e kwartaal, 2021* 11,83 46,42
*voorlopige cijfers

Het aandeel Nederlandse bedrijven dat handelt met het VK is dus in de onderzochte periode gedaald. In figuur 4.2.11 bekijken we deze specifieke groep in meer detail en splitsen we de bedrijven in Nederlandse handen op in 4 grootteklassen. Dit wordt gedaan op basis van het aantal werkzame personen (wp): microbedrijven (1–9 wp), kleinbedrijven (10–49 wp), middenbedrijven (50–249 wp) en het grootbedrijf (250 en meer wp). Alle groepen laten in meer of mindere mate een daling zien van het aandeel Nederlandse bedrijven met export naar het VK, behalve het grootbedrijf. Met meer dan 61 duizend naar het VK exporterende bedrijven in 2020 vormen de microbedrijven verreweg de grootste groep. In deze groep daalde het aandeel bedrijven met export naar het VK van 15,4 procent in eerste kwartaal van 2016 naar 14,2 procent in het vierde kwartaal van 2020. Vervolgens daalde dit aandeel nog verder, naar 6,8 procent in het tweede kwartaal van 2021. Het kleinbedrijf, met ruim 12,5 duizend exporteurs naar het VK in 2021, is de op één na grootste groep. In deze groep daalde het aandeel bedrijven met export naar het VK van bijna 33,4 procent in 2016 naar 30,3 procent in 2020. In 2021 zakte dit aandeel verder tot een dieptepunt van 24,3 procent. Voor het middenbedrijf daalde het aandeel van 49,7 naar 42,5 procent in het tweede kwartaal van 2021. Het grootbedrijf is de enige groep waarin het aandeel bedrijven met export naar het VK toegenomen is in de onderzochte periode. In het grootbedrijf steeg dit aandeel van 41,1 procent in het eerste kwartaal van 2016 naar 42,5 procent in het vierde kwartaal van 2020. In 2021 steeg het aandeel van deze groep verder door naar 49,7 procent in het tweede kwartaal van 2021.

4.2.11 Aandeel bedrijven in Nederlands eigendom met export naar het VK (%)
Jaar Kwartaal Micro (1-9 wp) Klein (10-49 wp) Midden (50-249 wp) Groot (250+ wp)
2016 1e kwartaal, 2016 15,40 33,43 49,70 41,12
2016 2e kwartaal, 2016 15,15 33,69 50,16 42,93
2016 3e kwartaal, 2016 15,40 32,99 49,88 43,05
2016 4e kwartaal, 2016 14,93 32,80 49,34 40,76
2017 1e kwartaal, 2017 14,76 32,29 49,00 42,78
2017 2e kwartaal, 2017 14,76 32,78 50,56 42,09
2017 3e kwartaal, 2017 14,96 32,80 49,78 41,50
2017 4e kwartaal, 2017 14,71 32,67 49,22 39,19
2018 1e kwartaal, 2018 14,84 32,67 48,57 43,06
2018 2e kwartaal, 2018 15,08 33,08 49,40 42,99
2018 3e kwartaal, 2018 14,93 32,70 48,53 43,59
2018 4e kwartaal, 2018 14,62 32,87 48,26 41,73
2019 1e kwartaal, 2019 14,74 32,87 48,81 42,09
2019 2e kwartaal, 2019 14,50 32,48 49,16 42,39
2019 3e kwartaal, 2019 15,85 33,33 50,32 44,75
2019 4e kwartaal, 2019 14,54 32,12 47,40 39,72
2020 1e kwartaal, 2020 14,23 31,09 47,31 41,84
2020 2e kwartaal, 2020 13,54 29,48 46,30 40,63
2020 3e kwartaal, 2020 14,35 30,92 46,88 43,54
2020 4e kwartaal, 2020 14,18 30,29 46,04 42,48
2021* 1e kwartaal, 2021* 7,43 25,22 44,44 49,05
2021* 2e kwartaal, 2021* 6,75 24,33 42,51 49,65
*voorlopige cijfers

4.3Een verdiepende blik op de Brexit

De vorige paragraaf heeft beschrijvend weergegeven hoe het belang van het Verenigd Koninkrijk zich in het exportportfolio van de gemiddelde Nederlandse goederenexporteur ontwikkeld heeft, bekeken sinds het Brexit referendum.noot5 Er zijn echter op de achtergrond altijd andere factoren die ook een rol spelen bij een dergelijke ontwikkeling. Denk hierbij bijvoorbeeld aan hoe de ontwikkeling per sector kan verschillen, maar ook aan allerlei niet geobserveerde achtergrondeffecten voor bedrijven die een rol spelen. Het is daarom van belang om te controleren voor dergelijke verschillen tussen bedrijven en sectoren. Daarom voeren we in deze paragraaf een verdiepend econometrisch onderzoek uit naar het gevolg van de Brexit op de Nederlandse goederenhandel.

