Welk deel van de Nederlandse handel met Canada vindt onder de CETA-voorwaarden plaats?

Foto omschrijving: Canadees politicus Justin Trudeau en Pools politicus Donald Tusk

CETA: Een lichtpuntje in een wereld van toenemend protectionisme?

Auteurs: Loe Franssen, Janneke Rooyakkers

Wereldwijd voeren landen in toenemende mate een protectionistisch handelsbeleid, met hogere invoertarieven en steeds meer niet-tarifaire maatregelen. Om goederen toch zo onbelemmerd mogelijk de grenzen te laten passeren, sluiten landen vrijhandels­verdragen af. De verdragen verlagen onder andere de handelskosten en stimuleren daarmee de in- en uitvoer tussen de deelnemende landen. Het CETA-verdrag tussen Canada en de EU is hiervan een voorbeeld: sinds medio 2017 is de goederenhandel tussen de EU en Canada nagenoeg tariefvrij. Wat merken we hiervan in Nederland? Weten bedrijven gebruik te maken van dit vrijhandelsverdrag? En wat bepaalt of bedrijven hier gebruik van maken? Dit hoofdstuk beschrijft de ontwikkelingen in de goederenhandel met Canada en in hoeverre bedrijven gebruikmaken van het handelsverdrag. Voor de invoer wordt gebruik gemaakt van Nederlandse CBS data, de beschrijving van de uitvoer is deels gebaseerd op data van Statistics Canada.

5.1Inleiding

Om de internationale handel in goederen te stimuleren, werden de afgelopen decennia onder leiding van de Wereldhandelsorganisatie de handelstarieven wereldwijd verlaagd. Uit de voorgaande hoofdstukken in deze monitor blijkt echter dat verschillende landen en regio’s hun importtarieven de afgelopen jaren juist weer verhoogden. Bovendien heffen landen steeds meer beleidsmaatregelen voor inkomende goederen. Ze stellen eisen als prijscontroles en quota, of voorwaarden op het gebied van gezondheid, arbeid of milieubescherming, zogenaamde niet-tarifaire maatregelen. Deze protectionistische maatregelen belemmeren de wereldhandel, wat voor Nederland als handelsland nadelige gevolgen met zich mee kan brengen.

Nederland is erg afhankelijk van de import en export van goederen en diensten; de internationale handel is goed voor één derde van het bbp en van de totale werkgelegenheid in Nederland (Aerts et al., 2020). De goederenexport alleen is al goed voor 20 procent van het Nederlandse bbp. Het is voor Nederland dan ook van belang dat goederen zonder al te veel belemmeringen de grenzen kunnen passeren. Een veelgebruikt instrument hiervoor is een vrijhandelsverdrag. Met handelsverdragen tussen landen of regio’s proberen landen de toegang tot elkaars markt te vereenvoudigen. Ze verlagen hierbij de tarieven en reguleren niet-tarifaire maatregelen om investeringen en handel in goederen en diensten te stimuleren. Nederland (via de EU) heeft verschillende handelsverdragen in werking, die variëren in mate van diepte; dat wil zeggen het detailniveau waarop deze verdragen van toepassing zijn. In Franssen et al. (2019) wordt de aanwezigheid en diepte van handelsverdragen met Nederland beschreven.

Preferentiële handelsverdragen

Economen zijn het erover eens dat vrije handel voor de welvaart beter is dan protectionisme (Rodrik, 2018). Onderzoekers en beleidsmakers zijn er dan ook lang vanuit gegaan dat (preferentiële) handelsverdragen sowieso de welvaart verhogen: er worden tarieven verlaagd en landen kunnen daardoor optimaal gebruikmaken van elkaars comparatieve voordeel. Viner (1950) heeft als eerste laten zien dat handelsverdragen de welvaart niet per definitie verhogen. Een vrijhandelsverdrag kan meer handel opleveren (trade creation) wanneer de relatief dure binnenlandse productie vervangen wordt door goedkopere import van het partnerland in het handelsverdrag (import concurrentie). De handel kan ook minder efficiënt worden (trade diversion), wanneer de import naar het partnerland verlegd wordt omdat daar geen tarieven meer op zitten, terwijl onder gelijke tarieven de producten goedkoper uit een derde land geïmporteerd zouden kunnen worden. Het resultaat van een handelsverdrag is dan de verhouding tussen deze twee effecten.

Dat de handels- en investeringsstromen toenemen onder invloed van een preferentieel (diep) handelsverdrag is inmiddels ook wel bewezen (Baier & Bergstrand, 2007; Dür et al., 2014); het effect van een verdrag op de welvaart is nog niet duidelijk (Baccini, 2019). De samenleving wordt namelijk niet evenredig geraakt door de gevolgen van een vrijhandelsverdrag; bepaalde producten kunnen goedkoper worden voor consumenten en producenten, maar er kunnen ook banen verloren gaan door de vervanging van binnenlandse productie door import. Bedrijven in landen met een economie als de Nederlandse proberen zich te beschermen tegen deze importconcurrentie door zich te specialiseren in kwalitatief hoogwaardige goederen, waarvan de productie relatief veel niet-routinematige vaardigheden vereist. Uit onderzoek naar importconcurrentie in Nederland blijkt dan ook dat toenemende importconcurrentie de stijgende relatieve vraag naar analytische vaardigheden versterkt (Smits et al., 2018). Naast het mogelijke effect op banen, kunnen de niet-tarifaire maatregelen in een vrijhandelsverdrag impact hebben op zaken die minder goed te kwantificeren zijn, zoals gezondheids- en veiligheidsstandaarden, milieu en arbeidsomstandigheden (Rodrik, 2018). Bovendien wordt betoogd dat bilaterale handelsakkoorden het opheffen van handelsbelemmeringen op multilaterale schaal ondermijnen, waardoor het effect wereldwijd gezien negatief is (Bhagwati, 2008; Krishna, 2013).

