Nederland was in 2018 de grootste investeerder in Afrika en neemt daarmee de plaats van Frankrijk over

Foto omschrijving: Arbeider met kruiwagen bij de ingang van een olieveld in Uganda

Buitenlandse investeringen en multi­nationals in Afrika

Auteurs: Sarah Creemers, Dennis Cremers, Marjolijn Jaarsma

Naast de handel tussen Nederland en Afrika vinden er ook directe buitenlandse investeringen plaats. Vanuit Afrikaans perspectief is Nederland een relatief belangrijke handelspartner en investeerder. In dit hoofdstuk komen de inkomende en uitgaande directe investeringen in Afrika aan bod. Daarbij wordt ook ingezoomd op de kenmerken van Nederlandse bedrijven met een deelneming in Afrika en de Afrikaanse multinationals in Nederland.

3.1Inleiding

Afrika heeft veel potentieel. De gehele Afrikaanse economie is bijvoorbeeld de afgelopen 15 jaar (2005–2019) met gemiddeld 3,9 procent gegroeid, waarbij de gemiddelde economische groei van 1,5 procent in Europa wat verbleekt (UNCTAD, 2020). De Afrikaanse economische groei wordt gedreven door bevolkingsgroei en urbanisatie. Daarnaast beschikt Afrika over veel landbouwgrond en een groot aantal natuurlijke hulpbronnen, zoals olie, gas, goud en metaalertsen. Door de groeiende beroepsbevolking is Afrika een interessante bestemming voor de productie van goederen (VNO-NCW & MKB-Nederland, 2019).

Behalve internationale handel, zoals besproken in hoofdstuk 1 en 2 van deze Internationaliseringsmonitor, zijn ook investeringen een manier om langdurige economische relaties in het buitenland op te bouwen. Voorbeelden van mondiale investeringsprojecten in Afrika zijn: de uitbreiding van de havens in Djibouti (Knack, 2017), een grootschalig tuinbouwproject in Ethiopië waar rozen, zomerbloemen en stekken gekweekt worden (Paardekooper & Bosmans, 2018), de aanleg van de Madaraka Express in Kenia (BBC, 2017), investeringen in irrigatie en technologie voor het verbouwen van rijst in Senegal (Vos, 2018) en het openen van een fabriek in Marokko voor het assembleren van auto’s (Evofenedex, 2019a). Kenia, Oeganda en Ethiopië hebben met elkaar gemeen dat er heel wat Nederlandse tuinbouwbedrijven actief zijn; het gaat daarbij met name om rozen- en andere bloemenkwekerijen. Maar ook in andere sectoren zijn vele tientallen Nederlandse ondernemers actief in deze landen. Hierbij kan gedacht worden aan bierbouwers, touroperators, bakkerijen of installateurs van zonnepanelen (Evofenedex, 2019b).

Leeswijzer

Paragraaf 3.2 van dit hoofdstuk verschaft met behulp van data van De Nederlandsche Bank en UNCTAD inzicht in de wereldwijde en bilaterale investeringsrelatie tussen Nederland en Afrika. Waar mogelijk zijn de cijfers in deze paragraaf gecorrigeerd voor investeringsstromen via Bijzondere Financiële Instellingen, de zogenaamde bfi's. Ook de investeringsstromen tussen Nederland en de 15 Afrikaanse focuslanden worden in kaart gebracht. Om de invloed of impact van Nederlandse investeringen in Afrika te bestuderen, wordt er gekeken waar deze investeringen daadwerkelijk in de economie terecht komen. Daarom zoomt paragraaf 3.2 ook in op Nederlandse bedrijven met een deelneming of dochter in Afrika. In paragraaf 3.3 wordt voor Afrikaanse landen de relatie tussen Nederlandse directe investeringen en enerzijds de omvang van de economie (gemeten in bbp en bbp per hoofd van de bevolking) en anderzijds handel (gemeten als Nederlandse export van goederen naar Afrika en Nederlandse import van goederen uit Afrika) onderzocht. Hiervoor worden spreidingsdiagrammen gebruikt. Het hoofdstuk eindigt met een korte samenvatting en conclusie.

68 miljard euro bedroegen de uitstaande directe Nederlandse investeringen in Afrika
325 Nederlandse dochterondernemingen actief in Zuid-Afrika, Kenia en Marokko

3.2Investeringen in Afrika in perspectief

Directe buitenlandse investeringen (DBI) zijn een belangrijk element van globalisering. Internationaal zakendoen gaat immers verder dan alleen internationale handel. Zo hebben veel internationaal actieve ondernemingen vestigingen in het buitenland, zoals verkooppunten of productielocaties (Boonstra, 2018). Directe buitenlandse investeringen kunnen een aanvulling op internationale handel zijn, maar het kan ook zijn dat bedrijven hun productie naar het buitenland verplaatsen bijvoorbeeld ter vervanging van de uitvoer van producten. DBI kunnen zorgen voor groei en ontwikkeling in een economie aangezien het kapitaal voor investeringen in het gastland oplevert, de concurrentie in de industrieën van het ontvangende land vergroot en lokale bedrijven helpt hun productiviteit te verhogen door bijvoorbeeld het efficiënter toepassen van technologie of het investeren in menselijk kapitaal (Owusu-Antwi, 2012).

Wereldwijde inkomende directe investeringen naar Afrika 12 procent hoger in 2019

UNCTAD houdt macrocijfers bij over de inkomende en uitgaande directe investeringen van landen. Die cijfers laten zien dat er in de afgelopen vijf jaar steeds een aanzienlijke hoeveelheid aan investeringen Europa is binnengekomen en Europa ook veel in het buitenland heeft geïnvesteerd. Ten opzichte van 2015 zijn de inkomende en uitgaande investeringen in Europa gegroeid met respectievelijk 26 en 22 procent. Dat heeft er ook toe geleid dat de totale Europese investeringspositie in die periode gestaag is toegenomen, tot een totaal van 12 795 miljard (ofwel 12,8 biljoen) euro aan uitstaande investeringen en 11 251 miljard (ofwel 11,3 biljoen) euro aan inkomende investeringen in 2019, zie figuur 3.2.1. De buitenlandse investeringen voor het Afrikaanse continent zijn zowel voor de inkomende als de uitgaande investeringen eerder beperkt. In 2019 had Afrika 852 miljard euro aan inkomende investeringen en bedroegen de uitstaande investeringen 255 miljard euro.

