Foto omschrijving: Zimbabwaanse vrouwen bezig met het sorteren van bonen.

Afrika – Een introductie

Afrika is in vele opzichten een van de grootste continenten ter wereld. Na Azië is Afrika het grootst qua oppervlakte, één op de zeven mensen ter wereld leeft in Afrika en het continent is erg rijk aan grondstoffen. Vanuit economisch oogpunt presteert de Afrikaanse economie de laatste jaren goed. Het Afrikaanse bbp groeide volgens UNCTAD (2020a) met 2,9 procent in 2019 en 3,2 procent in 2018. Met deze groei in bbp deed Afrika het beter dan Oceanië, Noord- en Zuid-Amerika en Europa; alleen in Azië groeide de economie harder.

Afrika is ook een continent met een enorme diversiteit aan landen. Zo verschillen deze landen sterk qua omvang, ontwikkeling, economie en welvaart. Veruit de grootste economie is die van Nigeria. In 2019 bedroeg het bbp van Nigeria 428 miljard euro. De omvang van de Nigeriaanse economie is daarmee half zo groot als die van Nederland (810 miljard euro in 2019). De productie van olie is een belangrijke bron van inkomsten voor Nigeria, maar het heeft ook andere bodemschatten als gas, kolen, tin, ijzer en zink. Zuid-Afrika was in 2019 qua omvang de tweede Afrikaanse economie met een bbp van 314 miljard euro. Nummer drie, vier en vijf in 2019 waren achtereenvolgens Egypte, Algerije en Marokko met een bbp van respectievelijk 285, 156 en 106 miljard euro. De gezamenlijke omvang van Afrikaanse economieën in 2019 bedroeg 2 271 miljard euro (UNCTAD, 2020a).

De grootste economieën in Afrika zijn echter niet per definitie de rijkste economieën. Voor Mauritius was het bbp per hoofd van de bevolking in 2019 met bijna 10 duizend euro het hoogste. Textiel, suiker en toerisme dragen veel bij aan de welvaart in Mauritius. Op plaats twee, drie en vier staan Equatoriaal Guinee, Botswana en Gabon met een bbp per hoofd van de bevolking tussen de 7 duizend en 8 duizend euro (UNCTAD, 2020a). In Equatoriaal Guinee en Gabon draagt de oliewinning veel bij aan het bbp, in Botswana is dat de winning van diamant en metalen zoals nikkel, koper en platina. Zuid-Afrika komt met zo’n 5,4 duizend euro per hoofd van de bevolking pas op de vijfde plek. Naast fruit, goud, diamant en metalen draagt ook de productie van machines veel bij aan de economie in Zuid-Afrika. Ook omvat Afrika een groot aantal van de minst ontwikkelde landen ter wereld, de zogenaamde Least Developed Countries (LDC’s). De meeste van deze Afrikaanse LDC’s hebben een bbp per hoofd van de bevolking van minder dan duizend euro (UNCTAD, 2020a). Het gemiddelde bbp per hoofd van bevolking in Afrika als geheel is ruim 1,7 duizend euro; in Nederland is dat zo’n 27 keer zo veel, zie onderstaande figuur.

Niet alleen qua omvang van de economie en welvaart zijn er grote verschillen tussen landen in Afrika, maar ook qua economische groei. In de periode 2015–2019 kende Ethiopië met gemiddeld 8,6 procent per jaar de hoogste economische groei. De top-5 werd verder gecompleteerd door Guinee, Rwanda, Ivoorkust en Mali met een gemiddelde groei van tussen de 7 en 8 procent per jaar. Het herstel van de grondstofprijzen (met uitzondering van cacao, koffie en thee) is een belangrijke reden voor de hogere groeipercentages van de minder ontwikkelde landen (UNCTAD, 2019a en 2019b). Niettemin krompen enkele Afrikaanse economieën zoals die van Equatoriaal Guinee, Congo en Angola in de periode 2015–2019 (UNCTAD, 2020a).