Nederlands-Canadese handelsrelatie

Het Comprehensive Economic and Trade Agreement (CETA) is zo’n bilateraal handelsverdrag, overeengekomen tussen Canada en de lidstaten van de EU, waaronder dus Nederland. In 2019 importeerde Nederland voor iets meer dan 2 miljard euro aan goederen uit Canada; onze export naar Canada bedroeg met 4,3 miljard meer dan het dubbele. CETA maakt het mogelijk dat het overgrote deel van deze goederen de grenzen kan passeren zonder dat bedrijven hierover invoerrechten hoeven te betalen.

Dit hoofdstuk behandelt de goederenhandel die onder de CETA voorwaarden plaatsvindt of zou kunnen plaatsvinden. Het handelsonderdeel van het verdrag is inmiddels al meer dan 3 jaar in werking en tot nu toe is er nog weinig inzicht in welk deel van de Nederlands-Canadese handel CETA beslaat en welke bedrijven hiermee te maken hebben.

Specifiek behandelt dit hoofdstuk de volgende vragen:

  1. Hoe heeft de goederenhandel met Canada zich de afgelopen jaren ontwikkeld?
  2. Welk deel van de handel vindt plaats onder de voorwaarden van CETA?
  3. Wat bepaalt of bedrijven gebruikmaken van handelsverdragen?

Leeswijzer

In paragraaf 5.2 wordt beschreven hoe CETA werkt en wanneer producten in aanmerking komen voor tariefverlagingen conform het CETA-verdrag. Vervolgens wordt in paragraaf 5.3 bekeken hoe groot deze tariefverlagingen zijn. Daarna komt in paragraaf 5.4 aan bod hoeveel gebruik gemaakt wordt van het verdrag door een analyse van de goederenimport uit Canada. In paragraaf 5.5 staat centraal hoe de goederenexport naar Canada zich de afgelopen jaren ontwikkeld heeft onder invloed van CETA, en wordt CETA-gebruik geanalyseerd op basis van data van Statistics Canada. Uiteindelijk wordt het hoofdstuk in paragraaf 5.6 samengevat.

49 miljoen euro importtarieven is dankzij CETA tot en met 2019 bespaard. Een additionele 30 miljoen had ook nog voorkomen kunnen worden
<1% was in 2019 het gemiddelde tarief van de import uit Canada

5.2Wat is CETA en hoe werkt het?

In handelsverdragen maakt de EU namens de lidstaten afspraken over de handel in goederen en diensten en over investeringen met landen buiten de Unie. Daarin kunnen afspraken gemaakt worden over tariefverlagingen, productstandaarden, arbeidsnormen, milieueisen, intellectueel eigendom en investeringsbescherming. Ook CETA, het handelsakkoord met Canada, is zo’n diep handelsverdrag, waarin de EU en Canada samen regels hebben vastgelegd die bilaterale handel en investeringen eenvoudiger en goedkoper maken. Er worden daarbij niet alleen tariefafspraken gemaakt voor ‘aan de grens’, maar met de niet-tarifaire maatregelen heeft het verdrag ook invloed ‘achter de grens’.

De onderhandelingen voor een vrijhandelsakkoord tussen Canada en de EU startten in 2009, waarna het in 2016 ondertekend werd door beide partijen. Het verdrag ligt nu ter ratificatie bij de lidstaten van de EU, maar het onderdeel dat de handel reguleert, wordt al voorlopig toegepast sinds 21 september 2017. Op het moment van schrijven is het verdrag nog niet goedgekeurd door het Nederlandse parlement; er is namelijk vanuit verschillende hoeken kritiek op het verdrag. Bepaalde aspecten van het verdrag en de werking ervan worden ter discussie gesteld door boeren- en milieuorganisaties en anti-globaliseringsorganisaties. Er is vooral veel kritiek op het investeringshof (ICS). Het investeringshof is een mechanisme dat buitenlandse investeringen moet beschermen en waarbij bedrijven regeringen aan kunnen klagen als overheidsbeslissingen hun investeringen ondermijnen; het is tot de ratificatie door de lidstaten nog niet van kracht.

Handel onder CETA

In de handelsprovisie van CETA, dat al sinds 21 september 2017 van kracht is, is afgesproken dat meer dan 98 procent van de bestaande importheffingen uiteindelijk afgeschaft wordt (Rijksoverheid, 2020). Deze douanerechten werden bij de voorlopige ingang van het verdrag afgeschaft, of worden dat stapsgewijs in de daaropvolgende periode. Daarnaast zijn er tariefquota op verschillende producten ingesteld die juist stapsgewijs verhoogd worden zodat de sectoren de tijd hebben om zich aan te passen aan de veranderende marktsituatie.

Hoe zorgen bedrijven ervoor dat ze handelen onder CETA, en dus profiteren van de tariefverlagingen op de verhandelde goederen? Ten eerste moeten de goederen daadwerkelijk in Canada of de EU gemaakt zijn, of er voldoende bewerkt zijn, dit zijn de preferentiële oorsprongsregels. Anders zouden, in het geval van import door de EU, Europese bedrijven goederen vanuit een derde land via Canada naar de EU importeren om gebruik te kunnen maken van de verminderde tarieven. Bij de douane-aangifte moeten er vervolgens certificaten aangeleverd worden die de oorsprong van het product bewijzen. Het aantonen van de oorsprong van de goederen is een relatief kostbare en bureaucratische procedure, vooral voor producten die door fragmentatie van het productieproces in verschillende landen tot stand komen.

