Begrippen
DGGF landen
Het Dutch Good Growth Fund (DGGF) richt zich op de volgende ontwikkelingslanden en opkomende markten http://www.dggf.nl/landenlijst:
- In Afrika: Algerije, Angola, Benin, Burkina Faso, Burundi, Democratische Republiek Congo, Djibouti, Egypte, Eritrea, Ethiopië, Gambia, Ghana, Guinee, Ivoorkust, Kaapverdië, Kenia, Liberia, Libië, Madagaskar, Malawi, Mali, Marokko, Mozambique, Niger, Nigeria, Oeganda, Rwanda, Soa Tomé en Principe, Senegal, Sierra Leone, Soedan, Somalië, Tanzania, Togo, Tsjaad, Tunesië, Zambia, Zimbabwe, Zuid-Afrika, Zuid-Soedan.
- In Azië: Afghanistan, Armenië, Bangladesh, Bhutan, Cambodja, Filipijnen, Georgië, India, Indonesië, Jemen, Jordanië, Laos, Libanon, Mongolië, Myanmar, Nepal, Pakistan, Palestijnse Gebieden, Sri Lanka, Vietnam
- In Europa: Kosovo, Moldavië
- In Midden-Amerika: Guatemala, Haïti, Nicaragua
- In Zuid-Amerika: Bolivia, Colombia, Peru, Suriname
EU13
Lidstaten die op 1 mei 2004, of later, toegetreden zijn tot de Europese Unie. Het betreft de volgende landen: Bulgarije, Cyprus, Estland, Hongarije, Kroatië, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Roemenië, Slovenië, Slowakije en Tsjechië.
EU15
De samenstelling van de Europese Unie per 1 januari 1995: België, Duitsland, Denemarken, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Verenigd Koninkrijk en Zweden.
Extensieve marge
De extensieve marge heeft betrekking op veranderingen in de omvang van de export bijvoorbeeld doordat het aantal exporterende bedrijven toeneemt of het aantal geëxporteerde producten of exportbestemmingen.
Grootbedrijf
Hiertoe behoren alle bedrijven die gevestigd zijn in Nederland en onderdeel uitmaken van een concern met minstens 250 werkzame personen en/of een onderdeel zijn van een concern dat in buitenlandse handen is (zie ook; zeggenschap).
Handelsrelatie
Een relatie van een bedrijf met een Nederlands btw-nummer dat diensten of goederen inkoopt of levert aan een bedrijf met een buitenlands btw-nummer uit het buitenland. Het goed of de dienst is dan ook daadwerkelijk de grens over gegaan. Deze informatie is afkomstig van de Intracommunautaire Prestaties (ICP) van de Belastingdienst.
Intensieve marge
De intensieve marge heeft betrekking op veranderingen in de export doordat de gemiddelde exportwaarde per bedrijf, product of bestemming toeneemt.
Intracommunautaire Prestaties (ICP)
Informatie over het aantal handelsrelaties in EU-landen van goederen- en dienstenexporteurs is afkomstig van de Intracommunautaire Prestaties (ICP) van de Belastingdienst. Wanneer een bedrijf goederen of diensten levert aan het buitenland, dient het bedrijf naast de btw-aangifte ook een zogenaamde ICP-aangifte te doen. In deze aangifte worden alle intracommunautaire leveringen en diensten opgegeven, die geleverd zijn aan ondernemers die in andere EU-landen btw-aangifte moeten doen.
Land*product combinatie
Land*product combinatie is een kengetal en telt voor een industrie het aantal combinaties van een land (exportbestemming) en de producten die daarnaar toe gaan. In een voorbeeld: in een jaar exporteert een industrie x met 100 bedrijven, 5 producten naar 50 bestemmingen; dit geeft dan een land*product combinatie van 100*50*5 = 2 500.
Mediaan
De mediaan verwijst naar het midden van een verdeling of gegevensverzameling; de mediaan is een centrummaat. Een mediaan is dus de middelste waarde van een verdeling van cijfers, geordend van laag naar hoog.
Multinational
Onderneming die de uiteindelijke zeggenschap heeft over bedrijven in twee of meer landen. Door CBS kan er onderscheid worden gemaakt tussen Nederlandse en buitenlandse multinationals. Een Nederlandse multinational is een bedrijf onder Nederlandse zeggenschap met dochters in het buitenland. Een buitenlandse multinational is een bedrijf waarover de uiteindelijke zeggenschap in het buitenland ligt (zie ook: Zeggenschap).
Nederlandse bedrijfsleven
Het Algemeen Bedrijvenregister (ABR) maakt gebruik van de Standaard Bedrijfsindeling (SBI) om bedrijfseenheden in te delen naar hoofdactiviteit. Het Nederlandse bedrijfsleven omvat alle bedrijven uit de SBI secties B tot en met N, exclusief K plus S95. Deze afbakening wordt internationaal aangeduid als de ‘ non-financial business economy’.
