10 procent van al het instrumentgebruik beoogt de uitbreiding van zakelijke activiteiten naar China

Foto omschrijving: Een Chinese handelsdelegatie bezoekt hightech kassen

Inzicht in het gebruik van beleids­instrumenten ter stimulering van handel met China

Auteurs: Sarah Creemers, Tim Peeters, Janneke Rooyakkers

Ondernemers die hun handel willen uitbreiden naar nieuwe markten kunnen gebruikmaken van speciale beleidsinstrumenten die hen hierbij ondersteunen. In dit hoofdstuk zoomen we in op de Nederlandse bedrijven die China willen bereiken en hierbij gebruikmaken van één of meerdere van deze instrumenten. Welke instrumenten gebruiken ze, wat voor soort bedrijven zijn het en hoe ontwikkelt hun goederenhandel met China zich door de tijd?

5.1Inleiding

Het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft verschillende beleidsinstrumenten beschikbaar gesteld voor het Nederlandse bedrijfsleven om de internationalisering van bedrijven te ondersteunen. De uitvoering van deze instrumenten is in de meeste gevallen belegd bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

In 2018 heeft het CBS op verzoek van het ministerie van Buitenlandse Zaken een kwantitatieve effectmeting uitgevoerd naar de invloed van het gebruik van de beleidsinstrumenten en het diplomatieke postennetwerk ter stimulering van internationaal ondernemen op de internationalisering van bedrijven (Van den Berg et al., 2018). In tegenstelling tot het rapport van Van den Berg et al. (2018) wordt in dit hoofdstuk geen effectmeting uitgevoerd, maar wordt beschreven in hoeverre beleidsinstrumenten zijn ingezet door bedrijven die overwegen de Chinese markt (verder) te betreden. De Chinese markt kan voor Nederlandse bedrijven moeilijk zijn om te betreden: de culturele, taalkundige en wettelijke kaders waarin gewerkt wordt, wijken sterk af van de Nederlandse. De manier waarop de Chinese maatschappij is ingericht, is fundamenteel verschillend van de Nederlandse. De aangeboden beleidsinstrumenten kunnen Nederlandse bedrijven helpen om voet aan de grond te krijgen in China.

In de volgende paragraaf beschrijven we welke instrumenten het vaakst worden ingezet als China het bestemmingsland is, waarna we in paragraaf 5.3 de demografische kenmerken uitlichten van de bedrijven die instrumenten voor China gebruikt hebben. In paragraaf 5.4 gaan we daarna dieper in op de instrumentgebruikers met doelland China en hun goederenhandel met China. We sluiten af met een samenvatting van het hoofdstuk, waarna we kort bespreken welke data en methoden gebruikt zijn om de inzet van beleidsinstrumenten voor China in kaart te brengen.

10% van al het instrumentgebruik beoogt de uitbreiding van zakelijke activiteiten naar China
14% van de instrumentgebruikers exporteerde een jaar later meer goederen naar China

5.2Meest gebruikte instrumenten met China als bestemmingsland

Bedrijven kunnen beleidsinstrumenten inzetten om hun internationale activiteiten in specifieke landen uit te breiden. Uit het rapport van Van den Berg et al. (2018) blijkt dat bedrijven die hun activiteiten naar Duitsland willen uitbreiden het vaakst gebruikmaken van het beleidsinstrumentarium, namelijk circa 11 procent van de bedrijven in de onderzochte tijdsperiode tussen 2010 en 2015. Dit is logisch omdat Duitsland, samen met België, de markt is waar Nederlandse bedrijven het vaakst actief zijn (CBS, 2020). China volgt hierna met 10 procent van het instrumentgebruik, en dat is wel opvallend, omdat China geen grote afzetmarkt is voor Nederlandse bedrijven. Zien veel Nederlandse bedrijven hier kansen, of is China een complexe markt waar ondernemers relatief veel hulp bij nodig hebben? Door het ontbreken van data over instrumentgebruik in recentere jaren, wordt in dit hoofdstuk de periode tussen 2010 en 2015 bekeken.

