ICT en innovatie belangrijk in open Nederlandse economie

Foto omschrijving: Studenten aan het werk

Inleiding

Auteur: Ron de Heij

Nederland had de derde meest geavanceerde digitale economie van Europa in 2019 en gold in dat jaar als vierde meest concurrerende economie van de wereld. In de Nederlandse economie spelen ICT en innovatie een belangrijke rol. Zowel in Nederland als Europa is de digitale beleidsagenda er sterk op gericht om iedereen mee te laten doen. Op het terrein van onderzoek en innovatie is duurzaamheid een belangrijke thema.

1.1Beleidskader ICT en innovatie

ICT gaat hand in hand met onderzoek en ontwikkeling (R&D) en innovatie, die van fundamenteel belang zijn voor een open economie, zoals de Nederlandse, die vooral op kennis concurreert. Bedrijven en instellingen investeren in onderzoek en ontwikkeling (R&D) om nieuwe producten en processen te realiseren, en daardoor een voorsprong te verwerven op concurrenten. De randvoorwaarden hiervoor zijn in Nederland vooral positief.

Nederland derde meest geavanceerde digitale economie

In 2019 had Nederland de derde meest geavanceerde digitale economie van Europa (figuur 1.1.1). Alleen Finland en Zweden gingen Nederland voor. Ten opzichte van 2018 is Nederland een plaats gestegen, ten koste van Denemarken. De overallscore waarmee landen worden gerangschikt is gebaseerd op een samengestelde index van indicatoren voor digitale prestaties, waarbij niet elke indicator even zwaar meeweegt.noot1

Nederland behoorde op alle indicatoren tot de best presterende landen, maar heeft op geen de hoogste score. Op de terreinen ‘internetgebruik’ en ‘integratie van digitale technologieën’ scoorde Nederland een (gedeelde) tweede plaats, op de andere een (gedeeld) derde.

1.1.1 Digital Economy and Society Index (DESI), 2019 (score (gewogen))
land Connectiviteit Menselijk kapitaal Internetgebruik Integratie van digitale technologieën Digitale overheidsdienstverlening
Finland 16,5 19,4 10,4 11,7 12,0
Zweden 17,6 17,9 10,9 11,5 11,7
Nederland 18,2 15,4 10,9 12,6 11,8
Denemarken 18,4 15,4 11,1 12,3 11,7
Groot-Brittannië 15,9 15,4 10,1 10,4 10,1
Luxemburg 18,3 17,5 9,4 7,7 8,9
Ierland 15,7 13,5 8,0 13,7 10,5
Estland 15,5 15,6 9,1 7,8 11,9
België 16,5 12,4 8,2 12,4 9,9
Malta 16,5 13,8 9,1 9,7 9,0
Spanje 16,3 11,1 8,0 8,9 11,8
Duitsland 15,8 13,6 8,8 8,4 7,8
Oostenrijk 14,6 13,9 7,7 7,6 10,0
EU-28 14,8 12,0 8,0 8,2 9,4
Litouwen 12,7 10,5 7,8 9,9 11,0
Frankrijk 14,2 11,8 7,4 8,1 9,6
Slovenië 14,6 11,6 7,0 8,0 9,7
Tsjechië 14,8 11,2 7,2 8,5 8,3
Letland 16,3 10,1 7,4 5,2 11,1
Portugal 14,5 8,8 6,7 8,6 10,7
Kroatië 12,5 11,8 7,4 7,7 8,0
Slowakije 13,2 11,0 7,2 6,9 8,0
Cyprus 13,9 8,7 6,9 7,6 8,7
Hongarije 15,1 10,5 7,2 5,1 7,5
Italië 14,4 8,2 6,1 6,5 8,8
Polen 13,0 9,2 6,6 5,0 7,9
Griekenland 10,3 8,2 5,9 6,6 7,0
Roemenië 13,4 7,8 4,8 4,1 6,5
Bulgarije 12,9 7,1 4,9 3,6 7,7
Bron: Europese Commissie.