Een eerste uitdaging ligt in het definiëren van de Brexitschok. Zo waren er bijvoorbeeld meerdere momenten van oplopende spanning en onzekerheid; denk aan het referendum, de geplande uittreding in maart 2019 of de definitieve uittreding op 31 december 2020. In dit hoofdstuk noemen we de Brexiteffecten tot 31 december 2020 de ‘lange’ Brexit en de effecten vanaf 1 januari 2021 de ‘korte’ Brexit. Door alleen een dummy variabele toe te voegen voor deze overgang van de lange naar de korte Brexit, doen we geen recht aan het ingewikkelde en variabele effect dat de Brexit potentieel had/heeft op de handel. Denk bij dit handelseffect bijvoorbeeld aan anticipatie effecten, algemene onzekerheid, het wegtrekken van bedrijven of het verhogen van de algemene regeldruk (Bloom et al., 2018; Hassan et al., 2021). Vandaar dat we gebruik maken van twee verschillende indexen die beiden op een andere manier het Brexiteffect trachten te meten. Dat zijn de Brexit Uncertainty Index (BUI) en Google Trends index met betrekking tot de Brexit.

In de eerste regressieanalyse (tabel 4.3.3) wordt gekeken naar het effect van de Brexit sinds 2016, de zogenaamde ‘lange’ Brexit. Hiervoor wordt de Brexit Uncertainty Indicator (BUI) gebruikt. In de tweede regressieanalyse (tabel 4.3.4) wordt naar zowel de ‘lange’ als ‘korte’ Brexit gekeken. Hiervoor worden enerzijds gegevens van Google trends (indicator voor de lange Brexit) gebruikt en anderzijds een Brexit dummy (indicator voor de korte Brexit). Beide tabellen meten een vergelijkbare Brexit onzekerheid, waarbij in tabel 4.3.3 gekeken wordt naar een kortere periode dan in tabel 4.3.4. In tabel 4.3.4 valt de daadwerkelijke Brexit, op 31 januari 2020, binnen de geobserveerde periode.

De Brexit Uncertainty Indicator (BUI) is gebaseerd op een vragenlijst die uitgezet is onder een groep bedrijven met meer dan 10 werknemers. Binnen deze vragenlijst zijn een aantal vragen gesteld die gebuikt zijn voor de constructie van een onzekerheidsindex voor bedrijven in het VK.noot6 De Google trends index geeft weer hoe populair de zoekopdracht ‘Brexit’ is op een schaal van 0 tot 100. Deze schaal is voor dit onderzoek aangepast naar een kwartaal variabele door de gemiddeldes van de maanden binnen een kwartaal te nemen.noot7

De ontwikkeling van de BUI wordt weergegeven in figuur 4.3.1 en de Google trends index in figuur 4.3.2. Goed te zien is hoe de BUI geleidelijk blijft stijgen over de periode 2016–2019, terwijl de Google trends data veel meer variatie over de periode vertoont. Voor de Google trends data zijn met name pieken zichtbaar voor het derde kwartaal van 2016 en het tweede kwartaal van 2019. Het derde kwartaal van 2016 was de periode direct na het Brexit referendum, op 23 juni 2016, en het tweede kwartaal van 2019 is de periode direct na de beoogde Brexit datum, 29 maart 2019, waarin het VK meermaals uitstel kreeg voor de Brexit. De BUI geeft een beter beeld van hoe bedrijven de Brexit onzekerheid ervoeren, terwijl de Google trends data periodes van groot nieuws beter weerspiegelt. Om tot een zo goed mogelijke modelspecificatie te komen is ervoor gekozen om bij de regressies waarbij de BUI gebruikt wordt de BUI binnen hetzelfde kwartaal als de onafhankelijke variabele te gebruiken. De BUI geeft namelijk een beeld van hoe bedrijven de Brexit binnen die periode ervoeren, wat het aannemelijk maakt dat dit een directe link heeft met de handel in diezelfde periode. Bij de regressies met de Google trends data is ervoor gekozen om het voorgaande kwartaal te gebruiken. De Google trends data, aan de andere kant, geeft louter een beeld van de zoekinteresse naar ‘Brexit’ op Google, wat dan weer een beeld geeft van hoe de Brexit in het nieuws was. Bedrijven reageren wat betreft export niet direct op nieuws, maar er kan wel een effect zijn na een bepaald tijdsbestek, welke in dit model één kwartaal beslaat.

