Foto omschrijving: Een gereviseerde MRI scanner bij Philips Healthcare.

Scroll naar Samenvatting

Samenvatting

In deze dertiende editie van ICT, kennis en economie beschrijft het CBS de meest actuele gegevens over de Nederlandse kenniseconomie in brede zin. Officiële statistieken over de thema’s ICT, R&D en innovatie vormen de leidraad voor de structuur van deze publicatie. De onderlinge raakvlakken van deze thema’s komen aan bod en ontwikkelingen in Nederland worden vergeleken met die in het buitenland. In de oneven jaren ligt het accent van deze publicatiereeks op kennisontwikkeling, in de even jaren op technologie en toepassing. De publicatie ICT, kennis en economie 2023 omvat een inleidend hoofdstuk en zes statistisch inhoudelijke hoofdstukken.

Hoofdstuk 1 Inleiding

  • Nederland behoort van oudsher tot de koplopers in de digitale transitie in Europa. Hoewel de Nederlandse digitale infrastructuur zeer sterk is, wijzen recente ontwikkelingen op enige stagnatie. De digitale vaardigheden van Nederlanders, het niveau van digitalisering bij bedrijven, en de digitale overheidsdienstverlening in Nederland zijn, in vergelijking met andere Europese landen, van een hoog niveau.
  • Digitalisering houdt niet op bij de landsgrenzen. Het beleid van de Europese Commissie richt zich op het digitaal vaardiger maken van de bevolking en er is blijvend aandacht voor de digitale infrastructuur. Twee andere beleidsvelden vormen de digitale transformatie van bedrijven en de inzet van ICT om overheidsdiensten te moderniseren.
  • In het coalitieakkoord 2021–2024 is afgesproken om het Topsectorenbeleid te continueren. In de voorbije jaren is de innovatiekracht van de topsectoren aan het oplossen van maatschappelijke uitdagingen gekoppeld waarbij de nadruk van innovaties niet alleen op technologieontwikkeling ligt, maar bijvoorbeeld ook op het veranderen van gedrag en regelgeving. Er wordt er gewerkt aan een nieuw Kennis- en Innovatieconvenant voor de periode 2024–2027.

Hoofdstuk 2 ICT en economie

  • In het vierde kwartaal van 2022 bestond de Nederlandse ICT-sector uit ruim 91 duizend bedrijven, 3 500 meer dan het jaar ervoor. De meeste bedrijven in de ICT-sector zijn actief als ICT-dienstverlener. Gezamenlijk hadden ICT-bedrijven een aandeel van 4,4 procent in het totale aantal Nederlandse bedrijven. In de periode 2011–2022 groeide het aantal ICT-bedrijven in Nederland met gemiddeld 4,2 procent per jaar.
  • De bruto toegevoegde waarde van de ICT-sector groeide in 2021 met 3,7 procent (volume). Daarmee is de toegevoegde waarde minder hard gegroeid dan de gehele Nederlandse economie. In 2021 investeerde de ICT-sector 5,5 procent minder dan in 2020.
  • In 2022 waren 615 duizend ICT’ers (o.b.v. beroepenclassificatie) werkzaam in diverse bedrijfstakken van de Nederlandse economie. Van hen had 67 procent een vaste arbeidsrelatie met vaste uren. Eind december 2022 bedroeg het aantal openstaande vacatures in de ICT-sector ruim 21 300. Het aantal vacatures ligt daarmee hoger dan het niveau van voor corona.
  • In 2021 was het volume van de ICT-investeringen door Nederlandse bedrijven en overheden 4,5 procent groter dan in 2020. De investeringen in elektronische netwerken groeiden sterker dan de investeringen in computerhardware.
  • Gezamenlijk investeerden Nederlandse bedrijven en overheden in 2021 ruim 33,9 miljard euro in ICT. ICT-investeringen vertegenwoordigden 18 procent van de totale investeringen in Nederland.
  • In 2021 importeerde Nederland voor 68,1 miljard euro aan ICT-goederen en -diensten. Dat is 5,2 procent meer dan in 2020. Nederland exporteerde uit Nederlands product voor 23,9 miljard euro aan ICT-goederen en -diensten in 2021 (exclusief wederuitvoer). Dat is 22,1 procent minder dan een jaar eerder. Naast de export van ICT-goederen en -diensten van Nederlandse makelij, bestaat een groter deel van de Nederlandse ICT-export uit wederuitvoer. In 2021 realiseerde Nederland voor 48,2 miljard euro aan ICT-wederuitvoer.

