Foto omschrijving: Videobellen

Samenvatting

In deze tiende editie van ICT, kennis en economie beschrijft het CBS de meest actuele gegevens over de Nederlandse kenniseconomie in brede zin. Officiële statistieken over de thema’s ICT, R&D en innovatie vormen de leidraad voor de structuur van deze publicatie. De onderlinge raakvlakken van deze thema’s komen aan bod en ontwikkelingen in Nederland worden vergeleken met die in het buitenland. In de oneven jaren ligt het accent van deze publicatiereeks op kennisontwikkeling, in de even jaren op technologie en toepassing. ICT, kennis en economie 2020 omvat een inleidend hoofdstuk, vijf statistisch inhoudelijke hoofdstukken en als afsluiting een capita selecta.

Hoofdstuk 1 Inleiding

  • Nederland had de derde meest geavanceerde digitale economie van Europa in 2019 en gold in dat jaar als vierde meest concurrerende economie van de wereld.
  • Met de ‘Nederlandse Digitaliseringsstrategie’ geeft het kabinet-Rutte III richting aan de Nederlandse digitaliseringsagenda. De prioriteiten van het kabinet liggen onder andere op het thema artificiële intelligentie (AI), en de hiermee samenhangende groei in de vraag naar data. Van alle nieuwe digitale technologieën wordt van AI de grootste impact verwacht op de economie, welvaart en maatschappij in de komende jaren.
  • Het hoofddoel van de in 2019 nieuw aanvaarde Europese Commissie (EC) op het terrein van digitale transitie is dat het moet werken voor iedereen: voor mensen, bedrijven en milieu.
  • De belangrijkste Nederlandse beleidslijnen op het thema innovatie richten zich op maatschappelijke thema’s en sleuteltechnologieën die niet alleen belangrijk zijn voor vernieuwing, maar ook voor de toekomstige samenleving en economie.
  • Onderzoek en innovatie spelen volgens de EC een cruciale rol bij de realisatie van de ‘European Green Deal’: een klimaatneutraal Europa tegen 2050. Het nieuwe investeringsprogramma voor onderzoek en innovatie in de Europese Unie (EU), ‘Horizon Europe’, is hierop sterk gericht.

Hoofdstuk 2 ICT en economie

  • In het vierde kwartaal van 2019 bestond de Nederlandse ICT-sector uit ruim 81 duizend bedrijven. Gezamenlijk hadden zij een aandeel van 4,4 procent in het totale aantal Nederlandse bedrijven. Er werden 8 975 ICT-bedrijven opgericht en 5 885 ICT-bedrijven opgeheven.
  • In 2018 daalde de productiewaarde van Nederlandse ICT-bedrijven met 0,4 procent ten opzichte van 2017, terwijl de productiewaarde van de Nederlandse economie als geheel met 3,5 procent steeg. De bruto toegevoegde waarde van ICT-bedrijven groeide in 2018 sterker dan die van de Nederlandse economie als geheel. Op alle onderdelen van de ICT-sector was er groei op dit vlak. In 2018 investeerde de ICT-sector 1,2 procent meer dan in 2017.
  • In 2019 waren 452 duizend ICT’ers werkzaam in diverse bedrijfstakken van de Nederlandse economie. Sinds 2011 neemt het aantal werkzame ICT’ers in Nederland onafgebroken toe. De meeste ICT’ers hebben een vaste arbeidsrelatie, met vaste uren. Het aantal vacatures in de ICT-sector nam opnieuw toe.
  • In 2018 was het volume van de ICT-investeringen 0,2 procent groter dan in 2017. Dat is vooral te danken aan hogere investeringen in computer hardware en software. Gezamenlijk investeerden Nederlandse bedrijven en overheden ruim 162,6 miljard euro in 2018. Van dit bedrag betrof bijna 29,5 miljard euro investeringen in ICT. De uitgaven aan ICT-goederen en –diensten (intermediair verbruik door bedrijven en overheden en bestedingen door huishoudens) namen wel af (met 1 procent).
  • In 2018 importeerde Nederland voor ruim 61,1 miljard euro aan ICT-goederen en -diensten. Dat is 1 procent minder dan in 2017. Nederland exporteerde voor ruim 39,3 miljard euro aan ICT-goederen en -diensten in 2018 (exclusief wederuitvoer). Dat is bijna vijf procent minder dan een jaar eerder.
  • In 2018 realiseerde Nederland voor bijna 35,3 miljard euro aan ICT-wederuitvoer. Dit komt overeen met 47,3 procent van de totale ICT-export. Het aandeel van wederuitvoer in de totale ICT-export is sinds 2015 toegenomen; dat jaar omvatte wederuitvoer nog 43,3 procent van de totale ICT-exportwaarde.