5.3Waarop is CETA van toepassing?

Onder invloed van CETA wordt tussen de EU en Canada uiteindelijk meer dan 98 procent van de wederzijdse importheffingen afgeschaft (Rijksoverheid, 2020). Er zijn dus ook enkele goederen waar de tarieven op van toepassing blijven of waarvan de tarieven wel afnemen maar niet volledig verwijderd worden. Deze uitzonderingen zijn door Canada of de Europese lidstaten bedongen op de voor hen gevoelige sectoren: zo blijven eieren en pluimveevlees uitgesloten van CETA, en rund- en varkensvlees is maar tariefvrij tot een bepaalde ingevoerde hoeveelheid, hun respectievelijke quota. De uitzonderingen gelden voor zowel Canada als de EU.

Het handelsverdrag tussen Canada en de EU is niet de enige oorzaak dat landen met elkaar kunnen handelen zonder invoertarieven te betalen. Zo hebben leden van de Wereldhandelsorganisatie afgesproken geen tarieven te heffen op de import van bepaalde producten van andere leden; zie Franssen et al. (2019) voor een uiteenzetting over de verschillende typen handelstarieven. De Most-Favoured Nation (MFN) tarieven zijn de afgelopen decennia behoorlijk afgenomen; in 2015 was zo’n 42 procent van de totale wereldwijde handel tariefvrij onder MFN-voorwaarden (Richtering & Verbeet, 2020). Dit is ook terug te zien in de bilaterale handel tussen Nederland en Canada; voor 53 procent van de import uit Canada in 2019 hoefden Nederlandse importeurs al geen importheffingen te betalen omdat het MFN-tarief van de EU 0 procent was.

Afname gemiddelde importtarieven op goederen uit Canada

In figuur 5.3.1 staan de ongewogen en gewogen gemiddelde tarieven op de invoer uit Canada van respectievelijk alle bestaande producten en van de Nederlandse importportefeuille. Bij het gemiddelde ongewogen tarief telt elke productsoort één keer mee in de weging waardoor er dus geen rekening gehouden wordt met hoe vaak of hoeveel er van een product geïmporteerd wordt. De afname van het gemiddelde tarief in 2017 dat ook doorzet in 2018, duidt op de invloed van CETA. In 2019 neemt het gemiddelde tarief wel weer licht toe. Bij de gemiddelde gewogen tarieven wordt er rekening gehouden met de samenstelling van producten die Nederland uit Canada importeert, waarbij de importwaarde gewogen wordt. Dan blijkt dat voor Nederland het gemiddelde tarief nog veel harder is gedaald: in 2018 en 2019 is het nagenoeg nul. Er worden dus relatief veel goederen uit Canada geïmporteerd waar geen tarief meer op van toepassing is.

5.3.1 Ongewogen en gewogen gemiddelde tarief voor import uit Canada (%)
Jaar Gemiddeld ongewogen tarief Gemiddeld gewogen tarief
2015 4,08 2,95
2016 4,18 3,08
2017 3,06 2,11
2018 0,34 0,07
2019 0,58 0,07

5.4Wat betekent CETA voor Nederlandse import uit Canada?

Uit de vorige paragraaf blijkt dat de importtarieven op goederen uit Canada de afgelopen jaren gemiddeld genomen verder zijn verlaagd. Daarnaast weten we dat het CETA-verdrag niet alleen goederentarieven verlaagt, maar ook bijvoorbeeld gezondheids- en technische standaarden reguleert en harmoniseert, wat de goederenhandel ook verder kan stimuleren. Hoe ontwikkelde de goederenimport uit Canada zich de afgelopen jaren? In figuur 5.4.1 zien we de goedereninvoer uit Canada sinds 2015. De goederenimport in 2016 was relatief laag, wat samengaat met een dip in de gehele wereld- en Nederlandse handel (WTO, 2017). In 2017 nam de goederenimport weer toe met 5 procent, vooral in 2018 (+13 procent) en 2019 (+18 procent) groeide de invoer uit Canada fors.

5.4.1 Goederenimport uit Canada (mld euro)
Jaar Goedereninvoer
2015 1,587
2016 1,433
2017 1,502
2018 1,703
2019 2,008

Er worden dus meer goederen ingevoerd, maar wie zijn hiervoor verantwoordelijk? Voeren bestaande importeurs steeds vaker in, of is het aantal importerende bedrijven ook toegenomen? Als we alleen kijken naar de import die het CBS kan koppelen aan individuele bedrijven, blijkt uit figuur 5.4.2 dat het aantal importerende bedrijven de afgelopen jaren toenam. Het aantal bedrijven dat importeert uit Canada nam de afgelopen jaren toe naar meer dan 5 duizend in 2019. Voor circa 40 procent van de importwaarde uit Canada is het niet mogelijk om het achterliggende bedrijf te identificeren: het bedrijf is dan niet in Nederland gevestigd met een fabriek of kantoor, of de douane-aangifte is door het bedrijf via een douane-aangiftepunt gedaan.

