6,8 procent kromp de Chinese economie in het eerste kwartaal van 2020

Foto omschrijving: De Yada Yada markt is gevestigd in een van de hallen op het Hembrugterrein

Economisch profiel van China

Auteurs: Alex Lammertsma, Sarah Creemers

Vanaf begin jaren tachtig heeft China een spectaculaire economische ontwikkeling doorgemaakt: in de periode 1980–2019 groeide de Chinese economie met gemiddeld ruim 9 procent per jaar (IMF, 2020a). Het is de vraag hoe China deze transitie heeft gerealiseerd. In hoeverre is dit gefaciliteerd door hervormingen en het openen van de economie? En tegen welke grenzen liep dit groeimodel van directe buitenlandse investeringen en export aan? Wat was het antwoord van China daarop in het nastreven van de ambitie om de grootste economie ter wereld te worden? En hoe presteert China op basis van een aantal kerncijfers op wereldniveau en hoe doet Nederland dat? Eind 2019 vormde de uitbraak van het coronavirus een tijdelijke belemmering voor de groei-ambitie van China. Zijn er al signalen van herstel?

1.1Inleiding

De Nederlandse economie is een open economie en daardoor sterk verbonden met het buitenland. Hierdoor profiteert Nederland van groei buiten de landsgrenzen, maar heeft het omgekeerd ook last van internationale onzekerheden en handelsoorlogen.

Met China heeft Nederland belangrijke banden op het gebied van handel. Zo is China de 9e bestemming voor Nederlandse goederen, en is China het 3e land van herkomst voor de import van goederen (CBS, 2020c). Twee derde van de uit China geïmporteerde goederen wordt in vrijwel onbewerkte staat naar andere landen geëxporteerd. Nederland is daarmee de toegangspoort naar Europese markten voor China, met name dankzij de Rotterdamse haven (CBS, 2020d). De goedereninvoer uit China groeide de laatste drie decennia veel harder dan de totale goedereninvoer (CBS, 2020d). Daarmee steeg het aandeel van goederen uit China in de import van 0,5 procent in 1988 naar 8,9 procent in 2018. Maar ook de totale export van goederen en diensten naar China groeide hard. Gemiddeld was deze groei in de periode 1983–2019 ruim 14 procent per jaar (World Bank, 2020).

Het is de vraag hoe belangrijk China wereldwijd nu als economie is en hoe China het voor elkaar heeft gekregen om zo hard te groeien. Welke hervormingen waren hiervoor nodig, tegen welke grenzen liep China hierbij aan, en hoe ging men hier vervolgens mee om? En wat waren de economische effecten van de corona-epidemie in China?

2e economie van de wereld is China qua omvang in 2018
2 244 miljard euro aan uitvoer van goederen en diensten door China in 2018

1.2Transitie Chinese economie sinds eind jaren zeventig

Economische inefficiëntie en armoede eind jaren zeventig

Eind jaren zeventig was China één van de armste landen ter wereld (Crane, 1994; De Beule & Van den Bulcke, 2009). Daarvoor is een aantal oorzaken aan te wijzen, zie Crane (1994). Zo hadden buitensporig hoge investeringen in de zware industrie financiële middelen weggenomen van de landbouw en de lichte industrie. Industrialisatie vond plaats op dure locaties en de buitenlandse handel werd verstoord door onderhandelingen over lange-termijn prijsafspraken. Bovendien sneed de vrijwel volledige isolatie van de wereldmarkt China af van mogelijkheden om te groeien en werd ondernemen bemoeilijkt door te veel staatsbemoeienis en bureaucratie.

Economische en institutionele hervormingen vanaf 1978

De succesvolle economische ontwikkeling van de zogenaamde Asian Tigers, Taiwan, Hongkong, Singapore en Zuid-Korea zette China in 1978 ertoe aan om de economie geleidelijk te hervormen. Die hervorming bestond uit een aantal elementen, zie Chow (2018). Ten eerste werd – in het kader van de landbouwhervorming – boeren een stuk land toegewezen. Van de opbrengsten moest een vast quotum worden afgedragen aan de overheid; de rest mochten ze houden voor eigen gebruik of verkopen op de markt. De groei van de productie van de landbouw verdrievoudigde hierdoor. Ten tweede werd aan industriële bedrijven meer vrijheid gegeven om te produceren en te investeren, te experimenteren met nieuwe producten en winst in de onderneming te houden. Bovendien werden staatsondernemingen geprivatiseerd. Daarnaast werden vanaf midden jaren tachtig de administratieve prijzen geleidelijk vervangen door marktprijzen. Maar er werden ook institutionele hervormingen doorgevoerd. Zo werden universiteiten geopend, kregen ze de vrijheid om buitenlandse wetenschappers te laten doceren en werd aan studenten de mogelijkheid gegeven om in het buitenland te studeren. Ook het rechtssysteem werd hervormd, iets wat gestimuleerd werd door de toetreding tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in 2001.

Expansie Chinese economie: directe buitenlandse investeringen en export

Een andere hervorming was het openen van de Chinese economie voor buitenlandse handel en investeringen. Hiervoor werden vanaf 1982 langs de oostkust verschillende speciale economische zones tot stand gebracht, zie paragraaf 1.5. In deze zones werden buitenlandse investeringen gestimuleerd met behulp van lagere belastingtarieven, geen importheffingen voor de productie van exportgoederen, en minder en eenvoudigere administratieve verplichtingen en douaneformaliteiten (De Beule & Van den Bulcke, 2009). Het doel was niet alleen om technologische kennis, managementmethodes, buitenlandse valuta en buitenlands kapitaal binnen te halen, maar ook de omvang van het menselijk kapitaal te vergroten en middels export te profiteren van de groei op de wereldmarkten (Crane, 1994; De Beule & Van den Bulcke, 2009). Gegeven de lage arbeidskosten begin jaren tachtig en de aantrekkelijke vestigingsfactoren hebben buitenlandse bedrijven in deze speciale economische zones veel nieuwe bedrijven opgezet. Voor Chinese arbeiders was het aantrekkelijk om daar te werken vanwege de hogere lonen die ze boden (Chen, 2018). De inkomende directe buitenlandse investeringen in China stegen hierdoor aanzienlijk, zie figuur 1.2.1. Waar deze in 1980 nog 0,8 miljard euro bedroegen, was dat in 2018 gestegen naar 1 378 miljard euro, zie figuur 1.2.1.

