De positie van Nederland – een introductie

Loopgraven vol dood en verderf, steden en dorpen vernietigd, en miljoenen burgers ontheemd. We schrijven het jaar 1917. Nederland bleef grotendeels buiten het oorlogsgeweld, dat bekend komt te staan als de Eerste Wereldoorlog of Grote Oorlog. Nederland – dat vasthield aan zijn neutraliteit – raakte in economisch opzicht in een isolement. Het Verenigd Koninkrijk en Duitsland hielden elkaar in een economische wurggreep door alle overzeese handel te blokkeren of schepen te torpederen (Paterson et al., 2005). Ook de Nederlandse economie werd hierdoor hard getroffen, wat zich uitte in een sterk afgenomen handelsvolume en het verlies van toegang tot handelsmarkten en koloniën (Klemann, 2007). Het gevolg van het isolement voor de Nederlandse bevolking was schaarste van – met name – grondstoffen en brandstof. Ook voedsel werd schaarser en snel duurder. Politiek en beleid hadden in die tijd grote behoefte aan betrouwbare handelsdata. Om vast te stellen wat er feitelijk gebeurt, kreeg het CBS in 1917 mandaat om handelscijfers in kaart brengen. Het vormt het begin van de internationale handelsstatistieken in Nederland (Atsma, 1999).

Het feit dat het CBS inmiddels een eeuw statistieken bijhoudt over de goederenhandel met het buitenland is een mooie aanleiding voor een terugblik op de afgelopen 100 jaar. In deze editie van de Internationaliseringsmonitor beschouwen we de positie van Nederland in de globaliserende wereldeconomie. Onder het motto ‘om het heden te begrijpen, moeten we het verleden kennen’, duiken we in deze Internationaliseringsmonitor onder andere in het verleden van de internationale handel. Dit doen we in hoofdstuk 2 in deze publicatie. Belangrijke momenten en historische gebeurtenissen zoals de oorlogen, de beide oliecrises, de oprichting en uitbreiding van de Europese Unie, de toetreding van China tot de WTO en de grote economische crisis van de laatste jaren passeren hierbij de revue. Zo blijkt bijvoorbeeld dat Duitsland niet altijd onze belangrijkste handelspartner is geweest. In meer dan de helft van de jaren tussen 1920 en 1940 ging er méér export naar het VK dan naar Duitsland. Na de Tweede Wereldoorlog duurde het tot 1954 voordat de Duitse dominantie in de Nederlandse handel wederkeerde. Vanzelfsprekend is er ook aandacht voor het heden, of wellicht beter gezegd het recente verleden. Zo was China in 2017 – met een aandeel van 9 procent in de totale Nederlandse invoer – inmiddels het derde land van herkomst voor Nederlandse import, na Duitsland en België. Wat betreft de Nederlandse export: deze blijkt steeds vaker naar landen verder weg te gaan en minder gefocust te zijn op een selecte groep landen. Met behulp van een zwaartekrachtmodel wordt inzichtelijk gemaakt wat de belangrijkste verklaringen zijn voor de verschillen in de hoeveelheid export die naar landen gaat. Hierbij wordt er onderscheid gemaakt tussen export van eigen makelij en wederuitvoer.

Hoofdstuk 3 zoomt vervolgens verder in op de bedrijven die momenteel verantwoordelijk zijn voor de Nederlandse export van goederen én diensten. Uit eerdere edities van de Internationaliseringsmonitor weten we dat een relatief kleine groep bedrijven verantwoordelijk is voor een groot deel van de exportwaarde. Dit hoofdstuk voegt daar een extra dimensie aan toe: de exportbestemming van de Nederlandse goederen en diensten. Wat kenmerkt bedrijven die naar de verschillende delen van de wereld exporteren? En hoe belangrijk is de export naar elk van de verschillende regio’s voor de totale export en omzet van de exporteurs? Uitgangspunt hierbij is de export van Nederlandse makelij. Zo blijkt dat voor ruim 7 op de 10 bedrijven met export van eigen makelij naar de EU15, deze export minstens 95 procent van hun totale export vormt. Bij de dienstenhandelaren blijkt deze specialisatie nog groter te zijn. Voor bijna 80 procent van de bedrijven die diensten naar de EU15 exporteren, vormt deze export vrijwel het geheel van hun totale dienstenexport. Van de bedrijven die naar niet-EU landen diensten exporteren, is ruim vier op de tien bedrijven voor minstens de helft van hun dienstenexport van deze landen afhankelijk.