Hoofdstuk 3 ICT-gebruik bij personen

  • In 2022 had 97 procent van de Nederlanders van 12 jaar of ouder thuis toegang tot internet en was 9 op de 10 dagelijks of vrijwel dagelijks online. Van de Nederlanders van 12 jaar of ouder zei 5 procent in 2022 nooit internet te hebben gebruikt. Het vaakst gebruikte men een smartphone voor internettoegang.
  • E-mailen en tekstberichten sturen zijn de meest voorkomende vormen van online communicatie. Bellen via internet heeft de laatste jaren een hoge vlucht genomen. In 2022 belde 79 procent van de Nederlanders via internet; in 2017 was dit nog 43 procent. Jongeren waren het meest actief op sociale netwerken.
  • Internet is ook een belangrijke bron van informatie, nieuwsgaring en vermaak. Nederland behoort samen met Finland en Denemarken tot de groep van EU-landen met het grootste deel van de bevolking dat online informatie zoekt over goederen en diensten. In toenemende mate gebruiken Nederlanders het internet om te zoeken naar gezondheidsinformatie en leefstijl. Online televisiekijken heeft de laatste jaren een hoge vlucht genomen. Bijna 7 op de 10 Nederlanders van 12 jaar en ouder keken in 2022 televisie via internet.
  • In 2022 maakte 90 procent van de Nederlandse bevolking van 16 jaar of ouder gebruik van de digitale overheid via overheidswebsites of websites van publieke instanties. Nederland behoort tot de top drie van EU-landen met het grootste aandeel inwoners dat gebruik maakte van de digitale overheid in 2022. In de eerste helft van 2022 maakte 46 procent van de personen van 12 jaar of ouder online een afspraak met een huisarts of medisch specialist; twee jaar eerder was dat nog 31 procent.
  • In 2022 gaf 74 procent van de Nederlanders van 12 jaar of ouder, omgerekend ongeveer 11,2 miljoen mensen, aan iets online gekocht te hebben gedurende de drie maanden voorafgaand aan het onderzoek. Het online kopen van kaartjes voor de bioscoop, een concert of een cultureel evenement na toe van 8 procent in 2021 tot 34 procent in 2022, toen de coronamaatregelen werden afgeschaft. De online aankoop van fysieke goederen nam juist weer af in 2022.
  • Ruim 8 op de 10 Nederlanders van 12 jaar of ouder hadden in 2022 een of meer slimme apparaten of systemen in huis. In 2022 is het gebruik van slimme huishoudelijke apparaten thuis meer dan verdubbeld ten opzichte van 2020.
  • Van de mensen die in 2022 een smartphone hadden of er ooit een hebben gehad werd door 55 procent het (vorige) oude mobieltje of de oude smartphone nog thuis bewaard. 24 procent heeft het oude apparaat verkocht of weggegeven, 13 procent leverde het in voor recycling, en 2 procent gooide het weg. Ook oude laptops of tablets worden vaak thuis bewaard.
  • DAB+ is de digitale opvolger van FM. Met DAB+ is het mogelijk om via de digitale ether radio te luisteren. In 2022 had 53 procent van de Nederlanders van 12 jaar of ouder weleens van DAB+ gehoord. Dit percentage is flink hoger dan in 2017, toen 37 procent bekend was met DAB+. 24 procent van de Nederlandse huishoudens had een DAB+-apparaat in bezit.