1.2.1 Chinese positie inkomende en uitgaande directe buitenlandse investeringen (mld euro)
Jaar Inkomende directe investeringen Uitgaande directe investeringen
1980 0,8 0,0
1981 1,2 0,0
1982 1,8 0,0
1983 3,0 0,2
1984 5,2 0,3
1985 7,9 1,2
1986 8,4 1,4
1987 9,2 1,7
1988 11,7 2,4
1989 15,6 3,3
1990 16,2 3,5
1991 20,2 4,3
1992 27,8 7,2
1993 54,3 11,8
1994 62,3 13,3
1995 77,3 13,6
1996 100,9 15,7
1997 135,8 19,8
1998 156,2 22,4
1999 174,7 25,2
2000 209,3 30,1
2001 226,8 38,7
2002 229,0 31,6
2003 201,9 29,4
2004 197,3 36,0
2005 218,7 46,0
2006 233,0 72,2
2007 238,7 86,0
2008 257,1 125,1
2009 339,2 176,2
2010 443,4 239,3
2011 511,4 305,2
2012 648,3 414,0
2013 720,4 497,3
2014 816,9 664,4
2015 1100,4 989,5
2016 1223,8 1226,3
2017 1317,8 1601,3
2018 1378,3 1641,7
Bron: UNCTAD (2020)

Het resultaat van deze directe buitenlandse investeringen in de speciale economische zones was dat de export vanuit deze zones twee keer zo hard groeide dan vanuit de rest van China (De Beule & Van den Bulcke, 2009). Met de toetreding tot de WTO in 2001 kreeg China daarnaast een enorme economische impuls door lagere handelstarieven en minder handelsbeperkingen bij het exporteren naar WTO-landen (He & Pan, 2015). In 2014 produceerden buitenlandse bedrijven bijna de helft van alle export van China (He & Pan, 2015; Chen, 2018). De totale Chinese export nam mede daarom snel toe, zie figuur 1.2.2. Waar in 1982 de waarde van de export van goederen en diensten 24 miljard euro was, was dit in 2018 gestegen tot 2 244 miljard euro.

1.2.2 Export van goederen en diensten van China, 1982 tot en met 2018 (mld euro)
Jaar Export goederen en diensten
1982 24,1
1983 26,0
1984 33,9
1985 36,9
1986 30,1
1987 33,9
1988 38,8
1989 43,4
1990 45,1
1991 53,2
1992 60,7
1993 74,2
1994 100,2
1995 112,6
1996 135,2
1997 123,9
1998 126,1
1999 140,6
2000 205,8
2001 232,9
2002 261,9
2003 394,3
2004 486,2
2005 621,6
2006 789,8
2007 917,2
2008 1016,7
2009 896,0
2010 1209,9
2011 1443,1
2012 1692,9
2013 1773,7
2014 1853,9
2015 2127,2
2016 1985,7
2017 2150,4
2018 2244,7
Bron: World Bank (2020)

Grenzen aan Chinese groeimodel van directe buitenlandse investeringen en export

In de jaren tachtig en negentig groeide de Chinese economie doorgaans sterk, op enkele jaren na, zie figuur 1.2.3. Zo daalde de economische groei in China ten tijde van toenemende openheid in de Sovjet-Unie en de studentenprotesten op het Plein van de Hemelse Vrede in Beijing in juni 1989 van 11 procent in 1988 naar 4 procent in 1989 en 1990. Het neerslaan van dit studentenprotest leverde in veel delen van de wereld negatieve reacties op en veel buitenlandse zakenmensen en overheidsfunctionarissen weigerden naar China te gaan (Chow, 2018). In 1991 pakte China het hoge groeitempo weer op. De groei was gedreven door de combinatie van uitvoer en inkomende directe investeringen (Stanley, 2018). Een belangrijke drijvende kracht was daarbij ook de verdere integratie van China in de wereldeconomie. Steeds meer werden intermediaire producten naar China geëxporteerd om daar in elkaar gezet te worden tot finale producten. Hierdoor werd China een onderdeel van regionale productienetwerken in Azië (He & Fan, 2015).

1.2.3 Economische groei in China, 1980 tot en met 2019 (%)
Jaar Economische groei
1980 7,9
1981 5,1
1982 9,0
1983 10,8
1984 15,2
1985 13,5
1986 8,9
1987 11,7
1988 11,2
1989 4,2
1990 3,9
1991 9,3
1992 14,2
1993 13,9
1994 13,0
1995 10,9
1996 9,9
1997 9,2
1998 7,8
1999 7,7
2000 8,5
2001 8,4
2002 9,1
2003 10,0
2004 10,2
2005 11,4
2006 12,7
2007 14,3
2008 9,7
2009 9,4
2010 10,6
2011 9,5
2012 7,9
2013 7,8
2014 7,3
2015 6,9
2016 6,8
2017 6,9
2018 6,8
2019 6,1
Bron: IMF (2020a)

Vanaf circa 2010 liep de economische groei structureel terug, zie figuur 1.2.3. Het groeimodel van China op basis van inkomende directe buitenlandse investeringen, goedkope arbeid en export ging haperen. Naast de wegvallende vraag naar Chinese goederen vanuit een kwakkelend Europa tijdens de financiële en euro-crisis in 2008–2009, is daarvoor ook een aantal structurele oorzaken aan te wijzen (He & Pan, 2015; Shatz, 2016; Wei et al., 2017; Song et al., 2019). Ten eerste werd het steeds moeilijker om de reeds hoge productiviteit nog verder te verhogen. Ten tweede nam sinds 2010 door vergrijzing het aandeel van de beroepsbevolking af, waardoor het arbeidsaanbod afnam. Met het afnemende arbeidsaanbod en de economische groei stegen de lonen in China sterker dan in andere grote economieën. De Chinese lonen zijn nu hoger dan voor de meerderheid van de niet-OESO landen; China is hierdoor geen lagelonenland meer (Wei et al., 2017; Song et al., 2019).