4.3.1 Brexit Uncertainty Index (BUI) (Index)
Jaar Kwartaal Brexit Uncertainty Index
2016 1e kwartaal, 2016 35
2016 2e kwartaal, 2016 35
2016 3e kwartaal, 2016 37,86
2016 4e kwartaal, 2016 38,13
2017 1e kwartaal, 2017 38,13
2017 2e kwartaal, 2017 35,82
2017 3e kwartaal, 2017 38,89
2017 4e kwartaal, 2017 38,64
2018 1e kwartaal, 2018 38,54
2018 2e kwartaal, 2018 36,94
2018 3e kwartaal, 2018 43,23
2018 4e kwartaal, 2018 53,52
2019 1e kwartaal, 2019 56,51
2019 2e kwartaal, 2019 49,93
2019 3e kwartaal, 2019 54,45
4.3.2 Google trends index (Index)
Jaar Kwartaal Google trend
2016 1e kwartaal, 2016 0,00
2016 2e kwartaal, 2016 1,33
2016 3e kwartaal, 2016 36,67
2016 4e kwartaal, 2016 9,67
2017 1e kwartaal, 2017 7,33
2017 2e kwartaal, 2017 7,33
2017 3e kwartaal, 2017 6,67
2017 4e kwartaal, 2017 5,67
2018 1e kwartaal, 2018 6,33
2018 2e kwartaal, 2018 6,00
2018 3e kwartaal, 2018 6,00
2018 4e kwartaal, 2018 11,00
2019 1e kwartaal, 2019 20,00
2019 2e kwartaal, 2019 46,67
2019 3e kwartaal, 2019 18,00
2019 4e kwartaal, 2019 21,33
2020 1e kwartaal, 2020 24,00
2020 2e kwartaal, 2020 12,00
2020 3e kwartaal, 2020 3,33
2020 4e kwartaal, 2020 5,67
2021 1e kwartaal, 2021 14,67
2021 2e kwartaal, 2021 8,67

Gebruikte dataset en Brexit variabelen

Voor de econometrische regressies is de gebruikte dataset aangepast ten opzichte van de beschrijvende analyses, getoond in paragraaf 4.2. Door een trendbreuk in de microdata van 2020 op 2021 kan het namelijk zijn dat bedrijven lijken te stoppen met importeren of exporteren terwijl hier mogelijk andere verklaringen voor zijn. Mogelijk zijn zij in werkelijkheid gebruik gaan maken van een fiscaal vertegenwoordiger, in plaats van zelf de douaneformaliteiten te doorlopen. Doordat het VK de EU verlaten heeft, moet er namelijk douaneaangifte gedaan worden. Daarnaast geldt sinds 2021 een nieuw handelsakkoord tussen het VK en de EU, waaronder tariefvrij handelen wel mogelijk is, mits de EU-oorsprong van goederen kan worden aangetoond. Door het uittreden van het VK uit de Interne Markt zijn de spelregels voor de bilaterale handel veranderd, zie ook hoofdstuk 5 van deze publicatie. Met het oog op deze extra belemmeringen is het mogelijk dat bepaalde kleine, zelfstandige bedrijven deze ingewikkelde procedures hebben uitbesteed aan bijvoorbeeld een fiscaal vertegenwoordiger. Deze klanten van fiscaal vertegenwoordigers vindt het CBS derhalve niet terug in de gegevens die zij ontvangt van de douane. Om dit probleem te omzeilen is ervoor gekozen om in deze analyses alleen bedrijven mee te nemen die elk jaar (2016 tot en met 2019 voor de ‘lange’ Brexit analyse met BUI en 2016 tot en met 2021 voor de ‘lange’ en ‘korte’ Brexit analyse met Google trends index en de Brexit dummy) export naar het VK rapporteerden. De dataset beslaat dus uitsluitend continue exporteurs en geeft dus geen info over bedrijven die binnen de onderzoeksperiode starten of stoppen met exporteren of incidenteel met het VK handelden. De extensieve marge, bedrijven die binnen de onderzoeksperiode incidenteel handelen, beginnen of stoppen met exporteren, wordt dus in deze analyses niet meegenomen. Alleen de intensieve marge, de totale exportwaarde per bedrijf, wordt uitgelicht. Tevens zijn alleen gegevens over de export gepubliceerd, aangezien voor de import vanuit de brondata niet voldoende gegevens beschikbaar zijn.