Hoofdstuk 4 ICT-gebruik bij bedrijven

  • Praktisch alle bedrijven met 10 of meer werkzame personen gebruiken een hoogwaardige vaste of mobiele internetverbinding zoals glasvezel, kabel, DSL of 4G/5G. Vaste verbindingen met een snelheid van ten minste 30 Mbit per seconde zijn tegenwoordig de standaard bij bedrijven. Ruim 1 op de 10 bedrijven beschikte in 2022 over een internetverbinding met een downloadsnelheid van ten minste 1 Gbit per seconde. Nederlandse bedrijven beschikken over snellere internetverbindingen dan gemiddeld in Europa.
  • Bijna 4 op de 5 bedrijven verstrekten in 2022 draagbare apparatuur aan het personeel voor mobiel internet, waarmee via mobiele breedband (zoals 4G) kon worden geïnternet voor het werk. In 2021 had 92 procent van de Nederlandse bedrijven met 10 of meer werkzame personen een eigen website, die relatief vaak gebruikt werd om goederen of diensten te beschrijven of prijzen te tonen.
  • In 2022 gebruikte 81 procent van het personeel bij bedrijven met 10 of meer werkzame personen geregeld een computer met internet voor het werk. In Nederland werkt een aanzienlijk groter deel van de werkzame personen met internet dan gemiddeld in de EU. In 2022 had 44 procent van het personeel van Nederlandse bedrijven met 10 of meer werkzame personen een laptop, tablet of smartphone met mobiel internet van het bedrijf. In 2022 ondersteunde 84 procent van de bedrijven met 10 of meer werkzame personen telewerken. Als een bedrijf telewerken ondersteunt, hebben vaak niet alle medewerkers die mogelijkheid. Het type werk laat dat immers niet altijd toe. In 2022 werkte 64 procent van de werkzame personen regelmatig buiten de bedrijfsvestiging en hadden van daaruit toegang tot het ICT-systeem van het bedrijf. In 2021 had 15 procent van de bedrijven vacatures voor ICT-specialisten. Deze bedrijven hebben personeel aangenomen, of hadden dat willen doen, voor functies waarvoor specifieke ICT-vaardigheden vereist waren. Bijna driekwart van de bedrijven met ICT-vacatures hadden moeite deze te vervullen. In 2022 bood 21 procent van de bedrijven met 10 of meer werkzame personen hun personeel ICT-cursussen aan.
  • In 2022 heeft 29 procent van de Nederlandse bedrijven elektronisch (via website, app of EDI) verkocht. Vooral bedrijven actief in de toeristische sector kennen een relatief groot aandeel bedrijven dat elektronisch verkoopt. Van de logiesaccommodaties, zoals hotels en campings, verkocht 65 procent via e‍-‍commerce in 2022. Het aandeel bedrijven in Nederland met elektronische verkopen ligt boven het EU-gemiddelde.
  • Artificial Intelligence, robotica zijn voorbeelden van innovatieve ICT-toepassingen. In 2022 gebruikte 16 procent van de bedrijven met 10 of meer werkzame personen 1 of meer AI-technologieën, zoals spraakherkenning, machine learning en robot-ondersteunde procesautomatisering. In 2022 gebruikte 6 procent van de bedrijven robots. In de industrie zette bijna 1 op de 4 bedrijven een industriële of service robot in.
  • Bedrijven namen in 2022 allerlei maatregelen om hun ICT te beschermen tegen beveiligingsrisico’s. Antivirussoftware en het plaatsen van gegevens op andere fysieke locaties zijn maatregelen die het vaakst werden genomen (respectievelijk 96 en 90 procent). Bij 26 procent van de bedrijven heeft in 2022 een intern ICT-veiligheidsincident plaatsgevonden. Dit zijn incidenten die ontstaan door onopzettelijk toedoen van eigen personeel of door een hardware- of systeemfout. Bij 10 procent van de bedrijven was sprake van een extern ICT-veiligheidsincident. Slechts 60 procent van de zzp’ers beschikte over een eigen vaste internetverbinding in 2022.
  • Driekwart van de bedrijven met tien of meer werkzame personen nam in 2022 maatregelen om het papierverbruik bij printen en kopiëren te beperken. Door bijna de helft van de bedrijven (47 procent) werden in 2022 maatregelen genomen om het energieverbruik van ICT-apparatuur te beperken. De helft van de bedrijven (48 procent) hield bij de keuze voor aan te schaffen ICT‐diensten of ICT‐systemen rekening met de impact op het milieu. Driekwart van de bedrijven (73 procent) koos in 2022 voor een milieubewuste afvoer van ICT-apparatuur wanneer deze niet langer werd gebruikt.
  • De meeste zzp’ers (58 procent) gebruikten in 2022 hun laptop, telefoon of tablet zowel zakelijk als privé. 23 procent van de zzp’ers gebruikte ICT-voorzieningen van bedrijven waarvoor zij opdrachten uitvoerden. Openbare wifi werd door 13 procent van de zzp’ers gebruikt voor zakelijke werkzaamheden. In 2022 beschikte 34 procent van de zzp’ers over een eigen website. Door 64 procent van de zzp’ers werd antivirussoftware ingezet. Het plaatsen van gegevens op andere fysieke locaties en beleid voor sterke wachtwoorden werd door iets meer dan de helft van de zzp’ers ingezet (respectievelijk 54 en 53 procent).

