Begrippen
Ad valorem equivalent
Bij een ad valorem equivalent wordt een handelstarief dat niet uitgedrukt is als een percentage (d.i. euro per kg) geschat als percentage van de prijs.
Ad valorem tarief
Een ad valorem tarief is een handelstarief uitgedrukt als een percentage van de prijs.
Arbeidsproductiviteit
Toegevoegde waarde per werkzame persoon.
Bedrijf(seenheid)
De feitelijke transactor in het productieproces gekenmerkt door zelfstandigheid ten aanzien van de beslissingen over dat proces en door het aanbieden van zijn producten aan derden. Kenmerkend is dat er autonomie is over beslissingen met betrekking tot productie binnen deze entiteit. Wanneer deze eenheid zich uitstrekt over verschillende landen wordt omwille van de nationale statistiek het Nederlandse deel als bedrijf beschouwd.
Bruto binnenlands product (bbp)
Een maat voor de omvang van de economie. Deze wordt berekend uit de som van de waarde die door ondernemingen, huishoudens en overheden wordt toegevoegd aan de goederen en diensten die zij hebben moeten verbruiken om hun producten te kunnen maken. Deze som staat bekend als de toegevoegde waarde ‘in basisprijzen’. Om tot het bbp ‘in marktprijzen’ te komen, wordt hierbij het saldo van product-gebonden belastingen en subsidies én het verschil tussen toegerekende en afgedragen btw opgeteld.
Eenheidswaarde (unit value)
De waarde van de export gedeeld door de opgegeven hoeveelheid van het geëxporteerde product.
Free on board (fob)
Free on board of ‘vrij aan boord’ betekent voor de statistiek internationale handel in goederen dat de waarde van een ingevoerd of uitgevoerd goed wordt bepaald op het moment dat het de grens van het importerend of exporterend land passeert. Wat betreft de cijfers over de Nederlandse uitvoer betekent het dat de kosten en risico’s van de transactie tot aan de Nederlandse grens (of lading op een schip of vliegtuig) meegerekend zijn. Dit geldt zowel voor de statistieken vanuit de brondata als voor nationale rekeningen. De invoerwaarde van goederen wordt door de bronstatistiek eveneens aan de Nederlandse grens bepaald, dat wil zeggen tegen ‘cif’ (cost, insurance, freight). In de Nationale Rekeningen wordt de waarde van de Nederlandse invoer echter op fob basis gewaardeerd, de waarde van deze invoer aan de grens van het land van uitvoer. Het verschil tussen de cif- en de fob-waarde van de invoer betreft dus kosten die gemaakt worden bij het vervoer over het tussenliggend traject en de risico’s die daarmee gepaard gaan, zoals verzekeringskosten.
Grootbedrijf
Hiertoe behoren alle bedrijven die gevestigd zijn in Nederland en onderdeel uitmaken van een concern met minstens 250 werkzame personen en/of een onderdeel zijn van een concern dat al in buitenlandse handen is.
Handelsgewogen heffingspercentage
Het handelsgewogen heffingspercentage is het gemiddelde invoertarief dat geldt op de afgezette goederen van Nederlandse makelij in niet-EU-landen.
Handelstarief
Zie importtarief.
Importconcurrentie
Het verdringen van de binnenlandse productie door de invoer.
Importtarief
Een importtarief is een belasting op de invoer van een product. Invoerrechten werken in de regel prijsverhogend en beperken zo de invoer.
Importquotum
Maximaal bedrag of maximale hoeveelheid dat geïmporteerd mag worden.
Internationale handel in diensten
Er is sprake van internationale handel in diensten wanneer Nederlandse ingezetenen voor ingezetenen van een andere economie diensten verrichten of omgekeerd. Diensten zijn producten die over het algemeen niet tastbaar zijn, bijvoorbeeld vervoersdiensten, zakelijke diensten en persoonlijke, culturele en recreatieve diensten. Met Nederlandse ingezetenen worden bedrijven en personen bedoeld die in Nederland economische activiteiten ontplooien en daartoe reeds langer dan één jaar over een locatie in Nederland beschikken.