Resultaten ‘lange’ Brexit tot en met het derde kwartaal 2019

Tabel 4.3.3 toont een drietal regressies met gegevens over het effect van de ‘lange’ Brexit, gebruikmakend van de Brexit Uncertainty Indicator (BUI). De BUI geeft weer hoe bedrijven de Brexit onzekerheid ervoeren over de periode 2016–2019. Deze indicator geeft dus een goed beeld van de algemene Brexit onzekerheid, vóórdat de formele Brexit daadwerkelijk plaatsvond (in 2020). We bekijken in de tabel het effect van de BUI op exportaandelen. Het gaat hier dus om het aandeel export naar het VK in de totale goederenexportwaarde per Nederlands bedrijf. Bij alle regressies wordt gebruik gemaakt van zogenaamde fixed effect analyses op bedrijfsniveau. Dit betekent, in een notendop, dat er gekeken wordt naar hoe de variatie van de onafhankelijk variabele (exportaandelen) binnen bedrijven gecorreleerd is met de variatie in de toegevoegde afhankelijke variabelen. Meer informatie over de gebruikte data en methoden kan teruggevonden worden in de paragraaf 4.5 Data en methoden.

In de eerste kolom van tabel 4.3.3 wordt puur de relatie tussen de onzekerheidsindex en de VK exportaandelen geschat, daarbij rekening houdend met het economische beeld in het VK door middel van een bbp-variabele. We zien hier een licht negatief en significant effect van de Brexit onzekerheid (BUI) op de exportaandelen. Dit betekent dat hogere Brexit onzekerheid gecorreleerd is met een kleiner aandeel exportwaarde naar het VK. De resultaten tonen dus dat zodra Britse bedrijven middels de survey aangeven dat er meer onzekerheid heerst over de Brexit, dat dit dan meteen terug te zien is in het aandeel van de Nederlandse export dat bestemd is voor het VK. Kolom 2 beschrijft het Brexit onzekerheidseffect op sectorniveau. Daarbij wordt duidelijk voor welke sectoren het aandeel van het VK in het totale exportportfolio kleiner wordt. Zo is te zien dat voor de bedrijfstakken vervoer en opslag, bouwnijverheid en informatie en communicatie de Brexit onzekerheid een groter effect lijkt te hebben op het belang van het VK als afnemer van Nederlandse goederen. Kolom 3 in tabel 4.3.3 toont specifiek het verschil tussen bedrijventypes, bepaald op basis van grootteklasse en zeggenschap. Er wordt onderscheid gemaakt tussen het Nederlands grootbedrijf (inclusief Nederlandse multinationals), het zelfstandig mkb en buitenlandse multinationals. Alleen voor de buitenlandse multinationals en het zelfstandig mkb vinden we significante effecten, waarbij het zelfstandig mkb zwaarder te lijden heeft gehad onder de Brexit onzekerheid dan de buitenlandse multinationals. De negatieve correlatie tussen exportaandeel en Brexit onzekerheid is bijna drie keer groter voor het zelfstandig mkb dan voor buitenlandse multinationals.

4.3.3Analyse exportaandelen en Brexit Uncertainty Indicator, 2016–2019 3e kwartaal
(1) Exportaandeel per bedrijf (2) Exportaandeel per bedrijf (3) Exportaandeel per bedrijf
Brexit Uncertainty Indicator (log) –0,028***
Interactie Brexit Uncertainty Indicator met sector
Landbouw, bosbouw en visserij –0,017***
Industrie –0,022***
Bouwnijverheid –0,046***
Handel –0,031***
Vervoer en opslag –0,051***
Informatie en communicatie –0,058***
Specialistische zakelijke diensten –0,028***
Interactie Brexit Uncertainty Indicator met type bedrijf
Buitenlandse multinational –0,013***
Nederlands grootbedrijf –0,013
Zelfstandig mkb –0,034***
Observaties 153 517 153 517 153 517

Voor de analyses zijn fixed effects regressies op bedrijfsniveau uitgevoerd. Daarnaast is voor de algemene macroeconomische trend gecontroleerd door middel van een bbp-indicator voor het VK. Voor de analyses met zowel de sectoren als type bedrijf is er ook gecontroleerd voor de sectoren en de type bedrijven zonder interactie. In de tabel laten we alleen de significante en belangrijkste (qua aantal bedrijven) sectoren zien. Ook opgenomen in model (2) zijn de sectoren: delfstoffenwinning, energievoorziening, waterbedrijven en afvalbeheer, horeca, financiële dienstverlening, verhuur en handel van onroerend goed, verhuur en overige zakelijke diensten, onderwijs, gezondheids- en welzijnszorg, cultuur en sport en recreatie, overige dienstverlening.