Tussen Afrikaanse landen zijn er ook grote verschillen op het terrein van politieke stabiliteit. Zo horen landen als Somalië, Eritrea, Zuid-Soedan, Soedan en Libië tot de politiek minst stabiele landen in Afrika; Mauritius, Botswana, Zuid-Afrika, Ghana en Namibië horen tot de meest stabiele landen (BTI Transformation Index, 2020). Het handhaven van (een democratisch vastgestelde) wetgeving, het tegengaan van corruptie en het goed functioneren van instituties heeft een positieve invloed op de economische ontwikkeling en het vertrouwen van buitenlandse investeerders.

Door de opgelegde noodmaatregelen om de verspreiding van het coronavirus in te dammen, krompen veel economieën in 2020 ongekend sterk. Volgens schattingen van het IMF noteerde Europa in 2020 een economische krimp van 7,2 procent (IMF, 2021). De eerste berekening van het CBS toont dat het Nederlandse bbp in 2020 met 3,8 procent gekrompen is ten opzichte van een jaar eerder (CBS, 2021). De pandemie toonde aan hoe productieketens en consumptie internationaal met elkaar verbonden zijn (Vos & Čengić, 2020). Als de mondiale vraag naar bepaalde goederen tijdelijk wegvalt of bevoorradingsketens worden verstoord, die wat betreft grondstoffen of voedingsmiddelen vaak beginnen in Afrika, dan lijdt ook Afrika hier onder (Lamote, 2021). Het IMF (2021) schat de krimp van het Afrikaanse bbp op 2,6 procent, aanzienlijk kleiner dan voor Europa en Nederland. De economische krimp lijkt bovengemiddeld groter te zijn voor de Afrikaanse landen die vooral afhankelijk zijn van grondstoffen, zoals de olieproducerende landen Nigeria en Angola. Hier speelt naast de coronapandemie ook de oliecrisis een rol. Voor landen zoals Ivoorkust, Ethiopië en Kenia zal de economische groei naar verwachting vertragen, maar wel positief blijven dankzij hun meer gediversifieerde economieën (IMF, 2021).

Kaartje van Afrika met de gemiddelde economische groei 2015-2019, het bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking en de totale import- en exportwaarde voor 15 focuslanden in Afrika, voor Afrika als geheel en voor Nederland Zuid-Afrika Nederland Egypte Tunesië Senegal Kernindicatoren voor 15 Afrikaanse landen, Afrika en Nederland, 2019 Bron: UNCTAD (2020); CBS voor Nederlandse import en export van goederen. Marokko Algerije Oeganda Kenia Tanzania Rwanda Mozambique 8,6% € 759 € 13,0 mld € 2,5 mld 5,5% € 663 € 6,7 mld € 3,1 mld 5,7% € 1 649 € 15,8 mld € 5,2 mld 6,7% € 991 € 8,4 mld € 4,5 mld 7,8% € 728 € 2,4 mld € 1,0 mld 4,0% € 439 € 6,8 mld € 4,1 mld 4,8% € 2 839 € 63,3 mld € 25,9 mld 0,8% € 5 365 € 96,1 mld € 80,4 mld Afrika Ghana Ivoorkust 6,4% € 1 324 € 7,3 mld € 3,7 mld 4,1% € 2 900 € 45,3 mld € 26,0 mld 2,1% € 3 617 € 37,5 mld € 32,0 mld 2,8% € 1 738 € 517,9 mld € 420,0 mld 5,2% € 1 923 € 12,0 mld € 14,0 mld 7,8% € 1 499 € 9,4 mld € 11,3 mld 1,6% € 2 963 € 19,3 mld € 13,3 mld 2,3% € 47 305 € 459,9 mld € 515,3 mld Import van goederen Export van goederen Nigeria 1,2% € 2 129 € 49,4 mld € 55,9 mld Ethiopië Bruto binnenlands product per hoofd Gem. economische groei 2015-2019