Wat ‘connectiviteit’ betreft is Nederland Europees koploper als het gaat om de beschikbaarheid van mobiele netwerken (4G), en ook vaste breedbandverbindingen zijn voor nagenoeg alle huishoudens beschikbaar. Op het terrein van ‘menselijk kapitaal’ scoort Nederland relatief het minst goed. Wat betreft digitale basisvaardigheden en geavanceerde digitale vaardigheden scoorde Nederland boven het EU-gemiddelde, maar het tekort aan ICT-specialisten op de Nederlandse arbeidsmarkt op terreinen als big data, cybersecurity en kunstmatige intelligentie blijft een aandachtspunt.

4e plaats Nederland op wereldwijde concurrentielijst Buitenvorm Binnenvorm

Nederland meest concurrerende economie van Europa

In 2019 gold Nederland als de meest concurrerende economie van Europa. Wereldwijd hoefde Nederland alleen Singapore, de Verenigde Staten en Hongkong voor te laten (World Economic Forum, 2019). Nederland dankt zijn hoge positie vooral aan het stabiele macro-economisch klimaat, goede gezondheidszorg en hoge kwaliteit van de infrastructuur. Uitdagingen liggen op het terrein van R&D en innovatie. De investeringen in onderzoek en ontwikkeling blijven nog altijd achter ten opzichte van landen als Duitsland, de Verenigde Staten en Zwitserland. De nauwe verbondenheid tussen ICT en innovatie vergt een samenhangend beleid op deze terreinen.

Nederland proeftuin voor digitale innovatie

Met de ‘Nederlandse Digitaliseringsstrategie’ geeft het kabinet-Rutte III richting aan de Nederlandse digitaliseringsagenda (Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, 2018, 2019a). Drie ambities staan hierin centraal. Zo streeft het kabinet ernaar om de digitale koploper van Europa te worden door te experimenteren en als proeftuin te dienen voor digitale innovatie. Dit om maximaal te profiteren van de kansen die digitalisering biedt voor economie en maatschappij. Daarnaast ligt de focus op het vroeg aanleren van digitale basisvaardigheden, en dat mensen, ook op latere leeftijd, blijven leren en zich ontwikkelen voor veranderende beroepen en taken zodat iedereen kan blijven meedoen. Dat waarden en grondrechten als privacy en digitale veiligheid gewaarborgd blijven in een economie en samenleving die getransformeerd wordt door digitalisering, is een derde ambitie van de Nederlandse regering.

Gedurende 2019/2020 liggen de prioriteiten van het kabinet onder andere op het thema artificiële intelligentie (AI), en de hiermee samenhangende groei in de vraag naar data. Van alle nieuwe digitale technologieën wordt van AI de grootste impact verwacht op de economie, welvaart en maatschappij in de komende jaren (Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, 2019b). Digitale inclusie, connectiviteit (5G), digitale weerbaarheid en een toegankelijke, begrijpelijke en persoonlijke digitale overheid zijn andere speerpunten. Het realiseren van de doelen in de Nederlandse digitaliseringsagenda kan niet zonder internationale samenwerking.

Europa: technologie voor iedereen

Het hoofddoel van de in 2019 nieuw aanvaarde Europese Commissie (EC) op het terrein van digitale transitie is dat het moet werken voor iedereen: voor mensen, bedrijven en milieu. De Commissie zet daarbij in op drie sporen (Europese Commissie, 2020a). Zo investeert de EC onder andere in digitale vaardigheden voor alle Europeanen, snellere uitrol van supersnelle internetverbindingen in woningen, scholen en ziekenhuizen in de hele Europese Unie (EU), en het uitbreiden van de Europese supercomputercapaciteit. Daarnaast zet de EC verder in op het creëren van een interne markt waar bedrijven, van elke omvang en in elke sector, op gelijke voorwaarden kunnen groeien, innoveren en concurreren met digitale technologieën. Dat digitale technologieën worden benut om Europa tegen 2050 klimaatneutraal te maken, is een derde spoor waar Europa’s digitale strategie op gericht is.