1.3Een nieuw groeibeleid voor China: kennis, innovatie en uitgaande directe investeringen

Hoewel het oude groeimodel tegen zijn grenzen aanliep, bleef het de ambitie van China om de grootste economie ter wereld te worden (Blok, 2019) en van een maakeconomie een kenniseconomie te worden. Hiertoe wordt door de Chinese overheid verschillende wegen bewandeld (Wei et al., 2017; Song et al., 2017; Song et al., 2019). Ten eerste is meer innovatie en minder arbeidsintensieve productie cruciaal. Om innovatie te stimuleren, is investeren in kennis en R&D van belang. Technologische kennis wordt ook vergroot door studenten te stimuleren om (tijdelijk) in het buitenland te studeren. Ten tweede kan de productiviteit vergroot worden met behulp van directe investeringen in het buitenland. Door overnames in het buitenland wordt er namelijk technologische kennis binnengehaald. Verder kunnen er met directe investeringen distributienetwerken en merknamen verkregen worden en kan er geprofiteerd worden van lagere lonen en grondstofprijzen buiten China (Wang & Wang, 2011). Sinds 1985 zijn de uitgaande Chinese directe investeringen fors gestegen, zoals bleek uit figuur 1.2.1. Waar deze in 1985 nog maar 1 miljard euro bedroegen, bedroegen deze in 2018 1 641 miljard euro. Met name sinds 2005 zijn de uitgaande directe investeringen fors gestegen.

Een belangrijk onderdeel van die uitgaande directe investeringen betreft het zogenaamde ‘Belt and Road Initiative’, een initiatief waarvan de Nieuwe Zijderoute deel uit maakt. Het ’Belt and Road Initiative’ betreft Chinese investeringen in onder andere infrastructuur gericht op het verder verbinden van Centraal Azië met Europa en Afrika over zee en land (Brakman et al., 2019; Arduino & Cainey, 2019). In de periode 2013–2019 is in dat kader in totaal 627 miljard euro aan projecten groter dan 100 miljoen dollar uitgegeven (American Enterprise Institute, 2019). Daarvan is 47 procent geïnvesteerd in Azië en 36 procent in Afrika en het Midden-Oosten; in Europa is dit 9 procent, in Zuid-Amerika 6 procent en in Noord-Amerika 1 procent. Binnen Europa werd met 18,6 miljard euro het meeste geïnvesteerd in Italië gevolgd door Servië (7,3 miljard euro); bijna de helft van de investeringen vond plaats in Oost-Europa. In Nederland vonden geen investeringen plaats groter dan 100 miljoen dollar. In welke sector China het meeste investeert, verschilt per regio. Figuur 1.3.1 geeft het totale aandeel weer dat China investeert in de ontvangende sector in verschillende regio’s; de regio die het meeste directe investeringen ontvangt staat bovenaan (Azië), die het minste ontvangt onderaan (Noord-Amerika). Voor Azië, Afrika en het Midden-Oosten, en Zuid-Amerika is daarbij de energiesector de grootste; in Europa en Noord-Amerika is dat de transportsector.

1.3.1 Aandeel van de twee belangrijkste sectoren in de totale Chinese directe investeringen per regio, 2013 tot en met 2019 (%)
Regio Energie Transport Metaal
Azië 42,6 22,7 .
Afrika en
Midden Oosten
36,4 30,0 .
Europa 27,0 36,0 .
Zuid-Amerika 46,0 . 39,4
Noord-Amerika 10,7 54,4 .
Bron: American Enterprise Institute (2019)

1.4China en het coronavirus

Effecten op de Chinese economie en export

De uitbraak van het coronavirus eind 2019 heeft de Chinese economie hard geraakt. De op één na grootste economie ter wereld kwam eind januari 2020 tot stilstand toen Beijing de vakantie rondom het Chinese Nieuwjaar verlengde, industrieën stillegde en grootschalige lockdowns en quarantaines implementeerde in een poging om verdere verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Het Chinese bbp is in het eerste kwartaal van 2020 met 6,8 procent gedaald ten opzichte van een jaar eerder (National Bureau of Statistics of China, 2020). Ook de industriële productie is in januari en februari 2020 met 13,5 procent gekrompen en de winkelverkopen waren in februari 20 procent lager. De werkloosheid was in februari naar 6,2 procent gestegen, een procentpunt hoger dan in december 2019 (National Bureau of Statistics of China, 2020).

Het stilleggen van grote delen van de Chinese economie betekende dat Chinese bedrijven minder goederen en diensten hebben geproduceerd en geëxporteerd. Als gevolg daarvan kromp de Chinese uitvoerwaarde met 65,7 miljard euro in het eerste kwartaal van 2020, een daling van 13,3 procent ten opzichte van 2019 eerste kwartaal (GACC, 2020). De meest recente cijfers tonen dat de Chinese uitvoer in januari en februari sterk is gedaald (‍–‍17,1 procent) in vergelijking met een jaar geleden.

6,8% kromp de Chinese economie in het eerste kwartaal van 2020 Buitenvorm Binnenvorm

Alle Chinese provincies, autonome regio’s en stadsstaten hebben in het eerste kwartaal van 2020 minder geëxporteerd dan een jaar eerder. Uitzonderingen hierop zijn Beijing, Jiangxi en Hainan. In tegenstelling tot de andere Chinese regio’s is voor deze regio’s de exportwaarde gestegen in 2020 ten opzichte van 2019. Deze drie regio’s zijn wel maar verantwoordelijk voor 4,6 procent van de totale Chinese uitvoer. Uit cijfers van GACC (2020) blijkt dat van de acht meest welvarende regio’s (zie figuur 1.5.2) Shangdong de kleinste daling in export (–6,6 procent) kende en Jiangsu de grootste daling in export (–16,7 procent).