Met het ene Afrikaanse land heeft Nederland meer economische betrekkingen dan met het andere. Soms zijn die relaties er al eeuwenlang, denk aan Zuid-Afrika, met andere landen zijn die betrekkingen nog jong. De Afrika-strategie van VNO-NCW en MKB-Nederland richt zich op 15 Afrikaanse landen: Algerije, Egypte, Ethiopië, Ghana, Ivoorkust, Kenia, Marokko, Mozambique, Nigeria, Oeganda, Rwanda, Senegal, Tanzania, Tunesië en Zuid-Afrika (VNO-NCW en MKB-Nederland, 2019). In deze monitor richt de analyse zich dan ook waar mogelijk op deze 15 focuslanden, soms in het bredere perspectief van het hele continent en soms ten opzichte van de Afrikaanse LDC’s. Tezamen exporteerden de 15 focuslanden in 2019 zo’n 283 miljard euro aan goederen, ruim twee derde van de totale Afrikaanse goederenexport; ze importeerden 393 miljard euro aan goederen, driekwart van de totale Afrikaanse goederenimport (UNCTAD, 2020a); per land verschilt de export en import sterk, zie bovenstaande figuur. De top-3 exporteurs in 2019 bestond uit Zuid-Afrika (80 miljard euro), Nigeria (56 miljard euro) en Algerije (32 miljard euro); de top-3 importeurs waren Zuid-Afrika (96 miljard euro), Egypte (63 miljard euro) en Nigeria (49 miljard euro). Van de focuslanden hebben tien van de vijftien een bbp per hoofd van de bevolking tussen de duizend en 5,4 duizend euro, zie bovenstaande figuur.

In deze Internationaliseringsmonitor komen verschillende aspecten van de economische relatie tussen Nederland en Afrika aan bod.

Hoofdstuk 1 brengt allereerst de goederenhandel met Afrika in kaart. Daarbij wordt inzichtelijk gemaakt hoeveel er met Afrika en de 15 focuslanden in het bijzonder wordt gehandeld en welk type goederen het betreft. Daarbij wordt ook ingegaan op de vraag hoe belangrijk Nederland is als leverancier en als afnemer van Afrikaanse goederen voor deze 15 focuslanden. In hoofdstuk 1 wordt eveneens aandacht besteed aan de belangrijkste import- en exportgoederen. Deze worden in het perspectief geplaatst van de totale handel in die goederen. Bijkomend wordt er gefocust op de Nederlandse goederenhandel met Afrikaanse Least Developed Countries en welke goederen met deze landen worden verhandeld. In een aparte paragraaf wordt kort ingegaan op de dienstenhandel met Afrika.

De goederenimport uit Afrika kan preferentieel ingevoerd worden, gebaseerd op unilaterale- en bilaterale handelsverdragen. Dergelijke handelsverdragen zijn er om de handel te vergemakkelijken en invoertarieven te verlagen of verwijderen. In hoofdstuk 2 wordt onder andere bekeken hoeveel gebruik gemaakt wordt van deze verdragen, wat in 2019 de gemiddelde importtarieven per land waren, en hoeveel daarbij extra is betaald aan importheffingen door geen gebruik te maken van deze handelsverdragen.

Vanuit Afrikaans perspectief is Nederland een relatief belangrijke handelspartner en investeerder. Directe investeringen vinden plaats wanneer een bedrijf in een ander land een bedrijf opricht of een lokaal bedrijf overneemt. Door in het buitenland te investeren kunnen bedrijven de productieschaal vergroten, profiteren van goedkopere lokale productiefactoren alsook besparen op transportkosten naar de buitenlandse markten. Voor ontvangende landen leveren directe investeringen kennis, maar ook werkgelegenheid op. Hoofdstuk 3 belicht de trends in de inkomende en uitgaande directe investeringen voor Afrika. Daarbij wordt ingezoomd op de kenmerken van Nederlandse bedrijven met een deelneming in Afrika en bedrijven in Nederland onder Afrikaanse zeggenschap. Aan de hand van spreidingsdiagrammen wordt de samenhang tussen Nederlandse directe investeringen en enerzijds de economiegrootte (gemeten in bbp en bbp per hoofd van de bevolking) en anderzijds de handel (gemeten in goederenexport en –import) voor Afrikaanse landen getoond.

Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op de Nederlandse bedrijvenpopulatie die met Afrika in goederen handelt. Vragen die beantwoord worden in het hoofdstuk zijn onder andere hoe die populatie zich de afgelopen jaren ontwikkelde, in hoeverre het gaat om grote dan wel kleine bedrijven, in welke (Nederlandse) sector ze actief zijn en of ze zowel goederen exporteren als importeren, of alleen één van beide. Daarnaast wordt onderzocht of bedrijven zich specialiseren in de handel met Afrika, of naast Afrika ook met andere landen handelen. Verder komt aan bod of bedrijven die met Afrika handelen qua omvang en sector verschillen ten opzichte van bedrijven die handelen met partners uit de EU, Amerika of Azië.

Met de export en import vanuit Nederland naar Afrika en andersom is het ook de vraag in hoeverre ze verweven zijn in internationale productieketens. Het is daarbij de vraag wat Nederland aan de directe export naar Afrika verdient, welk gedeelte van het bbp samenhangt met de export van goederen en diensten naar Afrika, bij welke Nederlandse bedrijfstakken die exportverdiensten neerslag hebben en hoeveel werkgelegenheid samenhangt met de export naar Afrika. Hoofdstuk 5 gaat dieper in op al deze vragen.

Literatuur

Open literatuurlijst

Literatuur

BHOS (2018). Beleidsnota Investeren in Perspectief. Den Haag.

BTI Transformation Index (2020). BTI 2020 Scores. [Dataset]. Geraadpleegd op 22 januari 2021.

CBS (2021). Economie krimpt met 0,1 procent in vierde kwartaal 2020. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Europese Commissie (2020). Joint communication to the European Parliament and the Council – Towards a comprehensive Strategy with Africa. JOIN(2020) 4 final. Brussel, België: Europese Commissie.

IMF (2021). Real GDP growth: Annual percent change. [Dataset]. Geraadpleegd op 3 februari 2021.

ITC (2017). SME competitiveness outlook – The region: a door to global trade. Genève, Zwitserland. International Trade Centre.

Lamote, S. (2021). Gigantische Afrikaanse vrijhandelszone officieel van start. De Tijd.

OESO (2020). COVID-19 in Africa: Regional socio-economic implications and policy priorities. Tackling Coronavirus (COVID-19) Contributing to a Global Effort. Parijs, Frankrijk; OESO.

UNCTAD (2019a). Selected sustainable development trends in the least developed countries – 2019. Genève, Zwitserland: United Nations Conference on Trade and Development.

UNCTAD (2019b). The Least Developed Countries Report 2019: The present and future of external development finance – old dependence, new challenges. Genève, Zwitserland: United Nations Conference on Trade and Development.

UNCTAD (2020a). UNCTADstat. [Dataset]. Geraadpleegd op 19 januari 2021.

UNCTAD (2020b). Investment flows in Africa set to drop 25% to 40% in 2020. Genève: United Nations Conference on Trade and Development. Genève, Zwitserland: United Nations Conference on Trade and Development.

VNO-NCW en MKB-Nederland (2019). Afrika Strategie Nederlands bedrijfsleven. Den Haag; VNO-NCW en MKB-Nederland.

Vos, C. & Čengić, M. (2020). De vuile strijd om de metalen van de toekomst.

WTO (2012). Africa should trade more with Africa to secure future growth. Speech by DDG Rugwabiza. Wereldhandelsorganisatie. Genève, Zwitserland; World Trade Organization.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

niets (blanco) een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
0 (0,0) het cijfer is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
* voorlopige cijfers
** nader voorlopige cijfers
- (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
2016–2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/’17 oogstjaar, boekjaar, schooljaar, enz. beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2004/’05-2016/’17 oogstjaar enz., 2004/’05 tot en met 2016/’17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

Sarah Creemers

Dennis Cremers

Hans Draper

Loe Franssen

Marjolijn Jaarsma

Alex Lammertsma

Tim Peeters

Janneke Rooyakkers

Redactie

Sarah Creemers

Marjolijn Jaarsma

Alex Lammertsma

Janneke Rooyakkers

Eindredactie

Sarah Creemers

Marjolijn Jaarsma

Dankwoord

We danken de volgende collega’s voor hun constructieve bijdrage aan deze editie van de Internationaliseringsmonitor:

Deirdre Bosch

Richard Jollie

Irene van Kuik

Tom Notten

Roos Smit

Sandra Vasconcellos

Gabriëlle de Vet

Karolien van Wijk

Khee Fung Wong