*p<0,1; **p<0,05; ***p<0,01

Resultaten ‘lange’ en ‘korte’ Brexit tot en met het tweede kwartaal 2021

Tabel 4.3.4 toont de regressieresultaten van de Google trends data (lange en korte Brexit) en een dummy variabele voor de korte Brexit. De Google trends data geeft, zoals eerder vermeld, goed weer in hoeverre de Brexit onder de aandacht is bij het brede publiek aangezien het de hoeveelheid ‘Brexit’-zoekopdrachten betreft. De toegevoegde Brexit dummy variabele meet het effect van de daadwerkelijke Brexit, vanaf 2021, toen het VK daadwerkelijk de EU verliet. Het geeft dus een langduriger beeld van het effect van de Brexit onzekerheid op de exportaandelen, aangezien het zowel de periode vóór als na de daadwerkelijke exit van het VK uit de EU beslaat. Daarnaast wordt, zoals eerder vermeld, in de regressies van tabel 4.3.4 niet de Google trends data van hetzelfde kwartaal als de onafhankelijke variabele meegenomen, maar de Google trends data van het kwartaal ervoor.

Kolom 1 van tabel 4.3.4 beschrijft de correlatie tussen de Google trends index en de exportaandelen op bedrijfsniveau. Er is een significant negatieve correlatie tussen de trend in zoekopdrachten van het voorgaande kwartaal en de Nederlandse exportaandelen op bedrijfsniveau. Dit is in lijn met de bevindingen uit tabel 4.3.3. Ook versterkt dit de robuustheid van de Google trends index. In kolom 2 wordt, wederom in lijn met de resultaten uit tabel 4.3.3, gekeken naar de combinatie van de Google trends index met de sector van het bedrijf. Ook hier is een vergelijkbaar beeld te zien, met vooral een negatief effect op de exportaandelen van de informatie en communicatiesector. Ook de landbouw, bosbouw en visserij, de specialistische zakelijke diensten, vervoer en opslag, de industrie en de handel laten een negatieve samenhang zien. Alleen voor export van de bouwnijverheid is dit effect insignificant. Kolom 3 laat zien hoe de Google trends index interacteert met de grootte en zeggenschap van het bedrijf. Het Nederlands grootbedrijf heeft hier een iets kleinere negatieve coëfficiënt dan de buitenlandse multinationals. Het zelfstandig mkb heeft wederom de grootste negatieve coëfficiënt. Het zelfstandig mkb lijkt dus meer kwetsbaar wat betreft export naar het VK te zijn bij grotere Brexit onzekerheid. Ten slotte interacteren we in kolom 4 de Google trends index met een Brexit dummy voor de daadwerkelijke Brexit. Hiermee kunnen we het effect van de onzekerheid op de VK exportaandelen meten, zowel in de periode vóór als na de daadwerkelijke Brexit. Deze dummy heeft de waarde 1 voor de periode na 2021, en 0 voor de periode ervoor. Duidelijk valt hier te zien dat er een significant negatief, klein extra effect van de korte Brexit is op het exportaandeel en dat dit effect sterker negatief is na de daadwerkelijke Brexit dan ervoor. In 2021 lijkt er dus nog een extra daling van de exportaandelen te zijn, aangezien de coëfficiënt na de inwerkingtreding van de TCA groter is dan ervoor. Met andere woorden, er is een grotere negatieve correlatie van de Google trends index met de exportaandelen na 1 januari 2021 dan ervoor.

4.3.4Analyse exportaandelen en Google trends index, 2016–2021 2e kwartaal
(1) Exportaandeel per bedrijf (2) Exportaandeel per bedrijf (3) Exportaandeel per bedrijf (4) Exportaandeel per bedrijf
Google trends index (log) –0,0005***
Interactie Google trends index met sector
Landbouw, bosbouw en visserij –0,008***
Industrie –0,004***
Bouwnijverheid –0,003
Handel –0,005***
Vervoer en opslag –0,006*
Informatie en communicatie –0,011***
Specialistische zakelijke diensten –0,007***
Interactie Google trends index met type bedrijf
Buitenlandse multinational –0,003***
Nederlands grootbedrijf –0,002*
Zelfstandig mkb –0,006***
Brexit dummy
–0,02*
Interactie Google trend index met Brexit dummy
Vóór Brexit –0,004***
Na Brexit –0,007***
Observaties 146 891 146 891 146 891 146 891

Voor de analyses zijn fixed effects regressies op bedrijfsniveau uitgevoerd. Daarnaast is voor de algemene macroeconomische trend gecontroleerd door middel van een bbp-indicator voor het VK. Voor de analyses met zowel de sectoren als type bedrijf is er ook gecontroleerd voor de sectoren en de type bedrijven zonder interactie. In de tabel laten we alleen de de significante en belangrijkste (qua aantal bedrijven) sectoren zien. Ook opgenomen in model (2) zijn de sectoren: delfstoffenwinning, energievoorziening, waterbedrijven en afvalbeheer, horeca, financiële dienstverlening, verhuur en handel van onroerend goed, verhuur en overige zakelijke diensten, onderwijs, gezondheids- en welzijnszorg, cultuur en sport en recreatie, overige dienstverlening.