3.2.1 Inkomende en uitgaande buitenlandse investeringen, positie exclusief bfi's (mld euro)
Stroom DBI Continent 2019 2018
Inkomend Amerika, Inkomend 11403 8732
Inkomend Europa, Inkomend 11251 10244
Inkomend Azië, Inkomend 7205 6505
Inkomend Afrika, Inkomend 852 758
Inkomend Oceanië, Inkomend 26 24
Uitgaand Europa, Uitgaand 12795 11486
Uitgaand Amerika, Uitgaand 8584 7168
Uitgaand Azië, Uitgaand 6118 5558
Uitgaand Afrika, Uitgaand 255 272
Uitgaand Oceanië, Uitgaand 2 2
Bron: CBS, UNCTAD

In de wetenschappelijke literatuur worden veel verklaringen gegeven voor het kleine aandeel van Afrika in de wereldwijde DBI-cijfers. Hierbij kan gedacht worden aan onder andere politieke en macro-economische instabiliteit, gebrek aan infrastructuur, slecht bestuur, toegenomen competitie tussen gastlanden als gevolg van globalisering, gebrek aan transparantie en protectionisme. Ook langs Afrikaanse zijde werden de DBI niet altijd omarmd. Afrikaanse leiders vreesden dat het zou kunnen leiden tot verlies van politieke soevereiniteit en faillissementen van binnenlandse bedrijven door de toegenomen concurrentie (Owusu-Antwi, 2012).

Wereldwijde investeringen gingen in 2019 vooral naar Zuid-Afrika en Egypte

De inkomende investeringen richting Afrika kwamen voornamelijk terecht in Zuid-Afrika, Egypte, Nigeria, Marokko en Mozambique. Uit tabel 3.2.2 blijkt dat Zuid-Afrika in 2019 circa 15,8 procent van alle inkomende investeringen met bestemming Afrika ontving, goed voor een bedrag van 134,8 miljard euro. De directe buitenlandse investeringen in Zuid-Afrika zijn voornamelijk gericht op mijnbouw, productie (auto’s, consumptiegoederen) en diensten (financiën en banken). Hoewel traditioneel de belangrijkste investeringspartners landen uit de Europese Unie zijn, breidt China langzaam zijn investeringspositie in Zuid-Afrika uit (UNCTAD, 2020). Voor Egypte en Nigeria lag het aandeel in de inkomende buitenlandse investeringen op respectievelijk 13,3 en 10,3 procent. Ondanks het feit dat de buitenlandse investeringen in Egypte nog steeds gericht zijn op de olie- en gasindustrie, werd er ook geïnvesteerd in andere sectoren, met name in telecommunicatie, consumptiegoederen en vastgoed (UNCTAD, 2020). Nigeria trekt tal van investeerders aan in de oliesector, energiesector en bouwnijverheid (Nordea, 2021a). In Marokko gaat het hoogste aandeel van de directe buitenlandse investeringen naar de industrie, gevolgd door vastgoed, handel, toerisme en transport (Nordea, 2021b). Buitenlandse investeerders zijn in Mozambique vooral geïnteresseerd in de mijnbouw-, koolwaterstof-, energie-, logistiek-, retail- en vastgoedsector (Nordea, 2021c).

3.2.2Inkomende buitenlandse investeringen, positie exclusief bfi's voor 15 focuslanden

2018 2019 Aandeel 2019
mld euro %
Zuid-Afrika 117,3 134,8 15,8
Egypte 99,7 113,1 13,3
Nigeria 80,7 88,1 10,3
Marokko 54,3 59,4 7,0
Mozambique 34,5 38,3 4,5
 
Ghana 30,6 34,3 4,0
Algerije 25,9 28,5 3,3
Tunesië 22,7 26,4 3,1
Ethiopië 21,7 25,9 3,0
Tanzania 23,4 25,5 3,0
 
Kenia 12,2 14,1 1,7
Oeganda 11,9 13,0 1,5
Ivoorkust 11,1 12,8 1,5
Senegal 9,0 10,9 1,3
Rwanda 8,4 9,6 1,1
 
Overige landen 222,8 242,8 28,5
 
Totaal 758,1 852,2 100

Bron:UNCTAD.

Nederland speelt op het vlak van kapitaalstromen wereldwijd een belangrijke rol. Ter vergelijking, in 2019 ontving Nederland 1 563 miljard euro aan investeringen, waarmee het wereldwijd op positie vijf stond. Daarmee ontving Nederland bijna 2 keer zoveel directe investeringen als heel het continent Afrika. Als het gaat om uitstaande investeringen was Nederland zelfs de op één na grootste buitenlandse investeerder in de wereld, alleen voorafgegaan door de Verenigde Staten (UNCTAD, 2020). In 2019 had Nederland 2 291 miljard euro aan directe investeringen uitstaan in het buitenland, exclusief Bijzondere Financiële Instellingen (bfi’s).noot1 In de UNCTAD-cijfers worden de investeringen via bfi’s ook buiten beschouwing gelaten.