1.4.1 Procentuele verandering export 2020 Q1 t.o.v. 2019 Q1 voor top 10 handelsbestemmingen (%)
Partner Procentuele verandering 2020Q1 t.o.v. 2019Q1
Verenigde Staten -25,2
Hongkong -16,8
Japan -16,0
Zuid-Korea -11,3
Vietnam 5,9
Duitsland -20,1
India -9,9
Nederland -12,6
Verenigd
Koninkrijk
-26,5
Taiwan 2,3
Bron: GACC (2020)

In figuur 1.4.1 worden de tien belangrijkste handelsbestemmingen voor de Chinese goederenuitvoer weergegeven. De Verenigde Staten, Hongkong en Japan zijn de belangrijkste bestemmingen voor de uitvoer van Chinese goederen. Nederland is de achtste bestemming. Naar acht van de tien belangrijkste exportbestemmingen vond er een flinke daling in de Chinese export plaats in het eerste kwartaal van 2020 ten opzichte van eerste kwartaal van 2019. De grootste daling deed zich voor naar het Verenigd Koninkrijk (–‍26,5 procent), gevolgd door de Verenigde Staten (–‍25,2 procent) en Duitsland (–‍20,1 procent). China exporteerde in de eerste drie maanden van 2020 1,8 miljard euro minder naar Nederland, wat goed is voor een daling van 12,6 procent. Enkel de uitvoer naar Vietnam en Taiwan is licht gestegen in 2020 in vergelijking met een jaar eerder (GACC, 2020).

Tabel 1.4.2 laat zien welke tien productgroepen China in 2019 het meeste heeft uitgevoerd. Elektrische machines en machines en mechanische werktuigen waren, met een uitvoerwaarde van respectievelijk 116,3 en 72,1 miljard euro, de belangrijkste exportproducten voor China. In alle tien de productgroepen heeft de coronacrisis een daling van de export veroorzaakt. De uitvoer van elektrische machines lag in het eerste kwartaal van 2020 zo’n 10,5 procent lager dan een jaar eerder. Het sterkst daalde de export van kleding, speelgoed en meubelen.

1.4.2Top 10 productgroepen Chinese uitvoer, 2019 Q1 en 2020 Q1

Waarde in 2020 Q1 Verandering t.ov. 2019 Q1
  mld euro %
1 Elektrische machines 116,3 -10,5
2 Machines en mechanische werktuigen 72,1 -17,2
3 Meubelen 15,3 -21,3
4 Kunststof en werken daarvan 15,3 -8
5 Automobielen, tractors, rijwielen, motorrijwielen 13,3 -11,2
6 Optische instrumenten 13,2 -11
7 Kleding en toebehoren van brei- of haakwerk 9,7 -19,2
8 Werken van gietijzer, ijzer en staal 11,7 -14,9
9 Kleding en toebehoren niet van brei- of haakwerk 9,4 -22,9
10 Speelgoed en spellen 7,3 -22,5

Bron:GACC (2020)

Eerste tekenen van herstel

Eind maart 2020 waren er al de eerste tekenen van herstel in China. Met uitzondering van de stad Wuhan werd op 25 maart in de provincie Hubei de lockdown – waaronder de reisbeperkingen – grotendeels opgeheven; op 9 april is dit gebeurd in Wuhan (Kuijper, 2020; van Zon, 2020). Hoewel er nog strenge maatregelen golden, werd het openbare leven langzaam weer opgestart. Zo gingen musea, attracties, parken, winkels en bioscopen weer open en rijdt het openbaar vervoer weer. In veel sectoren is het werk weer hervat en vooral in de industrieën die voor de economie vitaal zijn. In een groot deel van de bouw is het werk hervat, gedeeltes van de Chinese muur zijn weer open en restaurants mogen weer open als klanten niet recht tegenover elkaar zitten (van Zon, 2020).

De eerste cijfers over maart en april 2020 geven een indicatie van herstel van de Chinese economie. Zo kromp de Chinese goederenexport in maart minder hard dan in januari en februari. In maart was de Chinese export ‘slechts’ 6,6 procent lager dan in maart 2019 (GACC, 2020). In april was de export zelfs al weer 3,5 procent hoger dan in het jaar ervoor, zoals te zien op figuur 1.4.3. Voor de top-10 belangrijkste handelsbestemmingen van China duiden de exportcijfers van april 2020 op een voorzichtig herstel. Enkel de uitvoerwaarde naar India kende in april 2020 nog een forse daling ten opzichte van 2019. Het voorzichtige herstel van de Chinese export in april is merkbaar voor bijna alle tien productgroepen die China in 2019 het meest uitvoerde. Over het algemeen genomen, zien we toch dat de totale Chinese exportwaarde in de eerste vier maanden van 2020 nog steeds onder de waarde van 2019 zit: 606 miljard euro in 2020 ten opzichte van 666 miljard euro in 2019. De inkoopmanagersindexnoot1 voor de industrie in maart kwam uit op 52 punten en in mei op 50,6 (National Bureau of Statistics of China, 2020); dit duidt op groei. In februari was deze index nog 35,7 punten. Verder daalde de werkloosheid van 6,2 procent in februari 2020 naar 6,0 procent in april; in december 2019 was de werkloosheid nog 5,2 procent (National Bureau of Statistics of China, 2020). De winkelverkopen in maart 2020 waren nog 16 procent lager dan in 2019 en in april 7,5 procent lager, terwijl de online verkoop van fysieke goederen in maart 2020 met 5,9 procent gestegen is (National Bureau of Statistics of China, 2020).

1.4.3 Chinese uitvoerwaarde per maand, 2019 t.o.v. 2020 (mld euro)
Jaar 2019 2020
Januari + Februari 316 262
Maart 177 165
April 173 179
Bron: GACC (2020)

Een belangrijke kanttekening bij dit voorzichtige herstel is dat China sterk verweven is in internationale waardeketens, zie hoofdstuk 3 van deze Internationaliseringsmonitor. Als de vraag naar producten die direct of indirect uit China komen, terugvalt door de corona-uitbraak in andere landen, heeft dit gevolgen voor het economische herstel in China. Ook een eventuele nieuwe uitbraak van het virus kan wederom verstrekkende gevolgen hebben voor het economische herstel.

1.5Positie China en vergelijking met Nederland

In deze paragraaf worden de belangrijkste kerncijfers en indicatoren afgezet tegen die van Nederland.