*p<0,1; **p<0,05; ***p<0,01

Zowel tabel 4.3.3 als 4.3.4 lieten eenzelfde beeld zien voor het effect van de Brexit op exportaandelen voor het VK voor bedrijven die in Nederland gevestigd zijn. De export naar het VK heeft binnen bedrijven, gedurende de Brexitperiode, aan belang ingeboet. Er is een negatieve correlatie tussen de Brexit onzekerheid, zowel gemeten door de BUI als de Google trends index, en het aandeel Britse goederenexport binnen bedrijven. Voor de sector informatie en communicatie was het effect het grootst. Ook leek met name het zelfstandig mkb meer last te hebben van de Brexit onzekerheid wat betreft hun export naar het VK dan grote Nederlandse bedrijven en buitenlandse multinationals. Nogmaals is het van belang om te vermelden dat bedrijven die incidenteel handelden met het VK, startten of stopten met exporteren niet in de regressieanalyse mee worden genomen vanwege de eerder vermelde databeperkingen. Aangezien hier op dit moment nog geen geschikte data voor beschikbaar is, kunnen hier in het kader van een regressieanalyse nog geen uitspraken over gedaan worden. De beschrijvende analyses gaven echter wel een indicatie dat veel bedrijven gestopt zijn met exporteren, wat dus zeer interessant is voor een vervolgonderzoek.

4.4Samenvatting en conclusie

Na het macroperspectief van hoofdstukken 1 en 2 werd in dit hoofdstuk gekeken naar de impact van de Brexit en de Brexit onzekerheid op het niveau van individuele bedrijven, ofwel het microperspectief. Het doel hiervan was om te bekijken wat nu typische bedrijven zijn die meer of juist minder last hebben gehad van de Brexit. Uit dit onderzoek is gebleken dat het VK in de Nederlandse goederenhandel over de periode 2016–2021 aan belang heeft ingeboet. Er lijkt hier duidelijk sprake te zijn van een Brexiteffect, waarbij onzekerheid rondom de Brexit een negatief effect heeft op het aandeel Britse export. Op het niveau van individuele bedrijven lijkt er ook een afname te zijn van het belang van de handel met het VK op de totale handel van bedrijven zelf. Dit effect is echter niet van dezelfde orde als op een macroniveau. Dit heeft te maken met het feit dat het aandeel bedrijven dat met het VK handelt, is afgenomen. Op sectorniveau is er zeer veel fluctuatie te zien over de periode 2016–2021. Het is hierbij lastig om zonder regressieanalyse een duidelijk Brexiteffect uit de data te destilleren, vanwege de gelijktijdige coronacrisis.

De regressieanalyses van dit hoofdstuk waren voornamelijk gericht op de Brexit onzekerheid. Er zijn twee modellen geformuleerd waarbij er een aantal regressies zijn uitgevoerd. Het eerste model draait om het effect van de Brexit onzekerheid, gemeten door een onzekerheidsindex van The Bank of England, op het exportaandeel Britse goederenhandel van individuele bedrijven. Over de gehele periode (2016–2019, geen index beschikbaar na het derde kwartaal van 2019) lijkt er een klein maar duidelijk effect van de Brexit onzekerheid te zijn op het aandeel Britse handel in de exportwaarde van bedrijven die in Nederland gevestigd zijn. Voor de sector informatie en communicatie lijkt dit effect groter te zijn dan voor andere bedrijfstakken. Voor het zelfstandig mkb lijkt deze negatieve correlatie ook groter te zijn dan voor grote Nederlandse bedrijven of bedrijven in buitenlands eigendom. Het tweede model baseert zich op gegevens van Google trends. Deze data geeft een beeld van hoe de Brexit leeft bij het grote publiek over de periode 2016–2021. De resultaten uit deze regressies versterken de eerder gevonden resultaten met de Brexit Uncertainty Indicator. In dit model is ook gekeken naar de datum van de Brexit zelf en de effecten hiervan op de handel. Er lijkt ook een negatief effect te zijn van de daadwerkelijke Brexit, de zogenaamde ‘korte’ Brexit, op de exportaandelen. Na de daadwerkelijke Brexit lijkt dit effect ook sterker te zijn dan voor de daadwerkelijke Brexit.