Instroom van directe buitenlandse investeringen tijdens de coronacrisis

De wereldwijde instroom van buitenlandse investeringen stortten in 2020 in en daalden volgens UNCTAD naar schatting met 43 procent van 1 330 miljard euro in 2019 tot 753 miljard euro. Zo’n laag niveau werd voor het laatst gezien in de jaren negentig en ligt meer dan 30 procent onder de investeringscijfers na de wereldwijde financiële crisis van 2008–2009 (UNCTAD, 2021). Dit komt onder andere door ongunstige vraagschokken en verstoringen in de mondiale toeleveringsketens. De negatieve effecten op de DBI zullen zichtbaar zijn voor landen die zwaar getroffen worden door de coronapandemie, maar ook voor andere landen. Doordat productieprocessen steeds meer opgeknipt zijn en in deelprocessen verspreid over de hele wereld, kunnen lokale en nationale gebeurtenissen al gauw een internationale impact hebben (Banga et al., 2020). Volgens de laatste projecties van UNCTAD zal Afrika ook te maken krijgen met een uitstroom van buitenlands kapitaal als gevolg van de COVID-19 epidemie (UNCTAD, 2020). De investeringen in Afrika lijken wel het minst getroffen te worden. In 2019 bedroeg de instroom van buitenlandse investeringen in Afrika 46 miljard euro en in 2020 liep dit bedrag naar schatting terug tot 38 miljard euro. Met een daling van 19 procent krijgt de Afrikaanse instroom van DBI minder rake klappen dan de Amerikaanse, Europese en wereldwijde instroom van buitenlandse investeringen (UNCTAD, 2021).

Nederlandse bedrijven hadden voor 68 miljard euro investeringen uitstaan in Afrika

Nederland doet het in termen van directe investeringen goed in Afrika. Deze investeringen, exclusief bfi’s, vertegenwoordigden in 2018 bijna 3,3 procent van de Nederlandse totale uitstaande directe investeringen.noot2 Ten opzichte van 2014 zijn Nederlandse investeringen in Afrika enorm gegroeid. In 2018 was Nederland zelfs de grootste investeerder in Afrika met 68 miljard euro, zie figuur 3.2.3. Dit is zo’n 18 miljard euro meer dan een jaar eerder. Daarmee ontving Afrika als bestemming voor investeringen van Nederlandse bedrijven net wat meer dan Ierland. In rangorde neemt Ierland de tiende positie in als bestemming voor Nederlandse investeringen.

3.2.3 Top-10 partners die het meest in Afrika investeren, positie exclusief bfi's (mld euro)
Land 2018 2014
Nederland 68 44
Frankrijk 45 45
Verenigd Koninkrijk 41 50
Verenigde Staten 41 52
China 39 24
Zuid-Afrika 30 19
Italië 25 14
Hongkong 18 7
Singapore 17 13
Duitsland 12 8
Bron: CBS, UNCTAD

In 2018 stond Nederland een plaatsje hoger dan in 2017. Toen was Frankrijk de grootste investeerder in Afrika. De directe investeringen uit de Verenigde Staten daalden tot 41 miljard euro als gevolg van winstrepatriëring en desinvesteringen (UNCTAD, 2020). Ondertussen is de Chinese investeringspositie in Afrika gestegen tot 39 miljard euro (UNCTAD, 2020). De geldstromen van China naar Afrika bestaan voor het grootste deel uit gunstige kredieten die worden verstrekt om specifieke projecten te financieren. De rente op die leningen kan relatief laag blijven omdat er grondstoffen tegenover staan. Het winnen van grondstoffen is een belangrijke reden voor Chinese staatsbedrijven om naar Afrika te trekken. Het kan dan gaan om directe investeringen in mijnbouwprojecten of om leningen die worden afbetaald met grondstoffen (Vermeulen & Speelman, 2014). Andere investeringsprojecten richten zich op infrastructuur en productiecapaciteit, waarmee bijgedragen kan worden aan de lokale productiecapaciteit en het creëren van werkgelegenheid (UNCTAD, 2020).

1/3e van de uitstaande Nederlandse investeringen in Afrika ging naar Egypte Buitenvorm Binnenvorm

Nederlandse investeringen in Afrika gaan vooral naar Egypte en Zuid-Afrika

De investeringscijfers van DNB geven inzicht in de totale waarde van de bilaterale directe investeringen tussen Nederland en Afrikaanse landen. Nederland had in 2018 vooral in Egypte, Zuid-Afrika, Libië en Nigeria veel investeringen uitstaan. In totaal ging het om bijna 64 miljard euro voor deze vier landen samen. Figuur 3.2.4 laat zien dat als investeringen die via Bijzondere Financiële Instellingen lopen buiten beschouwing worden gelaten, Egypte de belangrijkste bestemming is voor Nederlandse investeringen in Afrika. Van het totaal aan uitstaande directe investeringen in Afrika ging in 2018 bijna een derde (21,3 miljard euro) naar Egypte. Uit gegevens van de aangifte van alle vennootschapsbelastingplichtige ondernemingen van Nederland in 2017 is te zien dat Nederlandse bedrijven met grote investeringen in Egypte vaak actief zijn op het gebied van bouw, de aanleg van infrastructuur, in de winning van olie- en aardgas, transport en vervoer van voedingsmiddelen en natuurlijke producten, en in de (bio)farmaceutische wereld.

Egypte werd gevolgd door Zuid-Afrika (16,3 miljard euro), Libië (15,7 miljard euro), Nigeria (10,2 miljard euro) en Angola (1,8 miljard euro). In 2017 was Zuid-Afrika nog de belangrijkste Afrikaanse bestemming voor Nederlandse investeringen. Voor Zuid-Afrika gold dat vooral bedrijven met een achtergrond in de energiesector, het winnen van kolen-, olie- en gas, automotive en onderdelen en ook (bio)farmacie in het land investeerden. Investeringen in Nigeria werden voor een groot deel gedaan door in Nederland geregistreerde bedrijven uit de olie- en gaswinning, en de infrastructuur daaromheen, het verpakken van voedingsmiddelen en (bio)farmaceutische bedrijven. Investeerders in Libië in 2017 waren eveneens vaak actief op het vlak van olie- en gaswinning of in de veevoederindustrie.noot3

3.2.4 Top-5 bestemmingen Nederlandse investeringen in Afrika, positie exclusief bfi's in 2018 (mld euro)
Land Nederlandse investeringen
Egypte 21,3
Zuid-Afrika 16,3
Libië 15,7
Nigeria 10,2
Angola 1,8
Bron: CBS, DNB