China tweede economie wereldwijd

China was in 2018 na de Verenigde Staten de tweede economie ter wereld met een bruto binnenlands product (bbp) van 11 319 miljard euro, zie tabel 1.5.1. De omvang van de Chinese economie is aanzienlijk kleiner dan die van de Verenigde Staten, de grootste economie ter wereld: het Amerikaanse bbp is ruim 1,5 keer zo groot als dat van China. Ten opzichte van Nederland is het Chinese bbp ruim 14 keer zo groot. Op haar beurt neemt Nederland qua bbp de zeventiende plek in wereldwijd. Gecorrigeerd voor koopkracht is China de grootste economie ter wereld (Kras, 2019).

China is met bijna 1,4 miljard inwoners het land met de meeste inwoners ter wereld. Nederland staat qua inwoners op plek 66 wereldwijd. China is een stuk minder dichtbevolkt dan Nederland. Gemiddeld wonen er in China 148 inwoners per vierkante kilometer; in Nederland is dat met 511 inwoners per vierkante kilometer ruim 3 keer zoveel. In 2018 was het bbp per hoofd in China 8 112 euro en in Nederland 45 071 euro; het bbp per hoofd is in Nederland daarmee ruim 5 keer zo hoog dan in China. Qua bbp per hoofd van de bevolking staat China in 2018 op de 72e plek wereldwijd; Nederland staat op de dertiende plek.

1.5.1Kerngegevens China en Nederland inclusief wereldranking

Jaar China Ranking China Nederland Ranking NL
Kernvariabele
Geografie
Aantal inwoners1 2018 1 395,4 mln 1 17,2 mln 66
Oppervlakte3 2018 9 562,9 1 000 km2 4 41,5 1 000 km2 130
Bevolkingsdichtheid3 2018 148 per km2 71 511 per km2 21
 
Economie
Bruto binnenlands product1 2018 11 319 mld euro 2 774 mld euro 17
bbp per hoofd1 2018 8 112 euro 72 45 071 euro 13
Economische groei2 2014–2019 6,7 % 14 2,3 % 122
Werkloosheid (% beroepsbevolking)2 2019 3,6 % 20 3,4 % 16
 
Handel
Export van goederen4 2018 2 106 mld euro 1 612 mld euro 5
Hightech export5 2018 554 mld euro 1 73 mld euro 9
Export van diensten6 2018 196 mld euro 5 166 mld euro 8
Import van goederen en diensten7 2018 2 158 mld euro 2 570 mld euro 8
 
Directe investeringen
Uitstroom buitenlandse investeringen9 2018 110 mld euro 2 50 mld euro 6
Instroom buitenlandse investeringen9 2018 118 mld euro 2 59 mld euro 5
Positie aan uitgaande buitenlandse investeringen9 2018 1 642 mld euro 3 2 055 mld euro 2
Positie aan inkomende buitenlandse investeringen9 2018 1 378 mld euro 5 1 417 mld euro 4
 
Innovatie            
Werkgelegenheid onderzoek en ontwikkeling5 2005–2017 1 206 vte/mln inwoners 49 4 843 vte/mln inwoners 14
Uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling (% bbp)5 2005–2017 2,1 % 14 2,0 % 16
Ontvangsten voor gebruik intellectueel eigendom5 2018 5 mld euro 12 30 mld euro 3
Internetgebruik8 2018 54,3 % 24 94,7 % 16

1)IMF (2019).

2)IMF (2020a).

3)World Bank (2019), tabel WV.1.

4)World Bank (2019), tabel 4.4.

5)World Bank (2019), tabel 5.13.

6)World Bank (2019), tabel 4.6.

7)World Bank (2019), tabel 4.17.

8)World Bank (2019), tabel 5.12.

9)UNCTAD (2020).

Structuur van de Chinese economie verschilt sterk met die van Nederland

De relatieve bijdrage die de diverse sectoren aan het bbp leveren, verschilt aanzienlijk tussen China en Nederland (National Bureau of Statistics of China, 2020; CBS, 2020a). Zo maakte in 2018 de dienstverlening in China 53 procent van de economie uit, waar dit in Nederland 78 procent was. Het spiegelbeeld zien we bij de nijverheid en de primaire sector. Waar het aandeel van de nijverheid in Nederland 20 procent was, was dit in China 40 procent. Dit verschil is grotendeels toe te schrijven aan de industrie. Verder draagt de primaire sector in Nederland maar 2 procent bij aan het bbp, waar dit in China 7 procent is. Ook binnen de dienstensector zijn er behoorlijke structuurverschillen tussen Nederland en China. Het grootste verschil treedt op voor sectoren als informatie en communicatie, zakelijke dienstverlening, overheid en zorg, en cultuur en recreatie. Samen dragen deze in China 21 procentpunt minder bij aan het bbp dan in Nederland. Verder dragen handel, vervoer en horeca in China 5 procentpunt minder bij aan het bbp dan in Nederland. In de dienstensector draagt alleen de financiële dienstverlening in China meer bij aan het bbp dan in Nederland. In China is die bijdrage 8 procent en in Nederland 7 procent.

Grote verschillen in bruto regionaal product per hoofd van de bevolking

Tussen de Chinese provincies, autonome regio’s en stadsstatennoot2 verschilt het bruto regionaal product (brp) per hoofd van de bevolking sterk, zie figuur 1.5.2. De meest welvarende Chinese regio’s liggen allemaal aan de oostkust, met uitzondering van de stadstaat Beijing. De armste regio’s liggen meer verspreid over China. Met bijna 18 duizend euro had Beijing het hoogste brp per capita. De top-5 bestaat verder uit Shanghai (17,3 duizend euro), Tianjin (15,5 duizend euro), Jiangsu (14,8 duizend euro) en Zhejiang (12,6 duizend euro). De provincie met het laagste brp per hoofd van de bevolking is Gansu. Daar was in 2018 het brp 4 duizend euro per hoofd, ruim 4 keer kleiner dan in Beijing. De armste provincie, Gansu, ligt in het noordwesten van China. Ter vergelijking: in elke Nederlandse provincie lag het brp per hoofd van de bevolking hoger dan in China. In 2018 werd het hoogste brp per hoofd gerealiseerd in de provincie Noord-Holland (58,7 duizend euro) en was dit het laagste in Friesland (30,6 duizend euro) (CBS, 2020b).