Internationale handel in goederen
Er is sprake van internationale handel in goederen wanneer ingezetenen goederen leveren aan het buitenland en omgekeerd. Bij invoer uit EU-landen is dit de waarde van de goederen inclusief vracht- en verzekeringskosten tot aan de Nederlandse grens. Bij invoer uit niet-EU-landen is dit de waarde inclusief vracht- en verzekeringskosten tot aan de buitengrens van de Europese Unie. De uitvoerwaarde is inclusief vracht- en verzekeringskosten tot aan de Nederlandse grens. Dit is in overeenstemming met de statistiek Internationale Handel in Goederen (IHG).
Internationale productieketen (waardeketen)
Een internationale productieketen omvat alle activiteiten – in meer dan één land – die nodig zijn om een product of dienst vanuit de conceptfase via de verschillende productiefases bij eindverbruikers te bezorgen en verwerking na gebruik.
Invoerrechten
Onder invoerrechten of invoertarieven wordt de belasting verstaan die geheven wordt op buitenlandse invoer om de binnenlandse markt te beschermen. Het tarief is gebaseerd op welk product wordt ingevoerd en door welk land, en welk land het uitvoert.
Mediaan
De mediaan is de middelste waarneming in een reeks getallen die in oplopende volgorde zijn gesorteerd. Daarmee valt 50 procent van de waarnemingen onder de mediaan en 50 procent boven de mediaan. Bij een even aantal getallen in de reeks zijn er twee middelste getallen; in deze gevallen neemt men dan meestal het gemiddelde van deze twee getallen.
Most-Favoured Nation (MFN)
Het principe van de Most-Favoured Nation, de meest begunstigde natie, houdt in dat wanneer een land aan een ander land handelsvoordelen toekent, bijvoorbeeld een lager invoertarief, dezelfde voordelen ook aan andere landen moet gunnen. De Wereldhandelsorganisatie (WTO) heeft dit principe als eerste grondbeginsel opgenomen in haar regelementen. Hierdoor zijn WTO-leden verplicht alle leden op dezelfde manier te behandelen; wie een bevriende natie een voordeel gunt, is dat verplicht ook aan de andere WTO-leden te gunnen.
MFN-tarief
Invoertarief voor de Most-favoured Nation.
Multinational (MNE)
Een multinational is een onderneming die de uiteindelijke zeggenschap heeft over bedrijven in twee of meer landen. Een Nederlandse multinational is een bedrijf onder Nederlandse zeggenschap met dochterbedrijven in het buitenland. Een buitenlandse multinational is een bedrijf waarover de uiteindelijke zeggenschap in het buitenland ligt.
Niet-tarifaire maatregel (NTM)
Beleidsmaatregelen, maar geen tarieven, die mogelijk een economisch effect hebben op de internationale handel. De NTMs kunnen hun effect hebben op het product via een veranderende hoeveelheid, een veranderde prijs, of beide. Grofweg in te delen in 2 groepen. De eerste groep zijn maatregelen op basis van product-specifieke voorwaarden zoals eisen aan kwaliteit of technische voorschriften. De tweede groep maatregelen behelst maatregelen niet specifiek voor het product, zoals quota’s, lokale inhoudseisen, distributie, etc.
Niet-tarifaire barrière (NTB)
Niet-tarifaire maatregel die een barrière voor de internationale handel opwerpt, ofwel via hogere prijzen, ofwel via lagere aantallen van het product.
Onderneming (ondernemingengroep)
De eenheid die feitelijk optreedt als financiële transactor. Operationeel wordt de ondernemingengroep gedefinieerd als de meest omvattende verzameling van in Nederland gevestigde juridische eenheden waarover zeggenschap kan worden uitgeoefend en die homogeen is naar institutionele sector. Een ondernemingengroep kan uit één of meerdere bedrijfseenheden bestaan. Zie ook bedrijf (bedrijfseenheid).