95 multinationals onder Afrikaanse zeggenschap

Een multinational is een onderneming die de uiteindelijke zeggenschap heeft over bedrijven in twee of meer landen. Een buitenlandse multinational is een in Nederland gevestigd dochterbedrijf waarover de uiteindelijke zeggenschap in het buitenland ligt. Het aantal bedrijven in Nederland onder zeggenschap van een Afrikaans land is in 2018 opgelopen tot 95. Dat zijn er 10 meer in vergelijking met een jaar eerder. Bedrijven onder Afrikaanse zeggenschap stonden in 2018 vooral onder Zuid-Afrikaanse (60 bedrijven), Egyptische (20 bedrijven), Marokkaanse (10 bedrijven) of Keniaanse (5 bedrijven) zeggenschap. In 2018 waren er circa 4 duizend mensen in Nederland werkzaam bij bedrijven die onder Zuid-Afrikaanse zeggenschap stonden. Circa duizend mensen in Nederland waren werkzaam bij bedrijven onder Egyptische zeggenschap.

14 duizend werkzame personen bij Nederlandse dochterondernemingen in Zuid-Afrika, Kenia en Marokko

Internationale investeringen worden gedaan door bedrijven die er voor kiezen om in een ander land een nieuwe dochteronderneming op te richten of over te nemen. Nederlandse multinationals investeren ook in het buitenland: in 2018 waren er 8 365 Nederlandse dochterondernemingen in niet-EU-landen. Het aantal Nederlandse dochterondernemingen in Afrika is vrijwel stabiel gebleven sinds 2013, zie tabel 3.2.5. De top-3 Afrikaanse landen met de meeste Nederlandse dochterondernemingen waren in 2018 Zuid-Afrika (220 bedrijven), Kenia (60 bedrijven) en Marokko (45 bedrijven). Dit zorgde voor 14 duizend voltijdbanen bij Nederlandse dochterondernemingen in deze drie Afrikaanse landen.

3.2.5Aantal buitenlandse dochterondernemingen onder Nederlandse zeggenschap per land

2013 2014 2015 2016 2017 2018*
Zuid-Afrika 200 175 190 220 215 220
Kenia 35 30 35 45 55 60
Marokko 40 35 40 40 40 45
Ghana 25 30 35 30 35 40
Nigeria 45 35 35 35 45 40
 
Egypte 35 30 25 25 25 25
Tanzania 10 15 15 20 25 25
Ethiopië 15 15 15 20 25 20
Tunesië 30 25 25 25 20 20
Ivoorkust 10 10 5 10 5 10
 
Mozambique 5 10 15 15 15 10
Senegal 5 5 5 10 10 10
Oeganda 5 5 5 5 10 10
Algerije 5 5 5 5 5 5
Rwanda 0 0 5 5 5 0

*voorlopige cijfers

2,7 miljard euro bedroeg de omzet van Nederlandse dochterondernemingen in Zuid-Afrika Buitenvorm Binnenvorm

Nederlandse dochterondernemingen in Afrika vooral actief in handel en zakelijke diensten

In figuur 3.2.6 is de relatieve verdeling van Nederlandse dochterondernemingen in Afrika naar bedrijfstak te zien. Ongeveer een kwart van alle Nederlandse dochters in Afrika is vertegenwoordigd in de handel. Ook voor de top-3 Afrikaanse landen met de meeste Nederlandse dochterondernemingen is handel de populairste bedrijfstak, gevolgd door specialistische zakelijke dienstverlening en industrie. De Nederlandse dochterondernemingen in Zuid-Afrika realiseerden in 2018 een omzet van 2,7 miljard euro. Voor de Nederlandse dochters gevestigd in Kenia en Marokko was dit respectievelijk 270 miljoen euro en 274 miljoen euro.

3.2.6 Relatieve verdeling buitenlandse dochterondernemingen onder Nederlandse zeggenschap naar bedrijfstak, 2018* (%)
Land Industrie Bouwnijverheid Handel Vervoer en opslag Informatie en communicatie Specialistische zakelijke diensten Overige bedrijfstakken
Zuid-Afrika 30 5 50 20 15 45 55
Kenia 5 0 25 5 0 10 15
Marokko 10 5 20 5 5 5 0
*voorlopige cijfers

3.3Samenhang tussen directe buitenlandse investeringen, economiegrootte en handel

In eerdere edities van de Internationaliseringsmonitor is uitgebreid gekeken naar zwaartekrachtmodellen en de verklarende kracht die zij hebben, zie bijvoorbeeld Cremers & Jaarsma (2020) en Brakman et al. (2019). In deze paragraaf wordt uitgebreid gekeken naar de relatie tussen directe buitenlandse investeringen en economiegrootte (totaal bbp en per capita) en handel (zowel export als import). Aan de hand van een aantal spreidingsdiagrammen worden beschrijvende verbanden gelegd en wordt er gekeken in welke Afrikaanse landen Nederlandse bedrijven juist relatief veel of weinig investeren en waar er eventueel mogelijkheden voor de toekomst liggen.

In de wetenschappelijke literatuur wordt onderzoek gedaan naar de factoren die de aantrekkingskracht van DBI in landen stimuleren en/of beperken om de locatie van DBI over de hele wereld te verklaren (Tocar, 2018). Bij het onderzoeken van de determinanten van directe buitenlandse investeringen richten academici zich op verschillende combinaties van determinanten, waarbij de nadruk vaak ligt op de economische factoren. Directe buitenlandse investeringen worden gezien als een belangrijke determinant van de economische ontwikkeling van landen.