5.4.2 Aantal uit Canada importerende bedrijven
Jaar Invoer aantal bedrijven
2015 4264
2016 4513
2017 4977
2018 5114
2019 5280

Wat voor soort producten worden uit Canada geïmporteerd? Figuur 5.4.3 laat zien dat in 2019 de meeste importwaarde – met bijna een half miljard euro – bestond uit machines en vervoermaterieel. Daarnaast importeerde Nederland voor bijna 400 miljoen euro aan minerale brandstoffen, en circa 300 miljoen euro aan diverse fabricaten. Bij gefabriceerde goederen kunnen we denken aan meubels, kleding en meetinstrumenten. Deze drie goederengroepen zijn ook de drie groepen die Nederland wereldwijd het meest importeerde in 2019. De MFN-tarieven variëren per goederensoort: machines en vervoermaterieel kennen relatief lage invoerheffingen, het gemiddelde MFN-tarief op de in 2019 ingevoerde producten van die goederensoort uit Canada was 1,7 procent. Voor de minerale brandstoffen was dat 2,4 procent en voor de diverse fabricaten 5,4 procent. Voor importeurs van producten als textiel, kleding en meubels loont het dus relatief meer om onder CETA te importeren dan voor importeurs van producten waarvoor wereldwijd al lage tarieven gelden.

5.4.3 Import uit Canada naar goederensoort, 2019 (mln euro)
Goederengroep Invoerwaarde
Machines en
vervoermaterieel
480
Minerale
brandstoffen
396
Diverse gefabriceerde
goederen
301
Grondstoffen 261
Fabricaten 238
Chemische producten 197
Voeding en
levende dieren
126
Oliën en vetten 6
Dranken en tabak 4
Overig 0

Gebruik van preferenties

Het hebben van een handelsakkoord leidt niet per se tot het gebruik ervan door exporteurs en importeurs. Bedrijven besluiten zelf of ze gebruikmaken van preferentiële tarieven; importerende bedrijven moeten handel onder preferentieel tarief actief aanvragen via de douane. De bewijslast om aan te tonen waar het product (grotendeels) geproduceerd is, ligt echter bij het exporterende bedrijf (Hayakawa, 2015). Uit onderzoek blijkt dat veel Nederlandse bedrijven informatie over handelsakkoorden vaak moeilijk kunnen vinden of dat deze zelfs ontbreekt, en dat de regels om gebruik te maken van tariefverlaging complex zijn. De oorsprongsregels zijn ingewikkeld en het gebruik hiervan brengt extra kosten met zich mee voor de handelaren; vooral het mkb ervaart dit als aanzienlijke kosten (Ecorys, 2018). Bovendien zijn productieprocessen in toenemende mate gefragmenteerd, waardoor de oorsprong niet eenvoudig vast te stellen is. Verschillen tussen het preferentiële tarief en het reguliere tarief kunnen daarnaast zo klein zijn, dat de opbrengsten niet opwegen tegen de administratieve lasten en onderzoekskosten van het gebruik van tariefpreferenties. Onwetendheid, bijkomende kosten en hoge administratieve lasten zijn voor bedrijven redenen om geen gebruik te maken van de handelsverdragen die in Nederland van kracht zijn (Dijkstra et al., 2018).

Toepassing van handelstarieven bij invoer

De goederen van buiten de Europese Unie die Nederland binnenkomen, gaan eerst langs de douane. Daar wordt bekeken wat voor goederen het zijn en waar de goederen vandaan komen. Op basis hiervan kan worden bepaald onder welke voorwaarden de goederen Nederland binnen mogen komen. Wanneer er volgens afspraken van de Wereldhandelsorganisatie geen tarief of quotum op de goederensoort zit, worden deze automatisch onder Most-Favoured Nation (MFN) voorwaarden binnengebracht. Als er nog een tarief op zit voor derde landen, wordt er gekeken of er preferentiële regelingen zijn waaronder de goederen kunnen vallen, zoals het vrijhandelsverdrag CETA. Wanneer dit het geval is, is het voor de douane van belang dat de herkomst van het product kan worden aangetoond met certificaten van oorsprong. Pas dan kan het product onder preferentiële voorwaarden binnengebracht worden, en betaalt het importerende bedrijf minder of helemaal geen importtarieven. In figuur 5.4.4 is de totale importwaarde uit Canada verdeeld naar preferentiegebruik, zoals hier beschreven.

Een belangrijk cijfer dat samenvat hoe veel gebruik er wordt gemaakt van preferentiële handelsverdragen, is de preference utilisation rate (PUR), ofwel het gebruiksaandeel van het vrijhandelsverdrag. Hierbij kijkt men naar de goederenwaarde waarbij het MFN-tarief meer dan 0 procent is, en dat onder CETA voorwaarden valt. Het aandeel hiervan dat ook effectief onder CETA ingevoerd wordt, is de PUR.

De meeste analyses naar preferentiegebruik zijn met geaggregeerde handelsdata gedaan. Hierdoor is op bedrijfsniveau nog weinig bekend. Voor de analyse van het gebruik van CETA door Nederlandse handelaars wordt Nederlandse importdata op bedrijfsniveau en Canadese exportdata op productniveau geanalyseerd. Hier enkel voor beschrijvende analyse, in de toekomst kan deze data wellicht ook voor econometrisch onderzoek gebruikt worden.

Uit figuur 5.4.4 blijkt dat 53 procent van de invoerwaarde uit Canada in 2019 – onder MFN-voorwaarden – al tariefvrij ons land binnen kon komen. Een klein deel hiervan valt wel onder CETA, maar deze import heeft het verdrag in principe niet nodig om Nederland binnen te komen zonder invoerrechten te betalen. Voor circa 46 procent van de totale importwaarde uit Canada moesten Nederlandse bedrijven in 2019 nog wel invoerrechten betalen: er zit een tarief op voor derde landen (MFN-tarief). CETA heft voor een groot deel die tarieven op, waardoor in 2019 40 procent van de totale waarde zonder invoerheffingen ingevoerd had kunnen worden, als bedrijven gebruik hadden gemaakt van het handelsverdrag. Figuur 5.4.4 laat zien dat dat maar voor 24 procent van de invoerwaarde gebeurde. Op bijna 16 procent van de totale invoerwaarde uit Canada waar in 2019 nog een invoerheffing op werd betaald, was dat dus niet nodig.