Passthrough-effect
Het passthrough-effect, ookwel tariff-passthrough-effect, is de mate waarin de kosten van importtarieven betaald worden door het land dat die tarieven zelf instelt, oftewel het importerende land, in plaats van het exporterende land.
Preference Utilisation Rate (PUR)
Goederen komen in aanmerking om onder de preferentiële voorwaarden van een vrijhandelsverdrag ingevoerd te worden wanneer het MFN-tarief meer dan 0 procent is en als de goederensoort onder het vrijhandelsverdrag valt. De preference utilisation rate is het aandeel van de handel dat geschikt is om onder het vrijhandelsverdrag ingevoerd te worden en waarbij dat ook daadwerkelijk gebeurt.
Preferentieel handelsverdrag
In een preferentieel handelsakkoord beloven de leden elkaar lagere tarieven op te leggen dan MFN-tarieven; dit zijn de preferentiële tarieven. Deze overeenkomsten zijn wederzijds, wat betekent dat alle deelnemende landen elkaar het voordeel geven van lage of nultarieven.
Preferentiële marge
Het verschil tussen de invoerrechten onder MFN-voorwaarden en de invoerrechten onder het vrijhandelsverdrag.
Preferentieel tarief
Preferentiële tarieven zijn de tarieven die leden elkaar opleggen in een preferentieel handelsverdrag.
Protectionisme
Het beschermen van de binnenlandse productie door onder andere invoerheffingen, niet-tarifaire maatregelen en importquota’s.
Tarifaire kosten (tariefkosten)
De tarifaire kosten of tariefkosten zijn de heffingen die op de import betaald worden.
Tarifaire maatregel
Een tarifaire maatregel is een aanpassing van een invoertarief.
Tweetrapstarief
Wanneer er naast een importtarief in de bestemmingsmarkt ook een importtarief betaald moet worden voor de geïmporteerde inputs die gebruikt worden in het productieproces is er sprake van een tweetrapstarief.
Toegevoegde waarde
Het verschil tussen de productie (basisprijzen) en het intermediair verbruik (exclusief aftrekbare btw).
Vergrotingseffect
Het vergrotingseffect drukt de relatieve toename in tarifaire kosten uit, die optreedt doordat er invoerheffingen bestaan op ingevoerde intermediaire goederen die worden gebruikt in de exportproductie.
Verticale specialisatie
Ook wel het importgehalte van de export. De verticale specialisatie is een ratio van de in de exportproductie gebruikte invoer afgezet tegen de exportwaarde. Hoe hoger de verticale specialisatie, hoe hoger het verbruik van ingevoerde goederen en diensten in de productie voor de export. De mate van verticale specialisatie wordt in de wetenschappelijke literatuur gebruikt als indicator om de verwevenheid van landen en/of bedrijfstakken in internationale productieketens te kwantificeren. Hoe hoger de verticale specialisatie, hoe hoger de integratie in internationale productieketens. Een hogere verticale specialisatie betekent een lagere toegevoegde waarde voor 1 euro export.
Vrijhandelsverdrag
Met vrijhandelsverdragen tussen landen of regio’s proberen landen de toegang tot elkaars markt te vereenvoudigen. Ze verlagen hierbij de tarieven en reguleren niet-tarifaire maatregelen om investeringen en handel in goederen en diensten te stimuleren.
Zelfstandig mkb
Het zelfstandig midden- en kleinbedrijf omvat alle bedrijven in Nederland die in Nederlandse handen zijn en waar minder dan 250 personen werkzaam zijn, bekeken op het niveau van de onderneming. Specifiek worden bedrijven die onderdeel zijn van een onderneming waar in totaal meer dan 250 werkzame personen zijn, óf bedrijven die onder buitenlandse zeggenschap vallen volgens deze afbakening niet als zelfstandig mkb geteld.