Positieve relatie tussen DBI en economiegrootte

Grotere economieën zullen een groter bedrag aan DBI aantrekken vanwege schaalvoordelen wanneer een multinational ernaar streeft te produceren voor de lokale markt (Tocar, 2018; Busse & Hefeker, 2007). De meeste studies vinden dan ook een significant positief verband tussen economiegrootte en directe buitenlandse investeringen (zie bijvoorbeeld Davidson, 1980; Tang, 2012; Kok & Ersoy, 2009; Anyanwu, 2012).

Busse & Hefeker (2007) en Trevino et al. (2008) laten zien dat economiegrootte ook in ontwikkelingslanden een belangrijke bepalende factor is voor directe buitenlandse investeringen. Dit suggereert dat meer directe buitenlandse investeringen naar meer economisch ontwikkelde landen zullen gaan, omwille van een hoger beschikbaar inkomen (ofwel koopkracht) en een hoger consumptieniveau. Daarnaast is de beschikbaarheid van grondstoffen een cruciale factor bij het aantrekken van directe investeringen. Dat is met name voor Afrika het geval (Owusu-Antwi, 2012).

In figuur 3.3.1 is de positieve relatie tussen Nederlandse investeringen en de economiegrootte van Afrikaanse landen gevisualiseerd. De sterk positieve relatie tussen beide variabelen valt op. Ook is er een lineair model (op basis van een OLS schattingnoot4) toegevoegd. Dit model laat de relatie tussen DBI en bbp zien. De economiegrootte, gemeten als het bbp, verklaart 48 procent van de variantie in DBI. Er valt op dat landen met een relatief hoog bbp zoals Libië, Egypte, Nigeria en Zuid-Afrika relatief veel Nederlandse directe investeringen ontvangen. In landen met een hoog bbp wordt ook verwacht dat de hoeveelheid DBI groot is, aangezien het een maatstaf is voor de marktvraag in dat land. Investeren in grote economieën vergroot de verkoopkansen en biedt bovendien de mogelijkheid om te profiteren van schaalvoordelen (Owusu-Antwi, 2012).

Macro-economische instabiliteit en een inefficiënte institutionele omgeving trekken doorgaans geen investeringen aan (Sharma & Bandara 2010). Dat verklaart mogelijk waarom landen als Soedan, Oeganda en Botswana relatief weinig directe buitenlandse investeringen hebben vanuit Nederlandse bedrijven. Gekeken naar de economiegrootte van deze landen zou je in deze landen meer investeringen verwachten dan er zijn.

3.3.1 Relatie tussen Nederlandse directe investeringen en bbp naar land, 2018
Land log_bbp (log_bbp) log_DBI (log_DBI)
Egypte 5,33 4,33
Zuid-Afrika 5,49 4,21
Libië 4,46 4,2
Nigeria 5,55 4,01
Angola 4,95 3,26
Mauritius 4,08 3,25
Mauritanië 3,81 2,88
Tunesië 4,53 2,8
Ethiopië 4,83 2,74
Tanzania 4,7 2,48
Kenia 4,87 2,37
Ivoorkust 4,56 2,19
Mozambique 4,1 2,09
Burundi 3,44 2,08
Kameroen 4,52 1,87
Namibië 4,09 1,85
Rwanda 3,91 1,67
Seychellen 3,13 1,62
Niger 4,04 1,51
Sierra Leone 3,54 1,48
Zuid-Soedan 3,84 1,25
Senegal 4,3 1,16
Zambia 4,36 1,07
Togo 3,64 0,83
Botswana 4,2 0,7
Tsjaad 3,98 0,57
Oeganda 4,41 0,49
Benin 3,95 0,41
Burkina Faso 4,14 0,28
Liberia 3,25 0,26
Malawi 3,78 0,23
Gambia 3,14 0,11
Centraal-Afrikaanse Republiek 3,28 0,04
Comoren 2,99 0,0
Eritrea 3,76 0,0
Guinee 3,99 0,0
Guinee-Bissau 3,09 0,0
Kaapverdië 3,22 0,0
Lesotho 3,35 0,0
Madagaskar 4,07 0,0
Mali 4,16 0,0
Sao Tomé en Principe 2,54 0,0
Soedan 4,63 0,0

Figuur 3.3.2 kijkt naar de relatie tussen Nederlandse directe investeringen en bbp per hoofd van de bevolking. Ook hier vallen dezelfde Afrikaanse landen in positieve zin op. Vergeleken met andere regio’s in de wereld zijn de groeipercentages van het reële bbp per capita in Afrika relatief laag en de binnenlandse markten vrij klein. Dit maakt het voor buitenlandse bedrijven moeilijk om schaalvoordelen te benutten, waardoor ze ontmoedigd kunnen worden om er te investeren (Owusu-Antwi, 2012). In hun studie over DBI-stromen in ontwikkelingslanden vinden Suliman & Mollick (2009) dat de relatief lage DBI-stromen naar bepaalde Afrikaanse landen deels worden verklaard door een gebrek aan aandacht voor menselijk kapitaal en analfabetisme.

In negatieve zin vallen Botswana, Kaapverdië en Eritrea op. Dit zijn landen met een hoger dan gemiddeld (vergeleken met andere landen in Afrika) bbp per capita, waar relatief weinig Nederlandse directe investeringen zijn. Ook deze landen zouden bestempeld kunnen worden als potentiële groeimarkten voor directe buitenlandse investeringen. DBI kunnen voor beide partijen, het investerende land én het ontvangende land, een win-win situatie zijn. Voor het ontvangende land zorgen DBI voor extra financiële middelen door middel van investeringen en het betalen van belastingen. Investeringen van Nederlandse bedrijven creëren werkgelegenheid in Afrika en genereren spillover effecten. Denk hierbij aan kennisoverdracht met betrekking tot technologie of managementexpertise. Omgekeerd krijgen de Nederlandse bedrijven door het investeren in Afrika toegang tot de lokale markten, grondstoffen en goedkopere arbeidskrachten (Asongu et al., 2018; Anyanwu, 2012).