5.4.4 V e r d e l i n g i m p o rt w a a r d e u i t C a n a d a n a ar p r e f e r e n t i e g e b rui k , 2019 MFN = 0%: 53% 1,1 m l d e u r o V a l t onder CE T A : 7% 138 m l n e u r o Gebruik v an CE T A : 1% 23 m l n e u r o Geen gebruik v an CE T A : 6% 116 m l n e u r o Gebruik v an CE T A : 2 4% 477 m l n e u r o Geen gebruik v an CE T A : 16% 319 m l n e u r o V a l t onder CE T A : 40% 796 m l n e u r o V a l t niet onder CE T A : 7% 134 m l n e u r o MFN > 0%: 46% 931 m l n e u r o T o t a l e i n v oer u i t C a n a d a V a l t niet onder CE T A : 46% 927 m l n e u r o

Van alle importwaarde uit Canada waar een tarief op zit voor derde landen (46 procent van de totale import), komt 86 procent in aanmerking voor een verlaagd of verwijderd tarief onder het CETA handelsverdrag. Van deze 86 procent wordt voor meer dan de helft, 60 procent van de waarde, daadwerkelijk CETA toegepast.noot1 Dat is de preference utilisation rate (PUR) ofwel het gebruiksaandeel van CETA; de mate waarin importerende bedrijven daadwerkelijk gebruikmaken van preferentiële importtarieven. De PUR op de invoer uit Canada neemt al sinds de ingang van CETA toe, zie figuur 5.4.5 voor het gebruiksaandeel per maand. De laatste maanden van 2017 (sinds het ingaan van CETA op 21 september 2017) was de PUR gemiddeld 31 procent; in heel 2018 was die 50 procent en in 2019 dus al 60 procent. Dit effect zagen Lukaszuk & Legge (2019) ook in hun studie met Zwitserse data: na het ingaan van een vrijhandelsverdrag stijgt de PUR hard, om na enkele jaren te stabiliseren. De stabilisatie voor het gebruik van CETA is hier nog niet zichtbaar.

5.4.5 Gebruiksaandeel CETA in de Nederlandse import uit Canada (%)
Maand Gebruiksaandeel CETA
sep-17 13
okt-17 30
nov-17 37
dec-17 42
jan-18 29
feb-18 65
mrt-18 51
apr-18 56
mei-18 44
jun-18 37
jul-18 45
aug-18 57
sep-18 57
okt-18 60
nov-18 51
dec-18 51
jan-19 63
feb-19 50
mrt-19 70
apr-19 63
mei-19 64
jun-19 58
jul-19 62
aug-19 61
sep-19 67
okt-19 47
nov-19 52
dec-19 58
60% van de importwaarde uit Canada die onder CETA ingevoerd mocht worden, kwam in 2019 ook daadwerkelijk onder CETA binnen

Tariefkosten voor import uit Canada

De meeste tarieven worden berekend als percentage van de invoerwaarde. Voor deze maatregelen zijn de totale kosten dan ook makkelijk te berekenen. In figuur 5.4.6 zijn de totale kosten van de import uit Canada per kwartaal zichtbaar, zoals deze daadwerkelijk zijn afgedragen aan de Nederlandse douane. Deze blauwe lijn laat een afname zien, van circa 6,5 miljoen euro voor het eerste kwartaal van 2016 naar zo’n 3,5 miljoen euro in het eerste kwartaal van 2019. Echter, zoals al bleek uit figuur 5.4.4 wordt er over een deel van de invoer uit Canada nog steeds invoerheffingen betaald terwijl deze invoer vanaf eind september 2017 onder preferentiële (CETA)-voorwaarden had kunnen worden ingevoerd. De groene lijn in figuur 5.4.6 laat zien dat als deze invoer wel onder CETA was ingevoerd, de totale tarief­kosten sinds september 2017 flink lager zouden zijn uitgevallen. Dan hadden Nederlandse importeurs in totaal maar gemiddeld een half miljoen per kwartaal afgedragen. Kortom, over een beperkt deel (16 procent) van de Nederlandse invoer uit Canada die onder CETA ingevoerd had kunnen worden, werden toch invoerrechten betaald die voor behoorlijke kosten zorgen voor de importeurs in Nederland. Echter laat de lichtblauwe lijn in figuur 5.4.6 ook zien dat Nederlandse importeurs zonder CETA-gebruik zo’n 10 miljoen euro per kwartaal aan invoerkosten kwijt waren geweest, als zij dezelfde producten en hoeveelheden in zouden blijven voeren.

5.4.6 Tariefkosten van de invoer uit Canada, daadwerkelijke kosten, volledig onder CETA en volledig zonder CETA, 2015-2019 (mln euro)
Jaar Kwartaal Tariefkosten zonder CETA Daadwerkelijk afgedragen tariefkosten Tariefkosten volledig onder CETA
2015 1e kwartaal, 2015 6,05 . .
2015 2e kwartaal, 2015 6,79 . .
2015 3e kwartaal, 2015 7,43 . .
2015 4e kwartaal, 2015 6,08 . .
2016 1e kwartaal, 2016 6,43 . .
2016 2e kwartaal, 2016 5,96 . .
2016 3e kwartaal, 2016 7,25 . .
2016 4e kwartaal, 2016 6,28 . .
2017 1e kwartaal, 2017 7,42 . .
2017 2e kwartaal, 2017 7,37 7,37 7,37
2017 3e kwartaal, 2017 7,47 7,01 5,08
2017 4e kwartaal, 2017 7,83 4,39 0,72
2018 1e kwartaal, 2018 8,29 3,77 0,57
2018 2e kwartaal, 2018 7,97 3,79 0,89
2018 3e kwartaal, 2018 9,19 4,12 0,86
2018 4e kwartaal, 2018 10,82 4,81 0,80
2019 1e kwartaal, 2019 10,53 3,67 0,43
2019 2e kwartaal, 2019 8,96 2,84 0,55
2019 3e kwartaal, 2019 10,13 3,34 0,88
2019 4e kwartaal, 2019 9,45 3,86 0,60