Hoofdstuk 3 ICT-gebruik van huishoudens en personen

  • In 2019 had 96 procent van de huishoudens thuis toegang tot internet. Smartphones en laptops waren de meest gebruikte apparaten in huishoudens om mee te internetten. Bijna negen op de tien Nederlanders van 12 jaar of ouder was dagelijks of vrijwel dagelijks online. Vooral het dagelijks internetgebruik van 65‑plussers nam toe. Van de Nederlanders van 12 jaar of ouder gaf 5 procent in 2019 aan, nog nooit internet te hebben gebruikt.
  • E-mailen is net als in eerdere jaren de meest voorkomende internetactiviteit om online te communiceren. Ook directe uitwisseling van tekstberichten wordt vaak gebruikt: 84 procent van de Nederlanders van 12 jaar of ouder wisselden in 2019 berichten uit via een dienst als WhatsApp. Nederlanders gebruiken het internet steeds vaker om te bellen. Vooral jongeren maken hiervan gebruik.
  • Internet is ook een belangrijke bron van informatie en vermaak. Nederland staat op de eerste plaats in de EU als het gaat om online informatie zoeken over goederen en diensten. Vooral naar informatie over gezondheid en leefstijl wordt op internet gezocht. In 2019 gebruikte 28 procent van de Nederlanders van 12 jaar of ouder het internet om een afspraak te maken met een huisarts of medisch specialist. Het online televisiekijken heeft de laatste jaren een hoge vlucht genomen. Ruim zes op de tien Nederlanders van 12 jaar of ouder keek in 2019 televisie via internet.
  • Internetbankieren is gemeengoed onder Nederlanders. Nederland heeft, samen met Denemarken en Finland, het hoogste percentage inwoners van 16 tot 75 jaar dat internetbankiert in de EU. Ook wordt steeds vaker gebruikgemaakt van cloud-computing.
  • Nederlanders kopen steeds vaker en meer via internet. In 2019 kocht 79 procent van de Nederlanders van 12 jaar of ouder online, in 2017 was dat 76 procent en in 2015 nog 70 procent. De toename komt mede doordat het aantal recente e-shoppers de laatste jaren sterk is toegenomen. Vooral 25-tot 45‑jarigen kopen graag via internet. Vooral kleding en sportartikelen worden online gekocht. Van de Nederlanders die in 2019 online winkelden, heeft de helft klachten.
  • Samen met Finland behoort Nederland tot de Europese landen met het grootste aandeel inwoners dat vaardig is met het gebruik van internet, computer en software (digitale vaardigheden). De helft van de 16- tot 75‑jarige Nederlanders en Finnen had in 2019 meer dan basis digitale vaardigheden, tegen 33 procent gemiddeld in de EU.
  • In 2019 maakte 58 procent van de bevolking van 12 jaar of ouder zich zorgen om de veiligheid op internet, en zag daarom af van sommige online activiteiten. Vier op de tien ondervond daadwerkelijk problemen; vooral door pharming en phishing.