Nederlands innovatiebeleid richt zich op maatschappelijke thema’s

De belangrijkste Nederlandse beleidslijnen op het thema innovatie liggen vast in het nieuwe Missiegedreven Innovatiebeleid dat voortbouwt op de samenwerking uit de Topsectorenaanpak (TK, 2018). Hierin zijn vier maatschappelijke thema’s en sleuteltechnologieën aangewezen die niet alleen belangrijk zijn voor vernieuwing, maar ook voor de toekomstige samenleving en economie. De thema’s die centraal staan zijn: Landbouw, water & voedsel; Gezondheid & zorg; Energietransitie & duurzaamheid en Veiligheid. Sleuteltechnologieën als fotonica, kunstmatige intelligentie en nano-, quantum- en biotechnologie kunnen helpen om te komen tot innovaties op deze terreinen. Deze missies zijn verder uitgewerkt in kennis- en innovatieagenda’s (KIA’s). Hierin is aangegeven welke kennis en innovaties ontwikkeld zullen worden om de missies helpen te realiseren. In de periode 2020–2023 zal op jaarbasis door partners € 4,9 miljard euro worden geïnvesteerd (TK, 2019).

Europa: onderzoek en innovatie cruciaal voor Green Deal

Onderzoek en innovatie spelen volgens de EC een cruciale rol bij de realisatie van de ‘European Green Deal’: een klimaatneutraal Europa tegen 2050. Het nieuwe investeringsprogramma voor onderzoek en innovatie in de EU, ‘Horizon Europe’, is hierop sterk gericht (Europese Commissie, 2020b). Vier van de vijf missies uit ‘Horizon Europe’ zijn direct gerelateerd aan de ‘Green Deal’ namelijk gezonde oceanen, klimaatneutrale en slimme steden, bodemgezondheid en aanpassing aan klimaatverandering. ‘Horizon Europe’ moet de instrumenten (gaan) leveren die nodig zijn voor het aanbrengen van systematische veranderingen om het doel – een klimaatneutraal Europa – te bereiken. Het programma loopt van 2021 tot en met 2027 en minstens 35 procent uit het budget is beschikbaar voor klimaatdoelen.

1.2Doel van de publicatie

Het doel van ICT, kennis en economie is om een samenhangend, accuraat en actueel beeld van de Nederlandse kenniseconomie te schetsen. Statistieken over het ICT-gebruik bij bedrijven, ICT-gebruik van huishoudens en personen, research en development (R&D) en innovatie vormen hiervoor de kern. Daarnaast worden gegevens uit de Nationale Rekeningen, vacature-enquête en enquête beroepsbevolking gebruikt. De nationale ontwikkelingen op deze terreinen worden daarbij veelvuldig in internationaal perspectief geplaatst. Deze publicatie biedt achtergronden, kennis en toetsingskaders voor een brede doelgroep van beleidsmakers, onderzoekers en bedrijven. Om die reden beoogt de publicatie een breed overzicht te geven van beschikbaar cijfermateriaal en de samenhang te tonen tussen de beschreven onderwerpen.

De begrippen en statistische gegevens in deze publicatie zijn grotendeels vastgesteld in overleg met andere statistische bureaus in de EU. Eurostat, het statistisch bureau van de EC, vervult hierbij een coördinerende rol. Hierdoor is een vergelijking van de prestaties van Nederland met andere Europese landen goed mogelijk. De definities en classificaties die Eurostat hanteert, sluiten vaak aan op die van de Organisatie van Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Dit maakt het mogelijk om de cijfers over Nederland ook te vergelijken met niet-Europese landen.