Hoofdstuk 5 Kennispotentieel

  • Hoofdstuk 5 geeft een breed overzicht van de kennisbasis in Nederland. Ten opzichte van 2013/’14 is in 2022/’23 het aantal studenten in het hoger beroepsonderwijs (hbo) toegenomen met 8 procent en in het wetenschappelijk onderwijs (wo) zelfs met 38 procent. De toename van het aantal internationale studenten in deze periode speelde hierbij een rol. Over de gehele periode waren meer vrouwen dan mannen ingeschreven op het hbo en wo. De hbo-bachelor studierichtingen met het grootste aantal gediplomeerden in 2021/’22 waren Recht, administratie, handel en zakelijke dienstverlening, Gezondheidszorg en welzijn en Onderwijs. Op het wo is de grootste studierichting Journalistiek, gedrag en maatschappij op bachelorniveau en Recht, administratie, handel en zakelijke dienstverlening op masterniveau. Waar in het hoger onderwijs het aantal studenten in de periode tot en met 2021/’22 ieder jaar is toegenomen, is het aantal studenten in het mbo afwisselend gestegen en gedaald. Van alle studierichtingen in het mbo was Zorg, welzijn en sport in 2022/’23 het grootst.
  • Het aandeel hoogopgeleiden neemt al jaren gestaag toe. In Nederland was in 2022 ruim een derde van de 15- tot 75‑jarigen in het bezit van een hbo- of wo-diploma. Het aandeel van de bevolking met een diploma in het hoger onderwijs is in Nederland hoger dan het gemiddelde voor de OESO-landen. In 2021 rondde 19 procent van de afgestudeerden in het Nederlandse hoger onderwijs een bèta-opleiding af. Hiermee behoort Nederland tot de EU-landen met het laagste percentage bèta-afgestudeerden. In 2022 volgde 26 procent van de Nederlandse bevolking van 25 tot 65 jaar een opleiding of cursus.
  • Van de studenten in het hoger onderwijs die in studiejaar 2020/’21 voor een complete studie in het buitenland zaten, studeerde ruim 22 procent in België. Bijna 30 procent van de Nederlandse studenten in het buitenland studeerde in het Verenigd Koninkrijk of de Verenigde Staten. In het studiejaar 2020/’21 studeerden ruim 135 duizend internationaal mobiele studenten in Nederland; zij kwamen hier voor een complete bachelor- of masterstudie of promotietraject. Bijna 20 procent van hen kwam uit Duitsland. Van het resterende deel kwam 3 procent uit België, 4 procent uit China en 5 procent uit Italië. Het aantal internationale studenten in het Nederlandse hoger onderwijs is gestegen van 50 duizend in studiejaar 2010/’11 tot ruim 122 duizend in 2022/’23. Het aantal studenten dat een wo-master deed nam in dezelfde periode toe van 19 duizend tot 33 duizend. Van de internationale bachelorstudenten aan de universiteiten studeerde 43 procent in de richting Journalistiek, gedrag en maatschappij en 28 procent volgde een bachelor in de richting Recht, administratie en zakelijke dienstverlening in studiejaar 2022/’23. Internationale wo-masterstudenten volgden relatief vaak een opleiding in de richting Recht, administratie en zakelijke dienstverlening.