1.5.2 Bruto Regionaal Product per hoofd van de bevolking, 2018 (euro)
Regio brp per capita
Beijing 17957
Shanghai 17287
Tianjin 15460
Jiangsu 14750
Zhejiang 12633
Fujian 11680
Guangdong 11067
Shandong 9768
Inner Mongolia 8748
Hubei 8532
Chongqing 8444
Shaanxi 8130
Liaoning 7429
Jilin 7122
Ningxia 6928
Hunan 6781
Hainan 6654
Henan 6423
Xinjiang 6336
Sichuan 6261
Hebei 6118
Anhui 6111
Qinghai 6108
Jiangxi 6075
Shanxi 5805
Tibet 5558
Heilongjiang 5542
Guangxi 5314
Guizhou 5282
Yunnan 4756
Gansu 4013
Bron: National Bureau of Statistics of China

Voor de vijf meest welvarende regio’s wordt het overgrote deel van het brp gerealiseerd buiten de primaire sector. In de minst welvarende regio’s daarentegen wordt een aanmerkelijk groter deel van het brp gerealiseerd door landbouw, bosbouw, veeteelt en visserij. De rijke kustregio’s van China zijn de meest gediversifieerde en innovatieve delen van het land. Ook zijn sommige rijk aan grondstoffen; Jiangsu heeft bijvoorbeeld grote voorraden steenkool, olie, gas, zout, zwavel, fosfor en marmer. Sinds de oprichting van de Volksrepubliek heeft veel chemische en zware industrie zich hier gevestigd. Belangrijke sectoren in Zhejiang zijn de elektromechanische, chemische, technische en textielindustrie. Zhejiang is bijvoorbeeld de thuisbasis van een aantal van China’s meest innovatieve internetbedrijven, met name de e-commerce gigant Alibaba. Beijing heeft een geavanceerde dienstensector en innovatieve technologie-industrie. In Fujian is naast de aanwezige industrie ook de landbouwsector van groot belang (Chipman Koty, 2019; Economisch Cluster ZMA Peking, 2016).

China grootste goederenexporteur

China is wereldwijd het land dat de meeste goederen exporteert. Waar China 2 106 miljard euro aan goederen exporteerde in 2018, is dit voor Nederland 612 miljard euro. Daarmee is Nederland de vijfde goederenexporteur ter wereld. Van de Chinese export is 554 miljard euro hightech export. Ook op dat vlak neemt China de eerste plaats in; Nederland neemt op dit punt de negende plaats in met 73 miljard euro.

2 106 miljard aan goederenexport door China in 2018 Buitenvorm Binnenvorm

Guangdong belangrijkste regio voor Chinese goederenhandel

De provincie Guangdong kende een opmerkelijke economische groei na de oprichting van de speciaal economische zones (SEZ) in 1979. De Shenzhen-zone (grenzend aan Hongkong), de Zhuhai-zone (grenzend aan Macao) en de Shantou-zone bevinden zich alle drie in de kustprovincie Guangdong en de vierde zone, de Xiamen-zone (dichtbij Taiwan), is in de naburige kustprovincie Fujian gevestigd.noot3 Guangdong slaagde er zelfs in de grootste exportwaarde te genereren en kenmerkte zich door een grote instroom van buitenlandse investeringen. De SEZs zorgden in Guangdong voor een switch van toerisme en vastgoed naar nijverheid en uiteindelijk naar technologisch geavanceerde industrieën (Ota, 2003; Han & Hayter, 1997).

De vijf regio’s die samen verantwoordelijk waren voor bijna 70 procent van de totale Chinese uitvoer in 2018 zijn Guangdong, Jiangsu, Zhejiang, Shanghai en Shandong. Deze regio’s liggen allemaal aan de Chinese oostkust. Guandong exporteerde in 2018 zelfs iets meer dan Italië en Jiangsu iets meer dan Spanje (IMF, 2020b). Deze vijf regio’s staan ook hoog wat betreft brp per hoofd van de bevolking. De minst welvarende regio’s zijn ook de regio’s die in 2018 het minst exporteerden. Aan de importzijde zien we een vergelijkbaar beeld. Guangdong, Beijing, Shanghai, Jiangsu en Shandong waren in 2018 samen goed voor 69 procent van de totale Chinese invoer. Guandong importeerde in 2018 wat meer dan België en Beijing net iets meer dan Maleisië (IMF, 2020b). De minst importerende Chinese regio’s vinden we ook terug onderaan de ranking brp per capita.

China vijfde in de export van diensten

Wat betreft de export van diensten staat China wereldwijd op de vijfde plek. De Verenigde Staten zijn met 682 miljard euro veruit de grootste dienstenexporteur ter wereld. Dat is ruim twee keer zoveel als nummer twee op de lijst (Verenigd Koninkrijk), ruim drie keer zoveel als China (positie 5) en vier keer zoveel als Nederland (positie 8).

China derde positie bij uitgaande directe investeringen

Net als bij de export van diensten, speelt China ook op het vlak van kapitaalstromen een belangrijke rol. In 2018 had China 1 642 miljard euro aan directe investeringen uitstaan in het buitenland. Slechts twee landen hebben meer uitstaan, namelijk de Verenigde Staten (positie 1) en Nederland (positie 2). Nederland heeft met 2 055 miljard euro zo’n 25 procent meer aan directe investeringen in het buitenland uitstaan.

China vijfde positie bij inkomende directe investeringen

Als het gaat om inkomende buitenlandse investeringen stond China in 2018 achter de VS op de tweede plek met 1 378 miljard euro, wat een gevolg is van de positie van China als groot productieland en het beleid in de jaren tachtig van het aantrekken van directe investeringen in de speciale economische zones, zie paragraaf 1.2. In de VS staat ruim 4,5 keer zoveel aan investeringen uit dan in China. Nederland staat op positie vier met 1 417 miljard euro aan inkomende directe investeringen.