Hoofdstuk 4 ICT-gebruik bij bedrijven

  • Toegang tot internet is voor bedrijven in Nederland al jaren vanzelfsprekend en Nederlandse bedrijven beschikken over snellere internetverbindingen dan gemiddeld in Europa. Bijna alle bedrijven hebben een website en steeds vaker wordt aan het personeel draagbare apparatuur verstrekt voor het werk. In 2019 verschafte 63 procent van de bedrijven met 10 of meer werkzame personen draagbare apparatuur aan het personeel, waarmee voor het werk via een mobiel netwerk verbinding kon worden gemaakt met het internet.
  • In 2019 gebruikte 72 procent van het personeel bij bedrijven met 10 of meer werkzame personen geregeld een computer met internet voor het werk. Dit aandeel is de laatste twee jaren vrij constant. In Nederland werkt een aanzienlijk groter deel van de werkzame personen met internet dan gemiddeld in de EU. In 2019 ondersteunde 80 procent van de bedrijven met 10 of meer werkzame personen telewerken. Ruim een derde van alle werkzame personen werkte wel eens buiten de bedrijfsvestiging. In 2018 had 12 procent van de bedrijven vacatures voor ICT-specialisten. Meer dan de helft van die bedrijven had moeite deze vacatures te vervullen.
  • In 2018 verzond 27 procent van de Nederlandse bedrijven e-facturen naar andere bedrijven, of aan overheden. Bij grote bedrijven is het verzenden van e-facturen veel gebruikelijker dan bij kleinere. E-facturen ontvangen komt veel vaker voor dan e-facturen verzenden. In 2018 ontving 49 procent van de bedrijven e-facturen.
  • In 2018 heeft 26 procent van de Nederlandse bedrijven elektronisch verkocht. De toeristische sector kent het grootste aandeel bedrijven die elektronisch verkopen. In 2018 behaalde een gemiddeld bedrijf 44 procent van de totale web-omzet door verkoop aan Nederlandse consumenten en 7 procent door de verkoop aan buitenlandse consumenten. In 2018 kocht 69 procent van alle bedrijven elektronisch in. Hoewel relatief veel bedrijven via e-commerce inkopen, gaat het hierbij meestal niet om een substantieel deel van de totale inkoop van het bedrijf. Voor 58 procent van de bedrijven vertegenwoordigde de elektronische inkoop minder dan 1 procent van de totale inkoopwaarde in 2018.
  • Bedrijven namen in 2019 allerlei maatregelen om hun ICT te beschermen tegen beveiligingsrisico’s. Antivirussoftware en het updaten van software en/of besturingssysteem zijn maatregelen die door een groot deel van de bedrijven werden genomen. Bij 47 procent van de bedrijven heeft in 2018 een ICT-veiligheidsincident plaatsgevonden.
  • Steeds meer bedrijven maken gebruik van sociale media voor marketing en klantrelaties, maar het kan ook gaan om bijvoorbeeld dienstverlening, inkoop, R&D en innovatie of de interne inzet van sociale media. Van de bedrijven met 10 of meer werkzame personen maakte 74 procent gebruik van sociale media in 2019. Het aandeel bedrijven dat sociale media gebruikt, was het grootst in de informatie en communicatie, ICT-sector en advies en onderzoek.

Hoofdstuk 5 Research & Development

  • In 2018 hebben Nederlandse bedrijven en instellingen bijna 16,6 miljard euro uitgegeven aan R&D. Het Nederlandse bedrijfsleven verrichtte twee derde van alle R&D in Nederland: het betrof bijna 11 miljard euro. Instellingen voor hoger onderwijs waren goed voor 28 procent van de totale R&D-uitgaven. In totaal werden bijna 157 duizend arbeidsjaren (fte) besteed.
  • De R&D-intensiteit (R&D-uitgaven gedeeld door het bruto binnenlands product) in Nederland bedroeg 2,14 procent in 2018.
  • De industrie nam iets meer dan de helft van de R&D-uitgaven van de bedrijvensector voor haar rekening in 2018.
  • In 2018 was 19 procent van alle bedrijven die aan R&D deden een ICT-bedrijf. Deze bedrijven waren goed voor 17 procent van de R&D-uitgaven en 23 procent van het R&D-personeel in de bedrijvensector.
  • Bedrijven financieren meer dan de helft van R&D in Nederland (57 procent). Voor het overgrote deel is dit R&D voor het eigen bedrijf, gefinancierd uit middelen van het bedrijf zelf. De overheid is de tweede grote financier van R&D in Nederland. In 2018 was ruim 4,8 miljard euro afkomstig van de overheid.
  • In 2018 financierden Nederlandse bedrijven voor ruim 3,2 miljard euro aan R&D in het buitenland.