De rol en het belang van de Europese Unie wordt verder behandeld in hoofdstuk 4. De EU is voor de internationale handel van Nederland van groot belang. Maar in relatieve termen lijkt het belang van  de EU af te nemen. In 2002 ging nog 80 procent van de goederenexport naar de EU; in 2017 was dit nog 71 procent. Traditionele handelsstatistieken focussen enkel op het laatste land van herkomst en het eerste land van bestemming van producten en diensten. Echter, waardeketenonderzoek van onder andere het CBS heeft laten zien dat productie in toenemende mate opgeknipt is en in verschillende fasen over de hele wereld  plaatsvindt. Met behulp van deze methoden wordt in dit hoofdstuk onderzocht welk deel van de Nederlandse exportverdiensten tot stand komt door consumptie van Nederlandse goederen door de EU en welk deel door de gateway functie van de EU.

We beginnen in deze publicatie echter met een internationale vergelijking. Hoe doet Nederland het in vergelijking met andere landen wat betreft de export van goederen en diensten? En hoe zit het met internationale kapitaalsstromen en arbeidsparticipatie van mensen met een migratieachtergrond? Kortom, hoe geïnternationaliseerd is Nederland nu ten opzichte van andere landen? Hoofdstuk 1 biedt daarmee algemene achtergrondinfo en dient als opstapje voor de overige hoofdstukken, allen in het teken om een beter beeld te schetsen van de Nederlandse positie in de globaliserende wereldeconomie.

Literatuur

Open literatuurlijst

Literatuur

Atsma, J. (1999), In-, uit- en doorvoer. De statistieken van de buitenlandse handel. In B. Erwich & J. van Maarseveen (red.),  Een eeuw statistieken. Historisch-methodologische schetsen van de Nederlandse officiële statistieken in de twintigste eeuw. Centraal Bureau voor de Statistiek, Voorburg/Stichting beheer IISG, Amsterdam.

Klemann, H. (2007), Ontwikkeling door isolement, De Nederlandse economie 1914–1918. Kraaijenstein, M. & Schulten, P. (red.), Wankel evenwicht. Neutraal Nederland en de Eerste Wereldoorlog. Aspekt Publisher: Utrecht

Kruizinga, S.F. (2011), Economische politiek: de Nederlandsche Overzee Trustmaatschappij (1914–1919) en de Eerste Wereldoorlog. Universiteit van Amsterdam: Amsterdam.

Paterson, T., Clifford, J ., Maddock, S., Kisatsky, D. & Hagan, K. (2005), American Foreign Relations. A History Since 1895. Houghton MifflinCompany: Boston/New York.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Copyright foto’s: Hollandse Hoogte
Copyright foto hoofdstuk 3: Boskalis

Disclaimer en copyright

Leeswijzer

Verklaring van tekens

. Gegevens ontbreken
* Voorlopig cijfer
** Nader voorlopig cijfer
x Geheim
Nihil
(Indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
0 (0,0) Het getal is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
Niets (blank) Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
2017–2018 2017 tot en met 2018
2017/2018 Het gemiddelde over de jaren 2017 tot en met 2018
2017/’18 Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2017 en eindigend in 2018
2015/’16–2017/’18 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2015/’16 tot en met 2017/’18

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

Dennis Cremers
Marjolijn Jaarsma
Oscar Lemmers
Pascal Ramaekers
Roger Voncken
Jaap Walhout
Khee Fung Wong

Redactie

Marjolijn Jaarsma
Pascal Ramaekers
Roger Voncken

Eindredactie

Marjolijn Jaarsma
Roger Voncken

Dankwoord

We danken de volgende collega’s voor hun constructieve bijdrage voor deze editie van de Internationaliseringsmonitor:

Anne-Peter Alberda
Marcel van den Berg
Annelies Boerdam
Jeanet Exel
Rik van Roekel
Gabriëlle Salazar-de Vet
Linda Schaefer
Roos Smit
Sjoertje Vos
Hans Westerbeek
Hendrik Zuidhoek
Irene van Kuik