4.5Data en methoden

Om de onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden is een microdataset samengesteld voor het verslagjaar 2016 tot en met 2021. De microdataset is een koppeling tussen een aantal interne CBS statistieken en externe data. De ruggengraat van het microdatabestand is het Bedrijfsdemografisch Kader (BDK). Het BDK bevat een veelheid aan achtergrondkenmerken van bedrijven, zoals o.a. de sector en een grootteclassificatie. Aan het BDK is de statistiek Internationale Handel in Goederen (IHG) gekoppeld. De IHG bevat gegevens over handel met het buitenland van in Nederland gevestigde bedrijven. Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van de standaard IHG statistiek, aangevuld met gegevens uit de Intracommunautaire Prestaties (ICP). Door gebruik te maken van de ICP zijn er meer gegevens beschikbaar voor kleine exporterende bedrijven, voornamelijk binnen het zelfstandig mkb. Deze gegevens zijn aangevuld met externe informatie over de Brexit. Het gaat hier om de onzekerheidsindex die voortkomt uit het Decision Maker Panel (DMP), een onderzoekssamenwerking van de Bank of England-Nottingham-Stanford en Google trends data over de zoekopdracht ‘Brexit’. De onzekerheidsindex is gebaseerd op een enquête waarbij elke maand gegevens werden verzameld over enkele duizenden bedrijven in het VK, waarbij bij hen gepeild werd wat de mate van Brexit onzekerheid was die zij ervoeren. De Google trends data komt rechtstreeks van Google en geeft een indruk van de mate waarin de Brexit leeft bij het grote publiek. Voor de regressies is gebruik gemaakt van het softwareprogramma R. Voornamelijk het package plm is gebruikt om zogenaamde ‘fixed effects’ regressies uit te voeren op ons paneldata bestand.

4.6Literatuur

Open literatuurlijst

Literatuur

Algemene Rekenkamer (2021). Wat zijn de gevolgen van Brexit voor Nederland?

Bloom, N., Bond, S. & Reenen, Van, J. (2007). Uncertainty and Investment Dynamics. Review of Economic Studies, 74(2), 391–415.

Bloom, N., Chen, S. & Mizen, P. (2018). Rising Brexit Uncertainty has Reduced Investment and Employment. VoxEU & CEPR.

Bloom, N., Bunn, P., Chen, S., Mizen, P., Smietanka, P. & Thwaites, G. (2019). The Impact of Brexit on UK Firms. NBER Working Paper 26218. Cambridge: National Bureau of Economic Research.

Bollen, J. C., Meijerink, G. W. & Rojas-Romagosa, H. A. (2016). Nederlandse kosten Brexit door minder handel. Policy Brief 2016/07. Den Haag: Centraal Planbureau.

Booth, S., Howarth, C., Persson, M., Ruparel, R. & Swidlicki, P. (2015). What if…? The consequences, challenges & opportunities facing Britain outside EU. Report 03/2015. Londen: Open Europe.

Born, B., Müller, G. J., Schularick, M. & Sedláček, P. (2019). The Costs of Economic Nationalism: Evidence from the Brexit Experiment. The Economic Journal, forthcoming.

Breinlich, H., Leromain, E., Novy, D. & Sampson, T. (2017). The Consequences of the Brexit Vote for UK Inflation and Living Standards: First Evidence. LSE mimeo.

CBS (2018). Belang van het VK in export Nederlandse makelij kleiner. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Costa, R., Dhingra, S. & Machin, S. (2019). Trade and Worker Deskilling. NBER Working Paper 25919. Cambridge: National Bureau of Economic Research.

Crowley, M. A., Exton, O. & Han, L. (2018). Renegotiation of Trade Agreements and Firm Exporting Decisions: Evidence from the Impact of Brexit on UK Exports. American Economic Association: Papers and Proceedings, forthcoming.

Davies, R. B. & Studnicka, Z. (2018). The Heterogeneous Impact of Brexit: Early Indications from the FTSE. European Economic Review, 110, 1–17.

Dhingra, S., Huang, H., Ottaviano, G., Pessoa, J. P., Sampson, T. & Reenen, Van, J. (2017). The consequences of Brexit for UK trade and living standards. Economic Policy, 32(92), 651–705.

Guiso, L. & Parigi, G. (1999). Investment and demand uncertainty. The Quarterly Journal of Economics, 114(1), 185–227.

Graziano, A., Handley, K. & Limão, N. (2018). Brexit Uncertainty and Trade Disintegration. NBER Working Paper 25334. Cambridge: National Bureau of Economic Research.