Hoofdstuk 6 Innovatie

  • In de periode 2016–2018 was 37 procent van de Nederlandse bedrijven innovatief. Het merendeel van deze bedrijven kon de innovatie in die periode ook succesvol afronden: 95 procent. Het aandeel bedrijven dat succesvol innoveerde in 2016–2018 was in de industrie groter dan onder dienstverleners: 51 tegen 33 procent. ICT-bedrijven zijn vaak innovatief: ruim twee derde ontplooide innovatieve activiteiten.
  • Van alle bedrijven die succesvolle innovaties hebben doorgevoerd in de periode 2016–2018 deed 12 procent uitsluitend aan productinnovatie. Bij ruim de helft van de innovatoren kwam alleen procesinnovatie voor. De overige 38 procent combineerde procesinnovatie met productinnovatie.
  • Nieuwe of sterk verbeterde producten waren goed voor 22 procent van de totale omzet van productinnovatoren in 2018.

Hoofdstuk 7 Capita selecta

7.1 Online platformen

  • In toenemende mate spelen online platformen een rol in allerlei domeinen van de samenleving en de economie. Online platformen bieden, globaal gezegd, digitale dienstverlening aan in de vorm van bemiddeling tussen twee of meer groepen aanbieders en afnemers van goederen, diensten en/of informatie, waarbij de dienstverlener meestal geen eigen aanbod inbrengt.
  • Het CBS is, onder meer op verzoek van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, onlangs gestart met onderzoek naar de omvang, het (economische) belang en de daadwerkelijke effecten van online platformen.
  • Bij de analyse van de eerste CBS-enquête onder online platformen is vooral sprake geweest van beschrijvende statistiek. Ondanks een relatief klein aantal responderende platformen, is de data die verzameld is wel rijk aan informatie. In 2019 faciliteerde meer dan 80 procent van de online platformen vooral bemiddeling voor professionele aanbieders. Afnemers op online platformen hoefden minder vaak te betalen voor het gebruik dan de aanbieders en twee derde van de online platformen richtte zich specifiek op de Nederlandse markt in dat jaar. Een derde van de online platformen gaf aan verlies te hebben geleden in 2018.
  • Vervolgonderzoek zal zich onder meer richten op het verbeteren van de methode om een structurele populatie van online platformen in Nederland vast te stellen.

Kernindicatoren, nationaal

2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019
volumemutatie t.o.v. voorgaand jaar (%)
ICT en economie
ICT-investeringen . . . . −5,5 −5,1 0,2 .
Productiewaarde ICT-sector . . . . 2,0 5,2 −0,4 .
Arbeidsvolume werkzame personen ICT-sector . . . . 3,2 4,0 4,2 .
Bruto toegevoegde waarde ICT-sector . . . . 5,9 5,9 5,2 .
waarvan
ICT-industrie . . . . 1,4 6,7 9,9 .
groothandel in ICT-apparatuur . . . . 4,7 0,3 2,4 .
ICT-diensten . . . . 6,9 7,2 5,4 .
 
x 1 000
Bedrijven in de ICT-sector1) 61 63 67 70 72 74 77 81
Vacatures in de ICT-sector2) 7,0 6,5 7,8 9,8 10,8 12,7 15,5 16,9
Werkzame beroepsbevolking met een ICT-beroep 336 339 349 370 378 380 415 452
 
% van huishoudens3)
ICT-gebruik huishoudens en personen
Thuis toegang tot internet 88 89 90 91 92 95 95 96
Apparatuur om te internetten: mobiele telefoon of smartphone 50 59 68 73 80 85 87 89
 
% van personen vanaf 12 jaar
E-shoppers 64 68 70 70 73 76 78 79
recente e-shoppers4) 46 50 53 54 57 62 64 64
minder recente e-shoppers5) 18 18 17 16 16 14 14 16
Nooit goederen of diensten besteld of gekocht 19 17 17 15 14 13 11 11
Geen internetgebruiker 10 9 9 8 8 6 6 5
 
% van bedrijven6)
ICT-gebruik bedrijven7)
Bedrijven met toegang tot internet 100 100 100 100 100 100 100 100
Bedrijven met een website 84 84 90 90 89 86 94 92
Telewerken ondersteunt 59 64 69 74 73 78 79 80
 
% van werkzame personen8)
Personeel dat werkt met een computer 66 68 70 71 72 75 76 76
Personeel dat werkt met internet 60 61 65 66 68 72 73 72
Telewerkers 22 25 27 26 27 33 34 34

Bron:CBS

1)Situatie vierde kwartaal; nader voorlopig cijfer 2019.