In de periode 2010–2015 is er 3 162 keer gebruikgemaakt van het instrumentarium met China als bestemmingsland. Veruit het meest gebruikte instrument van bedrijven met China als bestemmingsland is de Inquiry on trade, technology or investment met bijna 45 procent van al het instrumentgebruik voor China, zie tabel 5.2.1. Dit is een relatief licht instrument waarbij een bedrijf informatie inwint voor verkenning van het bestemmingsland. Een onderneming stelt dan een vraag met betrekking tot zaken als het starten van een bedrijf in het buitenland, import- en exportgerelateerde zaken of beleidsinformatie. Dit instrument is ook voor andere bestemmingslanden het meest gebruikte: 37 procent van de instrumentinzet betreft de Inquiry on trade, technology or investment.

5.2.1Aandelen gebruik beleidsinstrumenten met bestemmingsland China

Aandeel gebruik instrument met bestemmingsland China
%
Beleidsinstrument
Inquiry on trade, technology or investment 44,7
Matchmaking Facility 11,9
Missie 7,9
Facilitation 4,5
Troubleshooting Trade Dispute 4,4

Bij bijna 12 procent van al het instrumentgebruik met als bestemmingsland China wordt het instrument Matchmaking Facility gebruikt. De aanvraag voor dit instrument moet gebeuren door een buitenlandse onderneming (vaak uit ontwikkelingslanden). Het wordt meestal gebruikt in combinatie met een ander instrument, zoals de Inquiry on trade, technology or investment. Het doel van het Matchmaking Facility-instrument is om in Nederland een zakenpartner te vinden, waarmee het buitenlandse bedrijf dan een zakenrelatie kan opbouwen. Deze zakenrelatie kan bijvoorbeeld resulteren in investeringen vanuit Nederland of een joint venture met een Nederlands bedrijf. De overige veelgebruikte instrumenten zijn (handels)missies onder leiding van een bewindspersoon of hoge ambtenaar (circa 8 procent), Facilitation, waarbij de ambassade ondersteuning biedt bij zaken als visumaanvragen of het organiseren van een bezoek (4,5 procent) en Troubleshooting Trade Dispute (circa 4,4 procent). Hierbij ondersteunt het diplomatieke postennetwerk bij problemen of een dispuut met lokale ondernemingen of overheden.

45% van het instrumentgebruik voor China dient om informatie in te winnen over het land Buitenvorm Binnenvorm

Wanneer we de meest gebruikte instrumenten voor China vergelijken met die voor andere doellanden, valt op dat er voor China relatief weinig gebruik wordt gemaakt van het Starters International Business programma. Voor bedrijven die zich op de Chinese markt oriënteren staat het SIB-programma namelijk niet in de top-5 meest gebruikte instrumenten; voor andere bestemmingslanden zoals Duitsland en België, wel. Dit zou verklaard kunnen worden doordat dit instrument bedoeld is voor ondernemers die voor het eerst gaan internationaliseren, waarbij ze worden ondersteund door middel van coaching, kennis en missies. Ondernemers die voor het eerst gaan importeren of exporteren gaan meestal niet meteen naar China. Startende exporteurs beginnen vaak dicht bij huis: vier op de vijf Nederlandse bedrijven beginnen in de EU, met België en Duitsland als belangrijkste afzetmarkten (CBS, 2019). Het gebruik van een naburig land als stepping stone voor verder weg gelegen bestemmingen blijkt immers een succesvolle strategie voor startende goederenexporteurs. Het maakt de stap naar een iets verder weg gelegen exportbestemming namelijk kleiner (Lejour & Creusen, 2015; CBS, 2019). Daarnaast valt op dat het instrument Troubleshooting Trade Dispute minder vaak gebruikt wordt voor andere landen dan voor China, wat kan betekenen dat ondernemers die zakendoen met China vaker tegen problemen en disputen aanlopen dan bij andere landen.

5.3Demografische kenmerken instrumentgebruikers met bestemmingsland China

Uit tabel 5.3.1 blijkt dat de bedrijven die een instrument gebruiken om hun zaken uit te breiden naar China voor het grootste deel (80 procent) zelfstandige mkb-bedrijven met minder dan 250 werkzame personen zijn. De aandelen per omvangcategorie komen bijna overeen met de instrumentgebruikers voor andere landen. Dit is opvallend, omdat het niet voor de hand ligt dat kleine bedrijven in dezelfde mate als grote bedrijven een complexe markt als China als bestemming kiezen. Dit blijkt echter wel degelijk het geval te zijn, aangezien bijna de helft van de bedrijven die een instrument inzetten met bestemming China minder dan 10 werkzame personen heeft. Kanttekening daarbij is wel dat elk type instrument even zwaar meetelt in dit gemiddelde.