3.3.2 Relatie tussen Nederlandse directe investeringen en bbp per capita naar land, 2018
Land log_bbp_capita (log_bbp_capita) log_DBI (log_DBI)
Egypte 3,33 4,33
Zuid-Afrika 3,73 4,21
Libië 3,64 4,2
Nigeria 3,26 4,01
Angola 3,46 3,26
Mauritius 3,98 3,25
Mauritanië 3,17 2,88
Tunesië 3,47 2,8
Ethiopië 2,79 2,74
Tanzania 2,95 2,48
Kenia 3,16 2,37
Ivoorkust 3,16 2,19
Mozambique 2,63 2,09
Burundi 2,4 2,08
Kameroen 3,11 1,87
Namibië 3,7 1,85
Rwanda 2,82 1,67
Seychellen 4,14 1,62
Niger 2,69 1,51
Sierra Leone 2,66 1,48
Zuid-Soedan 2,8 1,25
Senegal 3,1 1,16
Zambia 3,12 1,07
Togo 2,74 0,83
Botswana 3,84 0,7
Tsjaad 2,8 0,57
Oeganda 2,78 0,49
Benin 2,89 0,41
Burkina Faso 2,84 0,28
Liberia 2,57 0,26
Malawi 2,53 0,23
Gambia 2,78 0,11
Centraal-Afrikaanse Republiek 2,61 0,04
Comoren 3,07 0,0
Eritrea 3,23 0,0
Guinee 2,9 0,0
Guinee-Bissau 2,82 0,0
Kaapverdië 3,49 0,0
Lesotho 3,02 0,0
Madagaskar 2,65 0,0
Mali 2,88 0,0
Sao Tomé en Principe 3,22 0,0
Soedan 3,01 0,0

Positieve relatie tussen DBI en handel

Door handel worden economieën met elkaar verbonden om zo één internationale economie te creëren. Directe buitenlandse investeringen zijn een soortgelijk mechanisme dat economieën met elkaar verbindt. Daarom versterken deze twee elkaar (Kok & Ersoy, 2009). Kok & Ersoy (2009) vinden namelijk dat handel een positief effect heeft op DBI. Ook Anyanwu (2012) vindt een positief verband tussen DBI en handel. Dit suggereert dat economieën waarvoor handel belangrijk is, ook relatief hogere DBI hebben. Zo kan het zijn dat deze economieën een beleid voeren wat aantrekkelijker is voor buitenlandse investeerders (Anyanwu, 2012).

In figuur 3.3.3 en figuur 3.3.4 wordt er gekeken naar de relatie tussen directe buitenlandse investeringen en de handel (zowel export als import). Ook hier vallen dezelfde landen als in de voorgaande twee figuren in positieve zin op. Buitenlandse investeerders worden aangetrokken door de beschikbaarheid van olie (Udemba, 2019), zoals voor Nigeria het geval is. Landen waar relatief minder Nederlandse directe investeringen zijn dan verwacht zou worden op basis van export zijn Togo, Senegal en Guinee. Voor import zijn de kansrijke markten Kameroen, Tsjaad, Ivoorkust en Oeganda.

3.3.3 Relatie tussen Nederlandse directe investeringen en export naar land, 2018
Land log_export (log_export) log_DBI (log_DBI)
Egypte 3,13 4,33
Zuid-Afrika 3,29 4,21
Libië 2,52 4,2
Nigeria 3,62 4,01
Angola 2,14 3,26
Mauritius 1,71 3,25
Mauritanië 1,93 2,88
Tunesië 2,52 2,8
Ethiopië 2,36 2,74
Tanzania 2,0 2,48
Kenia 2,46 2,37
Ivoorkust 2,52 2,19
Mozambique 1,89 2,09
Burundi 1,04 2,08
Kameroen 2,18 1,87
Namibië 1,46 1,85
Rwanda 1,51 1,67
Seychellen 1,3 1,62
Niger 1,71 1,51
Sierra Leone 1,61 1,48
Zuid-Soedan 1,3 1,25
Senegal 2,85 1,16
Zambia 1,69 1,07
Togo 3,22 0,83
Botswana 0,78 0,7
Tsjaad 1,4 0,57
Oeganda 1,85 0,49
Benin 2,0 0,41
Burkina Faso 1,85 0,28
Liberia 1,72 0,26
Malawi 1,34 0,23
Gambia 1,61 0,11
Centraal-Afrikaanse Republiek 1,15 0,04
Comoren 0,6 0,0
Eritrea 0,7 0,0
Guinee 2,45 0,0
Guinee-Bissau 1,23 0,0
Kaapverdië 1,78 0,0
Lesotho 0,48 0,0
Madagaskar 1,72 0,0
Mali 2,12 0,0
Sao Tomé en Principe 0,48 0,0
Soedan 1,95 0,0
3.3.4 Relatie tussen Nederlandse directe investeringen en import naar land, 2018
Land log_import (log_export) log_DBI (log_DBI)
Egypte 2,55 4,33
Zuid-Afrika 3,16 4,21
Libië 2,52 4,2
Nigeria 3,37 4,01
Angola 1,45 3,26
Mauritius 1,82 3,25
Mauritanië 0,48 2,88
Tunesië 2,34 2,8
Ethiopië 2,14 2,74
Tanzania 1,77 2,48
Kenia 2,69 2,37
Ivoorkust 3,17 2,19
Mozambique 2,01 2,09
Burundi 0,0 2,08
Kameroen 2,49 1,87
Namibië 1,74 1,85
Rwanda 0,7 1,67
Seychellen 1,04 1,62
Niger 0,0 1,51
Sierra Leone 1,36 1,48
Zuid-Soedan 0,0 1,25
Senegal 1,65 1,16
Zambia 1,43 1,07
Togo 1,23 0,83
Botswana 0,6 0,7
Tsjaad 2,48 0,57
Oeganda 1,89 0,49
Benin 0,6 0,41
Burkina Faso 1,04 0,28
Liberia 1,26 0,26
Malawi 1,2 0,23
Gambia 0,6 0,11
Centraal-Afrikaanse Republiek 0,0 0,04
Comoren 0,3 0,0
Eritrea 0,0 0,0
Guinee 1,0 0,0
Guinee-Bissau 0,3 0,0
Kaapverdië 0,0 0,0
Lesotho 0,7 0,0
Madagaskar 1,77 0,0
Mali 0,9 0,0
Sao Tomé en Principe 0,3 0,0
Soedan 1,59 0,0