Determinanten van preferentiegebruik

In de literatuur worden verschillende factoren aangewezen die een rol spelen in het gebruik van handelsverdragen. Onder onderzoekers en beleidsmakers wordt algemeen aangenomen dat de preferentiële marge voor het individuele bedrijf daarbij een grote rol speelt. De preferentiële marge is het verschil tussen het MFN-tarief en het preferentieel tarief; uit onderzoek blijkt er een positief verband te bestaan tussen de grootte van de preferentiële marge en het gebruik van handelsverdragen (Hayakawa et al., 2014; Keck & Lendle, 2012). Daarnaast speelt het volume van de handel ook een rol: bij een grote handelswaarde loont het voor een bedrijf meer de moeite om aan de administratieve- en onderzoekskosten te voldoen, ook al is de preferentiële marge relatief laag (Hayakawa, 2013). De vraag hierbij is hoeveel van deze kosten vast zijn, en hoeveel variabel. Verondersteld wordt dat hoe hoger de vaste kosten zijn, hoe duurder dat voor mkb-bedrijven is omdat zij minder frequent handelen en waarde daarvan lager is (Voncken & Cremers, 2018). Hieraan gerelateerd is de veronderstelling dat ervaring een rol speelt: wanneer een bedrijf eenmaal preferentiële tarieven gebruikt en de administratieve procedures begrijpt, is het gebruik van handelsverdragen hierna ook hoger (Kasteng & Tingvall, 2019).

Volume-effect bij CETA

Figuur 5.4.7 laat per kwartaal de aandelen van geïmporteerde waarden en hoeveelhedennoot2 onder preferentieel tarief (CETA) in het totaal zien. Hierbij is geselecteerd op de import die geschikt is voor CETA-gebruik: onder MFN-voorwaarden geldt er een tarief, en het valt onder het CETA-verdrag. Het aandeel import onder CETA ligt structureel hoger bij de waarde dan bij de hoeveelheden. Na het in werking treden van CETA stijgt het aandeel van de invoerwaarde dat onder preferentieel tarief wordt ingevoerd naar circa 60 procent. Voor de geïmporteerde hoeveelheid stijgt het aandeel CETA ook, maar dat blijft onder het aandeel van de waarde: waarde lijkt een rol te spelen bij het besluit om gebruik te maken van preferenties of niet. Er is daarmee sprake van een volume-effect bij de Nederlandse import uit Canada: hoe hoger de invoerwaarde, hoe meer een bedrijf kan besparen, waardoor het de moeite loont om gebruik te maken van CETA.

5.4.7 Aandeel importwaarde en importhoeveelheid onder CETA in totale import geschikt voor CETA (%)
Kwartaal Waarde Hoeveelheid
2017Q3 12,7 22,7
2017Q4 36,7 35,4
2018Q1 47,5 38,6
2018Q2 46,3 35,9
2018Q3 53,0 37,8
2018Q4 53,8 39,8
2019Q1 62,0 42,3
2019Q2 61,7 43,4
2019Q3 63,1 42,1
2019Q4 53,0 43,6

5.5Wat betekent CETA voor Nederlandse export naar Canada?

Net zoals de import uit Canada, is ook de waarde van de Nederlandse export naar Canada de afgelopen jaren toegenomen naar een totale exportwaarde van 4,3 miljard euro in 2019, zie figuur 5.5.1. Dat is meer dan het dubbele van de invoerwaarde. Het aantal bedrijven dat naar Canada exporteert is tussen 2017 en 2019 met bijna 7 procent toegenomen naar meer dan 4 duizend bedrijven die in 2019 naar Canada exporteerden.

5.5.1 Goederenexport naar Canada (mld euro)
Jaar Goederenuitvoer
2015 2,993
2016 3,077
2017 3,380
2018 3,913
2019 4,344

In figuur 5.5.2 is de exportwaarde naar goederensoort verdeeld. Nederland voert veel minerale brandstoffen uit naar Canada, de exportwaarde van deze productgroep bedroeg in 2019 bijna 2 miljard euro. Wereldwijd maken de minerale brandstoffen zo’n 13 procent van het totale Nederlandse exportpakket uit, voor Canada is dat zelfs meer dan 40 procent. Daarnaast voerden Nederlandse bedrijven in 2019 veel aan machines en chemische producten uit naar Canada; respectievelijk voor circa 900 en 720 miljoen euro. De uitvoer naar Canada bestaat voor het grootste deel uit uitvoer van Nederlandse makelij. Alleen bij de chemische producten bestaat het grootste deel van de export uit wederuitvoer.