Uitgaven aan R&D van China en Nederland vergelijkbaar

Innovatie is een belangrijke bron van economische groei. Een indicator daarvoor is hoeveel werkgelegenheid er met R&D is gemoeid. China stond in de periode 2005–2017 met 1 206 voltijdbanen per miljoen inwoners wereldwijd op de 49e plaats; Nederland op plek veertien met 4 843 voltijdbanen per miljoen inwoners (Worldbank, 2019c). Een andere indicator is het totaal aan uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling als percentage van het bbp. China stond hiervoor wereldwijd met 2,1 procent op plek 14 en Nederland met 2,0 procent op plek 16. Nog een andere indicator is het totaal aan ontvangsten voor het gebruik van intellectueel eigendom. China ontving in 2018 voor het gebruik hiervan 5 miljard euro (Worldbank, 2019, tabel 5.13) en stond hiermee op de twaalfde plek wereldwijd. Voor Nederland was dit 30 miljard euro, waarmee ons land op de derde plaats stond.

1.6Samenvatting en conclusie

Begin jaren tachtig hervormde China de landbouw, de industrie en het prijssysteem. Daarnaast werd de economie geopend via het opzetten van speciale economische zones. In die speciale economische zones groeide in de jaren tachtig en negentig de economie hard door een combinatie van inkomende directe investeringen, export en lage lonen. Vanaf 2010 ging dit groeimodel haperen omdat enerzijds de vraag naar Chinese producten vanuit Europa minder hard groeide dan in de jaren voor de financiële crisis in 2008. Anderzijds werd het in China steeds moeilijker om de productiviteit nog verder te verhogen, nam het arbeidsaanbod af en waren de lonen fors gestegen.

Om de ambitie van China te realiseren om de grootste economie ter wereld te worden, en van een maakeconomie een kenniseconomie te worden, werd een nieuw groeibeleid ingezet op basis van investeren in kennis, innovatie en uitgaande directe investeringen. Een belangrijk onderdeel van die uitgaande investeringen betreft het zogenaamde ‘Belt and Road Initiative’. Deze investeringen werden in de periode 2013–2019 voor 47 procent gerealiseerd in Azië en 36 procent in Afrika en het Midden-Oosten. Het meeste werd geïnvesteerd in de energie- en transportsector.

China was in 2018 de tweede economie wereldwijd, de grootste exporteur van goederen, de vijfde exporteur van diensten, de derde bij de uitgaande investeringen, vijfde voor inkomende investeringen en qua uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling als percentage van het bbp veertiende. Het bbp per hoofd van de bevolking is in China ruim 5 keer zo klein als in Nederland. Er zijn wel grote verschillen tussen Chinese regio’s. De meest welvarende Chinese regio’s liggen allemaal aan de oostkust, met uitzondering van de stadstaat Beijing.

Eind 2019 werd China geraakt door het coronavirus. Om de verspreiding daarvan tegen te gaan besloot China over te gaan tot lockdowns in grote delen van het land. Half maart was het duidelijk dat de epidemie over het hoogtepunt heen was en werden allerlei beperkingen opgeheven. Door het coronavirus is de Chinese economie in het eerste kwartaal van 2020 hard geraakt; de export kromp in deze periode met 13,3 procent en de gehele economie met 6,8 procent. Het sterkst daalde de export van kleding, speelgoed en meubelen. Vrijwel alle Chinese regio’s hebben in het eerste kwartaal van 2020 minder geëxporteerd dan een jaar eerder, met uitzondering van Beijing, Jiangxi en Hainan. Naar acht van de tien belangrijkste exportbestemmingen vond er een flinke daling in de Chinese export plaats in het eerste kwartaal van 2020 ten opzichte van eerste kwartaal van 2019; enkel de uitvoer naar Vietnam en Taiwan steeg licht.

Eind maart 2020 waren er al de eerste, voorzichtige tekenen van herstel. Zo was in maart 2020 de Chinese export ‘slechts’ 6,6 procent lager dan in maart 2019 en daalde de werkloosheid van 6,2 procent in februari 2020 naar 6,0 procent in april. In april was de uitvoer al weer 3,5 procent hoger dan in 2019. In tegenstelling tot de winkelverkopen is de online verkoop van fysieke goederen met 5,9 procent gestegen. Het is nog onduidelijk in hoeverre dit herstel in de kiem wordt gesmoord door terugval in de vraag naar Chinese producten en diensten; China is immers sterk verweven in internationale waardeketens. Ook een tweede golf met coronabesmettingen kan wederom verstrekkende gevolgen hebben voor het economische herstel.

1.7Literatuur

Open literatuurlijst

Literatuur

American Enterprise Institute (2019). China global investment tracker. [Dataset]. Geraadpleegd op 21 april 2020.

Arduino, A. & Cainey, A. (2019). Risk assessment and mitigation in Central Asia: implications for foreign direct investment and the Belt and Road Initiative. European Bank for Reconstruction and Development.

Brakman, S., Frankopan, P., Garretsen, H. & Van Marrewijk, C. (2019). The New Silk Roads: an introduction to China’s Belt and Road Initiative. Cambridge Journal of Regions, Economy and Society, 12 (1)3–16.

Beule, F. de & Bulcke, D. van den (2009). China’s opening up, from Shenzen to Sudan. In M.P. Dijk, van (Red.), The New Presence of China in Africa, 31–52.

Blok, S. (2019, 15 mei). Nederland-China: een nieuwe balans [Kamerbrief]. Geraadpleegd op 22 november 2019.

CBS (2020a). Productie- en inkomenscomponenten bbp; bedrijfstak; nationale rekeningen [Dataset]. Geraadpleegd op 17 februari 2020.

CBS (2020b). Regionale kerncijfers; nationale rekeningen [Dataset]. Geraadpleegd op 29 april 2020.

CBS (2020c). Nederlandse goederenhandel met China, 2002 – jan. 2020. Geraadpleegd op 19 mei 2020.

CBS (2020d). Nederlandse goederenimport uit China ruim 39 miljard euro. Geraadpleegd op 19 mei 2020.

Chen, C. (2018). The liberalization of FDI policies and the impacts of FDI on China’s economic development. In R. Garnaut, L. Song & C. Fang (Red.), China’s 40 Years of Reform and Development: 1978–2018, ANU Press, 595–617.

Chipman Koty, A. (2019). Disparities in China’s Regional Growth: A Look at H1 2019 GDP Data. Geraadpleegd op 29 april 2020.