3.4Samenvatting en conclusie

“It takes two to tango”. Europa en Afrika hebben elkaar nodig. Afrika is van belang voor Europa omwille van de enorme arealen aan landbouwgrond, de hoeveelheden grondstoffen en de gigantische afzetmarkt. Europese investeringen in Afrika zorgen dan weer voor werkgelegenheid, een groeiende lokale economie, meer export van Afrikaanse producten naar Europa en het verduurzamen van productieketens (Ministerie van Buitenlandse Zaken, 2018 & 2020). Investeren in Afrika wordt echter traditioneel als risicovol beschouwd en moet dus worden bekeken op de lange termijn. Investeerders krijgen namelijk te maken met allerhande praktische problemen en er zijn politieke risico’s. Nederlandse bedrijven met investeringen in Afrika zijn actief in verschillende branches. Denk hierbij aan de oliesector, landbouw, telecommunicatie, bloemenkwekers en bierbrouwers.

Directe buitenlandse investeringen voor het Afrikaanse continent zijn vrij beperkt voor zowel inkomende als uitstaande investeringen. In 2019 had Afrika 852 miljard euro aan inkomende investeringen en uitstaande investeringen bedroegen 255 miljard euro.

Nederland heeft wereldwijd een dominante positie bij zowel uitstaande als inkomende directe investeringen. Van de 2 079 miljard euro aan directe investeringen die Nederland in 2018 in het buitenland had uitstaan (exclusief bfi’s) stond 3,3 procent uit in Afrika. In totaal ging het om 68 miljard euro. Daarmee ontving Afrika als bestemming voor investeringen van Nederlandse bedrijven net wat meer dan Ierland. Ierland was in 2018 de 10e investeringsbestemming voor Nederlandse bedrijven. Op de ranglijst van investerende landen in Afrika, is Nederland gestegen naar de eerste plek. Nederland werd in 2017 nog voorbijgegaan door Frankrijk. Nederland had in 2018 vooral in Egypte, Zuid-Afrika, Libië en Nigeria investeringen uitstaan.

Van de ruim 14 duizend buitenlandse multinationals in het Nederlandse bedrijfsleven stonden er in 2018 circa 95 bedrijven onder Afrikaanse zeggenschap. Daarmee is minder dan 1 procent van de buitenlandse multinationals een Afrikaans bedrijf. Bedrijven onder Afrikaanse zeggenschap stonden in 2018 vooral onder Zuid-Afrikaanse, Egyptische of Marokkaanse zeggenschap. Omgekeerd investeren Nederlandse multinationals ook in het buitenland. Het aantal Nederlandse dochterondernemingen in Afrika is vrijwel stabiel gebleven sinds 2013. Ongeveer een kwart van alle Nederlandse dochters in Afrika is actief in de handel. De top-3 Afrikaanse landen met de meeste Nederlandse dochterondernemingen waren in 2018 Zuid-Afrika, Kenia en Marokko. Dit zorgde voor 14 duizend voltijdbanen bij Nederlandse dochterondernemingen in deze drie Afrikaanse landen.

Economiegrootte (bbp en bbp per capita) en export/import worden in de literatuur gezien als belangrijke determinanten voor de verwachte directe buitenlandse investeringen (DBI) in een land. Er is een duidelijke positieve relatie tussen DBI en deze variabelen. Aan de hand van een aantal spreidingsdiagrammen is in dit hoofdstuk een duidelijk beeld geschetst van landen waar relatief veel/weinig DBI zijn ten opzichte van wat verwacht wordt op basis van de economiegrootte en de handel. Zo blijken Libië, Egypte, Nigeria en Zuid-Afrika landen te zijn waar relatief veel Nederlandse directe investeringen zijn. Botswana, Oeganda, Senegal, Kameroen en Ivoorkust zijn dan weer landen waar Nederlandse bedrijven relatief weinig investeren en kunnen dus potentiële groeimarkten zijn wat betreft toekomstige DBI.

3.5Literatuur

Open literatuurlijst

Literatuur

Anyanwu, J. C. (2012). Why Does Foreign Direct Investment Go Where It Goes? New Evidence From African Countries. Analysis of Economics and Finance, 13(2), 425–462.

Asongu, S., Akpan, U. S. & Isihak, S. R. (2018). Determinants of foreign direct investment in fast-growing economies: evidence from the BRICS and MINT countries. Financial Innovation, 4, 2–17.

Banga, K., Keane, J., Mendez-Parra, M., Pettinotti, L. & Sommer, L. (2020). Africa trade and Covid-19 : The supply chain dimension. UNECA’s African Trade Policy Centre and ODI, working paper 586.

BBC (2017). Kenya opens Nairobi-Mombasa Madaraka Express railway.

Boonstra, W. (2018). Informatiegehalte internationale investeringsstatistieken neemt af. RaboResearch.

Brakman, S., Garretsen, H. & Kohl, T. (2019). Tinbergen en de Nobelprijzen voor internationale handel. TPEdigitaal, 13(1), 1–7.

Busse, M. & Hefeker, C. (2007). Polical risk, institutions and foreign direct investment. European Journal of Political Economy, 23(2), 397–415.

Creemers, S., Franssen, L. & Jaarsma, M. (2020). Buitenlandse investeringen en multinationals. In: M. Jaarsma & A. Lammertsma (Red.), Nederland Handelsland 2020: export, investeringen en werkgelegenheid. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Cremers, D. & Jaarsma, M. (2020). Dienstenhandel en zwaartekracht; anders dan goederenhandel? In: S. Creemers & M. Jaarsma (Red.), Internationaliseringsmonitor 2020, derde kwartaal: Internationale handel in diensten en R&D. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Davidson, W. H. (1980). The location of foreign direct investment activity: country characteristics and experience effects. Journal of International Business Studies, 11(2), 9–22.