2)Gemiddelde van vier kwartalen.

3)Particuliere huishoudens met ten minste één persoon in de leeftijd van 12 jaar of ouder.

4)In de drie maanden voorafgaand aan het onderzoek online aankopen gedaan.

5)Uitsluitend meer dan drie maanden voor het onderzoek online aankopen gedaan.

6)Bedrijven met 10 of meer werkzame personen.

7)Het cijfer van 2012 heeft betrekking op januari 2012; cijfers vanaf 2013 betreffen juni.

8)Personen werkzaam bij bedrijven met 10 of meer werkzame personen.

Kernindicatoren, internationaal

EU-28 België Dene­marken Duits­land Fin­land Frank­rijk Ier­land Neder­land Vere­nigd Konink­rijk Zwe­den Vere­nigde
Sta­ten
%
ICT en economie
Aandeel ICT-sector1) in totale economie, 20162) . 3,7 . 5,0 6,5 4,6 . 4,6 4,9 . 5,4
Aandeel ICT-specialisten, 2018 3,9 4,8 4,3 3,9 7,2 4,0 4,5 5,4 5,1 6,8 .
 
% van huishoudens3)
ICT-gebruik huishoudens en personen
Huishoudens met internettoegang thuis, 2019 90 90 95 95 94 90 91 98 96 96 .
 
% van internetgebruikers4)
Gebruik van cloud-computing, 20195) 34 39 62 31 43 30 50 52 50 63 .
 
% van bedrijven6)
ICT-gebruik bedrijven, 2019
Bedrijven met internetsnelheid van ten minste 30 Mbit/sec 50 60 87 55 63 31 55 75 54 76 .
Bedrijven die elektronisch verkopen7) 20 31 34 20 29 19 39 27 26 33 .
Bedrijven die elektronisch inkopen8) . 49 66 . . . 52 66 53 78 .
 
% van bbp
Research & Development (R&D)
R&D-intensiteit, 20189) 2,12 2,76 3,03 3,13 2,75 2,20 1,15 2,14 1,70 3,32 2,83

Bron:OESO, Eurostat

1)De ICT-sector is hier gedefinieerd als SBI 2008-codes 26, 61, 62 en 63.

2)Duitsland: 2015.

3)Particuliere huishoudens met ten minste één persoon van 16 tot en met 74 jaar.

4)Personen van 16 tot en met 74 jaar die in de drie maanden voorafgaand aan het onderzoek gebruik hebben gemaakt van internet.

5)Bestanden opgeslagen op internet in de drie maanden voorafgaand aan het onderzoek.

6)Bedrijven met 10 of meer werkzame personen, beperkt aantal bedrijfstakken (zie paragraaf 4.1).

7)Via een website en/of via EDI; 2018.

8)2017.

9)Voorlopige cijfers.

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

. Gegevens ontbreken
* Voorlopig cijfer
** Nader voorlopig cijfer
x Geheim
Nihil
(Indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
0 (0,0) Het getal is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
Niets (blank) Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
2019–2020 2019 tot en met 2020
2019/2020 Het gemiddelde over de jaren 2019 tot en met 2020
2019/’20 Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2019 en eindigend in 2020
2017/’18–2019/’20 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2017/’18 tot en met 2019/’20

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

Judit Arends-Tóth

Nico Heerschap

Ron de Heij

Raymond Kleingeld

Bart Klijs

Rik van Roekel

Overige bijdragen

John Bechholz

Hugo de Bondt

Linda Bruls

David Gies

Cor Kragt

Ilham Malkaoui

Eelco van Vliet

Eric Wassink

Eindredactie

Ron de Heij