1.3Leeswijzer

In ICT, kennis en economie zijn drie thema’s met elkaar verweven. Het eerste thema is gebaseerd op de economische betekenis van de ICT-sector voor de Nederlandse economie. Langlopende statistieken over onder andere productie, werkgelegenheid en aantal bedrijven in de ICT-sector zijn aangevuld met de laatste inzichten. Het tweede thema handelt over de wijze waarop huishoudens en bedrijven ICT gebruiken. Beide thema’s komen jaarlijks aan bod. Kennis, waartoe in deze context R&D, innovatie en kennispotentieel worden gerekend, vormt het derde thema. De inhoud van de hoofdstukken die handelen over deze onderwerpen wisselt jaarlijks. De belangrijkste reden hiervoor is de tweejaarlijkse cyclus van de innovatie-enquête. Eens in de twee jaar voeren alle EU-lidstaten op geharmoniseerde wijze een onderzoek uit naar innovatie: de ‘Community Innovation Survey’ (CIS). Zodra de uitkomsten van dit onderzoek beschikbaar zijn, komen ze in de publicatie aan bod. Dat betekent dat deze publicatie in de even jaren de nationale cijfers over innovatie uitvoerig bespreekt. In de oneven jaren zijn ook de internationale uitkomsten van de CIS beschikbaar. Nieuwe uitkomsten over R&D verschijnen jaarlijks. Naast de genoemde onderwerpen heeft deze publicatiereeks ook aandacht voor het kennispotentieel in Nederland. Dit onderwerp komt in de oneven jaren uitgebreid aan bod. In de even jaren maakt het onderwerp kennispotentieel geen deel uit van de publicatie. De afwisseling van onderwerpen resulteert in een publicatiereeks waarvan het accent in de oneven jaren ligt op kennisontwikkeling en in de even jaren op technologie en toepassing.

De editie 2020 is als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 2 behandelt de bijdrage van ICT aan de Nederlandse economie. Het heeft als onderwerpen de ICT-sector en de Nederlandse economie, ICT-gerelateerde werkgelegenheid, ICT-bestedingen en de internationale handel in ICT-goederen en –diensten. Hoofdstuk 3 richt zich op het ICT- en internetgebruik door huishoudens en personen. Er wordt achtereenvolgens ingegaan op de ICT-voorzieningen bij huishoudens, communiceren, informatie zoeken en vermaak via internet en het gebruik van diensten als cloud-computing en internetbankieren. Het hoofdstuk wordt afgesloten met cijfers over online winkelen, digitale vaardigheden en bezorgdheid over internetveiligheid. Hoofdstuk 4 bespreekt hoe bedrijven ICT toepassen. Wat voor internetverbindingen hebben bedrijven en hoe gebruiken zij het web? Ook hoe het personeel van bedrijven ICT gebruikt komt aan de orde. Vervolgens wordt aandacht besteed aan elektronische facturering, e‑commerce en beveiligingsmaatregelen. Een beschrijving van het gebruik van sociale media door bedrijven completeert dit hoofdstuk. Hoofdstuk 5 over R&D beschrijft de investeringen in kennis die van belang zijn voor innovatie en (ICT-)technologie. Achtereenvolgens wordt aandacht besteed aan R&D in Nederland, bij bedrijven, in het hoger onderwijs en bij publieke researchinstellingen. Ook is er aandacht voor de financiering van R&D in Nederland. Hoofdstuk 6 over innovatie beschrijft de uitkomsten van het meest recente CBS-onderzoek naar innovatie bij Nederlandse bedrijven. Het afsluitende hoofdstuk van deze publicatie bevat een capita selecta. Dit betreft een verdiepende bijdrage die nader ingaat op de Nederlandse platformeconomie.

1.4Literatuur

Open literatuurlijst

Literatuur

Europese Commissie (2016). Open innovation, Open Science, Open to the World – a vision for Europe. Europese Commissie, Brussel.

Europese Commissie (2020a). Shaping Europe’s digital future. Europese Commissie, Brussel.

Europese Commissie (2020b). Research and innovation for the European Green Deal. Europese Commissie, Brussel.

Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (2018). Nederlandse Digitaliseringsstrategie. Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, Den Haag.

Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (2019a). Nederlandse Digitaliseringsstrategie 2.0. Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, Den Haag.

Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (2019b). Strategisch Actieplan voor Artificiële Intelligentie. Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, Den Haag.