Hassan, T. A., Hollander, S., Lent, van, L. & Tahoun, A. (2020). The global impact of brexit uncertainty. NBER Working Paper 26609. Cambridge: National Bureau of Economic Research.

McGrattan, E. & Waddle, A. (2017). The Impact of Brexit on Foreign Investment and Production. NBER Working Paper 23217. Cambridge: National Bureau of Economic Research.

Meijerink, G. (2021). Brexit. CPB column. Den Haag: Centraal Planbureau.

Minford, P. (2019). The effects of Brexit on the UK economy. The World Economy, 42(1), 57–67.

Reenen, Van, J. (2016). Brexit’s Long-Run Effects on the UK Economy. Brookings Papers on Economic Activity, 47(2), 367–383.

Sampson, T. (2017). Brexit: The Economics of International Disintegration. Journal of Economic Perspectives, 31(4), 163–184.

Steinberg, J. B. (2019). Brexit and the macroeconomic impact of trade policy uncertainty. Journal of International Economics, 117, 175–195.

Vandenbussche, H., Garcia, W. C. & Simons, W. (2019). Global Value Chains, Trade Shocks and Jobs: An Application to Brexit. CESifo Working Paper No. 7473. München: CESifo.

Whyman, P. & Petresku, A. (2017). The economics of Brexit—a cost‐benefit analysis of the UK’s economic relationship with the EU. Palgrave Macmillan, Cham.

Noten

Exogene schokken: twee case studies

Deze waardes zijn lager dan de in hoofdstuk 1 en 2 gerapporteerde waardes van de goederenhandel met het VK. Dat heeft er voornamelijk mee te maken dat een deel van de goederenhandel met het VK op naam staat van buitenlandse bedrijven die in Nederland geen economische activiteit hebben, en dan niet bijdragen aan de werkgelegenheid. Denk daarbij aan grote multinationals die via Nederland goederenstromen laten lopen en via een btw-registratie wel via Nederland kunnen handelen maar deze goederen niet in Nederland verwerken.

Hier ontbreekt zoals gebruikelijk ongeveer een kwart van de handelswaarde doordat deze niet aan een bedrijf in het Algemeen Bedrijvenregister (ABR) van het CBS te koppelen is. Hier liggen veel oorzaken aan ten grondslag, waarvan de belangrijkste is dat deze goederenhandel voor een belangrijk deel voor rekening komt van buitenlandse bedrijven zonder economische activiteit (fabriek, werkgelegenheid) in Nederland, en alleen voor btw geregistreerd staat. In hoofdstuk 1 worden deze handelsstromen wel meegenomen en wordt het belang van de grootste handelspartners van Nederland in totaliteit (en niet op bedrijfsniveau) onderzocht.

Voor de figuren 4.2.6 t/m 4.2.8 nemen we per kwartaal alleen bedrijven mee die export hebben naar het VK.

Door het aandeel van de export naar het VK te nemen in plaats van de totale export, kunnen we het Brexit effect van het corona effect isoleren.

Meer informatie is te vinden in Bloom et al. (2019) en in de leeskader in paragraaf 4.1 van dit hoofdstuk.

Dit leidt dus op kwartaalniveau tot een andere schaling dan van 0 tot 100, vanwege de gemiddeldes.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

niets (blanco) een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
0 (0,0) het cijfer is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
* voorlopige cijfers
** nader voorlopige cijfers
- (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
2016–2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/’17 oogstjaar, boekjaar, schooljaar, enz. beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2004/’05-2016/’17 oogstjaar enz., 2004/’05 tot en met 2016/’17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

Sarah Creemers

Dennis Cremers

Dennis Dahlmans

Hans Draper

Loe Franssen

Thomas van Gemert

Marjolijn Jaarsma

Hans Langenberg

Angie Mounir

Tim Peeters

Leen Prenen

Janneke Rooyakkers

Iryna Rud

Mark Vancauteren

Marcel van Wijk

Redactie

Sarah Creemers

Marjolijn Jaarsma

Janneke Rooyakkers

Eindredactie

Sarah Creemers

Marjolijn Jaarsma

Janneke Rooyakkers

Dankwoord

We danken de volgende personen voor hun constructieve bijdrage aan deze editie van de Internationaliseringsmonitor:

Henk-Jan Dirven

Janneke Hendriks

Richard Jollie

Remco Kaashoek

Michel van Kooten

Irene van Kuik

André Mares

Frank Notten

Tom Notten

Tim Peeters

Michael Polder

Davey Poulissen

Rik van Roekel

Roos Smit

Sandra Vasconcellos

Lona Verkooijen

Marien Vrolijk

Karolien van Wijk

Hendrik Zuidhoek

CBS Vertaalbureau