5.3.1Aandelen gebruik beleidsinstrumenten naar bedrijfsomvang

Aandeel gebruik instrument met bestemmingsland China Aandeel gebruik instrument met andere bestemmingslanden
%
Omvang (aantal werkzame personen)
Zelfstandig mkb (0-9) 49,5 49,7
Zelfstandig mkb (10-49) 18,8 20,0
Zelfstandig mkb (50-249) 12,0 11,5
Grootbedrijf incl. (dochters van) buitenlandse multinationals 19,6 18,8

In figuur 5.3.2. is te zien in welke branches de bedrijven actief zijn die in de periode 2010–2015 één of meerdere instrumenten hebben aangewend om de Chinese markt te betreden.noot1 We zien dat circa een kwart behoort tot de groot- en detailhandel en horeca, een kwart tot de nijverheid en een kwart tot de specialistische zakelijke dienstverlening. Wederom komt dit beeld overeen met de verdeling naar bedrijfstak in het instrumentgebruik naar andere doellanden.

5.3.2 Aandelen gebruik beleidsinstrumenten per bedrijfstak (%)
Bedrijfstak Aandeel gebruik instrument met bestemmingsland China Aandeel gebruik instrument met andere bestemmingslanden
Cultuur, sport en recreatie 1,7 1,3
Financiële dienstverlening 3,3 3,1
Gezondheids- en welzijnszorg 1,4 1,3
Groot- en detailhandel en horeca 24,2 23,9
Huishoudens, overige dienst-
verlening en extraterr. organisaties
2,8 3,2
Landbouw, bosbouw en visserij 2,1 2,5
Nijverheid 22,4 23,3
Overheid en onderwijs 3,6 2,9
Specialistische zakelijke diensten 28,0 26,7
Verhuur en handel van
onroerend goed
0,6 0,4
Verhuur en overige zakelijke diensten 2,5 3,4
Vervoer, opslag, ICT en communicatie 7,3 8,2

5.4Instrumentgebruikers en goederenhandel met China

In deze paragraaf tonen we een aantal handelskenmerken van de instrumentgebruikers met als bestemmingsland China. We kijken of het bedrijf ten tijde van het instrumentgebruik al actief was op het gebied van internationale handel in goederen met China, opgesplitst naar de kenmerken (1) uitsluitend exporteur, (2) uitsluitend importeur, (3) two-way trader en (4) niet-handelaar, en hoe dit zich in de periode na instrumentgebruik heeft ontwikkeld. Aanvullend kijken we ook naar exportintensiteit en het aandeel van China in de totale goederenuitvoer van deze bedrijven. Hier worden instrumentgebruikers met doelland China van alle jaren gecombineerd en gecentreerd rondom het jaar t, het jaar van instrumentgebruik.

We tonen eveneens de ontwikkeling van de goederenuitvoer naar China van de instrumentgebruikers met als bestemmingsland China. Deze cijfers geven een eerste indicatie van de ontwikkeling van de goederenhandel met China na instrumentgebruik. Toch zijn ze zeker niet te interpreteren als het oorzakelijke gevolg van het instrumentgebruik. De exportwaarde naar China kan namelijk ook zijn toegenomen voor bedrijven die geen gebruik hebben gemaakt van instrumenten met bestemmingsland China. Voor het vaststellen van een causaal verband is bijkomend econometrisch onderzoek noodzakelijk zoals in Van den Berg et al. (2018) en Boutorat et al. (2019a).