Chow, G. C. (2018). China’s economic transformation. In R. Garnaut, L. Song & C. Fang (Red.), China’s 40 Years of Reform and Development: 1978–2018, 93–115.

Crane, G. T. (1994). ‘Special Things in Special Ways’: National Economic Identity and China’s Special Economic Zones. The Australian Journal of Chinese Affairs, 32, 71–92.

Economisch Cluster ZMA Peking (2016). Geografische kansen in China voor Nederlandse bedrijven. Geraadpleegd op 28 april 2020.

GACC (2020). Statistics: Interactive tables [Dataset]. Geraadpleegd op 1 mei 2020.

Han, S. S. & Hayter, R. (1997). Reflections on China’s Open Policy Towards Foreign Direct Investment. Regional Studies, 32(1), 1–16.

He, F. & Pan, X. (2015). China’s Trade Negotiation Strategies Matters of growth and regional economic integration. In L. Song, R. Garnaut, C. Fang & L. Johnston (Red.), China’s Domestic Transformation in a Global Context, ANU Press, 361–382.

IMF (2019). World Economic Outlook database: October 2019 [Dataset]. Geraadpleegd op 8 januari 2020.

IMF (2020a). World Economic Outlook database: April 2020 [Dataset]. Geraadpleegd 12 mei 2020.

IMF (2020b). Direction of Trade Statistics [Dataset]. Geraadpleegd op 22 april 2020.

Kras, J. (2019). Dit zijn de grootste economieën ter wereld. Geraadpleegd op 19 mei 2020.

Kuijper, K. (2020). Coronavirus: dit is het goede nieuws. Geraadpleegd op 30 maart 2020.

National Bureau of Statistics of China (2020). National Data. [Dataset]. Geraadpleegd op 10 juni 2020.

Ota, T. (2003). The Role of Special Economic Zones in China’s Economic Development As Compared with Asian Export Processing Zones: 1979–1995. Asia in Extenso, 1–28.

Shatz, H. J. (2016). Strategic Choices Abroad: China. In H. J. Shatz (Red.), U.S. International Economic Strategy in a Turbulent World: Strategic Rethink, Rand Corporation, 85–110.

Stanley, L. E. (2018). Emerging Market Economies and Financial Globalization: Argentina, Brazil, China, India and South Korea. Anthem Press.

Song, L., Fang, C. & Johnston, L. (2017). China’s Path Towards New Growth: Drivers of Human Capital, Innovation and Technological Change. In L. Song, R. Garnaut, C. Fang & L. Johnston (Red.), China’s New Sources of Economicy Growth: Human Capital, Innovation and Technological Change, ANU Press, 1–19.

Song, L., Zhou, Y. & Hurst, L. (2019). Deepening reform and opening-up for China to grow into a high-income country. In L. Song, Y. Zhou & L. Hurst (Red.), The Chinese Economic Transformation: Views from Young Economists, ANU Press, 1–17.

UNCTAD (2020). UNCTADSTAT: United Nations Conference on Trade and Development. [Dataset]. Geraadpleegd op 10 april 2020.

Wang, B. & Wang, H. (2011). Chinese Manufacturing Firms’ Overseas Direct Investments: Patterns, motivations and challenges. In J. Golley & L. Song (Red.), Rising China: Global Challenges and Opportunities, ANU Press, 99–119.

Wei, S. J, Xie, Z. & Zhang, X., (2017). From ‘Made in China’ to ‘Innovated in China’: Necessity, Prospect, and Challenges, Journal of Economic Perspectives, 31(1), 49–70.

World Bank (2019). World Development Indicators [Dataset]. Geraadpleegd op 8 januari 2020.

World Bank (2020). World Development Indicators. [Dataset]. Geraadpleegd op 14 april 2020.

Zon, H. van (2020). China haalt streep door reisbeperkingen: beetje bij beetje herstelt normale leven zich. Geraadpleegd op 30 maart 2020.

Noten

In een inkoopmanagersindex worden de inkopers bij bedrijven gevraagd of de onderneming meer of minder produceert. Een stand boven 50 punten duidt op groei, onder 50 punten krimpt een sector.

Verderop in deze paragraaf zullen we de overkoepelende term Chinese regio’s gebruiken, waarmee we de Chinese provincies, autonome regio’s en stadsstaten van het Chinese vasteland (exclusief Hongkong, Macau en Taiwan) bedoelen.

In 1988 werd de Hainan-zone opgericht. Hainan is een eiland gelegen ten zuidwesten van het Chinese vasteland en ten noordoosten van de Vietnamese kust. Eén van de belangrijkste sectoren binnen deze SEZ is de landbouwsector (Ota, 2003; Han & Hayter, 1997).

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

. Gegevens ontbreken
* Voorlopig cijfer
** Nader voorlopig cijfer
x Geheim
Nihil
(Indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
0 (0,0) Het getal is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
Niets (blank) Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
2019–2020 2019 tot en met 2020
2019/2020 Het gemiddelde over de jaren 2019 tot en met 2020
2019/’20 Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2019 en eindigend in 2020
2017/’18–2019/’20 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2017/’18 tot en met 2019/’20

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

Sarah Creemers

Dennis Cremers

Marjolijn Jaarsma

Alex Lammertsma

Tom Notten

Tim Peeters

Janneke Rooyakkers

Iryna Rud

Roger Voncken

Redactie

Sarah Creemers

Marjolijn Jaarsma

Alex Lammertsma

Roger Voncken

Eindredactie

Sarah Creemers

Marjolijn Jaarsma

Roger Voncken

Dankwoord

We danken de volgende personen voor hun constructieve bijdrage aan deze editie van de Internationaliseringsmonitor:

Marcel van den Berg

Elijah Cats

Loe Franssen

Marijke Hartgers

Richard Jollie

Irene van Kuik

Oscar Lemmers

Anouschka van der Meulen

Martin Nieuwenhuizen

Petra Pieck

Carla Sebo

Roos Smit

Sandra Vasconcellos

Gabriëlle de Vet

Hans Westerbeek

Karolien van Wijk

Khee Fung Wong

Hendrik Zuidhoek