5.5.2 Export naar Canada naar goederensoort, 2019 (mln euro)
Goederengroep Uitvoer Nederlandse makelij Wederuitvoer
Minerale
brandstoffen
1440 376
Machines en
vervoermaterieel
630 265
Chemische producten 212 511
Diverse gefabriceerde
goederen
178 128
Fabricaten 208 29
Voeding en
levende dieren
123 34
Grondstoffen 96 7
Dranken en tabak 91 3
Overig 9 0
Oliën en vetten 2 2

Gebruik van preferenties bij export vergelijkbaar met die van de import

Bij internationale handel worden de goederen door de douane van het land waar de goederen binnenkomen verwerkt. Daar wordt dan ook de informatie verzameld over het tariefgebruik; het CBS heeft daarom alleen transactiedata over preferentiegebruik van de import. De volgende beschrijvende analyse is gebaseerd op data van Statistics Canada, het nationale statistische bureau van Canada. Deze data bevat de invoer van Nederlandse goederen door de Canadese bedrijven met informatie over het preferentiegebruik.

55% van de exportwaarde naar Canada die onder CETA ingevoerd mocht worden, kwam in 2019 ook daadwerkelijk onder CETA binnen

De Canadese goederenimport uit Nederland kon in 2019 voor maar liefst 89 procent verhandeld worden onder het MFN-principe zonder tarief. Van de overige 11 procent kon 8 procent tegen het preferentieel tarief onder CETA binnengebracht worden. Iets meer dan de helft van deze Canadese invoer uit Nederland kwam ook daadwerkelijk onder CETA binnen. In 2019 was de preference utilisation rate (PUR) van de Canadese invoer uit Nederland daarmee nagenoeg gelijk aan die van de Nederlandse import uit Canada, met een percentage van 55 procent. In 2018 was de Canadese PUR nog 47 procent, dus ook hier is sprake van een toename van CETA-gebruik onder Canadese importeurs.

5.6Samenvatting en conclusie

In tegenstelling tot het toenemende protectionisme dat we in de voorgaande hoofdstukken zagen, ligt in dit hoofdstuk de focus op de liberalisering van de wereldhandel door middel van vrijhandelsverdragen. Specifiek bespreekt dit hoofdstuk CETA, het handelsverdrag tussen Canada en de EU waarvan het handelsonderdeel sinds 2017 van kracht is. Daarnaast biedt dit hoofdstuk ook inzicht in de ontwikkeling van de Nederlands-Canadese handel.

Een deel van de handel kan onder afspraken van de Wereldhandelsorganisatie al tariefvrij binnenkomen. Voor de import uit Canada geldt dat voor iets meer dan de helft van de totale importwaarde. Voor de resterende 40 procent van de importwaarde uit Canada kunnen importeurs de goederen via CETA alsnog tariefvrij invoeren. In 2019 kwam 60 procent hiervan ook daadwerkelijk onder CETA binnen, dit is de preference utilisation rate, ofwel het gebruiksaandeel van CETA. Bij de Nederlandse export lag dit aandeel iets lager; circa 55 procent van de goederenwaarde die Canada onder CETA tariefvrij binnen kon komen, kwam ook effectief onder het handelsverdrag binnen.

Er is een aantal factoren waardoor bedrijven geen gebruikmaken van handelsverdragen. Zo brengt het gebruik ervan administratieve lasten en onderzoekskosten met zich mee en bij lage importwaarde of een laag tarief loont het niet de moeite om gebruik te maken van het handelsverdrag. Uit dit hoofdstuk blijkt ook dat het handelsvolume een rol speelt; van de geïmporteerde waarden is het aandeel CETA hoger dan van de geïmporteerde hoeveelheden. Het loont voor de importeur dus meer om van CETA gebruik te maken wanneer het importvolume hoog is.

5.7Literatuur

Open literatuurlijst

Literatuur

Aerts, N., Notten, T., Prenen, L., Rooyakkers, J. & Wong, K.F. (2020) Nederlandse verdiensten aan internationale handel. In M. Jaarsma en A. Lammertsma (Red.), Nederland Handelsland: Export, investeringen en werkgelegenheid 2020. Centraal Bureau voor de Statistiek: Den Haag/Heerlen/Bonaire.

Baccini, L. (2019). The Economics and Politics of Preferential Trade Agreements. Annual – Review of Political Science, 22, 75–92.

Baier, S. & Bergstrand, J. (2007). Do free trade agreements actually increase members’ international trade? Journal of International Economics, 71, 72–95.

Bhagwati, J. (2008). Termites in the Trading System: How Preferential Agreements Undermine Free Trade. Oxford University Press: Oxford.

Dijkstra, T., Strik, R. & Visser, S. (2018). Complexiteit ondergraaft doel handelsakkoorden. ESB: Amsterdam.

Dür, A., Baccini, L. & Elsig, M. (2014). The design of international trade agreements: Introducing a new dataset. The Review of International Organizations, 9, 353–375.

Ecorys (2018) Study on the use of Trade Agreements. Ecorys: Rotterdam.

Europese Commissie (2020). Report on the Implementation of EU Trade Agreements. COM(2020) 705. Europese Commissie: Brussel.

Franssen, L., Notten, T. & Rooyakkers, J. (2019). Handelspolitiek: barrières en verdragen. In S. Creemers & M. Jaarsma, (Red.), Internationaliseringsmonitor, vierde kwartaal: Kwaliteitseisen in handelsbeleid. Centraal Bureau voor de Statistiek: Den Haag/Heerlen/Bonaire.

Hayakawa, K. (2013). Firms’ Use of FTA Schemes in Exporting and Importing: Is There a Two-Way Relationship? In K. Hayakawa (ed.), Deepening of Corporate Global Activities in East Asia, BRC Research Report No.12, Bangkok Research Report. IDE–JETRO: Bangkok.

Hayakawa, K., Kim, H. & Lee, H. (2014). Determinants on utilization of the Korea – ASEAN free trade agreement: margin effect, scale effect, and RoO Effect. World Trade Review, 13(3), 499–515.