Goederenhandelsstatusnoot2 van instrumentgebruikers met doelland China

Figuur 5.4.1 toont voor de instrumentgebruikers met als bestemmingsland China welk deel van hen in het jaar van instrumentgebruik enkel goederen exporteerde naar China maar er niet uit importeerde, enkel goederen importeerde uit China maar er niet naar exporteerde, zowel goederen exporteerde naar als importeerde uit China en welk deel helemaal geen goederen verhandelde met China. Als we de hele groep instrumentgebruikers met doelland China bekijken in het jaar van instrumentgebruik, dan bestond 14,4 procent uit bedrijven die zowel goederen exporteerden als importeerden, de zogenaamde two-way traders. Dat is veel meer dan in het hele Nederlandse bedrijfsleven, waar dat in 2017 circa 8 procent was (Lammertsma & Bruls, 2019). Verder zien we dat bedrijven die gebruikmaakten van een instrument om China te bereiken vaker alleen goederen uit China importeerden dan uitsluitend goederen exporteerden naar China. China wordt ook wel de ‘fabriek van de wereld’ genoemd omdat veel van de producten die in China gemaakt worden, daarna geëxporteerd worden naar onder andere het westen. In het jaar van instrumentgebruik heeft 21 procent alleen goederenimport uit en 6,3 procent uitsluitend goederenexport naar China. Ongeveer 60 procent had geen goederenhandel met China in het jaar van instrumentgebruik. In de jaren na instrumentgebruik zien we dat deze groep van niet-handelaren iets groter wordt, wat de indruk geeft dat ten minste voor een deel van de instrumentgebruikers de conclusie was niet met China te gaan handelen of te stoppen met de reeds bestaande handel met China. Deze cijfers liggen in lijn met de bedrijven die gebruikmaken van het SIB-programmanoot3 ongeacht het doelland (Boutorat et al., 2019b). Het aantal uitsluitend exporteurs naar China is de volgende twee jaar licht gestegen, terwijl het aantal uitsluitend importeurs is gedaald.

5.4.1 Aantal instrumentgebruikers met doelland China, naar goederenhandelsstatus1)
Goederenhandelsstatus Jaar t-1 Jaar t Jaar t+1 Jaar t+2
Alleen exporteur 170 200 210 195
Alleen importeur 615 665 600 505
Two-way trader 415 455 455 475
Niet-handelaar 1770 1840 1900 1985
1)Jaar t-1 is het jaar voor instrumentgebruik; Jaar t is het jaar van instrumentgebruik; Jaar t+1 is 1 jaar na instrumentgebruik; Jaar t+2 is 2 jaar na instrumentgebruik

Exportintensiteit van instrumentgebruikers met doelland China

Niet alle bedrijven zijn even afhankelijk van de goederenexport voor hun totale inkomsten. Sommige bedrijven zijn heel erg exportgericht, waardoor ze een relatief groot deel van hun omzet uit buitenlandse markten halen. Maar er zijn ook veel bedrijven die slechts een relatief klein deel van hun omzet realiseren in het buitenland, en zich in het algemeen sterker op de binnenlandse markt richten (Boutorat et al, 2019b). De meerderheid van de instrumentgebruikers met als doelland China die al naar China exporteerden, halen hun omzet voornamelijk uit het binnenland of uit de export naar andere landen. Toch haalde 5 procent van de exporterende bedrijven die een instrument hebben gebruikt om China te bereiken al meer dan een kwart van z’n omzet uit China. Deze bedrijven zijn hoofdzakelijk actief in de nijverheid, groot- en detailhandel en horeca, en specialistische zakelijke dienstverlening.

5% van de exporterende instrumentgebruikers haalt meer dan een kwart van z’n omzet uit China Buitenvorm Binnenvorm

Exportaandeel China in totale goederenexport van instrumentgebruikers met doelland China

Het exportaandeel China wordt hier per bedrijf berekend door de goederenuitvoer van dat bedrijf naar China in jaar t af te zetten tegen de totale goederenuitvoer van dat bedrijf in jaar t. Voor de meerderheid van de instrumentgebruikers met als doelland China die al naar China exporteerden, is het aandeel van China in de totale goederenuitvoer minder dan 25 procent, zie figuur 5.4.2. Ruim 8 procent van de bedrijven die een instrument gebruikten om de Chinese markt te bereiken, haalde meer dan de helft van hun exportopbrengsten uit export naar China in het jaar van instrumentgebruik.

5.4.2 Uitvoer naar China in verhouding tot de totale uitvoer in jaar t voor instrumentgebruikers
Exportaandeel_china_in_jaar_t Verhouding
0-25 procent 84,7
26-50 procent 6,9
51-75 procent 2,3
76-100 procent 6,1

Waardeontwikkeling goederenuitvoer van instrumentgebruikers met doelland China

Tabel 5.4.3 toont de waarde van de goederenuitvoer naar China voor instrumentgebruikers, zowel tijdens het jaar van instrumentgebruik (jaar t)noot4 als ervoor (jaar t-1) en erna (jaar t+1, t+2 en t+3). In het jaar van instrumentgebruik hebben deze bedrijven een gemiddelde uitvoerwaarde van 870 duizend euro. Deze gemiddelde uitvoerwaarde stijgt in de periode rond instrumentgebruik van 660 duizend euro naar 1,2 miljoen euro. Circa 14 procent van de instrumentgebruikers in jaar t met China als bestemmingsland, exporteerden een jaar later meer goederen naar China. We zien dat dit percentage tot 15 procent oploopt als we de goederenexportwaarde naar China twee of drie jaar na instrumentgebruik bekijken.