Deze categorie is een samenstelling van de volgende bedrijfstakken:
| B | Delfstoffenwinning |
| C | Industrie |
| D | Productie en distributie van en handel in elektriciteit, aardgas, stoom en gekoelde lucht |
| E | Winning en distributie van water; afval- en afvalwaterbeheer en sanering |
| F | Bouwnijverheid |
| G | Groot- en detailhandel; reparatie van auto’s |
| H | Vervoer en opslag |
| I | Logies-, maaltijd- en drankverstrekking |
| J | Informatie en communicatie |
| L | Verhuur van en handel in onroerend goed |
| M | Advisering, onderzoek en overige specialistische zakelijke dienstverlening |
| N | Verhuur van roerende goederen en overige zakelijke dienstverlening |
| S95 | Reparatie van consumentenartikelen. |
Niet-multinationals
Bedrijven zonder moeder- of dochterbedrijf in het buitenland.
Non-EU top 5 landen
De top-5 landen buiten de Europese Unie is gebaseerd op de omvang van de exportwaarde van goederen van de gehele industrie in 2015. Het zijn in alfabetische volgorde: China, Japan, Turkije, Verenigde Staten en Zuid-Korea.
One-way trader
Een bedrijf dat enkel goederen of diensten importeert dan wel enkel exporteert. Dit in tegenstelling tot de two-way trader (zie begrip), die zowel import en export heeft.
Quasi-doorvoer
Quasi-doorvoer betreft invoer van goederen van buitenlandse makelij die na aankomst in Nederland niet of nauwelijks een bewerking ondergaan en daarna weer worden doorgevoerd naar het buitenland. De goederen zijn tijdens het gehele verblijf in Nederland eigendom van een buitenlands bedrijf (dit in tegenstelling tot wederuitvoer). De quasi-doorvoer is géén onderdeel van de CBS cijfers over de Nederlandse handel, wel bij de Europese cijfers over de Nederlandse handel (Eurostat).
SBI
Bedrijfstakken worden afgebakend volgens de hiërarchische indeling van economische activiteiten van de Europese Unie (Nomenclature statistique des activités économiques dans la Communauté Européenne, afgekort: NACE), de Nederlandse variant hiervan is de Standaard Bedrijfsindeling (SBI).
Toegevoegde waarde
Het verschil tussen de productie (basisprijzen) en het intermediair verbruik (exclusief aftrekbare btw).
Two-way trader
Een bedrijf of bedrijfsvestiging met zowel import- als export van goederen of diensten. Dit in tegen stelling tot de zgn. one-way trader, die enkel importeert ofwel enkel exporteert.
Wederuitvoer
Wederuitvoer betreft invoer van goederen van buitenlandse makelij die na aankomst in Nederland niet of nauwelijks een bewerking ondergaan en daarna weer worden doorgevoerd naar het buitenland. De goederen zijn tijdens het verblijf in Nederland (tijdelijk) eigendom van een Nederlands bedrijf (in tegen stelling tot de quasi-doorvoer). Wederuitvoer en uitvoer van eigen makelij vormen samen de totale Nederlandse uitvoercijfers.
Werkzame persoon
Persoon die een baan heeft bij een in Nederland gevestigd bedrijf of bij een particulier huishouden in Nederland of als zelfstandige actief is. Werkzame personen kunnen dus worden onderscheiden in werknemers en zelfstandigen. Ze kunnen woonachtig zijn in Nederland, maar ook in het buitenland. Tot de werkzame personen behoren alle personen die betaalde arbeid verrichten, ook al is het maar voor één of enkele uren per week, ook als zij:
- arbeid verrichten die op zichzelf genomen legaal is, maar waarvan de beloning aan de registratie door fiscus of sociale zekerheidsautoriteiten wordt onttrokken (‘zwarte arbeid’);
- tijdelijk geen arbeid verrichten, maar wel doorbetaald krijgen (bijvoorbeeld bij ziekte of vorstverlet);
- tijdelijk onbetaald verlof hebben opgenomen.
Zeggenschap
De zeggenschap van bedrijven wordt bepaald aan de hand van het land waar de strategische besluitvorming plaatsvindt. Deze zeggenschap ligt bij de Ultimate Controlling Institutional Unit (UCI). Buitenlandse zeggenschap betekent dat het land van vestiging van de UCI een ander land is dan Nederland.
Zelfstandig MKB
Het zelfstandig midden- en kleinbedrijf omvat alle bedrijven in Nederland, die in Nederlandse handen zijn met minder dan 250 werkzame personen bij het gehele concern.