Hayakawa, K. (2015). Does firm size matter in exporting and using FTA schemes? The Journal of International Trade & Economic Development, 24(7), 883–905.

Kasteng, J. & Tingvall, P. (2019). Who Uses the EU’s Free Trade Agreements? A transaction-level analysis of the EU-South Korea free trade agreement. Kommerskollegium National Board of Trade Sweden: Stockholm.

Keck, A. & Lendle, A. (2012). New evidence on preference utilization. WTO Staff Working Paper, No. ERSD-2012-12. World Trade Organization: Geneva.

Krishna, P. (2013). Preferential trade agreements and the world trade system: a multilateralist view. In R. Feenstra en A. Taylor (Red.) Globalization in an Age of Crisis: Multilateral Economic cooperation in the Twenty-First Century, 131–160. University of Chicago Press: Chicago.

Lukaszuk, P. & Legge, S. (2019). Which Factors Determine the Utilization of Preferential Tariff Rates?, Beiträge zur Jahrestagung des Vereins für Socialpolitik 2019: 30 Jahre Mauerfall –‍ Demokratie und Marktwirtschaft – Session: International Trade and Trade Reforms III, No. E08‑V2, ZBW – Leibniz-Informationszentrum Wirtschaft: Kiel, Hamburg.

Richtering, J. & Verbeet, T. (2020). Preference Utilization. In Mattoo, A., Rocha, N. en Ruta, M. (Red.), Handbook of Deep Trade Agreements. The World Bank: Washington.

Rijksoverheid (2020). Wat is CETA? Geraadpleegd op 20 juli 2020.

Rodrik, D. (2018). What Do Trade Agreements Really Do? Journal of Economic Perspectives, 32(2), 73–90.

Smits, W., Vancauteren, M. & Weyns, I. (2018). Importconcurrentie en de vraag naar niet-routinematige arbeid. In M. Jaarsma & R. Voncken, (Red.), Internationaliseringsmonitor, tweede kwartaal: Werkgelegenheid. Centraal Bureau voor de Statistiek: Den Haag/Heerlen/Bonaire.

Viner, J. (1950). The Customs Union Issue. Carnegie Endowment for International Peace: New York.

Voncken, R. & Cremers, D. (2018). Welke bedrijven exporteren waarheen? In M. Jaarsma & R. Voncken, (Red.), Internationaliseringsmonitor, eerste kwartaal: De positie van Nederland. Centraal Bureau voor de Statistiek: Den Haag/Heerlen/Bonaire.

WTO (2017). World Trade Statistical Review 2017. World Trade Organization: Geneva.

Noten

Deze cijfers wijken af van de onlangs gepubliceerde cijfers van de Europese Commissie (2020). Verschillen in data en methoden spelen daarbij een rol. Zo gebruikt het CBS de importcijfers exclusief (quasi-)doorvoer en op basis van land van herkomst. Eurostat kwalificeert import op basis van land van oorsprong en neemt bovendien de doorvoer mee in haar berekeningen. Daarnaast is de exercitie van Eurostat onderhevig aan harmonisatie van de statistieken met andere landen. Voor wat betreft de tariefinformatie is niet altijd evident welk uniek tarief van toepassing is op een geïmporteerd product. Per product kunnen er verschillende regels bestaan, denk bijvoorbeeld aan overlappende preferentiële tarifaire en niet tarifaire maatregelen. Onder invloed van quota en (tijdelijke) schorsingen kan het tarief bovendien nog variëren binnen hetzelfde product.

De hoeveelheden zijn onderling niet goed te vergelijken; 1 machine kan bijvoorbeeld evenveel waarde vertegenwoordigen als 5 duizend stuks kleding. De hoeveelheden zijn daarom eerst op de 4-cijferige Gecombineerde Nomenclatuur (GN) code geaggregeerd omdat het aandeel CETA binnen de goederengroep wel goed met elkaar vergeleken kan worden. Vervolgens is per kwartaal het gemiddelde aandeel CETA van alle goederengroepen genomen.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

. Gegevens ontbreken
* Voorlopig cijfer
** Nader voorlopig cijfer
x Geheim
Nihil
(Indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
0 (0,0) Het getal is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
Niets (blank) Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
2019–2020 2019 tot en met 2020
2019/2020 Het gemiddelde over de jaren 2019 tot en met 2020
2019/’20 Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2019 en eindigend in 2020
2017/’18–2019/’20 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2017/’18 tot en met 2019/’20

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

Marcel van den Berg

Loe Franssen

Alex Lammertsma

Angie Mounir

Tom Notten

Janneke Rooyakkers

Iryna Rud

Redactie

Sarah Creemers

Marjolijn Jaarsma

Alex Lammertsma

Eindredactie

Marjolijn Jaarsma

Alex Lammertsma

Dankwoord

We danken de volgende collega’s voor hun constructieve bijdrage aan deze editie van de Internationaliseringsmonitor:

Timon Bohn

Elijah Cats

Gerard den Drijver

Richard Jollie

Irene van Kuik

Tim Peeters

Carla Sebo

Mark Vancauteren

Sandra Vasconcellos

Gabriëlle de Vet

Hans Westerbeek

Karolien van Wijk

Khee Fung Wong

Hendrik Zuidhoek

Daarnaast danken we ook de volgende mensen voor hun constructieve bijdrage:

Shenjie Chen: Global Affairs Canada

Ron Davies: University College Dublin

Rodolphe Desbordes: SKEMA Business School

Anne Griffioen: Evofenedex

Christopher Maloney: Statistics Canada

Erratum

Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze publicatie is samengesteld, zijn er achteraf enkele onvolkomenheden geconstateerd. Onze excuses hiervoor.

Datum: 11 januari 2021