5.4.3Ontwikkeling waarde goederenuitvoer naar China van instrumentgebruikers met doelland China

t-1 t t+1 t+2 t+3
mln euro
Totale uitvoerwaarde 1 959,3 2 760,6 3 403,8 3 866,7 3 897,2
Gemiddelde uitvoerwaarde 0,66 0,87 1,08 1,22 1,23

5.5Samenvatting en conclusie

In dit hoofdstuk staan bedrijven centraal die in de periode 2010–2015 gebruik hebben gemaakt van het beleidsinstrumentarium van het ministerie van Buitenlandse Zaken, met als doel zich te oriënteren op China, of hier verder voet aan de grond te krijgen. Uit Van den Berg et al. (2018) weten we dat de belangrijkste bestemmingslanden waarvoor bedrijven gebruikmaken van beleidsinstrumenten ter bevordering van de internationalisering Duitsland (11 procent) en China (10 procent) zijn. De meest gebruikte beleidsinstrumenten voor het bereiken van de Chinese markt zijn Inquiry on trade, technology or investment (44,7 procent), Matchmaking Facility (11,9 procent) en missies (7,9 procent).

Instrumentgebruikers met doelland China zijn voornamelijk zelfstandige mkb’ers. Zo blijkt dat zelfs de helft van deze instrumentgebruikers minder dan tien werknemers in dienst heeft. Bedrijven die gebruikmaakten van een instrument met als doelland China, zijn vooral actief in de bedrijfstakken groot- en detailhandel en horeca, nijverheid en specialistische zakelijke dienstverlening.

Wat betreft de internationale prestaties van instrumentgebruikers met doelland China is in dit hoofdstuk gekeken naar internationale goederenhandel. Zo blijkt dat 14,4 procent van deze instrumentgebruikers reeds goederen exporteert naar als importeert uit China (two-way traders). De overgrote groep (58,2 procent) had op het moment van instrumentgebruik nog geen handel met China. De overige bedrijven waren uitsluitend exporteur of importeur van goederen. In de jaren na instrumentgebruik zien we dat de groep niet-handelaren met China ietwat groter wordt. Desalniettemin neemt de gemiddelde goederenexportwaarde naar China van instrumentgebruikers naar doelland China toe in de jaren na het instrumentgebruik. Om uitspraken te kunnen doen over het oorzakelijke gevolg van het instrumentgebruik is bijkomend econometrisch onderzoek noodzakelijk.

5.6Data en methoden

De methode die gevolgd is bij het maken van de cijfers voor dit hoofdstuk sluit aan bij Van den Berg et al. (2018). Hier geven we enkel een korte beschrijving van deze methode. Voor meer achtergrond kan dat rapport worden geraadpleegd.

De basis van het onderzoek is een reeks door het ministerie geleverde microdatabestanden. Deze brondata bevat bedrijfsidentificerende informatie in de vorm van Kamer van Koophandel (KvK)-nummer en/of vestigingsgegevens zoals postcode en huisnummer. Records zonder deze informatie zijn niet meegenomen in de analyses. Deze microbestanden zijn vervolgens gekoppeld aan het Algemeen Bedrijvenregister (ABR) van het CBS. Dit register vormt de ruggengraat van de bedrijfsstatistieken van het CBS. De laatste stap wordt gevormd door deze instrumentdata op bedrijfsniveau te verrijken met zowel bedrijfsdemografische gegevens (zmkb-status, bedrijfsleeftijd, etc.) als gegevens over internationale handel. De demografische gegevens worden opgehaald door te koppelen met het Bedrijfsdemografisch Kader (BDK) van het CBS, en de handelsdata wordt gehaald uit de statistiek Internationale Handel in Goederen (IHG).