TK(2018). Naar Missiegedreven Innovatiebeleid met Impact. Brief van de minister en staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat. Tweede Kamer, vergaderjaar 2017/2018, DGBI-I&K/18148309.

TK(2019). Aanbieding kennis- en innovatieconvenant 2020–2023 en de Roadmap Human Capital Topsectoren 2020–2023. Brief van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat. Tweede Kamer, vergaderjaar 2019/2020, DGBI-I&K/19255739.

World Economic Forum (2019). The Global Competitiveness Report 2019. World Economic Forum, Cologny/Geneva.

Noten

De overallscore van landen is bepaald met de volgende gewichten: connectiviteit (25), menselijk kapitaal (25), internetgebruik (15), integratie van digitale technologieën (20) en digitale overheidsdienstverlening (15).

Colofon

Deze website is ontwikkeld door het CBS in samenwerking met Textcetera Den Haag.
Heb je een vraag of opmerking over deze website, neem dan contact op met het CBS.

Disclaimer en copyright

Cookies

CBS maakt op deze website gebruik van functionele cookies om de site goed te laten werken. Deze cookies bevatten geen persoonsgegevens en hebben nauwelijks gevolgen voor de privacy. Daarnaast gebruiken wij ook analytische cookies om bezoekersstatistieken bij te houden. Bijvoorbeeld hoe vaak pagina's worden bezocht, welke onderwerpen gebruikers naar op zoek zijn en hoe bezoekers op onze site komen. Het doel hiervan is om inzicht te krijgen in het functioneren van de website om zo de gebruikerservaring voor u te kunnen verbeteren. De herleidbaarheid van bezoekers aan onze website beperken wij zo veel mogelijk door de laatste cijfergroep (octet) van ieder IP-adres te anonimiseren. Deze gegevens worden niet gedeeld met andere partijen. CBS gebruikt geen trackingcookies. Trackingcookies zijn cookies die bezoekers tijdens het surfen over andere websites kunnen volgen.

De geplaatste functionele en analytische cookies maken geen of weinig inbreuk op uw privacy. Volgens de regels mogen deze zonder toestemming geplaatst worden.

Meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/vraag-en-antwoord/mag-een-website-ongevraagd-cookies-plaatsen

Leeswijzer

Verklaring van tekens

. Gegevens ontbreken
* Voorlopig cijfer
** Nader voorlopig cijfer
x Geheim
Nihil
(Indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
0 (0,0) Het getal is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
Niets (blank) Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
2019–2020 2019 tot en met 2020
2019/2020 Het gemiddelde over de jaren 2019 tot en met 2020
2019/’20 Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2019 en eindigend in 2020
2017/’18–2019/’20 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2017/’18 tot en met 2019/’20

In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.

Over het CBS

De wettelijke taak van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is om officiële statistieken te maken en de uitkomsten daarvan openbaar te maken. Het CBS publiceert betrouwbare en samenhangende statistische informatie, die het deelt met andere overheden, burgers, politiek, wetenschap, media en bedrijfsleven. Zo zorgt het CBS ervoor dat maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden op basis van betrouwbare statistische informatie.

Het CBS maakt inzichtelijk wat er feitelijk gebeurt. De informatie die het CBS publiceert, gaat daarom over onderwerpen die de mensen in Nederland raken. Bijvoorbeeld economische groei en consumentenprijzen, maar ook criminaliteit en vrije tijd.

Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. Dit betreft het grootste deel van het werkprogramma.

Voor meer informatie over de taken, organisatie en publicaties van het CBS, zie cbs.nl.

Contact

Met vragen kunt u contact opnemen met het CBS.

Medewerkers

Auteurs

Judit Arends-Tóth

Nico Heerschap

Ron de Heij

Raymond Kleingeld

Bart Klijs

Rik van Roekel

Overige bijdragen

John Bechholz

Hugo de Bondt

Linda Bruls

David Gies

Cor Kragt

Ilham Malkaoui

Eelco van Vliet

Eric Wassink

Eindredactie

Ron de Heij