Hoofdstuk 6 Research & Development

  • In 2021 gaven Nederlandse bedrijven en instellingen bijna 19,8 miljard euro uit aan R&D met eigen en ingeleend personeel. Door Nederlandse bedrijven en instellingen werden bijna 174 duizend arbeidsjaren besteed aan R&D.
  • De R&D-intensiteit in Nederland, gedefinieerd als R&D-uitgaven gedeeld door het bruto binnenlands product (bbp), bedroeg 2,27 procent in 2021. Nederland mist daarmee de in 2011 gestelde doelstelling om de R&D-intensiteit 2,5 procent te laten bedragen.
  • In 2021 waren Nederlandse bedrijven goed voor 66 procent van de totale R&D-uitgaven in Nederland.
  • De industrie nam in 2021 de helft van de R&D-uitgaven van de bedrijvensector voor haar rekening.
  • In 2021 was 19 procent van alle bedrijven die aan R&D deden een ICT-bedrijf. Gezamenlijk waren deze bedrijven goed voor 16 procent van de R&D-uitgaven en 21 procent van het R&D-personeel in de bedrijvensector in dat jaar.
  • Bedrijven financierden meer dan de helft (57 procent) van de R&D in Nederland in 2021. De overheid financierde 31 procent en 2 procent kwam van private non-profitorganisaties. De resterende 10 procent van de financiering kwam uit het buitenland.

Hoofdstuk 7 Innovatie in internationaal perspectief

  • In de periode 2018–2020 was 56 procent van de bedrijven innovatief. Nederland staat hiermee op de twaalfde plek op de lijst van 27 EU-landen en scoort iets hoger dan gemiddeld in de EU.
  • In Nederland realiseerde 28 procent van de bedrijven een productinnovatie in de periode 2018–2020. In 2020 kwam bijna 9 procent van de omzet van de bedrijven in Nederland voort uit nieuwe of sterk verbeterde producten. Daarbij leverden producten die nieuw waren voor de markt het meeste geld op (bijna 5 procent). De resterende 4 procent van de omzet van productinnovaties werd behaald met producten die alleen nieuw voor het bedrijf waren.
  • In de periode 2018–2020 heeft 44 procent van de bedrijven in de EU een procesinnovatie gerealiseerd. De meeste Nederlandse bedrijven hebben gewerkt aan vernieuwingen in de boekhouding en andere administratieve processen. Bijna 23 procent van alle bedrijven in Nederland heeft deze methode namelijk vernieuwd of sterk verbeterd in de periode 2018–2020.
  • In Nederland werkte 34 procent van de innovatoren samen met een of meerdere partners in het innovatieproces. Nederland staat daarmee op de vijfde plek in de EU in de periode 2018–2020.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

niets (blanco) een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
. het cijfer is onbekend, onvoldoende betrouwbaar of geheim
0 (0,0) het cijfer is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
* voorlopige cijfers
** nader voorlopige cijfers
- (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
2016–2017 2016 tot en met 2017
2016/2017 het gemiddelde over de jaren 2016 tot en met 2017
2016/’17 oogstjaar, boekjaar, schooljaar, enz. beginnend in 2016 en eindigend in 2017
2004/’05-2016/’17 oogstjaar enz., 2004/’05 tot en met 2016/’17

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

Judit Arends

Boris Brandhorst

Mirthe Bronsveld

Rogier Goedhart

Sofieke Kevenaar

Raymond Kleingeld

Bart Klijs

Rik van Roekel

Laurent Verweijen

Laura Wielenga

Overige bijdragen

David Gies

Kees Klein

Cor Kragt

Ilham Malkaoui

Shirley Ortega Azurduy

Maarten van Rossum

Eelco van Vliet

Eindredactie

Bart Klijs