5.7Literatuur

Open literatuurlijst

Literatuur

Berg, van den, M., Bollineni-Balabay, O., Boutorat, A., Duijsings, F., Slootbeek-van Laar, M. & Span, T. (2018). Effectmeting bedrijfsleveninstrumentarium en posteninzet ter stimulering van internationaal ondernemen. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Boutorat, A., Franssen, L., Span, T. & Walker, A. (2019a). Effectmeting naar de gevolgen voor de internationale activiteiten van deelnemers aan economische missies. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Boutorat, A., Peeters, T. & Ramaekers, P. (2019b). SIB-gebruikers: bereik en prestaties. Een beschrijvende analyse. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

CBS (2019). CBS Internationaliseringsmonitor 2019, tweede kwartaal: Patronen in handelsgedrag. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

CBS (2020). CBS Internationaliseringsmonitor 2020, eerste kwartaal: Duitsland. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Lammertsma, A. & Bruls, L. (2019). Kenmerken van het internationaal actieve bedrijfsleven. In: M. Jaarsma & A. Lammertsma (Red.), Nederland Handelsland: Export, investeringen en werkgelegenheid 2019. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Lejour, A. & Creusen, H. (2015). Using Stepping Stones to Enter Distant Export Markets. Global Economy Journal, 15(1), 107–132.

Noten

Een interventie is hier gedefinieerd als het (mogelijk gecombineerd) gebruik van instrumenten door een bedrijf in een bepaald jaar voor een bepaald bestemmingsland (in dit geval China). Dat wil zeggen dat een observatie een internationaliseringsproject identificeert van één bedrijf op één doelland in één jaar. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een combinatie van instrumenten (zie Van den Berg et al., 2018).

Dit is de goederenhandelsstatus specifiek ten aanzien van China: als een bedrijf niet met China goederen verhandelt maar wel met een ander land, dan valt het hier in de categorie niet-handelaar. We kijken hier bovendien specifiek naar goederenhandel en niet naar dienstenhandel, waardoor we dus geen uitspraken kunnen doen over bedrijven die een instrument gebruiken ter bevordering van de dienstenhandel met China.

Dit gebeurt door middel van coachingstrajecten voor bedrijven om zich op internationaliserings­mogelijkheden te oriënteren, deelname aan handelsmissies om in contact te komen met toekomstige handelspartners en kennisvouchers voor bedrijven die meer specifieke kennis op het gebied van internationalisering op willen doen (Boutorat et al., 2019b).

Het jaar t is het jaar van instrumentgebruik en is bedrijfsspecifiek. Het kan dus per bedrijf verschillen. Als een bedrijf in 2014 een instrument heeft gebruikt, dan is voor dat bedrijf 2014 het jaar t. Het aantal bedrijven kan in deze tabel wisselen: in t-1 zijn er bijvoorbeeld een aantal bedrijven minder in de data omdat ze toen nog niet bestonden, maar voor de overige jaren is het aantal bedrijven wel gelijk.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

. Gegevens ontbreken
* Voorlopig cijfer
** Nader voorlopig cijfer
x Geheim
Nihil
(Indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
0 (0,0) Het getal is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
Niets (blank) Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
2019–2020 2019 tot en met 2020
2019/2020 Het gemiddelde over de jaren 2019 tot en met 2020
2019/’20 Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2019 en eindigend in 2020
2017/’18–2019/’20 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2017/’18 tot en met 2019/’20

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

Sarah Creemers

Dennis Cremers

Marjolijn Jaarsma

Alex Lammertsma

Tom Notten

Tim Peeters

Janneke Rooyakkers

Iryna Rud

Roger Voncken

Redactie

Sarah Creemers

Marjolijn Jaarsma

Alex Lammertsma

Roger Voncken

Eindredactie

Sarah Creemers

Marjolijn Jaarsma

Roger Voncken

Dankwoord

We danken de volgende personen voor hun constructieve bijdrage aan deze editie van de Internationaliseringsmonitor:

Marcel van den Berg

Elijah Cats

Loe Franssen

Marijke Hartgers

Richard Jollie

Irene van Kuik

Oscar Lemmers

Anouschka van der Meulen

Martin Nieuwenhuizen

Petra Pieck

Carla Sebo

Roos Smit

Sandra Vasconcellos

Gabriëlle de Vet

Hans Westerbeek

Karolien van Wijk

Khee Fung Wong

Hendrik Zuidhoek