Evofenedex (2019a). Marokko is logistieke sterspeler. Zoetermeer.

Evofenedex (2019b). Economische belofte komt op snelheid in Afrika. Zoetermeer.

Kok, R. & Ersoy, B. (2009), Analyses of FDI determinants in developing countries. International Journal of Social Economics, 36(1/2), 105–123.

Knack (2017). Djibouti heeft ambitie om het Dubai van Afrika te worden.

Ministerie van Buitenlandse Zaken (2018). Beleidsnota Investeren in Perspectief. Den Haag.

Ministerie van Buitenlandse Zaken (2020). Kamerbrief inzake uitvoering moties over taskforce handelsbevordering NL-Afrika en een Afrika-coalitie. Den Haag.

Nordea (2021a). Country profile Nigeria: Foreign direct investment (FDI) in Nigeria.

Nordea (2021b). Country profile Morocco: Foreign direct investment (FDI) in Morocco.

Nordea (2021c). Country profile Mozambique: Foreign direct investment (FDI) in Mozambique.

Owusu-Antwi, G. (2012). Determinant Of Foreign Direct Investment: Is It A Better Prescription For Economic Growth In Africa? International Business & Economics Research Journal, 11(7), 757–770.

Paardekooper, D. & Bosmans, N. (2018). Ontwikkeling Kunzila verbetert voedselzekerheid Ethiopië. Den Haag: Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Sharma, K. & Bandara, Y. (2010). Trends, Patterns and Determinants of Australian Foreign Direct Investment. Journal of Economic Issues, 44(3), 661–676.

Stock, J. H. & Watson, M. W. (2019). Introduction to Econometrics, 4th edition. Londen, Verenigd Koninkrijk: Pearson Education Limited.

Suliman, A. H. & Mollick, A. V. (2009). Human Capital Development, War and Foreign Direct Investment in Sub-Saharan Africa. Oxford Development Studies, 37(1), 47–61.

Tang, L. (2012). The direction of cultural distance on FDI: attractiveness or incongruity? Cross Cultural Management, 19(2), 233–256.

Tocar, S. (2018). Determinants of foreign direct investment: A review. Review of Economic & Business Studies, 11(1), 165–196.

Trevino, L. J., Thomas, D. E. & Cullen, J. (2008). The three pillars of institutional theory and FDI in Latin America: An institutionalization process. International Business Review, 17(1), 118–133.

UNCTAD (2021). Global foreign direct investment fell by 42% in 2020, outlook remains weak. Genève, Zwitserland: United Nations Conference on Trade and Development.

UNCTAD (2020). World Investment Report 2020. Genève, Zwitserland: United Nations Conference on Trade and Development.

Udemba, E. N. (2019). The triangular nexus causality among economic growth, trade, FDI and Oil Price: time series analyses of Nigeria. OPEC Energy Review, 43(4), 470–491.

Vermeulen, M. & Speelman, T. (2014, 16 januari). De negen meest hardnekkige mythes over China in Afrika. De Correspondent.

VNO-NCW & MKB-Nederland (2019). Afrika strategie Nederlands bedrijfsleven. Den Haag: VNO-NCW en MKB-Nederland.

Vos, C. (2018). In Senegal is het eigen rijst eerst. De Volkskrant.

Noten

De spreiding van de DBI over landen zoals die uit de statistieken naar voren komt wordt mede bepaald door fiscale overwegingen. Ondernemingen trachten hun belastingafdracht te verlagen door hun investeringsactiviteiten via landen met een gunstig belastingklimaat te loodsen. Via dergelijke Bijzondere Financiële Instellingen of bfi’s kunnen deze multinationals dan gebruikmaken van de voordelige Nederlandse belastingregels, zonder dat ze verder enige productie in Nederland ondernemen (Boonstra, 2018).

Zie hoofdstuk 7 van Nederland Handelsland 2020 (Creemers et al., 2020) voor een uitgebreide analyse van de Nederlandse investeringspositie.

Deze gegevens zijn ontleend aan de aangiftes van alle vennootschapsbelastingplichtige ondernemingen in Nederland. We spreken van investeringen in het buitenland, als een onderneming een of meer belangen in het buitenland opgeeft in de aangifte. Alle belangen tellen daarbij mee los van het gebruikelijke deelnemingspercentage van 10 procent dat wordt gehanteerd bij de afbakening van directe buitenlandse investeringen.

Ordinary Least Squares (OLS) is een regressieschattingsmethode waarbij de gekwadrateerde fouttermen minimaal moeten zijn. De parameters worden op een dusdanige wijze geschat zodat de totale toevallige invloed op de afhankelijke variabele minimaal is (Stock & Watson, 2019).

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

niets (blanco) een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
0 (0,0) het cijfer is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
* voorlopige cijfers
** nader voorlopige cijfers
- (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
2016–2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/’17 oogstjaar, boekjaar, schooljaar, enz. beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2004/’05-2016/’17 oogstjaar enz., 2004/’05 tot en met 2016/’17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

Sarah Creemers

Dennis Cremers

Hans Draper

Loe Franssen

Marjolijn Jaarsma

Alex Lammertsma

Tim Peeters

Janneke Rooyakkers

Redactie

Sarah Creemers

Marjolijn Jaarsma

Alex Lammertsma

Janneke Rooyakkers

Eindredactie

Sarah Creemers

Marjolijn Jaarsma

Dankwoord

We danken de volgende collega’s voor hun constructieve bijdrage aan deze editie van de Internationaliseringsmonitor:

Deirdre Bosch

Richard Jollie

Irene van Kuik

Tom Notten

Roos Smit

Sandra Vasconcellos

Gabriëlle de Vet

Karolien van Wijk

Khee Fung Wong